KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op advies Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ‘Iedereen bijna ziek. Over de keerzijden van diagnose- expansie’

9 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 60733723692fd840 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 765Kwaliteit van zorgNr. 975 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 april 2026Op 17 april 2025 heeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving(RVS) het advies «Iedereen bijna ziek. Over de keerzijden van diagnose-expansie» uitgebracht. Het advies is de Kamer toegestuurd met de briefvan 22 mei 2025.1 In het advies reflecteert de RVS op maatschappelijke enbeleidsmatige ontwikkelingen die bijdragen aan een toenemendemedicalisering van het dagelijks leven en een groeiende nadruk opdiagnosestelling, risicovermijding, screening en preventief gezondheids-onderzoek. Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over dekabinetsreactie op het advies en de daarin geformuleerde aanbevelingen.Het kabinet waardeert het advies van de RVS als een belangrijke bijdrageaan het maatschappelijke en politieke debat over de grenzen en mogelijk-heden van gezondheidszorg, preventie en publieke gezondheid. Hetadvies raakt meerdere beleidsterreinen en vraagt een zorgvuldigeafweging van individuele belangen, collectieve effecten en dehoudbaarheid van het zorgstelsel.De RVS schetst in het advies hoe een combinatie van technologischeontwikkelingen, maatschappelijke verwachtingen en beleidskeuzes ertoeleidt dat steeds meer mensen worden benaderd als potentieel ziek. DeRVS wijst onder meer op de toename van diagnostiek bij mensen metklachten, het groeiende aanbod en gebruik van screening, bevolkingson-derzoek, health checks en zelftesten, en op de druk die daarvan uitgaat opburgers, zorgprofessionals en het zorgstelsel.De RVS benadrukt dat preventie en vroege opsporing waardevolleinstrumenten kunnen zijn, maar waarschuwt voor onbedoelde nevenef-fecten zoals medicalisering, overdiagnostiek, psychische belasting enverdringing van zorgcapaciteit. De RVS pleit voor meer terughou-dendheid, expliciete afwegingen van nut en risico’s, en een sterkere rol1Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 934. kst-31765-975ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9751 van de overheid in het beschermen van burgers tegen de nadelen vanongericht of onvoldoende onderbouwd gezondheidsonderzoek.De RVS komt op hoofdlijnen tot de volgende aanbevelingen:1)Verleg de focus van het vroeg opsporen van ziekte naar het voorkó-men van ziekte.2)Weeg de keerzijden van screening volwaardig mee bij beleidsafwe-gingen.3)Geef bij richtlijnontwikkeling meer gewicht aan de keerzijden vanzowel oprekkende ziektedefinities als de overmatige inzet vandiagnostiek.4)Wees in de praktijk terughoudend met het inzetten van diagnostiek enhet stellen van diagnoses en pas hier de prikkels op aan.Het kabinet herkent het door de RVS geschetste spanningsveld tussenenerzijds de wens om gezondheidsschade te voorkomen en de hogemaatschappelijke en politieke verwachtingen die daaromtrent leven, enanderzijds het risico dat steeds meer aspecten van het leven wordenbenaderd vanuit een medisch perspectief. Ook onderschrijft het kabinethet belang van voortdurende reflectie op de vraag waar gezondheidswinstkan worden geboekt en waar terughoudendheid geboden is. Het kabinetdraagt de verantwoordelijkheid om in dit spanningsveld het brederepublieke belang te blijven bewaken. In deze brief geeft het kabinet langsde vier bovenstaande aanbevelingen zijn reactie op het rapport van deRVS.1) Het voorkomen van ziekte De RVS stelt in het advies dat de overheid «haar preventietaak intoenemende mate invult met dicht bij de zorg liggende activiteiten, zoalsscreening», een vorm van secundaire preventie. Het kabinet herkent dezorg van de RVS dat screening in het publieke debat soms zichtbaarder isdan andere vormen van preventie. Er is echter een breed palet aanoverheidsmaatregelen gericht op primaire preventie: het voorkómen datmensen ziek worden. Dat varieert van het bevorderen van een gezondeleefstijl, waaronder gezonde voeding, genoeg bewegen, rookpreventie enstoppen met roken, gezonde leefomgeving, mentale gezondheid totgezond en sterk ouder worden. Hiertoe zijn in het Nationaal Preventieak-koord landelijke afspraken gemaakt met meer dan 70 maatschappelijkeorganisaties. Ter verdere uitwerking van preventiemaatregelen en denoodzakelijke samenhang tussen de programma’s, maar ook de samen-werking tussen partijen, zijn het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA),het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het aanvullend Zorg- en Welzijnsak-koord (AZWA) gesloten. Daarnaast zet de overheid sterk in op hetvoorkomen van infectieziekten, onder meer door middel van het Rijksvac-cinatieprogramma en het gratis ter beschikking stellen van PrEP-zorg viade GGD voor mensen met een verhoogd risico op hiv. De inzet van dezeomvangrijke hoeveelheid maatregelen is duidelijk gericht op hetvoorkomen van ziekte, niet slechts op het signaleren van ziekte.2) Keerzijden van screening De RVS beschrijft hoe screening en bevolkingsonderzoek plaatsvinden ineen klimaat van sterk screeningsenthousiasme, waarin potentiële batenvaak centraal staan en de nadelen en risico’s minder zichtbaar zijn. De RVSpleit voor een explicietere weging van nut, risico’s en maatschappelijkegevolgen. Het kabinet waardeert dat de RVS deze eenzijdigheid benoemt.Tegelijkertijd bevat het advies van de RVS ook positieve basisgedachtenover screening, bijvoorbeeld waar het gaat om het vroegtijdig opsporenvan ziekte en het voorkomen van ernstige gezondheidsschade. DezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9752 dubbele benadering weerspiegelt een bredere maatschappelijke spanningen maakt de beleidsmatige afweging complex.Enerzijds is er de wens om kansen op gezondheidswinst te benutten,anderzijds de noodzaak om zorgvuldig om te gaan met onzekerheden,medicalisering en onbedoelde schadelijke effecten.De RVS werpt terecht een kritisch licht op de keerzijden van screening. Alsvoorbeelden van keerzijden noemt de RVS overdiagnose – het onnodig totpatiënt maken van mensen zonder gezondheidsklachten – en de velefoutpositieve uitslagen die zorgen voor een grote belasting van dereguliere zorg en verminderde toegankelijkheid van zorg voor mensenmét gezondheidsklachten. Wat voor een relatief klein aantal individuenvoordelig kan zijn, stelt grote groepen bloot aan aanzienlijke risico’s. Dezebeschouwing is een waardevolle bijdrage die aansluit bij het zorgvuldigebeleid dat het kabinet voert. Het is maatschappelijk en politiek vaak lastigom de mogelijke nadelen van screening voldoende aandacht te geven.Zorgverleners die dagelijks geconfronteerd worden met ernstige ziekten,evenals deelnemers aan bevolkingsonderzoek, hechten begrijpelijkerwijsgrote waarde aan vroege opsporing. De RVS beschrijft dat screening eenintuïtieve aantrekkingskracht heeft en dat de voordelen, zoals potentiëlegezondheidswinst door vroege ontdekking en behandeling, voor iedereeninvoelbaar zijn. Het kabinet ziet dat terug in het maatschappelijke enpolitieke debat. Screening geniet een bijna vanzelfsprekende populariteit,waardoor uitbreiding van de bestaande bevolkingsonderzoeken enscreenings rond zwangerschap en geboorte, of het introduceren vannieuwe interventies, eerder de norm lijkt dan een keuze die zorgvuldigmoet worden afgewogen. De druk tot uitbreiding is niet incidenteel, maarstructureel aanwezig in het beleidsproces.Het is echter van belang om oog te blijven houden voor de vraag hoeveelmensen moeten worden gescreend om bij enkelen ziekte of voorstadiadaarvan te vinden, en welke belasting en risico’s dit voor anderedeelnemers met zich meebrengt. De overheid heeft hierin conform de Wetop het bevolkingsonderzoek (Wbo) een beschermende taak. Die verant-woordelijkheid geldt zowel voor bevolkingsonderzoeken die vanoverheidswege worden aangeboden, als voor commercieel aangebodenscreening en preventief gezondheidsonderzoek. Hoewel deze bescher-mende rol soms als betuttelend wordt ervaren, ziet het kabinet deaanbevelingen van de RVS als ondersteuning van het bestaande beleidwaarin terughoudendheid, zorgvuldige afweging en bescherming vanburgers centrale uitgangspunten zijn. Het kabinet neemt daarbij deobservatie van de RVS ter harte dat ook rekening moet worden gehoudenmet de optelsom van bevolkingsonderzoeken en screenings rondom dezwangerschap en geboorte, en het effect daarvan op individuen ensamenleving gelet op de door de RVS genoemde keerzijden vanscreening.Hieronder wordt meer toelichting gegeven op hoe deze uitgangspunten inpraktijk worden gebracht.Beoordeling door GezondheidsraadDe Gezondheidsraad speelt een essentiële rol in de beschermende taakvan de overheid voor de nadelen van screening: aan de hand van decriteria voor verantwoorde screening2 brengt de Gezondheidsraad adviesuit over het al dan niet van rijkswege aanbieden van een bevolkingson-derzoek. Bij deze beoordeling worden zowel de baten als de risico’sgrondig gewogen. Pas als uit die afweging blijkt dat een bevolkingson-2https://www.rivm.nl/bevolkingsonderzoeken-en-screeningen/theorie-en-achtergrondTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9753 derzoek daadwerkelijk een gunstige nut-risicoverhouding heeft, kan hetkabinet besluiten om het landelijk aan te bieden. Voor de bestaandebevolkingsonderzoeken naar kanker en de screenings rond zwangerschapen geboorte is het kabinet dan ook onverminderd van oordeel dat devoordelen van deze programma’s opwegen tegen de nadelen, en staat hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) als opdracht-gever ook onverminderd voor de kwaliteit, effectiviteit en doelmatigheid.In de adviezen van de Gezondheidsraad worden zowel de verwachtegezondheidswinst, en bij prenatale screening de beoogde reproductievehandelingsopties, als de mogelijke nadelen en risico’s expliciet beoor-deeld en meegewogen. Deze nadelen en risico’s worden belicht in hetwetenschappelijk onderzoek waar de Gezondheidsraad zijn adviezen opbaseert. Daarnaast organiseert de Gezondheidsraad ook hoorzittingen enworden experts betrokken bij het in kaart brengen van niet alleen devoordelen maar ook deze nadelen en risico’s. In adviezen wordt altijdingegaan op het gegeven dat screening gepaard gaat met onzekerheden,waaronder foutpositieve en foutnegatieve uitslagen, overdiagnostiek enpsychische belasting voor deelnemers. Ook het aantal mensen datgescreend moet worden om bij een beperkt aantal personen gezondheids-winst te realiseren (numbers needed to screen) vormt een relevantonderdeel van de afweging. Daarmee worden veel van de aanvullendeaandachtspunten en vragen voor het normatieve kader van de Gezond-heidsraad die de RVS aanbeveelt al meegewogen.Het kabinet herkent de constatering van de RVS dat er minder onderzoekwordt gedaan naar de negatieve aspecten van screening. Daarom wordtin onderzoekscalls van ZonMw in opdracht van het Ministerie van VWSsteeds expliciet aandacht gevraagd voor onderzoek naar de nadelen vanscreening, juist omdat deze wetenschappelijk inzichten zo van belang zijnvoor de beoordeling door de GR.Het kabinet vindt het van belang dat deze aspecten niet alleen inhoudelijkworden gewogen, maar ook inzichtelijk worden gemaakt in het publiekeen politieke debat. De conclusies en aanbevelingen van de Gezond-heidsraad worden daarom in de openbare adviezen toegelicht. Deonderliggende afwegingen komen daarin eveneens aan bod, zij hetbeknopter dan de uitgebreide beraadslagingen die plaatsvinden inbesloten vergaderingen. Dat van deze beraadslagingen geen uitgebreidverslag beschikbaar is, betekent niet dat deze afwegingen niet zorgvuldigen uitvoerig plaatsvinden. De RVS besteedt in het advies minder aandachtaan deze afwegingsprocessen, terwijl deze in de praktijk een belangrijkonderdeel vormen van de besluitvorming.Gevolgen voor zorgcapaciteitNaast de wenselijkheid van een van rijkswege aangeboden screeningspro-gramma moet oog worden gehouden voor proportionaliteit, doelma-tigheid en rechtvaardige inzet van publieke middelen. Daarbij is met nameaandacht nodig voor de mogelijke gevolgen voor de zorgcapaciteit.Enerzijds bestaat het risico dat beschikbare zorgcapaciteit wordtverdrongen door de inzet van diagnostische capaciteit en zorgprofessi-onals voor screening, of door een toestroom van patiënten die vanuit descreening worden doorverwezen naar de reguliere zorg. Anderzijds kanjuist capaciteit vrijkomen wanneer door screening ziektes eerder wordenopgespoord en daardoor minder (complexe) behandelingen nodig zijn.Medische preventie kan immers ook bijdragen aan het voorkómen vanzorg en daarmee aan het beperken van zorgkosten. Dit is ook de basis vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9754 het investeringsmodel preventie, waar de Kamer op 16 december 2025over is geïnformeerd.3De introductie van een nieuw bevolkingsonderzoek, of uitbreiding vanbestaande bevolkingsonderzoeken of screenings, vergt dus niet alleen eeninhoudelijke afweging en financiële middelen. Er moet ook zorgvuldiggekeken worden naar de inzet van schaarse zorgprofessionals, diagnos-tische capaciteit en de benodigde vervolgzorg. Als voorbereiding van deinvoering of uitbreiding van een bevolkingsonderzoek wordt dan ook altijdhet RIVM om een uitvoeringstoets gevraagd. In een uitvoeringstoetsworden deze aspecten in kaart gebracht en wordt geadviseerd over demogelijke scenario’s. Naast een advies van de Gezondheidsraad speeltdaarmee een uitvoeringstoets eveneens een cruciale rol bij de keuze overde inzet van capaciteit voor een bevolkingsonderzoek. Deze inzet staat nietlos van andere urgente zorgvragen binnen het stelsel. Het is daaromnoodzakelijk om bij besluiten over bevolkingsonderzoek expliciet tebetrekken welke capaciteit wordt gevraagd en welke zorg mogelijk wordtverdrongen of juist bespaard. Hierbij wordt ook gekeken naar hoe dezeinzet zich verhoudt tot andere vormen van preventie en zorg.Informatievoorziening aan de burgerDe RVS benoemt in het advies dat gebalanceerde informatievoorzieningover de voor- en nadelen van screening van groot belang is. Het kabinet ishet daarmee eens. Bij de bevolkingsonderzoeken en screenings vanrijkswege zorgt het RIVM samen met de uitvoeringsorganisaties voorevenwichtig informatiemateriaal, waarin steeds de balans wordt gezochttussen de volledigheid in informatievoorziening over voor- en nadelen ende begrijpelijkheid. Het uiteindelijke doel is en blijft dat mensen op basisvan betrouwbare informatie zelf een keuze kunnen maken om wel of nietdeel te nemen.Om de gehele doelgroep te bedienen moet de informatie beknopt en inheldere taal beschikbaar zijn. Daartoe zijn inmiddels de zogenoemdeonline Steffie-modules ontwikkeld in acht talen, waarin informatie over debevolkingsonderzoeken naar kanker en de screenings rond zwangerschapen geboorte eenvoudig wordt uitgelegd. Daarnaast is alle informatie overde bevolkingsonderzoeken en screenings herschreven in duidelijke taal,met begrijpelijke iconen en QR-codes, om de geïnformeerde besluit-vorming beter te ondersteunen en drempels voor deelname te vermin-deren. Ervaringsverhalen, animaties en fotografie worden ingezet om deinformatie herkenbaar en begrijpelijk te maken. Ook zijn er in het kadervan het «project toegankelijkheid» pilots geweest met informatiebijeen-komsten voor voornamelijk vrouwen met een niet-westerse migratieach-tergrond in wijken met lage deelname aan de bevolkingsonderzoekennaar kanker. Er zijn ongeveer 205 vrijwilligers en professionals getraindom voorlichting te geven, waardoor het bereik verder werd vergroot.Aanwezigheid op wijkfestivals, markten en bij voedselbanken leidde totongeveer 500 persoonlijke gesprekken.Naast deze zeer toegankelijke informatie wordt ook meer verdiependeinformatie aangeboden op de website van het RIVM. Hiernaar wordtverwezen en gelinkt vanuit het andere informatiemateriaal. Samen methet RIVM en uitvoeringsorganisaties wordt ingezet op het beschikbaarhouden van dit soort informatievoorziening.3Kamerstukken II, 2025/26, 32 793, nr. 878.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9755 Health checks, zelftesten en preventief gezondheidsonderzoekDe door de RVS geschetste ontwikkelingen rond de sterke toename vancommerciële health checks, zelftesten, genetische tests en digitalescreeningsinstrumenten zijn herkenbaar. Digitalisering, technologischevooruitgang en direct-to-consumer aanbod maken het voor burgerssteeds eenvoudiger om gezondheidsonderzoek buiten het regulierezorgstelsel om te laten uitvoeren. Tegelijkertijd roept deze ontwikkelingvragen op over de betrouwbaarheid van testen, de interpretatie vanuitslagen, de opvolging ervan en de mogelijke schade die hieruit kanvoortkomen. Daarbij verdient het aandacht dat niet alle mensen in gelijkemate zijn toegerust om uitslagen te duiden en eventueel passendevervolgstappen te zetten, en dat deze gezondheidsonderzoeken kunnenzorgen voor een ongecontroleerde toestroom tot de reguliere zorg.Medische hulpmiddelen met een medisch doeleinde, waaronder bepaaldescreeningsapps of zelftesten, moeten voldoen aan strenge wet- enregelgeving op het gebied van markttoelating. Deze markttoelating is voormedische hulpmiddelen gereguleerd via de Medical Device Regulation(MDR) en die van (zelf)testen via de In-Vitro Diagnostics Regulation (IVDR).Dit betekent dat medische hulpmiddelen en (zelf)testen alleen op de marktworden verkocht nadat ze, afhankelijk van de risicoklasse, zijn beoordeelddoor bevoegde certificeringsinstanties (zogeheten notified bodies). Denotified body controleert of een product voldoet aan de wettelijkevereisten, zoals veiligheid en prestaties van het product. Bij een positievebeoordeling ontvangt het product een CE-markering waarna hetvervolgens vrij op de Europese markt mag worden gebracht.Het is belangrijk dat mensen een geïnformeerde keuze maken voor hetgebruik van deze producten, en dat zij bij twijfel of ernstige symptomenaltijd professionele medische hulp zoeken. Specifiek voor zelftesten geldtdat mensen wel behoefte hebben aan betere informatie. Momenteelkunnen zij voor onafhankelijke informatie over zelftesten online terecht opbijvoorbeeld thuisarts.nl of op de website van het RIVM, of zij kunnenhiervoor hun huisarts raadplegen.Hoewel zelftesten, screeningsapps en wearables voordelen kunnenbieden, is het van belang dat mensen bij gezondheidsklachten altijdoverleggen met een zorgprofessional. Deze producten zijn namelijk geenvervanging voor een professionele medische beoordeling. Het isbelangrijk dat mensen zich bewust zijn van de beperkingen van dezeproducten. Hierover dient de fabrikant de gebruiker te informeren in degebruiksaanwijzing.Evenals de RVS hecht het kabinet aan een kritische benadering van dezeontwikkelingen en aan bescherming van burgers tegen onbedoeldenadelen. In dat kader staat het kabinet ook stil bij de Wbo. Een eerderewijziging van deze wet is ingetrokken, en er is toegezegd om met eennieuw wetsvoorstel te komen. De oorspronkelijke doelstelling van hetwetsvoorstel was om meer ruimte te bieden voor nieuwe vormen vanpreventief gezondheidsonderzoek en health checks, zodat mensenlaagdrempelig meer inzicht konden krijgen in hun gezondheid en daar zelfde regie op kunnen voeren.In de afgelopen tien jaar is de context echter wezenlijk veranderd. Zoalsde RVS beschrijft, is het aanbod van health checks en zelftesten sterktoegenomen en is de maatschappelijke impact ervan groter geworden.Het kabinet neemt het daarom in overweging om de oorspronkelijkedoelstelling van het wetsvoorstel opnieuw te bezien in het licht van dezeveranderde realiteit en de aanbevelingen van de RVS.Het kabinet wil verkennen hoe een evenwicht kan worden gevondentussen ruimte voor initiatieven en innovatie waar dat verantwoord is, enregulering en bescherming waar dat gepast en noodzakelijk is. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9756 inzichten uit het advies van de RVS zullen nadrukkelijk worden betrokkenbij de herziening van de WBO.Een herbezinning op deze vraagstukken vraagt echter om zorgvuldigheiden tijd, mede gezien de uiteenlopende opvattingen.3) Bij richtlijnontwikkeling meer gewicht geven aan de keerzijdenvan zowel oprekkende ziektedefinities als de overmatige inzetvan diagnostiek De RVS adviseert bij de richtlijnontwikkeling meer gewicht te geven aande keerzijden van zowel oprekkende ziektedefinities als de overmatigeinzet van diagnostiek. De RVS benoemt dat richtlijnen een belangrijkaangrijpingspunt vormen om tegenwicht te bieden aan diagnose-expansie. Deze werken immers zeer sturend voor zorgverleners en kunnenook een steun vormen voor zorgverleners om bepaalde handelingen,ondanks druk, niét te doen. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt dateen tegenbeweging alleen kan ontstaan als tegelijkertijd in de algemeneen professionele cultuur ook inzichten en veranderingen plaatsvinden.Klinisch leiderschap is hierbij cruciaal.De RVS adviseert in de praktijk terughoudend te zijn met het inzetten vandiagnostiek en het stellen van diagnoses en hierop de prikkels aan tepassen. De RVS benoemt daarbij dat het inzetten van diagnostiek nietonschuldig is; diagnostiek kan zowel een individu als de samenlevingschaden. Daarbij geldt: hoe minder duidelijk de indicatie voor hetonderzoek, hoe groter de kans op onduidelijke bevindingen die juist totmeer vragen en onrust kunnen leiden. Ook het stellen van een diagnose isniet onschuldig en kan leiden tot een verminderde kwaliteit van leven,uitsluiting en nocebo-effecten4. Daarnaast is een diagnose sterkgekoppeld aan een behandeling, met alle risico’s van dien.De aanbevelingen sluiten goed aan bij de beweging naar passende zorgdie in de zorgakkoorden met alle partijen in de zorg zijn gemaakt. In hetcoalitieakkoord van het huidige kabinet wordt deze insteek ondersteund.We maken van passende zorg de norm, ook in de aanspraak, implemen-teren die sneller en vergoeden alleen nog zorg die bewezen meerwaardeheeft voor de patiënt. Wat bewezen (kosten)effectief is, moet vooriedereen beschikbaar zijn. Wat geen meerwaarde heeft, hoort daar niet bij.Dit is niet vrijblijvend.Er worden via wet- en regelgeving strengere eisen gesteld aan devoorwaarden, kwaliteit en totstandkoming van beroepsrichtlijnen. HetZorginstituut krijgt hierbij een stevigere rol. De verantwoordelijkheid voorhet opstellen van richtlijnen voor de kwaliteit van zorg ligt in de eersteplaats bij veldpartijen. De aanbevelingen om overmatige diagnostiek enniet-passende oprekking van ziektedefinities tegen te gaan in richtlijnenzijn dan ook voor hen bedoeld.Passende zorg is zorg die waarde toevoegt aan het leven van mensen enoog heeft voor de maatschappelijke opgaven waarvoor we staan.Passende zorg is noodzakelijk om de zorg toegankelijk te houden vooriedereen die dat nodig heeft. Eén van de principes van passende zorg isdat het gaat over gezondheid in plaats van over ziekte. Niet elke gezond-heidsvraag behoeft een (individueel) zorgantwoord, soms zijn andereantwoorden passender. Bijvoorbeeld als chronische stress of depressievooral wordt veroorzaakt door financiële problemen, dan moet hetantwoord eerder worden gezocht in schuldhulpverlening en niet in de ggz.4Nocebo-effecten zijn negatieve gezondheids- en bijwerkingsreacties die niet worden veroor-zaakt door een behandeling zelf, maar door negatieve verwachtingen, overtuigingen ofinformatie daarover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9757 Hier ligt ook een belangrijke rol voor (de verbinding met) de publiekegezondheidszorg. In het Kader Passende Zorg staat wat van de verschil-lende partijen wordt verwacht. Bij zorgverleners gaat dit onder andere omeen bredere blik met oog voor andere levensterreinen, en richtlijnen enindicatoren die bijdragen aan de lerende en gezamenlijke beweging vanpassende zorg.Een ander principe van passende zorg is dat deze in gezamenlijkheid meten rondom de patiënt tot stand komt. Dit houdt ook in dat patiënt enzorgverlener samen beslissen over de best passende diagnostiek,bijvoorbeeld of aanvullend onderzoek nodig is bij vage klachten. Daarbij isvan belang dat richtlijnen niet als dwingende voorschriften wordengebruikt, maar als startpunt voor een gesprek.Ze moeten zorgverleners juist stimuleren om, samen met de patiënt, toteen afgewogen keuze te komen. Met veldpartijen is afgesproken om«samen beslissen» in te bedden in de gehele zorg en dus alle domeinen.Passende zorg vormt het hart van de zorgtransitie en is de basis onder hetIZA. Met de aanvullende afspraken in het AZWA wordt een versnelling inde beweging naar passende zorg gebracht. Met het nieuwe coalitieak-koord versterkt het kabinet deze aanpak verder. Daarbij gaat het onderandere om een ambitieuzere en concrete aanvullende afspraak op hetgebied van richtlijnen die bijdraagt aan passende zorg en de transitie-doelen. Als het gaat om klinisch leiderschap is het goed om te benoemendat de Federatie Medisch Specialisten in juni 2025 haar toekomstvisieMedisch Specialist 2035 heeft gepresenteerd die richting geeft aan de zorgvan morgen, waarbij medisch specialisten zichzelf zien als aanjagers vangezondheid, preventie en een gezonde leefstijl. Deze toekomstvisie is metinput van bijna 3.000 (toekomstig) medisch specialisten en anderebetrokkenen uit de zorg tot stand gekomen.Het tegengaan van mogelijke overbehandeling en verdringing als gevolgvan diagnose-expansie is een onderwerp dat breed wordt opgepakt bij hetprogramma «Verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket»,waarover ook afspraken met partijen zijn gemaakt. Net als anderemedische handelingen moet diagnostiek voldoen aan de stand vanwetenschap en praktijk, maar moeten we ook kritisch kijken naarbijvoorbeeld de arbeidsinzet die hiermee gepaard gaat. Hierin heeftiedereen een rol: de overheid, zorgverzekeraars en zorgkantoren,zorgprofessionals, zorgaanbieders, patiënten en cliënten.4) Terughoudendheid in de praktijk met het inzetten vandiagnostiek en het stellen van diagnoses, en het daaropaanpassen van de prikkels De RVS benadrukt dat het van belang is dat zorgverleners zich bewust zijnvan het uitgangspunt «primum non nocere», het allereerst niet schaden,net zoals zij dat bij een behandeling zijn. Om terughoudendheid tebevorderen, zijn meer momenten van reflectie nodig. Daarnaast zoudende keerzijden expliciet onderdeel van opleidingen moeten zijn en zou hettuchtrecht, dat tot defensieve geneeskunde leidt, moeten wordengemoderniseerd.Er wordt in het advies ook aandacht besteed aan financiële prikkels. Zowordt in het advies onder andere aangegeven dat de maatregel «meer tijdvoor de patiënt» bij huisartsen een goede ontwikkeling is. Dit goedevoorbeeld onderschrijft het kabinet. Door meer tijd te nemen in despreekkamer, ontstaat er ruimte voor de «vraag achter de vraag». Uitpraktijkvoorbeelden en onderzoek blijkt dat meer tijd voor de patiënt in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9758 huisartsenzorg inderdaad leidt tot minder (onnodig) doorverwijzen,minder diagnostiekaanvragen en minder medicatiegebruik. Om die redenheeft het kabinet in het IZA structureel geld vrijgemaakt voor de landelijkeinvoering van meer tijd voor de patiënt in de huisartsenzorgHet kabinet herkent de analyse van de RVS dat er veel verschillendefinanciële prikkels in de organisatie en bekostiging van diagnostiekbestaan, die moeilijk uitlegbaar zijn. Het kabinet streeft ernaar dezeprikkels te onderzoeken en beter op elkaar af te stemmen.Tot slotHet advies «Iedereen bijna ziek» adresseert een breed scala aan actuele enrelevante aandachtspunten. Het kabinet onderschrijft het belang vanblijvende reflectie op de balans tussen kansen en risico’s in gezondheid,zorg en preventie. We leven in een wereld waarin technologie het steedsmakkelijker maakt om iets op te sporen. De RVS wijst erop dat diagnose-expansie kan bijdragen aan een versmalling van wat als «normaal» wordtbeschouwd, waardoor variatie in gezondheid en functioneren minderruimte krijgt.De uitdaging ligt niet in méér diagnoses, maar in minder noodzaakdaartoe. In het versterken van gezondheid, in plaats van het steeds snellersignaleren van afwijkingen. Het advies van de RVS biedt daarbij waarde-volle handvatten voor een beleid dat ruimte laat waar dat kan, begrenstwaar dat nodig is en steeds oog houdt voor het bredere publieke belang.Het kabinet ziet het advies dan ook als ondersteuning van de maatregelendie het neemt en van het beleid dat op verschillende domeinen in dezebrief wordt geschetst.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9759

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 039990a1bce10d0b

14 okt 2026 · 6683b8efdc9b412b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.