KamerkringInloggen
Kamerbrief

Nadere uitwerking van de beleidsagenda bouwregelgeving

22 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f584dddf677d1658 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 325BouwregelgevingNr. 308 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 mei 2026Om in aanloop naar het commissiedebat Bouwregelgeving op 4 juniaanstaande meer inzicht te krijgen in de beleidsagenda van het kabinet,heeft de Vaste Commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningmij in de brief van 8 april jongstleden verzocht om een brief met eennadere uitwerking van de beleidsagenda en de te maken strategischekeuzes ten aanzien van modernisering van de bouwregelgeving. DeCommissie refereert hierbij aan het regeerakkoord en de ambitie daarinom de bouweisen te vereenvoudigen en standaardiseren.Ik begin deze brief met de voornemens in het regeerakkoord ten aanzienvan de bouwregelgeving. Het gaat daarbij om (1) standaardisatie enindustriële bouw en (2) vereenvoudiging van de bouwregelgeving. Alslaatste informeer ik u over (3) de verdere modernisering van de bouwre-gelgeving. Daarnaast wordt met deze brief invulling gegeven aan eenaantal moties en toezeggingen.1. Standaardisatie en industriële bouw Landelijke uniforme regelsMet het Bbl (en hiervoor Bouwbesluit) is in Nederland sprake vanlandelijke uniforme regels voor veilige, gezonde, bruikbare en duurzamebouwwerken. Het betreft zowel regels voor nieuwbouw, bestaande bouwals voor verbouw. Landelijke uniformering stond bij de totstandkomingvan het Bouwbesluit 1992 centraal. Tot dat moment waren bouwverorde-ningen lokaal geregeld, wat leidde tot soms aanzienlijke verschillen tussengemeenten, onduidelijkheid voor marktpartijen en inefficiëntie in hetbouwproces.Met het Bouwbesluit 1992 is expliciet gekozen voor één samenhangenden landelijk geldend stelsel van technische bouwvoorschriften, met alsdoel het bevorderen van rechtsgelijkheid, het vergroten van de transpa- kst-28325-308ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3081 rantie en het verminderen van administratieve lasten.1 Uniforme regelsdragen bij aan een gelijk speelveld, een efficiëntere bouwpraktijk,duidelijkheid en rechtszekerheid. Landelijk uniforme regels zijn ook hetuitgangspunt van het Bbl en blijven dit bij de verdere ontwikkeling van deregelgeving, zeker nu het kabinet samen met de markt breed inzet opindustriële bouw. Mede daarom kan dit belangrijke uitgangspunt blijvendrekenen op brede steun in de bouw.Landelijke regels versus lokale regelsHet stelsel van de bouwregelgeving is limitatief. Dit wil zeggen dat het Bbleen uitputtend en landelijk uniform kader vormt voor bouwtechnischeeisen aan bouwwerken. Tijdens de Woontop in december 2024 is dit dooralle betrokken partijen nogmaals bevestigd.Zoals afgesproken op de Woontop (afspraak 12) is recent uitgewerkt hoede eisen in het Bbl de gemeenten publiekrechtelijk binden, waarbij ook dejurisprudentie is beschouwd. Dit is vastgelegd in de bijlage bij deze brief.Uit de beschouwing volgt dat gemeenten in beginsel geen ruimte hebbenom aanvullende of strengere technische eisen te stellen, tenzij het Bbl diemogelijkheid expliciet biedt. Lokale voorschriften die toch technischeeisen aan bouwwerken stellen, bijvoorbeeld via het omgevingsplan ofvergunningverlening, zijn in strijd met de wettelijke systematiek endaarmee onverbindend. Gemeenten kunnen wel sturen via ruimtelijke offunctionele regels, mits deze niet neerkomen op regels over de technischeuitvoering van bouwwerken.Het Instituut voor Bouwrecht (IBR) heeft in mijn opdracht ook de privaat-rechtelijke kant beschouwd.2Hieruit blijkt dat de Omgevingswet (artikel23.7) gemeenten verbiedt via privaatrechtelijke weg (alsnog) aanvullendebouwtechnische eisen te stellen bovenop of in afwijking van het Bbl.Afspraken in overeenkomsten (bijvoorbeeld bij grondverkoop, anterieureovereenkomsten of selectieprocedures) die verder gaan dan het Bbl,waarbij medeoverheden partij zijn, zijn in beginsel nietig. Opdrachtgeversvan nieuwe bouwwerken mogen uiteraard voor eigen rekening wel tegenhogere kwaliteitsniveaus laten bouwen dan het Bbl als minimumvoorschrijft, zolang dwang achterwege blijft.In het regeerakkoord is opgenomen dat de regering zich zal inzetten omlokale, bovenwettelijke regels tegen te gaan, zodat overal dezelfde regelsgelden. Ook in uw Kamer zijn bovenwettelijke regels regelmatigonderwerp van discussie blijkens de door uw Kamer aangenomen motiesvan het Kamerlid Mooiman vorige jaar tijdens de begrotingsbehandelingen recent van het Kamerlid Nobel tijdens het tweeminutendebat Klimaat-beleid gebouwde omgeving.3 Beide moties vragen om actie richtinggemeenten om ervoor te zorgen dat ze geen aanvullende eisen aan debouw opleggen. Mede hierom heb ik recent aan alle gemeenteraden eenbrief verzonden met daarin, onder meer, de uitleg waarom het stellen vanaanvullende eisen niet alleen juridisch niet toelaatbaar is maar ookcontraproductief gezien de woningbouwopgave en de verduurzamingwaar we op dit moment gezamenlijk voor staan. Daarnaast zet dit debetaalbaarheid van woningen onder druk.In aanvulling daarop onderzoek ik naar aanleiding van de motie van hetlid Nobel op dit moment welke instrumenten mij ter beschikking staan ofkunnen worden ontwikkeld, om zo nodig maatregelen te treffen daar waar1Stb. 1991, nr. 6802https://open.overheid.nl/details/e5192ebe-63f6-408c-980a-df9842739db13Kamerstukken II, 2024/25, 36 600, nr. 25 en Kamerstukken II, 2025/26, 32 847, nr. 1438Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3082 gemeenten onverhoopt aanvullende eisen blijven stellen. Het lid Nobellegt in zijn motie ook een relatie met duurzaamheidsambities; hier kom ikverderop in deze brief terug.Industrialisatie en typegoedkeuringMet de uniforme eisen in het Bbl is landelijke standaardisatie mogelijk vannieuwbouw. Dit geeft ruimte voor de verdere industrialisatie vanwoningbouw, wat een essentieel onderdeel is om de woningnood aan tepakken.4Ook typegoedkeuring op basis van het stelsel voor ErkendeKwaliteitsverklaringen (verder: EKV) draagt bij aan meer woningen inminder tijd. Een EKV zorgt ervoor dat een woningconcept slechtseenmalig technisch beoordeeld hoeft te worden en verdere (lokale)beoordeling achterwege kan blijven. De afgelopen tijd zijn al de eersteervaringen opgedaan met woningen gebouwd onder een EKV, waarbij dekwaliteitsverklaring niet alleen de productie, maar ook de bouw zelfomvat. De controle van de bouwkwaliteit verschuift hier van een controleper project naar een controle op het product en het bouwproces, wat leidttot een verdere versnelling van de bouw. Bovendien leidt een fabrieks-matige manier van bouwen vaker tot een hogere technische bouwkwa-liteit vanwege een herhaalbare productie onder gecontroleerde omstan-digheden. Ik ben voornemens om bij woningen, gebouwd onder eenvolledig dekkende EKV, de vergunning- en meldplicht voor de technischebouwactiviteit te laten vervallen.5 Om ook tijdelijke huisvesting enflexbouw te vereenvoudigen zal ik, in navolging van de motie van hetKamerlid Steen6, bezien onder welke voorwaarden woningen met eentypegoedkeuring ook vergunning- en meldingvrij verplaatst kunnenworden.In aanvulling hierop werk ik samen met gemeenten in het programmaInnovatie en Opschaling Woningbouw aan standaardisatie van ruimtelijkelokale regels, zoals welstand en stedenbouwkundige plannen.7In deindustriële fastlane van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegendoen we daar nu al ervaring mee op en worden vergunningen snellerverleend.2. Vereenvoudiging bouwregelgeving In het regeerakkoord is de vereenvoudiging van het Bbl met namegekoppeld aan het schrappen van onnodige en kostbare bouweisen. Devereenvoudiging kan echter ook worden gevonden in meer vergun-ningsvrij bouwen en het meer werken met erkende kwaliteitsverklaringenof maatregelen.Voor het schrappen van eisen is in 2025 met het programma Stoer al hetnodige in gang gezet. Hierover bent u door mijn ambtsvoorgangergeïnformeerd in de brieven van 23 juni 2025 en 10 oktober 2025., 8 9 Ik benbezig met een wijziging van het Bbl aansluitend op de adviezen van Stoerdie ik na dit zomerreces aan uw Kamer ter voorhang wil voorleggen. Hetbetreft het verlagen van eisen aan plafond- en deurhoogtes, steilheidtrappen en interne geluid voor woningbouw. Voorts worden de geplandenieuwe eisen voor daglicht op basis van de NEN-EN 17037 teruggedraaid,4Kamerstukken II, 2025/26, 32 847, nr. 14485De vergunning voor de omgevingsplanactiviteit blijft logischerwijs bestaan. Via het Bbl zaltevens worden geregeld dat het bevoegd gezag een volledige dossier van het uiteindelijkgerealiseerde bouwwerk ontvangt.6Kamerstuk II 2025/26, 28 325, nr. 3067Kamerstukken II, 2025/26, 32 847, nr. 14488Kamerstukken II, 2025/26, 32 847, nr. 13529Kamerstukken II, 2025/26, 32 847, nr. 1383Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3083 verdwijnt deels de ministeriële toestemming voor lagere kwaliteitsniveausvoor bruikbaarheid via maatwerkvoorschriften, en is voor lagewoningbouw het indienen van de Checklist Veilig onderhoud niet meervereist.Aanvullend op deze uitwerking van de Stoer-adviezen wordt in dezewijziging van het Bbl een verruiming opgenomen van het (technisch)vergunningsvrij bouwen. Verder wordt een wijziging opgenomen, die hetmogelijk maakt te werken met landelijk erkende maatregelen in hetverlengde met de al bestaande erkende kwaliteitsverklaringen. Hierdoorwordt het werken met innovatieve bouwmethoden eenvoudiger.Er zijn in het Stoer-traject geen andere potentieel te schrappen technischeeisen naar voren gekomen die kunnen worden geschrapt in het Bbl.Daarbij wil ik benadrukken dat bouwtechnische regelgeving met namepositief uitwerkt voor de bouw. Het geeft de sector immers houvast enduidelijkheid bij het bouwen van voldoende veilige, gezonde, duurzameen bruikbare gebouwen. Ook voor consumenten, waarvan niet verwachtkan worden dat ze zelf voldoende kennis hebben over de bouw, isbouwtechnische regelgeving van belang, omdat het zekerheid geeft overhet minimum kwaliteitsniveau van hun woning.Binnenkort laat ik verder een analyse uitvoeren van de grondslagen enachtergronden van het Bbl en haar voorlopers vanaf het Bouwbesluit1992. Op basis van deze analyse kunnen de beoogde doelen van het Bblopnieuw worden geijkt. Aansluitend hierop zal ik opnieuw kritisch kijkenwaar verdere vereenvoudiging van (de regels in) het Bbl mogelijk is.Recent heb ik ook het TNO-rapport Visie op een toekomstbestendigebouwregelgeving ontvangen van de VNG en het IPO, dat ik nog nader zalbestuderen.Voorts heb ik u over de eerste resultaten van de Taskforce VersnellingWoningbouw op 20 april jl. geïnformeerd.10 Daarin is opgenomen datmeer juridische ruimte wordt gecreëerd, zodat er sneller en gemakkelijkergebouwd kan worden door nieuwe wet- en regelgeving eenvoudig tehouden, procedures te versnellen, vigerende wetten te vereenvoudigen enactief opzoek te gaan naar overbodige stapeling van regels. Voor datlaatste zal het kabinet voortvarend aan de slag gaan met een jaarlijkseVereenvoudigingswet. Hiermee wordt een structurele, blijvende werkwijzegecreëerd met een vast ritme om problemen sneller op te lossen en totoplossingen te komen die echt werken en waarmee structureel knelpuntenworden aangepakt.Naast het schrappen van eisen kan er altijd sprake zijn van nieuwe eisenin het Bbl. De wens of noodzaak tot stellen van nieuwe of strengere eisenin het Bbl kan bijvoorbeeld voortvloeien uit maatschappelijke ontwikke-lingen, nieuwe bouwmethoden of Europese regelgeving. Bij deze nieuweeisen wordt door mij altijd goed gekeken naar de nut en noodzaak, demeerkosten en mogelijke knelpunten met bestaande eisen.3. Overige modernisering bouwregelgeving Bij de vorige twee onderwerpen heb ik de modernisering van de bouwre-gelgeving beschreven in relatie tot de twee specifieke thema’s in hetregeerakkoord: standaardisering en vereenvoudiging. Hieronder ga ik inop andere belangrijke thema’s waarop modernisering van de bouwregel-geving in gang is gezet.10Kamerstukken II, 2025/26, 32 847, nr. 1448Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3084 Europese ontwikkelingenVanuit Europa komt regelmatig nieuwe regelgeving waarop het Bbl moetworden aangepast.Europese richtlijn voor energieprestatie gebouwen (EPBD IV)Over de implementatie van EPBD IV bent u meest recent met de brief van17 maart jl. geïnformeerd.11 Vanaf 2030 gaan voor alle nieuwbouw in hetBbl nieuwe eisen gelden voor energiezuinigheid (ZEB-eis12) enduurzaamheid (wlc-gwp eis13). De ZEB-eis wordt in 2030 gebaseerd opeen gemoderniseerde bepalingsmethode voor de energieprestatie die opdit moment in mijn opdracht bij Nederlands Normalisatie Instituut NEN(verder: NEN) wordt ontwikkeld.De wlc-gwp eis betreft de broeikasgasemissies van de toegepastematerialen en het energieverbruik in een gebouw gedurende de gehelelevenscyclus. Deze eis moet periodiek worden aangescherpt, met hetstreven om te komen tot een emissievrije gebouwenvoorraad in 2050. Bijhet proces om te komen tot de wlc-gwp eis in 2030 en de aanscherpingentot 2050 ga ik ook invulling geven aan drie moties:–de motie van het lid Grinwis14, door de belangrijkste relevantebeleidskeuzes en varianten in kaart te brengen en te onderbouwen;–de motie van het lid Mooiman15, door te zorgen dat de eisen debetaalbaarheid en realisatiekracht voor nieuwe woningen nietbelemmert;–en de hiervoor genoemde motie van het lid Nobel, door het betrekkenvan de bouwsector bij het vaststellen van de eisen.Over de Routekaart voor de wlc-gwp naar 2050 zal ik uw Kamer na hetzomerreces informeren. Momenteel worden diverse berekeningenopgesteld en besproken in een breed samengestelde klankbordgroep metbouwexperts.Inmiddels bevindt de aangekondigde beleidsevaluatie naar de effectiviteitvan het huidige milieuprestatie-instrument voor gebouwen (mpg) in hetBbl zich in een afrondend stadium. Bij de mpg, die zonder Europeseverplichting in het vorige decennium in het Bbl is opgenomen, tellen nietalleen de broeikasgasemissies (zoals bij de wlc-gwp) maar ook anderevormen van milieubelasting van bouwmaterialen mee. In de kabinetsre-actie op het adviesrapport Stoer, is aangekondigd dat de mpg als eis inieder geval tot 2030 onderdeel zal blijven uitmaken van het Bbl. Of deinstrumenten mpg en de nieuwe wlc-gwp vanaf 2030 naast elkaar blijvenbestaan in het Bbl onderzoek ik op dit moment. De conclusies van debeleidsevaluatie van de mpg én de logica van de vormgeving van hetnieuwe instrument wlc-gwp vormen aanleiding voor een zorgvuldigeafweging. Ik wil voorkomen dat bouwers en ontwikkelaars door deintroductie van de wlc-gwp in het Bbl worden geconfronteerd metverschillende beleidsuitgangspunten en tegengestelde effecten ofprikkels, maar zeker onnodige kosten.11Kamerstukken II, 2025/26, 32 847, nr. 140512ZEB staat voor Zero Emission Building13wlc-gwp staat voor whole life cycle en global warming potential14Kamerstukken II 2025/26, 32 847, nr. 143415Kamerstukken II 2025/26, 32 847, nr. 1432Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3085 Herziene Europese Verordening Bouwproducten (CPR)Aansluitend op de herziene Europese Verordening Bouwproducten(CPR2024) wordt momenteel binnen Europa gewerkt aan 440 nieuwegeharmoniseerde productnormen. Deze normen vormen de basis voor deCE-markering van bouwproducten en beschrijven hoe productprestatiesmoeten worden vastgesteld. Het ministerie zorgt ervoor dat (per product-familie) experts vanuit Nederland betrokken zijn bij dit zogenaamdeCPR-aquis proces, zodat Nederlandse kennis en belangen wordeningebracht bij de ontwikkeling van deze normen. Ook wordt door mij in2026 verder gewerkt aan wijzigingen van het Bbl in relatie tot de herzieneverordening.Tweede generatie EurocodesVoor de eisen voor constructieve veiligheid van bouwwerken maakt hetBbl gebruik van de Europese constructienormen, de zogenaamdeEurocodes die stammen uit de jaren 90. Binnen Europa is de afgelopenjaren gewerkt aan de tweede generatie van de Eurocodes. Door NENworden nu in mijn opdracht de bijbehorende Nationale bijlagenopgesteld. De nieuwe Eurocodes en Nationale bijlagen treden inNederland naar verwachting op 1 januari 2029 in werking.Maatschappelijke ontwikkelingenMensen met lichamelijke beperking blijven steeds langer zelfstandig thuiswonen. Ook in het algemeen wordt de fysieke toegankelijkheid vangebouwen belangrijker. Woonfunctie voor zorgIn het huidige Bbl wordt aan huisvesting bestemd voor ouderen enminder zelfredzamen (de zogenoemde woonfunctie voor zorg) extra eisengesteld aan de brandveiligheid. Om na te gaan in hoeverre deze regelsnog aansluiten bij de veranderende zorg heeft het Nederlands InstituutPublieke Veiligheid (hierna: NIPV) in opdracht van mijn ministerie eeninventariserend onderzoek uitgevoerd naar zorgwoningen.16Bij hetonderzoek is een brede klankbordgroep betrokken met vertegenwoor-digers van huisvesters, zorgaanbieders, zorgontvangers, de brandweer enhet Ministerie van VWS. Het onderzoek laat zien dat de relatie tussen dezorgbehoefte van bewoners niet langer automatisch gekoppeld is aandaartoe bestemde woonvormen. Bewoners blijven bij toenemende zorg inhun eigen huis wonen en door «gespikkeld wonen» varieert de zelfred-zaamheid van bewoners in woongebouwen van woning tot woning.Naar aanleiding van de resultaten is de klankbordgroep onder begeleidingvan het NIPV inmiddels gestart met een verkenning naar mogelijkenieuwe manieren om de brandveiligheid van minder zelfredzamen teborgen. Daarbij wordt onderzocht hoe de brandveiligheid kan wordenverbeterd, rekening houdend met het belang van de keuze die eenbewoner maakt en de benodigde zorg. De uitkomsten van dit vervolgon-derzoek en de gezamenlijk gekozen richting voor aanpassing van het Bblzal ik eind dit jaar met uw Kamer delen.Woonfunctie nultreden en woonfunctie zorggeschiktIn het Bbl worden voor de woonfunctie nultreden en de woonfunctiezorggeschikt specifieke bruikbaarheidseisen opgenomen. Deze wijzigingvan het Bbl is ter voorhang geweest en leg ik binnenkort voor aan de Raad16https://nipv.nl/documenten/tussen-regels-en-realiteit-inventariserend-onderzoek-naar-de-classificatie-wonen-met-zorg-in-relatie-tot-brandveiligheid/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3086 van State ter advies en hoop ik hierna snel te kunnen publiceren in hetStaatsblad.17NEN 9120 Toegankelijkheid van gebouwenSinds februari 2025 is er een vrijwillig NEN-norm 9120 beschikbaar voortoegankelijk bouwen, gefinancierd door mijn ministerie. Hierin staanvoorzieningen voor toegankelijk bouwen aanvullend op de minimumeisenin het Bbl voor toegankelijkheid. Er loopt een periode van twee jaarwaarin wordt gemonitord wat de drijfveer van marktpartijen is om (delenvan) de NEN-norm wel of niet toe te passen. Na deze periode wordt doormij bepaald of specifieke delen van de NEN-norm opgenomen moetenworden in het Bbl.Ontwikkelingen in de bouwDoor de verduurzaming en industrialisatie van de bouw wordt er steedsmeer gebouwd met lichte bouwmaterialen. Ook worden er veelal meerinstallaties toegevoegd. Dit leidt tot meer risico’s op het gebied vanbrandveiligheid. Hierover bent u eerder geïnformeerd, meest recent in debrieven van 23 mei 202518 en van 6 februari 2026 (geagendeerd voor hetcommissiedebat van 4 juni a.s.).19 Ik geef hieronder aanvullend infor-matie.GebouwschilHaskoning heeft in opdracht van mijn ministerie een onderzoek uitge-voerd naar mogelijke oplossingen om branduitbreiding via de gebouw-schil te beperken20. Aanleiding voor dit onderzoek was het rapport van hetNIPV in 2024 naar drie branden in Nederland21 waarbij sprake was vansnelle branduitbreiding in de gebouwschil.Haskoning stelt in het rapport een tweesporenaanpak voor. Op kortetermijn wordt voorgesteld om een traject te starten dat moet leiden toteen betere naleving van de al bestaande brandveiligheidseisen, door hetmeer toelichten en verduidelijken van deze eisen. Parallel hieraan steltHaskoning voor een traject te starten naar nieuwe eisen in het Bbl voor debegrenzing van branduitbreiding in de gebouwschil. Ik neem dezevoorstellen over.Gevels hoogbouwIn het Bbl gaan strengere eisen gelden voor hoogbouwgevels.22Door NENis een bijbehorend testmethode vastgelegd in de Nederlandse Praktijk-richtlijn NPR 6999. Deze NPR en het kwaliteitsniveau waar de hoogbouw-gevel aan moet voldoen, leg ik vast in de Omgevingsregeling. Ik verwachtdat deze strengere eisen vervolgens per 1 juli 2027 in werking treden.Aanleiding voor deze strengere eisen was de fatale brand van de Grenfellwoontoren in Londen (2017) en het advies van de ATGB23op het Engelseonderzoeksrapport fase 1 (2019). In september 2024 is het onderzoeks-rapport fase 2 over de Grenfellbrand gepubliceerd in Engeland. De ATGB17Kamerstuk II 2025/26, 28 325, nr. 29918Kamerstuk II 2024/25, 28 325, nr. 28219Kamerstuk II 2025/26, 28 325, nr. 30220https://open.overheid.nl/details/c4c12bb0-33ff-4348-a36f-b9897e20e0f821Leren van branden in de gebouwschil van woningen – NIPV22Stb. 2023, nr. 42623Adviescommissie Toepassing en Gelijkwaardigheid Bouwvoorschriften, dit is een onafhanke-lijke BZK/VRO-adviescommissieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3087 heeft recent ook over dit fase 2-rapport haar advies24uitgebracht. Ditadvies bevat geen wijziging van haar eerdere advies voor hoogbouw-gevels. In het nieuwe rapport worden door de ATGB wel nieuwe, meeralgemene, aanbevelingen gedaan gericht op het tot stand komen van debouwregelgeving, de risico-indeling van gebouwen, het kennisniveaubinnen de bouw en de testmethoden en certificatie. Ik bezie dezeaanbevelingen nog in relatie tot de verdere modernisering van debouwregelgeving en een betere naleving.HoutbouwUit TNO-onderzoek25volgt dat de huidige prestatie-eisen voor brandvei-ligheid uit het Bbl niet adequaat zijn voor gebouwen van massief houtdoor de verhoogde permanente vuurbelasting. De ATGB heeft eind 2024geadviseerd het Bbl hierop aan te passen.26 Ik werk inmiddels aan dezeaanpassing van het Bbl, die naar verwachting na deze zomer in consul-tatie gaat. Door NEN is in opdracht van mijn ministerie in 2025 al deNederlandse Technische Afspraak NTA 6125 «Brandveiligheid massievehoutbouw» opgesteld.27Deze NTA 6125 kan straks door bouwers wordengebruikt voor de nieuwe Bbl-eisen.Motie WelzijnIk maak hier verder gebruik van deze brief om u te informeren overuitvoering van de motie Welzijn over een publieksregister met gebruiktegevelmaterialen en het brandrisico daarvan.28 Ik heb het NederlandseInstituut Publieke Veiligheid NIPV gevraagd een publieksinformatieblad opte stellen met informatie over de brandveiligheid van gevels vanwoningen en woongebouwen. Hierin komt voor bewoners toegankelijkeinformatie beschikbaar over gebruikte gevelmaterialen en brandrisico’s.Ook zal het een handelingsperspectief geven voor bewoners die twijfelhebben over brandveiligheid van hun gevel.Verduurzaming van de gebouwde omgevingNaast de implementatie van de hiervoor genoemde EPBD IV zijn ernationaal verdere ambities voor de verduurzaming van de gebouwdeomgeving die een doorvertaling krijgen in het Bbl.Uitfasering EFG-labelsEr wordt door mij gewerkt aan een wijziging van het Bbl voor deverplichte uitfasering van E, F, en G-labels in 2029 bij huurwoningen. Ikstuur deze wijziging van het Bbl in de zomer ter voorhang aan uw Kamer.Hybride warmtepompenSamen met de Minister van KGG bezie ik momenteel hoe de normeringvan hybride warmtepompen kan worden vormgegeven in het Bbl. Bij deverdere uitwerking van de norm betrekken we of deze voor huishoudenshaalbaar is. Dit najaar wordt uw Kamer hierover verder geïnformeerd.24https://atgb.nl/advies/atgb-grenfell-fase-2/25Literatuurstudie - Brandveiligheid en Bouwen met Hout26https://atgb.nl/advies/atgb-advies-houtbouw-en-pv/27NEN Connect - NTA 612528Kamerstuk II 2024/25, 28 325, nr. 284Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3088 Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwenKlimaatadaptief bouwen en natuurinclusief bouwen kan vooral lokaalworden bewerkstelligd met ruimtelijke regels in omgevingsplannen. Hetgaat daarbij beperkt om landelijke technische regels aan gebouwen in hetBbl.Hergebruik waterIn de brief van 27 januari 2026 heeft de Minister van IenW in afstemmingmet mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerd29dat er vooralsnoggeen eisen in het Bbl komen voor het hergebruik van hemel- en grijs-water. Dit overeenkomstig een advies van RIVM ter voorkoming vangezondheidsrisico’s. De komende twee jaar wordt de veilige toepassingverder onderzocht. Hierna maken de Minister van IenW en ik samen debalans op.OververhittingTer voorkoming van oververhitting geldt er sinds 2021 in het Bbl al dezogenaamde TOjuli -eis voor nieuwbouwwoningen. In 2030 (zie hiervoorbij EPBD IV) wordt in de gemoderniseerde bepalingsmethode energie-prestatie (NEN) verder bezien op welke wijze beter op het risico vanoververhitting in bouwwerken kan worden gestuurd.Verblijfsvoorzieningen beschermde diersoortenIn het Bbl wordt voor nieuwe utiliteitsgebouwen regels opgenomen vooropnemen verblijfsvoorzieningen voor gierzwaluwen, huismussen envleermuizen. Deze wijziging van het Bbl is ter voorhang geweest30 en legik binnenkort voor aan de Raad van State ter advies en hoop ik hierna snelte kunnen publiceren in het Staatsblad.Verbetering naleving bouwregelsDe kwaliteit van gebouwen staat of valt bij de naleving van de bouwtech-nische regels in het Bbl. Om de naleving bij nieuwbouw te verbeteren is in2024 de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werkinggetreden. Bij de bestaande bouw wordt het toezicht door gemeenten opde naleving belangrijker, vooral door de nieuwe duurzaamheidseisen.Kwaliteitsborging (Wkb)In het Bbl wordt een maatwerkbevoegdheid opgenomen voor gemeentenbij de ingebruikname van gebouwen in geval sprake is van beperkte, niet(proportioneel) herstelbare strijdigheden bij gereedmelding. Dezewijziging van het Bbl is ter voorhang31geweest bij uw Kamer en zal naarverwachting 1 januari 2027 in werking treden.Voor het commissiedebat zal ik u nog de monitoringsrapportage over2025 toesturen. Naar aanleiding van deze rapportage zal ik op kortetermijn enkele aanpassingen in de regelgeving doorvoeren. Ik zal u daarverder over informeren in de begeleidende brief bij de monitoringsrap-portage.29https://open.overheid.nl/documenten/cf9dc42c-9cdf-44f2-88af-b2cd6c5a13fa/file30Kamerstuk II 2025/26, 28 325, nr. 29931Aanbiedingsbrief ontwerpbesluit maatwerkvoorschrift ingebruikname | Kamerstuk |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3089 Naleving, toezicht en handhaving bestaande bouwDat bestaande gebouwen voldoen aan de Bbl-eisen is primair deverantwoordelijkheid van gebouweigenaren. Zeker daar waar deveiligheid of gezondheid van gebruikers, huurders en passanten in hetgeding is, is hier ook een belangrijke rol voor de gemeente als bevoegdgezag weggelegd. Daarnaast introduceert de EPBD IV de komende jarenverschillende nieuwe regels voor bestaande woningen en utiliteitsge-bouwen. Aangezien dit een intensivering van toezichtstaken met zichmeebrengt voor gemeenten, wil ik de komende tijd samen met de VNG enhet IPO bezien hoe het toezicht op de bestaande bouw zo goed mogelijkkan worden vormgegeven. Hiervoor is recent een gezamenlijk onderzoekgestart waarbij gekeken wordt naar de financiële middelen, het wettelijkeinstrumentarium dat het bevoegd gezag ter beschikking staat en de wijzewaarop het toezicht door gemeenten wordt ingevuld. Ik verwacht u beginvolgend jaar over de resultaten van het onderzoek te kunnen informeren.OverigeVoor wat betreft de toezeggingen in het commissiedebat geagendeerdebrief over de opvolging van de aanbevelingen in de evaluatie van hetCO-stelsel, kan ik u berichten dat ik het Bbl zal aanpassen om de meldingvan de zogenaamde bijna-ongevallen te vereenvoudigen. Situatieswaarbij een concentratie koolmonoxide wordt gemeten van meer dan 20ppm en waarbij het probleem door de installateur is opgelost, hoeven danniet meer bij de gemeente te worden gemeld. Deze wijziging neem ik meein de wijziging van het Bbl in het kader van Stoer die ik hiervoor hebbeschreven. Daarnaast zal ik de meldplicht bijna-ongevallen uitbreidenmet informatie over de (achterliggende) oorzaak van het bijna-ongeval.Hiervoor zal de Omgevingsregeling worden aangepast. Verder kan ik u inverband met het CO-stelsel melden dat eind 2025 een nieuw certificatie-schema is aangewezen. Dit schema van SKG-IKOB Certificatie B.V. isspecifiek voor zzp-ers en kleine bedrijven en is bedoeld om certificeringvoor deze bedrijven eenvoudiger en goedkoper te maken. Ook is door desector het verlengen van het Vakmanschap CO sinds medio 2025eenvoudiger gemaakt. Het gaat hier om een praktisch uitvoerbare enlaagdrempelige procedure met minder tijdsinvestering en kosten, maarmet behoud van kwaliteit en veiligheid.Tot slotHet grote aantal onderwerpen in deze brief laat zien dat er veel stappenzijn en worden gezet om de bouwregelgeving te standaardiseren, tevereenvoudigen en te moderniseren. Een stevige agenda. Al dezeontwikkelingen hebben effecten voor bouwers en ontwikkelaars, die hieruiteindelijk rekening mee moeten houden in hun dagelijkse bouwplannenen processen.Tegelijkertijd klinkt vanuit diverse verschillende maatschappelijkestakeholders bijna voortdurend de roep om nog meer regels en eisen ofandere bevoegdhedenverdeling tussen overheidslagen. Voor mij staatvoorop dat de bouwregelgeving landelijk uitvoerbaar moet zijn en ziet ophet bouwkwaliteitsniveau dat overal ten minste moet worden gehaald. Datniveau stel ik vast als Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijkeordening, nadat ik uw Kamer hierover heb gehoord. De bouwsector heeftmeermaals aangegeven grote behoefte te hebben aan deze duidelijkheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 30810 Graag ga ik op 4 juni bij het commissiedebat verder in gesprek met uwKamer over de bouwregelgeving.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E. Boekholt-O’SullivanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 30811

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2400f107118ca723

14 okt 2026 · 1a7c2698d45ec1ab

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.