Reactie op de motie van de leden Grinwis en Flach over verkennen hoe bedrijven gedurende de terugverdientijd van grote investeringen beter kunnen worden gevrijwaard van beleidsrisico's met een grote negatieve impact op die tijd (Kamerstuk 36630-17)
Brontekst
Versie 23aa271ae2da824c · officiële bron36630 Brede Welvaart Nr. 26 Brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 8 september 2026 Op 8 september stemt uw Kamer over de moties die zijn ingediend tijdens het plenaire debat over het rapport-Wennink ‘De route naar toekomstige welvaart’ op donderdag 3 september jl.. Tijdens dit debat heb ik toegezegd dat ik voorafgaand aan deze stemmingen een schriftelijke toelichting en appreciatie zal geven op het dictum van de motie van de leden Grinwis en Flach over het verkennen hoe bedrijven via langjarige afspraken met bedrijven en/of sectoren beter kunnen worden gevrijwaard van beleidsrisico’s (Kamerstuk 36630-17). In deze brief kom ik aan dit verzoek tegemoet. Dictum: Het dictum van deze motie verzoekt de regering te verkennen hoe gedurende de terugverdientijd van grote investeringen door bedrijven zij beter kunnen worden gevrijwaard van beleidsrisico’s met een grote negatieve impact op die terugverdientijd, bijvoorbeeld – in de geest van de maatwerkafspraken – via langjarige afspraken met bedrijven en/of sectoren, en de kamer hierover te informeren. Toelichting en weging: Het kabinet begrijpt de zorgen van de indieners en bedrijven over de impact van onvoorspelbaar beleid op de aantrekkelijkheid om in Nederland te investeren. Bedrijven zijn gebaat bij stabiel en voorspelbaar beleid, dat is een gerechtvaardigde verwachting. Het kabinet zet daarom in op een consistente, meerjarige aanpak die erop gericht is het toekomstig verdienvermogen te herstellen en toekomstgerichte investeringen te stimuleren. Zo werken we met de kabinetsaanpak via de Taskforces hard aan structurele oplossingen die investeringsbereidheid ondersteunen. En in incidentele gevallen leveren maatwerkafspraken reeds een bijdrage aan het beperken van risico's die samenhangen met specifieke beleidsontwikkelingen. Het kabinet acht langjarige afspraken met bedrijven of sectoren om hen te vrijwaren van beleidsrisico’s echter in de meeste gevallen niet wenselijk, om de volgende redenen: Het definiëren van "beleidsrisico’s" en het toerekenen van financiële gevolgen voor bedrijven aan specifieke maatregelen is in de praktijk complex. Daarbij spelen vraagstukken in hoeverre het voor het bedrijfsleven voorzienbaar was dat een beleidswijziging of initiatief tot stand zou komen en hen zou kunnen raken. Ook is de causaliteit tussen de beleidswijziging en de gevolgen voor een bedrijf vaak onzeker. Het kabinet kan beleidswijzigingen niet altijd voorzien, zij zijn vaak (mede) het gevolg van externe factoren zoals bijvoorbeeld actualiteiten, geopolitieke ontwikkelingen, EU-beleid of verzoeken vanuit het maatschappelijk middenveld en democratische gedragen wensen van de Staten-Generaal. Tegelijkertijd genieten bedrijven ook bescherming tegen onvoorziene beleidswijzigingen die hen onevenredig benadelen of hen schade berokkenen. Zo biedt de bescherming van het eigendomsrecht zoals in Nederland voorzien door de Grondwet en artikel 1, eerste protocol, van het Europees verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) en het beginsel van behoorlijk bestuur van het égalité devant les charges publiques, een juridische aanspraak op schadevergoeding of nadeelcompensatie. De nadeelcompensatieregeling in de Algemene wet bestuursrecht is daar een uitwerking van. Het kabinet wil daarom terughoudend zijn in het maken van afspraken die bedrijven vrijwaren van de (financiële) gevolgen die voort kunnen komen uit bepaalde beleidsrisico's. Hoewel het in de meeste gevallen niet noodzakelijk is – gezien de bestaande bescherming – en zelfs onwenselijk kan zijn omdat dit het democratische proces kan doorkruisen, wordt in incidentele gevallen al wel een vorm van afspraken gemaakt. Wat hierbij precies nodig is en in welke vorm, verschilt echter sterk per geval. Het is boven alles van belang dat het kabinet en het bedrijfsleven elkaar vinden in wederzijds begrip. Door bewust om te gaan met de gevolgen van beleidskeuzes, kunnen we samenwerken aan een klimaat waarin investeringen niet onnodig worden belemmerd. Bedrijven moeten erop kunnen vertrouwen dat het kabinet hun belangen meeweegt. Het kabinet ziet meer heil in het voeren van regelmatig overleg met het bedrijfsleven, via een continu dialoog om beleidsplannen vooraf te kunnen wegen. Zo spreekt het kabinet twee keer per jaar met VNO NCW en MKB-Nederland. Ik zal dan ook in deze dialoog aandacht vragen voor de wijze waarop we gezamenlijk kunnen werken aan een standvastig beleid met oog voor de impact voor de onzekerheden en uitdagingen die investeringen met zich meebrengen. Dit bevordert voorspelbaarheid zonder de beleidsvrijheid van het kabinet én de Kamer te beperken. Een verkenning hoe gedurende de terugverdientijd van grote investeringen door bedrijven zij beter kunnen worden gevrijwaard van beleidsrisico’s met een grote negatieve impact op die terugverdientijd, bijvoorbeeld – in de geest van de maatwerkafspraken – via langjarige afspraken met bedrijven en/of sectoren is in dit licht niet de wenselijke weg. Dat neemt niet weg dat ik het een sympathiek idee vind. Als ik de motie mag interpreteren als een verzoek om in gesprek te gaan met het bedrijfsleven over hoe we gezamenlijk kunnen werken aan een standvastig beleid met oog voor de impact voor de onzekerheden en uitdagingen die investeringen met zich meebrengen dan geef ik de motie graag ‘oordeel kamer”. Het kabinet dankt de indieners voor hun inbreng. De minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.