KamerkringInloggen
Kamerbrief

Innovatie in de beroepsuitoefening gezondheidszorg

9 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d0130196692b0da3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 529Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) inde Zorg31 765Kwaliteit van zorgNr. 354 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 december 2025In Nederland werken ruim 1,6 miljoen mensen in zorg en welzijn. Dat isveeleisend werk en de werkdruk is hoog. De zorgvraag verandertbovendien snel. Er is sprake van vergrijzing van de bevolking en eentoename van mensen met een chronische ziekte. Naast dat de werkdruk inde zorg al hoog is, dreigt bovendien een onhoudbaar personeelstekort inde zorg. De vergrijzing zal een grote invloed hebben op onze zorg; er zijnmeer mensen die zorg nodig hebben of ondersteund moeten worden bijhet verrichten van de dagelijkse taken, maar hiervoor komen niet meermensen beschikbaar om het werk te doen. In 2034 wordt een tekortgeraamd van bijna 266 duizend werknemers. Dat tekort kan eenbedreiging vormen voor de kwaliteit van de zorg, de patiëntveiligheid envoor de aantrekkelijkheid van het werken in de zorg. Tegelijkertijd zijn ertalloze innovatieve oplossingen, technologisch én organisatorisch, die demedewerker en mantelzorgers helpen om betere, efficiëntere en mensge-richtere zorg te leveren. Daardoor kan het werk leuker worden én wordtbijgedragen aan de doelstelling uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsak-koord (AZWA) om het dreigende personeelstekort in 2028 met100.000 mensen te verminderen.In deze brief ga ik in op het belang van innovaties binnen de individueleberoepsuitoefening en vooral ook wat nodig is om het gebruik van dezeinnovaties te laten slagen. Dit sluit aan op mijn brief van 6 oktober jl. overde inzet op realisatie van kunstmatige intelligentie (AI) in zorg en welzijn.1Hieronder schets ik eerst hoe een fictieve werkdag in de zorg er in 2035 uitkan zien, aan de hand van twee toekomstbeelden (§1). Daarna ga ik in opde focus die ik met innoverende partners wil leggen op arbeidsbespa-rende inzet van technologieën in de samenwerking binnen het Missiege-dreven Innovatiebeleid (§2). Vervolgens schets ik hoe ik medewerkers inzorg en welzijn ondersteun bij het inpassen van innovaties in hundagelijkse werk (§3). Aan het slot (§4) van deze brief informeer ik uw1Kamerstukken II 2025/2026, 27 529, nr. 350. kst-27529-354ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3541 Kamer over mijn voornemen om arbeidsbesparende effecten vaninnovaties op een betrouwbare wijze beter inzichtelijk te maken.1. Toekomstbeelden: hoe kan een werkdag er uitzien in 2035? Om een indruk te geven over hoe innovaties het dagelijkse werk in deindividuele beroepsuitoefening positief kunnen veranderen, neem ik uwKamer graag mee naar een fictieve werkdag in het jaar 2035 vantwee professionals in de zorg; van een verpleegkundige in de ouderenzorgen van een cardioloog. Deze toekomstbeelden zijn weliswaar fictief, maargeven wel een waarschijnlijke toekomst aan in het geval innovaties goedzijn geïmplementeerd in het werk. In beide gevallen zijn diverse arbeids-besparende technologieën breed geïntegreerd in vernieuwde werkpro-cessen. De focus van de innovaties ligt op het efficiënter en betekenis-voller maken van het werken in de zorg met gebruik van nieuwetechnologieën, zonder dat de menselijke factor verloren gaat.Werkdag verpleegkundige in 2035–07:30 – Start van de dag met digitale briefing en planningDe verpleegkundige begint thuis of onderweg met een kortebriefing via een slimme AR-bril of tablet. AI heeft op basis vanpatiëntendata, nachtrapporten en sensoren al een gepersonali-seerde planning gemaakt met prioriteiten, de verwachtezorgzwaarte en bijzonderheden als valrisico of onrust. De briefingis interactief, spraakgestuurd, visueel, en aangepast op leerbe-hoefte of voorkeur van de verpleegkundige.–08:00 – Eerste ronde cliënten: slimme monitoring enroboticaBij aankomst in de zorginstelling of bij cliënten thuis zijn veelbasistaken al deels geautomatiseerd. Valdetectie, slaapmonito-ring, medicatiedispensers en service-robots ondersteunen metwassen, aankleden of mobiliseren. Hierdoor kan de verpleegkun-dige zich richten op de psychosociale begeleiding of complexezorg. De verpleegkundige gebruikt spraakcommando’s of eendraagbare interface om systemen aan te sturen.–10:30 – Zorg op afstand en coaching via AIEen deel van de zorg is verplaatst naar virtuele consulten en deverpleegkundige voert beeldbelgesprekken met mantelzorgers encliënten via een AI-ondersteunde gespreksassistent die sugges-ties geeft of automatisch rapportages maakt. AI helpt bij triagevan signalen uit thuismonitoring: bijvoorbeeld bij een stijgendebloeddruk of cognitieve achteruitgang krijgt de verpleegkundigeeen waarschuwing met een voorgestelde interventie.–13:00 – Scholing & reflectie met AI-coachGedurende een rustig moment kan de verpleegkundige een kortemicro-learning volgen via VR of AI-coaching. De AI doetsuggesties gebaseerd op recente situaties, bijvoorbeeld hetomgaan met agressie of ethische dilemma’s, en ondersteunt zode reflectie.–15:00 – Interventies op maat & familiecontactDankzij AI-analyse van lange termijn data krijgt de verpleegkun-dige aanbevelingen voor preventieve acties. AI stelt bijvoorbeeldmaaltijdverrijking en motiverende gespreksstrategieën voor bijsignalen van beginnende ondervoeding. Of de planning van deverpleegkundige wordt dynamisch aangepast zodat bij eenonrustige patiënt meer nabijheid geboden kan worden. Contactmet familieleden wordt gefaciliteerd via automatische updates ofzorgdashboards, zodat de verpleegkundige niet alles handmatighoeft te rapporteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3542 –16:30 – Einde dienst & overdrachtDe overdracht is grotendeels geautomatiseerd. AI verzamelt allerelevante observaties, meetwaarden en cliëntfeedback in eenhelder en beknopt verslag. De verpleegkundige voegt alleennuances of bijzonderheden toe via spraak, waarna de overdrachtklaarstaat voor de avonddienst.In dit toekomstbeeld is de verpleegkundige in 2035 meer dan nu eenverbinder die, afhankelijk van de beschikbare ondersteunende technolo-gieën én de mogelijkheden van de patiënt, passende zorg biedt. Meereenvoudige of routinematig werkzaamheden zullen grotendeels wordengeautomatiseerd en overgenomen. Dat kan bijvoorbeeld doordat(kunstmatige) intelligente ondersteuning beschikbaar is waardoor deverpleegkundige slimmer en adaptiever kan werken, en daardoor minderfysiek en mentaal wordt belast.Werkdag cardioloog 2035–08:00 – Start van de dag met digitale briefing en planningDe cardioloog logt in op een mixed reality-omgeving waar eenAI-assistent de caseload van de dag presenteert. AI heeft voorafrisicoprofielen gemaakt van alle patiënten op basis van digitaletwin-modellen; dit zijn virtuele kopieën van harten die continuworden bijgewerkt met data uit wearables, implanteerbaresensoren en het EPD. De cardioloog ziet meteen welke patiëntenextra monitoring of een fysieke interventie nodig hebben.–09:00 – Hybride spreekuurPatiënten komen deels fysiek, deels via holografische consulten.Slimme wearables en implantaten streamen realtime data van depatiënten, zoals hartritme, bloeddruk, zuurstofsaturatie. Decardioloog gebruikt een AI-co-pilot die tijdens het consultsuggesties doet: «Deze hartritmestoornis wijst waarschijnlijk opeen beginnende geleidingsstoornis. Behandelopties X en Y (zoalsbijvoorbeeld een pacemaker of medicatie) zijn passend.» Decardioloog beslist en stemt met de patiënt af.–10:00 – Interventie/operatieDe cardioloog heeft samen met de interventiecardioloog eendiagnose gesteld, namelijk een vernauwing in een van dekransslagaderen. Gezien de complexiteit van de vernauwingstemmen de cardioloog en de cardiochirurg een robot-geassisteerde hartoperatie af. De cardiochirurg opereert het hartmiddels een robot. AI volgt de procedure en detecteert de juisteplek van de omleiding. De cardioloog wordt na de ingreep via AImodellen en het EPD direct op de hoogte gesteld van deuitkomsten.–12:00 – Pauze & onderzoekTijdens de lunch checkt de cardioloog kort zijn digitale twin vande praktijkpopulatie: welke trends zien we in hartfalen, hyperten-sie of genetisch risico? Samen met onderzoekers bespreekt hijnieuwe behandelingen die door DNA studies en gepersonali-seerde medicijnen beschikbaar zijn.–13:00 – Preventieve zorg en populatie managementVia de zorg-app krijgt de huisarts meldingen van patiënten thuis:een oudere met beginnende decompensatie wordt directopgeschaald naar een thuismonitoring-programma. AI triageerthierbij: 80% kan door de huisarts/verpleegkundig specialist, ofdoor een digitaal programma worden opgevolgd, 20% moet doorde cardioloog zelf gezien worden. Dit verlaagt de werkdruk enfocust de cardioloog op de complexe gevallen. De cardioloogblijft eindverantwoordelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3543 –15:00 – Multidisciplinair overlegIn een virtuele vergaderruimte zitten cardiologen, neurologen ennefrologen bij elkaar. Ze bespreken patiënten via hun digitaletwins en besluiten samen over therapie-aanpassingen.–17:00 – AfsluitingAI genereert automatisch verslaglegging, inclusief adviezen enfollow-up. De cardioloog blijft eindverantwoordelijk en blijftnodig om te valideren en accorderen. Persoonlijk sluit decardioloog af met een VR-training, waarin een zeldzaam scenariogesimuleerd wordt, zoals een reanimatie bij een patiënt met eenpacemaker.In het toekomstbeeld van de cardioloog zien we dat deze in staat wordtgesteld om nauwkeuriger en sneller te werken dan nu mogelijk is, doordattechnologische innovaties ondersteunen bij het diagnosticeren, het makenvan analyses, het uitvoeren van ingrijpende handelingen en bij deverslaglegging.Deze toekomstbeelden heb ik gekozen om te laten zien wat de positieveimpact van innovaties kan zijn voor de 1,6 miljoen mensen die in zorg enwelzijn werken. Het potentieel kan echter alleen worden benut als dejuiste randvoorwaarden aanwezig zijn. Niet alleen technologisch, zoalseen goede data-infrastructuur, maar zeker ook in de beroepsuitoefeningzelf. Het «anders werken» met innovaties vergt veel van het aanpassings-vermogen van de professional en de organisatie.Niet alleen omdat nieuwe werkwijzen moeten worden aangeleerd, maarook omdat dat betekent dat afscheid wordt genomen van de al bestaandeen vertrouwde routines. Het is daarom van groot belang dat zij demeerwaarde van de innovaties ervaren én dat zij in het gebruik vaninnovaties worden gesteund.2. Arbeidsbesparing binnen het innovatiebeleid Gezondheid enZorg 2.1. Herijking Missiegedreven Innovatiebeleid en inzet regioadviseurs Sinds 2019 wordt in Nederland gewerkt aan een MissiegedrevenInnovatiebeleid (MIB), onder coördinatie van de Minister van Econo-mische Zaken (EZ). De kern van het MIB is dat verschillende partijenkennis, financiële middelen en innovatief vermogen, via publiek-privatesamenwerking inzetten om te komen tot innovaties die bijdragen aan hetbereiken van maatschappelijke doelen. De inzet van bedrijfsleven enonderwijsinstellingen zijn hierbij cruciaal. Onderdeel van het bredemissiegedreven beleid, is dat per sector een eigen Kennis- en Innovatie-agenda (KIA) is opgesteld. In de huidige KIA op het thema Gezondheid enZorg is de centrale missie om in 2040 alle mensen in Nederland tenminstevijf jaar langer in goede gezondheid te laten leven en de gezondheidsver-schillen tussen de laagste en hoogste sociaaleconomische groepen met30% af te laten nemen.2Vanaf dit najaar zijn wijzigingen doorgevoerd in het MIB-themaGezondheid en Zorg. Deze aanpassingen vloeien voort uit het brederebeleid van EZ om het industrie- en innovatiebeleid te vernieuwen en de2Er zijn vijf deelmissies die bijdragen aan het bereiken van deze centrale missies. Zie de Kennis-en Innovatieagenda 2024–2027, raadpleegbaar op: https://www.health-holland.com/nl/publications/useful-documents/kia.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3544 governance van het MIB te vereenvoudigen.3 De inzet binnen het MIB ombedrijvigheid te verbinden aan de maatschappelijke opgaven, blijft daarbijonveranderd. De inhoudelijk betrokken ministeries, zoals het Ministerievan VWS, hebben een grotere rol gekregen om regie te voeren op degeldende KIA’s. Health~Holland blijft hierbij een waardevolle partner vande Ministeries van VWS en van EZ. Deze nieuwe opzet is in lijn met hetAWTI-advies «In dienst van de toekomst» dat uw Kamer op 12 juni 2024heeft ontvangen en waarin de AWTI concrete aanbevelingen doet om eentransformatiegerichte aanpak in het onderzoeks- en innovatiebeleid inpraktijk te brengen.4 Over de doorontwikkeling van het MIB in relatie tothet industriebeleid wordt uw Kamer in een aparte brief van de Ministervan EZ geïnformeerd.Doordat het Ministerie van VWS vanaf nu de regierol binnen hetMIB-thema Gezondheid en Zorg op zich neemt, ben ik voornemens daarbijeen nauwere verbinding te leggen met de andere grote opgaven waar dezorg voor staat. Dat zal ik onder meer doen door «arbeidsbesparing» eendwarsdoorsnijdende thema binnen de MIB-opgaven te maken. Daarmeewordt gericht ingezet op innovaties die bijdragen aan het verminderenvan de druk op de arbeidsmarkt in de zorg. Arbeidsbesparing kan daarbijop verschillende manieren tot stand komen: door het voorkomen vanzorgvraag:1)via preventie en een verminderde ziektelast (arbeidsbesparendeeffecten);2)door substitutie door het vergroten van de zelfredzaamheid vancliënten; én3)door anders te werken met behulp van technologische en socialeinnovaties (arbeidsbesparend werken).Op deze wijze wordt ook via het MIB concreet bijgedragen aan dedoelstelling uit het AZWA om het dreigende personeelstekort in 2028 met100.000 mensen te verminderen en de zorg- en welzijnssector aantrek-kelijk te laten blijven om in te werken.5Om de potentie van arbeidsbesparende innovaties daadwerkelijk tebenutten, zet ik vanuit het Ministerie van VWS nadrukkelijk in oparbeidsbesparing in de regio’s. De regioadviseurs van het RegioteamArbeidsmarkt van het Ministerie van VWS ondersteunen regionalepartijen bij het agenderen en benutten van dergelijke innovaties. Insamenspraak met de regio verkennen zij waar innovaties naarverwachting een bijdrage kunnen leveren aan arbeidsbesparing. Zijbrengen in beeld waar samenwerking tussen zorg- en welzijnsorgani-saties, het onderwijs, bedrijven en kennisinstellingen kan wordenversterkt. Ook signaleren zij welke belemmeringen in de uitvoeringbestaan om te bezien hoe deze kunnen worden weggenomen. Op dezewijze krijgt de landelijke inzet op arbeidsbesparing concreet vervolg inregionale afspraken en initiatieven en wordt de kracht van de regio beterbenut.2.2. Kennis- en Innovatiesyntheses Om in de huidige periode van de KIA meer richting te geven aan deimplementatie en opschaling van innovaties, is aan ZonMw de opdrachtgegeven om in kaart te brengen welke veelbelovende innovaties zijn3In de brief van 17 oktober jl. bent u door de Minister van EZ geïnformeerd over de gerichteaanpak binnen het industriebeleid en het generieke beleid waarmee alle sectoren van deeconomie worden bediend (Kamerstukken II 2025/26 29 826, nr. 277).4Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24 33 009, nr. 145.5Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26 31 765, nr. 943.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3545 ontwikkeld die potentieel maatschappelijk en economisch impactvol zijn.Meer concreet houdt dat in dat ze bijdragen aan de deelmissies die gaanover «meer zorg in de eigen leefomgeving» en «meedoen en ertoe doenmet een ziekte of beperking». Het gaat hierbij zowel om een overzicht vanimpactvolle innovaties als ook om het lerend effect van succesverhalenvan innovaties. Uw Kamer ontvangt het rapport in de bijlage van dezebrief.6In 2026 zal ik ook laten inventariseren welke impactvolle innovaties in dekomende jaren bijdragen aan het bereiken van de deelmissies die zien op«het verbeteren van de leefstijl en leefomgeving», en bijdragen aan «hetverbeteren van de bescherming tegen gezondheidsdreigingen». Het gaathierbij zowel om een overzicht van impactvolle innovaties als ook om hetlerend effect van succesverhalen van innovaties. Daarbij zal ik bijzondereaandacht vragen voor het doorsnijdende thema arbeidsbesparendeeffecten.3. Wendbare en vaardige medewerkers in zorg en welzijn 3.1. Werken met innovatie: technologie als volwaardige zorgpartner Innovaties bereiken alleen hun volle potentie indien deze voorzien in eenbehoefte, veilig en kundig worden ingezet, en onderdeel zijn van eenaangepast proces van werken. Zoals in het AZWA aangegeven, hangt deeffectiviteit van anders werken met innovaties sterk af van de aanwe-zigheid en invulling van kritieke randvoorwaarden, zoals scholing entraining van personeel.7 Net als nu al het geval is bij de introductie vannieuwe technieken, technologieën en vaardigheden, zullen daarbij vragenopkomen en spanningen ontstaan over verantwoordelijkheden enpatiëntveiligheid. Het vraagt inspanningen van zowel de zorgorganisatiesals van de professionals om hier goed mee om te gaan. Het vraagt ombepaalde kennis en vaardigheden, maar ook de houding, ten aanzien vandigitalisering en het gebruik van medische technologie speelt een crucialerol. De adoptie hiervan gaat sneller als de noodzaak van het gebruik wordtingezien en het vertrouwen bestaat dat dit daadwerkelijk een meerwaardegaat hebben. De motivatie en veranderbereidheid van alle betrokkenpartijen ten aanzien van innovatieve toepassingen zijn essentieel voor eensuccesvolle inbedding.In het toekomstbeeld van de verpleegkundige in 2035 wordt duidelijk dateen relatief groot aandeel van de technologische innovaties die gerichtzijn op het verbeteren van zelfzorg of het ontlasten van de professionals inzorg en welzijn, een vorm van digitale of hybride zorg is. Werken metinnovaties betekent technologie als volwaardige «zorgpartner» zien. Ditbrengt specifieke uitdagingen mee om deze innovaties op een goede enveilige manier in te zetten. Bijvoorbeeld hoe slimme dispensers, diehelpen om medicijnen op tijd in te nemen, gebruikt moeten worden. Ofhoe sensoren rondom het bed en in de kamer die helpen om patiënten inde gaten te houden ingezet kunnen worden. Professionals in zorg enwelzijn zijn veelal geen technici, maar moeten wél technologisch vaardigen kritisch geletterd zijn. AI, domotica en monitoring worden integraalonderdeel van het dagelijks werk. Alle toekomstige professionals in zorgen welzijn zullen hiermee op de een of andere manier in aanraking komen.Het is van essentieel belang dat ze de juiste «innovatievaardigheden»6Naast deze selectie van veelbelovende innovaties, heeft ZonMw ook in kaart gebracht wat dekansen en barrières zijn voor het bereiken van de beoogde impact binnen deze deelmissies. UwKamer heeft dat rapport reeds als bijlage bij de «stand van zaken-brief» over medischetechnologie van 30 juni 2025 (Kamerstukken II 2024/25 32 805, nr. 188).7Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26 31 765, nr. 943, p. 12.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3546 hebben of (snel) kunnen ontwikkelen. Onderdeel hiervan is ookAI-geletterdheid.8 Het gaat dan onder andere om data juist interpreterenen wegen, technologie kritisch gebruiken en bij te sturen en herkennenwanneer technologie tekort schiet of onethisch wordt. Daarbij vind ik hetbelangrijk dat medewerkers in zorg en welzijn goed met elkaar in gesprekblijven over wat passend is in een situatie. Zo blijft bijvoorbeeld fysiekcontact mogelijk voor wie dat nodig heeft, is er ondersteuning voormensen voor wie digitale zorg lastig is, en kunnen anderen profiteren vande voordelen van digitale zorg. Over dit proces van «samen beslissen»zijn concrete afspraken gemaakt in het Integraal Zorgakkoord (IZA).Hieronder ga ik in op de verschillende manieren waarop ik ondersteuningzal bieden, zodat de professional in zorg en welzijn ook in 2035 goed enmet plezier het werk kan doen. In §3.2 ga ik eerst in op het belang van(inzicht in) een goed functionerend gezondheidsinformatiestelsel.Vervolgens benoem ik welke ondersteuning ik ga bieden om debenodigde digitale vaardigheden te laten ontwikkelen (§3.3), welkemaatregelen ik neem (met AZWA-partijen) om professionals voldoende tescholen voor het gebruik van innovaties (§3.4) en hoe ik wil bevorderendat dat deze vaardigheden worden geborgd in toekomstbestendigeberoepsprofielen, opleidingsprofielen en functieprofielen (§3.5). Ten slotteschets ik in §3.6 hoe ik beroepsgroepen wil helpen bij de impact die deinzet van AI heeft op de beroepsuitoefening.3.2. Een goed functionerend gezondheidsinformatiestelsel Een zeer groot aandeel van de innovaties die in de zorg op de mede-werkers af zal komen, heeft een digitale component. Daardoor is het vansteeds groter belang dat er gewerkt kan worden in een stelsel vandigitalisering, gegevensuitwisseling en dataopslag en -beschikbaarheidwaarmee zorgverleners (en burgers) op het juiste moment en op de juisteplek de gezondheidsinformatie hebben om goede zorg te verlenen. Eengoede samenwerking in de keten vergt gestandaardiseerde en veiligegegevensuitwisseling en interoperabiliteit. Investeren in infrastructuur enheldere afspraken over datastandaarden is daarbij onmisbaar. Hierover isuw Kamer in april in het kader van de Nationale Visie en Strategie (NVS)voor het gezondheidsinformatiestelsel9 nader geïnformeerd.In dit kader kan ik u melden dat ik een sociale impactanalyse van deeffecten van het gezondheidsinformatiestelsel (GIS) voor zorgverleners enburgers laat uitvoeren. Doel is om vanwege de complexiteit en langetermijn van de strategie, het draagvlak in de zorg en de maatschappij voordeze breed gedragen NVS vast te houden door het einddoel beterinzichtelijk te maken. Bijkomend biedt het onderzoek de mogelijkheid deimpact van de beschreven resultaten van de NVS op de zorgverlener ende burger te valideren en mogelijke blinde vlekken inzichtelijk te maken.3.3. Digitale vaardigheden Gezien de grote rol van digitale en hybride toepassingen in de zorg, is hetnoodzakelijk dat de professionals in zorg en welzijn de juiste «digivaardig-heden» hebben, passend bij hun functie en in lijn met de toekomstigeontwikkelingen. Sinds 2023 ondersteunt het Ministerie van VWS daaromde Coalitie Digivaardig in de Zorg om in de praktijk handen en voeten tegeven aan de ontwikkeling en verbetering van digitale vaardigheden vanprofessionals. De Coalitie voorziet in concrete ondersteuning voororganisaties en medewerkers in zorg en welzijn, onder andere door8Artikel 4 van de EU AI-verordening: wat betekent dit voor gemeenten? | CiviQs.9Kamerstukken II 2024/25 27 529, nr. 326.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3547 peer-to-peer methodiek met digicoaches en het ontwikkelen van leermid-delen. Het Ministerie van VWS draagt bij aan deze coalitie door middelvan cofinanciering voor 50%. De andere 50% van de financiering komtvanuit vijf branches, vertegenwoordigd door Stichting Sociaal FondsHuisartsenzorg, Stichting Arbeidsmarkt Gehandicaptenzorg, Nederlandseverenigingen van Ziekenhuizen, Nederlandse GGZ en AO VVT. Ik benvoornemens om in 2026 tot en met 2029 de cofinanciering van 50% aande Coalitie Digivaardig in de Zorg te continueren.Aan het werk binnen de Coalitie is vanuit VWS ook bijgedragen doormiddel van een onderzoek dat Hogeschool Windesheim in samenwerkingmet Deltion College en de Coalitie heeft verricht naar de digitale vaardig-heden van mbo-studenten in de zorg. U vindt dit onderzoek in de bijlage.De resultaten van dit onderzoek en de toolkit die daarbij is ontwikkeld,vormen een mooi aanknopingspunt om tijdens mbo-opleidingen in tezetten op de digitale vaardigheden van de beroepsgroep van morgen. Deresultaten van het onderzoek zijn onder meer verspreid via een onlinepresentatie en via de communicatiekanalen van de uitvoerders van hetonderzoek (Deltion College, Windesheim) en van de Coalitie Digivaardig inde Zorg.10Ik ben ook blij u te kunnen melden dat de Coalitie op 30 september jl. deresultaten heeft gepubliceerd van het «Tijdwinstonderzoek DigitaleVaardigheden in de Huisartsenzorg en Ouderenzorg». Dit onderzoek ismogelijk gemaakt door de Goldschmeding Foundation. De onderzochtecasussen laten zien dat er een groot potentieel is voor tijdsbesparing enstressreductie indien de medewerkers de juiste digivaardigheden hebben.Bij een werkweek van 32 uur besteden medewerkers die minder digitaalvaardig zijn wekelijks 2 tot 4 uur meer aan digitale handelingen dan hundigivaardige collega’s, vooral bij taken zoals het opstellen van teksten ene-mails en het werken in het digitale patiëntendossier».113.4. Leervermogen: opleiden en scholen Het is belangrijk dat medewerkers zich continu bekwamen in het goedleren omgaan met bestaande en innovatieve (complexe) medischetechnologie. Dit bevordert dat technologie veilig en effectief wordtgebruikt. Het voorkomt fouten, verlicht de werkdruk, maakt medewerkersin zorg en welzijn breed inzetbaar en kan personeelstekorten deelsopvangen. Zoals gezegd wordt hierbij een groot beroep gedaan op hetleervermogen van organisaties en medewerkers. De AZWA-partijenhebben in dat kader afgesproken dat onder meer wordt ingezet op hetleervermogen in organisaties. De focus van deze afspraak ligt op deopleiding en scholing van professionals, het zogenoemde leven langleren, eerst en vooral waar de tekorten het grootste zijn en waar debeweging naar de voorkant om vraagt. Concreet is afgesproken dat zorg-en welzijnsaanbieders samen met het onderwijs regionale afsprakenmaken hoe actuele thema’s, zoals technologie en digitalisering, beterkunnen landen in de opleidingen. Zo zijn er afspraken gemaakt om derandvoorwaarden te verbeteren voor de inzet van arbeidsbesparendemedische technologie en de lerende omgeving te versterken.12 Daarnaastwordt in 2026 een deel van de AZWA-opleidingsmiddelen ingezet voor debij- en nascholing van zorg- en welzijnsmedewerkers op het gebied vantechnologie.10Zie o.a. https://www.digivaardigindezorg.nl/toolkit-digivaardigheid-in-het-zorgonderwijs/.11Opdracht uitgevoerd door ZorgFocuz en te raadplegen via https://www.digivaardigindezorg.nl/tijdwinstonderzoek-digitale-vaardigheden-in-de-zorg/.12Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26 31 765, nr. 943, afspraken B2 en B3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3548 In 2026 zal ik ook laten onderzoeken welke zorgopleidingen, zorgberoepenen werkgevers (zorginstellingen, thuiszorgorganisaties, eerstelijnscentra)het meeste baat hebben bij aanvullende ondersteuning bij het gebruik vannieuwe medische technologie. Gedurende de loop van het AZWA wordenper sector door de AZWA-partijen innovaties geselecteerd die bijdragenaan arbeidsbesparing, werkplezier of arbeidsproductiviteit voor verdereopschaling. Afhankelijk van kwaliteit van de innovaties en het beschikbarebudget committeren AZWA-partijen zich eraan dat hun leden dezeinnovaties implementeren.3.5. Borging van vaardigheden in profielen Het is belangrijk dat tijdens de opleidingen én in het werk aandacht aan dedigitalisering en het innovatieve werken in zorg en welzijn wordt besteed.Daarom is hierover met het veld in het IZA afgesproken dat competentiesvan zorgprofessionals aansluiten bij de zorgvraagontwikkeling en hetanders werken in de zorg. Hiervoor moeten beroepsprofielen, opleidings-profielen en functieprofielen toekomstbestendig worden gemaakt. V&VNdoet dit momenteel voor de beroepsprofielen voor verpleegkundigen enverzorgenden en UMCNL werkt aan één uniform functiegebouw voor allezeven umc’s. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met debenodigde digitale en medtech-vaardigheden van medewerkers in zorg,onderwijs en onderzoek. Ook FWG Progressional People en de CoalitieDigivaardig hebben functieprofielen ontwikkeld met digitale vaardig-heden. Het is nu aan aanbieders in zorg en welzijn om dit te integreren.In 2026 bevorder ik de borging van de juiste vaardigheden, door in beeldte laten brengen hoe digitale vaardigheden, medtech-vaardigheden enAI-geletterdheid nu een plaats hebben in de verschillende profielen.Daarbij wil ik ook een concrete toolkit laten ontwikkelen voor hetverwerken van vaardigheden in de profielen, inclusief handvatten om ditte borgen in werving en selectie, onboarding, én ontwikkeling vanprofessionals.3.6. Inzet van Artificial Intelligence en kwaliteit van de zorgverlening Ook in 2035 staat het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van deberoepsuitoefening en het beschermen van de patiënt tegen ondeskundigen onzorgvuldig handelen door zorgprofessionals centraal. Ik vind hetbelangrijk dat er ook in de toekomst voldoende duidelijkheid blijft over diegewijzigde verantwoordelijkheden, vaardigheden én de morele dilemma’sdie ontstaan in relatie tot de patiëntveiligheid. Om een voorbeeld tenoemen: de inzet van AI door beroepsbeoefenaren kan het werk gemakke-lijker maken, maar het gebruik van beslissingsondersteunendeAI-systemen ontslaat de professional niet van een verantwoordelijkheidom zelf een oordeel te vormen. Er rijzen dan ook vragen over hoe dieverantwoordelijkheid verschuift of anders wordt ingekleurd. En over wathet genereren en gebruiken van data betekent voor de privacy van depatiënt en het medisch beroepsgeheim. Al met al verwacht ik in detoekomst een vernieuwd deskundigheidsprofiel van onze professionals inzorg en welzijn, waarbij de vereiste deskundigheid zich zal verbreden naardigitale vaardigheden en het ethisch en kritisch denken. Dat betekent datrichtlijnen en protocollen zo aangepast worden dat deze nog steedsconcrete en praktische handvatten bieden. Bijvoorbeeld waar het gaat omhet inschatten van risico’s, zoals het herkennen van bias in algoritmen ofhet beoordelen van data op veiligheid en menselijkheid. Omgaan metdergelijke thema’s rondom AI-geletterdheid zullen, zoals gemeld in mijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3549 brief 6 oktober jl., ook aan bod komen in het programma Realisatie AI inde zorg.13Ik ben voornemens om in 2026 bij de beroepen met een beschermdeberoepstitel, dit zijn de zogenoemde basisberoepen zoals opgenomen inartikel 3 van de Wet beroepen in de individuele beroepsuitoefening (WetBIG),14 te onderzoeken wat de impact is van de inzet van AI in deberoepsuitoefening. Ik wil daarbij onder meer inzoomen op het effect vandeze inzet op het mogelijk verschuiven van taken en op de kwaliteit van dezorgverlening. De hierboven genoemde punten van verantwoordelijkheid,risico’s en ethische dilemma’s zal ik in dit onderzoek meenemen. Daarbijwil ik ook meer inzicht krijgen in de ervaringen, kansen en uitdagingenbinnen de beroepsgroepen en hoe de beroepsorganisaties hun eigenberoepsgroep voorbereiden op 2035.4. Monitoring 4.1. Monitoring van ervaringen professionals Met de Monitor Digitale Zorg volgt het RIVM de ontwikkeling van digitalezorg (ook e-health genoemd) in de zorg. Elk jaar worden cijfers verzameldover het gebruik en ervaringen van zorggebruikers en zorgverleners. Uitdeze monitor blijkt dat zorgverleners gematigd positief zijn over deinvloed van e-helthtoepassingen op hun werkdruk en werkplezier. In 2024is dit beeld onder huisartsen, medisch specialisten en verpleegkundigennagenoeg gelijk gebleven of iets positiever dan in 2023 het geval was.Voor verpleegkundigen is daarnaast ook gevraagd naar de ervaringen metzorgrobots, toezichthoudende technologie en digitale medicatieonder-steuning. Een meerderheid van hen ervaart deze toepassingen als positiefvoor werkdruk en werkplezier.15 Niet alleen omdat het tijd bespaart, maarook doordat er meer ruimte ontstaat voor persoonlijke aandacht enprofessioneel handelen. Ik verwacht dat het RIVM op korte termijn eenkwalitatieve verdieping aan mij zal toezenden die is gericht op de inzetvan digitale zorg in de ouderenzorg, wijkverpleging en gehandicap-tenzorg. Het doel is om kansen en mogelijkheden voor verdere digitali-sering binnen deze sectoren in kaart te brengen. Deze verdieping van hetRIVM biedt handvatten om de Monitor Digitale Zorg verder te ontwik-kelen, bijvoorbeeld door bestaande vragenlijsten breder uit te zetten ofbeter aan te sluiten bij specifieke beroepsgroepen of een thema alsarbeids-/tijdbesparing.Naast de Monitor Digitale Zorg wordt ook in het kader van het onder-zoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) aan werkgevers enwerknemers gevraagd naar de inzet van technologie en de invloed op hetwerk en de werkbeleving. Hiertoe worden tweemaal per jaar enquêtesuitgezet binnen verschillende branches in zorg en welzijn.16 Dit onderzoekheeft het AZW in september van dit jaar verrijkt met kwantitatiefonderzoek naar de ervaringen van zorg- en welzijnsprofessionals mettechnologie op de werkvloer17. Het onderzoek benadrukt dat de sleutel totsucces niet ligt in de technologie zelf, maar in de manier waarop dezewordt ingevoerd, ondersteund en verbonden met de dagelijkse praktijk.13Kamerstukken II 2025/2026, 27 529, nr. 350.14arts, tandarts, apotheker, PA, verloskundige, verpleegkundige, klinisch technoloog, fysiothe-rapeut, orthopedagoog-generalist, psychotherapeut, gezondheidszorgpsycholoog.15https://www.rivm.nl/digitalezorg/monitor.16In het voorjaar van 2025 gaf 67% van de ondervraagde werkgevers aan de afgelopen 12maanden een vorm van nieuwe technologie of innovatie te hebben voorbereid of ingevoerd.Zie Dashboard Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW).17https://www.azwinfo.nl/longread/technologie-in-zorg-en-welzijn-van-hindernis-naar-hulp.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 35410 4.2. Implementatie en opschaling van digitale en hybride innovaties Om te zorgen dat digitale en hybride innovaties daadwerkelijk hun wegvinden naar de werkvloer, heeft het kabinet ook in 2025 partijen demogelijkheid geboden om subsidie aan te vragen vanuit de Stimulerings-regeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ). De STOZ isgericht op het bieden van ondersteuning bij het gebruik van digitale enhybride processen om zorg- en ondersteuningsmedewerkers substantieelminder in te zetten (arbeidsverlichting), of mensen langer thuis te latenwonen. Het is één van de instrumenten om de implementatie enopschaling van digitale en hybride ondersteuning van gezondheid, zorgen welzijn te versnellen in de periode tot eind 2028. Hierover zijn in hetIZA en recent ook in het AZWA en Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorgaanvullende afspraken gemaakt om deze transformatieve beweging teversnellen. Daarbij is digitale en hybride ondersteuning van gezondheid,zorg en welzijn geen doel op zich. Het moet bijdragen aan de toeganke-lijkheid van zorg door vermindering van de krapte op de arbeidsproducti-viteit, het bieden van passende zorg, en het organiseren van de (zelf)zorgin de nabijheid van de patiënt (thuis en digitaal als het kan).De STOZ-regeling was aan te vragen voor drie routes die ieder zien opondersteuning in verschillende fasen van inbedding van innovaties:1) «strategievorming» om te komen tot een gedragen strategie ofimplementatieplan over de inzet van digitale of hybride processen vanzorg of ondersteuning (maximaal € 25.000 subsidie), 2) «evaluatie» omeen oordeel te vormen over de waarde van de in te passen innovatie, en3) «opschaling» voor de situaties waarin een digitale of hybride processenal aangetoonde meerwaarde heeft en klaar is voor implementatie opgrotere schaal (maximaal € 750.000 subsidie per project).Tot 30 september jl. konden partijen in de tweede ronde van de STOZ eensubsidie aanvragen voor het opstarten van projecten. Voor aanvragen in2025 geldt een subsidieplafond van € 54 miljoen. Dat plafond zal naarverwachting worden bereikt, aangezien de Rijksdienst voor OndernemendNederland (RVO) bijna 1.300 aanvragen heeft ontvangen voor eentotaalbedrag van € 124 miljoen. De RVO werkt momenteel hard aan hetverwerken van de aanvragen en hanteert daarbij het principe van «firstcome, first serve». Ik zal met de RVO bezien welke inzichten zijn op tehalen over de arbeidsbesparende effecten van de projecten die metbehulp van de STOZ gaan starten of al zijn gestart.4.3. Inzicht in arbeidsbesparing van innovaties Om goed doel- en missiegericht te innoveren, is het nodig om(doorlopend) inzicht te hebben in de effecten van de innovaties die in depraktijk worden gebracht. De effecten van innovaties op arbeidsbesparingworden nu versnipperd in kaart gebracht, waarbij de monitoring vooral isgericht op ervaringen van professionals in plaats van op bredere enobjectieve indicatoren die zicht geven op gedragsveranderingen bij hetgebruik van innovaties in de zorg en welzijn. Zo biedt de hierbovengenoemde Monitor Digitale Zorg, die het bevorderen van de zorg in deeigen leefomgeving, een indruk van de ervaren arbeidsverlichting doore-health bij enkele beroepsgroepen. In het licht van de afspraak in het IZAom waar dat kan, meer zorg en ondersteuning digitaal aan te bieden,biedt de deelmonitor «Naar meer Hybride zorg» inzicht in de stand vanzaken van de beweging naar meer hybride zorg.18 Meer inzicht is echternodig om innovaties gericht te kunnen inzetten (weten wat werkt) en omte zien waar professionals ondersteuning nodig hebben en een18Kamerstukken II 2024/25 31 765, nr. 941.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 35411 meerwaarde zien. Ik zal daarom verkennen op welke wijze de impact vantechnologische toepassingen op de werkdruk en personeelsinzet beterzichtbaar kan worden gemaakt. Bijvoorbeeld door het analyseren vanroosterdata om te zien of bijvoorbeeld digitale triage, telemonitoring ofautomatische rapportages daadwerkelijk leiden tot kortere diensten,efficiëntere taakverdeling of verminderde inzet van (over)uren. Deze inzetgeldt als aanvulling op de bestaande mogelijkheden om de uitkomstenvan het arbeidsmarktprognosemodel te betrekken bij de monitoring vanhet terugdringen van het arbeidsmarkttekort. Ook is het een aanvulling opde zelfevaluatietools die partijen in het kader van de AZWA-afsprakenhanteren om inzicht te geven in aard en omvang van de tijdbesparingdoor inzet van AI. Ik verwacht u in de loop van 2026 nader te kunneninformeren over deze verkenning.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.A. BruijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 35412

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 22669581fabf27d8

14 okt 2026 · 5b16a2d4cf2f0276

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.