KamerkringInloggen
Sjoerd Sjoerdsma

Officieel Kamerprofiel

Sjoerd Sjoerdsma

24debatten
501bijdragen
12interrupties
119.463woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: D66 (2012-09-20–2023-12-05) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Voorzitter, dank. Uiteraard ook dank aan de Kamerleden voor de gestelde vragen. Misschien even ter structurering: ik zal een korte algemene inleiding doen, dan China, dan de VS, dan handelsakkoorden, inclusief instrumentarium, dan afhankelijkheden, dan imvo en daarna nog overige gestelde vragen. Voorzitter. Ik denk dat het heel goed is dat wij vandaag praten over het handelsdeel van de BHOS-begroting. Sommigen van u hebben eraan gerefereerd: een derde van het inkomen is afhankelijk van handel. Het is een enorme kracht die Nederland heeft. Het is een van de belangrijkste redenen waarom Nederland de achttiende economie van de wereld is en waarom wij meedraaien met de economische top. Dat is natuurlijk voor een heel groot deel te danken aan al die Nederlandse ondernemers die je overal ter wereld vindt. Laten we dat ook helder hebben. Een van de mooiste verschijnselen, die ik ook weer in deze baan heb mogen zien, is dat waar ter wereld je ook komt, er geen plek te gek, te gevaarlijk of te ingewikkeld is of je vindt er een Nederlandse ondernemer die denkt: ik zie hier toch een kans; laat ik ervoor gaan. Dat is één. Twee. Enkelen van u hebben gesproken over het doel van handelen, laat ik het zo zeggen. Zeker in deze tijden … De meesten van u hebben het aangeraakt: de tijden zijn veel geopolitieker geworden dan ze waren. Dat betekent dat handel daar ook onder lijdt. Laten we daar ook helder over zijn. "Weaponise" is een Engels woord, maar laten we zeggen: het gebruiken van toeleveringsketens en het inzetten van extraterritoriale maatregelen maken dat handelen in deze wereld niet meer zo eenvoudig is als het was. Het was natuurlijk al nooit heel eenvoudig, want over de grens zie je verschillende standaarden en verschillende soorten regelgeving, maar je merkt in toenemende mate dat het ingewikkeld is. Handel heeft een doel op zich, namelijk dat je aan je verdienvermogen werkt en banen creëert. Dat is ongelofelijk belangrijk. Daarnaast zien we in deze geopolitieke tijd dat handelsverdragen en andere zaken goed in te zetten zijn en ook goed ingezet worden om doelstellingen te behalen die daaromheen van groot belang zijn. Ik zal daar straks wat uitgebreider op terugkomen. Je ziet dat handel inderdaad steeds politieker en dus ook onvoorspelbaarder wordt. Misschien toch, voordat ik de blokjes afga: aan de VS-kant zien we dat een van onze belangrijkste handelspartners onvoorspelbaar is geworden op het gebied van heffingen. Ik denk dat de meeste Nederlandse bedrijven nog wel concurrerend kunnen omgaan met het feit dat heffingen worden ingesteld, maar het feit dat die heffingen zo onvoorspelbaar zijn en soms van dag tot dag lijken te veranderen, maakt het voor hen echt wel lastig. Dat zie je meteen terug in de cijfers. We zagen de exportcijfers van afgelopen jaar. De hoeveelheid export naar de Verenigde Staten is gedaald met 4 miljard, terwijl ons algehele exportcijfer is gegroeid. Dat zegt veel. Dat is natuurlijk teleurstellend, omdat het kansen voor ons bedrijfsleven, maar ook kansen voor de versterking van de samenwerking met de Verenigde Staten, helaas ondermijnt. Aan de andere kant — diversen van u hebben daar ook op gewezen — zien wij China, dat aan de ene kant enorm concurrerend is, natuurlijk ook dankzij de enorme bevolkingsomvang die het heeft, en aan de andere kant vanwege oneerlijke concurrentie in de vorm van staatssteun, staatssubsidies, overcapaciteit kan exporteren, die vervolgens verwoestend uitpakt voor bepaalde sectoren van niet alleen de Europese economie, maar ook elders. Ik zal daar later iets langer bij stilstaan. Dat maakt het ongelofelijk belangrijk dat Nederland en de Europese Unie een aantal zaken doen. De eerste — bijna iedereen van u heeft dat genoemd — is de diversificatie van onze handelsrelaties en zo snel mogelijk zo veel mogelijk handelsverdragen sluiten. Dat is ongelofelijk belangrijk. De tweede —een aantal van u zijn daar ook op ingegaan — is afhankelijkheden en onze kwetsbare positie zo veel mogelijk afbouwen, natuurlijk met realisme, omdat je, als je kwetsbaar bent, ook chanteerbaar bent, tussen aanhalingstekens. Dat is ook niet goed voor je economische positie. Dat brengt me, zeker niet last but least, bij een van de beantwoordingsblokjes. Dat maakt dat dit kabinet maatschappelijk verantwoord ondernemen zo belangrijk vindt, vanuit het oogpunt van mens en milieu, maar ook vanuit het oogpunt van de weerbaarheid. Als onze bedrijven goed weten hoe ketens in elkaar zitten, dan zijn ze ook weerbaarder tegen schokken en tegen maatregelen van anderen. Dan zijn ze er beter op toegerust om hun bedrijfsmodel en hun verdienmodel in stand te houden. Voorzitter. Dat brengt me ook — ik doe dit toch even in de inleiding, want ik wilde er geen apart kopje van maken — bij het pleidooi van de heer Hoogeveen over de regeldruk die hiermee samenhangt. Ook anderen spraken daar kort over. Laat ik in algemene zin zeggen dat het kabinet het aanpakken van regeldruk en de noodzaak tot vermindering daarvan deelt. Ik zou ook graag naar het coalitieakkoord van dit kabinet verwijzen. Het ministerie van Economische Zaken heeft de coördinatie om regels te schrappen, minimaal 500 per jaar. Dat zijn echt belangrijke en ambitieuze regelreductietargets per ministerie. Volgens mij is er deze maand een debat tussen de Kamer en het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Binnenlandse Zaken over deze agenda. Ik denk dat dat een belangrijk moment is om een aantal van de punten die de heer Hoogeveen hier heeft gemaakt ook daar te maken, want ik moet ook opmerken dat dit ministerie aan onze kant slechts beperkte wet- en regelgeving kent. Het merendeel van die regels die worden genoemd, liggen natuurlijk ook bij andere departementen. Dat laat onverlet dat we kritisch moeten kijken naar de regeldruk van dit departement. Daarbij moet ik wel het volgende zeggen. De CSDDD is bijvoorbeeld nog geen bestaande wetgeving. Bij de implementatie van deze richtlijn wordt zeer scherp gekeken naar regeldruk. Hetzelfde geldt voor de CSRD, die onder Financiën en Justitie en Veiligheid valt. Als ik dan kijk naar de verzoeken van de heer Hoogeveen over bijvoorbeeld het instrumentarium, dan zie ik, kijkend naar de evaluatie, juist dat bedrijven zeggen dat het handelsinstrumentarium als zeer open en toegankelijk wordt gezien en dat er over het algemeen tevredenheid over is. We zijn natuurlijk ook nadrukkelijk aan het kijken naar hoe we de doorlooptijd van exportvergunningen kunnen verlagen. Ik denk dat dat voor dual-use eigenlijk behoorlijk goed gaat, maar ik ben uiteraard altijd bereid om specifieke zaken die te lang blijven liggen onder de aandacht te brengen. Met wapenexport zijn er ook aantal versnelde procedures, maar zal er af en toe ook heel goed getoetst moeten worden om echt te voorkomen dat er dingen gebeuren waarvan ik zeker weet dat de Kamer niet wil dat ze gebeuren. Die dereguleringsagenda die de heer Hoogeveen noemt, ligt dan ook met name op het gebied van EZK en BZK. Dat neemt niet weg dat we een aantal dingen al doen. Het CBS verkleint bijvoorbeeld de selectie van bedrijven voor de statistieken van internationale handel en goederenimport met een kwart, waardoor 1.800 bedrijven deze statistieken niet meer hoeven in te vullen. Ik wil wel de oproep doen — dat vind ik namelijk zelf ook wel een interessante — om even goed te kijken of er nog er ruimte zit bij ons om dingen te vergemakkelijken. Ik ga het dan even onder de agenda van die 500 regels scharen Ik hoorde wel een aantal voorbeelden van: vijf keer dezelfde informatie indienen en telkens nieuwe informatieverzoeken. Daar wil ik wel even naar kijken om te zien of er nog winst te behalen valt. Ik moet ook zeggen dat ik van de voorbeelden die de heer Hoogeveen noemde soms ook weleens dacht: dat is ook wel een mooi voorbeeld van wat Nederland allemaal heeft. We gingen even Invest International, Atradius en diverse andere dienstverleningsorganisaties langs, waar de oordelen dus best wel positief over zijn en waar, als je dat even doorloopt, de hele bandbreedte, van een beginnend bedrijf in Nederland tot multinationals, op een goede manier gebruik van kan maken om ook in het buitenland een maximale positie te veroveren, laat ik het zo zeggen. In dit blokje wil ik ook de vraag van mevrouw Maes beantwoorden over waarom wij vasthouden aan de WTO als een kernverband. Zij noemde dat "tegen beter weten in". Misschien is het tegen beter weten in, maar laat ik daar ook het volgende bij zeggen. Ja, mevrouw Maes heeft ontegenzeggelijk gelijk als zij zegt dat het tegenwoordig in WTO-verband moeilijk is om tot nieuwe afspraken te komen. Toch zie ik nog steeds wel afspraken tot stand komen, maar dan in plurilaterale vorm. Toch vindt nog steeds ruim driekwart van het multilaterale handelssysteem plaats via de regels van de WTO. Toch worden de handelsverdragen die de Europese Unie verder afsluit eigenlijk gebouwd op de WTO-handelsregels. Dat bouwwerk, dat fundament, is dus nog steeds van cruciaal belang. We zien natuurlijk dat met name de VS en China hier ingewikkeld in zijn. Als je die regels opgeeft, of als we doen alsof de WTO die centrale positie niet meer heeft, dan hebben we vervolgens niks meer om deze landen aan te houden. Dat vind ik cruciaal. Ik snap de mitsen en maren die je nu bij deze organisatie kunt plaatsen, heel goed. Ik snap ook heel goed hoe het eraan toegaat. Maar als we deze organisatie als Europese Unie ook loslaten, wordt het een soort free for all. Dan keren we terug naar een wereld waarin iedereen zelf zijn eigen handelsregels maakt. Ik weet wel wat de effecten op het wereldwijde groeivermogen dan zijn. Die zullen dan zeer negatief zijn. Misschien is het half tegen beter weten in, maar net zoals we het bij de VN doen, denk ik dat het vasthouden aan de multilaterale afspraken cruciaal is en echt in ons belang. Dat was mijn inleiding, voorzitter. Ik wil overgaan op China.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Laat ik dit op twee manieren beantwoorden. Eén. Het percentage wereldhandel dat nog langs deze regels plaatsvindt, ligt tussen de 72% en de 75%. Dat is gewoon heel significant. Twee. Als ik kijk naar de dynamiek in de WTO, zie ik een hele grote groep landen, of we die "middenmachten" moeten noemen of niet … Het grootste deel van alle landen ter wereld onderschrijft dit, wil hieraan vasthouden en wil dit vernieuwen. Ik zie een aantal verschillende actoren die hier een ingewikkelde rol in spelen. Ik noemde net de VS en China. Er zijn ook een aantal landen die initiatieven blokkeren. In deze organisatie gebeuren dingen met consensus. Als we consensus min één hebben, stokt het vervolgens. Ik zie nu dat men in toenemende mate doorschuift naar plurilaterale akkoorden. Dat zijn akkoorden buiten de WTO om. Het interessante is dat een van die akkoorden recent is gedeponeerd — dat is niet de formele term, denk ik — bij Ngozi, de chef van de WTO, die dat heeft geaccepteerd. Die stap geeft mij wat hoop dat de WTO in deze fase pragmatisch genoeg is om te kijken naar hoe we dit allemaal werkbaar houden. Dat is mijn antwoord op de vraag van mevrouw Maes.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: We hebben volgens mij — het was voor mijn tijd — de motie-Kamminga/Van der Plas die het kabinet heeft opgeroepen om te kijken naar de toegankelijkheid en de werkbaarheid van het handelsinstrumentarium. Daarvan zeggen ondernemers: over het algemeen vinden we dit echt een behoorlijk goed instrumentarium. We zijn nu met de uitvoeringsorganisaties aan het bepalen hoe de verbetervoorstellen uit dat onderzoek kunnen worden uitgevoerd. Dan kijken we natuurlijk naar de impact, maar ook een beetje naar de haalbaarheid. Daarin nemen we het hergebruiken met betrekking tot ondernemers mee. Als dat voldoende is voor de heer Hoogeveen, scheelt ons dat een motie. Maar het idee is dat we daar goed naar kijken. Het is natuurlijk best frustrerend. Laat ik het bekijken vanuit een ondernemer die een bepaalde kans ziet. Het gaat natuurlijk samen met het vertrouwen in de andere partij. Ik doel op het vertrouwen dat de ondernemer daadwerkelijk levert. Stel dat de ondernemer vervolgens vast komt te zitten, zeg ik tussen aanhalingstekens, in een procedure, bijvoorbeeld als het gaat om het leveren van informatie of het wegen van informatie. Stel dat het zo lang duurt dat de andere partij het vertrouwen verliest. Dan is dat natuurlijk zonde. Over het algemeen zie ik dat bedrijven het instrumentarium positief beoordelen, maar je moet altijd bekijken of het beter kan. Het is een concurrerende wereld. Als het enigszins kan, moeten we nummer één willen zijn.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: We doen dit. Ik denk dat het het beste is om dit mee te nemen in een verslag RBZ op het moment dat wij gereed hebben hoe we de aanbeveling gaan uitvoeren. Volgens mij is dat het handigst. Dat zal het eerstvolgende RBZ-verslag zijn. Wanneer dat klaar is, kan ik nu niet helemaal overzien. Het wordt dus de eerstvolgende of die erna.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Laat ik helder zijn: dat de doorlooptijd in algemene zin behoorlijk voortvarend is, betekent niet dat het verwaarloosbaar is als bepaalde bedrijven zeer lang wachten op vergunningen en vergunningverlening. Wij nemen die signalen zeer serieus. Ik zou dan ook willen zeggen: als mevrouw Maes concrete signalen heeft, kan ze die doorgeven; gezien de gevoeligheid hoeven die signalen nu niet over tafel. Het vereist zorgvuldigheid. Desalniettemin wordt er echt nadrukkelijk geprobeerd om lange doorlooptijden te voorkomen, omdat wij gewoon de noodzaak zien om deze bedrijven zo snel mogelijk van dienst te zijn. We zijn ook aan het bekijken hoe die vergunningsverlening kan worden versneld, maar dat moet wel binnen die marges van zorgvuldigheid, want uiteraard gaat het hier niet alleen over verdienvermogen, maar ook over veiligheid.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Voorzitter. China. Een aantal van u sprak daarover. Door verschillende Kamerleden werden interessante elementen genoemd. Het eerste element: het belang van dialoog met China, en niet alleen maar praten over China. Dat is ook een van de redenen waarom ik voor de zomer richting China ben afgereisd en waarom de minister van Buitenlandse Zaken binnenkort zal afreizen. Het is van groot belang dat wij elkaar in deze wereld goed begrijpen. Je kan elkaar begrijpen door wat je doet. Dat is vaak het helderst: als je bepaalde maatregelen neemt, kan je die duiden. Tegelijkertijd is het soms goed om even van elkaar te proeven wat de achterliggende zorgen zijn. Een van de zorgen die Nederland nadrukkelijk in Beijing heeft neergelegd is die over het Chinese handelsoverschot — dat beslaat inmiddels, zoals iedereen wel weet, 1 miljard euro per dag — en de onhoudbaarheid daarvan. Ik denk dat het goed is dat Eurocommissaris Sefcovic inmiddels bezig is met precies dat: een dialoog, een voortdurend gesprek met zijn Chinese collega Wang Wentao over het handelsoverschot en hoe dat terug te brengen is. Aan de ene kant kun je zeggen: nou, dat betekent dat China de interne markt meer zal moeten openstellen en meer zal moeten spiegelen aan wat de Europese Unie doet, om dat in balans te brengen. Dat is een goede maatregel en zou bepaalde Nederlandse bedrijven en sectoren ook goed uitkomen. Aan de andere kant is het ook helder dat dat alleen niet voldoende zal zijn om de boel in balans te brengen. In Beijing ligt ook nadrukkelijk de vraag voor of zij in staat zijn om vrijwillig die export terug te brengen tot behapbare proporties. Ik denk dat er wederzijds begrip voor is dat daar een noodzaak ligt. Tegelijkertijd zie ik ook, als ik het van een afstandje bekijk, dat het heel lastig is. Vanuit ons is het onwenselijk, maar als ik het vanuit Beijing probeer te bekijken … Als je in een situatie zit waarin je te maken hebt met een vastgoedcrisis, vergrijzing, schuldenproblematiek en zeer beperkte binnenlandse consumptie, en je stopt met exporteren of je brengt de export terug, dan brengt dat ook enorme stress met zich mee voor je eigen economie. Even los van de wil, zit daar dus ook een moeilijk oplosbaar probleem. Het is wel van groot belang dat we dat oplossen, want de gevolgen van het niet-oplossen zullen ook groot zijn. Dan zou er gewoon druk ontstaan in de Europese Unie om beschermende maatregelen te nemen. De heer Hoogeveen heeft daar recent een motie over ingediend. Natuurlijk wil Nederland als open handelsland deze maatregelen maximaal vermijden. Tegelijkertijd wil je ook niet degene zijn die hele sectoren van de Europese industrie laat verdwijnen omdat je geen maatregelen neemt tegen oneerlijke concurrentie. Daar ligt echt een heel belangrijke balans. Het is hier dus cruciaal, vindt Nederland, dat wij als Europa de handen bij elkaar houden. We moeten geen gaten in onze opstelling laten ontstaan. Dat zal echter best ingewikkeld worden. Er zijn binnen de Europese Unie gewoon echt verschillende visies op hoe hiermee om te gaan. Sommige landen staan onder hele grote druk en andere landen profiteren op dit moment juist van investeringen vanuit China. Mevrouw Maes vroeg daarnaar. Ze noemde innovatie, diversificatie en recycling. Ik denk dat het goed is om daar kort bij stil te staan. We zullen als Europese Unie concurrerender moeten worden. Dat zal echt noodzakelijk zijn. Dat betekent: investeren in innovatie. Dat doet het kabinet langs de lijnen van Wennink. Daarvoor is de NII van groot belang. Daarom hebben we ons handelsinstrumentarium ingericht op de sectoren van Wennink. Dat zal echter niet voldoende zijn. Mevrouw Maes noemde terecht diversificatie, het sluiten van handelsverdragen en recycling. Ik denk dat dat in veel opzichten ook door mijn collega van KGG als essentieel wordt gezien. Sommige landen verbieden op dit moment het exporteren van afval, vanwege de grondstoffen die daar nog in verscholen, verpakt of vermengd zitten. Nederland heeft een zeer innovatieve recyclingsindustrie. We moeten die koesteren en erop inzetten. In dat opzicht deel ik de inzet van mevrouw Maes hierop dus. De heer Lohman en overigens ook anderen vroegen specifiek naar de grondstoffenpartnerschappen en de projecten die we in 2027 willen helpen realiseren om zo de eenzijdige afhankelijkheden van China daadwerkelijk te verminderen. De Europese Unie heeft op dit moment zestien grondstoffenpartnerschappen met grondstofrijke landen. Binnen deze kaders zet Nederland bilateraal vooral in op Zuid-Afrika, Vietnam, Zuid-Korea, Canada, Australië en Chili. Dat is ook toegelicht in de kabinetsinzet nationale grondstoffenstrategie. Als je het puur bilateraal bekijkt, hebben ze wel beperkt resultaat. Het zal dus ook echt Europees moeten. Daarom zullen we in 2027 onze aandacht verleggen naar bestaande Europese samenwerkingen met derde landen in coalitieverbond. Ook daarvan moeten we, denk ik, realistisch zijn. Ook die partnerschappen zullen niet automatisch en meteen betekenen dat onze afhankelijkheden concreet verminderen. Het is echt een dossier dat om een vrij lange adem vraagt. Voorzitter, dat was China.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Wij gaan daar uiteraard bilateraal mee voort, maar we denken dat de Europese aanpak vele malen belangrijker is. Die leidt ertoe dat we onze slagkracht als geheel beter kunnen inzetten, dat we de vraag beter kunnen bundelen en dat we onze expertise beter kunnen inzetten. Dat is van belang, denk ik. Ik sprak deze ochtend toevallig mijn collega uit Tanzania. Die vertelde hoe China het op dit moment in Tanzania doet. Het zet een hele grote grondstoffenprocessingfabriek neer. Alle grondstoffen uit de regio komen daar samen. Daar maken ze er dan ter plekke aluminium van. Dat aluminium gaat dan naar China of de wereldmarkt. Waarom Tanzania? Omdat daar grondstoffen in de buurt zijn, maar ook omdat het met de heffingen vanuit Tanzania beter te doen is dan vanuit China. Misschien kan ik daarbovenop nog het volgende zeggen. Ik heb niet meteen een antwoord richting de heer Lohman, maar dit zit nu wel in mijn hoofd. Welke mate van politieke sturing moet je hebben om dit soort dingen scherp te hebben? Het verhaal van mijn Tanzaniaanse collega is natuurlijk niet; je ziet het elders ook. Er is echt sprake van concurrentie. Het is niet een "nou, als zij dat aan het doen zijn, is er weer genoeg ruimte voor anderen". Zo werkt dit spel, tussen aanhalingstekens, helaas niet.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ik denk dat het voor ons van belang is om het heel breed te bezien, zeker als we er door de lens van afhankelijkheden naar kijken. Wij zijn immers niet noodzakelijkerwijs een land waarvoor grondstoffen of bewerkte grondstoffen meteen van groot belang zijn. We zitten meestal iets verderop in de keten, laten we zeggen vanaf de halffabricaten en verder. Dat maakt het wel van groot belang, om het maar eens even in algemene zin te zeggen, dat we een aantal dingen doen. Het is belangrijk dat wij die toevoerketens vanuit derde landen zo goed mogelijk met elkaar vastleggen, tussen aanhalingstekens, en dat we daarbij ook oog hebben voor het punt dat mevrouw Kröger maakt, namelijk dat dat moet gebeuren op een manier die mens en milieu goed kunnen dragen. Dat is één. Ten tweede zullen we onze afhankelijkheden van de toevoerketens van anderen ook moeten verminderen. In dit geval heb ik het dan met name over China, dat echt af en toe de duim op de slagaders van de wereldeconomie drukt. Dat is niet zo makkelijk, en dat betekent ook dat we moeten kiezen als Nederland en als kabinet. We kunnen afhankelijkheden niet op alle gebieden afbouwen en we kunnen afhankelijkheden zeker niet tot nul afbouwen. Als je hierin dus kiest voor medicijnen, duurzame energie of de cloud, dan moet je daar vervolgens ook een concrete agenda achter neerleggen voor hoe je dat wil gaan doen. Maar misschien is het nog belangrijker — daarmee beweeg ik al een klein beetje richting het blokje afhankelijkheden, maar dat maakt niet uit — dat wij onze eigen choke points, onze eigen controlepunten, maximaal opbouwen. Als we namelijk het soortelijk gewicht gaan bekijken van wat China en de VS kunnen doen op het gebied van energie of grondstoffen, zien we dat we er als Europese Unie niet bijzonder goed voor staan. Maar met wat wij als Europese Unie in handen hebben wat echt essentieel is voor die beide grootmachten, kunnen we misschien af en toen iets van balans aanbrengen als er toch iets gebeurt wat wij liever niet hebben. Wij willen natuurlijk liever gewoon die open en vrije handel, maar als anderen daar niet aan doen, moeten we ook zorgen dat we goed voorbereid zijn.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dank, voorzitter. Dan komen we eerst nog bij de VS. Dit is overigens een heel kort kopje, maar misschien kan ik er toch twee woorden over zeggen. Eén. Zoals ik ook in mijn inleiding zei, zijn de heffingen natuurlijk onwelkom. Ook onvoorspelbaarheid is onwelkom. Wij willen die Turnberrydeal, hoe je die verder ook apprecieert, het liefst in steen gebeiteld hebben, zodat zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie zich aan de afspraken houden en het bedrijfsleven maximale helderheid heeft. Het is ook duidelijk dat de Europese Unie, als dat toch niet gebeurt, wat instrumenten achter de hand heeft om te kunnen optreden. Maar we zien ook hier — dat was een vraag van de heer Lohman — in toenemende mate dat er vanuit de VS extraterritoriaal wordt gekeken naar sommige onderdelen van onze economie. De heer Lohman noemde specifiek de MATCH Act. Laat ik daar een paar dingen over zeggen. Wat is de Nederlandse inzet? Die is heel helder, namelijk: doe het niet. Wij willen die MATCH Act niet, want die vinden we onverstandig. Hij helpt ook niet bij datgene wat we samen graag willen doen, namelijk voorkomen dat gevoelige technologie terechtkomt op plekken waar die onze veiligheid kan schaden. Daarop hebben we ontzettend goede samenwerking. Die samenwerking is van wereldklasse, zou ik willen zeggen, en die moeten we niet in gevaar brengen door dit soort wetgeving. Hoe veel respect ik ook heb voor Senatoren en Congressmen, dit is echt onverstandig. Daar zet het kabinet, dus eerder al de minister-president, maar ook de minister van Buitenlandse Zaken en ikzelf, op in in diverse gesprekken. We zien nu dat deze wet onder andere aan de Defensiebegroting wordt gekoppeld. Dat zijn allemaal procedures in de VS waar wij niet zo veel over te zeggen hebben en die misschien niet zo zijn als we ze zouden willen zien, maar we zijn nog steeds op volle kracht bezig om ervoor te zorgen dat deze wet het niet wordt; laat ik het zo zeggen. Voorzitter. Dan kom ik bij het kopje handelsverdragen en handelsinstrumentarium, tenzij er nog vragen zijn.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Bij dit soort zaken geldt: garanties tot aan de voordeur. Dit soort dagkoersen wisselt namelijk nogal eens. Ik ga dus geen voorspellingen doen over de vraag of we hierin zullen slagen of niet, maar als ik kijk naar het traject en het begin van de kabinetsbemoeienis vergelijk met waar we nu staan, heb ik er wel meer vertrouwen in gekregen dat we hier kans van slagen hebben dan ik aan het begin had. Aan het begin was mijn impressie namelijk echt heel stellig: dit is zo bipartisan, dit wordt zo door Republikeinen en Democraten gezamenlijk gedragen en dit wordt zo diep gevoeld; waar moeten we beginnen? Inmiddels heb ik het idee dat er ook aan de andere kant echt wel serieus begrip bestaat, niet alleen voor onze zorgen, maar ook voor de kwaliteit van samenwerking zoals die er is. Ik durf niet te zeggen of dat een garantie is dat dit goed afloopt, want daarvoor is de dynamiek in Washington en in het Congres te onvoorspelbaar, maar ik durf wel te zeggen dat er stappen zijn gezet.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ja. Ik wil anderen niet in de wind laten hangen, maar we trekken hierin op met iedereen die hierin een belang heeft. Dat gaat ver buiten alleen maar de landen waar dit soort bedrijven gehuisvest zijn. Absoluut.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ja en nee. Ja in de zin dat we, denk ik, een goed beeld hebben van de economische schade die hier eventueel uit voort zou kunnen komen, maar dat is dan ook wel weer sterk afhankelijk van de maatregelen die de VS, ofwel vanuit Capitol Hill, ofwel vanuit de administratie, zelf willen nemen en hoe die zich doorvertalen. Maar laat ik in algemene zin zeggen dat we die cijfers niet nodig hebben om te weten dat dit onverstandig is. We hebben die cijfers niet nodig om te zeggen: Nederland gaat zelf over de eigen nationale veiligheid en wil zelf afwegen wat het wel en niet exporteert. Daarbij erkennen we natuurlijk dat wij samen met een aantal andere landen een bijzondere verantwoordelijkheid hebben in de hele semiconketen in de wereld. Dat betekent enerzijds een bijzondere verantwoordelijkheid om te zorgen dat er geen onverwachte of ongewilde schokken zijn in het systeem, want dan raakt niet alleen het semiconsysteem verkouden, maar de hele wereldeconomie. Omgekeerd betekent dat natuurlijk ook dat wij een verantwoordelijkheid hebben om te voorkomen dat heel gevoelige apparatuur terechtkomt op plekken waar dat niet mag. Die inzet is echt enorm helder. Het meest gevoelige zit 'm er natuurlijk in dat via de MATCH Act potentieel de controle over je exportcontrolesysteem kan worden overgenomen. Dan heb je zelf geen eigen zeggenschap meer over wat er wel en niet kan worden geëxporteerd. Dat is iets wat wij op geen enkele manier zouden willen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dan komen we bij de handelsverdragen. Ik heb daar in algemene zin over gezegd hoe belangrijk ze zijn. Ik heb ook bij alle Kamerleden het belang geproefd dat zij eraan hechten dat wij onze groep vrienden en handelsvrienden maximaal uitbreiden. De Europese Commissie is daar ook ongelofelijk hard mee aan het werk. Het tempo waarmee deze verdragen nu worden afgesloten, doorbehandeld en naar hoofdsteden worden gestuurd is in vergelijking met de periodes hiervoor enorm toegenomen. Ik denk dat dat ook goed en belangrijk is. Er zijn echt een flink aantal vragen gesteld van een verschillende ordegrootte. Ik zal proberen ze zo netjes mogelijk af te lopen. Mevrouw Maes had het over de aanvullende handelsverdragen op het gebied van grondstoffen. Wij zijn inderdaad voorstander van het opnemen van grondstoffen in deze handelsverdragen, zoals recentelijk bij Chili en Mercosur is gebeurd. Wij dringen daarop aan bij de Europese Commissie. Het is ook een onderdeel van de kabinetsinzet voor de Nationale Grondstoffenstrategie. Waar dat kan, waar dat lukt en waar dat in de besprekingen mogelijk is, blijven wij daar dus achteraan zitten. De heer Bamenga had het over een andere partner, namelijk over Canada. Ik herinner mij nog hoe moeilijk het was om het handelsverdrag met Canada door beide Kamers te krijgen en hoe controversieel dat destijds was. Ik hoop dat dit nu echt is omgeslagen. We zien immers hoezeer wij elkaar nodig hebben. Dat heeft zich het meest recent geuit toen Commissievoorzitter Von der Leyen zei dat Canada het geassocieerde lidmaatschap verdient. Het is overduidelijk dat de Europese Unie en Canada toenadering tot elkaar zoeken. De precieze invulling van dat partnerschap is nog niet helder. Inhoudelijk zijn er natuurlijk tal van terreinen waarop de Europese Unie en Canada meer kunnen doen. Dat kan gaan over handel, dat kan gaan over arctische veiligheid. Die zijn we nu aan het uitwerken. Daar wordt samen met EU-lidstaten vorm aan gegeven. Het aannemen van het "administrative arrangement", in mooi Nederlands gezegd, tussen Canada en het Europees veiligheidsagentschap moet wat ons betreft een onderdeel zijn van die versterkte band, want juist op het gebied van veiligheid hebben we nu het een en ander met elkaar te schaften. De heer Bamenga vroeg ook of wij ons gaan inzetten voor de duurzaamheidsafspraken in het handelsakkoord. Volgens mij had dit betrekking op Indonesië, maar wij vinden het in algemene zin van belang dat deze afspraken worden gemaakt; ik refereer aan het klimaatverdrag van Parijs. Het handelsakkoord tussen de EU en Indonesië bevat afspraken over handel en duurzame ontwikkeling, net als over duurzaam bosbeheer, het beschermen van biodiversiteit en arbeidsrecht. De uitvoering van die afspraken zal worden gemonitord in de reguliere dialoog tussen de EU en Indonesië. Tegen mevrouw Kröger zeg ik daarbij: en met betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld. De verplichtingen zijn afdwingbaar via geschillenbeslechting. Ook hierin is de overeenkomst van Parijs weer als een essentieel onderdeel van het akkoord opgenomen. Dat betekent dat het handelsakkoord bij niet-naleving van deze overeenkomst kan worden opgezegd. Dat geeft maar weer aan hoe cruciaal dat klimaatverdrag voor de Europese Unie is. De heer Bamenga vroeg hoe wij voorkomen dat palmolie uit deze gebieden via vermenging alsnog in onze handelsketens terechtkomt. Vanaf eind dit jaar zal de EUDR worden toegepast. Dat betekent dat bedrijven in hun due diligence moeten nagaan of vermenging van stromen in de keten voor kan komen en welke risico's daarbij ontstaan. Als duidelijk is dat er een risico is op inmenging van stromen die mogelijk niet legaal of niet ontbossingsvrij zijn, dan moeten aanvullende maatregelen worden genomen. Als die risico's niet worden weggenomen, dan kunnen de producten ook niet op de Europese markt worden gebracht. Mevrouw Kröger en de heer Bamenga vroegen ook naar de invoering van de ontbossingswet. "In hoeverre is dit geborgd in al het flankerend beleid in de begroting en hoe zorgen we ervoor dat de lokale maatschappelijke organisaties hierbij worden ondersteund?" Laat ik hierop in algemene zin zeggen dat het kabinet de situatie in Indonesië met betrekking tot de ontbossing nauwgezet volgt. Vanaf eind dit jaar zal de EUDR worden toegepast. Vanuit Ontwikkelingssamenwerking dragen wij 20 miljoen bij aan het Team Europe Initiative, dat landen en gemeenschappen kan ondersteunen bij de uitvoering hiervan. Die gelden staan ook op de begroting. In het kader van het handelsakkoord zullen organisaties vanuit het maatschappelijke veld in de zogenaamde domestic advisory groups input geven over de uitvoering van het akkoord, waaronder de duurzaamheidselementen. Specifiek over Papua: de mensenrechtensituatie daar is echt zorgelijk. Het bespreken van deze mensenrechtensituatie is een structurele, terugkerende component in onze bilaterale relatie met Indonesië. De regio wordt ook met enige regelmaat door het ministerie bezocht. Dan een vraag van de heer Bamenga: "Hoe voorkomen we dat onze handelsrelaties oorlogseconomieën versterken? Wanneer handelspartners bijdragen aan ernstige mensenrechtenschendingen, welke consequenties verbinden we daar dan aan?" In het algemeen zijn er verschillende instrumenten die Nederland en de Europese Unie kunnen inzetten, bijvoorbeeld sanctiebeleid, inclusief werken om sanctieomzeiling tegen te gaan, en maatregelen in het kader van ons handelsinstrumentarium. Ik denk dat we een goed voorbeeld hebben gezien toen we het over Sudan hadden. Toen hebben we, hoop ik, laten zien dat Nederland zich op verschillende manieren inzet om die oorlogseconomie tegen te gaan. Er is een sanctieronde geweest tegen Sudan op goud. We bepleiten wapenembargo's en we kijken naar de handelsrelatie en de discussies die we daarbinnen kunnen voeren. Daarnaast kijken we specifiek hoe je druk kunt uitoefenen op bepaalde elementen van die oorlogseconomie. Meer in algemene zin wil ik over deze vragen het volgende zeggen. Het handelsbeleid bevat verschillende handvatten om oorlogseconomieën tegen te gaan. Onder het Algemeen Preferentieel Stelsel kunnen ernstige mensenrechtenschendingen bijvoorbeeld grond zijn voor het intrekken van tariefpreferenties. Ook bevatten sommige, niet alle, brede handelsakkoorden mensenrechtenbepalingen die kunnen worden ingezet. Afhankelijk van de situatie is dat dus een case-by-casebenadering. De heer Lohman vroeg nog specifiek hoe we de agrifoodkennis nadrukkelijker onderdeel gaan maken van onze handelsstrategie en welke rol wij zien voor bedrijven en kennisinstellingen. Het is ontegenzeggelijk zo dat de Nederlandse agrifoodsector internationaal een bijzondere positie heeft. De sector is dan ook een integraal onderdeel van onze handelsstrategie. Ons postnetwerk, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het wereldwijd Attaché Netwerk van het ministerie van Landbouw kijken doorlopend naar kansen voor handelsbevordering en het bijdragen aan lokale ontwikkeling. Zij steunen Nederlandse agribedrijven wereldwijd. Daarbij wordt natuurlijk ook nadrukkelijk gekeken naar de samenwerking, het bundelen van bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheid in de zogenaamde Dutch Diamond, waar het CDA overigens vaker en terecht aandacht voor vraagt. De heer Hoogeveen stelde over de evaluatie van de vergroening van het instrumentarium de vraag of daarin ook de ondernemers worden meegenomen die afhaken. Sinds 1 januari 2023 is een aantal handelsinstrumenten van de RVO vergroend, in de zin dat bedrijven voor te ondernemen internationale activiteiten extra subsidie kunnen krijgen als ze als groen kwalificeren. Dat is dus een groene prikkel, geen uitsluiting van niet-groene activiteiten, maar een bonus voor groen. Dat betreft de instrumenten: Partners for International Business, Support International Business, de subsidie voor demonstratieprojecten en haalbaarheids- en investeringsvoorbereidingsstudies. Op dit terrein waren er dan ook nog vragen van mevrouw Kröger, over de investeringsbeschermingsverdragen. Ik denk dat ook hier in algemene zin geldt dat dit thema de komende maanden alleen maar actueler zal worden. Vorige week heeft u de kabinetsappreciatie ontvangen van het investeringsverdrag tussen de EU en Indonesië. Dat is een EU-only-investeringsakkoord, naast het handelsakkoord, overigens, waar het kabinet in Brussel mee wil instemmen. Aan het eind van dit jaar, of begin volgend jaar, ontvangt u de tekst voor de ratificatie van de IBO's tussen de EU en Vietnam en Singapore. Dat zijn eigenlijk drie belangrijke partners voor de EU en Nederland. Ik zie dus ook een belang om de eigen investeringsbeschermingsverdragen, de zogeheten IBO's, te vernieuwen en niet op te zeggen. Deze verdragen geven bedrijven namelijk zekerheid als zij in het buitenland investeren, zijn belangrijk voor banen en voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Bovendien dragen ze bij aan de goede relaties met landen buiten de Europese Unie. Het opzeggen van deze IBO's staat daar haaks op. Er liggen ook meerdere verzoeken van landen, inclusief ontwikkelingslanden, om juist met Nederland of andere Europese landen afzonderlijke IBO's af te sluiten. Er is wel vernieuwing nodig, absoluut. Er zijn daarbij drie prioriteiten. Eén: geen bescherming voor brievenbusfirma's. Twee: duidelijk vastleggen dat overheden regels mogen maken in het publieke belang, op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid, die ook gelden voor buitenlandse investeerders. Drie: zorgen voor eerlijke, onafhankelijke en transparante procedures waar een beroep op kan worden gedaan als er geschillen tussen investeerders ontstaan. Daar werken we bilateraal aan met landen, Europees via moderne EU-verdragen en multilateraal in VN- en OESO-verband.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Even voor de duidelijkheid: over welk geld hebben we het hier?

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Kijk, zonder de specifieke aanbevelingen te kennen, vind ik het in algemene zin van belang dat we de versnippering in het beleid en in het instrumentarium zo goed als mogelijk tegengaan. Dat heeft verschillende redenen. De eerste is dat het van groot belang is dat wij maximale impact hebben met het belastinggeld dat wij mogen uitgeven namens de Nederlandse belastingbetaler. Soms kan een klein nicheproject cruciaal zijn, dus we moeten daar niet categorisch in zijn, maar een hele lappendeken aan kleine projecten heeft soms significante nadelen, overigens ook voor de beheerslast aan de kant van het ministerie. Dat is één. Twee is dat daartegenover staat dat ik bij heel grote projecten, dus "groot" in de omvang van financiën maar ook in de zin dat de beoogde resultaten heel serieus zijn, weleens het volgende heb gezien. Als je het dan in het geheel van het multilaterale systeem probeert uit te geven, verdwijnen die projecten als je niet oppast weleens van de radar, waardoor er geen enkel raakvlak meer is met wat je politiek aan het doen bent. Ik vind het wel belangrijk dat het hier en-en is, zeker als het gaat om de agrifoodsector, die een doel op zich heeft, net als de voedselzekerheid. Maar ik vind het ook van belang dat we in de gesprekken met de landen waar we dit soort dingen doen, ook het politieke gesprek over dit soort zaken kunnen voeren. Dat betekent dat wij overzicht moeten hebben, dat de impact maximaal moet zijn en dat we versplintering moeten tegengaan. Als de heer Lohman heel specifieke zorgen heeft over specifieke projecten, verzamel ik die heel graag, zodat we er goed naar kunnen kijken. Maar dit zou in algemene zin mijn antwoord zijn.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ik zoek een beetje naar wat mevrouw Kröger bedoelt met "de impact van ISDS op ons klimaatbeleid". Ik schetste net hoe wij dit in algemene zin zien. We vinden het van ongelofelijk belang voor de bescherming en de rechtsbescherming van onze bedrijven. We vinden het van belang dat het publiek belang hiermee kan worden gediend en vinden dus dat er een modernisering nodig is. Ik denk dus dat we in dat opzicht behoorlijk richting mevrouw Krögers standpunten bewegen. Milieu, gezondheid en veiligheid zijn zaken van publiek belang waarvan we het van groot belang vinden dat ze kunnen worden opgenomen in de verdragen. De overheid mag daar regels voor maken. Waar zit dan nog precies de zorg van mevrouw Kröger als het gaat over klimaat? Welke elementen wil ze dan aanraken?

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ik snap de vraag nu. Daar zal ik in tweede termijn of iets later in deze termijn op terugkomen. Ik wil wel even goed recht doen aan de vragen van mevrouw Kröger op dit punt.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ja, de afhankelijkheden. Daar hebben we eigenlijk al het een en ander over gezegd, maar er zijn toch wel een aantal vragen gesteld. In algemene zin stelde de heer Lohman een aantal vragen over kunstmatige intelligentie en over Pax Silica. Welke resultaten kunnen daar worden verwacht? Wat kan de Europese positie daar precies opleveren? Pax Silica is een coalitie van landen, de VS, Europese landen en Aziatische landen, die gefocust zijn op de hele waardeketen van kunstmatige intelligentie, van grondstoffen tot halfgeleiders tot eindmarkten. Het is een platform voor internationale samenwerking. Ik denk dat vanuit mijn positie bezien een van de belangrijkste onderdelen is om ervoor te zorgen dat we de economische veiligheid gezamenlijk versterken en de risicovolle afhankelijkheden beheersbaar houden. Ik had het er net al kort in algemene zin even over: Nederland heeft een unieke positie in de halfgeleiderindustrie. Een van de redenen waarom Nederland, dit kabinet, het van belang vond om zich aan te sluiten bij de Pax Silica, is dat met die unieke positie ook een unieke verantwoordelijkheid komt. Ik zie deze samenwerking dus ook als een soort gelegenheidscoalitie of een coalition of the willing, om ervoor te zorgen dat de mogelijke schokken op deze industrie worden voorkomen en dat ze, als ze er al zijn, zo goed mogelijk worden beperkt. Als er daarnaast kansen zijn op samenwerking op het gebied van bijvoorbeeld innovatie, nieuwe investeringen of toegang tot trans-Atlantische projecten, dan moeten we die natuurlijk grijpen. Tegelijkertijd is het ook echt een forum dat in beweging is en waarin nog niet alles zo gestold is zoals in bestaande fora. We zullen dus ook moeten zien welke van deze verschillende prioriteiten uiteindelijk de hoofdmoot wordt. Dat is natuurlijk niet iets wat Nederland alleen bepaalt; dat wordt ook in die coalitie gezamenlijk bepaald. De heer Lohman vroeg ook hoe dit ministerie Nederlandse AI-bedrijven aan buitenlandse klanten en groeifinanciering helpt. Het hele handelsinstrumentarium, ook onze economische diplomatie van het postennet en de uitvoerders als RVO en Invest International, ondersteunt Nederlandse AI-bedrijven natuurlijk om die internationale kansen te pakken. Ook de toekomstige nationale investeringsinstelling zal bijvoorbeeld bijdragen aan de groeifinanciering van de Nederlandse AI-bedrijven. Dat is niet helemaal het bestek van dit debat, maar bij start-ups en scale-ups zien we gewoon een groot financieringsgat, waardoor hele veelbelovende bedrijven in een veel te vroeg stadium verdwijnen naar bijvoorbeeld de Verenigde Staten. De Nederlandse AI-sector is nog klein en heeft op dit moment beperkte wensen voor internationalisering. De focus ligt eigenlijk op het terrein dat ik net noemde: zo snel mogelijk hier in het binnenlandse ecosysteem groeien. Maar recent heeft EY wel in opdracht van BZ onderzoek gedaan naar waar nou de internationale verdienkansen liggen voor de Nederlandse AI-bedrijven in Duitsland, VS, het VK en Zweden. Waar die kansen liggen vanuit het onderzoek, proberen we ze uiteraard ook te grijpen. De heer Lohman stelde ook nog een vraag over de bestaande digitale agenda voor BHOS in het AI-tijdperk. In de digitale agenda — dat heeft de heer Lohman vast ook gezien — is er reeds aandacht voor kunstmatige intelligentie, ook als aandachtsgebied voor de specifieke start-uphubs op dit terrein in Berlijn, Parijs, Londen, Singapore, Boston/New York en San Francisco. In de internationale AI-strategie van BZ is het vergroten van de markttoegang van Nederlandse AI-bedrijven ook van groot belang. Als voorbehoud op wat ik net zei: voor bedrijven die al verder zijn dan groeien in het Nederlandse ecosysteem, zetten we eigenlijk al het handelsinstrumentarium in om hen daarbij te ondersteunen. Tegelijkertijd zetten we ons natuurlijk ook politiek in onze contacten met sommige van de grote spelers in om te kijken of we deze Nederlandse bedrijven kunnen helpen toegang te krijgen tot de allergrootste spelers op dit terrein. Voorzitter, dat was nog in antwoord op de vragen over kunstmatige intelligentie, afhankelijkheden en andere zaken.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Daar zijn misschien wel een aantal antwoorden op. Eén. Het hoeft om het voor Europa of Nederland "gunstiger" te laten zijn, niet per se naar Europa te komen. Diversificatie werkt natuurlijk ook. Dat het gebeurt in bepaalde landen waarmee wij vrijhandelsverdragen en investeringsverdragen hebben, kan ons al helpen. Twee. Ik denk dat je in Europa inderdaad wat nadrukkelijker de trend ziet dat er wordt nagedacht over wat wij in eigen bodem hebben, wat daarvan we niet zomaar elders kunnen betrekken en wat dat betekent voor onze keuzes qua a hoe we het uit de grond krijgen en b hoe we dat vervolgens verwerken. Daarbij moet ik ook zeggen dat voor Nederland de afhankelijkheden weer wat verder in de keten zitten. Onze focus … Maar goed, de Kamer gaat hier volgens mij op niet al te lange termijn nog met de minister van Buitenlandse Zaken over spreken. Ik wil ook niet het gras voor zijn voeten helemaal wegmaaien. Voor Nederland moeten we dit wel in balans bezien. Ja, die grondstoffen zijn van belang, omdat uiteindelijk alles valt en staat met de kleinste bouwstenen. Maar het zwaartepunt van waar wij onze afhankelijkheden moeten afbouwen, ligt wel een stukje verder in de keten.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dan imvo. Ik ben het overigens helemaal eens met mevrouw Kröger dat dat geen randverschijnsel is. Het was gewoon een grote groep vragen. Misschien zeg ik hier in algemene zin toch iets over de kern. De kern hierbij is dat bedrijven hun keten zo goed mogelijk moeten kennen om ervoor te zorgen dat mens en milieu profiteren en niet onnodig lijden — laat ik het zo zeggen — maar ook om weerbaar te zijn. Ik vind dit een belangrijke toevoeging. Soms merk ik dat mvo of imvo wordt gezien als een tierelantijn, als iets extra's of als iets wat vooral hinderlijk is. Ik denk dat het tegenwoordig echt een essentieel onderdeel van de bedrijfsstrategie is, of zou moeten zijn waar het dat nog niet is. Als je het al niet zou doen vanuit de idealen die daarmee samenhangen, dan zou je het zeker moeten doen vanuit je eigen verdienvermogen. Dat is één. Twee. Er komen natuurlijk twee heel belangrijke Europese wetten aan, die ook door velen zijn genoemd: de CSDDD en de Anti-dwangarbeidverordening. Ik beoog beide uitvoeringswetten in de loop van 2027 naar uw Kamer te sturen. Mevrouw Kröger vroeg in dit kader hoe het kabinet de verhouding ziet tussen aan de ene kant de CSDDD en aan de andere kant de Wzk die is aangenomen, dus de wet inzake kinderarbeid. Daarover een aantal zaken. De Wzk is in 2019 aangenomen, maar niet in werking getreden, omdat verschillende onderdelen nog moesten worden uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur. Dat is uiteindelijk niet gedaan, naar ik begrijp onder Rutte IV, omdat het kabinet-Rutte IV destijds koos voor Europese wetgeving om het gelijke speelveld te versterken en ook omdat de CSDDD in brede zin de mensenrechten- en milieurisico's, en dus ook kinderarbeid, dekt. De inzet van dit kabinet is dan ook om, als het zover komt, de Wzk te vervangen door de Wet internationaal verantwoord ondernemen, de uitvoeringswet van de CSDDD. Mevrouw Kröger vroeg in dit kader ook naar de klimaatplannen en de CSDDD. Het moge helder zijn dat het kabinet klimaatbeleid voert dat gericht is op Europese en nationale klimaatdoelen, zodat Nederland zijn bijdrage levert aan de doelstellingen van het Parijsakkoord. Dat beleid is gericht op een effectieve, efficiënte en rechtvaardige transitie. Er is al een regelgevend kader om bedrijven te verplichten en te stimuleren de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Via de CSRD moeten bedrijven rapporteren over klimaat. Klimaat blijft ook onderdeel van de CSDDD over de band van mensenrechten en milieu. Bedrijven moeten hun activiteiten onderzoeken op risico's op nadelige gevolgen voor mensenrechten en het milieu en passende maatregelen treffen om deze te voorkomen. Mevrouw Kröger weet ook dat voor het Nederlandse standpunt geen draagvlak bleek tijdens de onderhandelingen over Omnibus I. Helaas werkt het soms zo in de Europese Unie. Dan vroeg mevrouw Kröger ook naar de kritieke grondstoffen, de lokale productiestandaarden en de budgetten die daarmee samenhangen in deze begroting. Uiteraard deelt het kabinet de noodzaak om in te zetten op verantwoorde grondstoffenketens en het verbeteren van lokale productiestandaarden. Dat is ook een randvoorwaarde van de Nationale Grondstoffenstrategie. Wij dragen bij aan diverse internationale en multistakeholderpartnerschappen voor duurzame grondstoffenketens. Vanuit beleidsartikel 1.3 is dat ongeveer 5 miljoen en vanuit beleidsartikel 1.1 wordt met ongeveer 27 miljoen euro ingezet op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uiteraard vallen onder sectorale samenwerking ook het metaalconvenant en het renewable energy agreement. Mevrouw Kröger vroeg ook naar de verankering van de OESO-richtlijnen in andere subsidies en aanbestedingen buiten het BHOS-instrumentarium om. Zij heeft gelijk dat die OESO-richtlijnen cruciaal zijn bij het BHOS-instrumentarium. Leveranciers die aan het Rijk leveren, worden via het beleid ook verplicht om in tien risicocategorieën risico's in de keten te identificeren en waar mogelijk aan te pakken. Dat gaat over IT, koffie, kleding en dat soort zaken. Wij wijzen in alle gesprekken met andere departementen op de wenselijkheid om de imvo-voorwaarden mee te nemen, maar het is wel aan de bewindspersonen van deze departementen zelf om de OESO-richtlijnen al dan niet als voorwaarde te stellen. De heer Hoogeveen vroeg in dit kader ook nog naar de cumulatieve regeldruk van de CSDDD, de Forced Labour Regulation en de conflictmineralenverordening. Het is in eerste instantie natuurlijk aan de Europese Commissie om daar een impactassessment voor uit te voeren en de regeldruk in kaart te brengen. Voor de nationale uitvoering zal het kabinet dit ook doen. Dat geldt voor de Wet internationaal verantwoord ondernemen en de wet dwangarbeid. De bedrijfseffectentoetsen daarvan zijn al uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het proportioneel is ten aanzien van wat het beoogt te doen. Maar ik snap de vraag of het alles bij elkaar opgeteld niet te veel is. De heer Hoogeveen vroeg ook om per instrument in kaart te brengen welke eisen uit wetgeving voortvloeien, welke uit internationale afspraken voortvloeien en welke als beleidsvoorwaarden zijn toegevoegd. Het naleven van de OESO-richtlijnen is verplicht voor het gehele handelsinstrumentarium. Dat is uniform beleid. Er wordt een steekproef uitgevoerd, waarbij de overheid informatie inwint bij een bedrijf aan de hand van openbare bronnen. Er wordt ook gecheckt of een bedrijf activiteiten onderneemt die voorkomen op de FMO-uitsluitingslijst. Voor een aantal specifieke instrumenten, waaronder een economische missie voor bedrijven, wordt er in geval van hoog risico, dus niet altijd, ook gevraagd om een zelfscan in te vullen. Die checks zijn risicogebaseerd en proportioneel. Uitvoerbaarheid is hier namelijk echt van groot belang. Daar vroeg de heer Hoogeveen volgens mij ook naar. De heer Bamenga vroeg nog naar de huidige subsidieprogramma's voor sectorale samenwerking tot en met 2029 en daarna. Het kabinet verkent uiteraard graag de mogelijkheden om het subsidieprogramma Sectorale Samenwerking na 2030 voort te zetten, ook in het licht van de Europese wetgeving die komt voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen. We wachten wel de IOB-evaluatie af. De resultaten daarvan komen volgend jaar naar uw Kamer. Mevrouw Maes vroeg naar de bevordering van de stimulering van lokaal ondernemerschap. Daar zetten we natuurlijk nadrukkelijk op in onder het BHOS-beleid, in grote lijnen door het ondernemersklimaat te verbeteren, door regelgeving, infrastructuur, kennis, vaardigheden en waardenketens te versterken en door toegang tot financiering te vergroten. We richten ons wel op sectoren waar Nederland een duidelijke meerwaarde heeft. De heer Hoogeveen vroeg nog iets over CSDDD en zuiver en lastenluw. Ja. In het kabinetsbeleid staat dat de CSDDD zuiver en lastenluw wordt geïmplementeerd. Het commentaar en advies van onder andere het bedrijfsleven wordt momenteel verwerkt. Ook de genoemde punten over keten en klimaat worden daarin meegenomen. Daar kom ik later op terug bij de uitvoering van deze wetgeving. De doorlooptijden hebben we gehad. Voorzitter, daarmee ben ik aan het einde gekomen van het blokje maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Het klopt wat mevrouw Kröger zegt. We kunnen ons daarover verwonderen, maar het is inderdaad zo dat deze minister niet gaat over het beleid van alle andere ministeries en alle andere ministers op dit terrein. Het beleid van dit ministerie is hier heel helder, in de zin dat de OESO-richtlijnen verankerd zijn als voorwaarden binnen het gehele bedrijfsleveninstrumentarium. Ik ben best bereid om een keer goed te kijken naar de suggestie van mevrouw Kröger, maar ik kan nu in een debat niet overzien wat daar de consequenties van zijn of waarom het in een eerder stadium nog niet is gebeurd. Laat ik het op die manier doen dat we er nog even goed naar zullen kijken en er ergens rond de begrotingsbehandeling op terug zullen komen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Misschien heel even over de uitvoeringswet en waarom daarin niet gekozen is voor nationale koppen. Daar is voor gekozen — dat is overigens ook een afspraak uit het coalitieakkoord — omdat het kabinet Nederlandse bedrijven niet onnodig op achterstand wil zetten. We zien hoe nauw het in deze wereld soms komt met de positie van het Nederlandse bedrijfsleven, hoe streng en hoe hard de concurrentie is, op welke marges er wordt geconcurreerd tussen verschillende bedrijven. De inzet van het Nederlandse kabinet rondom deze wet is mevrouw Kröger goed bekend. Niet alles van wat dit kabinet maar ook voorgaande Nederlandse kabinetten graag willen, is opgenomen in de CSDDD. Dat betekent dat er nu de afspraak ligt om dit zuiver en lastenluw uit te voeren. Dat betekent ook dat de wet op kinderarbeid daarin past. Ik ben er overigens van overtuigd dat daar niet per se gaten hoeven te vallen. Ik denk dat kinderarbeid goed binnen het bestek van de CSDDD valt als ik zie wat daarin staat over mensenrechten.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Misschien toch nog even terug. Twee kabinetten geleden is dat zo besloten. Het is ook met uw Kamer gewisseld dat er gewacht zou worden op wat er vanuit Brussel, vanuit Europa, zou komen op deze wet- en regelgeving. Tot die tijd zouden er geen volgende stappen worden gezet met de wetten die mevrouw Kröger noemt. Mevrouw Kröger noemt een gat, maar als ik eerlijk moet zijn, is het enige gat wat ik kan bedenken — misschien kan zij de resultaten van dat onderzoek delen met het kabinet, want dat is mij niet bekend — de reikwijdte van de verordening van CSDDD, in die zin dat de CSDD natuurlijk met name, als ik het gewoon platsla en in gewonemensentaal zeg, over grote bedrijven gaat en niet zozeer over het mkb. Dat is eigenlijk het enige dat ik kan bedenken qua reikwijdte waar ik dat gat zou zien. Ik snap het probleem goed, alleen dat is echt een reikwijdte waaraan helaas op geen enkele manier iets veranderd gaat worden in Brussel. Dat is mij ook wel echt heel erg duidelijk geworden in de discussies met collega's. Zou mevrouw Kröger dat onderzoek waar zij het over heeft, kunnen delen? Als daar nog andere zaken in staan, ben ik uiteraard van harte bereid om daar even goed naar te kijken.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dat kan ik voor een deel en voor een deel ook nog niet. Dat heeft te maken met waar het wetstraject staat. Er is een consultatie, waarbij we natuurlijk het net ophalen van diverse verschillende spelers, waaronder het bedrijfsleven, over hoe er wordt gekeken naar hoe wij van plan zijn om deze wet door te vertalen in nationale wet- en regelgeving. Daar worden ook deze elementen in genoemd. Als het net is opgehaald, gaan we dat even netjes naast elkaar leggen en dat wegen. Daar heb ik dus op dit moment dus nog niet zo veel over te zeggen. Zover zijn we gewoon nog niet in het wetgevingsproces.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Ik ben ook zeer voor het stimuleren voor het lokaal ondernemerschap in Nederland, in heel veel opzichten. Dit antwoord ging natuurlijk specifiek over lokaal ondernemerschap in ontwikkelingslanden. Misschien ging ik er iets te snel doorheen, maar het ging over de Nederlandse inzet om ook de randvoorwaarden voor lokaal ondernemerschap te vergroten in sectoren waarin Nederland wel een meerwaarde heeft. Een van de belangrijkste dingen — dat hebben uw partij en JA21 eerder aangeraakt — zijn de randvoorwaarden waarin lokaal ondernemerschap internationaal concurrerend kan zijn vanuit deze landen. Als je kijkt naar de zogenaamde non-tariff barriers, de toch wel ingewikkelde voorwaarden waaraan dit soort ondernemers moeten voldoen om concurrerend te kunnen zijn op de Europese markt, dan zie je dat Nederland en andere Europese landen best veel doen om ervoor te zorgen dat de informatie die nodig is bij lokale ondernemers beschikbaar is en dat ze daar hun voordeel mee kunnen doen. Tegelijkertijd: als ik kijk naar hoe vaak dit opkomt in mijn gesprekken met mijn bilaterale collega's uit, laat ik het maar breed zeggen, niet-Europese landen, dan zie ik dat dat echt enorm is. Vandaar dat we eerder hebben toegezegd dat we nog een keer heel goed gaan kijken naar wat we hier eventueel extra op zouden kunnen doen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Op het risico af dat ik u een heel ambtelijk proces in trek: dat wil ik niet doen, maar ik denk dat ik het wel kan verhelderen. De taskforce verdienvermogen kijkt op dit moment naar die zes meest veelbelovende sectoren en maakt daar ook nieuwe strategie op. Daar zit de internationale component ook nadrukkelijk in. Als ik heel eerlijk ben, denk ik dat dat de route naar succes is. Dan schieten we namelijk niet met hagel, maar kijken we heel specifiek door de juiste rietjes naar dit probleem, maken we daar een goede analyse van en maken we vervolgens een strategie over hoe daarmee om te gaan. Mijn vermoeden is — houdt u mij daar niet aan — dat die sectoragenda's op een gegeven moment ook naar de Kamer komen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dat doe ik, maar niet voordat ik nog even ben teruggekomen op de vraag van mevrouw Kröger, die het had over de Santa Martaconferentie, ISDS en het klimaat. We hebben daar in het tweeminutendebat afgelopen week het een en ander over gewisseld. Mijn constatering in dat tweeminutendebat was dat er maar heel beperkt tractie was om dit verder te brengen op de volgende klimaatconferentie. De Nederlandse invloed op de agenda van de volgende klimaatconferentie is weer veel kleiner dan op deze, omdat we dan niet de organiserende partij zijn. Mevrouw Kröger zei: er zijn een aantal landen en ngo's geweest die erop hebben gewezen dat specifieke IBO's in de weg zouden kunnen staan voor het beëindigen van energiecontracten die zijn afgesloten. Als ik iets breder kijk, zie ik dat ontwikkelingslanden in brede zin aangeven dat zij de IBO's van groot belang vinden voor hun investeringsklimaat. Dat zie ik ook als ik kijk naar de wensen van ontwikkelingslanden om nieuwe verdragen af te sluiten. Die verdragen vormen an sich volgens mij geen belemmering of beletsel voor het uitvoeren van het klimaatbeleid. Ik zoek toch nog een beetje naar waar mevrouw Kröger … Ik hoor iemand zeggen: naartoe wil. Nou, daar is ze meestal heel helder over. Maar of het zo breed gedragen wordt als mevrouw Kröger zegt, weet ik niet helemaal.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Zo zou ik het eigenlijk niet willen aanvliegen, niet alleen vanwege de lastendruk voor bedrijven in algemene zin — daar hebben we het de hele tijd over — maar ook vanwege de lastendruk voor de mensen die voor het ministerie werken. Het doorlopen van dit soort zaken is echt een enorme klus. Als mevrouw Kröger hele specifieke verdragen kent die wij hebben gesloten waarvan zij zegt "hierbij loopt de boel echt in de soep en dat heeft te maken met de Nederlandse opstelling of de afspraken die Nederland heeft gemaakt", dan ben ik uiteraard bereid om daar goed naar te kijken. Maar ik vind het echt een beetje te veel gevraagd om in algemene zin te zeggen: loop het maar eens even helemaal door en bekijk maar even goed wat er allemaal gebeurd is. Als er concrete zaken zijn, staat de deur open. Die nemen we graag in ontvangst. Maar in algemene zin is het nu een te grote opdracht.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Voorzitter. De heer Bamenga deed een suggestie met betrekking tot gezamenlijke Europese handelsmissies met brede bedrijvendelegaties in strategische sectoren. Uiteraard deel ik de analyse dat wij als Europese landen gezamenlijk sterker staan dan alleen. Ik zou ook de analyse kunnen delen dat je als gezamenlijke delegatie soms een grotere meerwaarde voor een hele keten op de lat kan leggen, dus ik wil daar niet meteen nee op zeggen. Tegelijkertijd hebben Nederlandse bedrijven soms juist Europese concurrenten. Als je dan — ik zeg maar wat — gaat met een handelsdelegatie die ziet op de watersector en alle concurrenten van de Nederlandse topbedrijven mogen ook mee … Wie zijn we dan precies aan het helpen? Als ik de heer Bamenga zo mag horen dat we heel goed bekijken wanneer het opportuun is en het ons bedrijfsleven kan helpen, en wanneer we denken "dit is misschien even onhandig, nu moeten we misschien even alleen gaan", dan verstaan we elkaar heel goed, denk ik. De heer Bamenga vroeg ook hoe Nederlandse en Europese deelname aan de Global Gateway aantoonbaar bijdraagt aan lokale banen, kennisoverdracht en economische ontwikkeling. De Global Gateway is juist gericht op het aantrekken van investeringen uit partnerlanden. Daarbij sluit de Europese Unie ook nadrukkelijk aan bij de belangen van die partnerlanden. Dat is ook echt anders dan de inzet van een land meer ten oosten van ons. Het gaat om gelijkwaardige economische partnerschappen met wederzijds voordeel. De Global Gateway gaat ook uit van die zogenaamde 360 gradenbenadering, waarbij er sprake is van het borgen dat investeren een maximale ontwikkelingsimpact heeft. Het gaat dus niet alleen maar om infrastructuurinvesteringen, maar ook om investeringen in lokale bedrijvigheid, banen, kennis, vaardigheden en waardeketens. Volgens mij is het plan om dan per project te rapporteren. Daarvan denk ik dan weer het mijne, want dat lijkt me heel bewerkelijk, maar dat is wel hoe het wordt gezien. De heer Bamenga vroeg ook: zijn we bereid om de evaluatie van de Europese dualuseverordening te benutten om te komen tot gezamenlijke veiligheidsafwegingen, zo veel mogelijk uniforme regels en een gelijk speelveld voor Europese bedrijven? Ja. Dat is ook al langer de Nederlandse inzet. Kijk, uitvoering geven aan exportcontrole is binnen de Europese Unie een nationale bevoegdheid, met de dualuseverordening als leidend juridisch kader. Met inachtneming van die taakverdeling, is er sprake van hele nauwe Europese coördinatie en informeren Europese lidstaten elkaar ook over afgegeven en, niet onbelangrijk, geweigerde vergunningen. Dat is cruciaal. Ook dit jaar zal de Europese Unie die controlelijst weer actualiseren. Mevrouw Kröger vroeg naar de VAE en Sudan. Ik heb het tijdens het vorige debat gezegd en zeg het hier gerust opnieuw; dat is geen enkel probleem. Het kabinet onderschrijft de aanbevelingen van de fact-finding mission volledig. De rol van de VAE in Sudan wordt door het kabinet meer dan betreurd. We roepen alle partijen in de regio op, met dialoog en met druk, om hun rol, waar die negatief is, te staken en om hun invloed in te zetten om te komen tot een permanent staak-het-vuren, een civiele transitie en uiteindelijk tot een stabiel Sudan. Het kabinet is ervan overtuigd, en ik sta daar volledig achter, dat het van belang is dat wij die hele regio voorzien van druk. Dat geldt voor de VAE, voor Ethiopië, voor Egypte en voor Turkije. Het geldt dus voor diverse landen. Het is geen enkel probleem om het daarover te hebben. Het is ook geen probleem om het daar met die landen over te hebben. Dat heeft het kabinet ook bilateraal in verschillende fora gedaan. Ik ben dan ook wel een beetje benieuwd waar mevrouw Kröger naar zoekt, want Nederland loopt op alle terreinen, niet alleen in woorden, het omarmen van aanbevelingen en het zetten van druk, meer dan voorop. Maar als Nederland echt wil proberen om een rol te spelen in Sudan, heeft het geen zin — dat vind ik echt van cruciaal belang — om slechts één partij in het verdomhoekje te zetten en richting hen veroordelende woorden uit te spreken. Ik weet namelijk wat er dan gaat gebeuren. Dat verliest de Nederlandse rol alle effectiviteit. Ik weet dat mevrouw Kröger dat niet wil. Zij wil namelijk ook dat Nederland die rol, die te lang weg is geweest, weer oppakt om ervoor te zorgen dat wat er in Sudan gaat gebeuren, weer een klein beetje een stap vooruit is. Voorzitter. Het bruggetje is vrij bruut, maar hierna komen de vragen van de heer Lohman over de nationale investeringsinstelling en de exportkredietverzekering. Hij verwelkomt overigens de nationale investeringsinstelling. We hebben daar natuurlijk recent het startschot voor gegeven. De private sector heeft ook enthousiasme getoond. De strategie en het investeringsbeleid van de NII moeten nog worden vastgesteld. Helder is wel dat we bedrijven willen financieren die in het buitenland willen ondernemen of groeien, maar waarvoor private financiering moeilijk beschikbaar is. Dan gaat het heel vaak om mkb-bedrijven. Zo las ik de vraag van de heer Lohman ook een beetje. Die ging over het belang van het beter financierbaar maken van duurzame investeringen in circulaire bedrijvigheid. Het CDA heeft gepleit voor het onderbrengen van de exportkredietverzekering bij de NII. Dat heeft het ook eerder in Kamervragen gedaan. Afgelopen vrijdag — ik meen tenminste dat het afgelopen vrijdag was — is de Kamer volgens mij geïnformeerd over de voorlopige gunningsbeslissing over de aanbesteding van de ekv. Die is gewonnen door een vertrouwde partij. Binnen deze gunning zijn er geen opties om de ekv onder te brengen bij de NII. Op langere termijn, wanneer de NII is opgericht en volledig operationeel is, liggen er volgens mij wél weer kansen. Ik moedig de heer Lohman dus vooral aan om hierin vasthoudend te zijn. Dit moment gaat naar mijn gevoel namelijk wel een keer komen. Mevrouw Maes vroeg nog naar de aansluiting bij de opschaling van de defensie-industrie. Het kabinet heeft onderzocht hoe de ekv ingezet kan worden om financieringsknelpunten in de defensie-industrie te verhelpen. Daaruit volgt dat defensiebedrijven met name behoefte hebben aan werkkapitaal en bankgarantiecapaciteit. Verschillende ekv-instrumenten kunnen daarbij helpen, onder andere de ekv-contragaranties en de werkkapitaaldekking. Er zijn dus mogelijkheden om dat te doen. Daarnaast is er in 2025 de pilot innovatiedekking geïntroduceerd. Daarbij kunnen projecten op het gebied van prioritaire sleuteltechnologieën worden verzekerd. Defensiebedrijven komen ook in aanmerking voor dat slot. Tot slot een vraag van de heer Lohman. "Deelt de minister de opvatting dat besluiten over de Nederlandse technologieën en de exportvergunningen uiteindelijk in Nederlandse en Europese handen moeten blijven?" Daar gaan we heel kort over zijn: ja, absoluut. Voorzitter, dan ben ik, in ieder geval op papier, bij het einde van mijn beantwoording in de eerste termijn gekomen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Op het eerste punt heeft mevrouw Kröger helemaal gelijk. Ik denk dat ik het antwoord even heb overgeslagen, maar meer omdat ik hier te veel blaadjes had. Ik kom er heel graag op terug, maar ik wil het graag even goed uitzoeken. Ik beloof haar dus dat ik er voorafgaand aan de begrotingsbehandeling schriftelijk op terugkom. Dat betreft het Glasgowdeel. Twee. Ze vroeg ook naar de Monitor Brede Welvaart en wat de conclusies zouden moeten betekenen. De Monitor Brede Welvaart is heel handig, omdat hij laat zien hoe onze handel met het buitenland kan bijdragen aan welvaart elders, bijvoorbeeld door het creëren van werkgelegenheid en economische groei. Tegelijkertijd geeft het CBS zelf aan dat uit deze gegevens niet blijkt om wat voor banen het gaat en wat voor eventuele lokale effecten er zijn. Daarom gebruiken wij ook altijd een veelvoud aan bronnen om ons te informeren; niet alleen de Monitor Brede Welvaart bepaalt de koers van het beleid. Op basis van de gegevens zie ik nu dus nog geen reden tot wijziging van het beleid.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Wij noteren deze verwachting zeer goed. We zullen proberen om daar zo snel als mogelijk gehoor aan te geven.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dank, voorzitter. Dank ook aan de Kamer voor de inbreng in tweede termijn. Er werd nog opgemerkt dat het minderheidskabinet tussen PRO en JA21 gepositioneerd zou zijn. Ik zou zeggen: dat lijkt me de perfecte positionering voor dit minderheidskabinet. De heer Hoogeveen had het nog over 76 zetels. Nou ja, als zijn partij, net als de partij van mevrouw Kröger, bereid is om bij te dragen aan die 76 zetels, is dat ook geniaal. Ik zag vandaag in het debat overigens toch echt wel toenadering tussen de linker- en rechterflank van de Kamer. Ik zag wel iets gebeuren waarvan ik dacht: dat zou het brede midden kúnnen zijn! Los daarvan was er nog één inhoudelijke vraag. De heer Lohman vroeg hoe concurrerend de Europese Unie nu is op het gebied van AI in de AI-race. Ik denk dat dat een "glas halfleeg, halfvol"-verhaal is, in de zin dat als je kijkt naar de grote taalmodellen, het evident is dat Europa op dit moment niet zo veel in handen heeft. Als je kijkt naar de positie die Europa kan spelen in het kader van wat er essentieel is voor de ontwikkeling van die taalmodellen en andere zaken, dan heeft de Europese Unie, en Nederland zeker, natuurlijk een aantal bedrijven in handen die echt essentieel zijn. Op het gebied van de regulering van AI is al heel veel gezegd. Wel denk ik dat het evident is dat als wij in het grotere geheel een eigenstandige rol willen spelen die verder gaat dan alleen regulering of leverancier zijn van materiaal waar dit soort dingen mee kunnen worden ontwikkeld, we dan echt wel een been bij hebben te zetten. Daarom investeert het kabinet zeer in innovatie en zet het ook in op investeren in innovatie in het Meerjarig Financieel Kader. Voorzitter. Dat gezegd hebbende ga ik naar de moties. Allereerst de motie van mevrouw Kröger, op stuk nr. 9, over de doelstelling ten aanzien van de Nederlandse consumptievoetafdruk. Laat ik allereerst helder zijn dat het kabinet absoluut de ambitie deelt om de Nederlandse voetafdruk ook internationaal te verkleinen. Onze inzet is om onze internationale voetafdruk op klimaatgebied substantieel te verkleinen. Het kabinet heeft voor de zomer de beleidsagenda emissiereductie productketens gepubliceerd, waarin we uiteenzetten hoe we de consumptiebroeikasgasvoetafdruk van de Europese Unie willen verkleinen. Het is helaas dan weer niet mogelijk om op basis van een samengestelde indicator, de ecologische voetafdruk, goed beleid te ontwikkelen. Ik denk dat we niet ver van elkaar af staan als het gaat om wat we graag zouden willen dat er gebeurt, maar dat dit niet de juiste indicator is om op te nemen. Dat is de reden dat ik de motie ontraad, niet vanwege een gebrek aan sympathie.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Twee zaken inderdaad. Op basis van een samengestelde indicator is het moeilijk om beleid te maken. Daarnaast zijn er andere indicatoren die volgens het kabinet helder zijn. Daarbij heeft het nauwelijks tot geen effect als we dit enkel als Nederland zouden doen, terwijl de rest van de Europese Unie dit niet doet. De rest van de Europese Unie doet dit niet. Ik snap de doelstelling, maar ik denk dat het 'm niet gaat worden, als je kijkt naar het internationale krachtenveld.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Nee, er zijn twee redenen. De ene is inderdaad het Europese krachtenveld. We constateren dat andere landen in Europa dit niet doen en dat het dus weinig tot geen effect zal hebben als wij het wel doen. De andere is de constatering dat het op basis van deze samengestelde indicator gewoon echt moeilijk is om goed beleid te ontwikkelen en het kabinet het dus niet wenselijk acht om deze weer opnieuw op te nemen. Ik snap de vraag, maar ik vrees dat het bij "ontraden" zal blijven.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dan de motie op stuk nr. 10 van de heer Bamenga, met een duidelijke analyse. Het is duidelijk dat we samen sterker staan. Ik ben bereid om te kijken of we misschien met een of meerdere like-minded, gelijkgezinde lidstaten gezamenlijk missies kunnen organiseren onder leiding van een of meerdere handelsministers. Dat kan natuurlijk alleen in landen waar draagvlak is voor onze komst en waar de ambities gelijk zijn. Er wordt gevraagd om in Q1 te informeren. Ik zou dat eigenlijk gewoon volgend jaar rond dezelfde tijd willen doen. Heel plat: het is geen gebrek aan onwil, maar handelsmissies worden echt ver van tevoren gepland. Q1 is al helder. De kans dat de handelsmissies die het Nederlandse kabinet heeft gepland gaan wijzigen, is echt heel klein, ook gelet op hoe belangrijk het is dat het bedrijfsleven voorspelbaarheid heeft. Daarnaast acht ik de kans bijna nul dat een andere handelsmissie in Europa dezelfde flexibiliteit heeft. Als we het inhoudelijke deel van de motie mogen omarmen en het rapportagedeel mogen verplaatsen naar hetzelfde kwartaal als waarin deze motie wordt ingediend, Q3 maar dan volgend jaar, krijgt de motie oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: De motie op stuk 11, ook van de heer Bamenga, krijgt oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Datgene wat de heer Hoogeveen vraagt in zijn motie op stuk nr. 12 is al kabinetsbeleid: lastenluw en zuiver. De motie krijgt dus oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: De motie op stuk nr. 13 krijgt ook oordeel Kamer, met dien verstande dat de integratie van Invest International en de NII niet automatisch zal leiden tot minder regels. Die zal leiden tot één loket voor het bedrijfsleven. Dat is sowieso goed. Wij kijken breder of er nog regels zijn waarnaar we goed kunnen kijken, maar we gaan de exercitie die reeds is gedaan bij de evaluatie van het bedrijfsleveninstrumentarium niet helemaal opnieuw doen. Daar wil ik wel even voor waarschuwen. Met dien verstande geef ik deze motie graag oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dan de motie van mevrouw Maes op stuk nr. 14 over barrières. Het kabinet neemt dat signaal serieus. We zijn ook druk bezig om te bezien hoe we de vergunningverlening kunnen versnellen. Herhaalaanvragen worden ook versneld afgedaan. Vanuit dat oogpunt geef ik de motie oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: De motie-Maes/Lohman op stuk nr. 15 krijgt ook oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Daarbij wil ik wel één ding zeggen. Er wordt namelijk ook gevraagd om een brief. Daar ga ik even niet zo veel over zeggen, omdat het kabinet nog aan het nadenken is. Uw Kamer heeft nog een debat met de minister van Buitenlandse Zaken over grondstoffen. Ik zeg in alle eerlijkheid dat een van de dilemma's wel is wat Kamer en kabinet hierover met elkaar in de openbaarheid wisselen en wat er in vertrouwelijkheid gewisseld moet worden. Als ik de richting van het dictum mag omarmen en ook hier weer mag zeggen dat we even bezien of de communicatie een Kamerbrief wordt of iets anders, kan de motie oordeel Kamer krijgen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dank. De laatste motie, die op stuk nr. 16, krijgt ook oordeel Kamer. Het kabinet bereidt een Kamerbrief voor met een kabinetsbrede notitie over AI, mede op verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken. De punten waarnaar gevraagd werd door de heer Lohmans en de heer of mevrouw Zwinkels — mevrouw Zwinkels, excuus, ik ken haar niet — zullen daarin worden meegenomen.

Bron, video en gesprek →
5 okt 2026 · Spreekbeurt

Minister Sjoerdsma: Dan dank ik de Kamer vooral voor het constructieve debat en de gestelde vragen.

Bron, video en gesprek →