Reactie op vijf aangenomen en ontraden moties bij het debat over het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap
Brontekst
Versie d48d06134a2fd363 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 170GehandicaptenbeleidNr. 380 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 oktober 2025Naar aanleiding van het aannemen van vijf ontraden moties1, ingediendtijdens het plenair debat VN-verdrag voor de rechten van personen meteen handicap op 9 september jl., informeer ik u over de wijze waaropuitvoering wordt gegeven aan deze moties. Ook doe ik met deze brief demotie De Korte2 over de dataveiligheid af.Motie Krul en Joseph over het sturen van een concreet stappenplan overhoe de overige 64 aanbevelingen van het VN-comité worden uitgewerkten geïmplementeerd (Kamerstuk 24 170, nr. 372)De oproep van uw Kamer om aandacht te hebben voor de verdereimplementatie van het hele VN-verdrag begrijp ik heel goed. HetVN-verdrag Handicap gaat immers over de volle breedte van het levenvan mensen met een beperking. De uitvoering van het verdrag kan zichuiteindelijk niet beperken tot onderdelen daarvan.Bij het aanbieden van de eerste werkagenda heeft het kabinet aangegevendat dit een eerste stap is in de richting van het bereiken van de doelstel-lingen in de nationale strategie VN-verdrag Handicap. We hebben met diestrategie afgesproken dat we ons gezamenlijk inzetten om uiterlijk in 2040de positie van mensen met een beperking in lijn met het VN-verdrag tebrengen. In de eerste werkagenda zijn de aanbevelingen van hetVN-comité zoveel mogelijk meegenomen bij de uitwerking van demaatregelen. Door focus aan te brengen, wordt het bereiken van dedoelstellingen en het nemen van nieuwe maatregelen die concreteverbeteringen opleveren, realistisch en haalbaar.Een deel van de aanbevelingen van het VN-comité is in de eerstewerkagenda verwerkt, een deel nog niet. Het door uw Kamer gevraagde1Kamerstuk 24 170, nrs. 369, 372, 373, 375, 3782Kamerstuk 24 170, nr. 374 kst-24170-380ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3801 stappenplan betekent dat in de tweede werkagenda de aanbevelingen diebetrekking hebben op artikel 1 tot en met 16 van het Verdrag een plekkrijgen. De derde werkagenda zal gericht zijn op de aanbevelingen bij deoverige artikelen.Ik merk daar nog het volgende bij op:–De komende vijf jaar bewaken we de voortgang van de uitvoering vande werkagenda en de gevolgen ervan voor de implementatie van hetVN-verdrag Handicap. Vanaf 2029 vindt de voorbereiding voor detweede werkagenda plaats. Dan gaan we samen met ervaringsdeskun-digen en hun vertegenwoordigende organisaties opnieuw aan de slagom te bepalen welke (vervolg) stappen gezet moeten worden. Bij ditintensieve proces willen we de lessen die geleerd zijn met betrekkingtot het Niets Over Ons Zonder Ons (NOOZO) principe bij de totstandko-ming van de eerste werkagenda betrekken. Pas dan zal ook blijken hoehet bovengenoemde stappenplan in de praktijk zal uitpakken.–Het implementeren van alle aanbevelingen van het VN-comité kanverstrekkende juridische en financiële gevolgen hebben. Zo kunnen degevraagde nationale normen en richtlijnen voor de uitvoering van hetVN-verdrag bij gemeenten consequenties hebben het decentralekarakter van de Wmo, Participatiewet en Jeugdwet. Dat heeft enormegevolgen voor gemeenten, burgers en uitvoerings- en zorgorganisa-ties. Het implementeren van alle aanbevelingen vraagt om zorgvuldigepolitieke besluitvorming en aanvullende middelen, waar nu niet in isvoorzien. Dat is aan een nieuw kabinet. Dit kabinet legt daarom voornu de focus op het bereiken van de doelstellingen van de nationalestrategie door het uitvoeren van de maatregelen uit de eerstewerkagenda.Motie Joseph en Krul over het inrichten van een monitoringssysteem datinzicht geeft in de uitvoering van alle rechten en verplichtingen die volgenuit het VN-verdrag Handicap en de opvolging van alle aanbevelingen vanhet VN-comité (Kamerstuk 24 170, nr. 369)Ik deel het belang om de implementatie van het VN-verdrag Handicap temonitoren, het is immers één van de verplichtingen die we als kabinethebben. Het monitoren van alle verplichtingen uit het VN-verdrag is in depraktijk echter een lastige opgave. Een heel aantal databronnen is op ditmoment niet uit te splitsen naar mensen met en mensen zonderbeperking. Mijn prioriteiten in de dataverzameling- en monitoringstaak diewe als overheid hebben zijn daarom als volgt:–Ik heb het RIVM gevraagd een goede basis voor de monitorVN-Verdrag Handicap samen te stellen. Zij maken een selectie vanindicatoren samen met relevante partijen, waaronder mensen met eenbeperking en hun vertegenwoordigende organisaties. Bij de eerstepublicatie van deze monitor is het RIVM uiteraard afhankelijk van de opdat moment beschikbare data. Op de lange termijn kan de monitorVN-verdrag Handicap worden uitgebreid, zodra er meer data beschik-baar komt die uit te splitsen is naar mensen met en zonder beperking.Daarnaast verschijnt elke twee jaar een kwalitatief onderzoek naaronderdelen van het VN-verdrag Handicap, waarbij oog is voor deervaringen van mensen met een beperking. In de monitor VN-verdragwordt de voortgang op de doelstellingen in de nationale strategiegevolgd. Uw Kamer ontvangt de eerste monitorrapportage bij deeerste voortgangsbrief eind 2026.–Ik ben tevens met het CBS in gesprek over het opnemen van één ofmeerdere variabelen in een aantal grootschalige enquête-onderzoeken.Door het invoegen van een vraag naar bijvoorbeeld ervaren beperkin-gen kunnen we beter uitsplitsen naar mensen met en zonder beper-king. Op die manier vergroten we de beschikbaarheid van data, wat opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3802 de lange termijn een positief gevolg heeft voor de monitor VN-verdragHandicap. Op levensdomeinen waar nu nog zeer beperkt databeschikbaar is, kan in 2028 – als de tweede monitorrapportage wordtgepubliceerd – naar verwachting meer informatie worden toegevoegd.Motie De Korte over handhaven op de beveiliging bij het vergroten van dedatabeschikbaarheid van mensen met een beperking (Kamerstuk 24 170,nr. 374)In de werkagenda VN-verdrag Handicap heb ik een maatregel opgenomenvoor het vergroten van databeschikbaarheid over mensen met eenbeperking. Het lid de Korte vraagt om extra aandacht voor het goedbeveiligen en daar op handhaven van de data die we daarvoor gebruiken.Ik deel het belang van het zorgvuldig beveiligen van privacygevoeligeinformatie, en daarop handhaven. Ik richt me bij het vergroten vandatabeschikbaarheid op het toevoegen van een selectievariabele overervaren beperkingen in bestaand enquête-onderzoek, het betreft dus geendata van zorgorganisaties. Deze grootschalige enquête-onderzoekenvoldoen aan internationale standaarden en eisen voor het beveiligen enwaarborgen van privacy. De beveiliging van data en het handhavendaarop is daarmee voldoende geborgd.Motie De Korte over één aanspreekpunt per client met voldoenderegelruimte (ZvW, Wlz, Wmo) (Kamerstuk 24 170, nr. 373)U verzoekt mij met de motie van Kamerlid De Korte de maatregel in dewerkagenda over de overheidsbrede loketten aan te passen. Daarbij geeftdeze motie aan dat mensen met een beperking gebaat zijn bij éénaanspreekpersoon die alle ondersteuning bundelt en één integraal plancoördineert voor de cliënt en hiervoor voldoende regelruimte krijgt.Deze motie klinkt eenvoudig, maar kan ik niet realiseren zonder stelselwij-ziging. Dat is ook de reden dat ik de motie heb ontraden. Ik herken designalen over verschillende loketten, daarom geef ik in de werkagendaaan dat ik zorg en ondersteuning zo goed mogelijk aansluit op het traject«inrichten overheidsbrede loketten» waar uitvoeringsorganisaties,gemeenten en departementen onder regie van BZK samenwerken aanlaagdrempelige en persoonlijke dienstverlening en ondersteuning. Eenprogramma waar professionals van verschillende organisaties met elkaarsamenwerken om hulpvragen van mensen te beantwoorden. Daarbij hebik voor ogen dat mensen met een zorgvraag direct en zorgvuldig wordengeholpen of warm worden doorverwezen naar de betrokken uitvoerings-organisatie.In dit traject zijn inmiddels 28 praktijkinitiatieven gestart. Dit zijngemeenten of gemeenschappelijke regelingen. Deze praktijkinitiatievenorganiseren overheidsbrede dienstverlening in de praktijk vanuit hetperspectief van burgers en aansluitend bij de lokale situatie. Overheids-brede dienstverleners gaan naast de burger staan en ondersteunen bij hetachterhalen van de vraag achter de vraag en zorgen ervoor dat dezegezamenlijk met betrokken overheidsorganisaties zorgvuldig wordtafgehandeld óf warm wordt overgedragen. Bij dit overdragen is geborgddat de burger niet opnieuw alle informatie moet herhalen. Dit jaarverwacht ik in drie praktijkinitiatieven de dienstverlening te kunnen gaanuitbreiden met zorg en ondersteuning. Bij dit actieonderzoek werk iksamen met zorgkantoren, zorgverzekeraars, CIZ, de SVB en ervaringsdes-kundigen. Daarnaast blijf ik ook nauw betrokken bij andere initiatieven diedienstverlening aan cliënten significant proberen te verbeteren. Lessendie hieruit getrokken worden, wil ik graag gebruiken in het traject van deoverheidsbrede loketten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3803 Coördinatie via één integraal plan door één aanspreekpersoon metvoldoende regelruimte is daarbij niet uitvoerbaar. Dit zou bijvoorbeeldbetekenen dat deze aanspreekpersoon bevoegd is om in te grijpen in debesluitvorming van indicatiestellers of uitvoeringsorganisaties. Dit vraagtom ingrijpende stelselwijziging(en), wetswijziging(en) en verandering vantaken van meerdere uitvoerders. Daarbij vereist een dergelijke oplossingveel kennis van alle uitvoeringstaken van de overheid bij individuelemedewerkers; dit is nu niet uitvoerbaar.Via de monitorrapportage houd ik uw Kamer op de hoogte van devoortgang op deze maatregel uit de werkagenda.Motie De Korte over een onderzoek naar de verschillen in winsten bijgrote en kleine zorgorganisaties (Kamerstuk 24 170, nr. 375)De motie verzoekt de regering om in de gehandicaptenzorg, ouderenzorg,ggz en ziekenhuiszorg te onderzoeken wat de reden voor de verschillen inwinsten zijn bij grote en kleine organisaties en of dit veroorzaakt wordtdoor selectie van minder complexe patiënten.Verschillen in winsten tussen aanbieders zijn op zich geen aanleiding totzorg en kunnen veel verschillende redenen hebben. Het is bijvoorbeeldlogisch dat als een aanbieder de zorg efficiënter organiseert, dat dat ooktot een beter financieel resultaat leidt. Waar het mij om gaat is dat alleaanbieders op een eerlijke manier bijdragen aan goede zorg en dat in detarieven ook rekening wordt gehouden met de aard van de geleverdezorg. En dat is niet vanzelfsprekend. In die zin deel ik de zorg die tengrondslag ligt aan deze motie.Om die reden is dit voor de gehandicaptenzorg onlangs, met detoevoeging van middelen aan het Wlz-kader naar aanleiding van hetlaatste kostenonderzoek van de NZa, rechtgetrokken. Er is daarmee sprakevan een passend tarief voor aanbieders in de gehandicaptenzorg, ookvoor de groep met een complexe zorgvraag. We zien in het Ontwikkelpro-gramma Complexe Zorg een grote variatie aan deelnemende organisaties– groot, middel én klein – die zich inzetten om de zorg voor dezedoelgroep te verbeteren.Over een eerlijke bijdrage van aanbieders in de ouderenzorg, geestelijkegezondheidszorg en ziekenhuiszorg aan de maatschappelijke opgave isdaarnaast een afspraak opgenomen in het aanvullend zorg- en welzijnsak-koord. Ik verwacht uw Kamer in het eerste kwartaal van 2026 te infor-meren over de uitvoering van deze afspraak.Motie Thiadens en Claasen over een pilot voor het gebruik van Voxzogo(Kamerstuk 24 170, nr. 378)In het commissiedebat van 1 oktober jl., heeft de Minister van VWStoegezegd, de Kamer te informeren over de uitkomsten van degesprekken tussen het Zorginstituut en de fabrikant van Voxzogo. Hij zaldan ook ingaan op de inhoud van de motie.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,N.J.F. Pouw-VerweijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 3804
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.