Verslag van een commissiedebat, gehouden op 5 december 2024, over Landbouw- en Visserijraad (december)
Brontekst
Versie 48137656748d0fca · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1692 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 januari 2025 De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuuren de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 5 december 2024overleg gevoerd met de heer Rummenie, Staatssecretaris van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en mevrouw Wiersma, Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, over:–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 25 november 2024 inzake geannoteerdeagenda Landbouw- en Visserijraad 9 en 10 december 2024(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1686);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 25 november 2024 inzake aanpassingwijziging van Nationaal Strategisch Plan voor 2025 naontvangst observatiebrief (Kamerstuk 28 625, nr. 370);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 29 november 2024 inzake SCoPAFF-vergadering gewasbeschermingsmiddelen december 2024(Kamerstuk 27 858, nr. 684);–de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur d.d. 29 november 2024 inzaketerugkoppeling zestiende conferentie van partijenVN-Biodiversiteitsverdrag (Kamerstuk 26 407, nr. 153);–de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 2 december 2024 inzake kwartaalrappor-tage lopende EU-wetgevingshandelingen tweede en derdekwartaal 2024 (Kamerstuk 22 112, nr. 3983). kst-21501-32-1692ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16921 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur,AardemaDe voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van der PlasDe griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur,JansmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16922 Voorzitter: Nijhof-LeeuwGriffier: Van den Brule-HoltjerAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Boomsma, Kostic´,Meulenkamp, Nijhof-Leeuw en Pierik,en de heer Rummenie, Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedsel-zekerheid en Natuur, en mevrouw Wiersma, Minister van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.Aanvang 9.31 uur.De voorzitter:Goedemorgen, dames en heren. Van harte welkom bij het commissie-debat Landbouw- en Visserijraad. Van harte welkom aan de Minister en deStaatssecretaris aan mijn rechterkant, voor u links. En aan mijn linkerkant,voor u rechts, zitten de woordvoerders Landbouw en Visserij. Dewoordvoerders hebben vier minuten spreektijd. Dat was natuurlijk albekend, dus daar hebt u uiteraard uw inbreng op afgestemd. U krijgt vanmij vier interrupties in de eerste termijn en straks bij de beantwoordingvan de Staatssecretaris en de Minister ook vier interrupties.Dan begin ik bij mevrouw Kostic´, die eens een keer verfrissend vooraanzit. Ga uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel, voorzitter. In deze Kamer gaat het nooit over misschien wel demeest mishandelde dieren, de vissen. Vissen kunnen pijn lijden, stresservaren en angst voelen. Daar is de wetenschap heel duidelijk over. Deintrinsieke waarde van vissen is zelfs wettelijk vastgelegd, maar depraktijk is heel anders. Vissen worden diep uit de zee het schip opgetrokken. Door dit drukverschil worden de ogen uit het dier geperst ensoms ook de ingewanden. Het hele dek ligt vol met naar adem happendevissen, die daar langzaam stikken, minuten- en soms urenlang. Miljoenenvissen, roggen, inktvissen, haaien en vele andere dieren. Vervolgensworden ze bij volle bewustzijn onverdoofd opengesneden om deingewanden te verwijderen. Scharen worden van levende krabbenafgerukt en de dieren worden terug in de zee gegooid om daar eenlangzame en pijnlijke dood te sterven. Ik citeer een voormalige Minister:«Er is geen regelgeving met betrekking tot het doden van dieren in devisserij.» Geen regelgeving, dus dat betekent dat je mag doen en latenwat je wil met voelende, levende dieren. Onlangs vroeg ik aan deStaatssecretaris hoeveel vissersschepen de vissen die uit het water zijngerukt langzaam laten stikken op het droge. Daar kon de Staatssecretarisgeen antwoord op geven, want dat houdt het ministerie natuurlijk niet bij.Hoeveel vissersschepen snijden de vissen open terwijl ze bij bewustzijnzijn? Ook dat weet de Staatssecretaris natuurlijk niet. De trieste conclusieis dat voor het ministerie de vissen er niet toe doen. Men weet niets enkijkt weg van dit immense leed.Voorzitter. Ik heb hierover een aantal vragen. Erkent de Staatssecretaris dewetenschappelijke inzichten dat vissen pijn kunnen lijden? Als hij daterkent, wat vindt hij er dan van dat vissen op grote schaal levend wordenopengesneden? En hoe kan het dat hij weigert om als Nederland ookmaar iets voor vissenwelzijn te doen? Andere landen doen wel wat, maarNederland doet niets. Je kan niet erkennen dat vissen ernstig lijden enondertussen jarenlang op Europa wachten in de hoop dat daar ietsgebeurt.Dan over de haven van Velsen-IJmuiden. Deze haven wil Europeeskampioen vishandel zijn. Alles moet daarvoor wijken. Uit onderzoek blijktdat Russische vissersbedrijven die banden hebben met de Russischeoverheid op grote schaal illegaal gevangen vis in Nederland aan walTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16923 brengen. Noorse inspecteurs stellen dat de Nederlandse inspecties datniet aan het licht zullen brengen. De enige twee lidstaten waar dit gebeurt,zijn Nederland en Spanje. Maar terwijl Spanje alle schepen controleert,doet Nederland zelden controles bij deze schepen. Voor schepen uitRusland voldoet Nederland niet eens aan het wettelijk vereiste absoluteminimum aan controles. Nederland spekt dus de oorlogskas van Poetin enkijkt ook hiervan weg. Experts zeggen dat Nederland nationale sanctiesmoet opleggen om deze handelsstroom tegen te gaan. Ik vraag deStaatssecretaris: pak deze illegale Russische visserij aan en stop met hetspekken van de oorlogskas van Poetin. Kan hij toezeggen met het kabinette kijken naar de mogelijke stappen hiervoor en hierop per brief terug tekomen?Ten slotte. Tijdens SCoPAFF-vergaderingen worden besluiten genomenover de toelating van stoffen waarmee we in aanraking komen. Burgerswillen daarbij terughoudendheid van het kabinet zien bij twijfel over degezondheidseffecten. Het Ctgb stelt zelf ook dat het aan de politiek is omhier een keuze in te maken. Waarom is de Kamer er nog niet overgeïnformeerd dat er al een voorstel ligt van de Europese Commissie omde toelating van een van de gevaarlijke stoffen, 8-hydroxyquinoline, teverlengen? Deze stof is als schadelijk geclassificeerd voor de voort-planting en vormt risico’s voor het ongeboren kind. Is de Minister bereidzich aan te sluiten bij Finland, Zweden, Denemarken en Oostenrijk en uitvoorzorg tegen verlenging te stemmen? Kan de Minister toezeggen deKamer om input te vragen voordat er een definitief besluit valt inSCoPAFF?Dank u wel.De voorzitter:Op de kop af ... Nou, op twee, drie seconden na was dat echt een heelgoed begin en een goed voorbeeld voor de volgende woordvoerders.Meneer Pierik, gaat uw gang.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Vier minuten; we gaan het proberen. Allereerst wil ikaandacht vragen voor de vangstmogelijkheden in de Atlantische Oceaanen de Noordzee in 2025. Ik vraag specifiek aandacht voor de Nederlandsetongvisserij en de heronderhandelingen over de vangstquota met hetVerenigd Koninkrijk. Het afgelopen jaar is de tongvisserij zwaar getroffendoor foutieve bestandsschattingen door ICES. Ondanks dat deze fout laterwerd erkend, is deze niet gecorrigeerd. Dat mag niet nog eens gebeuren.Hoe gaat de Staatssecretaris voorkomen dat zoiets nog een keer gebeurt?Kan de Staatssecretaris een tijdpad geven voor de onderhandelingen overde vangstmogelijkheden met derde landen? Wanneer worden dieafgerond en wanneer kunnen we de laatste vangstadviezen verwachten?Kan de Staatssecretaris ook pleiten voor een correcte verdeelsleutel voorde Noordzeeharing? Kan hij ervoor zorgen dat Nederland dezelfdequotavoorwaarden krijgt als de andere EU-landen voor de bijvangst vanhorsmakreel en wijting?Dan de Europese aal. Nederland heeft zich ingezet voor het bevorderenvan de palingstand, maar veel andere Europese landen blijven hierinachter. De Nederlandse palingvissers hebben te maken met eenvaststaande gesloten periode. Dit houdt geen rekening met bijvoorbeeldde weersomstandigheden. Kan de Staatssecretaris andere landenaansporen om meer te doen tegen de illegale vangst van glasaal? Wil hijpleiten voor een aalbeheerplan in alle lidstaten, zoals Nederland ook aljarenlang heeft? Kan de Staatssecretaris eventueel pleiten voor meerflexibiliteit van de gesloten periode binnen de Aalverordening?Voorzitter. Er zijn nieuwe mogelijkheden om toegang te krijgen tot hetkabeljauwbestand voor de Canadese kust. Is hierover al gesproken met deNederlandse visserijvertegenwoordigers, vraag ik aan de Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16924 Zijn er signalen dat er interesse is? Welke concrete kansen ziet deStaatssecretaris?Voorzitter. Dan een geheel ander onderwerp. De afgelopen jaren zijn ergrote wijzigingen geweest in het GLB. Boeren ontvangen per hectare eenvergoeding, afhankelijk van hun deelname aan eco-regelingen terbevordering van de verduurzaming. Nu is de Europese Commissie al jarenbezig om alle EU-landen per hectare evenveel geld te laten uitkeren aanboeren. Er is echter een heel goede reden om die hectarevergoeding nietgelijk te trekken in de EU. Grond en arbeid zijn in Nederland namelijk veelduurder dan in veel andere landen. Het is dan ook niet meer dan normaalom daar rekening mee te houden bij het bepalen van de bedragen perhectare. Wil de Minister dit meenemen in het overleg in de Landbouw- enVisserijraad?Voorzitter. Daarnaast zijn er voorwaarden waaraan boeren moetenvoldoen om in aanmerking te komen voor GLB-betalingen. Dievoorwaarden worden GLMC’s genoemd, goede landbouw- en milieucon-dities. Het afgelopen jaar is vaak beloofd, ook door de vorige Minister, datde GLMC’s eenvoudiger zouden worden. Toch zien we regelmatig datwijzigingen een grote impact hebben. Wil de Minister zich inzetten voorhet verder vereenvoudigen van de GLMC’s?Voorzitter, tot slot. Het is van groot belang dat onze landbouwsectorvoedsel produceert. Toch lijkt de productie van voedsel niet altijd evenbelangrijk in het GLB. Dat blijkt ook uit het aandeel EU-gelden alsonderdeel van het inkomen van de boer. In Nederland was dat in deperiode 2017–2021 12%. De Nederlandse boeren verdienen dus vooralgeld door hun producten te verkopen, door hun neveninkomsten en doorkeihard te werken. In de rest van Europa ligt dat aandeel fors hoger. Er zijnlanden waar boeren voor 75% van hun inkomen afhankelijk zijn vanEU-geld. Kennelijk wordt er weinig gestuurd op inkomen door productieen hard werken. Dat lijkt me niet wenselijk. Nogmaals, landbouw is ervoor de productie van noodzakelijke goederen en niet puur omdat je erEU-geld voor krijgt. Hoe gaat de Minister zich hardmaken voor het feit dater een ...De voorzitter:U bent al een halve minuut over uw tijd heen. Bent u bijna aan het eindevan uw betoog?De heer Pierik (BBB):Dit is mijn laatste zin, dus ja. Ik doe het niet zo strak als collega Kostic´. Delaatste vraag die ik wil stellen, is: hoe gaat de Minister zich er hard voormaken dat er een duidelijke link blijft bestaan tussen de GLB-gelden envoedselproductie?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Voordat we naar de heer Boomsma gaan, heeft u eerst nogeen interruptie van het lid Kostic´. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik was vooral benieuwd of BBB het met ons eens is dat we moetenstoppen met het spekken van de kas van Poetin en dat we dus de illegalevisimport naar Nederland moeten aanpakken.De heer Pierik (BBB):De BBB is altijd voor je houden aan wettelijke eisen. Zodra er een verbodis op het illegaal importeren van vis uit Rusland, gaan we daar natuurlijkvoor liggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16925 De voorzitter:Een korte vervolgvraag van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het is illegaal, dus het verbod is er. Het probleem ligt bij de handhaving.Nederland voldoet niet eens aan de minimale eisen voor de handhaving.Mijn concrete vraag is of de BBB samen met ons wil optrekken om daareen verbetering in aan te brengen en of de BBB misschien ook nu samenmet ons de Staatssecretaris wil oproepen om daar verandering in aan tebrengen.De heer Pierik (BBB):De handhaving ligt bij de NVWA. Ik denk dat we erop moeten vertrouwendat de NVWA dat heel goed aanpakt.De voorzitter:Dan gaan we nu naar de fractie van NSC, de heer Boomsma.De heer Boomsma (NSC):Dank u wel, voorzitter. In december wordt veel gesproken over vis. Kan deStaatssecretaris ten eerste aangeven hoe het nu staat met de pulsvisserijen de lobby daarvoor? Welke strategie hebben we? Hoe gaat het ermee?Kan hij een statusupdate geven? Zijn alle ecologische en milieuvoordelenin kaart gebracht en op een rij gezet, zodat we die kunnen aanbieden?Welke andere landen kunnen zich hierbij aansluiten? Hoe gaat het ermee?Ten tweede het jojoën met de visquota, waar ik eerder al een vraag overheb gesteld. Ik denk dat het verstandig is om te streven naar watlangdurigere quota en wat meer stabiliteit, zodat het quotum niet het enejaar heel hoog is en er de volgende keer weer helemaal niks gevangenmag worden. Ik denk dat het verstandig is als je daar wat meer structuurin aanbrengt. De Staatssecretaris gaf aan dat hij dat ging bespreken. Ikben benieuwd hoe die gesprekken verlopen en of andere landen zichdaarbij aan kunnen sluiten. Dat is een betere manier om die quota vast testellen, denk ik. Dan moet het quotum misschien het ene jaar maar watlager zijn, zodat je niet de hele tijd dat jojobeleid krijgt.Voorzitter. Dan over de Noordzeeharing. Ik had ook begrepen dat er eenfout zat in de tabellen waarmee het quotum wordt vastgesteld, omdat dienog uitgingen van de aanwezigheid van het Verenigd Koninkrijk.Nederland moet dus een correctie doorvoeren. Ik begrijp dat deCommissie daar ook mee akkoord is. Het gaat om 5.000 ton haring. Wordtdat nu inderdaad aangepast? Geldt dat dan ook voor andere vissen? Het istoch gek dat pas zo laat aan het licht komt dat er een fout zit in deberekeningen?Dan over de horsmakreel. Daar gaat het ook niet goed mee. Er was vorigekeer een nuladvies. Je mocht er niet gericht op vissen, maar je hebt weleen bijvangstquotum. Ik heb, zoals mijn buurman ook zei, begrepen dat erin Nederland een kop zit op het Europese beleid, omdat je in Nederlandeen aanlandcontingent moet kopen, waarbij je 80% van de marktprijsmoet afdragen. Je wil natuurlijk dat het horsmakreelbestand zich herstelt,maar waarom zou je, als het om bijvangst gaat, de Nederlandse vissersmoeten benadelen ten opzichte van andere vissers? Kunnen we datrechtzetten? Je kunt het ook in heel Europa zo gaan doen, maar het moetin ieder geval niet alleen in Nederland zo geregeld zijn. Moet je deUitvoeringsregeling zeevisserij aanpassen om dat te schrappen? Is datdan ook het plan? Anders zullen wij dat gaan voorstellen.Er wordt hevig geruzied met Noorwegen over de haring. Noorwegen wilons de status van kuststaat ontzeggen. Dat lijkt me een wonderlijkestrategie. De EU heeft ooit toegang tot de Noorse wateren gekocht, meteen aandeel in de vangstmogelijkheden. Wordt dan ook op tafel gelegddat we dat gaan herstellen? Tegelijkertijd wil je natuurlijk niet dat jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16926 uiteindelijk boven de 100% van het quotum uitkomt in die onderhande-lingen. Dat is heel ingewikkeld. Ik begrijp dat er een verordening invoorbereiding is waarmee je wel degelijk kunt gaan optreden methandelstarieven ten aanzien van de import van Noorse vis, als menvolhardt in deze weigering. Er is al jaren 40% overbevissing op gewonemakrelen. Dat moeten we absoluut niet willen, dus ik denk dat wehierover stevig het gesprek moeten aangaan. Desnoods moet je daarmaar op tafel leggen dat je dan de Noorse vis niet meer gaat importeren,want anders krijg je wat Thomas Hardy «the tragedy of the commons»noemde.Dan over de paling. Het is buitengewoon zorgelijk dat de paling, eenongelofelijk bijzondere en mysterieuze vis, nog steeds criticallyendangered is en dat het daar niet goed mee gaat. Wetenschappers geveneen nuladvies. Dat betekent dat je ze gewoon niet mag vangen. Je moetalles doen wat je kunt, want de paling is critically endangered. Doen wenou eigenlijk genoeg? Ik lees dat er wordt voorgesteld om de huidigegesloten periode van zes maanden voor de volwassen aal vast te houden,maar dat andere staten daar flexibeler mee om willen gaan en datNederland daarnaar kijkt. Ik mag toch hopen dat het dan gaat om hetvangen van de glasaal om de bestanden weer terug op peil te brengen enniet om het vissen zelf. Ik vind dat je daar absoluut niet flexibel mee ommoet gaan. Dat moet je zo veel mogelijk beperken, want je wil gewoonniet meemaken dat het nog verder achteruitgaat met de paling. Ik sluit medus aan bij de vraag van mijn buurman: hoe gaat het nou met al dieplannen? Ik weet wel dat er allerlei plannen zijn voorgesteld. Er is een jaargeleden ook veel gesproken over de aal.De voorzitter:Kunt u naar een afronding toewerken? U bent al een halve minuut overuw spreektijd heen.De heer Boomsma (NSC):O, ja. Moeten we niet meer doen om de paling te beschermen?Dan laat ik het daarbij.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de heer Meulenkamp van de VVD. Gaat uwgang.De heer Meulenkamp (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil het eerst hebben over de vangstmogelijk-heden op basis van wetenschappelijke adviezen. De VVD heeft in eeneerder schriftelijk overleg al vragen gesteld aan de Staatssecretaris overzijn inzet op een holistische benadering. Uit de antwoorden wordt mij nietduidelijk of, en zo ja in welke gevallen, de Staatssecretaris in de onderhan-delingen zou willen afwijken van de wetenschappelijke adviezen. Voor deVVD staat in elk geval vast dat de wetenschappelijke adviezen er nietzomaar zijn. Deze zijn immers in het leven geroepen om de visbestandenop een gezond peil te brengen of te houden, zodat er niet alleen op kortetermijn, maar ook in de toekomst nog wat te vissen valt. Graag zou ik vande Staatssecretaris horen in welke situaties hij van plan is af te wijken vande wetenschappelijke adviezen en waarom.De VVD is het met de Staatssecretaris eens dat meer stabiliteit gewenst isbij de vaststelling van de vangstmogelijkheden, gelet op de groteschommelingen die er de afgelopen jaren zijn geweest. Dit was bijvoor-beeld bij tong het geval in de afgelopen jaren. De VVD ziet net als deStaatssecretaris kansen in het meerjarig vaststellen van vangstquota,zodat ondernemers meer zekerheid krijgen over hun meerjarige bedrijfs-voering en de wetenschappelijke adviezen over duurzame visbestandenleidend blijven. Eerder heeft de Staatssecretaris toegezegd hierover hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16927 gesprek aan te gaan met andere lidstaten. Hoe verlopen deze gesprekken?Hoe kijken andere landen in de Raad naar meerjarige vaststelling?Innovaties in de visserij. Voor de VVD is het van groot belang dat we inEuropa op zoek gaan naar mogelijkheden om innovatieve vormen vanvisserij te stimuleren en aan te jagen. Immers, als we solistisch te werkgaan, kan een volgende innovatie opnieuw het onderspit delven inBrussel, zoals met de pulsvisserij gebeurd is. We hebben de Staatssecre-taris er daarom toe opgeroepen een viscoalitie aan te gaan met anderewelwillende landen, ten behoeve van de ontwikkeling en uitrol vanvangstinnovaties. Kan de Staatssecretaris al meer zeggen over devoortgang hiervan?Welke kansen ziet de Staatssecretaris voor de pulsvisserij nu er voor heteerst een Eurocommissaris voor visserij is? Gaat de Staatssecretarisbinnenkort met hem kennismaken, een bakje koffie drinken, zodat allevoordelen van de pulsvisserij bij hem op het netvlies komen? Wat onsbetreft zou dit echt een nieuwe kans kunnen zijn. Gaat de Staatssecretarishier actief op inzetten?Tegelijkertijd zal de sector de blik naar buiten en naar voren moetenrichten. Dat gebeurt ook. Zo was ik laatst op Urk, waar ik in gesprek wasmet de Visserij Coöperatie, die aangaf dat ze vol voor de toekomst wilgaan en mogelijkheden ziet voor onder andere nieuwe, duurzameschepen en robotisering. Om te voorkomen dat de eigenstandigeNederlandse vissers in Europa opnieuw achter het net vissen, heb ik zeaangemoedigd om het voortouw te nemen en met coöperaties uit anderelidstaten op te trekken. De vorige Minister van toen nog LNV heeft eerderdit jaar in de Kamer de sector ertoe opgeroepen hun rol te pakken en inEuropa verenigd aan de slag te gaan voor een eigen toekomstperspectief.Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar? Wat kan hij doen om dit teondersteunen?Vanochtend zagen we in De Telegraaf het bericht dat er veel Russische visvia Nederland verhandeld wordt; het lid Kostic´ begon daar al over. Graaghoor ik van de Staatssecretaris hoe hij hiernaar kijkt en of dit wel pastbinnen de sancties die zijn opgelegd. In het verleden hebben we als VVDook over graan onze zorgen uitgesproken, dus ik hoor graag van deStaatssecretaris hoe hij dan hiernaar kijkt.Tot slot het laatste kopje, nieuwe genomische technieken. Wat de VVDbetreft is, in lijn met wat ik hierover in eerdere debatten heb gezegd,gentechnologie van cruciaal belang voor voedselzekerheid in de toekomsten voor onze Nederlandse concurrentiepositie. Met elke vertraging binnenhet dossier op het gebied van NGT’s dreigt die positie steeds verder onderdruk te komen. In andere landen buiten Europa zijn ze een stuk minderconservatief met betrekking tot wet- en regelgeving op dit vlak. De VVD isdan ook blij te lezen dat de Staatssecretaris zich ervoor blijft inzetten omvoortgang te boeken op dit dossier en daarin samen optrekt met anderelidstaten, zoals Spanje en Denemarken. We spreken ook mensen uit desector; dat hebben we deze week zelfs nog gedaan. Zij zijn erg blij met deinzet van de Staatssecretaris op dit vlak, dus complimenten daarvoor. Wehebben begrepen dat er een aantal ambtelijke gesprekken over NGT’s zijngeweest. Kan de Staatssecretaris aangeven ...De voorzitter:Wilt u naar een afronding toewerken? U bent al een halve minuut over uwspreektijd heen.De heer Meulenkamp (VVD):Kan de Staatssecretaris aangeven hoe deze gesprekken over NGT’s zijnverlopen en wat daarbij zijn inzet is geweest?Dank u wel, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16928 De voorzitter:Dank u wel. Tot slot zal ikzelf als woordvoerder van de PVV mijn bijdragedoen, dus ik leg de voorzitterspet even naast mij neer.De PVV is blij met de verschuivingen in het politieke spectrum sinds deEuropese verkiezingen en ziet mogelijkheden voor hervormingen binnenhet Europese landbouwbeleid. Het GLB voor 2027 is echter opgesteld inde oude setting, dus we zien dat er nog steeds vanuit de lijn van de GreenDeal gestuurd wordt, waardoor de biologische boer al met 3–0 voorstaat.De PVV ziet kansen voor de nieuwe Eurocommissaris om het nieuwe GLBzo breed mogelijk op te zetten, waarbij de versimpeling van regels eenbelangrijk uitgangspunt zou moeten zijn, en om daarnaast een gelijkestartpositie voor alle boeren te bewerkstelligen. Graag een reactie van deMinister.Verder pleit de PVV voor een sterke positie van de Nederlandse vissers-vloot en roept zij de Staatssecretaris op om zich maximaal in te zettenvoor een verruiming van de vangstmogelijkheden en voor een mogelijketussentijdse bijstelling als de visstand dat toelaat. De Staatssecretarisheeft eerder aangegeven dat er juridisch onduidelijkheid is over hettoepassen van de 5%-regel in de meerjarenplannen. Vindt de Staatssecre-taris steun voor zijn verzoek om te bezien of er ook andere maatregelengenomen kunnen worden om herstel van de bestanden te ondersteunen?De PVV ziet een extra bedreiging voor de vissersvloot wanneer eruitbreidingen van windparken op zee komen. De afzet van garnaaltjes enschelpdieren op de voeten van windmolens onder water weegt niet optegen de negatieve effecten. Graag een reactie van de Staatssecretaris.Nederland heeft geen geschiedenis op het gebied van vangst vankabeljauw, maar is het een optie om de mogelijkheden hiertoe voor onzevissersvloot te verbreden? Hoe staat het met het terugwinnen van depulsvisserij?De PVV kijkt uit naar de voortgangsrapportage over de behandeling vanhet voorstel voor de herziening van de Transportverordening. Dieren-welzijn is belangrijk voor de PVV. Ik roep de Staatssecretaris ertoe op omzich in te zetten voor optimaal dierenwelzijn tijdens transport en voor debeëindiging van langeafstandstransporten.Tot slot ben ik, net als mijn collega’s, benieuwd of de Staatssecretarisbekend is met de illegale import vanuit Rusland.Tot zover.Ik zet de voorzitterspet weer op. We hebben de eerste termijn van deKamer afgerond. Ik kijk even naar de bewindslieden om te zien hoeveeltijd zij nodig denken te hebben voor de voorbereiding van het antwoord.Ik zie u graag om 10.25 uur terug voor de beantwoording in eerste termijn.De vergadering wordt van 9.56 uur tot 10.25 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug bij de voortzetting van het commissiedebat Landbouw- enVisserijraad. De bewindspersonen zijn weer terug. Ik geef het woord aande Minister voor de beantwoording van de vragen.Minister Wiersma:Dank, voorzitter. Ik begin met een vraag van mevrouw Nijhof van de PVV.De vraag is aanvankelijk gesteld aan de Staatssecretaris, maar hetonderwerp valt onder mijn portefeuille. Ik zal hem dus beantwoorden. Devraag is of ik me wil inzetten voor optimaal dierenwelzijn tijdens transporten voor beëindiging van langeafstandstransporten. Zoals ook bekendmiddels het BNC-fiche dat reeds met de Kamer is gedeeld, is onze inzet erinderdaad op gericht om dierenwelzijn tijdens transport te optimaliserenen in het bijzonder om te bezien hoe we in Europees verband een eindekunnen maken aan langeafstandstransporten. Dat staat in het hoofdlijnen-akkoord en dit kabinet committeert zich daar uiteraard aan. Daar wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16929 op dit moment op ambtelijk niveau gesprekken over gevoerd met deEuropese Commissie en dat is ook de inzet die ik zal plegen.Mevrouw Nijhof zei dat de Commissie het nieuwe GLB zo breed mogelijkmoet opzetten met versimpeling van regels en een gelijke startpositie alsbelangrijk uitgangspunt. Ik ben het daarmee eens. Ik breng dat ookvoortdurend in als we bij de Landbouw- en Visserijraad over ditonderwerp spreken, ook in de bilateralen die ik daar voer met collega’svan andere lidstaten. Vereenvoudiging en versimpeling van regels is eengemene deler die ook breed leeft bij veel andere lidstaten. Ik denk dat deCommissie daar zelf ook van overtuigd is, gezien de strategische dialoogvan Ursula von der Leyen. Dit is ook een van de punten die daaringenoemd wordt. Het GLB moet natuurlijk wel passen bij de specifiekesituatie in de lidstaten, want afhankelijk van een bedrijf kunnen destartpositie en de ervaren uitdagingen wel anders zijn. Op dit moment ishet GLB breed opgezet. Heel veel boeren doen eraan mee. Dat breedopzetten is bewust gedaan, zodat heel veel agrariërs kunnen instappen.De heer Pierik had ook een vraag over het GLB, met name over debedragen per hectare; externe convergentie noemen we dat in beleidstaal.Maar goed, dat is inderdaad de premie die per hectare ontvangen wordt.Ik moet zeggen dat dit primair een onderhandelingsdiscussie is die in hetMFK wordt gevoerd, want daar gaat het over de verdeling van middelen.Maar waar het mijn portefeuille aangaat, benadruk ik wel het belang vanhet mee laten wegen van de verschillende productieomstandigheden inde verschillende lidstaten. In de Landbouw- en Visserijraad is dat wel deinzet zoals ik hem inbreng, maar uiteindelijk vindt de besluitvorminghierover binnen het MFK plaats. Ik herken het punt, dat ik ook zelf zouitdraag.De heer Pierik vroeg of ik me er hard voor ga maken dat er een duidelijkelink tussen het GLB en voedselproductie is. Uiteraard, dat lijkt me eenrandvoorwaarde, want het landbouwbeleid is ook bedoeld voorlandbouwers. Daarom is een van de voorwaarden dat de betalingen aaneen agrariër, een agrarisch bedrijf gedaan worden. Inkomen moetuiteindelijk primair uit de markt komen. Dat ben ik ook met de heer Pierikeens. In de marktoriëntatie in oktober is dit nadrukkelijker opgenomen inde aangenomen voorzittersconclusies over het toekomstige GLB. Dat isook de inzet die wij plegen. Ik zal hier scherp op zijn bij de beoordelingvan het Commissievoorstel, als dat er is.De heer Pierik vroeg ook of ik me wil inzetten voor het verder vereenvou-digen van de GLMC’s, de goede landbouw- en milieucondities. Ik denk datik die vraag zojuist ook al heb meegenomen, want uiteindelijk is vereen-voudiging van regels, ook waar het gaat om het gemeenschappelijklandbouwbeleid, echt een speerpunt. Het is niet eenvoudig, ook gezien deextra doelen die we in het GLB hebben. Maar uiteindelijk kijk ik bij hetbeoordelen van de voorstellen die van de Commissie komen natuurlijkook altijd naar de balans daartussen: het doelbereik, het inkomen, deuitvoerbaarheid en ook de administratieve last voor de boer. Ik zei hetzojuist ook: we zien dat vereenvoudiging en minder administratieve lastbinnen de EU en zeker in de Landbouw- en Visserijraad een breed gedeeldstandpunt is, echt een gemene deler. Dat komt ook uit die strategischedialoog van Von der Leyen, zoals ik zojuist ook aangaf.Mijn laatste vraag komt van het lid Kostic´, over hydroxyquinoline – driekeer woordwaarde! Vorige week hadden we natuurlijk het gewasbescher-mingsmiddelendebat. Daarin heb ik schoorvoetend moeten toegeven datenkele brieven eigenlijk te laat waren ten aanzien van de aanleverdata.Maar de brief richting het Pesticide Action Network die antwoord geeft opdit onderwerp was daar niet een van. Uiteindelijk heb ik in het antwoordaan het Pesticide Action Network ook gereageerd op deze stof. Op ditmoment loopt de risicobeoordeling daarvan bij de Europese Commissie.Zij gaan dan een voorstel doen om al dan niet te verlengen. En op hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169210 moment dat dat voorstel er ligt, zal ik me laten adviseren door het Ctgb.Dan zal ik de Kamer daar uiteraard ook over informeren.De voorzitter:Ik zie dat er een interruptie is van het lid Kostic´. Ga uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Wij hebben die brief ook gelezen, maar dat is geen brief aan de Kamer;het is een reactie op PAN. We willen graag proactief en op tijd wordengeïnformeerd over de SCoPAFF-vergaderingen. Dat is één.Ten tweede, over de inhoud. Ons bereikt de informatie dat er wél eenvoorstel ligt en dat het Ctgb er zelfs al naar heeft gekeken. Ik vind hetzorgelijk dat we daar niet over worden geïnformeerd. Nogmaals, er washeel concreet gevraagd om op tijd te worden geïnformeerd, dat de Kamerwordt meegenomen als dit soort dingen gaande zijn of als er überhauptover wordt gesproken, en al helemaal dat we op tijd worden meege-nomen voordat er een besluit valt, zodat wij ons erover kunnenuitspreken. Ik neem dus aan dat de Minister nog terugkomt op mijnconcrete vraag of zij bereid is zich aan te sluiten bij de landen die ik hebgenoemd en die uit voorzorg zeggen: nee, dit is een te groot risico voor degezondheid, dus wij gaan hier niet mee akkoord.Minister Wiersma:Dat laatste kan ik niet zomaar toezeggen, omdat mij bekend is dat derisicobeoordeling hierbij nog loopt. Ik ga dat natuurlijk na. Ik weet nietwaar deze informatie vandaan komt, maar bij mijn weten loopt derisicobeoordeling dus nog en ligt er nog geen officieel voorstel. Quaordentelijkheid vragen wij advies van het Ctgb als het voorstel formeel is.Dat is aan deze kant van de tafel de stand van zaken. Als er informatie is,hoort de Kamer uiteraard direct geïnformeerd te worden. Dat is ook destandaardprocedure, zoals we die normaliter ook aflopen. Maar goed, ikzal checken wat dit behelst, want bij mijn weten loopt de risicobeoor-deling nog.De voorzitter:De heer Pierik en daarna kom ik terug bij het lid Kostic´.De heer Pierik (BBB):Ik wil toch nog even terugkomen op de vraag over de link tussenvoedselproductie op landbouwbedrijven ...De voorzitter:Mijn excuses, meneer Pierik, ik dacht dat u op hetzelfde punt terugkwam.De heer Pierik (BBB):Nee, nee, nee.De voorzitter:Dan ga ik toch eerst naar het lid Kostic´. Dan kunnen we dit punt eerst evenafhechten.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voor de zekerheid wil ik graag even twee duidelijke toezeggingen. Teneerste wil ik de toezegging dat de Kamer voortaan sowieso tijdig wordtgeïnformeerd over de aanstaande SCoPAFF-vergaderingen en debesluiten die daar mogelijk bij vallen, zodat we daar op tijd mee zijn.Vandaag is er volgens mij namelijk zo’n SCoPAFF-vergadering, maar wezijn nu eigenlijk al te laat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169211 Ten tweede wil ik heel graag de toezegging dat voordat er een definitiefbesluit valt over de toelating van die nieuwe stof, de Kamer daar proactiefnaar wordt gevraagd.Minister Wiersma:Ik neem de Kamer altijd mee, conform alle formele punten die geagen-deerd staan. Ik moet dan wel eerst een advies van het Ctgb hebben. Datheb ik nu niet. Als ik dat heb, zal ik de Kamer direct informeren, maar ikheb dat nu niet. Voor mij is dat de formele route. Ik kan de Kamerinformeren op het moment dat ik de advisering ook heb.De voorzitter:Tot slot, lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik wil niet vervelend doen, maar ik heb twee toezeggingen gevraagd. Deeerste ging over het stofje zelf, zeg maar, waarvoor de Minister misschienwel terecht op het advies van het Ctgb wacht. Prima, maar dat is eentoezegging. De tweede toezegging ging over SCoPAFF-besluiten in hetalgemeen. Nogmaals, deze commissie wordt te laat betrokken. Volgensmij is er vandaag namelijk zo’n SCoPAFF-vergadering. Hoe hadden wij optijd input kunnen geven aan de Minister voor die SCoPAFF-vergaderingals wij hier zo laat zitten? Kan de Minister ervoor zorgen dat wij voortaaneerder worden betrokken bij zo’n SCoPAFF-vergadering, zodat wij op tijdinput kunnen geven?Minister Wiersma:Ik wil wel kijken hoe we de Kamer daar eerder, in een tijdig stadium, bijkunnen betrekken. Dat lijkt mij ook heel logisch. Ik was me hier niet vanbewust, dus we gaan dit tegen het licht houden.De voorzitter:Dan kom ik nu voor een interruptie bij de heer Pierik. Ga uw gang.De heer Pierik (BBB):Ik wil toch nog even terugkomen op de grote verschillen tussen hetaandeel van de productie en van de EU-gelden als het gaat om waar hetinkomen van landbouwbedrijven vandaan komt. Ik heb daarvan een mooigrafiekje gezien van de Europese Commissie. Daaruit blijkt dat 12% vanhet inkomen van de gemiddelde Nederlandse boer afkomstig is uitEU-gelden. Er zijn zeven landen in Europa waar meer dan de helft van hetinkomen uit EU-gelden komt. Dat betekent dus eigenlijk dat de productievan landbouwproducten in die zeven landen in ieder geval een duidelijkbeperktere rol speelt. Zijn er mogelijkheden om te kijken of we dat watmeer in balans kunnen krijgen, zodat dat in Europa wat meer naar elkaartoe kruipt? Ik vind die verschillen tussen 75% voor Estland en 12% voorNederland, maar ook het verschil met landen die wat meer vergelijkbaarzijn met Nederland, toch wel erg groot.Minister Wiersma:Ik zou dat niet zo willen stellen. Ieder land is anders en ieder land heefteen andere geschiedenis en ontwikkeling doorgemaakt als het gaat omvoedselproductie. We weten dat Nederland wereldwijd koploper is op hetgebied van landbouw. Laten we ook vaststellen dat het juist heel mooi isdat Nederlandse agrariërs een groot deel van hun inkomen uit de markthalen. Maar ook binnen Nederland zijn hierin zeer grote verschillen. Ookbinnen de sectoren zitten er heel veel grote verschillen tussen het aandeelvan het inkomen dat vanuit de betalingen komt. Daar zitten per sector enook binnen sectoren grote verschillen in. Dat is niet anders dan tussenlidstaten. Ik weet dat heel veel lidstaten op dit moment ook echt wel bezigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169212 zijn om qua voedselproductie meer in te zetten op de ontwikkeling vanlandbouw en om de markten aan te boren voor export. Ik denk dat het ookaan de lidstaten zelf is om die ontwikkeling te maken. Het gemeenschap-pelijk landbouwbeleid is natuurlijk een gemeenschappelijk kader. Maar ikzou dit niet zo sterk willen stellen, omdat er gewoon veel verschil is tussenlandbouwbedrijven onderling, ook binnen Nederland, en tussen lidstaten.Ik vind inderdaad wel dat je de verschillende productieomstandighedenper lidstaat mee moet wegen. Dat gaat dan dus om de weging van dehectaretoeslag en de hoogte daarvan. Dat ben ik dus met u eens. Maar uwpunt over de lidstaten en het aandeel van het inkomen, zie ik toch anders,meneer Pierik, zeg ik via de voorzitter.De heer Pierik (BBB):Als ik het goed begrijp, is de conclusie dat we eigenlijk ontzettend efficiëntvoedsel produceren in Nederland.Minister Wiersma:Ja, en concurrerend. Wij hebben dus een sterke landbouw, die in staat isom een groot deel van het inkomen uit de markt te halen. Dat is een grootgoed, daar zijn we trots op en dat moeten we koesteren.De voorzitter:Dank u wel. Als ik het goed begrepen heb, heeft u uw beantwoordingafgerond. Dan gaan we naar de Staatssecretaris. Aan u het woord.Staatssecretaris Rummenie:Dank u wel, voorzitter. We staan aan de vooravond van een belangrijke ...De voorzitter:Voordat u begint: u hebt een aantal blokjes ...Staatssecretaris Rummenie:Daar kom ik zo op, na mijn inleiding.De voorzitter:Dan wacht ik daarop. Ga gerust uw gang.Staatssecretaris Rummenie:Ik kan ze u meteen geven, hoor. Blokje één gaat over vangsten, blokjetwee over visserij overig en blokje drie gaat over NGT’s.We staan aan de vooravond van de belangrijke decemberraad voor devisserij, waar het over de vangstmogelijkheden voor volgend jaar zalgaan. Het is belangrijk dat vissers daar snel duidelijkheid over hebben. Ikzet mij er tijdens de komende raad uiteraard wederom voor in dat debestanden op het niveau van maximale duurzame opbrengst kunnenworden bevist. Zoals ik eerder met uw Kamer heb gedeeld, vind ik het ookheel erg belangrijk dat de mogelijke sociaal-economische gevolgenzorgvuldig worden meegewogen bij het vaststellen van de vangstmoge-lijkheden. Ik zal dit tijdens de Raad ook weer benoemen.Dan ga ik nu naar de vragen. Er was een vraag van de heer Pierik. Hijvraagt of er een tijdpad kan worden gegeven voor de onderhandelingenmet derde landen. Wanneer worden deze onderhandelingen afgerond enwanneer komen de vangstadviezen? Alle vangstadviezen zijn inmiddelsbekend, zoals de heer Pierik misschien gezien heeft. Ook de vangst-adviezen voor de tong, wat natuurlijk een hele belangrijke voor ons is– die kwamen laat – zijn gepubliceerd.Dan de afronding van de onderhandelingen met het VK en Noorwegen.Die lopen op zijn eind. We hadden het commissiedebat eigenlijk tweedagen later moeten doen; dan had ik u specifieker kunnen informeren. Deonderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk zijn dus min of meerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169213 afgerond. Ik ga u uiteraard via het verslag informeren over de uitkomstenvan de Raad wanneer de resultaten van de onderhandelingen met derdelanden bekend zijn. Zoals al eerder genoemd werd, verlopen de onderhan-delingen met Noorwegen erg stroef. Het is op dit moment nog niet zoduidelijk wanneer die afgesloten kunnen worden. Ik hoop uiteraard dat dittijdens de Raad duidelijk wordt, maar het is nu nog niet helemaalduidelijk.Ik kreeg ook een vraag over de aal. Kan de Staatssecretaris met andereEuropese landen in gesprek gaan om meer te doen tegen de illegalevangst van de glasaal, was de vraag. Aal is, zoals u weet, onderdeel vande Verordening vangstmogelijkheden, die volgende week in de Raadbesproken wordt. Voor het herstel van de aalstand is het zo veel mogelijkvoorkomen van illegale glasaalvisserij en -handel uiteraard een belangrijkaspect. Tegelijkertijd is dit niet zo makkelijk uit te bannen. De aanpak vande illegale handel in glasaal is al een aantal jaar een belangrijk punt, zowelin Nederland als in de EU. Ik zal uiteraard het belang blijven benadrukkenen blijven werken aan het tegengaan van illegale vangst van glasaal, endat ook bij de Raad aan de orde stellen. De Commissie stelt weer voor omvast te houden aan de huidige gesloten periode van zes maanden voorglasaal en volwassen aal. Mogelijk zullen andere lidstaten om meerflexibiliteit gaan vragen ten aanzien van de uitwerking van deze sluiting.Wij zullen deze voorstellen beoordelen vanuit de Nederlandse belangen inzowel vangst als uitzet van de glasaal.Dan had ik nog een vraag van de heer ...De voorzitter:Er is nog een interruptie op dit punt van de heer Boomsma.Staatssecretaris Rummenie:Ik kom nog op uw vraag, maar oké.De voorzitter:Dan mag u eerst even verdergaan, want dan is de vraag wellicht niet meernodig. Ga uw gang.Staatssecretaris Rummenie:De vraag van de heer Boomsma was de volgende. Wetenschappers geveneen nuladvies; moeten we niet meer doen om palingen te beschermen ofdoen we genoeg? ICES heeft sinds 2022 inderdaad een nuladviesgegeven. Dit was mede aanleiding voor de Commissie om de geslotenperiode voor de aalvisserij in de kustwateren te verlengen van drie naarzes maanden. De Commissie riep de afgelopen jaren lidstaten op om ooknationale aalbeheerplannen beter te implementeren. Zoals u weet, heeftNederland in het nationaal aalbeheerplan maatregelen opgenomen. Diezijn geïmplementeerd, en elke drie jaar wordt het aalbeheerplan geëva-lueerd. Dat is dit jaar ook het geval. De Nederlandse situatie laat eenpositieve ontwikkeling zien. Ik zal binnenkort het evaluatierapport aan uwKamer doen toekomen.Dan had ik nog een vraag van de heer Pierik over de aal. De heer Pierikvroeg of ik wil pleiten voor aalbeheerplannen, zoals Nederland deze aljaren heeft. Op basis van de Europese Aalverordening uit 2007 zijn allelidstaten verplicht om een nationaal aalbeheerplan op te stellen. DeCommissie roept de lidstaten sinds afgelopen jaar al op om de aalbeheer-plannen ook beter te implementeren en, waar nodig, aan te passen. Daaris dus al in voorzien.Dan was er een vraag van de heer Boomsma over steun voor meerjarigequota, waar we al eerder over van gedachten hebben gewisseld. Ik benhet met u eens dat meerjarige quota kunnen leiden tot minder fluctuatiesin de quota van jaar tot jaar. Hiermee kan de bedrijfsvoering voor vissersvergemakkelijkt worden. We hebben natuurlijk gezien tot wat voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169214 extreme situaties dat bij de tong heeft geleid. Daar kan een normaal mensgeen bedrijf op voeren.Er zijn echter kanttekeningen te maken bij meerjarige quota, bijvoorbeeldals het gaat om de vraag hoe adequaat nieuwe inzichten kunnen wordenmeegenomen. Hierbij is voor Nederland ook relevant dat belangrijkebestanden vaak in beheer zijn met derde landen en dat verzoeken totmeerjarige quota met deze landen moeten worden afgestemd. Dat maakthet dus ook weer onzeker. Een andere kanttekening daarbij is de vraag ofvissers minder hoge quota zullen accepteren bij een negatief advies. Maarik blijf de mogelijkheden van meerjarige quota de komende tijd verderverkennen. Het is ook al één keer in de korte tijd dat ik naar de Raad ga, opde agenda gezet. Het was niet meer mogelijk om dat voor dit jaar nogverder toe te passen, maar ik zal daar in het komende jaar ook opterugkomen, want ik zie het toch als een goede mogelijkheid om meerstabilisatie voor de sector te bewerkstelligen.De voorzitter:Er is een interruptie op dit punt van de heer Meulenkamp.De heer Meulenkamp (VVD):Ik had ook een vraag gesteld over de meerjarige quota. Ik snap dat daarkanttekeningen bij geplaatst kunnen worden, maar ik zie vooral heel veelkansen. Misschien komt u daar nog op, maar hoe kijken die andere landendaar nu naar? De sector is daar voorstander van, en ik kan me voorstellendat de sectoren in de andere landen daar ook voor zijn. Dan zijn ermisschien wat wetenschappelijke kanttekeningen bij te plaatsen – wat ikoverigens snap – maar ik zou die gesprekken toch vooral positief willeninsteken. Maar dat proef ik nog niet helemaal. Klopt dat?Staatssecretaris Rummenie:Dat proeft u dan niet goed, want die positieve insteek is er wat mij betreftwel. Er zijn meerdere landen in geïnteresseerd, om dezelfde reden als wij,namelijk dat de fluctuaties te extreem zijn, waar je geen bedrijf op kuntvoeren. Mijn insteek is dus positief, maar ik wil gewoon een compleetplaatje geven. Als er een positief advies is, dan zal de visserijsector daargeen probleem mee hebben, maar het wordt wat anders als er eennegatief advies komt. Ik zie grote voordelen in het meerjarig vaststellen;laat ik daar duidelijk over zijn.De voorzitter:Een verduidelijkende vraag?De heer Meulenkamp (VVD):Ja, heel even aanvullend: verwacht u in het volgende overleg over deRaad al meer duidelijkheid te kunnen geven over hoe die gesprekken danlopen? Ik ben misschien ongeduldig, maar hoelang gaat zoiets duren?Staatssecretaris Rummenie:Voorspellen is moeilijk, vooral als het de toekomst betreft. Ik weet dat eenbelangrijke groep landen hierin geïnteresseerd is. U weet ook dat er eennieuwe Commissie gaat beginnen. Daar hangt het een en ander ook vanaf. Ik heb sinds kort via de app contact met de nieuwe Eurocommissarisvoor Visserij, en hoop hem spoedig te verwelkomen in Nederland. Maar ikdenk dat u wel weet hoe mijn agenda eruitziet. Ik heb ook van hembegrepen dat hij behoorlijk open-minded is ten aanzien van innovatievevistuigen, ook in dit voorstel.De voorzitter:U kunt de beantwoording vervolgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169215 Staatssecretaris Rummenie:Dan had ik een vraag van de heer Pierik over dezelfde quotavoorwaarden.Kan erop worden ingezet dat Nederland dezelfde quotavoorwaarden krijgtals de andere EU-landen voor de bijvangst van horsmakreel? Zoals uweet, meneer Pierik, hanteren landen verschillende systemen om quotaonder vissers te verdelen. Nederland kent hiervoor een contingenten-systeem. Dit systeem maakt dat het niet mogelijk is om quota die enkelbestemd zijn voor de bijvangst uit te delen voor de directe visserij. Eenwijziging hiervan zou dan ook een wijziging in het contingentenstelsel alsgeheel betekenen. Momenteel zijn wij bezig de reikwijdte van de lopendeherziening van dit stelsel te verkennen. Het heeft wel vergaande gevolgen,want dan praten we niet over deze regeling op zich.Dan had ik een vraag van mevrouw Nijhof-Leeuw: vindt de Staatssecre-taris steun voor zijn verzoek om te bezien of er ook andere maatregelengenomen kunnen worden om herstel van de bestanden te ondersteunen?Daar hadden we het net al een beetje over. Vorig jaar werd het voorstelvan de Commissie om deze artikelen uit de meerjarenplannen te halenbreed gesteund door de lidstaten. Ook tijdens de Raad van afgelopenoktober heb ik mijn steun uitgesproken richting de lidstaten die hinderondervinden van de 5%-regel. Met het oog op de sociaal-economischegevolgen vind ik het belangrijk dat ook andere maatregelen dan sluitingenvan visserijen kunnen worden genomen. Andere maatregelen om hetbestand te beschermen zijn bijvoorbeeld seizoenssluitingen van gebiedenof het stellen van aanvullende voorwaarden aan tuigen. Deze kunnenminder ingrijpend zijn dan het sluiten van visserijen.Dan had ik een vraag van zowel de BBB als de PVV over het vangen vankabeljauw voor de Canadese kust. Welke concrete kansen worden ergezien? Het is een nieuwe mogelijkheid dat wij daar voor de kust opkabeljauw kunnen vissen. De Europese Commissie volgt bij de verdelingeen standaardprocedure. Deze verdeling is gebaseerd op een verdeel-sleutel van lidstaten die oorspronkelijk op deze soort visten en dus eentrackrecord hebben. Nederland heeft nooit op deze soort gevist en heeftdus geen trackrecord. Ik heb trouwens ook van de sector geen interessehiervoor vernomen.Dan een vraag van zowel het NSC als de BBB over de haringberekeningenvoor de Noordzeeharing. De heer Boomsma stelde een vraag over eenfout in de tabellen. Nederland moet een correctie doorvoeren. Wordt dequota aangepast en gaat dit ook voor de andere vissoorten gelden? Ik beninderdaad in overleg met de Commissie om helderheid te krijgen overdeze haringberekeningen. Ik zet mij ervoor in dat de quota’s voor komendjaar worden berekend op basis van een navolgbare berekeningswijze. Wezijn er dus mee bezig om dit aan te passen.Dan had ik nog een vraag van de PVV over een oproep tot maximaleverruiming van de vangstmogelijkheden. Mevrouw Nijhof roept deStaatssecretaris ertoe op om zich maximaal in te zetten voor eenverruiming van de vangstmogelijkheden en voor een tussentijdsebijstelling als de visstand dat toelaat. Ik zet mij in voor vangstmogelijk-heden, waarbij ik oog heb voor de belangen van de sector, maar ook voorduurzaam bestandsbeheer. Zoals aangegeven in reactie op de aange-houden motie van de BBB die hierom vraagt, let ik hierbij op de mogelijk-heden om op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten deCommissie ertoe op te roepen om tussentijdse aanpassingen op tepakken. Ik merk hier wel bij op dat een bijstelling beide kanten op kanwerken en dat dit ook een afname van vangstmogelijkheden kan inhoudenvoor de visser. Het heeft dus niet altijd een positief effect.Dat waren mijn antwoorden over de vangstmogelijkheden.De voorzitter:Ik zie dat er nog een vraag openstaat; de heer Meulenkamp van de VVDheeft in ieder geval een interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169216 De heer Meulenkamp (VVD):Ja, ik weet niet of ... Er komt nog een blokje overig, maar ik mis nog eenantwoord op een vraag.De voorzitter:Zullen we eerst de hele vissectie doen? Dan kunnen we daarna bezienwelke vragen er nog openstaan. Gaat u verder met de beantwoording,Staatssecretaris.Staatssecretaris Rummenie:We zijn nog niet klaar met de vis. De VVD had een vraag over coalitie-innovatie, een viscoalitie met welwillende landen voor innovaties in devisserij. Kan de Staatssecretaris iets zeggen over de voortgang hierop? Inde onderhandelingen – tot nu toe zijn het meer bilaterals, moet ik erbijzeggen – wordt innovatie door andere landen ook belangrijk gevonden.Dit staat wel los van de puls. Ik moet constateren dat puls nog steeds,zeker bij sommige landen – daar hoort Frankrijk uiteraard toe – gevoeligligt. Ik ben bezig met het bouwen van een coalition of the willing voorinnovatieve vistuigen. Dan praat ik niet alleen over puls, maar ook overFloMo. Ik weet niet of dat u iets zegt; ik leer ook bij. Dat is een vistuig uitNieuw-Zeeland waarmee we testen hebben gedaan in Stellendam. Daarzijn hele goede resultaten mee behaald. De vis die we vangen is vangoede kwaliteit en de discard gaat naar beneden.België heeft ook twee VISTools. De ene heet VISTool en de andere heetWASP. Zij zijn op dit moment bezig, hoewel het niet makkelijk is, met eenproef met een boomkor in Noorse wateren. Ik kan, denk ik, wel zeggen dater in totaal een behoorlijke groep landen in geïnteresseerd is. Ik ziemogelijkheden om dit met deze lidstaten bij de Commissie onder deaandacht te brengen in het kader van de evaluatie van het GVB. Hetbelangrijkste punt hierbij is natuurlijk – dat hebben we ook voor pulsnodig – dat er daarmee een groep komt die bij de Commissie zalaandringen op verandering van de wetgeving ten aanzien van innovatievevistuigen. Ik denk dat ik het hier even bij laat.Dan had ik nog een vraag van de heer Meulenkamp over samenwerking.Coöperaties in Nederland moeten het voortouw nemen in samenwer-kingscoöperaties met andere landen. De heer Meulenkamp vroeg hoe ikhiernaar kijk en wat ik kan doen om dit te bevorderen. Het is natuurlijkwenselijk dat de sectoren van verschillende landen met elkaar samen-werken. Ik juich dit toe. Ik kan dit ook onder de aandacht brengen bijbuitenlandse collega’s. Binnen het Visserij Innovatie Netwerk vindt ook aleen uitwisseling van ideeën plaats.Dan had ik een vraag van NSC, PVV en VVD over het terugwinnen van depuls. Die heb ik al een beetje beantwoord. Zoals ik net zei, heb ikverschillende kennismakingsgesprekken gevoerd met verschillendebewindspersonen uit andere lidstaten. Het vergt heel veel zorgvuldigheid.«Puls» is een beladen term. Ik zit er zelfs over na te denken of we niet meteen nieuw woord moeten komen. Zoals u begrijpt, wil ik hierbij niet al teoverhaast te werk gaan. Er worden soms ook antwoorden gegeven opvragen als: waarom tot nu toe niet? Maar het zal geen traject van de korteadem zijn. Dat verwacht ik niet, maar ik ben wel positief gestemd.Zoals ik eerder zei, is er wel degelijk een coalition of the willing aan hetontstaan voor innovatieve vistuigen, waar puls natuurlijk ook bij hoort. Ikherhaal uiteraard de wetenschappelijke adviezen die aantonen dat het eenduurzame vorm van visserij is. Ik vind gewoon dat daar in de toekomstruimte voor moet zijn. Ik heb ook van de nieuwe Eurocommissaris voorVisserij begrepen dat hij daar open-minded in zit en dat is natuurlijk heelbelangrijk. Ik wil hem bij zijn eerste bezoek dus graag meenemen naarStellendam, omdat hij daar in de praktijk allerlei innovaties kan zien. Datheb ik ook nog niet gezegd: de Fransen vinden dat ik het eigenlijk geen«innovatie» meer kan noemen omdat het al een paar jaar speelt, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169217 goed, dat is natuurlijk een woordspel. Wat zij niet weten – dat is voor deEurocommissaris, denk ik, ook heel interessant – is dat er boven op depuls alweer allerlei nieuwe ontwikkelingen zijn. Daarmee kun je laten ziendat de innovatie niet stilstaat en gewoon doorgaat. Ik hoop dat het goedzal landen bij de nieuwe Eurocommissaris.Dan had ik een vraag van het lid Kostic´ over het lijden van vissen. Hoe kanhet dat Nederland weigert iets tegen dat lijden te doen? Op dit momentlopen er diverse onderzoeken naar het lijden van waterdieren en hetvoorkomen daarvan. Daarbij is het onmogelijk om voor alle vissoortendezelfde welzijnsindicatoren te hanteren. Dit zal echt per soort moetenworden bekeken. Tevens is het belangrijk voor het gelijke speelveld om ditin Europees verband op te pakken. De onderzoeken die nu lopen, wordengedaan naar het bedwelmen op zee van tarbot en schol en hetbedwelmen van krabben en kreeften.Dan had het lid Kostic´ nog een vraag over vissenwelzijn. Het is in mijnogen een langlopende, complexe wetenschappelijke discussie. Het gaaterom dat de impact van handelen met oog voor het welzijn van vissenzorgvuldig moet plaatsvinden. Daarom doen we, zoals ik net al zei,onderzoek naar wat mogelijk is, onder andere naar de doding van dierenaan boord van vissersschepen. Het is dus niet zo dat er helemaal niksgebeurt.Dan had ik van het lid Kostic´ een vraag over nationale sancties voorRussische vis. Zij vraagt mij die illegale handel aan te pakken en zij vraagtmij om een reflectie daarop. Voordat ik tot de beantwoording overga: ikheb toch de indruk dat er aan deze tafel enig misverstand bestaat. Voedseluit Rusland valt niet onder het sanctieregime van Europa. Bij vis zijn ertwee uitzonderingen: kaviaar en schelpdieren. Er moet hier dus nietgesteld worden dat vis uit Rusland gesanctioneerd is, want dat is niet hetgeval. Nederland speelt in Europees verband een zeer actieve rol in hetinstellen van sancties die het Russische verdienvermogen raken.Nationale sancties zullen naar verwachting leiden tot verschuiving vanhandelsstromen naar andere EU-landen en kunnen dus makkelijk wordenomzeild. Gezamenlijk Europees optrekken is hierbij dus van groot belang.Momenteel vinden op alle aanlandingen van buiten de EU, voorafgaandaan het lossen, 100%-controles plaats op de vangstdocumenten. VolgensEuropese regels en afspraken moet minstens 7,5% van de aanlandingenvan buiten de EU fysiek worden geïnspecteerd. Hierbij wordt geenonderscheid gemaakt naar het land van buiten de EU waarvan hetvaartuig afkomstig is. Ik ben daarom geen voorstander van nationalesancties, omdat deze de gemeenschappelijke Europese markt onder-graven. Op dit moment ligt Nederland op koers om te voldoen aan deeisen van de Europese regelgeving aan inspecties van vaartuigen uitderde landen. «Vaartuigen» is een toepasselijk woord als je het overschepen hebt, toch?Dan had ik nog een vraag van de PVV over windparken. Afzet vangarnalen en schelpdieren op de voeten van windmolens weegt niet optegen de negatieve effecten; hoe staat de Staatssecretaris daarin? Daarben ik het hartgrondig mee eens. We zijn op het ogenblik bezig met eenplan – daar is mijn collega, mevrouw Hermans, mee bezig – voor deaanleg van nieuwe windparken op de Noordzee. Ik denk dat ik wel magzeggen dat ik daar behoorlijk stevig in zit, want er staat heel duidelijk inhet regeerakkoord dat er eerst prioriteit moet zijn voor de ontwikkelingvan de visserij en dat we pas daarna over windenergie gaan praten. Ik hebdaar al één overleg over gehad en er komen er nog meer, maar ik hebnadrukkelijk gezegd, vanwege het feit dat ik volgend jaar kom met eentoekomstvisie op voedsel uit zee en grote wateren en een toekomstvisieop de garnalenvisserij, dat de trajecten voor windparken parallel moetenlopen met deze toekomstvisies. Bij het zoeken naar ruimte voorwindenergie wordt wat mij betreft dus eerst gekeken naar ruimte voorvisserij en worden waardevolle visgronden ontzien. Daarbij kijk ik nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169218 alleen naar het economisch belang, maar ook naar andere aspecten, zoalsde gevolgen voor specifieke visserijen ter plaatse en de gevolgen voor deketen. Ook wil ik kijken naar mogelijkheden voor medegebruik vanwindparken, maar u heeft gelijk: dat compenseert het niet. Er loopt al eenpilot voor de passieve visserij. De oude windparken zijn, gezien alle kabelsop de grond, niet geschikt voor actieve visserij, maar bij de aanleg vannieuwe windparken kan en moet daar, in mijn ogen, meer op geletworden, zodat er bij de nieuwe windparken mogelijkheden zijn voor deactieve visserij.Dan kom ik bij het puntje overig. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe deambtelijke gesprekken over NGT’s zijn verlopen en wat daarbij zijn inzet isgeweest? Ik begrijp van mijn ambtenaren dat er een langzame maargestage vooruitgang is op dit dossier. Het afgelopen jaar heeft hetHongaarse voorzitterschap helaas weinig prioriteit gegeven aan ditdossier, maar onder het Spaanse en Belgische voorzitterschap zijn er weldegelijk stappen gezet. Veel van de discussiepunten binnen hetNGT-voorstel zijn inmiddels afgerond. Het grote resterende discussiepuntbinnen het NGT-voorstel is de rol van intellectueel eigendom. Ik hebbegrepen dat het komende Poolse voorzitterschap meer ambitie heeft ophet NGT-dossier; het lijkt dit onderwerp te willen oppakken. Verder wordter op ambtelijk niveau ook hecht samengewerkt in een groep gelijkge-zinde lidstaten. Nederland neemt een voortrekkersrol in het faciliteren vandeze groep. U weet dat Spanje op politiek niveau de voortrekker is. Ik hebaan mijn collega duidelijk gemaakt dat ik op politiek niveau graagmedetrekker van deze groep word.Dat waren de vragen.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat er nog interrupties zijn. Voordat ik begin, zeg ik dat ikhet lid Kostic´ nog wel een extra interruptie wil toekennen, zodat zij eenverzamelvraag kan stellen. Daar mag u zo meteen geen misbruik vanmaken, maar u krijgt straks van mij nog even het woord. Ik begin nu bij deheer Boomsma van NSC en daarna ga ik naar de VVD.De heer Boomsma (NSC):Dank voor de beantwoording. Excuses als ik het heb gemist, maar ik hadgevraagd naar de horsmakreel. Ik had gevraagd hoe het zit met hetaanlandcontingent, waarvoor je alleen in Nederland 80% van de markt-prijs moet betalen; dat geldt niet in de rest van Europa. Dat is onwenselijk,want dat gaat de haringvissers pijn doen, als dat volgend jaar wordtingevoerd. Hoe gaan we daarmee om? Ik ben van mening dat wedesnoods, als het nodig is, de Uitvoeringsregeling zeevisserij moetenaanpassen om dat ongedaan te maken.Staatssecretaris Rummenie:Ik dacht dat ik die vraag beantwoord had. Dat was de vraag over hetcontingentenstelsel, toch? Daar kijken we inderdaad naar, maar ik hebaangegeven dat dat ook een herziening van het stelsel zal inhouden. Devisserij zit daar gemengd in.De heer Boomsma (NSC):Specifiek is dit nu acuut, voor zover ik heb begrepen, omdat er nu eenbijvangstquotum voor horsmakrelen uit de Noordzee wordt ingevoerd.Dat betekent nu gewoon dat Nederlandse vissers een groot nadeelhebben als dat volgend jaar ingaat, omdat zij dan moeten betalen enanderen niet. In andere jaren is geloof ik weleens gezegd dat er eenvrijstelling van die betalingen is voor de eerste 40% of 50%. Op zijn minstzou je dat nu moeten toezeggen, denk ik, maar op dat vlak kunnen wetoch gewoon de Uitvoeringsregeling zeevisserij op korte termijnaanpassen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169219 Staatssecretaris Rummenie:Ik begrijp van mijn adviseur dat wij geen juridische ruimte hebben om ditop korte termijn aan te passen.De heer Boomsma (NSC):Dat zie je natuurlijk vaak in deze discussie, maar die juridische ruimtezouden wij eigenlijk zelf moeten bepalen, want wij zijn de wetgevers. Alsdit een bepaalde wijziging van de Uitvoeringsregeling zeevisserij vereist,zouden we die moeten voorleggen. Ik kan niet overzien hoeveel tijd dat inbeslag zou nemen, maar een andere optie is dus dat je voor bepaaldepercentages een vrijstelling geeft.De voorzitter:Ik zie dat er heel even wordt overlegd voor het antwoord.Staatssecretaris Rummenie:Ik begrijp dat er wel op korte termijn kan worden gekeken naar depercentages. Juridisch kunnen we de regeling niet op korte termijnaanpassen, maar we kunnen wel naar de percentages kijken.De voorzitter:Is dat voldoende voor u? Ik hoor dat u er in tweede termijn op terugkomt.Prima. Dan ga ik naar de heer Meulenkamp van de VVD.De heer Meulenkamp (VVD):Ik had een vraag gesteld waar ik volgens mij nog geen antwoord op hebgekregen. De Staatssecretaris heeft in zijn beantwoording meerdere kerenaangegeven dat hij de sociaal-economische factor wil laten meewegen bijde vangstquota. Ik had gevraagd in welke situatie de Staatssecretaris danwil afwijken van de wetenschappelijke adviezen. Dat zou ik graag willenweten. Ik had het over een holistische benadering. Voor mij is het nogeven zoeken wanneer we wel en niet gaan afwijken. Ik kan me voorstellendat je daar wat meer zicht op wilt hebben als je visserman bent. Voor mijis het nu te vaag; laat ik het zo zeggen. Ik zou daar dus graag nog eenantwoord op krijgen.Staatssecretaris Rummenie:Laat ik daar dan duidelijk over zijn. De wetenschappelijke adviezen blijvende basis voor de visvangsten, maar om terug te komen op de tong: als erzulke extreme adviezen op tafel liggen, vind ik dat de sociaal-maatschappelijke gevolgen – daarom noemde ik die – mee moeten gaanwegen. Extreme situaties waarin de wetenschappelijke adviezen ineensvoor enorme schommelingen zorgen, wat het voor het bedrijfsleven welheel moeilijk maakt om te overleven, zijn in mijn ogen de momentenwaarop de sociaal-maatschappelijke gevolgen meegewogen moetenworden.De heer Meulenkamp (VVD):Stel dat er 60% minder tong gevangen mag worden op basis van dewetenschappelijke adviezen, wat gaat u dan concreet doen?De voorzitter:Dat vraagt u via de voorzitter. Gaat uw gang, Staatssecretaris.Staatssecretaris Rummenie:Wat ik dan concreet ga doen, is deze belangen meewegen. Ik denk – dieindruk heb ik tenminste – dat meer lidstaten dat doen. We hebben het algehad over de andere oplossing, waar ik ook erg voor ben, namelijk dat jemet meerjarige toewijzingen gaat werken. Dan haal je de extremeschommelingen er automatisch uit. Dat is, denk ik, op de lange termijn déTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169220 oplossing, omdat je dan, ondanks de wetenschappelijke adviezen,voorkomt dat er al te grote vangstschommelingen voor het bedrijfslevenplaatsvinden.De voorzitter:Is dit zo voldoende, of hebt u nog een verduidelijkende vraag?De heer Meulenkamp (VVD):Dank u wel voor de beantwoording. Ik had het erover dat de sector eenstap vooruit moet zetten en naar de toekomst moet kijken. Daar kan desector zelf een belangrijke rol in spelen. Uw voorganger was daar nogaleens kritisch op en zei: ik ben alleen maar met beleidsmakers enbestuurders aan het praten en ik kom te weinig de sector tegen in Europa.We hebben het nog even nagekeken, en hij heeft een keer een vraag opdie manier beantwoord. Als ik op Urk ben, proef ik daar het enthousiasmeen hoor ik hoe ze naar de toekomst kijken en welke mogelijkheden zij zien.Ik denk dat er in andere landen ook wel zulke initiatieven zijn. U zegt: ik wilhet wel bij mijn collega’s onder de aandacht brengen. Ik heb eigenlijktwee vragen. Eén: bent u ook kritisch op de sector en vindt u ook dat dienog meer mag doen richting de toekomst? Want de overheid kan dit nietalleen; de sector zal ook mee moeten doen. Twee: hoe kunt u datEuropees afstemmen met uw collega’s, zodat die partijen met elkaar ingesprek komen? Want als je elkaar niet ziet, zal er binnen de sector binnenEuropa geen draagvlak ontstaan. Het zou toch mooi zijn als men in desector onderling tot een soort afstemming komt en u er alleen nog maareen klap op hoeft te geven met uw collega’s?Staatssecretaris Rummenie:Ja, dat zou natuurlijk ideaal zijn, maar ik heb wel een heel leuk voorbeeldvoor u. Misschien heeft u dat al meegekregen. Niet zo lang geleden is ereen gentlemen’s agreement gesloten tussen de Franse, Belgische enNederlandse vissers; dat had heel wat jaren tot heel wat problemengeleid, dus ik zou niet willen stellen dat de visserijorganisaties niet hunbest doen. Ik heb uiteraard gezegd dat ik dat enorm toejuich. Ik zal daar enmarge van de Visserijraad zeker op aandringen, maar zoals u begrijpt, zitik hier pas een paar maanden. Eén ding durf ik wel te zeggen, namelijk dater nog geen Staatssecretaris is geweest die in vier maanden tijd zo vaakmet de sector om de tafel heeft gezeten als ik. Ik kreeg daar vorige weektrouwens ook een compliment voor in Urk. Ik streef volkomen transpa-rantie na voor mijn toekomstvisies voor zowel de garnalenvisserij alsvoedsel uit zee en grote wateren. Maar ik ben het met u eens. Daaromnoemde ik dat gentlemen’s agreement als voorbeeld. Wel moet je ervooruitkijken dat je dan niet alles meteen in regelgeving vastlegt, zoalssommigen willen; dat is gelukkig niet gebeurd in mijn bilateral met deFransen. Ik heb gezegd: laten we nou blij zijn dat de vissers onderlingovereenstemming hebben bereikt, want dat is het spoor waar we volgensmij naartoe willen; laten we even kijken hoe dat in de praktijk gaat werkenvoordat wij weer met allemaal regeltjes gaan zwaaien. Ik sta er dus zekervoor open.De voorzitter:Ik kijk even of de heer Pierik nog een vraag heeft of dat hij eventuelevragen straks gewoon in zijn tweede termijn stelt. Dat laatste, zie ik. Dangaan we naar het lid Kostic´. U krijgt nog de gelegenheid voor een laatstevraag, maar probeert u het kort te houden.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Een verzamelvraag binnen 30 seconden. Ten eerste herhaal ik mijn vraagof u het eens bent met de wetenschappelijke consensus dat vissen pijnkunnen lijden. Gewoon ja of nee. Ten tweede: ontkent u dat er inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169221 Nederland op grote schaal illegaal gevangen vis uit Rusland binnenkomt?Of is daar een misverstand over? U zegt dat die handelsstromen wordenverplaatst als wij hier sancties invoeren. Maar erkent u dat Nederland eenspecifiek probleem heeft en andere landen dus niet? Alleen Spanje heeftdat probleem ook, maar die pakt die schepen wel aan. Als het dus vooralin Nederland speelt, dan heeft het toch zeker wel nut om het hier inNederland aan te pakken?Staatssecretaris Rummenie:Dat waren een heleboel vragen in een. Ik ben geen wetenschapper. Ik hebaangegeven dat er verschillende onderzoeken voor verschillendevissoorten lopen om te kijken wat we aan het dierenwelzijn bij vissenkunnen doen. Om nou aan mij «ja of nee» te vragen ... Ik vind dat ik dannet doe alsof ik ergens kennis over heb, terwijl ik daar geen kennis overheb. Het logische antwoord zou zijn dat ik me kan voorstellen dat iederlevend wezen iets voelt. Maar daar houd ik het dan ook bij, want ik denktoch dat het beter is om dat aan wetenschappers over te laten.De andere vraag ging over de illegale Russische vis. Ik heb aangevenwelke controles de NVWA daarop uitvoert en daar houden wij ons aan. Ikheb ook aangegeven, en dat is toch wel een nuance, dat als we dingenwillen veranderen, we dat zeker in Europa moeten regelen. Er staannamelijk geen sancties op voedsel uit Rusland. Bij vis zijn er tweeuitzonderingen: kaviaar en schaaldieren. Ik ga ervan uit dat de gegevensdie ik van de NVWA krijg, kloppen. Ik zal er in Europees verband zekeraandacht voor vragen, maar om nu hier een hele dikke discussie op tezetten over wel of geen illegale Russische vis ... Kijk, we weten wel datNoorwegen een tussenhandelaar is. Maar goed, dat is aan Noorwegen.Daar wordt overigens wel over gesproken, want dat leidt ook in die delenvan de «viszee» tot overbevissing en dat is het laatste wat we willen.De voorzitter:Dank u wel. Ik constateer dat we heel mooi op tijd lopen, wat niet inhoudtdat we daar misbruik van moeten maken. We gaan nu naar de tweedetermijn en gebruikelijk is dat de spreektijd in die termijn een derde is vande spreektijd in eerste termijn. U hebt dus 1 minuut en 20 secondenspreektijd, om even heel precies te zijn. Ik ga ervan uit dat u niet bentuitgegaan van vier minuten spreektijd, maar dat zijn dus de mores en deregels.Voor de tweede termijn begin ik bij het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter, ik houd het kort, want ik moet zo naar de plenaire zaal.Ik bedank de Minister voor de twee toezeggingen over het proces bijonder andere SCoPAFF.Ik zou de Staatssecretaris willen verzoeken om nogmaals op mijn concretevraag te antwoorden, namelijk of hij zich aansluit bij de wetenschappelijkeconsensus. Wetenschappers hebben namelijk al onderzoek gedaan naarhet lijden van vissen. Zij zeggen: vissen kunnen lijden. Sluit hij zich daarbijaan of ontkent hij de wetenschap? Die vraag is heel simpel. De onder-zoeken waarnaar hij verwijst, gaan over de vraag hoe je het vissenwelzijnbeter kunt borgen, gezien het feit dat ze inderdaad kunnen lijden. En dat isiets anders. Als de Minister daar toch op terugkomt, wil ik hem ook vragenwanneer die onderzoeken zijn afgerond.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Pierik voor zijn tweede termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169222 De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik wil de Staatssecretaris en de Minister hartelijk dankenvoor de uitgebreide antwoorden op de vragen over visserij en GLB.In de eerste termijn had ik net iets te weinig tijd en daardoor is er éénvraag blijven liggen. Die vraag gaat over natuurbranden. We zien dat dekans in Europa op natuurbranden groter en groter wordt. Vandaar mijnvraag aan de Minister of ze bij de Raad aandacht kan vragen voor ditprobleem en of ze wil benadrukken dat bij elke ontwikkeling vanveerkrachtige bossen rekening gehouden wordt met het risico opbosbranden.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik bij de fractie van NSC, de heer Boomsma.De heer Boomsma (NSC):Dank, voorzitter, en dank voor de beantwoording.Er is een toezegging gedaan over een evaluatie van de aalbeheerplannen,maar kan er ook een termijn genoemd worden? Wanneer komt die?De Staatssecretaris herhaalt wat er in de brief staat, namelijk dat landenflexibiliteit willen bij de gesloten periode van zes maanden voor de aal,maar mij is niet duidelijk welk doel ze hebben met die flexibiliteit. Als dieafbreuk doet aan de kans op herstel van dat bestand, dan vind ik eigenlijkdat we daar niet flexibel mee om moeten gaan.De horsmakreel en het aanlandcontingent. Ik snap dat dat nu juridisch nietmogelijk is en vandaar mijn vraag of je de Uitvoeringsregeling zeevisserijniet moet aanpassen. Ik snap de logica van het systeem, want je wilteigenlijk die bijvangst ontmoedigen. Maar daarvoor heb je dus datbijvangstquotum. De Staatssecretaris zegt dan «er zijn wel percentages»,maar gaat het dan om het percentage vrijstelling voor die betalingen? Metwelk percentage doen we dat dan? Ik zou zeggen: stel het zo hoogmogelijk vast. Maar misschien kan hij ons nog een brief doen toekomenwaarin hij ons nader informeert over hoe we daarmee omgaan.Ten slotte de pijnervaring van vissen. Dat is natuurlijk niet alleen eenwetenschappelijke vraag, maar ook een filosofische vraag. Ik denk ook dathet inzicht van Schopenhauer belangrijk is dat het niet alleen gaat ompijn, maar ook om de ervaring van pijn: de ervaring van pijn wordtbepaald door het bewustzijn van de betekenis ervan. En dat is bij vissennatuurlijk erg beperkt.De voorzitter:Dan kom ik bij de heer Meulenkamp voor zijn tweede termijn.De heer Meulenkamp (VVD):In ieder geval bedankt voor de antwoorden.Ik zou de Staatssecretaris verder mee willen geven wij echt eenvoorstander zijn van meerjarige afspraken, want daardoor komt er meerzekerheid voor de sector. Ga een goed gesprek aan met de Eurocommis-saris! Ik begrijp dat u dat wilt doen en dat is heel positief. Ik zou zeker depuls daar op tafel gooien.Leg alstublieft de nadruk op samenwerking in de sector. Ik vind hetontzettend mooi dat u medetrekker wilt worden rondom nieuwegenomische technieken. Ik hoop dat Spanje dat accepteert. Ik hoor datgraag van u.Ik heb u nog een vraag gesteld over die adviezen. Stel dat er adviezenkomen die inhouden dat we 60% minder tong zouden mogen vangen, watgaan we dan doen? Gaat u dan zeggen ... U zei: we krijgen dan tochmeerjarig. Maar gaan wij in het concrete geval dat er een advies ligt om60% minder te vangen, dan zeggen «met 60% gaan we niet mee, we gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169223 15% minder vangen»? Daar zou ik toch nog graag iets meer duidelijkheidover willen.De voorzitter:Dank u wel. Als woordvoerder van de PVV wil ik de Staatssecretarisbedanken voor de uitgebreide beantwoording. Ik heb verder geen vragen.We gaan nu gelijk door naar de beantwoording in tweede termijn van debewindslieden en ik zie aan de houding van de Minister dat er ook eenvraag voor haar is. Ik begin dus bij de Minister. Gaat uw gang.Minister Wiersma:Dank. Niet zozeer een vraag, maar het is altijd mijn gewoonte om dingenmeteen uit te zetten, zelfs als we nog in gesprek zijn. Ik wil even terug-komen op de SCoPAFF-opmerking, want ik begrijp heel goed wat het lidKostic´ bedoelt. Gisteren en vandaag vinden de vergaderingen plaats endan voelt het natuurlijk een beetje als mosterd na de maaltijd als wevandaag hier een commissiedebat hebben.Het is wel zo dat ik op 29 november een brief heb gestuurd met daarin devoorstellen die er gedaan zijn. En ook wij krijgen op het departement echtmaar kort van tevoren die voorstellen toegestuurd. Daarna moet hetinterdepartementaal afgestemd worden en moet er een advies komen vanhet Ctgb over de verschillende voorstellen. We zitten nu vijf dagen voor ...29 november is die brief verstuurd en het is echt een hele krappedeadline. Dat realiseer ik mij. Dus wat dat betreft was de datum van ditcommissiedebat misschien net niet handig, maar het is ook even aan deKamer om daarmee in de planning rekening te houden. Maar de stukkenkrijgen wij dus ook pas kort van tevoren.Het middel waar het lid Kostic´ aan refereerde, staat er nu niet op. Dus datis ... Nou ja, dat wilde ik hier nog even meegeven.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dan is het mijn verzoek om met de ondersteuning van de Kamer even tekijken hoe we dat beter kunnen afstemmen en welke mogelijkheden erzijn. Ik kan het nu natuurlijk niet overzien en daarom lijkt het me wel goedom daar even naar te kijken.De voorzitter:Ik denk dat we inderdaad eventjes met de griffie moeten bezien wat daarmogelijk is.Minister, hebt u verder nog vragen?Minister Wiersma:Neenee, het lijkt me zo goed.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Rummenie:Dank u wel, voorzitter. Allereerst de vraag van de heer Pierik over denatuurbranden. Ik maak me daar ook zorgen om. U heeft ook gezien dat ikrecentelijk nog budget heb vrijgemaakt om de aanpak te versterken meteen nationaal programma. Vanwege het groeiende risico op natuur-branden is het inderdaad ook belangrijk om een Europees monitorings-systeem te hebben, want juist die natuurbranden brengen grensover-schrijdende risico’s met zich. Tijdens de LVR staat ook debosmonitoringsverordening op de agenda. Ik zal me daar positiefuitspreken over deze verordening. Ik ben het helemaal met u eens dat erbij die veerkrachtige bossen rekening moet worden gehouden metnatuurbranden. Ik ben dus blij dat het voorstel bosmonitoring incorpo-reert.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169224 De toezegging over het aalplan aan de heer Boomsma. De evaluatie vanhet aalbeheerplan komt voor het kerstreces naar de Tweede Kamer.De uitleg over de horsmakreelbijvangst en de aanlanding van hetcontingent. Ik zal u bij het verslag van de Raad informeren hoe Nederlanddit toepast.De voorzitter:Meneer Boomsma, u wekt de indruk te willen interrumperen voor eenverduidelijkende vraag.Staatssecretaris Rummenie:Het is heel erg complex en het heeft gewoon tijd nodig. Daarom vraag ik ugewoon om wat meer tijd.De heer Boomsma (NSC):Dat is prima, maar het gaat alleen wel om iets wat Nederland doet en nietom iets waarover in Europa moet worden overlegd. Nederland heeftgewoon een aanvullende regeling voor wat je voor een contingent moetbetalen. Wij kunnen dat dus zelf aanpassen of wij kunnen een percentagevrijstelling bieden. Het gaat volgens mij volgend jaar in en er is dus welenige haast geboden. Maar als de wethouder ... De wethouder? DeStaatssecretaris! Als de Staatssecretaris er later op terug wil komen, danis dat goed, maar dan hopelijk wel zo snel mogelijk.Staatssecretaris Rummenie:Ik kom er dadelijk nog op terug.De pijnervaring van vissen. Wie ben ik om de wetenschap tegen tespreken? Maar dan moeten we een keertje de wetenschappers uitnodigenen hen hun licht hierover laten schijnen. Ik vind dat u mij overvraagt doormij die vraag weer te stellen.De heer Meulenkamp dank ik voor de positieve woorden. Ik heb daareigenlijk niks aan toe te voegen. O ja, hij trok nog wel even in twijfel datSpanje blij is met mijn aanbod. Hij was daar heel erg blij mee, dus dat isniet het geval.Ik krijg te horen dat het heel erg complex is, meneer Boomsma. Ik heb aleerder gezegd dat wij gaan kijken naar de percentages. Ik denk toch dathet goed is dat wij hierover een aparte brief sturen.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat de heer Meulenkamp nog een verduidelijkendevraag wil stellen. Gaat uw gang.De heer Meulenkamp (VVD):Ik heb een vraag over de mogelijkheid dat de vangstquota op basis van dewetenschap met misschien wel 60% bijgesteld zouden worden. Wat gaanwij concreet doen als er naar sociaal-economische factoren gekeken zougaan worden? Gaan we dan naar min 15%, terwijl de wetenschappelijkeadviezen min 60% zeggen? Dat zou ik nog graag even verduidelijkt zienworden, want mij is dat niet duidelijk geworden in de beantwoording.Staatssecretaris Rummenie:Die vraag had ik ook niet beantwoord, maar ik vind het ook een niet tebeantwoorden vraag. Kijk, u weet zelf ook dat de jaarlijkse vaststelling vanvisquota een uitgebreid onderhandelingsproces van geven en nemen is. Unoemt nu cijfers en vraagt mij wat ik dan ga doen. Daar kan ik echt geenantwoord op geven. Ik heb u duidelijk aangegeven dat als de schomme-lingen extreem zijn, ik er scherp in zit dat de sociaal-maatschappelijkegevolgen ook moeten worden meegenomen. Al deze onderhandelingenzijn zeer gecompliceerd, doordat ze voor een gedeelte ook onderhande-lingen betreffen met derde landen, die ook niet altijd bereid zijn om teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169225 doen wat de Europese Commissie wil en wat er in wetenschappelijkeadviezen staat. Dus dat soort dingen moet je ook allemaal meewegen. Ikga hier dus echt geen percentages noemen van «als het dit is, ga ik datdoen». Ik denk dat u ook wel beseft dat ik dat niet kan doen. Maar u hoortook aan mij dat het mijn volle aandacht heeft. Als er sprake is van extremeschommelingen, ga ik aandacht vragen voor de sociaal-maatschappelijkegevolgen. En daar laat ik het bij.De voorzitter:Tot slot de heer Meulenkamp.De heer Meulenkamp (VVD):Ik snap dat het een onderhandeling is en dat het een complex proces is,omdat er allerlei factoren meespelen. Elk land heeft zijn eigen invalshoek,maar het is alleen voor de Kamer wel handig om te weten hoe het erongeveer uit gaat zien. Dat is een beetje ... Kijk, wetenschappelijkeadviezen neem je over en dan is het vrij inzichtelijk. Maar nu kan het tochook een soort black box worden. Nou ja, dat spreek ik maar even uit. Ikzou de Staatssecretaris dus graag meegeven: neem ons mee in datproces. Het is gewoon een heel belangrijk onderdeel voor de Nederlandsevisserij. Als het voor de Kamer dan toch een soort black box wordt, dan ...Nou ja, ik geef het even mee aan de Staatssecretaris. Hoe gaat hij ons dekomende tijd meenemen?Staatssecretaris Rummenie:Ik heb naar aanleiding van het feit dat de wetenschappelijke adviezen ditjaar weer zijn bijgesteld, zoals u weet, vraagtekens geplaatst. Er is mijtoegezegd dat er zeer nauwkeurig opnieuw bekeken zal worden hoe dezewetenschappelijke adviezen tot stand komen. Dus daar zijn we ook meebezig. Ik vond het zeker bij tong vrij vreemd dat we weer moestenwachten op een nieuw advies. Ik vind ook dat de wetenschap daarvoorzichtig mee moet zijn, want daarmee ondergraaf je natuurlijk toch ookin zekere zin je geloofwaardigheid. Dus dat moet secuur gebeuren en danmoeten wij niet weer net als dit jaar meemaken dat ze weer bijgesteldmoeten worden. Dus dat is een ander aandachtspunt in dezen.De voorzitter:En hoe gaat u de Kamer daarover informeren en daarin meenemen? Datlaatste stukje van de vraag is nog niet beantwoord.Staatssecretaris Rummenie:Ik denk dat u dat dat natuurlijk ook terug kunt gaan zien in de verslagenvan de Landbouw- en Visserijraad. Als ik daar punten opbreng, komt datdaarin terug. Zo simpel is het natuurlijk. Ik vind het altijd moeilijk om watik en marge van dit soort onderhandelingen bespreek, als informatie naarde Kamer te sturen. Ik hoop dat u dat ook begrijpt, want het maakt tochecht deel uit van een gevoelig onderhandelingsproces.De voorzitter:Daar zult u het mee moeten doen, constateer ik. Ik kijk even of er nog eennabrander is van de zijde van de Kamer. Dat is niet het geval.Voordat we deze vergadering afsluiten, herhaal ik de toezeggingen om tezien of het klopt wat door de griffier is genoteerd.–De Minister van LVVN zegt toe tegen het licht te houden of de Kamerkan worden geïnformeerd over de SCoPAFF-vergadering.Dat is net al een beetje beantwoord toen we het hadden over de termijnvan de SCoPAFF-vergaderingen. We hebben afgesproken dat de griffienog even gaat kijken hoe we dat kunnen meenemen. Minister?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169226 Minister Wiersma:Mag ik daar kort op reageren? De datums van de SCoPAFF-vergaderingenzijn natuurlijk van tevoren bekend. Het is handig om een commissiedebatin te plannen, voordat die ...De voorzitter:Het heeft in ieder geval de aandacht. Maar het loopt voor een stukje nog,want de griffie gaat kijken hoe we het zo optimaal mogelijk kunnen doenen hoe we de woordvoerders tijdig kunnen informeren.–De Staatssecretaris van LVVN stuurt voor het kerstreces 2024 hetevaluatierapport van het nationaal aalbeheerplan naar de Kamer.–De Staatssecretaris van LVVN stuurt een aparte brief naar de Kamerover de percentages van het aanlandcontingent horsmakreel.Ik heb nog geen termijn staan, maar misschien kan de Staatssecretaris ernu een termijn op zetten.Staatssecretaris Rummenie:Samen met het verslag van de Raad.De voorzitter:Dank u wel. Het staat genoteerd.Ik constateer dat wij om 11.35 uur de vergadering afgerond hebben. Ikwens u verder een goede vergaderdag toe! Hierbij sluit ik de vergadering.Sluiting 11.36 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169227
Gerelateerde bronnen
- Landbouw- en Visserijraad (december)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 5 december 2024, over Landbouw- en Visserijraad (december)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.