KamerkringInloggen
Kamerbrief

Benchmark Kerncentrale Borssele

19 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 387694318742276d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 645KernenergieNr. 157 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 mei 2025AanleidingDe Kamer heeft op 27 maart 2024 (Kamerstuk 32 645, nr. 125) het derderapport van de Borssele benchmarkcommissie ontvangen. In dit rapport isbekeken of de kerncentrale Borssele tot de 25% veiligste watergekoelde enwatergemodereerde centrales in de Europese Unie, de Verenigde Statenvan Amerika en Canada behoort. Net als in de twee voorgaande rapportenvan de benchmarkcommissie wordt geconcludeerd dat de kerncentraleBorssele voldoet aan deze benchmark. In de brief van 27 maart isaangekondigd dat het Rijk (de Minister van Klimaat en Groene Groei,KGG, en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, IenW) zichsamen met de andere convenantspartijen (vergunninghouderElektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid-Nederland, EPZ, en haaraandeelhouders) zou beraden over de toekomst van de benchmark. Metdeze brief informeer ik u hierover mede namens de Minister van KGG.Systematiek nucleaire veiligheidIn 2006 is besloten de bedrijfsduur van de kerncentrale te verlengen tot2033. Daarbij zijn diverse afspraken gemaakt tussen het Rijk, de vergun-ninghouder en de aandeelhouders die zijn vastgelegd in het ConvenantKerncentrale Borssele. Eén van afspraken was de instelling van eenbenchmarkcommissie die elke vijf jaar een rapport opstelt waarin wordtbeoordeeld of de kerncentrale tot de 25% veiligste watergekoelde enwatergemodereerde centrales in de Europese Unie, de Verenigde Statenvan Amerika en Canada behoort. Daarmee zou het veiligheidsniveau vande kerncentrale worden vergeleken met modernere kerncentrales. Debenchmarkcommissie heeft hiervoor een systematiek ontwikkeld dieuitsluitend in Nederland wordt gebruikt. Inmiddels heeft de commissiedrie rapporten opgesteld (in 2013, 2018 en 2023). kst-32645-157ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1571 Alle betrokken partijen hebben geconstateerd dat sinds de instelling vande commissie er nationaal en internationaal veel ontwikkelingen zijngeweest op het gebied van nucleaire veiligheid. Er zijn meerdere nationaleen internationale mechanismen ontwikkeld die het waarborgen van deveiligheid aanzienlijk hebben aangevuld en versterkt en daarmeezorgvuldig de veiligheid van de kerncentrale toetsen. Nationaal is in 2015de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) alsonafhankelijke toezichthouder opgericht. Zij controleert voortdurend metinspecties op locatie, administratieve controles en beoordelingen of dekerncentrale veilig is.In het regelgevende kader is daarnaast het principe van continueverbetering opgenomen, wat betekent dat de kerncentrale Borssele denucleaire veiligheid continu moet blijven verbeteren. Dit kan bijvoorbeeldzijn naar aanleiding van informatie verkregen bij andere kerninstallaties inbinnen- en buitenland. Een belangrijk instrument om de veiligheid continute blijven verbeteren is de tienjaarlijkse veiligheidsevaluatie. EPZ isverplicht om elke tien jaar deze evaluatie uit te voeren, waarbij EPZ deinstallatie toetst aan de stand der techniek en nieuwe verbeteringen methet oog op de veiligheid worden geïdentificeerd. Uit deze evaluatie komenmogelijk verbetermaatregelen naar voren. De ANVS beoordeelt hetevaluatierapport en de implementatie van verbetermaatregelen.Op Europees niveau1 is een communautair kader ingesteld voor denucleaire veiligheid van kerninstallaties. Dit is geïmplementeerd in deRegeling nucleaire veiligheid kerninstallaties. Verder zijn er meerdereinternationale peer review missies en audits ontwikkeld, zowel vanuit deEU, het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) als vanuit denucleaire industrie (WANO). Deze missies richten zich onder meer op denucleaire en operationele veiligheid, en zijn tevens bedoeld om interna-tionale kennis, ervaring en «best practices» uit te wisselen. Ook dit soortmissies kunnen leiden tot verbetermaatregelen.De benchmarkcommissie heeft aangegeven dat de veiligheid van dekerncentrale wordt bepaald door wet- en regelgeving waarop de ANVStoeziet en de versterkte internationale systematiek. De 25% norm isvolgens de benchmarkcommissie mogelijk een versterkte motivatiegeweest voor EPZ om de veiligheid te verbeteren, maar dat is lastig vastte stellen. De commissie heeft zelf geen mening over het afschaffen ofcontinueren van de benchmark.ConclusieDe benchmark en de 25% norm is geen internationaal erkend instrumenten velt geen oordeel over de feitelijke veiligheid van de kerncentrale. Derapportage wordt ook niet door de ANVS gehanteerd als instrument bijhaar toezicht op EPZ. Op basis van deze constateringen hebben allebetrokken partijen, namelijk IenW, KGG, EPZ en haar aandeelhouders deZeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH) en energiebedrijf RWE,geconcludeerd dat het in stand houden van de benchmark geenmeerwaarde meer biedt boven op de versterkte systematiek van nucleaireveiligheid die bestaat uit het toezicht van de ANVS en de aanvullendeinternationale peer reviews en audits. Daarom is besloten met debenchmark te stoppen. De derde rapportage van de benchmarkcommissiewas daarmee de laatste. Er zal nog bekeken worden op welke manier hetbestaande convenant aangepast moet worden.1Richtlijn 2009/71/Euratom, als gewijzigd door richtlijn 2014/87/EuratomTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1572 Het afschaffen van de benchmark betekent niet dat de kerncentrale minderveilig wordt. Het heeft geen gevolgen voor de strikte veiligheidsvereistenwaar de kerncentrale aan moet voldoen. Er zal onverminderd scherp naarde veiligheid van de kerncentrale gekeken blijven worden. Naast hetvoortdurende toezicht van de ANVS behoudt de kerncentrale natuurlijkhaar verplichting tot het uitvoeren van de 10-jaarlijkse periodiekeveiligheidsevaluatie. Recent heeft EPZ deze evaluatie uitgevoerd2 en eenverbeterplan met maatregelen om de veiligheid verder te verhogenvastgesteld. Verder zal ook bij een eventuele bedrijfsduur na 2033 in hetvergunningentraject door EPZ moeten worden aangetoond dat deveiligheid gewaarborgd blijft en dat deze continu verbeterd wordt.Ook zullen op verzoek van de overheid regelmatig IAEA missies bij dekerncentrale worden uitgevoerd. Deze missies zijn een voorbeeld van deinternationale peer reviews die eerder in deze brief zijn genoemd. In ditsoort missies geeft een team van experts, georganiseerd vanuit het IAEA,aanbevelingen en suggesties met als doel de veilige bedrijfsvoering vande installatie verder te verhogen. Deze missies zijn vaak opgedeeld in eenpre-, hoofd- en follow-up missie. Zo heeft in 2023 een missie plaatsge-vonden naar de operationele veiligheid van de installatie (OSART-missie).In 2025 wordt hier een follow-up missie voor verwacht. In een follow upmissie wordt vastgesteld in hoeverre de aanbevelingen en suggestiesvoldoende zijn ingevuld en de veiligheid is verbeterd. Verder heeft innovember 2024 de start van de zogeheten SALTO missie (een missiegericht op bedrijfsduurverlenging; «Safety Aspects of Long TermOperation») plaatsgevonden. De hoofdmissie zal in een later stadiumworden uitgevoerd.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. Jansen2https://www.epz.nl/app/uploads/2025/04/EPZ-10EVA23-Afronding.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1573

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4d9f1857f9a4dc1f

14 okt 2026 · f2407583e7280453

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.