KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief Jeugdbescherming

2 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 15569fe0b882e791 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 839JeugdzorgNr. 1048 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 december 2024Kinderen moeten in een veilige omgeving kunnen opgroeien. Als deveilige ontwikkeling van een kind in de knel komt moet hulp gebodenworden. Soms is vrijwillige hulp onvoldoende effectief en kan een situatieontstaan waarin de ontwikkeling van een kind ernstig wordt bedreigd. Danis ingrijpen noodzakelijk en is er – na een besluit van de rechter –jeugdbescherming nodig. We zijn ons ervan bewust dat er knelpunten zijnin de uitvoering van jeugdbescherming. Krapte van personeel encapaciteit hebben de druk op het stelsel vergroot. In de afgelopen jarenzijn belangrijke stappen gezet om de jeugdbescherming te versterken, wezien daar al positieve resultaten van. We blijven ons onverminderdinzetten om te doen wat nodig is zodat kinderen hulp en beschermingkrijgen waar ze recht op hebben.Met deze brief informeren we uw Kamer over de voortgang van demaatregelen die zijn genomen om de jeugdbescherming in Nederland teverbeteren. Daarbij verwijzen wij naar twee brieven die de Kamer eerderontving:–de voortgangsbrief Jeugd van 5 november 20241 die nader inging ophet Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Dit meerjarigprogramma laat zien dat een gezinsgerichte en op oorzaken gerichtewerkwijze goede resultaten boekt maar dat dit alleen mogelijk is doorhet stelsel te vereenvoudigen. Hiervoor is een ontwikkelrichtingbepaald.–de brief van 18 november 20242 over het verbeteren van de rechtsbe-scherming in de jeugdbescherming met maatregelen die gericht zijnop het verbeteren van de rechtsbescherming voor ouders en kinderenin de jeugdbescherming.1Voortgangsbrief Jeugd, Kamerstukken II 2024/25, 31 839, nr. 1031.2Brief over de contouren wetsvoorstel ter versterking van de rechtsbescherming in de Jeugdbe-scherming, Kamerstukken II 2024/25, 31 839, nr. 1047. kst-31839-1048ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10481 Onderstaand gaan we in op diverse verbetermaatregelen zoals hetwettelijk regelen van landelijke tarieven en de zij-instroomregeling voorgecertificeerde instellingen (GI’s). Daarnaast geven we een toelichting opde maatregelen die worden genomen om het feitenonderzoek teverbeteren en informeren wij u over de stand van zaken van de onder-steuning van gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire die metuithuisplaatsing te maken hebben (gehad).Stand van zaken verbetermaatregelen jeugdbeschermingWettelijk regelen landelijke tarievenIn het kader van de Hervormingsagenda Jeugd wordt gewerkt aan hetstandaardiseren van onder meer kwaliteitskaders, prestatiebeschrijvingenen uiteindelijk tarieven voor diverse vormen van jeugdzorg. Met dekwaliteitskaders wordt een eenduidige landelijke standaard vastgesteldvoor kwaliteit van de jeugdzorg. Met deze standaardisatie wordt ook deinkoop van jeugdzorg vereenvoudigd zodat meer tijd overblijft voor hetrealiseren van passende hulp. Deze standaardisatie geldt voor zowel dekinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering als de nog aan tewijzen vormen van specialistische jeugdhulp3. Hiervoor is een wettelijkegrondslag nodig.Op 23 oktober 2023 hebben het Rijk en de Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG) – vooruitlopend op deze maatregel uit de Hervormings-agenda – afspraken gemaakt over het hanteren van een landelijk tariefvoor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclas-sering. Dat is één van de maatregelen die zijn genomen om de te hogewerkdruk in de jeugdbescherming aan te pakken. Eerder hebben we deKamer laten weten dat gemeenten het landelijk tarief goed toepassen.Gemeenten betalen in 2024 gemiddeld al bijna 100% van het landelijktarief.4 Daarmee konden de GI’s in 2024 voortvarend aan de slag gaan methet verlagen van de werkdruk.Met de motie van Kamerlid Westerveld5 is de regering verzocht zo snelmogelijk een wetsvoorstel op te stellen voor landelijke tarieven voor dekinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De toenmaligeMinister voor Rechtsbescherming heeft ter uitvoering van deze motieaangegeven van plan te zijn in de tweede helft van 2025 een wetsvoorstelvoor landelijke tarieven kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclas-sering bij uw Kamer in te willen dienen. Wij vinden het echter wenselijkwetgeving over landelijke tarieven zoveel mogelijk in één keer voor alle testandaardiseren vormen van jeugdzorg bij uw Kamer in te dienen en nietalleen voor de kinderbescherming en jeugdreclassering. Dat geeft meerduidelijkheid, voorkomt versnippering van wetgeving en zorgt ervoor dattariefvraagstukken voor alle te standaardiseren vormen van jeugdzorgintegraal aangepakt kunnen worden.Daarom gaan we wetgeving voor de landelijke standaardisatie vanprestaties en tarieven voor de specialistische jeugdhulp én de kinderbe-schermingsmaatregelen en jeugdreclassering gezamenlijk uitwerken inéén wetsvoorstel. Een belangrijk vraagstuk daarbij is welke partijverantwoordelijk wordt voor het vaststellen en onderhouden van en hettoezien op de tarieven. We zijn momenteel bezig met de uitwerkingdaarvan en verwachten u in de volgende voortgangsbrief Jeugd (vóór de3Hiermee wordt de jeugdhulp bedoeld die na inwerkingtreding van het wetsvoorstel verbeteringbeschikbaarheid jeugdzorg op minimaal regionaal niveau wordt ingekocht.4Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 1024.5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 839, nr. 977.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10482 zomer van 2025) nader te kunnen informeren over de voortgang van ditwetsvoorstel.Zij-instroomregeling GI’sVorig jaar is besloten de stimuleringsregeling zij-instromers uit te breidenvoor zowel 2024 als 2025 met een extra € 5 miljoen per jaar. Met dezeregeling stimuleert het Rijk het aantrekken van zij-instromers die met eenintensief traject worden opgeleid tot SKJ-geregistreerde jeugdbe-schermers. Van deze regeling wordt maximaal gebruikt gemaakt: alle GI’shebben subsidie aangevraagd, waardoor in totaal 300 jeugdbeschermerskunnen worden opgeleid. Tot juni 2024 – halverwege de looptijd van deregeling – zijn er al 162 zij-instromers gestart bij GI’s. Hiervan zijn 44personen al SKJ-geregistreerd, 102 personen volgen nog het traject totSKJ-registratie en 10 personen zijn uitgestroomd. De helft van dezij-instromers was voorheen werkzaam in een andere sector dan de(jeugd)zorg. De gemiddelde leeftijd van de groep zij-instromers is wathoger dan die van de reguliere instroom van nieuw personeel en ruim dehelft van de zij-instromers heeft minimaal 10 jaar werkervaring. Dit sluitaan bij de ambitie van de regeling ook professionals aan te trekken metmeer (levens)ervaring.Subsidie uniform aanmeldformulierJeugdbeschermers ervaren hoge administratieve lasten door onderandere een complex en arbeidsintensief aanmeldproces bij aanbiedersvan jeugdhulp. Er zijn immers veel verschillen in dit proces tussengemeenten/regio’s. Jeugdzorg Nederland heeft het initiatief genomen hetaanmeldformulier waarmee jeugdbeschermers cliënten kunnenaanmelden bij jeugdhulpaanbieders te uniformeren. Hiermee kunnen deadministratieve lasten van jeugdbeschermers omlaag worden gebracht.Momenteel ontwikkelt Jeugdzorg Nederland een landelijk formulier6 enbekijkt daarbij welke randvoorwaarden voor implementatie nodig zijn. Wijzien dit als een eerste belangrijke stap om de werkdruk van jeugdbe-schermers verder te verlagen en daarom ondersteunen we deze eerstefase met een subsidie.Monitorinformatie GI’sIn de voortgangsbrief Jeugd van 21 juni 2024 hebben onze voorgangersuw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de maatregelen die hetRijk, de gemeenten en de GI’s nemen om de problemen in de jeugdbe-scherming aan te pakken. Met de verbeterde landelijke tarieven kan dewerkdruk bij de GI’s omlaag. Dit moet uiterlijk eind 2025 in alle regio’sgerealiseerd zijn. Sinds 1 december 2022 monitoren we de situatie bij deGI’s in termen van werkomvang, capaciteit, werklast en wachtlijsten eninformeren we u hier periodiek over. De monitor voor 1 oktober 2024 is insamenwerking met de GI’s aangepast, zodat deze beter aansluit op deafspraken die zijn gemaakt bij de totstandkoming van de landelijketarieven.Het beeld dat uit de monitorinformatie naar voren komt is dat de dalendetrend van het aantal cliënten – zoals ook door het Centraal Bureau voor deStatistiek is geconstateerd – zich verder doorzet.7 We zien daarnaast dat6Het maken van één landelijk verwijsformulier is ook een belangrijke aanbeveling uit de«handreiking vereenvoudiging verwijsproces Gecertificeerde Instellingen naar hulp» vanSignificant Public. Zie: handreiking vereenvoudigen verwijsproces.7Zie voor de CBS-cijfers: https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/jeugdbescherming-en-jeugdreclassering-1e-halfjaar-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10483 de workload per medewerker sinds december 2022 geleidelijk is gedaalden dat deze daling zich verder heeft doorgezet. Daarmee is voldaan aan deaanbeveling van de inspecties om te zorgen dat jeugdbeschermersvoldoende tijd en ruimte krijgen voor kinderen en ouders. We zien ook dathet personeelsverloop en ziekteverzuim dalen. De GI’s zelf geven aan datde werkdruk is verlaagd en dat jeugdbeschermers meer tijd hebben om bijde start van de begeleiding goed te luisteren naar ouders en kinderen.Daarmee worden problemen in het gezin efficiënter aangepakt. Ook hetplezier in het vak neemt daarmee toe.De daling van de wachtlijst heeft zich echter niet doorgezet. De wachtlijstis zelfs wat gestegen sinds de vorige meting in april 2024. We hebben nogonvoldoende zicht op de oorzaken hiervan, maar vinden dit een zorgelijkeontwikkeling. De komende periode bespreken we met de GI’s engemeenten de stand van zaken en hoe de wachtlijsten aangepakt kunnenworden. De lagere workload biedt GI’s nu ook ruimte – in samenwerkingmet de ketenpartners – de wachtlijsten terug te dringen. Voor allekinderen die op de wachtlijst staan, geldt dat de GI zicht houdt op deveiligheid van het kind. Hiertoe voeren de GI’s risico- en veiligheids-taxaties uit, handelen direct wanneer dat nodig is en maken zij afsprakenmet het lokale veld en zorgaanbieders over het inzetten en het conti-nueren van jeugdhulp.Ontwikkeling kinderen, workload en wachtlijst sinds 1 december 20221 dec20221 mei20231 okt20231 april20241 okt 2024Kinderen/jeugdigen34.04333.13032.42932.08031.416Gemiddelde workload per fte17,116,315,314,212,6Wachtlijst2.0721.6171.4981.3431.480 Cliënten•Het totaal aantal jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatrege-len bij GI’s is verder afgenomen van 32.080 kinderen op 1 april 2024naar 31.416 kinderen op 1 oktober 20248. Naar de daling van het aantalkinderen in de jeugdbescherming wordt door het WODC onderzoekgedaan. Verderop in deze brief is een toelichting opgenomen op deeerste (verkennende) resultaten van dat onderzoek.Capaciteit en werkdruk•De formatie aan (ondersteunend) jeugdbeschermers/jeugdreclas-seerders bij de GI’s is circa 50 fte toegenomen; 2.556 fte op 1 april 2024en 2.604 fte op 1 oktober 2024. In deze cijfers zijn zowel de medewer-kers opgenomen die jeugdbescherming en jeugdreclasseringuitvoeren als de ondersteunend jeugdbeschermers/jeugdreclas-seerders, maar niet de medewerkers met juridische of gedragsweten-schappelijke expertise.•De landelijke gemiddelde organisatieworkload is in de periode 1 april2024 tot 1 oktober 2024 gedaald van 14,2 naar 12,6 kinderen permedewerker. De afgesproken landelijke tarieven zijn gebaseerd opgemiddeld 12,8 kinderen per fte. Deze was op 1 december 2022 (bij destart van deze monitor) nog 17,1 kinderen per jeugdbeschermer.•Het personeelsverloop en ziekteverzuim bedroeg op 1 oktober 2024respectievelijk 15,5% en 6,8%. Dit was op 1 april 2024 respectievelijk15,7% en 7,0%. Daarmee daalt het ziekteverzuim voor het eerst in de8Daarbij ging het op 1 oktober 2024 om 25.827 en op 1 april 2024 om 26.670 kinderen met eenjeugdbeschermingsmaatregel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10484 afgelopen 2 jaar onder de 7%. Ter vergelijking: het personeelsverloopwas medio 2022 nog bijna 20%9.Wachtlijsten•Er is sprake van een toename van het totaal aantal kinderen dat langerdan 5 werkdagen wacht op een jeugdbeschermer.•Op 1 oktober 2024 moesten 589 kinderen bij de start van de maatregellanger dan 5 werkdagen wachten op een jeugdbeschermer. Dit waren518 kinderen op 1 april 2024. De wachtlijst bij de start is dus toegeno-men. De gemiddelde wachttijd (van de kinderen die langer dan5 werkdagen wachten op een jeugdbeschermer) op 1 oktober was circa29 dagen. Dat was circa 34 dagen op 1 april 2024.•Daarnaast staan er 907 kinderen op een interne wachtlijst binnen deGI. Dat waren 825 kinderen op 1 april 2024. Dit gaat om kinderen diedoor langdurige ziekte of personeelsverloop bij jeugdbeschermers,nog geen nieuwe vaste jeugdbeschermer hebben. Deze kinderenhebben in de regel wel een plan van aanpak en veelal een vorm van(jeugd)hulp. Gemiddeld is bij de interne wachtlijst sprake van eenwachttijd van 76 dagen. Dat was 47 dagen op 1 april 2024. De GI’sgeven aan dat bij enkele GI’s de instroom toeneemt, waarbij de GI’servoor kiezen om die cliënten zo snel mogelijk te helpen. Hierdoormoeten cliënten op de interne wachtlijst langer wachten.•In totaal (zowel de wachtlijst bij de start als de interne wachtlijst)wachten op 1 oktober 2024 1.496 kinderen langer dan 5 werkdagen opeen jeugdbeschermer. Dat waren 1.343 kinderen op 1 april 2024. Datbetreft bijna 5% van het totaal aantal kinderen.Verkenning verklarende factoren voor daling van jeugdbescher-mingsmaatregelen en jeugdreclasseringstrajectenSinds 2019 is in Nederland sprake van een daling van het volume vanzowel kinderbeschermingsmaatregelen als jeugdreclasseringstrajecten. Inopdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC)doet de Universiteit Leiden onderzoek om een breed beeld van devolumedalingen te verkrijgen en om scenario’s te schetsen voor het aantalkinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringstrajecten in denabije toekomst. Inmiddels is de tussenrapportage (een eersteverkenning) gereed.10Ten aanzien van het aantal jeugdreclasseringstrajecten blijkt uit eencijfermatige analyse dat de daling van het aantal jeugdreclasseringstra-jecten niet door lijkt te zetten. Vanwege de zeer geringe en inhoudelijkuiteenlopende respons op de vragenlijsten over jeugdreclassering hebbende onderzoekers uit de vragenlijsten geen conclusies kunnen trekken overde daling van het aantal jeugdreclasseringstrajecten en verklarendefactoren. Voor jeugdbescherming worden de volgende eerste,voorzichtige conclusies getrokken:–Uit de analyse van de landelijke cijfers blijkt dat het aantal jeugdbe-schermingsmaatregelen de afgelopen drie jaar met 16,9% is afgeno-men. De periode daarvoor (2017–2020) laat een stijging zien, na eenperiode (2015–2017) waarin het aantal jeugdbeschermingsmaatregeleneveneens is gedaald.–De meeste respondenten zeggen de daling van het aantal jeugdbe-schermingsmaatregelen te herkennen. Er worden veel uiteenlopendefactoren genoemd die deze daling volgens hen kunnen verklaren. Debelangrijkste factoren die worden genoemd zijn: (1) uitvoerings- en9https://www.jeugdzorg-werkt.nl/sites/fcb_jeugdzorg/files/2023-02/monitor-verzuim-en-uitstroom-bij-gecertificeerde-instellingen.pdf10Verklarende factoren voor het volume van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasse-ringstrajecten, Universiteit Leiden, 4 november 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10485 ketenproblemen, zoals het capaciteitstekort bij GI’s en andereketenpartners, (2) een vergrote inzet van het vrijwillig kader, (3) eentoegenomen kritische houding ten opzichte van jeugdbeschermings-maatregelen, (4) maatschappelijke ontwikkelingen en (5) Covid-gerelateerde factoren. Veel van deze factoren hangen met elkaarsamen en zijn van invloed op elkaar.–De onderzoekers zien voorzichtige aanwijzingen dat de daling van hetaantal jeugdbeschermingsmaatregelen per regio verschilt. In hetvervolgonderzoek zal nader worden ingegaan op de mogelijkeregionale verschillen. Voor de nabije toekomst wordt door de meesterespondenten een daling van het aantal jeugdbeschermingsmaatrege-len verwacht of een stagnatie van het huidige niveau. Ook alsverklarende factoren voor deze prognose worden (1) een vergrote inzetvan het vrijwillige kader, (2) uitvoerings- en ketenproblemen en (3)maatschappelijke ontwikkelingen genoemd.Het vervolgonderzoek zal bestaan uit een kwantitatieve en kwalitatieveverdieping, een verklarende analyse en een prognose van de ontwikke-lingen in de komende twee à drie jaar. Op grond van de resultaten tenaanzien van jeugdreclassering in dit verkennende deel van het onderzoekzal er geen verdiepend onderzoek worden gedaan naar de volumeontwik-keling van jeugdreclasseringstrajecten. Uit dit deel van het onderzoek isimmers niet gebleken dat het aantal jeugdreclasseringsmaatregelen daalten veel investering in verder onderzoek naar jeugdreclassering gaat tenkoste van de beschikbare capaciteit voor een diepgaand onderzoek naaralle schakels van de jeugdbeschermingsketen. In bijlage 1 vindt u devolledige «Tussenrapportage Verklarende factoren voor het volume vanjeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringstrajecten». Deeindrapportage zal in het najaar 2025 gepubliceerd worden. Wij infor-meren uw Kamer tegelijkertijd over de uitkomsten van het onderzoek.Feitenonderzoek (kwaliteit besluitvorming)Een ingrijpende maatregel zoals een ondertoezichtstelling met eventueeleen uithuisplaatsing moet zorgvuldig en navolgbaar plaatsvinden.Hiervoor is het belangrijk dat de betrokken organisaties ouders enkinderen zo goed mogelijk meenemen in het (besluitvormings)proces endat de dossiervoering accuraat is. In de brief van 18 oktober 2023 heeft detoenmalig Minister voor Rechtsbescherming uw Kamer geïnformeerdwelke stappen worden gezet om de kwaliteit van de besluitvorming bij deVeilig Thuis-organisaties (VT), de GI’s en de Raad voor de Kinderbe-scherming (RvdK) te verbeteren11.De drie organisaties werken gezamenlijk, met financiële ondersteuningvan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, sinds eind 2023 aan gerichte(verdere) verbeteringen van de kwaliteit van de besluitvorming. Ditproject, dat in samenwerking met onder meer cliëntvertegenwoordigerswordt uitgevoerd, is beperkt van scope en focust zich op de training«Feiten in de keten». In 2024 is een vernieuwde opzet van de traininggerealiseerd en in oktober 2024 is de eerste pilotregio gestart waarin denieuwe training en aanpak wordt beproefd. In de training worden thema’sgeadresseerd waar ook de inspectie aandacht voor heeft gevraagd, zoalsde samenwerking met ouders en jeugdigen en betere bronvermelding12.Deze training wordt door deelnemers uit de drie organisaties gezamenlijkgevolgd en de vaardigheden die zij leren tijdens de training moetenvervolgens geïmplementeerd worden in de eigen organisatie. Zo zal naaraanleiding van de training mogelijk aanvulling of wijziging van werkpro-11Tweede Kamer, 2023–2024, 31 839, nr. 985.12Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, «Kwaliteit van feitenonderzoek rond de aanvraag vanmachtigingen voor uithuisplaatsingen» (juni 2022).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10486 cessen en instructies nodig zijn. Afhankelijk van de bevindingen uit depilot is het streven is dat in de loop van 2026 de training en implementatielandelijk zijn uitgevoerd en dat naar aanleiding daarvan verbeteringen zijndoorgevoerd. Daarnaast worden in alle locaties van RvdK, GI en VTambassadeurs aangesteld die het onderwerp op de agenda houden.Een tweede onderdeel van het project is de ontwikkeling van een monitordoor de drie organisaties. Deze monitor moet de organisaties inzichtgeven in de kwaliteit en het effect van verbeteringen in de uitvoering vande kwaliteit van de besluitvorming. De opzet van deze monitor zal naarverwachting in het eerste kwartaal van 2025 gereed zijn. Via de regulierevoortgangsbrieven zullen wij uw Kamer op de hoogte houden.Daarnaast wordt met het handelingskader dat in het kader van hetToekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt ontwikkeld,toegewerkt naar een uniform richtinggevend kader voor professionalswaarin ook aandacht is voor de kwaliteit van de besluitvorming.Verder verwijzen we naar de eerder genoemde brief met de hoofdlijnenvan het wetsvoorstel om de rechtsbescherming te verbeteren. Hiermeeworden belangrijke stappen gezet om de rechtspositie van ouders enkinderen te verbeteren. De verbetering van de procedurele rechtvaar-digheid zal leiden tot meer gelijkwaardigheid en een betere besluit-vorming.Tot slot vinden we het belangrijk te benadrukken dat de term «feiten-onderzoek» niet volledig recht doet aan de veelomvattendheid die komtkijken bij het besluitvormingsproces. Het gaat namelijk niet alleen om hetscheiden van feiten en meningen wat door verschillen van inzicht tussencliënten en organisaties of tussen cliënten onderling al ingewikkeld kanzijn. Het gaat er ook om dat professionals kinderen en ouders betrekkenbij het besluitvormingsproces, dat zij hoor en wederhoor toepassen en dateen dossier op transparante en navolgbare wijze tot stand komt. Daaromis het verbeteren van de kwaliteit van de besluitvorming een passenderbenaming.Voortgang aanpak UHP KOTIn oktober 2021 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de eerstekeer cijfers bekendgemaakt over het aantal uithuisgeplaatste kinderen vanouders die gedupeerd zijn door de kinderopvangtoeslagaffaire. Dit is deaanleiding geweest voor de ontwikkeling van een ondersteuningsaanpakvoor ouders en kinderen die gedupeerd zijn door de toeslagenaffaire en temaken hebben (gehad) met uithuisplaatsingen. Deze aanpak is gericht operkenning en herstel waarbij de behoefte van de ouders en kinderen hetvertrekpunt vormt. Een onafhankelijk Ondersteuningsteam heeft daarineen belangrijke rol. Ook de gemeenten, de GI’s en de RvdK dragen bij aande ondersteuning van deze doelgroep.Sinds april 2022 kunnen gedupeerde ouders en kinderen die te makenhebben gehad met een uithuisplaatsing extra hulp en ondersteuningkrijgen bij het Ondersteuningsteam. Het Ondersteuningsteam biedt zowelemotionele als praktische ondersteuning voor ouders en kinderen.Inmiddels hebben 1142 mensen zich aangemeld en zijn er 490 ondersteu-ningstrajecten afgerond.13 Uit de laatste voortgangsrapportage van hetOndersteuningsteam blijkt dat de ondersteuning onder andere heeftgeleid tot persoonlijk herstel (404), verbetering van bestaanszekerheden(188) en/of gezinsherstel (137). Ook zijn er 56 kinderen teruggeplaatstgedurende de ondersteuning.1413Peildatum 26 november 2024.14Voortgangsrapportages van het Ondersteuningsteam zijn raadpleegbaar via Publicaties – HetOndersteuningsteamTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10487 Het Ondersteuningsteam monitort de tevredenheid van ouders enjongeren via enquêtes. Uit de meest recente enquête (oktober 2024) blijktdat meer dan 81% van de ouders tevreden is over de geboden onder-steuning en aangeeft dat de hulp hen in aanzienlijke mate heeft geholpen.Ouders noemen dat de ondersteuning heeft geholpen bij onder meerherstel van vertrouwen (33%), contactherstel (19%), het opbouwen vanbestaanszekerheden (29%) en regie nemen (42%).Het Ondersteuningsteam zet in toenemende mate in op het actief delenvan de opgedane kennis en ervaring. Zo publiceerde het Ondersteuning-steam in mei 2024 na eerdere leerrapportages «Twijfel als krachtiggereedschap voor doorbraken».15 Deze publicatie bevat inzichten overtraumasensitief werken, de consequenties van armoede en trauma opherstel, optimaal samenwerken in de keten en het creëren van een lerendecultuur. Het Ondersteuningsteam heeft hierover een inspiratie-programmaontwikkeld voor jeugdprofessionals, studenten, beleidsmedewerkers,teammanagers en bestuurders in het jeugdzorgdomein waarmee degeleerde lessen een steeds groter bereik krijgen. Het is belangrijk datorganisaties en professionals in de keten kunnen leren van de inzichtenvan het ondersteuningsteam.Resultaten datakoppeling 2024De eerste datakoppeling van persoonsgegevens van erkendegedupeerden met gegevens over uithuisplaatsingen – met als doel om tekunnen identificeren welke gedupeerden met uithuisplaatsing te makenhebben gehad – is in november 2023 afgerond16, op basis van de Tijdelijkewet uitwisseling persoonsgegevens UHP KOT. Op 15 oktober 2024 vondeen tweede datakoppeling plaats. Uit deze koppeling zijn 281 uniekeouders en 428 unieke kinderen naar voren gekomen die zowel gedupeerdzijn door de toeslagenaffaire (maar ten tijde van de eerste datakoppelingin 2023 nog wachten op een integrale beoordeling door de Uitvoeringsor-ganisatie Herstel Toeslagen) als te maken hebben (gehad) met eenmachtiging uithuisplaatsing. Alle ouders hebben een persoonlijke briefontvangen waarin zij zijn geïnformeerd over de beschikbare hulp enondersteuning. Tot op heden konden in totaal 3.532 unieke kinderen en2.159 unieke ouders als UHP-KOT-gedupeerden worden vastgesteld.In 2025 zal een derde datakoppeling plaatsvinden om de resterendegedupeerden die met uithuisplaatsing te maken hadden, te kunnenidentificeren. Eerder is het niet mogelijk om alle gedupeerden UHP KOT inbeeld te brengen, omdat we afhankelijk zijn van de afronding van deintegrale beoordelingen (inclusief bezwaar) door de Uitvoeringsorgani-satie Herstel Toeslagen (UHT).De tijdelijke wet, die anders per 1 januari 2025 zou vervallen, wordt mettwee jaar verlengd om deze datakoppelingen mogelijk te maken. Zonderverlenging zou het niet meer mogelijk zijn om gedupeerden een onder-steuningsaanbod te doen of wetenschappelijk onderzoek te verrichten. Wijverwijzen hiervoor naar de eerder toegezonden stukken aan uw Kamer.17Wij zullen uw Kamer informeren over de uitkomsten van de volgendedatakoppeling in het najaar 2025.15Raadpleegbaar via Publicatie_OT_2024_Twijfel-als-krachtig-gereedschap.pdf(hetondersteuningsteam.nl)16Voortgangsbrief UHP KOT, Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 989.17Voordracht koninklijk besluit verlenging Tijdelijke wet uitwisseling persoonsgegevens UHPKOT, Kamerstukken II 2024/25, 36 275, nr. 22.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10488 Onderzoek en reflectieDe Commissie Hamer18 onderzoekt de relatie tussen de toeslagenaffaireen de uithuisplaatsingen van kinderen in gezinnen die gedupeerd zijndoor de toeslagenaffaire. De Commissie heeft aangegeven meer tijd nodigte hebben voor haar onderzoek en het rapporteren van de bevindingen.Dit is deels te wijten aan de benodigde besluitvormingsprocedures ronddossieronderzoek en de vereisten op het gebied van de AVG. Daarnaastnemen de gesprekken met gedupeerden meer tijd in beslag dan oorspron-kelijk gepland. De Commissie wil gedupeerden de benodigde tijd enruimte bieden om hun ervaringen te delen. Daarom is besloten de looptijdvan het onderzoek te verlengen tot 1 april 2025 in plaats van de geplandeeinddatum van 1 februari 2025. De Commissie verwacht uiterlijk eindmaart 2025 haar bevindingen openbaar te maken.Naast het onderzoek van de Commissie Hamer reflecteren de GI’s, deRaad voor de rechtspraak en de RvdK op hun eigen handelen in zaken metgedupeerde gezinnen. Het reflectierapport van de GI’s is op 29 november2024 gepubliceerd op de website van Jeugdzorg Nederland en is alsbijlage 2 toegevoegd. In dit reflectietraject hebben GI’s de rol van dejeugdbescherming onderzocht bij gezinnen met financiële problematieken een kinderbeschermingsmaatregel, bij zowel gedupeerden van detoeslagenaffaire als andere gezinnen. Het reflectietraject richt zich op dethema’s taakopvatting, houding & gedrag en analyseren & wegen.De analyse toont aan dat financiële problemen vaak niet voldoendeworden gesignaleerd of meegewogen, terwijl ze een grote rol spelen in degezinsdynamiek en veiligheid. Jeugdbeschermers ervaren belemme-ringen zoals schaamte en angst bij ouders om financiële problemen tebespreken, jeugdbeschermers vinden het zelf ook een ingewikkeldonderwerp om bespreekbaar te maken en de keten is niet altijd goedtoegerust om deze problematiek structureel aan te pakken.In het rapport erkennen de GI’s dat er te weinig aandacht is geweest voorde aanwezigheid en invloed van financiële problematiek in deze gezinnen.Beslissingen worden soms genomen zonder volledig zicht op de invloedvan financiële stress op het dagelijks leven van ouders en kinderen. DeGI’s geven aan dat de beschikbare hulpverlening niet altijd tijdig, passendof toegankelijk is geweest en dat dit voor gezinnen tot extra belastendesituaties heeft geleid. Er wordt gepleit voor meer aandacht voor de impactvan financiële problemen, de samenwerkingsrelatie met het gezin en hetbieden van hulp op maat, inclusief financiële ondersteuning. De aanbeve-lingen richten zich op het verbeteren van de signalering en samenwerkingen het meenemen van financiële problematiek in veiligheidsanalyses. DeGI’s werken gezamenlijk aan een eenduidig handelingskader voorjeugdbeschermers, training en casuïstiekbespreking met aandacht voorhouding en gedrag en het integreren van financiële problematiek in hetverklarend analyseren.Deze lessen en aanbevelingen worden meegenomen in de nieuwe maniervan werken zoals wordt ontwikkeld binnen het Toekomstscenario kind- engezinsbescherming.De Raad voor de rechtspraak verwacht de resultaten van hun reflectie-traject in februari 2025 openbaar te maken. De RvdK zal naar verwachtingin januari 2025 de bevindingen van haar reflectietraject delen. Napublicatie van het rapport van de Commissie Hamer zal een integrale18Instellingsbesluit Commissie Onderzoek Uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire,startmoment 23 februari 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10489 kabinetsreactie op alle reflectierapporten en het rapport van deCommissie Hamer aan uw Kamer worden aangeboden.Tot slotOp verschillende punten is vooruitgang geboekt inzake jeugdbescher-ming: de landelijke tarieven worden zo goed als volledig toegepast, deworkload van jeugdbeschermers is gedaald en de zij-instroomregelingdraagt bij aan instroom van nieuwe jeugdbeschermers die dit belangrijkeen moeilijke werk doen. Tegelijk is er nog veel te doen: de wachtlijsten zijnnog te lang en het feitenonderzoek behoeft nog verdere verbetering. Weblijven ons hiervoor met kracht inzetten, in nauwe samenwerking met debetrokken organisaties en professionals.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 104810

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2de8fe3545db3db8

14 okt 2026 · fe52a62df174103e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.