KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 27 jun 2024 · Tweede Kamer

Beleidsopties belasting- en invorderingsrente

Aukje de Vries staatssecretaris van Financiën (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 140Herziening BelastingstelselNr. 202 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 juni 2024De belasting- en invorderingsrente (BIR) bij belastingen en toeslagen is delaatste jaren aan veranderingen onderhevig geweest. Onder andere dewijze van vaststelling van de rentepercentages is meerdere kerengewijzigd. Per juli 2023 is bovendien de systematiek en hoogte van debelastingrente voor belastingen en toeslagen van elkaar losgekoppeld.1Deze veranderingen hebben, zoals ook door de afdeling Advisering van deRaad van State opgemerkt, geleid tot een gefragmenteerde aanpak bij hetvaststellen van de BIR. De afdeling Advisering heeft daarbij een oproepgedaan om te komen met een passende motivering en een integraletoekomstvisie aangaande het hanteren van de BIR. Ook is zowel vanuit depolitiek als de samenleving kritiek geuit op de hoogte van sommige vande rentepercentages.In het Nader Rapport bij het Eindejaarsbesluit 2023 is toegezegd datgewerkt zou worden aan een integrale beleidsvisie voor het vaststellenvan de rentepercentages voor de BIR en deze voor het zomerreces aan deTweede Kamer aan te bieden.2 Bovendien is toegezegd te werken aan eenverdere uitwerking van de belastingrentesystematiek voor toeslagen eneen passende motivering daarbij.3 Deze brief bevat een uitwerking vandeze toezeggingen. In deze brief worden de beleidsopties weergegeven,zoals uitgewerkt onder het demissionaire kabinet. Gelet op de demissio-naire status van het kabinet worden er geen keuzes gemaakt voor deaanpassing van de BIR-systematiek. Definitieve keuzes met betrekking totde BIR worden aan het nieuwe kabinet gelaten.1Kamerstukken II 2022/23, 31 066, nr.1248.2Nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 13 december 2023, nr. 2023-0000275988.3Kamerstukken II 2023/24, 36 418, nr. 35, p. 94 e.v. kst-32140-202ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 2021 I. Achtergrond belasting- en invorderingsrente Burgers en bedrijven hebben de verplichting om tijdig en juist belasting-aangifte te doen, informatie aan te leveren zodat een definitieve toeslagvastgesteld kan worden en om tijdig een belasting of toeslag (terug) tebetalen. De Belastingdienst en Dienst Toeslagen hebben daarbij deverplichting om aanslagen en toeslagen binnen de wettelijk gesteldetermijnen vast te stellen.Belasting- en invorderingsrente is rente die in rekening wordt gebracht ofwordt vergoed wanneer niet op tijd aan de verplichtingen wordt voldaan.De rente beoogt dus onder andere te fungeren als een prikkel voorburgers en bedrijven om niet in verzuim te treden en dient ook alscompensatie indien burgers en bedrijven of de Belastingdienst of DienstToeslagen te laat aan de verplichtingen voldoen. Belasting- en invorde-ringsrente worden beide geheven over zowel belastingen als toeslagen.Oorspronkelijk werden deze rentes alleen geheven over belastingen, maarsinds de introductie van de Algemene wet inkomensafhankelijkeregelingen in 2005 wordt ook belasting- en invorderingsrente geheven bijtoeslagen. Tot 2013 volgde toeslagen de heffingsrenteregeling. Na 2013 isdit veranderd in de belastingrenteregeling.BelastingrenteVoor belastingen wordt belastingrente in rekening gebracht als hetvaststellen van de aanslag te lang op zich laat wachten door toedoen vande belastingplichtige. In bepaalde gevallen kan belastingrente wordenvergoed als het opleggen van de aanslag door toedoen van de inspecteurlanger heeft geduurd. De termijn waarover belastingrente wordt berekendverschilt per belastingmiddel. Voor de inkomstenbelasting (IB) envennootschapsbelasting (Vpb) begint de termijn te lopen op 1 juli volgendop het jaar waarover aangifte moet worden gedaan en eindigt zes wekenna de dagtekening van de aanslag (dat is het einde van de betaaltermijn,het moment waarop de aanslag invorderbaar wordt). Voor aangiftebelas-tingen – zoals de loonbelasting en de omzetbelasting – wordt belasting-rente in rekening gebracht als er een naheffingsaanslag wordt opgelegdna afloop van het kalenderjaar of boekjaar waar de nageheven belastingbetrekking op heeft.Voor toeslagen wordt belastingrente4 in rekening gebracht over eenterugvordering of vergoed over een nabetaling van toeslagen aan deburger. Belastingrente wordt daarbij gerekend over het tijdvak dat begintop 1 juli van het jaar volgend op het berekeningsjaar van toeslagen. Hettijdvak eindigt op het moment dat de definitieve berekening van het rechtop toeslagen wordt vastgesteld (of herzien) in een beschikking.Het doel van rente is compenseren voor financieringskosten indienverzuim reeds is aangevangen aan de kant van de burger of de kant vande overheid (compensatiegedachte). Voor de belastingrente is eenbijkomend doel om burgers te stimuleren om tijdig de juiste gegevensdoor te geven, zodat tijdig vaststellingen kunnen worden beschikt(verzuimgedachte).4Strikt genomen is «belastingrente» geen juiste term om rente op toeslagterugvorderingen en-nabetalingen te beschrijven. In deze brief wordt in het kader van toeslagen gesproken overbelastingrente voor toeslagen of rente voor toeslagen, om verwarring met invorderingsrente tevoorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 2022 InvorderingsrenteMet betrekking tot de invorderingsrente komt de systematiek van heffenen de wijze van het vaststellen van de hoogte van het rentepercentagevoor belastingen en toeslagen vrijwel overeen, omdat invorderingsrenteover toeslagen (wettelijk) aansluit bij de systematiek van belastingen.Invorderingsrente wordt in rekening gebracht (of in enkele gevallenvergoed) wanneer een belasting- of toeslagvordering niet binnen eenbepaalde termijn is betaald. Voor belastingen wordt invorderingsrentegerekend vanaf de dag dat een belastingschuld invorderbaar is gewordenen eindigt op de dag voorafgaand aan de betaling. Voor toeslagen wordtinvorderingsrente gerekend vanaf de dag ná de uiterste betaaldatum vaneen terugvordering tot aan de datum waarop de (laatste) betaling binnenis bij de Dienst Toeslagen. Over een belastingschuld of toeslagvorderingdie wordt voldaan met een betalingsregeling in termijnen wordt ookinvorderingsrente gerekend.Het doel van de invorderingsrente is om burgers te stimuleren om tijdig tebetalen. Indien de burger desondanks niet tijdig betaalt beoogt deinvorderingsrente op te treden tegen het uitblijven van correcte nakoming(verzuimgedachte). Tevens compenseert de invorderingsrente de staatvoor de financiële gevolgen van het gemis van de belasting of terugbe-taling van de toeslag (compensatiegedachte).II. Achtergrond BIR-fragmentatie De huidige BIR-regeling is in 2013 ingevoerd. Bij de invoering van de BIRwerd beoogd om het sparen bij de fiscus tegen te gaan en werd eenstructurele positieve budgettaire impact verwacht. De hoogte van de BIRwerd gekoppeld aan de wettelijke rente voor niet-handelstransacties.Toeslagen heeft de systematiek van de BIR bij belastingen steeds gevolgd,met voor wat betreft de belastingrente een aanvangsdatum vanaf 1 julivolgend op het berekeningsjaar.De systematiek waarmee de rentepercentages voor de BIR wordenvastgesteld is sinds 2013 meerdere keren veranderd. Zo is in 2014 voor deVpb de rente (onder andere uit budgettaire overwegingen) gekoppeld aande (hogere) wettelijke rente voor handelstransacties met een minimumvan 4%. In 2020 is de BIR tijdelijk verlaagd naar 0,01% vanwege decoronacrisis. Per 1 oktober 2020 is de hoogte van de invorderingsrentelosgekoppeld van de belastingrente, ook vanwege de coronacrisis. Per1 juli 2023 is vervolgens de systematiek en hoogte van de belastingrentevoor toeslagen losgekoppeld van de rest, om te voorkomen dat de rentevoor toeslagen zou meestijgen met de rente voor belastingen.Per 1 maart 2023 zou de stijging van de ECB-rente – bij ongewijzigd beleid– hebben geleid tot een stijging van het belastingrentepercentage voor deVpb, de bronbelasting en de solidariteitsbijdrage van 8 procent naar10,5 procent. Het kabinet achtte het niet opportuun deze stijging te latenplaatsvinden. Daarom is ervoor gekozen om het rentepercentage voor deVpb, de bronbelasting en de solidariteitsbijdrage te bevriezen op8 procent met ingang van 1 maart 2023 (het moment waarop ingevolge dewettelijke systematiek voornoemde renteverhoging zou zijn ingegaan).5Per 1 januari 2024 is de belastingrente voor belastingen gekoppeld aan deECB-herfinancieringsrente in plaats van de wettelijke rente. Het doelhiervan was om de verschillen tussen de percentages van de belasting-rente te verkleinen. Voor toeslagen zou zonder loskoppeling het renteper-5Kamerstukken II 2022/23, 32 140, nr. 158.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 2023 centage zijn gestegen naar 6 procent, in plaats daarvan is het renteper-centage bevroren op 4 procent.Al met al hebben al deze wijzigingen geleid tot een versnippering in derentepercentages en is de systematiek steeds verder af komen te staanvan het oorspronkelijke beleidsdoel: het tegengaan van aangifte- enbetalingsverzuim. Daarnaast hebben de verhogingen van de belasting-rente voor belastingen geleid tot percentages die in de maatschappij enpolitiek als te hoog worden ervaren en ontbreekt voor toeslagen een kadermet betrekking tot het vaststellen van rentepercentages in de toekomst.Sinds 1 januari 2024 gelden de volgende BIR-percentages:CategoriePercentageWijze van vaststellingBelastingrente belastingen (m.u.v. Vpb)7,5%ECB-rente1 + 3%Belastingrente Vpb210%ECB-rente + 5,5%(Belasting)rente toeslagen4%Vast percentageInvorderingsrente4%Vast percentage1 Bij de vaststelling van de rentepercentages voor de belastingrente (belastingen) wordt deECB-rente voor basis-herfinancieringstransacties gebruikt.2 En bronbelasting, minimumbelasting en solidariteitsbijdrage. Opzet verkenningIn het Nader Rapport bij het Eindejaarsbesluit 2023 is toegezegd datgewerkt zou worden aan een meer integrale beleidsvisie op deBIR-systematiek. Bovendien is in de Nota naar aanleiding van het verslagbij het Belastingplan 2024 toegezegd dat het kabinet zal komen met eennadere duiding van de systematiek voor de (belasting)rente voortoeslagen, alvorens een nieuw rentepercentage vast wordt gesteld.6 Inopvolging van bovenstaande heeft een verkenning plaatsgevonden naarbeleidsopties voor een dergelijke beleidsvisie. Deze verkenning isopgeknipt in drie onderdelen: belastingrente voor belastingen7, (belas-ting)rente voor toeslagen en invorderingsrente.Er is gekeken naar vaststelling van het rentepercentage van de belasting-rente en de invorderingsrente, daarnaast is voor toeslagen gekeken naaronder andere het te hanteren tijdvak. Uiteindelijk is toegewerkt naarrichtingen voor een integrale beleidsvisie die beter aansluit bij debeleidsdoelen, begrijpelijker en beter uitlegbaar is en waarbij de percen-tages in de politiek en maatschappij als redelijk worden ervaren. Deuitwerking van de verschillende beleidsrichtingen voor de belastingrenteen de invorderingsrente volgt onder III en IV.III. Beleidsopties met betrekking tot de belastingrente Beleidsopties belastingrente belastingenBeleidsoptie I: ECB-depositorente met beperkte opslagBij de eerste beleidsoptie die is bekeken wordt de belastingrentevastgesteld als de depositorente van de Europese Centrale Bank(ECB-depositorente), vermeerderd met een beperkte opslag. Waar de6Kamerstukken II 2023/24, 36 418, nr. 35, p. 94 e.v.7Hieronder wordt ook verstaan de rijksbelastingen die door de Douane worden geheven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 2024 huidige systematiek uitgaat van de ECB-rente voor basisherfinancierings-operaties, wordt er bij dit scenario uitgegaan van de depositorente. DeECB-depositorente is een belangrijk ijkpunt voor marktpartijen om huncommerciële rente op te baseren. De opslag zal bij deze beleidsoptie vooralle belastingmiddelen gelijk zijn. Voor belastingen sluit deze benaderinggoed aan op de verzuimgedachte. Naar verwachting is de rente effectiefom het verzuim te beperken. Voor de Vpb zal de belastingrente weer gelijkworden getrokken met de overige belastingmiddelen, wat voor de Vpbleidt tot een flinke verlaging van het percentage (naar de huidige stand).Het hierboven beschreven scenario resulteert in een lagere belastingrente.Deze derving bedraagt naar schatting € 360 miljoen structureel. Bij dezeschatting is uitgegaan van een belastingrentepercentage dat wordtvastgesteld als de ECB-depositorente met een opslag van 1%-punt.Beleidsoptie II: ECB-depositorente met beperkte opslag, maar met eenhogere opslag voor de VpbDe tweede beleidsoptie is voor een groot deel gelijk aan de eerstebeleidsoptie, maar bevat een differentiatie tussen het rentepercentagevoor de Vpb en voor andere belastingmiddelen.8 Concreet wordt bij ditscenario een optie geschetst waarin voor de overige belastingmiddelen debelastingrente wordt vastgesteld als de ECB-depositorente met eenbeperkte opslag. Voor de Vpb zou dan een hogere opslag gaan gelden. Inde huidige systematiek geldt er een hoger rentepercentage voor de Vpb,dan voor de andere belastingmiddelen. Het nadeel van deze alternatievebeleidsoptie is dat dit niet leidt tot een uniformering van de rentepercen-tages die gelden voor de belastingrente. Dit scenario leidt tot eenbudgettaire derving van naar schatting € 260 miljoen structureel. Bij dezeschatting is uitgegaan van een belastingrentepercentage dat wordtvastgesteld gelijk aan de ECB-depositorente met een opslag van 1%-puntvoor de overige belastingmiddelen en met een opslag van 3%-puntenvoor de Vpb.Beleidsoptie III: Wettelijke rente voor niet-handelstransactiesDe derde beleidsoptie stelt een terugkeer naar het oorspronkelijkesysteem voor, waarbij weer aangesloten wordt bij de wettelijke rente voorniet-handelstransacties voor alle belastingmiddelen. Deze rente wordt ooktoegepast bij de verzuimrenteregeling van de Awb. De wettelijke rentevoor niet-handelstransacties is lager dan de huidige belastingrentepercen-tages, waardoor een budgettaire derving wordt verwacht. Deze dervingbedraagt naar schatting € 125 miljoen structureel.Beleidsoptie IV: Gelijke rentepercentages voor alle middelen, budgetneu-traalDe vierde beleidsoptie die wordt geschetst is een optie waarbij debelastingrente voor alle belastingmiddelen gelijk wordt getrokken, maarwaarbij de opbrengst van de belastingrente gelijk blijft. Hiermee wordtbereikt dat één rentepercentage geldt voor alle belastingmiddelen. Ditleidt tot een verlaging van de belastingrente voor de Vpb, maar eenverhoging van belastingrente voor de overige middelen (waaronder deinkomstenbelasting).8Het hogere rentepercentage geldt ook voor de bronbelasting, de solidariteitsbijdrage en deminimumbelasting. Omdat de Vpb (verreweg) de hoogste opbrengst heeft, wordt in deze briefkortheidshalve enkel over de Vpb gesproken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 2025 De meeste van de geschetste opties voor het wijzigen van de systematiekwaarmee het rentepercentages voor de BIR worden vastgesteld zullenleiden tot een budgettaire derving (met uitzondering van de budgetneu-trale variant). In dit stadium zijn er nog geen dekkingsopties vastgesteld.Budgettaire dekking is randvoorwaardelijk voor het overgegaan tot eenwijziging van deze systematiek.De bedragen die in deze brief worden genoemd dienen slechts terindicatie. Bij een uiteindelijke nadere uitwerking van de scenario’s zalnauwkeuriger in beeld gebracht moeten worden wat de budgettairegevolgen precies zijn en hoe deze gedekt worden.Onder de huidige begrotingsregels geldt dat dekking van wijzing van hetpercentage voor de belastingrente moet worden gevonden binnen hetuitgavenkader. In het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat het 17e adviesvan de Studiegroep Begrotingsruimte wordt overgenomen. Onderdeelvan dit advies is dat de BIR wordt overgeheveld naar het inkomstenkader(voor zover het de BIR over belastingen betreft). Na overheveling zoudende budgettaire effecten aan de inkomstenkant van de begrotingopgevangen moeten worden.Voor de volledigheid zijn de vier verschillende beleidsopties hieronder ineen tabel weergegeven.BeleidsoptieToelichtingRentepercentage(s)naar huidige standHuidig– ECB-basisherfinancieringsrente– Opslag 5,5% Vpb, minimum 5,5%– Opslag 3% overig, minimum 4,5%– 10% Vpb– 7,5% overigBeleidsoptie I– ECB-depositorente– Beperkte opslag[Afhankelijk vangekozen opslag]Beleidsoptie II– ECB-depositorente– Hogere opslag Vpb[Afhankelijk vangekozen opslag]Beleidsoptie III– Wettelijke rente voor niet-handelstransacties17%Beleidsoptie IV– Budgetneutrale optie– ECB-depostitorente– Opslag 4,25%8,25%1 De wettelijke rente voor niet-handelstransacties wordt vastgesteld op de basisherfinancierings-rente van de ECB + 2,25%-punt, afgerond op halve percentages. Per 1 oktober 2023 is deECB-basisherfinancieringsrente 4,5%. De opslag van 2,25% stamt uit 1989 (Stb. 1989, nr. 570), enbestaat omdat de basisherfinancieringsrente (toen nog de promessedisconto van DNB)gemiddeld 2,25–2,5% onder de rente ligt die banken gemiddeld in rekening brengen voorvoorschotten die in rekening-courant zijn opgenomen. Tot slot kan overwogen worden om het aangifteverzuim te monitoren.Mocht er sprake zijn van een toename in het aangifteverzuim in eenbepaalde categorie, dan kan worden overwogen om voor deze categoriealsnog een ander (hoger) rentepercentage in te voeren met als nadeel dathet systeem minder uniform en dus gecompliceerder zou worden.Beleidsopties (belasting)rente toeslagenVoor toeslagen zijn drie beleidsopties overwogen, namelijk het aansluitenbij de belastingrente voor belastingen, een systematiek die uitgaat van hetrekenen van rente ter compensatie van de potentiële financieringskostenvan de burger of de staat, en het afschaffen van de rente voor toeslagen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 2026 Beleidsoptie I: Aansluiten bij de belastingrente belastingenIn deze optie wordt uitgegaan van één systeem voor het vaststellen vanhet rentepercentage voor belastingen en toeslagen, zodat er sprake is vaneen minder gefragmenteerde BIR-systematiek. Omdat bij deze optie wordtaangesloten bij belastingen, wordt het doel van het hanteren van debelastingrente als gedragsprikkel vanuit belastingen overgenomen voortoeslagen.In tegenstelling tot de aangifte bij belastingen, is voor toeslagen detijdigheid van het vaststellen van een definitieve toeslag niet alleenafhankelijk van het gedrag van een burger. Dienst Toeslagen is hierinbijvoorbeeld ook afhankelijk van informatie van andere organisaties (zoalsde Belastingdienst voor het inkomen). Voor toeslagen wordt daaromvoorgesteld om de aanvangsdatum van het tijdvak van de rente teverplaatsen van 1 juli, 6 maanden na afloop van het berekeningsjaar, naar1 januari, 12 maanden na afloop van het berekeningsjaar. Pas vanaf datmoment kan verondersteld worden dat het vaststellen van de overgrotemeerderheid van de definitieve toeslagen niet meer afhankelijk is van deprocessen bij de Dienst Toeslagen. Het is overigens niet uitgesloten datook na een jaar nog processen lopen waar de burger weinig tot geeninvloed op heeft. Een nog latere aanvangsdatum is daarom ook denkbaar.Op basis van de huidige statistieken wordt verwacht dat circa 90% van dedefinitieve toekenningen vóór de aanvang van het tijdvak van derenteberekening is vastgesteld. Dit betekent dat rente zal wordenberekend over ca. 10% van de definitieve beschikkingen, waarin tevenseen terugvordering of nabetaling wordt vastgesteld.9 Een eersteinschatting is dat de budgettaire effecten van deze beleidsoptie voor de(belasting)rente voor toeslagen vrijwel neutraal zijn. De bedragen aan tevergoeden rente en te ontvangen rente zijn voor toeslagen tezamen naarverwachting vrijwel gelijk.In deze optie heeft de BIR tot doel om burgers en bedrijven te bewegentijdig aan hun verplichtingen te voldoen. In deze optie dient de rente dus(ook) als gedragsprikkel. In algemene zin is de effectiviteit vangedragsprikkels niet op voorhand met zekerheid vast te stellen. Dit is ooksterk afhankelijk van contextfactoren en persoonskenmerken.Beleidsoptie II: (Belasting)rente voor toeslagen ter compensatie vanfinancieringskostenDeze beleidsoptie houdt in dat wordt aangesloten bij een compensatiege-dachte, waarbij rente wordt gerekend of vergoed ter compensatie van derente die de burger of de staat wordt verondersteld te hebben gehadvanwege de nabetaling of terugvordering. Hierbij wordt voorgesteld omde hoogte van de rente voor toeslagen aan te laten sluiten bij de rente vanconsumptief krediet (gerekend over nabetalingen) respectievelijk destaatsrente (gerekend over terugvorderingen).Deze optie houdt in dat er gedifferentieerd wordt tussen de rentepercen-tages bij terug te vorderen en na te betalen toeslagen. De compensatiege-dachte komt voort uit de gedachte dat de burger tijdens het bereke-ningsjaar te weinig voorschot heeft ontvangen en dus andere middelenheeft moeten aanwenden om het tekort op te vangen. Voor de staat wordtbij deze optie beredeneerd dat deze kosten heeft moeten maken om de teveel betaalde toeslag aan de burger te verstrekken. De teveel betaaldetoeslag wordt hiermee gezien als een lening aan de burger, waar de staat9Ter illustratie: voor berekeningsjaar 2022 was ca. 10% na 12 maanden nog niet definitiefbeschikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 2027 rentekosten voor doorbelast. Overigens spelen vergelijkbare vragen bijbelastingen.Ook voor het tijdvak waarover rente wordt berekend kan in deze syste-matiek worden gedifferentieerd. Net zoals bij de eerste beleidsoptie wordtvoorgesteld de aanvangsdatum van het tijdvak van de renteberekening opte schuiven naar 12 maanden na het berekeningsjaar, echter alleen voorde rente die wordt berekend over terugvorderingen. Voor nabetalingen ishet voorstel om het tijdvak niet naar achteren te verschuiven, omdat eranders een lange periode ontstaat waarop de burger wel potentieelrentekosten heeft maar deze niet worden vergoed.In deze beleidsoptie dient rente ter vergoeding van potentieel gemaaktefinancieringskosten. Dit in tegenstelling tot het gebruik van rente alsgedragsprikkel. De differentiatie zowel ten opzichte van belastingrente alsmet betrekking tot het tijdvak, dragen echter niet bij aan vereenvoudiging– of een integrale aanpak – van de BIR-systematiek, waar wel een oproeptoe bestaat. Voor deze beleidsoptie waarin belastingrente wordt gerekendter compensatie van financieringskosten, geldt dat de budgettaire effectenafhangen van de keuzes die worden gemaakt in de differentiatie tussen dete vergoeden rente en de te ontvangen rente.Beleidsoptie III: (Belasting)rente voor toeslagen afschaffenDe derde beleidsoptie houdt in dat er geen (belasting)rente voortoeslagen meer zal worden gehanteerd. In deze optie wordt zowel de teheffen als de na te betalen belastingrente voor toeslagen afgeschaft,vanuit de gedachte dat terugvorderingen en nabetalingen en de eventuelefinancieringskosten die hiermee gepaard gaan, inherent zijn aan hethanteren van een voorschotstelsel. Voor gevallen waarin de definitievetoeslagbeschikking op zich laat wachten door vertragingen bij het doenvan belastingaangifte, wordt eveneens voorkomen dat twee maal rentewordt gerekend over «hetzelfde» verzuimgedrag. Met deze optie wordt decomplexiteit weggenomen die wordt ervaren bij rente voor zowel deburger als de uitvoering. Deze optie zou inhouden dat burgers niet meergeconfronteerd worden met renteheffing over terugvorderingen,waardoor een deel van bijkomende kosten vervalt. Dit zou echter ookinhouden dat een groep burgers er op achteruit zou gaan, wegens hetvervallen van belastingrente over nabetalingen van Dienst Toeslagen. Debudgettaire effecten van deze beleidsoptie zullen naar verwachtingneutraal zijn, aangezien de te vergoeden rente en de te ontvangennagenoeg gelijk zijn.Dit alternatief maakt een onderscheid tussen belastingplichtigen entoeslaggerechtigden, die mogelijk niet goed uit te leggen is. Bovendienvalt in deze optie rente als prikkel weg om tijdig en juist gegevens aan televeren ter vaststelling van de definitieve toeslagbeschikking. Hetdemissionaire kabinet acht het daarom redelijk om rente wel te behouden,en tegelijkertijd in te blijven zetten op het terugdringen van terugvorde-ringen.Mocht zich bij verdere uitwerking van (één van) bovenstaande opties tocheen budgettaire opgave voordoen, dan zal dit in overleg met de toeslag-departementen op de betreffende begroting moeten worden ingepast. Debudgettaire consequenties van de opties staan los van het effect opindividueel niveau. Ook bij budgettair neutrale opties kunnen mensenerop voor- of achteruit gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 2028 IV. Beleidsopties met betrekking tot de invorderingsrente Binnen verschillende (Rijksbrede) trajecten wordt meer fundamenteelgekeken naar het invorderingsbeleid van de overheid, waaronder (het aldan niet heffen van) invorderingsrente. Ook bevat het wetsvoorstelVersterking waarborgfunctie Awb voorstellen met betrekking tot invorde-ringsrente. Mede gezien deze trajecten zijn in deze herijking van de BIRvooral opties verkend voor het rentepercentage van de invorderingsrente.De eerste beleidsoptie ziet op het aansluiten bij de rente op staatsobli-gaties. De invorderingsrente sluit in dat geval aan op de financierings-kosten van de staat.De tweede beleidsoptie ziet op het aansluiten bij het percentage dat zalworden gehanteerd bij de belastingrente voor belastingen. In deze optiewordt het rentepercentage gekoppeld aan de ECB-depositorente,waarmee wordt beoogd om de rente op vorderingen van de staat terefereren aan de marktrente. Mogelijk wordt hierdoor betaalgedraggestimuleerd, onder andere als het gaat om ondernemers. Ook leidt dezeoptie tot eenduidigheid in rentepercentages. De optie kan echter ookleiden tot hoge rentepercentages voor een kwetsbare groep die reeds metgeldzorgen te maken heeft.Deze twee beleidsopties met betrekking tot de referentie voor de hoogtevan het rentepercentage kunnen leiden tot een budgettaire derving.Hiervoor geldt – net als bij het scenario dat is beschreven voor debelastingrente voor belastingen – dat in dit stadium nog geen dekkings-opties zijn bekeken.Indien ervoor wordt gekozen om de invorderingsrente te koppelen aan destaatsrente, behoeft deze beleidsoptie nadere invulling, voordat debudgettaire impact geraamd kan worden. De hoogte van de rente die danzou gaan gelden is namelijk afhankelijk van veel variabelen, zoals delooptijd waarbij wordt aangesloten.De budgettaire impact van de tweede beleidsoptie is afhankelijk van degekozen beleidsoptie voor de belastingrente belastingen. Als wordtaangesloten bij beleidsoptie 1 of 2 (resulteert in hetzelfde invorderingsren-tepercentage), dan is de budgettaire derving voor invordering vanbelastingen naar schatting € 30 miljoen structureel.V. Fluctuaties en uitvoeringstoets FluctuatiesIn alle opties waarin rente wordt gerekend, kan overwogen worden omeen bandbreedte te hanteren waarbinnen de rente kan fluctueren, indienbijzondere (markt)omstandigheden zouden leiden tot onevenwichtigeuitkomsten. Ook kan er overwogen worden om percentages met eenmaximum aantal procentpunten te laten stijgen of dalen, om extremestijgingen of dalingen te voorkomen.UitvoeringstoetsDe uitvoerbaarheid van de in deze brief geschetste scenario’s staat nietvast; er is geen uitvoeringstoets gedaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 2029 VI. Slotopmerkingen Belasting- en invorderingsrente heeft impact op zowel burgers, bedrijvenals op de uitvoering. Het demissionaire kabinet acht een uitlegbare enbegrijpelijke rentesystematiek daarom van groot belang. Deze briefschetst potentiële richtingen daarvoor. Het is aan een volgend kabinet om– in samenspraak met de politiek en samenleving – hier definitieve keuzesover te maken.De Staatssecretaris van Financiën,M.L.A. van RijDe Staatssecretaris van Financiën,A. de VriesTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 140, nr. 20210

Versie eaf3c3b4754268a93166e4fec535daa18414cd8e8a0bbfc2954c67cb1562ea98 · Officiële bron.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.