KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 mei 2026

3 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 05d61086552979df · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3430 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL ENONTWIKKELINGSSAMENWERKING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juni 2026Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken Handelvan 22 mei 2026.De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,S.W. Sjoerdsma kst-21501-02-3430ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34301 VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN HANDEL VAN 22 MEI2026 IntroductieOp vrijdag 22 mei jl. vond, onder Cypriotisch voorzitterschap, de RaadBuitenlandse Zaken Handel (hierna: Raad) plaats in Brussel. Tijdens deplenaire vergadering van de Raad werd gesproken over de impact van desituatie in het Midden-Oosten op handel en over de resultaten enopvolging van de 14e Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorga-nisatie (WTO MC14). Tijdens de lunch werd van gedachten gewisseld overde implementatie van handelsakkoorden met derde landen en de standvan zaken van lopende onderhandelingen over nieuwe akkoorden.Hieronder wordt ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, waarnaonder het kopje Overig de stand van zaken van enkele moties entoezeggingen wordt behandeld.Economische veiligheid: De impact van de situatie in het Midden-Oosten op handelDe Europese Commissie (hierna: Commissie) schetste de economischekwetsbaarheden als gevolg van de sluiting van de Straat van Hormuz. Metname de verstoring van de toelevering van kritieke grondstoffen werdbenadrukt, alsmede de risico’s voor verwerkende sectoren. Ook werdingegaan op het risico van een mogelijke versterking van de positie vanRusland als gevolg van dit conflict. Nederland onderschreef dezeprobleemstelling, en benadrukte dat heropening van de Straat vanHormuz essentieel is, mede in het belang van lage-inkomenslanden diebijzonder kwetsbaar zijn voor verstoringen in de toelevering van brandstofen kunstmest. Onder de lidstaten was brede steun voor een drieledigeaanpak, te weten inzetten op diversificatie, het sneller afsluiten vanhandelsakkoorden en versterking van de industrie van de Europese Unie(EU). Tenslotte riep de Commissie op met bedrijven binnen de EU ingesprek te gaan om de-risking te integreren in hun bedrijfsstrategie.Onder dit agendapunt werd ook ingegaan op de situatie in de Gazastrooken de Westelijke Jordaanoever. Het kabinet heeft in deze Raad wederomonderstreept dat Israël van koers moet veranderen en dat de door deCommissie voorgestelde EU-maatregelen richting Israël middelen tot eendoel zijn, en geen doel op zichzelf. Op dit moment ontbreekt het draagvlakonder EU-lidstaten voor de door de Commissie voorgestelde maatregelen.Het kabinet zal zich in lijn met relevante moties en toezeggingen aan hetparlement blijven inzetten voor het vergroten van dit draagvlak, ook inbilaterale contacten met EU-lidstaten. In dat kader heeft het kabinet tijdensde Raad het belang benadrukt van een voortzetting van de discussie overhet Commissievoorstel voor een gedeeltelijke opschorting van hethandelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord. Tevens heeft het kabinetopnieuw gepleit voor handelspolitieke maatregelen tegen de onrecht-matige nederzettingen in de bezette gebieden.14e Ministeriële Conferentie Wereldhandelsorganisatie (WTOMC14)De Commissie reflecteerde op de 14e Ministeriële Conferentie van deWTO, die van 26 tot en met 30 maart 2026 plaatsvond in Kameroen. DeCommissie concludeerde dat het resultaat teleurstellend was, vooraltegen de achtergrond van de druk die momenteel op het voortbestaan vanhet multilaterale handelssysteem ligt. De Commissie benoemde metname als teleurstellend het uitblijven van resultaten rond WTO hervor-mingen en het zogenaamde e-commerce moratorium. In lijn met deoproep van de Raad, waaronder vanuit Nederland, bevestigde deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34302 Commissie dat vanuit de EU de komende tijd verdere toenadering zalworden gezocht met gelijkgezinde landen voor inhoudelijke samen-werking op WTO hervormingen. De Commissie gaf aan dat daarbij hetEuropese paper over WTO hervormingen, dat in de aanloop naar MC14werd gedeeld in WTO verband, leidend zal blijven.1 Deze inzet kon opsteun rekenen van de lidstaten.Ook Nederland gaf aan de inzet van de Commissie te steunen en vroegdaarbij nadrukkelijk aandacht voor het thema van een mondiaal gelijkspeelveld tussen industriële sectoren van landen. Daarbij riep Nederlandde Commissie op om een meer leidende rol te nemen binnen de WTO. Totslot benadrukte Nederland ook de pragmatische inzet om in de komendetijd meer gebruik te maken van plurilaterale samenwerking in en rond deWTO, om zodoende toch tot resultaten te komen op onderwerpen die zichdaarvoor lenen.Lunch implementatie handelsakkoordenDe Commissie benoemde de recente successen in bilaterale onderhande-lingen, waaronder de afronding van onderhandelingen met Australië enIndia en de ondertekening van het gemoderniseerde akkoord met Mexicoop de dag van de Raad. De Commissie riep de lidstaten op te kijken naarmogelijkheden voor versnelling van procedures voor de goedkeuring vanakkoorden aan EU-zijde. Nederland gaf net als de meeste lidstaten aanhier constructief tegenover te staan.Ten aanzien van de lopende onderhandelingen met de VerenigdeArabische Emiraten (VAE) gaf de Commissie aan dat de voortgang beperktis. Wat betreft het mogelijk starten van onderhandelingen met de GulfCooperation Council (GCC), gaf de Commissie aan te wachten op eenreactie van de GCC-landen. Nederland riep de Commissie op om deonderhandelingen met de VAE ook te gebruiken om andere zorgen teadresseren, zoals de rol van de VAE in de oorlog in Soedan, conform demotie Van Baarle c.s.2Ten aanzien van de EU-VS handelsrelatie verwelkomde Nederland deinhoudelijke afronding van de triloog over de implementatie aan EU-zijdevan de Turnberry-deal. Nederland gaf aan graag te zien dat de laatstestappen in het EU besluitvormingsproces nu snel gezet worden. Daarmeeis ook de motie van de leden Hoogeveen en Verkuijlen3 ingevuld. Tegelijkwees Nederland erop dat de Commissie erop moet toezien dat ook de VSzich aan de Turnberry-deal houdt, waaronder op het punt van de staal enaluminium derivaten.In het kader van de aanname van de herziening van de verordening overhet Algemeen Preferentieel Stelsel heeft Nederland conform de motie vande leden Hoogeveen en Bamenga4 de Europese Commissie opgeroepenoog te blijven houden voor non-tarifaire belemmeringen die ontwikke-lingslanden met de EU ervaren. Nederland benadrukte daarbij het belangvan het continueren van EU technische en financiële ondersteuning aanontwikkelingslanden om te zorgen dat die landen de capaciteit hebben omte kunnen voldoen aan EU-standaarden voor markttoegang. De motie isdaarmee ingevuld.1Communicatie van de Europese Unie bij de Wereldhandelsorganisatie (21 januari 2026), EUSubmission on WTO Reform, WT/GC/W/986.2Kamerstuk II, 2025/26, 36 180, nr. 2093Kamerstuk II, 2025/26, 21 501-02, nr. 34154Kamerstuk II, 2025/26, 21 501-04, nr. 294Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34303 OverigF-35 herbeoordelingOp 14 november 2025 is de Kamer per brief5 geïnformeerd dat de Staatder Nederlanden heeft besloten om over te gaan tot een volgendeherbeoordeling van de uit- en doorvoer van F-35 onderdelen vanuitNederland naar Israël binnen zes maanden na de initiële herbeoordelingdie op 13 november 2025 was uitgevoerd. Deze initiële herbeoordelingwas uitgevoerd nadat de Hoge Raad op 3 oktober 2025 de Staat hadbevolen om de uit- en doorvoer van F-35-onderdelen naar Israël opnieuwte beoordelen. De volgende herbeoordeling is medio mei 2026 uitgevoerdaan de hand van de op dat moment geldende omstandigheden. Hetkabinet heeft op grond hiervan besloten de uitsluiting van Israël alseindbestemming voor de algemene vergunning NL009 te handhaven. Eenvolgende herbeoordeling vindt binnen zes maanden plaats.Motie van de leden Dobbe, Van Baarle, Ceder en Kröger over zich blijvendinspannen voor een wapenembargo voor heel Soedan 6.Op de dag van de Raad Buitenlandse Zaken van 21 april jl. werd eenEU-verklaring uitgebracht, waarin de EU de strijdende partijen in Soedanopriep tot een staakt-het-vuren en externe actoren opriep te stoppen methun steun voor het conflict. Conform motie Dobbe c.s. blijft het kabinetzich inzetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdendepartijen in Soedan te stoppen. Wat betreft het eigen wapenexportbeleidtoetst het kabinet alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militairegoederen per geval en zorgvuldig conform het EU GemeenschappelijkStandpunt inzake wapenexportcontrole (2008/944/GBVB), met onderandere specifieke aandacht voor het risico op omleiding van de goederennaar ongewenste eindgebruikers. Daarbij wordt ook zorgvuldig gekekennaar het eventuele risico op omleiding naar Soedan. In dit kader heeft hetkabinet herhaaldelijk gepleit voor intensievere informatie-uitwisselingtussen lidstaten over het omleidingsrisico. Daarnaast heeft Nederlandmeermaals gepleit voor het uitbreiden van het VN-wapenembargo opDarfoer naar heel Soedan in EU-verband en in andere internationaleoverleggen, waaronder de Coalition for Atrocity Prevention and Justice inSudan.5Kamerstuk II, 2025/26, 22 054, nr. 4696Kamerstuk II, 2025/26, 21 501-02, nr. 3404Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34304

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 86ced8a3a26abdf3

14 okt 2026 · 1e188c8a834188de

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.