Beleidsreactie marktonderzoek fysiotherapie
Brontekst
Versie a6fd86738e7307e9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 578EerstelijnszorgNr. 176 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 maart 2026Op 4 februari jl. heeft het toenmalige kabinet het definitieve markton-derzoek naar de sector fysiotherapie van de Nederlandse Zorgautoriteit(NZa) ontvangen. Op 9 februari jl. is het rapport, zonder beleidsreactie,met de Tweede Kamer gedeeld (Kamerstuk 33 578, nr. 170).Met deze brief reageert het kabinet op het rapport van de NZa en wordttoegelicht hoe het kabinet opvolging geeft aan de aanbevelingen uit hetonderzoek. Hiermee wordt invulling gegeven aan de toezegging om deTweede Kamer in het voorjaar van 2026 te informeren over het definitieverapport van de NZa en de daaraan gerelateerde moties en toezeggingen1.Ook geeft het kabinet hiermee invulling aan het verzoek van de vastecommissie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een reactie tegeven op de brief van derden «reflectie op NZa rapportage over markton-derzoek fysiotherapie»2.Het kabinet zet in op het versterken van de eerstelijnszorg en passendezorg. Daarbij werkt het kabinet aan een stelsel waarin passende zorg denorm is: zorg die aantoonbaar waarde toevoegt voor de patiënt, bijdraagtaan het functioneren van mensen, het voorkomen van zwaardere zorg en1TZ33578-161 en Kamerstukken II 2025/26, 33 578, nr. 166. In de stand van zakenbrief moties entoezeggingen fysiotherapie, wordt verwezen naar de volgende moties en toezeggingen:•De motie van het lid Krul (CDA) om voor het Commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel in juni2025 in overleg met de NZa en de zorgverzekeraars een oplossing te presenteren voor detarifering van fysiotherapeuten en daarbij nadrukkelijk de optie van minimumtarieven mee tenemen (Kamerstukken II 2024/25, 33 578, nr. 131);•De motie van het lid Dijk (SP) om nog dit jaar (2025) met een noodplan fysiotherapie tekomen om het aantal stoppende fysiotherapeuten terug te dringen en hierin in ieder gevalhet invoeren van een minimumtarief mee te nemen.•De schriftelijke en mondelinge toezegging in juni 2025 om de Kamer voor medio december2025 te informeren over het definitieve rapport als de NZa haar marktonderzoek voorfysiotherapie, inclusief mogelijke oplossingsrichtingen, heeft afgerond.2Kenmerk: 2026Z05003 kst-33578-176ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1761 doelmatig wordt ingezet. Daarmee bouwt het kabinet voort op debeweging die met het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord in gang is gezet, waarin wordt ingezet op het verplaatsen,voorkomen en vervangen van zorg en het versterken van de eerstelijn.Fysiotherapeuten spelen hierin een belangrijke rol. Zij leveren zorgdichtbij huis, ontlasten de huisarts en nemen waar mogelijk zorg over vanziekenhuizen en andere tweedelijnszorginstellingen. Daarmee dragen zijbij aan het voorkomen van zwaardere en duurdere zorg.Het is belangrijk dat fysiotherapeuten deze rol ook in de toekomst kunnenblijven vervullen. Naar aanleiding van toenemende signalen overknelpunten is daarom de NZa gevraagd onderzoek te doen naar hetfunctioneren van de markt voor paramedische zorg. De NZa voert ditonderzoek gefaseerd uit voor de verschillende paramedische beroeps-groepen. Het eerste deelonderzoek richtte zich op de fysiotherapiesector.Beleidsreactie op het marktonderzoek fysiotherapieHet kabinet dankt de NZa voor het uitgevoerde onderzoek. Het rapportbiedt een objectief beeld van de ontwikkelingen in de sector fysiotherapie,met in het bijzonder aandacht voor de toegankelijkheid van zorg. Op basisdaarvan kan een afweging worden gemaakt voor mogelijke maatregelenop de korte en langere termijn.De NZa constateert dat er op dit moment geen acuut toegankelijkheids-probleem is binnen de fysiotherapie. Er zijn momenteel voldoendeeerstelijnsfysiotherapeuten om aan de huidige zorgvraag te voldoen.Tegelijkertijd voorziet de NZa wel risico’s die op middellange termijn desector onder druk kunnen zetten. De NZa concludeert dat duidelijkestelselkeuzes nodig zijn om fysiotherapeuten een volwaardige rol te latenvervullen in de beweging naar passende zorg en de Visie op de eerste-lijnszorg 20303.In de onderstaande paragrafen wordt toegelicht welke stappen dit kabinetzet. Hiermee geeft het kabinet invulling aan de motie van het lid Krul(CDA) om in overleg met de NZa en zorgverzekeraars een oplossing tepresenteren voor de tarifering en daarbij nadrukkelijk de optie vanminimumtarieven mee te nemen4. Ook wordt invulling gegeven aan demotie van het lid Dijk (SP) om met een noodplan fysiotherapie te komenom het aantal stoppende fysiotherapeuten terug te dringen, waarbij inieder geval ook het invoeren van een minimumtarief wordt betrokken5.1. Overbruggen van uiteenlopende visies door inzet op professionali-seringDe NZa constateert dat de sector wordt gekenmerkt door verdeeldheid.Het is volgens de NZa essentieel dat het vertrouwen tussen zorgverzeke-raars en zorgaanbieders verbetert. Zij benadrukt daarbij dat veldpartijenprimair zelf verantwoordelijk zijn voor het overbruggen van verschillen invisie en voor het borgen van de toekomstbestendigheid van de sector.Veldpartijen weten immers het best wat nodig is in iedere regio en hoedaarbij kan worden samengewerkt met andere sectoren en domeinen. DeNZa kan partijen faciliteren bij het komen tot gezamenlijke oplossingen,bijvoorbeeld door het bieden van inzicht en het stimuleren van hetgesprek. Het kabinet volgt dit standpunt.3Visie eerstelijnszorg 2030 | Rapport | Rijksoverheid.nl4Kamerstukken II 2024/25, 33 578, nr. 1315Kamerstukken II 2024/25, 29 689, nr. 1306Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1762 Het kabinet verwacht van veldpartijen dat zij gezamenlijk verantwoorde-lijkheid nemen voor het overbruggen van verschillen en het realiseren vaneen gedeelde visie op de toekomst van de sector. Het kabinet vindtdaarnaast dat verdere professionalisering van de sector nodig is in debeweging naar passende zorg. In dat kader heeft het ZorginstituutNederland (hierna: het Zorginstituut) in juni 2025 besloten doorzettings-macht in te zetten bij de totstandkoming van het Kwaliteitskader fysiothe-rapie en oefentherapie. Dit Kwaliteitskader is in december 2025 definitiefvastgesteld en opgenomen in het Register van Zorginstituut6. Partijen zijnreeds met elkaar in gesprek over de implementatie en uitvoering van hetKwaliteitskader. Deze gesprekken zullen de komende periode geconti-nueerd worden. Het kabinet juicht het toe dat partijen gezamenlijk werkenaan de implementatie en uitvoering van het kwaliteitskader en zal waarnodig partijen hierbij ondersteunen.2. Structurele monitoring van marktomstandighedenDe NZa acht maatregelen zoals de invoering van minimumtarieven op ditmoment niet proportioneel en noodzakelijk. Er is geen sprake van eenacuut probleem in het aanbod van eerstelijnsfysiotherapeuten en dehuidige omstandigheden in de sector geven daartoe ook geen aanleiding.De NZa beschouwt minimumtarieven als een zwaar en uitzonderlijkinstrument, dat alleen in beeld komt bij aantoonbaar marktfalen enwanneer minder ingrijpende maatregelen onvoldoende effectief blijken tezijn. Van aantoonbaar marktfalen is volgens de NZa geen sprake. De NZaverwacht dat huidige omstandigheden ten goede komen aan eenbetaalbare premie voor verzekerden en niet leiden tot structureleproblemen in de toegankelijkheid van fysiotherapie. Eventuele knelpuntenin de toegankelijkheid of de beloning kunnen volgens de NZa effectieverworden aangepakt via bestaande instrumenten. Daarbij noemt zijbijvoorbeeld toezicht, contractering, en de totstandkoming van een cao inde sector. Het kabinet volgt dit standpunt van de NZa. Ook onderschrijfthet kabinet dat het wel van belang is om de marktomstandigheden in desector goed te blijven monitoren.Het kabinet zet daarom in op structurele monitoring van de sector, metgebruik van bestaande gegevensbronnen en zo min mogelijk administra-tieve lasten. Het kabinet verwacht daarbij van partijen dat zij investeren indezelfde taal, bijvoorbeeld ten aanzien van gegevens over wachttijden, in-en uitstroomcijfers en financiële bedrijfsvoering. Discussies over debetrouwbaarheid van gegevens komen niet ten goede aan het vinden vande juiste oplossingen.3. Fundamentele keuzes in de toekomstTot slot wijst de NZa op een spanningsveld tussen de brede maatschappe-lijke verwachtingen van fysiotherapie enerzijds en de huidige beperkingenom die rol volledig te kunnen vervullen anderzijds. Beperkingen,bijvoorbeeld in de aanspraak, leiden volgens de NZa momenteel niet toteen direct toegankelijkheidsprobleem, maar kunnen wel de bewegingnaar passende zorg en het versterken van de eerstelijnszorg belemmeren.De NZa adviseert daarom om duidelijke stelselkeuzes te maken die desector toekomstbestendig maken en de rol van fysiotherapie versterkenmet bijbehorende financiële middelen. Dit omvat volgens de NZa ondermeer het realiseren van een passende aanspraak in het basispakket,bijvoorbeeld door de eerste twintig behandelingen voor aandoeningen op6https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/fysio-en-oefentherapeutische-zorg-kwaliteitskaderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1763 de «chronische lijst»7 op te nemen in het basispakket. Voor deze wijzigingis geen inhoudelijk advies van het Zorginstituut nodig. Het Zorginstituutheeft aangegeven dat de oorspronkelijke keuze om deze vergoeding uit tezonderen, was ingegeven door budgettaire overwegingen8. Het kabinetonderkent dat opname in het basispakket van de eerste twintig behande-lingen voor aandoeningen op de «chronische lijst» kan bijdragen aan eenstevigere positie van de fysiotherapie. Voor een dergelijke uitbreiding vande aanspraak zijn op dit moment echter geen middelen beschikbaar op deVWS-begroting. Het kabinet maakt daarom de keuze om deze uitbreidingnu niet door te voeren.Meer in algemene zin geldt dat wijzigingen in het verzekerde pakketvragen om een zorgvuldige beoordeling. Binnen een stelsel waarinpassende zorg de norm is, ligt de nadruk niet op het generiek uitbreidenvan aanspraken, maar op het gericht inzetten van zorg waar dezeaantoonbaar meerwaarde heeft voor de patiënt, bijdraagt aan functio-neren, en zwaardere zorg kan voorkomen. Het onderbouwen van deeffectiviteit en doelmatige inzet van fysiotherapeutische zorg is daarbijprimair een verantwoordelijkheid van het veld zelf. De Handleidingparamedische zorg die het Zorginstituut naar verwachting uiterlijk zomer2026 publiceert, geeft partijen handvatten om tot die onderbouwing tekomen9.Daarnaast wijst de NZa op het ondersteunen van het kwaliteitskader ensamenwerking op regionaal niveau, zodat fysiotherapeuten een struc-turele positie krijgen in zorgpaden en preventieve zorg. Het kabinet zal,zoals eerder benoemd, partijen ondersteunen bij de implementatie enuitvoering van het Kwaliteitskader.Tot slotHet kabinet rekent erop dat partijen hun gezamenlijke verantwoorde-lijkheid nemen en voortvarend invulling geven aan de benodigde stappenrichting een toekomstbestendige sector. Met deze inzet kiest het kabinetvoor een stapsgewijze versterking van de fysiotherapiesector, passendbinnen de bredere beweging van de Visie op de eerstelijnszorg 2030 enpassende zorg als norm. Het kabinet blijft de voortgang actief volgen enzal waar nodig aanvullende maatregelen treffen. De Tweede Kamer wordthierover geïnformeerd.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. Hermans7De aandoeningen zijn opgenomen in artikel 2.6 van het Besluit zorgverzekering. Dit omvatBijlage 1 van het Besluit zorgverzekering, die ook wel bekend is als «chronische lijst» of «lijstBorst».8Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 9169Deze handleiding zal beschrijven hoe het onderzoek eruit kan zien waarmee kan wordenonderbouwd of paramedische zorg (met name fysio- en oefentherapie) effectief is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 578, nr. 1764
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.