Beleidsbrief Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Brontekst
Versie 2705f1588ffcbef1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2026Nr. 191 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJNEN SPORT EN VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 april 2026In het coalitieakkoord hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afsprakengemaakt over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruitte krijgen. Beleidsbrieven zoals deze zijn daar een nadere uitwerking vanop specifieke beleidsonderwerpen. Dat laat onverlet dat de opgaven waardit kabinet voor staat vragen om één overheid die duidelijk kiest,samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werkenkunnen we resultaten boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzetvan de volledige Rijksdienst, de medeoverheden en de publieke dienstver-leners keihard bij nodig. Hierbij hecht dit kabinet veel waarde aan desamenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden enmaatschappelijke organisaties.Een goede gezondheid is van onschatbare waarde. Het maakt onsweerbaar, gelukkig en zorgt dat het makkelijker is om kansen te zien, tegrijpen en mee te doen. Maar een goede gezondheid is niet iedereengegeven. Soms omdat het mensen al vanaf geboorte tegenzit, somsomdat je ziek wordt. Dan is er zorg, als het nodig is. Dag-in-dag-uit staaner 1,4 miljoen professionals klaar om ons te stutten op onze kwetsbaarstemomenten. Dat is een groot goed en iets om zuinig op te zijn, zeker meteen bevolking die steeds ouder wordt.Gezondheid en zorg vragen beide continu onze aandacht. Het kabinet wilmeters maken op de opgaven die ons verbinden: we werken aan degezondste generatie ooit, we brengen de beweging van zorg naargezondheid in de praktijk en we organiseren het zo dat zorgverleners zichkunnen richten op de zorg die past bij wat mensen echt nodig hebben. Zomaken we Nederland gezonder, houden we de zorg goed en blijft de zorgtoegankelijk voor iedereen die het nodig heeft. Dat doen we in samen-werking met de mensen die iedere dag werken aan gezondheid en aan kst-36800-XVI-191ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1911 deskundige en liefdevolle zorg en ondersteuning. En in open enconstructief overleg met de Kamer.Nederland heeft veel om trots op te zijn: de zorg is hier goed en toegan-kelijk. Elke dag weer mogen we rekenen op al die deskundigemedewerkers in zorg en welzijn, net zoals op mantelzorgers en vrijwil-ligers. Zij staan klaar om mensen van zorg en ondersteuning te voorzien.De houdbaarheid en toegankelijkheid van de zorg staat echter onder druk.Er zijn simpelweg niet genoeg zorgprofessionals om in alle zorg enondersteuning te voorzien waar om gevraagd wordt. In 2035 wordt eentekort geraamd van bijna 301 duizend personen. En de zorguitgavenbedragen een steeds groter deel van het bruto binnenlands product (bbp).In 2025 bedroegen de zorguitgaven bijna 11% van het bbp. Uit een ramingvan het Centraal Planbureau komt de verwachting dat de zorguitgavenverder zullen stijgen naar ongeveer 17% van het bbp in 2060.1En niet alle zorg is passende zorg: soms is zorg niet het passendeantwoord op de hulpvraag, soms heeft behandelen geen meerwaarde. Ditvraagt om het maken van keuzes. Keuzes die van iedereen een bijdragevragen. Niemand heeft er baat bij dat de wachtlijsten blijven groeien,mensen in een kwetsbare positie allerminst. Samen met zorg- enwelzijnspartijen en maatschappelijke partners werken we daarom aanstructurele oplossingen. Oplossingen die werken voor diegenen diewachten op zorg en ook voor zorgverleners met een te hoge werkdruk. Dekansen liggen er. Als je met medewerkers in zorg en welzijn in gesprekgaat hoor je dat er veel goede voorbeelden zijn om de zorg beter, minderarbeidsintensief en minder duur te maken. We werken al nauw samen metde zorgpartijen aan de hand van de afgesloten akkoorden. We hebbendoorbraken nodig om de goede voorbeelden de standaard te maken.Kortom. Het liefst voorkomen we dat je ziek wordt. Door in te zetten opgezondheid. Maar als het onverhoopt toch gebeurt, dan moet de zorg dieje nodig hebt er zijn. En het kan zijn dat je sowieso zorg en ondersteuningnodig hebt, omdat je chronisch ziek bent of een beperking hebt. Die zorgen ondersteuning regelen we goed. Toegankelijk, betaalbaar en van hogekwaliteit. Voor iedereen. Dus zijn we ook kritisch en zullen we keuzesmoeten maken. Dat doen we aan de hand van de volgende vier richting-gevende principes.De gezondste generatie ooitGezond opgroeien is de beste basis voor een gezond leven. Dat begint alvoor de zwangerschap. Daarom investeren we in preventie en welzijn enzorgen we voor toegankelijke sport- en beweegmogelijkheden envoldoende buitenspeelplekken. We maken ongezonde keuzes onaantrek-kelijker en een deel van de opbrengst van deze maatregelen zetten we inom de gezondheid juist te verbeteren. Gezond opgroeien gaathand-in-hand met het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Diepassen niet bij onze samenleving. Met wat we allemaal kunnen en weten,kunnen we ook echt iets aan die gezondheidsverschillen doen.Van zorg naar gezondheidOnze inzet op gezondheid en welzijn is breder. Gezondheid en welzijnbeginnen namelijk niet in het ziekenhuis, maar in het dagelijks leven:thuis, op school, op het werk en in de buurt. Mensen willen zelfstandigmee kunnen doen in het leven, ook met een ziekte of beperking. Dat geldtvoor jongeren die zich in een veilige omgeving moeten kunnen ontwik-1Centraal Planbureau, De Nederlandse overheidsschuld op lange termijn, juli 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1912 kelen, net zo zeer als voor ouderen die zo lang mogelijk willen meedraaienen bijdragen aan de samenleving. Zij zijn onmisbaar als (groot)ouder ofmantelzorger of als actieve buur of burger. Sommige mensen moetendaarvoor grote obstakels overwinnen. Problemen met het vinden vanwerk of genoeg inkomen, een passend huis, verslaving en onveiligheidkunnen een obstakel zijn en een oorzaak van lichamelijke en mentaleklachten. Daarom zetten we in op een samenhangende aanpak van socialeproblemen. We zetten in op een gezonde leefomgeving, een stevigesociale basis en om mensen eerder en beter te helpen. Zo kunnen mensenlanger gezond en in hun eigen omgeving blijven. En kan afhankelijkheidvan zwaardere zorg worden voorkomen.Passende zorg en ondersteuningIedereen moet kunnen rekenen op de zorg die hij of zij nodig heeft, nu enin de toekomst. Dat bereiken we door passende zorg en ondersteuning denorm maken. Dat betekent dat zorg en ondersteuning beter aansluiten bijwat mensen echt nodig hebben voor de kwaliteit van leven. Dat vraagt omeen andere manier van kijken en werken. Want als we minder vanzelf-sprekend behandelen of zorgtaken overnemen bij beginnende kwets-baarheid, als we de kracht van eigen regie, zelfredzaamheid en zorgzamenetwerken beter benutten, als we problemen minder snel medicaliseren,als we het met elkaar zo organiseren dat passende zorg de norm is, danleveren we betere zorg en ondersteuning en houden we zorg toegankelijkvoor wie die echt nodig heeft. Dat vraagt ook iets van zorggebruikers zelfen zijn of haar omgeving. We willen dat zij op basis van goede informatiebeter zelf kunnen bepalen en mee kunnen beslissen over de zorg die hij ofzij wel of juist niet (meer) nodig heeft.Solidair zorgstelselOns zorgstelsel is gebaseerd op solidariteit tussen mensen die gezond zijnen mensen die geconfronteerd worden met aandoeningen of beper-kingen. Met die solidariteit zorgen we ervoor dat kosten geen obstakel zijnvoor de toegang tot zorg. Dat is een groot goed. Om dat te behoudenneemt het kabinet maatregelen die ertoe leiden dat de zorg toegankelijkblijft, maar ook dat de zorguitgaven minder hard stijgen. Zo zorgen weervoor dat gezonde mensen ook in de toekomst solidair willen blijven metmensen die zorg nodig hebben. Bij de uitwerking van de maatregelenhebben we oog voor mensen in een kwetsbare positie.WeerbaarheidDeze beleidsinzet vindt plaats tegen de achtergrond van ingrijpendegeopolitieke ontwikkelingen. Die zijn van invloed op onze weerbaarheid,veiligheid en internationale afhankelijkheden. Dit vraagt om strategische,internationale inzet, om onze belangen voor bijvoorbeeld de beschik-baarheid van medische producten, de veiligheid van onze gezond-heidsdata, het voorkomen en tegengaan van grensoverschrijdendegezondheidsbedreigingen, of de gevolgen van internationale conflicten, tebeschermen. Hiertoe zetten we met een focus op weerbaarheid en hetverminderen van die afhankelijkheden, in op effectieve Europese,mondiale en bilaterale samenwerking en de uitrol van de rijksbredemondiale gezondheidsstrategie. Belangrijke voorbeelden van onze inzet,welke deels ook later in deze brief nader worden uitgewerkt, zijn deEuropese Verordening voor kritieke geneesmiddelen, gericht opversterking van de leveringszekerheid van geneesmiddelen in Europa; eenverdiepte samenwerking met landen zoals India, die gelden als belangrijkeleveranciers van generieke geneesmiddelen; versterkte samenwerkingbinnen de Europese Unie gericht op de voorbereiding op en aanpak van,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1913 gezondheidsdreigingen (HERA); investeringen in belangrijke interna-tionale organisaties gericht op de ontwikkeling en beschikbaarheid vanvaccins (zoals CEPI) en versterkte samenwerking gericht op de beschik-baarheid en het verantwoord gebruik van antimicrobiële middelen (zoalsGardP en het MPTF).1 Investeren in de gezondste generatie ooit Om te komen tot de gezondste generatie investeren we in preventie enwelzijn. In het preventiebeleid staat gezondheid voorop. Kinderen moetenin Nederland de kans krijgen gezond op te groeien. En ook volwassenenmoeten fysiek en mentaal gezond kunnen leven.Gezondheid is meer dan alleen niet ziek zijn en gaat naast fysiekegezondheid ook om mentale veerkracht. Hoe gezond iemand is, hangtnaast medische omstandigheden ook af van de leefomgeving, socialerelaties, werk, inkomen en leefstijl. De context waarin iemand leeft is dusessentieel. Preventie speelt hierin een belangrijke rol.1.1 Een sterke basis voor de jeugd en mentale gezondheid Het kabinet wil een gezonde leefstijl voor iedereen dichterbij brengen. Hetkabinet zet daarvoor in op gezondheid en preventie door een samenhan-gende inzet van verschillende middelen. Mensen worden geholpen meteen gezonde leefstijl, door ondersteunende programma’s en goedevoorlichting. Daarnaast is het ook nodig om duidelijke normen te stellenvia afspraken en regelgeving die ook gehandhaafd wordt. Deze combi-natie van informeren, stimuleren en normeren versterkt elkaar en zorgtvoor meer impact. Daarbij is het belangrijk om al op jonge leeftijd tebeginnen – jong geleerd is immers oud gedaan. Het kabinet zorgt er ookvoor dat gezonde keuzes via een wijkgerichte aanpak ook kwetsbaregroepen bereikt. Deze inzet is er op gericht om gezondheidsachterstandendoor sociaal economische verschillen te verkleinen.Het kabinet wil dat alle kinderen een gezonde, kansrijke start kunnenmaken. Daarvoor is het belangrijk dat gezinnen in een kwetsbare situatiesnel worden herkend en kinderen en jongeren zorg en ondersteuningkrijgen die ze nodig hebben. Het kabinet verbreedt en versterkt daarvoorde Kansrijke start aanpak. Een goede gezondheid begint zelfs al voor dezwangerschap. Het kabinet investeert in gezonde voeding met gratisschoolfruit voor kinderen in het primair en voortgezet onderwijs. En komtmet een wetsvoorstel om de regulering van marketing van ongezondeproducten gericht op kinderen aan te scherpen. Een slimme suikerbe-lasting moet de ongezonde keuze onaantrekkelijker maken door dezeduurder te maken.Het kabinet wil de jeugd beschermen tegen de gevaren van middelenge-bruik. Het kabinet zet het actieplan tegen vapen en de inzet voor eenrookvrije generatie daarom door. Want kinderen horen niet aan vapes enandere nicotinehoudende producten te kunnen komen via reguliere, enook niet via niet-reguliere kanalen. De minimale leeftijd voor de aanschafvan nicotine houdende producten verhogen we van 18 naar 21 jaar.Daarnaast zet het kabinet in op strenge handhaving met hogere boetes enmet meer bevoegdheden voor de NVWA. Zo wordt het in voorraadhouden van illegale vapes strafbaar. Daarnaast zet het kabinet in oppreventie van drugsgebruik om het gebruik van harddrugs te denormali-seren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1914 Het kabinet beoogt de inzet op gezondheid en preventie mindervrijblijvend te maken. Daarom verkennen we de wettelijke verankeringvan gezondheidstaken voor gemeenten, bijvoorbeeld voor de inzet opkansrijke start, valpreventie en seksuele gezondheid. Ook wordt geregelddat gemeenten, in omgevingen waar veel kinderen en jongeren komen,maatregelen kunnen nemen om hen te helpen gezond te kiezen.Het kabinet wil dat kinderen in Nederland gezond, veilig en veerkrachtigopgroeien. In sommige gevallen gaat dat niet zonder extra ondersteuning.Als er ondersteuning nodig is dan zijn kinderen in veel gevallen het meestgebaat bij hulp uit de eigen omgeving van het gezin. Maar als problemenverergeren dan moet professionele hulp beschikbaar zijn om hierin teondersteunen. Het stelsel staat op dit moment onder grote druk: 1 op de 7jeugdigen ontvangt nu een vorm van jeugdhulp, er zijn lange wachttijdenen zeker voor de meest kwetsbaren is niet altijd passende hulpbeschikbaar. Om ervoor te zorgen dat alle kinderen de hulp kunnen krijgendie zij nodig hebben zijn grote veranderingen onontkoombaar. Dit gaanwe doen in samenwerking met alle partijen in de jeugdhulp. De (finan-ciële) afspraken in de Hervormingsagenda zijn daarbij leidend. Tevens zethet kabinet vol in op het programma Toekomst kind- en gezinsbe-scherming waarbij we met alle partners in het lokaal en veiligheidsdomeinde zorg voor de meest kwetsbaren beter organiseren.Het roer moet om. De jeugdhulp moet kwalitatief beter, effectiever enbeter toegankelijk zijn én de uitgaven moeten beter beheersbaar worden.Lang niet altijd is jeugdzorg de goede oplossing. Kinderen zijn gebaat bijde hulp van mensen die dicht bij ze staan: thuis, op school, bij eenvereniging of in de buurt. Het kabinet zet daarom in op een brede aanpak,voor een andere manier van werken en organiseren. We zetten in op meercollectieve interventies in plaats van individuele maatwerktrajecten daarwaar dit passend is. We versterken de sociale basis om het gezin heen enzetten in op stevige lokale teams die laagdrempelig hulp bieden en breedkijken. Het wetstraject Reikwijdte waarmee we de beweging naar stevigelokale teams borgen en nadere keuzes maken in de afbakening, toeleidingen de inzet op (bewezen) effectieve zorg wordt dit jaar verder gebracht.Als specialistische jeugdhulp nodig is, dan streven we naar liefdevollezorg, passend bij hun zorgvraag, in een zo thuis mogelijke omgeving. Indat kader werken we toe naar zo min mogelijk uithuisplaatsingen engesloten plaatsingen in 2030. Onderdeel hiervan is te werken aanalternatieven voor de gesloten jeugdhulp en daar waar geslotenjeugdhulp nodig blijft, dit te transformeren naar kleinschalige zorg.Samen met jongeren, oud-cliënten, aanbieders van gesloten jeugdzorg ende VNG bespreken we hoe we erkenning kunnen geven voor het leed datzij hebben ervaren in de gesloten jeugdhulp en werken we uit hoe we henkunnen ondersteunen in de verwerking daarvan.We willen meer handvatten creëren om de schaarste van mensen enmiddelen in de jeugdzorg in goede banen te leiden. Het kabinet werktdaarvoor parallel de keuzes uit die nodig zijn om het individuele jeugd-hulpgebruik beter beheersbaar te maken. We willen een significantevermindering van administratieve lasten, maar ook een verbetering vande datakwaliteit zodat, conform advies Van Ark, we ook op basis vangefundeerde en vergelijkbare data beter kunnen sturen. Daarom gaan wedoor met het standaardiseren van (hoog) specialistische jeugdhulp. Het isbelangrijk dat de versterking van de regionale samenwerking en hettoezicht op het jeugdstelsel voortvarend worden opgepakt. Daaromwerken we met prioriteit aan de implementatie van de wet Verbeteringbeschikbaarheid zorg voor jeugdigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1915 Hierbij zet het kabinet ook nadrukkelijk in op mentale gezondheid. Steedsmeer mensen ervaren mentale klachten en doen een beroep op degeestelijke gezondheidszorg (ggz). Niet iedereen vindt daarbij tijdigpassende hulp. Dat geldt vooral voor mensen met complexere problemen.Ambitie is om de mentale veerkracht van mensen in Nederland teversterken. Daarbij richt het kabinet o.a. op plekken waar mensen wonen,werken en leven en waar sociale steun kan plaatsvinden. Voor mensen diedat nodig hebben, moet hulp en zorg beschikbaar zijn. Hulp hoeft nietaltijd zorg te zijn. In de beleidsreactie op het IBO Mentale gezondheid enggz zal het kabinet ingaan op de aanvullende beleidsinzet om bij te dragenaan een mentaal gezonde samenleving. Het kabinet werkt in eeninterdepartementaal programma samen met lokale en regionale partijenaan een effectieve aanpak voor mensen met verward en onbegrepengedrag.1.2 Sport en bewegen voor iedereen Met het oog op «de gezondste generatie ooit» wil het kabinet sport enbewegen in het dagelijks leven stimuleren, voor mensen met en zonderhandicap. Het draagt bij aan onze fysieke en mentale gezondheid, creëertsaamhorigheid en biedt kansen voor persoonlijke ontwikkeling. Ditbetekent toegankelijke sport en beweegmogelijkheden, dichtbij, goed enslim georganiseerd. De sportverenigingen en vooral de vrijwilligers dieweek-in-week-uit klaarstaan om die verenigingen te laten draaien, zijndaarbij van onschatbare waarde. Daarom werken we aan het fundamentvoor sport en bewegen samen met gemeenten en partijen die zich elkedag inzetten voor een solide en toekomstbestendige sport en beweeg-sector. Daarnaast investeren we in lokale structuren, ruimte, accommo-daties en speelplekken om aan te sluiten bij wat mensen in het dagelijksleven kan helpen meer te sporten en bewegen.Komende periode werken wij uiteraard ook door aan de wet IntegereSport Nederland. Daarnaast verkennen we de inhoud van een sport enbeweegwet, zoals toegezegd aan de Tweede Kamer.1.3 Laagdrempelige medische preventie Met medische preventie zorgt het kabinet ervoor dat mensen minder snelziek worden en dat ziekten eerder ontdekt en behandeld kunnen worden.Het is aan mensen zelf om daar wel of niet gebruik van te maken. Eenoptimaal gebruik van het aanbod zorgt voor een gezondere samenlevingen een lagere druk op de zorg. Daarom willen we dit zo laagdrempelig entoegankelijk mogelijk maken. Met een wijkgerichte aanpak zetten we in ophet verhogen van de vaccinatiegraad en van de deelname aan bevolkings-onderzoeken. Dit bouwt voort op de eerste, positieve resultaten diehiermee in de vier grote steden zijn geboekt.1.4 Voorbereid op crises en gezondheidsbedreigingen Het kabinet versterkt de publieke en curatieve gezondheidszorg vanwegede actuele dreigingen in de wereld en gegeven de lessen uit het verleden.De inzet op gezondheid zorgt er voor dat we als samenleving beterbestand zijn tegen conflicten en gezondheidsdreigingen als eenpandemie. Dat is gezien de mondiale en geopolitieke ontwikkelingenessentieel. In dat licht heeft de Kamer tijdens de VWS-begrotings-behandeling – en al eerder via onder andere de motie Bikker c.s. –aandacht gevraagd voor het op orde brengen van de (pandemische)paraatheid (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 95). Het kabinet begrijpt de zorgenhierover en heeft middelen beschikbaar gemaakt om de versterking vande publieke en curatieve gezondheidszorg, die is ingezet naar aanleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1916 van de lessen uit de coronacrisis, voort te zetten. Daarmee kunnen we debelangrijkste onderdelen van de basisnoodzorg in Nederland paraathouden en verder versterken. Denk daarbij aan de infectieziektebestrijdingdoor het RIVM en de GGD-en, de landelijke en regionale coördinatie vanpatiëntenspreiding en het aanleggen van voorraden van medicijnen enmedische hulpmiddelen. Zo zorgen we ervoor dat Nederland beterbestand is tegen crisis en conflict en krijgt de zorg een goede basis omverder op te kunnen schalen mocht het ooit nodig zijn. Dit draagt ook bijaan de strategische autonomie van Nederland. Het kabinet zal de Kamernader informeren over de inzet voor het voorkomen en bestrijden vaninfectieziektenuitbraken. Het blijft onvermijdelijk dat we in tijden vancrises en conflict scherpe keuzes moeten maken met serieuze impact opde toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg. Het kabinet wil hetmogelijk maken dat de Minister in extreme omstandigheden sterkereregie en sturingsmogelijkheden heeft in de zorg, bijvoorbeeld om waarnodig bindende instructies te kunnen geven voor de spreiding vanpatiënten over ziekenhuizen of voor de optimale inzet van schaarsehulpmiddelen. Daarnaast zal het kabinet bij concrete dreiging van crisis enconflict inzetten op de aanleg van strategische voorraden (mensen enmiddelen) die binnen het systeem niet vanzelf tot stand komt.2 Passende zorg, nu en in de toekomst 2.1 Voor de gezondste generatie ooit, met passende zorg als het nodig is Hoe gezond een generatie ook, iedereen kan zorg nodig hebben. Wanneerhet lot jou treft, dan moet de zorg die je krijgt passend zijn. Geenbehandeling omdat het kan, maar zorg omdat die je kwaliteit van levengeeft. En die zorg moet ook beschikbaar zijn. Gelukkig is de zorg inNederland over het algemeen goed en toegankelijk. Maar het kan beter enwe willen dat goede zorg ook in de toekomst beschikbaar is. Dat kan, alsiedereen zich richt op zorg die past bij wat mensen echt nodig hebben.Dat is zorg die de gezondheid en kwaliteit van leven van de mensvooropstelt. We moeten stoppen met behandelen wanneer behandelenweinig tot niets toevoegt. Soms is zorg niet het juiste antwoord. En datweten we eigenlijk allemaal. De zorg wordt beter als hij echt bij jou past.Bijvoorbeeld als de wijkverpleegkundige je leert hoe je zelf een steunkousaantrekt of je ogen druppelt, in plaats van je dat uit handen te nemen.Bijvoorbeeld door samen met je behandelaar te beslissen wat voor joukwaliteit van leven is in de laatste fase van jouw leven. Of als wat je echtnodig hebt sociale verbinding en ondersteuning is, in plaats van(ggz-)zorg.We zijn blij dat er al een sterke beweging is die passende zorg centraalstelt. De afgelopen jaren hebben alle betrokken partijen (de beroepsbeoe-fenaren zoals artsen, psychologen, verpleegkundigen, verloskundigen enfysiotherapeuten; de zorgaanbieders zoals gezondheidscentra enziekenhuizen; de patiëntenorganisaties; de zorgverzekeraars) samenge-werkt om passende zorg de standaard te maken. Het kabinet gaat daaromsamen met al deze partijen onverkort verder met de uitvoering van dezorgakkoorden.Het kabinet wil de stap zetten naar de volgende fase. We maken passendezorg altijd en overal de norm. We willen de voorlopers en volgers in debeweging naar passende zorg bevestigen in hun doen en laten en wewillen bijsturen waar dat nog niet zover is. Daarvoor gaan we de ruimteverkleinen die er op dit moment is om niet mee te doen in de beweging.We gaan dus de ruimte voor niet-passende zorg verkleinen. Iedereen moeterop kunnen rekenen dat de aangeboden zorg voor haar of hem passendis. We willen kortom dat niet-passende zorg stopt. Daartoe komt hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1917 kabinet een samenhangend pakket aan wet- en regelgeving dat passendezorg altijd en overal de norm maakt.Dit pakket is een samenhangend geheel. We maken voor alle partijenpassende zorg de norm en vragen van iedereen een bijdrage zodat vooriedere burger passende zorg er is als dat nodig is, ook in de toekomst. Weadresseren èn de zorginhoud èn het zorglandschap èn de rol van dezorgverzekeraars én de solidariteit in hoeveel we (mee)betalen aan dezorgkosten (zie hoofdstuk 4). Elke maatregel die wij daarbij zullen nemen,is een noodzakelijk deel van het geheel. Daarbij beseffen we dat het nietper sé makkelijk is, of vanzelf gaat, om te stoppen met dingen die je altijddeed, om anders te werken dan je altijd deed. Of dat het antwoord op eenhulpvraag anders of op een andere plek is dan voorheen. Maar als jehetzelfde blijft doen, dan hou je niet-passende zorg. Terwijl we willen datiedereen toegang heeft tot passende zorg als het nodig is, ook straks. Datis ons doel. Daartoe gaan we normeren wat goede zorg is die past, wateen passend zorglandschap is en hoe we de zekerheid krijgen datpassende zorg er is.2.2 Goede zorg die past Het kabinet wil dat beroepsbeoefenaren duidelijk zijn over welke zorgpassend is en welke zorg niet en dat zij alleen nog passende zorgverlenen. Via wet- en regelgeving gaan we strengere eisen stellen aan devoorwaarden, kwaliteit en (snelheid van) totstandkoming van beroeps-richtlijnen en kwaliteitsdocumenten. De beroepsgroepen moeten zelfduidelijke inhoudelijke normen vaststellen wat in welke omstandighedenpassende zorg is en wat niet, aansluitend op het proces en de kaders vanhet Zorginstituut over pakketwaardigheid van zorg. Als er een gelijk-waardig alternatief is dat minder arbeidsintensief of meer kosteneffectiefis, heeft dat voorrang. Bovendien moeten de beroepsgroepen hunberoepsrichtlijnen en kwaliteitsdocumenten regelmatig actualiseren, ensnel implementeren in de praktijk. Het Zorginstituut krijgt een stevigere rolin het toetsen op de verantwoordelijkheid van de beroepsgroepen om tekomen tot goede en actuele beroepsrichtlijnen. De Inspectie Gezond-heidszorg en Jeugd (IGJ) ziet daarbij met haar toezichtscapaciteit toe opde daadwerkelijke implementatie van de richtlijnen en de standaarden inde praktijk.Het kabinet vergoedt geen zorg die geen meerwaarde heeft voor depatiënt. Daartoe is passende zorg ook in de aanspraak de norm. Nietalleen bij de introductie van nieuwe behandelingen, maar ook daarna, inde praktijk. We implementeren passende zorg en de-implementerenniet-passende zorg in de aanspraak sneller. We stellen scherpere eisenaan pakketwaardigheid van zorg en we regelen dat het Zorginstituut,zorgverzekeraars, zorgaanbieders en zorgverleners die eisen daadwer-kelijk kunnen toepassen in hun rol. We laten de beschikbaarheid vanmensen en middelen en kosteneffectiviteit zwaarder wegen. We geven hetZorginstituut een stevigere rol in het toetsen en sturen op pakketwaar-digheid. Net als bij extramurale geneesmiddelen besluit de Ministervoortaan ook bij alle intramurale geneesmiddelen over de pakketwaar-digheid.2.3 Een zorglandschap dat past Het kabinet wil dat zorgaanbieders zich zo in een regio organiseren datinwoners de best passende zorg op de beste plek krijgen wanneer datnodig is. We gaan erop sturen dat zorgaanbieders en zorginkopers, naoverleg met inwoners en patiënten en hun inbreng meewegend, in elkeregio keuzes maken waar welke zorg verleend wordt en waar welke zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1918 niet verleend wordt omdat dat beter ergens anders kan. Zodat basiszorgdichtbij is, bijvoorbeeld met hechte wijkverbanden die door nauwesamenwerking met het sociaal domein onnodige medicalisering vanhulpvragen voorkomen, en met verloskundige samenwerkingsverbandenvoor goede zorg rond zwangerschap en bevalling. Terwijl specialistischezorg zich concentreert waar dat vanuit kwaliteit en doelmatigheid beter is.Soms betekent dit dat zorg op de ene plek moet worden afgebouwd, zodatdeze op een andere plek beter en duurzamer kan worden ingericht. Diekeuzes zijn nodig zodat het zorglandschap goed aansluit op de vraag naarpassende zorg. Maar die keuzes worden nu niet altijd, of niet voldoendegemaakt – ondanks de afspraken in de zorgakkoorden. Om echtedoorbraken te realiseren is het nodig dat zorgaanbieders daarbijconstructief en gedegen deelnemen aan het opstellen en uitvoeren vanregionale plannen voor een passend zorglandschap. En dat aanbiedersafspraken maken over het gezamenlijk organiseren van zorg waaraan eenpartij zich niet zomaar kan onttrekken, bijvoorbeeld op thema’s als deavond-, nacht- en weekendzorg, de acute zorg en de concentratie vancomplexe zorg.Daarom gaat het kabinet actiever sturen op de organisatie van zorg in deregio:•We verscherpen en verduidelijken de landelijke kaders en minimaleeisen voor zorgaanbieders. Deze eisen zijn helder, toetsbaar en geldenvoor alle zorgaanbieders, ongeacht de regionale context. Denk hierbijaan deelname aan samenwerkingsverbanden en aan cruciale functieszoals de avond-, nacht- en weekend-zorg.•We leggen wettelijk vast dat zorgaanbieders in samenspraak metzorginkopers verplicht zijn om constructief en gedegen deel te nemenaan het opstellen en uitvoeren van regionale plannen voor eenpassend zorglandschap. Wat onder constructieve en gedegendeelname wordt verstaan, werken we uit in procesvoorwaarden.•We zorgen ervoor dat regionale plannen over het zorglandschapdaadwerkelijk richting geven aan alle zorgaanbieders in de regio. Enwe borgen dat die richting niet vrijblijvend is.Voor partijen moet de samenwerking aan passende zorg lonend zijn.Daarom kijken we tegelijkertijd of de bekostiging en andere randvoor-waarden voldoende aansluiten bij wat we van partijen vragen. Waar nodigpassen we deze aan. Zo starten we samen met de NZa met budgetbekos-tiging van de spoedeisende hulp. En gaan we de financiering en organi-satie van de geestelijke gezondheidszorg hervormen, zodat er capaciteit inmenskracht en budget komt voor complexe zorg.2.4 Zekerheid dat passende zorg er is Van zorgverzekeraars verwacht het kabinet dat ze sterker gaan sturen opde beschikbaarheid van passende zorg. Daarvoor gaan we de zorgplichtvan zorgverzekeraars (inclusief hun rol bij transformaties in de regio)verduidelijken, zodat duidelijk is dat die niet alleen ziet op vandaag maarook gaat over de toekomst. De NZa houdt toezicht op de zorgplicht.Zorgverzekeraars moeten zorgaanbieders contracteren – ook aanbiedersvan passende zorg die nu niet gecontracteerd zijn of die met nieuwe,passendere vormen van zorg bijdragen aan de opgave – als de toeganke-lijkheid van passende zorg voor hun verzekerden daarom vraagt.Zorgverzekeraars moeten ook constructief en gedegen optrekken metzorgaanbieders bij transformaties in het zorglandschap, regionaal enlandelijk (zie ook paragraaf 2.3). Voor transformaties in het zorglandschapuit het regioplan is het onwenselijk dat de ene zorgverzekeraar linksaf gaaten de ander rechtsaf. Daarom creëren we de randvoorwaarden om tebevorderen dat zorgverzekeraars bij transformaties gelijkgericht handelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1919 en dat zorgverzekeraars niet zomaar meeliften («free riding») optransformatie-investeringen van andere zorgverzekeraars in de regio.Zorgverzekeraars moeten voldoende instrumenten hebben om tewaarborgen dat zorg passend is. We gaan daartoe regelen dat zorgverze-keraars de juiste instrumenten hebben om niet-passende zorg niet meer tehoeven vergoeden. De huidige vergoedingsverplichting vanniet-gecontracteerde zorg slaat zorgverzekeraars hun belangrijksteinstrument uit handen om erop te sturen dat de zorg voor hun verze-kerden passend is: de contractering. Het mag niet meer zo zijn datzorgaanbieders die passende zorg aanbieden, andere zorgaanbieders geldzien verdienen aan niet-passende zorg. Zorgverzekeraars moeten daaropkunnen sturen via de contractering, om te kunnen waarborgen datpassende zorg nu en in de toekomst toegankelijk is, binnen de in devoorgaande alinea beschreven vereisten. We doen dit door te stoppenmet de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg, waarbij we oog hebbenvoor de Europese patiëntenrichtlijn.Daarnaast regelt het kabinet dat zorgverzekeraars een betere informatie-positie krijgen om scherper onderscheid te maken tussen aanbieders vanpassende zorg en aanbieders die dat niet of minder leveren. Bijvoorbeelddoor zorgverzekeraars de mogelijkheid te geven om bestaande informatieuit zorgdeclaraties van de verzekerden van alle zorgverzekeraars met oogvoor privacy te benutten om aanbieders te identificeren die waarschijnlijkof deels geen passende zorg bieden en met hen in gesprek te gaan. Enbijvoorbeeld door zorgverzekeraars geautomatiseerd inzicht te geven inwachtlijsten, zodat zij beter kunnen contracteren en zodat zij hunverzekerden desgewenst beter kunnen bemiddelen naar aanbieders meteen korte(re) wachtlijst.Noodzakelijke medicijnen en medische technologie moeten ookbeschikbaar zijn. Daarom zorgt het kabinet voor uitbreiding van devoorraden van geneesmiddelen. Ook brengen we in kaart of en hoe weprijs- en vergoedingsinstrumenten van het geneesmiddelenvergoedings-systeem (GVS) en de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp) meer ruimtekunnen geven om mee te bewegen met (geopolitieke) veranderingen inde internationale markt. Het kabinet versterkt de lange termijn beschik-baarheid van genees- en hulpmiddelen. Productieketens die puur«just-in-time» zijn, zijn te kwetsbaar voor verstoringen. De inzet van hetkabinet is om als Europa onze afhankelijkheden te verminderen van derdelanden voor onze geneesmiddelenvoorziening. Dit doen we door deEuropese productie van geneesmiddelen te stimuleren, zoals het opzettenvan strategische projecten en gezamenlijke inkoop. Nationaal hebben weook maatregelen genomen, waaronder een subsidie tbv de productie vanbepaalde geneesmiddelen zodat deze weer in Europa kunnen wordengeproduceerd. Tot slot werken we in Europa samen aan (implementatievan) Europese wetgeving op het gebied van (kritische) geneesmiddelen,biotech, medische hulpmiddelen en in vitro diagnostica, en bevorderenwe dat innovaties die passendere zorg zijn of passende zorg onder-steunen, snel de patiënt bereiken.3 Zelfstandig leven met passende ondersteuning dichtbij Mensen willen regie hebben over hun eigen leven en zelfstandig kunnenmeedoen in de samenleving. Ze doen dat het liefst zo lang mogelijk in huneigen, vertrouwde woon- en leefomgeving, in contact met de mensen diebelangrijk voor hen zijn en in verbinding met zorgzame buurten engemeenschappen. Ze willen activiteiten ondernemen waar ze plezier ofvoldoening aan beleven en willen een bijdrage kunnen leveren aan desamenleving waar ze volwaardig deel van uitmaken. Dit is niet andersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 19110 voor mensen met een fysieke, verstandelijke of psychische beperking.Soms is het beter dat iemand in een beschermde omgeving of op hetterrein van een instelling woont. Ook daar staat verbinding met desamenleving en kwaliteit van leven centraal.De inzet is om mensen zelfredzamer en weerbaarder te houden en zorg-en ondersteuningsvragers eerder en beter te helpen. Dit vraagt een blikbreder dan zorg en welzijn. Bestaanszekerheid of het ontbreken vanpassende huisvesting zorgen voor druk op de inzet van welzijnswerk enzorg. Dat moet anders. Daarom werkt het kabinet aan een samenhan-gende aanpak van sociale problemen.Liefdevolle zorg vindt overal plaats: binnen en buiten zorginstellingen, inbuurten en bij en door mensen thuis, waar zorgzame gemeenschappeneen belangrijke rol spelen. Deze brede basis vormt het vertrekpunt voorpassende zorg en ondersteuning en de beweging van zorg naargezondheid en welzijn. Professionele zorg en ondersteuning vult aan waardat nodig is en zal met name inzetten op zelfredzaamheid en hetversterken van de kracht van een netwerk. Zorg en ondersteuning wordtgeleverd met inzet van juiste hulpmiddelen en passende technologie.Kwaliteit van leven, normalisering en meedoen staan voorop. We makendaarom ruimte om de zorg simpeler en beter te organiseren.3.1 Een sterke sociale basis en ondersteuning dichtbij Het kabinet werkt een brede agenda uit om de houdbaarheid van de Wmote waarborgen. Mede door de dubbele vergrijzing neemt de vraag naarmaatschappelijke ondersteuning de komende jaren toe terwijl personeelsteeds schaarser wordt. De afgelopen jaren is het gebruik van huishoude-lijke hulp sterk toegenomen, vooral door mensen die de hulp zelf kunnenbetalen. Daarom kiest het kabinet ervoor de huishoudelijke hulp niet meerals Wmo-maatwerkvoorziening aan te bieden. We zorgen voor eenvangnet voor de mensen die niet zelf in deze hulp kunnen voorzien. Hetkabinet werkt dit samen met gemeenten en betrokken partijen uit, insamenhang met de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdragein de Wmo. Er is meer nodig voor een houdbare Wmo. Daarom werkt hetkabinet een bredere agenda uit, onder andere gebaseerd op de aanbeve-lingen uit het Houdbaarheidsonderzoek Wmo.Het kabinet wil een samenhangende aanpak van sociale problematiek omde beweging van zorg naar gezondheid en welzijn te versterken. Hetkabinet investeert in zorgzame buurten en wijken en gemeenschaps-vorming. Zo versterken we lokale netwerken waarbinnen mensen elkaarkunnen helpen. Dit biedt zingeving en voorkomt eenzaamheid. Het kabinetzet in op stevige lokale teams die laagdrempelig en dichtbij inwonerskunnen opereren. En op een structurele samenwerking tussen hetmedisch en het sociaal domein. Zo kan zwaardere zorg vaker voorkomenworden. Mantelzorgers zijn onmisbaar voor goede zorg en ondersteuning.Het kabinet komt daarom – conform de motie Struijs c.s. – met een breedplan op welke wijze mantelzorgers ondersteund en gefaciliteerd gaanworden (Kamerstuk 36 848, nr. 96). In dit plan wordt ook het SER-adviesover werk en mantelzorg meegenomen.Vrouwen en meisjes moeten overal veilig kunnen zijn. Dat vergt eendaadkrachtige aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.Hierbij valt te denken aan kindermishandeling, vrouwelijke genitaleverminking en intieme terreur. Het kabinet stelt daarom een nationaalcoördinator aan, voor een nationaal actieplan met een duidelijke,kabinetsbrede inzet, met gemeenten en uitvoeringsorganisaties.Daarnaast wordt door de Ministeries van JenV en VWS in samenwerkingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 19111 met de Ministeries van OCW en SZW gewerkt aan de implementatie vande EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijkgeweld waarvoor een wetsvoorstel in voorbereiding is. In situaties vanacute onveiligheid moet er altijd opvang zijn voor slachtoffers vanhuiselijk geweld. Per 2026 zijn aanvullende middelen beschikbaar voor deuitbreiding van het aantal plekken in de vrouwenopvang.3.2 Langer zelfstandig en volwaardig meedoen Het kabinet wil samenwerken aan wat nodig is om ervoor te zorgen datouderen langer zelfstandig in hun vertrouwde omgeving kunnen blijvenwonen. De voorkeuren van ouderen veranderen en het aanbod van zorgen ondersteuning past zich daar in hoog tempo op aan. Het aanbod richtzich steeds meer op behoud van zelfstandigheid, samenwerking met hetnetwerk en de inzet van (digitale) hulpmiddelen. Ook ontstaan nieuwewoonvormen waar mensen met en zonder zorgvraag elkaar helpen. Aldeze ontwikkelingen samen dragen bij aan kwaliteit van leven vanouderen en zorgen ervoor dat zorgverleners zich kunnen richten op dezorg die past bij wat mensen echt nodig hebben. Zo beperken we dewachtlijsten voor instellingszorg, verminderen we het personeelstekort enremmen we de groei van zorguitgaven. Het kabinet wil daarom met demensen die de zorg organiseren en verlenen bezien wat er nodig is omdeze beweging te versnellen, verbreden en verstevigen. We voeren deafspraken in het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) uit en bouwendaarop voort. We gaan snel in gesprek met de partijen van het HLO om tekijken welke afspraken we moeten toevoegen. We nemen in dezegesprekken ook de verkenningen naar gemeenschapsvorming ingeclusterde woonvormen mee.Het is belangrijk dat mensen met een beperking volop mee kunnen doenin de samenleving. Het kabinet geeft daarom uitvoering aan hetVN-verdrag Handicap. Ook voor nieuw beleid op andere terreinen wordtrekenschap gegeven van het verdrag. Dit doen we onder andere door tewerken aan de nationale strategie voor mensen met een beperking (2024)en de 1ste werkagenda VN-verdrag Handicap 2025–2030.In lijn met het VN-verdrag Handicap wil het kabinet dat er zorg enondersteuning is wanneer nodig voor mensen met een beperking, gerichtop eigen regie en zelfredzaamheid, met passende inzet en van goedekwaliteit. Die ambitie is nog geen realiteit, terwijl het huidige arbeids-markttekort alleen maar toeneemt en steeds meer mensen een beroepdoen op zwaardere zorg. De huidige praktijk is dus niet langer houdbaar.Wij willen dat mensen met een beperking gewoon in de samenlevingkunnen leven, van kinds af aan. Waarbij zo vroeg mogelijk hulpbeschikbaar is voor gezinnen en mensen met een beperking. Zo kunnenwe voor een deel voorkomen dat zorgvragen escaleren of steeds zwaarderworden omdat mensen niet goed worden ondersteund. Dit vraagt wel omechte veranderingen in de organisatie van zorg, en een beweging vanzorg naar gezondheid en welzijn. Gelukkig zien we voorbeelden die latenzien dat dat kán. We gaan met de cliëntenorganisaties, professionals,zorgaanbieders, zorgkantoren en gemeenten in gesprek om eengezamenlijk toekomstperspectief te formuleren en te komen tot bestuur-lijke afspraken om daar naartoe te werken. Daarbij sluiten we aan op debeweging van de overige zorgakkoorden, zonder bij de maatregelen deeigenheid van de sector – zoals het feit dat mensen soms decennia in eeninstelling wonen en dat verwanten van mensen met een beperkinglangdurig een rol blijven spelen – uit het oog te verliezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 19112 3.3 Passende woningen en woonzorgplekken Het kabinet wil dat mensen in een kwetsbare positie met een zorg ofondersteuningsvraag hun leven zoveel mogelijk zelfstandig kunneninrichten vanuit de stevige basis van een passende woning of woonzorg-plekken. Het kabinet gaat door met de bouw van 290.000 woningen voorouderen in de periode tot en met 2030. En bouwt voort op de samen-werking die met veldpartijen landelijk en regionaal is opgezet om meerpassende woningen en woonzorgplekken te realiseren. Het kabinet neemtdeze opgave mee in de Ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw.Ook de opgave uit het Nationale Actieplan dakloosheid maakt hieronderdeel van uit.4 Solidair zorgstelsel Onze zorg is gebouwd op solidariteit. Gezonde mensen betalen mee aande zorgkosten van burgers die ziek zijn of langdurig afhankelijk zijn vanzorg en ondersteuning. Mensen met een hoog inkomen betalen meer danmensen met een laag inkomen, terwijl we onder andere via dezorgtoeslag de zorg betaalbaar houden voor lagere inkomens. Zo hebbenmensen met een lager inkomen de afgelopen jaren meer zorgtoeslagontvangen, zodat de gestegen zorgpremie, vanwege onder andere hetsinds 2016 gelijkblijvende eigen risico, voor hen betaalbaar is gebleven.En we ondersteunen mensen met weinig geld die te maken hebben meteen stapeling van zorgkosten. We betalen veel samen, en als je daadwer-kelijk zorg of ondersteuning gebruikt, hoort daar ook een eigen financiëlebijdrage bij. Zo verhoogt het kabinet het eigen risico, wat ook leidt totlagere zorgpremies, en voert een eigen bijdrage in de jeugdhulp en dewijkverpleging in. Ook de keuze om de huishoudelijke hulp niet meer alsmaatwerkvoorziening aan te bieden maakt daar onderdeel van uit. Zohouden we de zorgkosten beheersbaar en zorgen we ervoor dat gezondemensen ook in de toekomst solidair willen blijven met mensen die zorgnodig hebben.Als je veel zorgkosten moet maken, bijvoorbeeld omdat je chronisch ziekbent of een beperking hebt, en tegelijkertijd een laag inkomen hebt, dankan het totaal aan eigen betalingen te veel gevraagd zijn. In het huidigbeleid is hier op verschillende manieren ondersteuning voor ingericht,zoals de zorgtoeslag en gemeentelijke regelingen zoals de gemeentepo-lissen. Daarnaast heeft en houdt het kabinet oog voor mensen dieondanks deze ondersteuning in de knel blijven komen. Dit krijgt vorm bijde keuzes die nog gemaakt moeten worden over de vormgeving vanverschillende maatregelen uit het coalitieakkoord en binnen het bredereinkomensbeleid. Daarnaast heeft het kabinet een enveloppe van350 miljoen beschikbaar om chronisch zieken tegemoet te komen in hunzorgkosten.5 Medisch-ethische vraagstukken Bij politieke besluitvorming met betrekking tot medisch-ethischedilemma’s gaat voor het kabinet zorgvuldigheid boven snelheid. Hierbijspelen meerdere waarden een rol, zoals autonomie, de beschermwaar-digheid van het leven en de medisch-wetenschappelijke vooruitgang. Hetwegen van deze waarden vergt een zorgvuldig en respectvol debat,waarbij gebruik gemaakt wordt van maatschappelijke dialoog, adviezenvan de Gezondheidsraad, ethische reflecties en (wets)evaluaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 19113 Het kabinet zal een maatschappelijke dialoog houden over het advies vande Gezondheidsraad over de veertiendagengrens in de Embryowet,conform het advies van het Rathenau Instituut. Daarna zal het kabinet meteen kabinetsreactie komen over dit advies.6 Caribisch Nederland Het kabinet zet zich de komende periode in om de voorzieningen voorzorg, voor de jeugd en de ondersteuning in Caribisch Nederland gelijk-waardig te maken met Europees Nederland. In het bijzonder zal net als inEuropees Nederland extra aandacht gegeven worden aan preventie.Hierbij zullen we investeren in een kansrijke start voor kinderen en hetaanbieden van gratis gezonde voeding op scholen. Om de zorg- enwelzijnsvoorzieningen toekomstbestendig te maken, is het noodzakelijkdat ook de randvoorwaarden op orde worden gebracht. Dat gaat onderandere over goede huisvesting van zorginstellingen, onderhoud vanfaciliteiten, en professionalisering van de dienstverlening: klantgericht endigitaal conform de wensen van deze tijd. De komende jaren ligt deprioriteit daarom op het verder verbeteren van de basis en het duurzaamversterken van het stelsel.7 Randvoorwaarden voor een ambitieuze agenda 7.1 Werken in zorg en welzijn De medewerkers in zorg en welzijn vormen de ruggengraat van onsstelsel. In alle sectoren, en dus ook binnen zorg en welzijn is sprake vankrapte op de arbeidsmarkt, en die krapte zal de komende jaren toenemen.Voor de houdbaarheid en toegankelijkheid is het belangrijk dat we ook ophet vlak van arbeidsmarkt en opleiden keuzes maken en het potentieel dater is, zo goed als mogelijk benutten. Met extra aandacht voor waar detekorten het grootst zijn en de beweging van zorg naar gezondheid. Onzestrategie is om toekomstgericht op te leiden. We leiden breed op, zodatmedewerkers flexibel inzetbaar zijn en makkelijker aan de slag kunnen ineen ander domein. En we maken bewuste keuzes in hoe we medewerkersslimmer en op innovatieve wijze kunnen laten werken. Daarnaast hebbenwe oog voor wat nodig is om medewerkers te behouden voor zorg enwelzijn.7.2 Geld voor de zorg, blijft in de zorg Het kabinet wil zorgfraude voorkomen, sneller stoppen en waar nodigbestraffen. De gevolgen van zorgfraude zijn groot en asociaal. Daarom isde aanpak van zorgfraude een prioriteit. Daarbij zetten we onder andere inop strengere toetredingsdrempels tot de zorgsector en een beterescreening van aanbieders. Ook wordt het toezicht versterkt, met meerfysieke controles en uitbreiding van de capaciteit bij toezichthouders enopsporingsinstanties. Dit vraagt om een gezamenlijke inzet van allebetrokken partijen: van branche- en beroepsorganisaties tot zorginkopers,toezichthouders en opsporingsinstanties. Daarnaast willen we normenvoor verantwoord ondernemerschap in de zorg aanscherpen, waaronderhet inperken van de uitwassen van private equity. Ook de eerderbeschreven beleidsinzet om passende zorg altijd en overal de norm telaten zijn, helpen om fraude te voorkomen en tegen te gaan.7.3 Administratieve lasten Administratietijd gaat ten koste van tijd voor de patiënt. Ook verminderenteveel regels autonomie, werkplezier en aantrekkelijkheid van werken inde zorg. Regeldrukvermindering is essentieel voor de toegankelijkheid vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 19114 zorg en dan ook een belangrijk onderdeel van onze inzet. Vanwege decomplexiteit van de zorg werken we in de Regiegroep Aanpak Regeldruksamen met alle betrokken partijen uit de verschillende zorgakkoorden ensectoren naar het gezamenlijke doel dat zorgverleners per 2030 maximaal20% van hun tijd aan administratie besteden. Die norm is in het AZWAomarmd en met concrete maatregelen ondersteund, zoals het opschalenvan doorbraakprojecten en vermindering van regeldruk als gevolg vanmachtigingen, verklaringen en (verschillen tussen) inkoop- en verantwoor-dingseisen. Ook zetten we in op het opschalen van AI, toepassingen zoalsspraakgestuurd rapporteren en versnelling van implementatie vangegevensuitwisseling.Tegelijkertijd vraagt echte regeldrukvermindering verantwoordelijkheidvan ons allemaal, inclusief van onszelf om de regels die deze briefaankondigt zo lastenluw mogelijk vorm te geven. De beweging die wijvoorstaan vergt dat wij meer uitgaan van vertrouwen in zorgprofessi-onals.7.4 Samenwerking met medeoverheden Dit kabinet zet in op een betere samenwerking met medeoverheden, ookop het terrein van zorg, gezondheid, welzijn en zorg. Om de samen-werking met gemeenten verder te stimuleren zullen we ervoor zorgdragendat bij alle nieuwe trajecten die medeoverheden betreffen er een volledigUDO-proces (uitvoerbaarheid decentrale overheid) zal worden doorlopen.7.5 Doorontwikkeling gezondheidsinformatiestelsel Stap voor stap bouwen we aan een gezondheidsinformatiestelsel datzorgverleners tijd teruggeeft, patiënten inzicht geeft en waarbinneninnovatie ruimte krijgt. We pakken daarom de regie om samen met hetzorg- en ICT-veld doelgericht te bouwen aan een toekomstbestendiggezondheidsinformatiestelsel dat werkt voor zorg, welzijn en preventie.Daarbij wordt aansluiting bij de ontwikkelingen in Europa gezocht,waaronder de implementatie van de European Health Data Space (EHDS).Tot slotIn deze brief hebben wij voor de Kamer uiteen gezet hoe wij de opgavenbezien voor de Nederlandse gezondheidszorg en welke oplossingenvolgens ons mogelijk en nodig zijn. Het kabinet gaat graag de samen-werking aan met de Kamer voor de verdere uitwerking. We zoeken bredesteun voor deze opgaven, ook omdat de hervormingen die nodig zijn omde zorg goed en toegankelijk te houden om breed draagvlak vragen.Bijgaande tabel biedt een overzicht van de hierbij behorende wetsvoor-stellen en wanneer we van plan zijn deze bij de Kamer in te dienen. Overde uitwerking van de planning op de verschillende trajecten zullen wij deKamer per onderwerp informeren.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. HermansDe Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 19115
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.