WODC-onderzoek legitieme portie in het erfrecht
Brontekst
Versie e83d666587cfd575 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 836Personen- en familierechtNr. 128 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 november 2025Op 2 december 2024 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer hetonderzoeksrapport «Draagvlak voor de legitieme portie» aangeboden endaarbij toegezegd in de loop van 2025 met een inhoudelijke reactie op hetrapport te komen (Kamerstuk 33 836, nr. 101).In deze brief zal ik het onderzoek uiteenzetten waarbij ik achtereenvolgensinga op de achtergrond van het onderzoek, de opzet, uitkomsten ensuggesties die de onderzoekers doen. Vanwege de demissionaire statusvan het kabinet, laat ik het aan een volgend kabinet over om eenstandpunt in te nemen over het al dan niet (in zijn huidige vorm)behouden van de legitieme portie.Achtergrond van het onderzoekDe legitieme portie is een vordering in geld op de nalatenschap van eenouder waarop een kind dwingendrechtelijk aanspraak heeft, ook als hetkind is onterfd door die ouder. Hierdoor wordt de mogelijkheid van deouder, de erflater, beperkt om bij testament geheel zelf te bepalen aan wiehij of zij wat nalaat (de testeervrijheid).Eventuele afschaffing van de legitieme portie is een langlopende discussiedie voornamelijk in de juridische literatuur wordt gevoerd. De centralevraag in deze discussie is of ouders de mogelijkheid moeten hebben omhun kind(eren) volledig te onterven. Het betreft vooral een principiële enmaatschappelijke discussie waaraan sterke, botsende rechtsovertuigingenten grondslag liggen. Voorstanders van de legitieme portie zien kinderenals de natuurlijke erfopvolgers van hun ouders vanwege de bijzondereafstammingsband tussen ouder en kind. Kinderen hebben in deze visiedaarom een recht om van hun ouders te erven. De legitieme portie biedtbescherming tegen volledige onterving doordat ten minste altijd een deelvan de nalatenschap aan het kind toekomt. Tegenstanders van delegitieme portie menen dat iedere erflater zonder wettelijke beperkingen kst-33836-128ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1281 moet kunnen bepalen aan wie men bij overlijden zijn vermogen nalaat.Vererven is in die benadering een recht van de erflater en de legitiemeportie wordt gezien als een ongerechtvaardigde inbreuk op dat recht.De discussie over het bestaansrecht van de legitieme portie is hierdoorvooral principieel van aard. Om tot een beslissing over het al dan nietafschaffen van de legitieme portie te komen, is het onder meer van belangom te weten welke rechtsovertuiging door de samenleving het sterkstwordt gevoeld. Tijdens het Commissiedebat personen- en familierecht van22 maart 2023 heeft de toenmalige Minister voor Rechtsbeschermingdaarom aan uw Kamer toegezegd onderzoek te laten doen naar de impactvan afschaffing van de legitieme portie op de samenleving.Het onderzoek naar het draagvlak van de legitieme portieHet onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers verbonden aan deRijksuniversiteit Groningen, in opdracht van het WetenschappelijkOnderzoek- en Datacentrum (WODC) op verzoek van het Ministerie vanJustitie en Veiligheid. Het onderzoek is gericht op de vraag wat hetmaatschappelijk draagvlak is en wat de te verwachten juridische enmaatschappelijke gevolgen zijn van afschaffing van de legitieme portievoor kinderen vanaf 21 jaar, de leeftijd waarop zij zelf verantwoordelijk zijnvoor de kosten van hun levensonderhoud en studie.Opzet van het onderzoekHet onderzoek bestaat uit vier onderdelen. Onderdeel A van het onderzoekbevat een uitgebreide juridische beschouwing van het leerstuk van delegitieme portie. Onderdeel B betreft een diepgaande rechtsvergelijkingmet België, Frankrijk en Duitsland, drie landen met op hoofdlijnen eenvergelijkbare regeling van de legitieme portie. In onderdeel C worden deresultaten weergegeven van een kwantitatief empirisch onderzoek in devorm van een enquête onder een representatief deel van de Nederlandsebevolking aan de hand van verschillende stellingen en casusposities inverschillende subthema’s. Onderdeel D houdt een kwalitatief empirischonderzoek in door middel van verschillende interviews met drie verschil-lende groepen. In focusgroepbijeenkomsten is gesproken met juridischeprofessionals die in verschillende rollen werkzaam zijn in het erfrecht(advocaten, notarissen, rechters, een familieadviseurs/mediator en eenestate planner). Daarnaast zijn persoonlijke interviews afgenomen metburgers die in hun eigen leven ervaring hebben met de legitieme portie,omdat zij zijn onterfd, een broer of zus hebben die is onterfd of zelfkinderen hebben onterfd. De derde groep die in aanvullende interviews isbevraagd, betreft professionals die vanuit een verschillend perspectiefmet de legitieme portie te maken hebben, waaronder een vertegenwoor-diger van Goede Doelen Nederland en adviseurs bij agrarische bedrijfsop-volging. Door middel van deze interviews is onderzocht wat de positieveen negatieve effecten, onvoorziene gevolgen en/of schrijnende gevallenvan afschaffing van de legitieme portie zouden kunnen zijn. Hiermee isook een beeld gevormd van wat afschaffing van de legitieme portiebetekent voor de verhoudingen en potentiële conflicten binnen families endaarmee het aantal te verwachte procedures. Ook hebben de onder-zoekers bekeken welke sociaal-maatschappelijke (waaronder financiële)gevolgen de keuze voor afschaffing van de legitieme portie voor burgersen voor de samenleving als geheel zouden kunnen hebben. Tot slothebben de onderzoekers in een expertmeeting met de juridischeprofessionals gereflecteerd op de belangrijkste resultaten van hetonderzoek. De onderzoekers sluiten hun rapport af met een aantalsuggesties voor de wetgever en voor verder onderzoek over de legitiemeportie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1282 Uitkomsten van het onderzoekUitkomst van het kwalitatief empirisch onderzoek is dat 40% van deNederlandse bevolking voorstander is van de legitieme portie, ongeachtde omstandigheden of verhoudingen waarin ouder en kind zich bevinden.19% is in alle gevallen tegen het bestaan van de legitieme portie. 40% vande respondenten is in sommige in de enquête omschreven gevallen vooren in sommige gevallen tegen de legitieme portie. Deze groep is sterkverdeeld over de vraag wanneer de legitieme portie (on)wenselijk is,waardoor in het eindoordeel bij geen van de voorgelegde algemeengeformuleerde gevallen een meerderheid van de Nederlandse bevolkingtegen de legitieme portie is. De onderzoekers leiden uit de enquête af datmen in Nederland waarde hecht aan de legitieme portie, ook al is er eengrote groep die vindt dat de legitieme portie niet in alle gevallen zoumoeten gelden. Hoewel in diverse specifieke gevallen dus meerweerstand bestaat tegen de legitieme portie, wordt algehele afschaffingvolgens de onderzoekers door een meerderheid van 80% niet gesteund.Het breed maatschappelijke draagvlak voor de legitieme portie isvergelijkbaar met de waardering van de legitieme portie in de onsomringende landen. De onderzoekers schrijven in hun rapport dat ook inBelgië, Frankrijk en Duitsland discussie is gevoerd over de rechtvaardigingvan de legitieme portie, wat in deze landen niet heeft geleid totafschaffing van de legitieme portie. Uit peilingen in België (2016) enFrankrijk (2012) blijkt dat de legitieme portie breed maatschappelijkdraagvlak geniet. Peilingen onder de Duitse bevolking hebben deonderzoekers niet gevonden, maar onderzoek onder juristen laat zien datook daar draagvlak voor de hoofdlijnen van de legitieme portie bestaat.In de onderzochte landen is volgens de onderzoekers de afstam-mingsband tussen ouder en kind een belangrijke reden voor hetbehouden van de legitieme portie. Dit is in lijn met de resultaten van deenquête onder de Nederlandse bevolking waaruit blijkt dat belang wordtgehecht aan de afstammingsband als reden voor de legitieme portie. Datde afstammingsband voldoende grondslag voor de legitieme portievormt, blijkt ook uit de sociologische literatuur die de onderzoekershebben bestudeerd. Hoewel intergenerationele solidariteit en socialecohesie niet meer vanzelfsprekend zijn, heeft dit niet geleid tot afnemendegevoelens van verbondenheid tussen families. Familienetwerken zijn welcomplexer geworden, constateren de onderzoekers, maar familiebandenzijn niet losser geworden. De onderzoekers merken op dat het voorafschaffing van de legitieme portie soms gebruikte argument datfamiliebanden losser zijn geworden omdat de maatschappij individualisti-scher zou zijn geworden, geen overtuigend argument is voor afschaffingvan de legitieme portie. Dat argument vindt geen steun in de sociolo-gische literatuur.In het licht van de familiebanden kan een onterving van kinderen doorouders bij het onterfde kind tot diepe kwetsing en boosheid leiden. Uit deinterviews met de juridische professionals en de persoonlijke interviewsmaken de onderzoekers op dat daar tegenover staat dat ouders over deonterving doorgaans goed hebben nagedacht. Voorts komt uit deinterviews naar voren dat de gevolgen van een onterving grote invloedhebben op de verhoudingen tussen kinderen onderling en eventueel delangstlevende partner en dat voor onterfde kinderen de onbekendheidmet de reden van de onterving soms nog pijnlijker is dan de ontervingzelf.Een inventarisatie door de onderzoekers van rechterlijke uitspraken in deperiode 2019–2023 maakt duidelijk dat in de loop van deze vijf jaren 214Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1283 uitspraken zijn gedaan over de berekening van de omvang van delegitimaire portie en 93 uitspraken over het recht op inzage en informatiedoor het onterfde kind voor het kunnen berekenen van de legitiemeportie. Hierbij maken zij de kanttekening dat niet alle uitspraken wordengepubliceerd. De onderzoekers stellen vast dat de laatste jaren steedsmeer uitspraken over de legitieme portie worden gepubliceerd. In deinterviews die zijn afgenomen met juridische professionals en burgers dieervaring hebben met de legitieme portie komt naar voren dat dergelijkejuridische procedures complex en belastend zijn voor zowel de juridischepraktijk (inclusief de rechterlijke macht) als de erfgenamen én het onterfdekind. De emotionele impact van de onterving op het onterfde kind kleurtvaak de wijze waarop wordt geprocedeerd over de legitieme portie.Volgens verschillende focusgroepleden is kenmerkend dat het onterfdekind geregeld «de onderste steen boven wil krijgen» en met minder geengenoegen neemt. Dit leidt soms tot slepende procedures. De onder-zoekers tekenen op dat dit door de andere kinderen, die niet zijn onterfd,vaak als zeer onprettig wordt ervaren omdat zij worden betrokken in hetconflict dat de ouder en het onterfde kind hadden.Op basis van de interviews met de juridische professionals en deexpertmeeting stellen de onderzoekers dat behoud of afschaffing van delegitieme portie een principiële keuze is: de legitieme portie wordtbehouden of afgeschaft. Het hierbij hanteren van een leeftijdsgrens voorkinderen tot 21 jaar achten de onderzoekers arbitrair en onwenselijk. Eenleeftijdsgrens kan leiden tot onrechtvaardige situaties, bijvoorbeeldwanneer één onterfd kind 20 jaar is en het andere onterfde kind toevallig22 jaar. De onderzoekers constateren ook dat het in de praktijk relatiefweinig voorkomt dat ouders jong overlijden én dat de ook nog jongekinderen van deze ouders zijn onterfd. Het in stand houden van delegitieme portie voor alleen een kleine groep kinderen zorgt volgens deonderzoekers bovendien niet voor vereenvoudiging van wetgeving.Zou tot (algehele) afschaffing van de legitieme portie worden overgegaan,dan leidt dat tot een vereenvoudiging van de regelgeving en van deboedelafwikkeling. Ook vallen conflicten en juridische procedures over deomvang van de legitieme portie en het verkrijgen van informatie om dieomvang te berekenen, dan weg. Bij afschaffing achten de onderzoekershet wel gewenst dat vanwege het wegvallen van een aanspraak voorbehoeftige kinderen wordt gekeken naar de andere wettelijke rechten,zoals de som ineens voor het levensonderhoud waarop nu alleen kinderentot 21 jaar aanspraak kunnen maken.Tegelijk zou afschaffing van de legitieme portie ook betekenen datkinderen geen eenvoudig verweermiddel meer hebben om tegen eenonterving door hun ouder op te komen, althans om alsnog aanspraak temaken op een gedeelte van de erfenis. Zij zouden bovendien met eensterk gevoel van onrecht blijven zitten als vermoedens bestaan dat deonterving door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. Deonderzoekers spreken de verwachting uit dat kinderen die door hun ouderworden onterfd naar andere mogelijkheden zullen gaan zoeken om alsnoghun recht te krijgen. Dit kan tot nieuwe conflicten en procedures leidenwaarin het testament van de ouder wordt aangevochten wegenswilsonbekwaamheid van de ouder bij het maken van het testament waarinhet kind is onterfd.Van afschaffing van de legitieme portie verwachten de onderzoekers metde juridische professionals geen grote onacceptabele maatschappelijkegevolgen en ook geen of weinig financiële gevolgen voor kinderen envoor de overheid, al is daarvan geen duidelijk beeld te geven. Ook eeneenduidig antwoord op de vraag wat schrijnende situaties na afschaffingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1284 van de legitieme portie zouden kunnen zijn, is volgens de onderzoekersniet te geven, omdat wat als schrijnend wordt ervaren veelal subjectief is.Suggesties uit het onderzoekDe onderzoekers sluiten hun rapport af met een aantal suggesties die uithet onderzoek volgen, waaronder eerste, ruwe suggesties die in deexpertmeeting door de juridische professionals zijn gedaan ter verbe-tering van de huidige wettelijke regeling van de legitieme portie. De meestfundamentele suggesties die zijn gedaan, maar niet door iedereen zondermeer werden gesteund, zijn:–het mogelijk maken om voor overlijden afspraken te maken over (hetafzien van) een beroep op de legitieme portie;–het invoeren van de mogelijkheid om een testament te vernietigen opgrond van misbruik van omstandigheden;–het verplicht opnemen van een considerans bij testamenten waarbijkinderen worden onterfd of sterk benadeeld worden;–het verduidelijken van de regelgeving die ziet op het recht op inzage instukken en het recht op informatie die het onterfde kind nodig heeftom zijn legitieme portie te berekenen.De onderzoekers concluderen verder dat de resultaten aanleiding geventot verder onderzoek, onder meer naar de verhouding tussen de langstle-vende echtgenoot en (onterfde) kinderen, sociologisch onderzoek over delegitieme portie en andere erfrechtelijke aanspraken van kinderen,onderzoek naar verschillende suggesties die door de deskundigen zijngedaan om de legitieme portie voor de praktijk beter hanteerbaar temaken en dogmatisch onderzoek naar de (on)mogelijkheden om delegitieme portie te omzeilen. Over de suggesties die tijdens de expert-meeting zijn opgeworpen merken de onderzoekers bovendien op datdaarover nog geen verdere gedachtewisseling heeft plaatsgevonden. Deonderzoekers stellen aan het slot van hun rapport dat het wenselijk is datnader onderzoek wordt gedaan naar de voorstellen en de gevolgendaarvan.Ter afsluitingDe onderzoekers hebben een grondig en veelomvattend rapportopgeleverd, waarvoor ik mijn grote waardering uitspreek. Het rapportheeft de discussie in de juridische literatuur over de (on)wenselijkheid vande legitieme portie nog niet opnieuw doen oplaaien. De keuze over hetvoortbestaan van de legitieme portie is uiteindelijk politiek van aard. Zoalsik aan het begin van deze brief heb vermeld, laat ik die keuze aan eenvolgend kabinet.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1285
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.