KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda van de informele Raad Algemene Zaken van 11 en 12 mei 2026 (Kamerstuk 21501-02-3388)

7 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5e7db227b42862ea · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3394 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 7 mei 2026 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over debrief van 24 april 2026 over de Geannoteerde agenda van de informeleRaad Algemene Zaken van 11 en 12 mei 2026 (Kamerstuk 21 501-02,nr. 3388).De vragen en opmerkingen zijn op 6 mei 2026 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 7 mei 2026 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Van MeetelenAdjunct-griffier van de commissie,Moonen kst-21501-02-3394ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33941 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda voor de informele Raad Algemene Zaken van 11 en 12 mei2026. Zij hebben hierover een aantal vragen en opmerkingen.Meerjarig Financieel KaderDe leden van de fractie van JA21 maken zich grote zorgen over de inzetvan de Europese Commissie voor het volgende Meerjarig FinancieelKader 2028–2034. De Commissie heeft eerder een voorstel gepresenteerdvoor een EU-begroting van ongeveer 2 biljoen euro. Deze leden achteneen dergelijke omvang volstrekt onaanvaardbaar. Nederland is reedsjarenlang een van de grootste nettobetalers van de Europese Unie.Verdere groei van de EU-begroting betekent dat Nederlandsehuishoudens en bedrijven uiteindelijk opnieuw de rekening betalen.De leden van de fractie van JA21 constateren bovendien dat het EuropeesParlement inzet op een nog hogere EU-begroting dan de EuropeseCommissie. Deze leden achten dat hoogst onverantwoord. Hoe beoordeeltde Minister deze inzet van het Europees Parlement? Deelt de Minister destelling dat een nog hogere inzet vanuit het Europees Parlement de drukop de Raad vergroot om uiteindelijk uit te komen op een compromis datalsnog veel te hoog is?1.Antwoord van het kabinet:De inzet van het Europees Parlement (EP) voor een grotereEU-begroting dan het Commissievoorstel beoordeelt het kabinetkritisch. Zo vindt het kabinet de budgettaire impact van hetCommissievoorstel op de Nederlandse bijdrage aan de EU-begroting al onacceptabel. Het kabinet is daarom van mening datde voorgestelde omvang van het Meerjarig Financieel Kader(MFK) moet worden verlaagd, de korting die Nederland ontvangtop de bni-afdracht behouden moet worden en dat de perceptie-kostenvergoeding op 25% dient te blijven. Het kabinet isdaarnaast tegen de introductie van de voorgestelde nieuweleeninstrumenten Catalyst Europe en het crisismechanisme.Tevens hecht het kabinet aan een modernisering van deEU-begroting. In de onderhandelingen beslist Nederland eigen-standig over haar positie, ongeacht de inzet van het EP.De leden van de fractie van JA21 vragen hoe de Minister verwacht dat deonderhandelingen tussen de Raad, Commissie en Europees Parlementzullen verlopen. Gaat de Minister ervan uit dat het Commissievoorstel hetvertrekpunt wordt, of zet de Minister in op een Raadspositie die daarsubstantieel onder ligt? Is de Minister bereid binnen de Raad aan tedringen op een onderhandelingspositie met harde eisen, waaronder eenaanzienlijk lager totaalplafond, geen verslechtering van de Nederlandsenettobetalingspositie, geen nieuwe Europese belastingen, geen gezamen-lijke schulden en geen omzetheffing voor grote ondernemingen? Kan deMinister toezeggen dat Nederland niet akkoord gaat met een onderhande-lingsmandaat waarin deze rode lijnen onvoldoende zijn opgenomen?2.Antwoord van het kabinet:Zie het antwoord op de vorige vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33942 De leden van de fractie van JA21 constateren dat de Europese Commissiein toenemende mate inzet op een grotere, flexibelere en autonomergefinancierde EU-begroting. Deze leden zien daarin een fundamenteleverschuiving: van een Unie die financieel afhankelijk is van bijdragen vanlidstaten naar een Unie die steeds meer eigen budgettaire armslagprobeert te verwerven. Dat raakt rechtstreeks aan de begrotingssoeverei-niteit van nationale parlementen.De Minister schrijft voorstander te zijn van een moderne en toekomstbe-stendige EU-begroting met voldoende flexibiliteit om in te spelen oponvoorziene uitdagingen en crises. Deze leden vragen de Minister naderte concretiseren wat hij onder «voldoende flexibiliteit» verstaat. Welkebestaande instrumenten acht de Minister daarvoor toereikend, en welkeniet? Kan de Minister uitsluiten dat meer flexibiliteit leidt tot een grotereEU-begroting, hogere Nederlandse afdrachten of minder parlementairecontrole?3.Antwoord van het kabinet:De discussie over het vergroten van de flexibiliteit van het MFKgaat wat betreft het kabinet over de uitgavenkant van deEuropese begroting (MFK) en niet over de inkomstenkant(eigenmiddelenbesluit EMB). Flexibiliteit binnen het MFK magnamelijk niet ten koste gaan van de voorspelbaarheid van deafdrachten. Het kabinet is voorstander van het vergroten van deflexibiliteit binnen het MFK, aangezien het huidige MFK onvol-doende flexibel bleek om in te spelen op onvoorziene omstandig-heden. Meer flexibiliteit binnen de MFK-plafonds leidt volgens hetkabinet niet tot een grotere EU-begroting of hogere afdrachten.De overeengekomen MFK-plafonds en bedragen zijn daarvoorimmers leidend.Flexibiliteit in het MFK kan op verschillende manieren wordenvergroot. Het kabinet is van mening dat allereerst gekeken moetworden naar flexibiliteit binnen de programma’s en landenenve-loppen. Dit betekent dat landen hun eigen landenenvelop moetenkunnen aanspreken in het geval van onvoorziene omstandig-heden, bijvoorbeeld door herprogrammering of herprioritering.Een andere vorm van flexibiliteit is de door de Commissievoorgestelde EU-faciliteit.De leden van de fractie van JA21 missen in de inzet van het kabinet eenduidelijke vraag die bij elke begrotingsdiscussie centraal zou moetenstaan: waarom bezuinigt de Europese Unie eigenlijk vrijwel nooit? DeCommissie en het Europees Parlement spreken steeds over nieuweprioriteiten, nieuwe crises en nieuwe financieringsbronnen, maar veelminder over het schrappen, afbouwen of grondig hervormen vanbestaande uitgaven. Deze leden vinden dat onbegrijpelijk. Indien de EUmeer wil doen, dan moet de eerste vraag zijn welke bestaande uitgavenworden verminderd, niet welke nieuwe belastingen, afdrachten ofschulden worden aangeboord. Hoe kijkt de Minister hiernaar?4.Antwoord van het kabinet:Volgens het kabinet moet het door de Commissie voorgesteldeomvang van het MFK omlaag en dient het MFK tegelijkertijdgemoderniseerd te worden. Dit betekent dat de begroting meergericht moet worden op het versterken van het Europeesconcurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid,veiligheid en defensie. Het kabinet zet daarom in op herpriori-tering van middelen naar investeringen in veiligheid, defensie enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33943 innovatie. Het kabinet vindt de voorziene stijging van de Neder-landse bijdrage aan de Europese begroting als gevolg van hetCommissievoorstel niet acceptabel.De leden van de fractie van JA21 wijzen erop dat landbouwsubsidies encohesiefondsen nog altijd een zeer groot deel van de Europese begrotingbeslaan. Juist op deze terreinen is een fundamentele hervormingnoodzakelijk. Deelt u de opvatting dat landbouw- en cohesie-uitgaven nietautomatisch op peil gehouden moeten worden, maar kritisch moetenworden beoordeeld op doelmatigheid, toegevoegde Europese waarde ennoodzaak?5.Antwoord van het kabinet:Het kabinet deelt de opvatting dat landbouw- en cohesie-uitgavenniet automatisch op peil gehouden moeten worden. Zo heeft deCommissie in haar voorstel het aandeel van de EU-begroting datnaar landbouw- en cohesie gaat reeds verlaagd. Ook deelt hetkabinet de opvatting dat het MFK zich moet richten op grensover-schrijdende beleidsterreinen waar de EU de meeste toegevoegdewaarde biedt.De leden van de fractie van JA21 vragen of de Minister bereid is in deMFK-onderhandelingen expliciet in te zetten op lagere uitgaven voortraditionele begrotingsposten zoals landbouw en cohesie, in plaats van ophogere afdrachten of nieuwe eigen middelen. Is de Minister bereid in tezetten op een forse verlaging van de cohesie-uitgaven in het volgendeMFK? Deelt u de opvatting dat het cohesiebeleid niet mag verworden toteen permanent herverdelingsmechanisme tussen lidstaten?6.Antwoord van het kabinet:Het kabinet staat voor een sterk MFK dat bijdraagt aan destrategische doelen van Europa. Zo moet de begroting meergericht worden op het versterken van het Europees concurrentie-vermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid endefensie. Het kabinet zet daarom in op herprioritering vanmiddelen naar investeringen in veiligheid, defensie en innovatie.In de Commissievoorstellen gaat er ook meer geld naar dezenieuwe prioriteiten. Het kabinet is bovendien vanaf het begin vande onderhandelingen duidelijk dat het door de Commissievoorgestelde omvang van het MFK omlaag moet.Ten aanzien van landbouwuitgaven vragen deze leden of de Ministerbereid is te pleiten voor een fundamentele hervorming van het Gemeen-schappelijk Landbouwbeleid, waarbij minder geld verdwijnt in Brusselsebureaucratie, generieke regelingen en steeds uitgebreidere voorwaarden,en meer ruimte ontstaat voor innovatie, ondernemerschap en lastenver-lichting. Acht de Minister het nog verdedigbaar dat een groot deel van deEU-begroting via traditionele landbouwuitgaven wordt verdeeld, terwijltegelijkertijd wordt gesteld dat er onvoldoende geld is voor grensbe-waking, innovatie en concurrentievermogen? Welke mogelijkheden ziet deMinister om landbouwmiddelen doelmatiger in te zetten en tegelijkertijdde totale omvang van de EU-landbouwuitgaven te verlagen?7.Antwoord van het kabinet:In de Commissievoorstellen gaat er al meer geld naar prioriteitenzoals concurrentievermogen aan defensie. Deze verschuivingsteunt het kabinet. In de voorstellen voor het nieuwe Gemeen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33944 schappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt tevens ruimte gecreëerdom het GLB meer te richten op de uitdagingen van individuelelidstaten en het budget daarmee doelgerichter in te zetten. Hetkabinet steunt deze insteek.De leden van de fractie van JA21 vragen de Minister of hij bereid is alsuitgangspunt te hanteren dat nieuwe prioriteiten binnen de EU-begrotingin beginsel moeten worden gefinancierd door herprioritering en bespa-ringen binnen bestaande uitgaven. Kan de Minister toezeggen datNederland zich in de onderhandelingen niet beperkt tot het afwijzen vannieuwe middelen en gezamenlijke schulden, maar ook actief inzet opconcrete bezuinigingen en hervormingen aan de uitgavenkant van deEU-begroting?8.Antwoord van het kabinet:Nederland zet zich in voor een Europese begroting die toekomst-gericht en financieel verantwoord is. Dit vraagt om scherpekeuzes en modernisering. Zo moet de begroting meer gerichtworden op het versterken van het Europees concurrentiever-mogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie.Het kabinet zet daarom in op herprioritering van middelen naarinvesteringen in veiligheid, defensie en innovatie., Het kabinet isvan mening dat eerst gekeken moet worden naar een efficiëntebesteding en herprioritering van de beschikbare middelen.De leden van de fractie van JA21 steunen het kabinet in zijn verzet tegennieuwe instrumenten die gebruikmaken van gemeenschappelijkeleningen, zoals een crisisinstrument. Deze leden zien gezamenlijkeEuropese schulden als een principiële grens. Het coronaherstelfonds werddestijds gepresenteerd als een uitzonderlijk en tijdelijk instrument, maarbestond in de praktijk uit uitgaven en steun op basis van gezamenlijkeEU-leningen. Wat deze leden betreft mag die uitzondering niet de opmaatworden naar een permanente schuldenunie. Kan de Minister bevestigendat Nederland geen enkel nieuw instrument zal steunen dat direct ofindirect leidt tot gemeenschappelijke schuldfinanciering, gezamenlijkeaansprakelijkheid of nieuwe leenruimte op EU-niveau? Kan de Ministerdaarbij expliciet ingaan op constructies waarbij de EU goedkoop leent opbasis van de kredietwaardigheid en garanties van de lidstaten, om dezemiddelen vervolgens door te lenen aan lidstaten? Deelt u de opvatting datook dergelijke «leningen voor leningen» de facto neerkomen op hetcollectiviseren van kredietrisico’s, waarbij landen met een sterke krediet-waardigheid, zoals Nederland, mede garant staan voor goedkoperefinanciering van lidstaten met zwakkere overheidsfinanciën?9.Antwoord van het kabinet:Het kabinet is tegen de door de Commissie voorgestelde nieuweleeninstrumenten Catalyst Europe en het crisisleeninstrument.Voor deze specifieke instrumenten vindt het kabinet het onwen-selijk dat Nederland aansprakelijk zou kunnen worden gesteldvoor het aflossen van dergelijke leningen indien andere lidstatenin gebreke zouden blijven.De leden van de fractie van JA21 vragen voorts hoe het krachtenveld in deRaad eruitziet. Welke lidstaten delen de Nederlandse terughoudendheidten aanzien van de omvang van het MFK en het gebruik van gemeen-schappelijke leningen?10.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33945 Antwoord van het kabinet:De Nederlandse positie op het punt van gezamenlijke schuld ende omvang van het MFK wordt in grote lijnen gedeeld door eenaantal gelijkgezinde lidstaten.De leden van de fractie van JA21 vragen ook aandacht voor de financie-ringszijde van de EU-begroting en het Eigenmiddelenbesluit. Nieuweeigen middelen mogen wat deze leden betreft niet uitgroeien tot Europesebelastingen waarmee Brussel rechtstreeks of semi-rechtstreeks toegangkrijgt tot nieuwe inkomstenbronnen. De discussie over eigen middelen isvolgens deze leden geen technische begrotingskwestie, maar eenfundamentele vraag over fiscale soevereiniteit, democratische controle ende financiële verhouding tussen lidstaten en Europese instellingen. Deleden van de fractie van JA21 constateren dat in de discussie over hetvolgende MFK verschillende nieuwe eigen middelen aan de orde zijn,waaronder een grondslag op niet-ingezameld elektronisch afval, eentabak-gerelateerde bijdrage en een mogelijke bijdrage van grote onderne-mingen. Kan de Minister per voorgesteld eigen middel aangeven of hij ditvoorstel steunt, afwijst of nog beoordeelt? Indien de Minister nog geendefinitief oordeel heeft, welke informatie ontbreekt dan precies enwanneer verwacht hij hierover wel een positie te kunnen innemen?11.Antwoord van het kabinet:Zoals toegezegd door de Minister van Financiën tijdens hetCommissiedebat over Eurogroep/Ecofinraad d.d. 9 en 10 maart2026, informeert het kabinet de Kamer voor de zomer over dekabinetsappreciatie van de voorgestelde nieuwe eigen middelen.Het kabinet is kritisch over het voorgestelde nieuwe eigen middeldat gebaseerd is op een afdracht die lidstaten zouden innen bijondernemingen met een jaaromzet van meer dan EUR 100 miljoen(CORE). Deze kritische positie wordt in de Raad breed gedeeld.EU-uitbreidingDe leden van de fractie van JA21 zijn in principe geen voorstander vanverdere uitbreiding van de Europese Unie. De Unie heeft in haar huidigevorm al grote moeite om slagvaardig, democratisch controleerbaar enfinancieel beheersbaar te functioneren. Verdere uitbreiding dreigt dezeproblemen te vergroten. Indien uitbreiding desondanks aan de orde is,mag er geen enkele afbreuk worden gedaan aan de Kopenhagencriteriaen de absorptiecapaciteit van de Unie. De Minister schrijft dat vanwege degeopolitieke realiteit een realistisch perspectief op uitbreiding nodig is. Deleden van de fractie van JA21 vragen de Minister wat hier precies meewordt bedoeld. Betekent «geopolitieke realiteit» dat de Minister bereid ispolitieke of strategische overwegingen zwaarder te laten wegen danstrikte naleving van de toetredingscriteria? Kan de Minister bevestigen dattoetreding uitsluitend mogelijk is wanneer kandidaat-lidstaten volledigvoldoen aan alle criteria, en dat geopolitieke urgentie nooit mag leiden totversoepeling of versnelling van de procedure?12.Antwoord van het kabinet:Het kabinet onderkent de geopolitieke dimensie van uitbreiding,zonder afbreuk te doen aan de vereisten die aan EU-toetredingworden gesteld. Het is van belang de samenwerking met nabuur-schapslanden te intensiveren en kandidaat-lidstaten een realis-tisch EU-toetredingsperspectief te bieden. EU-steun bij hervor-mingen in kandidaat-lidstaten kan bijdragen aan het behartigenvan onze belangen, waaronder veiligheid, regulering en terug-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33946 dringing van migratie, stabiliteit en welvaart. Een benadering vanEU-uitbreiding waarbij merites en rechtsstaathervormingencentraal worden gesteld, staat niet op gespannen voet met dewens de EU-positie op het wereldtoneel te versterken. Als de EUniet effectief functioneert, kan de Unie ook geen vuist maken.Het kabinet vindt dat uitbreiding de EU moet versterken, nietverzwakken. Vasthouden aan de criteria voor volwaardigEU-lidmaatschap is daarom nodig om samenwerking en onderlingvertrouwen binnen de EU, goed functionerende rechtsstaten ende integriteit van de interne markt te garanderen. De Kopen-hagencriteria blijven daarom leidend: hoe sneller landenhervormen, hoe sneller het toetredingsproces kan gaan. Hetkabinet werkt in een kopgroep van gelijkgestemde lidstaten aanhet verder uitwerken van ideeën voor stevige waarborgen innieuwe toetredingsverdragen en overgangsmaatregelen voorverschillende beleidsterreinen, waardoor de Unie kan blijvenfunctioneren bij toekomstige uitbreiding. Zoals toegezegd in hetrecente Commissiedebat over EU-uitbreiding informeert hetkabinet de Kamer voor het zomerreces per brief over de inzet vanhet kabinet op EU-uitbreiding en de toekomst van de EU.Deze leden vragen in dit verband specifiek naar Oekraïne en Moldavië. Deleden van de fractie van JA21 erkennen het belang van samenwerkingmet Oekraïne, maar achten EU-toetreding onrealistisch en onverstandig.Een groot land in oorlog, met grote institutionele, economische enrechtsstatelijke uitdagingen, kan wat deze leden betreft niet binnen enkelejaren volwaardig lid worden van de Europese Unie. Is de Minister bereid,net als Duitsland, expliciet uit te spreken dat Nederland geen versneldetoetredingsprocedure voor Oekraïne zal steunen? Hoe kijkt de Minister indit kader naar het onrealistische Oekraïense tijdspad richting mogelijkeEU-toetreding in 2027? En hoe kijkt de Minister naar de soortgelijkesituatie specifiek voor Moldavië?13.Antwoord van het kabinet:Het kabinet ondersteunt Oekraïne op het onomkeerbare padrichting toekomstig EU-lidmaatschap, waarbij de Kopenhagencri-teria leidend zijn. Dit betekent dat het kabinet vasthoudt aan devoorwaarden voor EU-toetreding. Het kabinet legt zich hierbijniet vast op tijdslijnen. Een land dat toetreedt tot de Unie moetde waarden van de Unie eerbiedigen en voldoen aan allevoorwaarden om volwaardig lid te worden. Dit is hetuitgangspunt van het kabinet, in lijn met de motie Hoogeveen/Ceulemans.1 In lijn met de motie Klos c.s.2 staat het kabinetconstructief tegenover het voeren van gesprekken over eventuelegefaseerde toetreding door Oekraïne, indien dit nodig blijkt.Aangezien een reëel en werkbaar toetredingsproces van belangis, heeft het de voorkeur van het kabinet om eerst te kijken naarmanieren om vaart te houden in het reguliere toetredingsproces,zodat de onderhandelingsclusters formeel geopend kunnenworden. Daarnaast kan geïnvesteerd worden in verdere geleide-lijke integratie, zonder daarbij afbreuk te doen aan de integriteitvan de interne markt en de interne veiligheid. Het kabinet steunthet openen van het eerste onderhandelingscluster met Oekraïne.Het kabinet is voornemens in te stemmen met het openen vanCluster 1 wanneer dat besluit voorligt, nadat de blokkade vanHongarije is opgeheven en dus formeel geconstateerd kan1Zie Kamerstuk 21 501-02, nr. 33272Zie Kamerstuk 36 800 V, nr. 49Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33947 worden dat aan alle voorwaarden is voldaan. Zoals reeds aan deKamer gecommuniceerd, is het kabinet eveneens voornemens inte stemmen met het openen van de andere clusters, wanneerdeze besluiten voorliggen. Eenzelfde aanpak geldt voor Moldavië.De leden van de fractie van JA21 vragen daarnaast hoe de Ministeraankijkt tegen alternatieve vormen van nauwere samenwerking metkandidaat-lidstaten, bijvoorbeeld toegang tot delen van de interne markt,intensievere politieke dialoog of deelname aan bepaalde programma’szonder volwaardig lidmaatschap. Acht de Minister dergelijke alternatievenwenselijk? Zo ja, hoe wordt voorkomen dat deze tussenstappen in depraktijk functioneren als een sluiproute naar volledig EU-lidmaatschap?14.Antwoord van het kabinet:Het kabinet onderschrijft de wenselijkheid van versnelling vanstructurele hervormingen, mede ten behoeve van duurzamesociaaleconomische ontwikkelingen voor het voldoen aaneconomische lidmaatschapscriteria. Door geleidelijke integratie,bijvoorbeeld op het gebied van roaming en de aansluiting op deEuropese betaalruimte (SEPA) worden hervormingen gestimuleerden ondersteund. In algemene zin vindt het kabinet dat geleide-lijke integratie op onderdelen van de interne markt overwogenkan worden als dit in het belang is van de EU-lidstaten en dekandidaat-lidstaat. Het is hierbij essentieel dat de integriteit vande interne markt en de interne veiligheid van de EU geborgdblijven. Daarnaast dient eventuele geleidelijke integratie perafgebakend deelterrein plaats te vinden om te voorkomen datintegratie op het ene terrein negatieve impact heeft op andereterreinen waar de kandidaat-lidstaat nog niet aan voorwaardenvoldoet. Ten slotte vindt het kabinet dat nauwere samenwerkingen (geleidelijke) integratie gepaard dient te gaan met waarborgenen stappen hierop omkeerbaar moeten zijn. Het kabinet houdtvast aan de criteria voor volwaardig lidmaatschap, waarbij deKopenhagencriteria leidend zijn.De leden van de fractie van JA21 vragen ook naar de institutionele enbudgettaire gevolgen van uitbreiding. Hoe voorkomt de Minister datverdere uitbreiding leidt tot hogere Nederlandse afdrachten, grotere drukop landbouw- en cohesiemiddelen, meer druk op de buitengrenzen,tragere en complexere besluitvorming en verdere verwatering van deNederlandse invloed binnen de Unie? Is de Minister bereid geen verderestappen in toetredingsprocessen te steunen zonder voorafgaande,openbare en landenspecifieke analyse van de gevolgen voor deEU-begroting, de Nederlandse nettobetalingspositie, de institutioneleverhoudingen, de besluitvorming en het functioneren van de Unie?15.Antwoord van het kabinet:Hervorming van de Unie is geen voorwaarde voor voortgang vanindividuele kandidaat-lidstaten in hun toetredingsproces. Wel isin de Kopenhagencriteria opgenomen dat de absorptiecapaciteitvan de EU in overweging moet worden genomen bij uitbreiding.Het kabinet hecht daaraan: uitbreiding moet de EU versterken,niet verzwakken. Om te bepalen welke hervormingen nodig zijnom dat te garanderen, is een impactanalyse vereist. De EuropeseRaad concludeerde in juni 2024 dat deze analyse zal moetenworden uitgevoerd langs vier pijlers: EU-waarden, beleid,begroting en bestuur. De aangekondigde evaluaties van deCommissie zullen de gevolgen van uitbreiding voor de EU in kaartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33948 brengen langs deze pijlers. Het is op dit moment onduidelijkwanneer deze mededeling wordt verwacht. In de tussentijd gaatNederland het gesprek aan met andere lidstaten over de archi-tectuur van de Unie, en wat nodig is om de EU toekomstbe-stendig te maken. Ook zijn er studies uitgevoerd naar de impactvan uitbreiding op de samenleving hier in Nederland, op deelter-reinen als economie en arbeidsmigratie.3Tot slot vragen deze leden hoe de Minister waarborgt dat rechtsstatelijkeen democratische voorwaarden ook na toetreding afdwingbaar blijven. DeEU heeft in het verleden laten zien dat zij moeite heeft met handhavingzodra landen eenmaal lid zijn. Welke harde garanties, terugvalmecha-nismen of financiële sancties wil de Minister opnemen in toekomstigetoetredingsafspraken?16.Antwoord van het kabinet:Het is voor het kabinet van belang dat de Commissie snel eneffectief optreedt om terugval op rechtsstatelijk vlak tevoorkomen en aan te pakken en gebruik te maken van al hetbeschikbare EU-rechtsstaatinstrumentarium. Het kabinet spoortde Commissie, samen met gelijkgezinde lidstaten, hier geregeldtoe aan. Het kabinet onderzoekt ook, mede met het oog optoekomstige uitbreiding, in samenwerking met gelijkgestemdelidstaten, hoe de effectiviteit van het bestaande EU-rechtsstaat-instrumentarium kan worden vergroot en verder kan wordenontwikkeld. Het kabinet zet in op aanvullende waarborgen terbescherming van de waarden van de EU, waaronder de rechts-staat, in nieuwe generatie toetredingsverdragen en bij internehervormingen in het licht van toekomstige EU-uitbreiding. Ookzet het kabinet zich, in lijn met de motie Olger van Dijk,4 in vooreen sterke en effectieve koppeling tussen het respecteren van derechtsstaat en fundamentele rechten en het ontvangen vanfondsen uit de EU-begroting als onderdeel van de Nederlandseinzet voor het volgend MFK.3SEO Economisch Onderzoek heeft in 2025 een economische impact-analyse uitgevoerd overmogelijke toetreding van negen kandidaat-lidstaten, met nadruk op de impact op handelsre-laties en concurrentie. Zie: 2025-74-Economische-evaluatie-van-EU-Uitbreiding.pdf. Het CPBdeed onderzoek naar de verwachte migratie naar Nederland bij verdere uitbreiding van de EU.Zie https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2025D52261. Ook bracht Clingendaeleen rapport uit over de impact van EU-uitbreiding op de democratie en rechtsstaat in de Unieen haar lidstaten, zie: Clingendael_report_In_waarden_verenigd_of_verdeeld.pdf.4Kamerstuk 36 715, nr. 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33949

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0f4c9f1b42f6602a

14 okt 2026 · 051d8dfa7ed40cf4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.