De toekomst van de sociale advocatuur en de stelselvernieuwing rechtsbijstand
Brontekst
Versie 204508a74affb413 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 753RechtsbijstandNr. 312 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 juni 2025In deze brief informeer ik u over de toekomst van de sociale advocatuuren de voortgang van de stelselvernieuwing rechtsbijstand. 2025 vormt hetlaatste jaar van het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand. Sindsde twaalfde voortgangsrapportage is wederom goed werk verricht op hetgebied van onder meer de laagdrempelige toegang tot juridischehulpverlening en procedeergedrag van de overheid.1 Ook wordt ergewerkt aan het conceptwetsvoorstel tot aanpassing van de Wet op derechtsbijstand.In mijn brief van 27 maart 2025 heb ik uw Kamer geïnformeerd over detwee routes die ik ten aanzien van de toekomst van de sociale advocatuurga bewandelen: toekomstbestendigheid en een redelijke vergoeding. Ikben verheugd u te kunnen melden dat de vergoedingen voor sociaaladvocaten op onderdelen structureel worden verbeterd conform deaanbevelingen van de commissie-Van der Meer II.2Voor de toekomstbestendigheid op de (middel)lange termijn ben ik samenmet Raad voor Rechtsbijstand (RvR), Nederlandse orde van advocaten(NOvA) en de Vereniging sociaal Advocatuur Nederland (VSAN) bezig methet ontwikkelen van een toekomstvisie. Daarin wordt nagedacht over hoeeen duurzame en toekomstbestendige sociale advocatuur er uit zoukunnen zien. Daarnaast vraagt de urgentie van de problemen ten aanzienvan het aanbod van sociaal advocaten tevens om actie op de kortetermijn, zowel voor de randvoorwaardelijke redelijke vergoeding als voorde toekomstbestendigheid. Naast dat ik vanaf 2026 wil voorzien in beterevergoedingen voor de sociale advocatuur, werk ik samen met de RvR,NOvA en VSAN aan verschillende maatregelen voor de korte termijn.1Kamerstuk 29 279, nr. 920.2Kamerstuk 31 753, nr. 294. kst-31753-312ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 3121 Hieronder informeer ik u in deel I over de toekomst van de socialeadvocatuur: de voortgang van het visietraject, de korte termijn maatre-gelen en de opvolging van de aanbevelingen van de commissie-Van derMeer II. Daarnaast infomeer ik u in deel II over de voortgang op relevanteonderdelen van de stelselvernieuwing rechtsbijstand en schets ik decontouren van het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wet op derechtsbijstand.Versterking sociale advocatuurLange termijn: VisietrajectHet visietraject is zoals eerder aangegeven met name bedoeld voor de(middel)lange(re) termijn. In dit traject wordt nagedacht over funda-mentele vraagstukken met betrekking tot het toekomstbestendige aanbodvan sociaal advocaten. Het doel is te komen tot een visie over hoe desociale advocatuur er over 5–10 jaar uit zou kunnen zien, zodat dezeduurzaam en toekomstbestendig is en blijft.Aanvankelijk was het streven om het gehele visietraject aan het begin vande zomer 2025 af te ronden, waarbij ook de doelen en maatregelengeformuleerd zouden zijn om mee aan de slag te gaan. Inmiddels blijkthier meer tijd voor nodig te zijn. In deze brief zal ik een stand van zakengeven en de pijlers schetsen waarop de visie zal gaan rusten. Ik streefernaar het visietraject in het derde kwartaal van 2025 af te ronden.De afgelopen maanden heb ik samen met de NOvA, RvR en VSAN (hetkernteam) de onderzoeksfase doorlopen. We hebben in kaart gebracht hoede huidige situatie rondom de sociale advocatuur eruit ziet en wat erinmiddels al in gang is gezet.3 Op basis van die inzichten zijn verschil-lende vernieuwende toekomstscenario’s gevormd. Door meerderescenario’s te verkennen wordt een breed perspectief op de toekomstmo-gelijkheden voor de sociale advocatuur verkregen. Naar aanleidingdaarvan heeft het kernteam vier pijlers bepaald die ten grondslag zullenliggen aan de visie. Daarbij geldt dat advocaten een redelijke vergoedingmoeten ontvangen voor hun werk. Deze pijlers zullen in de volgendebijeenkomsten nader worden uitgewerkt. Daarbij zal ook gekeken wordenhoe we van andere werkvelden kunnen leren en wat er door innovatievepartijen, van binnen en buiten het werkveld, al is ontwikkeld. Hieronderwordt per pijler een korte toelichting gegeven en een aantal mogelijkeideeën voor de toekomst genoemd.•Alternatieve bedrijfsstructuren: Het verkennen en implementeren vaninnovatieve en nieuwe organisatievormen voor duurzaam onderne-men wat het vak aantrekkelijk maakt voor nieuwe aanwas.oMogelijke ideeën:–Advocaten werken in loondienst;–Detachering stagiaires;–Unit gesubsidieerde rechtsbijstand bij grote kantoren;–Traineeship sociale advocatuur;–Samenbrengen van een commerciële en toevoegingspraktijk innieuwe kantoormodellen.3Zie onder meer: Kamerstuk 31 753, nr. 269; Kamerstuk 31 753, nr. 294.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 3122 •Imago: Door actief te werken aan een positieve beeldvorming en demaatschappelijke waarde van de sociale advocatuur te benadrukken,trekken we nieuw talent aan en vergroten we de maatschappelijkerelevantie voor dit cruciale beroep.oMogelijke ideeën:–Inzet van ambassadeurs en boegbeelden;–Media aandacht (TV-serie, campagne);–Banenmarkt;–Website «hoewordiksociaaladvocaat.nl»;–Innovatieve kantoormodellen die inspirerend zijn voor studen-ten om voor dit beroep binnen het stelsel te kiezen.•Onderwijs: Door gerichte voorlichting en educatie op scholen enonderwijsinstellingen vergroten we de bekendheid met de sociaaladvocatuur en inspireren we de volgende generatie om voor ditmaatschappelijk belangrijke beroep te kiezen.oMogelijke ideeën:–Permanente aandacht voor sociale advocatuur in curriculumrechtsgeleerdheid;–Inzet sociale media;–(verplichte) stage bij een rechtswinkel of een sociaal advocaten-kantoor;–Interne opleidingsinstituut binnen nieuwe kantoormodellen dieaansluiten bij de reeds ingestelde leerstoel en extended mastersociale advocatuur.–Meer aandacht voor familie- en jeugdrecht in de basisopleidingrechten.•Doelmatige bedrijfsvoering: Het optimaliseren van de bedrijfsproces-sen en -structuren stelt sociaal advocaten in staat efficiënter te werkenen zich volledig te richten op hun juridische bijstand, wat de kwaliteiten toegankelijkheid ten goede komt.oMogelijke ideeën:–Centrale inkoop ICT-systemen, kennisbanken en administratievesystemen: vast pakket voor sociaal advocaten tegen schappe-lijke prijs;–Een centrale facilitaire dienst voor sociaal advocaten;–Faciliteren samenwerking 1e/2e lijn;–Samenwerkingsverbanden gericht op doelmatige bedrijfsvoe-ring;–Aansluiten systemen rechtspraak en advocatuur;–Gebruik van AI voor routinematige werkzaamheden.VervolgOp 10 juli 2025 staat de volgende bijeenkomst met het kernteam gepland.In die bijeenkomst zal vanuit verschillende organisaties worden meege-dacht over de pijlers. Het doel hiervan is om van deze organisaties teleren, inspiratie op te doen en dit te vertalen naar de pijlers. De verderuitgewerkte pijlers zullen vervolgens aan het netwerk worden voorgelegd.Het netwerk zal bestaan uit onder andere sociaal advocaten, studenten,rechtsbijstandsverzekeraars, vertegenwoordigers uit de rechterlijke machten wetenschappers.Het uiteindelijke doel, in de laatste fase van het visietraject, is om tekomen tot een visie die gedragen wordt door alle partijen. Een toekomst-beeld waarin iedereen zich herkent en waar men voor wil gaan staan enwaarop concreet maatregelen kunnen worden genomen voor de langetermijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 3123 Korte termijnplannenOndanks de maatregelen die de afgelopen jaren zijn ingezet om de socialeadvocatuur te versterken4 blijft het aanbod van sociaal advocaten dalen. Ikacht het daarom van belang om naast het visietraject, gericht op delange(re) termijn, maatregelen te nemen die op korte termijn bijdragenaan de versterking van de sociale advocatuur. Deze maatregelen zijnonder meer gericht op het oplossen van acute tekorten in de socialeadvocatuur. Hierbij zijn ook de ideeën betrokken die eerder dit jaar zijnvoorgesteld door de VSAN.5Voorschotregeling voor startende advocatenZoals aangegeven in mijn brief van 27 maart jongstleden hebben de RvRen NOvA het knelpunt gesignaleerd van startende advocaten die nog geentoevoeging uitbetaald hebben gekregen en daardoor liquiditeitspro-blemen ervaren. De VSAN noemde dit knelpunt ook. De maatregel om ditknelpunt aan te pakken is een voorschotregeling voor advocaat-stagiaires.Na gesprekken met de NOvA, de RvR en de VSAN over deze maatregelheb ik de RvR gevraagd de voorschotregeling in de vorm van een pilotc.q. tijdelijke versterkingsmaatregel beleidsmatig uit te werken. De RvR isbegonnen met deze uitwerking. Met een dergelijke voorschotregelingkunnen advocaat-stagiaires starten met een voorfinanciering van hunzaken.Voorschotregeling advocaten in liquiditeitsproblemenDe RvR en de NOvA hebben ook als knelpunt gesignaleerd dat eradvocaten zijn die een tijdelijk liquiditeitsprobleem hebben dat buiten huneigen invloedsfeer ligt, waardoor zij de toevoeging niet kunnen decla-reren. Bijvoorbeeld wanneer er vertraging is in de afhandeling door eenbestuursorgaan of wanneer zaken door de IND of een gerecht wordenaangehouden. Gelet op het dalend aanbod aan sociaal advocaten is hetvan belang voor de toegang tot het recht om de huidige advocaten tebehouden voor het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Daarom benik van plan om artikel 36 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000(Bvr) te wijzigen zodat de RvR in bijzondere gevallen in positieve zin kanafwijken van de voorschotregeling zoals deze in artikel 35 van het Bvr isbepaald. Deze wijziging zal worden meegenomen in het AMvB-trajectvoor de invoering van de aanbevelingen van commissie-Van der Meer II.Vooruitlopend op deze wijziging, heb ik de RvR verzocht van artikel 35,tweede lid, van het Bvr af te wijken om zo maatwerk te kunnen leverenaan advocaten die door externe factoren in liquiditeitsproblemenverkeren.Verlenging subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocatenZoals aangegeven in dezelfde hierboven genoemde brief heb ik, gelet opde positieve bijdrage die de subsidieregeling levert aan de aanwas vansociaal advocaten, bekeken of de subsidieregeling opnieuw voor een jaarkan worden vastgesteld. Het verheugt mij te kunnen mededelen dat definanciële middelen voor de regeling gevonden zijn waardoor de regelingmet terugwerkende kracht tot 1 mei 2025 opnieuw zal worden vastgesteld.Daarmee kunnen wederom voor 175 advocaat-stagiaires in de socialeadvocatuur de kosten van de beroepsopleiding advocatuur wordengedekt. Van de RvR heb ik begrepen dat het subsidieplafond van de4Kamerstuk 31 753, nr. 269.5Persbericht 27.02.2025 | VSAN Advocaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 3124 regeling 2024 wederom is bereikt en dat er inmiddels voor de nieuweregeling advocaat-stagiaires op de wachtlijst staanBijdrage gehele advocatuurIn diezelfde brief van 27 maart 2025 schreef ik ook dat de dijk tussen decommerciële en de sociale advocatuur ongewenste neveneffecten heeft. Ikvind het van belang deze dijk te doorbreken. Mijns inziens bestaat er eencollectieve verantwoordelijkheid van de gehele advocatuur om bij tedragen aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand ofwel hetondersteunen van sociaal advocaten vanuit de overige advocatuur.Er zijn verschillende signalen van dreigende tekorten van sociaaladvocaten op bepaalde rechtsgebieden of in bepaalde regio’s. Daarom gaik de commerciële advocatuur vragen om een concrete bijdrage te leverenaan de sociale advocatuur en deze tekorten op te vangen bijvoorbeeld inhet sociaal-zekerheidsrecht. Op korte termijn ga ik in gesprek met RvR omte faciliteren dat de commerciële advocatuur zich kan inschrijven omzaken op basis van een toevoeging te doen. Dit zal ook onderwerp van hetgesprek zijn dat ik op 9 juli 2025 met verschillende grote advocatenkan-toren heb. Tijdens dit gesprek zal ook onder meer gesproken worden over:–Inrichten van een afdeling gesubsidieerde rechtsbijstand bij (grote)commerciële advocatenkantoren;–In huis nemen sociaal advocaten en/of aanbieden vankantoorinrichting/huisvesting aan sociaal advocaten;–samenwerking tussen sociaal en commerciële advocatuur waarbij deadvocaat-stagiaire een sociaal advocaat als patroon heeft en eenbuitenpatroon bij een commercieel kantoor die garant staat voor hetfinancieel risico van de sociaal advocaat;–Delen van innovaties, bibliotheken, IT-ondersteuning, kennis opbedrijfsmodellen met sociaal advocaten.Garantstelling voor stagiair-ondernemersEen van de door de VSAN voorgestelde maatregelen is om een garantie-fonds voor stagiair-ondernemers op te zetten. Zoals aangegeven in mijnbrief van 27 maart jongstleden zie ik op dit punt mogelijk ook een rol voorde commerciële advocatuur. Ik zal dit punt actief opbrengen tijdens hetgesprek dat ik met verschillende grote advocatenkantoren heb op 9 juli2025.Begeleidingsvergoeding patroonDe VSAN stelt een vergoeding van 15.000 euro per stagiair per jaar voorom de opleidende patroons tegemoet te komen in de investering die zijdoen in de opleiding van de advocaat-stagiair. Deze subsidie komtbovenop de al bestaande subsidieregeling beroepsopleiding. Devoorgestelde maatregel rust op de aanname dat dit tot 200 extraadvocaat-stagiaires in het stelsel leidt. Naar mijn inschatting zal het in derealiteit echter niet zo zijn. Dit omdat via de subsidieregeling beroepsop-leiding sociaal advocaten jaarlijks al 175 advocaat-stagiaires het stelselvan gesubsidieerde rechtsbijstand betreden. De patroonvergoeding zouhier nog aanvullend voor zijn. Ik acht het niet aannemelijk dat er dan nogeens een zelfde aantal advocaat-stagiaires bij zullen komen. Een dergelijkeregeling zorgt er primair voor dat de kosten voor de patroon minder zijn.Bovendien is dit wat mij betreft een maatregel die niet direct op kortetermijn effect sorteert – eerder op de middellange termijn – gelet op deopleidingstijd die nodig is voordat een advocaat-stagiaire zelfstandigzaken kan behandelen. Deze maatregel vergt nog nadere afweging enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 3125 uitwerking. Ik verwacht u eind dit jaar daarover nader te infomeren alsonderdeel van een nadere brief over de toekomstvisie.Onderzoek ontwikkeling aanbod sociaal advocaten (in de regio)Om gerichte maatregelen in te zetten tegen de daling van de socialeadvocatuur en het aanbod van sociaal advocaten in de regio is meer zichtnodig op de aard en ontwikkeling van de daling. Het KenniscentrumStelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand doet hier onderzoek naar en neemthierin onder meer de spreiding van sociaal advocaten over het land en hetaanbod per rechtsgebied mee. Tevens wordt de vraag naar sociaaladvocaten afgezet tegen het aanbod. De resultaten van dit onderzoekverwacht ik eind dit jaar. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan demotie van het Kamerlid Van Nispen (SP) van 15 april 2025 waarin hij deregering verzoekt de RvR opdracht te geven het aanbod aan socialeadvocatuur per regio en rechtsgebied te monitoren en de mogelijkheid tegeven om bij gesignaleerde tekorten in overleg met de NOvA denoodzakelijke maatregelen te treffen.6 Afhankelijk van de resultaten vanhet hiervoor genoemde onderzoek door het Kenniscentrum, ga ik met deNOvA en RvR in overleg over de eventuele te nemen maatregelen, ondervoorbehoud van beschikbare financiële middelen.Het Kenniscentrum is verder in 2024 gestart met doorlopend onderzoeknaar de motieven en drijfveren van advocaten en mediators om zich in ofuit te schrijven voor het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Via ditentry-exit-onderzoek ontstaat meer inzicht in de «push- en pullfactoren»voor advocaten om zich in of juist uit te schrijven voor het stelsel. Dit kanverdere aanknopingspunten bieden om de duurzaamheid van de socialeadvocatuur en mediation te borgen. De resultaten zullen periodiek wordengerapporteerd.(Social) media campagneDe mooie kanten van het beroep van sociaal advocaat verdienen mijnsinziens meer aandacht. Om deze aandacht te genereren wordt op kortetermijn een (social) media campagne gestart met het doel (aankomende)advocaten te enthousiasmeren voor de sociale tak van het beroep. Deprecieze invulling van deze campagne is nog in voorbereiding. Hierin zaleen belangrijke rol zijn weggelegd voor ambassadeurs voor de (sociale)advocatuur en boegbeelden waarin bijvoorbeeld aankomende advocatenzich kunnen herkennen.Een recent voorbeeld van positieve aandacht voor de sociale advocatuurin de media is de foto-expositie «Sociaal advocatuur in beeld» van deRvR. Met 14 portretten van sociaal advocaten, gemaakt door Fotograafdes Vaderlands Marwan Magroun, is in beeld gebracht wat de betekenis isvan het werk van de sociale advocatuur in het leven van mensen én alsbasis voor onze democratische rechtsstaat.7Verminderen regeldrukRechtsbijstand van goede kwaliteit is van groot belang. Binnen dat kaderwordt voortdurend door de RvR en NOvA bekeken hoe de regeldruk zolaag mogelijk kan worden gehouden. Hiermee wordt (niet limitatief)gedoeld op bijvoorbeeld de inschrijvingsvoorwaarden van de RvR, hetrechtsgebiedenregister van de NOvA en de wijze van declareren bij deRvR.6Kamerstuk 31 753, nr. 297.7https://www.rvr.org/@18586/geslaagde-opening-foto-expositie-sociaal/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 3126 Opvolging advies commissie-Van der Meer II en bestedingmiddelen sociale advocatuurOp 3 maart jongstleden heeft de commissie-Van der Meer II haaradviesrapport gepresenteerd met daarin verschillende aanbevelingen terverbetering van de sociale advocatuur.8 Hierover heb ik u in mijn brief27 maart jongstleden op hoofdlijnen geïnformeerd. Tijdens het commis-siedebat gesubsidieerde rechtsbijstand van 1 april jongstleden heb ik ookmet uw Kamer over dit belangrijke onderwerp gesproken. Destijds was iknog in afwachting van de Voorjaarsnotabesluitvorming. Ik ben verheugddat vanaf 1 januari 2027 er structureel 30 miljoen euro extra beschikbaar isvoor de sociale advocatuur. Daarmee ga ik een groot deel van deaanbevelingen van de commissie opvolgen. Gezien de urgentie van deproblematiek in de sociale advocatuur, is eerder actie vereist. Daarom zalik binnen het rechtsbijstandsbudget al voor het jaar 2026 middelenbeschikbaar stellen zodat de aanbevelingen van de commissie eerderopgevolgd kunnen worden.In mijn brief van 27 maart jongstleden heb ik al een prioritering aange-geven voor de opvolging van de aanbevelingen. Deze is als volgt.Allereerst ga ik de aanbevelingen over het aanpassen van puntenaantallenen het verhogen van de toeslagen (inclusief de opvolgingstoeslag)doorvoeren. Als tweede ga ik het basispunttarief verhogen. Ten derde gaik de aanbeveling over de reiskostenvergoeding voor mediators uitvoeren.Ik verwacht dat de opvolging van deze aanbevelingen voor de kortetermijn snel effect zullen hebben. Met de opvolging van deze aanbeve-lingen zullen de vergoedingen aanzienlijk worden verbeterd. Ook zijn dezeaanbevelingen snel uitvoerbaar. De aanbeveling van de commissie overde kantoortoeslag neem ik nu niet over. Hierover heb ik al in gesprek metuw Kamer aangeven dat die aanbeveling ingewikkelder ligt en het mijnsinziens niet de enige oplossing is om de nieuwe aanwas te stimuleren.Tevens is het onduidelijk wat de financiële consequenties zullen zijn vandeze aanbeveling. Deze aanbeveling gaat verder wat mij betreft te veel uitvan een traditionele kantoorsituatie, terwijl ik juist wil toewerken naar eentoekomstgerichte organisatie van de sociale advocatuur. Dit doe ik in hetvisietraject.Hieronder voeg ik een overzicht van alle aanbevelingen van decommissie-Van der Meer II die ik per 2026 ga opvolgen. Ook ga ik in op deuitvoering en de onderbouwing volgens artikel 3.1 van de Comptabili-teitswet.Puntenaantallen en toeslagen (ruim € 22 miljoen)–De puntentoekenning in standaardzaken wordt aangepast (aanbeve-ling 1);–De toeslagen worden verhoogd met 35% (aanbeveling 2);–De opvolgingstoeslag wordt verhoogd met 25% van het forfait vantoepasselijke zaakcode zodra dit voor de RvR technisch uitvoerbaar is(aanbeveling 3);–De afhechtingstoeslag wordt verhoogd met 35% van 2,5 naar 3,5 punt(aanbeveling 19);–De aanpassing van de staffel voor samenhangende zaken bij meerdererechtzoekenden (aanbeveling 4);–Gelijkstelling tekening vaststellingsovereenkomst aan procedurever-goeding (aanbeveling 5);–Gelijke behandeling advocaten van verdachten en slachtoffers bijbijwonen pro-formazitting (aanbeveling 6).8Kamerstuk 31 753, nr. 293.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 3127 Punttarief (€ 6,2 miljoen)–Verhoging van het basispunttarief met € 1,46 exclusief btw. Dit bedragzal worden aangepast naar het prijspeil 2026 (aanbeveling 7).Reiskostenvergoeding mediators (€ 100.000–€ 500.000)–het opzetten van een algemeen geldende regeling voor de vergoedingvan reistijd- en kosten voor mediators die aansluit op de regeling vooradvocaten (aanbeveling 17).UitvoeringVoor het aanpassen van de puntenaantallen, de toeslagen en hetpunttarief is een aanpassing van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand2000 vereist. Dit moet met een algemene maatregel van bestuur (AMvB)gewijzigd worden. Voor het aanpassen van de reistijd- en kostenregelingvoor mediators moet het Besluit toevoeging mediation wordenaangepast. Ook dit besluit moet met een AMvB worden gewijzigd. Debeide wijzigingen zullen worden opgenomen in één AMvB.Ik streef ernaar om de AMvB zo vroeg als mogelijk in 2026 in te voeren.Dit is echter mede afhankelijk van de Tweede Kamer omdat de AMvB eenvoorhangprocedure bij de Tweede Kamer kent. Omdat toevoegingen pasachteraf gedeclareerd worden, zullen de bovengenoemde maatregelen inhet eerste jaar niet direct bij inwerkingtreding tot de volledige uitgavenleiden. Daarom zal in 2026 een lager bedrag (op jaarbasis) nodig zijn danhet structurele niveau.Onderbouwing beleidskeuzes uitgelegd volgens CW3.11. DoelHet recht op rechtsbijstand is een van de grondbeginselen van dedemocratische rechtsstaat.9 Om ervoor te zorgen dat iedereen toegangheeft tot het recht is het van belang om te investeren in de gesubsidieerderechtsbijstand. Sociaal advocaten zijn van essentieel belang voor demeest kwetsbaren in onze samenleving. Een serieus punt van zorg is dathet aanbod aan sociaal advocaten daalt door een hoge uitstroom en eente lage instroom van nieuwe sociaal advocaten. Een van de oorzakendaarvan is de hoogte van de vergoedingen. Zonder een investering hierinzal het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand onder druk blijven staan.De commissie-Van der Meer II heeft in haar adviesrapport verschillendeaanbevelingen gepresenteerd ter verbetering van de sociale advocatuur,waaronder aanbevelingen gericht op de verbetering van de vergoedingen.Deze betreffen:•Aanpassen van de puntenaantallen, de toeslagen en het punttarief;•Aanpassen van de reistijd- en kostenregeling voor mediators.Het doel is het bewerkstelligen van een redelijke vergoeding voor sociaaladvocaten door de aanbevelingen van de commissie-Van der Meer II in tevoeren, zodat de huidige sociaal advocaten worden behouden voor hetstelsel en nieuwe aanwas wordt gestimuleerd. Het draagt daarmee bij aande toegang tot het recht.9Artikel 18, tweede lid, Grondwet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 3128 2. BeleidsinstrumentenWetgeving: het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en het Besluittoevoeging mediation moeten door middel van een AMvB wordenaangepast.3. Financiële gevolgena. Financiële gevolgen voor het RijkDe kosten bedragen vanaf 2027 ruim € 29 miljoen structureel enincidenteel een beperkter bedrag voor 2026 afhankelijk van het inwerking-treden van de AMvB.b. Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectorenRechtsbijstandsverleners in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstandzullen er in beginsel op vooruit gaan. Op een aantal rechtsgebieden zullende puntenaantallen worden verlaagd omdat uit het rapport van decommissie-Van der Meer II is gebleken dat de gemiddelde tijdsbestedinglager is dan het aantal punten dat voor die zaken staat. Omdat hetbasispunttarief en de toeslagen worden verhoogd is de verwachtingechter niet dat de invoering van de bovenstaande aanbevelingen voorrechtsbijstandsverleners negatieve financiële gevolgen zal hebben.4. Nagestreefde doeltreffendheidHet uitgangspunt van het forfaitaire stelsel van gesubsidieerde rechtsbij-stand is dat een rechtsbijstandverlener gemiddeld genomen voor één uurwerk één forfaitair punt krijgt vergoed. Daarnaast zou een sociaaladvocaat op basis van 1.200 gedeclareerde punten een netto inkomen ophet niveau van schaal 12, trede 10, CAO Rijk moeten kunnen behalen. Uithet tijdsbestedingsonderzoek van Cebeon10 blijkt dat op verschillenderechtsgebieden de gemiddelde tijdsbesteding hoger ligt dan het aantalpunten dat nu voor de betreffende zaakcodes staat. Om te voldoen aanhet uitgangspunt van het stelsel, waarbij gemiddeld genomen een puntvoor een uur werk staat, is het nodig om de puntenaantallen aan tepassen conform de aanbeveling van de commissie. Naar analogie is ookhet verhogen van de toeslagen met 35% nodig, met inbegrip van deopvolgingstoeslag en de afhechtingstoeslag, en de aanpassing van destaffel samenhangende zaken. Zodra het voor de RvR technischuitvoerbaar is, zal een opvolgingstoeslag van 25% van het forfait van detoepasselijke zaakcode toegekend worden.Met de opvolging van de aanbeveling over de gelijkstelling van devergoeding bij tekening van een vaststellingsovereenkomst aan die vande procedurevergoeding, wordt het gat tussen de adviesvergoeding en deprocedurevergoeding in met name het huur- en arbeidsrecht gedicht. Dewerkzaamheden verbonden aan een schikking zijn vergelijkbaar met dewerkzaamheden verbonden aan een procedure. Met opvolging van dezeaanbevelingen krijgen advocaten een redelijke vergoeding voor beidetypen werkzaamheden.Verder krijgen slachtofferadvocaten op dit moment per extra bijgewoondezitting in een zaak een vergoeding van 2,5 punt. Deze zittingstoeslag geldtvoor zowel inhoudelijke als pro forma-zittingen. Voor advocaten vanverdachten is een vergoeding voor het bijwonen van een zitting waarin de10Cebeon, Puntentoekenning Gesubsidieerde Rechtsbijstand, 21 januari 2025, via:https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3439.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 3129 zaak niet «inhoudelijk» wordt behandeld uitgesloten. Het opvolgen van deaanbeveling van de commissie op dit punt zorgt ervoor dat slachtofferad-vocaten en advocaten die een verdachte bijstaan gelijk wordenbehandeld.Uit het onderzoek van het Kenniscentrum Stelsel GesubsidieerdeRechtsbijstand blijkt dat sociaal advocaten op dit moment met 1.200punten geen netto inkomen op niveau van schaal 12, trede 10, CAO Rijkkunnen behalen. Voor een individuele advocaat is het daarom nodig omhet punttarief met € 1,46 te verhogen (omgerekend naar prijspeil 2025 isdit € 1,55). Gelet op het algemeen geaccepteerde uitgangspunt omtrenthet inkomensniveau voor sociaal advocaten is een dergelijke verhogingvan het punttarief noodzakelijk. De verhoging van het punttarief heeftvoor alle rechtsbijstandsverleners in het stelsel een positief effect op devergoedingen.De commissie schrijft in haar onderzoek dat mediators in het stelsel vangesubsidieerde rechtsbijstand in beginsel geen recht hebben op eenreistijd- en kostenvergoeding, behalve wanneer zij reizen naar iemandwiens vrijheid is ontnomen. Voor mediators geldt echter dat zij bijpiketdienst en mediation in strafzaken verplicht zijn om naar het gerecht tereizen. Dat is vergelijkbaar met advocaten die naar een zitting moetenreizen. Gelet op deze verplichte reisbeweging is een vergoeding van dereistijd- en kosten dan ook gerechtvaardigd. Het aanpassen van dehuidige reistijd- en kostenregeling naar een regeling vergelijkbaar met dievan advocaten zorgt bovendien voor een meer uniforme behandeling vanadvocaten en mediators in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.Met de opvolging van deze aanbevelingen worden de vergoedingen voorrechtsbijstandsverleners in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstandstructureel verbeterd. Het zal daarmee bijdragen aan het behoud van dehuidige sociaal advocaten en het stimuleren van nieuwe aanwas.5. Nagestreefde doelmatigheidBinnen het bestaande systeem van gesubsidieerde rechtsbijstand heeft decommissie-Van der Meer II verschillende aanbevelingen gedaan om devergoedingen voor de rechtsbijstandsverleners binnen dit stelsel weer bijde tijd te brengen. De doorvoeringen van de bovengenoemde aanbeve-lingen door middel van een AMvB zorgt voor een structurele verbeteringvan onderdelen van de vergoedingen voor advocaten en mediatorsbinnen het bestaande stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.De investering zal een positieve invloed hebben op de brede welvaart inNederland. Het recht op rechtsbijstand is een van de grondbeginselen vande democratische rechtsstaat.11 Zonder deze investering zal het stelselvan gesubsidieerde rechtsbijstand onder druk blijven staan. Het is vanbelang de huidige rechtsbijstandsverleners te behouden voor het stelselen nieuwe aanwas te stimuleren. Een redelijke vergoeding voor hetgeleverde werk is daarvoor essentieel.6. EvaluatieHet Kenniscentrum gesubsidieerde rechtsbijstand houdt doorlopendgegevens bij over de ontwikkeling in het aantal sociaal advocaten in deafgelopen vijf jaar. De gegevens over sociaal advocaten zijn uitgesplitstnaar leeftijd, locatie en de verschillende rechtsgebieden.11Artikel 18, tweede lid, Grondwet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 31210 Verder wordt in het vernieuwde stelsel van rechtsbijstand een systematiekingevoerd voor periodieke herijking van vergoedingen, zoals aanbevolendoor de commissie- Van der Meer I en toegezegd aan de Tweede Kamerbij brief van 31 maart 2022.12 Periodieke herijking zorgt ervoor dat devergoedingen bij de tijd blijven, dat tussentijds niet omvangrijke bedragengereserveerd hoeven te worden en zorgt ervoor dat het stelsel vanrechtsbijstand aantrekkelijker wordt om als advocaat en/of mediator in tewerken.II. Stelselvernieuwing rechtsbijstandA. Eerste lijnDe informatievoorziening, adviezen en ondersteuning van het JuridischLoket (hJL), maar ook de inzet van sociaal raadslieden en rechtswinkels,bieden voor veel mensen met juridische vragen en problemen al eenoplossing. De stelselvernieuwing rechtsbijstand heeft in de afgelopenjaren ingezet op een sterke en brede eerste lijn, met focus op laagdrempe-ligheid, het meer oplossen van problemen aan de voorkant en een goedeaansluiting op het sociaal domein. In de slotrapportage van hetprogramma stelselvernieuwing rechtsbijstand van eind dit jaar zaluitgebreider ingegaan worden op de resultaten op dit gebied. In deze briefga ik in op twee specifieke ontwikkelingen:Kwartiermaker landelijk dekkend netwerk sociaal-juridische dienstver-leningIk ben verheugd uw Kamer te kunnen melden dat mevrouw L.M.C. (Lilian)Marijnissen met ingang van 18 augustus 2025 als kwartiermaker aan deslag gaat om voorstellen uit te werken voor een landelijk dekkend netwerksociaaljuridische dienstverlening. Zij zal met prioriteit kijken naar deregio’s waar het sociaaljuridische aanbod naar verwachting ontoereikendis. Onderdeel van de opdracht is ook om verbinding te leggen met eenaantal trajecten, zoals overheidsbrede loketten, laagdrempelige hulp bijgeldzorgen en de toegang tot het sociaal domein. Op die manier wil ikeraan bijdragen dat initiatieven meer in samenhang worden gebracht. Ikverwacht dat de kwartiermaker haar eindrapport eind 2026 zalpresenteren.Voorziening voor rechtshulp en antidiscriminatievoorziening voorCaribisch NederlandIn de twaalfde voortgangsrapportage rechtsbijstand van decemberjongstleden deelde ik met uw Kamer mijn voornemen om samen met deMinister van BZK een stichting op te richten die burgers in CaribischNederland gaat helpen bij juridische problemen en problemen met gelijkebehandeling. Ik kondigde daarbij tevens aan dat hiervoor de nodigestappen moeten worden doorlopen.Ik ben verheugd uw Kamer te kunnen melden dat die stappen inmiddelsgrotendeels zijn doorlopen. Het voornemen hangt inmiddels, voorzien vande adviezen van Financiën en de Algemene Rekenkamer, voor bij uwKamer, alsmede bij de Eerste Kamer. Na ommekomst van de voorhang-termijn zal de stichting worden opgericht op Bonaire. Om geen tijd teverliezen worden momenteel de nodige voorbereidingen getroffen omeen directeur-bestuurder, alsmede leden van de Raad van Toezicht tewerven voor de stichting. Mijn inspanningen zijn erop gericht om zo12Kamerstuk 31 753, nr. 250.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 31211 spoedig mogelijk de deuren te kunnen openen voor burgers op Bonaire,St. Eustatius en Saba.Kosteloze rechtskundige bijstandEveneens in de meest recente voortgangsrapportage meldde ik uw Kamerdat er gekeken wordt naar de inkomensgrens die geldt voor de kostelozerechtskundige bijstand in Caribisch Nederland. Die grens bepaalt ofiemand in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Inoverleg met de RvR is het beleid ten aanzien van de inkomensnorm injanuari 2025 aangepast met dien verstande dat voor alle zaken onder deWet op de kosteloze rechtskundige bijstand het vigerende minimumloonals inkomensgrens geldt. Deze wijziging is in afstemming met RijksdienstCaribisch Nederland kenbaar gemaakt via informatie op de website,alsmede door middel van radiospotjes in vier talen op de eilanden. Dezemaatregel is nodig om de regeling voor de korte termijn toegankelijk tehouden voor burgers. De komende tijd kijk ik samen met de RvR en departners op de eilanden ook naar de maatregelen die op de langeretermijn nodig zijn.B. Tweede lijnVoorgenomen afschaffing maatregel kostenverhaal rechtsbijstandIn de negende voortgangsrapportage rechtsbijstand13 is uw Kamergeïnformeerd over de maatregel kostenverhaal rechtsbijstand draag-krachtige veroordeelden. Dit is een bepaling in de Wet op de rechtsbij-stand op grond waarvan de RvR rechtsbijstandskosten kan terugvorderenvan personen voor wie door de RvR een raadsman is aangewezen en wierprocedure is geëindigd in een onherroepelijke veroordeling.14 Toepassingvan deze terugvorderingsbevoegdheid is mogelijk als blijkt dat debetreffende veroordeelde, die op grond van artikel 39, 40 of 41 van hetWetboek van Strafvordering een raadsman aangewezen heeft gekregen,ten tijde van die aanwijzing draagkrachtig was. Uit de evaluatie van demaatregel blijkt onder meer dat de maatregel de beoogde doelgroep– zware, ondermijnende criminele – niet raakt en dat de kosten van demaatregel hoger zijn dan de opbrengsten.15Naar aanleiding van deze evaluatie is bezien of de werking van demaatregel verbeterd kon worden. Hiertoe zijn twee mogelijkhedenonderzocht: het verbeteren van de uitvoeringspraktijk en het overhevelenvan de maatregel van het bestuursrecht naar het strafrecht. Beide optieszijn niet mogelijk gebleken. Daarom is in de tiende voortgangsrapportagerechtsbijstand het voornemen tot afschaffing van de maatregel aan uwKamer medegedeeld.16 Onlangs heb ik de RvR geïnformeerd over hetvoornemen tot afschaffing van de maatregel. Ik heb de RvR verzocht om,vooruitlopend op definitieve afschaffing van de maatregel via wijzigingvan de Wrb, van zijn bevoegdheid gebruik maken de maatregel op teschorten.Van belang is om te benadrukken dat het afschaffen van deze bestuurs-rechtelijke maatregel ten aanzien van rechtsbijstand niets afdoet aan deinspanningen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de keten-partners om vermogen dat op criminele wijze is verkregen, te ontnemen13Kamerstuk 31 753, nr. 270.14Artikel 43, derde lid, Wrb.15Significant public, Evaluatie maatregel kostenverhaal draagkrachtige veroordeelden, oktober2022. Bijlage bij Kamerstuk 31 753, nr. 270.16Kamerstuk 31 753, nr. 286.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 31212 in strafrechtelijke procedures. Hoewel in een eerder stadium gebleken isdat bij het omvormen van de maatregel tot een strafrechtelijke maatregelde uitvoeringskosten niet opwegen tegen de baten, vindt op dit momentnog een verkenning plaats naar het mogelijk verhalen van rechtsbijstands-kosten op ontnomen wederrechtelijk verkregen vermogen. Uw Kamerwordt op de hoogte gehouden van de voortgang van deze verkenning.C. Burgergerichte OverheidHet Actieplan Meer vertrouwen, minder onnodige procedures van hetdeelprogramma, dat als bijlage bij voortgangsbrief van 13 december 2024aan uw Kamer is gestuurd, is in 2024 en in de eerste helft 2025 uitgevoerden geborgd.17 Het ontwikkelen van het Model Afwegingkader hogerberoep loopt door tot eind 2025. Het Actieplan zet in op het terugdringenvan onnodige procedures in het bestuursrecht en het stimuleren vanbehoorlijk procedeergedrag.Afronding stimuleren van de informele aanpakOverheidsorganisaties geven aan behoefte te hebben aan ondersteuningbij toepassing van de informele aanpak in het contact van de overheidmet burgers. Daarom zijn er binnen het deelprogramma Burgergerichteoverheid praktische handvatten ontwikkeld, die eraan bijdragen datbezwaarprocedures zo ingericht worden dat burgers zich gehoord voelenen dat de werkwijze meer oplossingsgericht wordt:•Kennisbank informele aanpak: informatie over de informele aanpak, deimplementatie in de organisatie, antwoorden op praktische enjuridische vragen, tips en best practises zijn opgenomen in deKennisbank informele aanpak. De kennisbank is begin 2025 gepubli-ceerd op de website van Divosa, een kennisorganisatie voor hetsociaal domein. Daarnaast zal de kennisbank een plek krijgen op dewebsite van Werk aan Uitvoering (WaU).•Burger Bezwarenspel: een serious game is ontwikkeld voor overheids-juristen bestuursrecht in samenwerking met de Hogeschool vanAmsterdam (HvA). Dit spel daagt overheidsjuristen uit om kritisch naarhun houding en werkwijze te kijken en op zoek te gaan naar eenoplossing voor problemen van burgers.•Ontwerp/prototype van een digitaal oriëntatie- en bezwarentool: dezetool helpt burgers een goed geïnformeerde keuze te maken bij hunreactie op een overheidsbesluit, zoals contact opnemen voor meeruitleg of aanvullende stukken, bezwaar maken of een klacht indienen.Het ontwerp is geborgd op de website van Justice42 en is onder deaandacht gebracht van overheidsorganisaties.18•Conferentie Burgergerichte overheid met als thema «de informeleaanpak» is door het deelprogramma Burgergerichte overheid op3 februari 2025 georganiseerd voor overheidsjuristen, leidinggevendenen bestuurders van overheidsorganisaties. Sinds het project PrettigContact met de Overheid (PCMO) 15 jaar geleden startte bij hetMinisterie van BZK is er veel ervaring opgedaan met de informeleaanpak. Op deze drukbezochte dag kregen gemeenten, uitvoeringsor-ganisaties en de wetenschap het podium om de rijke oogst aanervaringen en opgedane kennis te delen. Ook zijn de bovengenoemdeinitiatieven uit het Actieplan gepresenteerd.17Kamerstuk 29 279, nr. 920.18https://www.justice42.com/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 31213 Stimuleren van behoorlijk procedeergedrag door de overheidAls het informeel oplossen van een dreigend geschil niet mogelijk blijkt,dient de overheid terughoudend te zijn met procederen en daar uiterstzorgvuldig mee om te gaan. Een gerechtelijke procedure met de overheidkan immers veel impact hebben op burgers. Om ervoor te zorgen datoverheden terughoudendheid betrachten bij het instellen van hogerberoep en bij de afweging om hoger beroep in te stellen extra rekeninghouden met de impact ervan op burgers, wordt momenteel gewerkt aaneen afwegingskader voor het instellen van hoger beroep in het bestuurs-recht. Dit is conform het rapport van het WODC Een afwegingskader voorprocedeergedrag door overheden in het bestuursrecht? Kennistafelsbehoorlijk procedeergedrag, dat begin 2025 is gepubliceerd. Dit rapporttoont de behoefte aan van een instrumentarium om het procedeergedragvan overheidsorganen in het bestuursrecht te helpen verbeteren. Dekabinetsreactie op het onderzoek wordt in de zomer 2025 als bijlage bij debrief Staat als procespartij aan uw Kamer gestuurd.Om tot een gedragen en inhoudelijk sterk afwegingskader te komen,wordt eind juni 2025 een expertsessie met deskundigen uit de overheids-praktijk, wetenschap en stakeholders belegd. Tijdens deze expertsessiewordt naast de inhoud van het afwegingskader ook gesproken over hoebestuurlijk geborgd kan worden dat het afwegingskader daadwerkelijkwordt gebruikt. Aan het eind van het jaar zal uw Kamer over deuitkomsten/voortgang worden geïnformeerd.D. Contouren wetsvoorstel aanpassing Wet op de rechtsbijstandIn mijn brief van 13 december 2024 over de aanpak versterking van detoegang tot het recht deed ik de aankondiging uw Kamer rond de zomervan 2025 te informeren over de contouren van het wetsvoorstel totaanpassing van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb).19 Dit wetsvoorstelvormt het sluitstuk van het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand(hierna: programma) dat eind van dit jaar afloopt. Daarbij zij opgemerktdat voor de uitvoering van de meeste maatregelen die voortvloeien uit hetprogramma geen formele wetgeving nodig is, zoals een versterkteregionale samenwerking en de maatregelen ter versterking van de socialeadvocatuur.Voor een aantal maatregelen is aanpassing van de Wrb en/of de onderlig-gende besluiten nodig, te weten a) de eigenstandige positionering entaken van hJL, b) de inning van de eigen bijdrage door de RvR en c) deinvulling van het begrip zelfredzaamheid.Eigenstandige positionering van het Juridisch LoketBij de voortgangsbrief van 3 juli 2023 is uw Kamer geïnformeerd over hetbesluit om hJL onafhankelijk van de RvR te positioneren in hetvernieuwde stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.20 Zoals bijvoortgangsbrief van 23 januari 2023 aan uw Kamer gemeld, adviseert AEFom hJL op te nemen als een eigenstandige stichting met wettelijke takenen een directe subsidierelatie met het Ministerie van Justitie enVeiligheid.21 Dit vergt aanpassing van de Wet op de rechtsbijstand.De eigenstandige positie van hJL met helder omschreven taken in de wet,doet recht aan de ontstane (uitvoerings)praktijk en onderstreept de rol van19Kamerstuk 29 279, nr. 920.20Kamerstuk 31 753, nr. 270.21Bijlage bij Kamerstuk 31 753, nr. 268Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 31214 hJL als de landelijke organisatie die belast is met de verlening vaneerstelijnsrechthulp.Inning eigen bijdrage door de Raad voor de RechtsbijstandBij de voortgangsbrief van 6 juli 2022 is bevestigd dat de RvR in hetvernieuwde stelsel conform de aanbevelingen van de commissie-Wolfsende eigen bijdrage zal gaan innen die rechtzoekenden moeten betalenwanneer zij gebruik maken van rechtsbijstand en mediation.22 Dit vergtaanpassing van de Wet op de rechtsbijstand en onderliggende besluiten.In het vernieuwde stelsel zal de RvR de eigen bijdrage innen, in plaats vande aanbieders van rechtsbijstand (advocaten en mediators).Door de inning van de eigen bijdrage bij de overheid zelf te beleggen,ontstaat er een gelijkwaardiger, meer sluitend systeem van inning, met demogelijkheid tot het treffen van betalingsregelingen voor rechtzoekendendie moeite hebben de eigen bijdrage te betalen. Daarnaast wordt er denodige beleidsruimte gecreëerd zodat ook opschorting en kwijtscheldingvan betaling tot de mogelijkheden gaat horen. Tevens wordt gekeken naarde relatie met de Participatiewet, waarbij de Wrb zodanig wordt uitge-voerd dat deze ten aanzien van de bijzondere bijstand geldt als eentoereikende en passende voorliggende voorziening.Invulling van het begrip zelfredzaamheidDe Wrb gaat ervan uit dat rechtzoekenden bepaalde problemenzelfstandig kunnen afhandelen, zo nodig met hulp van anderen dan eenadvocaat. Wanneer daarvan sprake is, wordt een aanvraag om gesubsidi-eerde rechtsbijstand afgewezen. Mede naar aanleiding van de kinderop-vangtoeslagaffaire is de door de Wrb veronderstelde zelfredzaamheid ineen ander daglicht komen te staan. In de praktijk en uit verschillendeonderzoeken is gebleken dat het doenvermogen van burgers sterk kanverschillen en bijvoorbeeld een levensgebeurtenis als een scheiding ofontslag invloed kan hebben op de mate van zelfredzaamheid.23 Geblekenis dat de mate van zelfredzaamheid niet alleen verband houdt met defeitelijke of juridische complexiteit van een probleem, maar ook metcontext- en persoonsgebonden omstandigheden.Voor hJL wordt de mogelijkheid gecreëerd om ook ondersteuning tebieden aan niet zelfredzame mensen, bijvoorbeeld bij het opstellen vaneen brief aan of bij telefonisch contact met een betrokken overheidsin-stantie. En de RvR wordt beter in staat gesteld worden om bij debeoordeling van toevoegingsaanvragen rekening te houden met eengebrek aan zelfredzaamheid van de rechtzoekende. Dit vraagt om eenheroverweging c.q. aanpassing van de Wet op de rechtsbijstand en/of deonderliggende besluiten.Hierbij wordt ook de aangehouden motie van de leden Lahlah (PVDA/GroenLinks) en Van Kent (SP) betrokken waarin verzocht wordt om inkaart te brengen hoe de uitzondering op betaalde rechtsbijstand bij zakenover het opeisen van schulden geschrapt kan worden.2422Kamerstuk 31 753, nr. 262.23Zoals het WODC-rapport Rechtsbijstandverlening in kinderopvangtoeslagzaken, bijlage bijKamerstuk 31 753, nr. 270, p. 7 en het evaluatierapport adviescommissie zelfredzaamheidrechtshulp en rechtsbijstand, bijlage bij Kamerstuk 31 753, nr. 286, p. 6).24Kamerstuk 24 515, nr. 788.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 31215 Naast bovengenoemde onderwerpen zullen ook een aantal kleinereonderwerpen, zoals grondslagen voor gegevensverwerking, en aanpas-singen van technische aard in dit wetstraject worden meegenomen.VervolgOp dit moment wordt er samen met de betrokken partijen gewerkt aan detotstandkoming van het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wrb. Hetstreven is om het conceptwetsvoorstel eind van dit jaar gereed te hebben,waarna deze verder in procedure zal worden gebracht. In de komendevoortgangsrapportage over de aanpak versterking toegang tot het recht,die voor het kerstreces aan uw Kamer zal worden gezonden, informeer iku over de stand van zaken.SlotDe sociale advocatuur is een onmisbare schakel in het stelsel vangesubsidieerde rechtsbijstand. Vanuit mijn rol en verantwoordelijkheid alsStaatssecretaris Rechtsbescherming doe ik het maximale om de socialeadvocatuur te versterken en toekomstbestendiger te maken. Daarbij roepik ook de andere partijen in het stelsel op hun aandeel te nemen en mijninspanningen hierin kracht bij te zetten.In deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen die ik opde korte en ook op de langere termijn voorzie voor een sterke socialeadvocatuur, zodat rechtzoekenden kunnen blijven rekenen op de rechtsbij-stand die zij nodig hebben.Tevens heb ik in deze brief de voortgang geschetst op de lopendemaatregelen ten behoeve van het vernieuwde stelsel van rechtsbijstand,alsmede de contouren van het wetvoorstel tot aanpassing van de Wrb.In de komende voortgangsbrief over de aanpak tot versterking van detoegang tot het recht, die ik naar verwachting vóór het kerstreces aan uwKamer zal zenden, informeer ik u over de afronding van de stelselver-nieuwing, die tot eind 2025 loopt.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 31216
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.