Verslag van een commissiedebat, gehouden op 6 maart 2025, over Landbouw, klimaat en voedsel
Brontekst
Versie dabd8dc0e4ae5d81 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIVVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en hetDiergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2025Nr. 79 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 11 april 2025 De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuuren de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei hebben op 6 maart2025 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat enGroene Groei, Vice-Minister-President, en mevrouw Wiersma, Ministervan Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, over:–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 4 maart 2024 inzake rapport De Nederlandseagrarische sector in internationaal verband (Kamerstuk30 252, nr. 153);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 7 maart 2024 inzake duurzaam voedselbeleid(Kamerstuk 31 532, nr. 290);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 15 maart 2024 inzake volhoudbare voedselsyste-men over de grens: de internationale inzet van LNV (Kamer-stuk 30 196, nr. 825);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 28 maart 2024 inzake huidige situatie eiwittran-sitie in Nederland (Kamerstuk 31 532, nr. 291);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 8 april 2024 inzake reactie op verzoek commis-sie over twee adviezen van het Adviescollege toetsingregeldruk (ATR) betreffende de certificeringsplicht verkoop-punten biologische producten en de wijziging van de Regelingdierlijke producten (Kamerstuk 29 842, nr. 44);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 22 april 2024 inzake eindrapport Uitwerkingbedrijfstypen voor duurzame landbouw: dierlijke en plantaar-dige sectoren (Kamerstuk 30 252, nr. 167);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 28 juni 2024 inzake structureel Investerings-fonds Duurzame Landbouw (IDL) (Kamerstuk 30 252, nr. 170); kst-36600-XIV-79ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 791 –de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 12 juli 2024 inzake uitvoeringEU-Schoolregeling 2024–2025 (Kamerstuk 31 532, nr. 292);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 15 augustus 2024 inzake onderzoek naarbeleving en gedrag van agrarische ondernemers met betrek-king tot klimaatadaptatie en de evaluatie van de Subsidierege-ling Brede Weersverzekering (Kamerstuk 36 410-XIV, nr. 102);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 23 september 2024 inzake reactie op demotie van het lid Nijhof-Leeuw over versterking van deVan-Boer-tot-Bordstrategie door een Nederlandse vlag opproducten van eigen bodem (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1652)(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1671);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 3 oktober 2024 inzake evaluatierapportover de Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering enEducatie (SABE) 2020–2023 (Kamerstuk 30 252, nr. 173);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 7 oktober 2024 inzake resultaten pilot«meer biologisch in de catering van de rijksoverheid» (Kamer-stuk 36 600-XIV, nr. 9);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 3 december 2024 inzake reactie opverzoek commissie over een nadere toelichting opvolgingresultaten pilot «meer biologisch in de catering van derijksoverheid» (Kamerstuk 36 600-XIV, nr. 70);–de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur d.d. 18 december 2024 inzakeevaluatie tarieven Skal Biocontrole (Kamerstuk 25 268,nr. 232);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 17 januari 2025 inzake rapport De Neder-landse agrarische sector in internationaal verband – editie2025 (Kamerstuk 30 252, nr. 179);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 18 februari 2025 inzake rapporten,monitors en onderzoeken over duurzaam voedsel (Kamerstuk31 532, nr. 296);–de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur d.d. 3 maart 2025 inzake uitkom-sten wettelijke evaluatie Skal Biocontrole (Kamerstuk 25 268,nr. 234).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur,AardemaDe voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei,ThijssenDe griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur,JansmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 792 Voorzitter: AardemaGriffier: Van den Brule-HoltjerAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Aardema, Bromet, VanCampen, Flach, Grinwis, Holman, Kostic´, Nijhof-Leeuw, Van der Plas, Podt,Vedder en De Vos,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei,Vice-Minister-President, en mevrouw Wiersma, Minister van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.Aanvang 14.18 uur.De voorzitter:Goedemiddag allen. Ik wil maar snel beginnen, want we zijn al een beetjelaat. We hebben de tijd tot 18.15 uur. Iedereen van harte welkom, demensen op de tribune, de mensen van de commissie natuurlijk, demensen die het thuis via de livestream volgen en natuurlijk de bewinds-lieden, de Ministers Hermans en Wiersma. Zij hebben allebei Friese roots,dus dat gaat goedkomen vandaag. We hebben een spreektijd van vijfminuten en we hebben vier interrupties. De 30 secondenregel is ook vantoepassing. Ik wil maar snel beginnen. Ik geef het woord aan de heerFlach van de SGP.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. Als je een advies van de WetenschappelijkeKlimaatraad over landbouw en klimaat begint te lezen, dan ben je voorafbang voor het zoveelste hoogoververhaal, zo van: «Nou, de klimaat-opgave is groot. De doelen worden bij lange na niet gehaald. Boeren zijnde boosdoener. Het is hoog tijd voor harde maatregelen.» Dit keer was ikblij verrast. De raad gaat in op het perspectief van de boer. Die heeftperspectief nodig om zijn rol te spelen en daar ontbreekt het aan. Het gaatniet alleen om economisch perspectief, duidelijk en consistent beleid voorde lange termijn, eigen regie en een eerlijke verdeling, maar ook omwaardering en erkenning; dat hoor ik steeds vaker. Ik zet daar dus eendikke streep onder. Er gebeurt in de verschillende sectoren zo ongelofelijkveel, maar zien we dat ook? Hoe pakken wij de uitgestoken handschoenop?Vanmorgen was er weer zo’n interview. Een deelnemer van het NetwerkPraktijkbedrijven zegt over zijn inspanning voor emissiereductie via hetvoerspoor: het levert me nog niets op; sterker nog, het kost me geld. Watzeggen de bewindslieden tegen deze boer? Nog een voorbeeld. Met eenproefproject waarbij een kleilaag wordt aangebracht op zandgronden,worden goede resultaten geboekt. Die bodems houden water beter vasten leggen veel CO2 vast. Hoe gaan de bewindslieden dit oppakken?Samen sterk. Als dat ergens geldt, dan is het wel in de landbouw, opgebiedsniveau en in de keten. Het aantal samenwerkingsinitiatieven iswelhaast ontelbaar, maar eenvoudig is het niet. Er is speelruimte enondersteuning nodig. Een voorbeeld. In het veenweidegebied zijn enkeleveehouders in het kader van gebiedsafspraken bereid om afstand te doenvan hun vee, maar met de huidige regels voor de ruimtelijke ordening zoudat betekenen dat het definitief einde oefening is voor het houden vanvee. Dat is een brug te ver. Dat helpt niet voor zo’n gebiedsprocedure. Kanhet kabinet zorgen voor meer flexibiliteit? De WetenschappelijkeKlimaatraad wijst erop dat samenwerkingsinitiatieven vaak over grenzenen schotten heen gaan en daardoor tegen barrières in financieringsme-chanismen en regelingen aanlopen. Er is flexibiliteit, maatwerk enexperimenteerruimte nodig. Hoe gaat de Landbouwminister ervoorzorgen dat er een structuur komt om deze knelpunten aan te pakken en zeruimte te geven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 793 De SGP heeft het al vaker gezegd: we krijgen de landbouw die we alsoverheid en consument betalen. De maatschappij wil verduurzaming,maar in mededingingsregels gaat goedkoop produceren nog steeds voorop duurzaam produceren. Er is wel ruimte gekomen, maar het blijftmoeizaam. Ik noem als voorbeeld de inzet op dierwaardige veehouderij.Het Beter Leven keurmerk is een belangrijk voertuig, maar dit is alleenaantrekkelijk als afspraken gemaakt kunnen worden over vergoedingenvoor meerkosten. Alleen al bij het afstemmen van kostprijsberekeningenis er grote angst voor de ACM, terwijl dat misschien niet terecht is. Hetgrote probleem is dat je pas achteraf weet of je aan de regels voldoet.Daarom stellen ketenpartijen zich heel terughoudend op. Hoe kunnen wedit doorbreken? Is het kabinet bereid te kijken naar het vooraf toetsen vanafspraken?Inzet op een meer dierwaardige veehouderij is een enorme kostenpost.Daar staat ook de samenleving voor aan de lat. De SGP heeft eerder ookgepleit voor een fiscale herinvesteringsreserve voor veehouders dieinvesteren in dierenwelzijn. De Landbouwminister heeft toegezegdhiernaar te kijken. Ik hoor graag wat de stand van zaken is. Gaat hetkabinet hier werk van maken?Voorzitter. Ik sluit af met voedselverspilling. We verspillen met elkaar elkjaar zo’n 2 miljard kilo eetbaar voedsel. Stel dat we dat halveren, danbesparen we de CO2-uitstoot ter waarde van de jaarlijkse uitstoot van700.000 auto’s en het watergebruik ter waarde van zesenhalf jaar lang elkedag douchen. Wat is de ambitie van dit kabinet voor de aanpak vanvoedselverspilling? Zet de Minister in op aanpassing van Europese regelsom allerlei onnodige handelsnormen voor groente en fruit en onnodige«ten minste houdbaar tot»-data te schrappen? Komen er afspraken metsupermarktketens om bovenwettelijke kwaliteitseisen voor het uiterlijkvan groente en fruit in te perken? Die leiden nu ook tot onnodig gebruikvan gewasbeschermingsmiddelen. Een knelpunt bij het beter benuttenvan restromen in veevoer is dat Europese landen verschillende classifi-caties gebruiken voor deze reststromen. Wil de Landbouwministeraandringen op afstemming?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Flach. Het woord is aan meneer Holman van NSC.De heer Holman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik dacht: zal ik het vandaag hebben over mest ofover stikstof? Ik ga het hebben over voedsel, met uw welbevinden, vooralhet woord «voedsel». Ik had vanmorgen een gesprek met een supermarkt,een wat kleinere en goedkopere. Ik was blij verrast hoe zij in de wedstrijdstaan, hoe goed zij bezig zijn om na te denken over hoe ze verantwoord enduurzaam voedsel in een schap kunnen leggen en daarbij ook keuzesmaken wat ze wel en niet in het schap doen. Zij hadden niet 20.000artikelen in de schappen, maar veel minder, heel goed gekozen endoordacht.Ik was onder de indruk, maar tegelijkertijd denk je dan ook na over detotale keten van supermarkten en wat die verkopen. Verkopen diewerkelijk goed en gezond voedsel? Ik zie dan dat de beweging goed is; zespannen zich in. Maar waarin ze werkelijk echt succesvol zijn, is er nogwel een weg te gaan. Hoe kijkt de Minister hiertegen aan? Hoe kunnen weverder gaan in gezond en duurzaam voedsel? Wat kan de overheidbetekenen in de discussie die in de sector wordt gevoerd? En hoe kan deMinister, het ministerie, de overheid misschien sturend zijn en helpen metmaatregelen om verder te gaan in gezond en duurzaam voedsel?Ten tweede voedselverspilling; de heer Flach sprak over hetzelfdeonderwerp. Het blijkt dat er 35% voedsel verspild wordt en dat is enorm.Als je het hebt over duurzaam en verantwoord, dan is daar een hele groteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 794 slag te maken. Ook in de restaurants en ook in de keuzes die je maakt,bijvoorbeeld voor regionaal eten, is er een enorme grote slag te maken.Dan kom ik bij voedselzekerheid. De naam van het ministerie is veranderd.Voedselzekerheid zit er ook in, maar ik heb er nog niet veel van gezien. Ikhoor dat er veel over gezegd wordt, maar ik heb eigenlijk geen idee wat ikme daarbij moet voorstellen. Ik heb het idee dat in de huidige tijdsgeestvoedselzekerheid weleens geopolitiek misbruikt wordt om te zeggen: nou,we moeten voedsel produceren. Maar kijk dan naar de relativiteit. Als jenaar varkens kijkt, zijn wij 300% zelfvoorzienend in Nederland en 120% inEuropa. Wat betekent dat dan? Als je het over zuivel hebt, dan hebben we13 à 14 miljard kilogram melk op een markt van meer dan 600 miljard.10% minder koeien betekent 0,2% minder melk in Nederland. Ik heb daargeen goede voorstelling van zaken bij. Kan de Minister precies duiden hoewe daartegen aan moeten kijken en wat ze van plan is om de komende tijddaarmee te gaan doen? Is ze misschien van plan om naar ons toe tekomen met voorstellen?De voorzitter:Er is een interruptie van meneer Van Campen.De heer Van Campen (VVD):Ik hoor wat de heer Holman zegt. Laat er geen misverstand over bestaan:we weten dat er op plekken in de wereld waar honger is conflictenuitbreken. Het belang van voedselzekerheid werd in het verleden nogweleens vergeten. Daar is tegenwoordig geen sprake meer van. Ik zou deheer Holman willen vragen hoe hij het belang van voedselzekerheid danwel ziet. Ik ben het met hem eens dat we in Nederland op dat kleine stukjedure grond niet al het eten voor 27 landen en de rest van de wereldhoeven te produceren. Dat is de opvatting van de VVD; we hebben daarwel de kennis en de kunde voor. Wat is de visie van de heer Holmandaarop?De heer Holman (NSC):Dank u wel voor de vraag. Dat is een goede vraag. Wij moeten als landgoed nadenken, met de ruimte en de mogelijkheden die we hebben, overwelk voedsel we wel of niet gaan produceren. We hebben het er bijvoor-beeld over dat de kalverindustrie zich met name moet richten op deNederlandse kalfjes met een klein stukje flexibiliteit qua invoer, omdat webeperkt ruimte hebben. Dat zou een keuze kunnen zijn. Geopolitiekbekeken zeg ik: ja, maar zie dan de werkelijke situatie onder ogen en kijkwat er gebeurt. Ik noem een aantal getallen. Er sterven 40.000 kinderen inde eerste paar maanden omdat ze geen voedsel hebben. 800 miljoenmensen lijden honger. Het voedselniveau voor 2,5 miljard mensen iszodanig dat er geen sprake is van bestaanszekerheid en van voldoendevoedsel. Ik vind het heel hypocriet als wij op onze postzegel heel verhevendeze discussie voeren en dan de situatie in de wereld niet onder ogenwillen zien. Het is prima dat je een discussie voert over voedselzekerheidin Europa en kijkt wat je gaat doen, maar dan moet je dat wel op eenrationele manier doen en ook even in ogenschouw nemen wat de positievan Nederland in de wereld is als klein landje.De voorzitter:Er is een tweede interruptie van de heer Van Campen.De heer Van Campen (VVD):Dat is een genuanceerde reactie van de heer Holman. Die benadert ookwel de opvatting van de VVD. Onze fractie gelooft dat Nederlandse boerenen voedselproducten en de hele keten die daarmee samenhangt, ook in detoekomst nog altijd een betekenisvolle positie voor de wereldvoedselpro-ductie zullen en moeten innemen. Nederland is de kanarie in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 795 kolenmijn. Als het misgaat op het gebied van klimaat en honger, gebeurtdat hier als eerste. Wij kunnen daarin gidsland zijn, maar dat hoeft niet tebetekenen dat al dat voedsel per se hier geproduceerd moet worden.Tegelijkertijd weten we ook dat toen de havens van Odessa bij hetuitbreken van de Oekraïneoorlog werden geboycot door de Russen, deschappen in de Nederlandse supermarkten ook leeg waren. Mijn fractiezou dus echt pleiten voor een voedselstrategie op het gebied vanvoedselzekerheid, maar dan op Europees niveau, zodat we met elkaarkijken waar welk land goed in is en wat past bij de identiteit van welkEuropees land. Laten we kijken hoe ieder land zijn bijdrage kan leverenaan het belang van voedselzekerheid. Deelt de heer Holman dieopvatting?De heer Holman (NSC):Ja, ik denk dat de heer Van Campen wel een punt heeft. Je moet metname kijken waar Nederland sterk in is, bijvoorbeeld zuivel. Als Friesland-Campina en Nestlé er niet waren om babyvoeding over de wereld teverkopen, stierven er misschien niet 40.000 kinderen vroegtijdig, maar wel80.000. Van een heel hoogwaardig product als kindervoeding en overpootgoed, zaadveredeling en uitgangsmateriaal kan je dus zeggen: datsoort dingen zijn heel geschikt om in Nederland te doen. Wat betreft hetvoorbeeld van varkens heb ik al vaker het volgende gezegd; het wordtbijna een cliché. Als wij 2,3 miljoen biggetjes die in Nederland geborenworden in Spanje vetmesten, waarna ze in China opgegeten worden enwaarvoor krachtvoer hierheen wordt geïmporteerd, dan voegt dat in dezin van wat we kunnen doen in Nederland binnen de ruimte die wehebben, in mijn beleving niet zo veel toe. Als je die strategie maakt, moetje dus heel goed nadenken over waar we geschikt voor zijn, waar we goedin zijn en wat echt iets toevoegt.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, ik kan gewoon mijn oren gewoon niet geloven met wat ik hier hoor. Erwordt hier gewoon even een sector, de varkenshouderij, weggezet alsofdie overbodig is. Ik kan gewoon niet geloven wat ik hier hoor, het framedat er 3 miljoen biggetjes in Spanje «vetgemest» worden. Alleen al determinologie die de heer Holman hier gebruikt, is «Partij voor deDieren»-retoriek. Hij zegt: dan worden ze naar China gestuurd omopgegeten te worden. China neemt voornamelijk de delen van het varkenaf die wij hier niet opeten: de staarten, de poten, de oren, de koppen, alleswat wij hier niet willen eten. Hier wordt de varkenshouderij door de heerHolman even neergezet als een totaal overbodige en verspillende sector.De varkenshouderij is al gedecimeerd. Er zijn nu misschien nog 3.000varkenshouders over, die alles doen wat de maatschappij van ze vraagt enheeft gevraagd, zelfs bovenwettelijk. Ik vraag me af of de heer Holmanhier überhaupt nog voor varkenshouders wil blijven strijden, zodat diehier een goed bestaan kunnen hebben. Daar zitten heel veel jonge boerentussen die graag het bedrijf van hun ouders willen overnemen. De heerHolman gaat hier gewoon even net doen alsof het allemaal maar niks is.Die zit hier in «Partij voor de Dieren»-taal te praten. Ik vraag me af watNSC precies voor de jonge varkenshouders wil gaan betekenen. Ik vindwat hier gezegd wordt echt een schande.De heer Holman (NSC):Dank voor het betoog, mevrouw Van der Plas. Ik ken heel veel waarde-volle varkenshouders. Er zijn een heleboel varkenshouders en jongeboeren die heel goed bezig zijn, waar ik heel veel respect en waarderingvoor heb. De situatie van de landbouw in Nederland in bredere zin is nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 796 toe te schrijven aan de individuele ondernemer. Wij hebben in Nederlandeen landbouw laten creëren die een beetje uit zijn voegen is gegaan.Ondernemers valt niks te verwijten, want die hebben altijd binnen het hungegeven wettelijk kader geopereerd. Daar is dus niks mis mee. Ik weetaardig goed hoe de sector in elkaar zit. Ik weet ook dat uit de Nederlandseslachterijen uit het oogpunt van vierkantsverwaarding een heleboelmindere zaken, zoals poten, koppen en dat soort dingen, naar China gaan.Die brengen mooi geld op. Dat is heel goed. Dat is een heel ander verhaal.Als je een visie hebt op de varkenshouderij, dan heb je een visie waarbij jeeen gesloten bedrijf hebt. We hebben een groot surplus aan biggetjes. Erworden 6 miljoen biggetjes in Nederland geboren. Dat zijn er meer danhet aantal biggetjes dat hier tot waarde wordt gebracht, de biggetjes diemogen uitgroeien tot een varken met hoogwaardig vlees. Ik zal mijnbewoordingen iets anders kiezen dan ik net heb gedaan. Dat laat onverletdat hier een surplus is. Als je een toekomstgerichte varkenshouderij wilthebben, moet je gesloten bedrijven hebben uit het oogpunt van gezond-heidsrisico’s en effectiviteit. Als je beperkte ruimte hebt, voegt het niks toeals je 2,3 miljoen biggetjes naar Spanje doet. Dat zijn 2.300 vrachtauto’smet 1.000 biggetjes per vrachtauto. Dat voegt niks toe. Die varkentjeslaten ze in Spanje wel groeien tot vlees. Spanje heeft 30 miljoen varkens.Het is het grootste exportland ter wereld. Ja, inderdaad een heel grootdeel van de export van Spanje gaat gewoon als heel varken naar Spanjetoe. Mevrouw Van der Plas doet alsof ik iemand van de Partij van deDieren ben. Nee, ik maak gewoon een analyse van wat ik zie. Ik heb eenhelder beeld van hoe je de Nederlandse landbouw en veehouderij zouwillen hebben. Mevrouw Van der Plas kiest toch bewoordingen waarvan ikdenk: mwah.De voorzitter:Er is eerst nog een interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Van der Plas (BBB):Volgens mij mag ik nog reageren.De voorzitter:U had geen interruptie, mevrouw Bromet? O, ik dacht dat u uw vingeropstak.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Het is meer een punt van orde, voorzitter. We hebben hier de afspraak datinterrupties die langer duren dan zoveel seconden voor twee tellen.Daarom stak ik twee vingers in de lucht.De voorzitter:Dit houden wij goed bij. Dan is mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik wil er even kort iets aan toevoegen. De heer Holman zegt dat hij desector zo goed kent en vervolgens heeft hij het erover dat varkensallemaal krachtvoer krijgen. Ja, hij zei «krachtvoer». Kijk de beelden maarterug. Varkens maken heel veel gebruik van resten uit de levensmiddelen-industrie. Onlangs is het varkensbedrijf van Martin Hoube gestopt. Diekreeg wekelijks 50 vrachtwagens aan natte bijproducten uit de omlig-gende voedselindustrie. Het rantsoen van varkens bestaat uit slechts 8%soja. Dat zijn ook nog bijproducten. Dus misschien kan meneer Holmanzich iets beter verdiepen in de varkenshouderij. Ik zie namelijk nu dat NSCin ieder geval geen varkenshouderij meer wil in Nederland. Dat is wat ikeruit opmaak.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 797 Dank u wel. Wilt u denken om de 30 secondenregel, want sommigen vanu verdubbelen hun interruptie bijna. Maar goed, het woord is aan meneerHolman.De heer Holman (NSC):Goed, dit is het beeld dat mevrouw Van der Plas voor ogen heeft. Ook wijzien een behoorlijke toekomst voor de varkenshouder in Nederland. Danmoet er alleen wel iets veranderen en dan moet je die toekomstbestendigmaken. Mevrouw Van der Plas kent de feiten niet heel goed, want van de450 miljoen kilogram krachtvoer die in Nederland geïmporteerd wordt endie in Nederland wordt gemaakt, gaat 60% naar de intensieve veehouderijen maar 40% naar de melkveehouderij. Uw suggestie dat er geenkrachtvoer ... Het verhaal van mevrouw Van der Plas klopt gedeeltelijk inde zin dat er ook veel brijvoedering wordt gedaan, maar de grootstegebruiker van krachtvoer is toch de intensieve veehouderij in Nederland.Ik denk dat ik daar heel genuanceerd tegen aankijk. Als wij op het gebiedvan emissiereductie willen scoren, is de kortste klap de import vankrachtvoer en het gebruik van kunstmest verminderen. Dat zijn degemakkelijkste en de meest effectieve manieren om de emissiedoel-stelling te gaan halen.De voorzitter:Meneer Holman, u heeft nog twee minuten om uw betoog te vervolgen.Of zegt u «ik ben gereed»?De heer Holman (NSC):Nee.De voorzitter:Gaat u verder.De heer Holman (NSC):Ik wil het graag even hebben over de weidegang van koeien en het imagovan de Nederlandse zuivel. Nederland is windmolens, klompen en koeienin de wei. Wij hebben de doelstelling van 80% koeien in de wei. Dat is eensoort convenant met de zuivelindustrie. Dat loopt aardig naar beneden.Als je deelweidegang niet meerekent, halen wij het bij lange na niet meer.Wij rekenen ook nog hoeveel boeren, hoeveel bedrijven, de koeien buitendoen. Maar als je zou bekijken hoeveel koeien er werkelijk buiten lopen,schrik je, want ik denk dat bij zuivelfabrieken waaraan alleen maar groteboeren melk leveren nog niet 50% van de koeien buiten loopt. De trend isverkeerd. Ik zou de Minister willen vragen: herkent de Minister dat en hoegaat zij hiermee om? Is de Minister voornemens om daar waar deafspraken niet gehaald worden in te grijpen? Is het wellicht een suggestieom de WUR een onderzoek te laten doen naar hoe het er daadwerkelijkvoor staat? Want het percentage neemt af en het aantal uren neemt af.Wat is de trend en hoe kunnen wij ervoor zorgen dat die een andere kantopgaat?De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):De heer Holman pleit er dus voor om weidegang te stimuleren, of zegt datdie in ieder geval omhoog zou moeten. Dan kan je hier en daar natuurlijkook tegen bepaalde emissievraagstukken aanlopen. Dat schuurt weleens.Ik ben benieuwd hoe de heer Holman daarnaar kijkt. Hoe leggen we debalans op de momenten dat het ene doel schuurt met het andere doel?De heer Holman (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 798 Ja, dat klopt. Als je de emissie naar beneden wilt halen, kun je de koe hetbeste laten poepen en plassen in de wei, want dan krijg je geenvermenging van vaste mest en urine en geen stikstofvorming in de lucht.Dat is de meest effectieve manier om de emissie naar beneden tebrengen. Uit het oogpunt van dierwelzijn kun je de koeien het beste buitenlaten lopen, want een koe voelt zich niet meer happy dan wanneer zebuiten loopt. Uit het oogpunt van landschap en platteland kun je dekoeien ook beter buiten hebben, want wat is Friesland zonder dat er nogkoeien in de wei lopen, zou ik zeggen. Dus dat is waar. Maar je loopt erwel tegenaan. Ik ken boeren die de koeien binnenhouden omdat zijgenoeg mest moeten opvangen om aan hun verplichtingen te voldoen ommest af te voeren. Dat is heel idioot, omdat je dus, als je te veel mest in dewei achterlaat, te weinig mest hebt om je land te bemesten. Dat is dus dehypocrisie van de regelgeving die we hebben. Dat zie ik. Ik snap ook datbijvoorbeeld stalvoeren effectiever is. Maar als je een landschap hebtwaar alleen gras wordt gemaaid, is dat gewoon niet goed voor debiodiversiteit en het bodemleven. Dus ja, wij zijn voorstander van een zonatuurlijk mogelijk systeem waarbij koeien toch in de wei lopen. Ik zougraag willen dat de Minister dit oppakt, dit erkent en hieraan wil gaanwerken.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog. Ah, nog een vervolgvraag van mevrouwVedder.Mevrouw Vedder (CDA):Ik vind dat wel interessant, want qua ammoniakuitstoot heeft de heerHolman gelijk, maar vanuit het klimaatvraagstuk, waar het debat vandaagtoevallig ook over gaat, zie je bijvoorbeeld in Denemarken de bewegingdat bedrijven vanwege de manier waarop zij daar met de klimaatopgaveomgaan groter worden en massaal zijn gaan opstallen, omdat ze dan ditsoort gassen kunnen afvangen. Dat zou een route zijn waar ik voorNederland geen voorkeur voor heb, ook al is die misschien gunstiger voorhet klimaat. Maar hoe kijkt de heer Holman daarnaar?De heer Holman (NSC):Ik denk dat ik het in grote lijnen met mevrouw Vedder eens ben. Het is vantweeën één. In Denemarken zijn de bedrijven veel groter, maarDenemarken kiest voor intensief. Je kunt twee redeneringen hebben.Intensief geeft de minste emissie, maar dat is één aspect. Als je meeraspecten meeweegt, kom je tot een andere conclusie. Ook wij komen toteen conclusie. Wij staan in Nederland een grondgebonden veehouderijvoor, met een verantwoorde mestaanwending binnen de normen die erzijn. Wij zouden ook graag zien dat Nederland zo ingericht wordt. Dat laatonverlet dat schaalvergroting doorgaat. Als je het idee hebt «wij krijgeneen kleinschalige veehouderij in Nederland en de schaalvergroting stopt»:nee. Kleine boeren zullen stoppen en de grote zullen iets doorontwikkelenom hun economisch verdienvermogen te houden. Ik ben het dus eens metmevrouw Vedder. Ik hoop dat we het ook op die manier kunnen inrichten.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. U heeft nog een kleine minuut.De heer Holman (NSC):Als laatste het Investeringsfonds Duurzame Landbouw. Dat is een goedproject, dat goede resultaten heeft. Het loopt tegen de beperking aan datde middelen, de 160 miljoen die in een revolving fund zit, op zijn. Is deMinister hiermee bekend? Hoe kijkt de Minister hiertegen aan? Is deMinister bereid om hier eventueel wat mee te gaan doen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 799 De voorzitter:Er is nog een interruptie van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien puur ter verduidelijking, hoor, want ik hoor de heer Holmanheel goede dingen zeggen en ik denk dat hij met zijn visie, in ieder gevalde stappen ernaartoe, goede bedoelingen heeft. Maar als het gaat om deverschillende uitdagingen, waaronder een meer natuurlijk systeem waarde heer Holman het over had, weet hij dan ook van de oude adviezen dateen krimp van de veestapel onvermijdelijk is? Is de heer Holman dat metons eens?De heer Holman (NSC):Krimp van de veestapel is nooit een doel. Als je een visie maakt opNederland en je de gebruiksnormen en de plaatsingsruimte van mestoptelt en gaat delen door de aantallen, dan kom je op een aantal uit. Ja, ikdenk dat het onvermijdelijk is dat we een iets kleinere veestapel krijgen,ondanks dat dat, nogmaals, geen doel op zich is, en de vraag en deuitdaging is hoe je daar komt en hoe je dat gaat bereiken. Wanneer ikspreek met mensen in de zuivelindustrie, hoor ik dat zij rekening houdenmet een iets verminderde aanvoer van melk in de komende tijd. Ja, wieben ik dan om te zeggen dat die mensen ongelijk hebben? Dat zet je welaan het denken. De meeste koeien zullen blijven. Wij moeten op grondvan visie nadenken over de vraag aan welke structuur van Nederland wijinvulling willen geven. Hoe en waar houden we welke beesten, op welkemanier en hoe kan dat verantwoord? Als je dat hebt gedefinieerd en gaatinvullen, dan geeft dat een soort vanzelfsprekende hoeveelheid vee,varkens, kippen en koeien, die je dan in Nederland gaat houden.De voorzitter:Dank u wel. Er is nog een interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):In de titel van dit debat zit ook «klimaat». Ik heb de heer Holman daar nogniets horen zeggen, terwijl ik hem in de briefing die wij van PBL hadden,wel met grote ogen heb zien kijken naar de uitdagingen die voor delandbouw geschetst worden als het gaat over de klimaatdoelen. Kan hijdaar ook nog iets over zeggen?De heer Holman (NSC):Pfoe, ja. Eh ... Nou ja, we hebben een stikstofdebat gehad. Dat hoeven nietover te doen. Maar wij hebben heel helder gezegd op het gebied vanemissie dat als je een geloofwaardig verhaal wilt hebben, Brussel wiltovertuigen en stikstof vlot wilt trekken, je aan die emissiedoelstellingenzult moeten voldoen. In het hoofdlijnenakkoord staat dat wij ons aan deafspraken houden en de consequentie van de afspraken is dat we 41%emissiereductie ten opzichte van 2019 willen hebben. Dat kun je op vijfverschillende manieren doen. De verkleining van de veestapel is hetmeest effectief, want dat gaat een-op-een minder emissie geven. Dat kaninnovatie van stalsystemen zijn. Dat kan ook helpen, maar het is een langtraject voordat je dat geborgd en juridisch verankerd hebt. Je kunt hetdoen door veevoeding. En je kunt het doen door grondgebondenheid. WatPBL ook zei, is dat dat niet gaat helpen als we wel derogatie krijgen,omdat je dan meer mest hebt. Of bedoelde mevrouw Bromet dat niet?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Nee, want ik had het over klimaat en dan gaat het niet over stikstof, maarover CO2. Een heleboel van de maatregelen die de heer Holman noemtvoor stikstof, werken ook voor klimaat. Maar ja, ik zal zo meteen betogenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7910 dat de opgave voor klimaat nog vele malen groter is dan die voor stikstof.Daar hoor ik NSC helemaal niet over.De heer Holman (NSC):Direct niet, maar indirect wel. De grootste besparing van CO2 is als jesubstantieel minder stikstof gaat strooien en minder krachtvoer gaatvoeren. Dat is de eenvoudigste manier om heel veel op CO2-gebied tehalen. Ik denk dat je een toekomstbestendige veehouderij hebt als je diegaat ontwikkelen binnen de normen. Iets als RENURE – ik ga ervan uit datdie er zeker komt – kun je als stikstofvervanger gebruiken. Ik denk dat jezelfs wel een reductie van 50% kunstmestgebruik in 2030 kunt hebben. Ikwas blij verrast dat de provincie Groningen, waar ik een gesprek mee had,zelfs al spreekt over een kunstmestvrije landbouw in de provincieGroningen. Dat is een ambitie die nog tien keer verder gaat dan ik zouwillen. Maar ik denk dat je met eenvoudige maatregelen, ook op hetgebied van klimaat, ook CO2, heel gemakkelijk een reductie kunt creëren,mevrouw Bromet. Maar dan moet je wel durven kiezen, maatregelendurven nemen en op grond van visie een pad uitzetten.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. O, er is nog een interruptie vanhet lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik was vooral benieuwd wanneer NSC verwacht dat de Klimaatminister ende Landbouwminister met acties gaan komen die er wél voor zorgen datwe de klimaatdoelen gaan halen, onder andere op het gebied vanlandbouw? Dan bedoel ik maatregelen die we ook gaan toetsen, zodat wedat allemaal weten en niet weer over een paar jaar het zoveelste rapportvan de Raad van State zien waaruit weer blijkt dat we het nog lang niethalen. De kans is nu minder dan 5%.De heer Holman (NSC):Ik wil me daar een beetje gemakkelijk vanaf maken en deze vraagdoorgeleiden naar de twee bewindspersonen die daar zitten. Maar ikverwacht op 2 april bij het commissiedebat Stikstof de eerste aanzet dierichting geeft aan hoe wij de doelen gaan halen.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog, meneer Holman.De heer Holman (NSC):Afrondend. Ik had helemaal niet verwacht toen ik met voedsel begon, datvervolgens deze discussie zou plaatsvinden. Maar prima. De conclusie isdat als wij een toekomst voor de veehouderij in Nederland willen hebben,wij het monster in de bek moeten kijken. Zo zei die mevrouw van de SERhet, of was zij van PBL? Ik weet niet wat het was. Zij zei dat we eenanalyse moeten durven maken, een visie moeten durven ontwikkelen,keuzes durven maken en het zo snel mogelijk toekomstbestendig maken.Als je dat plan niet hebt en je hebt geen plan voor hoe je de emissiere-ductie gaat halen, dan gaan we het met stikstof ook niet van het slottrekken. Ik ben vol verwachting over wat het kabinet gaat doen. Wijhebben een paar debatten gehad. Ik denk dat de Kamer voor het recesheel duidelijk was over wat zij verwacht van dit kabinet. Als het kabinet dehalfdode mus tot leven wil roepen, zal het behoorlijk moeten reanimerenen dingen moeten doen. Het is zeer wel mogelijk, maar dan moeten we nueindelijk, na zes jaar stikstofellende, durven kiezen. Als je denkt dat alleenspoor 1-wetgeving het even gaat regelen, kom je bedrogen uit. Maar ikben vol verwachting en ik heb de goede hoop dat het kabinet de komendemaanden met een oplossing gaat komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7911 De voorzitter:Dank u wel, meneer Holman. Het woord is aan mevrouw Bromet vanPartij van de Arbeid-GroenLinks.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):GroenLinks-PvdA, voorzitter!Voorzitter, dank. Ik ga eerlijk gezegd met een zwaar gemoed dit debat in.Want zoals net al in een interruptie door de Partij voor de Dieren werdgezegd, is de kans dat de landbouw de sectordoelen uit het Klimaatak-koord gaat halen minder dan 5%. Het zorgwekkende beeld dat geschetstwordt in de Klimaat- en Energieverkenning is op het gebied van klimaateen beeld van stilstand in de landbouw en landgebruik. Ik appte even eencollega uit de oppositie: waar ga ik nou de goede moed vandaan halenvandaag? Toen zei ze: in de Bermudadriehoek. Dat is wel tekenend voorde opgave waarvoor we staan. Eerlijk gezegd stelt de bijdrage van NSCmij niet gerust, want die gaat over stikstof, terwijl klimaat een veelbepalendere factor gaat zijn voor de toekomst van de landbouw inNederland.Voorzitter. Het is niet eens stilstand; het is achteruitgang. Het PBL schat indat de landgebruiksemissies in 2030 hoger zijn dan in 2023. We zijn echthet slechtste jongetje van de klas in Europa. Daar waar de landbouw kanzorgen voor CO2-opslag, is het in Nederland verspilling van CO2. Dat moetanders, ook in Nederland.Ik heb duizend vragen, maar ik heb maar tijd voor 24 vragen, die ik nu gastellen. Welk aanvullend maatregelenpakket voor de landbouw, landge-bruik en methaan bereidt de Minister van Landbouw voor als onderdeelvan de voorjaarsbesluitvorming? Welke afspraken heeft Minister Hermansgemaakt met de Minister van Landbouw over de hardheid en hetdoelbereik van de aanvullende maatregelen? We hebben een Klimaatwet,waaraan we moeten voldoen. We hebben een regeerakkoord, waarin staatdat de doelen gehaald worden. Ik ga er dus van uit dat daar maatregelenbij horen. Ik hoor daar graag meer over.Welke concrete maatregelen zijn er dan om bijvoorbeeld te voldoen aande Global Methane Pledge? Wat zijn de maatregelen voor na 2030 in hetconcept-klimaatakkoord? Er zijn nu alleen nog maar maatregelen tot 2030– die zijn niet genoeg – maar na 2030 hebben we nog twintig jaar, tot2050, om naar ongeveer nul te gaan. Wat gaan we daarvoor doen in delandbouw?Is de Minister van Landbouw het met de Raad van State eens dat dewettelijk vastgelegde tussendoelen na 2030 de landbouwsector duide-lijkheid moeten bieden? Zal zij hierop aandringen? Ik hoor elke boer altijdzeggen: zeg maar wat ik moet doen en dan ga ik het doen. Maar dieonduidelijkheid is funest.Welke doelen voor na 2030 passen in de visie van de Minister op detoekomst van de Nederlandse landbouw? Is de Minister van Landbouwhet met GroenLinks-PvdA eens dat klimaat, stikstof, fosfaat, waterkwa-liteit, biodiversiteit, alsook het toekomstige verdienmodel van de boer,integraal moeten worden aangepakt? Hoe gaat zij dat doen? Worden dezeandere doelen ook meegenomen bij de uitwerking van de plannen van deMinisteriële Commissie Economie en Natuurherstel? Zo ja, hoe? Wantzoals ik net al zei: een heleboel stikstofmaatregelen zijn ook klimaatmaat-regelen.Kan de Minister toezeggen dat zij voor deze zomer komt met eenberekening van de omvang van de veestapel die past bij de opgave in delandbouw voor klimaat? Het is namelijk echt, écht, je kop in het zandsteken als je zegt: dit kunnen we allemaal wel redden met de huidigeveestapel. Luister naar het PBL: het kan niet. Graag een reactie daarop.Kan de Minister aangeven hoe zij gaat aansturen op verkleining van deveestapel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7912 Voorzitter. Een van de oplossingen is voor GroenLinks-PvdA biologischelandbouw. Houdt de Minister vast aan het doel van 15% biologischelandbouw in 2030? Zijn we op weg daarnaartoe? Zo niet, kunnen we danrekenen op extra maatregelen en middelen voor de omschakeling naarbiologische landbouw? Hoe ziet de Minister de toename van het areaalbiologisch na 2030 voor zich? Zijn we op weg naar minimaal 15%biologische landbouw in 2030?De voorzitter:Er is een interruptie van meneer Holman.De heer Holman (NSC):Biologische landbouw heeft het, denk ik, moeilijk. Het is nu iets van 4%,de doelstelling is 15%. Vindt mevrouw Bromet de doelstelling van 15%reëel? En als ze die reëel vindt, wat moet er dan gebeuren om die in 2030te kunnen halen? Heeft mevrouw Bromet een analyse van wat hetprobleem is bij de biologische landbouw op dit moment?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Het voordeel van biologische landbouw is het voordeel dat de heerHolman net in zijn eigen betoog ook noemde: dat er minder of geengebruik wordt gemaakt van kunstmest. Dat is winst één. Winst twee is dater geen gebruik gemaakt wordt van chemische gewasbeschermingsmid-delen. Ja, hoe gaan we dat bereiken? Dat zou je eigenlijk aan alle andereEuropese landen moeten vragen, want Nederland is ook daarin weer hetslechtste jongetje van de klas. We hebben 4% biologische landbouw. Deafspraak in Europa is om dat te laten groeien naar 25%, en Nederlandheeft daar alweer 10% van afgehaald in de doelen, dus het is ook niet zoambitieus. In dat licht vind ik het ook superteleurstellend dat ik vier jaargeleden samen met mevrouw Van der Plas een motie heb ingediend omde overheid biologisch te laten inkopen. Want het verhaal is altijd «er isniet genoeg markt voor biologisch», en wij zijn als overheid een grotemarkt dus waarom kunnen wij als overheid dan niet biologisch gaaninkopen om die markt te stimuleren? En het enige wat gebeurde is een dikrapport, dat geld heeft gekost. Ik wil ook aan de Minister vragen hoeveeldat onderzoek heeft gekost en of dat geld niet beter besteed had kunnenworden aan de inkoop en de stimulering van biologisch.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ja, voorzitter. Nog even over landgebruik, want dat is natuurlijk ook eenthema dat speelt in de klimaatopgaven en in het dossier van de landbouw.De Kamer heeft vaak de wens uitgesproken om te voorkomen datgrasland wordt omgezet naar bouwland. Wat gaat de Minister concreetdoen om dat te voorkomen? En hoe gaat de Minister ervoor zorgen dathet bosareaal, volgens de bossenstrategie die is vastgesteld, toeneemt?Want op dit moment wordt er wel bos aangeplant, maar er verdwijnt netzoveel bos. Wat gaat de Minister daaraan doen, met welke maatregelenkomt zij? Het kabinet heeft «water en bodem sturend» losgelaten, maar inde veenweidegebieden liggen grote opgaven. Mijn buurman heeftsubsidie gekregen om waterpeilen te verhogen. Dat doet hij met heel veelenthousiasme. Er zijn veel boeren die dat willen. Er is ook een overinte-kening geweest van het budget hiervoor, dus de boeren willen wel. Watgaat de Minister doen om al die boeren die hun waterpeil willen verhogenin veenweidegebieden, zodat CO2 vastgehouden wordt, te stimuleren? Ofvindt zij dat niet belangrijk? Vorig jaar was er 55,4 miljoen eurobeschikbaar voor verhoging van het waterpeil in veenweidegebieden.Hoeveel is hiervan uitgegeven? Is dit bedrag voldoende voor de opgavenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7913 voor de komende jaren? En kan de Minister toezeggen dat deze subsidiezal toenemen als zij wordt overschreden?Tot slot, voorzitter, een voorstel dat wij samen met het CDA en deChristenUnie doen om geld vrij te maken voor de agrarische sector als hetgaat over klimaatmaatregelen in de landbouw. De enorme achterstand diede landbouw heeft, bewijst wel dat het heel erg nodig is dat dit geld erkomt voor de landbouw en dat het beschikbaar wordt gesteld aan boerendie klimaatmaatregelen willen nemen. Mijn collega zal daar zo meteennog wat meer over zeggen. Is de Minister nu al zover dat zij zegt: ja, het istoch wel ontzettend stom dat ik altijd geld heb weggehaald bij die boeren,en dit is een mooie mogelijkheid om dat weer terug te geven?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Bromet. Het woord is aan mevrouw Vedder van hetCDA.Mevrouw Vedder (CDA):Dank, voorzitter. Kortheidshalve sluit ik me aan bij de oproep van de heerHolman die gaat over het Investeringsfonds Duurzame Landbouw. Ik vinddit fonds met name belangrijk omdat ik zie dat voor de verduurzamingsin-vesteringen, daar waar onrendabele toppen ervoor zorgen dat banken nietin hun eentje durven instappen, dit fonds het verschil kan maken tussenwel en niet hiermee aan de slag gaan. Dus ik hoor graag op dezelfdevraag die de heer Holman heeft gesteld een antwoord.Dan schakel ik door naar het klimaat. Als CDA willen wij altijd vanuitvertrouwen en de kracht van de samenleving denken en doen. Het is danook een van mijn grootste frustraties om te zien wat er al gebeurt aaninspanningen in het veld en hoe groot daar de potentie is, maar dat datniet tot bloei kan komen omdat wij hier in Den Haag gewoon telkenshopeloos achterlopen en daardoor zelfs vaak niet eens in beeld hebbenhoe groot de kracht van die sector nou echt is. We hebben gezien in deKEV dat de klimaatdoelen voor landbouw en landgebruik niet binnenbereik zijn – in de verste verte niet. En ik kan me ook nog goed herinnerendat ik als boerenbestuurder aan het begin van de stikstofcrisis haddoorgerekend dat we met de stikstofopgave die er toen lag, waarschijnlijkde klimaatopgaven in één adem mee zouden realiseren. Maar die dag ligtinmiddels ver achter ons, want op allebei de dossiers zit er weinigvoortgang. De Raad van State is daar ook kritisch over, met name over hetontbreken van concrete maatregelen. Ik citeer: «De voornemens van hetkabinet lijken eerder tot vertraging te leiden.» Ik ben blij dat die kritiekzich, terecht dus, richt op de beleidsmakers, en niet op onze boeren. Wantals wij geen duidelijkheid geven over de doelen die we verwachten dat zijgaan halen, als wij het niet mogelijk maken om een reductie in te rekenen,met al die pilots en processen waar ze al mee bezig zijn, en als wij er geenmiddelen voor vrijmaken, dan moeten we ons er ook niet over verbazendat de sector niet van de kant kan komen. Ik hoop echt dat we daarin echteen keer een stap de goede kant op kunnen zetten.De Raad van State adviseert om zo snel mogelijk maatregelen op testellen, inclusief een tijdpad. Ik vraag de Ministers: wat gaat er met ditadvies gebeuren? Wanneer kunnen we maatregelen verwachten? En aanwelke maatregelen denken beide Ministers? Hebben we het dan oversubsidiëring, normering, beprijzing? Gebeurt dit in samenhang met demaatregelen voor stikstof of gaan we twee losse pakketten op de sectorloslaten? Hoeveel geld is er momenteel voor de klimaatmaatregelenbeschikbaar? Of moeten de klimaatmaatregelen voor de landbouw, debossenstrategie en de veenweidestrategie ook allemaal uit die pot van 5miljard komen?Voorzitter. Nederland heeft de Global Methane Pledge ondertekend. Gaanwe dan ook specifieke aandacht voor methaanreductie zien, en zo ja, hoe?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7914 Ik vind het enorm belangrijk om te onderstrepen dat er in natuurlijkeprocessen in de landbouw altijd sprake zal zijn van onvermijdbareuitstoot. Een koe is geen machine die je uit kunt zetten. De enige koe diegeen methaan opboert, is een dode koe. Dus als wij in Nederlanduiteindelijk naar net zero willen, dan moet je dus werk maken vannegatieve emissies, om de onvermijdelijke natuurlijke uitstoot te kunnencompenseren. Dus we moeten aan de slag met koolstofverwijdering. Hoegaat het kabinet hiermee aan de slag? Welke stappen kan de Ministerhierop zetten? En is de Minister het met het CDA eens dat je maar betereerder kan beginnen met ervaring opdoen op het gebied van koolstofver-wijdering dan later? En zo ja, wanneer gaan we concrete stappen zien?De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Best een goed verhaal van het CDA. Het is heel duidelijk wat het dilemmais en ook dat je inderdaad naar negatieve emissies moet om de positieveemissies te compenseren. Dat kan onder andere door het telen vanbouwproducten. Dan kan je CO2 vastleggen in hout of in isolatiemate-rialen. Is dat ook iets waar het CDA aan denkt als het gaat over deverduurzaming van Nederland, de kansen voor boeren en het oplossenvan het klimaatprobleem?Mevrouw Vedder (CDA):Ja, dat is een van de routes, maar die gaat niet voldoende zijn. MevrouwBromet heeft eerder ook al terecht gezegd dat de landbouw in staat is totCO2-opslag. Dat klopt, bijvoorbeeld in landbouwbodems. Maar wij levenin een vruchtbare delta. Ons organischestofpercentage is al vrij hoog, dusde koolstofopslagpotentie van de Nederlandse bodems is relatief gezien,in vergelijking met andere Europese landen, vrij gering. Als je deonvermijdbare uitstoot die hoort bij voedselproductie die past bij eenNoord-Europese schaal, als we het hebben over zelfvoorzienend,hiertegen afzet, dan zit je op nog geen vijfde van de potentie vankoolstofopslag. Dus je blijft altijd een gat houden, hoeveel bomen je ookplant. Die route gaat nodig zijn, maar er moeten ook routes naast komen.Er zijn een heleboel technologieën waarmee je koolstof kunt afvangen.Daar moeten we gewoon mee starten, want anders moeten we straks heelNederland vol bomen zetten. Dan hebben we ook geen plek meer vooreen koe.De voorzitter:Mevrouw Bromet, nog een interruptie?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Een andere optie is natuurlijk dat je zorgt dat je minder dieren hebt. Datheeft onmiddellijk gevolgen voor de CO2-uitstoot. Dat geeft ook boereneen blijvende kans om een gezond bedrijf te hebben. Is dat ook een optievoor het CDA? Hoe kijkt het CDA naar de veestapel in Nederland in hetlicht van de klimaatopgave?Mevrouw Vedder (CDA):Er zitten twee kanten aan. Ten eerste ga ik niet heel moeilijk om het woord«krimp» heen lopen. Krimp van de veestapel is geen doel, maar het gaatwel gebeuren, want we hebben taakstellingen op te lossen. Aan de anderekant is het voor de klimaatopgave ... Daarom vond ik het ook zo belangrijkom te onderstrepen dat elke koe die in Nederland rondloopt, altijdemissies zal blijven uitstoten. Als je het belangrijk vindt om bijvoorbeeldgrasland te behouden in Nederland, wat voor de klimaatopgaveverstandig zou zijn, en voor de wateropgave trouwens ook, heb jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7915 automatisch ook beesten nodig die iets met dat gras doen. Er zit dus eenbepaalde balans in. Ik vind het geen oplossing en te makkelijk om tezeggen «als we zorgen dat de veestapel krimpt, dan hebben we alleproblemen opgelost», want het is ingewikkelder dan dat. Maar ik weet datmijn collega Bromet dat ook weet.De voorzitter:Dank. U vervolgt uw betoog, mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):We lopen achter op de klimaatdoelen. Dan heb ik het dus over deklimaatdoelen voor landbouw en landgebruik. Ik vind het toch evenbelangrijk om nu het volgende te onderstrepen. Ik hoorde net namelijk desuggesties over het verminderen van kunstmestgebruik. Als we dekunstmestproductie afschalen, en dat is een heel goed idee, dan komt deCO2-reductie die we daarmee realiseren ten gunste van de taakstellingvan de industrie. Dat gaat geen grammetje helpen voor de taakstellingvan de landbouw. Datzelfde geldt voor elektrificering van het wagenpark,want dat komt ten goede aan de taakstelling voor mobiliteit. Detaakstelling voor landbouw en landgebruik richt zich alleen op de uitstootvan de landbouwprocessen. Daarom is het ook goed om te onderstrependat we zien dat we daar geen voortgang op maken.Het is goed dat we de conclusie trekken dat boeren hulp nodig hebbenvan de overheid en dat het vroeger misschien een slecht idee is geweestom de landbouwsector uit het Klimaatfonds uit te sluiten, als enige sectormet een taakstelling, mind you. Daar was toen een goede reden voor. Demeerderheid van de Kamer had waarschijnlijk nooit gedacht dat eenkabinet een streep zou zetten door een pot van 24 miljard euro, maar hetis toch gebeurd. Dan moet je de conclusie trekken dat de landbouwsectormag aankloppen bij het Klimaatfonds met goede ideeën voor detaakstelling. Daarvoor sturen wij samen met de ChristenUnie enGroenLinks-PvdA binnenkort een initiatiefwetsvoorstel naar de Raad vanState dat het mogelijk maakt dat de landbouw daarvoor aan kan kloppen.Het gaat niet over een budgetclaim, maar puur over de technischeaanpassing dat de deur opengaat voor de enige sector die tot nu toe isuitgesloten. Vandaag nodig ik de collega’s hier van harte uit om hieraanmee te doen met ons.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is nog een interruptie voor u van de heer Holman.De heer Holman (NSC):Ik deel het betoog van mevrouw Vedder over waaraan deCO2-reductiebesparing wordt toegerekend. Heeft mevrouw Vedder ookeen idee hoe je dat zou kunnen herstellen of hoe je dat anders zou kunnendoen? Hoe moeilijk of simpel is het om ervoor te zorgen dat je toch aankan tonen dat de veehouderijsector zijn verantwoordelijkheid neemt enterdege een hele grote reductie gaat realiseren?Mevrouw Vedder (CDA):Dat is een hele goede vraag. Dat is iets waar ik me behoorlijk aan erger.Ook in de tijd van het begin van groene stroom was de grootsteproducent van groene stroom de agrarische sector. By far de meestegroene stroom kwam van de zonnepanelen en windmolens op hetboerenerf. En waaraan werd die winst dan toegerekend? Aan de energie-sector of aan de industriesector. Natuurlijk voelt dat heel gek. Als je zelfals boer inspanningen levert – jij hebt namelijk voor die zonnepanelenbetaald – gaan de credits voor het steentje dat je bijdraagt aan het milieuniet naar jou. Ik weet dat dat bij heel veel boeren en boerinnen zeer doet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7916 Ik zou het heel graag anders willen zien, maar ik weet eerlijk gezegd niethoe dat zou moeten. Maar ik vind dat wel een heel goede vraag om aanMinister Hermans te stellen.De voorzitter:Er is nog een interruptie van mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Ik vroeg me eigenlijk af of mevrouw Vedder zou kunnen onderbouwenwaarom het CDA de klimaatdoelen wil halen.Mevrouw Vedder (CDA):Nou, omdat het CDA een partij is die doet wat die belooft. Dus als wij eenhandtekening zetten onder afspraken om de wereld niet ten onder te latengaan aan klimaatverandering, dan houden we ons aan die belofte.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw ... O, u heeft nog een tweede vraag. Gaat uwgang, mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Oké, dus u wilt voorkomen dat de wereld ten onder gaat aan klimaatver-andering. Waar blijkt precies uit dat die dreiging er is?Mevrouw Vedder (CDA):Er bestaat zoiets als wetenschappelijke consensus. Dat betekent datwetenschappers het in grote meerderheid met elkaar eens zijn en eensoort common ground vinden in de conclusies die ze trekken. Dan is eraltijd wel een wetenschapper te vinden die misschien wat anders zegt,maar door de bank genomen betekent dat dat men het wereldwijduiteindelijk heeft aangedurfd om onder ogen te zien dat ons menselijkhandelen uiteindelijk niet houdbaar is en dat het verstandig is om a dat teaccepteren en b daarop te acteren. Ik ben niet van de struisvogelpolitiek,dus ik ga niet weglopen voor die taakstelling.De voorzitter:Derde interruptie van mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):In de eerste plaats is volgens mij de consensus zoals mevrouw Vedder diebenoemt er helemaal niet. Maar ik ben ook benieuwd of zij bekend is methet onderzoek van Wageningen Universiteit van een paar weken geleden,waaruit is gebleken dat, zoals we in onze biologielessen al leren, als jemeer CO2 in de lucht hebt, planten en bomen harder gaan groeien, defotosynthese efficiënter wordt en dat dus een eventueel teveel aan CO2dat in de lucht zou kunnen zitten – nog los van de vraag of dat eenmeetbaar effect heeft op klimaatverandering – door de natuur zelf alweergecorrigeerd wordt. In die zin is het dus ook niet zinnig om daar zulkemaatregelen voor te treffen.De voorzitter:Een reactie van mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):Nou ja, een van de klimaatmaatregelen is ervoor zorgen dat je genoegbomen en gewassen hebt die bezig zijn met die CO2, dus volgens mijversterkt dat precies het punt van mevrouw De Vos. Maar ik vind dit eerlijkgezegd echt een staaltje struisvogelpolitiek. Ik weet dat dat lekker is in deonderbuik en het zal vast clicks en likes scoren op internet, maar wat ik erzo verdrietig aan vind, is dat hoe meer tijd we verspillen in het blijvenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7917 hangen in dit soort discussies in deze Kamer, hoe meer tijd we verliezen inhet daadwerkelijk stappen zetten en het toekomstperspectief voor boerendichterbij brengen. Als je werkelijk vindt dat je het beste voor hebt met detoekomstbestendigheid van een sector die mij heel dierbaar is, dan loop jeniet weg voor moeilijke vraagstukken, dan kijk je die recht in het gezichtaan en besluit je om daar de regie over te nemen. Als je dat niet doet,overkomt het je namelijk, want linksom of rechtsom: de natuur krijgt altijdgelijk. Ik heb liever dat we het verstandig doen, met rationeel beleid, zodatwe geen ongelukken veroorzaken dan dat we bang zijn, de andere kant opkijken, en daarna moeten constateren: potverdorie, er ligt nu een ravagevoor ons.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan ... Dit wordt uw laatste interruptie,mevrouw De Vos. Gaat uw gang.Mevrouw De Vos (FVD):Mevrouw Vedder heeft het over weglopen voor moeilijke vraagstukken,maar volgens mij is dat precies wat er hier gebeurt. Toen ik mijn eerstevraag stelde, of mevrouw Vedder misschien kon uitleggen waaromklimaatbeleid volgens haar nodig is, zag ik hier iedereen een beetje zittengniffelen. Maar dit is wel de basis onder het hele beleid. Dus als mevrouwVedder niet in staat is om dat goed te onderbouwen, om een serieusantwoord te geven, is dat wel een ontzettend groot probleem.Mevrouw Vedder (CDA):Dat is een constatering en geen vraag, maar toch wil ik er wel opreflecteren. Ik deel met liefde met mevrouw De Vos allerlei grafieken dielaten zien hoe schrikbarend de hoeveelheid uitgestoten broeikasgassen isgestegen sinds de industriële revolutie. Het is ... Ik vind het eigenlijkgewoon ... Pff. Tja. De lucht is blauw en het gras is groen en het klimaatwarmt op, en daar moeten we wat aan doen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord ... Nee, mevrouw Van der Plas heeft nogeen interruptie.Mevrouw Van der Plas (BBB):Volgens mij is het zo dat het klimaat verandert en de aarde opwarmt; hetklimaat warmt niet op. Klimaatverandering is van alle tijden. Dat hebbenwij ook gezegd; BBB ontkent niet dat er klimaatverandering plaatsvindt.Die is overal te zien en boeren zijn de eersten die ermee te maken hebben.Maar ik vind het wel een beetje zorgelijk dat een partij als het CDA, dattoch altijd wel gezond boerenverstand had, hier nu ook terminologiegebruikt als «dat de wereld ten onder gaat aan klimaatverandering.» Ik ziede beelden van mevrouw Ploumen en meneer Klaver nog – die zijn nietvan het CDA overigens, maar dit is wel een beetje de taal die gesprokenwordt. «Geen Maastricht aan zee» en allemaal van die doemscenario’s. Ikben een beetje verbaasd dat het CDA nu ook deze kant op gaat. Dat isgeen vraag maar een constatering.De voorzitter:Dank u wel. Dat was ook uw laatste interruptie. Wilt u hierop reageren,mevrouw Vedder?Mevrouw Vedder (CDA):Ik snap dat op zich wel. Het was ook een reactie op een heel stellige vraagdie ik kreeg, die impliceerde dat klimaatverandering een hoax is. Tja, danleun ik misschien te veel de andere kant op. Dat heb je met touwtrekken;als de een harder trekt, gaat de ander ook harder trekken en kom je nettoTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7918 nergens uit; dat is altijd het leuke van touwtrekken. Ik vind het gewoon zozonde van ... Ik vraag me altijd af: wat hebben de boeren er nu aan als zedit soort debatten kijken? Ik wil graag vooruit, dus het is denk ik mijnfrustratie over het gebrek aan voortgang die mevrouw Van der Plas daarinheeft teruggehoord. Ik ben echt niet bang voor Maastricht aan de zee.Sterker nog, de meeste overstromingen waren helemaal niet in gebied datonder NAP ligt, maar in Limburg. Ik heb ook veel vertrouwen in onzeingenieurs, want ik ben er zelf eentje, maar dit is mijn reflectie op hetinterruptiedebatje met mevrouw De Vos van zo-even.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw De Vos, u heeft al vier interrupties gehad.Mevrouw De Vos (FVD):Ja, dat weet ik, maar ik word hier verkeerd geciteerd, dus dan giet ik hetgraag in de vorm van een punt van orde. Ik heb nooit gezegd datklimaatverandering een hoax is. Klimaatverandering is van alle tijden. Ikheb gevraagd naar een onderbouwing voor het klimaatbeleid en die hebik niet gekregen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Nijhof van de PVV.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Dank u, voorzitter. Ik wil het vandaag hebben over regeldruk, nationalekoppen, de brede opkoopregeling, heel kort, en de voedselvoorziening. Ikbegin met de regeldruk. Overbodige controles en bijkomende administra-tieve lasten moeten vermeden worden. Hier in huis wordt er in verschil-lende commissies gesproken over de regeldruk, met de boodschap omdie waar het kan te verlagen. Helaas zien wij ook regels die niet bijdragenaan de doelen die wij stellen. Ook zien wij onzinnige nieuwe regelsverschijnen. Vorige week was ik op bezoek bij een akkerbouwer enPAS-melder in Giethoorn. Hij heeft Natuurmonumenten als buurman.Natuurmonumenten maait heel veel gras en dat gras moet ergensnaartoe. De boer, die 900 meter van een Natura 2000-gebied zit, heeft eenvergister, die dat gras, circa 4.000 ton per jaar, kan omzetten in organischestof om de bodem mee te verrijken. Natuurmonumenten legt het maaiselop de rand van het Natura 2000-gebied op de dijk, maar als de boer hetmaaisel van de dijk wil halen, is hij in overtreding, want hij heeft geenNB-vergunning. Het gevolg is dat het maaisel op de dijk blijft liggen enwegrot, waarbij veel stikstof vrijkomt, die zo weer het Natura 2000-gebiedin kan. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Eurocommissaris WopkeHoekstra zei gisteren nog in een gesprek hier in huis: Nederland moet echtfundamenteel kijken naar regeldruk. We hebben het onszelf veel temoeilijk gemaakt.Voorzitter. Dan de nationale koppen. Wij roepen de Minister ertoe op dedoelen zo snel mogelijk in lijn te brengen met die van onze buurlanden ende opgelegde EU-normen, en geen nationale koppen erop te zetten. Dit isde opdracht die de Minister ook in het hoofdlijnenakkoord gekregen heeft.Wij hebben ook in de brief naar aanleiding van de Greenpeacerechtszaakkunnen lezen dat dit de koers is die het kabinet inzet. Daar is de PVV zekerblij mee, maar wij vragen de Minister wel met klem om de normen enpeildata die hier gehanteerd worden, kritisch te beoordelen. Want nietalles kan en niet alles moet. Er wordt een irreële claim op de beschikbareruimte gelegd. Er zullen passende, reële prioriteiten gesteld moetenworden, waarbij het bestaansrecht van de boer, onze voedselzekerheid ende instandhouding van de stikstofgevoelige habitats en Natura2000-gebieden geborgd moeten zijn. Voor de PVV staat het bestaansrechtvan onze boeren met stip bovenaan. Het aantal boeren neemt in raptempo af en als wij het doel van de brede opkoopregeling niet goedTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7919 hanteren, zetten wij onze voedselzekerheid onder druk. Maar daar kom iknog op terug.Heel kort nog even over de opkoopregeling. Daar ga ik niet te diep op in,omdat die volgende week ook weer op de agenda staat. We hebbengelezen dat het doel van deze regeling is om voor de veehouderij eenbijdrage te leveren aan het verlagen van de stikstofemissie en aannatuurherstel. Met deze regeling zal ook de druk op de mestmarkt watafnemen. Daar ga ik volgende week verder op in.Voorzitter. Ik wil nog even naar de voedselvoorziening. Export van voedselis toch van zeer groot economisch belang voor Nederland. Het is vanlevensgroot belang om te zorgen dat onze mondiale voedselvoorzieninggeborgd is. Daarnaast heeft Nederland een absolute voorlopersrol inontwikkeling en innovatie binnen de levensmiddelensector. Een gelijkspeelveld en verbeterde markttoegang voor Nederlandse bedrijven zijneen primair belang. Dat weegt voor de PVV zwaarder dan extra inzettenop klimaat en biodiversiteit. Het beleid, gestoeld op een rekenmodel datleidend is voor vergunningverlening, moet met de hoogste prioriteitgewijzigd worden. Dit zorgt al tientallen jaren voor de verkeerdeconclusies en daarmee ook voor de verkeerde keuzes. Maar als eerstemoet de wet aangepast worden en moet er een rekenkundige ondergrensingevoerd worden, zodat er weer vergunningen verleend kunnen wordenen de boeren hun stal kunnen innoveren.Voorzitter. Tot slot willen wij de Minister met klem vragen om zich, metalle doelen en richtlijnen waartoe we ons te verhouden hebben, vooral inte blijven zetten voor een beter en eerlijker verdienmodel voor onzeboeren, tuinders en vissers. Daartoe is in 2013 al unaniem opgeroepen viaeen motie van de heer Graus. Wij willen dat zij niet weggeconcurreerdworden door producten uit het buitenland.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Nijhof. Het woord is aan... O, er is nog eeninterruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ja, ik ben nog benieuwd naar iets. De PVV heeft haar handtekening gezetonder het hoofdlijnenakkoord. Daarin staat onder meer dat alle doelenbehaald moeten worden, waaronder de klimaatdoelen. Ik beluistermevrouw Nijhof al best een poosje in deze commissie. De kern van veelvan haar betogen is dat de boeren het wel mee moeten kunnen maken.Maar waarom is de PVV dan een tegenstander van het meer onder-steunen van boeren, zodat zij de transitie mee kunnen maken? Ik doel ophet voorstel dat eerder is gedaan door de collega van het CDA om watgeld vanuit de fondsen beschikbaar te maken voor de boeren, juist zodatzij de klimaattransitie mee kunnen maken.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik wil hier niet een discussie over de financiën gaan voeren, want dat gaanwe bij de Voorjaarsnota doen. Daar wil ik op dit moment niet op ingaan.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Dit is een beetje gek. Deze stemming is al geweest, dus je kunt hier bestwat over zeggen. Is de PVV bereid om de boeren een stapje op weg tehelpen, zodat zij kunnen voldoen aan de klimaatdoelen? Daar heeft dePVV haar handtekening onder gezet. Volgens mij is dat niet een heelingewikkelde vraag en kan mevrouw Nijhof daar gewoon antwoord opgeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7920 Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik ga uiteindelijk over mijn eigen antwoord. Met heel veel opgaven endingen is geld gemoeid. Dat gaan we bij de Voorjaarsnota verdelen.Wellicht komt dit daar weer aan bod en dan zullen we het erover hebben.De voorzitter:Dank u wel. Was u klaar met uw betoog, mevrouw Nijhof? Ja? Kan is hetwoord aan het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank, voorzitter. Bij de landbouw ligt de sleutel voor het oplossen vanveel van de problemen die we hebben, waaronder de klimaat- enbiodiversiteitscrisis. Maar zolang dit kabinet blijft treuzelen, houden weeen systeem in stand dat geen problemen oplost, maar wel belastinggeldverspilt, boeren uitknijpt en de grote agro-industrie rijk maakt. Terwijl hetzo duidelijk is hoe het anders kan. Vanuit de wetenschap weten we zeker:het meest effectieve dat we voor het klimaat kunnen doen, is het inzettenop de transitie naar meer plantaardige eiwitten en minder dierlijkeeiwitten. We kunnen met plantaardige eiwitten veel meer mensen gezondvoeden op veel minder grond dan met dierlijke eiwitten. Plantaardig isook veel efficiënter. Je creëert er meer ruimte mee voor andere zaken,zoals meer biodiversiteit, wat ook bijdraagt aan de klimaatuitdaging. Meerplantaardig draagt ook bij aan onze onafhankelijkheid van andere landenen aan meer voedselzekerheid. Dat liet ook de Universiteit Leiden zien, zegik tegen de VVD. Daarnaast is het natuurlijk veel gezonder voor ons omplantaardig te eten. De Keuzewijzer Klimaat en Energie en het ibo Klimaatlaten niet voor niets zien dat het belangrijk is om iets te doen aan deveestapel.Voorzitter. Investeren in meer biologische en plantaardige eiwitten enminder dierlijke eiwitten is gewoon een kwestie van gezond verstand. Hetbiedt ook kansen om binnen de bestaande budgetten meer te bereikenvoor het klimaat. Erkent Minister Hermans dit ook? Als we kijken naar debestaande doelen, dan zien we dat er in het kader van het klimaatplan eendoel is voor 50% dierlijke producten en eiwitten en 50% plantaardigeeiwitten in 2030, maar we blijven een beetje steken op 43% plantaardig.Het advies van de Gezondheidsraad is om naar 60% plantaardig te gaan.Hoe gaat Minister Hermans ervoor zorgen dat we minstens het bestaandedoel halen en is zij bereid om in het belang van de klimaatdoelen hetadvies van de Gezondheidsraad op te volgen? Ziet Minister Hermans ookde kans van plantaardige teelten voor menselijk voedsel of de bouw omemissies uit de lucht te halen? Kan Minister Wiersma op korte termijnlaten weten hoe zij via de ketenaanpak ook invulling wil geven aan dedoelstelling van 50% plantaardig in 2030?Voorzitter. In de Landbouwbegroting staat dat de biologische landbouwals innovatieve vorm van landbouw en bewezen verdienmodel helpt bij deuitdagingen op het gebied van het klimaat. Nederland heeft de ambitie datin 2030 ten minste 15% van het landbouwareaal biologisch is, maar wezitten inmiddels onder de 5%. Het huidige beleid helpt ons niet verder.Nederland loopt hierin ver achter bij de rest van Europa. Vindt MinisterHermans ook dat het belangrijk is dat we dit doel halen? Is MinisterHermans het met ons eens dat we het schaarse geld dat we nu hebbenecht zo veel mogelijk moeten inzetten voor de transitie naar biologischeen vergelijkbare landbouw? En kan Minister Wiersma toezeggen om voorde zomer een brief te sturen waarin ze laat weten met welke maatregelenhet doel voor biologische landbouw wordt gehaald en onderbouwt hoedat wetenschappelijk is getoetst?Voorzitter. De Raad van State zei deze week al: dit kabinet durft geenknopen door te hakken. Klimaatbeleid is niet vrijblijvend. Dit kabinet heeftgewoon een wettelijke taak. De laatste twintig jaar hebben we gezien datde uitstoot in de landbouw nauwelijks is gedaald. De kans dat de doelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7921 worden gehaald is minder dan 5%. Hoe beoordeelt Minister Hermans hetgebrek aan voortgang in de landbouw? Mede door gebrek aan actie vanMinister Wiersma halen we de klimaatdoelen zo echt niet. Is MinisterHermans ervan doordrongen dat als we de klimaatdoelen niet halen, deMinisters in strijd met de wet handelen en dat er dan rechtszaken komenen inbreukprocedures dreigen? Laat ze het echt gebeuren dat het kabinetzich wéér niet aan de wet houdt? Wat voor boodschap denkt ze dat dituitstraalt richting onze burgers? Minister Wiersma zet voor het halen vande klimaatdoelen vaag in op innovatie en doelsturing, maar de resultatendaarvan zijn op z’n vroegst over zes jaar beschikbaar. Dat is na 2030, en deresultaten zijn nog steeds onzeker. Is Minister Hermans het met ons eensdat dit onvoldoende is om de wettelijke doelen te halen? Gaat MinisterHermans erop toezien dat er extra maatregelen komen vanuit delandbouw waarmee we de doelen voor 2030 alsnog halen?Voorzitter. Dan de ketenaanpak. Al decennialang wordt geld van burgersin een systeem gepompt dat steeds verder vastloopt. Het is nu echt tijddat we de keten en banken eerlijk laten betalen voor de noodzakelijkeveranderingen in plaats van ze alle winst te laten opstrijken en die aanhun aandeelhouders te laten uitdelen. Daarover zijn er veel verschillendemoties aangenomen, waaronder de motie-Beckerman. Kan MinisterWiersma toezeggen om voor de voorjaarsbegroting met een brief tekomen waarin zij uitlegt hoe de supermarkten, voedselverwerkers,veevoergiganten en banken concreet gaan meebetalen aan de verschil-lende transities?Voorzitter. De vertraging van klimaatbeleid is duur. Dat laten verschillendeonderzoeken zien. Dat hebben we ook bij de stikstofcrisis gezien. Wehebben heel lang gewacht met maatregelen en durven nog steeds niet dekrimp van de veestapel in te zetten, terwijl daarvoor al lang wordtgewaarschuwd. Wat zie je dan? Dan zie je dat de woningbouw vastloopten dat de hele samenleving vastloopt. Dat is puur omdat kabinetten nietdurven te kiezen voor wat heel logisch is en wat ik in het begin noemde,namelijk de krimp van de veestapel inzetten en boeren helpen om meer inte zetten op peulvruchten, waarmee je ook nog eens emissies uit de luchtkunt halen. Erkent Minister Hermans dat? En wat gaat ze doen om uitstelvan effectieve klimaatmaatregelen in de landbouw te voorkomen?Voorzitter. De Raad van State adviseert om meer in te zetten op regels enbelastingen in plaats van subsidies, omdat subsidies vooral werken opkorte termijn, maar op lange termijn niet voor gedragsveranderingzorgen. Gaat Minister Hermans hier iets aan doen? Ook adviseert de Raadvan State een sterkere coördinerende rol voor de Klimaatminister. Is deMinister van Klimaat bereid om dat advies over te nemen en die rolinderdaad op te pakken?Ten slotte. Het IPCC en het IPBES zeggen: als je een effectief klimaatbeleidwilt, moet je de klimaat- en de biodiversiteitscrisis in samenhangaanpakken. Uit een rapport van Leiden, Delft en de Erasmus Universiteituit 2024 blijkt ook dat dat moet en ook hoe dat zou kunnen. Kan deMinister van Klimaat op korte termijn komen met een reactie op datrapport en laten zien hoe dat samenhangt met haar hopelijk aange-scherpte klimaatmaatregelen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan meneer Van Campen van de VVD.De heer Van Campen (VVD):Dank u, voorzitter. Het kwam al een beetje voorbij, maar in dezecommissie wordt heel vaak het debat gevoerd over mestbeleid enstikstofbeleid. Dat is eigenlijk best wel gek, want als er één sector is die temaken krijgt met de verandering van het klimaat en die dat merkt als hetgaat om extreme weersomstandigheden, zijn dat onze boeren, of het nouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7922 gaat om akkerbouw in de kustregio’s van Zeeland tot aan Groningen of opde hoge zandgronden. Verzilting in de kustregio’s maakt het onmogelijkom sommige teelten te telen en droogte maakt het onmogelijk ombepaalde teelten op de hoge zandgronden te telen. Dus als er één sector iswaar de verandering van het klimaat wordt gevoeld, dan zijn het wel onzeboeren. Dat heeft een effect op onze voedselproductie. Daarom denk ikdat het belangrijk is dat we dit debat voeren.Het maakt de discussie rondom voedselzekerheid ook actueler dan ooit,maar wat de VVD betreft wel op een intelligente manier, waarbij we goedgaan kijken wat waar moet gebeuren in Europa, in de Europese Unie.Onze sector blijft een sector van wereldfaam. Nederland is de kanarie inde kolenmijn waardoor innovatie ontstaat. We zullen ook nu weer leidendzijn als het gaat om de wereldvoedselvoorziening en -productie, maar metname op het gebied van de kennis die we te bieden hebben. We vragenhoe het kabinet daarnaar kijkt en of het die opvatting deelt. Ik vraagspecifiek de Minister van Landbouw hoe het staat met de aangenomenKamermotie van 20 juni 2024, waarin de Kamer vroeg om een actieplanvoor het waarborgen van zoet water en het tegengaan van verzilting inkustregio’s. Dat is een nijpend probleem waar akkerbouwers een groteimpact van ondervinden.Voorzitter. Willen we echt zorgen voor verduurzaming van ons voedsel-systeem, dan moeten we ook kijken naar de grote stromen bulk die dewereld rondgaan. Ik zei het al, het mooie is dat er ook in Nederland heelveel voorbeelden zijn van innovatieve start- en scale-ups die werken aanzogenoemde novel foods, nieuwe eiwitten die met een lagere klimaat- enmilieu-impact een enorme verandering in ons voedselstelsel kunnenbewerkstelligen. Ik noem zomaar vier Nederlandse bedrijven: The ProteinBrewery, Farmless, NoPalm, Revive. Dat zijn bedrijven van vaak slimmekoppen van de Wageningen Universiteit, niet zelden verbonden aan grotecoöperaties zoals Cosun, die investeren en nadenken over alternatieveeiwitten als bulk in ons voedsel. Ik vind dat echt supermooie innovaties.Het maakt me ook wel een beetje verdrietig als ik zie dat deze bedrijvenaanlopen tegen de bureaucratie van toestemmingsverlening en toelating.Waar er vanuit de Verenigde Staten aan deze bedrijven wordt getrokkenen vanuit Singapore de vliegtickets tot en met de huisvesting en defabrieken worden gefinancierd, zeggen wij hier «kan niet, mag niet». Wekrijgen het net voor elkaar om proeverijen van deze producten mogelijk temaken in Nederland; de NVWA vindt dat oogluikend goed. Hoe kijkt hetkabinet daartegen aan?De voorzitter:Er is een interruptie van meneer Holman.De heer Holman (NSC):De heer Van Campen zegt dat we op een intelligente manier moeten kijkennaar welke toekomst er is voor de Nederlandse land- en tuinbouw. Dat isnog redelijk abstract. Wat betekent dat dan in ontwikkeling? Welkeveranderingen hebben er over tien jaar plaatsgevonden? Wat is de visieop de toekomst van de landbouw in Nederland wat dat betreft?De heer Van Campen (VVD):De heer Holman is dol op visie, dus ik ga proberen daar iets van te latenzien. Wil je een landbouwsector hebben waar ook de kennis en innovatievan wereldfaam bij hoort die wij te bieden hebben, dan zal daar ook eenkritische massa vanuit de primaire sector bij horen. Dan heb je eenmelkveehouderij van redelijke omvang nodig. Dan heb je varkens- enkippenhouderij nodig van een redelijke omvang. Dan heb je akkerbouwnodig van een redelijke omvang. In die hele keten moet je immers kunnenexperimenteren. Ik gaf het net al aan, die bedrijven die voor veel collega’smisschien nieuw klinken – ik weet dat u allemaal op werkbezoek gaat naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7923 deze bedrijven en tegen degene die dat niet doet, zeg ik: ga daar eenskijken – zijn bedrijven die niet zelden worden gefinancierd door grotere,traditionele bedrijven zoals Cosun, waar ook heel veel akkerbouwers huninkomen vandaan halen. Het mooie aan dit voorbeeld vind ik dat degangbare landbouw daarin hand in hand gaat met vernieuwing van onsvoedselsysteem. Ik denk dat we toe moeten naar een balans tussen dietwee. «Niet alles kan overal» was de titel van het rapport van Remkes. Opbepaalde gebieden moeten we echt goed kijken waar het landgebruik teveel impact heeft op het milieu. Als het gaat om de kwaliteit van hetwater, de uitstoot in de lucht en de impact op onze natuur, kan het besteen tandje minder en moeten we kijken naar welke innovaties enmogelijkheden er zijn om die emissie en die druk te verminderen. Daar zulje dus een zekere omvang voor nodig hebben, maar ik ben ervanovertuigd dat onze land- en tuinbouw van wereldfaam die kennis blijftontwikkelen om te exporteren over de wereld, zodat de hele wereld devruchten kan plukken van de slimheid die de Nederlandse land- entuinbouw heeft voortgebracht.De voorzitter:Dank u wel. Er is nog een interruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik vind het wel interessant, want ik heb eigenlijk een heel vergelijkbaarstuk in mijn spreektekst staan; daar komen we straks nog op. De heer VanCampen heeft het over de regels. Daar kan ik het alleen maar mee eenszijn. Maar volgens mij gaat het ook om het creëren van iets meer levelplaying field. Het gaat er ook over dat we nu heel veel geld besteden aanonderzoek en subsidies aan de zuivel- en vleesindustrie, terwijl je dat ookiets rechter zou kunnen trekken. Je zou ook kunnen zeggen, net zoalsDuitsland en Denemarken dat doen: we gaan iets meer geld besteden aanhet zijn van launching customer als overheid, aan het geven van risicodra-gende garanties voor die mooie ondernemers die de heer Van Campennoemt. Hoe kijkt hij daarnaar?De heer Van Campen (VVD):Ik hoor van deze bedrijven dat ze niet zozeer zitten te wachten op de poet,op het geld. Ze willen een garantie op basis waarvan hun investeerderszeggen: we kunnen een schaalsprong maken om te kunnen gaanproduceren. Toen ik de eerste keer bij deze bedrijven kwam, was mijneerste vraag: wat maakt u eigenlijk? Dan zie je een poeder. Dan is dat eeneiwit, een plantaardig eiwit. Dan denk je: welke impact heeft dat? Totdat jede cijfers gaat horen. Palmolie bijvoorbeeld. Dat is een product, vaak uitZuid-Amerika, dat wordt onttrokken, wat effect heeft op landgebruik enontbossing. Daar kunnen ze alternatieven voor maken. Dat heeft eenenorme impact op ons voedselsysteem. Ze zeggen alleen: geef ons degaranties, geef ons de basis en de mogelijkheden om tegen onzeinvesteerders te zeggen dat we echt zo’n fabriek kunnen neerzetten en datwe schaal kunnen maken. Dat is iets wat we in Europa missen. Ik bennieuwsgierig hoe het kabinet daartegen aankijkt. We hebben Invest-NL.Als ik goed ben geïnformeerd, is dat voornamelijk gebaseerd opsubsidies. Kan er over nagedacht worden of ook garanties daarvan deelkunnen uitmaken? We hebben de Europese Investeringsbank, waar ik zelfmisschien oneerbiedig gezegd weleens van denk dat het een kwestie isvan «bank zoekt project». Kunnen we die misschien in onze missiebetrekken? Kortom, het is niet zozeer geld waarnaar gezocht wordt, maarmeer de garanties om die investeringen te kunnen doen omdat dezebedrijven er wel van overtuigd zijn dat er een vraag is, dat dit zichterugverdient, dat er een markt voor is.Mevrouw Podt (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7924 Dat is niet helemaal waar. Ik heb soortgelijke gesprekken gevoerd. Dit zijnhardcore ondernemers, die niet bij de overheid staan te bedelen en hunhandje ophouden. Zij zeggen wel: wacht even, wij moeten op eenoneerlijke manier concurreren met een vleessector die wel van deoverheid op allerlei manieren geld ontvangt, bijvoorbeeld voor onderzoek.Ik denk dat je iets creatiever moet kijken hoe je deze ondernemers kunthelpen om de bloei te bereiken waarvan we allemaal hopen dat ze diebereiken en dat het dus niet blijft bij sympathieke, mooie en enthousiasteinitiatieven, maar ze kunnen uitgroeien tot volwaardige bedrijven. Daarheb je dit soort dingen wel voor nodig.De heer Van Campen (VVD):Dan moeten we misschien na het debat toch even de gegevens van deverschillende bedrijven die we hebben bezocht uitwisselen, want ik hoorvan deze bedrijven dat hun toegevoegde waarde, hun onderscheidendvermogen juist zit in het toevoegen van een veel kostenefficiënteregrondstof aan de bulk. Uiteindelijk is het voor deze bedrijven goedkoper.Dat spreekt mij als liberaal aan, anders dan de moraliserende vingerheffende politiek van «gij zult geen vlees eten» of «gij zult geen dierlijkeproducten consumeren». Ik zeg niet dat mevrouw Podt dat zegt, maarmisschien het lid Kostic´... Er zijn weleens partijen die dat doen. Maar watmij zo aanspreekt is dat ze zeggen: dierlijke producten zijn heel kostbaaren het is niet altijd efficiënt om dergelijke grondstoffen in zo’n groteomvang te verwerken in onze voedselketen. Als je efficiëntere productenmet een lagere prijs kunt verwerken, dan ga je impact maken. Dat is eeneconomische, liberale manier om verschil te maken en er ook nog eensgoed geld mee te verdienen.Ik ben daar enthousiast over, zoals u hoort, voorzitter. Ik hoop dat deMinister van Landbouw dat ook is. Ik ben nieuwsgierig hoe ze daarnaarkijkt en of zij in Brussel in het kader van de novelfoodverordening hetgesprek wil voeren in de Raad over de vraag of het met die vergunning-verlening en toelating niet wat sneller kan. Dan kunnen we gaan concur-reren met de Verenigde Staten en Singapore.De voorzitter:Dank u wel. U ging in uw reactie op de interruptie van mevrouw Podtvolgens mij naadloos over op uw betoog. Of heeft u nog meer?De heer Van Campen (VVD):Nee, dat had u gewild, voorzitter.Koolstofvastlegging. Mevrouw Vedder heeft er ook al wat over gezegd. Ikzou wel van het kabinet willen weten hoe de Minister daarnaar kijkt. Eindvorig jaar gaf de Europese Raad groen licht voor een verordeningvrijwillige certificering voor koolstofverwijdering, -landbouw en -opslag.Daar kan gewoon geld mee verdiend worden. Dat is een alternatiefverdienmodel waar boeren met bamboe en vezelrijke gewassen eengrondstof kunnen bieden voor biobased bouwen en tegelijkertijd kunnenbijdragen aan negatieve emissies. Wij denken dat dat een economischekans kan zijn voor de landbouw. Voor wie denkt dat dit toekomstmuziek eneen groene niche is: dat is onzin. Google wat en je ziet dat hier al boerenmee bezig zijn. Met name in gebieden waar we het waterpeil moetenverhogen om emissies te verminderen kan hier een verdienmodelontstaan. Is de Minister van Landbouw net zo enthousiast hierover als deVVD-fractie?Ik vraag ook naar de stand van zaken met betrekking tot de motie diemevrouw Bromet en ik op 5 september hebben ingediend over het snellervergunnen van woningbouwprojecten via een handreiking voorprovincies en gemeenten ten aanzien van biobased en klimaatadaptiefbouwen.Voorzitter, hoeveel tijd heb ik nog?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7925 De voorzitter:U heeft nog tien seconden.De heer Van Campen (VVD):Dan vraag ik de Minister van Landbouw naar de stand van zaken metbetrekking tot de derogatie. Hoe gaat het met RENURE? Ook met deinvoering van RENURE kunnen we een grote bijdrage leveren aan hetverminderen van de uitstoot. Volgende week hebben we een mestdebat.Dan kunnen we hier naadloos mee doorgaan.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is nog een interruptie van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik moet zeggen, ik word eigenlijk wel een beetje blij van het verhaal vande VVD. Ik wil even toelichten dat wij absoluut niet zijn voor het verbiedenvan het eten van dieren. Wij willen mensen eerlijk voorlichten enstimuleren om iets anders te kiezen. Ik heb net uitgebreid genoemd watde wetenschap zegt over de voordelen. Ik hoorde daar iets van terug inhet VVD-verhaal. Even ter bevestiging: ziet de VVD samen met de Partijvoor de Dieren in dat het goed is om te kijken hoe we ons belastinggeldmaximaal maatschappelijk effectief kunnen inzetten? De wetenschap laatzien dat er kansen zijn met een transitie naar meer plantaardige eiwittenen naar meer biobased teelten. Daarmee kun je maximaal maatschap-pelijk rendement halen en zorgen voor voedselzekerheid en meeronafhankelijkheid van andere landen, zoals de Universiteit van Leiden laatzien. Juist door in te zetten op meer plantaardig kun je zorgen voor meeronafhankelijkheid en voedselzekerheid. Kan de VVD daarin een stuk metons meegaan en de Minister oproepen om daartoe stappen te zetten?De heer Van Campen (VVD):Maar vanuit de VVD wel echt vanuit de overtuiging dat daar wel echt eeneconomische businesscase onder te leggen is. We zullen verschillenddenken over de consumptie van dierlijke producten. Dat mag ook. Maar zezijn ook kostbaar. Als je voor grote massaproducten een alternatief kuntvinden, dan doet dat uiteindelijk wat voor de prijs van voedsel. Die zaldalen. Je kunt boeren ook belonen voor dierlijke producten van kwaliteit.Daar zitten kosten aan vast. We hebben vaker het debat hierover gevoerdmet elkaar. De prijzen in de supermarkt zijn torenhoog, maar we hebbenook gezien dat vlees niet altijd op waarde wordt afgerekend bij de kassa.Daar hebben we in deze commissie ook vaak het debat over gevoerd. Deboer loopt daar achteraan met zijn verdienmodel. Als dat wat meer inevenwicht komt, denk ik dat we boeren een goed verdienmodel kunnenbieden en dat we tegelijkertijd onze aarde een beetje schoner en beterachterlaten. Dat lijkt mij een win-winsituatie.De voorzitter:Dank u wel. Uw interrupties zijn op, mevrouw Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter, dat waren heel veel woorden. Ik ga er positief naar kijken en ikga ervan uit dat de VVD zich wil inzetten voor meer plantaardig.De voorzitter:Dank u wel. U had geen interruptie meer.Kamerlid Kostic´ (PvdD):O, oké. Helaas.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7926 De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Podt van D66.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter. We voeren het debat in de Nationale Week Zonder Vlees enZuivel; er werd al even aan gerefereerd. De afgelopen maanden sprak ikheel veel ondernemers die hard werken aan meer plantaardig eten op onsbord, van de groenteboer tot de kweekvleesinnovator – wat een woord! –en de supermarkt. Hun aanstekelijke ondernemerszin zorgt voor meerkeuze in de winkel, een betere gezondheid en een beter klimaat. Geenwonder dat Nederlanders steeds vaker aangeven anders te willen eten. DeGezondheidsraad zegt dat we na die 50% in 2030 toe moeten naarongeveer 60% van onze eiwitten uit planten. Daar is de overheid voor aanzet.De vorige Minister erkende dat ook. Hij zei: «Ambities en creativiteitbinnen de voedselindustrie verdienen een overheid die zich inzet voor eenbedrijvenbeleid dat wil innoveren.» De brief waarin deze zin staat, blinkthelaas uit in gebrek aan ambitie. We zijn niet op weg naar 50% plant-aardig, laat staan 60%. Het goede nieuws is dat deze Minister de kansheeft het beter te doen, door wél de koploperondernemers alle ruimte tegeven en zo ook aan een beter klimaat te werken. Daar moet ook deMinister van Groene Groei heel blij van worden. Tot nu toe zijn designalen alleen weinig hoopgevend. Het kabinet bevoordeelt vlees enzuivel financieel, waardoor plantaardige producenten op achterstandstaan en consumenten minder keuze hebben. En door lange toelatings-procedures delven nieuwe of plantaardige innovaties zoals kweekvleeshet onderspit ten opzichte van hun dierlijke tegenhangers. We hadden heter net al even over. Zijn beide bewindslieden het met mij eens datplantaardig een volwaardige plek moet krijgen bij overheidsfinancieringen in beleid? Laten we het speelveld nu gelijktrekken en investeren inplantaardig, bijvoorbeeld door opschalende bedrijven te ondersteunen,verhoogd, met 80% of 90%, garant te staan op risicodragend kapitaal eneen rol te nemen als launching customer voor nieuwe producten, zoalsDenemarken en Duitsland al doen. Graag een reactie.Voorzitter. Ook transparantie in supermarkten gaat hierbij helpen. Het wasooit bedoeld als onderdeel van het landbouwakkoord en is uiteindelijkgevangen in een motie van mijn voorganger en de heer Van Campen: eenwettelijk instrumentarium om transparantie in de retail te realiseren. Dedoorontwikkeling van die motie lag bij dit kabinet, dus hoe ziet het eruit?Wanneer wordt de Kamer daarover ingelicht? We zijn ondertussen eenjaar verder sinds het laatste bericht.Gezonder en duurzamer eten is dé manier om onze klimaatdoelen tehalen, en dat is nodig. Waar de doelen eerst in zicht waren, is met ditkabinet de kans van slagen nu nagenoeg nul. Ook dat is niet verbazing-wekkend als je ziet welk beleid of, beter gezegd, welk beleid niet wordtgevoerd door dit kabinet. Derogatie, rode diesel, NPLG schrappen, het zijnallemaal zaken die de klimaatdoelen verder uit beeld brengen. Wat vindtde Minister van Groene Groei ervan dat zij de industrie en de inwonersvan Nederland moet laten opdraaien voor de werkweigering van haarcollega-Minister?De Klimaat- en Energieverkenning laat ook zien dat de inzet van ditkabinet op landbouw veel onzekerheid geeft. De vage plannen rond hetANLb en doelsturing konden er nog niet in worden meegenomen.Sindsdien heeft de Minister veel koolstof vastgelegd in al het papier dat zijheeft gebruikt om haar plannen uit te leggen, maar is het nou ook mindervaag? Aangezien het PBL in lijn met mijn motie de klimaateffecten van dealternatieve gebiedsplannen gaat doorrekenen, lijkt het mij een uitstekendmoment om ook alle vaagheden van het andere beleid mee te nemen.Kunnen de Ministers dus toezeggen het PBL ook te vragen het doelbereikvan doelsturing en het ANLb mee te nemen in die berekeningen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7927 Voorzitter. Ik had het al over voedsel, maar we hebben nog een anderebasisbehoefte: bewegen. Dat doen heel veel Nederlanders. Ruim 60% gaatregelmatig een natuurgebied in en dan met name het bos. Rust, stilte ennatuur zijn de meest genoemde redenen om op pad te gaan. Mensenvinden het belangrijk dat het gebied goed en makkelijk toegankelijk is. Hetmooie is: meer bos is ook goed voor het klimaat. Dus meer planten enminder kappen. Maar beide gaan momenteel niet goed. Vindt de Ministermet D66 dat het ANLb ingezet moet kunnen worden om daar eenversnelling aan te brengen?Ten slotte. Ik was verbaasd om te lezen dat Minister Hermans niet vanplan is om een Eerste Kamermotie uit te voeren die vraagt om 5 miljarduit het Klimaatfonds te gebruiken voor de verduurzaming van delandbouw. Dat lijkt mij een voor de hand liggend idee. We hebben dedoelen in 2030 die we nog lang niet gaan halen, terwijl de landbouwdaarin een cruciale rol speelt, zeker vergeleken met kerncentrales, die pasover vijftien jaar iets gaan opleveren. Dus vraag ik aan Minister Wiersma:wat vindt zij er eigenlijk van? Wordt er zo niet veel van boeren gevraagd,die al zo veel uitdagingen hebben? Ook hier mis ik perspectief, en ik benniet alleen. Boeren vragen om daadkracht en een stip op de horizon, nietom lege papierladen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Podt. Intussen is ook de heer Grinwis aange-schoven. Hartelijk welkom. Het woord is aan mevrouw Van der Plas, BBB.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. Onze man in Rome, Hans Hoogeveen, voorzittervan de FAO Raad, onderdeel van de voedselorganisatie van de VerenigdeNaties, zei het onlangs heel treffend: «Nederlanders en veel Kamerledenkennen niet meer de kracht en het economisch belang van de Neder-landse landbouw en de agribusiness. De afgelopen jaren hebben demedia en politiek een stortvloed aan vaak ten dele onjuiste negatieveberichten over Nederland heen gestort.» Ik kan het alleen maarhartgrondig met hem eens zijn.Zo wordt er al jarenlang van alles geroepen over vlees, eieren en zuivel.Die zouden slecht zijn voor het klimaat en grote impact hebben op hetmilieu. Maar wat er niet bij vermeld wordt, is dat het er helemaal aan ligtwaar en hoe vlees, zuivel en eieren worden geproduceerd. Want als jeergens ter wereld duurzaam voedsel, waaronder vlees, eieren en zuivel,kunt produceren, dan is het wel in Nederland. Vooropgesteld, elkeeconomische activiteit heeft impact op het milieu. Dat geldt ook voor deproductie van voedsel, zoals van vlees, eieren en zuivel. Maar in dit landworden wereldwijde cijfers gewoon even op één hoop gegooid.Dat gebeurt bijvoorbeeld als het over de CO2-voetafdruk van vlees gaat.Volgens voedsel- en landbouworganisatie FAO van de Verenigde Natieszou 14,5% van de wereldwijde CO2-voetafdruk van vleesproductie enveehouderij komen. Nederlands vlees heeft echter een veel lagereCO2-voetafdruk. Voor de voetafdruk van vlees tellen alle onderdelen vanhet hele productieproces mee: niet alleen de slachterij en de vleesbe-werking, maar ook de boerderij, de productie van veevoer en de teelt vanvoergewassen. Ook de FAO ziet dat er grote verschillen zijn per land waarvlees, eieren en zuivel worden geproduceerd. Zo is de extensievevleesveehouderij in Argentinië niet te vergelijken met de moderneveehouderij in Nederland, waar veel rundvlees afkomstig is vanmelkkoeien.De CO2-voetafdruk van het Nederlandse vlees komt gemiddeld dan ookeen stuk lager uit dan de internationale cijfers. Dat komt vooral doordatmoderne agrarische bedrijven efficiënt werken en de laatste jaren tal vanmaatregelen hebben getroffen om nog duurzamer te produceren. OpTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7928 nagenoeg alle stallen in Nederland liggen zonnepanelen. Ze gebruikenminder land en minder water, en stoten minder CO2 uit per kilo productdan in bijna elk ander land. Wij zijn koploper in innovaties die de uitstootverminderen, zoals slimmer veevoer en betere mestverwerking. Beleidmoet de boeren helpen te verduurzamen, niet hen tegenwerken met extraregels en beperkingen. Geef boeren eerst kans om die innovaties toe tepassen, voordat er nieuwe dwingende maatregelen worden opgelegd.Hoe ziet de Minister, of zien eigenlijk beide Ministers, dit voor de toekomstvan onze land- en tuinbouw?Voorzitter. Er is deze week een campagne: de Week Zonder Vlees enZuivel. Opnieuw worden gezonde voedingsproducten, die passen binneneen gebalanceerd dieet, in de hoek gezet als slecht. Zelfs cateraars vanministeries en andere overheidsinstanties doen hieraan mee. Ik hoop vanharte dat dit op het Ministerie van LVVN niet het geval is. De vraag is of ditwel zo is op het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Ik vind het tebizar voor woorden dat overheidsinstanties meedoen aan dit soortflauwekul en daarmee tienduizenden Nederlandse boeren, hardwerkendeondernemers, die op een duurzame manier voor ons dagelijks voedselzorgen, wegzetten als mensen die slechte producten produceren. Ik roepde mensen dan ook op om zich aan te sluiten bij onze campagne: de Weekvan de (H)eerlijke Hollandse Hap. Deze week roepen wij mensen inNederland op om lokaal, seizoensgebonden, in Nederland geproduceerdvoedsel te kopen. En waarom? De Week van de (H)eerlijke Hollande Hapsluit naadloos aan bij de BBB-visie op voedselzekerheid, eerlijke prijzenvoor boeren en transparantie over de herkomst: niet minder vlees, eierenof zuivel, maar bewuste keuzes. Eet vlees, eieren, zuivel en ander voedselvan eigen bodem. Koop direct bij de boerderij, bij de boerenmarkt of vialokale initiatieven. Leg geen focus op minder, maar op beter en bewustereten. Zo steun je niet alleen de Nederlandse agrarische sector, maar kiesje ook voor kwaliteit en duurzaamheid op een manier die echt werkt.Beste Nederlanders, laat je niet aanpraten dat je slecht bezig bent als jevlees eet. Vlees is, behalve lekker, een product dat gewoon past in eengebalanceerde maaltijd. Wil je geen vlees? Dan eet je geen vlees. Maar valanderen er alsjeblieft niet mee lastig.Voorzitter. Nederlandse boeren produceren voedsel met een van delaagste CO2-voetafdrukken ter wereld. Wij zijn hier bezig om in rap tempoboeren weg te jagen. Duizenden boeren zijn al gestopt en velen zullen nogvolgen. Het is van de gekke dat een land dat juist zo’n duurzame voedsel-productie heeft, zijn boeren en tuinders niet koestert. We hebben het hiervanmiddag continu gehoord. Laten we wel wezen: voor elke kip, elke koeen elk varken dat hier verdwijnt, komen er elders in de wereld meer dierenvoor terug die minder duurzaam, met meer land- en watergebruik wordengehouden. Wat is dan het effect op het klimaat als wij hier minder gaanproduceren en andere landen die productie overnemen, vraag ik aan deMinister. Gegeten wordt er de komende jaren namelijk steeds meer meteen wereldbevolking die groeit naar 10 miljard in 2050.Ik rond af, voorzitter. We moeten juist nu kijken naar de geopolitiekesituatie in de wereld. We willen niet afhankelijk zijn van andere landen alshet aankomt op zo iets belangrijks als voedsel. Nederland is eenvruchtbare delta. Dat moeten we koesteren en daar moeten we meewerken. Daar moeten we voedsel produceren zoals dat alleen kan in eenvruchtbare delta zoals Nederland. We moeten niet alleen maar inzetten opextensivering en steeds minder produceren, maar gebruikmaken van waarons land goed in is: voedsel maken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan mevrouw De Vosvan Forum voor Democratie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7929 Mevrouw De Vos (FVD):Dank u wel, voorzitter. Tijdens de biologielessen in de eerste klas van demiddelbare school leren Nederlandse kinderen dat planten drie voedings-stoffen nodig hebben om te kunnen groeien en overleven: water, CO2 enstikstof. Water en CO2 zetten ze met behulp van zonlicht om in energie...De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, wilt u uw microfoon uitzetten, alstublieft?Mevrouw Van der Plas (BBB):O, sorry.De voorzitter:Dank u wel. Vervolgt u uw betoog, mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Water en CO2 zetten ze met behulp van zonlicht om in energie, via eenproces dat fotosynthese heet. Van stikstof maken ze eiwitten, debouwsteentjes en machientjes die alle processen in de plant draaiendehouden. Meer CO2 betekent meer plantengroei, zoals vorige maand nogwerd bevestigd in een wetenschappelijke studie van de universiteit vanWageningen. Meer CO2 maakt het fotosyntheseproces van bomenefficiënter, zo bleek. Wie had dat gedacht? Ik hoor graag of de Ministersbekend zijn met deze studie. Ook meer stikstof betekent meer groei. Dat iseen natuurlijk ecologisch proces, dat in de biologie ook wel «successie»wordt genoemd.Ik was niet van plan vandaag een biologieles te geven, maar dezeelementaire biologische feiten zijn wel van cruciaal belang voor debeoordeling van de kabinetsplannen die vandaag voorliggen. Deze tweeMinisters, de Minister van Landbouw en de Minister van Klimaat, willende uitstoot van twee van deze drie onmisbare voedingsstoffen voorplanten namelijk drastisch terugdringen: die van CO2 om de doelstellingte behalen van netto nul CO2-uitstoot in 2050 en die van stikstof om tevoldoen aan de wettelijke stikstofnormen, de kritische depositiewaarde.We bespreken vandaag wat dat betekent voor de landbouw, diezelfdelandbouw die, evenals planten en bomen in het algemeen, deze beidestoffen dus ook weer opneemt. Het is een kringloop. Dat is het mooie vannatuurlijke processen. Die kunnen zichzelf in balans houden. Hoewel CO2en stikstof steevast worden afgeschilderd als vervuilende stoffen die eenverstikkende deken vormen die het voortbestaan van ons land en onzenatuur bedreigt, zijn ze in werkelijkheid juist een voorwaarde voor datbestaan. Het moge dan ook duidelijk zijn dat Forum voor Democratiegroot tegenstander is van het terugdringen van de uitstoot van deze beidestoffen.Om diezelfde reden is het uitermate teleurstellend dat deze Ministers dereductiedoelen van hun voorgangers een-op-een hebben overgenomen.Het enige wat ze hebben gewijzigd, is de methode om die doelen tebehalen. Geen kant-en-klaarpakket aan maatregelen meer, maardoelsturing. Iedere veehouder of akkerbouwer krijgt een reductiedoel voorCO2 en stikstof, maar mag zelf kiezen welke maatregelen hij of zij neemtom dat doel te halen. Want, zo stelde Minister Wiersma in haar brief van14 februari jongstleden: het probleem waarmee boeren kampen, is dat zijmet steeds wisselende maatregelen geconfronteerd worden. Maar boerenervaren het in de eerste plaats als een probleem dat zij überhaupt metmaatregelen worden geconfronteerd. Dat probleem zal door deze nieuweaanpak niet verdwijnen. Het is als water naar de zee dragen, waarbij jemag kiezen of je dat met je blote handen wilt doen of met een kapotteemmer. Welke van de twee methoden het wordt, moet uiteraard netjesworden geregistreerd, want aan de hand daarvan wordt met behulp vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7930 rekentools en modellen bepaald hoeveel water die blote handen ofkapotte emmer hebben verplaatst.Voorzitter. Doelsturing of niet, het is in alle gevallen een onhaalbare,wereldvreemde en bovenal volkomen zinloze exercitie. Het is intenstreurig om te moeten constateren dat verreweg de meeste energie van hetkabinet gaat naar het oplossen van dit soort niet-bestaande problemen,met dit soort destructieve en van iedere realiteitszin gespeende maatre-gelen. Over energieverspilling gesproken. Moet u zich eens voorstellenhoe dit land zou kunnen zijn als we onze energie in plaats daarvan zoudensteken in opbouwende, verheffende activiteiten, in mooie dingen. Wezouden versteld staan van ons eigen kunnen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw De Vos. Het woord is aan meneer Grinwis van deChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank. Ook dank aan mijn collega’s dat ze flink met elkaarhebben gedebatteerd en dat ik nog even kon aanschuiven, want deschuivende geopolitieke panelen hebben ook tot verschuivingen in deKameragenda geleid. Vandaar dat er soms dingen gecombineerd moetenworden.Voorzitter. Ik begin met de landbouwpraktijk. Dat het klimaat verandert, iseigenlijk altijd al, maar de laatste jaren zeker onderdeel van de boeren-praktijk. De afgelopen jaren zijn alle extremen al langsgekomen, vanbizarre aanhoudende droogte tot aan bijvoorbeeld 84 millimeter regen opéén dag in Nieuwolda, Groningen. De boer ploegt ondertussen voort,maar op verzopen land kan hij toch echt niet uit de voeten. 61% van deboeren had vorig jaar last van opbrengstderving door toenemendeweersextremen. Op welke manier worden boeren geïnformeerd over engestimuleerd tot het nemen van klimaatadaptieve maatregelen, zoals hettelen van klimaatrobuuste gewassen, actief bodembeheer en optimalisatievan het regionale watersysteem, in samenwerking met collega-boeren? Inhoeverre biedt het gemeenschappelijk landbouwbeleid ondersteuningvoor de realisatie van agrarische water- en bodemmaatregelen in hetkader van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer?Voorzitter. De gevolgen van klimaatverandering in combinatie met eensteeds kleiner middelenpakket brengt het risico op lege groenteschappenin de supermarkten de komende jaren snel dichterbij. Wat doet deMinister daar precies aan? Wat ziet zij als haar missie in dezen? Zij isnatuurlijk niet de producent, maar dit is wel een belangrijke zorg die wenu al op ons af kunnen zien komen.Een essentiële behoefte voor de landbouw is de beschikbaarheid vanzoetwater. Zoetwater is met recht het blauwe goud. Verzilting is eensteeds groter probleem in Nederland, vooral in ingepolderde delen, zoalsdelen van Flevoland. Ikzelf kom uit het gebied van de Zuidwestelijke Delta.Daar is verzilting een heel groot issue. Enkele akkerbouwers zijn volledigafhankelijk van de zoetwaterbuffers, zoals het Zuiderdiep bij Goeree-Overflakkee. Het van oorsprong zoete water van het Zuiderdiep isessentieel voor omliggende landbouwgronden. Het besluit van deStaatssecretaris in het Aanwijzingsbesluit Duinen Goeree en Kwade Hoekom het Zuiderdiep een functie te laten vervullen in de ontwikkeling van debrakke natuur, als onderdeel van het Habitatrichtlijngebied Haringvliet,verbaasde mij zeer. Bieden de bewindslieden deze boeren ook perspectiefop een toekomst of wordt hun de nek omgedraaid door de ontwikkelingvan brakke natuur in combinatie met steeds meer verzilting en steedsminder beschikbaarheid van zoetwater?Nou begreep ik dat er wat heen en weer wordt gewezen voor wie erverantwoordelijk is, de Staatssecretaris of het waterschap, maar ik krijgTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7931 hierover graag klare wijn geschonken. Ook hoor ik graag wat de inzet is –het is het terrein van de Staatssecretaris, maar ik vraag het nu aan deMinister van LVVN – om de beschikbaarheid van zoetwater in de Zuidwes-telijke Delta, in dit geval op Goeree-Overflakkee, zo goed mogelijkovereind te houden, want het is een randvoorwaarde voor landbouw enzeker voor akkerbouw. Wat is eigenlijk de visie van de bewindslieden opinspanningen die overheden moeten verrichten om zoetwater, het blauwegoud, zo lang mogelijk beschikbaar te houden voor Nederlandse boeren?Hoe actief is het ministerie bijvoorbeeld betrokken bij het Deltapro-gramma Zoetwater en de deelprogramma’s, zoals in de ZuidwestelijkeDelta?Voorzitter. Voedselverspilling draagt bij aan circa 5% van alle CO2-uitstootin Nederland. Elke ton verspild voedsel is gelijk aan 220 kuub verspildwater en een kwart hectare verspilde landbouwgrond. De klimaatopgavemoeten we niet volledig op het bordje van de boer leggen. Op welkemanier doet deze Minister een beroep op ketenpartijen en consumentenin de strijd tegen voedselverspilling? In hoeverre hebben gesprekken metketenpartijen ertoe geleid dat niet-perfect voedsel, de buitenbeentjes, tochtegen een fatsoenlijke prijs kan worden verkocht, in lijn met een aange-nomen motie van collega Vedder en mij? Hoe zorgt de Minister ervoor datbiologische telers, die minder mogelijkheden hebben om hun productente vervolmaken, om ze te laten voldoen aan het Nederlandse schoon-heidsideaal, toch kunnen rekenen op een eerlijke prijs en een goedebestemming, in de supermarkt en uiteindelijk bij mensen op de keuken-tafel? Is de Minister bereid het tegengaan van voedselverspilling meergewicht en aandacht te geven in haar klimaatplan? Voedselverspillingtegengaan heeft immers een betere kosten-batenverhouding dan andereklimmaatregelen, zoals CO2-opslag of allerlei subsidies.Dan kom ik nog op het onderwerp klimaat, de mitigatiekant. Het valt niette ontkennen dat de landbouw een forse opgave heeft op het gebied vanklimaat. 25 megaton, oftewel 17% van de totale uitstoot, komt uit delandbouwsector. De opgave, het gat tot de gestelde doelen, is best groot.Het transitiefonds had geholpen, maar nu dat weg is, is toegang tot hetKlimaatfonds broodnodig. Dat vinden deze Ministers toch stiekem ook?Een belangrijke determinant in wel of niet meer uitstoot is natuurlijk devraag hoe het verdergaat met de derogatie. Het is inmiddels maart 2025.Kan de Minister klare wijn schenken over de toekomst van de derogatie?Wanneer gaat zij helderheid geven aan Nederland en aan de boerensectorover waar zij op kunnen rekenen? Want als we te lang wachten, wordt hettijdvenster om te rekenen met wel of niet verdergaan met de derogatie tekrap, te kort. Hoe anticipeert de Minister op het feit dat door het vervallenvan de derogatie en het opkoopbeleid grasland deels wordt omgezet inbouwland, waardoor de emissies uit bouwland naar verwachting weertoenemen, zowel naar de lucht als naar het water, en natuurgebieden temaken krijgen met andere uitdagingen, zoals de waterkwaliteit? Ziet deMinister deze gevolgen onder ogen? Hoe gaat zij hiermee om? Ik denk dathelderheid over de derogatie, over de kansloosheid of kansrijkheiddaarvan, snel moet worden gegeven.De overschakeling van middel- naar doelsturing biedt kansen om weervoortgang te boeken op het gebied van klimaat. In tegenstelling tot mijnbuurvrouw denk ik dat doelsturing heel belangrijk is. Nadat boeren en hunvakmanschap jarenlang niet zijn beloond of geprikkeld, maak je het nunamelijk gewoon weer interessant om dieren voer aan te bieden met ietsminder eiwit. Je maakt het ook weer interessant om sensoren op jedrainagepijpjes te monteren. Nu heb je die wel als vooruitstrevende boer,maar je wordt toch afgestraft met dezelfde bufferstrook. Ik denk dus datdoelsturing bij uitstek het ondernemerschap prikkelt en daadwerkelijk kanbijdragen aan milieuresultaten, of je nou gelooft in klimaatverandering ofniet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7932 De voorzitter:Wilt u komen tot een afronding, meneer Grinwis?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is mijn slotbetoog, en eigenlijk ook een verkapte interruptie. Hier laatik het dan bij, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Het was een lange eerste termijn. Er zijn een heleboel vragengesteld. Beide Ministers hebben mij gevraagd om te schorsen tot 16.45uur. Dan kunnen ze goed nadenken over hun antwoorden. Dan gaan weverder. Ik schors de bijeenkomst.De vergadering wordt van 16.05 uur tot 16.46 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Omwille van de tijd wil ik graag snel beginnen.We moeten om 18.15 uur gereed zijn. Ik heb begrepen dat er ook mensenzijn die vanavond nog andere verplichtingen hebben. Minister Hermansheeft mij verzocht of zij mocht beginnen met de beantwoording van devragen. Met uw goedvinden gaan we dat zo doen. Ik wil de Ministersgraag vragen of zij hun onderwerpen in blokjes willen verdelen, zoalsgebruikelijk is. Mevrouw Podt, heeft u een punt van orde?Mevrouw Podt (D66):Ja, voorzitter. Ik weet natuurlijk niet hoe prangend de agenda van MinisterHermans is, maar ik zou eigenlijk de voorkeur hebben om het andersom tedoen. Dat geeft ons namelijk de mogelijkheid om eerst het een en ander tehoren van de Minister van Landbouw. Dan kunnen we daarna eventueelnog eventjes doorvragen bij de Minister van Groene Groei. Als ik de enigeben die dat vindt, dan leg ik me er graag bij neer, maar in mijn hoofd is diteen logische volgorde.Mevrouw Van der Plas (BBB):Kijk, de bewindspersonen, de Ministers, zijn hier te gast. Die hebben ookandere verplichtingen – die hebben wij allemaal – waar ze gewoon de tijdvoor moeten nemen. Ik vind het dus prima als Minister Hermans begint ende Minister van LVVN daarna spreekt.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Van Campen, wilt u daar nog iets over zeggen?De heer Van Campen (VVD):Het kabinet spreekt met één mond, dus volgens mij is het prima alsmevrouw Hermans begint en de Minister van Landbouw daarna vervolgt.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat bewindspersonen andere verplichtingen hebben, is geen reden. Hierverantwoording afleggen aan de Kamer hoort voor de bewindspersonenop nummer één te staan. Ze zijn niet voor niets beiden uitgenodigd. Ik zouheel graag beide bewindspersonen hier willen houden, zodat weinderdaad goed kunnen doorvragen. De volgorde maakt mij niet uit, maarik zou niet willen zien dat een van de twee eerder weggaat.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Bromet?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7933 Ik wil het voorstel van D66 steunen om eerst de Minister van Landbouw tehoren. Dit debat staat ingepland tot 18.15 uur, dus we hebben noganderhalf uur. Ik wil dus graag dat beide Ministers aanwezig zijn.Minister Hermans:Voorzitter, ik heb er geen enkel bezwaar tegen om hier te blijven tot 18.15uur. Soms denk je: ach, als we het zo kunnen doen met elkaar, dan zou hetmij helpen. Maar ik ben er helemaal niet op uit om te vertrekken omdat ikgeen interesse heb voor de rest van het debat of wat dan ook. Ik vind hetprima om de volgorde om te draaien en gewoon te blijven zitten. Danbeantwoord ik daarna de vragen.De voorzitter:Dan gaan we dat zo doen. Het verzoek aan de bewindslieden is om eenkorte inleiding te houden en daarna de vragen te beantwoorden. Met ditverzoek geef ik het woord aan Minister Wiersma.Minister Wiersma:Dank, voorzitter. Ik voel de tijdsdruk en zal daar rekening mee houden. Ikga de vragen beantwoorden in drie blokjes. Ik begin met voedselzekerheiden voedselstrategie, vervolgens heb ik een blokje klimaat en landbouw endan heb ik een blokje overig. Om tijd te besparen zal ik afzien van eeninleiding en direct overgaan naar de vragen, ook al sta ik bekend om mijnlange inleidingen.Ik begin met een vraag van de heer Holman van NSC over voedselze-kerheid. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Hij vroeg of ik duidelijkkan maken hoe we daarnaar moeten kijken. De FAO heeft natuurlijk eendefinitie van voedselzekerheid vastgesteld. Die stelt dat er voedselze-kerheid is als alle mensen altijd fysieke en economische toegang hebbentot voldoende veilig en voedzaam voedsel. Het belang van voedselze-kerheid is de afgelopen jaren benadrukt. Ook de geopolitieke ontwikke-lingen zetten het belang daarvan in toenemende mate in het licht.Conform het regeerprogramma werk ik op dit moment aan een nationalevoedselstrategie. Daarin zal ik nader en uitgebreid ingaan op de voedsel-zekerheid, op de manier waarop we dit binnen Nederland en ook inEuropees verband – daar werd zojuist ook aan gerefereerd – nazien.Het lid Holman had nog een vraag. Hij vroeg hoe we de supermarktenkunnen bewegen om hun verantwoordelijkheid te pakken om gezond enveilig voedsel te verkopen. Dit behoort primair tot de portefeuille van deStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, want die is verantwoordelijkvoor het beleid ten aanzien van gezond en veilig voedsel. Het beleid vanLVVN, dus mijn portefeuille, is primair ook gericht op voedselzekerheid,waarbij natuurlijk ook aandacht is voor al die maatschappelijke opgaveswaar de landbouw voor staat. Uiteraard vind ik ook dat supermarkten eenverantwoordelijkheid hebben om de positie van die primaire producentente versterken. Ik vraag de supermarkten dus om meer transparantie.Daarin faciliteer ik ze ook met het dashboard dat op mijn ministerieontwikkeld is. Daarop worden de individuele duurzaamheidsinspanningenvan supermarkten weergegeven. Nogmaals, in 2025 komt het kabinet meteen nationale voedselstrategie. Daarin is ook een rol beschreven voor denationale ketenpartijen, waaronder supermarkten.De heer Flach had een vraag over voedselverspilling. Hij vroeg of ik ook inwil zetten op de aanpassing van Europese regels om onnodige handels-normen en dergelijke, en de THT-data te schrappen. In navolging van mijnvorige antwoord onderschrijf ik de ambitie om de voedselverspilling in2030 te hebben gehalveerd ten opzichte van 2015. Ik span mij uiteraard invoor het schrappen van onnodige en overbodige – soms is het echter ooknoodzakelijk – THT-data, ook in Europees verband. Daarin trek ik samenmet VWS op. Ik kan de heer Flach toezeggen dat voedselverspilling ... Ikhoorde iemand ook 2 miljard kilogram voedsel per jaar noemen – ik weetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7934 niet of dat de heer Flach was. Ook in het licht van voedselzekerheid, detoegang tot voedsel en de wetenschap dat dit verspild wordt terwijl er ookin Nederland nog steeds gezinnen zijn die geen toegang hebben totvoedsel, vind ik dat echt een speerpunt voor dit kabinet en voor mijpersoonlijk, want het is echt zonde dat er toch nog zo veel verloren gaatals je ziet hoeveel moeite en inspanning het kost om voedsel te produ-ceren. Dat heeft ook met allerlei regels te maken. Een deel van dievoedselverspilling komt bijvoorbeeld ook van restaurants waar afvalvoortvloeit uit voedsel dat mensen niet consumeren. Daar zijn ook strengeregels aan verbonden. Dat heeft bijvoorbeeld ook te maken met complexereststromen. Die kun je niet zomaar weer ergens inzetten. Maar goed, hetheeft mijn aandacht. Ik vind het echt een belangrijk onderwerp.De heer Grinwis had daar ook een vraag over. Hij vroeg of we devoedselverspilling verder aan willen pakken. Ik heb volgens mij alaangegeven dat het een belangrijk speerpunt is. De verspilling vanvoedsel ondermijnt in de eerste plaats de voedselzekerheid. Ik ben in derecente Kamerbrief van 18 februari al ingegaan op een aantal activiteiten.Onze inzet is ook om consumenten en professionals hierover te infor-meren. Dat gaat ook via het Voedingscentrum. Er is een ketenbredesamenwerking om voedselverspilling in de hele keten tegen te gaan. Datgaat via de stichting Samen Tegen Voedselverspilling. Recent heb ik daarook een werkbezoek aan gebracht. Ook de supermarkten zijn echt heelactief bezig om daar strenge targets in te halen en goede stappen in tezetten. Er is nog steeds werk aan de winkel en daar spannen we ons tenvolle voor in.Mevrouw Bromet had een vraag over ... O, deze vraag gaat niet per seover voedselzekerheid, maar is wel in dit stapeltje terechtgekomen. Ik kandeze vraag wel even beantwoorden, omdat deze in zekere zin de voedsel-zekerheid wel raakt. De vraag ging over het integraal aanpakken van alledoelen, inclusief het verdienmodel van de boer. Worden deze doelen ookbetrokken bij de ministeriële commissie? Hier in uw Kamer hebben we heter met grote regelmaat over dat de Nederlandse landbouw stappen heeftte zetten, ook om de sector toekomstbestendig te maken. In de minis-teriële commissie staat vooral stikstof natuurlijk centraal. Maar we kijkennatuurlijk ook naar de afwenteling op en de koppelkansen met anderedoelen. Onze aanpak moet natuurlijk integraal zijn. Je wil niet achteruit-boeren, zoals ik dat maar even noem. Uiteindelijk is het ook van belangdat we onze voedselzekerheid en de voedselproductie veiligstellen. Datvereist een gezonde landbouwsector, waarin die gezinsbedrijven een goedinkomen kunnen verdienen. Iets wat mij betreft uit het hoofdlijnenakkoordvoortvloeit en waar ik echt nu volop mee bezig ben, wat voor 2030, maarook daarna van groot belang is, is de doelsturing. Daar zal straks ook nogwel iets over gezegd worden. Doelsturing is echt een systeem voor delange termijn, waarmee ik echt hoop een langetermijnperspectief voor delandbouw te kunnen geven.De heer Van Campen had ook een vraag over dit onderwerp. Die gingonder andere over de innovatie. Hij zei dat in Nederland veel innovatie enkennis ontstaat, zeker waar het gaat om landbouw en voedselproductie,en vroeg hoe het kabinet hierover denkt. In Europees verband heeft deEuropese Commissie net haar visie op landbouw en voedsel gepubli-ceerd. Ik zie dat daarin ook echt aandacht is voor kennis, innovatie envoedselzekerheid. Binnenkort kunt u ons BNC-fiche daarop verwachten.Die zal ik met uw Kamer delen. Wat ik kan vaststellen, is dat innovatiezeker heel belangrijk is voor Nederland en voor de EU als geheel. Dusdaarin trekken we samen op. Ik ga deze maand nog met de Eurocommis-saris op werkbezoek. Daarbij zal innovatie een onderdeel van het gesprekzijn. Ik denk dat er wel consensus over is dat het van belang is en dat wedaar in Nederland absoluut koploper in moeten blijven.Dit was mijn eerste kopje, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7935 De voorzitter:Gaat u verder.Minister Wiersma:Oké.De voorzitter:Ik hoor wat geroezemoes, maar er zijn geen interrupties. U heeft vierinterrupties per fractie.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter, ik heb meer even een vraag. De Minister ging in op hetdashboard voor supermarkten. Ik had daar specifiek een vraag overgesteld, maar ik weet dus niet zeker of die in dit blokje terugkomt ofergens anders.Minister Wiersma:Ik verwacht in het kopje overig.De voorzitter:Dan gaan we daar maar van uit. Mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, ik heb toch een vraag. Als je in Ierland boodschappen koopt en jerekent die af bij de kassa, zie je op de kassabon welke producten uitIerland komen. Daar staat «IRL» achter. De consument krijgt dus eigenlijkmeteen te zien of die lokaal heeft gekocht. Ik vind dat echt een supergoedidee. Ik heb dat hier al eens eerder aan de orde gebracht. Zou de Ministerof zouden de Ministers misschien bereid zijn om met supermarkten inoverleg te treden over of zo’n systeem misschien ook in Nederland kan?Want lokaal kopen, direct uit Nederland, heeft natuurlijk een veel mindergrote voetafdruk dan producten van buitenaf. Zo kunnen we deconsument ook bewust maken.Minister Wiersma:Ik weet dat hier in het verleden wel initiatieven voor geweest zijn,bijvoorbeeld met Nederlandse vlaggetjes op de producten. Ik kan zo nietzeggen wat de stand van zaken daarvan is, maar natuurlijk ben ik bereidom dat eens mee te nemen en te kijken of daar stappen in gezet kunnenworden. Ik vind het in de basis een goed initiatief en ik denk dat bewust-wording, ook over welke producten inderdaad lokaal geproduceerd zijn,kan helpen voor de consument om daar een duidelijke afweging in temaken. Dus ik ben daar zeer toe bereid.De voorzitter:Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.Minister Wiersma:Yes. Dan kom ik uit bij het tweede kopje. Ik begin wederom met een vraagvan de heer Flach. Die gaat over het veenweidegebied en de flexibiliteitvoor veehouders. De vraag ging primair over dat er in veenweidegebiedveehouders bereid zijn om afstand te doen van hun vee. De vraag, zoalsdie hier opgeschreven staat, ging erover dat dat door ruimtelijkeorde-ningsregels gelijk einde oefening betekent voor de veehouder. Kan ik hiermeer flexibiliteit in tonen, was de vraag. Uiteindelijk is vrijwilligheid bijveehouders het uitgangspunt van mijn aanpak en dat geldt ook voor deveenweideproblematiek. De aanpak daar is natuurlijk meerledig. Wehebben het verhogen van de waterpeilen. Ik ben op dit moment aan hetonderzoeken hoe bijvoorbeeld de ANLb-middelen daar met langjarigepakketten ondersteunend in zouden kunnen zijn. Uiteindelijk moet deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7936 melkveehouderij toekomstperspectief hebben in veenweidegebied. Het isveenweidegebied; «weide» staat er niet voor niets. Het is ook echt eenbelangrijk gebied, waar onze nationale trots, de grutto, graag zijn plekvindt. Het is ons er alles aan gelegen om daar toekomstperspectief voorde melkveehouderij te bieden. Ik denk dat de heer Flach bedoelt dat erlatente ruimte kan ontstaan op het moment dat je vrijwillig vee wegdoet.Dat is iets wat we echt mee moeten nemen in de totstandkoming vanvervolgbeleid. Het is wel een goed signaal. Daar zal ik absoluut ookaandacht aan geven. Uiteindelijk zijn de provincies en de waterschappenook samen met de veehouders in gebiedsprocessen aan het kijken wat ermogelijk is in de veenweidegebieden. Maatwerk en flexibiliteit zijn daarbijaltijd, ook voor mijn departement en voor mij persoonlijk, belangrijkeuitgangspunten.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag naar aanleiding van de latente ruimte die de Ministernoemt, die ontstaat als boeren vee wegdoen in bepaalde gebieden. Ik leesdat Gelderland nu zones gaat instellen rond Natura 2000-gebieden, waarinboeren niet-gebruikte vergunningen in moeten gaan leveren. Ik denk dathet onontkoombaar is. Ik wil niet de boodschapper van het slechte nieuwszijn; het is de BBB-gedeputeerde die dat nu voorstelt. Maar hoe kijkt deMinister nou zelf naar wanneer er latente ruimte is, wetende dat er eenmoment kan komen dat die ingenomen wordt?Minister Wiersma:In algemene zin werkt het vaak anticiperend gedrag in de hand als erergens latente ruimte is, op welk recht of welke vergunning die ookberust, en er gedreigd wordt die in te nemen. Dat betekent dat boerengeneigd zijn om dan de latente ruimte op te vullen, in de angst die kwijt terijken. Ik heb het plan van deze specifieke provincie gezien. Ik neem ernota van. Over de inzet van het kabinet voor het stikstofbeleid hebben weop dit moment een discussie via vier sporen in de ministeriële commissie.Wij zullen uiteraard alle signalen en ideeën daarin meenemen enafwegen. Over een aantal weken komen we met een eerste uitwerkingdaarvan.De voorzitter:Mevrouw Bromet heeft daar nog een vraag over.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dus stel, je bent een van die 500 tot 700 boeren in Gelderland en je leestop RTL dat er een zone komt rond Natura 2000-gebieden. Je zit in die zoneen weet dat je niet-gebruikte vergunning ingenomen gaat worden, wantdat lezen we op RTL. De Minister zegt: dat leidt meestal tot het invullenvan die ruimte. Dus wat kunnen we nu verwachten? Gaan die 500 tot 700boeren in Gelderland nu op voorspraak van de Minister van Landbouwhun stallen vol zetten?Minister Wiersma:Nee, dat is niet op voorspraak van mij. U vraagt mij waar dit in hetalgemeen toe leidt; dit is een van de mogelijkheden. Desalniettemin hangthet van vele factoren af of dat überhaupt kan. Ik zie daar dus ook nog welwat haken en ogen aan zitten. We zullen monitoren wat daar gebeurt. Deprovincie is in dit geval bevoegd gezag en kan dit soort plannen maken enuitvoeren. Ik heb er nota van genomen. We zijn zelf met het kabinetnatuurlijk breed bezig in de ministeriële commissie om tot invulling tekomen voor het landelijke beleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7937 De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Wiersma:De heer Flach had een vraag over Netwerk Praktijkbedrijven en over hetvoerspoor. Hij gaf aan dat de deelnemers van Netwerk Praktijkbedrijvende inspanningen nog niet hebben kunnen benutten. Zo lees ik de vraag.De heer Flach wilde graag weten wat ik tegen deze boeren zou willenzeggen. Ik begin maar even met: we hebben altijd kennisontwikkelingnodig. Netwerk Praktijkbedrijven vind ik echt zo’n mooi netwerk, waarinheel veel kennis is opgedaan, met name over wat er op stalniveaumogelijk is met voer- en managementmaatregelen. Ik moet eerlijkbekennen dat ik zelf ook best wel vaak aan Netwerk Praktijkbedrijvenrefereer. Ik heb daar in het verleden ook regelmatig contact over gehadmet de onderzoekers van WUR, ook in het kader van realtime monitorenmet sensoren in stallen en dergelijke. Ik zou dus tegen deze boeren willenzeggen dat hun werk van groot belang is, namelijk het pionieren in hetsysteem van doelsturing zoals ik dat straks voor me zie. Daarvoor is dekennis die in dit netwerk is opgedaan echt van cruciaal belang. Ik zou duswillen zeggen: dank daarvoor. Ik hoop oprecht dat we op de korte termijnmet beleid kunnen komen waarin de borging van dit soort maatregelenplaatsvindt, zodat uiteindelijk, als we toegaan naar een systeem vandoelsturing, deze maatregelen wel degelijk iets op gaan leveren voor deindividuele ondernemer. Daarvoor hebben we die kennis echt heel ergnodig.Het lid Flach had ook een vraag over een proefproject over hetaanbrengen van een kleilaag op zandgrond en hoe ik dit, overigens metmijn collega, op zou willen pakken. Ik ben uiteraard op de hoogte van dezeproef. Overigens is niet alleen een kleilaag aanbrengen op zandgrondeffectief. Het kan ook op veenweidegebieden helpen om CO2-emissie tereduceren. Deze proef is op beperkte schaal uitgevoerd. Het is op ditmoment nog te vroeg om in te schatten wat op grote schaal de totaleeffecten zouden kunnen zijn. Maar als dat verder doorgerekend is, kunnenwe kijken hoe we dit op kunnen pakken. Daarbij moet wel de kanttekeninggeplaatst worden dat er uiteraard ook wel klei voor beschikbaar moet zijn,maar dat is een ander aspect.De heer Flach wilde ook graag weten hoe we de knelpunten gaanaanpakken die in samenwerkingsinitiatieven plaatsvinden omdat die vaakover de grenzen gaan. Ik ben natuurlijk groot voorstander van samenwer-kingsinitiatieven. Dat kan zowel tussen veehouders als akkerbouwers alsregio’s zijn. We ondersteunen dat ook. Er is bijvoorbeeld deSABE-regeling, waarin boeren kunnen experimenteren. Die is echt vangroot belang, ook in het kader van kennis opdoen, het bieden vaninspiratie en bedrijven verder ontwikkelen. Op dit moment is het natuurlijkzo dat op het moment dat wij een regeling evalueren, wij daar deknelpunten in meenemen en kijken hoe we dat beter kunnen doen. Als deheer Flach dus echt concrete punten heeft, dan zou ik zeggen: deel die metmij en mijn ministerie en dan gaan we daar serieus naar kijken. Ik denknamelijk dat we, zeker in samenwerkingsverband, de knelpunten echtmoeten adresseren en waar mogelijk wegnemen.Mevrouw Bromet had een vraag over het aanvullende pakket dat nu wordtvoorbereid om de klimaatdoelen te halen. In de landbouw wordt op ditmoment met name een reductie verwacht door de beëindigingsrege-lingen. Daarbij hebben we natuurlijk vanuit het hoofdlijnenakkoord – dat ishier net ook voorbijgekomen – de afspraak gemaakt dat we toe gaanwerken naar een bedrijfsspecifieke emissiesturing. Daar zetten we op invia doelsturing en innovatie. Daar komt nog een vrijwillige beëindigings-regeling bij. Dat is een brede beëindigingsregeling. In het kader vanlandgebruik zijn we op dit moment ook aan het kijken naar extra maatre-gelen en mogelijkheden om de landbeheerders te ondersteunen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7938 noemde zojuist ook al dat waar het bijvoorbeeld specifiek gaat omveenweiden, ik aan het onderzoeken ben hoe we eventueelANLb-pakketten, ANLb-middelen, daarvoor in kunnen zetten zodat je daarook langjarige pakketten voor aan kunt bieden. Er zijn dus verschillendesporen waarop aan die doelen gewerkt wordt.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dat zijn maatregelen die we kennen en die tot op heden niet hebbengeleid tot doelbereik. Hoe weet de Minister dat de doelen nu bereiktworden? We hebben een Klimaatwet, dus we moeten ons er gewoon aanhouden. Dat hebben we afgesproken. Gaat de Minister door laten rekenenof haar plannen voor doelbereik zorgen, weet ze dat al of is er nog ietsextra nodig?Minister Wiersma:In algemene zin rekenen we natuurlijk alles door als er echt uitgewerkte,concrete maatregelen liggen. Op dit moment is doelsturing nog volop inontwikkeling. Wij hebben bedrijfsspecifieke en haalbare emissiedoelenafgesproken. Daar wordt nu aan gewerkt. Wat betreft de beëindigingsre-gelingen: die lopen nu; die zijn nu volop in uitvoering. Daarom kunnen wede definitieve effecten daarvan pas echt doorrekenen op het moment datdie zijn uitgevoerd. We houden natuurlijk voortdurend de vinger aan depols. Er worden voortdurend maatregelen doorgerekend. Natuurlijk kijkenwe ook naar wat er straks in de ministeriële commissie gebeurt op hetgebied van stikstof. Daarin zit ook een afwenteling, in positieve zin, opklimaatdoelen. Die zullen we ook door laten rekenen. Maar het is niet éénpakket: het zijn heel veel verschillende sporen. Daar ben ik volop meebezig.De voorzitter:Een laatste interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):We horen altijd dat de Minister volop bezig is, maar het klinkt voor mijnog niet als iets wat we gaan halen, zeker als het Planbureau voor deLeefomgeving zegt dat er maar een kans van 5% is dat de doelen rondlandbouw gehaald gaan worden. Er zal dus echt wel iets extra bij moeten.Ik hoor graag van de Minister wat dat is. Ik zou ook graag van haar willenhoren wat nou het plan is voor ná 2030. Er ligt namelijk geen enkel planvoor na 2030. Maar een boer kijkt wat betreft zijn bedrijf naar de periodevan een generatie, van twintig jaar. Het is nu 2025. Dan moet je toch welweten wat er tot 2035 aan de hand is. Ik kan me voorstellen dat boerenzeggen: ik heb geen idee, want er is geen enkel doel of plan, en er ligtgeen enkele maatregel.Minister Wiersma:Nou ja, zoals ik zojuist al aangaf – en daar blijf ik ook bij – is doelsturingniet iets wat alleen tot 2030 geldt; die geldt daarna ook nog. Volgens mijmaakte mevrouw Vedder in haar bijdrage de hele terechte opmerking datje nooit tot nul kunt reduceren als je te maken hebt met biologischeprocessen. Dat is gewoon onmogelijk. In de voedselketen zullen er altijdemissies optreden. Sterker nog: we rekenen ze niet mee, maar ook demensen in Nederland produceren dagelijks echt een aanzienlijk aandeelmethaan. Als er sprake is van voederconversie en omzetting vannutriënten, is dat altijd het geval. Alles wat met biologische processen temaken heeft, kan dus nooit naar nul gaan. Maar daar staat tegenover dater echt nog wel kansen liggen in de landbouw wat betreft negatieveemissies. Daar zetten we natuurlijk vol op in.Dan hebben we deze vraag inmiddels ook gehad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7939 Mevrouw Vedder had ook een vraag over de maatregelen wat betreftmethaan. In zekere zin heb ik die net ook beantwoord. Dat is doelsturing.We houden die doelen natuurlijk scherp in de gaten. Mevrouw Vedderweet ook dat er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn op het gebied vanvoeradditieven. Maar uiteindelijk is het zo dat een koe methaan boert. Datzul je nooit tot nul kunnen reduceren; dat is zo. We kijken natuurlijk scherpnaar wat de beëindigingsregelingen voor effect hebben op de totalereductie van methaan. Dat houden we scherp in de gaten.Mevrouw Bromet had ook een vraag over de omvang van de veestapel.Ze vroeg of ik met een berekening wilde komen als het gaat om depassende veestapel in relatie tot de klimaatdoelen. Ik vind het een-op-eenvertalen van de klimaatopgave naar een omvang van de veestapel echt tesimpel. Er zijn meerdere mogelijkheden om aan emissiereductie tewerken. Denk onder andere aan innovatie en stal- en managementmaatre-gelen; er is best veel mogelijk. Mijn inzet is gericht op bedrijfsspecifiekeemissiedoelen én innovatie. Dat is ook conform de afspraak die we in hethoofdlijnenakkoord hebben gemaakt; er is ook een brede beëindigingsre-geling voor boeren die geen perspectief zien voor hun bedrijf en hunbedrijf graag op een nette manier zouden willen beëindigen. Daarondersteunen we ze bij.De vervolgvraag hierop is hoe ik ga aansturen op een verkleining van deveestapel. Krimp, en gedwongen krimp, is conform het hoofdlijnenak-koord geen doel op zich van dit kabinet. Bedrijven die zouden willenstoppen, worden daarbij geholpen; daar is een beëindigingsregeling voor.Die is nu ook volop in uitvoering. Dat heeft als neveneffect dat er mindervee komt, maar dat is niet het uitgangspunt van de regelingen.Mevrouw Bromet had ook een vraag over het verhogen van de water-peilen in de veenweidegebieden. O, die vraag heb ik net ook beantwoord.Ik zet er ook op in om dat aan te laten sluiten op agrarisch natuurbeheeren daar langjarige beheerpakketten voor af te geven. Dat loopt nu nog.Dat is een discussie die nog uitgekristalliseerd moet worden. Maar dat zijnwel mijn inzet en onderzoek.Mevrouw Bromet had ook een vraag over meer middelen voor de sectorom de verduurzaming mogelijk te maken. Op dit moment ben ik natuurlijkvolop bezig met de opgave voor de landbouw en het hoofdlijnenakkoord.Ik kijk daarbij naar de middelen die ik daarvoor beschikbaar heb gekregenvanuit de financiële tabel. In het kader van de voorjaarsbesluitvorminggaan we natuurlijk ook in gesprek over al deze zaken. Wat betreft debesteding en de benodigde middelen moet u het proces van de voorjaars-besluitvorming en de ministeriële commissie even afwachten.Het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren had een vraag over het inzettenop meer plantaardige eiwitten. De vraag was hoe we ervoor gaan zorgendat we gaan naar het advies van de Gezondheidsraad, de GR. In primairezin is dit een verantwoordelijkheid van LVVN en VWS, dus ik neem dezevraag even over. De stand van zaken in het kader van de eiwitontwikke-lingen wordt jaarlijks gedeeld via de Eiwitmonitor. Die komt voor dezezomer weer uit. Ik vind het belangrijk dat we ten aanzien van ditonderwerp uitgaan van feitelijke en wetenschappelijke informatie. Daarbijstel ik voorop dat eiwitten echt een essentieel onderdeel uitmaken vanons voedselpatroon, voor onze gezondheid. Dat kan uit zowel dierlijk alsplantaardig materiaal gehaald worden. In Nederland krijgen we in principegemiddeld voldoende eiwitten binnen. Sterker nog, over het algemeen enin algemene zin consumeren Nederlanders te veel daarvan. Ik ben er inalgemene zin voorstander van – dat is niet alleen zo met voedsel, maarook op heel veel andere gebieden – om te consuminderen, in het kadervan gezondheid. Ik ben ook voorstander van eten in de lijn van de Schijfvan Vijf en gevarieerd eten. Dat lijkt mij van groot belang. Denk ook aanweinig voedselverspilling. Op dat gebied valt echt heel veel te halen. Hetis in algemene zin ook belangrijk dat er voldoende nutriënten beschikbaarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7940 zijn voor gezonde voedselpatronen. Daar maken zowel plantaardige alsdierlijke eiwitten onderdeel van uit.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik ben even benieuwd naar het volgende. De Minister zegt dat ze zich wilbaseren op feitelijke en wetenschappelijke informatie. Dat hoeft zenatuurlijk bijna niet te zeggen, mag ik hopen, want dat lijkt mij evident. Ikmag hopen dat de Gezondheidsraad zich daar ook op baseert. DeGezondheidsraad heeft ook gezegd dat het misschien wel verstandig isom de Schijf van Vijf eens aan te passen, omdat de informatie daarinmisschien niet meer helemaal up-to-date is. De Minister zegt: ik wil mijgraag baseren op de Schijf van Vijf om ervoor te zorgen dat mensengezond blijven eten. Bedoelt ze dan de huidige Schijf van Vijf? Of wil zetoewerken naar de Schijf van Vijf die de Gezondheidsraad voorstaat?Minister Wiersma:Ik hou me vooralsnog bij de huidige stand van zaken. Ik zie de Schijf vanVijf oprecht als gevarieerd. Denk aan alle producten die daarin staan.Daarbij is geen sprake van een eenzijdig voedselpatroon. Wat mij betreftbestaat gezond voedsel uit zowel plantaardige als dierlijke producten. Ikben er groot voorstander van dat in een gevarieerd patroon geconsu-meerd wordt.Mevrouw Podt (D66):Met alle respect voor de Minister, maar dat was geen antwoord op mijnvraag. Volgens mij staat iedereen een gezond en gedifferentieerdvoedselpatroon voor; daar hebben we net ook eindeloze debatjes overgehad. Maar het gaat er natuurlijk om dat de Gezondheidsraad heeftgezegd, net als de Minister natuurlijk net in zijn algemeenheid zei dat hetmisschien goed is om iets te minderen: we gaan niemand ietsvoorschrijven, maar als we advies geven aan de Nederlandse samen-leving, zou het wel goed zijn om tegen mensen te zeggen «je zou eenskunnen overwegen om misschien iets minder vlees en zuivel te eten, wantdat is wel beter, voor je gezondheid en voor het klimaat». Dus nogmaals,we gaan niemand iets verbieden; dat is niet wat iemand hier heeft gezegd.Maar als je het advies van de Gezondheidsraad zou volgen, is dat wat hetis. Dat is dus het wetenschappelijke advies op dat moment. Kan deMinister dus nog een poging doen om mijn vraag te beantwoorden?Minister Wiersma:Ik ben persoonlijk van mening dat consuminderen in algemene zin vanbelang is. Als we kijken naar de gezondheid van mensen in Nederland,zien we dat er veel mensen met overgewicht zijn, namelijk 50% van devolwassenen. We zien ook een schrikbarende toename van overgewichtonder kinderen. Dat vind ik echt een punt van zorg. Consuminderen engewoon niet overconsumeren zijn daarbij van groot belang. In algemenezin denk ik dat we bijvoorbeeld ook minder bewerkte producten moeteneten en meer producten moeten eten die direct van het boerenerf komen.Of dat plantaardig of dierlijk is; ik ben niet van de betutteling. Ik zouzeggen: meer bewegen, minder consumeren, maar vooral meer bewegenen gezond eten.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter, even een punt van orde. Ik denk dat u met mij kunt vaststellendat de Minister gewoon geen antwoord geeft op mijn vraag. Ze mag erook anders over denken. Dat vind ik helemaal niet erg. Maar mijn vraagging over de Schijf van Vijf en niet over betutteling. De GezondheidsraadTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7941 zegt: je zou de Schijf van Vijf moeten aanpassen. Ik heb net ook uitgelegdwaarom dat belangrijk is. Dan kan de Minister aangeven of zij dat ookvindt of niet. Als zij zegt dat ze zich baseert op feitelijke, wetenschappelijkeinformatie, dan moet ze dat ook doen. Ik hoop dat u, voorzitter, ook evenaan de Minister wil vragen of ze gewoon antwoord wil geven op de vraag.De voorzitter:De Minister gaat over haar eigen antwoord en ze heeft ook een antwoordgeven. Over de Schijf van Vijf zei ze dat ze bij de huidige Schijf van Vijfzou blijven. Het woord is aan de Minister.Minister Wiersma:Ik volg de voorzitter op dat punt. Ik ga over mijn eigen antwoorden en ikben er volgens mij duidelijk over geweest.Het lid Kostic´ had een vraag over de ketenaanpak. Zij vroeg hoe we deketen gaan laten bijdragen aan de klimaatdoelen. Ik zie absoluut hetbelang van een bijdrage van de markt- en ketenpartijen. Op dit momentvinden daar ook verschillende gesprekken over plaats met de ketenpar-tijen. Die gaan met name over het maken van bovenwettelijke afsprakenwaarbij goed moet worden gekeken naar wie welke verantwoordelijkheidheeft binnen dat systeem. Het is van belang dat dit onderdeel vormt vaneen ketenaanpak waarin al die schakels op een passende manier bij gaandragen. De basis daarvan zit in een grotere afzet en daardoor ook eenmeerprijs voor bovenwettelijke inspanningen. Vanuit de keten zelf zijn eral verschillende initiatieven die daaraan bijdragen. Uiteraard ondersteunik die en vind ik het ook relevant dat we die samen verder kunnenbrengen, versnellen of versterken. Er lopen voortdurend gesprekken metde keten over hoe zij dat goed kunnen doen.Het lid Podt had nog een vraag over de doelsturing. Zij vroeg of we hetdoelbereik mee kunnen nemen in de berekening van de KEV. Het PBL kanhet beleid natuurlijk meerekenen op het moment dat het voldoendeconcreet is uitgewerkt. Voor zowel de doelsturing als het ANLb geldt datdat op dit moment wordt uitgewerkt. Zodra dat gereed is, zal het PBL datook meenemen, ook in de KEV. Zodra dat concreet genoeg is, neemt hetdat mee.De heer Van Campen had een vraag over de verzilting in de kustgebieden,waar hij eerder een motie over ingediend heeft. Hij vroeg hoe hetdaarmee staat. Op dit moment richt ik me op de beschikbaarheid vanzoetwater voor de landbouw aan de kust. Ik start in de ZuidwestelijkeDelta en vervolgens gaan we gefaseerd verder. Dit is natuurlijk met namein het groeiseizoen een groot probleem, omdat er dan door droogte juistin die gebieden zoetwatertekorten zijn. Er gebeurt op dit moment ook alheel veel in pilots en experimenten om daarop in te spelen. Die vragenuiteindelijk om opschaling, zodat we meer akkerbouwers kunnen bereikenen helpen. Daarom hebben we ook aan de provincie Zeeland voorgesteldom dit in samenwerking met de regionale partijen verder uit te werken.Daar zit dus echt energie op. Er wordt uitvoering aan gegeven. Het isbelangrijk.Het lid Kostic´ had ook een vraag over het rapport over de klimaat- enbiodiversiteitscrisis en of we daar op korte termijn op kunnen reageren.De voorzitter:Een interruptie van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Een beetje een punt van orde. Ik heb heel veel tijd hieraan besteed en ikheb zorgvuldig gekozen aan welke Minister ik die vraag wil stellen. Ditrapport is bijvoorbeeld echt relevant voor de Minister van Klimaat.Hetzelfde geldt eigenlijk voor die vraag over die fiftyfiftyverdeling vanplantaardige en dierlijke eiwitten, die net half beantwoord leek te wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7942 door de Minister van Landbouw. Maar ik wil het toch echt horen van deMinister van Klimaat. Ik heb drie vragen gesteld aan Minister Wiersma.Die wil ik gewoon heel concreet beantwoord hebben en dat is nog nietgebeurd. Misschien kunnen we tijd besparen door die drie vragenbeantwoord te krijgen en niet iets extra’s.De voorzitter:De Minister was nog niet gereed, maar we wachten het even af. Hetwoord is aan de Minister.Minister Wiersma:Ik heb geen idee waar ze hier precies op doelt, maar het is natuurlijk weldegelijk mijn departement dat zal reageren op het rapport over biodiver-siteit. We komen namelijk voor de zomer met een appreciatie op ditrapport. Het kabinet spreekt met één mond, dus ook namens de collegavan KGG komen we voor de zomer met een appreciatie op het rapport. Zomoeilijk is het niet.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Wiersma:Het lid Podt had ook een vraag over de motie inzake 5 miljard in hetKlimaatfonds voor de landbouw en wat ik daarvan vind. Ik heb op ditmoment een kader meegekregen vanuit het hoofdlijnenakkoord en definanciële tabel en ik maak natuurlijk de bestedingsplannen voor demiddelen die mij ter beschikking gesteld worden. Op dit moment ben ikmet een budget van 5 miljard voor de landbouw bezig. Daarnaast heb ik500 miljoen structureel erbij gekregen. Het lijkt soms weleens onderbe-licht te worden dat je 500 miljoen structurele middelen echt langjarig kuntinzetten en dat je daarmee echt voor de lange termijn plannen kuntmaken. Dat is echt heel iets anders dan incidentele middelen. Natuurlijkga ik met al die middelen bijdragen aan de klimaatdoelen. In het voorjaarhebben we gewoon de ordentelijke besluitvorming rondom deVoorjaarsnota. Ik blijf gewoon kijken naar de middelen die mij terbeschikking gesteld zijn door de coalitiepartijen.Mevrouw Bromet had nog een vraag over de verhoging van het waterpeilvoor veenweiden, maar daar hebben we het zojuist ... Oké, dit gaat ookover de eerdere openstelling van 55,4 miljoen die voor het veenweide-gebied geweest is. Zij vraagt of het voldoende is. Op dit moment zijn er indie aanvraag dertien aanvragen van samenwerkingsverbanden gehono-reerd. Dat heeft bijna 50 miljoen gekost. Daarmee is 7.000 hectareveenweidegebied bediend. Het gaat uiteindelijk om 180 agrarischebedrijven. Ik gaf zojuist aan dat mijn inzet er op dit moment op gericht isom te kijken hoe we de structurele middelen hier ook op aan kunnen latensluiten. Ik wil in de uitwerking daarvan ook inzet plegen in het veengebied.De voorzitter:Mevrouw Vedder heeft een interruptie.Mevrouw Vedder (CDA):Nog even over de beschikbare middelen waar Minister Wiersma het netover had: ze zei dat ze zich aan de middelen houdt die haar door decoalitie beschikbaar zijn gesteld, maar ik vind het toch wel belangrijk omook te onderstrepen dat de begrotingen worden vastgesteld door deTweede Kamer en de Eerste Kamer samen. Als ik kijk naar hoe er in deEerste Kamer is gestemd, dan zie ik dat die begroting met de hakken overde sloot is aangenomen. Daarbij is er een motie aangenomen waaruitblijkt dat de Eerste Kamer vindt dat er meer middelen bij de begroting vanLVVN bij zouden moeten. Ik zou toch graag een reflectie van de MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7943 hierop willen horen die iets verder gaat dan: ik hou mijn gewoon aan watde coalitie mij vertelt. De Minister heeft namelijk ook een eigen verant-woordelijkheid om te knokken voor de sector waarvoor ze staat.Minister Wiersma:Jazeker. Ik knok iedere dag voor de sector waarvoor ik sta. Dat doe ikoveral waar ik kom. Dat doe ik in de vorm van goed beleid ontwikkelen. Ikgeloof echt dat we met doelsturing en al die voorstellen die op ditmoment worden uitgewerkt, ook met het ANLb-middelenpakket, goededingen kunnen doen. Vooralsnog ga ik uit van de 5 miljard uit hethoofdlijnenakkoord en de 500 miljoen structureel. Op dit moment wordt erhard gewerkt aan de bestedingsplannen voor deze middelen. In devoorjaarsbesluitvorming zullen we daar steeds besluiten over nemen. Eendeel van de middelen zit al in de uitvoering en afgelopen jaar zijn er via deprovincies veel middelen weggezet. Maar vooralsnog heb ik al diemiddelen nog niet weggezet, dus daar richt ik me op dit moment op.Volgens mij kunnen we daar echt goede stappen mee zetten.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog.Minister Wiersma:Ik had nog een vraag van mevrouw Van der Plas over de lage voetafdrukwaarmee de Nederlandse boeren produceren. Ook zei ze dat je carbonleakage kunt hebben op het moment dat hier de productie wordtafgeschaald en ergens anders terugkomt. Zij vroeg wat het effect dan isop het klimaat. Het kabinet heeft hier natuurlijk een rapport over op latenstellen aan de hand van de motie-Van der Plas over deze effecten opemissies bij verplaatsing van Nederlandse landbouwproductie. Datonderzoeksrapport is vorig jaar naar uw Kamer gestuurd. Dat was volgensmij een van de eerste rapporten die ik zelf als Minister stuurde, terwijl ikdie motie destijds zelf nog geschreven had. Dat was wel geestig.Uit dat rapport blijkt dat het heel erg afhangt van waar de productienaartoe wordt verplaatst. In algemene zin kun je namelijk zeggen dat inNederland de producten met een lage footprint worden geproduceerd. Alsje bijvoorbeeld kijkt naar bepaalde opkomende economieën waar meerzuivel wordt geproduceerd – ik noem bijvoorbeeld India – dan zie je datzuivel in Nederland echt met een significant lagere footprint geproduceerdwordt dan dat het daar geproduceerd wordt. Carbon leakage is dus ietswat op de loer ligt. Maar Nieuw-Zeeland produceert bijvoorbeeld met eennog lagere voetafdruk per eenheid product als het om zuivel gaat. Hethangt dus heel erg af van waar iets geproduceerd wordt en waar deproductie dan wordt opgepakt.In het rapport worden landen genoemd waar de emissies per eenheidproduct echt heel erg fors zijn. Dat kan soms ook echt een equivalent zijnaan broeikasgasemissies. Ik denk dat wij ze ook kunnen helpen met dekennis en kunde die we in Nederland hebben opgedaan om hun productiein de toekomst te reduceren. Wij hebben in Nederland een vitale sectorom die kennis te kunnen blijven ontwikkelen.De heer Grinwis ...De voorzitter:Een interruptie van de heer Holman.De heer Holman (NSC):Ik snap het verhaal van de Minister, maar heeft ze ook gehoord watmevrouw Vedder en de heer Holman hebben gezegd in dezen, namelijkdat je het ook van een andere kant kunt bekijken en dat er meer is danalleen efficiëntie per eenheid product?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7944 Minister Wiersma:Ik ben het met de heer Holman eens dat duurzaamheid vele invalshoekenkent en dat je die op verschillende manieren kunt benaderen. Ik denk weldat we in Nederland het in de context heel goed doen als je kijkt naaremissies per eenheid product. Maar goed, je kunt duurzaamheid vanuitvele perspectieven bekijken. Dit is er één van. Dat is mijn antwoord.De heer Grinwis had een vraag over leveringszekerheid. Volgens mijnoemde hij het voorbeeld van Odessa, waar supermarkten mindervoedselproducten in de schappen hadden liggen. Het antwoord daarop isdat we natuurlijk gebaat zijn bij een robuuste landbouwsector die bestandis tegen de gevolgen van weersextremen. Zijn specifieke vraag ging overhet feit dat de gevolgen van klimaatverandering ook dat risico met zichmeebrengen. In het regeerprogramma staat bijvoorbeeld dat wij in willenzetten op weerbare teelten. Dat is natuurlijk ook in het kader van adaptiefte werk gaan. Er zal geïnvesteerd moeten worden in gewassen die omkunnen gaan met droge omstandigheden en verzilting, zeg ik in navolgingvan waar we het net over hadden, de motie-Van Campen. Daarin trek iksamen op met ketenpartijen, de primaire sector, de wetenschap ennatuurlijk de medeoverheden.Voorzitter, dit was het voor dit blokje.De voorzitter:Ik zie dat er verder geen vragen of interrupties zijn, dus gaat u vooralverder met het volgende blokje. O, het lid Kostic´ heeft nog een interruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb op een aantal vragen geen antwoord gekregen. Het gaat eigenlijkom twee vragen. Misschien kan ik die in één interruptie proberen tepakken.De voorzitter:Het zou kunnen dat die in het volgende blokje komen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, oké, ik wacht wel even.Minister Wiersma:Ik heb nog een heel fors laatste blokje, dus het zou kunnen dat die nogaan de orde komen.De voorzitter:Laten we het even afwachten. Vervolgt u uw betoog, Minister.Minister Wiersma:Oké. De heer Flach had een vraag over het Beter Leven keurmerk en deACM. Hoe kunnen we de terughoudendheid daarin wegnemen? Er isruimte in het mededingingskader om in de keten afspraken te maken oververgoedingen. De ACM voert ook gesprekken met de ketenpartijen overde mogelijkheden daartoe. De ACM is ook bereid om vooraf mee te kijkenof afspraken die gemaakt worden, passen binnen de mededingingsregels.Dus ja, we willen afspraken vooraf toetsen. De ACM is daar ook toebereid.De heer Flach vroeg zich ook af of we een fiscale herinvesteringsreservezouden kunnen inzetten. De herinvesteringsreserve is een al bestaandefiscale maatregel die voor alle ondernemers toegankelijk is. Ondervoorwaarden is het ook mogelijk om deze in te zetten op het gebied vandierenwelzijn, waar de heer Flach aan refereerde. Maar dit valt uiteraardonder de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris Fiscaliteit,Belastingdienst en Douane.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7945 De heer Holman had een vraag over de weidegang van koeien en de trenddat er minder koeien in de wei lopen. Hij vroeg of ik dit herken. In zekerezin is het percentage van bedrijven met volledige weidegang gedaald van77% naar 73,9%. Mijn indruk is wel dat dit tweeledig is. Dit komt ook dooreen nat jaar vorig jaar, waardoor er minder weidegang is toegepast.Daarbij zijn er door de blauwtongsituatie veehouders geweest die hun veemeer op stal gehouden hebben. Ik denk dat dat de belangrijkste oorzakenzijn van de verminderde weidegangtoepassing. Op die zaken heeft eenveehouder zelf in primaire zin natuurlijk weinig invloed. Ik werk aanhandvatten voor andere belemmeringen waar ondernemers tegenaankunnen lopen en waar wij als overheid en zijzelf invloed op kunnenhebben. Zo zijn er ook projecten op het gebied van weidegang incombinatie met een melkrobot en het weiden van jongvee. Er lopen duswel stimuleringsprojecten, of eigenlijk meer innovatie- en pilotprojecten,om daarin kennis op te doen. Dat is even mijn antwoord.De voorzitter:Een interruptie van de heer Holman.De heer Holman (NSC):Jammer dat de Minister dit antwoord geeft, want ik zie toch duidelijk watanders. Het was voor de hand liggend dat dit antwoord zou komen. Maarals je 80% als doelstelling hebt en je zit nu op 73%, met een duidelijkdalende trend, met een duidelijk lager aantal weide-uren per koe diegeweid wordt en met een duidelijke afname van kleine bedrijven dieweiden, terwijl grote bedrijven groter worden en niet weiden, dan vind iktoch dat je niet helder ziet wat er gaande is in de sector en dan vind ik hetjammer dat de Minister dit antwoord geeft. Ik hoop dat de Minister nogkan heroverwegen om het probleem toch iets serieuzer te benaderen. 80%halen we sowieso niet, dus de doelstelling halen we niet.Minister Wiersma:Ik ben wel bereid om te bekijken wat er verder aan de hand is, maar degenoemde redenen, het signaal dat ik krijg, waarom er minder weidegangis, daar valt weinig beleid op te maken. Als het heel nat is – de heerHolman is zelf boer geweest – dan heeft dat effect. Ik herken wel – dat iseen andere vraag, die straks waarschijnlijk ook nog voorbijkomt – dat hetverlies aan derogatie voor melkveehouders in combinatie met optimalebemesting een negatief effect kan hebben op het toepassen vanweidegang. Ik ben bereid om daarnaar te kijken. Die 80% is wel eensectordoel. De Duurzame Zuivelketen en de Stichting Weidegang zijndaarmee bezig. Er valt geen beleid te maken dat is opgewassen tegenblauwtong en een nat jaar. Maar ik ben wel bereid om te kijken of hier nogandere oorzaken aan ten grondslag liggen en of we daarin kunnen helpen.De heer Holman had ook een vraag ...De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik zou dat inderdaad ook wel graag willen dat dit duidelijk is, want hierwordt ook maar weer eventjes gesteld «ik vind het jammer dat ditantwoord komt». Ik vind het hele legitieme redenen om koeien niet in dewei te doen. Inderdaad, een nat jaar, blauwtong en in sommige provincieshebben we ook nog te maken wolven die door de weilanden heenstruinen. In bepaalde delen van Nederland kan dat misschien ook wel vaninvloed zijn, zodat mensen denken «ik houd die koeien wat vaker binnen».Om die duidelijkheid te krijgen zou ik wel graag willen dat er onderzoekwordt gedaan naar de oorzaken en dat we hierover een brief krijgen vande Minister. Dan weten we ook waar het echt aan ligt. Nogmaals, ik vindTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7946 die oorzaken heel legitiem en ook heel logisch. Als je boer bent geweestof boer bent, dan weet je dat je koeien niet laat rondlopen in een drassigewei.De voorzitter:Wellicht krijgen we een hele mooie, droge zomer. Het woord is aan deMinister.Minister Wiersma:De eerste tekenen zijn wel gunstig wat dat betreft.De heer Holman had ook een vraag over het investeringsfonds. Ben ikbereid om iets te doen aan het feit dat de middelen opraken, is zijn vraag.De afgelopen zomer is het IDL met tien jaar verlengd. De middelenworden in ’24, ’25, ’26 en ’27 naar het Nationaal Groeifonds overgemaakt.Op basis van de prognose en de realisatiecijfers zijn er op dit momentvoldoende middelen beschikbaar om aan de vraag van de omschakelendeondernemers te voldoen en zullen de fondsmiddelen naar verwachting in’27 uitgeput zijn. Dat lijkt mij dan ook het logische moment om tereflecteren op de vraag of er aanvullende middelen nodig zijn.Mevrouw Bromet had een vraag over het doel voor de biologischelandbouw en of daarvoor meer middelen beschikbaar komen. Debiologische landbouw is onderdeel van het totale voedselsysteem. Waarverschillende soorten landbouw naast elkaar kunnen bestaan en een plekhebben – biologische landbouw speelt voor 2030 en ook daarna een heelbelangrijke rol in de ontwikkeling van landbouw in het algemeen –hebben, naast de overheid, het ondernemerschap in de keten en deconsument ook een rol, en ook een belangrijke rol. Geld vanuit deoverheid is niet de enige manier om biologisch te stimuleren. Sterker, hetis echt een kwestie van vraag en aanbod. Op dit moment zien we dat hetareaal groeit. De vraag naar biologische producten groeit ook. Dat ispositief. Het lid Kostic´ vroeg of ik voor de zomer wil komen met een briefhierover. Dat wil ik wel toezeggen.Het Kamerlid Bromet had ook een vraag over de kosten van de pilot metinkoop door het Rijk. Wat heeft het onderzoek gekost? Ik heb het hier totop de cent nauwkeurig: het was € 108.706,40. Had dit geld niet beterbesteed kunnen worden voor de inkoop van biologische producten? Ikdenk dat het goed is om een pilot uit te voeren. We moeten immers ookweten wat wel en niet mogelijk is. Uit de pilot blijkt dat het haalbaar is omeen inkooppercentage van minimaal 25% biologisch te hanteren. Daarbijkan ongeveer kostenneutraal worden gewerkt. Ongeveer de helft van deproducten is dan afkomstig uit Nederland. Naast de doorrekening is ookonderzocht wat kansrijke producten zijn, kijkend naar het landbouwareaalen minimale kosten. Die uitgangspunten zijn uiteindelijk geformuleerd inde routekaart die door het Rijk, overige overheid en cateraars kan wordengebruikt.De heer Grinwis vroeg hoe we ervoor kunnen zorgen dat biologischeproducenten toch kunnen rekenen op een goede prijs. Het antwoorddaarop is dat we met het actieplan biologische landbouw vraag enaanbod van biologische producten stimuleren. Uiteindelijk is de prijs-vorming niet aan de overheid. Dat ligt echt aan de marktontwikkelingen.Dat is ook de reden waarom sommige organisaties van biologischeproducenten een soort areaal hebben en niet zomaar nieuwe producententoelaten. Dat is bijvoorbeeld het geval in de zuivelsector. Dat is juist om tevoorkomen dat de markt overspoeld wordt en de producent niet de prijskan ontvangen die hij nodig heeft.Mevrouw Bromet – het kopje overig gaat een beetje van links naar rechts--had ook een vraag over landgebruik. Ze zei dat grasland wordt omgezetin bouwland en vroeg wat ik doe om dat te voorkomen. Dit is natuurlijkeen bekend fenomeen. Met name het verlies van derogatie kan hiertoeleiden. Ook bij de bedrijfsbeëindigingen is dit een punt. Uiteindelijk is erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7947 de subsidieregeling om behoud van grasland te stimuleren, ook in 2025.Het behoud van het aandeel grasland op melkveebedrijven willen westimuleren, zodat de afbouw van de derogatie er niet toe leidt datgrasland wordt omgezet in bouwland. In algemene zin kunnen we stellendat we de zuivelsector nodig hebben voor het graslandareaal inNederland. Koeien kunnen iets met gras, wij niet. Het telen van akker-bouwgewassen, groente, is uitspoelinggevoeliger. Grasland is echt ietsdat past bij de melkveehouderij. Daarom moeten we ook zuinig zijn op diesector. Ik zie absoluut het belang van het behoud van grasland. Ik ben heelenthousiast over gras, in alle opzichten. Het is goed voor klimaat en voorde koolstofopbouw in de bodem. Het heeft vele voordelen. Het enigenadeel is dat wij mensen er niets mee kunnen, terwijl koeien dat welkunnen. Die hebben we dus wel nodig.Mevrouw Bromet vroeg verder naar de bossenstrategie. Ik moet zeggendat ik meerdere vragen op het gebied van de Staatssecretaris hebgehoord. De bossenstrategie is het beleidsterrein van de StaatssecretarisLVVN. Maar hierover zijn afspraken gemaakt. Ik zal hier kort opantwoorden. Vanuit het Programma Natuur zijn hiervoor middelen terbeschikking gesteld aan de provincies. Op dit moment wordt met partijenin beeld gebracht hoe een en ander kan worden gerealiseerd. Voorbestaand bos is de herplantplicht actueel. Bos dat verdwijnt, moetgecompenseerd worden. Vorig jaar hebben we de provincies ook eenmaatregelenpakket ter beschikking gesteld; ik refereerde er zojuist al aan.Daarin zit ook een deel voor de bossenstrategie.Mevrouw Nijhof had een vraag over een hele specifieke casus. Die casushad te maken met een PAS-melder in Giethoorn en ging over maaisel.Natuurmonumenten maait het gras en de boer vergist het tot organischestoffen om de bodem mee te verrijken. Maar de boer kan het niet op derand van het Natura 2000-gebied oppikken, omdat daar geen natuurver-gunning voor is. Vooropgesteld: ik snap dat regels soms niet helpen als jeeen bepaald doel nastreeft. Daar zit dan een tegenstrijdigheid in. Maar ikmoet wel bekennen dat deze casus op dit moment niet genoeg bekend isbij mij om er echt iets definitiefs over te kunnen zeggen. In het algemeenis het namelijk zo dat de afvoer en verwerking van maaisel via eenbeheerplan geregeld kan worden. Dat is ook het geval als dat maaiselafgezet wordt richting een boer of veehouder als bodemverbeteraar ofveevoer. In die zin lijkt het er dus op dat er voor dit geval wel oplossingenzouden moeten zijn. Maar ik zou de specifieke casus dan echt in handenmoeten krijgen om te kunnen zien waar men in deze specifieke casustegenaan loopt.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Die kan ik u wel doen toekomen, maar het gaat mij niet specifiek om ééncasus, maar om het gegeven dat we dit in brede zin wel meer zien. Als webij het ontwikkelen van beleid, ook van natuurbeleid en dergelijke, ookruimte voor de boer willen behouden, moeten we heel goed bekijken ofdit soort zaken elkaar niet bijten. Denk daarbij ook aan regeldruk en aanoverlappende regels, of aan regels die strijdig zijn met elkaar. Dat moetenwe dan ook heel goed uitvragen in die sectoren; die weten vaak heel goedwaar de knelpunten zitten. Maar ik kan u dit specifieke geval doentoekomen, zodat u kunt kijken wat daar verder nog speelt. Maarnogmaals: het gaat me niet om een casus, want je hoort hier niet opcasusniveau zaken te beslechten; laat ik het maar zo zeggen.De voorzitter:Dank u wel. Minister, vervolgt u uw betoog.Minister Wiersma:Ik ben meer dan bereid om dit soort knelpunten mee te nemen, dus alsmevrouw Nijhof mij de specifieke casus doet toekomen, dan ben ik bereidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7948 om daarnaar te kijken. Maar mijn eerste indruk is dat hier wel mogelijk-heden voor zouden moeten zijn. Als er echt structurele discrepantiesinzitten, dan moeten we die gewoon meenemen.Mevrouw Nijhof had nog een vraag. Die ging over regelgeving om ervoorte zorgen dat boeren een goede boterham kunnen verdienen. Ik vat dezevraag maar op als een oproep om me in te spannen voor dat toekomstper-spectief voor de landbouw. Dat is iets waar ik iedere dag mee bezig ben.Dan had de heer Van Campen een vraag over de stand van zaken over eenmotie die hij samen met mevrouw Bromet heeft ingediend. Die ging overhet opstellen van een handreiking omtrent het versnellen van projecten inde woningbouw, met biobased materialen. Het verzoek is om eenhandreiking op te stellen waarmee provincies en gemeenten natuurinclu-sieve en klimaatadaptieve woningbouwprojecten kunnen vergunnen. Hetidee daarachter is dat dit zou leiden tot een positieve bijdrage aan denatuur en dat daarmee vergunningverlening ook makkelijker zou wordengemaakt. De stand van zaken is dat wij op dit moment aan het onder-zoeken zijn of daar mogelijkheden voor zijn. Daarbij nemen we ookpraktijkervaringen van de keten- en marktpartijen en de decentraleoverheden mee. Dit loopt dus. Hier ga ik u in een later stadium overinformeren. Ik voel al aan waar de heer Van Campen nu naar wil vragen. Ikkan nog niet toezeggen wanneer dat precies zal gebeuren. Maar hierwordt dus uitvoering aan gegeven.De voorzitter:De heer Van Campen wil de vraag toch stellen.De heer Van Campen (VVD):Na het indienen en het aannemen van de motie kwam ik in de wandel-gangen de ambtsgenoot van Minister Wiersma, Minister Keijzer, tegen.Die wil natuurlijk heel graag snel woningen bouwen. Die zei: Van Campen,maak het niet moeilijker om dat te doen. Ik wil daarbij benadrukken datnadrukkelijk het tegenovergestelde het geval is. Beursgenoteerdebouwers – ik zal geen voorbeelden noemen – zeggen zelf: dit is eenmanier van bouwen die klimaatadaptief is, die bijdraagt aan doelbereikwat betreft natuur en die ook nog eens zorgt voor palen in de grond,oftewel voor woningen. En die zijn broodnodig. Ook hierbij denk ik dusdat het mes aan meerdere kanten snijdt. Ik hoop echt dat de Minister dezemotie niet als een blok aan het been ziet. Ik hoop dat ze echt enthousiastwil bekijken wat er mogelijk is. Ik denk namelijk dat we de boel hiermeelos kunnen trekken. Dit kan Minister Keijzer namelijk ook juist helpen. Ditkan ervoor zorgen dat haar opgave en haar opdracht op een positievemanier op gang kan komen.Minister Wiersma:Ik word natuurlijk ontzettend blij van goed nieuws, dus uiteraard ben ikbereid om dit verder op te pakken. Ik zal de interne stand van zakenhierover ook met de Minister van VRO bespreken. Als er oplossingen zijn,moeten we daarnaar kijken; volgens mij moeten we alle mogelijkeoplossingsrichtingen aangrijpen. Daarin vindt de heer Van Campen duseen bondgenoot in deze Minister.De heer Van Campen had ook nog een vraag over specifiek novel foods enhoe we dat soort innovaties kunnen stimuleren en mogelijk kunnenmaken. Hij zei dat er regelgeving is die daaraan in de weg staat. Laat ikvooropstellen dat innovatie cruciaal is. Daar hebben we het zojuistuitgebreid over gehad. Novel foods kunnen daarvoor mogelijk van waardezijn, als ze veilig zijn bevonden door de Europese voedselveiligheidsauto-riteit. De regelgeving en toelatingsprocedures horen bij het domein vanStaatssecretaris Karremans. Ik zal uw oproep bij hem onder de aandachtbrengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7949 De voorzitter:Er is een punt van orde van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, we hebben nog twintig minuten en ik zou ook heel graag deMinister van Klimaat en Groene Groei nog even horen, dus mijn verzoekaan de Minister is om wat korter te antwoorden, want anders gaan we hetniet redden voor 18.15 uur.Minister Wiersma:Ja, ik doe mijn best. Nogmaals, de novel foods zal ik bij Karremans onderde aandacht brengen.De heer Van Campen had ook een vraag over biobased bouwen. Hij vroegof ik ook enthousiast ben over de koolstofopslag. Ja. Ik houd het kort.De heer Van Campen en de heer Grinwis hadden een vraag over dederogatie. We hebben het hier uitgebreid over gehad in het debat van21 januari jongstleden. We gaan op korte termijn met de aanvraagdaarvoor komen. Dat heb ik u toegezegd. Zodra het zover is, kom ikdaarop terug. We zien er allemaal het belang van in, ook in het kader vanhet behoud van grasland, waar we het net over hadden. Daarvoor is dederogatie ook van belang. Op korte termijn gaan we hiervoor eenaanvraag doen.Er is ook nog een vraag gesteld over RENURE. Wat is de stand van zaken?Ik hoop nog steeds dat er een gekwalificeerde meerderheid komt. Ik kanniet anders dan u vragen om nog even geduld te hebben, want er wordtnog niet over gestemd. Dat is nu het beeld. Mijn inzet is er wel echt opgericht. Ik heb daar bilaterale contacten over, ook tijdens de Landbouw- enVisserijraden. Ik laat geen moment onbenut om het erover te hebben,maar er zijn nog steeds een aantal technische vragen van lidstaten en dieworden op dit moment beantwoord. Maar ik hoop echt dat we daar zosnel mogelijk mee aan de slag kunnen.Mevrouw Podt had een vraag over transparantie in de retail. Zij zei datdaarover een motie is aangenomen. In een brief van mijn voorganger, van7 maart 2024, is mijn voorganger ingegaan op de uitvoering van dezemotie. Er is namelijk gebleken dat er geen wettelijke mogelijkheden zijnom die transparantie af te dwingen, maar ik vind dat partijen en consu-menten erop moeten kunnen vertrouwen dat ze de juiste informatiekrijgen. Daarom blijf ik wel stevig inzetten op die transparantie, onderandere via het dashboard van de supermarkten. Ik vind het wel vanbelang, maar er was dus geen wettelijke basis voor mogelijk.Mevrouw Podt had ook een vraag over bewegen in een natuurgebied. Zijvroeg of ANLb ingezet moet worden om een versnelling voor detoegankelijkheid te verkrijgen. Het geld voor agrarisch natuurbeheerwordt natuurlijk ingezet op landbouwgrond of aanpalende grond.Wandelen in natuurgebieden wordt ondersteund door een openstellings-subsidie die wordt verstrekt aan particulieren en terreinbeherendeorganisaties die in het bezit zijn van natuurgronden. Het geld vooragrarisch natuurbeheer is daar niet het geschikte instrument voor.Mevrouw Van der Plas had nog een vraag over het toepassen vaninnovaties voor de toekomst van de landbouw. Zoals u weet, staat ditkabinet pal voor innovatie en wil het die inzetten voor verduurzaming.Daar stonden we achter en daar staan we nog steeds vol achter.Het lid De Vos van Forum voor Democratie had een vraag over degeopolitieke situatie. We willen niet afhankelijk zijn van andere landen enmoeten onze vruchtbare delta goed blijven inzetten, zei zij. Inderdaad, degeopolitieke situatie is de afgelopen jaren ontzettend veranderd. Deontwikkelingen in de Verenigde Staten hebben dat ook weer in eennieuwe stroomversnelling gebracht. Oorlogen, regionale voedseltekortenen zeker ook stijgende voedselprijzen hebben heel veel invloed op hetwereldwijde voedselsysteem. Maar de uitdagingen waar we voor staan,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7950 bieden ook een kans voor het verdienvermogen van de sector. BinnenEuropa kijken we ook naar de afhankelijkheid. Het zit ook in de voedsel-visie van Europa zelf; daar wordt op dit moment aan gewerkt. Daarinwordt een strategische autonomie nagestreefd. 80% van de Nederlandselandbouwexport vindt plaats binnen Europese grenzen.De voorzitter:Ik zie dat er een interruptie is van mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Dank voor deze uitgebreide uitleg, maar ik heb helemaal geen vraaggesteld over de geopolitieke situatie. Ik had wel een vraag over eenonderzoek van een aantal weken geleden over de effecten van CO2 opplantengroei, waaruit blijkt dat de aarde groener wordt door meer CO2.Misschien kan de Minister daar nog een reactie op geven.De voorzitter:Ik zie de Minister knikken, dus het woord is aan de Minister.Minister Wiersma:Ik ben niet per se bekend met de studie waar het lid De Vos naar verwijst.In algemene zin ken ik wel een onderzoek dat naar bomen is gedaan. Eenbevinding in die studie was inderdaad dat een toenemend aandeel CO2zorgde voor een efficiëntere fotosynthese, maar de onderzoekster heeftdaarbij wel de disclaimer gemaakt dat zij vanuit dat onderzoek niet konstellen of dat ook een toename van de glucoseproductie in die bomen totgevolg had. De studie waar het lid De Vos naar verwijst, zou ik graagontvangen. Dan kan ik die bestuderen en daar conclusies uit trekken. Alsdat dezelfde studie is, zat daar wel een disclaimer bij, maar ik weet dusniet of het hetzelfde onderzoek is.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog. Nee, eerst nog een interruptie vanmevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Ik denk dat wij het wel over dezelfde studie hebben, maar dan blijft het feitstaan dat CO2 positief is voor plantengroei. Of dat dan tot meer of minderglucose leidt, kan nog verder onderzocht worden, maar volgens mij is alsinds jaar en dag bekend dat CO2 in principe een cruciale voedingsstof isvoor planten. Dat heb ik in mijn betoog ook uitgelegd. Hoe kijkt deMinister daarnaar? Is het dan niet iets positiefs voor de landbouw en denatuur? Dat zijn toch twee portefeuilles waar zij voor verantwoordelijk is.Is het dan niet iets positiefs? Dat de CO2 misschien een beetje toeneemtzou dan toch geen aanleiding hoeven zijn voor het nemen van zulkeheftige maatregelen?De voorzitter:Het woord is aan de Minister.Minister Wiersma:Laten we vooropstellen dat planten inderdaad een aantal dingen nodighebben: water, CO2 en stikstof. Die dingen liggen simpelweg tengrondslag aan alle groei en zijn de oorsprong van bijna alle leven opaarde. Dat plantengroei gestimuleerd wordt door CO2 is bekend. Daaromzijn er ook telers die CO2 gebruiken in hun kassen, juist om de groei tebevorderen. Maar goed, we kunnen niet ontkennen dat er sinds deindustriële revolutie echt een toename is, in een heel snel tempo ... Maardat is echt het terrein van mijn collega van Klimaat en Groene Groei,Minister Hermans. Dat heeft ook een effect en brengt een en ander in eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7951 stroomversnelling. Daar kunnen de planten bijna niet tegenop groeien,zou ik zeggen. Maar dat meer CO2 meer plantengroei betekent, zien weinderdaad in kassen, want dat is een van de voedingsstoffen waarmeefotosynthese plaatsvindt. Ja, dat is gewoon biologie.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog.Minister Wiersma:Het lid Podt had ook een vraag over het ondersteunen van investeringenin bedrijven die gericht zijn op plantaardige producten door garant testaan voor risicokapitaal. De bedrijven die daarin willen investeren,kunnen een beroep doen op het Investeringsfonds Duurzame Landbouw.Met een lening uit het IDL stimuleren we private partijen om mee teinvesteren in de leningen aan deze bedrijven. Dat is dus de regeling diedaarvoor bedoeld is.Het lid Podt had ook een vraag over toelatingsregels. Zij zei dat toelatings-regels innovaties in de weg staan. Dat ging ook over het beleidsterrein,zoals ik het interpreteer. De regelgeving en de toelatingsprocedures op hetgebied van voedselveiligheid horen bij het beleidsdomein van collegaKarremans van VWS. Ik zal de oproep dan ook bij hem onder de aandachtbrengen.Mevrouw Nijhof had nog een laatste vraag over nationale koppen enregeldruk. Zij zei dat het uitgangspunt «geen nationale koppen» is en zijriep mij ertoe op om de regelgeving gelijk te trekken met die vanbuurlanden. Het antwoord is dat het verminderen van nationale koppenonderdeel is van de aanpak voor het verlagen van de regeldruk. Hetkabinet zet in op lastenluwe implementatie van Europese richtlijnen envan regelgeving voor burgers en bedrijven in het algemeen. Daarbijbetrekken we de signalen uit de praktijk en kijken we ook naar goedevoorbeelden uit andere landen. We hebben ook de oproep gedaan om, alseen nationale kop geadresseerd wordt, die voor het voetlicht te brengen.Dan gaan we kijken wat we daarmee kunnen doen. Aansluiten bijnationale regels uit andere lidstaten is niet altijd mogelijk, omdat landen,lidstaten en rechtssystemen van elkaar verschillen, maar waar mogelijk isdit het uitgangspunt.De voorzitter:Dank u wel, Minister Wiersma. Er is nog een interruptie van mevrouwVedder.Mevrouw Vedder (CDA):Ik wilde nog graag een vervolgvraag stellen over het IDL, het Investerings-fonds Duurzame Landbouw, van het Nationaal Groenfonds. De Ministergaf aan dat de pot in 2027 leeg is en dat ze er dan naar gaat kijken. Daarmaak ik me wel een beetje zorgen over, want trajecten met vergunning-verlening en planvorming duren algauw een jaar, van de start tot hetmoment waarop het geld nodig is, en aan onze kant kan het ook rustigeen jaar duren voordat het geld geregeld is. Is het dus wel zo verstandigom tot 2027 te wachten? Moet dat niet eerder bekeken worden?Minister Wiersma:Ik denk dat we daarin inderdaad eerder de vinger aan de pols moetenzetten. We gaan daarmee niet tot het laatste moment wachten. Ik ben hetdus eens met mevrouw Vedder dat we die ontwikkelingen moeten volgen.We moeten kijken of de prognose, die ik zojuist noemde, klopt en of hetinderdaad die kant opgaat. Er kunnen ontwikkelingen beide kanten op zijn.Laten we daarin gewoon vinger aan de pols houden en daar op eenvroegtijdig moment op schakelen als dat nodig is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7952 De voorzitter:Dank u wel. Het lid Kostic´ heeft nog een interruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, ik pak een paar semigemiste vragen even ineen. Kan Minister Wiersmatoezeggen nog voor de voorjaarsbegroting te komen met een brief waarinze uitlegt hoe de supermarkten, voedselverwerkers, veevoergiganten enbanken concreet gaan meebetalen aan de verschillende transities? Wantdat er gesprekken zijn, horen we al sinds 2022, toen er allerlei moties zijnaangenomen. Nu lijkt het mij echt tijd voor resultaten.Als laatste: kan Minister Wiersma op korte termijn laten weten hoe ze viade ketenaanpak ook invulling wil geven aan de doelstelling van 50%plantaardig in 2030? Wat gaat ze anders doen om het doel van 50% vanhet kabinet te halen? Misschien kan ze daarover berichten na deEiwitmonitor.De voorzitter:Twee vragen aan de Minister. Het woord is aan haar.Minister Wiersma:Voor de voorjaarsbesluitvorming is wat te vroeg, maar ik wil daar wel eenbrief over sturen ergens medio zomer.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw De Vos heeft nog een interruptie.Mevrouw De Vos (FVD):Toch nog even inhakend op het interruptiedebat van zojuist: het is mooidat de Minister het met Forum voor Democratie eens is dat water, stikstofen CO2 cruciale voedingsstoffen voor planten zijn. Daar zijn we het dan inelk geval over eens. De Minister sprak over een stroomversnelling sindsde industriële revolutie en zei dat dat het dossier van de Minister vanKlimaat is. Ik heb de Minister van Klimaat daar ook weleens naargevraagd, maar toen heb ik helaas niet een heel duidelijk antwoordgekregen. Maar ik vind dat het een vraag is die ook de Minister vanLandbouw zou moeten kunnen beantwoorden, omdat het in dit geval heelgrote gevolgen heeft voor haar sector. Als zij dit ziet als drie crucialevoedingsstoffen, zou ze toch iets beter moeten kunnen uitleggen waaromwe de uitstoot van die stoffen dan zo drastisch moeten inperken.De voorzitter:Een reactie van de Minister.Minister Wiersma:In algemene zin treedt er nog steeds overal ter wereld nutriëntenverliesop. Dat is zonde, want ieder nutriënt dat verloren gaat in de vorm vanemissies, hetzij naar het water, hetzij naar de lucht, in de vorm vanbroeikasgassen of stikstof ... Ik vind dat het ook aan de sector is omdaaraan te werken en die verliezen tot een minimum te beperken. Dat isgoed voor mens, dier, klimaat en milieu. Op dit moment vinden er overalin de keten ook nog verliezen plaats. Ik ben er warm pleitbezorger van –dat is ook in het belang van boeren en voedselproducenten – om al dieverliezen tot een minimum te beperken. Dat staat los van het feit dat al dienutriënten überhaupt nodig zijn om te kunnen leven; dat geldt overigensniet alleen voor planten, maar ook voor ons, mensen, en dieren. Er kaninderdaad nog meer gewerkt worden aan het beperken van het verlies vannutriënten in de keten.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7953 Dank u wel. U bent door uw interrupties heen, mevrouw De Vos. Volgensmij heeft u er nu vier gehad. Nou, een korte vraag dan nog.Mevrouw De Vos (FVD):De Minister heeft het over nutriëntenverliezen. Volgens mij is het in demeeste gevallen gewoon een kringloop, dus als er iets in de atmosfeerkomt, komt dat op een gegeven moment weer in de grond terecht ofnemen planten dat uit de lucht op. Dat is een kringloop en dat is ook hetmooie van de natuur. Natuurlijk is het zo dat je in een bepaalde omgevingsoms heel veel nutriënten kwijtraakt en dat je kunt proberen dat zo veelmogelijk te beperken – je kunt bijvoorbeeld een effect als eutrofiëringhebben – maar die hebben we in Nederland helemaal niet op grote schaal;die zijn juist heel erg afgenomen. Ik zie het probleem dat de Ministerschetst dus eigenlijk niet. Ik zou dus toch graag een betere uitleg van dezemaatregelen willen.Minister Wiersma:Het lid De Vos stelt dat het altijd ergens tot groei leidt, maar het is maarnet ... In dierlijke mest zitten bijvoorbeeld ammoniumstikstof en organischgebonden stikstof. Het hangt heel erg af van het moment van toediening,van het bodemleven en van de temperatuur van de bodem wanneer enhoe die stikstof ter beschikking komt en wanneer het gewas geteeld is. Opdit moment is het wel degelijk zo dat daar ook nog verliezen bij optreden.Dat zien we. Er zijn momenten waarop er nitraatuitspoeling optreedt,omdat het nog niet goed op elkaar aansluit. Er kan bijvoorbeeld meer naarprecisiebemesting worden toegegaan, omdat open teelten in algemenezin wel wat uitspoelinggevoeliger zijn. Er is niets op tegen – het isuiteindelijk immers ook in het belang van de agrarische ondernemer – datal die voedingsstoffen, al die bouwstenen die hij op zijn bedrijf heeft, zooptimaal mogelijk benut worden, zonder verliezen aan het milieu, of datnou naar de lucht is of naar het water; dat maakt mij niet uit. Maar ik denkdat het in ieders belang is om al die verliezen tot een minimum tebeperken.De voorzitter:Dank u wel. Ik denk dat het omwille van de tijd handig is dat MinisterHermans nu met haar beantwoording begint en dat we daarna nog... Eenpaar minuten nog, wordt er gezegd, maar dat gaan we niet redden, dus ikdenk dat we daarna nog maar even door moeten gaan.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, sorry dat ik het zeg, maar dit is elke keer het geval. Als u nietvoorzit, loopt het elke keer uit. Deze vergadering duurt tot 18.15 uur, dus ikzou zeggen: doe een voorstel om de afhandeling dan schriftelijk te doen.Ik vind dit echt heel vervelend. We gaan toch niet door, of wel? Het is elkekeer zo.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik ben het wel eens met mevrouw Bromet. Het ligt ook aan ons. We stellenecht 600.000 vragen, ook vragen die allang gesteld zijn, over dingen dieallemaal al lopen, waar mensen allemaal al van weten wat het beleidervoor is. We zitten hier allemaal de hele tijd weer om wat puntjes tescoren. Mevrouw Podt zegt iets buiten de microfoon, maar ik zou het fijnvinden als ze mij gewoon laat uitpraten. Ik roep de Kamer er dus toe opom goede, korte, puntige vragen te stellen. Ik heb er denk ik maar twee ofdrie gesteld. Dan krijgen we dit. De Minister is uitvoerig en deskundig inhaar antwoorden; het luistert ook heel nauw. De voorzitter zou er toch opmoeten toezien dat het niet uitloopt. Ik vind het bizar dat we nu deMinister, die hier de hele middag heeft gezeten ... Ik zou ook zeggen:schriftelijke antwoorden zijn niet anders. Ik zeg eerlijk dat ik het ook echtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7954 wel een beetje een schoffering vind van onze gasten, vooral van deMinister van Klimaat en Groene Groei in dit geval – zij heeft hier de heledag gezeten, met ik-weet-niet-hoeveel medewerkers; alles is voorbereid –dat we haar nu naar huis sturen omdat het 18.15 uur is. Dit moet volgendekeer echt beter, maar ik roep de Kamer er ook toe op om te stoppen metvragen over zaken die allang lopen en waarop het antwoord allangbekend is.De voorzitter:Mag ik als voorzitter ook ...Mevrouw Van der Plas (BBB):Nee, maar die oproep doe ik aan de Kamer en daar ben ik zelf onderdeelvan.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het is jullie vergadering. Jullie stellenvragen. Ik ben slechts uw dienaar. Ik heb begrepen dat Minister Hermansmaar een paar vragen hoeft te beantwoorden, dus qua tijd lopen wehelemaal niet heel ver uit. Maar mevrouw Podt heeft nog een voorstelmisschien?Mevrouw Podt (D66):Nee, dit voorstel vind ik goed. Huppakee, gaan.De voorzitter:Dan geef ik nu het woord aan Minister Hermans.Minister Hermans:Dan zal ik echt ongelofelijk snel praten, voorzitter. Ik begin met de vraagvan mevrouw Bromet. Die is eigenlijk in soortgelijke bewoordingen ookgesteld door mevrouw Vedder, het lid Kostic´, mevrouw Podt en de heerGrinwis. Die vraag gaat over de doelen en het doelbereik van de sectorlandbouw en landgebruik binnen de klimaatopgave en over wat voorafspraken we daarover gemaakt hebben. In het hoofdlijnenakkoordhebben we afgesproken – dat is bevestigd in het regeerprogramma – datde afspraken en doelen van het klimaatbeleid staan en dat we metaanvullend of alternatief beleid komen op het moment dat uit de KEVblijkt dat die doelen niet binnen bereik zijn, om die doelen wel binnenbereik te krijgen. Dat geldt dus voor alle vijf de sectoren die onderdeel zijnvan het klimaatbeleid: de industrie, de mobiliteit, elektriciteit, landbouwen ... de gebouwde omgeving, natuurlijk. Ik ben dus met de collega’s vandie sectoren in gesprek. Ik ben zelf verantwoordelijk voor industrie enelektriciteit, dus ik praat ook intensief met mijzelf. Dat gesprek gaat overwat er nu nodig is om in die sectoren het doel weer binnen bereik tekrijgen, om natuurlijk bij elkaar opgeteld dat doel dat we met elkaar voor2030, en uiteindelijk natuurlijk voor 2050, hebben afgesproken, voor elkaarte krijgen. Die gesprekken lopen op dit moment, op weg naar deVoorjaarsnota. Het is de bedoeling om dan met voorstellen te komen voorde verschillende sectoren.Het lid Kostic´ stelde mij nog expliciet de vraag: is de Minister zich ookbewust van het feit dat er rechtszaken lopen dan wel dreigen? Daar ben ikmij van bewust, ook van hoe dat in het verleden gegaan is en van wat zichnu voordoet. Mijn doel en het doel van het kabinet is om een pakket temaken dat haalbaar en realistisch, maar ook juridisch houdbaar is.Dan vroegen zowel het lid Kostic´ als mevrouw Podt, als ik het mij goedherinner, over de doelsturing en innovatie. Mevrouw Podt vroeg volgensmij of dat meegenomen wordt en het lid Kostic´ zei dat het pas na 2030een effect gaat hebben. Daar ging de Minister van LVVN natuurlijk ook alvrij uitvoerig op in door te stellen dat het wordt meegenomen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7955 berekeningen van het PBL op het moment dat die voorstellen voldoendeconcreet zijn en dus ook door PBL meegenomen kúnnen worden in hetmodel. Tot zover volg ik dus eigenlijk helemaal wat de Minister van LVVNal gezegd heeft.Ik hecht eraan daar één ding aan toe te voegen en dat is het volgende. Wijgaan straks een set, een pakket aan maatregelen aanleveren bij het PBL,zoals dat in alle afgelopen jaren ook gegaan is. Het PBL gaat daar dan meerekenen en dan komt daar een uitkomst uit. Maar dan zie je niet meer hetindividuele effect van één maatregel. Als de vragen van het lid Kostic´ ofmevrouw Podt dus daarop zagen, moet ik antwoorden dat je dát dusstraks niet meer terugziet in de berekeningen van de Klimaat- enEnergieverkenning. Je ziet daarin namelijk hoe alles op elkaar inwerkt enhet totaaleffect. Maar op het moment dat die maatregelen voldoendeuitgewerkt en voldoende concreet zijn, kan het PBL ze meenemen in deKlimaat- en Energieverkenning, die dit jaar trouwens met Prinsjesdag zalverschijnen. Met de commissie voor Klimaat en Groene Groei isbesproken dat we die wat naar voren gaan halen.De voorzitter:Er is nog een interruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Dat is op zich begrijpelijk en mooi. Het is fijn dat het dan naar ons toekomt. Het punt is natuurlijk wel dat we in de huidige KEV wel min of meerkunnen zien wat die verschillende maatregelen doen. Dat zie je natuurlijkniet cijfermatig, maar er wordt wel in grote lijnen uitgelegd welke effectende maatregelen hebben die afgesproken zijn in het hoofdlijnenakkoord. Ikvond dat een best confronterend rijtje, want je ziet dan natuurlijk dat hetfeit dat we gaan babbelen over de derogatie, dat de rode diesel erbij komten dat het NPLG niet doorgaat allemaal bij elkaar optelt, en niet aan degoede kant van het staatje. Ik ben dus toch wel benieuwd of deze Ministerdaar ook een soort kwalificatie aan kan geven. Want dat zorgt er nietalleen voor dat zij harder moet werken – dat vindt zij vast niet erg – maardat gaat wel ook meer vergen van andere ondernemers in Nederland envan andere Nederlanders, die harder hun best moeten doen om datallemaal te compenseren.Minister Hermans:Het feit dat in oktober de Klimaat- en Energieverkenning liet zien dat die55% niet binnen bereik is en dat we daarvoor extra beleid moeten makenof extra maatregelen moeten nemen, heeft effect. Dat gaat effect hebbenop al die maatregelen die we met elkaar afspreken en bij wie die danterechtkomen. Die grote lijnen blijven ook zichtbaar. Wat ik alleen net inmijn antwoord duidelijk wilde maken, is dat je het individuele effect vaneen maatregel uiteindelijk in het totale pakket zoals het PBL dat gaatdoorrekenen, niet helemaal een-op-een terug zult zien. Ik reageerde daareven op, omdat het daar in de vraag van het lid Kostic´ of mevrouw Podt –ik weet niet even niet meer wie van de twee het was – over leek te gaan.Het leek mij dus goed om dat even duidelijk te maken.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog, min... Nee, uw interrupties zijn op,mevrouw Podt. Wij hebben ze geteld. Het waren er vier. Gaat u verder,Minister.Minister Hermans:Dan heb ik deze vraag beantwoord en ...De voorzitter:O, het lid Kostic´ heeft nog wel een interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7956 Kamerlid Kostic´ (PvdD):Begrijp ik nu goed dat er ergens in september een wetenschappelijketoets komt over die extra maatregelen om de klimaatdoelen te halen diestraks worden genomen, ook vanuit de landbouw, om te kijken of dievoldoende zijn? Dat moet ik wel even weten. De Minister zegt namelijkook: die moeten we gaan halen. Dan moeten we ook weten of we diekunnen halen met die maatregelen. En van landbouw weten we dat wehet nu bij lange na niet halen, dus ik wil graag getoetst hebben of watmevrouw Wiersma doet, voldoende is. Wanneer weten we dat dan?Minister Hermans:We hebben hier in de Tweede Kamer met een meerderheid de Klimaatwetaangenomen. In de Klimaatwet is afgesproken dat het PBL jaarlijks deKlimaat- en Energieverkenning doet. Daarin zit een toets op «hoe gaathet?», op «hoe staan we ervoor met het halen van de afgesproken doelenen ambities?» Dat zal ook dit jaar weer gebeuren. De KEV verscheen altijdop de derde donderdag in oktober, maar eigenlijk is het veel handiger, alsik het zo mag omschrijven, als dat allemaal op Prinsjesdag komt. Vandaardat we met het PBL besproken hebben of dat mogelijk was en we hebbenmet de commissie voor Klimaat en Groene Groei afgesproken dat we datper dit jaar naar voren halen. En dat zullen we ook zo aanpassen in deKlimaatwet.De voorzitter:Dank u wel.Minister Hermans:Dus ja, er komt een doorrekening van het pakket.De voorzitter:Dank u, vervolgt u uw betoog.Minister Hermans:Het lid Kostic´ vroeg mij ook of normering en de inzet op regels nietefficiënter zijn dan subsidiëren en wat ik ging doen met de opmerkingenvan de Raad van State daarover. In algemene zin geldt voor het klimaat-beleid dat we altijd op zoek zijn naar een goede balans tussen subsidiëren,normeren en beprijzen. Want het is van belang om mensen te onder-steunen en te helpen in die transitie, bij het zetten van de stappen die wevan hen vragen, of dat nou bij mensen thuis is bij het isoleren, hetaanschaffen van een elektrische auto of bij ondernemers die gaanverduurzamen. Het gaat altijd om de balans tussen normeren, subsidiërenen beprijzen. Dat is ook hoe het Klimaatfonds in elkaar zit.Het lid Kostic´ maar ook mevrouw Bromet en mevrouw Vedder vroegennaar het advies van de Raad van State over een sterkere rol voor deMinister voor Klimaat. Dat komt uit een advies van de Raad van State overhet Klimaatplan. Dat is een plan dat we eens in de vijf jaar moeten makenen dat eigenlijk een verdere doorkijk geeft naar hoe het langeretermijn-beleid voor klimaat eruitziet. In het Klimaatplan dat binnenkort naar deTweede Kamer komt, ga ik natuurlijk ook in op het advies en de reactievan de Raad van State, ook op dit punt. In algemene zin kan ik zeggen datik als coördinerend Minister veelvuldig contact en gesprekken heb met decollega’s van LVVN, Minister Keijzer, voor de gebouwde omgeving,Minister Madlener, Staatssecretaris Jansen en mijzelf, voor de elektriciteiten industrie, om tot samenhangend beleid te komen dat samen tot diedoelen optelt. Maar ik zal specifiek op dit advies ingaan in het stuk bij hetKlimaatplan.Mevrouw Vedder en mevrouw Bromet hadden een vraag over dat indatzelfde advies van de Raad van State wordt geadviseerd om een doelvast te leggen voor de periode na 2030. Ook daar zal ik op ingaan in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7957 Klimaatplan. Maar ik kan hier alvast zeggen, ook omdat dat al eerdergecommuniceerd is met de Kamer, dat uit de Europese klimaatwet volgtdat we voor 2040 een doel moeten vaststellen, maar in de nationalewetgeving zal ik dat niet vastleggen. Ik vind het van belang dat we ons nurichten op doen wat we moeten doen voor 2030 en de jaren daarna.Mevrouw Vedder vroeg mij naar de klimaatboekhouding, om het zo maareven te noemen. Boeren nemen maatregelen op hun erf en de klimaat-winst komt dan ten goede aan een andere sector. Dat kan soms zo zijn.Dat is overigens niet alleen zo op het boerenerf; dat kan ook in deindustrie of de mobiliteit zo zijn. Laat ik ook benadrukken dat ik zie datboeren op verschillende manieren en in verschillende vormen eenpositieve bijdrage leveren aan de CO2-reductie die gaande is: of het nougaat om groen gas, minder kustmestgebruik, zon op land of eenwindmolen op het erf; volgens mij zijn dat ook de voorbeelden diemevrouw Vedder noemde. Ik juich het ook alleen maar toe. Ik hoop ookdat dit soort initiatieven of dit soort acties, moet ik zeggen, meer en meergaan plaatsvinden. Daar waar we kunnen, ondersteunen we dat. Denk aande SDE++-regeling. Ook binnen het Klimaatfonds zijn er regelingen,bijvoorbeeld voor verduurzaming van tractoren, waar ook boeren enboerinnen een beroep op kunnen doen. Maar aan de klimaatboekhoudingen dat we die zo vormgeven dat die internationaal vergelijkbaar is, kan ikniet zomaar iets veranderen. Ik zie het effect. Ik waardeer enorm wat ergebeurt. Dat neemt niet weg dat er nog steeds een opgave is. Maar ikmoet ook aan de eenheid van de klimaatboekhouding vasthouden, dus ikkan dat niet veranderen.De voorzitter:Er is een interruptie van meneer Holman.De heer Holman (NSC):Ik snap gedeeltelijk het antwoord van mevrouw Hermans, namelijk dat hetzo werkt. Maar als je het hebt over de prestatie die de landbouw levert,dan zou je toch weleens administratief de verkenning kunnen gaan doen,of kunnen registreren, administreren, neerschrijven wat de landbouw aldoet. Je onderwaardeert nu namelijk de prestatie die de landbouwverricht. Ze verrichten veel, maar ze krijgen het niet op hun conto.Minister Hermans:Ik begrijp de vraag heel goed, dus vandaar dat ik even met mijn collegaoverlegde. Het zou mooi zijn als je daar in elk geval een beetje een beeldvan kan schetsen, nog even los van hoe dat in onze boekhoudingterechtkomt. Ik wil best kijken of we daar een impressie van kunnengeven, maar ik wil daarbij wel de verwachtingen temperen. We kennenvanuit de SDE++ inderdaad subsidies toe aan wind op land en zon opland, ook op het boerenerf, maar ik weet niet of dat allemaal terug tehalen is en wat dat allemaal exact oplevert en bijdraagt. Maar ik wil eenpoging wagen om te kijken of we daar in elk geval een beeld van kunnenschetsen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Hermans:Voorzitter. Dan de koolstofverwijdering, of emissies uit de lucht halen. Hetlid Kostic´ en mevrouw Vedder stelden mij daar vragen over. Ik begin metde vraag van het lid Kostic´ over wat ik ga doen. Ik moet zeggen: emissiesuit de lucht halen, erkent de Minister van Klimaat en Groene Groei dat? Ikhoop dat ik de vraag zo goed begrepen heb. Ik ga ’m gewoon beant-woorden en dan zie ik aan de non-verbale communicatie van het lid Kostic´vast of ik het goed begrepen heb. Afgelopen december is hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7958 EU-certificeringskader voor koolstofverwijdering en koolstoflandbouw inwerking getreden. Dit biedt boeren de mogelijkheid om EU-breed erkendekoolstofvastlegging te realiseren. Het kabinet volgt de ontwikkelingen opdit vlak in de EU op de voet. Ik zie daarbij koolstofvastlegging als bijdrageaan klimaatdoelen en als aanvullend verdienvermogen voor de boer.Mevrouw Vedder vroeg wat ik nog ga doen op het gebied van koolstofver-wijdering. Wij zetten dus in op dit beleid. Als ik het goed zeg uit mijnhoofd is aan CDA, VVD en ChristenUnie toegezegd dat er bij hetverschijnen van het Klimaatplan ook een Routekaart Koolstofverwijderingvolgt, waarin alle vormen van koolstofverwijdering en de beleidsinzet vanhet kabinet uiteen worden gezet. Er is natuurlijk al het een en andergewisseld over biobased bouwen. Dat is natuurlijk ook een element op ditterrein.Voorzitter. Dan ben ik bij de laatste vraag. Die is van mevrouw Van derPlas en gaat over de campagne van de Week Zonder Vlees en Zuivel. Haarvraag was heel specifiek: gebeurt dat nou op onze ministeries? Dat is dushet Ministerie van EZ, want wij zitten allemaal in hetzelfde gebouw enmaken gebruik van dezelfde kantine. Het is belangrijk om te zeggen dathet geen initiatief is van LVVN, KGG of EZ, maar cateraars en locaties zijnvrij om hierbij aan te sluiten. Op onze ministeries doen wij mee aan dezeweek. Ik weet het niet voor andere ministeries, maar ik ben het nagegaanvoor ons gebouw. Voor zover ik het begrepen heb van collega’s wordt hetneergezet om te laten zien wat voor innovaties er gaande zijn. Er is opgeen enkele manier sprake van het in een kwaad daglicht plaatsen vanvlees, eieren en zuivel.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Vedder. O, mevrouw Vander Plas, ik had u niet gezien. Gaat u maar eerst, als het aansluit op hetlaatste antwoord van de Minister. We gaan er niet om vechten.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank aan de Minister voor dit antwoord. Ik schrik hier wel van. Ik weet dathet geen initiatief is van het ministerie om dit te doen. De cateraar diedaar catert, besluit wel of niet mee te doen aan zo’n initiatief. Datduidelijke onderscheid wil ik daarbij wel maken. Maar ik vind het echtbizar dat producten, die volgens strenge wettelijke normen wordengemaakt door onze hardwerkende ondernemers, waar de partij van dezeMinister ook hard voor knokt, een week lang niet beschikbaar zijn. Ik vinddat dat een vrije keuze moet zijn. Ik wil de Minister vragen om de cateraarnadrukkelijk te verzoeken om dit volgend jaar níét te doen. Er wordenproducten uitgesloten die door mensen worden gemaakt. Ik wil deMinister ook vragen om te kijken of er volgend jaar in deze week een weekvoor het lokale product kan komen. Dat betreft dus Nederlandse voedsel-producten; dat kunnen dierlijke eiwitten zijn, dat kunnen plantaardigeeiwitten zijn, maar wel het lokale product. Want als we echt stappen willenzetten op een lagere CO2-voetafdruk, dan hebben we het over lokaalkopen, dicht bij huis.Minister Hermans:Ik denk dat het belangrijk is om even een misverstand weg te nemen. Alsik dat veroorzaakt heb, dan vind ik dat vervelend. Het is niet zo dat er dezeweek geen vlees of zuivel of eieren te koop en te krijgen zijn op hetministerie. Het is alleen dat er een korting geldt op de plantaardigeproducten, om de innovaties aan te kunnen bieden en positief onder deaandacht te brengen. Maar het is dus niet zo dat die andere producten nietbeschikbaar zijn.Mevrouw Van der Plas (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7959 Dat was namelijk wel mijn rechtstreekse vraag: doe je mee aan de WeekZonder Vlees en Zuivel? Dat was mijn vraag. Doet het ministerie of decateraar op het ministerie mee aan de Week Zonder Vlees en Zuivel?De voorzitter:Uw vraag is duidelijk.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, maar mijn vraag blijft overeind. Wil de Minister of willen de Ministersin gesprek gaan met de cateraar om volgend jaar een week van het lokalevoedsel te organiseren?De voorzitter:Een korte reactie van de Minister.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dan kunnen we pas echt stappen zetten.Minister Hermans:Ik ga natuurlijk nooit een gesprek tegenhouden of niet voeren. Ik ben altijdtot gesprekken bereid. Maar toch even het volgende. Mevrouw Van derPlas blijft een beetje suggereren dat de naam van de week, waar ik nietover in discussie ga, suggereert dat er in deze week geen vlees, kaas eneieren of gewone melk beschikbaar zijn op de Ministeries van KGG, LVVNen EZ. Dat is gewoon niet zo. Een gesprek met de cateraar kunnen wenatuurlijk altijd aangaan.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Vedder, wilt u nog gebruikmaken van uw inter-ruptie? Ga uw gang.Mevrouw Vedder (CDA):Als het mag, wil ik nog kort terugkomen op de koolstofadministratie. Ikvolg namelijk ook met interesse de KGG-commissie. Daar heb ik deMinister in een ander debat horen zeggen dat de landbouw bijvoorbeeldvoor de elektrificering van trekkers of de zonnepanelen aanspraak doen ophet Klimaatfonds. Maar de bulk van de taakstelling van de landbouw enLULUCF’s, zeg maar, zit ’m volgens mij vooral in methaanreductie. Datvalt binnen een blok waarin nu geen toegang is tot het Klimaatfonds.Klopt dat of niet? Dat wilde ik even checken.Minister Hermans:Dat klopt. Van de SDE++ of van innovatieregelingen binnen het Klimaat-fonds kunnen ook boeren en agrarisch ondernemers gebruikmaken.Precies voor het punt dat mevrouw Vedder noemde, is het Klimaatfondsnu niet open.De voorzitter:Dank u wel. Was u gereed met uw betoog? Ja. Het lid Kostic´ heeft nog eeninterruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb een paar praktische vragen, maar ik laat het even daarbij. Ik wachtheel even tot het aan deze kant een beetje stil is.De voorzitter:Mogen we nog even stilte? Dan kunnen we het afronden. Het lid Kostic´heeft het woord.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7960 Dank. Kijk, het gaat mij om het volgende. Ik vraag de Minister van Klimaatof ze erkent dat de wetenschap in consensus zegt: het beste dat je kandoen voor het klimaat is stappen nemen naar meer plantaardig en minderdierlijke eiwitten. Dat is ook kosteneffectief. Erkent ze al die studies vanonder andere Leiden en Harvard, dus gewoon wat de wetenschapdaarover zegt? Zo ja, hoe gaat ze dat toepassen in haar klimaatbeleid? Ikzie haar namelijk een beetje met terughoudendheid richting BBBreageren, maar volgens mij moet ze vooral trots zijn als plantaardig wordtgestimuleerd.Minister Hermans:Dit ging even over een campagneweek, wat losstaat van de vraag die uaan de Minister van LVVN stelde over de 50/50-ambitie. U stelde die vraagook aan mij, maar ik dacht: in het kader van de tijd is het antwoord methaar reactie door het kabinet gegeven. Over die ambitie zijn in Europeesverband afspraken gemaakt. Ik heb de Minister van LVVN horen schetsenwat het dilemma is voor en hoe het kabinet wil kijken naar hoe je dat inNederland implementeert. Ik begrijp die overweging en die afwegingen. Ikzie dat ook dit een onderdeel is van beleid, zowel voor de aan landbouwgerelateerde opgave die we hebben als voor de klimaatopgave, waar ikmee bezig ben. Dat is bijvoorbeeld een van de onderwerpen van degesprekken die wij samen hebben over het klimaat, over de klimaat-opgave en over waar de landbouw wat dat betreft voor staat.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog één interruptie, lid Kostic´. Ga uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dit was het meest vage antwoord ooit, maar ik ga ervan uit dat deMinister de wetenschap erkent en dat ze daarmee aan de slag gaat. Ik hadook een laatste vraag gesteld. In de laatste twintig jaar is de uitstootvanuit de landbouw nauwelijks gedaald. De kans dat de sector nog op tijd,voor 2030, het doel haalt, is minder dan 5%. Hoe beoordeelt MinisterHermans het gebrek aan voortgang in de landbouw?Minister Hermans:Ik hecht eraan te zeggen dat ik natuurlijk de wetenschap respecteer en ergrote waarde aan hecht. Daar heb ik vanochtend in een tweeminuten-debat nog woorden over gewisseld met onder anderen mevrouw Kröger.Ik wil hier dus echt de suggestie weerspreken die lid Kostic´ daaroveropwerpt, namelijk dat ik daar vaag over ben of dat ik de wetenschap nietbelangrijk zou vinden.Dan de vraag over wat ik vind van het buiten bereik zijn van doelen. Dat isniet goed. We hebben daar afspraken over gemaakt; we moeten de doelenhalen. Het moet weer binnen bereik komen, binnen de bandbreedte waarhet PBL op rapporteert. Dat geldt voor de landbouwsector, voor mobiliteit,voor industrie en elektriciteit, en voor de gebouwde omgevingen. Met allevijftien sectoren kijken we nu wat we kunnen doen om dat weer voorelkaar te krijgen.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nog even naar links. Is er nog behoefte aan een tweedetermijn? Heel kort, ik zie nog twee mensen ja knikken. Maar ik zie ook heelveel mensen nee schudden. Een tweeminutendebat kunt u nu aanvragen.Als u dat nu doet ...Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, ik was het, hallo! Of doen we het via de spreekvolgorde?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7961 Ik zie dat door meerdere mensen een tweeminutendebat wordt aange-vraagd. Door meneer Holman? Laten we dat zo vaststellen. Dan dank ik uvoor uw aanwezigheid. Ik dank de bewindslieden ook voor hun komst enmevrouw Hermans voor haar geduld, omdat zij uren moest wachten.We gaan de toezeggingen nog even voorlezen. Ik zie u vertrekken, maar ubent weer veel te snel, meneer Holman.–De Minister van LVVN stuurt voor de zomer van 2025 de kabinetsap-preciatie op het rapport van de Universiteit Leiden, de TU Delft en deErasmus University Rotterdam over het klimaat- en het biodiversiteits-beleid.–De Minister van LVVN stuurt voor de zomer van 2025 een brief over debiologische landbouw, de groei van het areaal biologische landbouwen de vraag naar biologische producten.–De Minister van LVVN stuurt medio zomer 2025 een brief met eenuitleg over hoe de supermarkten, voedselverwerkers, veevoergigantenen banken concreet mee gaan betalen aan de opgaven. Tevens wordter in de brief ingegaan op hoe er via de ketenaanpak invulling wordtgegeven aan de 50%-plantaardigdoelstelling in 2030.Dat was hem. Heb ik dat zo goed geciteerd? Dan dank ik u allen voor uwaanwezigheid. Ik wens u een prettige thuisreis. Dank u wel. Ik sluit devergadering.Sluiting 18.39 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIV, nr. 7962
Gerelateerde bronnen
- Landbouw, klimaat en voedsel
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 6 maart 2025, over Landbouw, klimaat en voedsel
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.