KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 5 en 6 maart 2026

26 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ced55028210cfc43 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 995 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VANASIEL EN MIGRATIE EN VAN DE STAATSSECRETARIS VANJUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 februari 2026Hierbij bieden wij, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, uwKamer de geannoteerde agenda aan van de Raad Justitie en BinnenlandseZaken (JBZ-Raad) van 5–6 maart a.s. in Brussel. De Minister van Justitieen Veiligheid, de Minister van Asiel en Migratie en de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid zullen aan de Raad deelnemen.Daarnaast informeren wij uw Kamer over de volgende onderwerpen.Kopgroep contraterrorisme ontbijtVoorafgaand aan de JBZ-Raad op 5 maart a.s. organiseert Nederland eenontbijtbijeenkomst van de kopgroep terrorismebestrijding, die de Ministervan Justitie en Veiligheid zal voorzitten. Tijdens deze bijeenkomst spreektde kopgroep (bestaande uit België, Denemarken, Duitsland, Finland,Frankrijk, Nederland, Oostenrijk, Spanje, Zweden) en de EU Contraterro-rismecoördinator over het tegengaan van online radicalisering en deontwikkelingen in Syrië en de implicaties daarvan op de interne veiligheidvan de EU en op contraterrorisme. Dit als voorbereiding op de werklunchtijdens de JBZ-Raad.Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raadover de EU-visumstrategieDe Europese Commissie heeft op 29 januari jl. – voor de eerste keer – eenstrategie gepubliceerd over een toekomstbestendig visumbeleid. Hetvisumbeleid valt onder de primaire verantwoordelijkheid van de Ministervan Buitenlandse Zaken. Vanwege de raakvlakken met het asiel- enmigratiebeleid valt de kabinetsappreciatie van de EU-visumstrategie ookonder de gedeelde verantwoordelijkheid van de Minister van Asiel enMigratie. kst-32317-995ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9951 Met de strategie beoogt de Commissie het visumbeleid meer strategischin te zetten in een snel veranderende wereld en tegelijkertijd bij te dragenaan de aantrekkelijkheid van de Europese economie en de concurrentiepo-sitie van de EU wereldwijd te verstevigen. Dit sluit aan bij de positie vanhet kabinet voor een sterke Europese Unie die daadkrachtig optreedt voorveiligheid en het beheersen van migratie. Het is nodig om wendbaar tezijn, en waar nodig (ad-hoc) maatregelen te kunnen nemen. Gerichtevisumbeperkingen moet sneller mogelijk worden bij verslechteringen inde politieke- of veiligheidssituatie in een derde land, de samenwerking ophet gebied van terugkeer of bij vijandige acties door een derde land (zoalshybride dreigingen). Het kabinet ondersteunt de inzet van de Commissieom (terugkeer)samenwerking met visumplichtige landen meer af tekunnen dwingen door middel van het sneller en flexibeler kunnen inzettenvan visummaatregelen, zoals het opschorten van de visumafgifte (art25bis Visumcode). Ook volgt het kabinet de lijn van de Commissie dat ermomenteel – behoudens artikel 25bis Visumcode – geen andere instru-menten zijn om maatregelen te nemen ten aanzien van visumplichtigelanden als de situatie op het gebied van migratie, veiligheid of politiek(plotseling) verslechtert, terwijl een dergelijk breed inzetbaar instrumentwel bestaat voor visumvrijgestelde landen (het visumopschortingsmecha-nisme). De Commissie noemt o.a. de mogelijkheid om tijdelijk geenvisumaanvragen te behandelen als maatregel. Een dergelijk instrumentmoet ook de strategische autonomie van de EU versterken. Visumvrijheidis een recht dat komt met plichten. Het recent herziene visumopschor-tingsmechanisme zal daarom waar noodzakelijk en opportuun benutmoeten worden volgens de Commissie. Het kabinet steunt dit ten volle.Binnenkort ontvangt uw Kamer de appreciatie van het achtste rapport vande Commissie- over het opschortingsmechanisme.Documentveiligheid is cruciaal voor een veilige Schengenzone. Dit wil deCommissie versterken door een uniforme lijst van erkende reisdocu-menten op te stellen. Erkenning van reisdocumenten is nu een nationalecompetentie, waardoor Nederland snel een besluit kan nemen als desituatie daarom vraagt. Hierdoor is er echter geen geharmoniseerdEU-standpunt. Een eventueel voorstel van de Commissie zal het kabinetop zijn merites beoordelen. Om het kader van kort verblijf (90 dagenbinnen een periode van 180 dagen) beter te waarborgen, stuurt deCommissie aan op het uitfaseren van bilaterale verdragen die hier eenuitzondering op bieden. Nederland steunt het uitgangspunt vanwege deuniformiteit binnen het Schengengebied, maar vanwege de waarde vandeze vriendschapsverdragen en de impact van het opheffen ervan, zal hetkabinet dit per geval beoordelen. Het kabinet ziet meerwaarde in hetvoorstel om gebruik te maken van de expertise van het Europese Grens-en Kustwachtgezelschap Frontex voor wat betreft training, documentveri-ficatie en opstellen van trendrapportage ten bate van het visumproces,maar wenst geen directe betrokkenheid van het Agentschap bij hetbeslisproces. De beoordeling van visumaanvragen moet volgens hetkabinet volledig bij de lidstaten blijven.Aanpassing van de Visumcode is noodzakelijk om bepaalde ideeën envoorstellen uit de visumstrategie van de Commissie mogelijk te maken.De verwachting is dat de Commissie afhankelijk van de appreciatie van delidstaten in de loop van 2026 met een concreet wetgevingsvoorstel hiertoezal komen. Nederland kijkt uit naar deze concrete verbeterslag en zal eenvoorstel te zijner tijd op zijn merites beoordelen via het reguliere procesvan een BNC-fiche.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9952 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad:Europese asiel- en migratiebeheerstrategieOp 29 januari jl. publiceerde de Commissie de vijfjaarlijkse strategie voorasiel- en migratiebeheer conform de gelijknamige verordening. In destrategie formuleert de Commissie vijf prioriteiten: 1) Migratiediplomatieintensiveren, 2) Sterke EU-grenzen voor betere controle en Veiligheid,3) Een stevig, eerlijk en aanpasbaar asiel- en migratiestelsel, 4) Doeltref-fender terugkeer en overnamebeleid, 5) Arbeids- en talentmobiliteit omhet concurrentievermogen te stimuleren. De strategie is een herbeves-tiging van de lopende inzet op deze vijf prioriteitsgebieden; de afgelopenjaren zijn er op deze gebieden significante stappen zijn gezet. Voorbeeldenhiervan zijn het akkoord over het Europese Asiel- en Migratiepact en deverschillende brede, strategische partnerschappen die de Commissie metlanden buiten de EU is aangegaan. De aankomende vijf jaar staan in hetteken van het bestendigen en versterken van dit beleid. Het kabinetverwelkomt de strategie en steunt in grote lijnen de prioriteiten die daaringeschetst worden. Hieronder wordt een korte appreciatie gegeven op deinzet van de Commissie op de vijf prioriteiten.Het kabinet verwelkomt de focus van de Commissie op het verdervormgeven en versterken van de samenwerking met derde landen doormiddel van brede en wederkerige partnerschappen. Onderdeel hiervan issteun voor opvang in de regio, terugkeerondersteuning en de versterkingvan de aanpak van mensensmokkel, onder andere door de voorzettingvan de Global Alliance Against Human Smuggling. Het kabinet kijkt in datkader ook uit naar het Commissievoorstel voor een sanctie instrumenttegen mensensmokkelaars. Hoewel de Commissie oog heeft voorinnovatieve oplossingen in de strategie acht het kabinet het van belangdat de Commissie haar strategie verder concretiseert op dit punt ominnovatieve oplossingen zoals terugkeerhubs en het veilig-derde-land-concept te operationaliseren1. De geschetste aanpak van de Commissievoor een breed spectrum aan maatregelen, waar naast de inzet op bredepartnerschappen, ook het inzetten van negatieve maatregelen, waarondervisummaatregelen en het algemeen preferentieel stelsel, onderdeel vanzijn, sluit aan bij de inzet van het kabinet.Het kabinet onderschrijft het belang van het versterken van het buiten-grensbeheer als één van de vijf prioriteiten voor de komende vijf jaar. DeCommissie legt in dit kader de focus op het verder ontwikkelen enuitrollen van de digitale grensbeheersystemen waaronder hetin-uitreissysteem (EES), het Europese systeem voor reisinformatieautori-satie (ETIAS), alsook de tijdige implementatie van de screeningspro-cedure. Dit is in lijn met de inzet van het kabinet. In het verlengde daarvanis digitalisering en de inzet van technologische innovatie waaronderartificiële intelligentie, inclusief een aankondiging van een AI-forum, eenfocusgebied in de strategie. Daarnaast verwijst de Commissie naar degeplande herziening van de Frontex-verordening om grensbeheer teversterken. Voor Nederland staan, in lijn met de strategie, innovatie eninformatiegestuurd optreden voorop bij het grensbeheer. Het is vanbelang dat het gebruik van nieuwe innovatieve systemen en verderedigitalisering van grensmanagement leidt tot versterking van informatie-en risico gestuurd optreden van grensautoriteiten. Het kabinet zet zich hieractief in de EU voor in. Daarnaast roept het kabinet in de EU op tot hetaanpakken van structurele kwetsbaarheden en tekortkomingen van hetSchengenacquis.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2025, 32 317, nr. 987.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9953 Op het EU asiel- en migratiestelsel benadrukt de Commissie, in lijn metNederlandse inzet, dat een tijdige en volledige implementatie van het Pactnoodzakelijk is. Het kabinet zet zich hier op Europees niveau stelselmatigvoor in. De Commissie neemt verder een vlucht vooruit naar de evaluatievan de asiel- en migratiebeheerverordening (AMMR) en de asielprocedu-reverordening (APR), die aangekondigd is in 2027. Het kabinet zal ditnauwgezet volgen. Een goede evaluatie is cruciaal om te kunnenbeoordelen hoe regelgeving wordt toegepast in de praktijk en om vast testellen of er tekortkomingen zijn in de regelgeving.De Commissie zet verder in op het bouwen aan een gemeenschappelijkeEuropees terugkeersysteem. De basis hiervoor moet in de toekomst deterugkeerverordening worden. De Commissie noemt ook expliciet deontwikkeling van terugkeerhubs als onderdeel van het gemeenschappelijkEuropees terugkeersysteem. Het is voor het kabinet een prioriteit om hetterugkeersysteem en daarmee de terugkeercijfers in de EU te verbeterenen ziet het belang van het inzetten van het gehele EU-instrumentariumvoor het verbeteren van de terugkeersamenwerking met derde landen.Ook steunt het kabinet dat de Commissie in haar strategie specifiekaandacht geeft aan terugkeer naar complexe landen en gebiedenwaaronder Syrië. Het kabinet blijft oproepen tot een gecoördineerde EUinzet op Syrië om irreguliere migratie tegen te gaan en terugkeer tebevorderen door bij te dragen aan het verbeteren van de veiligheid ensocio-economische omstandigheden in Syrië.Als laatste wil de Commissie stevig blijven inzetten op arbeids- entalentmobiliteit in de samenwerking met derde landen onder andere doorbestaande talentpartnerschappen uit te breiden en nieuwe te lanceren. DeCommissie introduceert geen wetgevende voorstellen, maar doet welaanbevelingen om het bestaande EU-acquis beter te benutten, bijvoor-beeld door procedures te vereenvoudigen. In het bijzonder heeft deCommissie – samen met de EU-visumstrategie – een separate aanbe-veling gepubliceerd over het aantrekken van talent ter bevordering vaninnovatie.2 Ook zet de Commissie in haar strategie in op het bestrijdenvan arbeidsuitbuiting en het bevorderen van integratie van arbeidsmi-granten. Het is positief dat de Commissie arbeidsmobiliteit nadrukkelijkerverbindt aan migratiediplomatie, met zowel aandacht voor kansen omtalent aan te trekken, als voor risico’s die dat mee kan brengen, zoalsarbeidsuitbuiting. Ook onderschrijft het kabinet dat kennismigratie nodigblijft voor het behoud van het concurrentievermogen van de Unie.Tegelijkertijd is het kabinet kritisch op het directe verband tussenarbeidsmigratie en tekorten op de arbeidsmarkt. Ook had het kabinet in ditverband graag aandacht gezien voor de problematiek rond doordeta-chering van derdelanders. Uw Kamer wordt voorts via het reguliereBNC-traject geïnformeerd over de aanbeveling van de Commissie inzakehet aantrekken van talent ter bevordering van innovatie.De vijfjarige asiel- en migratiebeheerstrategie van de Commissie vormteen goede basis voor de Europese asiel- en migratieagenda voor deaankomende jaren. Het kabinet kijkt daarom uit naar de verdere uitrol vande strategie en de daarmee samenhangende voorstellen.Formeel akkoord inzake voorstellen herziening veilig-derde-land-concepten EU-lijst veilige landen van herkomstOp 23 februari jl. werden de nieuwe regels voor veilige derde landen eneen EU-lijst van veilige landen van herkomst, als onderdelen van het asiel2Commissieaanbeveling inzake het aantrekken van talent voor innovatie, 29 januari 2026,C(2026) 462.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9954 en migratiepact, bekrachtigd in de Raad. Deze aanpassingen zullengelijktijdig met het Pact van toepassing worden op 12 juni dit jaar. Denieuwe regels zijn in lijn met de algemene oriëntaties van de Raad diewerden aangenomen tijdens de JBZ-Raad van 8 en 9 dec jl.3 Voor denieuwe regels ten aanzien van het concept van veilige derde landen gaathet in het bijzonder om de aanpassingen van het bandencriterium,waardoor het beter mogelijk wordt het concept toe te passen als eenverzoeker voor internationale bescherming op zijn reis naar de EU dooreen veilig land is gereisd, of als er een overeenkomst of regeling isgesloten met een derde land. De EU-lijst van veilige landen van herkomstzorgt voor meer harmonisering in de EU bij de beoordeling van kansarmeasielprocedures.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Minister van Asiel en Migratie,G. van den BrinkDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van Bruggen3Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 987.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9955 Geannoteerde agenda van de bijeenkomst van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken, 5 en 6 maart 2026 I. Binnenlandse Zaken 1. Algemene staat van het Schengengebied a.Schengen barometerb.Uitvoering van de prioriteiten van de Schengenraadcyclus:stimuleren van vrijwillige terugkeerGedachtewisselingDe lidstaten en Schengengeassocieerde landen zullen in de Schengenraadop basis van een nieuwe Schengenbarometer van gedachten wisselenover de belangrijkste trends en ontwikkelingen in het Schengengebied.Opvallend is het feit dat er ten opzichte van 2024 een daling van 25% isvan het aantal irreguliere grensoverschrijdingen aan de buitengrens,waarbij de daling zich in het tweede jaar op rij doorzet. Ook zijn secun-daire migratiestromen met 25% gedaald ten opzichte van het voorgaandejaar. De verwachting van de Commissie is dat deze trend zich door zalzetten in 2026, wel met het voorbehoud erbij dat dit anders kan uitpakkenals gevolg van geopolitieke ontwikkelingen. Ook is het aantal succesvolleterugkeeroperaties gestegen met 13%. Met betrekking tot buitengrens-beheer vraagt de Commissie aandacht voor de implementatie van deasielgrensprocedure onder het Pact en innovatieve grenssystemen,waaronder het in- en uitreissysteem Entry/Exit System (EES), maarwaarschuwt ook voor de kwetsbaarheid van digitale systemen voorcyberaanvallen. Met name voldoende capaciteit en middelen voornationale autoriteiten blijft een aandachtspunt. Daarnaast blijft deCommissie kritisch ten aanzien van de binnengrenscontroles en roeptopnieuw op tot nauwere samenwerking van rechtshandhavingsautori-teiten als alternatief.Daarnaast wenst het Voorzitterschap strategisch van gedachten tewisselen over het stimuleren van vrijwillige terugkeer, ook in relatie totgedwongen terugkeer, als onderdeel van de prioriteiten vastgesteld in hetkader van de Schengencyclus. Naar verwachting ligt de focus van hetVoorzitterschap op het identificeren van elementen om vrijwilligeterugkeer te versterken en verbeteren, waaronder steun voor herintegra-tiestructuren in derde landen.Nederland verwelkomt de daling van het aantal irreguliere grensover-schrijdingen naar de EU en secundaire migratiestromen in de EU. Hetblijft van permanent belang dat er aandacht is voor het versterken van debuitengrenzen om irreguliere migratie verder tegen te gaan, waaronderhet verhogen van de capaciteit, de implementatie van innovatievegrenssystemen en implementatie van het Pact. Dit moet ook bijdragenaan het verder tegengaan van secundaire migratie. Ten aanzien vanterugkeer verwelkomt Nederland de stijging van het aantal succesvolleterugkeeroperaties. Tegelijk is er nog een lange weg te gaan. Hetverbeteren van effectieve terugkeer is een belangrijke prioriteit vanNederland als de hoeksteen van een werkend asielsysteem. Vrijwilligeterugkeer is daarbij een belangrijke component en Nederland heeft in datkader ook al verscheidene herintegratieprogramma’s ingericht omvrijwillige terugkeer te stimuleren. Tegelijk ziet Nederland er dat belang-rijke uitdagingen liggen bij gedwongen terugkeer en dat maatregelennodig zijn om dit te verbeteren, ook met als doel om vrijwillige terugkeerte bevorderen als de te prefereren optie bij terugkeer van vertrekplichtigepersonen. Het is daarom van belang dat de onderhandelingen over deterugkeerverordening op korte termijn voortgezet kunnen worden met hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9956 Europees Parlement en dat er ook aandacht is voor bredere terugkeersa-menwerking met derde landen. Andere lidstaten zullen naar verwachtingook het belang benadrukken van een snel onderhandelingsresultaat overde terugkeerverordening en stilstaan bij voorbeelden ten aanzien vanvrijwillige terugkeer, alsook aandacht vragen voor de uitdagingen omtrentgedwongen terugkeer en het belang van samenwerking met derdelanden.2. Implementatie van interoperabiliteit: herziene routekaart voor na 2026 GoedkeuringTijdens dit agendapunt zal het Voorzitterschap, samen met eu-LISA, deresterende onderdelen van de roadmap ten aanzien van herziene(«revised») visuminformatiesysteem (VIS) presenteren. Deze routekaart isop 29 januari jl. aangenomen door de Management Board van eu-LISA enmaakt onderdeel uit van de IO roadmap die de JBZ-Raad in maart 2025heeft vastgesteld voor de implementatie van grootschalige IT-systemen enhun onderlinge interoperabiliteit. Nederland heeft eerder gepleit voor eenverschuiving van het revised VIS naar het vierde kwartaal van 2028. Hetrevised VIS zal nu in twee fasen, Q4 2028 en Q3 2029, worden geïmple-menteerd. De Raad zal naar verwachting worden gevraagd om deroadmap voor revised VIS aan te nemen. Nederland kan hiermeeinstemmen.Naar verwachting zal de Commissie ook stilstaan bij de ervaringen en deeerste resultaten van de gefaseerde ingebruikname van het Entry/ExitSystem (EES), dat op 12 oktober 2025 geleidelijk in gebruik is genomen.De gefaseerde implementatie duurt 180 dagen en eindigt op 9 april 2026.Het EES is op alle grensdoorlaatposten in Nederland in gebruik, maar isnog niet volledig operationeel door technische uitdagingen met denationale ICT-systemen. Alle inzet is erop gericht om het systeem tijdigvolledig operationeel te krijgen. Dat laat onverlet dat het behalen van dedeadline van 9 april 2026 afhankelijk blijft van de verdere technischevoortgang. Nederland staat in nauw contact met de Commissie over deimplementatie van het EES binnen Nederland.Verder zal vooruit worden geblikt op de planning en voorbereidingen voorde implementatie het vernieuwde Eurodac-systeem, dat in juni 2026 inwerking zal treden en het European Travel Information and AuthorisationSystem (ETIAS), dat gepland staat voor het vierde kwartaal van 2026.3. Externe dimensie van migratie GedachtewisselingHet Cypriotische voorzitterschap heeft eerder aangegeven belang tehechten aan een ambitieuze inzet op de externe dimensie van migratieonder andere waar het gaat om het bevorderen van terugkeer. Naarverwachting zal het Voorzitterschap lidstaten vragen te reflecteren op deinzet en prioriteiten ten aanzien van Libië en Libanon.Nederland verwelkomt de focus van het Voorzitterschap op Libië enLibanon. Beide landen zijn van strategisch belang als het gaat om zowelhet bevorderen van terugkeer als het voorkomen van vertrek. Beidelanden liggen op belangrijke migratieroutes naar de EU en vangen veelmigranten op. Libanon speelt een cruciale rol in de regio als het gaat omde opvang van Syriërs. Door de recente inzet van de EU op het gebied vanmigratie in Libanon zijn er positieve resultaten geboekt, onder andere ophet gebied van capaciteitsopbouw en ondersteuning vrijwillige terugkeernaar Syrië. Het is van belang dat oog wordt gehouden op de situatie inLibanon in het kader van het bevorderen van terugkeer naar Syrië. VoorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9957 Libië zijn er zorgen over de toename van het aantal vertrekken vanuitOost-Libië richting Europa. In 2025 kwamen vanuit Libië 72,791 migrantenirregulier aan in Europa, de meeste in Italië (77%) maar ook Griekenland(23%). Het totaal aantal lag fors hoger dan in 2024 (+64%). Libië wasdaarmee het belangrijkste transitland vanuit Noord-Afrika naar Europa.Nederland ziet meerwaarde in een nauwere samenwerking met Libië enLibanon op het gebied van migratie. Het is voor Libië echter wel vanbelang dat er oog wordt gehouden voor de politieke complexe situatie inhet land en het voorkomen van het schenden van mensenrechten.Veel lidstaten zullen eveneens het belang benadrukken van een gecoördi-neerde en structurele samenwerking tussen de EU en deze landen.4. Implementatie van het Asiel- en Migratiepact Stand van zakenOnder dit agendapunt zal de Commissie een update geven over de standvan zaken van de implementatie van het Asiel- en Migratiepact. In april2026 zal de Commissie een nieuw rapport uitbrengen over de stand vanzaken.Nederland verwelkomt de reguliere update van de Commissie, zodatknelpunten en risico’s voor implementatie tijdig geïdentificeerd enaangepakt worden in aanloop naar de inwerkingtreding van het Pact injuni dit jaar. Op basis van het laatste implementatierapport van oktober2025 heeft Nederland specifiek aandacht voor de implementatie vanEurodac, screening en de asielgrensprocedure, alsook de naleving van hethuidige acquis, specifiek Dublinregels.5. Conclusies over het strategisch kader van de EU inzake drugs GoedkeuringHet Voorzitterschap zal de Raad vragen in te stemmen met de Raadscon-clusies over het strategisch kader van de EU inzake drugs. Deze conclusieszijn opgesteld naar aanleiding van de mededeling van de Commissie overde EU-drugsstrategie, die op 3 december 2025 is gepubliceerd. Uw Kameris via een BNC-fiche over deze mededeling geïnformeerd.4 De strategievormt, samen met de toekomstige implementatieraamwerken, het nieuwestrategische kader van de EU op het gebied van drugsbeleid. De Raads-conclusies benadrukken de uitgangspunten van het EU-drugsbeleid, zoalsde evenwichtige aanpak van aanbodvermindering, vraagreductie enschadebeperking. Ook worden de Europese waarden benadrukt,waaronder respect voor internationaal recht, mensenrechten en degrondbeginselen van de EU. Deze principes vormen de basis voor deimplementatie van de strategie. Ten aanzien van de externe dimensiewordt ingezet op versterkte multilaterale en bilaterale samenwerking,onder meer in VN-verband en via bestaande dialogen met derde landenen regio’s.Om de strategie uit te voeren, zal de Raad, met steun van de Commissie,EDEO, EUDA en Europol, een uitvoeringsraamwerk vaststellen. Het doorde Commissie voorgestelde EU-actieplan tegen drugshandel zal daarbijworden betrokken en mogelijk integraal onderdeel vormen van dit kader.De Raad verzoekt de Commissie om een algemene evaluatie uit te voerenvan het uitvoeringsraamwerk gebaseerd op specifieke en meetbareindicatoren. De resultaten van deze evaluatie moeten uiterlijk eind 2032beschikbaar zijn voor het Europees Parlement en de Raad, om te dienenals basis voor de verdere ontwikkeling van het EU-drugsbeleid.4Verwijzing BNC-ficheTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9958 Nederland verwelkomt de Raadsconclusies en onderschrijft het belangvan een geïntegreerde benadering van het drugsbeleid. Nederland achthet van belang dat zowel de volksgezondheidsdimensie als de veiligheids-dimensie, waaronder de aanpak van georganiseerde en ondermijnendedrugscriminaliteit, in samenhang worden versterkt.6. Toekomst van Europol GedachtewisselingTijdens de Raad zal worden gesproken over de toekomst van Europol inhet licht van de veranderende veiligheidscontext. Op moment vanschrijven is er nog geen discussiestuk beschikbaar. Naar verwachting zalde discussie voortbouwen op de evaluatie van het huidige mandaat vanEuropol en de mogelijke uitbreiding van de taken van Europol. DeCommissie heeft aangekondigd om in het tweede kwartaal van 2026 eenvoorstel te publiceren ter versterking van Europol.In de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en terrorisme is degezamenlijke Europese aanpak van groot belang. Europol speelt hierineen onmiskenbare waardevolle rol. Door intensief samen te werkenbinnen de EU kunnen we grensoverschrijdende misdaad effectiefbestrijden, wat bijdraagt aan een veiligere EU. Nederland ziet in positievezin volop mogelijkheden om de rol van Europol binnen het bestaandemandaat te versterken. Door de huidige taken en verantwoordelijkhedenvan Europol verder te optimaliseren, kan de samenwerking wordenvergroot en kan er nog beter worden ingespeeld op de dynamiek van degeorganiseerde criminaliteit. Essentieel is dat Europol altijd in goedoverleg met de nationale politiediensten en vooral met behoud vannationale zeggenschap over de onderzoeken blijft werken. Daarbij hechtNederland grote waarde aan een zorgvuldig en onderbouwd impactassessment bij het aangekondigde voorstel van de Commissie.7. Werklunch: Impact van de huidige geopolitieke situatie op de interneveiligheid van de EU: situatie in Syrië GedachtewisselingTijdens de werklunch zal de Raad van gedachten wisselen over de impactvan de ontwikkelingen in Syrië en Irak op de interne veiligheid van deEuropese Unie. Op het moment van schrijven is nog geen discussiestukbeschikbaar. Naar verwachting zal de EU Contraterrorisme Coördinator(EU CTC) tijdens de Raad een update geven over de recente ontwikke-lingen in Syrië en de mogelijke implicaties daarvan voor de EU,waaronder risico’s op radicalisering, terugkeer- of doorreisbewegingenvan Foreign Terrorist Fighters (FTF’s). Vermoedelijk zal hij ook zijn recentgeüpdatete Syria CT Actionplan toelichten.Nederland volgt met bijzondere aandacht de ontwikkelingen in Syrië enIrak, met name ten aanzien van de overplaatsing van uitreizigers met eenNederlandse link van detentiecentra in Syrië naar Irak. Daarnaast tenaanzien van de vrouwen en kinderen met een Nederlandse link die zich inopvangkampen in Syrië bevinden. Nederland is positief over demogelijkheid om met andere EU-lidstaten van gedachten te wisselen overde ontwikkelingen in de regio en de mogelijke gevolgen die dit kanhebben voor de interne veiligheid van de EU.8. AOB Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne Naar verwachting zal de Commissie onder dit agendapunt stilstaan bij deweg voorwaarts ten aanzien van een gecoördineerde aanpak voor deopvang en bescherming van ontheemde Oekraïners. De Speciaal GezantTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9959 van de Unie die belast is met het begeleiden van de overgang uit detijdelijke bescherming op basis van de aanbeveling van de Raad inzakeeen gecoördineerde aanpak van de overgang uit de tijdelijkebescherming, zal de Raad informeren over de geboekte vooruitgang en deresterende uitdagingen.Nederland verwelkomt een tijdige bespreking van de opvang enbescherming van ontheemde Oekraïners in aanloop naar maart 2027 alsde toepassing van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming afloopt.II Justitie 1. Verordening over de bescherming van volwassenen Algemene oriëntatieOp 31 mei 2023 heeft de Commissie een voorstel gepubliceerd voor eenverordening inzake de bescherming van volwassenen in grensoverschrij-dende situaties. Het voorstel heeft tot doel de bescherming van kwetsbarevolwassenen die in andere lidstaten verblijven, te versterken.Zoals aan uw Kamer gemeld in het BNC-fiche5, steunt Nederland dedoelstelling van de verordening om de rechtszekerheid voor de burger ende bevoegde autoriteiten te vergroten, de erkenning van beschermings-maatregelen en vertegenwoordiging in grensoverschrijdende gevallen tefaciliteren, en voor snellere en minder kostbare juridische proceduresvoor burgers in de EU zorg te dragen. Het voorstel voor de verordeninghangt samen met een voorstel voor een besluit van de Raad waarbij delidstaten van de EU worden gemachtigd partij te worden of te blijven bijhet Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen(hierna: het HVV).6Het Cypriotische voorzitterschap is voornemens tijdens de JBZ-Raad eenalgemene oriëntatie aan te nemen over de gehele verordening. Tijdens deJBZ-Raad van juni 2025 is er al een algemene oriëntatie bereikt op deeerste vijf hoofdstukken van het voorstel (het toepassingsgebied en dedefinities, de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning entenuitvoerlegging van maatregelen en authentieke akten). De resterendehoofdstukken van het voorstel zien op de grensoverschrijdende samen-werking en communicatie tussen bevoegde autoriteiten de invoering vaneen Europees certificaat inzake ondersteuning en vertegenwoordiging, enalgemene (slot)bepalingen. Het voorstel voor een raadsbesluit wordt nogin een later stadium behandeld.Nederland kan de algemene oriëntatie steunen. De verordening bouwtevenwichtig voort op het HVV en het EU acquis. Met de verordeningwordt een belangrijke stap gezet voor een regeling over de internationalebevoegdheid van de rechter, het toepasselijke recht en de erkenning entenuitvoerlegging van beschermingsmaatregelen voor kwetsbarevolwassenen in grensoverschrijdende situaties binnen de EU.2. De Russische agressieoorlog tegen Oekraïne: strijd tegenstraffeloosheid Stand van zakenOp het moment van schrijven is er geen achtergrondstuk beschikbaar.Naar verwachting zal de Raad de stand van zaken van de strijd tegenstraffeloosheid in de context van de Russische agressieoorlog in Oekraïne5Kamerstukken II 2022/23, 22 112, nr. 3739.6Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen, ’s-Gravenhage, 13-01-2000.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99510 bespreken. In het bijzonder zal de aandacht uitgaan naar de voortgang tenaanzien van het Speciaal Agressietribunaal, alsmede de voortdurendesteun aan het Internationaal Strafhof (ICC).Er zal naar verwachting ook gerefereerd worden aan de diplomatiekeconferentie over het oprichtingsverdrag voor de Claims Commissie voorOekraïne, die op 16 december jl. werd gehouden in Den Haag. Vertegen-woordigers van 35 landen en de EU hebben dit verdrag ondertekend. Devolgende stap is ratificatie door minstens 25 landen en voldoendefinanciële steun alvorens het verdrag daadwerkelijk in werking kan treden.Nederland blijft zich inzetten voor gerechtigheid voor Oekraïne en de strijdtegen straffeloosheid. Een belangrijk onderdeel daarvan is de oprichtingvan het Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne. Bijbesluit van 17 oktober 2025 heeft de ministerraad ingestemd metvestiging in Nederland van de voorbereidende fases van het SpeciaalTribunaal; over de eventuele vestiging van het operationele tribunaal dientde ministerraad nog te beslissen.Tot slot blijft de bescherming van de onafhankelijkheid en effectievewerking van het ICC een prioriteit.3. Werklunch: voortgezet crimineel handelen in detentie GedachtewisselingTijdens de werklunch zal een gedachtewisseling plaatsvinden overvoortgezet crimineel handelen vanuit detentie. Op moment is vanschrijven is nog niet bekend welke insteek het Voorzitterschap aan degedachtewisseling wil geven.De discussie vindt plaats tegen de achtergrond van de recente ontwikke-lingen in het EU-drugsbeleid, waaronder de mededeling van deCommissie inzake het EU-actieplan tegen drugshandel (2026–2030).Daarin wordt benadrukt dat drugshandel niet stopt bij detentie. Criminelenetwerken maken gebruik van communicatiemiddelen en bezoekers omdrugs gevangenissen binnen te smokkelen en criminele activiteiten buitende muren te coördineren. Met actie 11 van het actieplan wordt voor heteerst expliciet ingezet op een EU-brede aanpak van drugshandel vanuit enbinnen detentie-instellingen. Daarbij wordt voorzien in een onderzoek vanknelpunten en goede praktijken, onder meer door de European Organi-sation of Prison and Correctional Services (Europris), en in de versterkingvan de samenwerking tussen gevangenisdiensten en opsporingsautori-teiten.Nederland acht het van groot belang dat detentie daadwerkelijk leidt tothet onderbreken van criminele activiteiten en netwerken. High-riskgedetineerden mogen hun criminele activiteiten niet kunnen voortzettenvanuit detentie. In lijn met het eerdere non-paper7 steunt Nederlandversterkte Europese samenwerking op het terrein van informatie-uitwisseling, gezamenlijke analyse en kennisdeling. Nederland leert graagvan de ervaringen van andere lidstaten en is bereid eigen best practices tedelen om in gezamenlijkheid voortgezet crimineel handelen vanuitdetentie effectiever tegen te gaan.Daarnaast acht Nederland het van belang dat het begrip voortgezetcrimineel handelen niet uitsluitend wordt benaderd vanuit de drugscrimi-naliteit, maar breder wordt geïnterpreteerd, zodat ook andere vormen van7Non-paper Continuation of criminal activity in detention, bijlage bij de Geannoteerde AgendaJBZ-Raad 4–5 maart 2024, Kamerstuk 32 317, nr. 872.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99511 georganiseerde criminaliteit en ernstige strafbare feiten die vanuitdetentie worden aangestuurd onder de reikwijdte vallen.4. De onafhankelijkheid van advocaten in Europa: de rol van de EU en hetVerdrag van de Raad van Europa GedachtewisselingDe Raad zal worden geïnformeerd over de stand van zaken rond hetVerdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van advocatenen de rol van de Europese Unie daarbij. Het Verdrag is en marge van eenministeriële bijeenkomst van het Comité van Ministers van de Raad vanEuropa opengesteld voor ondertekening en is inmiddels door zeventienlidstaten van de Raad van Europa, waaronder Nederland, ondertekend.Daarnaast zal een gedachtewisseling plaatsvinden over de toenemendevoorbeelden van belemmeringen of inmenging in de uitoefening van hetberoep van advocaten en de invloed daarvan op de toegang tot het recht,het wederzijds vertrouwen en de effectieve toepassing van het EU recht.Ook zal, in het licht van het verdrag van de Raad van Europa, vangedachten worden gewisseld over de rol van de EU in het adresseren vande risico’s voor het beroep van advocaat.Het Verdrag is het eerste juridisch bindende instrument dat specifiek zietop de bescherming van het advocatenberoep. Het beoogt de onafhanke-lijke uitoefening van het beroep te waarborgen en bescherming te biedentegen intimidatie, bedreiging of ongeoorloofde inmenging. Daarmeevormt het Verdrag een belangrijke stap ter versterking van de rechtsstaaten de toegang tot recht. Advocaten vervullen een essentiële rol in hetfunctioneren van de rechtsorde. Het publieke vertrouwen in de rechtsstaathangt mede samen met hun onafhankelijke positie.De Commissie bereidt de noodzakelijke voorstellen voor Raadsbesluitenvoor inzake ondertekening en sluiting van het verdrag door de Unie,gebaseerd op afzonderlijke rechtsgrondslagen. De besluitvorming zalplaatsvinden conform artikel 218 VWEU, waarbij ook het EuropeesParlement wordt betrokken.Nederland onderschrijft het belang van het Verdrag ten zeerste en heefthet verdrag op 13 mei 2025 ondertekend. Op dit moment wordt gewerktaan de voorbereiding van de nationale goedkeuringsprocedure voor hetVerdrag.Nederland werkt samen met de Nederlandse orde van advocaten (NOvA)aan het vergroten van de veiligheid en weerbaarheid van de advocatuur.Jaarlijks verstrekken het Ministerie van Justitie en Veiligheid en deNationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid daartoe eensubsidie aan de NOvA. De NOvA gebruikt de subsidies voor de Taskforcebescherming tegen ondermijning. Binnen deze Taskforce ligt de nadruk ophet herkennen van signalen van ondermijning, het aanbieden vanpreventieve maatregelen en andere ondersteuning van advocaten om henweerbaarder te maken. Er zijn verschillende initiatieven waaronderinitiatieven een weerbaarheidscampagne, weerbaarheidstrainingen, devertrouwensadvocaat, de noodtelefoon en de noodknop.5. Conclusies over de toepassing van het Handvest van de grondrechtenvan de Europese Unie 2026 GoedkeuringDe JBZ-Raad zal naar verwachting conclusies aannemen over hetjaarverslag 2025 van de Europese Commissie inzake de toepassing vanhet Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Met dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99512 conclusies wordt de balans opgemaakt van vijf jaar uitvoering van deStrategie ter versterking van de toepassing van het Handvest en wordenrichtinggevende aandachtspunten geformuleerd voor verdere versterkingvan de toepassing ervan op zowel EU- als nationaal niveau.De conclusies bevestigen dat het Handvest bindend is voor de instellingenvan de Unie en voor de lidstaten wanneer zij Unierecht uitvoeren. De tekstbenadrukt het belang van versterkte nationale coördinatie, onder meer vianationale Charter-focal points, en van verdere capaciteitsopbouw,opleiding en bewustwording bij nationale, regionale en lokale autoriteitenen andere relevante actoren (zoals rechters en officieren van justitie).Tevens wordt aandacht besteed aan de rol van maatschappelijkeorganisaties, mensenrechtenverdedigers en onafhankelijke grondrechten-instanties bij de effectieve toepassing van het Handvest. Daarnaastonderstrepen de conclusies het belang van systematische grondrech-tenoverwegingen in wetgevings- en beleidsprocessen, waaronder hetintegreren daarvan in impact assessments. Ook wordt nadrukkelijkgewezen op de samenhang tussen naleving van de rechtsstaat, detoepassing van het Handvest en ontvangst van EU-financiering. Daarbijwordt onderstreept dat respect voor de waarden van artikel 2 VEU en voorhet Handvest een voorwaarde vormt voor het beheer van EU-middelen.Nederland onderschrijft het belang van een effectieve toepassing van hetHandvest bij de uitvoering van Unierecht in de hele EU. Het Handvestvormt een essentieel onderdeel van de Europese rechtsorde en draagt bijaan rechtszekerheid, toegang tot recht en het vertrouwen in de rechts-staat. Ook zet Nederland zich in voor de versterking en verdere ontwik-keling van het EU-rechtsstaatinstrumentarium. Zo is Nederlandvoorstander van een koppeling tussen de ontvangst van EU-middelen ende eerbiediging van de beginselen van de rechtsstaat en naleving vangrondrechten uit het Handvest.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 99513

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 79f29faea46ce670

14 okt 2026 · 83bad449b76a8839

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.