WODC-rapport "Internationaal vergelijkend onderzoek professioneel verschoningsrecht.”
Brontekst
Versie ec7e676f1435c634 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1003 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 december 2025Hierbij bied ik uw Kamer het WODC-rapport «Internationaal vergelijkendonderzoek professioneel verschoningsrecht» aan. Dit onderzoek isuitgevoerd in opdracht van de afdeling Extern WetenschappelijkeBetrekkingen (EWB) van het WODC, door een onderzoeksteam van deErasmus Universiteit (Erasmus School of Law), bestaande uit J.S. Nan,P.A.M. Mevis, N.L. Holvast en P.A.M. Verrest. Dit rapport is ontvangen op28 oktober 2025 en zal openbaar worden gemaakt op 8 december 2025.Namens het ministerie dank ik het voltallige onderzoeksteam en hetWODC voor het verrichte onderzoek en de uiteenzetting van bevindingen.Het functioneel verschoningsrecht is een fundamenteel rechtsbeginsel inons rechtssysteem en draagt bij aan de waarde van het rechtsbestel. Aandit verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belangdat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor hetmaatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees vooropenbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies tot deverschoningsgerechtigde moet kunnen wenden. Advocaten en notarissenhebben bijvoorbeeld functioneel verschoningsrecht. Het waarborgt datcliënten vrijelijk met hun advocaat of notaris kunnen communicerenzonder dat zij bang hoeven te zijn dat de inhoud van deze communicatielater tegen hen wordt gebruikt. Het stelt advocaten en notarissen alszodanig in staat hun juridische adviesrol adequaat uit te voeren. Hetwaarborgen van het verschoningsrecht kan in de praktijk echter ook opgespannen voet komen te staan met het maatschappelijk belang vaneffectieve strafrechtelijke rechtshandhaving door opsporing, vervolgingen berechting van strafbare feiten. In het onderzoeksrapport wordt inzichtgeboden hoe Nederland en verschillende andere landen van de Raad vanEuropa (Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Engeland en Wales) omgaanmet de afweging tussen de belangen van vertrouwelijkheid, de geheim-houdingsplicht en het verschoningsrecht enerzijds en de praktijk van kst-29279-1003ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10031 handhaving, opsporing en vervolging anderzijds. Het onderzoek beoogtinspiratie en praktische handvatten te bieden.Uit het rechtsvergelijkende onderzoek komt naar voren dat de manierwaarop het functioneel verschoningsrecht juridisch is vormgegeven en inde praktijk wordt toegepast, per rechtssysteem verschilt en dat brengt inelk systeem eigen knelpunten met zich mee. Door deze procedurelevariatie liggen de problemen in elk onderzocht rechtssysteem op andereplekken. Toch blijkt dat er in alle rechtssystemen enkele overkoepelendeuitdagingen spelen. Die hebben te maken met de complexe afwegingtussen enerzijds het belang van vertrouwelijkheid en anderzijds denoodzaak van een effectieve opsporing, vervolging en berechting. Zowordt in alle stelsels geworsteld met het op een behapbare wijze omgaanmet verschoningsgerechtigd materiaal in grote hoeveelheden vergaardedata. In het onderzoek worden enkele concrete punten ter inspiratiegeformuleerd. Enkele voorbeelden hiervan zijn:1.Versterk de verantwoordelijkheid van de geheimhouder in hetfilteringsproces, door deze de vertrouwelijke communicatie endocumenten beter herkenbaar te maken in zijn eigen dossiers.2.Hervorm het filteringsproces. Als voorbeeld wordt genoemd hetinstellen van onafhankelijke filterfunctionarissen of geautomatiseerdetools, die de eerste filtering van data verrichten om te bepalen of ersprake is van stukken, die onder het verschoningsrecht vallen.3.Definieer de reikwijdte van het verschoningsrecht verder metobjectieve criteria, zodat de kern van vertrouwelijkheid gewaarborgdblijft en de geheimhouders en opsporing profiteren van meervoorspelbaarheid, wat zal leiden tot efficiëntie en minder procedurelevertragingen.Na het bestuderen van het rapport en de aanbevelingen zie ik momenteelgeen aanleiding voor een separate inhoudelijke reactie aan uw Kamer.Wel heb ik geconcludeerd dat de uitkomsten van het onderzoekraakvlakken vertonen met reeds lopende wetswijzigingen. Ik wijs in deeerste plaats op het in voorbereiding zijnde wetsvoorstel voor de tweedeaanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering. In het kadervan dat wetsvoorstel wordt zoals eerder is aangekondigd1 bezien opwelke punten de regeling van het functioneel verschoningsrecht zoalsopgenomen in de eerste vaststellingswet van het nieuwe Wetboek vanStrafvordering meer in overeenstemming moet worden gebracht metrecente jurisprudentie. De resultaten uit het WODC-onderzoek zullen voorzover zij betrekking hebben op strafvorderlijke wetgeving daarbij wordenbetrokken. Verder noem ik ook de wetswijzigingen in het kader van deimplementatie van het nieuwe AML-pakket en de wijziging van deSanctiewet. Indien de implementatieprocedure daar nader aanleiding toegeeft, zal de inhoud van het rapport tevens bij dit traject wordenbetrokken.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. Rutte1Kamerstukken II 2023/24, 36 327, nr. 11, p. 266–267.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10032
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.