KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg inzake Voorhang wijziging statuten stichting Inlichtingenbureau (Kamerstuk 26448-860)

12 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6238c835e120747a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)32 761Verwerking en bescherming persoonsgegevensNr. 866 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 12 februari 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid over de brief van 3 december 2025 Voorhangwijziging statuten stichting Inlichtingenbureau (Kamerstukken 26 448 en32 761, nr. 860).De vragen en opmerkingen zijn op 12 januari 2026 aan de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 12 februari2026 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der BurgAdjunct-griffier van de commissie,Morrin kst-26448-866ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8661 InhoudsopgaveVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonInleidingVragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie enreactie van de bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie enreactie van de bewindspersoon4Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractie enreactie van de bewindspersoon7 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonInleidingIk dank de leden van de fracties voor hun inbreng en inspanningen. Ikmaak graag van de gelegenheid gebruik om voorafgaand aan debeantwoording van de vragen een onjuistheid in de voorhangbrief tecorrigeren. In de Voorhang wijziging statuten stichting Inlichtingenbureau1is abusievelijk vermeld dat de Algemene Rekenkamer de statutenwijzigingvan de Stichting Inlichtingenbureau heeft goedgekeurd. Op grond vanartikel 4.7 van de Comptabiliteitswet 2016 voert de Minister vooraf overlegmet de Algemene Rekenkamer. Hierbij is geen sprake van goedkeuring. Indit kader heeft de Algemene Rekenkamer conform de geldende procedureadvies gegeven over de voorgenomen statutenwijziging.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de briefover de voorhang wijziging statuten stichting Inlichtingenbureau.Deze leden hebben geen vragen.Ik dank de leden van de D66-fractie voor hun kennisname van devoorhangbrief over de wijziging van de statuten van de stichtingInlichtingenbureau die onder meer de naamswijziging in Bureau Informa-tieDiensten Nederland (hierna: BIDN) regelt.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomenvan de stukken met betrekking tot de wijziging van de statutenvan het Inlichtingenbureau. Deze leden hebben hier meerderevragen over.De leden van de GroenLinks-PvdA fractie merken op dat deoorspronkelijke bedoeling was dat het Inlichtingenbureau (IB)onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en nu de Wet openoverheid (Woo) zou vallen. Deze leden merken op dat de Kamerhier per motie om had gevraagd. Dit is technisch gezien wettelijknog niet het geval met de voorgenomen statutenwijzigingen, al1Kamerstukken 26 448 en 32 761, nr. 860Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8662 merken deze leden op dat in de stukken staat dat deze organi-satie in praktische zin tegemoet komt aan alle Woo-verzoeken.Waarom is er niet voor gekozen om het IB zo in te richten datdeze ook wettelijk onder de Woo valt?Het BIDN valt niet rechtstreeks onder de Wet open overheid (Woo), omdathet geen bestuursorgaan is. De stichtingsvorm wordt in stand gehoudenomdat dit aansluit bij de aanbevelingen uit het AEF-rapport Grip opgegevensuitwisseling (2022)2, waarin verschillende organisatievormenzijn afgewogen, inclusief een publiekrechtelijke variant. Het rapportconcludeert dat behoud van de stichtingsvorm op dit moment het bestpast bij het interbestuurlijke karakter van het BIDN.Op dit moment bestaat er geen passend model dat een wettelijkeWoo-plicht combineert met een interbestuurlijke positie zoals die van hetBIDN. Dit vraagstuk speelt breder dan alleen bij het BIDN. Het Ministerievan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) onderzoekt daaromof het mogelijk is om in de wetgeving vast te leggen dat organisaties zoalshet BIDN ook aan regels op het gebied van archivering, informatiebevei-liging, financieel beheer en de Woo moeten voldoen. Het streven is dat deMinister van BZK de Kamer hierover in de tweede helft van 2026informeert.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in dit kader dat deAlgemene Rekenkamer (ARK) opmerkt dat er een brederezoektocht is naar een hybride vorm van publiek-privateinrichting. Deze leden vragen hoe de verkenning hiernaar vormkrijgt en wanneer de Kamer hierover wordt geïnformeerd.Het Ministerie van BZK is op dit moment bezig met het in kaart brengenhoe bij hybride samenwerking tussen bestuurslagen recht kan wordengedaan aan het publieke karakter van de werkzaamheden. Hierbij wordtgekeken naar de waarborgen voor transparantie, politieke verantwoorde-lijkheid op alle niveaus en de daarbij horende democratische controle enrechtsbescherming. Dit gaat breder dan het BIDN. Het streven is dat deMinister van BZK de Kamer hierover in de tweede helft van 2026informeert.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook een vraagover de overige aanbevelingen van de ARK. Zo beveelt de ARKaan om een toezichtregime op te stellen. Deze leden vragen ofhet kabinet deze aanbeveling overneemt en zo ja welk tijdspadhiervoor gevolgd wordt.Het Kabinet neemt de aanbeveling voor het opstellen van een toezichtar-rangement over. De Kamer zal hierover nog dit jaar worden geïnformeerd.Daarnaast lezen deze leden in de brief van de ARK dat de Ministerniet expliciet ingaat op welke visie zij heeft op haar verhoudingtot de stichting. Zij vragen de Minister hierop in te gaan enexpliciet alle vragen van de ARK te beantwoorden (zie pagina 4van de brief).Het BIDN opereert als een interbestuurlijk uitvoeringsorgaan binnenwettelijk vastgestelde kaders met een sturings- en toezichtrelatie met hetMinisterie van SZW en de VNG. Het AEF-rapport constateert dat er op ditmoment geen passend model is dat een publieke organisatievormcombineert met de interbestuurlijke positie van het BIDN. Het ontbreken2Kamerstukken 26 448 en 32 761, nr. 727Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8663 van een passende interbestuurlijke vorm is een vraagstuk dat brederspeelt dan alleen voor het BIDN. Het Ministerie van BZK is daarom op ditmoment bezig met het in kaart brengen hoe bij hybride samenwerkingtussen bestuurslagen, zoals bij het BIDN, recht kan worden gedaan aanhet publieke karakter van de werkzaamheden. Afhankelijk van deuitkomsten van dit onderzoek kan worden bekeken hoe verdere verbete-ringen en aanpassingen kunnen plaatsvinden. Mogelijk levert later dit jaarook de evaluatie van de Wet SUWI extra input voor deze afwegingen envervolgstappen.Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben na zorgvuldige bestuderingen overweging van de voorliggende stukken, kennisgenomen vande daarin vervatte inhoud en wensen naar aanleiding daarvan nogenkele nadere vragen aan de orde te stellen.De leden van de JA21-fractie merken op dat het IB grote hoeveel-heden persoonsgegevens voor uiteenlopende overheden verwerkten daarmee feitelijk deel uitmaakt van een gevoelig gegevens- enalgoritmisch ecosysteem. Kan de Minister helder uiteenzettenwie in de politieke lijn Minister, gemeenten, Vereniging vanNederlandse Gemeenten (VNG), of de stichting zelf waaropaanspreekbaar is bij datalekken, onrechtmatige gegevensver-werking of ongewenste uitkomsten, en hoe die verantwoorde-lijkheid juridisch is geborgd?Het is de missie van het BIDN om gegevens op een zorgvuldige manier teverwerken. Dit betekent in de praktijk dat het BIDN, wanneer het verwer-kingsverantwoordelijke is, verantwoordelijk is voor de naleving van deAVG en daarmee aanspreekbaar is op datalekken of onrechtmatigegegevensverwerking. In de meeste gevallen is het BIDN geen verwer-kingsverantwoordelijke, maar verwerker van gegevens. Als het BIDNoptreedt als verwerker en er sprake is van een datalek of een mogelijkeonrechtmatige verwerking, informeert het de verwerkingsverantwoorde-lijke. Dat zijn over het algemeen de gemeenten zelf als afnemers van degegevens en dienstverleners aan de burger.De leden van de JA21-fractie merken op dat het takenpakket vanhet IB de afgelopen jaren is verbreed naar meerdere domeinen,terwijl de doelomschrijving breed en open is geformuleerd. Dezeleden vragen wat de politieke eindvisie van de Minister is: blijfthet BIDN Bureau Informatiediensten Nederland een beperkte,technisch ondersteunende stichting of is de feitelijke koers datdit de centrale nationale data-hub wordt voor gemeenten enverschillende ministeries?In de (nieuwe) statuten is de taak- en doelomschrijving van het BIDNbeschreven. Hierin staat dat het BIDN gemeenten ondersteunt bij deuitvoering van hun wettelijke taken. In de afgelopen jaren is het aantalopdrachten van het BIDN uitgebreid. Om de Kamer goed inzicht te gevenin de werkzaamheden van het BIDN wordt de Kamer bij nieuweopdrachten altijd vooraf betrokken via het wetgevingsproces, de Standvan de Uitvoering en/of via specifieke Kamerbrieven. Een voorbeeldhiervan is de Kamerbrief waarin de beoogde positionering van hetSchuldenknooppunt bij het BIDN wordt toegelicht3. Nieuwe opdrachtenworden vooraf wettelijk verankerd. Hierbij heeft uw Kamer een rol alsmedewetgever.3Kamerstuk 24 515, nr. 797Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8664 De leden van de JA21-fractie merken op dat de gekozen vorm eenprivaatrechtelijke stichting is en blijft, terwijl daar niet automa-tisch de publieke waarborgen gelden die we normaal bijoverheidsorganisaties vanzelfsprekend vinden. Waarom is,ondanks deze bekende tekortkomingen, niet gekozen voor eenpublieke rechtsvorm waarbij de Kamer directe en volle controlekan uitoefenen?De stichtingsvorm wordt in stand gehouden, omdat dit aansluit bij deaanbevelingen uit het AEF-rapport Grip op gegevensuitwisseling (2022)4.Het rapport concludeert dat behoud van de stichtingsvorm op dit momenthet best past bij het interbestuurlijke karakter van het BIDN. De keuze omhet BIDN om te vormen tot een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) ofagentschap zou betekenen dat het BIDN zijn karakter als interbestuurlijkedienstverlener verliest. Ook zou een publieke vorm het opdrachtgever-schap door andere departementen en medeoverheden complexer maken.In lijn met de aanbevelingen uit het AEF-rapport zijn, binnen de huidigeconstructie, maatregelen genomen om de democratische controle teversterken. Zo krijgt de Minister door de statutenwijziging meer bevoegd-heden om invloed uit te oefenen op de stichting. Ook onderzoekt hetMinisterie van BZK of wettelijk kan worden vastgelegd dat organisatieszoals het BIDN moeten voldoen aan dezelfde verplichtingen voorarchivering en financieel beheer als andere publieke organisaties.Daarnaast wordt de zichtbaarheid van het BIDN richting de Kamervergroot door jaarplannen en jaarverslagen te delen en de Kamer teinformeren wanneer het BIDN nieuwe wettelijke taken krijgt.Met de voorgenomen statutenwijziging worden, zonder de rechtsvorm tewijzigen, stappen gezet om de democratische controle te versterken. Voorde langere termijn adviseert AEF om te werken aan een duurzaam entoekomstbestendig stelsel voor gegevens in de sociale zekerheid.Afhankelijk van de uitkomsten hiervan kan in de toekomst verderedoorontwikkeling plaatsvinden.Deze leden merken op dat door de privaatrechtelijke vorm het IBniet automatisch onder de Woo, de Algemene wet bestuursrecht(Awb) en andere regels voor financieel beheer, archivering eninformatiebeveiliging valt. Is de Minister bereid deze kadersintegraal van toepassing te verklaren op het BIDN en daarbij eenconcrete termijn te noemen, zodat burgers niet langer zijnaangewezen op indirecte routes via andere bestuursorganen?Het BIDN valt niet rechtstreeks onder de Wet open overheid (Woo), omdathet geen bestuursorgaan is. Dit geldt ook voor andere wet- en regel-geving. Het BIDN werkt met gegevens van bestuursorganen, zoals hetMinisterie van SZW, andere departementen en gemeenten. Informatieover het BIDN kan daarom wél worden opgevraagd via een Woo-verzoekbij deze bestuursorganen. Het BIDN werkt in de praktijk mee aandergelijke verzoeken.Het Ministerie van BZK onderzoekt of het mogelijk is om in de wetgevingvast te leggen dat organisaties zoals het BIDN ook aan regels op hetgebied van archivering, informatiebeveiliging, financieel beheer en deWoo kunnen voldoen. Het streven is dat de Minister van BZK de Kamerhierover in de tweede helft van 2026 informeert.De leden van de JA21-fractie constateren dat het huidige bestuurwordt vervangen door een Raad van Toezicht met een directeur-4Kamerstukken 26 448 en 32 761, nr. 727Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8665 bestuurder, terwijl de Minister extra instemmings- en consultatie-rechten krijgt en de VNG een stevige positie inneemt. Kan deMinister concreet maken hoe deze nieuwe governance in depraktijk leidt tot kortere lijnen en efficiëntere besluitvorming, inplaats van extra overlegtafels, goedkeuringsrondes en bureaucra-tische rompslomp?De statutenwijziging heeft als doel de directe lijn tussen het BIDN en deMinister te versterken door de Minister extra bevoegdheden te geven. Ditheeft geen gevolgen voor het aantal overlegtafels. Op dit momentbeschikt het BIDN over een goed functionerende planning- en control-cyclus met SZW, gecombineerd met vier keer per jaar overleg tussen depSG van SZW, VNG en het BIDN. Deze bestaande afspraken zorgen voorkorte lijnen en een efficiënte besluitvorming.De leden van de JA21-fractie merken op dat het IB ooit is opgezetom gemeenten te ontzorgen in gegevensverwerking, maar depraktijk is volgens deze leden dat er nu een complexe interbe-stuurlijke IT-stichting is ontstaan. Welke concrete indicatorengebruikt de Minister om te meten of de statutenwijziging leidt totminder dubbel werk en minder rapportage- en verantwoordings-eisen voor gemeenten, en welke consequenties verbindt deMinister daaraan als dat effect uitblijft?De nieuwe statuten bevatten geen bepalingen over de verantwoordings-eisen voor gemeenten en hebben daarom geen invloed op de rapportage-of verantwoordingsverplichtingen van gemeenten.De leden van de JA21-fractie constateren dat in de juridischeanalyse een kader wordt geschetst om te bepalen of activiteitenniet-economisch zijn en dus buiten aanbestedingsplicht vallen.Deze leden vragen welke concrete, toetsbare criteria de Ministerhanteert bij de vraag óf het BIDN een nieuwe taak krijgt, en opwelke wijze wordt de Kamer vooraf betrokken bij die afweging,in plaats van achteraf via jaarverslagen kennis te nemen van eenfeitelijk gegroeid takenpakket?Het Ministerie van SZW maakt bij de beoordeling of het BIDN een nieuwetaak krijgt gebruik van meerdere instrumenten. Daarbij wordt per gevalbeoordeeld of de beoogde gegevensuitwisseling noodzakelijk en geschiktis voor het beleidsdoel en of het BIDN geschikt is om de taak uit te voeren.Gebruikte instrumenten:•Via het Kader ICT-sourcing SZW wordt beoordeeld of de uitvoerendepartij effectief en betrouwbaar kan opereren en of de taak past binnenoverheidstaken.•Bij nieuwe opdrachten wordt standaard een uitvoeringstoets uitge-voerd door de opdrachtgever en het BIDN. In deze toets wordtbeoordeeld of de taak helder is geformuleerd en of het BIDN organisa-torisch en inhoudelijk voldoende is toegerust. Daarbij wordt ondermeer gekeken naar de wettelijke grondslag, privacyborging, bestuur-baarheid, financiële consequenties en de impact op de organisatie,inclusief de continuïteit en toekomstbestendigheid van het BIDN.•Bij nieuwe opdrachten wordt standaard een data protection impactassessment (DPIA) uitgevoerd door het BIDN. In deze DPIA wordtinzicht verkregen in de gevolgen voor de privacy van betrokkenen enworden eventuele risico’s besproken met de opdrachtgever.De Kamer wordt bij nieuwe opdrachten altijd vooraf betrokken via hetwetgevingsproces, de Stand van de Uitvoering en/of via specifiekeKamerbrieven. Een voorbeeld hiervan is de Kamerbrief waarin deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8666 beoogde positionering van het Schuldenknooppunt bij het BIDN wordttoegelicht5.De leden van de JA21-fractie merken op dat er behoefte is aaneen helder toezichtarrangement waarin staat hoe toezicht,risicobeheersing, informatievoorziening en interventiemogelijk-heden zijn georganiseerd. Is de Minister bereid een dergelijkarrangement, inclusief een vaste evaluatiemoment (bijvoorbeeldna drie jaar) en een reële terugvaloptie naar een andere, meerpublieke vorm aan de Kamer voor te leggen?Het Kabinet zal de aanbeveling voor het opstellen van een toezichtarran-gement overnemen. De Kamer zal hierover nog dit jaar wordengeïnformeerd.Het rapport van AEF constateert dat er op dit moment geen passendmodel is dat een publieke organisatievorm combineert met de interbe-stuurlijke positie van het BIDN. Het ontbreken van een passende interbe-stuurlijke vorm is een vraagstuk dat breder speelt dan alleen voor hetBIDN. Het Ministerie van BZK is op dit moment bezig met het in kaartbrengen hoe bij hybride samenwerking tussen bestuurslagen, zoals bij hetBIDN, recht kan worden gedaan aan het publieke karakter van dewerkzaamheden. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek kanworden bekeken hoe verdere verbeteringen en aanpassingen kunnenplaatsvinden. Mogelijk levert later dit jaar ook de evaluatie van de WetSUWI extra input voor deze afwegingen en vervolgstappen.Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractieDe leden van 50PLUS-fractie danken de Minister van SocialeZaken & Werkgelegenheid voor de brief en het toezenden van derelevante adviezen. Deze leden hebben daarbij nog de volgendevragen.De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de Minister bekend ismet het rapport «Onzichtbare Macht – het Inlichtingenbureaudoorgelicht» van het Wetenschappelijk Bureau NSC (WB-NSC)6,waarin wordt geconcludeerd dat de huidige constructie van hetIB als private stichting kwetsbaar is en vragen oproept overdemocratische verantwoording.Ja.De leden van de 50PLUS-fractie vragen waarom de Minister in devoorliggende statutenwijziging opnieuw kiest voor de stich-tingsvorm, terwijl het Ministerie van Financiën alsook onder-zoeksbureau AEF (expliciet) hebben geadviseerd de stich-tingsvorm los te laten indien er een wens is naar meerdemocratische controle. Hoe verhoudt de keuze van de Ministerom de organisatie niet om te vormen tot een zelfstandigbestuursorgaan (zbo) zich tot de aanbevelingen van onderanderen het Ministerie van Financiën, de ARK, en het WB-NSC,dat stelt dat een zbo-status (vergelijkbaar met het Uitvoeringsin-stituut Werknemersverzekeringen (UWV) of de Sociale Verzeke-ringsbank (SVB)) de transparantie, democratische controle enrechtsbescherming van burgers aanzienlijk zou vergroten?5Kamerstuk 24 515, nr. 7976Wetenschappelijk Bureau NSC, 23 september 2025, «Onzichtbare Macht – het Inlichtingen-bureau doorgelicht»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8667 De stichtingsvorm wordt in stand gehouden omdat dit aansluit bij deaanbevelingen uit het AEF-rapport Grip op gegevensuitwisseling (2022)7.Het rapport concludeert dat behoud van de stichtingsvorm op dit momenthet best past bij het interbestuurlijke karakter van het BIDN. De keuze omhet BIDN om te vormen tot een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) ofagentschap zou betekenen dat het BIDN zijn karakter als interbestuurlijkedienstverlener verliest. Ook zou een publieke vorm het opdrachtgever-schap door andere departementen en medeoverheden complexer maken.Het AEF-rapport constateert dat er op dit moment geen passend model isdat een publieke organisatievorm combineert met de interbestuurlijkepositie van het BIDN. In lijn met de aanbevelingen uit het AEF-rapport zijndaarom binnen de huidige constructie maatregelen getroffen om dedemocratische controle te versterken. Zo krijgt de Minister door destatutenwijziging meer bevoegdheden om invloed uit te oefenen op destichting. Ook onderzoekt het Ministerie van BZK of wettelijk kan wordenvastgelegd dat organisaties zoals het BIDN moeten voldoen aan dezelfdeverplichtingen voor archivering en financieel beheer als andere publiekeorganisaties. Daarnaast wordt de zichtbaarheid van het BIDN richting deKamer vergroot door jaarplannen en jaarverslagen te delen en de Kamerte informeren wanneer het BIDN nieuwe wettelijke taken krijgt.De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat de Minister steltdat een zbo-status niet mogelijk is omdat het IB geen besluitenmet rechtsgevolg neemt. Deze leden vragen of de Minister echtererkent, zoals beschreven in het WB-NSC-rapport alsook eerdereonderzoeken van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) enverschillende hoogleraren, dat deze stelling in de praktijkweerbarstig is, aangezien gemeenten dermate afhankelijk zijnvan de data-analyses van het bureau dat er feitelijk nauwelijkssprake is van zelfstandige besluitvorming zonder het bureauevenals het feit dat sommige gemeenten zonder eigen onderzoekonmiddellijk overgaan tot maatregelen na een signaal van BIDN.De beantwoording van de vraag of het BIDN besluiten neemt metrechtsgevolg in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is eenbestuursrechtelijk vraagstuk. Zelfstandig bestuursorganen (zbo’s) zijnzelfstandige organisaties die bij wet zijn bekleed met openbaar gezag. Inde Awb en de rechtspraak wordt ervan uitgegaan dat «bekleed zijn metopenbaar gezag» aan de orde is indien de organisatie de rechtspositie vande burger eenzijdig kan bepalen op grond van een wettelijkebevoegdheid. Dit betekent dat een organisatie zelf besluiten neemt diedirect gevolgen hebben voor burgers. Denk bijvoorbeeld aan hettoekennen of beëindigen van een uitkering. Dat doet het BIDN niet. Het isde gemeente die een besluit neemt met rechtsgevolg en niet het BIDN.Het BIDN ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van hun wettelijketaken.Het BIDN ondersteunt gemeenten met de uitvoering van hun wettelijketaken door hen te voorzien van informatieproducten. Het BIDN zorgtervoor dat een daartoe geautoriseerde gemeenteambtenaar eenvoudiginzicht krijgt in relevante gegevens van mensen die recht hebben opbijvoorbeeld kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Als diegegevens aanleiding geven tot verder onderzoek, dan wordt dat bepaalddoor de gemeenteambtenaar.De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de Minister kanreflecteren op de kritiek van de ARK, die stelt dat met deze7Kamerstukken 26 448 en 32 761, nr. 727Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8668 statutenwijziging de mate van democratische controle niettoeneemt en dat verplichtingen rondom archivering en financieelbeheer niet geregeld worden zoals bij andere overheidsorgani-saties?De democratische controle op een stichting is beperkter dan op organi-saties onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid. Dit volgt uit deinterbestuurlijke positie van het BIDN.Zoals de Algemene Rekenkamer aangeeft worden door de nieuwestatuten de bevoegdheden van de Minister van SZW wél uitgebreid.Hierdoor krijgt de Minister meer mogelijkheden om invloed uit te oefenenop de stichting.Naast de statutenwijziging wordt actief gewerkt aan het versterken van dedemocratische controle op het BIDN door de aanbevelingen van hetAEF-rapport te volgen. Zo onderzoekt het Ministerie van BZK of hetmogelijk is om in de wet vast te leggen dat organisaties zoals het BIDNmoeten voldoen aan dezelfde verplichtingen voor archivering enfinancieel beheer die gelden voor andere publieke organisaties.De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de Minister de zorgdeelt dat het IB (straks), ondanks de cruciale publieke taak diehet uitvoert voor 400.000 uitkeringsgerechtigden, niet onder deWoo valt? Is de Minister bereid om in de statuten of wetgeving opte nemen dat wel aan de Woo moet voldoen?Het BIDN valt niet rechtstreeks onder de Wet open overheid (Woo), omdathet geen bestuursorgaan is. Dit geldt ook voor andere wet- enregelgeving.Het BIDN werkt met gegevens van bestuursorganen, zoals het Ministerievan SZW, andere departementen en gemeenten. Informatie kan daaromworden opgevraagd via een Woo-verzoek bij deze bestuursorganen en hetBIDN werkt in de praktijk mee aan dergelijke verzoeken. Het Ministerie vanBZK onderzoekt momenteel of het mogelijk is om in de wetgeving vast teleggen dat organisaties zoals het BIDN ook aan regels op het gebied vanarchivering, informatiebeveiliging, financieel beheer en de Woo moetenvoldoen.Deze leden vragen daarnaast waarom het IB niet onder hettoezicht van de Nationale ombudsman valt, zoals bij uitvoerings-organisaties als het UWV wel het geval is. Vindt de Minister hetwenselijk dat burgers bij klachten over de bejegening ofwerkwijze van BIDN zijn aangewezen op een interne klachtenpro-cedure zonder mogelijkheid tot onafhankelijk bezwaar of beroepen/of zij worden doorverwezen naar hun eigen gemeente die voorbeantwoording/afdoening volledig afhankelijk is van (de expertisevan) BIDN?Het BIDN valt niet onder toezicht van de Nationale ombudsman omdat deNationale ombudsman thans alleen bevoegd is om klachten te behan-delen over gedragingen van bestuursorganen. Het BIDN is geenbestuursorgaan.Het Ministerie van BZK verkent momenteel of het nodig is om debevoegdheden van de Nationale ombudsman in wet- en regelgeving uit tebreiden of te verduidelijken. In een brief van juni 2025 heeft de Ministervan BZK aangegeven daarbij onder meer te kijken naar het domeinTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8669 bestaanszekerheid8. Binnen dat domein wordt gekeken naar privatepartijen die een overheidstaak uitoefenen, zoals het BIDN. De komendemaanden wordt in nauwe afstemming met de Nationale ombudsman eneen aantal ministeries vervolg gegeven aan deze verkenning. De Ministervan BZK heeft in de Kamerbrief van juni 2025 toegezegd uw Kamer begin2026 te informeren over de verdere voortgang en daarbij in ieder geval deeerste contouren van de oplossingsrichtingen te schetsen.De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat in het rapport«Grip op gegevensuitwisseling» van AEF9 werd aanbevolen om tewerken met een Raad van Toezicht en een directeur-bestuurder,maar ook om democratische controle te borgen. Waarom wordtde governance-structuur wel aangepast, maar wordt de aanbe-veling om het takenpakket wettelijk te verankeren vooralsnogniet opgevolgd? Wanneer is de Minister voornemens deze omissiein de wetgeving en wettelijke kadering te herstellen?De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat het IB opgericht isvoor de rechtmatigheidscontrole van uitkeringen, maar dat hettakenpakket inmiddels is uitgebreid naar onder andere vroeg-tijdige schoolverlaters, schuldhulpverlening en de beslagvrijevoet. Deze leden vragen of de Minister voor alle taken die BIDNnu uitvoert kan aangeven wat de specifieke wettelijke grondslagis, en of de Minister de conclusie van het WB-NSC deelt dat ersprake is van «function creep» zonder duidelijk wettelijk kader. Isde Minister bereid om, conform de aanbevelingen uit derapporten van AEF en het WB-NSC en de adviezen van hetMinisterie van Financiën en de ARK, het volledige takenpakketvan wettelijk te verankeren om zo democratische controlemogelijk te maken?Voor alle gegevens die het BIDN verwerkt, geldt dat deze zijn gebaseerdop taken op basis van wettelijke grondslagen in de betreffende domeinen,zoals de Participatiewet (rechtmatigheidscontrole), de Wet educatie enberoepsonderwijs (vroegtijdige schoolverlaters), de Wet gemeentelijkeschuldhulpverlening en de Regeling beslagvrije voet. Op basis van dehuidige situatie kan daarom niet worden gesproken van een zogenoemde«function creep». Via de gegevensregisters en de openbare diensten- enproductencatalogus op de website is een overzicht waarbij per verwerkingaangegeven is wat de wettelijke grondslag is. Waar nog geen wettelijkebasis is, worden geen gegevens verwerkt.Sinds een paar jaar wordt de Kamer bij nieuwe opdrachten altijd voorafbetrokken via het wetgevingsproces, de Stand van de Uitvoering en/of viaspecifieke Kamerbrieven. Een voorbeeld hiervan is de Kamerbrief waarinde beoogde positionering van het Schuldenknooppunt bij het BIDN wordttoegelicht10. Voor opdrachten die buiten het SZW-domein vallen enwaarvoor nog geen specifieke wettelijke verankering is ingericht, wordtgewerkt als verwerker onder verantwoordelijkheid van de betreffendepublieke opdrachtgever. Zoals aangegeven gaat SZW in gesprek met dezeopdrachtgevers om te bezien of en hoe wettelijke verankering kan wordengerealiseerd. Middels de Stand van de Uitvoering wordt u hiervan op dehoogte gehouden.De leden van de 50PLUS-fractie vragen of het wenselijk is dateen private stichting met een feitelijke monopoliepositie essen-8Kamerstuk 36 747, nr. 39Bijlage bij Kamerstuk 26 448, nr. 693.10Kamerstuk 24 515, nr. 797Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86610 tiële infrastructuur ontwikkelt voor het sociaal domein (zoalsknooppunten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)en Jeugdzorg) zonder dat hier een aanbesteding of publiekrech-telijk besluit aan ten grondslag ligt.Het BIDN werkt uitsluitend voor publieke opdrachtgevers en staat ondertoezicht van SZW en VNG. Voor nieuwe opdrachten geldt dat vooraf wordtgetoetst of deze passen binnen het niet-economische kader en deaanbestedingsregels.De leden van de 50PLUS-fractie vragen in hoeverre de Minister demaandelijkse controle van alle uitkeringsgerechtigden opautobezit, zoals beschreven in het rapport van het WB-NSC naaraanleiding van controles van de AP, proportioneel en in overeen-stemming met de onschuldpresumptie acht. Deze leden vragen ofde Minister bekend is met de kritiek van de AP dat er bij dezemassale controles vaak geen sprake is van een concreteverdenking van fraude. Waarom wordt deze werkwijze, waarbijburgers preventief worden doorgelicht, gefaciliteerd door eenorganisatie die op afstand staat van de overheid?Het BIDN is geen organisatie op afstand van de overheid, maar eeninterbestuurlijk uitvoeringsorgaan van het Ministerie van SZW en de VNG.De maandelijkse geautomatiseerde controle op autobezit is bedoeld omgemeenten te ondersteunen bij het tijdig en correct vaststellen van hetrecht op een uitkering. Op basis van de signalen van het BIDN doengemeenten onderzoek en krijgen mensen de kans hun situatie uit teleggen. Zo wordt de wet- en regelgeving juist toegepast en kunnengemeenten handhaven waar nodig.De maandelijkse controle dient ook het belang van de uitkeringsgerech-tigde, omdat vroege signalering voorkomt dat achteraf formeel juistemaar ingrijpende terugvorderingen ontstaan. Door wijzigingen snel teverwerken, blijft het uitkeringsbedrag beter aansluiten bij de actuelesituatie van de betrokkene. Minder frequente controles vergroten hetrisico dat afwijkingen pas laat worden vastgesteld, wat kan leiden tot hogeterugvorderingen en financiële problemen voor burgers.De leden van de 50PLUS-fractie vragen de Minister of zij kangaranderen dat alle algoritmen die invloed hebben op debestaanszekerheid van burgers per direct openbaar wordengemaakt in het register. Binnen welke termijn zal dit gebeuren?De algoritmen die het BIDN toepast, genereren signalen en inzichten diegemeenten en waterschappen gebruiken in hun eigen werkprocessen. HetBIDN maakt alleen gebruik van algoritmen die zijn gebaseerd op beslis-regels. Dit betekent dat deze algoritmen door mensen bedachte regelsuitvoeren en dus niet zelflerend zijn.Het BIDN voldoet aan alle regels rondom algoritmen. Alle 21 als impactvolaangemerkte algoritmen zijn gepubliceerd in het Algoritmeregister vanhet Ministerie van BZK volgens de richtlijnen van de HandreikingAlgoritmeregister van BZK. Dit biedt inzicht in doelen, gegevensgebruik,werking, risico’s en beheersmaatregelen.De leden van de 50PLUS-fractie vragen hoe de Minister willekeuren rechtsongelijkheid voorkomt, gezien het feit dat gemeentenzeer verschillend omgaan met de signalen van het IB; waarbijsommige gemeenten direct uitkeringen stopzetten en andereeerst in gesprek gaan. Hoe wordt geborgd dat de maatschappe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86611 lijke voorkeur van lokale ambtenaren en medewerkers geendoorslaggevende rol speelt bij het wel of niet overgaan tot actienaar aanleiding van signalen van het IB?Voor het gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan is het college vanburgemeester en Wethouders verantwoording schuldig aan de Gemeen-teraad. Het is niet aan de Minister van SZW om daarin te treden. Signalenvan het BIDN leiden niet automatisch tot besluiten over stopzetting vanuitkeringen. De gemeente doet altijd eerst onderzoek naar het desbetref-fende signaal. Het BIDN draagt bij aan voorkoming van willekeur doorduidelijke kaders en richtlijnen voor gegevensgebruik vast te stellen, zodatsignalen op dezelfde manier worden geïnterpreteerd. Daarnaast werkt hetBIDN aan transparantie en uniforme werkwijzen, onder meer viaafnemersoverleggen en door wettelijke verankering van taken.In het licht van het toeslagenschandaal vragen de leden van de50PLUS-fractie hoe de Minister het risico beoordeelt dat door degeautomatiseerde massa controles kwetsbare burgers onterechtals fraudeur worden aangemerkt, mede gezien het gebrek aan«tegenmacht» binnen de huidige inrichting van het IB.Het BIDN ondersteunt gemeenten met de uitvoering van hun wettelijketaken door hen te voorzien van informatieproducten. Het BIDN zorgtervoor dat een daartoe geautoriseerde gemeenteambtenaar eenvoudiginzicht krijgt in relevante gegevens van mensen die recht hebben opbijvoorbeeld kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Als diegegevens aanleiding geven tot verder onderzoek, dan wordt dat bepaalddoor de gemeenteambtenaar.De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de Minister de meningdeelt dat de huidige positionering van het inlichtingenbureau tenminste vraagt om een regelmatige cyclus van extern onderzoeken externe evaluatie, teneinde de rechtmatigheid en eendui-digheid van de werkzaamheden van het inlichtingenbureaugeloofwaardig te houden.Het BIDN is opgenomen in de vijfjaarlijkse SUWI-evaluatie. Op grond vande Wet SUWI moet de Minister van SZW elke vijf jaar verplicht eenevaluatie uitvoeren naar de uitvoering van de socialezekerheidswet-geving, waarbij wordt gekeken in hoeverre het SUWI-stelsel rechtmatig,doelmatig, doeltreffend en klantgericht functioneert. Dit gaat ook over hetfunctioneren van het BIDN. De SUWI-evaluatie is mede gebaseerd op alleonderzoeken die de afgelopen jaren zijn verricht. Voor het BIDN is datbijvoorbeeld het recente onderzoek van SIRA Consulting hoe effectief degegevensuitwisseling door het BIDN en het BKWI binnen het SUWI-stelselverloopt. Dit onderzoek is samen met de stand van uitvoering naar uwKamer verzonden. De SUWI-evaluatie zal later dit jaar met een kabinetsre-actie naar uw Kamer worden gestuurd.De leden van de 50PLUS-fractie vragen of er landelijk zicht is ophet aantal incidenten, procedures en klachten van burgers, naaraanleiding van de werkzaamheden van het IB, per gemeente. Zoja, kan dat als geanonimiseerd overzicht per gemeente wordengegeven?Een landelijk overzicht van het aantal incidenten, procedures en klachtenvan burgers over het BIDN per gemeente is niet beschikbaar. Bij vragenvan burgers, informatieverzoeken of inzageverzoeken op grond van deAVG bij het BIDN zelf, werkt het BIDN altijd samen met de betreffendegemeente om deze zorgvuldig te beantwoorden en af te handelen. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86612 voor burgers mogelijk om een klacht in te dienen bij het BIDN. Dit gaat viaeen klachtenformulier op de website. In 2024 zijn er bij het BIDN geenklachten in de zin van de klachtenprocedure ontvangen.De leden van de 50PLUS-fractie vragen tot slot of de Ministerbereid is de statutenwijziging aan te houden en eerst te onder-zoeken hoe kan worden omgevormd tot een publiekrechtelijkeorganisatie (zoals een zbo of agentschap), zodat fundamentelewaarborgen zoals de Woo, het klachtrecht bij de Ombudsman endirecte ministeriële verantwoordelijkheid gegarandeerd zijn.Ik zie geen reden om de statutenwijziging nu aan te houden. Met destatutenwijziging worden enkele concrete verbeteringen doorgevoerd inde huidige situatie. Het rapport van AEF constateert dat er op dit momentgeen passend model is dat een publieke organisatievorm combineert metde interbestuurlijke positie van het BIDN. Het ontbreken van een passendeinterbestuurlijke vorm is een vraagstuk dat breder speelt dan alleen voorhet BIDN. Het Ministerie van BZK is op dit moment bezig met het in kaartbrengen hoe bij hybride samenwerking tussen bestuurslagen, zoals bij hetBIDN, recht kan worden gedaan aan het publieke karakter van dewerkzaamheden. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek kanworden bekeken hoe verdere verbeteringen en aanpassingen kunnenplaatsvinden. Mogelijk levert later dit jaar ook de evaluatie van de WetSUWI extra input voor deze afwegingen en vervolgstappen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86613

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d6e44ede4c6ad1cf

14 okt 2026 · 94a0d76b2e67afb4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.