NOW evaluatie en stand van zaken
Brontekst
Versie 173fc0e888290e60 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202435 420Noodpakket banen en economieNr. 535 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 juni 2024In het voorjaar van 2020 werd Nederland geconfronteerd met beperkendemaatregelen ter bestrijding van het Covid-19 virus. Omdat deze maatre-gelen een grote impact hadden op het maatschappelijk leven in hetalgemeen en daarmee ook op de economie en de arbeidsmarkt, is alsonderdeel van een breder steunpakket op 17 maart 2020 de TijdelijkeNoodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) in het levengeroepen. Deze maatregel had als doel om op korte termijn werkgeversdie werden geconfronteerd met omzetverlies te ondersteunen bij hetbetalen van de loonkosten, om vermijdbare werkloosheid zoveel mogelijkte voorkomen.De NOW werkte met een systematiek waarbij een werkgever eenvoorschot kon aanvragen op basis van de loonsom en de verwachteomzetdaling. Met deze werkwijze zijn bepaalde risico’s op misbruik enoneigenlijk gebruik (M&O) geaccepteerd, aangezien snelle verstrekkingvan een voorschot noodzakelijk was om de acute gevolgen van debeperkende maatregelen tegemoet te treden. Op een later moment werddoor middel van een vaststellingsaanvraag de daadwerkelijke subsidie-hoogte vastgesteld. Dit leidde vervolgens tot een nabetaling aan ofterugvordering van de werkgever. De NOW kende acht verschillendetranches waarin subsidie kon worden aangevraagd. Op dit moment zijnzowel de voorschot- en vaststellingsloketten al enige tijd gesloten en isUWV bezig met de afrondende fase van het vaststellingsproces. In totaalis ongeveer 23 miljard euro aan voorschotten uitgekeerd en zijn de totale(verwachte) kosten op dit moment ongeveer 18,7 miljard euro1. Bij detotstandkoming van de NOW is nauw samengewerkt met uitvoerder UWV,maar ook met andere betrokkenen, zoals de sociale partners.In de afgelopen periode is door twee externe onderzoeksbureaus, SEO enDialogic, de beleidsevaluatie van de NOW uitgevoerd. In de bijlage vindt1Deze cijfers worden verderop in de brief verder toegelicht. kst-35420-535ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 5351 uw Kamer de twee opgeleverde rapporten van de onderzoekers. In dezebrief deel ik op hoofdlijnen de resultaten van deze evaluaties inclusief dereactie van het kabinet hierop. Daarnaast deel ik met deze brief de laatstestand van zaken rondom de afwikkeling van de NOW.Tot slot ga ik in op de uitkomsten van de ADR-reviews op de accountants-controles bij de NOW en informeer ik uw Kamer over een gewijzigdebeleidslijn inzake het verrekenen van openstaande nabetalingen eninvorderingen.1. Evaluatie NOW InleidingDe NOW is een subsidieregeling waar veel publiek geld mee is gemoeid.Het is daarom belangrijk om te evalueren wat het effect van de regelingwas, of de doelstellingen zijn behaald en of de regeling doeltreffend endoelmatig was. Daarnaast is het relevant om te bezien wat goed isgegaan, wat beter had gekund en welke lessen kunnen worden getrokkenvoor mogelijke toekomstige crisissituaties. Dit uiteraard in het licht van debijzondere en snelle manier waarop de NOW tot stand is gekomen.Onderstaand volgt eerst een korte toelichting bij de methodiek van deevaluatie van de NOW, gevolgd door een samenvatting van de uitkomstenhiervan en de lessen die de onderzoekers trekken. Dit hoofdstuk sluit afmet de kabinetsreactie op de evaluatie.MethodiekDe evaluatie van de NOW bestaat uit twee gedeelten en is uitgevoerddoor SEO en Dialogic. Het eerste deel betreft een kwantitatieve evaluatievan de NOW (en de Tegemoetkoming Vaste Lasten, TVL), waarvan deuitkomsten zowel zelfstandige informatie opleveren alsmede inputopleveren voor een tweede deel dat een kwalitatieve evaluatie van deNOW bevat.2In het eerste (kwantitatieve) deel van de evaluatie is een analyse gedaannaar het gebruik en de resultaten van de NOW en de TVL. In dit deel isgekeken naar beide regelingen, zowel los van elkaar als in samenhang.Hierbij is o.a. een representatieve enquête3 uitgevoerd onderondernemers/werkgevers, zijn enkele ondersteunende interviewsgehouden en is bestaand onderzoek bestudeerd. Deze kwantitatieveevaluatie richt zich primair op de doeltreffendheid van de beideregelingen, oftewel: hebben de regelingen doeltreffend bijgedragen aanhet voorkomen van substantieel werkgelegenheidsverlies, liquiditeits- ensolvabiliteitsproblemen en het voortbestaan van bedrijven in dedoelgroep tijdens de Covid-19 pandemie? In deze brief wordt vooralingegaan op de conclusies uit dit onderzoek die de NOW aangaan, of insommige gevallen de NOW en de TVL samen. De conclusies die enkelover de TVL gaan, zullen naar verwachting in het derde kwartaal van 2024van een reactie worden voorzien door de Minister van EconomischeZaken en Klimaat. De doelmatigheid van de TOGS4 en TVL-regelingen enwelke lessen voor de toekomst getrokken kunnen worden ten aanzien van2De kwantitatieve uitkomsten aangaande de TVL zullen worden gebruikt voor een separatekwalitatieve evaluatie van de TVL waaraan op dit moment wordt gewerkt. Binnen dit eerstekwantitatieve deel van de evaluatie konden beide regelingen worden gecombineerd omdat zeeen (gedeeltelijke) overlap in doelstellingen en gebruikersgroep hebben.3Deze enquête bevat ruim 1.200 respondenten. De representativiteit is geborgd door wisselendegroottes van ondernemingen en hun afkomst uit verschillende sectoren.4De voorloper van de TVLTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 5352 specifiek deze regelingen, wordt momenteel nog onderzocht in eenkwalitatieve evaluatie van de TOGS en TVL. De Minister van EconomischeZaken en Klimaat zal de twee samenhangende evaluaties aangaande dezeregelingen wanneer deze gereed zijn gezamenlijk aan de Tweede Kamersturen.Het tweede (kwalitatieve) deel van de NOW-evaluatie richt zich vooral opde doelmatigheid van de NOW en welke lessen er kunnen wordengetrokken voor de toekomst. Hierin is, naast de input van de kwantitatieveanalyse uit het eerste deel, onder andere gebruik gemaakt van eendocumentenstudie, interviews en validatiesessies. Naast doelmatigheid isin dit deel ook aandacht voor het proces en de inrichting van de regeling,de samenwerking tussen de betrokken partijen en het beleid omtrentmisbruik en oneigenlijk gebruik (M&O).Samenvattingen uitkomstenDeel 1: kwantitatieve evaluatie NOW en TVLIn totaal is aan bedrijven bijna 34 miljard euro subsidie vanuit de NOWen/of TVL5 uitgekeerd. Hiervan betreft ongeveer 23 miljard euroNOW-voorschotten. Qua aantallen zijn er in totaal circa 500.000NOW-voorschotten verleend. Voor beide regelingen gold dat in het beginvan de Covid-19 pandemie meer gebruik werd gemaakt van debeschikbare steun. In bedrijfstakken die relatief zwaar getroffen werdendoor de pandemie en de daaropvolgende maatregelen zoals lockdowns, isvaker gebruik gemaakt van steun. Dit betreft de sectoren horeca, cultuur,sport en recreatie en overige dienstverlening.Uit de enquête die de onderzoekers hebben gedaan blijkt dat beideregelingen als voldoende gebruiksvriendelijk zijn ervaren. De meerderheidvan de respondenten is positief over de voorwaarden, snelheid en hetaanvraagproces van de NOW en de TVL. Bovendien vonden de respon-denten dat de gebruiksvriendelijkheid van de beide regelingen verbeterdenaarmate de coronacrisis vorderde. Respondenten die geen gebruikhebben gemaakt van steun geven aan dit bijvoorbeeld niet te hebbengedaan omdat ze dachten geen steun nodig te hebben, bang waren voorhet moeten terugbetalen van steun, de aanvraagprocedure te complexvonden of omdat ze dachten dat de steunmaatregelen niet voor henbedoeld waren. Deze verwachtingen waren voor de twee regelingenvergelijkbaar.De onderzoekers concluderen dat de NOW doeltreffend lijkt te zijngeweest in het behouden van werkgelegenheid. Ondanks de steun daaldede werkgelegenheid in de subsidieperiode, maar deze daling was lagerdan verwacht op basis van de omzetverliezen. Bij de werkgevers die steunontvingen, was het werkelijke omzetverlies tijden de NOW-1 meer dan 40procent ten opzichte van de referentiemaand en tijdens de NOW-3.1 en-3.2 meer dan 50 procent. Het gemiddelde werkgelegenheidsverlies wasop het dieptepunt van de eerste en de tweede lockdown respectievelijk 5en 8 procent (op een werkgelegenheid van 2,3 miljoen fte) ten opzichtevan de werkgelegenheid in een vergelijkbare periode voor de coronacrisis.Het is een bewuste keuze geweest om werkgevers de mogelijkheid tegeven ook NOW-subsidie aan laten te vragen voor werknemers mettijdelijke contracten. Toch betrof het werkgelegenheidsverlies vrijweluitsluitend de flexibele schil van oproep- en uitzendkrachten en tijdelijkewerknemers als gevolg van het beëindigen en het laten aflopen vancontracten en minder nieuwe baanopeningen. Onder bedrijven die5Inclusief de TOGSTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 5353 meermaals van de NOW gebruikmaakten ligt zowel het omzetverlies(meer dan 50 procent) als het werkgelegenheidsverlies (12 procent) vooraltijdens de tweede lockdown hoger, terwijl de werkgelegenheid bijbedrijven die alleen van de NOW-1 gebruik hebben gemaakt toen alweerbijna terug was op het niveau van voor de pandemie.Werkgevers die geen gebruik hebben gemaakt van de NOW zagen dewerkgelegenheid in de eerste lockdown enigszins dalen, maar bij hen wasdit binnen een half jaar weer op of boven het «normale» niveau van voorde crisis. In de enquête geven werkgevers aan werknemers in dienst tehebben gehouden tijden de crisis als gevolg van de NOW-steun. Ditondersteunt de conclusies.De onderzoekers concluderen ook dat de NOW en TVL samen zeerwaarschijnlijk doeltreffend hebben bijgedragen aan het voortbestaan vanbedrijven tijdens de coronacrisis. Onder gebruikers van de regelingen ishet aandeel bedrijfsopheffingen niet toegenomen, maar zelfs sterkafgenomen. Ondernemers geven in de enquête aan dat de steun eenbelangrijke factor was bij het kunnen voortbestaan tijdens de crisis.In navolging op de toezegging gedaan aan het lid van der Linden6 is in hetevaluatieonderzoek gekeken naar hoeveel geld is uitgekeerd aan bedrijvendie reeds failliet waren verklaard en aan bedrijven die na de uitkeringfailliet zijn gegaan. De onderzoekers schrijven op basis van Kamerbrievendat er op 1 juni 2022 circa duizend signalen van faillissementen zijngeweest. Dit betreft circa 0,2% van het totale aantal aanvragen van deNOW-subsidies. Uit recente cijfers van UWV blijkt dat er tot mei 2024 circa3.000 signalen van lopende dan wel afgeronde faillissementen zijn.De evaluatie stelt vervolgens dat het aannemelijk is dat de NOW en TVLook niet-levensvatbare bedrijven in stand hebben gehouden en dat er dussteun naar deze bedrijven is gegaan, maar kan dit niet kwantificeren.Daarbij geven de onderzoekers aan dat steun aan beëindigde of faillietebedrijven niet per definitie ondoelmatig is, omdat een bedrijf tot aan debeëindiging of het faillissement wel heeft bijdragen aan de doelstellingvan behoud van werkgelegenheid. Ook op basis van de enquête kunnende onderzoekers geen conclusies trekken ten aanzien van bedrijven dietijdens de coronacrisis failliet zijn gegaan, omdat bedrijven die reeds zijnbeëindigd niet meer konden worden benaderd voor de enquête. Dezebeperking is binnen de enquête zoveel mogelijk geminimaliseerd doorook met brancheorganisaties en uitvoerende instanties te praten over hunervaringen ten aanzien van dit onderwerp, waarbij onder andere wordtaangegeven dat hier sprake is van een balans tussen enerzijds hetvoorkomen van steun aan niet-levensvatbare bedrijven en anderzijds hetniet in leven houden van wel-levensvatbare bedrijven. De onderzoekersstellen tot slot dat er tijdens de coronaperiode historisch weinig bedrijvenfailliet zijn gegaan.Deel 2: Kwalitatieve evaluatie NOWHet tweede (kwalitatieve) deel van de evaluatie richt zich vooral op dedoelmatigheid van de NOW en welke lessen kunnen worden getrokkenvoor de toekomst. Naast doelmatigheid is in dit deel ook aandacht voorhet proces en de inrichting van de regeling, de samenwerking tussen debetrokken partijen, een internationale vergelijking en het beleid omtrentmisbruik en oneigenlijk gebruik (M&O). De evaluatie kijkt hierbij naarzowel doelmatigheid van prestaties als naar doelmatigheid van effecten.De eerste behelst vooral een analyse van de uitvoeringskosten van deNOW, de tweede betreft de programmagelden NOW.6Kamerstuk I 35 438, T02975, 2019–2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 5354 De onderzoekers beoordelen de prestaties van de NOW-regeling alsdoelmatig. Dit is gebaseerd op de snelle, tijdige en grootschaligeuitvoering van de regeling tegen relatief beperkte uitvoeringskosten. Hetaantal verleende voorschotten en verwerkte vaststellingen is aanzienlijk,terwijl de uitvoeringskosten een relatief klein deel van het totale subsidie-bedrag bedragen. Dit betreft minder dan 0,5 procent, ook als rekeningwordt gehouden met de nog openstaande terugvorderingen, betalingsre-gelingen en bezwaarprocedures. Door werkgevers is ervaren dat deadministratieve lasten gering waren en waar mogelijk tussentijds zijnverminderd. Het generieke karakter van de regeling en daarmee samen-hangende schaalvoordelen hebben bijgedragen aan de doelmatigheid vanprestaties. Desondanks waren er ook uitdagingen in de uitvoering,bijvoorbeeld het relatief grote aantal ingediende (en gegrond verklaarde)bezwaarschriften.7De onderzoekers concluderen dat de NOW-regeling relatief doelmatig lijktte zijn geweest in het behouden van werkgelegenheid in vergelijking metsoortgelijke regelingen in andere landen. Er zijn aanwijzingen voorverstoring van de bedrijven- en arbeidsmarktdynamiek, maar Nederlandscoort op dit gebied volgens een aangehaalde landenvergelijking van deOrganisatie voorEconomische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) niet veel slechter ofbeter dan andere (Europese) landen. Daarnaast schrijven de onderzoekersdat eerdere afbouw en gerichtere steun mogelijk de doelmatigheid van deregeling hadden verhoogd door minder verstoring van de bedrijven- enarbeidsmarktdynamiek, maar dat dit tegelijkertijd gepaard zou gaan meteen groter risico op werkgelegenheidsverlies.De onderzoekers stellen dat de NOW-regeling zeer snel tot stand isgekomen. Dit was mogelijk omdat UWV vanaf het begin van het trajectbetrokken was. Ook de voorschot-vaststellingssystematiek heeft hieraanbijgedragen. Zowel gebruikers als sociale partners zijn tevreden over degebruiksvriendelijkheid van de NOW.Het onderzoek gaat daarnaast in op misbruik en oneigenlijk gebruik(M&O) aspecten van de regeling. De snelle totstandkoming van deNOW-regeling heeft een verhoogd risico op M&O met zich meegebracht.Deze risico’s zijn bij aanvang van de NOW ook onderkend en hierover zijnmijn voorgangers en ik onder andere in de communicatie met uw Kamersteeds transparant geweest. Er is daarom voortdurend aandacht geweestvoor mitigerende maatregelen. Tevens is gebruik gemaakt van gedifferen-tieerde controlemaatregelen, waarbij ontvangers van hogere subsidies temaken hadden met zwaardere controle-vereisten. Ondanks dat inverhouding tot de subsidieaanvragen weinig signalen van misbruik enoneigenlijk gebruik zijn, wordt door de ondervraagden erkend datmogelijk niet alle gevallen van M&O in beeld zijn.LessenDe onderzoekers bekeken welke lessen kunnen worden getrokken voortoekomstige crisissituaties. De lessen zien onder andere op de afbakeningvan een crisis, de doelstelling en gerichtheid van steunmaatregelen, deinrichting en uitvoering van de regeling, en de omgang met M&O.7Het relatief hoge aantal gegrond verklaarde bezwaren is een gevolg van het feit dat deverwerking van de NOW een automatisch proces is, terwijl UWV in de bezwaarfase casuïstiekindividueel kan beoordelen en daarbij kan nagaan of bepaalde bijzondere omstandighedenaanleiding vormen om het initiële besluit waartegen werkgever in bezwaar is gegaan, aan tepassen. Zie ook de toelichting verderop in de brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 5355 Een belangrijke les op het gebied van doelmatigheid is de noodzaak vaneen heldere afbakening van «uitzonderlijke crisissituatie». Dit vraagt omeen zorgvuldige afweging in welke toekomstige crisissituaties soortgelijkesteunmaatregelen ingezet worden. Hierbij helpt het voor de doeltref-fendheid en doelmatigheid als de regeling een helder en specifiek doelheeft. Zo is het van belang de tijdelijkheid van crisismaatregelen in hetoog te houden. Daarbij kan het behulpzaam zijn om een duidelijkafbouwpad overeen te komen en om – indien mogelijk – sneller af tebouwen.Een andere les die de onderzoekers trekken, betreft het belang vanvoldoende prikkels voor bedrijven om tijdens een crisis zoveel mogelijkomzet te blijven genereren en de mobiliteit van werknemers te bevor-deren. Dit komt ten goede aan de doelmatigheid van de steun.De samenwerking tussen beleidsmakers en uitvoerders is van alle kantenals positief ervaren. Een gedeeld gevoel van urgentie heeft bijgedragenaan de goede samenwerking. Daarbij hielp ook dat de uitvoering enuitvoerbaarheid voor alle betrokkenen een belangrijke plek innam. DeNOW was voor zowel uitvoerders als gebruikers makkelijker uitvoerbaargeweest als de tranches minder frequent en langer lopend waren. Aan deandere kant hebben de korte tranches bijgedragen aan de doelmatigheidvan de steun.KabinetsreactieIk ben de onderzoekers dankbaar voor de geleverde inspanning en hetuitgevoerde onderzoek. De NOW-regeling heeft tijdens de Covid-19pandemie een fors beroep gedaan op publieke middelen en het is goedom te kunnen concluderen dat hiermee veel werkgevers zijn ondersteundbij het in stand houden van de werkgelegenheid. De regeling heeft eenbreed bereik gehad en het stemt mij positief dat deze ook als gebruiks-vriendelijk werd ervaren, wat een belangrijke voorwaarde was omwerkgevers snel te kunnen ondersteunen in de crisistijd.De samenwerking met UWV rondom de NOW was zeer succesvol, blijkensde reacties van direct betrokkenen. Bij de totstandkoming van de regelingwaren de uitvoering en de uitvoerbaarheid leidend, de regeling kon snelen effectief tot stand komen.Een les voor een mogelijke volgende crisis is om de crisissituatie goed afte bakenen en om te definiëren wat wordt gezien als een uitzonderlijkecrisissituatie en wanneer dat niet meer het geval is. Zo kan de subsidieworden beperkt tot de effecten van de crisis, en kan worden voorkomendat de overheid reguliere ondernemersrisico’s bekostigt. In het verlengdehiervan geldt dat door de grofmazige opzet van de regeling, waarbij hetomzetverlies een belangrijke variabele was, niet kan worden uitgeslotendat ook niet-levensvatbare bedrijven zijn ondersteund. Dat is eenonbedoeld neveneffect van de NOW-regeling, waarbij in een korte tijdzeer veel werkgevers zijn ondersteund met het oog op behoud vanwerkgelegenheid. Dit aspect wordt ook benoemd in de enquête dieonderdeel is van de evaluatie. Het is waarschijnlijk nooit mogelijk om hierprecies de juiste balans in te vinden: om te voorkomen dat werkgeversniet zouden worden ondersteund terwijl zij wel passen binnen het doelvan de regeling, zal het tevens voorkomen dat werkgevers in aanmerkingkomen voor steun terwijl hun bedrijf (achteraf) niet meer levensvatbaarblijkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 5356 De evaluatie laat zien dat de doelmatigheid van de NOW over tijd afnam.Dit kan leiden tot ongewenste neveneffecten. Zo staan lange periodes vanoverheidssteun economische dynamiek in de weg met als zichtbaargevolg minder aanpassingen en meer arbeidsmarktkrapte. Om deze redenkan het behulpzaam zijn als vooraf wordt bepaald wanneer de subsidieweer wordt afgebouwd. Tijdens de coronacrisis zijn vanwege maatschap-pelijke ontwikkelingen en politieke keuzes de eerder voorziene afbouw-paden van de NOW-3.1, -3.2 en -3.3 aangepast. De onderzoekers stellenook dat bij het opstellen van een dergelijk afbouwpad enige mate vanflexibiliteit behulpzaam is omdat niet alles vooraf kan worden voorzien.De afweging tussen enerzijds een duidelijk afbouwpad van een steun-maatregel in crisistijd en anderzijds het behouden van flexibiliteit, vergtook in de toekomst een keuze. Daarbij blijft het met het oog op draagvlakvan belang afstemming te zoeken met betrokkenen zoals de socialepartners.Naast de tijdelijkheid van een steunmaatregel is ook de gerichtheid eenbelangrijke factor voor de doelmatigheid. De NOW was vanaf het begineen generieke regeling. Op deze manier konden alle bedrijven die steunbehoefden, hier een beroep op doen. Dit heeft goed gewerkt. Daarnaastwas de NOW gericht op bedrijven die het nodig hadden, door gebruik vande parameters zoals de omzetdrempel.Naarmate de crisis vorderde, ontstond vraag naar een meer gerichteregeling, bijvoorbeeld voor specifieke sectoren. Samen met de Ministervan EZK, de Minister van Financiën en de Minister voor Armoedebeleid,Participatie en Pensioenen heb ik eerder een onderzoek uit laten voerennaar de mogelijkheden voor gerichte coronasteun. De onderzoekershiervan concludeerden dat de bekeken opties niet vrij waren vaneconomische, operationele en/of juridische kanttekeningen.8Ondanks het generieke karakter van de NOW, waren er ook (groepen)werkgevers die niet (of in mindere mate) in aanmerking kwamen voorsteun, zoals seizoenbedrijven en net-gestarte bedrijven. Voor bepaaldegroepen zijn waar mogelijk aanpassingen doorgevoerd, om ook hen vansteun te kunnen voorzien. Dergelijke aanpassingen hebben wel extra drukgelegd op de uitvoerbaarheid van de regeling.Sinds de NOW is aangekondigd is uw Kamer op de hoogte gehouden vande inherente risico’s op Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O). Ookhierover zijn vanuit de evaluatie lessen te trekken.Ten eerste is het van belang om vanaf het begin duidelijk te communi-ceren over het feit dat de snelle manier waarop het beleid tot stand isgekomen, mogelijk grotere M&O-risico’s met zich meebrengt. Daarnaastlaat de evaluatie zien dat de combinatie van een duidelijk M&O-beleid incombinatie met een grondhouding van vertrouwen naar werkgevers ineen crisissituatie gerechtvaardigd is. Ondanks het grote budgettairebeslag van de regeling zijn er tot nu toe beperkte signalen van M&O.Mogelijk heeft dat ook te maken met het moreel appel dat tijdens de crisisdoor de voormalig Minister van SZW is gedaan, hoewel dit natuurlijk nietkan worden bewezen. Ook hebben bedrijven bijvoorbeeld uit eigenbeweging eerder ontvangen NOW-voorschotten terugbetaald toen naaanvraag bleek dat ze de ondersteuning niet nodig hadden.Het gebruik van bepaalde bestaande systemen en bronnen, zoals dePolisadministratie van UWV, heeft ook bijgedragen aan zowel eeneffectieve uitvoering als een beperking van het M&O-risico. Ook kanworden benoemd dat er een goede samenwerking was tussen de8«Gerichte coronasteun, een verkenning van de mogelijkheden», Kamerstukken II, 2022/2023,35 420 nr. 520Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 5357 betrokken partijen, zowel binnen de rijksoverheid (zoals met UWV en deNLA) als extern (zoals deskundige derden en accountants). Dit zijnervaringen die mogelijk nuttig kunnen zijn bij toekomstige gebeurtenissenen crises, als ook in het reguliere beleidsproces.Wet personeelsbehoud bij crisesDe lessen van de onderzoekers zijn zoveel mogelijk meegenomen bij devormgeving van de Wet personeelsbehoud bij crisis (Wpc) die op 13 mei2024 in internetconsulatie is gegaan.Zo schrijven de onderzoekers dat het risico van (het invoeren van) eenstructurele regeling is dat werkgevers onvoldoende prikkels hebben omomzet te blijven genereren. Dat zou daarmee effect kunnen hebben op dedoelmatigheid van zo’n regeling. In de Wpc wordt hier onder andererekening mee gehouden door middel van het centraal stellen van verliesaan arbeidscapaciteit in tijden van crises in plaats van een omzetdrempel:de werkgever kan gebruik maken van de instrumenten uit de Wpc als hijnaar verwachting gemiddeld 20% van zijn arbeidscapaciteit niet kanbenutten als gevolg van een crisis die niet tot het reguliere ondernemers-risico kan worden gerekend.Mede op basis van de geleerde lessen uit de NOW en de evaluatiedaarvan, kent de Wpc daarnaast een maximale termijn van zes maanden,zodat wanneer nodig steun kan worden verleend voor een afgebakendeperiode met het oog op doelmatigheid en de door onderzoekersgenoemde tijdelijkheid. Daarnaast vormt binnen de Wpc zowel debijdrage van werkgevers als werknemers een belangrijke prikkel enkunnen werknemers binnen de Wpc worden herplaatst. Deze vormgevingdraagt bij aan de prikkels voor werkgevers om ook in tijden van criseswaar mogelijk omzet te blijven genereren.2. Stand van zaken vaststellingsproces NOW en afwikkeling In de Integrale voortgangsrapportage steunpakket van 6 juli 20239 is detussenstand van het vaststellingsproces met u gedeeld. Onderstaand deelik graag de huidige (cijfermatige) stand van zaken met uw Kamer inzakede laatste fase van het vaststellingsproces van de NOW, incl. het huidigebeeld van terugbetalingsregelingen, bezwaren, afboekingen en faillisse-menten.De NOW is gebaseerd op een structuur met een voorschot en daarop-volgend een definitieve vaststelling. Het voorschot wordt aangevraagd opbasis van het verwachte omzetverlies en de loonsom in de referentiepe-riode. Over alle NOW-periodes zijn in totaal 498.429 voorschotaanvragengoedgekeurd en toegekend.Tabel 1: Uitgekeerde voorschotten NOWNOW-regelingVoorschot-aanvrageningediendBedrag (x € mln.)NOW 1 (mrt–mei 2020)139.5387.909NOW 2 (jun–sep 2020)63.6714.289NOW 3.1 (okt–dec 2020)77.8602.811NOW 3.2 (jan–mrt 2021)75.0193.263NOW 3.3 (apr–jun 2021)44.7232.015NOW 4 (jul–sept 2021)26.3191.069NOW 5 (nov–dec 2021)40.977918NOW 6 (jan–mrt 2022)30.3221.200Totaal:498.42923.474 9Kamerstukken II, 2022–2023, 35 420 nr. 528Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 5358 Tabel 2: Inzicht in voortgang en kosten NOW1Inzicht in voortgang en kosten NOWBedrag(x € mln.)Voorschotten definitief vastgestelde subsidies20.989Voorschotten nog vast te stellen subsidies1.646Totaal bedrag voorschotten22.635Af: Terugontvangen bedragen– 5.296Af: Terugontvangen bedragen uit faillissementen– 4Bij: Nabetaalde bedragen2.665Totale kassom20.000Bij: Raming nog na te betalen339Af: Nominale waarde nog te ontvangen bedragen– 2.390Bij: Afwaardering NOW- vorderingen769Geschatte kosten NOW-regeling18.7181 Schatting eind 2023 VaststellingenSinds 13 april 2022 zijn de aanvraagloketten voor de subsidieverleningenvoor alle NOW-periodes gesloten. Sinds 2 juni 2023 zijn ook de laatsteloketten voor het aanvragen van een vaststelling voor de laatste tranches(NOW-5 en NOW-6) gesloten. Net zoals bij de vaststelling van de eerdereNOW-periodes kregen werkgevers, wanneer zij niet op tijd een vaststel-lingsaanvraag hadden ingediend, bijvoorbeeld omdat zij nog niet op tijdin bezit waren van een accountants- of derdenverklaring, de kans om ditalsnog te doen. De hieronder genoemde aantallen bevatten alle gedaneaanvragen.Tabel 3: Stand van zaken vaststellingen NOW1, 2NOW-regelingVaststelling-aanvrageningediendVaststellings-aanvragennaartoekenningen(%)Vaststellings-aanvragenverwerkt3Nabetalingen(€ mln.)Terug-vorderingen(€ mln.)Verhoudingnabetaling/Terugvordering(%)4NOW 1(mrt–mei ’20)133.64498136.6395052.61430/70NOW 2(jun–sep ’20)58.8859862.2183951.67130/70NOW 3.1 (okt–dec ’20)74.0009976.82258160250/50NOW 3.2 (jan–mrt ’21)71.4729973.92850876650/50NOW 3.3 (apr–jun ’21)42.8769843.91225752540/60NOW 4(jul–sept ’21)25.2419825.68519025650/50NOW 5(nov–dec ’21)38.7699337.90616014560/40NOW 6(jan–mrt ’22)28.8468726.38019519670/301 Peildatum 1 maart 20242 Door afronding kan er een klein verschil in de cumulatieve bedragen ontstaan.3 Het aantal verwerkte vaststellingsaanvragen kan groter zijn dan het aantal ingediende vaststellingsaanvragen, omdat UWV ook vaststellingenregistreert waar een nieuwe beslissing voor is afgegeven. Een nieuwe beslissing kan bijvoorbeeld nodig zijn na een bezwaar- of beroepsprocedureof als de vaststellingsaanvraag ambtshalve of op aangeven van de aanvrager zelf wordt gewijzigd.4 Afgeronde percentages en gebaseerd op aantal nabetalingen en terugvorderingen, niet op het bedrag. Er is een groep werkgevers (ca. 6%) die geen vaststellingaanvraag heeftgedaan. Bij het uiteindelijk uitblijven van een vaststellingsaanvraag doorde werkgever gaat UWV over tot een ambtelijke nihilstelling. Over deprocedure die UWV hierbij hanteert en die wordt toegepast vanaf deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 5359 NOW-1, is uw Kamer op 1 november 2021 en op 26 januari 2022 geïnfor-meerd.10UWV heeft via diverse kanalen verscheidene pogingen gedaan omwerkgevers die bij het verstrijken van de deadline nog geen aanvraaghadden ingediend te informeren over de verplichting om een vaststel-lingsaanvraag in te dienen. In eerdere monitoringsbrieven is uw Kamergeïnformeerd over de groep werkgevers die in de NOW-1 t/m 4 geenvaststellingsaanvraag hebben gedaan.Ook voor de NOW-5 en/of -6 zijn er werkgevers die geen vaststellingsaan-vraag hebben gedaan en waarvan daarom de subsidie op nihil is gesteld.UWV heeft de betreffende werkgevers hier 25 april 2023 en 7 juni 2023 enbij extra uitstel in verband met een accountants- of derdenverklaring op10 oktober 2023 aanvullend over geïnformeerd. Voor de NOW-5 ging ditom 2.631 nihilstellingen, voor de NOW-6 om 1.792 nihilstellingen.TerugvorderingenVan de tot dusver verwerkte vaststellingen van de NOW-1 t/m -6 resulteertin totaal ongeveer 45% in een nabetaling en 55% in een terugvordering.Bij de NOW-1 en -2, waar de vaststelling inmiddels zo goed als compleetis, is deze verhouding ongeveer 30% nabetaling en 70% terugvordering.Bij de loketten van de NOW-5 en -6 is 65% een nabetaling en 35% eenterugvordering. Over de tijd is hierin dus een verschuiving te zien tussende verschillende tranches.Het moeten terugbetalen van (een gedeelte van) het voorschot kanmeerdere oorzaken hebben. Voor het grootste deel volgt dit hoofdzakelijkuit een lager omzetverlies dan verwacht, voor een kleiner deel uit eendaling van de loonsom.11 Een combinatie is ook mogelijk.Tot nu toe verloopt het terugvorderingsproces voor een te veel ontvangenvoorschot voor de meeste werkgevers (ruim 90%) zonder groteproblemen. Daarnaast is UWV coulant met terugvorderen: indien nodigkan er een betalingsregeling of uitstel van betaling worden afgesproken.De betalingsregelingen lijken tot nu toe haalbaar voor de meestewerkgevers. Hoewel UWV constateert dat het grootste deel van dewerkgevers direct terugbetaalt, constateren ze ook dat er werkgevers zijndie moeite hebben met het terugbetalen van hun NOW-vordering. Zowordt ondertussen vaker gebruik gemaakt van een betalingsregeling metlangere (vaak maximale) betalingstermijnen en worden meer doorverwij-zingen gedaan naar het team Schulddienstverlening van UWV. Ook zietUWV het aantal gevallen waarin de vordering wordt overgedragen aaneen deurwaarder beperkt toenemen, ondanks de actieve inspanning om incontact te komen met werkgevers.Vanaf de NOW-3 is een werkgever indien hij een verzoek om toestemmingdoet om de arbeidsovereenkomst van één of meer werknemers op tezeggen verplicht om tijdens de subsidieperiode contact op te nemen metUWV voor ondersteuning bij begeleiding naar ander werk. Als dewerkgever niet aan deze verplichting voldoet, wordt bij de vaststelling van10Kamerstukken II, 2021–2022, 35 420, nr. 417 en Kamerstuk 35 420, nr. 461.11Als de loonsom daalt, betaalt een werkgever een deel van de NOW terug. De loonsom daaltbijvoorbeeld als een contract van een werknemer niet wordt verlengd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 53510 de bewuste subsidieperiode het subsidiebedrag verlaagd met 5%. Ditkomt voort uit de aangenomen motie van het lid Asscher12 op24 september 2020. Tot nu toe is er in 800 gevallen een correctie van 5%toegepast omdat geen contact is opgenomen met UWV.13 Gemiddeldbedroeg de correctie een bedrag van een kleine € 7.000.14Tabel 4: Terugvorderingen en betalingsregelingen NOW1, 2NOW-regelingTerug-vorderingentotaalTerug-vorderingenbetaaldTerug-vorderingenopenstaandWaarvanLopendebetalings-regelingen(vanterugvorde-ringenopenstaand)WaarvanUitstel vanbetalingafgesproken(van terugvor-deringenopenstaand)(% van totaalterugvorde-ringen)NOW 1(mrt–mei ’20)93.02374.77618.24715.855232(0,2%)NOW 2(jun–sep ’20)42.92129.85413.06711.249243(0,6%)NOW 3.1 (okt–dec ’20)32.33720.38811.9499.040939(2,9%)NOW 3.2 (jan–mrt ’21)35.27321.56513.70810.6401.030(2,9%)NOW 3.3 (apr–jun ’21)23.11113.3439.7687.453867(3,8%)NOW 4(jul–sept ’21)11.8237.0454.7783.433467(3,9%)NOW 5(nov–dec ’21)12.6226.7735.8493.801568(4,5%)NOW 6(jan–mrt ’22)9.1574.4404.7172.913496(5,4%)1 Peildatum 1 april 20242 Door afronding kan er een klein verschil in de cumulatieve bedragen ontstaan. Bezwaar en beroepHet is voor werkgevers mogelijk bezwaar aan te tekenen tegen een besluitover het verleende voorschot en/of de definitieve berekening van detegemoetkoming. In totaal zijn er 7.237 bezwaren ingediend op hetvoorschot en 21.863 bezwaren op de definitieve berekening voor deNOW-1 tot en met -6. De uitkomst van de afhandeling over de definitieveberekening laat voor alle tranches ongeveer hetzelfde beeld zien: 40–60%is gegrond verklaard, 20–30% ongegrond verklaard, en de overigebezwaren zijn ingetrokken of niet ontvankelijk verklaard (zie Tabel 5). Hetrelatief hoge aantal gegrond verklaarde bezwaren is een gevolg van hetfeit dat de verwerking van de NOW een automatisch proces is, terwijlUWV in de bezwaarfase casuïstiek individueel kan beoordelen en daarbijkan nagaan of bepaalde bijzondere omstandigheden aanleiding vormenom het initiële besluit waartegen werkgever in bezwaar is gegaan, aan tepassen.Er zijn inmiddels 415 beroepszaken op het voorschot en 1.022 beroeps-zaken op de definitieve berekening ingediend, waarvan er 1.045 proce-dures zijn afgehandeld. De rechter heeft in 89 gevallen de werkgever inhet gelijk gesteld. Van de afgehandelde zaken zijn er 512 ongegrondverklaard en heeft de werkgever in 313 gevallen zijn beroepszaakingetrokken. 131 gevallen zijn niet ontvankelijk verklaard. De meesteberoepszaken hadden betrekking op de loonsom en omzet.12Kamerstukken II 2020–2021, 35 420 nr. 109.13Peildatum 17 april 2024.14Dit bedrag is voorlopig, eventuele correctie na bezwaar is hier niet in opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 53511 Tabel 5: Bezwaren NOW1BezwareningediendBezwarenafgehandeldBezwaren afgehandeld (%), waarvan:GegrondOngegrondIngetrokkenNiet ontvan-kelijk verklaardNOW 1 (mrt–mei)9.1329.0284530169NOW 2 (jun–sep)3.6853.5814730158NOW 3.1 (okt–dec)2.4832.2535025169NOW 3.2 (jan–mrt)2.5632.2935326148NOW 3.3 (apr–jun)1.7521.4785223169NOW 4 (jul–sept)8557255622139NOW 5 (nov–dec)7656525424148NOW 6(jan–mrt)62851057231191 Peildatum 22 april 2024 InvorderingenOndanks alle pogingen die UWV doet om openstaande vorderingendaadwerkelijk in te vorderen, is UWV genoodzaakt om subsidiebedragenaf te schrijven. Dit is bijvoorbeeld het gevolg van een bedrijfsbeëindigingof faillissement.Rechtmatig gebruikEr wordt nauw samengewerkt tussen UWV, UVB en de NederlandseArbeidsinspectie (NLA) op het gebied van M&O bij de NOW. Het M&Obeleid rondom de NOW is altijd voor een groot deel preventief beleidgeweest. SZW en UWV hebben vanaf de start van NOW aandacht besteedaan de voorlichting. Op rijksoverheid.nl en de website van het UWV werdactuele informatie bijgehouden over de subsidieregeling en hoe dezecorrect aangevraagd kon worden. Ook is het aanvraagformulier aangepasten doorontwikkeld om fouten en vergissingen te voorkomen. Ook na hetindienen van de aanvraag, hebben werkgevers uitgebreide mogelijkhedengehad om eventuele fouten in de aanvragen te herstellen. Daarnaasthebben werkgevers in bezwaar en beroepsprocedures fouten kunnenherstellen. Verder zijn er webinars georganiseerd in samenwerking met deKoninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), omaccountants goed voor te lichten over hoe zij de controle op de NOWmoesten doen. Met dit beleid is breed ingezet op preventie.Vanaf de start van de NOW zijn realistische beelden geschetst dat eronvolkomenheden in de aanpak kunnen zitten, waarbij meer restrisico’sop M&O zijn aanvaard dan bij reguliere omstandigheden gebruikelijkzouden zijn. Om deze reden is ook het M&O-beleid onderdeel geweest vande beleidsevaluaties van de NOW, zoals eerder in deze brief beschreven.In het jaarverslag van UWV 202315 heeft de externe accountant van UWVeen positieve beoordeling gegeven naar aanleiding van het jaarverslag,waarin de accountant onder ander aandacht vraagt voor risico’s alsgevolg van de complexiteit van de regeling, naast M&O risico’s.Sinds de opening van de vaststellingsloketten van de NOW-1 tot en met -6zijn er in totaal ruim 470.000 vaststellingsaanvragen ingediend.16Uitvoering van Beleid (UVB, onderdeel van SZW) heeft door middel vanrisicoanalyse ruim 11.000 gevallen in behandeling genomen voor naderonderzoek. In deze gevallen wordt de werkgever gevraagd extra gegevensaan te leveren. Deze worden onderzocht en afhankelijk van de uitkomst15UWV Jaarverslag 2023, deel 2, uwv-jaarverslag-2023-deel2.pdf16Peildatum 1 april 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 53512 kunnen er correcties op het omzetverliespercentage en daarmee op desubsidie worden doorgevoerd.UVB doet nadere omzetcontroles met behulp van risicogerichte analyse.UVB selecteert vaststellingsaanvragen onder meer op basis van verschil-lende objectieve risico-indicatoren, waarbij de ervaringen van de reedsafgeronde onderzoeken in het risicomodel worden meegenomen. Innavolging hiervan kan de werkgever worden gevraagd extra gegevensaan te leveren. Deze worden onderzocht en afhankelijk van de uitkomstkunnencorrecties op de subsidie plaatsvinden. Daarnaast voert UVBvisuele controles uit op ingediende derdenverklaringen en verklaringenvan de accountant.UVB heeft tot 1 april 2024 ruim 9.400 onderzoeken afgerond, waarbij opgrond van de risicogerichte analyses in ruim 71% van de onderzochtedossiers sprake is van een aanpassing van het omzetverliespercentagedan wel een intrekking van het vaststellingsverzoek door de werkgever.17Dit betekent echter niet dat in deze gevallen direct sprake is van misbruikof oneigenlijk gebruik: vaak betreft het een (onbewuste) fout van eenwerkgever.UWV heeft tot 1 april 2024 2.872 signalen ten aanzien van 2.281werkgevers ontvangen van mogelijke overtreding van de NOW-regels.Naast deze signalen zijn sinds januari 2021 383 gevalideerde signalen18 uitverschillende door UWV uitgevoerde data-analyses nader onderzocht. Vanal deze signalen samen is een deel gedeeld met de Nederlandse Arbeids-inspectie en met de Belastingdienst. Het andere deel kon door UWVworden afgehandeld of was niet onderzoekwaardig. De meeste signalenbij UWV betreffen mogelijke manipulatie van de omzet en mogelijkemanipulatie van de loonsom. Deze zijn samen goed voor bijna 80% vanalle signalen.Tijdens de vaststellingsfase zijn er door UWV Handhaving naar aanleidingvan hun nadere controles in de vaststellingen van de NOW-1 tot en met -6tot 1 april 2024 84 subsidies op nihil gesteld, is de subsidie in 135 gevallenaangepast in verband met loonsomcorrecties en is UWV in 62 gevallenteruggekomen op de eerdere vaststelling, naar aanleiding van extracontroles bij UWV Handhaving. In het UWV jaarverslag 2023 is eenuitgebreid overzicht gegeven van de stand van zaken rondom dehandhavingsaanpak van UWV rondom de NOW.De Arbeidsinspectie heeft tot 1 april 2024 van verschillende partijen 1.363signalen ontvangen van mogelijke strafbare feiten in relatie tot desteunmaatregelen, zoals NOW en Tozo. 651 van deze signalen warenafkomstig van de Financial Intelligence Unit (FIU). Tot en met mei zijn intotaal 69 strafrechtelijke onderzoeken opgestart en zijn zogenaamdeKnock-and-talk19 gesprekken gevoerd. Van een deel van de opsporingson-derzoeken is het dossier ingeleverd bij het Openbaar Ministerie om hieropeen vervolgingsbeslissing te nemen. In een ander deel van de onder-zoeken is geconstateerd dat er geen sprake was van een strafbaar feit ofdat er onvoldoende bewijs aangevoerd kon worden om tot vervolgingover te gaan. In een aantal gevallen is waarschuwend opgetreden en is17Om de risicogerichte aanpak te toetsen worden er ook vaststellingen met een lage risicoscoreaselect geselecteerd voor onderzoek. De aanpassingen van het omzetverliespercentage zijn bijdie aselecte groep beduidend lager.18Met «gevalideerde signalen» worden signalen bedoeld die, na een eerste check, onderzoek-waardig blijken.19Dit handhavingsinstrument wordt ingezet bij serieuze signalen en meldingen die echteronvoldoende ernstige fraude-indicaties bevatten. De subsidie-aanvrager wordt met dezegesprekken in staat gesteld om zelfstandig zijn handelwijze aan te passen en de subsidievoor-waarden na te leven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 53513 het UWV geïnformeerd. Gelet op het feit dat het verstrekkings- envaststellingsproces van NOW-subsidies nog enkele jaren zal voortduren incombinatie met de doorlooptijd van strafrechtelijke onderzoeken, is deopsporingscapaciteit uitgebreid van 1 januari 2023 tot en met31 december 2025.3. Accountantsreviews ADR In twee eerdere Kamerbrieven inzake de NOW20 heb ik u gemeld dat deAuditdienst Rijk (ADR) een review had uitgevoerd op accountantswerk-zaamheden bij de NOW-regeling. In deze brieven is ook ingegaan op deuitkomsten van en het vervolg op deze reviews, en is tot slot aange-kondigd dat de ADR een nieuwe reviewronde op de accountantswerk-zaamheden was gestart. De uitkomsten van deze tweede reviewronde zijnondertussen bekend en deel ik in deze brief met u.De ADR heeft 26 reviews uitgevoerd op accountantsdossiers behorendebij vaststellingsaanvragen van de NOW. De ADR rapporteert inzake dezeopdracht wegens een wijziging van het ADR-reviewbeleid op een anderewijze dan bij de eerste ronde reviews. Dit heeft tot gevolg dat aan deopdrachtgever wordt gerapporteerd over de constateringen metbetrekking tot de specifieke toetspunten zonder dat daar een oordeel bijwordt gegeven over de toereikendheid van de door de accountantuitgevoerde werkzaamheden.In de brief van 9 mei 2022 is uitgelegd dat binnen de NOW afhankelijk vanonder meer de subsidiehoogte onderscheid wordt gemaakt tussen debenodigde «zwaarte» van de accountantswerkzaamheden. De relatievekleinschaligheid van de reviews heeft als gevolg dat de uitkomstenhiervan niet kunnen worden geëxtrapoleerd naar de totaleNOW-populatie. De reviews zijn wederom aselect geselecteerd uit de vierverschillende controle-kwadranten ende verklaringen die zijn afgegevenop het niveau van de werkmaatschappijregeling.Binnen de 26 reviews zijn er 8 dossiers waarbij de ADR constateringenheeft. Dit hoeft niet te betekenen dat de NOW-subsidie in deze gevallenonrechtmatig is toegekend. De accountants hebben in deze gevallen hunwerkzaamheden niet voldoende vastgelegd of niet voldoende werkzaam-heden uitgevoerd.In alle 8 gevallen is contact gezocht met de betreffende werkgever en isverzocht om de geconstateerde tekortkomingen door de accountant telaten herstellen. Dit is in alle 8 gevallen gebeurd en heeft voor éénaanvrager geleid tot een beperkte neerwaartse bijstelling van deNOW-subsidie van ongeveer 2%. Deze uitkomsten liggen in lijn met debevindingen uit de eerste ronde reviews.Het rapport van de ADR is besproken met de Koninklijke NederlandseBeroepsorganisatie van Accountants (NBA). Zij kunnen deze uitkomstengebruiken om te bezien in hoeverre aanvullende communicatie richting deberoepsgroep meerwaarde heeft in relatie tot de kwaliteit van accoun-tantsonderzoeken in algemene zin. Specifiek voor de NOW geldt dat allevaststellingsloketten ondertussen zijn gesloten en dat ten behoeve van hetbijbehorende controleproces geen nieuwe accountantsverklaringen meerkunnen worden ingediend.20«Stand van zaken Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid(NOW)», 9 mei 2022, Kamerstuk 35 420, nr. 486 en «Stand van zaken NOW oktober 2022»,21 oktober 2022, Kamerstuk 35 420, nr. 512Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 53514 4. Beleidslijn verrekenen In december 2022 is in antwoord op Eerste Kamervragen van het lid Vander Linden21 toegelicht dat binnen de NOW verrekeningen vanopenstaande vorderingen en latere nabetalingen niet mogelijk was. Eenbelangrijke reden hiervoor was dat dit binnen het geautomatiseerdevaststellingsproces een handmatige verrekening van UWV vergde. Ditwas op dat moment van de vaststellingsfase niet uitvoerbaar. Inmiddels isde afwikkeling van de NOW in een andere fase terechtgekomen. Hetmerendeel van de vaststellingen is inmiddels verwerkt. Dit heeft onderandere tot gevolg dat UWV op dit moment wel de mogelijkheid heeft omopenstaande vorderingen te verrekenen met nabetalingen. Dit heeft alsvoordeel dat UWV bij de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken en bijafwikkelingen van bedrijfsbeëindigingen of faillissementen, zowel denabetalingen als terugvorderingen in de totale afweging kunnen wordenbetrokken. UWV verrekent daarom op dit moment openstaande vorde-ringen met nabetalingen.Tot slotMet deze brief heb ik met uw Kamer de uitkomsten gedeeld van deevaluatie naar de NOW en daarnaast inzicht gegeven in de stand vanzaken van de huidige afrondende fase van het vaststellingsproces van deNOW. Mochten zich in de verdere toekomst relevante ontwikkelingeninzake de afwikkeling van de NOW voordoen, dan zal ik uw Kamerdaarover informeren. Eventuele budgettaire bijstellingen op de NOWworden verwerkt in de jaarverslagen van SZW.Tot slot wil ik deze gelegenheid benutten om alle betrokkenen bij de NOWte bedanken voor hun inzet. In het bijzonder benadruk ik hierbij graag deheer Martin Flier, directeur Arbeidsverhoudingen bij het Ministerie vanSZW. Martin is het afgelopen jaar helaas overleden. Zijn bijdrage aan deNOW is van onschatbare waarde geweest.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van Gennip21Aanhangsel Handelingen I, 2022/2023, nr. 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 35 420, nr. 53515
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.