Kabinetskoers van rust en duidelijkheid onder zelfstandigen
Brontekst
Versie d0bbc094af8b9aba · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 311MobiliteitsbeleidNr. 305 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 april 2026Dit kabinet wil zorgen voor een doorbraak in de discussies rondom hetwerken met en als zelfstandige(n) en komen tot een houdbare, breedgedragen aanpak voor de lange termijn. Daarbij zijn twee zaken vanbelang. Enerzijds wil het kabinet zelfstandigen de erkenning geven die zeverdienen, met de ruimte en verduidelijking die daarbij horen. Anderzijdsvindt het kabinet het belangrijk om de schaduwkanten aan te pakken,zodat zelfstandigen bijvoorbeeld adequaat verzekerd zijn en schijnzelfstan-digheid wordt voorkomen. Kortom: een aanpak waarbij de ruimte om alszelfstandige te werken gepaard gaat met het nemen van verantwoorde-lijkheid om dat goed te regelen.Met deze brief informeer ik, de Minister van Werk en Participatie, medenamens de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatsse-cretaris van Financiën, de Tweede Kamer op hoofdlijnen over de zzp-koersvan meer rust en duidelijkheid, zowel op de korte als de lange termijn.Hiermee komen we tevens de toezegging na aan de leden Ceulemans(JA21), Ergin (DENK), Flach (SGP) en Moinat (Groep Markuszower) tijdensde begrotingsbehandeling SZW van 19 maart jl. om de Kamer hierover teinformeren. De drie lijnen waar eerdere kabinetten aan werkten (eengelijker speelveld tussen contractvormen, meer duidelijkheid wanneergewerkt wordt als werknemer of zelfstandige, verbetering handhaving opschijnzelfstandigheid) blijven overeind, hoewel de invulling ervan oponderdelen aangepast wordt aan de koers van dit kabinet. De acties diedaarbij horen, worden in deze brief beschreven.Er zijn de afgelopen jaren veel werkenden heel bewust gestart als zzp’er inallerlei sectoren: een keuze voor ondernemerschap, meer eigen regie overhet werk en het toevoegen van unieke kennis aan organisaties. Hetwerken aan tijdelijke en uitdagende klussen met concreet eindresultaat enmet een diversiteit aan opdrachtgevers, zorgt ervoor dat zelfstandigenveel voldoening uit hun werk kunnen halen. Daarmee leveren ze eenbelangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. kst-31311-305ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3051 Bij een goed functionerende, moderne arbeidsmarkt hoort ook datwerkenden en werkgevenden zoveel mogelijk duidelijkheid hebben overde contractvorm. Ook zodat zelfstandigen zich niet onnodig zorgenhoeven te maken of ze achteraf alsnog als werknemer worden gezien. Hetkabinet vindt dat zelfstandigen een volwaardige plek hebben op dearbeidsmarkt: nu en in de toekomst. Uiteraard met de verantwoordelijk-heden die daarbij horen. Een duidelijker wettelijk kader draagt er ook aanbij dat werkgevenden zonder onnodige terughoudendheid kunnen kiezenvoor het werken met zzp’ers. Daarbij helpt het om zelfstandigen erkenningte geven, het onderscheid met werknemers op die manier te verduide-lijken en schijnzelfstandigheid tegen te blijven gaan. Schijnzelfstandigheidleidt namelijk o.a. tot oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaardentussen zowel werkenden als werkgevenden, met risico’s voor de adequatebescherming van werkenden.1) Meer duidelijkheid en rust op korte termijn: aandacht voor watwél kan 1.1 Schrappen verduidelijkingsdeel Vbar Het schrappen van het verduidelijkingsdeel uit het wetsvoorstel «Verdui-delijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden» (Vbar) is, wathet kabinet betreft, een belangrijke stap naar meer rust op de markt. Deonzekerheid en kritiek over de criteria uit het verduidelijkingsonderdeel,die als een verzwaring werden ervaren ten opzichte van de huidige wet-en regelgeving, is daarmee weggenomen. En daarmee hopelijk ook devoorzichtigheid en terughoudendheid van opdrachtgevers om zelfstandigwerkenden in te huren, terwijl dit prima binnen de huidige wettelijkekaders mogelijk is. Het huidige toetsingskader, op basis van de meestrecente jurisprudentie, zal dan ook door het Ministerie van SZW gepubli-ceerd worden op hetjuistecontract.nl om de duidelijkheid daarover verderte vergroten.1.2 Door met rechtsvermoeden op grond van uurtarief Tegelijkertijd gaat het kabinet met hoog tempo door met het rechtsver-moeden van werknemerschap onder een uurtarief van 38 euro1.Werkenden die onder dat tarief werken en menen recht te hebben op eenarbeidsovereenkomst, krijgen hierdoor een betere rechtspositie. Ook kandit helpen bij het tegengaan van schijnzelfstandigheid onder een meerkwetsbare groep. Het kabinet dringt dan ook aan op spoedige behan-deling van het wetsvoorstel, mede met het oog op de verplichtingen inhet kader van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP).Het lid Patijn (GroenLinks/PvdA) verzocht tijdens de procedurevergaderingvan 24 maart jl. om een tijdpad van de wetsvoorstellen die betrekkinghebben op het werken met en als zelfstandige(n). Voor het rechtsver-moeden wordt gestreefd naar publicatie in het Staatsblad op uiterlijk31 augustus 2026. Voor de implementatie van de Richtlijn Platformwerkwordt gestreefd de internetconsultatie in Q2 2026 te starten.1.3 Communicatiecampagne: zo kan zzp wél De komende periode wil het kabinet aan de slag met een campagne dielaat zien hoe er op een juiste manier met zzp’ers kan worden gewerkt. Hetkabinet streeft ernaar deze campagne voor de zomer te starten. Opdracht-gevers worden gewezen op de punten waar ze op moeten letten bij eenovereenkomst van opdracht.1Peildatum 1 januari 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3052 En door zelfstandigen bewuster te maken waar zij rekening mee moetenhouden bij het aangaan van een arbeidsrelatie. Bij de voorlichtingsactivi-teiten zal gebruik worden gemaakt van evaluaties van voorgaandecampagnes. In een volgende voortgangsbrief wordt u geïnformeerd overde stappen die hierin zijn gezet.Het kabinet ziet dat er sprake is van beweging in de markt na de opheffingvan het handhavingsmoratorium voor de loonheffingen per 1 januari2025. Ondanks dat de wetgeving ten aanzien van de kwalificatie arbeidsre-laties niet is gewijzigd, heeft het wel geleid tot meer bewustwording.Cijfers van het CBS2 over het afgelopen jaar bevestigen dat beeld. Dit isbegrijpelijk, aangezien partijen bezig zijn met het aanpassen van hunwerkwijze conform wet- en regelgeving. Het kabinet juicht het toewanneer organisaties (pro)actief nadenken over, en het gesprek aangaanover, het kiezen van de juiste arbeidsrelatie. Bijvoorbeeld door eenopdracht zo in te richten (aan de hand van de jurisprudentie die erintussen is), dat deze door een zelfstandige kan worden uitgevoerd. En opdie manier schijnzelfstandigheid te voorkomen. Maar ook door je alszelfstandige zelf meer ondernemend op te stellen, met de verantwoorde-lijkheden die daarbij horen. Of door te concluderen dat er sprake is vanwerken als werknemer.Er zijn echter ook signalen vanuit o.a. zelfstandigenorganisaties datzelfstandigen een terugval in het aantal opdrachten ervaren, omdat somsbij voorbaat al deuren worden gesloten zonder eerst het gesprek aan tegaan. Dat is zonde indien dat onnodig gebeurt. Deze reactie onderopdrachtgevers wil het kabinet, zoals ook hierboven geschetst, tegengaan.Bijvoorbeeld als risico’s gemeden worden vanwege onduidelijkheid of eengebrek aan expertise over geldende wet- en regelgeving.Om de bewustwording in de markt te vergroten is er het afgelopen jaardoor het Ministerie van SZW ingezet op de publiekscampagne «ZZP ja ofnee», voorlichtingsactiviteiten over wanneer sprake is van werken alswerknemer of als zzp’er, de website hetjuistecontract.nl en de webmodulebeoordeling arbeidsrelatie. Dit kabinet wil de bewustwording in de marktverder vergroten door te benadrukken wanneer géén sprake is van eenwerknemer en dus wél met (en als) zelfstandige(n) kan worden gewerkt.Hier zal nog meer aandacht aan worden besteed. Ook om te voorkomendat zzp’ers onnodig categorisch worden uitgesloten. Met deze benaderingwordt natuurlijk ook duidelijker wanneer juist sprake is van werken alswerknemer, en daarmee een risico op schijnzelfstandigheid.1.4 Extern ondernemerschap weegt volwaardig mee Op 21 februari 2025 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op prejudi-ciële vragen van het Gerechtshof Amsterdam over de rol van externondernemerschap bij het kwalificeren van de arbeidsrelatie3. In datantwoord staat dat bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsover-eenkomst geen rangorde geldt tussen de mee te wegen omstandigheden,waaronder ondernemerschap van de werkende buiten de specifiekearbeidsrelatie («extern ondernemerschap»). Oftewel, het extern onderne-merschap is één van de gezichtspunten die holistisch dient te wordenmeegewogen met de andere acht gezichtspunten uit het Deliveroo arresten eventuele andere relevante feiten en omstandigheden van het geval.2Aantal zzp’ers in 2025 gedaald met 62 duizend | CBS3Hoge Raad 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3053 Op 27 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaanover de beoordeling van de arbeidsrelaties van de chauffeurs van Uber4.Het Hof komt tot het oordeel dat de betreffende zes Uber chauffeurs (diein hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden) geen arbeids-overeenkomst hebben, omdat bij hen sprake is van een sterke mate vanondernemerschap. Vanwege het ontbreken van gegevens met betrekkingtot individuele omstandigheden kan het Hof niet voor andere individuelechauffeurs of groepen van chauffeurs vaststellen voor wie dat geldt. Devordering dat sprake is van een dienstbetrekking, die zag op een derge-lijke kwalificatie voor een groep c.q. groep van chauffeurs, is daaromafgewezen.1.5 Actualisatie webmodule en leidraad Het kabinet benadrukt dat de uitvoering het extern ondernemerschap,conform jurisprudentie, meeneemt in de beoordeling van arbeidsrelaties.De webmodule beoordeling arbeidsrelatie zal worden aangepast door derol van extern ondernemerschap duidelijk te benoemen bij de startpagina.Juist omdat dit gezichtspunt als enige buiten de arbeidsrelatie zelf ligt,terwijl de webmodule zich met name richt op de gezichtspunten binneneen specifieke arbeidsrelatie. Tot slot wil het kabinet de leidraad diebinnen de Rijksoverheid wordt gebruikt herzien op basis van de meestrecente jurisprudentie. Deze jurisprudentie wordt reeds toegepast door deuitvoeringsorganisaties. Op korte termijn zal dit ook tot uitdrukkingworden gebracht in het – op de websites van de Belastingdienst enhetjuistecontract.nl – te publiceren beslis- en afwegingskader.Hoewel deze uitspraak dus niet betekent dat extern ondernemerschap inalle gevallen doorslaggevend is, wordt dit wel holistisch meegewogen.Tevens blijkt uit de uitspraak dat ondernemerskenmerken ook bij anderegezichtspunten, zoals gezichtspunt 8 (mate waarin de opdrachtnemer bijde opdracht commercieel risico loopt) van belang zijn bij de holistischetoetsing. Het beoordelen van extern ondernemerschap is zowel voor deuitvoering als voor opdrachtgevers complex, omdat het ook gaat omactiviteiten van de opdrachtnemer buiten het directe zicht van dearbeidsrelatie. Voor zzp’ers is het relevant om zich te gedragen alsondernemer – ook buiten de arbeidsrelatie – en de opdrachtgever hieroverte informeren als dit voor de beoordeling nodig is. De huidigecomplexiteit in de beoordeling van arbeidsrelaties is voor het kabinet eenaanmoediging om aan de slag te gaan met verduidelijkende en eenvou-digere wetgeving voor zelfstandigen, opdrachtgevers en de uitvoering.1.6 Overheid geeft goede voorbeeld: schijnzelfstandigheid naar nul en nietonnodig categorisch uitsluiten zzp’ers Bij de uitvoering van beleid is het van belang dat de Rijksoverheid zelf hetgoede voorbeeld geeft en zich houdt aan geldende wet- en regelgeving.Dat betekent enerzijds dat het aantal (potentieel) schijnzelfstandigen bij deRijksoverheid naar nul moet zijn teruggebracht. In de Kamerbrief van17 december jl. hierover van de Minister van BZK werd vermeld dat van1 januari 2025 tot 1 juli 2025 het aantal potentieel schijnzelfstandigen bijde Rijksoverheid is afgebouwd van 2.510 naar 1.305 werkenden. Indezelfde brief is uitgesproken dat departementen ernaar streven schijn-zelfstandigheid naar 0 te hebben afgebouwd per 1 januari 2026. Over devoortgang van die afbouw wordt u op de hoogte gehouden door deMinister van BZK, conform de motie Boon (PVV)5.4Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2026, ECLI:NL:GRAMS:2026:163.5Kamerstukken II, 2024/2025, 31 311, nr. 269.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3054 Ook de Rijksoverheid is vanzelfsprekend gehouden aan de wet- enregelgeving. Schijnzelfstandigheid blijven we tegengaan.Anderzijds is het kabinet van mening dat van categorisch uitsluiten vanzzp’ers bij de Rijksoverheid geen sprake kan zijn. Wanneer inhuur conformwet- en regelgeving is, moet daar ruimte voor zijn en dient de overheidook hierbij het goede voorbeeld te geven. Dit zal een plek krijgen in deleidraad die binnen de Rijksoverheid wordt gebruikt en binnenkort wordtherzien in lijn met de meest recente jurisprudentie. Het kabinet zal hier dekomende periode aandacht voor vragen in de gesprekken die hieroverworden gevoerd, ook met de VNG, rekening houdend met deRoemernorm6. Daarmee beoogt het kabinet ook binnen de Rijksoverheidde bewustwording verder te vergroten over hoe nog wél met zzp’ers kanworden gewerkt. Over de voortgang wordt u geïnformeerd in de volgendevoortgangsbrief. In de eerdergenoemde Kamerbrief is overigens vermelddat het totaal aantal zelfstandigen Rijksbreed is toegenomen in de periodevan 1 januari 2025 tot 1 juli 2025: van 3.778 naar 4.039 zelfstandigen. Datlaat zien dat de ruimte om met zelfstandigen te werken er ook binnen deRijksoverheid is, als je het goed regelt met elkaar.2) Erkenning van de zelfstandige en tegengaan schijnzelfstan-digheid 2.1 Naar een nieuwe Zelfstandigenwet Het kabinet wil zo snel mogelijk aan de slag met een Zelfstandigenwet,zodat zelfstandigen de erkenning krijgen die ze verdienen. Hiermee neemthet kabinet de uitgangspunten van het initiatiefvoorstel vanuit verschil-lende fracties (VVD, D66, CDA en SGP) uit de Tweede Kamer als leidraad.Het doel is om ervoor te zorgen dat zelfstandigen en opdrachtgeversvooraf meer duidelijkheid hebben wanneer iemand geen werknemer is endus als zzp’er kan worden ingehuurd, en tegelijkertijd vast te leggen welkeverantwoordelijkheden bij die zelfstandige horen. Op die manier blijft hetkabinet aan de slag met verduidelijking en zet het de zelfstandige centraal.Uiteraard zal er ook oog zijn voor de werkenden in een kwetsbare positie,zoals de gedwongen (schijn)zelfstandigen. Over de vervolgstappen rondde Zelfstandigenwet wordt u voor de zomer geïnformeerd, conform demotie van de leden Ergin (DENK) en Ceulemans (JA21) (Kamerstuk36 800 XV, nr. 72).Bij de uitwerking zet het kabinet in op breed draagvlak en gaat hetvanzelfsprekend in gesprek met sociale partners, zelfstandigenorgani-saties, maatschappelijke organisaties, de uitvoering en uw Kamer.Hiermee wil dit kabinet ook op de langere termijn zorgen voor meer rusten duidelijkheid. Door voor zoveel mogelijk duidelijkheid aan de voorkantte zorgen, en in ruil daarvoor ook te vragen om verantwoordelijkheid tenemen voor zaken als arbeidsongeschiktheid en een pensioenvoorziening.Het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen(Baz), die zelfstandig ondernemers bij arbeidsongeschiktheid eenminimuminkomen garandeert, is één van de elementen die daarbij een rolspeelt. Dit wetsvoorstel is op 20 maart jl. naar uw Tweede Kamergestuurd.6Dit houdt in dat de externe inhuur (waar naast zzp-inhuur ook andere inhuur zoals uitzenden,detachering, etc. onder valt) bij de Rijksoverheid maximaal 10% van de totale personeleuitgaven mag bedragen. In het coalitieakkoord staat dat de externe inhuur door het kabinet«waar mogelijk wordt teruggebracht van de huidige 15,4% naar 10%».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3055 2.2 Geen zigzagbeleid: handhaving blijft nodig Het kabinet blijft inzetten op handhaving op schijnzelfstandigheid, metoog voor de menselijke maat. Ook op de lange termijn. We zien dat dehandhaving de bewustwording over wet- en regelgeving heeft vergroot,werkgevenden en werkenden nadenken over de juiste manier vansamenwerking en schijnzelfstandigheid wordt tegengegaan. Daar was teweinig sprake van ten tijde van het handhavingsmoratorium voor deloonheffingen. De markt is niet gebaat bij zigzagbeleid, maar bij voorspel-baarheid en duidelijke spelregels. Dit kabinet houdt zich daaraan.Naleving van de wetgeving door werkgevenden en werkenden is ookbelangrijk voor het arbeids- en pensioenrecht.2.3 Naar een gelijker speelveld: goede vertegenwoordiging in de polder Tot slot blijft het kabinet voor de lange termijn verder werken aan actiesop het gebied van een gelijker speelveld, waar in eerdere voortgangs-brieven ook aandacht aan is besteed. Als het gaat om de vertegenwoor-diging van zelfstandigen in de polder, specifiek binnen de Sociaal-Economische Raad (SER), zijn er de afgelopen jaren goede stappen gezeten afspraken gemaakt. Dit heeft ertoe geleid dat het perspectief vanzelfstandigen meer wordt meegewogen in beleidsvorming.AfsluitingMet deze koers wil het kabinet zorgen voor een doorbraak om – najarenlang discussie en onduidelijkheid in de markt – te komen tot rust enmeer duidelijkheid bij het werken met en als zelfstandige(n). Bij demaatregelen die genomen worden langs de drie lijnen (gelijker speelveld,verduidelijking en handhaving) staat het bredere doel, namelijk eentoekomstbestendige arbeidsmarkt, centraal. Met enerzijds erkenning voorzelfstandigen en anderzijds het aanpakken van de schaduwkanten rondschijnzelfstandigheid. Op die manier werken we aan een houdbare enbreed gedragen zzp-aanpak op de lange termijn. Waarbij de keuze voor dejuiste contractvorm makkelijker wordt door meer duidelijkheid over deregels en we tegelijkertijd de verschillen tussen contractvormenverkleinen.De Minister van Werk en Participatie,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3056
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.