Verslag van een commissiedebat, gehouden op 9 april 2024, over EU-LNV
Brontekst
Versie 2be63be95afed048 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1662 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 1 juli 2024 De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en devaste commissie voor Europese Zaken hebben op 9 april 2024 overleggevoerd met de heer Adema, Minister van Landbouw, Natuur enVoedselkwaliteit, en mevrouw Van der Wal, Minister voor Natuur enStikstof, over:–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 22 juni 2023 inzake reactie op de analyse«Vervoer van levende dieren in de EU: uitdagingen en kansen»van de Europese Rekenkamer (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1562);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 4 juli 2023 inzake gecombineerde opgave 2023(Kamerstuk 28 625, nr. 352);–de brief van de Minister voor Natuur en Stikstof d.d. 5 septem-ber 2023 inzake reactie op verzoek commissie op de brief vanGreenpeace Nederland over de EU-verordening ontbossings-vrije producten (Kamerstuk 22 112, nr. 3756);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 28 september 2023 inzake kwartaalrapportagelopende EU-wetgevingshandelingen (Kamerstuk 22 112,nr. 3784);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 29 februari 2024 inzake gecombineerde opgave2024, eco-regeling en GLB-tarieven (Kamerstuk 28 625,nr. 358);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 11 maart 2024 inzake ontwikkelingen Europeselandbouw (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1623);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 15 maart 2024 inzake voorstel EuropeseCommissie over herziening gemeenschappelijk landbouwbe-leid voor vereenvoudiging van regels voor boeren (Kamerstuk28 625, nr. 359);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 15 maart 2024 inzake volhoudbare voedselsyste-men over de grens: de internationale inzet van LNV (Kamer-stuk 30 196, nr. 825); kst-21501-32-1662ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16621 –de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 19 maart 2024 inzake beoordeling voorstellenEuropese Commissie over hulp aan de landbouwsector(Kamerstuk 28 625, nr. 360);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 28 maart 2024 inzake LNV-inzet in de EU(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1632);–de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 3 april 2024 inzake jonge landbouwers in hetGLB-NSP en de evaluatie Vermogensversterkend Krediet (VVK)(Kamerstuk 30 252, nr. 166).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuuren Voedselkwaliteit,GrausDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,BrometDe griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit,JansmaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16622 Voorzitter: GrausGriffier: Van den Brule-HoltjerAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Bromet, Van Campen, Flach,Graus, Grinwis, Holman, Kostic´, Nijhof-Leeuw, Pierik, Podt en Vedder,en de heer Adema, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,en mevrouw Van der Wal, Minister voor Natuur en Stikstof.Aanvang 18.15 uur.De voorzitter:Van harte welkom allemaal bij dit commissiedebat van de vastecommissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het gaat vandaagover «EU-LNV»-zaken. Ik heet twee Ministers van harte welkom: allereerstde Minister voor Natuur en Stikstof en vervolgens de Minister vanLandbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Welkom aan de mensen op depublieke tribune en de mensen die thuis kijken en luisteren via het digitalekanaal. Van harte welkom aan de leden van de Tweede Kamer derStaten-Generaal.Ik stel het volgende voor. Er is maar drie uur ingepland, terwijl je normaalgesproken minimaal op vier uur uitkomt met zo veel sprekers. We zullende interrupties dus beperken. Het worden er zes voor de hele eerstetermijn, dus voor zowel die van de Kamer als die van de Minister. Het zijner dus zes in totaal. U mag die verdelen. Als u er in de termijn van deKamer weinig gebruikt, mag u er meer gebruiken in de termijn van deMinister. Daar zal de Minister blij mee zijn. We hebben in ieder geval eenspreektijd van vier minuten. We gaan die tijd ook heel streng bewaken. Deinterrupties moeten heel kort. Ik hoop ook dat de Minister een korteinleiding kan geven en de blokjes duidelijk kan aangeven. Dan kunnen wijonze interrupties beter plannen. Misschien kan zijn team daar nu al overnadenken?Mevrouw Bromet. Ik had het al verwacht.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Als een interruptie langer dan 30 seconden duurt, gaat u die ook als eentweede interruptie tellen, hè?De voorzitter:Ja. Er is met u allen afgesproken dat we dat doorzetten. Dat was bij wijzevan proef. Ik geloof zelfs dat ik de enige was die ertegen was. Dat gaat dusinderdaad door. Vanaf 30 seconden worden het inderdaad gewoon tweeinterrupties. U heeft er ook maar zes, voor zowel de eerste termijn van deKamer als de eerste termijn van de Minister. Ga daar dus zuinig en goedmee om. Stel ook gewoon korte vragen, dan halen we het wel.Dan geef ik graag als eerste het woord ... O, meneer Grinwis?De heer Grinwis (ChristenUnie):Zullen we er dan acht doen, voorzitter, als we toch zo kort en bondig gaanzijn? Want het gaat vandaag wel ...De voorzitter:Maar we hebben maar drie uur, hè. Dus we zullen het zien. Als jullie erniet mee uit komen, dan zijn we altijd coulant. Zullen we het zo afspreken?Zo proberen we namelijk om die stok achter de deur te houden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Oké.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16623 Dit is een klein zaaltje. Dat is gezellig. Ik hoop niet dat u claustrofobischwordt, mevrouw de Minister. Er zijn ook nog een paar woordvoerders bijgekomen.We beginnen met de heer Van Campen van de Volkspartij voor Vrijheid enDemocratie.De heer Van Campen (VVD):Voorzitter, dank voor het woord. Laat ik allereerst een woord van dankuitspreken in de richting van het kabinet voor de Europastrategie diegedeeld is, naar aanleiding van mijn motie van 7 december 2022. Daarinvroegen we het kabinet eigenlijk om een aantal prioriteiten op te sommenen toe te lichten. Nou, dat is gelukt. Er zijn maar liefst negen pagina’sgedeeld met de Kamer, waarin de prioriteiten boven elkaar zijn gezet. Datis wat mij betreft een mooie verzameling prioriteiten.Maar, voorzitter, waar blijft het aanpakdeel van de term «plan vanaanpak»? We lezen namelijk de prioriteiten. We lezen dat het kabinet ditbelangrijk vindt. Maar toch mist mijn fractie eigenlijk een antwoord op devraag hoe we dit voor elkaar gaan krijgen, bijvoorbeeld wat betreft groenegewasbeschermingsmiddelen. Hoe krijgen we nou eindelijk die alterna-tieven voor chemie voor elkaar bij de EFSA? Daar wachten we op ditmoment al heel lang op. De middelen liggen op de plank, maar komenmaar niet los, terwijl de boeren daarnaar snakken. Er waren positieveberichten vanuit de Europese Commissie dat RENURE eraan zou komen.Maar waar liggen de wetten, de aanpassingen van de verordeningen ende richtlijnen? Dan kunnen boeren namelijk écht die kunstmestalterna-tieven voor dierlijke mest gaan toepassen op hun bedrijf. Dat missen wein die strategie.Voorzitter. De reden dat mijn fractie om deze strategie vroeg, is dat wijvinden dat we eens moeten stoppen met het discussiëren op basis vangeannoteerde agenda’s. We moeten niet alleen van geannoteerde agendanaar geannoteerde agenda gaan; we moeten ook strategisch de discussiekunnen voeren over wat er belangrijk is voor de landbouw in Nederland.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Grinwis van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Het m-woord is gevallen: de heer Van Campen gebruikte het woord«mest». Ik was benieuwd naar het volgende. Er is afgelopen vrijdag eenbriefje gestuurd van het kabinet naar de Kamer met antwoorden opschriftelijke vragen van een aantal collega’s van ons. Daar zat een planvan aanpak bij – daar heeft de heer Van Campen ook om gevraagd – ofeigenlijk een crisisplan, want het is in Nederland crisis op het platteland.Er dreigt een crisis voor veel familiebedrijven. Ik ben heel benieuwd naarde reactie van de heer Van Campen op het plan en de voorstellen van deMinister.De voorzitter:Het woord «mest» viel inderdaad. Maar op 25 april wordt het mestdebatgehouden. Als de leden dus slim zijn, laten ze dat nu zo veel mogelijkachterwege. We gaan het anders namelijk helemaal niet halen. MevrouwBromet?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, ik ga het ook over mest hebben vandaag, want dat is het meestprangende probleem dat we op dit moment hebben. Je kunt wel zeggen:we stellen het nog even twee weken uit. Maar elke dag telt. Ik ben duszeer benieuwd naar de antwoorden op de vragen van de heer Grinwis.Misschien heb ik er ook nog wel een paar voor de VVD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16624 De voorzitter:Kijk, daar beginnen we alweer. Ik wil het even heel kort houden, andersverliezen we daar te veel tijd aan. Maar de leden hebben verzocht om eenapart mestdebat en nu gaan we het hier zelf allemaal frustreren.Bovendien: de leden hebben verzocht om een spreektijd van drie uur enniet van vier uur. We gaan het dus niet redden. Ik zeg het heel eerlijk: hetgaat helemaal niets worden. Dus laten we dat nou gewoon niet doen. Datmestdebat komt er nog, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, er blijft genoeg mest over voor 25 april; dat verzeker ik u.De heer Van Campen (VVD):Voorzitter, u heeft gelijk dat op 25 april het debat specifiek over mest gaat.Tegelijkertijd is, denk ik, de Nitraatrichtlijn toch wel degelijk een wet diecentraal staat als het gaat om het Europees landbouwbeleid. Ik begrijp devraag van de heer Grinwis dus en die zou ik willen proberen te beant-woorden, voor zover ik dat kan. Ik zit hier namelijk met een bijzonderongemakkelijk gevoel vandaag. De heer Grinwis heeft er gelijk in dat mijnfractie – samen met de fracties van NSC, BBB, D66, GroenLinks-PvdA,CDA, SGP, ChristenUnie en de Partij voor de Dieren – om een plan vanaanpak van de Minister van Landbouw heeft gevraagd om die generiekekorting, die op ons af lijkt te komen, af te wenden. De Minister heeftdaarnaar geluisterd. Ik constateer ook dat het mestbeleid niet controver-sieel is verklaard. Ik lees maatregelen waarvan ik de impact zeker niet zalonderschatten, maar waarvan ik tegelijkertijd wel denk: daar moeten weonze ogen niet voor sluiten. Het alternatief is namelijk iets wat veel ergeris, namelijk die generieke korting die we al hebben meegemaakt in 2017.En laat ik het zo zeggen, voorzitter: dat is iets waar mijn fractie nooit meerde verantwoordelijkheid voor zal willen dragen.De voorzitter:Meneer Grinwis, kort?De heer Grinwis (ChristenUnie):Nee. Laat maar.De voorzitter:U heeft er nog vijf. Mevrouw Bromet?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik vond het een bijzondere figuur, omdat de formerende partijen nuvragen stellen aan de Minister en de Minister met antwoorden komt. Eénvan de vragen van de formerende partijen was: bent u bereid om tijdensdeze formatiefase geen nieuw beleid met uitbreiding van de uitkoopre-geling af te kondigen? Ik wil aan de heer Van Campen vragen hoe datstrookt met zijn vraag om een plan van aanpak om de mestcrisis hethoofd te bieden.De heer Van Campen (VVD):Dit is de verdeeldheid die bloot komt te liggen bij mij als ik aangeef dat ikhier met een dubbel gevoel zit. Ik vind het niet leuk, maar aan de ene kantkan ik inhoudelijk de lijn van de Minister begrijpen. Nogmaals: hetmestbeleid is niet controversieel verklaard, dus hij heeft die ruimte om destappen te zetten die hij voorstelt. Tegelijkertijd ben ik ook lid van eenpartij die op dit moment een onderhandeling voert met drie anderepartijen, waarbij er misschien partijen aan tafel zitten die – ik weet het niet– minder zitten te wachten op dit pakket. Ik weet het ook niet, maar dat iseen verantwoordelijkheid die je in deze fase ook hebt te nemen. Ikconstateer dat deze fase nog vijf weken duurt. De vragen gaan over dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16625 fase van de onderhandelingen en dat is waar ik me op dit moment toe hebte verhouden.De voorzitter:We zouden eigenlijk ook een regel moeten invoeren voor 30 seconden inde beantwoording; dat zou wel veel schelen. Is mevrouw Bromet akkoordzo? Dat is het geval. Dan zetten we de tijd weer aan, meneer Van Campen.De heer Van Campen (VVD):Voorzitter. Ik heb een vraag over de stappen van de Europese Commissie.Mevrouw Von der Leyen voelt natuurlijk ook verkiezingen aankomen enwil in een goed daglicht staan bij de agrarische achterban. Het lijkt alsofdaar heel veel beweging zit, maar als ik de brief van de Minister lees en deanalyse van de zijde van het kabinet zie, valt dat voor de Nederlandsesituatie nog wel mee. Hoeveel boerenbedrijven zijn er nu daadwerkelijkdie meer dan 10 hectare aan grond hebben? Ik zou de Minister willenvragen: wat vindt hij nou van deze zet van de Europese Commissie om hetbeeld op te roepen dat de wet- en regelgeving voor de agrarische sectorwordt verlicht, terwijl het in de praktijk voor boeren eigenlijk niet zoveeluitmaakt, omdat wij – daar is het weer; daar gaan we het 25 april overhebben – te maken hebben met die derogatiebeschikking? We hebben temaken met dat zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn en dataddendum. Waar zit de verlichting voor Nederlandse boeren in dat pakketvan de Europese Commissie en hoe weegt de Minister dat?Voorzitter, tot slot. Het is oorlog op het continent. Ik mocht vorige weekmet een aantal collega’s in Oekraïne zijn en heb daar ook gezien hoe heteraan toegaat. Ik lees in de stukken van de Minister bij de geannoteerdeagenda’s dat met name bij Oost-Europese landen de discussie toeneemtals het gaat om de import van Oekraïens graan. Ik lees dat daar discussieover is, omdat Oost-Europese landen zien dat de handelspositie vanboeren in Oost-Europa daarbij wordt beslecht. Tegelijkertijd hoort mijnfractie signalen dat landbouwproducten uit Rusland nog wel ongelimi-teerd hiernaartoe kunnen gaan. Ik zou de Minister willen vragen of hijbereid is om in Europees verband – want daar spreken we over vandaag –te bezien of niet is te voorkomen dat Russische landbouwproducten in deEuropese Unie worden geïmporteerd, zodat de ongemakkelijke druk dieop dit moment wordt opgevoerd vanuit Oost-Europa op Oekraïne en dehandelsimport vanuit Oekraïne, kan worden weggenomen. Wat mijnfractie betreft zullen we Oekraïne onvoorwaardelijk moeten steunen. Ik kijkuit naar de beantwoording van de Minister. Ik hoop van harte dat hijdaartoe bereid is.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng namens de VVD, meneer Van Campen.Mevrouw Nijhof-Leeuw, namens de Partij Voor de Vrijheid.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Dank u, voorzitter. Ik zal ook het woord «mest» wel gebruiken, maar ikprobeer op hoofdlijnen te blijven. Ik zal wellicht wel wat proefballonnetjesoplaten, maar ik zal de op 25ste pas echt verdergaan op het mestbeleid. Ikben nog druk in voorbereiding.Voorzitter. De PVV maakt zich grote zorgen over het voortbestaan vanonze boeren. De koers in dit huis lijkt vooral gericht op stoppersrege-lingen. Die moeten boeren enthousiasmeren om het bijltje er eerder bijneer te gooien, maar de sector vergrijst al enorm. 10% van de boeren isjonger dan 40 jaar. Dat is enorm weinig. De jonge boeren willen absoluutwerken aan een oplossing, maar het moet wel duidelijk zijn waar zijnaartoe kunnen werken. Een actieplan gericht op de jonge boeren enboeren die, ondanks alles, nog steeds de schouders eronder willen zetten,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16626 moet de hoogste prioriteit hebben. Die prioriteit moet niet liggen bij eenvolgende stoppers- of uitkoopregeling. De PVV is wel blij dat er eindelijk,ook in de EU, het besef is dat de enorme regeldruk ervoor zorgt dat delandbouw en visserij ten onder gaan en dat versoepeling noodzakelijk is.Boeren en vissers moeten ondernemersvrijheid krijgen. De Minister moetdeze uitgestoken hand van de EU met beide handen aanpakken, maarhelaas lijkt het er toch op dat de Minister op de rem gaat trappen en hetvooruitschuift richting 2025/2026.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Vedder, CDA.Mevrouw Vedder (CDA):Met de eerste zin van collega Nijhof was ik heel gelukkig. Zij had het overhet belang van de sector en het toekomstperspectief. Daarna was mijnvreugde al snel afgelopen. Als de PVV dat werkelijk meent, dan kan ik datniet rijmen met de uitspraak «we vermoeden dat de brief alleen over eenbeëindigingsregeling gaat» vanuit de formerende partijen over een briefdie nog helemaal niet openbaar is, en waarvan ook nog niet bekend is water allemaal in staat, ook al komt die brief naar aanleiding van de breedaangenomen motie-Van Campen. Met zo’n beetje de hele Kamer hebbenwe daarin gezegd: wij willen in kaart brengen wat de mogelijkheden zijnom de komende crisis het hoofd te bieden. Ik kan dat niet rijmen met datde PVV dan zegt: die brief willen we niet.De voorzitter:Dat waren meteen twee interrupties. Mevrouw Nijhof.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Volgens mij heb ik niet gezegd dat we die brief niet willen. Ik begrijp duseigenlijk niet helemaal goed waar mevrouw Vedder op koerst. Wel heb ikgezegd dat het lijkt alsof er vooral op wordt gericht om de stoppersre-geling de hoogste prioriteit te geven. Wij denken dat je het bestetoekomstperspectief biedt door de hoogste prioriteit te leggen bij de jongeboeren en bij de boeren die door willen gaan – daar kom ik zo in mijnbijdrage op terug – want die moeten ook zorgen voor onze voedselze-kerheid. Dat is toch wel heel belangrijk. Anders maak ik mij daar richting2050 toch wel enorme zorgen over.Mevrouw Vedder (CDA):Het is eigenlijk heel gek om al iets te vinden van een brief die nog nietverschenen is, de conclusie te trekken dat daar misschien iets in staat wateen partij niet bevalt, en dat die brief daarom geen onderdeel zou moetenzijn van het debat in de Tweede Kamer. Dat is geen vraag, realiseer ik me,maar ik kan niet zo veel met dit antwoord.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Klopt. Maar we hebben allemaal het een en ander in de media gezien.Daar reageren we met z’n allen op. Zoals ik aan het begin al aangaf, gaanwe op de 25ste helemaal op het mestbeleid in. Daar zijn wij ook aan devoorkant al enorm druk mee. We hebben ook al contact gehad met hetministerie, om te kijken hoe we met kleine dingen toch wat meer kunnendoen. Daar zal ik ook op de 25ste wat verder op ingaan, om te kijken welkeoplossingen er zijn die gericht zijn op de jonge boeren en op de toekomst.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Bromet, GroenLinks-PvdA.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16627 We hebben afgelopen vrijdag een plan van aanpak gehad van de Minister,vanuit het ministerie. Daarin wordt inderdaad gesproken over eengenerieke opkoopregeling om de druk op de mestmarkt te verlichten. Is dePVV daar dan tegen? Want mevrouw Nijhof zegt dat zij geen nadruk op dieuitkoopregelingen wil, maar is dat dan iets waar de PVV tegen is?Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik heb zojuist al aangegeven dat wat de PVV betreft de prioriteit bij dejonge boeren en de boeren die nog door willen gaan zou moeten liggen.Ik probeer prioritering uit te leggen. Dat is denk ik toch wat anders dan...Daar zou mevrouw Bromet mijn antwoord uit kunnen halen. Dus onzeeerste prioriteit ligt bij de mensen die voor voedsel op ons bord moetenblijven zorgen.De voorzitter:Alvorens ik mevrouw Podt het woord geef en daarna Kamerlid Kostic´ wilik vragen of het misschien alleen over die Nitraatrichtlijn kan gaan en nietover mest. Daar kunnen we mogelijk een hoop tijd mee besparen, omdatdat mestdebat nog komt. Mevrouw Podt van D66.Mevrouw Podt (D66):Dit antwoord verbaast mij dan toch een beetje, want in feite gaat deregeling die is geschetst over een vrijwillige regeling. Het gaat erover díeboeren die willen stoppen de mogelijkheid te geven om dat op een heleprettige manier te doen. Vrijwilligheid zouden we sowieso allemaalmoeten toejuichen. Maar als de PVV dan ook nog zegt «ja, maar wij willenruimte voor jonge boeren», dan denk ik dat je hier hélemaal voor moetzijn. Want juist op het moment dat je boeren die willen stoppen demogelijkheid geeft om dat te doen, krijg je ruimte voor die jonge boerendie misschien wel door willen. Dus ik begrijp gewoon niet waar de PVVstaat.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Het een sluit het ander niet uit. Alleen, als je een prioriteitenlijstje maaktvan wat je het belangrijkst vindt, dan breng je daar een volgorde in aan.Voor ons is de volgorde... De vraag is: hoe stel je beleid in? Bij ons komthet zo over dat het uitkoopbeleid toch een wat hoge prioriteit heeft. Dathebben we ook gezien en daar zijn ook vragen over gesteld. We hebbenaangegeven dat we daar in deze formatieperiode niet veel geld aan willenuitgeven. De prioriteit ligt voor ons bij de voedselzekerheid, bij devoedselproductie voor de toekomst. U kunt zeggen dat de uitkoopregelingdaarvoor bedoeld is, maar ik maak mij grote zorgen als ik zie dat nogmaar 10% van de boeren onder de 40 jaar is, terwijl zij in de toekomstvoor die voedselproductie moeten zorgen. Dat is een heel gering aantalvan de boeren. Zij gaan echt onze voedselzekerheid niet borgen.De voorzitter:Ik zei niets. Met «u» bedoelde u waarschijnlijk «mevrouw Podt». MevrouwPodt, wilt u hier nog op reageren? Dat is niet het geval. Kamerlid Kostic´van de Partij voor de Dieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Eerst even een opmerking over de zorgen dat we, als we zo doorgaan,straks helemaal geen boeren meer zouden hebben, behalve misschiennog een paar grote jongens. Ik vraag me af waar de PVV de luxe vandaanhaalt om hier te zeggen: deze doen we wel, deze doen we niet. DeMinister heeft namelijk heel duidelijk gezegd, ook in die brief, dat we dieluxe niet hebben. Als we dit uitstellen – want dat is waar de PVV onderandere naar vraagt – is het gevolg daarvan dat de boeren de dupeworden. Dus de vraag aan de PVV is: hoe verzint u dit?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16628 De voorzitter:Mevrouw Nijhof-Leeuw, hoe verzint u dit?Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Gewoon achter mijn computer. Iedereen gaat over zijn eigen tekst en zijneigen invalshoek. Weet dat wij de 25ste met verschillende punten komendie zouden kunnen helpen, met kleine stukjes richting het mestbeleid. Dusdenk niet dat wij generiek iets aan de kant gooien of hoe je het ook wiltzien, zeg ik dan maar even tegen de vragenstellers. Voor ons heeft detoekomst wel prioriteit. Hoe waarborgen we dat we rond 2050 nog genoeggezond eten in de schappen van de winkels hebben liggen dat voldoet aande kwaliteit die wij aan ons voedsel stellen? Dat vinden wij gewoon hetbelangrijkst. Wij vinden dat je de boeren en vissers moet laten doen waarzij goed in zijn: voedsel produceren. Geef ook wat meer vrijheid aan dieondernemers, zodat ze zelf kunnen bepalen hoe ze dat gaan doen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Als ik het goed begrijp, bent u zelf aan het nadenken over wat er dan welnog moet gebeuren of kan gebeuren? En dan is mijn concrete vraag...De voorzitter:Nou, ik denk nergens over na, maar u richt zich denk ik tot mevrouwNijhof-Leeuw.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, sorry. Dan is mijn concrete vraag: waar gaat de PVV zich dan preciesop baseren? Op welke wetenschappelijke input over wat wel of niet werkt?Dit is namelijk niet een probleem van de afgelopen paar jaar. Dit speelt aldecennia. We falen steeds in het doen wat nodig is.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik heb geprobeerd om mijn bijdrage op hoofdlijnen te doen en wat ideeënaan te geven waar we de 25ste mee komen. Dat doe ik met een onder-bouwing en een heel uitgebreid stuk. Het gaat dus om de punten en watsuggesties die we ook al richting de Minister hebben uitgesproken. Wehebben ook al even besproken of we daar wat mee kunnen, oplossingsge-richt naar de mestmarkt. Daar komen we de 25ste mee, want dan hebbenwe het mestdebat. Nu had ik de onderdelen die op de agenda staan, dushet hele EU-pakketje, op hoofdlijnen willen pakken. Maar dat gaat op dezemanier niet, dus heb ik nu hapsnap geprobeerd wat uit mijn tekst mee tenemen. Zo meteen zal ik nog wel eventjes het andere stukje voor deandere Minister meepakken, maar ik blijf bewust op hoofdlijnen, omdatdit volgens mij ook een beetje een strategisch debat is. Dat probeer ik tedoen. Als mijn collega’s helemaal de diepte in willen gaan en nu al hetdebat over de inhoud willen voeren, vind ik dat prima, maar ik doe dat opde 25ste met onze punten.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik beluister collega Nijhof heel wat positiever, want zij heeft het over eenprioriteringsvolgorde. Ze zegt niet «nee» tegen een van de onderdelenvan het plan van aanpak van Minister Adema. Dat lijkt mij verstandig enook logisch. Wie zegt hier in deze zaal: weet je wat, we gaan als eersteproberen zo veel mogelijk bedrijven te beëindigen? Niemand toch? Dat zetje onderaan. Maar het is wel een flankerende maatregel die je nodig hebtom ergens te komen. Het liefst zouden we allemaal gewasderogatiewillen, gelet op de Nitraatrichtlijn. Maar ja... Hoe kijkt mevrouw Nijhof-Leeuw dan tegen die verschillende andere maatregelen aan? Want hetgaat maar één pagina lang over die beëindigingsmaatregelen en zevenpagina’s over andere maatregelen, zoals afromen, waar we met algemenestemmen vóór hebben gestemd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 16629 De voorzitter:Denk aan uw tijd, want u hebt er al twee aan uw broek plakken.De heer Grinwis (ChristenUnie):O, is dat zo? Dan moet ik heel snel naar een vraagteken, voorzitter. Dankvoor deze waarschuwing. Ik ga terug naar mijn vraag. Hoe beoordeeltmevrouw Nijhof-Leeuw op hoofdlijnen die andere aspecten van het planvan aanpak? En moeten we er op 25 april dan niet voor zorgen dat hetplan van aanpak nog beter wordt voor jonge boeren? Hoe ziet zij dat voorzich?De voorzitter:Mevrouw Nijhof, hij offerde zomaar een interruptie op om u eencompliment te maken. Die mag u in uw zak steken.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Volgens mij hebben we daar de 25ste het hele debat de tijd voor. Er zijnwat kleine dingen, onder andere een doorvertaling van RENURE,waarover wij ideeën hebben die misschien wat sneller implementeerbaarzijn. Dat is één van de dingen. Het lijkt mij gewoon niet de bedoeling vandit debat om de hele brief te gaan bespreken, dus ik heb ook bij deprioritering de hoofdlijn aangehouden. De andere onderwerpen bewaar ik,want anders kom ik gewoon niet uit met de tijd en doe ik de punten tekortwaar wij als fractie zo druk mee zijn geweest. Ik hoop dat we watballonnetjes kunnen oplaten, waarvan u zegt: dat is een hartstikke goedidee, die gaan we op een gegeven moment omarmen. Ik hoop ook dat dateen klein beetje lucht geeft aan de sector en dat we mensen, al is het maareen klein beetje, perspectief kunnen bieden. Dat gaan we de 25ste zien.De voorzitter:We gaan uw tijd weer aanzetten. U hebt nog een dikke tweeënhalveminuut.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ja, voorzitter, maar het wordt ook in mijn tekst een beetje rommelig, wantik heb er links en rechts al van alles uitgevogeld. Dus ik ga ook niet allesweer helemaal opnieuw oplezen.Zoals ik al aangaf: wat voor ons echt prioriteit heeft, is de voedselvoor-ziening en voedselproductie; daar komen we dan ook nog wel weer opterug.Ik zal het ook nog heel kort over het NPLG hebben. Dat komt aan bod inhet debat over stikstof en het NPLG, dat volgens mij volgende week, de17de, plaatsvindt. Ik had nu wat speldenprikjes willen uitdelen, en dan dediepte in willen gaan, maar goed...De voorzitter:Ach, ze zitten er nu toch.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Inderdaad; ze zitten er nu toch. Maar ook daar ga ik nog niet diep op in,want ook dat doen we gewoon volgende week. Want voor MinisterAdema is het meer de waterkwaliteit waar we ons de volgende keer ookop richten. Dat is natuurlijk ook de basis in dat stuk over de mest, maar bijhet NPLG... Kijk, wat we nodig hebben is inderdaad die gebiedsgerichteaanpak. Wij vinden het ontzettend belangrijk dat we bottom-up werken. Ikheb dertien jaar in de provinciale staten van de provincie Overijsselgezeten, en daar heb ik hele mooie dingen zien ontstaan. Mensen uit hetgebied hebben gezegd: oké, als we het met mekaar moeten doen, hoegaan we het dan doen? Ga jij anders boeren, namelijk natuurboeren, dankun je dát en dát en dát erbij doen, zodat je wel een boterham kuntTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166210 verdienen. Er zijn zulke mooie dingen ontstaan in het Twentse en daarmoeten we mee verder.Waar ik mij wel zorgen over maak, is dat het NPLG gebaseerd is op hethuidige stikstofbeleid, waarbij we middels moties ook al geprobeerdhebben ietwat aan de knoppen te draaien. Ik denk dat het ook belangrijk isom daarnaar te kijken. Wellicht moeten we daar nog wat aan schaven,maar we moeten zeker vanuit de gebieden gaan werken, want ik denk datdaar de expertise zit en dat we dat niet vanuit hier moeten gaan doen.Voorzitter. Ik bewaar de rest voor volgende week, voor Minister van derWal. Ik bewaar mijn deel voor de week daarop voor Minister Adema. Dangeef ik nu het woord terug aan u.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Nijhof-Leeuw, voor uw inbreng namens de PVV. Hetwoord is aan de geachte afgevaardigde Holman van Nieuw SociaalContract.De heer Holman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Wij hadden drie onderwerpen gekozen uit deEuropese zaken, maar ik begin toch maar even met te zeggen dat wij onsgrote zorgen maken over de veehouderij in Nederland op dit moment.Vooral de jonge boeren – mevrouw Nijhof zei dat ook – de familiebe-drijven, met name de melkveehouderijen, die het nu eigenlijk goed voorelkaar hebben, zitten in een soort trein die tegen een berg oprijdt. Zedreigen slachtoffer te worden. Het gaat dan om duizenden boeren.De voorzitter:Het is soms lastig voor mij omdat een aantal Kamerleden aan de overzijdezit. Sorry, mevrouw Vedder. Ik ben altijd gewend om naar links te kijken.Mevrouw Vedder (CDA):Mijn collega Holman hielp mij. Ik zou graag aan collega Holman dezelfdevraag willen stellen als die ik net heb gesteld aan collega Nijhof. Ik ben blijmet de warme woorden die ik vanuit NSC hoor over de gezinsbedrijven,de melkveehouderijbedrijven en de zorgen daarover deel ik ook. Maar hoerijm ik dat dan met de schriftelijke vragen die zijn gesteld vanuit de vierformerende partijen, om toch maar even een beetje kalmpjes aan te doenmet die brief?De heer Holman (NSC):Dat is op zich een terechte vraag en die wil ik ook graag beantwoorden.Als je de feiten op een rij zet, dan heeft deze Kamer – dat is een beetjeanaloog aan wat de heer Van Campen zei – de Minister een opdrachtgegeven om te kijken hoe je de mestcrisis te lijf kunt gaan. Ik constateerniet anders dan dat de Minister dat keurig heeft gedaan met een pakketmaatregelen. We zitten aan de formatietafel en daar is gevraagd: wilt udeze periode van formatie – er zijn dus nog vijf weken te gaan – niet metvoorstellen komen voor een opkoopregeling die volgens de Ministerongeveer 4 miljard kost?Wij hebben als formerende partijen afgesproken dat we geen voorstellendoen die geld kosten. Wij wachten dus even af, want je wilt toch eenintegrale financiële afweging hebben. Ons staat voor dat wij gewoon25 april deze discussie gaan voeren. De Minister heeft voldaan aan onzevraag. Wij vinden dat hij op zich een aantal heel goede voorstellen heeftgedaan, misschien nog niet eens genoeg. De vraag die wij onszelf moetenstellen, is: wat moeten wij op korte termijn doen om de sector perspectiefte bieden? Niets doen is voor ons namelijk totaal geen optie. Want dandreigt er echt een koude sanering met heel veel slachtoffers. We zullendus wat moeten doen. De opkoopregeling van mevrouw Van der Wal – datis de Lbv+-regeling – is net 1 april ingegaan; daar hebben we 1,5 miljardTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166211 voor beschikbaar gesteld. Er kan dus best gekocht worden. Die regelingmoet je misschien zo snel mogelijk verbreden, zodat je meer kans hebt opsucces. Op 25 april zullen wij onze inbreng doen en kijken welke maatre-gelen van de Minister allemaal goed zijn. Wij kunnen er best weleens heelveel goed vinden. En dan zullen we kijken of er genoeg maatregelenworden genomen om de chaos en de verwarring te keren.De voorzitter:Mevrouw Vedder, akkoord? Dat is het geval.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik verbaas me toch wel over die zogenaamd warme woorden zonder dater acties aan vastzitten van de formerende partijen. Want ik heb tweeweken geleden de hele zaterdag mesttransporten over het smalleweggetje waaraan ik woon heen en weer zien rijden. Er is geen dag teverliezen. Laat staan dat we nu nog een keertje heel lang moeten gaannadenken over wat de formerende partijen wel of niet willen uitgeven.Begrijp me goed: wij hebben hier al héél lang voor gewaarschuwd, voordeze crisis. Wat gaat NSC nou vandaag doen om de boeren te helpen, diemet hun handen in het haar zitten?De heer Holman (NSC):U hebt gewaarschuwd. Mij staat bij dat wij ontzettend veel hebbengewaarschuwd. De agenda ziet er nu zo uit dat wij 25 april dezevoorstellen gaan bespreken. Wij dragen deze voorstellen een warm harttoe en vinden dat er zo snel mogelijk iets moet gebeuren om het noodlotdat op ons afkomt af te wenden. Helaas moeten we nog veertien dagenwachten voor we die discussie kunnen voeren. Dan zullen we hetongetwijfeld ook hebben over de vraag of de opkoopregeling wel of nietnodig is. Het enige wat we niet kunnen doen is de Minister de opdrachtgeven om er geld voor beschikbaar te stellen om het per direct in tevoeren. Zo werkt het ook niet. Voor je het politieke besluit hebt genomen,het juridisch hebt geborgd en met Brussel hebt overlegd, ben je een tijdverder. Nog één aanvullende, misschien geruststellende gedachte. Ik vindhet echter zeer verwonderlijk dat er lieden zijn, ook binnen LTO, diezeggen: het valt allemaal wel mee; we gaan wel naar Brussel en die lossenhet wel op, en wij hoeven niks te doen. Dan denk ik: waar is je reali-teitszin? Heb je wel door wat er gaande is op dit moment? Welke politiekeverwachting heb je? Die is niet erg realistisch naar onze zin. Laat ik evenheel duidelijk zijn, mevrouw Bromet.De voorzitter:Maar op die vraag gaat u hier geen antwoord krijgen. Eerst meneerGrinwis en dan het lid Kostic´.De heer Grinwis (ChristenUnie):Die realiteitszin bij collega Holman is heel terecht. Het is goed om ons datallemaal te beseffen; de Minister heeft het al geschreven en het is goeddat mijn collega het ook zegt. Meneer Holman zei dat Minister Adema eenkeurig plan van aanpak heeft opgeleverd. Daarin zegt hij: er is binnen datartikel dat beschikbaar was voor beëindigingsregelingen nog 4 miljardbeschikbaar. Dat wil niet zeggen dat het per direct uitgegeven gaatworden, maar kan de Minister wel door na vandaag, na vanavond, met devoorbereiding van bijvoorbeeld zo’n beëindigingsregeling en met deandere maatregelen uit het plan van aanpak?De heer Holman (NSC):Ik weet niet wat de Minister aan het doen is. Ik weet dat ze op hetministerie al maanden nadenken over een nieuwe opkoopregeling diebreder is. Daar wordt dus over nagedacht. Ik neem aan dat het denken opTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166212 het ministerie niet stilligt. Over vijf weken is deze ronde afgelost en danzien we wel waar we dan staan. Misschien hebben de coalitiepartijen danook wel een ei gelegd over wat ze wel en niet willen. Die 1,5 miljard voorde huidige opkoopregeling is gewoon beschikbaar. Ik ga ervan uit dat hetdenken op het ministerie niet stilligt, en het besluit daarover zullen weecht niet de komende twee maanden gaan nemen, zolang de formerendepartijen in onderhandeling zijn. Laat dat ook gewoon duidelijk zijn: dat zijnde spelregels van de formerende partijen. Daar hebben wij als mogelijkecoalitiepartij mee te maken.De voorzitter:Meneer Grinwis, u heeft in principe al geen interrupties meer door delengte van uw interrupties. Logisch, want het zijn iedere keer dubbeleinterrupties. Daar hebben jullie zelf voor gekozen. Ik zal die acht inter-rupties nu toekennen, maar dan hebt u er nog twee over voor de eerstetermijn van de Ministers. Zo werkt het gewoon. Ik geef altijd vierinterrupties in de termijn van de Kamer en vier in die van de Ministers.Dat zijn er acht in totaal. Dat zijn de afspraken die we maken. Daar kan ikniks aan doen. De Kamer heeft gekozen voor die 30 secondenregel; ik wasdaar als enige tegen.Mevrouw Podt (D66):Ik denk dat meneer Holman dezelfde brief van de Minister heeft gelezenals ik. Mijn indruk van die brief was niet: laten we nog even lekkerachteroverleunen en afwachten wat er allemaal gebeurt. Nu zegt de heerHolman eigenlijk twee verschillende dingen. Enerzijds zegt hij: we gaanhet op 25 april bespreken. Nou, heel goed. Maar hij zegt ook: zolang deformatie loopt... Dan vraag ik me toch af: heeft het dan zin dat wij 25 aprilbij elkaar gaan zitten om dat te bespreken? Want als dat betekent dat deformerende partijen vervolgens alles gaan blokkeren, dan denk ik: latenwe het maar niet doen en tegen de boeren zeggen «wacht maar weer eenpoos af, want we moeten nog even wachten tot de formerende partijenhun ei gelegd hebben».De heer Holman (NSC):Dat is absoluut niet waar. Ik heb het idee dat mevrouw Podt beter kanlezen dan luisteren. Ik heb niet het idee dat ik dat heb gezegd. Demaatregelen van de Minister kosten in principe geen geld. Al diemaatregelen die de Minister aangeeft, bijvoorbeeld het afromen van deverkoop van rechten, zijn besluiten die je moet nemen. Daar kun je hetover hebben. Is de Kamer het daarover eens, dan gaan we dat besluiten.Het enige wat wij nu gezegd hebben: de komende vijf weken gaan we onsniet binden aan financiële verplichtingen «voortkomend uit». Dat laatonverlet dat al die maatregelen wel besproken kunnen worden. Er zittentwee elementen in dat hele verhaal van de boeren, namelijk het zuur enhet zoet. Hier zitten bijvoorbeeld een aantal elementen in die zuur zijn,maar we kunnen het ook hebben over het zoet, in de zin van: wat kunnenwij nog meer bieden aan de boeren? Er zijn twee problemen. We hebbenhet acute probleem van de afbouw van de derogatie en de mest en hetprobleem van het langetermijnperspectief, dus: hoe kunnen we de boereneen langetermijnperspectief bieden? Hoe kunnen we ervoor zorgen datjonge boeren die nu allemaal gefrustreerd zijn en zich afvragen of ze nogboer willen worden, na het debat of over twee maanden weer perspectiefzien en zeggen «yes, ik zie het zitten»?De angst van mevrouw Nijhof is terecht: «Hoe kunnen wij jonge boerennog perspectief bieden? En wie wil er nou nog boer worden als wij hengeen perspectief bieden?» Daar moeten we het over hebben. We zullendoor het dal heen moeten en daar horen maatregelen bij. U hoort mijhelemaal niet zeggen dat er geen goede maatregelen zijn. Daar gaan weTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166213 25 april over praten. Wij hebben het niet controversieel verklaard. Als deKamer in meerderheid iets vindt, dan is dat een besluit van de Kamer.De voorzitter:De antwoorden moeten echt korter. Mevrouw Podt is aan het woord.Mevrouw Podt (D66):Inderdaad, die brief heb ik ook goed gelezen en daar stond een paar keerin «in samenhang». Er stond in: «Deze maatregelen werken insamenhang». Dat betekent dus niet dat wij 25 april een beetje kunnengaan zitten cherrypicken wat we nou leuke, goedkope regelingen vinden.Dit hoort bij elkaar. Volgens mij is haast geboden, dus laten we ons danook niet laten weerhouden door een eindeloos formatietraject.De heer Holman (NSC):Ik zal een kort antwoord geven. Een antwoord als «in samenhang zien wede plannen zitten» is ook een antwoord.De voorzitter:Prima. Super. Dat zijn de antwoorden. Meneer Grinwis, ik wil daar tochiets over zeggen, want ik hoor uw reactie. De Kamer heeft gekozen voordie 30 secondenregeling. Ik doe altijd vier interrupties in de eerste termijnen ook vier in de termijn voor de Ministers. We hebben nu gekozen voorzes in totaal vanwege de tijd. U bent er gewoon doorheen gegaan met uwlange vragen en ook met uw lange compliment aan mevrouw Nijhof. Ubent er dus zelf schuldig aan. Meneer Holman.De heer Holman (NSC):Voorzitter. Dan begin ik nu met mijn feitelijke verhaal. Daar komt het opneer...De voorzitter:Meneer Holman, spreekt u maar gewoon.De heer Holman (NSC):Dan begin ik nu... Ja, hallo! Voorzitter, wilt u even de zaal tot orde roepen?De voorzitter:Meneer Holman, u mag spreken alstublieft. Meneer Holman, we zitten intijdnood, dus verman u.De heer Holman (NSC):Ja. Ik wil het toch even over het GLB hebben. Dat is vorig jaar aardigmisgegaan. De beloftes zijn niet nagekomen. Hoe gaat de Minister dit zoorganiseren dat dat dit jaar niet weer gebeurt?Een tweede vraag is: hebt u er weleens over nagedacht om goed gedragvan boeren echt te belonen als zij inzetten op duurzaamheid en biodiver-siteit? Is het mogelijk een nog groter aandeel van de basispremie uit tekeren in ecovergoedingen, en zou u dat willen?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb nog even een vraag over wat de heer Holman net zei over sommigepartijen, zoals LTO. Hij zei dat zulke partijen in een heel andere wereldlijken te leven als het gaat om het erkennen van de problemen. Is de heerHolman echt verbaasd over die houding van de LTO? Hij weet namelijknet zo goed als ik dat de LTO dit al jaren doet. Neem bijvoorbeeld deafschaffing van het melkquotum. Ook toen keken zij weg en ook toenbrachten zij boeren in de problemen. Dus mijn vraag is: verbaast hem datecht en heeft hij nog vertrouwen in deze organisaties als serieuze partneraan tafel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166214 De heer Holman (NSC):Ja. Ik zie gewoon verschil. Er zijn verschillende clubs. Ik zie een heel grootverschil tussen de benadering van de ene club en de andere club. Ik hebmet zeker drie á vier organisaties contact die aanmoedigen om vooral dediscussie aan te gaan, besluiten te nemen en ervoor te zorgen dat deveehouderij toekomst krijgt. Het gaat dan vooral om de melkveehouderij,de excessieve bedrijven en de bedrijven boven de rivieren in Nederland.De voorzitter:U mag verder gaan met uw betoog, meneer Holman.De heer Holman (NSC):Het tweede dat ik graag aan de Ministers zou willen vragen: staat er in destukken ook iets over de positie van de boer in de keten? Hoe kunnen wehem met alle zuur dat op hem af komt ook zoet bieden? Wat kunnen wijdoen? Er is een Europastrategie; dat is mooi. De Minister vraagt zich afwat hij daarbij kan inbrengen. Maar eigenlijk moeten we ook nadenkenover onze eigen strategie. Hoe kunnen we de boer een fair share in deketen geven? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de keten verantwoorde-lijkheid neemt voor de verantwoording van de boer? Is de Minister bereidom hier daadwerkelijk over na te denken en de komende tijd ook aan onste rapporteren over zijn inzet in Europa om dit te bewerkstelligen?Meneer de voorzitter. Als derde en laatste onderwerp: diertransport inEuropa. Er is ook een paper over diertransport. Daar heb ik me toch eensin verdiept. Tot mijn grote verwondering is er nog veel diertransport.Daarover heb ik twee vragen. We hebben het over de kalverhouderijgehad. Daar hebben we een motie over ingediend: de aantallen moetengericht zijn op de in Nederland geboren kalveren. Om 600.000 kalverenminder te transporteren, moet je toch onder een miljoen kalveren komenin Nederland. Hoever bent u en wat voor plan van aanpak hebt u om datop korte termijn te realiseren?Als ik me erin verdiep en de cijfers op een rij zet, dan is mijn verwon-dering toch groot. Dan heb ik het met name over het transport vanvarkens. In Nederland worden 25 miljoen biggetjes geboren, waarvan er 6miljoen op transport gaan. 2 miljoen daarvan gaan naar Spanje. 2 miljoenbiggetjes worden hier geboren en gaan dan de vrachtauto in. Om heteven te visualiseren: dan heb je zo’n vrachtauto met een driedubbeleaanhanger waar 1.000 biggetjes in gaan. Om die 2 miljoen vervoerd tekrijgen, moet er dus 2.000 keer op en neer gereden worden met diebiggetjes en wel 24 uur, zonder voedsel, maar met stress en zittend ineigen mest. We komen tot de conclusie dat dat iets is wat je niet moetwillen.Hetzelfde geldt voor slachtrijpe varkens. Daarvan gaan er 500.000 opeenzelfde soort transport. Dan heb je maar 200 varkens in een auto, dus ergaat 2.250 keer een vrachtauto op en neer met 200 Nederlandse varkenserin die in Spanje geslacht worden. Oftewel: je haalt voer uitZuid-Amerika, je brengt dat naar Nederland, hier worden die biggetjesgemaakt, hier blijft de mest en de emissie achter, die biggetjes gaan opeen zeer dieronwaardig transport naar Spanje en het vlees gaat weer naarergens anders in de wereld. Mijn vraag aan de Minister is wat hij daarvanvindt. Hoe kunnen we regelen dat dit toch eigenlijk niet meer maggebeuren in deze tijd? Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel je gaat beper-kingen stellen aan de duur van het transport ofwel je maakt het anderszinsmogelijk, misschien met een afspraak in de Nederlandse keten vanvarkenshouderijen, om hier een einde aan te maken.De voorzitter:Dank u wel, meneer Holman, voor uw inbreng namens Nieuw SociaalContract. Dan het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166215 Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel. Ik ben toch heel blij met het laatste stukje van het betoog vande heer Holman, want hij schetst precies de absurditeit van het systeemwaarin de grootste slachtoffers vooral de miljarden dieren zijn die inEuropa worden gefokt, gebruikt en gedood. De Europese regels die dierenin veehouderijen zullen moeten beschermen, stammen voor een grootdeel uit de jaren negentig, een tijd waarin er heel anders werd gedachtover dieren. De laatste 25 jaar, dus na de invoering van de eersteEuropese dier- en welzijnsregels, zijn er meer dan 181.000 wetenschappe-lijke artikelen over dierenwelzijn gepubliceerd. De inzichten zijnveranderd. De regels zijn verouderd. Per jaar slijten 300 miljoen Europesedieren, van eenden tot konijnen, hun dagen in kooien. Ganzen wordengedwangvoederd en krijgen een buis in hun keel geduwd voor deproductie van foie gras. Ik noem ook de bontindustrie. In Nederland is diedankzij de Partij voor de Dieren verboden, maar in vele Europese landenzitten nertsen levenslang opgesloten in kooitjes. Kalfjes van 14 dagen oudworden onder gruwelijke omstandigheden over lange afstanden vervoerd.Het mag nog allemaal in Europa! Niet voor niets riepen vorig jaar meerdan 600 wetenschappers, boeren en organisaties de Europese Commissieop om de nieuwe dierenwelzijnswetgeving te publiceren. Maar deEuropese Commissie weigert.Voorzitter. Het kan toch niet zo zijn dat dieren opnieuw aan hun lot wordenovergelaten? Telkens werd gewezen naar deze herziening als hét momentom het welzijn van miljarden dieren in Europa te verbeteren, maar ergebeurde niets. Wat gaat de Minister doen, nu ook hij zegt dat we vanEuropa voorlopig niks hoeven te verwachten? De Partij voor de Dierenroept de Minister op om de dieren dan in ieder geval op nationaal niveaute beschermen. NSC heeft bij het afschieten van de Natuurbescher-mingswet vurig gepleit voor nationaal beleid in plaats van Europees,onder het mom van: wij kunnen het hier ook wel goed regelen. Ik neemaan dat NSC ook bereid is om voor de dieren op nationaal niveau teregelen wat er vanuit Europa was beloofd.Voorzitter. Het uitstellen van de dierenwelzijnswetgeving is helaas geenuniek geval. Wetgeving tegen landbouwgif is ingetrokken. Het klimaatdoelvoor de landbouw is geschrapt. Europa zwicht voor de druk van deagro-industrie. De dieren, de burgers, de natuur en ook de boeren zijn dedupe. Schandalig is het!Voorzitter. Dan over de mest. Eerder nam de Kamer een motie van de VVDen NSC aan over een plan om de mestcrisis het hoofd te bieden. Daarstonden ook de namen van de Partij voor de Dieren, van BBB en ook vanhet CDA onder. Echt een unicum! De Minister moest ook al het mogelijkedoen om een generieke korting op fosfaatrechten te voorkomen om hetdrama dat ontstond bij het loslaten van het melkquotum niet te herhalen.En dan voert de Minister eindelijk een motie uit en is het ook weer nietgoed. Het plan lag nog niet eens in de Kamer of de fractievoorzitters vanNSC, VVD, BBB en PVV – partijen die eerder de Minister haddenopgeroepen om juist meer te doen – klommen al in de pen om zichertegen te verzetten. Zo werkt het niet. Als een Minister een motie uitvoertom al het mogelijke te doen, dan kun je niet daarna op basis van berichtenin de media zeggen: nee, dit willen we toch niet, we moeten even wachtentot de formatie rond is. Dat kan zeker niet als je weet hoe urgent deproblemen zijn. Dat is geen goed bestuur maar opportunisme. Hiermeehelp je de boeren niet, maar herhaal je de fouten uit het verleden. Ik wildeze Kamer en de Minister oproepen te stoppen met het in Europabedelen om nog meer uitzonderingen. Want dat gebeurt constant. Weweten allang dat we in Nederland te veel dieren fokken. Minder dieren isminder mest is minder problemen. Zo simpel is het. Dat stellen rapportenal jarenlang. Ik vraag de Minister of hij fokbeperkingen voor dieren gaatinstellen, zodat boeren niet wéér gedwongen worden duizenden gezondedieren naar de slacht te sturen, wanneer we te veel mest blijven produ-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166216 ceren. Toon het lef om eindelijk de noodzakelijke keuzes te maken. Alleendaarmee lossen we de problemen op én kunnen we de boeren perspectiefbieden.De voorzitter:Dank u wel, lid Kostic´, namens de Partij voor de Dieren.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik heb een vraag voor het lid Kostic´. Is het niet zo dat de kunstmest diehier gebruikt wordt voor een deel ook de mestruimte inperkt en datkunstmest veel grotere uitspoeling heeft dan gewone mest, dus dat hetprobleem ook op een andere manier opgelost kan worden?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Zoals ik net stelde: het is bijna frustrerend; het lijkt alsof we opnieuwmoeten beginnen. Meerdere rapporten, ook in opdracht van het Ministerievan LNV, leggen uit dat we geen andere mogelijkheid hebben om demestcrisis op te lossen dan het aantal dieren te doen krimpen. Maar detraditie in deze Kamer is om weg te kijken en door te schuiven en allerleitechnologische trucjes te verzinnen die uiteindelijk niet blijken te werken,maar wel heel veel belastinggeld kosten. Dus ik zou de PVV ook willenoproepen om zuinig om te gaan met belastinggeld en om dat te bestedenaan maatregelen die écht werken, en om niet weer met dezelfde trucjes tekomen die we al decennia kennen maar niet werken.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Is mevrouw Kostic´ het met mij eens dat kunstmest een grotere uitspoelingheeft dan dierlijke mest?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik ga hier helemaal niet op in, want ik vraag aandacht voor dé groteoplossing waar iedereen op wijst, namelijk dat we het aantal dierenmoeten laten krimpen. Ik ga het nog twintig keer zeggen als het moet. Ikhoorde de PVV net zeggen dat ze zouden kijken naar welke maatregelengeschikt zijn. Ik zou zeggen: zorg ervoor dat je dat wetenschappelijkontzettend goed onderbouwt en dat je niet luistert naar de partijen waarde heer Holman het net over had, die al jarenlang de boeren misleiden enwaar het ministerie zich altijd door liet leiden. U moet echt kijken naar water al die jaren is gepubliceerd en waar alle experts op wijzen: het aantaldieren moet krimpen. Dat scheelt heel veel kosten, ook voor de burger ende boeren.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw Bromet. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik ga het wél over mest hebben vandaag. Dat is hetzelfde alshet onderwerp Nitraatrichtlijn, waar u op wees, want het gaat ook overmest en over de waterkwaliteit. Dat is ook een Europese afspraak die wehebben gemaakt om het water schoner te maken in Nederland.Voorzitter. Ik heb net echt met verbazing zitten luisteren naar met name deinbreng van de PVV. Een onbegrijpelijk verhaal, dat aan elkaar hangt vanalgemeenheden. Je zou toch hopen dat de grootste partij van Nederlandwat meer visie heeft op hoe we nou met een acute crisis zoals demestcrisis omgaan. Ik zei het al: de mestwagens rijden af en aan bij mijover het smalle weggetje in een extensief veenweidegebied. Ik weet nietof ze vol of leeg zijn, ik weet niet waar ze heengaan, maar ik heb er heelveel vragen over en ik weet zeker dat er heel veel zorgen zijn op dieboerderijen rond mijn huis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166217 Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik voel me wel aangesproken, want ik probeer hier te volgen wat weopgedragen hebben gekregen, namelijk: het voeren van een strategischdebat. We hebben nog geen technische briefing gehad over het actieplan.Het debat is de 25ste. Daar gaan wij inderdaad helemaal de diepte in. Watmevrouw Bromet mij nu in de schoenen schuift, vind ik dus te kort doorde bocht.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Wie heeft er wat aan zo’n Haagse werkelijkheid als «we wachten op hetvolgende debat», als het nota bene de formerende partijen zelf zijn dieallerlei vragen hebben gesteld aan het ministerie, die afgelopen vrijdagkeurig beantwoord zijn en waarvan ik vind dat er, omdat er geen dag teverliezen is, vandaag over gesproken zou moeten worden? Dan hoop ikdat de PVV ook zonder brief van het ministerie of technische briefing weetwaar het naartoe wil en wat de oplossingen zijn. Zelfs als mevrouw Nijhofzegt dat ze al wat belletjes heeft gedaan met het Ministerie van LNV, zegtze niet waar die over gaan. Ik heb dus naar een verhaal zitten luisterenwaar ik echt geen touw aan vast kan knopen. Ik gun de boeren wat datbetreft eigenlijk wat meer inhoud.De voorzitter:U gaat verder met uw betoog.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik maak me ook zorgen over de andere formerende partijen diewe tot nu toe gehoord hebben. Want ik hoor van de VVD eigenlijk dat ersteun is voor de brief die vanuit het ministerie is gekomen. Ik hoor ookNSC zeggen dat ze een warm hart hebben voor de voorstellen dieopgestuurd zijn. Er speelt dus een groot conflict bij de formerende partijenwat betreft de vraag hoe we deze mestcrisis aanpakken. Dan kun jezeggen: we gaan er op 25 april verder over vergaderen of over vijf wekenals de formatie in een volgende fase zit. Maar er is dus geen dag teverliezen.Voorzitter. Ik zou heel graag een compliment willen geven aan dezeMinister. Ik ben echt heel vaak superkritisch en vernietigend geweest.Maar deze bijlage heb ik echt met heel veel enthousiasme gelezen. Mijnmedewerker zei – dat vond ik wel een goede grap – «het lijkt de doorre-kening van GroenLinks-PvdA wel».(Hilariteit)Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik denk dat het een heel realistisch verhaal is. Het is eigenlijkprecies zoals de Partij voor de Dieren zegt: «Het grootste probleem is deveestapel. Hoe los je dat op? Met een verlaging van de veestapel. Hoe doeje dat? Met een opkoopregeling. Waarom doe je dat?» Wat ons betreftdoen we dat omdat wij al jaren vinden dat de intensieve veehouderij veelte veel ruimte inneemt in Nederland. Maar je doet het ook omdat we eenklimaatprobleem, een stikstofprobleem en een waterkwaliteitsprobleemhebben. Die zijn allemaal terug te leiden tot dezelfde oorzaak: het gegevendat we te veel vee hebben. Ook het probleem van de jonge boeren kanopgelost worden: je kunt meer ruimte scheppen door de intensieveveehouderij in te krimpen, zodat de extensieve veehouderij gewoon weerkan ondernemen, zoals de PVV zo graag wil.De voorzitter:Meneer Pierik van de BBB heeft een interruptie. BBB staat hier voor deBoerBurgerBeweging. In de sportschool betekent dat namelijk iets anders,heb ik me laten vertellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166218 De heer Pierik (BBB):Ja, maar wij zeggen gewoon altijd «BBB».Ik hoor mevrouw Bromet zeggen dat in het gebied waar zij woont, hetveenweidegebied – dat is een extensief veehouderijgebied – de vracht-auto’s af en aan rijden. Waar zou dat door komen, vraag ik even.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Nou, ik denk dat dat komt doordat daar een veehouder zit die eenderogatie had en die zijn bedrijfsvoering nu heeft moeten aanpassen. Kijk,niet alle bedrijven bij mij in de buurt hebben die wagens rijden. Dat iseigenlijk het mooie: de boeren zonder derogatie – we vergeten in dit debatheel vaak dat die er ook zijn – hebben die mesttransporten niet heen enweer rijden. Alle biologische melkveehouders hebben geen derogatie. Diehebben een toekomstgericht bedrijf en hebben hier helemaal geen lastvan. Ik weet dus wel waar het door komt, maar het kost een hele hoopgeld voor de desbetreffende boer, denk ik.De heer Pierik (BBB):We zijn het in ieder geval heel snel erover eens dat het heel veel geld kostvoor de boeren. Maar hoe staat het volgens GroenLinks-Partij van deArbeid met de waterkwaliteit op de derogatiebedrijven?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dat is dan iets wat ik niet weet. Ik weet op individueel bedrijfsniveau nietof de waterkwaliteit op het biologische bedrijf bij mij in de buurt beter isdan bij het bedrijf verderop. Maar het is een realiteit dat Brussel – dit iseen debat over Europese zaken – tegen Nederland zegt: «Nederland slaagter de afgelopen tientallen jaren niet in om die waterkwaliteit te verbe-teren. Nederland heeft een te grote veestapel. Nederland moet zorgen datdie waterkwaliteit op orde komt.» Ik geloof best dat er bedrijven zijn waarde waterkwaliteit redelijk is. Maar is dat dan een reden om lekker mest teblijven uitrijden? Dat is het voor ons niet.De heer Pierik (BBB):«Lekker mest uitrijden» klinkt ook wel een beetje alsof het allemaal eenzooitje is op die boerderijen. De meeste boeren houden zich keurig aan demestregels. Uit onderzoek is ook gebleken dat de waterkwaliteit op dederogatiebedrijven beter is dan gemiddeld. Volgens de BBB zit hetprobleem in die zin dus echt niet bij die extensieve veehouderijbedrijvenin de veenweidegebieden.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Nee, daar ben ik het ook helemaal mee eens. Het grote probleem zit in DePeel, in Brabant en in andere gebieden waar er een intensieve veehouderijis. Dat is nou juist zo mooi aan de voorstellen van het kabinet. Die richtenzich ook juist op die gebieden. Die zeggen ook dat er een graslandnormmoet komen, zodat de veehouderij extensief wordt. Dat is iets wat wij vanharte steunen. Vandaar mijn enthousiasme.Voorzitter, hoeveel tijd heb ik nog?De voorzitter:Dik anderhalve minuut.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Oké. Ik heb nog een paar vragen aan de Minister over die brief. Ten eersteis het een bijlage en geen brief. Is de Minister van plan om daar nog eenbrief van te maken, zodat wij daar op 25 april nog verder over kunnendebatteren, of moeten we het doen met deze bijlage? Ten tweede schrijftde Minister dat er een afroming komt van 30% in plaats van 10% als hetgaat over het verkopen van je bedrijf. Waarom is er gekozen voor 30% enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166219 niet bijvoorbeeld voor 50%? De Minister schrijft ook dat hij afspraken wilmaken met de melkvee- en veevoersector over een private borging vanhet voerspoor. Ik vraag me af of dat op vrijwillige basis is of dat we datook met regelgeving vanuit de Kamer gaan doen. Over de uitkooprege-lingen zou ik willen weten of dat in verband met de staatssteun nog langsde Europese Commissie moet of dat dat snel ingevoerd kan worden.Voorzitter. Er wordt heel veel hoop uitgesproken over RENURE. Mijn vraagaan de Minister is of er in die sector, de melkveehouderij, investerings-ruimte is om weer een nieuw apparaat aan te schaffen. Dat moet met elkeliter melk terugverdiend worden. Of is dat eigenlijk een schijnoplossingdie je niet meer nodig hebt als je al die andere maatregelen neemt die deMinister voorstelt?Voorzitter. Tot slot zou ik tegen mijn collega-Kamerleden willen zeggen: erstaan dreigementen in deze brief. De Minister schrijft dat er «ongerichtefaillissementen» dreigen. Hij zegt ook ...De voorzitter:U heeft nog één zin, want u bent door de tijd heen.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):... dat er bij de Europese Commissie geen enkele ruimte is om weer voorderogatie te gaan. LTO gaat nog steeds voor diezelfde derogatie. Hoe kijktde Minister daarnaar en kan hij wat meer vertellen over de boodschap dievanuit Europa is gekomen?De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Meneer Pierik van de BoerBurgerBeweging.De heer Pierik (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog even een paar dingen over die briefzeggen, want anders krijg ik daar vragen over. Ik zal u een aantalinterrupties besparen. In die brief staan inderdaad een paar concretedingen over het opkopen en die afroming. Ik zat vooral ook te denken aanhet trappetje van Johan Remkes. Johan Remkes heeft geroepen: als je detransitie in de landbouw goed handen en voeten wil geven, moet jemanagementmaatregelen nemen, innoveren, verplaatsen en extensi-veren. Als allerlaatste noemde hij het vrijwillig opkopen van bedrijven. Alsik die brief lees, zie ik eigenlijk een omgekeerd trappetje. Er is eerst heelveel energie gestopt in opkopen, afromen en het krimpen van deveestapel. Er is relatief weinig aandacht voor die eerste vier tredes in hettrappetje van Johan Remkes, zeker als het gaat om concrete voorstellen.Dan kom ik bij de EU-dingen, want die stonden eigenlijk op de agenda.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik heb net gehoord wat de PVV, NSC en de VVD vinden van de brief van deMinister, maar is het nou zo dat de BBB die plannen van het kabineteigenlijk wel steunt of is de BBB daar ook kritisch op?De heer Pierik (BBB):Zoals ik net zei, staan in die brief een aantal dingen over de vrijwilligeopkoop van boerenbedrijven: Lbv+-regelingen, Lbv++. Ik zou eigenlijkzeggen: we moeten nog naar een Lbv-wa, woest aantrekkelijk, want dieheb ik nog nooit gezien. Dat is maar een van de mogelijkheden, een vande instrumenten die je kan gebruiken om de transitie in de landbouwhanden en voeten te geven. Er zitten wat haakjes aan, maar hetBBB-verhaal is natuurlijk veel breder dan wat in die brief staat.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166220 De brief is ook veel breder dan een opkoopregeling, dus wat is er danbreder aan de visie van de BBB dan wat we nu van het kabinet gehoordhebben?De heer Pierik (BBB):Ik zeg «breder», maar ik bedoel natuurlijk vooral ook concreter. In de briefstaat heel concreet 30% als het gaat om de afroming van de fosfaat-rechten. Maar die Lbv-wa waar ik het over heb, is nergens terug te vinden.Ik denk dat die Lbv’s, die opkoopregelingen, nog veel aantrekkelijkermoeten worden om boeren vrijwillig over de streep te trekken. Losdaarvan hebben we ook nog geen innovatiefonds. Er zijn nog heel veeldingen die niet in die brief staan, maar die wij cruciale onderdelen vindenvan die hele transitie in de landbouw.De voorzitter:Meneer Holman, ik geef eerst het woord aan meneer Grinwis. En meneerGrinwis, u begint nu dus aan uw zevende interruptie... Nee, maar dat is deregel. We gaan daar niet over discussiëren. Dat is afgesproken. U begintnu aan uw zevende interruptie, dus u hebt er dadelijk nog maar eentjevoor de Ministers. Dan weet u dat.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, met uw welnemen: u begint erover, niet ik. Ik begin gewoonmet mijn inhoudelijke interruptie. Die luidt als volgt.De voorzitter:U zei dat u er nog maar vijf had gedaan, en dit wordt uw zevende. U zei erdus wel degelijk iets over. Meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, mijn vraag aan de heer Pierik. Het klinkt toch een beetje als«gaat u maar rustig slapen» terwijl elke bijdrage van de collega’s, ook dievan VVD, NSC en PVV, doorspekt was van urgentiegevoel, van eencrisisgevoel, van: als we niks doen, rennen we op een muur af. Dan snapik dus echt deze houding niet. BBB heeft namelijk al die moties gesteundover afromen en over het aantrekkelijker maken van de beëindigingsre-geling door rekening te houden met verouderde gebouwen, zodat mensendie geen opvolger hebben, kunnen stoppen. Ik stel mijn vraag dusnogmaals. Wat vindt de BBB van die verschillende aspecten? Of moetenwe inderdaad maar rustig gaan slapen en afstormen op die muur vangenerieke korting?De voorzitter:Dit waren er weer twee. U bent nu dus al uw interrupties kwijt en u zit ervoor de rest voor spek en bonen bij, door uzelf. Ik kan er niks aan doen.Meneer Pierik, alstublieft.De heer Pierik (BBB):Ik probeer een goed antwoord te geven, meneer Grinvis ... Grinwis, ja. Jehebt ook wel iets met visserij, geloof ik, hè?De heer Grinwis (ChristenUnie):Zeker, zeker.De heer Pierik (BBB):Ik denk dat alle partijen die hier aan tafel zitten de urgentie van datmestprobleem, die mestcrisis, goed in het snotje hebben. Dat we daarheel snel oplossingen voor willen vinden, staat als een paal boven water.Dat we die generieke korting niet willen, staat ook als een paal bovenwater. Dan ga je dus naar andere instrumenten zoeken en we zijn op ditTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166221 moment gewoon hartstikke druk bezig om die instrumenten te vinden.Maar we hebben op 25 april dat mestdebat en dan komen de instru-menten die wij voor ogen hebben op tafel te liggen.De heer Holman (NSC):Ik ervaar de inhoudelijke inbreng van de heer Pierik als een pleidooi vooreen oplossing op de iets langere termijn, maar feit is dat er dit jaar300.000 of 400.000 vrachtauto’s met mest zijn waarvan boeren niet wetenwaar ze ermee naartoe moeten. Is bij BBB het bewustzijn aanwezig dat datécht het probleem is? En hebt u een begin van een oplossing voor datprobleem?De voorzitter:Ik heb daar geen oplossing voor, maar ik geleid de vraag door naarmeneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Nogmaals, we hebben serieuze beginnen van oplossingen daarvoor, maarik vind dat dit debat zich er niet voor leent om die oplossingen nu al optafel te leggen. Daar gaan we dus op 25 april verder over discussiëren.De voorzitter:Kijk eens aan; dan gaan we dat zo doen.De heer Van Campen (VVD):Laat ik het dan toch in de Europese context trekken, want daar spreken wevandaag over. Dit land heeft een derogatiebeschikking gekregen met eenafbouwpad. Dat is een beschikking op grond van de Nitraatrichtlijn, eenEuropese richtlijn, wat het relevant maakt voor dit debat. Onder diebeschikking ligt een hele reeks aan afspraken, waaronder bijvoorbeeld deafspraak over het neerwaarts bijstellen van de productieplafonds opfosfaat en stikstof, dus mest. Ik zou de heer Pierik willen vragen wat ergebeurt als Nederland die afspraken niet nakomt. Deelt hij met de VVD deopvatting dat we dan aankoersen op een generieke korting, ook gelijk-luidend de aankondiging in de eerdere motie die de BBB zelf heeftingediend? Ik zou de BoerBurgerBeweging toch ook vanavond willenvragen welke voorstellen er dan spelen in het hoofd van de heer Pierik.Mijn fractie is hier open geweest over het ongemak dat wij voelen in hoewe moeten omgaan met de voorstellen van de Minister.De voorzitter:U gaat naar uw derde interruptie toe, hè.De heer Van Campen (VVD):Dat geeft niks, voorzitter. We hebben er acht. Hoe kijkt de heer Pierikdaarnaar?De heer Pierik (BBB):Die derogatiebeschikking ligt er en met het afbouwpad van die nieuwederogatiebeschikking hebben we op dit moment even te dealen. Ik kanniet vooruitlopen op wat we de komende weken verder gaan doen, maardat we ook in Brussel nog moeten gaan praten, staat voor de BBB als eenpaal boven water.De voorzitter:Allereerst meneer Van Campen. Hij gaat aan zijn derde interruptiebeginnen.De heer Van Campen (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166222 Betekent dat dat de BoerBurgerBeweging hier haar volledige hoop legt ophet opnieuw verkrijgen van een derogatie in Brussel, ondanks dat ersprake is van een afbouwpad dat zó fel is bevochten? De Minister-President is hiervoor nota bene bij de voorzitter van de EuropeseCommissie geweest. Denkt de BoerBurgerBeweging dan niet dat wedaarmee spelen met het lot van individuele ondernemers en mensen inhet land die afhankelijk zijn van de besluiten die wij hier in Den Haag en inBrussel nemen?De heer Pierik (BBB):Het is niet zo dat de BBB alleen in Brussel actie wil ondernemen. De BBBkomt met een vrij breed pakket om de mestcrisis het hoofd te bieden.Daar kan ik op dit moment nog niet zo veel over zeggen, maar het lijkt onseen heel goed idee om in Brussel verder te onderhandelen op basis vanwetenschappelijke rapporten.De voorzitter:Mevrouw Bromet, u vroeg hoeveel interrupties u had. U hebt er nu vijfgehad en u gaat nu uw zesde doen. Dankzij meneer Grinwis krijgt u ertwee extra, want hij heeft er ook acht gehad; alstublieft.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de heer Pierik van de BBB zeggen: op dit moment is er eenderogatiebeschikking en we gaan nog praten in Brussel. Ik vraag me afwat hij vindt van de opinie van de Minister. Die zegt: er is geen enkeleruimte meer in Brussel.De heer Pierik (BBB):Ja, nou goed. Weet je, ik kom ook niet zo vaak in Brussel. Maar ik weetwel dat er ook verschillende signalen waren toen de Minister in Brusselover RENURE aan het onderhandelen was. Op het ene moment was hetheel erg pessimistisch en een dag later was het rond. Ik denk dat er, ookgezien de huidige ontwikkelingen in Brussel, wat meer ruimte mogelijk is.Dat willen we in ieder geval minstens verkennen. We zien daar echt welmogelijkheden.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dan zou ik toch aan de BBB willen vragen: hoe kijkt de BBB terug op al diepogingen die al ondernomen zijn? Wij van GroenLinks-PvdA wisten al dathet niet meer ging lukken. Kennelijk is dit nog steeds niet doorgedrongen.Wanneer legt de BBB zich neer bij een besluit dat gewoon een besluit is?De heer Pierik (BBB):Dat zei ik net ook: er is niks in beton gegoten. In het hele proces rondomde Natuurherstelwet en RENURE zag je ook op een bepaald moment tochweer wat beweging. Ik ben er niet voor om mensen een worst voor tehouden die ze nooit kunnen pakken, maar ik ben er wel voor om allemogelijkheden die je hebt om die mestcrisis het hoofd te bieden aan tepakken. Dat is in Nederland en dat is ook in Brussel.De voorzitter:Kijk eens aan. Meneer Holman.De heer Holman (NSC):Ja, ik heb toch nog even een vraag. Hoe realistisch is de mogelijkheid inBrussel? De algemene opinie is volgens mij dat die beperkt is. Misschienis er iets mogelijk, maar dan zal je op z’n minst een goed verhaal moetenhebben naar Brussel, bijvoorbeeld het uitgangpunt dat de Minister heeftgeschreven in zijn brief. Misschien is dat nog niet genoeg. Hoe kijktmeneer Pierik daartegenaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166223 De heer Pierik (BBB):Ik snap ook wel dat ze in Brussel graag onder het fosfaatplafond willenduiken; het fosfaatplafond is verlaagd. Dat de Brusselse doelen verderaangescherpt worden, zie ik ook wel. Maar we kunnen die doelen opallerlei manieren bereiken. Ik heb het niet voor niks net gehad over «hettrappetje van Johan Remkes». Een van de opties die de BBB ziet, is hetmeer inzetten op innovaties en het toepassen van RENURE en dat soortdingen. Het is een breed scala aan instrumenten die we zouden willeninzetten. Daarmee zouden we de mestcrisis echt het hoofd kunnen bieden,zeker ook als je kijkt naar de mogelijkheden die je hebt om de stikstofwetaan te passen.De voorzitter:Mevrouw Podt en dan mevrouw Vedder.Mevrouw Podt (D66):Ik ken de BBB op zich als een vrij nuchtere partij die het vaak heeft over«boerenverstand». In mijn hoofd hoort daar ook bij: afspraak is afspraak.Snapt de heer Pierik dat de Europese Commissie Nederland eigenlijk geenderogatie meer wil verlenen als Nederland jaar op jaar op jaar op jaar deafspraken niet nakomt?De heer Pierik (BBB):Eerlijk gezegd snap ik dat van die derogatie niet, want in 2006 is dederogatie aan Nederland toegekend. Dat is niet op basis van onderbuikge-voelens gebeurd, maar op basis van een stevig wetenschappelijk rapportvan mestdeskundigen. Die hebben aangegeven dat die 230, 250 kilostikstof die je op gras kunt gebruiken, heel adequaat is, want de Neder-landse weilanden worden vijf, zes keer per jaar gemaaid. In bijvoorbeeldOostenrijk is dat misschien één of twee keer per jaar. Die derogatie is dusecht op hele goede gronden en op wetenschappelijke basis toegekend.Volgens mij valt er niks af te dingen op de wetenschappelijke basis dietoen gebruikt is.Mevrouw Podt (D66):Maar nou laat de heer Pierik toch een stukje weg. Natuurlijk, dat zal bestop basis van wetenschappelijke rapporten zijn gebeurd, maar er hoordenook voorwaarden bij, bijvoorbeeld dat Nederland ervoor moest zorgen dathet water niet meer zo vervuild was. Nederland heeft zich daar niet aangehouden. Ik heb een puber thuis, dus ik weet dat je op een gegevenmoment gewoon moet zeggen: en nu is het klaar! Ik vraag me wel af of deBBB begrijpt dat er op een gegeven moment een grens gesteld wordt. Jekunt niet een afspraak maken en dan alleen maar «ik, ik» zeggen en nietaan de voorwaarden voldoen. En BBB verwacht dan toch dat de EuropeseCommissie iedere keer zegt: ja, is goed. Op een gegeven moment houdtdat toch op?De voorzitter:Dat waren twee interrupties.De heer Pierik (BBB):Mevrouw Podt heeft het over de waterkwaliteit en dat je pubers duidelijkestalorders moet meegeven om binnen de lijntjes te blijven kleuren. Datsnap ik allemaal, maar ik denk dat het goed is om nog even te kijken naarde waterkwaliteit en de richtlijn voor nitraatgehaltes in het water, dievanuit Europa komen, en naar wat dit voor Nederland betekent. Als wij dienitraatgehaltes in het water gaan meten op basis van de Europesenormen, dan voldoen we op veel meer gebieden aan de waterkwaliteitdan wanneer de Nederlandse normen een rol gaan spelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166224 Mevrouw Podt (D66):Mag ik nog één vraag stellen?De voorzitter:Zeker, u hebt nog één interruptie.Mevrouw Podt (D66):Volgens mij zijn dat een heleboel woorden om te zeggen dat wemisschien wel dingen doen, maar volgens mij voldoen we er gewoon nietaan. We voldoen er niet aan. Het zou fijn zijn als de heer Pierik gewoonantwoord geeft op de vraag in plaats van een heleboel mist te creëren. Alswe afspraken maken en Nederland houdt zich er niet aan – niet één keerniet, maar heel veel keren niet – dan houdt het een keertje op. Dan kun jetoch niet, zoals u nu zegt en zoals uw voorvrouw in de media zegt, nogeen keer naar Brussel gaan en zeggen: mag het toch niet nog een keer?Dat wordt een beetje bizar.De voorzitter:Ik heb geen voorvrouw. U bedoelt waarschijnlijk de voorvrouw van deheer Pierik.De heer Pierik (BBB):De BBB is vooral voor meten is weten, dus als wij op basis van hardemeetresultaten komen tot duidelijke conclusies aangaande de waterkwa-liteit, dan is dat de waarheid. Bij de kritische depositiewaarde en de KRWhebben we te maken met modellen. In die modellen zitten wat aannames.Daar kun je gerust vraagtekens bij zetten.De voorzitter:Dan mevrouw Vedder. Er komt overigens geen tweede termijn; dat u datalvast weet. Dat gaan we niet halen. Dat moet u voortaan dan maaraftikken in de procedurevergadering, meneer Grinwis. Toen ik hier alsKamerlid begon, deden we over dit soort debatten vier tot zes uur. Danplanden we geen drie uur in. Dit is uw eigen schuld.Mevrouw Vedder (CDA):Ik hoorde de heer Pierik een aantal oplossingsrichtingen aandragen. Maarvoor een nieuwe derogatie hebben we Brussel nodig. Voor RENUREhebben we Brussel nodig. Voor de aanpassing van de stikstofwet hebbenwe dit huis nodig. Nou ben ik toevallig ook nog boer en mijn boerenin-stinct zegt mij dat we dat niet voor september dit jaar hebben gefikst. Alsik het even plat sla, heb ik in september nog maar twee keuzes. Ik krijgmezelf niet ingevochten op de mestmarkt, want dat hebben wij nooithoeven doen en ik sta helemaal achteraan in de rij met potentiële nieuweklanten. Ik heb straks dus maar twee opties: koeien naar de slacht of eenmilieudelict begaan. Wat zou de heer Pierik mij adviseren om te doen?De heer Pierik (BBB):Ik adviseer om geen van tweeën te doen. Ik heb mevrouw Vedder ookweleens horen roepen: alleen mijn koeien zijn zwart-wit; de wereld is datniet. Ik kan tussen deze twee dus echt niet kiezen. Ik denk dat hetverstandig is om op 25 april het mestdebat te voeren. We komen dan meteen aantal maatregelen die wat meer lucht in die mestmarkt kunnenpompen. Het kan dan zomaar zijn dat die mestkelders bij jullie beginseptember niet meer vol zitten, en dat er gewoon weer een start gemaaktkan worden met het winterseizoen.Mevrouw Vedder (CDA):Ik waardeer dat de heer Pierik zegt dat hij niet kan kiezen tussen die twee;dat kan ik namelijk ook niet. Maar de realiteit is dat ik moet kiezen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166225 verheug me op 25 april, niet in de laatste plaats omdat het mijnverjaardag is. Het is leuk dat de hele commissie dan op mijn verjaardags-feestje komt. Ik ben brandend nieuwsgierig naar de oplossingen die deBBB tussen nu en twee weken gaat aandragen. Maar ik voorspel u: dit zijnde twee keuzes waartussen ik straks een besluit moet maken. Ik houd mijnhart daarvoor vast.De heer Pierik (BBB):Het gaat niet alleen om het veehouderijbedrijf van de familie Vedder inDrenthe; het gaat natuurlijk om zo’n 14.000, 15.000 melkveebedrijven inNederland die het water gewoon aan de lippen staat. Mijn zorgen gaan uitnaar de bedrijven die hun mestkelders gewoon hartstikke vol hebbenzitten, die duizenden, tienduizenden euro’s extra moeten uitgeven aan deafzet van mest. We willen daar echt een oplossing voor vinden. Er is weleen aanzet gemaakt met de brief van Minister Adema, maar het is nogniet voldoende. Het is nog niet een pakket waarvan ik denk: dat is deoplossing voor de mestmarkt.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):25 april wordt een magische datum waarop alles is opgelost. Is dat ook dedatum waarop de formerende partijen het eens zijn over wat er dan welmoet gebeuren?De heer Pierik (BBB):Dat is een interessante vraag. Ik denk dat mevrouw Bromet het mij nietkwalijk neemt dat ik daar geen antwoord op geef.De voorzitter:Dat was haar laatste interruptie. De Ministers krijgen het dadelijk dusrustig. Die kunnen een uurtje gaan apenkooien, want er zijn bijna geeninterrupties meer over. Meneer Holman, u wilde iets vragen?De heer Holman (NSC):Meneer Pierik citeerde meneer Remkes die zei: ik heb de wanhoop in deogen van de boeren gezien. Bent u zich er wel van bewust dat dewanhoop van boeren misschien wel drie keer groter is dan Remkes heeftgezien? Ik krijg er toch een beetje de kriebels wanneer u zegt dat er300.000, 400.000 zijn ...De voorzitter:Nee, via de voorzitter.De heer Holman (NSC):Meneer de voorzitter, ik krijg een beetje de kriebels van die illusie; dat errichting de sector wordt gezegd dat we in september wel plek kunnenvinden voor die 300.000, 400.000 auto’s mest. Die plek is er gewoon niet.De heer Pierik (BBB):Goed, dat zullen we zien. Ik zie ook die wanhoop in de ogen van deboeren. Ik kom ook ontzettend vaak op boerenerven. Ik weet hoe het is om€ 40.000, € 50.000 per jaar eigenlijk weg te gooien, want voor mestafzetkrijg je niks terug. Het enige wat je terugkrijgt, is dat je nog even verderkan boeren en dat je mestkelders niet overstromen. Eigenlijk deel ik diezorg dus wel met, denk ik, alle mensen die hier aan tafel zitten. Wijhebben echt de overtuiging dat we, op het moment dat het kan, niet aanéén knop, maar aan alle knoppen moeten draaien om er wat meer lucht inte pompen. Ik hoop dat we dat met de formerende partijen kunnenoplossen.De heer Holman (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166226 Ik wacht 25 april af.De voorzitter:Dat tel ik niet als een interruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De heer Pierik gebruikt heel veel woorden, maar zegt uiteindelijk vooral:«Ja, we hebben afspraken gemaakt. Maar dat zijn slechts afspraken. Ik gaer alles aan doen om onder die afspraken uit te komen.» Ik wens deandere formerende partijen heel veel succes. Maar hij zei ook iets andersinteressants, namelijk dat we aan allerlei knoppen moeten draaien en allesmoeten doen om die boeren te helpen. Nou vraag ik me af of hij bereid isom het OM serieus te nemen, dat letterlijk zegt: de Nederlandse veestapelmoet inkrimpen om grootschalige mestfraude aan te kunnen pakken. HetOM roept al jaren dat de mestfraude zo groot is dat inkrimping van deveestapel de enige manier is om het aan te kunnen. Volgt de BBB hetadvies van het OM hierin?De voorzitter:Dat waren ook twee interrupties.De heer Pierik (BBB):We zien natuurlijk in de landbouwsector dat de veestapel al tien jaar aanhet krimpen is. We hebben inmiddels nog iets meer dan 10 miljoenvarkens. Dat is al een behoorlijke krimp, want we hadden er ooit 15miljoen. Ook andere veestapels zijn echt aan het krimpen. Die autonomekrimp zal ongetwijfeld wat gaan toenemen, met name als het gaat om deplannen die er zijn omtrent de vrijwillige opkoop. In die zin snap ik dezeontwikkeling.De heer Van Campen (VVD):Collega’s hebben het al gezegd, maar we zullen het debat verder voerenop 25 april. Maar waar ik oprecht bang voor ben – ik heb het eerder in deplenaire zaal zo genoemd – is dat we een treinramp in slow motion op onsaf zien komen. Ik ben heel erg bang dat als wij straks een jaar verder zijn,we met elkaar terugdenken aan dit debat en zeggen: toen hebben we hetal met elkaar geweten en besproken. Mevrouw Vedder zet vanuit haarboerenervaring scherp neer wat de keuze betekent aan die keukentafels.De heer Pierik doet in de reactie op mevrouw Vedder maatregelen voorvoorstellen waarbij ik denk dat u, mevrouw Vedder, straks in september demestkelders leeg heeft en verder kunt. Dat soort uitspraken verplicht bijnatot het meenemen van deze commissie in de ideeën waaraan de heerPierik denkt. Ik snak er echt naar, want ik zou ook het liefst de brief van deMinister door de shredder willen halen. Ik hoop ook dat het niet nodig isomdat we het op een andere manier wel bereiken, maar ik vrees dat wegeen alternatief hebben. Ik zou de heer Pierik dan willen vragen of hij tochergens een tipje van de sluier kan oplichten. Waaraan moet dezecommissie dan denken? Want dan kunnen we ons daar ook in aanloopnaar 25 april op voorbereiden.De voorzitter:Een kort en klein tipje van de sluier, meneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Toch ga ik dat niet doen.De voorzitter:Oké, dan gaan we verder.De heer Pierik (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166227 Nou ja, ik wil er nog wel iets meer over zeggen. Ik vind wel dat meneerVan Campen terecht aangeeft dat die zorg groot is en dat hij hier zelf eenbeetje met een zwaar gemoed zit. Zo zit ik hier ook. Het is niet zo dat ikdenk dat we een eenvoudige klus te klaren hebben. Het is echt eenontzettend ingewikkeld vraagstuk. Ik hoop niet dat ik de indruk heb gewektdat mevrouw Vedder in september de mestkelders helemaal leeg heeft endat ze gewoon verder kan. Dat is gewoon een hoop geweest die ik hebuitgesproken. Het is wel echt een hele ingewikkelde kwestie. Ik vind – ikzei dat net ook al – dat we niet moeten doen alsof we het maar even gaanfiksen met elkaar. Ik denk dat het van beide Ministers veel inspanningenvergt. Het vergt ook veel inspanningen van ons, commissieleden, om heelcreatief na te denken. Misschien moeten we wel even een benen-op-tafelgesprek met elkaar hebben over met welke knoppen we de meestewinst kunnen boeken.De voorzitter:Meneer Pierik, u mag uw betoog vervolgen. U heeft nog drie minuten.De heer Pierik (BBB):Voorzitter, ik heb al heel veel van mijn betoog geroepen, dus het wordteen beetje een korter verhaal.Veel maatregelen die de afgelopen jaren over de Nederlandse boeren zijnuitgestort, zijn rechtstreeks te herleiden naar doelen en afspraken dievastgesteld zijn op Europees niveau. Het is van belang om dit te erkennen.De BBB is dan ook wel kritisch op de nieuwe stalorders vanuit Brussel,omdat hierdoor de landbouwsector vaak geconfronteerd wordt met nogmeer onzekerheid. Maar de schuld ligt niet alleen bij de EU. Nederland issoms ook wat laks geweest bij het tot stand komen van Europese wetten.Nederland reageerde zelf niet altijd adequaat op afspraken. Nederlandoverzag vaak te laat wat de gevolgen waren van Europese afspraken. DeBBB is waar nodig voor Europese afspraken, maar die afspraken moetenwel uit te leggen zijn en er moet van tevoren goed gekeken worden naarde gevolgen voor de boeren. Alleen als je beleid kan uitleggen, hetuitvoerbaar is en het betaalbaar is, werkt dit ook. Zo kom je tot eendoeltreffende aanpak.Voorzitter. De inzet van de Minister binnen de EU moet wat ons betreftgericht zijn op het creëren van een robuust verdienmodel voor agrariërsen vissers waarbij verduurzaming en economische haalbaarheid hand inhand gaan. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de transitie naar eenduurzame landbouw en visserijsector niet alleen ecologisch verantwoordis, maar ook economisch levensvatbaar voor onze ondernemers? Het isvan vitaal belang dat de overgang naar duurzaamheid niet leidt totfaillissementen onder onze boeren, maar juist tot een levensvatbaarbedrijfsmodel. Ik zeg bewust «van vitaal belang», omdat het eenverankerd feit is dat voedselzekerheid gelijkstaat aan vrede, zoals degrondleggers van de EU ook hebben begrepen.Voorzitter. Ik wilde de Minister nog GLB-vragen stellen, maar die heeft deheer Holman al gesteld, dus die laat ik maar even zitten. Dan wil ik nogeen vraag stellen over de complexiteit van de gecombineerde opgave.Vorig jaar hebben boeren de gecombineerde opgave ingevuld metondersteuning van heel veel dure adviseurs. Dit had natuurlijk vooral temaken met de eco-regeling en allerlei kinderziektes in het systeem. Kan deMinister toezeggen dat hij alles op alles zet om het invullen van degecombineerde opgave verder te vereenvoudigen met als doel dat boerendit weer vol vertrouwen en zonder angst voor verkeerde vinkjes zelfkunnen invullen?Voorzitter. De rol van Nederland in Brussel is van cruciaal belang. Wemoeten actief deelnemen aan het vormgeven van het beleid, dat directvan invloed is op onze agrarische sector. Ook moeten we ons actiefbezighouden met handelsbeleid. Oneerlijke concurrentie door goedkopeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166228 import die de positie van onze boeren verzwakt en de markt verstoort,moeten we actief tegengaan. Hoe staat het met het Mercosur-verdrag?Voorzitter, ten slotte. Laten we streven naar een evenwicht tussen deeconomische welvaart, de ecologische duurzaamheid en de socialevaardigheid in onze landbouw- en visserijsector. Laten we niet vergetendat ons voedsel niet alleen een bron van inkomsten is, maar ook eenfundament in onze samenleving. Het is onmisbaar voor een gezond leven.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Pierik namens de BBB. Geachte afgevaardigdeGrinwis, ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Het is crisis op het platteland, mestcrisis. Die wordtnog niet door iedereen even hard gevoeld, maar veel gewone grondge-bonden gezinsbedrijven staat de mest tot aan de lippen. Het is goed datde Minister voortvarend en grondig aan de slag is gegaan met deuitvoering van de motie-Van Campen c.s. en mijn motie om alles op alleste zetten om een generieke korting op fosfaatrechten te voorkomen,bijvoorbeeld door de afroming te verhogen. Het klinkt als een aanpak metals motto: doen wat nodig is, met realiteitszin. Dat gaat ook over Brussel,wat niet wegneemt dat de Nitraatrichtlijn zoals die er nu uitziet natuurlijkeen stupide richtlijn is.Tegelijk neemt het de zorgen van boeren en vele fracties hier niet weg,ook niet die van de mijne. Ten eerste vind ik het niet uit te leggen dat ergeen gewasderogatie in zicht is, ondanks dat ik de context heel goedsnap, zoals ook al door de collega’s is geschetst. Ten tweede weet ik nietof dit pakket er uiteindelijk voor zal zorgen dat een jonge generatiegrondgebonden melkveehouders de moed weer heeft of krijgt om dieprachtige roeping op zich te nemen. Kan de Minister op beide aspecteningaan in zijn termijn? Ik hoef overigens geen nieuwe brief voor 25 april,zoals al even door collega Bromet werd gesuggereerd, en ook geenprocesbriefje, tenzij er echt iets nieuws te melden is. De brief plus bijlagedie we van de Minister hebben gekregen is wat mij betreft glashelder. Deverhouding in de nieuwe coalitie is inmiddels ook glashelder: drie partijenwillen op tijd voor de muur remmen, maar die ene stopt, zo lijkt het wel,de kop in de mest en scheurt met 130 op de muur af.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Welke dan?De heer Grinwis (ChristenUnie):Die heeft nogal veel B’en in de naam. Maar het lokt verder geen inter-ruptie uit, dus ik ga door.Voorzitter. We plukken op veel terreinen de vruchten van het Europeselandbouwbeleid. Tegelijkertijd is het GLB, het gemeenschappelijklandbouwbeleid, een knellend keurslijf. Verbeteringen zijn nodig en ookmogelijk. Blijft de Minister er in Europa op hameren dat het niet passendis om dezelfde normen op te leggen aan alle EU-lidstaten terwijl diegeografisch zo verschillend zijn? Denk ook aan de bodem en het gebruikdaarvan. Of staan we na de draai wat betreft de Natuurherstelverordeningin plaats van 3–0 nu 10–0 achter? Wat merken beide Ministers in hun werkin Brussel van die draai, bijvoorbeeld in de omgang met de EuropeseCommissie?We zien nu dat onder druk van boerenprotesten in verschillende landenvan de Europese Unie de koers wordt bijgesteld. Het besef groeit bij deCommissie dat boeren in staat moeten zijn om aan de eisen van hetgemeenschappelijk landbouwbeleid en milieu en klimaatbeleid tevoldoen. Biedt dat groeiende besef ook niet kansen om bij de CommissieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166229 en de overige lidstaten meer draagvlak te winnen voor meer maatwerk,ook voor ons land, of niet?En wat betekenen de doorgevoerde versoepelingen precies? Ik geef eenvoorbeeld. Europa stelt de eis dat er een zeker aandeel aan rustgewassengeteeld wordt. Dat is een prachtig principe dat zijn basis in wezen al heeftin de landbouwvoorschriften in het Oude Testament. Maar al te striktetoepassing van de regels leidt nu tot problemen. Door het natte najaar envoorjaar zijn er nauwelijks rustgewassen ingezaaid. Toen de wintertarwegezaaid moest worden, lagen op veel akkers de aardappels nog teverzuipen op het land. En toen de afgelopen weken de zomertarwe ofzomergerst moest worden ingezaaid, was het nog steeds te nat. Volgensde normen van kalenderlandbouw voldoen de boeren niet aan de regelsals ze nu bijvoorbeeld zouden overstappen op het inzaaien van mais meteen groen ondergewas. Vanuit een goede landbouwpraktijk zou dat eenlogische oplossing zijn. Vindt de Minister dat ook niet? Of moeten al dieakkerbouwers nu dan maar kiezen voor groene braak en maximaalrundveedrijfmest uitrijden, hetgeen nu een lucratieve bezigheid voor henis?De voorzitter:Er is een interruptie van meneer Van Campen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nog één zinnetje, voorzitter.De voorzitter:Zeker.De heer Grinwis (ChristenUnie):Wat is leidend voor de Minister na de aanpassingen in Brussel, dekalender, het weer of de werkelijkheid?De heer Van Campen (VVD):De heer Grinwis verwees naar de toegeeflijkheid van de zijde van deEuropese Commissie. Er zijn nu geluiden die er in aanloop naar deEuropese verkiezingen een beetje op gokken dat er een andere wind gaatwaaien in Brussel. Denkt de heer Grinwis dat ook? Gokt hij erop dat, als erstraks een andere wind gaat waaien in Brussel, dan de regenboog aan dehemel zal staan?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor deze vraag. Als je kijkt naar 6 juni, dan dreigt dan wel gloort,afhankelijk van je perspectief op de werkelijkheid, een ruk naar politiekrechts. Ik wil de partij van de heer Van Campen en de andere coalitiepar-tijen niet beledigen, maar mijn ervaring met rechtse politici in Europa isdat ze nog beter gaan zorgen voor hun eigen land en niet zozeer eenboodschap hebben aan andere landen. Iedere koe die in Nederlandverdwijnt, zal in Polen met vreugde worden opgewacht. Ik denk niet dateen ruk naar rechts op en na 6 juni de gewenste consequenties heeft voorhet terugkrijgen van de in mijn ogen ten onrechte teloorgegane derogatie.De heer Van Campen (VVD):De onvriendelijke beschouwing van de heer Grinwis over rechtse politiekdaargelaten, neig ik het met hem eens te zijn. Dat zien we nietwaarschijnlijk straks na de verkiezingen, maar dat hebben we deafgelopen jaren ook gezien. We weten dat er een zeer, zeer, zeer rechtseEurocommissaris uit Polen op het landbouwdossier zit. Wat heeft deNederlandse agrarische sector daar de afgelopen jaren van gezien? Is deheer Grinwis het met mij eens dat we beter onze eigen zaakjes inNederland op orde kunnen hebben en dat we moeten voorkomen dat weTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166230 afhankelijk zijn van politici die misschien eerst naar de belangen in huneigen land kijken in plaats van dat ze genegen zijn om Nederlandseboeren te helpen?De voorzitter:U hebt nu ook geen interrupties meer.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ben het gewoon zeer met de heer Van Campen eens. We hebben nietvoor niks eerder gezamenlijk die analyse gemaakt en gezamenlijk dehanden ineengeslagen om de realitycheck niet nog langer uit te stellen enniet steeds maar te zeggen: Minister, gaat u nog eens naar Brussel.Misschien hadden we moeten zeggen: Minister, ga nog eens op de trekkernaar Brussel. Wie weet maakt dat meer indruk. Uiteindelijk kun je tien keermet de Commissarissen Sinkevicius en Wojciechowski en weet ik hoe zeallemaal mogen heten gaan praten, maar het verandert geen sikkepit aande derogatie. Dat frustreert mij, want de wetenschappelijke rapportenover wat dierlijke mest doet op een akker met gras, zijn evident. Maar alsland als geheel voldoen we al jaren niet aan de Nitraatrichtlijn, deKaderrichtlijn Water, en de Vogel- en Habitatrichtlijn. We hebben jarenlanggeen boodschap gehad aan het feit dat wij in Nederland tegen de grenzenoplopen van wat uiteindelijk de aarde kan dragen. En daar zit het beginvan de oplossing. Dat betekent een realitycheck hier in dit huis, in dezeKamer, in deze zaal.De heer Pierik (BBB):Ik heb toch ook nog even een vraag aan de heer Grinwis. Hij zegt dat erpartijen zijn die de kop in de mest steken. Volgens mij doelt hij dan eenbeetje op de BBB.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, ik heb ...De heer Pierik (BBB):Dat mag hoor. We nemen dat ook niet helemaal zo serieus. Volgens mij isdat ingegeven doordat de heer Grinwis vindt dat er in Europa niet meer zovreselijk veel te verhapstukken valt. Vervolgens heeft hij het dan wel weerover een gewasderogatie. Hoe wil de heer Grinwis die gewasderogatiedan regelen?De heer Grinwis (ChristenUnie):Kijk, de ChristenUnie is natuurlijk een partij die wonderen nooit uitsluit.(Hilariteit)De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat ten eerste. Ten tweede doe ik gewoon een realitycheck op basis vanwat er in Brussel mogelijk is versus hoe ik zelf in de wedstrijd zit. Ik vinddat derogatie – gewasderogatie is een slimmere vorm van derogatie, denkik – heel goed te verdedigen is. Dat is heel goed te verdedigen vanuitmilieukundig perspectief. Ik vind namelijk zelf dat je niet vanuit gebruiks-normen en middelen moet denken, maar vanuit doelen en dus vanuitverliesnormen. Dat was ook de basis onder het, door een Europeserechterlijke uitspraak teloorgegane, MINAS. Hoe ik zelf in de wedstrijd zitis heel interessant voor mijn collega’s om te horen en te weten, maar hetzal niks veranderen aan de situatie in Brussel. Het zal pas kunnenveranderen als wij zelf laten zien en aantonen dat wij de diverse richt-lijnen, soms al uit de jaren zeventig, bloed- en bloedserieus nemen en onsdaar een beetje aan gaan houden. Ik heb ze al genoemd: de Vogel- enHabitatrichtlijn, de Nitraatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water en zo kan ik nogTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166231 wel een eindje doorgaan, maar daar begint het! Dat betekent helaas datwe pijnlijke maatregelen moeten nemen, maatregelen die we veel te langhebben uitgesteld. Dat moet gepaard gaan met flankerend beleid. Daaromis zo’n beëindigingsregeling zo gek nog niet. Het moet ook gepaard gaanmet perspectief, zodat een jonge generatie die de roeping voelt om boerte worden, die roeping ook kan uitvoeren en we over twintig jaar niet meteen desolaat platteland zitten opgescheept.De heer Pierik (BBB):Ik heb nog twee aanvullende vragen. Een gaat over de KaderrichtlijnWater. Ik snap dat er zorgen zijn over of we de doelen dan wel of niethalen. Maar als het gaat om de Kaderrichtlijn Water en de waterkwaliteit,wil ik eigenlijk wel graag een antwoord op de vraag welke impact delandbouw op de waterkwaliteit heeft. En eenzelfde vraag: welke impactheeft de stikstofuitstoot op de instandhouding van de natuur?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ben heel erg bezorgd dat het teloorgaan van de derogatie een schot ineigen voet van de Europese Commissie zal blijken te zijn, omdat degrondwaterkwaliteit en de oppervlaktewaterkwaliteit minder goed zullenblijken te zijn dan voordat de derogatie verdween. Nu dreigt graslandnamelijk inderdaad om te worden gezet in bouwland en gaat daaropbijvoorbeeld sierteelt plaatsvinden, waarmee de waterkwaliteit uiteindelijkniks opschiet. De consequenties van wat er nu gebeurt, kunnen dusweleens precies het tegenovergestelde zijn van wat we met z’n allenhopen. Maar met mijn antwoord geef ik tegelijkertijd ook aan dat hetinderdaad met gewasbeschermingsmiddelen en mest te maken heeft,maar ook met medicijnresten. Die laatste heb ik eerder al het «kernafvalvan een vergrijzende samenleving» genoemd. Het is dus en-en-en. Jemoet het allemaal onder ogen zien en allemaal bij de bron willenaanpakken. Dat geldt ook voor stikstof. Natuurlijk zijn er heel veeldrukfactoren. In een tijd van klimaatverandering is droogte een drukfactor,en ook de verzilting die daarmee samenhangt. Maar ook stikstof is dat inons land met een hoge veedichtheid en met name ook ammoniak. Het isniet verstandig en realistisch om altijd maar op één of twee oorzaken tewijzen en met een grote boog om die andere heen te lopen. Dus ik doeeen oproep aan de BBB: alsjeblieft, wees realistisch, wees nuchter enwees op die manier echt een partij voor het platteland.De heer Pierik (BBB):Ik ben blij dat de heer Grinwis in ieder geval ook aangeeft dat er meerderepartijen nodig zijn om bijvoorbeeld die waterkwaliteit beter te maken, nietalleen de landbouw, maar ook de geneesmiddelen en de industrie. Het zijnallemaal actoren die invloed hebben op die waterkwaliteit. Ik denk dat hetnog een stuk kan verbeteren, als we er met z’n allen, niet alleen deboeren, keihard aan gaan werken.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik zie vol verwachting uit naar de plannen die mijn collega Pierik gaatpresenteren op 25 april of een paar dagen daarvoor. Ik zie vol verwachtinguit naar het hoofdlijnenakkoord en ik ga er zomaar vanuit dat het een heelrealistisch verhaal wordt vol toekomstperspectief voor iedereen, waarbijwe de problemen, die soms hardnekkig en zwaar zijn, onder ogen zien.De voorzitter:Eerst de heer Flach en dan het lid Kostic´.De heer Flach (SGP):Ik zit te genieten van de liefde waarmee de heer Grinwis de derogatieverdedigt als een logisch instrument. Des te opmerkelijker is het dat hijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166232 zijn strijdlust om die te behouden of terug te krijgen, begraven lijkt tehebben. Ik vraag via de voorzitter aan meneer Grinwis of het niet raar isdat op het moment dat Nederland keer op keer de doelen niet haalt, dereactie van de Europese Commissie is dat je die derogatie – die daar dusniks aan gaat bijdragen – niet meer krijgt. Dan dringt toch zich het beeldop dat mevrouw Podt gaf – dat herkennen wij voor een deel ook wel, denkik – van hoe je in de opvoeding omgaat met een puber. Daarbij zit er geenrationaliteit meer in de maatregelen die je neemt, maar daarbij zeg jesoms gewoon weleens: het moet, omdat ik het zeg. Dat gevoel bekruipt,denk ik, velen in deze commissie. Daarom moeten we elkaar niet de maatnemen om het enthousiasme van dit pakket nu alvast te gaan uit... Daarwaar anderen die strijdbaarheid nog niet begraven hebben, vraag ik aande heer Grinwis of hij bereid is daar ook nog voor te blijven strijden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, natuurlijk. Zoals Minister Schouten in het verleden diverse keren naarBrussel is getogen om een volledig nieuwe derogatie te verkrijgen, zoalsMinister Adema en ook Minister van der Wal en andere bewindspersonenherhaaldelijk naar Brussel zijn getogen om de huidige derogatiebe-schikking te verruimen en om te kijken wat er nog meer mogelijk is, zomoeten we blijven strijden. De Nitraatrichtlijn, die van Gibraltar tot demeest noordelijke stad in Finland dezelfde mal aan Europa oplegt, vind iknamelijk mesjogge. Ik kan dat vanuit klimaat, bodem en gewas nietuitleggen. Maar het is wel zo. En 2026 is niet pas over tien jaar of overtwintig jaar, dat staat voor de deur. Mevrouw Vedder heeft het algeschetst: dit najaar leidt het tot een verschrikkelijk dilemma. Dan moetenwe in de tussentijd wel handelen met als perspectief dat we voorlopiggeen nieuwe derogatie hebben en ook geen verlenging van de afbouw.Dat strijdbare staat dus niet in de weg van nu een realistisch plan in jeeigen land te maken, zoals de Minister dat heeft gedaan op verzoek van deKamer, onder andere van de SGP.De heer Flach (SGP):Dan kunnen we best wel dicht bij elkaar komen, denk ik. We moeten op dekorte termijn iets doen, maar ik hoor de heer Grinwis eigenlijk ook zeggendat ieder pakket waarin een nieuwe derogatie ontbreekt, niet eencompleet pakket is. Ik wilde even checken of ik dat goed begrepen heb.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, maar een vogel in de lucht gaat geen enkele melkveehouder helpen, in2024 niet, in «25 niet en in «26 niet. Eind «26 is het voorbij met de huidigeafbouw. Dus ja, natuurlijk mag in elke brief staan: dit kabinet en hetvolgende kabinet blijven strijden in Brussel. Desnoods gaan we daar metik weet niet hoeveel kabinetsleden heen en gaan we daar net zo lang voorde deur van de Europese Commissie liggen tot het geregeld is. Ja,natuurlijk, maar dat ontslaat ons niet van de plicht om ondertussen tehandelen. Dat is wat we nu eindelijk moeten doorhebben. Daarom raak ik,net als de heer Holman, een beetje getriggerd door collega’s of bijvoor-beeld, zoals de heer Holman ook zei, sommige prominente leden van deLTO, die net doen alsof we nog eens een keer kunnen studeren en nogeens een keer ons best kunnen doen, terwijl straks aan het eind van hetliedje dezelfde maatregel als op 2 juli 2015 dreigt, namelijk een generiekekorting. En wat het ergste is voor de sector, is nog een keer een generiekekorting. Dat vinden we Kamerbreed.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Laat ik op het positieve gedeelte van het betoog van de ChristenUniefocussen, namelijk dat we echt nu in actie moeten komen, dat het nietgoed gaat met ons water, onze bodem en onze natuur, en dat we daaromdie stappen moeten nemen. Ik reflecteerde daar net ook al op bij de heerTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166233 Holman. We hebben natuurlijk al een tijdje, ook vanuit het ministerie,leren werken met een select aantal partijen vanuit de landbouwsector.Keer op keer blijkt dat zij het ministerie en de boeren de verkeerde kant opsturen. Mijn concrete vraag aan de ChristenUnie is: is de ChristenUniebereid om de Minister aan te moedigen om koplopers zoals die staanonder bijvoorbeeld het Groenboerenplan, de Caring Farmers, veelproactiever aan tafel uit te nodigen als het gaat om de vervolgstappen,om te inspireren en om te motiveren? Want ik hoor uit die hoek dat zeeigenlijk bijna moeten smeken om constant gehoord te worden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, daar kan ik volmondig positief op reageren. Ik vind het belangrijk datde Minister van Landbouw zich zowel onderhoudt met partijen alsAgractie, met het peloton, waar trouwens ook veel koplopers in zitten,zoals LTO, als met een partij als Caring Farmers. Bij mijn weten doet deMinister dat ook. Dat ten eerste.Ten tweede. De huidige middelvoorschriften maken het juist zo moeilijkom in het beleid koplopers te honoreren. Dat is juist de ellende van diemiddelvoorschriften, die niet zonder Brusselse richtlijnen over onsworden uitgestort. Dat maakt het juist zo moeilijk. Dat frustreert koplopersen beloont koplopers ook niet. Dat heeft deels te maken met de omslagdie we willen maken naar doelsturing en een stoffenbalans, zodat je op jebedrijf zelf maximaal wordt getriggerd, maar ook wordt beloond omdoelen op het gebied van natuur, milieu et cetera te halen.De voorzitter:Het lid Kostic´ heeft geen interrupties meer, want er was net een dubbele.Meneer Grinwis heeft nog ongeveer 27 seconden voor een nabrander ofzoiets.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. De vraag over rustgewassen heb ik volgens mij gesteld. Overde eco-regeling hebben we, naar aanleiding van mijn motie, van deMinister een analyse gekregen van het gebruik en het doelbereik.Daarmee is deel één van de motie uitgevoerd, maar de verbeteringen dieop basis van die analyse doorgevoerd gaan worden, heb ik nog gemist.Kan de Minister dat toelichten? Dan sla ik de handelsverdragen over. Iksluit me aan bij de BBB. De visserij heeft misschien nog wel meer last vanBrussel dan de landbouw. Mijn laatste vraag is wanneer de pulskorterugkomt.De voorzitter:Dank u wel, meneer Grinwis namens de ChristenUnie. Mevrouw Veddervan het Christen Democratisch Appèl, alstublieft.Mevrouw Vedder (CDA):Dank, voorzitter. Ook ik begin toch stiekem over mest. Dat heeft ook eenEuropese component, dus ik vind dat dat best mag. Ik ben het ontzettendeens met collega Grinwis dat er een graslandderogatie zou moeten zijn.Als het helpt, zou ik bij dezen de Minister willen aanbieden: als hij nog eentrekker zoekt om wat op te halen in Brussel, dan heb ik er nog wel eentje.De vraag die ik vandaag wil stellen, is als volgt. Ik vind dat de brief die ernu ligt dit probleem nog teveel aanvliegt alsof het uitsluitend eenfinancieel probleem zou zijn, alsof liquiditeit het grootste probleem is.Maar we hebben straks ook een heel reëel fysiek probleem; dat heb ik netook al geschetst. Ik zou de Minister dit graag willen vragen. Ik probeerconstructief te zijn, dus ik hoop op een doorwrocht antwoord. Dat hoeftniet per se vandaag, maar dat mag ook over twee weken. Ik wil heel graagweten wat de consequenties zijn op het moment dat wij gaan constaterendat wij niet hebben kunnen voldoen aan de derogatievoorwaarden, omdatTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166234 we de mest domweg nergens fysiek een plek hebben kunnen geven. Watstaat ons dan te wachten? Wat staat de boeren te wachten? Ik hoorsommigen vrij makkelijk praten over «nou ja, dan sturen we maar aan opeen infractieprocedure». Ik wil heel graag van de Minister weten wat datdan behelst. Wat voor risico’s zitten daarachter? Ik heb het gevoel dat daarte makkelijk over wordt gedacht. Dus dat als eerste, voorzitter.De tweede vraag die ik graag wil stellen, gaat over de jongeboerensubsi-dieregeling. Ik ben natuurlijk heel verheugd dat we die 63 miljoen hebbenkunnen toevoegen aan deze regeling en dat we jonge boeren kunnenhelpen in de belangrijke stap voor het starten van hun bedrijf. Mijn vraagis: hoe gaan we nu voorkomen dat subsidies die wij hier opentrekken,uiteindelijk verdampen en in de zak van een ander eindigen? Datoverkomt ons om de haverklap. Dat zeg ik even specifiek, omdat ik in debrief over de mestcrisis de suggestie heb gelezen dat er bij het effect vanhet afromen bij de verkoop van productierechten wordt gekeken naar deimpact op jonge boeren en dat die vestigingssteun daar wellichtverlichting in zou kunnen bieden. Dat is nou net precies wat ik niet wil. Diesubsidie, inclusief die 63 miljoen, is namelijk bedoeld om boeren eengoeie start te geven en niet om het probleem van anderen af te moetenkopen.Het derde punt dat ik graag zou willen maken, gaat over GLMC’s. Ik zagstaan dat we bij uitzonderlijke weersomstandigheden periodes entijdslimieten aan kunnen passen, om te voorkomen dat we maatregelengaan uitvoeren die vanwege weersomstandigheden niet te doen zijn. Daarben ik natuurlijk een voorstander van, maar het is in de kern wel pleistersplakken op wat in de kern kalenderlandbouw is. Volgens mij heb ik in elklandbouwdebat dat ik tot nu toe heb gedaan, gezegd dat ik grootvoorstander ben van kalenderlandbouw naar doelsturing bewegen. Dusook vandaag doe ik dat weer. Ik heb ook begrip voor de generiekeantwoorden die ik elke keer terugkrijg op mijn vraag, maar het schiet nogniet erg op. Dus ik ga vandaag mijn vraag specifieker maken, namelijk: iser ook een deelfactor denkbaar waar de Minister, wellicht samen met desector, over denkt «op dit stukje beleid zouden wij een pilot rondomdoelsturing kunnen loslaten»? Ik heb genoeg suggesties om te ontdekkenof het a werkt en b hoe het zit met de juridische houdbaarheid et cetera.Dat zou ik graag willen horen.Oei, voorzitter, ik ben bij de jonge boeren nog één vraag vergeten, dus ikskip weer even terug.De voorzitter:Nog vijf seconden.Mevrouw Vedder (CDA):O, wat vervelend, want hier staat: 4 minuten!De evaluatie van de VVK. Die evaluatie was vrij helder: het werkte niet. Datzag je ook aan de hoeveelheid aanvragers. Wat gaan wij nou met deleerpunten doen om te voorkomen dat we in de toekomst deze foutenblijven herhalen?De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Vedder namens het CDA. Meneer Flach van demannenbroeders van de SGP, alstublieft.De heer Flach (SGP):Voorzitter. Het is eenvoudiger om in het Europagebouw in Brusselambities en regels op te schrijven dan ze met de laarzen in de klei of ophet vissersschip uit te voeren. Als dit besef doordringt, zou er al eenwereld gewonnen zijn. Het eerste speerpunt van de regering is eengezonde markt met perspectief voor boer en visser, inclusief aandachtvoor plattelandsontwikkeling. Het tweede is de transitie naar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166235 duurzaam voedselsysteem. Voor mijn gevoel wordt voedselzekerheidalleen als bijzin genoemd – sommigen zeggen dat het weleens vergetenwordt – terwijl het cruciaal is, blijf ik maar benadrukken, dat bijvoorbeeldvruchtbare landbouwgronden behouden blijven voor voedselproductie,zeker nu er in Zuid-Europa sprake is van verwoestijning. Spanje werd indat kader al genoemd. Daar hebben we ons dus echt rekenschap van tegeven. Het GLB-, gewasbeschermings-, mest- en natuurbeleid moet hierrekening mee houden. Is behoud van vruchtbare landbouwgronden envoedselproductie een apart speerpunt? Zien de bewindslieden ook hetgeopolitieke belang hiervan?Ik noem ook het belang van voldoende visserij en gezonde eiwitten uitzee. Het was een fout dat eiwitten uit zee ontbraken in de Kamerbrief overde eiwittransitie. Ik roep de bewindslieden op om het belang vanvoldoende eiwitten uit zee zeker niet te vergeten bij hun EU-inzet.De eisen aan de landbouw en de visserij nemen hand over hand toe. Denkaan het klimaatbeleid, waarbij ook naar de landbouw en de visserijgekeken wordt. Tegelijkertijd is de inkomenssteun voor boeren gedaald enis vissers de voet dwars gezet door het pulskorverbod. Ziet de EuropeseCommissie dat er daardoor spanning zit op het verdienmodel van boerenen vissers? Dan zal het dus echt uit de markt moeten komen, maar hoedan? Ook daar zitten Europese regels namelijk soms in de weg.Ik kom terug op het klimaatbeleid. Zorgt het kabinet voor perspectief voorlandbouw en visserij? Breng de visserij niet onder het emissiehandels-systeem. Vandaag zijn daar namens een aantal partijen vragen overingediend. Leg de landbouw daarnaast ook geen onhaalbare doelen op.Binnenkort – het is niemand ontgaan – krijgen we het debat over debroodnodige mestaanpak. Gelet op de Europese component heb ik tochalvast een vraag. Een derogatie voor Nederland is goed te onderbouwen;we kunnen de bijdrage van de heer Grinwis daarover zo uitknippen enopsturen naar de Europese Commissie. Afschaffing van die derogatie gaatdus niet helpen voor de waterkwaliteit. Toch blijft Brussel ijzerenheinig,zoals ik het noem. Ze willen zelfs niet bewegen als het gaat omvoorstellen over gerichte derogatie voor blijvend grasland en grondge-bonden bedrijven, die nog beter te onderbouwen zouden zijn, terwijl denood zo hoog is en er onnodig kunstmest aangevoerd moet worden. Hoegeloofwaardig is in dat licht dan het klimaatbeleid dat de Europese Uniewil voeren?Om het even scherp te krijgen. Wanneer is het moment bereikt datNederland zegt: we trekken onze eigen lijn en laten het aankomen op eeninbreukprocedure? Er wordt gezegd – of er wordt mee gedreigd – datNederland met de dreigende tegenstem bij de Natuurherstelverordeningalle goodwill heeft verspeeld. Ik wil het graag omdraaien: wat hebben wegekregen voor onze eerdere positieve opstelling? Nul, niets. Zouden webijvoorbeeld de derogatie terug hebben gekregen als we wel haddeningestemd?Het is hoog tijd voor een aanpassing van het handelsbeleid en dehandelsakkoorden. We moeten geen producten binnenlaten die we zelfniet mogen produceren, zoals anderen ook hebben gezegd. Of we moetenin die akkoorden kwetsbare landbouwsectoren uitzonderen. Wordt hieropingezet?Tot slot, voorzitter. Het is goed dat de Minister inzet op het van tafelkrijgen van het pulskorverbod; ook de SGP gelooft in wonderen. Ik hebtwee aanvullende punten. Wat is zijn inzet om een werkbare aanlandplichtte krijgen? En wil de Minister er bij de Commissie op aandringen dat bijplannen voor uitrol van wind op zee ook ruimte geboden wordt voor devisserij?De voorzitter:Dank u wel, meneer Flach namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.Mevrouw Podt, Democraten 66.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166236 Mevrouw Podt (D66):Dank u wel, voorzitter. In mijn nieuwe rol als landbouwwoordvoerder benik enorm blij dat juist dit mijn eerste debat is, want als D66’er geloof iknatuurlijk sterk in de kracht van de Europese Unie en waar ze voor staat.Mijn inzet in dit debat, maar ook de komende periode als landbouw-woordvoerder, zal gericht zijn op het versterken van de positie van deboeren, zodat zij kunnen werken aan een duurzaam Nederland in Europa.Voorzitter. Je hoeft volgens mij geen landbouwexpert te zijn om te wetendat we flinke stappen te zetten hebben op vele opgaven. We spreken hierbinnenkort uitgebreider met elkaar over – verscheidene woordvoerderszeiden dat al – maar voor nu in ieder geval van mij complimenten aan deMinister voor zijn mestbrief. De boodschap is niet leuk, maar niks doen isdesastreus. Na jaren niets doen, zullen we nieuwe manieren moetenvinden om het verdienvermogen van boeren te verbinden met eengezonde natuur. Voor een groot deel ligt die sleutel in Europa.Met dat in het achterhoofd stuitte ik in mijn eerste duik in dit onderwerpop wat vragen. Het viel mij namelijk op dat je als grote boer veel geldkrijgt vanuit Europa, terwijl de duurzame en kleinere boer nauwelijkswordt beloond. Mijn vraag is hoe dat valt te rijmen met de duurzaamheid-sambitie van Nederland en van de EU, en met een gelijk speelveld. Mededoor deze gesubsidieerde intensivering neemt het aantal boeren aldecennia in rap tempo af. Tegelijkertijd is er in Nederland en in de EU veelophef over het verliezen van de traditionele boer, maar eigenlijk is dat dusallang de praktijk. Het verbaast me eigenlijk dat daar geen protesten tegenzijn. Wat wordt er nou in de EU gedaan om de halvering van het aantalboeren tegen te gaan, vraag ik de bewindspersonen.Mevrouw Vedder (CDA):Ik zou graag aan mijn collega van D66 willen vragen waar die tegen-stelling vandaan komt dat een groot bedrijf niet duurzaam zou zijn en dathet daarom een slecht idee is dat het meer subsidie ontvangt. De subsidieis afhankelijk van het aantal hectares dat onder een bedrijf zit. Eenbiologisch bedrijf kan ook heel groot zijn en dus veel subsidie ontvangen.Bovendien zit er in het GLB een component dat maakt dat hoe duurzamerje boert, hoe meer subsidie je ontvangt. Je zou dus zelfs kunnen zeggendat de constatering niet helemaal klopt en dat juist de duurzaamsteboeren ook de meeste subsidie ontvangen.Mevrouw Podt (D66):Nou, dat is niet helemaal waar. Ik snap op zich wel dat mevrouw Vedderhier een punt van maakt, want op zich zou een grote boer natuurlijk ookprima duurzaam kunnen zijn, maar het is natuurlijk wel zo dat deEuropese Unie speciaal geld geeft aan die hectaren. Dat betekentnatuurlijk niet per definitie dat je, als je groter bent, ook duurzamer zoukunnen zijn. Volgens mij spreekt dat elkaar niet per se tegen.De voorzitter:Mevrouw Vedder, u hebt geen interrupties meer. Mevrouw Podt kan haarbetoog dus vervolgen.Mevrouw Podt (D66):Dan ga ik door. Mijn vraag was dus wat er in de EU wordt gedaan om dehalvering van het aantal boeren tegen te gaan. Mijn partij pleit ervoor omhet publieke geld van de EU te gebruiken voor publieke diensten, voor dieboeren die in hun werk bijdragen aan een duurzame voedselvoorzieningof die daarnaartoe werken, en om de boeren binnen de kaders van denatuur vrij te laten om te ondernemen.Voorzitter. Ik ben me natuurlijk flink aan het inlezen op dit dossier. Ik hebook meegekeken met het debat over de Natuurherstelwet. Het valt me opdat we aan de ene kant keer op keer om uitzonderingen of uitstel vragen –Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166237 dat zei ik net ook al even – maar aan de andere kant afspraken nietnakomen en dat we dan boos of teleurgesteld reageren omdat het nietzou mogen van Brussel. Het is een beetje alsof je vijf keer te hard rijdt, vijfkeer een bekeuring krijgt van dezelfde flitspaal en vervolgens naar deflitspaal wijst als de grote schuldige.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik hoor mevrouw Podt van D66 zeggen dat het aantal boeren nietgehalveerd moet worden. Ik heb dertien jaar in de provincie gezeten. Daarheb ik debatten gevoerd waarin D66 verkondigde dat het aantal boerengehalveerd moet worden. Mijn vraag is dus of D66 er nou van overtuigd isdat we het aantal boeren in stand moeten houden. Of wil D66 nog steedshet aantal boeren halveren?Mevrouw Podt (D66):Volgens mij sluipt hier een beetje een misverstand in, want D66 heeftnooit beweerd dat het aantal boeren gehalveerd moet worden. Wehebben wel heel veel gesprekken gehad over het halveren van deveestapel.De voorzitter:Mevrouw Nijhof, er zit een verschil tussen boeren en vee.De heer Flach (SGP):Mevrouw Podt gebruikt een interessante metafoor: je moet niet naar deflitspaal wijzen als je vijf keer een bekeuring hebt gekregen voor te hardrijden. Maar is mevrouw Podt het met mij eens dat het dan ook wel raarzou zijn als je, om die snelheid af te remmen, het kinderzitje uit de autohaalt? Dat heeft volstrekt niets te maken met die snelheid.Mevrouw Podt (D66):In deze beeldspraak is dat inderdaad een beetje een vreemde, maarmisschien moet de heer Flach even precies toelichten waar hij nou opstuurt. Ik snap even niet hoe zich dat verhoudt tot het gesprek dat we nuhebben.De voorzitter:Dus even iets anders verzinnen dan het kinderstoeltje, meneer Flach.De heer Flach (SGP):Voorzitter, deze telt natuurlijk niet als een interruptie, want mij wordtgevraagd om iets toe te lichten.Ik verwijs ook naar de discussie die we net hebben gehad, dat derogatieeigenlijk een niet-logische maatregel is voor het verbeteren van dewaterkwaliteit, dus dat het ook een niet-logisch drukmiddel zou zijn als jevindt dat we niet aan de doelen hebben voldaan.Mevrouw Podt (D66):Ja, daar komt-ie dan weer. Ik zit me toch echt weer te verbazen vandaag.Misschien hebben de mensen die wat langer meelopen daar niet zo’n lastvan. Ik denk dat we hier heel lang of kort over kunnen praten, maar dit istoch een beetje een achterhoedegevecht? Zelfs als je zegt dat het je nietinteresseert wat Brussel vindt en dat we het gewoon nog een keertjemoeten proberen, moet onze focus toch uiteindelijk liggen op het ervoorzorgen dat we echt werk maken van de dingen we hebben afgesproken?Dat betekent dat we wat moeten doen aan de kwaliteit van het water enaan de kwaliteit van de bodem, want uiteindelijk, op de lange duur, is datook cruciaal voor de boeren.De heer Flach (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166238 Het zal collega Podt misschien verbazen, maar dat ben ik helemaal methaar eens. Maar dan moeten we, denk ik, ook toe naar maatregelen dielogisch navolgbaar zijn, ook voor boeren, en die ook individueel handels-perspectief bieden. Ik denk dat de discussie daarover mag blijven gaan,net zolang totdat die logica ook is bereikt. Ziet mevrouw Podt dat ook?Mevrouw Podt (D66):Ik wil over alles debatten voeren de komende tijd. Dat vind ik ookhelemaal prima, maar ik hoop dat we het als woordvoerders met elkaareens kunnen zijn dat de prioriteit – we hadden het net al heel lang overprioriteiten – nu echt even moet liggen bij de afspraken die we hebbengemaakt en waarvan we al die tijd hebben gezegd: zoek het allemaal maaruit, Brussel. Dat gaat gewoon niet langer. Niet alleen gaat de waterkwa-liteit achteruit, niet alleen gaat de kwaliteit van de bodem achteruit, maarwe maken ons ook de risee van Brussel, want we krijgen straks helemaalniks meer voor elkaar.De voorzitter:Mevrouw Podt, u kunt uw betoog vervolgen. U heeft nog ongeveeranderhalve minuut, een dikke anderhalve minuut.Mevrouw Podt (D66):Kijk eens aan.Voorzitter. Ik zei het al, de beeldspraak. Bij de Natuurherstelwet kregen wewat we wilden, maar we draaiden op het allerlaatste moment. Ik zei hetnet ook al: ik snap dus wel dat Europa langzaamaan een keertje klaar ismet ons. De vraag aan de Minister is hoe hij kijkt naar de motie die isingediend om tegen de Natuurherstelwet te stemmen. Ik zeg dat tegenMinister Adema. Hoe zijn de verhoudingen in Europa sinds die stemming?Heeft dit effect gehad op andere dossiers, zoals het mestbeleid? Verwachtde Minister nog veel te kunnen bereiken op landbouw in de EU, na zo veelgebroken beloften?Voorzitter. Tot slot heb ik nog een vraag. In de brief van de Minister lees ikdat hij kweekvlees onder de aandacht zal brengen. Dat is niet helemaalhetzelfde als zijn eerdere belofte naar aanleiding van de motie-Tjeerd deGroot, om er bij de nieuwe Commissie op aan te dringen om kweekvleesop het werkprogramma te krijgen. Kan hij zijn inzet dus nogmaalsduidelijk maken? Ik benadruk dat, want tegenstanders, zoals de Europeselandbouwlobby, zijn uitermate machtig en effectief op dit vlak. Het zouontzettend zonde zijn als we deze Nederlandse innovatie niet kunnenbenutten bij de uitdagingen waar we voor staan.Voorzitter. Als we een duurzaam Europa willen, moeten we boeren helpendie daarvoor de nek uitsteken. Als we dingen voor Nederland gedaanwillen krijgen, moeten we ons betrouwbaar opstellen. Ik hoop dat deMinister en zijn ambtsopvolger dat meenemen naar Brussel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Podt, voor uw inbreng namens D66. Welkom bij declub. Ik was dat vergeten te zeggen. Het is een levendige commissie, zoalsu zult zien. We hebben ook een eigen werkwoord in de commissie,«grinwissen». Dat had u net al meegemaakt. We zijn dus een commissiemet een eigen werkwoord. We gaan een kwartiertje schorsen. Ik vraag debeide bewindspersonen om de vragen zonder inleiding en heel kort enpuntig te beantwoorden, want we hebben eigenlijk nog maar driekwartier. Veel succes daarmee. Tot zo meteen.De vergadering wordt van 20.17 uur tot 20.38 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166239 Welkom terug allemaal. We gaan beginnen met de beantwoording vanbeide Ministers. We beginnen dadelijk met de Minister van Landbouw,Natuur en Voedselkwaliteit, als hij er klaar voor is. Nogmaals, we kunnenuitlopen tot 21.30 uur maximaal. Beide Ministers zullen het dus kortmoeten houden. Excuses dat ik dat moet vragen. Alstublieft, meneer deMinister.Minister Adema:Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb een algemene inleiding overmest. Daarna zal ik wat specifieker op een aantal vragen ingaan en ik zal inblokjes ook de andere vragen langsgaan. Er zijn heel veel blokjes. Ik wil zein ieder geval noemen. Er is een blokje dierenwelzijn, een blokje GLB, eenblokje mest, een blokje markt en keten, en een blokje overig.Ik begin even met een algemene inleiding over mest. Een paar maandengeleden was ik in Opsterland. Ik was daar in gesprek met zeven of achtboeren, zoals ik zo veel gesprekken heb gehad in die samenstelling. Hetzijn boeren die, als je kijkt naar de melkveebedrijven, omgerekend eendichtheid hebben van 1,5 tot 1,9 koe per hectare in het veenweidegebied.Ik was in een niet-nutriëntverontreinigd gebied. Ik kan u zeggen dat hetme nog raakt om de wanhoop te zien in de ogen van die mensen, die ineen omgeving zitten waar ze goed geboerd hebben, waar ze extensief zijn,waar het water schoon is en waar ze geraakt worden door het verlies inderogatie. Zij zeiden tegen mij: «Wacht niet, ga aan de slag, kom metmaatregelen en schiet op. We hebben maatregelen nodig, want we wetenniet of we volgend jaar of het jaar daarna nog zullen bestaan.»Ik kan u zeggen: ik kan praten met boerenorganisaties wat ik wil, maar hetzijn juist de gesprekken met die boeren die mij raken, die mij aan het werkzetten en die mij energie geven om aan de slag te gaan. Dan kan eenboerenorganisatie zeggen niet te willen praten en maar af te zullenwachten, maar ik wacht niet af. Omdat die boeren niet willen dat ikafwacht, omdat die boeren willen dat er actie komt en omdat de boerenwillen dat er oplossingen komen. De urgentie is enorm. De zorgen zijnenorm. Het zijn de jonge boeren die bij mij keer op keer op de lijnkwamen. Dit waren niet alleen de voormannen van het NAJK, maar ookandere jonge boeren die mij opzoeken en een gesprek aangaan. «Het gaatover onze toekomst. Je moet ons helpen.» Dat zijn de enorm indringendeoproepen die ik de afgelopen weken heb gehad. Het is voor die boeren, enniet voor de boerenorganisaties zoals LTO, dat ik hard aan het werk benom te kijken of we naar oplossingen toe kunnen werken.Ik hoor de oproep dat de Minister naar Brussel moet gaan en dat hijharder moet werken in Brussel. Afgelopen vrijdag, toen wij de briefdichtten voor u als antwoord op de Kamervragen, kreeg ik van deCommissaris persoonlijk en voor de derde keer het lid op de neus dat ergeen ruimte was. Voor de derde keer. Wij hebben ook ambtelijkgesprekken gevoerd in Brussel en gekeken of er ruimte zou kunnenkomen, want er is natuurlijk alle aanleiding om ruimte te vragen. Als wekijken naar bepaalde bedrijven, grondgebonden bedrijven die in gebiedenmet derogatie zitten, die in schone gebieden zitten, zouden die best watmeer ruimte kunnen hebben. Het gaat om grondgebonden bedrijven. Ikheb een buitengewoon klemmend en indringend beroep gedaan op deEuropese Commissaris om juist voor die bedrijven aan de slag te gaan enom daar ruimte voor te creëren.We hebben het zo vaak gehad over de graslandderogatie, ook naaraanleiding van de motie van de heer Flach. Ik heb het gehad overfaillissementen die op ons afkomen. Ik heb het gehad over de opschalingdie gaat plaatsvinden als dit doorgaat. Als we niet uitkijken gaan wemooie grondgebonden bedrijven verliezen en dan houden we groteopgeschaalde bedrijven over. Ik heb het allemaal op tafel gelegd. Ik hebtegen de Commissaris gezegd: ik kan deze verantwoordelijkheid nietdragen. Ik kan u zeggen: ik lig er ’s nachts wakker van. Maar de deur isTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166240 dicht en de deur blijft dicht, wat we ook doen in Europa. Daartoe hebbenwe ons te verhouden.Natuurlijk ben ik naar aanleiding van de motie van de heer Van Campenen de overige ondertekenaars aan de slag gegaan met het pakketmaatregelen dat u heeft gezien. Laat ik eerlijk zijn: ik snap best dat erspanning zit tussen het feit dat je graag wilt dat er oplossingen komen enhet feit dat je in een formatieproces zit. Dat snap ik allemaal best. De heerVan Campen en de heer Holman hebben daar een eerlijke reflectie opgegeven. Dat vond ik eerlijk en dat respecteer ik. Maar daarmee zijn deproblemen van de boeren nog niet opgelost.Er is veel focus op de opkoopregeling. Er wordt mij gevraagd: wat is hetperspectief voor jonge boeren? Laten nou juist die jonge boeren mij bijuitstek keer op keer indringend vragen om te komen met een bredeopkoopregeling zonder drempels, waar heel veel boeren gebruik vankunnen maken. Die regeling moet breder zijn dan de Lbv en de Lbv+. Juistde jonge boeren zeggen: kom daarmee en schiet op. Op het moment datwij zeggen «dat doen we nu even niet», bieden we juist die jonge boerengeen perspectief. Die jonge boeren zitten te wachten op een opkoopre-geling die ruimte biedt aan blijvers, die ruimte biedt om te kunnenextensiveren en die ruimte en perspectief biedt naar de toekomst toe.Je kunt zeggen: we wachten totdat er in Europa nieuwe verkiezingen zijngeweest en er een nieuwe Commissie zit. Ik heb daar vanavond meer overgehoord. Als er een verrechtsing plaatsvindt in Europa, dan is mijn indrukniet direct dat er meer ruimte zal worden gegund aan landbouwgroot-macht Nederland. Ik heb dat in de afgelopen jaren ook niet zo ervaren.Juist een rechtse Eurocommissaris, die ook het economisch belangscherp op het netvlies heeft, zal daarvoor geen ruimte geven. Hetfrustreert mij enorm dat we geen ruimte kunnen krijgen voor de boerenen dat de Commissie niet beweegt op basis van mijn indringende oproep.Dat frustreert mij enorm, maar we zullen dus naar andere maatregelenmoeten kijken.Het is te makkelijk om te zeggen: kies voor maatregelen die geen geldkosten. Afromen kost geen geld, maar ook dat is een heftige maatregel,want dat gaat om de rechten van mensen. Ik besef heel goed dat datheftige maatregelen zijn, ook al kost dat de overheid niet direct geld. Maarals we dat doen en als we stoppen met de stoppersregeling omdat dieveel geld kost... We hebben daar ook een graslandpremie in zitten die wefors verhogen, juist om de boeren met 100% grasland in de komende paarjaar te kunnen helpen en om ze een klein beetje verlichting te kunnengeven. Het is geen pakket waarvan je kunt zeggen: haal de regelingeneruit die geld kosten en neem de overige maatregelen wel. Het isnadrukkelijk een integraal pakket in zijn volledige omvang.Ik ga op 25 april graag het debat aan over de vraag: is dit het pakket, hoegaat de uitwerking zijn en wat kan beter? Misschien zijn er nog aanvul-lende maatregelen te bedenken. Maar ik vind het nogal wat dat erKamerleden zijn die zeggen: wij hebben goede ideeën, maar we wachtenrustig tot 25 april voordat we daarmee komen. Dan laten we de boerennog langer wachten op maatregelen. Als daar interessante maatregelentussen zitten, dan onthouden die Kamerleden de boeren oplossingen. Ikvind dat op z’n zachtst gezegd merkwaardig. Misschien maak ik me er ookwel kwaad om.De problemen zijn zo groot. Ik merk ook in deze commissievergaderingdat iedereen hier de urgentie van inziet. Of je nu een linkse of rechtsepartij bent, iedereen ziet hier de urgentie van in. Dit is een probleemwaarbij we zouden moeten zeggen: nu gaan we als Kamer met elkaar, inde volle breedte, aan de slag om de boeren te helpen. Het past niet om tezeggen: we houden onze maatregelen nog even onder de pet. Dit is eencri de coeur.Ik wil nog iets zeggen over RENURE. Dat was geen makkelijke wedstrijd.Er werd zonet gezegd: de ene dag kon RENURE niet en de volgende dagTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166241 wel. Dat doet geen recht aan eenieder die hier in Den Haag, maar ook inBrussel, niet alleen dit laatste jaar, maar al die jaren, bezig is geweest omRENURE op de agenda te krijgen en om daar een voorstel voor te krijgen.Want het is werkelijk een hele opgave geweest om dat voor elkaar tekrijgen. Er zijn geen makkelijke oplossingen. Er zijn ook geen makkelijkeoplossingen met Brussel; zo simpel is het gewoon.Tot slot, meneer de voorzitter. Ik merk dat twee dingen in het debat watdoor elkaar worden gehaald. Er zijn Kamerleden die het hebben overstikstofmaatregelen. Stikstof valt binnen een ander dossier. Remkes heefthet over «het trappetje van Remkes». Dat gaat over de aanpak rondomstikstof. We hebben het hier over een acuut mestprobleem. Dat is net evenwat anders. Daar moeten we dus ook op een andere manier naar kijken inplaats van zeggen: we zetten het trappetje van Remkes in. Hier zijn veeldrastischere maatregelen op korte termijn voor nodig. Dat in z’nalgemeenheid. Ik voel de urgentie dagelijks. Ik heb van de week gezegd: ikben gefrustreerd. Dat is ook wel zo. Je wilt zo graag helpen en hebt nietdirect de mogelijkheden om dat te kunnen doen, terwijl dat zo hard nodigis.De voorzitter:We gaan naar het blokje dierenwelzijn.Minister Adema:Nee, ik ga nog even een paar vragen specifiek op het gebied van mestbeantwoorden, als u het niet erg vindt.De voorzitter:O, ik had een andere volgorde ...Minister Adema:Ja, ik heb zelf de verkeerde volgorde bij u neergelegd. Ik maak er eenpuinhoop van, meneer de voorzitter. Bij voorbaat mijn verontschuldi-gingen.Meerdere leden hebben het gehad over het plan van aanpak voor mest,en ook over de derogatie. Het is in het kader van schoon water heel goedverdedigbaar dat je derogatie hebt; dat zeg ik ook in mijn brief. Dat is heelgoed verdedigbaar, maar Nederland wordt in z’n totaliteit aangeduid alseen verontreinigd gebied. Daarom hebben we in heel Nederland met diederogatie te maken. Dat is even niet anders.Dan de vraag van mevrouw Vedder: stel je voor dat we ons niet aan dederogatievoorwaarden houden. Ik hoor dat vaker. Ik hoor vaker: laat ermaar een infractieprocedure komen. Ik snap de opmerking die mevrouwVedder maakte over de ongelofelijke klem waar je als landbouw in zit heelgoed. Je wordt er toch ook wel stil van als je hoort wat u zegt. Respectdaarvoor. Wat gebeurt er? Als wij niet voldoen aan de derogatie, dan kanNederland per direct z’n derogatiebeschikking verliezen. Dat betekent datwij met ingang van 1 januari volgend jaar of nog eerder, direct op de 170kilogram zitten. Dat is nog desastreuzer voor de ontwikkeling van desector. Er kan een infractieprocedure komen vanuit de EuropeseCommissie. De bepalingen van de derogatiebeschikking kun je mooivinden of niet en we kunnen daar best wel vraagtekens bij zetten, maarwe hebben ermee te maken en te dealen. Het is een verordening vanuitEuropa. Het is gewoon wetgeving vanuit Europa. Dat betekent dus: als jeeen derogatieprocedure hebt, kan dat leiden tot enorme dwangsommen.Die zijn niet gering. Dan praat je niet over tientallen miljoenen, maar overhonderden miljoenen, zo niet meer in dit geval. Waar leggen wij dat geldneer? Moeten we dat maar bij de boeren neerleggen? Ook voor de boerenzelf kunnen de gevolgen overigens groot zijn. Ik noem het intrekken vanGLB-subsidies. Dat kunnen allemaal gevolgen zijn van een infractiepro-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166242 cedure. Daar liggen dus echt grote risico’s. Het kan zelfs betekenen dat wijin het vervolg een structurele korting krijgen op het GLB.De heer Flach (SGP):Het is goed dat de Minister de gevolgen van zo’n infractieprocedure hiergewoon een keer publiek schetst. Die zijn dreigend. Het kan soms ook weleen beetje als chantage voelen dat dat steeds als dreigend wordtweerspiegeld. Dat zeg ik niet in de richting van de Minister, maar in hetalgemeen. Kan de Minister iets zeggen over de waarschijnlijkheid van datsoort verregaande maatregelen? Want er lopen op dit moment tientalleninfractieprocedures, ook tegen Nederland. Hoe waarschijnlijk is het dat ditsoort extreme straffen worden opgelegd?Minister Adema:Als wij in Europa praten over derogatie, dan is de vraag direct: «Hoe zithet eigenlijk met jullie handhaving? Laten we het daar maar eens overhebben. Wat gebeurt er eigenlijk in Nederland?» De focus ligt dus opNederland. Ik ben ervan overtuigd dat, op het moment dat we echt eenstap zouden zetten om de derogatiebeschikking naast ons neer te leggen,de focus van Brussel op ons zodanig is dat we inderdaad een stevigeprocedure kunnen verwachten. Dat verwacht ik wel, ja. Ik verwacht dat zohard dat ik het risico niet zou durven of willen nemen.Dan de vraag of er nog een brief komt. Ik heb alles bekendgemaakt wat ikbekend wilde maken. Het kabinet heeft alles bekendgemaakt wat hetbekend wilde maken. Daar verandert een nieuwe brief eigenlijk niks aan.Er is wel een verzoek gekomen, ook van de Griffie. Wij waren van plan omte verwijzen naar datgene wat we hebben neergelegd, om dat tegebruiken in het debat van 25 april.Dan de vraag van de heer Van Campen over RENURE.De voorzitter:Mevrouw Bromet, u hebt geen interrupties meer.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Nee, ik wou een punt van orde maken, voorzitter.De voorzitter:Zeker, dat mag.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik weet ook niet precies hoe het zit, maar het gaat om nummers vanbrieven. Dit is een antwoord dat niet wordt genummerd en dan kunnenwij het niet agenderen. Er staat ook geen handtekening van de Ministeronder. Dat zijn allemaal formaliteiten. Waarom heeft de Minister nietgewoon een brief met een handtekening gestuurd? Is dat ook om eenbeetje afstand te houden? Hoe moeten wij daarmee verder op 26 april?Minister Adema:De brief geeft precies aan wat de status was. We waren in het kabinetbezig met het afwegen van de maatregelen en de daarop volgendebesluitvorming, toen er vragen voorbijkwamen waarvan wij ook welzagen dat de urgentie groot was om die te beantwoorden. Daaromhebben wij de vragen beantwoord, maar alles wat u leest in de vragen ende bijlagen had eigenlijk ook in de brief gestaan, en niet veel meer.Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat alle informatie al bij u ligt. Ik zou vanuitmijn positie een getekende brief willen sturen naar de Griffie voor hetdebat van de 25ste, verwijzend naar dat stuk van het kabinet.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166243 Dank u wel voor de beantwoording. U kunt rustig verdergaan, meneer deMinister.Minister Adema:Dan over RENURE. De heer Van Campen zegt dat het positief is dat hetkomt en vraagt wanneer we ermee aan de slag gaan. Waar zijn deaanpassingen van de verordeningen waarmee de boer aan de slag kan,was zijn vraag. Ja, het is mooi, maar ook daarvoor zijn we afhankelijk vanEuropa. Europa heeft toegezegd dat er versneld voorstellen komen om hetgebruik van RENURE toe te passen. Daar wordt hard aan gewerkt inEuropa. Daar zijn we ook bij betrokken. We weten niet precies wanneerhet komt, maar er wordt echt hard aan gewerkt. We moeten nu echt evenafwachten hoe de implementatie, de «implementation act» zoals men datdan noemt, eruitziet voordat we in Nederland de maatregelen op eengoede manier kunnen doen. Maar er wordt hard aan gewerkt en ikverwacht dat de implementation act er op niet al te lange termijn gaatkomen.Dan de investeringsruimte in de melkveehouderij voor RENURE. Sowiesovind ik RENURE een belangrijke oplossing, bijvoorbeeld als je kijkt naar deakkerbouw, die op dit moment in de eerste mestronde bijvoorbeelddierlijke mest gebruikt, maar daarna kunstmest gebruikt. Je zou ook in detoekomst RENURE kunnen blijven gebruiken. Dat biedt ook voor deakkerbouw veel meer perspectief. Het is dus echt perspectiefrijk. Het isook duurzaam: er is minder CO2-uitstoot. De vraag was wat ik ziegebeuren. Als je naar de installaties op zich kijkt, denk ik dat de inves-tering voor één agrarisch bedrijf heel hoog gaat worden. Ik zie op ditmoment wel verschillende collectieven ontstaan. Ik was laatst bij eencollectief van 29 boeren die met elkaar aan een installatie gaan werken,overigens ook in combinatie met biogas, dus monovergisting plus eenRENURE-installatie. Dat vind ik prachtige collectieven: boeren die op eenduurzame manier, in dat specifieke geval, een heel dorp gaan voorzienvan biogas. Dat is fantastisch. Ik verwacht dus dat het voor individuelebedrijven best lastig wordt, maar dat het voor kleinere of wat groterecollectieven een heel mooi perspectief kan bieden, zeker voor duurzamelandbouw.Het lid Kostic´ vraagt naar een fokverbod. Ik kom de suggestie vaker tegen.Die komen we in verschillende contexten tegen. Ik heb geen wettelijkebasis voor een fokverbod. Daarnaast vind ik een fokverbod een teingrijpende maatregel, die ik niet ga toepassen.Dan de vraag van mevrouw Bromet over de 30% afroming. Waarom niet50%? Dat is een hele goede vraag. Dat kan, maar je moet een beetje kijkennaar de elasticiteit van de afroming. Het kan zijn dat er geen bewegingmeer in de markt is als die afroming te hoog wordt en dat je dus niksmeer gaat afromen. Daarbij wordt er dus gezocht naar een goedevenwicht waarbinnen je kunt afromen en waarbij er ook nog handel in demarkt is, want als je 50% doet, kan het zijn dat je de handel juist eenbeetje doodslaat, zeg maar. Je zou kunnen zeggen dat dat de elasticiteitvan het afromingspercentage is.Dan de vraag van mevrouw Bromet over het voerspoor. Ik kan u zeggendat het ook voor mij een frustrerend punt is dat wij niet de mogelijkheidhebben om voerorganisaties te dwingen om in het voerspoor dingen tedoen, bijvoorbeeld een lager eiwitgehalte, van 170 gram naar 150 of 155gram. Dat kan niet, want er is in Europa een verordening van 2009 die onsverbiedt om dat soort afspraken te maken. Wij moeten daarover dussamen met de sector in gesprek en kijken of er een privaat gecertificeerdsysteem kan komen om juist dat voerspoor vast te pakken, want daarzitten mogelijkheden in. Daar zijn we dus met de sector over in gesprekom te proberen dit met de sector te regelen, want daarbij zijn we welafhankelijk van de sector. Ik heb daarvoor geen andere mogelijkheden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166244 De heer Holman (NSC):Ik wil de Minister graag de vraag stellen hoe je dat dan kunt organiseren.Ik heb het bijvoorbeeld ook regelmatig aan de zuivelsector gevraagd. Datzou dé instantie zijn om dat te gaan doen en om de Afrekenbare Stoffen-balans van meneer Van Campen te implementeren. Het lijkt erop dat zehet gewoon niet willen. Hebt u enige verklaring waarom? En hebt u demogelijkheid om het daar toch zeer nadrukkelijk neer te leggen, zodat zehun verantwoordelijkheid nemen?De voorzitter:Ik heb die verklaring en die mogelijkheid niet, maar ik geleid die vragendoor naar meneer de Minister.Minister Adema:Wij hebben hier met elkaar over gesproken tot het moment dat LTOopnieuw van de tafel ging waaraan werd gepraat. Toen kwam vanuit deagrarische sector ook wel de wil om dit te gaan doen. Als de primairepartijen dit nou eens gaan vragen in de sector en dit willen gaan regelenin de sector – want dit was een van de punten waar de sector ook zelf meekwam – dan moet het toch mogelijk zijn om hier met elkaar afspraken overte maken? Al zouden de primaire partijen dat alleen maar gaan vragenaan de voersector, dan heb je het al rond. Maar we moeten het welkunnen certificeren, want dit betekent dat je aan volume nog steedsdezelfde mest hebt, maar dat het stikstofgehalte naar beneden gaat. Datbetekent dat je meer plaatsingsruimte krijgt voor je kuubs. Daar zit duswel een mogelijkheid, maar dit moet natuurlijk wel gecertificeerd zijn,want anders komt de Europese Commissie weer langs.De voorzitter:De turbo’s moeten aan. We moeten hier binnen een halfuur weg zijn.Minister Adema:Dan mevrouw Bromet over staatssteun en de beëindigingsregeling. Ja,die moet inderdaad langs de Europese Commissie. De doelstelling is omer een brede regeling van te maken die heel veel veehouders kunnentoepassen. Natuurlijk moet die langs de Europese staatssteuntoets. Ermoet een notificatie plaatsvinden in Europa. Vanzelfsprekend vraagt dattijd. Dat is ook een beetje de tijdsdruk die ik voel, omdat het voor mij eenno-brainer is om een dergelijke regeling te gaan doen.Voorzitter, met uw welnemen ga ik door met het GLB. De heer Grinwisstelde een vraag over het GLB en de jonge boer: gaat het pakket ervoorzorgen dat jonge melkveehouders aan de slag kunnen gaan? Je kunt bestwel stellen dat jonge boeren een speerpunt van mijn beleid zijn. Het gaatom de jonge generatie boeren die ook veel verduurzamen en die echt deschouders eronder willen zetten. Wij hebben bijvoorbeeld hetGLB-instrument Vestigingssteun jonge landbouwers. Daarmee zetten weons al in voor de jonge boeren. Maar zoals ik al zei, zorgt het pakketmaatregelen ook voor ruimte voor de blijvers om te kunnen extensiveren.Het biedt jonge boeren dus juist perspectief. Naast de vestigingssteunwerk ik ook aan een subsidie Samenwerking voor generatievernieuwing.Dat is ook weer uit het GLB, speciaal voor jonge aankomende boeren entuinders. We proberen dus zo veel mogelijk in te zetten op de jongegeneratie boeren.Dan de vraag van mevrouw Vedder, een veel logischer vraag, over de 63miljoen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de subsidieregelingen die weopentrekken, verdampen en in de zakken van anderen belanden? Ik hebintensief contact met jonge boeren over bijvoorbeeld het afromen vandierrechten. Zij maken zich daar zorgen over. Voor je het weet, moeten zezo’n hoge prijs betalen voor de dierrechten dat het geld naar de verko-pende partij gaat. Daar heb ik alle antwoorden nog niet op, maar dit is eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166245 serieus punt, waarover ik met jonge boeren in gesprek ben en dekomende periode over in gesprek ga. Het kan niet zo zijn dat jongeboeren, die geraakt worden, die moeten extensiveren en een toekomstmoeten hebben ... Die toekomst kan er zijn, omdat er nu meer ruimtekomt door stoppers. Er zijn overigens heel veel boeren die mijdoodgewoon vragen om een stoppersregeling. Zij zeggen: ik heb geenopvolger; kan ik een stoppersregeling krijgen? Ik sprak laatst met een boer– dat zeg ik ook in de richting van de heer Pierik – die zei: ik ben geenstopper, maar een wijker. Ik zei: een wijker? Hij zei: «Ja, ik wijk voor dejonge boeren. Als u mij de ruimte en de mogelijkheid geeft om te kunnenwijken, wijk ik voor de jonge boeren, want die zijn het toekomstper-spectief.» Dat was nogmaals een beroep ten aanzien van de stoppersre-geling.Er werd gevraagd: hoe kunnen we ervoor zorgen dat het geld nietterechtkomt in de verkeerde zakken? Ik ga daar verder over praten met dejonge boeren, om te bezien hoe we dat heel concreet kunnen maken. Dit isnamelijk een zorgpunt, waar we echt aandacht voor moeten hebben; datben ik zeer met mevrouw Vedder eens.De heer Van Campen en de heer Grinwis vroegen naar de lastenvermin-dering met betrekking tot het GLB, naar de doorgevoerde versoepelingen.Ten eerste is het proces rondom die versoepelingen nog niet afgerond.Het moet nog door het Europees Parlement worden goedgekeurd. Ikgeloof dat het over ongeveer veertien dagen gebeurt. Dan stopt hetEuropees Parlement ook bijna, dus dit zal een van de laatste dingen zijn.Dan pas kunnen we nationaal de zaak gaan invullen. Dat kunnen we op ditmoment nog niet doen. U kunt zelf nagaan welke maatregelen dat zijn. Ikheb een brief gestuurd – ik weet de datum daarvan niet meer – naaraanleiding van de uitkomsten. Daarin wordt het keurig genoemd. Leverthet voor de Nederlandse boer wat op? Dat is maar zeer de vraag. Kijkbijvoorbeeld naar GLMC 8, zeg ik even uit mijn hoofd, de braakligging van4%. Dat zou voor maar een heel beperkt deel in de Nederlandse situatiesoelaas bieden. Het maakt per maatregel dus nogal wat uit. We hebbenrelatief wat minder boeren die tot 10 hectare hebben. Europees is datongeveer 65%, terwijl dat hier zo’n 25% is. Zo zie je dat het per landverschillend uitwerkt.Meneer de voorzitter. Dan de vraag van meneer Holman over deGLB-tarieven. Hij zei: de beloftes zijn vorig jaar niet nagekomen. Nou,uiteindelijk zijn de beloftes wel nagekomen, overigens met behulp van uwKamer, tijdens de begrotingsbehandeling. Dat is helder. Op dit momentwordt het restant van 2023 uitbetaald. Voor 2024 hebben we het strate-gisch plan zodanig aangepast dat we vanuit de hectarepremies meer voorde eco-regeling kunnen doen. Volgens mij vroeg mevrouw Podt daarnaar.Ik weet het niet precies meer, maar dat kwam in ieder geval ook aan deorde. Dat kan dus. Daarnaast is natuurlijk ook het amendement-Flachaangenomen, over 2024. We kijken hoe we dat op een goede manierkunnen gaan invullen. Overigens waren er vorig jaar grote problemenrond de gecombineerde opgave; daar loop ik niet voor weg. Hij staat openen er wordt hard aan gewerkt. Tot nu toe krijgen wij geen klachten. Datkomt natuurlijk ook omdat al heel veel in het systeem staat van wat devorige keer is ingevoerd. Dat maakt het een stuk makkelijker.De heer Holman vroeg naar het belonen van goed gedrag van boeren,bijvoorbeeld als zij inzetten op natuur en biodiversiteit. Hij had het overeen groter deel van de basisvergoeding. Wij hebben in het systeem zittendat er vanuit de hectarepremies meer naar de eco-regeling kan wordenovergeheveld. Er was een breed gevoel in deze Kamer om ervoor tezorgen dat we boeren die duurzaam wilden zijn, belonen, dus dat we nietmoeten korten op de eco-regeling, maar dan liever op de basispremie.Overigens zit daar wel een ondergrens aan, namelijk € 171. We hebbendus niet alle ruimte. Maar misschien kunnen we het in combinatie met demotie-Flach op een goede manier compenseren. Maar ik denk dat naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166246 toekomst toe een duurzame inzet steeds meer beloond gaat wordenbinnen het GLB en dat we steeds meer afgaan van de standaard hectare-premies. Mevrouw Podt maakte een opmerking over kleine en groteboeren. Ik ben het zeer eens met de opmerking van mevrouw Vedder naaraanleiding daarvan, want er zijn heel veel biologische boeren die grootzijn en die ook gewoon gebruikmaken van die regelingen. Het beeld is, endat hoor ik vaker, dat wij de grote boeren juist subsidiëren maar de kleineboeren niet. Als je kleiner bent, krijg je nog steeds naar rato hetzelfdebedrag als wanneer je een grote boer bent. Als je een biologische boerbent, kun je ook gebruikmaken van de eco-regelingen. Sterker nog, je hebtmakkelijker toegang tot de eco-regelingen, want de drempels zijn veellager voor de biologische boer. Dus in het systeem zitten er wel degelijkmechanismen die ervoor zorgen dat duurzame boeren c.q. biologischeboeren op een goede manier aan de bak komen.Dan de vraag van de heer Grinwis wat leidend is: de kalender, het weer ofde werkelijkheid. De werkelijkheid wordt vaak bepaald door het weer ensoms door de kalender. Vorig jaar hebben we natuurlijk de consumptie-aardappelregeling met twee weken opgeschoven naar 15 oktober. Ik benwel blij en vind het terecht dat in de aanpassingen van de EuropeseCommissie juist de slechtweersomstandigheden een belangrijke rolhebben gekregen. We hebben nu meer flexibiliteit, zonder dat ik weer inoverleg moet gaan met de Europese Commissie. Dat was bij die regelingnamelijk nog wel zo. Ik heb meer flexibiliteit om te kijken hoe het weer isen hoe dat zich heeft ontwikkeld. Hebben we een nat voorjaar gehad, danbetekent dat iets. Dat betekent iets voor rustgewassen, voor vangge-wassen en noem maar op. Voor de kalenderlandbouw zit die ruimte er nuin. Ik vind dat niet meer dan terecht, want het weer laat zich niet sturen enzeker niet als je kijkt naar de klimaatverandering. Het weer wordt danimmers steeds grilliger. Op de een of andere manier moet je danmogelijkheden hebben om daarop te kunnen bijsturen. De nieuweregeling geeft die mogelijkheid.Nog even een vraag van mevrouw Vedder over het VVK en de leerpunten.De VVK-regeling voldeed niet. Er waren uiteindelijk zeven aanvragers. Inoverleg met het NAJK hebben we de leerpunten verwerkt in de nieuweregeling voor vestigingssteun. De belangrijkste conclusie uit het evaluatie-rapport luidde dat een aanvullende lening voor extra investeringen nietaansluit op de behoeften van de ondernemer. Daarom zijn we nu naar eenander type vestigingssteunregeling gegaan, waar de jonge boer welbelang bij heeft.Meneer de voorzitter. Dan de vraag van de heer Van Campen over deLNV-inzet in de EU. Daar gaat dit debat over, was het niet? De opmerkingvan de heer Van Campen was: er ligt een keurige brief, en nu dan? Wezullen per onderwerp goed moeten kijken hoe we dat gaan aanpakken. Ikkan u vertellen dat er niet één strategie in Europa is. De ene keer zoek jebondgenoten en de andere keer ga je er op de inhoud in. Wij sturennatuurlijk vaak brieven met onze inzet naar Brussel. Een voorbeeldhiervan, dat ook net voorbij is gekomen, is de visserijsector. De landbouw-sector heeft problemen. Daarom zijn de maatregelen aangepast opEuropees niveau. De visserijsector kent hetzelfde fenomeen. Er is dus ookeen brief onderweg naar de Commissie om juist de visserijsector opdezelfde manier onder de aandacht te brengen. In dit geval doen we datbij de Commissie. Daarbij gebruiken we ook weer de contacten met hetvoorzitterschap. Europa is een netwerk. Via dat netwerk probeer je zakenvoor elkaar te krijgen. Er is niet één strategie die werkt. Per onderwerp kijkje hoe je kunt komen tot executie van datgene wat je graag wilt. Dat issoms best lastig, want – en dat wil ik er wel bij gezegd hebben – we pratenheel makkelijk over Europa, maar het mestprobleem van Nederland isuniek in Europa. Het is niet zo dat er twintig landen zijn die hetzelfdeprobleem hebben en mij dus wel steunen in mijn verzoek om derogatie. Iksta daar echt bijna volstrekt alleen in. Zeker als je kijkt naar de andereTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166247 derogatielanden. Kijk naar Denemarken en Ierland, die nog derogatiehebben. Die derogatie is van een andere orde, van een andere soort. Ikkan u vertellen dat Ierland bijvoorbeeld veel schoner water heeft. Ik kanhet niet vergelijken, dus ik sta daar echt alleen in.Maar op andere momenten zoeken we natuurlijk de samenwerking.Meneer de voorzitter. Dan had ik nog een vraag van mevrouw Vedder.Even kijken. Volgens mij zit ik al in het blokje allerhande. Nee. Het moet devraag van de heer Flach over de uitrol van wind op zee zijn. In mijnvoedselvisie is te lezen dat wij vinden dat er meer balans moet komentussen de positie van de visserij, de windmolenparken en de natuur opzee. Daarbij moet natuurlijk ook een veel stevigere afweging voor devisserij plaatsvinden. Die balans moet beter. Dat betekent dus ook dat wijin de toekomst bij het projecteren van windmolenparken meer aandachtzullen geven aan visserij, actief of passief.Dan heb ik een pakketje vragen over dierenwelzijn. Meneer Holman heeftdaar een aantal vragen over gesteld. Eigenlijk komt het er in zijn totaliteitop neer dat wij op dit moment door heel Europa heen aan het zeulen zijnmet dieren. Wij mesten bijvoorbeeld hier onze varkens af, sturen ze naarItalië en er komt weer parmaham terug. Wij moeten ons ernstig afvragenof dat nog van deze tijd is en of wij nog zulke lange transporten willen. Wijzien ook dat de Transportverordening van Europa nu gaat naar eenmaximale transportduur van acht uur, behalve bij gespeende dieren. Datgeldt dus bijvoorbeeld weer niet voor kalveren. Ik vind echt dat wij inEuropa naar een maximale duur van acht uur moeten. Ja, dat betekent datwij bijvoorbeeld geen kalveren meer importeren naar Nederland, althans,niet uit Ierland en noem maar op.Ik vind ook dat de kalversector gewoon in balans gebracht moet wordenmet de rundveehouderij. Het kan toch niet waar zijn dat wij praten over dekrimp van de melkveehouderij, terwijl de kalversector uit Ierland hierkomt? Ik zeg weleens: de kalveren komen hier, schijten de boel onder,vervuilen de boel, zorgen hier voor uitstoot en vervolgens gaan ze alskarkas de grens over, terwijl onze boeren worden geraakt door diezelfdeuitstoot. Laten we daar gewoon eerlijk het debat met elkaar over aangaan,want dat zal echt anders moeten. Ik heb daar ook een gesprek over gehadmet mijn collega uit Ierland. Ik heb gezegd: ga er maar vanuit dat dat in detoekomst gaat stoppen; en dat probleem zal je zelf moeten oplossen.De heer Holman (NSC):Ik hoor de Minister zeggen dat wij over kalveren een debat moetenhebben, maar dat debat hebben wij al gehad. Er is een motie heel breedaangenomen, dus volgens mij is het tijd voor actie. En we hebben hetover Europa, maar kan de Minister eens nadenken over wat hij zelf kandoen? De Minister heeft het ook over gespeende varkens, maar ik zie ook500.000 afgemeste varkens. Wat kunnen wij doen om dat te voorkomen?De Minister zegt: het moet, want dat kan niet meer. Maar wat kan deMinister doen om dat nu gewoon te regelen, zodat we niet over eenhalfjaar of een jaar weer dezelfde discussie hebben?De voorzitter:Excellentie.Minister Adema:Het antwoord zal u niet bevredigen, maar ik heb geen ander antwoordvoor u. Dit wordt in Europa geregeld. Wij hebben in Europa een vrijverkeer van personen en goederen. Daar vallen dus ook dieren onder. Datbetekent dat wij hooguit op de Transportverordening kunnen sturen. Alswij in Europa het transport van dieren over de hele breedte kunnenterugbrengen tot acht uur, dan ben je bezig om maatregelen te nemen.Maar anders heb ik niet zo veel instrumenten om daar direct op te sturen.Overigens valt de kalversector natuurlijk ook onder bijvoorbeeld eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166248 brede opkoopregeling. Ik weet namelijk dat ook heel veel kalverhouderserover nadenken om te stoppen, dat die dat graag willen en op zo’nregeling zitten te wachten. Die vallen bijvoorbeeld niet binnen depiekbelastersregeling, want dat doen er ook genoeg. Op die manierkunnen we dus wel wat betekenen, maar met het transport of het sluitenvan grenzen kunnen we tot mijn grote frustratie echt helemaal niks.De heer Holman (NSC):Ik wil de Minister twee vragen voorleggen. Kunt u misschien met desector overleggen ...De voorzitter:Kan de Minister.De heer Holman (NSC):Minister, kunt u met de sector overleggen? De POV heeft altijd grotewoorden over hoe goed ze het voor elkaar hebben, maar als je ketenorga-nisatie zo zwak is ... Zou de Minister met de keten, met de POV, in overlegwillen treden om te vragen of zij oplossingen zien voor dit probleem?Minister Adema:Wat we in ieder geval hebben, is het volgende. In dat maatregelenpakketdat wij willen doorvoeren naar aanleiding van de mestproblematiek zitbijvoorbeeld ook afroming in de intensieve veehouderij. Ik weet dat erweleens discussie is over de pluimveehouderij, die zegt dat zij hiervoorniet in aanmerking hoeft te komen. Maar ook voor de pluimveehouderijgeldt dat er een generieke korting aan zit te komen als er niks gebeurt.Ook voor de pluimveehouderij moeten wij dus zorgen dat er afrominggaat plaatsvinden, om ervoor te zorgen dat we onder die generiekekorting uit komen. Ik ben best bereid om met de sector in gesprek te gaan,maar ik heb geen dwingende maatregelen. Dat moet ik u gewoon eerlijkzeggen. Die heb ik niet. Ik kan hooguit het gesprek aangaan. Ik weet weldat de ketenpartijen binnen de kalversector wel aan het nadenken zijnover hun toekomst: is dit nog van deze tijd? Zij zijn zich ook al aan hetoriënteren op het buitenland, om bijvoorbeeld in andere landen kalver-slachterijen neer te zetten, omdat ze zien dat in Nederland het tij aan hetkeren is. Er gebeurt dus wel iets en ik ben best bereid om met de keten ingesprek te gaan, maar hebt u daar niet te hoge verwachtingen van. Ik hebdaar namelijk geen dwingend instrumentarium voor.De heer Holman (NSC):Mijn laatste vraag aan de Minister. Wij moeten voor het eind van dit jaarhet mestplafond met 10% verlagen in Nederland. Dat zal fors zijn. Er zittenschotten. Bent u bereid om de schotten weg te nemen en prioritering aante brengen in wat u vooropstelt? Je zou kunnen zeggen: we gaan deveehouderij in beperkte mate verlagen en we gaan de intensieveveehouderij, en met name de varkenshouderij, iets meer verlagen. Dan zalde hoeveelheid varkens die over is en naar een buitenlandse slachterijmoet, vanzelf kleiner worden. Zou u dat willen gaan doen?De voorzitter:Ik ga dat niet doen, maar ik geleid de vraag door naar de Minister.Minister Adema:Dank u wel, meneer de voorzitter, voor de doorgeleide vraag. Kijk, devarkenshouderij en de pluimveehouderij hebben op dit moment nog geenafroming van dierrechten. Die heeft de rundveehouderij al langer. Dieheeft eerst 20% gehad en dat is nou teruggebracht naar 10%. Wij stellennu voor om alle sectoren met 30% te korten. Dat is nieuw voor deintensieve sectoren. Dat is het voorstel zoals we het aan de Kamer willenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166249 voorleggen. Als de Kamer vindt dat daarin een differentiatie moetplaatsvinden, gaan we dat gesprek met elkaar aan.De heer Holman (NSC):De Minister heeft mijn vraag niet goed begrepen. De Minister heeft hetvolgens mij over de afroming van opkoop.Minister Adema:O, sorry, ja.De heer Holman (NSC):Ik heb het over iets anders, namelijk het plafond van 10% in Nederland.Minister Adema:Elke sector heeft zijn eigen plafond. Dat heeft elke sector op dit momental, dus er zitten in principe schotten tussen de plafonds. Alleen geldt deafroming voor iedereen, voor het totaal, en die is 10%. Dat is vanzelf-sprekend verdeeld over de sectoren. De absolute getallen zijn dus persector verschillend. Je zou het plafond voor pluimvee meer naar benedenkunnen brengen dan het plafond voor de rundveehouderij. Dan stuur jedus in principe op een verdere reductie van de intensieve veehouderij. Datkan. Natuurlijk kan dat, maar ik denk dat het gezien de druk op demestmarkt en gezien de generieke korting wel van belang is dat weproberen om toch zo breed mogelijk zo veel mogelijk mest te reduceren.Het kan niet zo zijn dat we één sector helemaal niet meer laten reduceren,want alle sectoren moeten daar een bijdrage aan leveren.De heer Holman (NSC):Als laatste dan. Dat is nou precies het punt. Als je concludeert dat er 2miljoen biggetjes en 500.000 varkens naar Spanje gaan die eigenlijkgewoon over zijn in Nederland en geen bijdrage hebben aan het Neder-landse systeem, ligt het voor de hand dat je eerst gaat kijken of je dat kuntverminderen, lijkt mij.De voorzitter:Meneer Holman kent zichzelf al blessuretijd toe.Minister Adema:Ik heb in Europa al eens geroepen dat je naar een ruimtelijk landbouw-beleid moet gaan, waarbij je zegt: welk type landbouw heb je in welkland? Daar zou je eens naar moeten kijken, omdat je misschien ook eendeel van de intensieve veehouderij elders in Europa kunt doen, dus dichtbij de plek waar het geconsumeerd of verwerkt wordt. Dan ben je ook vandat gesleep met dieren af.De voorzitter:Minister, hoe lang hebt u nog ongeveer nodig?Minister Adema:Hierna heb ik nog één pakketje, maar daar kan ik misschien sneldoorheen.De voorzitter:Heel graag, dank u wel.Minister Adema:Mevrouw Kostic´ zei iets over dierenwelzijn. Ik roep de EuropeseCommissie keer op keer te komen met nieuwe dierenwelzijnsnorme-ringen. De Transportverordening is daar een van, maar we roepen deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166250 Commissie keer op keer op: kom met aanvullende maatregelen. Ik denknamelijk dat daar nog heel wat te halen is.Even kijken. Deze vraag laat ik even rusten, meneer de voorzitter. Dezeheb ik al gehad. Ik ben nu bij het pakketje varia, om het zo maar te zeggen.De heer Flach vroeg naar de inzet op een werkbare aanlandplicht.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Volgens mij is mijn vraag niet goed beantwoord. Of de Minister heeft mijnvraag niet goed begrepen. Eigenlijk was mijn vraag: wat gaat de Ministerwél doen? Ik ben ook benieuwd naar wat de reactie dan was. De Ministerroept dat hij de Commissie probeert aan te sporen, maar wat voor reactiekrijgt hij dan?Minister Adema:Niet zo veel reactie. De Europese Commissie komt nu met een aanpassingvan de Transportverordening. Dat heeft alles met dierenwelzijn te maken.Wij hebben een hoger ambitieniveau, maar de Europese Commissie komtniet met voorstellen. Wij roepen keer op keer op om te komen met nieuwevoorschriften. Er zijn nog een paar landen die dat doen, maar er zijn ookheel veel landen die dat niet doen. Het zou ook zorgen voor een goedspeelveld in Europa voor onze boeren, dus daar worden we volgens mijallemaal beter van.De voorzitter:Het laatste vakje of blokje: overig. U was met Flach bezig.Minister Adema:Ja, over een werkbare aanlandplicht. De Europese Commissie heeftrecentelijk een evaluatie van het gemeenschappelijk visserijbeleidaangekondigd. Ik blijf mij, ook Europees gezien, inzetten voor eenuitvoerbare en werkbare aanlandplicht. Dat ziet ook op het behoud van dehuidige uitzonderingen. Ook kijken we als Nederland via het project FullyDocumented Fisheries of een registratieplicht in plaats van een aanland-plicht mogelijk is alternatief.Dan de vraag van mevrouw Vedder over het niet onder ETS2 brengen vande visserij. Daar zijn wij over aan het discussiëren binnen het kabinet. Laatik het zo zeggen: ik begrijp de vraag en wij zijn serieus bezig om te kijkenof dat mogelijk is.Dan de vraag van de heer Van Campen: hoe krijgen wij alternatieven voorchemie bij de gewasbescherming? U weet dat op nationale schaal hetCtgb er nu met het groene loket voor zorgt dat er meer groene middelentoegepast kunnen worden. Datzelfde willen wij ook in EFSA-verband gaandoen in de Europese Commissie.Ik hou het even kort qua beantwoording, want als ik alles ga voorlezen,zitten we hier om 22.00 uur echt nog. Ik vind het niet erg, maar...De voorzitter:We moeten eigenlijk om 21.30 uur hier weg. We kunnen wel een paarminuten uitlopen, want mevrouw de Minister heeft ook nog een aantalvragen te beantwoorden.Minister Adema:Ja.Dan de import van Russisch graan. Russisch graan valt buiten de sancties.Er komt wel een importheffing op Russisch graan, om het te dempen.Voor de rest vind ik dat wij Oekraïne volop moeten blijven steunen. Wehebben hier vaak gesproken over Oekraïne. Oekraïne heeft onze steunvolop nodig. Ik maak me daar grote zorgen over.Mercosur is eigenlijk onveranderd ten opzichte van wat het was, dus wewachten nog op de voorstellen. We proberen dat in een gecombineerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166251 vorm te doen, dus niet met een gesplitste behandeling, zodat het ook inhet parlement kan langskomen. Dat is onze inzet.Dan handelsakkoorden in z’n algemeenheid. We zijn natuurlijk bezig om tekijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat kwetsbare sectoren, zeker als hetbijvoorbeeld gaat om productiestandaarden en zo, op een gelijk niveaukunnen worden behandeld, zeg ik naar aanleiding van een vraag vanmeneer Flach. Dat is ook niet nieuw, want die discussie hebben we vakergehad. Daar blijven wij op inzetten.Dan kweekvlees. Het is nog steeds onze inzet om kweekvlees op hetEuropese werkprogramma te krijgen. Daar zijn wij druk mee bezig.Dan de pulsvisserij: wanneer komt de pulskor terug? Dat was een vraagvan de heer Grinwis. Tja, het is misschien een beetje een gemeenantwoord, maar misschien tegen de tijd dat we de derogatie ookterugkrijgen. Maar u gelooft in wonderen. Ik weet dat het ook Bijbels isom af en toe te profeteren. Ik kan dat niet, maar misschien kunt u dat wel;dat weet ik niet. Maar wij blijven volop inzetten op de pulskor. Het is nogsteeds buitengewoon onterecht – je kunt er zelfs stevigere bewoordingenaan koppelen – dat de pulskor is verdwenen, terwijl dat een minderbodemberoerende visserij is en 40% brandstof bespaart. Het is gewoononrecht dat dat onze vissers is... Het is ook niet goed, want het is gewooneen duurzame vorm van visserij. En hier... Dit is mooi, hoor. Dit is mooi,want we hebben het ook over derogatie en over de argumenten waaromje derogatie zou willen toepassen. Ik heb hele goede argumenten om depulskor te willen toepassen, maar er zijn landen die ons de pulskorgewoon niet gunnen, terwijl ze best wel weten dat het een duurzamevorm van visserij is. Hier heb je er dus ook zo een. Dit is heel goed tevergelijken met derogatie. Dit is het mechaniek dat je in Europa ziet. Hetgaat niet altijd om duurzaamheidsbelangen, het gaat ook om econo-mische belangen. Die realiteit moeten we ook hebben als we praten overEuropa.Ik heb al gesproken over voedsel uit zee. Dan voedselzekerheid envruchtbare landbouwgrond. Dat gebeurt sowieso in Europa. Ik heb ook aleens gezegd: je zou ook op Europees niveau veel meer moeten kijken naareen Europees landbouwbeleid, en niet alleen naar een economischestructuur maar ook een ruimtelijke structuur. Je moet kijken waar je wathet beste kunt doen, zeker ook in het kader van de klimaatverandering.Dan heeft Nederland een vruchtbare delta. Ik wil die discussie graagvoeren in Europa, maar ook dat is best wel een lastige.Mijn collega gaat in op de Natuurherstelverordening. Ik kan u wel hetvolgende zeggen. In het gesprek dat ik had met de Eurocommissaris washet eerste dat hij opbracht: jullie gaan opeens tegen de Natuurherstelver-ordening stemmen. Dat was de eerste opmerking die hij maakte toen ikkwam om het eerste gesprek over derogatie met hem te gaan voeren.Dan heb ik nog één punt. Dat gaat over de doelsturing. Er zijn tal vanprojecten waarbij we werken aan doelsturing. Het is wel zo dat we ooknog steeds met middelsturing te maken hebben. Dat is ook Europeesbeleid. Maar we zijn bezig met een set KPI’s en we zijn bezig metmeetprojecten. We zijn dus druk bezig om die doelsturing een boost tegeven Daar is ook geld voor vrijgemaakt om ervoor te zorgen dat dat nuecht in een stroomversnelling gaat komen. Zoals u weet, gaat het daarbijom 10 miljoen. Maar ook daarvoor hebben wij Europa toch wel een beetjenodig.De voorzitter:Dank u wel, meneer de Minister. Ik zie dat mevrouw Podt nog een vraagheeft.Mevrouw Podt (D66):Ik mis in ieder geval antwoorden op twee vragen. Die heeft de Ministerniet beantwoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166252 De voorzitter:Noemt u ze alstublieft even.Mevrouw Podt (D66):Dat is in ieder geval mijn vraag wat er in de EU wordt gedaan om dehalvering van het aantal boeren tegen te gaan. De andere vraag betrefthet volgende. Ik snap best dat de Natuurherstelwet op zich bij de andereMinister ligt, maar ik had de vraag juist expliciet aan deze Ministergesteld, omdat het mij ging om het effect van de tegenstem op deonderhandelingen die hij nu in Brussel heeft.De voorzitter:Excellentie.Minister Adema:Volgens mij heb ik op de laatste vraag net een antwoord gegeven. Er is inEuropa geen specifiek beleid om een halvering van de boeren tegen tegaan. Er is een beleid om ervoor te zorgen dat boeren kunnen verduur-zamen en op die manier ook een toekomst hebben.De voorzitter:Meneer Grinwis, u wilt ook nog iets vragen?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, ik constateer dat anderhalve vraag nog niet beantwoord is. De Ministerheeft veel gezegd over de versoepeling in Europa in combinatie metbijvoorbeeld de timing op de kalender en rustgewassen. Maar het is nu9 april. Wat betekent het nu? Als deze maand beslissingen moeten wordengenomen, kunnen we dan nog zaaien, ja of nee? Dat is de ene vraag die isblijven liggen. Of dat was eigenlijk een halve vraag. De Minister is er welop ingegaan, maar deze vraag is niet beantwoord.Dan de tweede vraag. De eco-regeling is geanalyseerd. Waarvoor dank.Maar er zijn geen duidelijke aanbevelingen tot verbetering. Dus wat zijnde consequenties van wat is geanalyseerd en wat wordt er dan verbeterdin die eco-regeling op basis van die analyse? Dat was mijn vraag.Minister Adema:De kalenderlandbouw en de weersomstandigheden die van invloed zijnop kalenderlandbouw en op het kunnen aanpassen daarvan, dat is dusnog in ontwikkeling. Dus de heer Grinwis moet gewoon nog evenwachten op het Europees Parlement. Het is even niet anders. We hopendat wij daar over veertien dagen mee aan de slag kunnen. Nou ja, danzullen we ook alle signalen van de sector erbij pakken. We moeten ookgoed kijken naar de toekomst. Ik kan me voorstellen dat je een soortweerscommissie hebt, die zegt: jongens, in dit geval zou ik het nu doen.We doen dat ook wel bij mais. We hebben zo’n weerscommissie. Dat iseen mooi model. Dan beleg je het onafhankelijk.Meneer de voorzitter, ik ga het antwoord op die andere vraag evenzoeken. Ik kan er wel iets over zeggen, maar ik zal het even specifiekproberen te maken.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw de Minister voor Natuur en Stikstof.Minister Van der Wal:Voorzitter. Ik ga in sneltreinvaart. Ik houd geen inleiding en heb geenblokjes. Ik vond het een heerlijk, interessant debat met wel drie vragenvoor mij.De eerste vraag was van de PVV. Mevrouw Nijhof is er nu niet. We gaanvolgende week het debat nog voeren, maar ik ben het van harte met haarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166253 eens dat we gebiedsgericht moeten werken. Ik ben het ermee eens dat erenergie ontstaat in de gebieden, juist omdat ieder gebied zo verschillendis.De heer Grinwis heeft een vraag gesteld over de gevolgen van detegenstem bij de Natuurherstelverordening. Het simpele antwoord is datop een laat moment van positie wisselen gewoon door heel veel lidstatenmaar óók door de Commissie niet goed begrepen wordt. Dat doet gewoonafbreuk aan het beeld van Nederland als betrouwbare onderhandelings-partner, dat we toch wel hebben. Maar ik vind het ook onverstandig om tereflecteren op wat dat dan betekent voor de lopende dossiers, want datwillen we ook niet prijsgeven, zeg ik dan maar.Voorzitter. Ik heb tweeënhalf jaar geleden weleens in deze commissiegezegd: terug naar Brussel is een route van valse hoop. Ik geloof dat ikhier letterlijk heb gezegd: we gaan uitzonderingen vragen in plaats van televeren. Het vragen van die uitzondering gebruiken we vervolgens alsvluchtheuvel om geen stappen te hoeven zetten. Dat leidt tot uitstel en datleidt uiteindelijk tot een nog grotere opgave voor bijvoorbeeld onzeboeren. Heel eerlijk gezegd, vind ik dat weleens frustrerend. Het gaatnamelijk in Brussel over geloofwaardigheid en consequent zijn. Ik zie datwij heel goed zijn in het instemmen met doelen of ambities, maar dat weverzuimen om die concreet in te vullen, waardoor je eigenlijk steedsvastdraait in de uitvoering. Als we geen invulling geven aan een veror-dening, regel of een vastgesteld doel, dan ligt dat niet aan de verordening,de regel of het vastgestelde doel en dan ligt dat ook niet aan Europa, maargewoon aan het feit wij er hier met z’n allen maar moeilijk uitvoering aankunnen geven. Volgens mij is dat wat er vaak aan de hand is. Dat is inieder geval mijn analyse.Tot slot kom ik op de vraag van de heer Flach. Er wordt weleens gezegddat we met de tegenstem de goodwill hebben verspild. Wat hebben weeerder gekregen voor de positieve opstelling? Ik herken niet het beeld datNederland in het verleden geen enkele ruimte heeft gekregen van deEuropese Commissie. Sterker nog, volgens mij is het juist Nederlandgeweest dat enorm veel ruimte heeft gekregen met uitzonderingen etcetera, et cetera. Wij hebben in het verleden te vaak niet voldaan aan dedoelen van Europese wetgeving waarmee we zelf hebben ingestemd. Datheeft de reputatie van Nederland simpelweg geen goed gedaan. Tenaanzien van die Natuurherstelverordening denk ik dat Nederlanddesondanks juist in die onderhandeling veel bereikt heeft door eenkritisch-constructieve opstelling te hebben. Dat heb ik ook zo aangegevenin mijn brief.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw de Minister. Meneer Pierik, u had daar nog eenvraag over.De heer Pierik (BBB):Ja, toch nog even een korte vraag. Ik hoorde Minister van der Wal zeggendat uitzonderingen niet langer geaccepteerd worden in Brussel en dat wemoeten leveren. Maar kan de Minister aangeven wat we de laatste twintigjaar bijvoorbeeld al geleverd hebben als het gaat om de reductie vanammoniak en de inspanningen die er in de landbouw zijn gedaan?De voorzitter:Excellentie.Minister Van der Wal:Het probleem is dat we niet voldoen aan de Europese Vogel- en Habitat-richtlijn die is vastgesteld. Doordat we daar niet aan voldoen – dat blijktuit vele onderzoeken en volgens mij gaat nog meer onderzoek, dat er opTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166254 korte termijn aankomt, dat bevestigen – leveren wij niet. De enige manierom te voldoen aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn is natuurherstel.Daarvoor is nog meer reductie van bijvoorbeeld ammoniak nodig.Daarvoor is het ook nodig dat we de natuur herstellen als het gaat omdroogte en dat we goed ... Hydrologie, water: dat is daar allemaal voornodig. Dat is de opgave. Dat hebben we inderdaad de afgelopen twintigjaar in onvoldoende mate gedaan. Daarmee zeg ik niet dat we nietshebben gedaan, maar wat we tot nu toe hebben gedaan is in ieder gevalonvoldoende geweest.De voorzitter:Meneer Pierik, uw laatste interruptie.De heer Pierik (BBB):Maar wordt er in Brussel ook wel aangegeven wat er allemaal al wel isbereikt de laatste jaren? Want volgens mij blijft dat eigenlijk heel vaakonderbelicht, in ieder geval hier in de debatten.Minister Van der Wal:Ja hoor, absoluut. Maar daar wordt dan ook direct bij gezegd dat dat watwe wel hebben geleverd een ieniemieniestap is in de totale opgave die wenog hebben te gaan.De voorzitter:Dank u wel. Dan komt er bijna een einde aan dit debat. Er is ééntoezegging gedaan.–De Kamer ontvangt voor het commissiedebat Mestbeleid op 25 april2024 een formele brief ten aanzien van het plan van aanpak mest-markt.Voor de mensen die dat niet weten: normaal gesproken kan een Kamerlidin de tweede termijn een zogenaamd tweeminutendebat aanvragen ommoties in te dienen in de plenaire zaal. Dat doet het lid Van Campen bijdezen. Er is dus een tweeminutendebat aangevraagd. Dat wordtdoorgeleid naar de plenaire agenda van de Griffie plenair. Dan zijn weklaar, denk ik.Meneer Grinwis? Ja, uiteraard! Er moet nog een Grinwisje komen. Daarwas ik al op aan het wachten.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nou, ik kan het natuurlijk ook weer met een motie doen, maar eigenlijk wilik het volgende vragen. Is de Minister na ommekomst van het EuropeesParlement, als er meer duidelijkheid is over de veranderingen in het GLB,bereid ons te informeren wat hij daarmee doet? Want dat is wel evenbelangrijk. Anders gaan we namelijk weer een tweeminutendebat aan engaan we daar met allemaal moties een voorschot op nemen, terwijl diteenvoudig met een brief kan worden ondervangen.Minister Adema:Ik vind het prima om naar aanleiding van de stemmingen in het EuropeesParlement met een brief te komen over hoe we de maatregelen imple-menteren in Nederland. Dat was de vraag, volgens mij.De voorzitter:Dank u wel, meneer de Minister. Dat staat bij dezen genoteerd. MeneerGrinwis is tevreden.Ik dank de mensen op de publieke tribune en de mensen die thuis hebbengekeken en geluisterd via het digitale kanaal. Ik dank ook de collega vande Dienst Verslag en Redactie. Dat was vanavond een zeer oplettendecollega. Ik dank ook onze Kamerbode, de beide Ministers en hun teams,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166255 alle leden der Staten-Generaal en onze griffier. Ik wens iedereen een helegezegende avond en een behouden thuiskomst!Sluiting 21.39 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-32, nr. 166256
Gerelateerde bronnen
- EU-LNV
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 9 april 2024, over EU-LNV
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.