Voortgang ondersteuning en dossiers van geadopteerden
Brontekst
Versie e1bbdd1a5e1bdbfd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 265AdoptieNr. 134 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 maart 20251. Inleiding Op 16 april 2024 heeft uw Kamer een motie aangenomen met betrekkingtot interlandelijke adoptie, waarin de regering wordt verzocht om ondermeer:*met voorstellen te komen om meer hulp en ondersteuning te biedenaan geadopteerden die dat wensen, zoals hulp bij en een vergoedingvoor het herstellen van de oorspronkelijke naam, nationaliteit encorrecte geboorteakte en psychologische hulp voor wie dat nodigheeft, en;*te zorgen voor laagdrempelige en onbeperkte toegang tot het eigendossier van geadopteerden.1Daarnaast is op 16 april 2024 door uw Kamer een motie aangenomen metbetrekking tot binnenlandse afstand en adoptie, waarin de regering ondermeer wordt verzocht om:*een uiterste inspanning te leveren om te bewerkstelligen dat alledossiers en archieven hierover van overheids- en private instellingennaar het Nationaal Archief overgedragen worden, en;*ervoor te zorgen dat er voor de betrokken afgestane en afstandsmoe-ders gezamenlijk onbeperkte en volledige toegang is tot zowel heteigen afstands- als adoptiedossier, en slechts indien nodig hiervooreen wetswijziging voor te bereiden.21Kamerstuk 33 836, nr. 93.2Kamerstuk 33 836, nr. 94. kst-31265-134ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1341 Zoals aangekondigd door mijn voorganger in de brief van 14 juni 2024,3informeer ik uw Kamer hierbij over de stand van zaken met betrekking totde uitvoering van deze moties, voor zover hierboven weergegeven.4 Debeide moties bevatten ook andere onderdelen, namelijk het loslaten vande verjaringstermijn in rechtszaken over binnenlandse adopties in hetverleden en het stoppen met doorprocederen tegen geadopteerden en hetin dat kader bieden van financiële compensatie. Over deze onderdelenheeft mijn voorganger u in voornoemde brief reeds geïnformeerd.Eerst licht ik de stand van zaken van overdracht van archieven naar hetNationaal Archief toe. Daarna geef ik de ontwikkelingen over de toegangtot en de inzage in dossiers weer en vervolgens licht ik mijn plannen toeom meer hulp en ondersteuning te bieden aan geadopteerden die datwensen, waarbij ik ook het huidige ondersteuningsaanbod zal benoemen.2. De overdracht van archieven naar het Nationaal Archief De toegang tot en inzage in afstands- en adoptiedossiers is voor betrok-kenen van zeer grote waarde. Deze documenten kunnen waardevolleinformatie bevatten over onder meer de ontstaansgeschiedenis enachtergrond van de geadopteerde en over de gang van zaken vooraf-gaand aan en tijdens de adoptie. Ik vind het daarom belangrijk dat deafstands- en adoptiedossiers goed vindbaar en toegankelijk zijn enduurzaam worden beheerd. De motie over de overbrenging van dossiersen archieven naar het Nationaal Archief beperkt zich tot binnenlandseafstand en adoptie. Zoals eerder al aan uw Kamer is gecommuniceerd hebik daarbij ook oog voor de interlandelijke adoptiedossiers.5 Interlandelijkgeadopteerden hebben tenslotte eveneens een evident belang bijvindbare en toegankelijke dossiers en archieven. Tegen deze achtergrondga ik hieronder in op het verbeteren van de vindbaarheid en toeganke-lijkheid van zowel binnenlandse afstands- en adoptiedossiers alsinterlandelijke adoptiedossiers.Allereerst merk ik op dat onderscheid moet worden gemaakt tussenafstands- en/of adoptiedossiers van overheidsorganisaties, zoals de Raadvoor de Kinderbescherming en de Centrale Autoriteit Kinderaangelegen-heden, die vallen onder de reikwijdte van de Archiefwet en dossiers vanprivate organisaties, waarop de Archiefwet niet van toepassing is. Dit lichtik hieronder toe.OverheidsdossiersIn de Archiefwet 1995 staat beschreven op welke wijze de overheid dientom te gaan met de onder haar rustende archiefbescheiden. De Archiefwetschrijft voor dat archiefbescheiden van een overheidsorgaan, die op basisvan selectielijsten niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouderzijn dan twintig jaar, worden overgebracht naar een archiefbewaarplaats.Het Nationaal Archief is in de Archiefwet aangewezen als algemenerijksarchiefbewaarplaats.Mijn voorganger is een project gestart met als doel de binnenlandseafstands- en adoptiedossiers en interlandelijke adoptiedossiers zoveelmogelijk over te brengen naar het Nationaal Archief. Dit draagt bij aan deblijvende beschikbaarheid van de dossiers, gelet op de bij het NationaalArchief geldende bewaartermijn. De eerste dossiers van de Raad voor de3Kamerstuk 31 265, nr. 129.4Over de overige onderdelen van de moties heeft mijn voorganger u in voornoemde brief reedsgeïnformeerd.5Kamerstuk 31 265, nr. 133.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1342 Kinderbescherming met betrekking tot geadopteerden die zijn geborenvoor 1970, zijn inmiddels overgebracht naar het Nationaal Archief. Sinds17 juni 2024 is bij het Nationaal Archief inzage van deze dossiers doorbelanghebbenden mogelijk. Het betreft dossiers met betrekking tot zowelbinnenlandse afstand en adoptie als interlandelijke adoptie. Op ditmoment bereidt de Raad voor de Kinderbescherming, in overleg met hetNationaal Archief, de overbrenging van de volgende serie adoptiedossiersvoor. De Raad voor de Kinderbescherming streeft er naar deze dossiersmedio 2025 over te brengen naar het Nationaal Archief.Naast de Raad voor de Kinderbescherming beschikt ook de Centraleautoriteit Internationale Kinderaangelegenheden over een ruimehoeveelheid adoptiedossiers met betrekking tot uitsluitend interlandelijkeadopties. Deze dossiers staan gereed om op korte termijn naar hetNationaal Archief overgebracht te worden en zullen vermoedelijk later ditjaar voor inzage beschikbaar zijn bij het Nationaal Archief.Ten slotte verleent Fiom inzage in interlandelijke adoptiedossiers van devoormalige bemiddelaars Stichting Flash, Afrika en Bemiddeling Adoptie.Dat doet Fiom namens het Ministerie van JenV, waaraan de dossiers inhet verleden zijn overgedragen. Om die reden is ook op deze dossiers deArchiefwet toepasselijk. Er zijn reeds voorbereidingen getroffen om ookdeze dossiers zo snel mogelijk naar het Nationaal Archief over te brengen.Private dossiersPrivate archieven vallen niet onder de reikwijdte van de Archiefwet en datbetekent dat voor de overdracht van deze dossiers een andere aanpak isvereist.In het kader van de afbouw van het systeem van interlandelijke adoptiewordt op dit moment onderzocht welke wettelijke grondslag nodig is vooroverbrenging van de adoptiedossiers van de private vergunninghoudersnaar het Ministerie van JenV en vervolgens naar het Nationaal Archief.Hiervoor is een juridisch kader ontwikkeld, dat als bijlage bij deze brief isgevoegd. Ten behoeve van de totstandkoming daarvan zijn het kantoorvan Pels Rijcken en de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoedgeraadpleegd. Met de overdracht naar het Ministerie van JenV komendeze archieven onder de reikwijdte van de Archiefwet te vallen en is ereen grondslag voor overbrenging naar het Nationaal Archief. Inafstemming met de betrokken organisaties, zoals de vergunninghoudersen het Nationaal Archief, wordt hiervoor een meerjarige aanpakontwikkeld. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de wens van uwKamer om de dossiers zoveel mogelijk centraal bij het Nationaal Archief tearchiveren. Vooruitlopend op een wettelijke grondslag tot overdracht vanprivate archieven aan het Nationaal Archief, wijs ik erop dat ook de Wobkaeen bewaartermijn kent van minimaal dertig jaar na de komst van het kindnaar Nederland6 en dat de vergunninghouders zich bewust zijn van hetbelang van het behoud van dossiers.Ook het archief van Fiom met betrekking tot binnenlandse afstand enadoptie betreft een privaat archief. Dit betekent dat een wettelijkegrondslag voor de overdracht van deze dossiers aan het Ministerie vanJenV op dit moment ontbreekt.6Artikel 17b, tweede lid, Wobka.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1343 Zoektocht naar vindplaatsen van private en overheidsarchieven op hetgebied van binnenlandse afstand en adoptieIn het verleden zijn veel instellingen betrokken geweest bij het proces vanafstand en adoptie. Vaak is onbekend waar de dossiers en documentenvan deze instellingen worden bewaard en of ze er nog zijn. Dit komt onderandere door naamsveranderingen van instellingen, fusies, verhuizingen,opheffingen, afscheidingen en samenwerkingsverbanden. Van debetrokken private en publieke instellingen bestaat geen actueel endekkend overzicht. Hierdoor is het voor veel geadopteerden een bijnaonmogelijke taak om nog onbekende archiefstukken te achterhalen. Tijd,geld, kennis van (het achterhalen van) archieven en van organisaties diein het verleden hebben bestaan, zijn hiervoor een eerste vereiste.Door Fiom is in 2021–2022 een archiefonderzoek gestart naarvindplaatsen. Hierdoor zijn er bij Fiom tot nu toe ruim 70 organisaties/huizen in beeld. Deze staan op de website van Fiom vermeld.7 Hetoverzicht is nog niet volledig. Het onderzoek heeft veel nieuwe aankno-pingspunten gegeven voor vervolgonderzoek naar toegang tot informatieover het verleden. Fiom is met financiële steun van het Ministerie vanJenV een nieuw archiefonderzoek gestart, waarin de volgende tweevragen centraal staan:A.Wat zijn de (mogelijke) bewaarlocaties van dossiers en documentenmet persoonlijke en institutionele informatie van afstandsmoeders enafgestane kinderen, van private instellingen (zoals moederhuizen,kindertehuizen en kerkelijke instellingen), publieke instellingen (zoalsgemeentelijke sociale diensten) en particulieren (zoals oud-werk-nemers van moederhuizen)?B.Wat zijn de knelpunten rondom de veiligheid van de opslag, devindbaarheid, toegankelijkheid en betrouwbaarheid van de dossiers endocumenten? En hoe kan het duurzame behoud hiervan bevorderdworden?Dit onderzoek, dat is aangevangen in februari 2025 en dat tot 1 januari2027 zal duren, richt zich op dossiers met betrekking tot binnenlandseafstand en adoptie. Ik houd uw Kamer over de voortgang hiervan op dehoogte. Het op de website van Fiom gepubliceerde overzicht vandossierhoudende instanties, die over afstammingsinformatie beschikken,zal door Fiom gedurende het archiefonderzoek worden aangevuld.Daarnaast blijft Fiom ondersteuning bieden bij het zoeken naar familie ofinformatie over de ontstaansgeschiedenis aan hen die daar behoefte aanhebben.3. De toegang tot en inzage van adoptiedossiers Centrale archivering van dossiers en het in kaart brengen van privatearchieven dragen bij aan de vindbaarheid en toegankelijkheid daarvan.Een ander aspect waar voornoemde moties op gericht zijn, is deonbeperkte en onbelemmerde inzage van het eigen dossier. Daarbij merkik op dat een dossier meestal meerdere personen betreft, zoals biolo-gische (eerste) moeders en afstandsmoeders, afstandskinderen, geadop-teerden, adoptieouders en eventuele broers of zussen. Het dossier kandaardoor, hoewel het veelal door geadopteerden wel zo wordt ervaren,niet kan worden beschouwd als een «eigen» afstands- en adoptiedossier.Dit heeft invloed op de mogelijkheid tot «onbeperkte en onbelemmerde»inzage.7Waar kan ik nog meer naar afstammingsinformatie zoeken? | FiomTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1344 Uit gesprekken met zowel interlandelijk als binnenlands geadopteerdenblijkt dat het van wezenlijk belang is om alle informatie die is verbondenaan hun adoptie te verkrijgen en deze ook beschikbaar te houden. Dieinformatie ziet niet alleen op identiteit, familie en omstandighedenrondom de adoptie (in het land van herkomst), maar bijvoorbeeld ook ophet verhaal achter de adoptie, op de feiten en omstandigheden waaronderde geadopteerde bij de adoptieouder(s) terecht is gekomen en de wijzewaarop de matching met de adoptieouder(s) tot stand is gebracht.Geadopteerden hebben als kind geen enkele zeggenschap gehad over deafstand door hun moeder, vader en familie, over de opname in het gezinvan de adoptieouders en, in het geval van interlandelijke adoptie, overhun migratie en naturalisatie. Zij doen (als volwassenen) een beroep optoegang tot de afstands- en adoptiedossiers als onderdeel van het rechtop zelfbeschikking, zodat zij inzicht krijgen in de gebeurtenissen rondomhun adoptie. Zij vragen in dat kader om onbeperkte inzage van dedossiers in volle omvang.In voornoemde brief van 14 juni 2024 heeft mijn voorganger u laten wetendat het inzagebeleid van het Nationaal Archief en de Regionale Histo-rische Centra is gebaseerd op de toepasselijke wet- en regelgeving, zoalsde Archiefwet 1995 en de Algemene Verordening Persoonsgegevens(AVG). Op grond van artikel 15 Archiefwet zijn de inmiddels door de Raadvoor de Kinderbescherming aan het Nationaal Archief overgedragendossiers van geadopteerden met een geboortejaar voor 1970, beperktopenbaar tot en met 100 jaar na de geboorte van de personen op wie dedossiers betrekking hebben.8 Een vergelijkbaar besluit is in voorbereidingten aanzien van de dossiers van de Centrale autoriteit InternationaleKinderaangelegenheden die aan het Nationaal Archief overgebracht zullengaan worden. Daaraan ligt ten grondslag de eerbiediging van depersoonlijke levenssfeer van de in het dossier voorkomende personen.Deze wet- en regelgeving heeft tot gevolg dat er beperkingen zijn tenaanzien van de inzage van de dossiers, die in de weg staan aan deonbelemmerde inzage zoals uw Kamer die voorstaat en zoals een deel degeadopteerden en afstandsmoeders die wenst. Ik ben mij in dit kader zeergoed bewust van de belangen van de geadopteerden en de afstands-moeders en wil daarbij zo veel als juridisch mogelijk onbeperkte toegangaan hen bieden tot de afstands- en adoptiedossiers. Ik heb het kantoor vanPels Rijcken daarom verzocht om een advies uit te brengen over dereikwijdte van de privacywetgeving, de beperkingen die daaruit voort-vloeien ten aanzien van de inzage van afstands- en adoptiedossiers, ookvoor de nakomelingen van geadopteerden, en de mogelijkheden om diebeperkingen op te heffen. In dit advies, dat als bijlage bij deze brief wordtgevoegd, wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds dossiers enarchieven van private organisaties, die weer te onderscheiden zijn inarchieven van vergunninghouders, waarop de Wet opneming buiten-landse kinderen ter adoptie (Wobka) toepasselijk is, en overige privateinstanties. Anderzijds wordt onderscheid gemaakt tussen dossiers vanoverheidsinstanties, waarbij weer onderscheid wordt gemaakt tussendossiers die zich nog bij overheidsinstanties bevinden en dossiers dienaar het Nationaal Archief zijn overgebracht. In het advies is de toepasse-lijke wet- en regelgeving beschreven alsmede de daaruit voortvloeiendemogelijkheden en beperkingen tot inzage. Hieruit blijkt dat een belangen-afweging in alle gevallen moet worden gemaakt. Er zijn evenwel enkeleaanbevelingen gedaan om, zowel binnen de bestaande wetgeving als methet oog op nieuwe wetgeving, juridische belemmeringen weg te nemen,zodat het inzagerecht, zo veel als mogelijk, kan worden verruimd. Daarbij8Besluit beperking openbaarheid archief adoptiedossiers raad voor de kinderbescherming,geboortejaren tot en met 1969, https://wetten.overheid.nl/BWBR0048978/2023-12-01.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1345 is tevens oog voor de nakomelingen van geadopteerden. In hetwetsvoorstel waarmee interlandelijke adoptie wordt afgebouwd, dat invoorbereiding is en waarover ik uw Kamer in de brief over de afbouw vaninterlandelijke adoptie heb geïnformeerd, zal worden onderzocht of en opwelke wijze deze aanbevelingen kunnen worden opgevolgd.Ik ben mij bewust van de signalen die ik van geadopteerden ontvang overde beperkingen die zij ervaren bij de inzage van dossiers, zoals het nietkunnen verkrijgen van een kopie van het volledige dossier. Daarover stemik ook af met de Minister van OCW, de verantwoordelijke bewindspersoonvoor het Nationaal Archief. Voor de volledigheid verwijs ik ook naar zijnKamerbrief van 12 november 2024.9 Ook het Nationaal Archief is zichbewust van de ervaren beperkingen en evalueert het inzagebeleid actief,mede om te bezien of aan bezwaren tegemoet kan worden gekomen.Ik besef dat archivering van afstands- en adoptiedossiers bij het NationaalArchief ertoe leidt dat de gespecialiseerde begeleiding bij dossierinzagedoor de bij de adoptie betrokken instanties niet langer standaard mogelijkis. Afgesproken is dat Fiom desgewenst begeleiding kan bieden bij deinzage van binnenlandse afstands- en adoptiedossiers. Omdat passendebegeleiding bij inzage van interlandelijke adoptiedossiers ook wenselijkkan zijn, onderzoek ik met INEA de mogelijkheden om, op verzoek van eengeadopteerde, in passende begeleiding te kunnen blijven voorzien. Deurgentie hiervan neemt toe, naarmate er meer dossiers naar het NationaalArchief worden overgebracht. Ik zal uw Kamer vanzelfsprekend op dehoogte houden van de ontwikkelingen op dit vlak.4. De behoefte aan hulp en ondersteuning In vervolg op de Commissie Joustra is bij de vormgeving van INEAuitvoerig gesproken met (belangenorganisaties van) geadopteerden overhun wensen en behoeften. Dit heeft geresulteerd in besluitvorming overeen duurzaam ondersteuningsaanbod, dat wordt geboden door INEA. Innavolging van het onderdeel van de motie dat oproept om metvoorstellen te komen om meer hulp en ondersteuning te bieden aaninterlandelijk geadopteerden, is opnieuw gesproken met (belangenorgani-saties van) interlandelijk geadopteerden en met medewerkers van INEA.Ook heb ik gesproken met de leden van de Adviesraad en de Redactieraadvan INEA, waarin zowel geadopteerden als adoptieouders zijn vertegen-woordigd. In kaart is gebracht welke ondersteuningsbehoeften er zijn,aanvullend op het huidige ondersteuningsaanbod. Op basis daarvan iseen groslijst opgesteld, die als bijlage bij deze brief is gevoegd.Uit de gesprekken blijkt een enorme diversiteit aan ervaringen, stand-punten en wensen. Ervaringen lopen uiteen van een dagelijkse worstelingmet verschillende problemen als gevolg van afstand en adoptie en deconsequenties daarvan, zoals het niet kunnen achterhalen van deoorspronkelijke identiteit, hechtingsstoornissen en trauma’s, tot tevre-denheid met, en soms ook berusting in, hoe het leven is gelopen. De zeeruiteenlopende gevoelens en ervaringen hebben tot gevolg dat deondersteuningsbehoeften van geadopteerden fors uiteenlopen en zeerdivers zijn, zoals ook uit de bijgevoegde groslijst blijkt. Voor de éénvolstaat het hebben van contact met andere geadopteerden. De anderheeft behoefte aan een breed palet aan ondersteuning, uiteenlopend vanvormen van psychologische ondersteuning tot (financiële) hulp bijzoektochten en van eenvoudige(r) vormen van herstel van identiteitsge-gevens tot waarborgen voor het eigen nageslacht. De gesprekken warenindrukwekkend en bevestigen dat «de» geadopteerde niet bestaat, maar9Kamerstuk 31 265, nr. 132.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1346 dat iedere individuele geadopteerde zijn of haar eigen verhaal, ervaringen,behoeften en wensen heeft. Desondanks zijn er ook gezamenlijke lijnenzichtbaar in de ondersteuningsbehoeften, ten aanzien van herstel vanidentiteitsgegevens, psychosociale ondersteuning, zoektochten en, alsonderdeel daarvan, de inzage in dossiers. Ik vind het belangrijk om,voordat ik daarop inga, te benoemen welke vormen van ondersteuningten behoeve van interlandelijk geadopteerden al beschikbaar zijn en welkekeuzes op dat vlak in het verleden zijn gemaakt.In lijn met de onderzoeksresultaten en aanbevelingen van de CommissieJoustra is er, in afstemming met uw Kamer, voor gekozen te investeren ineen duurzaam ondersteuningsaanbod, dat toegankelijk is voor alleinterlandelijk geadopteerden, nu en in de toekomst. Daartoe is INEAopgericht en is de Subsidieregeling belangenorganisaties interlandelijkgeadopteerden in het leven geroepen. Vanuit die uitgangspunten werk ikdit onderdeel van de motie verder uit.INEADit expertisecentrum heeft in het voorjaar van 2023 de deuren geopendvoor interlandelijk geadopteerden, adoptiefouders en overige betrok-kenen. Voor de inrichting van INEA is in totaal 36,4 miljoen eurobeschikbaar gesteld. Deze middelen worden zodanig verdeeld dat deduurzaamheid van INEA is geborgd voor een periode van 10 jaar.Daarvoor zijn, mede in samenspraak met de interlandelijk geadopteerden,vijf bouwstenen geformuleerd voor ondersteuning, namelijk i) kennis-basis, ii) zoektochten en landenaanpak, iii) toegang tot dossiers enafstammingsinformatie, iv) psychosociale ondersteuning en v) juridischeondersteuning. INEA vervult een loketfunctie en systeemtaak voorinformatie en ondersteuning in Nederland. Deze ondersteuning vindtzowel in groepsverband als individueel plaats. Meer complexe hulpvragenworden door INEA doorgeleid naar het netwerk van gespecialiseerdehulpverleners en juridische bijstandsverleners. Voor het opbouwen van dekennisinfrastructuur is INEA actief samenwerkingen aangegaan metkennisinstituten en experts. Ten aanzien van de versterking vanzoektochten in landen van herkomst werkt INEA samen met belangen-organisaties en worden landspecifieke zoekinfrastructuren in kaartgebracht. Daarnaast vindt voorlichting plaats over verwantschapsonder-zoeken. Verder verstrekt INEA informatie over de instanties waar dossierskunnen worden ingezien en, zoals hiervoor al gemeld, wordenvindplaatsen van dossiers in kaart gebracht. INEA werkt aan de dooront-wikkeling en versterking van het huidige ondersteuningsaanbod.Na een periode van opbouw hebben vanaf juni 2024 naast de regulierejaargesprekken enkele ontwikkelingsgesprekken met INEA plaatsge-vonden. Daaruit blijkt dat INEA een organisatie is die zich kenmerkt doorambities, bevlogenheid en een groot bewustzijn van het belang en deurgentie van betere ondersteuning van geadopteerden op de verschil-lende thema’s waaraan zij werkt. Veel geadopteerden en adoptieoudershebben de weg naar INEA gevonden, zoals ook blijkt uit het jaarverslagvan INEA over 2023.10 Ik constateer dat INEA in relatief korte tijd veel heeftbereikt en opgezet, dat binnen INEA op allerlei gebieden kennis isvergaard, dat de medewerkers betrokken zijn bij hun werk en dedoelgroep en dat er ambities zijn ten aanzien van het ondersteunings-aanbod. Er zijn echter ook kritische geluiden onder een deel van degeadopteerden. Zo is onder meer kritiek op de bestuurlijke inbedding vanINEA bij Fiom, gelet op de rol die Fiom in het verleden bij adopties heeftgespeeld. Een aantal geadopteerden bekritiseert de door INEA gemaakte10INEA-Jaarverslag-2023-DEF.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1347 keuzes in het ondersteuningsaanbod of zou graag zien dat dit aanbodverder gaat dan de opdracht die INEA bij de start heeft meegekregen,bijvoorbeeld door binnen INEA (kosteloze) psychosociale of juridischeondersteuning te bieden. Ik stel vast dat INEA is opgericht om eenduurzaam ondersteuningsaanbod aan interlandelijk geadopteerden tebieden, maar ook dat een deel van de geadopteerden zich tegen INEAafzet. Ik vind het belangrijk meer inzicht te krijgen in de ervaren afstandtussen INEA en een deel van de geadopteerden en te bezien op welkewijze deze kan worden gedicht. Ik ben in dat kader voornemens eenonafhankelijk onderzoeksbureau te vragen om het duurzame ondersteu-ningsaanbod van INEA te evalueren en te komen met aanbevelingen omdat aanbod verder te versterken en beter te laten aansluiten bij dediversiteit van de behoeften van geadopteerden. Dit staat er overigensniet aan in de weg om met INEA te bezien welke mogelijkheden er op dekorte termijn zijn tot doorontwikkeling. Daar kom ik hierna op terug.De Subsidieregeling belangenorganisaties interlandelijk geadopteerdenDeze subsidieregeling is in oktober 2022 in werking getreden en richt zichop twee doelen, namelijk de versterking van de belangenorganisatie enexpertise en de versterking van het ondersteuningsaanbod aan interlan-delijk geadopteerden, waaronder de ondersteuning bij zoektochten en/ofrootsreizen. De subsidie stelt belangenorganisaties, die worden bemenstdoor bevlogen vrijwilligers en die veelal afhankelijk zijn van giften enfinanciële bijdragen van de eigen achterban, in staat waardevolleinitiatieven te ontplooien. Dat neemt niet weg dat het aantal subsidieaan-vragen nog altijd beperkt is. In 2023 zijn 11 aanvragen ingediend en in2024 zijn 15 aanvragen ontvangen. Mede daarom vond ik een evaluatievan de subsidieregeling belangrijk en heb ik het onderzoeksbureauRegioplan daartoe ook opdracht gegeven. Ik kom daar hierna op terug.5. Aanvullingen op het huidige ondersteuningsaanbod Mij is gebleken dat het huidige ondersteuningsaanbod door verschillendegeadopteerden wordt ervaren als beperkt en ik heb de afgelopen periodebenut om de mogelijkheden tot verbetering te onderzoeken. Waarbij dehuidige beschikbare middelen voor de ondersteuning van geadopteerdenkaderstellend zijn. Voornoemde motie nr. 93 voorziet immers niet inaanvullende middelen. Ik heb om die reden vooral gekeken naar deverdere doorontwikkeling en verbetering van het huidige ondersteunings-aanbod, en de wenselijkheid om daarbinnen accenten of verschuivingenaan te brengen.Zoals hiervoor al aangegeven wil ik waar mogelijk blijven voorzien in eenduurzaam ondersteuningsaanbod waar zoveel mogelijk geadopteerden nuen in de toekomst mee geholpen zijn. En maak ik, net als mijn voorganger,de bewuste keuze om niet over te gaan tot het bieden van een individuelecompensatie of vergoeding. Ik heb de verschillende ervaringen enbehoeften gewogen en ben tot het oordeel gekomen dat de meestegeadopteerden meer zijn gebaat bij investeringen in een duurzaamondersteuningsaanbod, dan bij een eenmalige financiële bijdrage ofvergoeding zonder dat ondersteuningsaanbod. Daarbij heb ik ook oogvoor de langere termijn, waarop nu nog onzichtbare adoptiegerelateerdeproblematiek kan ontstaan en waarvoor ook dan ondersteuningbeschikbaar moet zijn. Wel brengen de uiteenlopende belangen enbehoeften met zich mee dat er keuzes moeten worden gemaakt, waarbijook rekening moet worden gehouden met de huidige financiële kaders enjuridische beperkingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1348 Dat neemt niet weg dat ik heb gezocht naar mogelijkheden om het huidigeondersteuningsaanbod te verbeteren en tegemoet te komen aan wensenen behoeften waarin nog niet wordt voorzien. Ik licht dat hieronder graagtoe aan de hand van de gemeenschappelijke lijnen, die in de gesprekkenzichtbaar werden.Herstel van identiteitsgegevensIk ben doordrongen van de waarde die een aantal geadopteerden hechtaan het herstel van (een deel van) de oorspronkelijke identiteit. Eenbelangrijk punt van kritiek hierbij is dat herstel van identiteitsgegevenseen moeizaam en kostbaar proces kan zijn, waarbij verschillendeorganisaties betrokken zijn. Zo is voor een wijziging van een voornaameen verzoek aan een rechter vereist, terwijl de wijziging van degeslachtsnaam via Justis verloopt. Daarop volgt het (soms meerderemalen) laten aanpassen van een rijbewijs en identiteitsdocumenten en deadministratieve consequenties van een wijziging van persoonsgegevens.Ik begrijp dan ook de behoefte aan een laagdrempeliger en zo mogelijkeenvoudiger systeem.Op dit moment vindt een doorlichting plaats van het Besluit geslachts-naamswijziging, waarin ook aandacht is voor de positie van geadop-teerden. Daarbij ligt mede de vraag voor of en zo ja op welke wijze eeneenvoudige, administratieve procedure tot geslachtsnaamswijziging kanworden gerealiseerd. Deze doorlichting is naar verwachting in hetvoorjaar van 2025 afgerond. Ik zal uw Kamer daarna over de bevindingenen mijn beleidskeuzes informeren.Ik sluit niet uit dat een eenvoudige procedure als hiervoor bedoeld niet inalle gevallen uitkomst biedt. Bijvoorbeeld omdat de daartoe aangewezeninstantie zich niet in staat acht om de gewenste wijziging te beoordelen ofomdat naast een wijziging van een geslachtsnaam tevens een wijzigingvan voornaam en/of van de geboorteakte dan wel vaststelling vangeboortegegevens wordt gewenst. Ik onderzoek de mogelijkheid om indie gevallen alle gewenste wijzigingen of aanpassingen in één procedureonder te brengen, waarvoor binnen de in voorbereiding zijnde herzieningvan de adoptiewetgeving een wettelijke grondslag kan worden gecreëerd.Ik denk daarbij aan een gerechtelijke procedure, waarin alle verzoekenover naamswijziging en geboortegegevens gezamenlijk aan één instantie,namelijk aan een daartoe bevoegde rechter kunnen worden voorgelegd,in plaats van aan de huidige verschillende betrokken instanties. Daarbijmerk ik op dat een wetgevingstraject enkele jaren in beslag zal nemen.In het kader van herstel van identiteitsgegevens wil ik ook ingaan op demogelijkheid van herroeping van een adoptie. Die leidt ertoe dat defamilierechtelijke banden met de adoptieouders worden verbroken en datde band met de oorspronkelijke ouder(s) wordt hersteld. Gelijktijdig kanook de oorspronkelijke naam worden hersteld. Artikel 1:231 van hetBurgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een verzoek tot herroeping van eenadoptie slechts kan worden ingediend tussen het 20e en 23e levensjaar. Ikvind het zeer voorstelbaar dat geadopteerden pas op latere leeftijd debehoefte krijgen om de adoptie te herroepen. In de jurisprudentie wordtmet deze termijn dan ook al ruimhartig omgegaan, onder meer op grondvan de eerbiediging van het recht op privé, familie-, en gezinsleven, zoalsvastgelegd in artikel 8 EVRM. Gelet daarop heb ik binnen het wetgevings-traject van wijziging van de adoptiewetgeving aandacht voor eensubstantiële verruiming van de wettelijke termijn voor indiening van eenverzoek tot herroeping van een in Nederland uitgesproken adoptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 1349 In de motie met betrekking tot hulp en ondersteuning wordt explicietaandacht gevraagd voor herstel van de oorspronkelijke nationaliteit.Daaraan is een tweetal voorvragen verbonden. Een eerste vraag is of deoorspronkelijke nationaliteit inderdaad is prijsgegeven als gevolg van deadoptie en/of de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit. Is dat hetgeval, dan ligt de vraag voor of herstel van de oorspronkelijke nationaliteitmogelijk is. De antwoorden op deze vragen zijn allereerst afhankelijk vanhet nationaliteitsrecht van het land van herkomst. Deze vragen moetendaarom altijd individueel worden beoordeeld door de autoriteiten van hetland van herkomst. De vertegenwoordiging van dat land in Nederland(ambassade, consulaat) kan hierbij mogelijk behulpzaam zijn. Pas indienvaststaat dat een geadopteerde alleen over de Nederlandse nationaliteitbeschikt én het nationaliteitsrecht van het land van herkomst dit mogelijkmaakt, kan van herstel van de oorspronkelijke nationaliteit sprake zijn. Ophet toepasselijke nationale recht van de landen van herkomst heb ik geeninvloed. Wel stel ik vast dat de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN)in de weg staat aan het op deze wijze verkrijgen van een dubbelenationaliteit, dus de oorspronkelijke nationaliteit naast de Nederlandsenationaliteit. Geadopteerden moeten daardoor herstel van de oorspronke-lijke nationaliteit afwegen tegen het verlies van de Nederlandse nationa-liteit. INEA kan daarover desgewenst nadere informatie verstrekken.Daarnaast onderzoek ik op dit moment de mogelijkheden om tegemoet tekomen aan de wens van herstel van de oorspronkelijke nationaliteit.Ondersteuning bij zoektochtenINEA heeft op de website een overzicht gepubliceerd van mogelijkevindplaatsen van overheids- en private interlandelijke adoptiedossiers inNederland.11 INEA biedt daarnaast ondersteuning bij zoektochten naarinformatie over de ontstaansgeschiedenis en heeft een stappenplangepubliceerd dat behulpzaam kan zijn bij het zoeken naar familie, waarbijuitgebreid wordt stilgestaan bij het gebruik van DNA-onderzoek.12 Om ditstappenplan is verzocht door mijn voorganger na publicatie in juli 2022van het rapport «Gebruik internationale DNA-databanken door geadop-teerden n.a.v interlandelijke adopties»,13 dat in opdracht van het WODCtot stand is gekomen. DNA-onderzoek is een belangrijk thema. Als erweinig aanknopingspunten zijn voor het vinden van familie, zoals veelalhet geval is als sprake is geweest van misstanden rondom de adoptie, dankan DNA-onderzoek soms zelfs de enige mogelijkheid zijn om eenzoektocht te starten. Ondanks dat de kans op succes, zo komt ook in hetonderzoek naar voren, heel klein is. DNA-onderzoek kan daarnaastverwantschap bevestigen als in het land van herkomst vermoedelijkefamilieleden zijn gevonden. Geadopteerden kunnen hier vanzelfsprekendbehoefte aan hebben, mede in het licht van het bestaan van zogenaamde«pretended mothers» in enkele landen van herkomst, die zich tegenbetaling hebben uitgegeven als geboortemoeders en ook in die hoeda-nigheid op geboorteakten zijn geregistreerd. INEA brengt informatie overDNA-onderzoek in kaart en goede voorlichting is in ontwikkeling over demogelijkheden, beperkingen en de risico’s die kleven aan DNA-onderzoek.Daarnaast biedt INEA psychosociale ondersteuning, die is gekoppeld aanhet laten verrichten van DNA-onderzoek en de uitslagen daarvan. En inbredere zin ondersteuning in het traject voor, tijdens en na het zoeken. Debehoefte aan DNA-onderzoek komt in de gesprekken met geadopteerdenregelmatig aan de orde. Daarom heb ik INEA verzocht een pilot te starten,waarbinnen naast gedegen voorlichting ook DNA-kits beschikbaar gesteld11Zoek- en vindplaatsen van adoptiedossiers Nederland – INEA12Te raadplegen via: https://inea.nl/kennisbank/?_themes=zoeken-enlandenaanpak.13Onderzoeksrapport te raadplegen via: https://open.overheid.nl/documenten/ronl-6f9f784334e7a4d0a3d389bdfc04cfde3f11f9e5/pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 13410 worden. Door dit collectieve aanbod in de vorm van een pilot, waarvaniedere geadopteerde desgewenst gebruik kan maken, kan inzicht wordenverkregen op het bereik en de resultaten van de inzet van DNA-kits en devraag of dit een effectief onderdeel kan zijn van het verbreden van hetduurzame ondersteuningsaanbod van INEA.Ik realiseer mij dat voor een individuele zoektocht in een land vanherkomst goede voorlichting en handvatten wenselijk en nodig zijn. INEAgeeft de aankomende jaren hoge prioriteit aan het in kaart brengen van demogelijkheden om in landen van herkomst op zoek te gaan naar biolo-gische familie en het opzetten van de daarvoor benodigde zoekinfrastruc-turen. Dat is een intensief proces, omdat geen land hetzelfde is. Daarom iservoor gekozen deze inventarisatie in beperkte omvang te starten met delanden waarnaar de Commissie Joustra onderzoek heeft gedaan.Daarnaast is in dit kader ook een project gestart in Haïti. Met de opgedaneervaringen zal daarna ook in andere landen een inventarisatie plaats-vinden. INEA betrekt daarbij belangenorganisaties, die al ervaringenhebben met zoektochten in de landen van herkomst.Op grond van de Subsidieregeling belangenorganisaties interlandelijkgeadopteerden kan een deel van de subsidie worden aangewend terondersteuning van zoektochten of rootsreizen voor een groep van tenminste vijf interlandelijk geadopteerden. Omdat ik ervan doordrongen bendat de eis van een gezamenlijke reis bezwaarlijk kan zijn, bijvoorbeeldvanwege de grote afstanden tussen verschillende reisbestemmingenbinnen een land van herkomst, leg ik de voorwaarde van ondersteuningvan ten minste vijf personen niet (langer) uit als een voorwaarde omgezamenlijk op reis te gaan, maar dient het ondersteuningsaanbod gerichtte zijn op een groep van minimaal vijf geadopteerden, die al dan nietafzonderlijk van elkaar, een rootsreis ondernemen. Daarbij kan gedachtworden aan de inzet van een veldwerker of tolk ten behoeve van tenminste vijf geadopteerden of aan bijeenkomsten ter voorbereiding op ofna afloop van een rootsreis.Met betrekking tot de gewenste ondersteuning ten behoeve van hethervinden van de oorspronkelijke culturele identiteit en culturele aspectenvan het land van herkomst, merk ik op dat de subsidies op grond vanvoornoemde subsidieregeling hiervoor kunnen worden aangewend. Eenaantal belangenorganisaties benut de subsidies ook voor bijvoorbeeldtaal- of kooklessen. INEA heeft een stappenplan gepubliceerd voor hetaanvragen van deze subsidie en heeft bij bepaalde aanvragen ook eenadviserende rol. Zo kan INEA de belangenorganisaties wijzen opvergelijkbare activiteiten van andere belangenorganisaties en ze stimu-leren om gebruik te maken van elkaars ervaringen. Ook vanuit INEA isaandacht voor culturele aspecten en identiteit.Recent heeft een evaluatie plaatsgevonden van de subsidieregeling.Daarbij hebben de vragen centraal gestaan of de subsidieregeling in dehuidige vorm tegemoetkomt aan het doel daarvan, op welke punten deregeling kan worden versterkt en of de regeling, dan wel de uitvoeringdaarvan, aanpassing behoeft teneinde het beoogde doel beter terealiseren. De ervaringen van de belangenorganisaties en INEA met desubsidieregeling zijn daarbij betrokkenHet evaluatieverslag heb ik als bijlage bij deze brief gevoegd. Hieruit blijktdat belangenorganisaties de subsidie benutten om meer bekendheid tegeven aan de eigen organisatie, om activiteiten voor geadopteerden teorganiseren, zoals themabijeenkomsten en rootsreizen, om ondersteuningte bieden bij zoektochten en om het netwerk in het land van herkomst uitte breiden. Verder blijkt dat de subsidieregeling belangenorganisatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 13411 bestaansrecht kan geven, omdat er voor het overige maar beperktefinanciële bronnen beschikbaar zijn. En dat er ook belangenorganisatieszijn die er bewust voor kiezen om geen gebruik te maken van de subsidie-mogelijkheden. De evaluatie heeft geleid tot drie aanbevelingen, waaropik kort zal ingaan.1.Begeleid de subsidieaanvragers. Er is behoefte aan laagdrempeligeondersteuning bij de subsidieaanvraag, tijdens de looptijd van desubsidie en bij de verantwoording. Op deze begeleiding en onder-steuning is reeds ingezet, door adequaat te reageren op vragen permail en door de mogelijkheid te bieden telefonisch of in digitaaloverleg af te stemmen. Aanvragen worden na ontvangst snelbeoordeeld en waar nodig wordt ook actief contact gezocht met deaanvrager.2.Inventariseer de wenselijke invulling van zoektochten. Uit deevaluatie blijkt dat er behoefte kan zijn aan een meer individueleinsteek van zoektochten of rootsreizen. Desondanks houd ik vast aande voorwaarde dat ten minste vijf geadopteerden gediend moetenzijn bij het aanwenden van subsidies ten behoeve van rootsreizen. Ditsluit aan bij het uitgangspunt dat niet wordt overgegaan tot hetverstrekken van tegemoetkomingen of vergoedingen aan individuelegeadopteerden. Daarbij merk ik op dat de inzet van professionelebegeleiders voor, tijdens en na afloop van de rootsreis ten behoevevan minimaal vijf geadopteerden op basis van de subsidieregeling istoegestaan.3.Zoek de balans tussen het inzetten van kennis en expertise en debelastbaarheid van vrijwillige inzet. De belangenorganisaties wordenbestuurd door vrijwilligers en dat heeft tot gevolg dat kennis enexpertise beperkt kunnen zijn. Begeleiding wordt hierbij wenselijkgeacht, alsmede meer duidelijkheid over de grenzen tussen vrijwilligeen betaalde inzet. Met INEA is naar aanleiding van de evaluatieafgesproken om voor de zomer een gezamenlijke bijeenkomst met debelangenorganisaties te organiseren over de subsidieregeling. Daarinzal op laagdrempelige wijze nadere uitleg over de regeling wordengegeven, kunnen onduidelijkheden worden opgehelderd, kunnenervaringen worden gedeeld en kan verder worden afgestemd opwelke wijze het uitwisselen van informatie beter kan wordenontsloten. Daarbij is vanzelfsprekend aandacht voor de conclusies enaanbevelingen van het evaluatieverslag.Psychosociale ondersteuningBij INEA kunnen op laagdrempelige wijze psychosociale vragen wordenvoorgelegd. Door (ervarings)deskundigen wordt vervolgens onder-steuning geboden. INEA organiseert ook lotgenoten- en groepsbijeen-komsten, waarin geadopteerden onderling ervaringen kunnen delen. INEAbiedt inmiddels de mogelijkheid om (kosteloos) vijf individuele verken-nende gesprekken te voeren met een professional. Deze verkennendegesprekken zijn gericht op het onderzoeken van de ondersteuningsvraagmet professionals, die bekend zijn met adoptievraagstukken en mogelijkervaringsdeskundigheid en/of -kennis met zich meebrengen. Denk hierbijaan vragen die te maken kunnen hebben met het wel of niet starten vaneen zoektraject of als binnen een lopend hulpverleningstraject gezochtwordt naar aanvullende, passende, adoptiesensitieve ondersteuning.Verdergaande individuele hulpverlening wordt door INEA niet geboden,maar INEA kan wel behulpzaam zijn in het verdere doorgeleiden naar eenpassende en/of aanvullende hulverleningsvorm die aansluit bij de vraag.INEA heeft een grootschalige enquête bij hulpverleners uitgezet en is drukdoende om de verzamelde informatie te verwerken in een digitale socialekaart. Op basis van zoekcriteria worden de regionale hulpverleningsmoge-lijkheden daarmee beter inzichtelijk. Dit komt tegemoet aan de wens vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 13412 een groot aantal geadopteerden om beter te worden voorgelicht over debeschikbare hulpverlening. Daarbij blijft de reguliere route van kracht omvia de huisarts of de praktijkondersteuner een doorverwijzing te krijgennaar gespecialiseerde hulpverlening. Daarnaast heeft het agenderen vanadoptiesensitieve hulpverlening steeds de aandacht van INEA incontacten met de stakeholders en is INEA aan het onderzoeken of eenadoptiesensitieve zorgstandaard ontwikkeld kan worden.Ik zal uw Kamer in het najaar verder informeren over de stappen die zijngezet.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 265, nr. 13413
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.