Kabinetsreactie op het advies van het Internationaal Gerechtshof over de aanwezigheid en activiteiten van de Verenigde Naties en andere internationale organisaties en derde staten in de Palestijnse Gebieden
Brontekst
Versie 0c3baf323e94527c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202623 432De situatie in het Midden-OostenNr. 617 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITEN-LANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 november 2025Op 24 oktober 2025 verzocht uw vaste commissie voor BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp het kabinet te reageren op het advies vanhet Internationaal Gerechtshof (IGH) van 22 oktober jl. over verplichtingenvan Israël voor VN-hulpverlening in de Palestijnse Gebieden. Met dezeKamerbrief voldoet het kabinet aan uw verzoek.In deze brief informeren wij u ook over het indienen van een eventueleNederlandse verklaring tot interventie in de zaak die Zuid-Afrika heeftaangespannen tegen Israël bij het IGH, zoals toegezegd tijdens hetCommissiedebat van 10 september over de informele Raad BuitenlandseZaken d.d. 29 augustus 2025 (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3253) (TZ202509–108).Het kabinet informeert u conform de toezegging van de Minister-Presidentook over de rol die Nederland kan spelen bij de oprichting vanVN-commissies die oorlogsmisdrijven onderzoeken, specifiek in het kadervan de oorlogsmisdrijven in Gaza en Israël, gedaan tijdens het debat op16 oktober over de Europese Top (TZ202510–167).Advies Internationaal Gerechtshof (IGH)Op 22 oktober 2025 bracht het IGH zijn advies uit in de adviesprocedureover de verplichtingen van Israël over de aanwezigheid en activiteiten vande Verenigde Naties (VN) – in het bijzonder het VN-agentschap UnitedNations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East(UNRWA) – alsook andere internationale organisaties en derde staten – inde bezette Palestijnse Gebieden (PG). Deze adviesaanvraag is op19 december 2024 op verzoek van de Algemene Vergadering van deVerenigde Naties (AVVN), en op Noors initiatief, bij het Hof ingediend.Nederland heeft door het indienen van een zienswijze op 28 februari 2025deelgenomen aan de schriftelijke fase van de procedure. kst-23432-617ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6171 Het advies is niet juridisch bindend, maar vormt wel een gezaghebbendeuiteenzetting van het toepasselijk internationaal recht.De uitspraak van het Hof berust voornamelijk op feiten uit de periode na7 oktober 2023. Het Hof stelt dat het in deze uitspraak niet ingaat op devraag of Israël zijn verplichtingen daadwerkelijk heeft geschonden, nochop de eventuele juridische gevolgen hiervan. Wel spreekt het Hof ernstigezorgen uit over de naleving van het humanitair oorlogsrecht en mensen-rechtenverplichtingen door Israël.Het IGH stelt in het advies dat:–De staat Israël, als bezettende macht, zijn verplichtingen onder hethumanitair oorlogsrecht moet naleven. Deze verplichtingen omvatten:1.het verzekeren dat de bevolking van de bezette PalestijnseGebieden beschikt over essentiële levensbehoeften waarondervoedsel, water, kleding, beddengoed, onderdak, brandstof,medische benodigdheden en diensten;2.het instemmen met en faciliteren van hulpacties ten behoeve vande bevolking van de bezette Palestijnse Gebieden, zolang dezebevolking onvoldoende bevoorraad is, zoals het geval is geweestin de Gazastrook, met inbegrip van hulp die wordt verleend doorde Verenigde Naties, met name UNRWA, andere internationaleorganisaties en derde landen, en dergelijke hulpacties nietbelemmeren;3.het ontzien en beschermen van hulpverleners, waarondermedisch personeel en medische faciliteiten;4.het respecteren van het verbod op gedwongen verplaatsing endeportatie in de bezette Palestijnse Gebieden;5.het respecteren het recht van gedetineerde personen uit debezette Palestijnse Gebieden op bezoek van het InternationaleComité van het Rode Kruis (ICRC);6.het respecteren van het verbod op het gebruik van uithongeringvan burgers als methode van oorlogsvoering.–ISR, als bezettende macht, is verplicht de mensenrechten van debevolking van de bezette Palestijnse Gebieden te respecteren, tebeschermen en te eerbiedigen, inclusief door de aanwezigheid enactiviteiten van de VN, andere internationale organisaties en derdestaten.–ISR is verplicht om te goeder trouw samen te werken met de Ver-enigde Naties door bijstand te verlenen bij elke actie die zij onder-neemt in overeenstemming met het VN Handvest, met inbegrip vanUNRWA, in en met betrekking tot de bezette Palestijnse Gebieden.–ISR is verplicht om de privileges en immuniteiten van de VN teeerbiedigen en te waarborgen, de onschendbaarheid vanVN-gebouwen, inclusief UNWRA, tegen elke vorm van inmenging tebeschermen en de privileges en immuniteiten van VN in en metbetrekking tot de bezette Palestijnse Gebieden, te eerbiedigen.Het Hof concludeert dat UNRWA een onvervangbare verstrekker vanhumanitaire hulp in de Gazastrook is en citeert de uitspraak van deSecretaris Generaal van de VN dat er momenteel geen realistischalternatief voor UNRWA is om adequaat diensten en ondersteuning teverlenen aan Palestijnse vluchtelingen. Er is volgens het Hof geen bewijsdat UNRWA, als entiteit, het onpartijdigheidsbeginsel zou hebbengeschonden. Het Hof is daarnaast van oordeel dat de informatie waaroverhet beschikt niet voldoende is om het gebrek aan neutraliteit van UNRWAvast te stellen met het oog op de beoordeling van haar onpartijdigheid alsorganisatie in de zin van artikel 59 van het Vierde Verdrag van Genève.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6172 Beleidsimplicaties IGH-adviesHet advies bevestigt de nijpende humanitaire situatie in de Gazastrook enhiermee ook de grote zorgen die het kabinet heeft over de humanitairetoegang en distributie van humanitaire hulp in de Gazastrook. Het Hofconstateert dat de Palestijnse bevolking onvoldoende is voorzien in haaressentiële levensbehoeftes en dat Israël daarom verplicht is humanitairehulp door derde staten en onpartijdige humanitaire organisaties toe testaan.Het IGH oordeelt dat de Israëlische blokkade van humanitaire hulp tot eenernstige verslechtering van de situatie in de Gazastrook leidde. Nederlandheeft deze blokkade, sinds deze van start ging, sterk veroordeeld en heeftIsraël via alle beschikbare kanalen opgeroepen om de blokkade op teheffen. Zoals beschreven in de Kamerbrief van 28 juli 2025, heeftNederland mede om deze reden in EU-verband het initiatief genomenvoor een evaluatie van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord enandere stappen genomen, waaronder de Israëlische ambassadeur opministerieel niveau ontboden.1In het bilaterale contact met Israël, zo ook in het recente contact tussenMinister van Weel met zijn Israëlische evenknie, wordt al geruime tijdbenadrukt dat maatregelen moeten worden genomen om humanitairehulp voor de Gazastrook onmiddellijk en aanzienlijk op te schalen. Datbetreft maatregelen om de invoer van hulpgoederen te bespoedigen enverruimen, alsook om de distributie van hulpgoederen binnen deGazastrook te verbeteren. Nederland onderstreept hierbij het belang vande heropening van meer grensovergangen en, conform motie Van denBurg, van ongehinderde toegang voor de professionele hulporganisatieswaaronder de VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en interna-tionale ngo’s.2Inmiddels is een lichte verbetering zichtbaar, zo zijngrensovergangen Kerem Shalom, Zikim en Kissufim (gedeeltelijk)operationeel.Over de uitdagingen waar hulpverleners mee worden geconfronteerdonderhoudt Nederland nauw contact met onze humanitaire partnerorgani-saties. Nederland heeft dit thema ook bilateraal opgebracht bij deIsraëlische autoriteiten, bijvoorbeeld in recente gesprekken van zowelMinister-President Schoof als Minister van Weel met hun respectievelijkecounterparts. Het kabinet blijft zich inspannen om er voor te zorgen datonze partner-ngo’s hun humanitaire werk kunnen uitvoeren in Israël en debezette Palestijnse Gebieden, en stemt deze inspanningen nauw af met dehulporganisaties in kwestie.Nederland blijft ook een aanzienlijke financiële bijdrage leveren aan dehumanitaire respons in de Gazastrook. Sinds 7 oktober 2023 heeftNederland in totaal 94,2 miljoen euro vrijgemaakt voor hulpprogramma’svan VN-organisaties waaronder het Wereldvoedselprogramma, alsookvoor het werk van de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en departner-ngo’s van de Dutch Relief Alliance. Dit bedrag komt bovenop deongeoormerkte financiering die Nederland jaarlijks aan humanitaireorganisaties geeft. Het belang van deze manier van financieren is dat hetprofessionele humanitaire organisaties in staat stelt goederen in te kopenen op te slaan en mensen paraat te hebben, zodat hulpverlening directopgeschaald kan worden. Zo kunnen hulporganisaties snel en flexibelreageren op humanitaire crises wereldwijd. Dat geldt ook voor de responsin de Gazastrook. Tevens deed Nederland recent bijdragen aan onder1Kamerstuk 23 432, nr. 569, d.d. 28 juli 20252Kamerstuk 23 432, nr. 600, d.d. 21 augustus 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6173 meer de Wereldgezondheidsorganisatie voor het verlichten van medischeen humanitaire knelpunten in de regio.3 Recent heeft het kabinet beslotenom een additionele 10 miljoen euro te alloceren aan het waterprogrammavan UNICEF dat zich richt op het herstel van de watervoorziening voor eensubstantieel deel van de bevolking in Gaza.UNRWA speelt op dit moment een belangrijke rol voor humanitairehulpverlening in de Gazastrook. In de Gazastrook heeft UNRWA nogsteeds een aanzienlijke capaciteit, expertise en implementerendvermogen, bijvoorbeeld op gebied van gezondheidszorg. Daarnaast levertUNRWA humanitaire hulp en basisdiensten aan mensen in de hele regio,waaronder in de Westelijke Jordaanoever en landen in de regio, zoalsvastgelegd in het door de Algemene Vergadering van de VN (AVVN)verleende mandaat. Dit gaat onder meer om activiteiten op gebied vansociale bescherming, onderwijs en gezondheidszorg. Daarmee levertUNRWA een aanzienlijke bijdrage aan de stabiliteit in de regio. Nederlanddeelt de zorgen die leven over de organisatie en blijft het belang onder-strepen van implementatie van de aanbevelingen uit het Colonna-rapport.Hier zal Nederland aandacht voor blijven vragen, met inachtneming vanhet feit dat UNRWA al stappen heeft gezet om institutionele verbeteringendoor te voeren. Nederland blijft het huidige door de Algemene Verga-dering van VN verleende mandaat op dit moment steunen. Nederlandblijft UNRWA ook financieel ondersteunen, waarbij deze steun gradueelafbouwt in navolging van het amendement Eerdmans en Stoffer(Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 50). In 2025 ontving UNRWA een bijdrage van15 miljoen euro. Dat is 4 miljoen euro minder dan de Algemene VrijwilligeBijdrage aan UNRWA van 2024. De vrijgevallen 4 miljoen euro van dit jaarwerd wel gebruikt voor humanitaire ondersteuning in de Gazastrook,maar werd aan een andere organisatie toegekend. Zo bleef het kabinet,ook in lijn met het bovengenoemde amendement, inzetten op diversifi-catie van humanitaire hulp in de Gazastrook.Om perspectief aan de Gazanen te bieden voor een betere toekomst, metkansen voor economische ontwikkeling en een stabiel bestuur, zet hetkabinet waar mogelijk in op spoedig herstel en wederopbouw. Om dezereden is Nederland co-host van de aankomende wederopbouwconferentiein Egypte.Nederland blijft zich inzetten voor het tegengaan van straffeloosheid(accountability). Hoewel het IGH-advies zich niet richt op juridischegevolgen voor derde staten en niet oordeelt of Israël zijn verplichtingendaadwerkelijk heeft geschonden, erkent het kabinet de noodzaak om drukte blijven uitoefenen op Israël om zijn verplichtingen onder het internati-onaal recht na te leven. Dit brengt Nederland duidelijk over het voetlicht inbilaterale contacten met Israël, waaronder ook in de recente juridischeconsultaties. Ook via multilaterale fora wordt Israël, mede doorNederland, steevast opgeroepen te handelen in overeenstemming methumanitair oorlogsrecht. Bijvoorbeeld tijdens het Open Debat Midden-Oosten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op 27 oktober2025 waarbij is opgeroepen tot onafhankelijk onderzoek naar schendingenvan internationaal recht, conform motie Dassen c.s.4Het kabinet ziet momenteel te weinig onderzoek naar en berechting vaninternationale misdrijven door Israël zelf. Nederland spreekt Israël hierconsistent op aan.5 Conform de toezegging van Minister-President,informeer ik u ook over de rol die Nederland kan spelen bij de oprichtingvan VN-commissies die oorlogsmisdrijven onderzoeken. Als een staat niet3Kamerstuk 23 432, nr. 611, d.d. 15 oktober 20254Kamerstuk 21 501-20, nr. 2301, d.d. 16 oktober 20255Kamerstuk 21 501-02, nr. 3245, d.d. 11 september 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6174 bereid of niet in staat is om zelf internationale misdrijven te onderzoekenen degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn te vervolgen en teberechten komt de internationale gemeenschap in beeld. In het geval vanIsraël en de bezette Palestijnse Gebieden bestaan reeds door de Mensen-rechtenraad gecreëerde mandaten die onderzoek doen. Deze mecha-nismes doen onderzoek naar de daden van alle partijen, waaronderexpliciet ook die van Hamas. Ook heeft het Internationaal Strafhof vorigjaar arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen (inmiddels overleden) leidersvan Hamas.De inzet van het kabinet blijft primair gericht op het laten slagen van hetvredesplan. Nederland benadrukt in internationaal verband, conformmotie Diederik van Dijk c.s.6 het essentiële belang van afspraken over devolledige implementatie van de eerste fase en daarnaast de uitwerkingvan de volgende fasen. Het is van groot belang dat het staakt-het-vurenstand houdt en dat beide partijen zich aan de gemaakte afspraken houden.Dit betekent onder andere dat Hamas alle lichamen van de gegijzeldenmoet vrijgeven. Er mag geen rol voor de terroristische organisatie Hamaszijn in het toekomstig bestuur van de Gazastrook. Het uiteindelijke doel ishet bereiken van een duurzame vrede tussen Israëliërs en Palestijnen.Nederlandse interventie IGH-zaak Zuid-Afrika tegen IsraëlDe deadline voor indiening van het verweerschrift («Counter-Memorial»)door Israël in de zaak Zuid-Afrika v. Israël is door het IGH met tweemaanden verlengd, tot 12 maart 2026. Dit betekent dat de termijn voor hetindienen van een eventuele verklaring tot interventie door andereverdragspartijen bij het Genocideverdrag, waaronder Nederland, ook mettwee maanden is verlengd. Het kabinet beslist om deze reden op een latermoment over het indienen hiervan.De Minister van Buitenlandse Zaken,D.M. van WeelDe Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken.A. de Vries6Kamerstuk 21 501-20, nr. 2289, d.d. 30 september 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6175
Gerelateerde bronnen
- De minister van Buitenlandse Zaken zal, voor 31 oktober, een brief aan de Kamer toekomen over zijn besluit over het eventueel indienen van een interventie bij h
De minister van Buitenlandse Zaken zal, voor 31 oktober, een brief aan de Kamer toekomen over zijn besluit over het eventueel indienen van een interventie bij het Internationaal Gerechtshof in de Genocide-zaak van Zuid-Afrika
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.