KamerkringInloggen
Kamerstuk

Initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld (ongecorrigeerd)

21 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7fbd1c08-f08f-4d · officiële bron

Tweede Kamer, Initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGConcept De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 21 september 2026 overleg gevoerd met mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, over: de brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport d.d. 26 mei 2026 inzake kabinetsreactie op de initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld (Kamerstuk 36841) (36841, nr. 3); de initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld (36841). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,Mohandis De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,Esmeijer Voorzitter: PaulusmaGriffier: Sjerp Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Armut, Becker, Beckerman, Coenradie, Dobbe, Van Meetelen, Paulusma, Vliegenthart en Wiersma, en mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Aanvang 13.01 uur. De voorzitter:Goedemiddag en welkom allemaal. Het is 13.00 uur, dus we gaan van start met het notaoverleg over de initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld. Allereerst natuurlijk een compliment aan mevrouw Dobbe voor het opstellen en het verdedigen van deze initiatiefnota. Ik weet dat dat veel tijd kost, dus mijn grote waardering voor uw initiatief en voor het feit dat u dat doet naast al uw reguliere Kamerwerk. Dit compliment kunt u dus alvast in uw zak steken. Het is altijd bijzonder als een collega van ons zo'n initiatief neemt om eigen ideeën, doelstellingen en ambities te verwoorden, maar dat kan natuurlijk ook altijd alleen maar dankzij de steun van medewerkers. Vandaag wordt mevrouw Dobbe bijgestaan door de heer Joran Knol-Nielen; ook voor u een compliment voor alle inzet die hierin gegaan is. Ook van harte welkom aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, mevrouw Sterk, die bij zo'n gelegenheid in de bijzondere rol van adviseur optreedt. Ook van harte welkom aan de ambtenaar die haar ondersteunt.Ook welkom aan de Kamerleden aan de linkerzijde. Dat zijn mevrouw Beckerman van de SP, mevrouw Vliegenthart van PRO, mevrouw Becker van de VVD, mevrouw Wiersma van de BBB, mevrouw Armut van het CDA, mevrouw Van Meetelen van de PVV en mevrouw Coenradie van JA21. Ik ben Wieke Paulusma. Ik zal aan het eind het woord voeren namens D66, maar vandaag heb ik ook de rol van voorzitter. Ik moet toch ook wel de constatering doen dat als het gaat om zo'n belangrijk onderwerp, het eigenlijk ook een beetje treurig is dat hier alleen maar vrouwen aan tafel zitten. We hebben dus nog een extra missie met elkaar te gaan, collega's.Natuurlijk ook van harte welkom aan alle mensen op de publieke tribune en aan de mensen die het debat online volgen. Dit overleg is ook te volgen via de website van de Kamer, op Debat Direct, en is na afloop terug te kijken via Debat Gemist. Tevens zal van dit overleg een stenografisch verslag worden gemaakt.Ik zal nog even kort de vergaderorde toelichten. Ik geef de leden zo het woord voor hun inbreng in de eerste termijn. Vervolgens schorsen we om mevrouw Dobbe en haar ondersteuning de gelegenheid te geven om zich op de beantwoording voor te bereiden. Ook de minister kan zich dan voorbereiden op de aan haar gestelde vragen. Na de schorsing krijgt mevrouw Dobbe haar eerste termijn. Daarna zal de minister in haar rol als adviseur van de Kamer ingaan op de aan haar gestelde vragen en, mocht dat nog nodig zijn, een aanvulling geven op de schriftelijke kabinetsreacties die reeds in de agenda van dit notaoverleg zijn opgenomen. Vervolgens kunnen de leden in de tweede termijn nog reageren op de reacties van de initiatiefnemer en bestaat de mogelijkheid om moties in te dienen. Tot slot krijgt de initiatiefnemer nog het woord voor haar tweede termijn. Het notaoverleg zal worden afgesloten door de minister, waarbij zij een appreciatie zal geven van de aan haar gerichte moties.Er zijn spreektijden vastgesteld en daar ga ik u enigszins aan houden. Er is namelijk best wel veel spreektijd voor iedereen. We hebben ook tot 17.00 uur de tijd. Ik zal dan ook geen beperkingen opleggen als het gaat om interrupties, behalve natuurlijk als het gierend uit de hand loopt.We gaan starten. Ik geef met heel veel plezier het woord aan mevrouw Beckerman, namens de fractie van de SP, voor haar eerste termijn van de zijde van de Kamer. Gaat uw gang.Mevrouw Beckerman (SP):"Er zijn weinig misdaden die zo ingrijpend zijn voor slachtoffers als seksueel geweld." Dat is de eerste zin van deze belangrijke initiatiefnota van Sarah Dobbe die we vandaag bespreken. Het is een belangrijke nota, omdat er jaarlijks naar schatting 100.000 slachtoffers zijn van seksueel geweld en omdat de hulp voor deze slachtoffers nog beter kan en wat de SP betreft beter moet. Daarom allereerst dank aan Sarah Dobbe en Joran Knol-Nielen voor deze nota. Voor ons zijn er drie belangrijke punten die we vandaag als Kamer minimaal zouden moeten regelen. Dat zijn, één, het schrappen van het eigen risico voor slachtoffers van seksueel geweld; twee, betere financiering van de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld; en drie, vergoeding van tolken.Slachtoffers van seksueel geweld moeten nu vaak een eigen risico betalen om zorg te krijgen na dat geweld. Laat dat tot je doordringen. Volgens de SP is het eigen risico altijd een boete op ziek zijn die afgeschaft dient te worden. Maar een boete nadat je slachtoffer geworden bent van seksueel geweld? Hoe kan seksueel geweld een eigen risico zijn? Kan iemand mij uitleggen waarom we het laten bestaan dat slachtoffers moeten betalen voor zorg als ze slachtoffer zijn van bijvoorbeeld verkrachting? Slachtoffers van seksueel geweld kunnen terecht bij het Centrum Seksueel Geweld, het CSG. Zij doen geweldig werk, maar staan nu, zoals ze zelf schrijven, soms voor duivelse dilemma's. Waarom? Omdat de financiering niet op orde is en versnipperd is. Dat zorgt voor ongewenste verschillen, verwarring en onzekerheid. Is de minister het met ons eens dat er landelijke en structurele financiering moet komen voor de CSG's? Hoe zou die eruit moeten zien? Je wil niet dat kinderen of een echtgenoot mee moeten als een vrouw slachtoffer is van seksueel geweld. Kan de minister ervoor zorgen dat een tolk vergoed kan worden bij plekken in de zorg waar slachtoffers van seksueel geweld zich melden? Het kabinet heeft in reactie op deze nota laten weten niks extra's te willen doen. Wat de SP betreft gebruiken we dit debat vandaag om de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld wél te verbeteren.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Uit collegialiteit is er besloten dat mevrouw Coenradie als tweede spreker is, omdat zij helaas hierna naar andere afspraken moet. Gaat uw gang.Mevrouw Coenradie (JA21):Heel veel dank aan deze commissie voor deze gelegenheid.Voorzitter. Allereerst wil ik mijn grote dank en waardering uitspreken richting mevrouw Dobbe voor het maken van deze uitgebreide initiatiefnota. Ik heb deze met veel belangstelling gelezen en kan mij in heel veel van de voorstellen vinden. De zorg voor slachtoffers van seksueel geweld is een onderwerp dat mij ook zeer aan het hart gaat.Ik ben diep onder de indruk van de inzet van de Centra Seksueel Geweld voor deze kwetsbare vrouwen. De casemanagers bij de CSG's, de Centra Seksueel Geweld, zijn echte vertrouwenspersonen voor slachtoffers en coördineren de zorg en hulp voor verschillende disciplines. Zij doen dus onmisbaar werk. Tegelijkertijd zie en erken ik ook de druk waar zij tegenaan lopen. Het is heel goed dat er sinds de invoering van de Wet seksuele misdrijven op 1 juli 2024 meer meldingen zijn gedaan. Tegelijkertijd nemen de capaciteitsvraagstukken toe, zowel bij het CSG als bij de zedenrecherche. Daar komt bij dat er ook grote zorgen zijn over de financiële positie van de CSG's en de verschillen tussen de regio's. Wij steunen de CSG's en de initiatiefnemer volledig in het punt dat het niet uit zou mogen maken waar je woont om te bepalen welke zorg en hulp je als slachtoffer krijgt. We zijn dan ook blij dat het kabinet de komende drie jaar 2 miljoen extra beschikbaar stelt voor de CSG's. Maar we zijn er wel van overtuigd dat dit niet genoeg is. Het CSG heeft eerder bij ons aangegeven dat hier meer voor nodig is, zeker als we ook meer willen doen om ook de zedenrecherche te ontlasten. Wij zouden namelijk graag zien dat het CSG gedeeltelijk zedenzaken van de zedenrecherche kan overnemen, in de vorm van een volledig ingericht landelijk meldpunt voor slachtoffers van seksueel geweld. Dit zou je in de vorm van bijvoorbeeld de Filomena-aanpak kunnen doen: meerdere plekken in het land waar slachtoffers laagdrempelig kunnen binnenlopen. Hoe kijkt de initiatiefnemer hiernaar? Graag ook een reactie van de minister hierop.Voor slachtoffers is het namelijk zo enorm belangrijk dat zij snel passende en toegankelijke hulp en ondersteuning kunnen krijgen en dat zij het liefst maar één keer hun verhaal hoeven te doen. Mede daarom heb ik ook de motie ingediend om één centrale intake- en triagefunctie te organiseren binnen zedenzaken. In de recente beantwoording van mijn Kamervragen wordt aangegeven dat er een gezamenlijke aanpak, triage en regie is. Maar in hoeverre voldoet dit aan het dictum van de zojuist genoemde motie? Daarin wordt namelijk aangegeven dat er nog steeds verschillende toegangspunten zijn en dat er afstemming tussen organisaties nodig is. Dit willen we toch juist voorkomen?Mijn vraag is ook: hoe borgen we nou dat als slachtoffers aangifte willen doen, zij ook maar één keer hun verhaal hoeven te doen? Iedereen erkent het belang hiervan, maar ik heb grote twijfels over de uitvoering in de praktijk. Ook blijven wij signalen horen dat slachtoffers te horen krijgen dat aangifte doen geen zin heeft. Hoe borgen we dat dit soort uitspraken door hulpverleners niet meer worden gedaan en dat aangifte doen altijd zin heeft?JA21 onderschrijft het belang van goede hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld. Wij erkennen uiteraard de problematiek van de lange wachtlijsten binnen de ggz. We willen vooral aan het kabinet vragen om te kijken naar wat wél kan en om dit vervolgens ook te gaan doen. In de reactie wordt niet echt ingegaan op het idee van mevrouw Dobbe over digitale hulp en het buddysysteem. Kan de minister daar alsnog op reageren en overweegt zij ook de genoemde pilots? Ik begrijp dat de minister verwijst naar de steunpunten uit het AZWA, maar die zijn nog niet overal ingevoerd, dus wat doen we dan in de tussentijd? Het lijkt me ook niet dat hier altijd mensen met ervaring met seksueel geweld naartoe gaan. Graag een reflectie hierop van de initiatiefnemer en de minister.Ook zouden we creatiever moeten kijken naar de personeelstekorten onder forensische artsen. Het is goed dat het kabinet hier aandacht voor heeft, maar we zouden misschien nog wel iets meer kunnen doen. In elke regio werkt het wellicht weer anders, maar we zouden kunnen kijken of we bijvoorbeeld tijdelijk extra forensische artsen kunnen wegroepen bij de GGD's of de organisaties van Veilig Thuis.Voorzitter. Ik heb nog een paar vragen over de opvang van vrouwen. Dit is gelijk weer een mooi haakje om te vragen naar de status van mijn motie over afkoelhuizen voor daders. Kan de minister daar een update van geven? Ook zou ik graag meer duidelijkheid willen over de 10 miljoen euro uit de Miljoenennota die staat genoemd onder "vrouwenopvang of de Filomena-aanpak". Gaat het volledige bedrag naar Filomena of is er nog een onderscheid te maken tussen specifieke nachtopvangplekken?Tot slot steunen wij de oproep volledig om meer te focussen op de aanpak van online seksueel geweld. Dit is een groeiend probleem. De opsporing en vervolging zijn vaak nog lastig, maar ze verdienen onze volle aandacht en prioriteit.Nogmaals, heel veel dank aan mevrouw Dobbe voor dit initiatief, voor dit hele mooie voorstel. Het is heel fijn om het hierover te hebben. Ook wij zullen ons hier namens JA21 zeker voor blijven inzetten.Dank.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Vliegenthart, die namens de fractie van PRO spreekt.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Voorzitter. Ze was 30 weken zwanger toen ze bij mij op spreekuur kwam. Ze bezocht al jaren zorgverleners vanwege lichamelijke en mentale klachten. Onderzoek na onderzoek volgde, maar niemand vond de oorzaak. Na een groepsvoorlichting over seksueel en huiselijk geweld durfde ze uiteindelijk aan mij te vertellen dat ze al jaren seksueel geweld meemaakte binnen haar huwelijk. Jarenlang hield zij zich stil uit schaamte en jarenlang misten wij als zorgverleners de signalen. Dit voorbeeld laat zien hoe belangrijk het is dat seksueel geweld vroegtijdig wordt herkend, want iemand moet niet pas op de juiste hulp kunnen rekenen wanneer die zichzelf als slachtoffer meldt. Zorg- en hulpverleners moeten beter worden toegerust om signalen te herkennen, om het gesprek veilig te voeren en om passende expertise in te schakelen.Daarom allereerst heel veel dank aan mevrouw Dobbe en haar team voor deze ontzettend belangrijke nota en voor het centraal stellen van de ervaringen van slachtoffers. Mijn vraag is dan ook: hoe kan deskundigheidsbevordering volgens haar het beste worden geborgd? De vorige staatssecretaris kondigde aan dat uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 een plan voor structurele deskundigheidsbevordering zou verschijnen, maar dat plan heb ik nog niet gezien. Wanneer ontvangt de Kamer dat, zo vraag ik de minister. Worden daarin ook veilig doorvragen, cultuursensitief werken en de communicatie met mensen met een beperking meegenomen?Voorzitter. Nederland moet uiterlijk in 2027 voldoen aan de Europese richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. GREVIO constateert ondertussen tekortkomingen in de toegankelijkheid, de capaciteit en de specialistische hulp. Welke aanbevelingen en verplichtingen staan nog open, welke stappen zijn voor juni 2027 nodig en is de jaarlijks beschikbare 2 miljoen daarvoor voldoende, zo vraag ik de minister.Het Centrum Seksueel Geweld vervult een onmisbare rol. De structurele financiering van 1,8 miljoen euro is een heel belangrijke stap, maar de centra waarschuwen toch voor structurele onderfinanciering, tijdelijke subsidies en groeiende regionale verschillen. Het mag niet van je postcode afhangen welke hulp je krijgt. Slachtofferondersteuning wordt in verschillende regio's grotendeels vanuit de Wmo gefinancierd. Daardoor ontstaan verschillen in capaciteit en aanbod. Beperkte Wmo-middelen leiden tot knelpunten in casemanagement, netwerkcoördinatie en outreachende mogelijkheden. Heeft het kabinet onderzocht of de huidige Wmo-financiering in iedere regio toereikend en structureel passend is om de verplichtingen uit de Europese richtlijn uit te voeren? Zo nee, wil de minister dit voor de wettelijke verankering van de richtlijn alsnog inzichtelijk maken? En is zij bereid om aanvullende structurele financiering buiten de bestaande Wmo-middelen te organiseren als gemeenten de noodzakelijke ondersteuning hieruit niet kunnen betalen? Is de minister daarnaast bereid om de financiering van het landelijke en regionale CSG-netwerk structureel te borgen en te laten meegroeien met het aantal hulpvragen? Want bekendheid is nog niet hetzelfde als toegankelijkheid. Kan iemand met een lichamelijke beperking een locatie binnenkomen? Hoe kan iemand die laaggeletterd is of de Nederlandse of Engelse taal niet goed spreekt de juiste informatie tot zich nemen en rekenen op professionele tolken? Mijn vraag aan mevrouw Dobbe is hoe zij de toegankelijkheid concreet wil borgen. Is zij het met ons eens dat de overheid hiervoor verantwoordelijk is en de CSG's daarvoor voldoende middelen en ondersteuning moet bieden? Aan de minister vraag ik: wordt onderzocht welke groepen nu onvoldoende worden bereikt? En komt er een gerichte aanpak samen met informele organisaties en de vertegenwoordigende organisaties?Voorzitter. Mensen met een verstandelijke beperking zijn extra kwetsbaar voor seksueel geweld, binnen en buiten de zorg. Door afhankelijkheid en beperkte mogelijkheden om te communiceren kunnen zij bovendien moeilijker om hulp vragen. Dat geldt ook voor jongeren in de jeugdzorg. PRO pleitte eerder voor gespecialiseerde vertrouwenspersonen en meer inspectietoezicht. Die aangenomen moties zijn niet uitgevoerd, terwijl de IGJ nu opnieuw moet bezuinigen. Mijn collega Westerveld en mevrouw Dobbe dienden hierover twee weken geleden opnieuw een motie in. Wordt deze aangenomen motie deze keer wel uitgevoerd? Wanneer krijgt de Kamer daar inzicht in? Hoe houdt de IGJ zicht op seksueel geweld dat niet wordt herkend of gemeld, juist wanneer een cliënt zelf niet kan vertellen wat er gebeurt? Houdt de inspectie voldoende capaciteit voor proactief toezicht en zelfstandig onderzoek?Zal ik even een pauze inlassen? Ik zie namelijk dat er een interruptie is.De voorzitter:Wat een coöperatieve commissie is dit. Dan kan mevrouw Vliegenthart een slokje water nemen. Mevrouw Wiersma, gaat uw gang.Mevrouw Wiersma (BBB):Dit had ook aan het einde gekund. Ik ben het best wel eens met mevrouw Vliegenthart, maar ik vraag me af of zij er zelf ideeën over heeft hoe je die professionals zou kunnen ondersteunen bij het signaleren hiervan. Volgens mij heeft ze daar zelf ook wel ideeën over.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Wat we nu missen, is het volgende. We hebben een heel duidelijke meldcode. Daarin staan handvatten voor zorgverleners, maar die zijn eigenlijk pas van toepassing op het moment dat het gesignaleerd is. Het signaleren ervan is echt wel ingewikkeld. Hoe ga je het gesprek aan als je denkt: hé, is dit een signaal? Hoe start je dat gesprek? En welke signalen zijn er? Ik denk dus dat het heel belangrijk is dat we, bijvoorbeeld in die meldcode, specifiek voor seksueel geweld — dat is weer een specifieke tak van geweld — echt integraal handvatten bieden voor zorg en hulpverleners. We moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat dat niet per beroepsgroep geregeld wordt, maar die handvatten echt breed toegankelijk zijn.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Het eigen risico. Het kabinet stelt op basis van een eerdere proef dat dit geen zwaarwegende drempel is, vertelt de minister in haar reactie op deze nota. Maar dat onderzoek ging over mensen die de weg naar het CSG al hadden gevonden. Naar schatting meldt slechts 20% van de slachtoffers zich daar. We weten dus eigenlijk niet hoeveel mensen daadwerkelijk die zorg mijden of uitstellen. Is de minister het met mij eens dat wij bij zo'n precair onderwerp zo veel mogelijk barrières moeten wegnemen? En wil zij onderzoeken hoeveel slachtoffers vanwege de kosten geen of later hulp krijgen? Mijn vraag aan mevrouw Dobbe is vooral welke stappen volgens haar nodig zijn om deze zorg van het eigen risico uit te gaan zonderen.Ook steunen wij het voorstel om het zorgaanbod van het CSG structureel uit te breiden. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat maar 4% van de asielzoekers die seksueel geweld hebben meegemaakt, formele hulp durft te zoeken, tegenover 39% van de slachtoffers die wel informele hulp zoekt. Steungroepen, lotgenotencontact, ervaringsdeskundigen en sleutelpersonen kunnen juist die brug tussen beide vormen van hulp slaan, maar ze zijn vaak of tijdelijk of helemaal niet overal beschikbaar. Heeft de minister eerder succesvolle initiatieven in kaart gebracht? En wil zij deze structureel borgen in het aanbod van CSG's?Voorzitter. De wachttijden voor specialistische ggz zijn nog steeds ontzettend lang, waardoor trauma onnodig in stand kan blijven. Slachtoffers die specialistische ggz nodig hebben, mogen tijdens het wachten niet zonder hulp komen te zitten. Wil de minister daarom succesvolle steungroepen en laagdrempelige check-ins die ondersteuning bieden gedurende de wachttijd, structureel financieren zonder deze als vervanging van tijdige ggz-zorg te beschouwen?Tot slot, voorzitter, vrouwelijke genitale verminking. In april spraken we als Kamer met gynaecoloog dokter Kolkman. Zij heeft samen met de GGD, het sociaal domein en sleutelpersonen een succesvol nazorgspreekuur opgezet. De combinatie van medische expertise, een cultuursensitieve benadering en sleutelpersonen leidt tot effectieve en toegankelijke zorg. Is de minister bereid om in kaart te brengen wat organisatorisch en financieel nodig is om minimaal één gespecialiseerd nazorgspreekuur per regio te realiseren? En wil zij de Kamer voor de Voorjaarsnota van 2027 een voorstel voor die uitrol sturen? Aan mevrouw Dobbe zou ik graag willen vragen welke lessen we uit deze aanpak kunnen trekken om juist de CSG's ook laagdrempeliger toegankelijk te maken.Voorzitter. Hulp op papier is niet genoeg. Hulp moet vindbaar, begrijpelijk, betaalbaar en toegankelijk zijn, juist voor de mensen die zelf het moeilijkst om hulp kunnen of durven vragen, en mag nooit afhangen van je postcode.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Wij gaan luisteren naar mevrouw Becker, die spreekt namens de fractie van de VVD.Mevrouw Becker (VVD):Dank u wel, voorzitter. Meer dan de helft van de vrouwen en 19% van de mannen heeft ooit te maken gehad met seksueel geweld of grensoverschrijdend gedrag. Volgens cijfers van het Centrum Seksueel Geweld zijn er ieder jaar weer 100.000 nieuwe slachtoffers. Als je slachtoffer bent van seksueel geweld, dan heeft dat een enorme impact, vaak levenslang. De eerste reactie van veel slachtoffers is lang niet altijd om hulp te vragen of om aangifte te doen, maar juist om te proberen te vergeten, weg te stoppen en door te gaan. Als een slachtoffer dan wél de enorme stap zet om hulp te zoeken, is het belangrijk dat die hulp er ook echt is. Het is belangrijk dat je niet aanloopt tegen bureaucratie, vooroordelen, twintig keer je verhaal moeten vertellen of victimblaming. "Waarom fietste je daar dan ook?" "Waarom droeg je zo'n strakke jurk?" "Heb je zelf geen aanleiding gegeven?"Vorige week nog riep de Delftse burgemeester meisjes en vrouwen op niet langer alleen te fietsen, na een vreselijke aanranding in zijn stad. Het is ongetwijfeld goedbedoeld, maar het is een verkeerde omdraaiing. Zijn mevrouw Dobbe en de minister het met de VVD eens dat de overheid mensen moet beschermen tegen roofdieren op straat of achter de voordeur die denken zich aan ze te mogen vergrijpen, en dat de overheid dus moet zorgen voor cameratoezicht, genoeg boa's, lik-op-stukbeleid en bestraffing, en niet slachtoffers moet vragen hun gedrag aan te passen?Voorzitter. Slachtoffers van seksueel geweld verdienen een overheid die actie onderneemt. Daarom dank ik mevrouw Dobbe voor deze initiatiefnota en voor het vanuit deze Kamer structureel laten zien dat wij dit onderwerp belangrijk vinden en niet loslaten. Zij doet een groot aantal voorstellen om slachtoffers van seksueel geweld beter te helpen. Ik zou mevrouw Dobbe willen vragen hoe zij aankijkt tegen de vorige week gepresenteerde begroting, waarin het kabinet voor een deel van de zaken die mevrouw Dobbe voorstelt, nu ook extra geld uittrekt, zoals de vrouwenopvang en de Centra Seksueel Geweld. De VVD vindt dit goed nieuws. Ik zou echter ook aan het kabinet willen vragen hoe het ervoor gaat zorgen dat dit geld goed terechtkomt. Kunnen we vóór de begroting VWS een planning en onderverdeling ontvangen? Hoe kijken initiatiefnemer en kabinet aan tegen de oproep van het Fonds Slachtofferhulp en het CSG voor meer eenduidige financiering, ook naar de toekomst toe, zodat alle slachtoffers altijd en overal even goed geholpen worden?Voorzitter. De VVD stond aan de wieg van de nieuwe zedenwet. Daardoor hoef je als slachtoffer van seksueel geweld niet altijd dwang te bewijzen, maar is een en ander meer afhankelijk gesteld van consent. Met die verbetering en de toenemende bewustwording, mede dankzij het goede werk van regeringscommissaris Mariëtte Hamer, melden zich meer slachtoffers bij de politie, bij hulpverleners en bij de Centra Seksueel Geweld. Kan het kabinet inzicht geven in de cijfers van het aantal meldingen en aangiftes? Is het kabinet bereid het werk van de regeringscommissaris te borgen, niet alleen door er in een aantal korte zinnen in de Emancipatienota lessen uit te trekken, maar ook echt breder in het werk van VWS en JenV? Is het kabinet bereid serieus werk te maken van het beter opvolgen van meldingen en aangiftes door sowieso in opleidingen van medewerkers in de zorg en bij de politie aandacht te besteden aan het herkennen en opvolgen van seksueel geweld? We hadden het daar net al over.Als slachtoffer van seksueel geweld — ik ben dat zeer met mevrouw Coenradie eens — zou je niet iedere keer opnieuw je verhaal moeten hoeven te vertellen of te maken moeten krijgen met vooroordelen of willekeur. Ondanks de inzet van veel goede zedenrechercheurs en politieagenten zijn er te veel situaties waarbij dat wel gebeurt. Ik werd onlangs benaderd door een dame die zelf slachtoffer werd van seksueel geweld en stalking. Zij kreeg, toen ze dat meldde, te maken met ontmoediging, vooroordelen, onjuiste juridische informatie en inconsistente informatie, en zelfs de vraag of ze zelf niet toch bepaalde gevoelens had voor de persoon tegen wie ze aangifte deed. Ook kreeg zij herhaaldelijk opmerkingen dat de politie hier eigenlijk te druk voor was en was er aanvankelijk zelfs weigering om de aangifte op te nemen. Ze bracht deze ervaringen in kaart, legde ze naast wetenschappelijk onderzoek en CBS-data, en zette ze om in een goed idee: een uniforme digitale intake voor slachtoffers van seksueel geweld. Haar vraag is of hier ergens, bijvoorbeeld bij de politie Amsterdam, een pilot mee gedraaid zou kunnen worden. Is het kabinet bereid hiernaar te kijken en met haar in overleg te gaan? Het is mijn ervaring, ook in de strijd tegen femicide, dat het luisteren naar nabestaanden en slachtoffers zelf de weg is naar de beste oplossingen.Hoe kijken initiatiefnemer en kabinet verder aan tegen het toenemende online seksueel geweld, zoals meiden en vrouwen die te maken krijgen met deepfakeporno en wraakporno, en vrouwen die gedrogeerd en verkracht worden om beelden daarvan, zelfs door hun eigen partners, online gedeeld te zien worden? Hoe staat het met de verkenning die het kabinet mij toezegde om dit als georganiseerde misdaad te kwalificeren, zoals advocaat Richard Korver onlangs ook bepleitte? Hoe staat het met de uitvoering van mijn motie van een jaar geleden waarin is verzocht in kaart te brengen welke privacyregels gegevensdeling om vrouwen veiliger te kunnen houden in de weg staan? Hoe kunnen slachtoffers van onlinegeweld in de toekomst terecht bij Offlimits? Hoe zit het met de financiering hiervan in de toekomst?Tot slot. Is het kabinet bereid om met spoed het actieplan stop geweld tegen vrouwen uit te voeren? Ik zou heel graag binnen een maand concrete plannen ontvangen inzake alle wetten, het geld en de acties uit het coalitieakkoord op dit vlak, zoals: Clare's Law, het strafbaar stellen van psychisch geweld, het uitrollen van een elektronisch device, een inventarisatie van privacyregelgeving, het eerder kunnen inzetten van preventieve gerechtelijke dwangbevelen zoals huisverboden en omgevingsverboden en het aanpakken van eergerelateerd geweld en genitale verminking.Voorzitter. Heel veel van wat we hier bespreken, hebben we allang met elkaar afgesproken; daarvoor is een brede meerderheid, van links tot rechts. Laat ik zeggen dat dat in deze politieke constellatie en in deze tijden een vrij unieke situatie is. Laten we dus niet weer een jaar verliezen doordat een nieuwe nationale coördinator eerst een eigen plan gaat maken. De plannen staan op papier. Het draait nu om de uitvoering. De slachtoffers verdienen niet alleen onze steun in woorden; zij verdienen actie in daden. Ik roep het kabinet op om snel aan de slag te gaan.De voorzitter:Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Mevrouw Beckerman, gaat uw gang.Mevrouw Beckerman (SP):Het is inderdaad heel goed om te zien dat we het over heel veel van dit soort voorstellen eens zijn en dat het nu aankomt op de uitvoering van vaak al aangenomen voorstellen. Ik heb bij de VVD nog één onderwerp gemist waar wij ook aandacht voor gevraagd hebben en dat is het feit dat slachtoffers van seksueel geweld nu in sommige gevallen een eigen risico moeten betalen. Mijn vraag aan de VVD is: vindt u dat wel te verdedigen?Mevrouw Becker (VVD):Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat slachtoffers van seksueel geweld goed geholpen worden en dat er zo weinig mogelijk drempels zijn om melding te doen. Ik heb ook gelezen wat er is gezegd over de gehouden pilot rondom het eigen risico, waar het kabinet naar verwijst. Daaruit blijkt dat het eigen risico slachtoffers niet in de weg staat, maar dat er wel heel veel andere drempels zijn zoals schaamte, van het kastje naar de muur gestuurd worden en bureaucratie. In een enkel geval kunnen de kosten wel de laatste druppel zijn die de emmer doet overlopen, waardoor men uiteindelijk geen hulp zoekt. Als we het eigen risico in de toekomst gaan omvormen, ook met tranchering, dan ben je niet in één keer je hele eigen risico kwijt als je gebruikmaakt van hulp. Ik hoop dat dat die financiële drempel omlaag brengt. Tegelijkertijd ben ik gevoelig voor wat het kabinet zegt: het is de vraag hoe rechtvaardig is het om het eigen risico weg te nemen voor deze doelgroep, maar niet voor heel veel andere doelgroepen die er ook niks aan kunnen doen dat ze ziek zijn of iets meemaken. Hoezeer ik ook waardeer wat mevrouw Dobbe allemaal op papier heeft gezet, ik ben het op dit terrein dus niet met haar eens.Mevrouw Beckerman (SP):Ik zit heel even te puzzelen. "Als je het alleen voor deze doelgroep doet, dan is dat ook onrechtvaardig, want ook andere mensen moeten een onrechtvaardig eigen risico betalen." Ja, volgens mij is dat precies het punt dat de SP al jarenlang maakt, namelijk dat dit een heel onrechtvaardige boete is op ziek zijn. De VVD zegt dat uit de pilot blijkt dat het niet voor iedereen een druppel is, maar de pilot is gehouden onder mensen die zich al gemeld hebben. Dit gaat toch ook over een heel principiële kwestie: is seksueel geweld voor slachtoffers een eigen risico? Ik denk dat we die vraag allemaal met "nee" beantwoorden. Waarom bestaat dit dan? Waarom moeten mensen betalen nadat ze slachtoffer zijn van seksueel geweld? Daar kunnen we toch een oplossing voor vinden? Het kon al in een pilot. Dan moet het nu toch ook voor al deze slachtoffers kunnen?Mevrouw Becker (VVD):Ik denk dat mevrouw Beckerman terecht zegt dat de VVD en de SP gewoon principieel verschillend kijken naar het instrument eigen risico. De SP ziet dat als een boete op wat je overkomt, als een boete op ziek zijn of, zoals in dit geval, te maken hebben met seksueel geweld, en zegt daarom dat we dat eigen risico helemaal moeten afschaffen. Zij zegt daar niet altijd bij dat, als we dat doen, de samenleving die kosten dan op een andere manier zal moeten dragen en de zorgpremie daardoor enorm omhoog zal gaan, ook voor deze doelgroep. We denken daar dus inderdaad verschillend over. Ik snap ook dat je als SP, als je hier principieel tegen bent, zegt dat je het ook voor deze doelgroep wilt afschaffen. De VVD wil het niet afschaffen, maar wij zijn er wel gevoelig voor om soms naar specifieke doelgroepen te kijken. Zo heb ik eerder ook een motie van mevrouw Dobbe gesteund om te kijken wat we kunnen doen voor mensen die te maken hebben met een hersteloperatie voor genitale verminking. Daarvoor loopt op dit moment ook een pilot. Ik vind het namelijk belangrijk dat het bijdraagt aan het gedragseffect, dat mensen zich in de toekomst wel melden terwijl ze dat eerder niet deden. Mevrouw Dobbe zegt dat je misschien moet kijken of je de steekproef goed gedaan hebt — daar sta ik zeer voor open — maar de pilots die we tot nu toe hebben, wijzen niet uit dat een financiële drempel doorslaggevend is. Dan doe ik liever twintig andere voorstellen, zoals ik net gedaan heb, om al die andere drempels voor slachtoffers weg te nemen. Daarbij trekken wij aan hetzelfde eind van het touw.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar mevrouw Wiersma, die spreekt namens de fractie van de BBB. Gaat uw gang.Mevrouw Wiersma (BBB):Dank, voorzitter. Ik begin even met het volgende. Mevrouw Becker gaf het ook al aan. Ik snap dat het met zo veel vrouwen hier soms een beetje naar één kant wordt getrokken, maar niet alleen vrouwen zijn slachtoffer van seksueel geweld. Dat overkomt ook mannen en zeker jonge jongens. Ik denk dat het wel belangrijk is om dat goed duidelijk te hebben.Allereerst wil ik mevrouw Dobbe bedanken voor deze initiatiefnota, want het is echt goed dat we hier met zo veel mensen over spreken vandaag. Elke stap die gezet wordt om slachtoffers van seksueel geweld te helpen, is er één. Dat is belangrijk.Voor mij persoonlijk is het niet alleen een politiek onderwerp. Ik hoor hier heel vaak: slachtoffers moeten niet te vaak opnieuw hun verhaal vertellen. Maar ik denk dat het vooral heel belangrijk is dat mensen hun verhaal überhaupt vertellen. Zelf ben ik op mijn 13de onder mijn kleding seksueel betast door een volwassene. Ik ben toen bevroren. Ik heb eigenlijk niet gereageerd. Ik bleef maar doorpraten over mijn verzorgpony's, totaal in shock en overvallen. Ik heb er jarenlang, eigenlijk decennialang, met niemand over gesproken, ook al dacht ik er de eerste jaren wel elke dag aan, maar vooral aan hoe ik gereageerd had, of eigenlijk niet gereageerd had. Daarnaast is er schaamte. Je weet niet hoe je zoiets moet vertellen. Je bent bang voor de reacties in je omgeving, bang dat je niet geloofd wordt. Ik weet precies hoe dat werkt. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we niet alleen praten over goede hulp na seksueel geweld, maar juist ook over het bereiken van kinderen en jongeren. Het gaat erom dat zij echt weten: datgene wat gebeurd is, is niet jouw schuld. Vertel het aan iemand. Praat erover, want jij kunt er niets aan doen. Je hoeft je ook echt niet te schamen. Als daardoor ook maar één kind of jongere hiervoor behoed wordt en door deze boodschap de moed vindt om het aan iemand te vertellen, is dat ontzettend belangrijk. Het kan het verschil maken.Seksueel geweld is afschuwelijk. Het is een afschuwelijke vorm van geweld, waar nog altijd te veel mensen, wel in het bijzonder vrouwen, mee te maken krijgen. De gevolgen, lichamelijk en mentaal, zijn enorm. Daarom wil ik één ding heel duidelijk zeggen: seks hoort vrijwillig, wederzijds en gelijkwaardig te zijn. Alleen een enthousiaste ja is een ja, een ja die vrij gegeven wordt, zonder druk, zonder dwang en zonder misbruik van afhankelijkheid of macht. Geen nee zeggen is niet hetzelfde als ja. Bevriezen is geen ja. Toegeven omdat iemand blijft aandringen is ook geen enthousiast instemmen. En boven alles: seksueel geweld is absoluut nooit de schuld van het slachtoffer. Te veel slachtoffers vragen zich nog steeds af: had ik duidelijker nee moeten zeggen? Of had ik iets anders moeten doen? Had ik het kunnen voorkomen? Die schuld hoort niet bij het slachtoffer. Die hoort bij degene die over de grens ging. Die schuld ligt altijd bij de dader.Voorzitter. Alle slachtoffers verdienen onze steun, begrip en goede hulp. BBB heeft daarom heel veel waardering voor deze initiatiefnota. Veel voorstellen spreken ons aan, waaronder nadrukkelijk het voorstel om slachtoffers van seksueel geweld uit te zonderen van het eigen risico. Wie medische of psychologische hulp nodig heeft vanwege wat hem of haar is aangedaan, zou daarvoor wat ons betreft niet ook nog eens de rekening gepresenteerd moeten krijgen. Juist bij slachtoffers, die vaak al worstelen met schaamte en schuldgevoelens, moeten we elke onnodige drempel naar hulp wegnemen. Ook de voorstellen voor stabiele financiering van de Centra Seksueel Geweld, betere mentale ondersteuning, opvang en betere bekendheid van het hulpaanbod vinden wij waardevol. Over de uitbreiding van de capaciteit van de zedenrecherche hebben wij nog wel een praktische vraag. De initiatiefnemer schrijft zelf terecht dat dit niet ten koste mag gaan van andere politietaken. Mevrouw Coenradie deed hier zojuist al een suggestie voor, waar ik me bij aansluit. Hoe kijkt de initiatiefnemer aan tegen de suggestie om een deel van die taken bij de centra neer te leggen? Ik zou daar een reflectie op willen vragen.Daarnaast vraag ik mij af hoe zij het verder concreet voor zich ziet. Bij de politie, het OM en de rechtspraak zijn er nu namelijk al tekorten. Waar komen die mensen dus vandaan? Hetzelfde geldt natuurlijk voor de forensische geneeskunde. Jaarlijks beginnen er te weinig artsen aan de opleiding forensische geneeskunde. Dat moet anders. Hoe gaan we dat aanpakken?Ik vraag mij ook af wat de initiatiefnemer concreet verstaat onder een actieve inzet om dit tekort terug te dringen. Hoe zorgen we ervoor dat de beleidskeuzes het vak juist aantrekkelijker maken voor jonge artsen?Tot slot. Dit werd net ook al benoemd: online seksueel geweld, nieuwe technologie en AI maken het steeds eenvoudiger om levensecht seksueel beeldmateriaal te vervaardigen en te verspreiden. Een aantal van ons heeft dat volgens mij aan den lijve ondervonden. De nota wijst terecht op de mogelijkheden om verwijderbevelen uit te breiden. Wat ons betreft verdient de bescherming van slachtoffers hiervan blijvende prioriteit.Dank.De voorzitter:Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Mevrouw Vliegenthart, gaat uw gang.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Ik wil mevrouw Wiersma bedanken voor het delen van haar verhaal hier en voor haar oproep om niet te vergeten om kinderen en jongeren te laten weten dat zij hun verhaal kunnen en moeten delen, en dat ze zich niet hoeven te schamen. Daarom heb ik de volgende vraag: wat zouden wij als politiek, als overheid, moeten aanpakken om ervoor te zorgen dat die boodschap beter bij jongeren en kinderen aankomt?Mevrouw Wiersma (BBB):Ik denk dat dat vooral ook zit in erover praten en communiceren, en juist in het benoemen ervan. Ik heb er zelf geen last van. Ik vind het belangrijk om dat hier ook even neer te zetten. Ik merk wel dat het voor jongeren heel moeilijk is om de stap te zetten om iemand in vertrouwen te nemen. Ik heb mevrouw Vliegenthart zojuist zelf gevraagd hoe zij dat ziet en hoe professionals daarbij betrokken kunnen worden, zodat zij meer een signalerende functie kunnen hebben. Ik denk dat er daarbij ook een hele grote rol ligt voor leerkrachten en docenten. Als de schoolprestaties van jonge kinderen of jongeren achteruitgaan, ligt daar vaak een reden aan ten grondslag. Ik denk dat het heel belangrijk is dat ook die professionals aanhaken op het moment dat zo'n voorstel als mevrouw Vliegenthart zelf aanhaalde, er komt. Wat mij betreft is dat broodnodig.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Armut. Zij spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.Mevrouw Armut (CDA):Dank, voorzitter. Het is heel belangrijk dat de aanpak van seksueel geweld hoog op de agenda blijft staan. Hetgeen waar iedereen recht op zou moeten hebben, dus je veilig voelen in je eigen lichaam en je vrij voelen om te gaan en staan waar je wilt, wordt sommige mannen en vrouwen in één ruk afgenomen. Je hebt er geen enkele schuld aan, maar draagt daarna wel altijd de last met je mee. Nog pijnlijker is dat de dader vaak iemand is die je dacht te kunnen vertrouwen. We weten dat het verder gaat dan het fysieke herstel. Het geweld kan namelijk doorwerken in de vorm van angst of stress. We weten ook dat er vaak ongelofelijk veel schaamte bij komt kijken, terwijl de volledige verantwoordelijkheid bij de dader ligt. Bij een traumatische gebeurtenis als seksueel geweld is het van groot belang dat je kunt rekenen op goede zorg en ondersteuning bij je herstel.Daarom wil ik allereerst de initiatiefnemer, mevrouw Dobbe, en haar ondersteuning bedanken voor deze initiatiefnota. Zij vraagt hiermee aandacht voor dit maatschappelijke probleem en doet voorstellen om naast slachtoffers te blijven staan. Juist omdat dit zo'n groot probleem is, is het goed dat dit al een aantal jaar hoog op de politieke agenda staat. Het CDA vindt ook dat we als samenleving om slachtoffers heen moeten staan. Dat kan niet zonder organisaties en hulpverleners die hun werk goed kunnen uitvoeren. Daarom zijn we ook blij met het extra geld dat dit kabinet vrijmaakt voor vrouwenopvang en het Centrum Seksueel Geweld. Dat zijn belangrijke stappen. Ik ben benieuwd hoe de initiatiefnemer hierop reageert.Voorzitter. Het voorstel om slachtoffers van seksueel geweld uit te zonderen van het eigen risico raakt aan een begrijpelijk gevoel van onrecht. Slachtoffers betalen de hoogste prijs door het trauma dat zij oplopen en dragen daarbij vaak ook nog de mentale consequenties met zich mee. Het gaat begrijpelijkerwijs tegen het gevoel van rechtvaardigheid in dat zij ook financieel moeten opdraaien voor de ellende die een ander ze heeft aangedaan. Maar wat het CDA betreft zouden deze kosten en deze verantwoordelijkheid in eerste instantie moeten liggen bij de dader. Daar moet de schade zo veel mogelijk op verhaald worden. Graag horen we ook van de initiatiefnemer hoe ze hiernaar kijkt en of ze het met het CDA eens is dat we meer werk moeten maken van het succesvol kunnen verhalen van lichamelijke en psychische schade op de dader.Mevrouw Beckerman (SP):Wederom ook complimenten aan mevrouw Armut, want het is goed om te zien hoe de Kamer eigenlijk van links tot rechts gezamenlijk optrekt op dit onderwerp. Het eigen risico is voor ons daarbij natuurlijk een van de voorstellen die we vandaag graag met z'n allen opgelost willen zien. Nou snap ik de wens van het CDA om te zeggen dat we die kosten moeten verhalen op de dader, maar wat stelt het CDA dan voor? Wil je dan dat slachtoffers eerst wel zelf betalen, of niet?Mevrouw Armut (CDA):Ik denk inderdaad dat het duidelijk is dat de SP een andere route voor ogen heeft dan het CDA wat betreft een algemene vrijstelling van het eigen risico, maar ik sta er wel heel erg voor open om andere routes te verkennen. Er werd net al verwezen naar bijvoorbeeld die pilot. Die eerste pilot verliep via het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Ik zou het bijvoorbeeld interessant vinden om te kijken of het CSG niet een betere route zou zijn. Ik kom in mijn woordvoering eigenlijk op nog een voorstel, dus misschien helpt het als ik eerst even doorga.Voorzitter. Tegelijkertijd weten we dat het zeker bij seksueel geweld vaak niet tot een veroordeling komt. De rechter kan als bijzondere voorwaarde bij een straf opleggen dat de veroordeelde geld moet storten in een fonds, zoals het Schadefonds Geweldsmisdrijven, als de dader veroordeeld wordt voor een seksueel misdrijf. De rechter kan dit alleen vorderen als er ook een voorwaardelijke straf wordt opgelegd, omdat in dat geval een bijzondere voorwaarde gesteld kan worden. Kan de minister aangeven hoe vaak de rechter als bijzondere voorwaarde oplegt dat de dader geld moet storten in een fonds als er sprake is geweest van een seksueel misdrijf? Is de minister van mening dat deze mogelijkheden voldoende worden benut? Daarnaast zijn we benieuwd wat de minister vindt van het idee om de maatregel om geld te storten in een fonds niet alleen als bijzondere voorwaarde op te kunnen leggen maar die ook mogelijk te maken bij bijvoorbeeld een volledige onvoorwaardelijke straf. Kan bij deze maatregel ook de bijdrage aan het CSG worden opgelegd, direct of via het schadefonds? Ik ben benieuwd of het Wetboek van Strafrecht hiervoor voldoende ruimte biedt. Ik hoop dat de minister daarop in kan gaan.Voorzitter. Ik wacht heel even.De voorzitter:Ik kan bijna wel koffie gaan drinken.Mevrouw Beckerman (SP):Dat is nog geen antwoord op mijn vraag. Het probleem is dat er enorme drempels zijn om je te melden na seksueel geweld; dat hoef ik niemand hier uit te leggen. Het probleem is dat er heel veel schaamte is, dat het gevoel is dat er weinig kans is dat de dader uiteindelijk wordt aangepakt, dat er weinig kans is dat je geloofd wordt. Dat zijn allemaal dingen die daarbij spelen. Dan is er voor sommige mensen ook nog een financiële drempel. Mijn vraag aan het CDA was of ze in ieder geval ten principale vinden dat slachtoffers niet meer hoeven te betalen, ook niet in eerste instantie.Mevrouw Armut (CDA):Het lastige hieraan is alleen wel dat ook slachtoffers van ander geweld en mensen die bijvoorbeeld buiten hun eigen schuld ziek worden, te maken krijgen met zorgkosten en dat het een hele lastige afbakening wordt. Het wordt heel lastig uitlegbaar om deze groep daar dan van uit te sluiten en andere groepen niet, hoe rechtvaardig dat ook voelt, wat ik net al aangaf, en hoe gevoelig ik daar ook voor ben. Het is bijna niet uit te leggen; ik snap ook dat het kabinet dat zegt. Dat is ook de reden waarom ik op zoek ben naar andere manieren om er toch voor te zorgen dat deze financiële drempel voor slachtoffers weggenomen kan worden, want ik denk wel dat er ook andere manieren zijn.De voorzitter:Afrondend op dit punt, mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik moet eerlijk zeggen dat ik dit een heel slecht argument vind. Dat zit op het punt dat er ook andere mensen zijn die onrecht wordt aangedaan. Dan heb je dus twee keuzes: of je zegt "we laten heel veel onrecht bestaan" of je zegt "we lossen onrecht op". Welke keuze maakt het CDA? Als we het onrechtvaardig vinden dat deze groep mensen eigen risico moet betalen, maar we het ook onrechtvaardig vinden als mensen die bijvoorbeeld slachtoffer zijn van geweld dat moeten, dan heb je ook de keuze om het voor alle mensen op te lossen. Het argument kan toch niet zijn dat er al zo veel onrechtvaardigheid is dat we het maar laten bestaan? Dat is wel hoe het nu beargumenteerd wordt.Mevrouw Armut (CDA):Ik hoop toch wel dat mevrouw Beckerman het niet heeft opgevat als hoe ze het op het laatst zei, want zo makkelijk denk ik er zeker niet over. Dan komen we bijna in een discussie over het eigen risico. Wij kijken gewoon heel anders naar hoe zorgkosten in Nederland moeten worden vergoed. Het CDA vindt het eigen risico ten principale niet slecht. Het is een bijdrage die van mensen wordt gevraagd, waarna de zorgkosten voor die mensen wel worden vergoed. Het is een systeem van solidariteit dat we met z'n allen hier hebben afgesproken. De SP vindt dat een slecht idee; dat vindt het CDA principieel niet. Wel vindt het CDA het heel pijnlijk dat als je te maken hebt met seksueel geweld, je vervolgens voor die kosten op moet draaien. Wat het CDA betreft kijken we dan niet meteen naar hoe de overheid dat op kan lossen, maar juist hoe we ervoor kunnen zorgen dat die kosten, bijvoorbeeld via zo'n schadefonds, alsnog voor deze mensen die te maken hebben met seksueel geweld kunnen worden vergoed. Zo kunnen die financiële drempels, die er wel zijn, zo veel mogelijk weggenomen worden. Daarom leg ik zelf ook hier een idee neer. Ik ben namelijk echt bereid om met de SP mee te denken over hoe we dat kunnen doen.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Ik vind het heel mooi dat het CDA zoekt naar manieren waarop slachtoffers niet tegen zorgkosten aanlopen. Ik zou er dan nog een ander idee in willen gooien. Het CSG is onderdeel van de GGD. Alle zorg die binnen de GGD wordt gegeven, wordt gefinancierd via de Wet publieke gezondheid. Daarmee is er geen eigen risico en geen eigen bijdrage. Worden CSG's niet op de verkeerde manier gefinancierd? Bent u het er eigenlijk niet mee eens dat dát aangepakt moet worden? Moet dat niet op een andere manier, waardoor het eigen risico en de eigen kosten direct verdwenen zijn? Dan is het probleem toch opgelost?Mevrouw Armut (CDA):Ik vind het lastig om dat zo vanuit een interruptie te bepalen, maar ik ben wel benieuwd wat mevrouw Vliegenthart bedoelt, dus misschien kunnen we daar even over doorpraten. Ik kan dat namelijk niet nu zo uit de losse pols bepalen; dat weet ik niet. Maar ik vind het altijd goed om door te denken over creatieve manieren om hier iets aan te doen. Zeker.De voorzitter:Was u aan het einde van uw bijdrage gekomen?Mevrouw Armut (CDA):Nee. Nee.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Armut (CDA):Dank, voorzitter. Het CDA vindt het belangrijk dat slachtoffers van geweld en seksuele misdrijven het Schadefonds Geweldsmisdrijven ook daadwerkelijk kunnen vinden. Uit onderzoek van deze zomer bleek dat weinig slachtoffers een aanvraag indienen; dat doet slechts een op de tien slachtoffers. Dit concludeerde het WODC ook in 2025. Kan de minister reageren op deze conclusies en aangeven welke maatregelen zij wil nemen om de bekendheid van het schadefonds te vergroten? Hoe kijkt de initiatiefnemer hiernaar?Voorzitter. Ook na de eerste opvang kan langdurige ondersteuning nodig zijn. Het kabinet verwijst naar de laagdrempelige steunpunten die worden opgebouwd. Hoe wordt daarin de deskundigheid over seksueel geweld geborgd? Wie houdt contact met slachtoffers die na de ondersteuning door het CSG moeten wachten op behandeling?Voorzitter. Wij hebben in het coalitieakkoord ruim 500 miljoen euro structureel vrijgemaakt voor de politie. Het CDA heeft vanaf het begin gezegd dat in ieder geval ook voor de zedenrecherche deze middelen versterkt moeten worden. In de reactie van het kabinet lees ik dat het kabinet de aanpak van online seksuele misdrijven een impuls wil geven met middelen uit het coalitieakkoord. Maar dat blijft voor mij nog best wel vaag. Kan de minister aangeven wat er dan concreet gaat gebeuren en om hoeveel middelen het gaat? Rechtszaken kunnen voor slachtoffers van zedenmisdrijven namelijk enorm belastend zijn, zeker als traumatische ervaringen zoals seksueel misbruik in volle openbaarheid worden besproken. Het CDA heeft eind 2024 een motie ingediend om dit soort zaken vaker achter gesloten deuren te behandelen. Wij horen graag van de minister hoe het met de uitvoering van deze motie staat.Voorzitter. Seksueel geweld vindt niet alleen offline plaats, maar ook online. In juni heb ik tijdens het mondelinge vragenuur nog vragen gesteld aan de minister van JenV over een site waarop video's staan van mannen die hun eigen partner drogeren, seksueel misbruiken en dat filmen. Er worden ook tips gedeeld over hoe ze dit het meest effectief kunnen doen. Het is echt te walgelijk voor woorden. Wij willen weten hoeveel van deze websites op Nederlandse servers staan, hoeveel Nederlandse daders er zijn en of het geven van adviezen over het drogeren en verkrachten van je partner daadwerkelijk strafbaar is. Voor het Openbaar Ministerie ligt de lat om een site offline te halen veel te hoog. Het OM moet kunnen aantonen dat een site opzettelijk meedoet aan uitbuiting of verkrachting. Hoe kijkt de minister daarnaar? Welke stappen zijn er inmiddels genomen om te voorkomen dat video's van seksueel misbruik überhaupt worden gemaakt en online komen en daar dan blijven circuleren? Is de minister bereid om te zorgen voor een duidelijke, laagdrempelige meldroute voor vrouwen die vermoeden dat ze zijn gedrogeerd of misbruikt door hun partner?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Gaat uw gang, mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik ga het nog één keer proberen. Dat komt ook omdat ik het met heel veel van wat andere sprekers zeggen eens ben, maar ik blijf zitten op die financiële drempel. Mevrouw Armut zei: het eigen risico is een systeem van solidariteit. Ik probeer even mee te denken, maar als je met die blik naar dit verhaal kijkt, klopt het ook niet. Het is geen vorm van solidariteit dat je moet betalen nadat jou seksueel geweld is aangedaan. Mevrouw Vliegenthart noemde de volgende oplossing. De samenvatting daarvan is: knip de zorgverzekeraar eruit en zorg dat het gefinancierd wordt via de CSG's. Dan kun je inderdaad later altijd daders verplichten tot het betalen aan CSG's. Als je dat stukje oplost, ben je ook af van het eigen risico. Wij proberen vandaag natuurlijk ook tot meerderheiden te komen. Daarom vraag ik of dat een route is die voor het CDA werkt, mits CSG's voldoende financiering krijgen hiervoor.Mevrouw Armut (CDA):Nogmaals, ik hoor dit idee voor het eerst. Ik moet zeggen: als ik dit zo kort hoor, weet ik niet eens of dit kan, dus of je één deel kunt losknippen van de hele Zorgverzekeringswet. Ik vraag me dat echt ten zeerste af. Misschien kan daar zo meteen op ingegaan worden; daar ben ik dan benieuwd naar. Ik denk wel dat uiteindelijk de conclusie is dat wij echt op een andere manier kijken naar het eigen risico en of we daarvoor of daartegen zijn. Maar nogmaals: het CDA heeft wel heel erg de bereidheid om na te denken over hoe we nou kunnen zorgen dat vrouwen of mannen die te maken hebben gehad met seksueel geweld, niet voor die kosten hoeven op te draaien, zodat we zo veel mogelijk die drempel weg kunnen halen. Daartoe ben ik ook echt zeer bereid en daarvoor heb ik net een idee geopperd. Ik ben benieuwd naar de reactie van zowel de initiatiefnemer als de minister daarop.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Van Meetelen, die spreekt namens de fractie van de PVV. Ga uw gang.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. Ik ben een klein beetje schor. Allereerst dank aan de initiatiefneemster, mevrouw Dobbe, voor al het werk. Mooi gedaan; het is veel, dus heel knap.Voorzitter. Slachtoffer worden van seksueel geweld is verschrikkelijk. Wie vervolgens de moed vindt om hulp te zoeken en om aangifte te doen, mag niet verdwalen in wachtlijsten, instanties en eindeloze procedures. Daarin ligt voor de PVV de kern van dit notaoverleg.De initiatiefneemster legt een groot pakket voorstellen op tafel. Daar zitten goede aandachtspunten tussen, maar goede bedoelingen zijn niet altijd hetzelfde als goed uitgevoerd beleid. Wie slachtoffers werkelijk centraal stelt, moet ook durven vragen waar het probleem precies zit, wat daadwerkelijk werkt en waar het beschikbare geld als eerste naartoe moet.Allereerst de hulp aan slachtoffers. De PVV vindt dat iemand die na seksueel geweld hulp zoekt, snel terecht moet kunnen bij deskundige hulpverlening. Het mag daarbij niet uitmaken in welke gemeente iemand woont; dat heb ik ook al meerdere anderen horen zeggen. De initiatiefneemster wil daarom de Centra Seksueel Geweld structureel landelijk financieren. Het kabinet wijst dat af, omdat regionale CSG's onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen. Maar voor een slachtoffer is die bestuurlijke discussie volstrekt irrelevant, want een slachtoffer wil gewoon goede hulp. Daarom vraag ik de minister het volgende. Kan zij garanderen dat slachtoffers in iedere regio dezelfde essentiële hulp, bereikbaarheid en deskundigheid kunnen verwachten? Zo nee, waarom houdt het kabinet dan zo stevig vast aan de huidige financieringsconstructie?Dan het eigen risico. We hebben hier natuurlijk al het een en ander daarover gehoord. Wij staan daar uiteraard heel sympathiek tegenover; dat mag geen verbazing wekken. De PVV is natuurlijk altijd voorstander geweest van het afschaffen van het gehele eigen risico; laat dat duidelijk zijn. Daarom heb ik wel aan de initiatiefneemster de vraag, toch wel een beetje in het verlengde van de vraag van mijn buurvrouw: hoe rechtvaardigt zij haar voorstel tegenover slachtoffers van andere ernstige geweldsmisdrijven — daar heb ik het dan wel specifiek over — die eveneens medische zorg nodig hebben? Ik heb natuurlijk het debatje met mevrouw Beckerman ook gehoord. Ik wil daarbij zeggen: ik heb jullie gehoord en wij staan er zeer sympathiek tegenover. Het lijkt mij duidelijk dat wij helemaal geen eigen risico willen, voor niemand; dat weet iedereen inmiddels.Ik zou ook graag willen laten onderzoeken of die knip kan; ik weet niet of die kan. Het lijkt mij een goede vraag aan de minister of het überhaupt een mogelijkheid is om te kijken of het op een andere manier kan. Desalniettemin: hoe denkt de initiatiefneemster over het verhalen van het eigen risico op de dader? Daar hebben we ook al wat over gehoord. Ik wil ook graag een reactie van de minister op die vraag.Voorzitter. De PVV heeft grote zorgen over de lange doorlooptijden van zedenzaken. Een slachtoffer dat aangifte doet, moet erop kunnen vertrouwen dat politie en justitie vervolgens ook optreden, niet ooit, niet na eindeloos wachten, maar zo snel als zorgvuldig mogelijk is. Er zijn extra zedenrechercheurs geworven, er zijn officieren van justitie in opleiding genomen, en toch blijven personeelstekorten bestaan en worden de normen nog steeds niet altijd gehaald. De initiatiefneemster vraagt om opnieuw in kaart te brengen hoe de capaciteit kan worden uitgebreid. Wij vragen dan wel: hoeveel moeten we nog in kaart brengen? De problemen zijn bekend, de normen zijn bekend en de tekorten zijn ook bekend. Daarom vraag ik de minister niet om een volgend onderzoek, maar om resultaat. Wanneer worden de afgesproken doorlooptijden wel structureel gehaald? Waar zitten op dit moment de grootste vertragingen: bij de politie, bij het OM, bij de rechtspraak? Wat gaat het kabinet daar concreet aan doen? Ik denk namelijk dat dat de essentie is om snel geholpen te worden.Hetzelfde geldt voor het tekort aan forensisch artsen. Campagnes om dat beroep aantrekkelijk te maken zijn prima, maar uiteindelijk heeft een slachtoffer niets aan een mooie campagne als op het noodzakelijke moment geen forensisch arts beschikbaar is. Hoe groot is het huidige tekort en wanneer verwacht de minister dat de capaciteit daadwerkelijk op orde is?Voorzitter. De PVV waarschuwt ook voor de reflex om voor ieder probleem weer een nieuwe pilot, campagne of overlegtafel te starten. Er lopen al trajecten voor laagdrempelige mentale ondersteuning. Er wordt al gewerkt aan een gezamenlijke aanpak voor de hulpverlening. Er zijn al campagnes gevoerd voor het CSG. De bekendheid van het CSG stijgt zelfs en juist daardoor neemt de druk op de dienstverlening toe, zo geeft het kabinet aan. Ziet de initiatiefneemster dat ook? Dan is het toch vreemd om nog meer mensen die dienstverlening aan te bieden voordat de basis op orde is? De vraag is dus: ziet u ook waar het schuurt?Waarom vooraf nieuwe miljoenen en nieuwe maatregelen inzetten voor bekendheid, pilots en structuren voordat duidelijk is of er voor het bestaande aanbod voldoende capaciteit is en of het daadwerkelijk gaat werken? Ik vraag de minister of zij kan toezeggen dat de beschikbare middelen in de eerste plaats worden ingezet voor concrete hulp en voldoende capaciteit, in plaats van voor nieuwe campagnes. Dat lijkt ons belangrijk.De PVV beoordeelt deze nota niet op de hoeveelheid voorstellen, maar op wat een slachtoffer er uiteindelijk echt aan heeft: snelle, deskundige hulp, een politie die tijd heeft om een zaak op te pakken, voldoende forensische capaciteit, een OM dat vervolgt en een rechter die binnen een redelijke termijn tot behandeling komt. Daar moet wat ons betreft de prioriteit liggen. Slachtoffers hebben recht op een overheid die er staat wanneer het erop aankomt.Ik heb nog wat losse vragen, voorzitter. Ik heb van mevrouw Beckerman gehoord wat de drie belangrijkste voorstellen zijn voor de SP, maar eigenlijk vraag ik dat ook aan de initiatiefneemster. Welke drie voorstellen uit uw nota hebben volgens u het meest aantoonbaar de grootste positieve invloed op slachtoffers?Ik heb ook nog vragen aan de minister. Hoe groot is het tekort aan forensisch artsen feitelijk? Is in iedere CSG-regio 24/7 dezelfde essentiële hulp beschikbaar? Ik heb het al gevraagd, maar ik vraag het echt nog een keer. Zijn er aantoonbare regionale verschillen in capaciteit, bereikbaarheid en kwaliteit?Dank u.De voorzitter:Dank u wel. Wilt u alvast de voorzittershamer overnemen of heeft u een vraag? Gaat uw gang, mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik wilde aangeven dat de reden dat wij drie voorstellen hebben genoemd, is dat de spreektijd hier op fractiegrootte gaat. Voordat mensen denken "waarom spreekt de SP heel kort?", zeg ik dat wij vier minuten hebben voor allebei de termijnen. Vandaar dat wij ons beperkten tot drie punten hieruit, maar ik vind dat de nota vol met goede punten staat. Dat is niet helemaal een vraag, maar ik denk wel dat het goed is om te melden dat we achter alle voorstellen van onze fractiegenoot staan.De voorzitter:Het is genoteerd in de Handelingen. Mevrouw Van Meetelen, wilt u daar nog op reageren?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, daar wil ik toch wel even op reageren. Dat verwachtte ik natuurlijk ook wel, maar de vraag, ook aan mevrouw Dobbe, was eigenlijk: wat denkt u dat de allerbelangrijkste punten zijn om hieruit te halen en waar de slachtoffers het meeste aan hebben?De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Ondertussen hebben we het plan alweer gewijzigd. Ik ga denkbeeldig de voorzittershamer aan mevrouw Vliegenthart geven, zodat ik ook mijn spreektekst kan uitspreken.Voorzitter: VliegenthartDe voorzitter:Dan neemt de tijdelijke voorzitter het even over en geeft zij mevrouw Paulusma het woord.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen is het goed om te zeggen dat ik vandaag mijn collega Marijke Synhaeve vervang, die hier helaas niet kon zijn. Ik moet ook zeggen dat de verhalen me raken. Volgens mij kennen we allemaal iemand die dit heeft meegemaakt of zijn we zelf slachtoffer geweest. Dat maakt politiek ook heel tastbaar, omdat we vanmiddag en ook later in deze gezamenlijkheid ook echt wat kunnen betekenen voor alle slachtoffers van seksueel geweld.Voordat ik verderga met het inhoudelijke gedeelte van mijn tekst, wil ik nu als lid van deze commissie het lid Dobbe bedanken voor het schrijven van deze belangrijke initiatiefnota. Bij het lezen van de nota is direct ook duidelijk hoeveel energie, tijd en betrokkenheid hierin zit om de schrijnende situaties van mensen die te maken krijgen met seksueel geweld beter te maken. Dat verdient waardering en, nogmaals, een heel groot compliment, want ik ken uw betrokkenheid.Voorzitter. Achter alle cijfers, organisaties en regelingen die we vandaag gaan bespreken, zitten mensen die iets verschrikkelijks is aangedaan, levens die compleet op hun kop gezet zijn. Op zo'n moment moet je erop kunnen vertrouwen dat goede hulp dichtbij is, dat je niet zelf hoeft uit te zoeken waar je kan aankloppen voor deze hulp en dat zorg, politie en justitie goed op elkaar aansluiten, zodat jij zo min mogelijk belast wordt. Daarom is het ook zo goed dat deze nota hier uitgebreid bij stilstaat en dat deze ook mooi voortbouwt op de initiatiefnota Let's talk about seksueel geweld van mijn collega Van der Werf. Dat toont weer de gezamenlijke inzet van de Kamer aan. We zijn blij — dat is misschien een beetje een gek woord — dat het kabinet een prioriteit heeft gemaakt van het aanpakken van seksueel geweld. Alle acties die hierop worden ondernomen en het geld dat hiervoor is vrijgemaakt, onderschrijven deze inzet. Maar uiteindelijk gaat het er natuurlijk niet om hoeveel programma's we hebben of hoeveel organisaties er op papier bestaan. Het gaat erom wat er gebeurt op het moment dat je hulp nodig hebt. Word je snel geholpen? Mevrouw Wiersma duidde het ook al treffend: word je ook geloofd? Weet je waar je terechtkunt? Werken de organisaties zo dat het systeem jou helpt in plaats van dat jij je weg door het systeem moet vinden?Voorzitter. De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden hoe enorm groot het probleem van online seksueel misbruik en seksuele intimidatie is. Ook hier vroegen meerdere collega's al aandacht voor. De afgelopen jaren is online seksueel misbruik enorm toegenomen. Dat is zeer zorgwekkend. Inmiddels heeft de helft van de Nederlandse jongeren weleens te maken gehad met online seksueel misbruik, en de techniek staat niet stil. Intieme beelden kunnen binnen seconden massaal worden gedeeld. De afgelopen jaren zien we ook steeds meer nieuwe AI-toepassingen die deepfakes kunnen creëren. Juist online geldt ook: hoe langer een beeld blijft staan, hoe verder het zich kan verspreiden en hoe moeilijker het wordt om de schade ongedaan te maken. De schade die slachtoffers hiervan ondervinden, is enorm.Het belang van organisaties zoals Offlimits, het expertisecentrum voor online misbruik, is dan ook enorm groot. Via Offlimits worden misbruikbeelden offline gehaald, slachtoffers geholpen en nieuwe slachtoffers voorkomen. Ook de politie noemt Offlimits een van haar belangrijkste partners in de bestrijding van kindermisbruik. Doordat Offlimits vaak in staat is om verwijderverzoeken binnen 24 uur af te handelen, kan de politie haar capaciteit inzetten voor het identificeren van slachtoffers en vooral voor het opsporen van daders.Maar ook Offlimits heeft te maken met een groeiend aantal meldingen. Zonder extra middelen worden naar schatting 200.000 gemelde afbeeldingen niet beoordeeld en krijgen 2.000 slachtoffers geen hulp. Dat werk verdwijnt niet. Het komt terecht bij een politie en een zorg die nu al overbelast zijn. Het is daarom enorm belangrijk dat Offlimits zijn belangrijke werk kan voortzetten. Op deze manier worden niet alleen beelden offline gehaald en slachtoffers geholpen, maar ook nieuwe slachtoffers voorkomen.D66 heeft dan ook net een amendement op de begroting van JenV ingediend om het werk door Offlimits voort te kunnen zetten. Het lid Dobbe vraagt in haar initiatiefnota ook terecht om de prioritering van de aanpak van online seksueel geweld. Deze oproep onderschrijft mijn fractie dan ook zeer. Daartoe vraag ik de initiatiefnemer ook hoe zij kijkt naar de rol en de positie van Offlimits.Zoals ik eerder al zei, verandert online seksueel geweld door alle technologische ontwikkelingen enorm snel. Hoe voorkomen we volgens de initiatiefnemer dat beleid telkens achter de nieuwste technologie aan loopt? Dit vind ik bij nader inzien ook een interessante vraag voor de minister.Voorzitter. Helaas treft seksueel geweld ook veel kinderen. Dat gebeurt op allerlei manieren, maar ook op de plek waar kinderen zich juist het meest veilig zouden moeten voelen: thuis. Mijn collega's Synhaeve en Van der Werf zijn momenteel hard aan het werk met de kind-eerst-initiatiefwet. Deze wet gaat ervoor zorgen dat kinderen die thuis onveilig zijn, beter beschermd, gehoord en geholpen worden. Het is een antwoord op de heftige casuïstiek van kindermishandeling, waaronder seksueel geweld. Hierbij worden belangrijke signalen van het kind niet altijd opgepikt of op een voor het kind veilige en juiste manier opgevolgd.Met de kind-eerst-wet garanderen we dat kinderen snel, deskundig en op een kindvriendelijke manier gehoord worden en dat het horen van een kind niet afhankelijk is van de toestemming van een ouder of verzorger wanneer juist die ouder betrokken kan zijn bij de onveiligheid. Dat gebeurt juist al op een veel betere manier in landen om ons heen, maar dat zou eigenlijk voor alle slachtoffers van seksueel geweld moeten gelden. Ik refereer namelijk nogmaals aan de woorden van mevrouw Wiersma: "Het gaat zo vaak over of je geloofd wordt, of je gehoord wordt en of je je veilig voelt op het moment dat je, heel vaak na een hele lange periode pas, je verhaal deelt." Daarom vraag ik de minister ook hoe zij kijkt naar de uitgangspunten van de kind-eerst-wet. Daarbij kan een kind bij ernstige signalen van mishandeling of seksueel geweld snel en zelfstandig door gespecialiseerde professionals worden gehoord, zonder dat dit afhankelijk is van toestemming van een ouder die mogelijk betrokken is bij dit geweld. Het is ook wel interessant om daarop door te reflecteren als het gaat om volwassenen die te maken hebben met seksueel geweld. Daarnaast vraag ik de initiatiefnemer of zij vanuit het vele werk dat in deze initiatiefnota gestoken is, herkent dat kinderen die slachtoffer zijn van seksueel geweld nog te vaak te maken krijgen met versnippering tussen zorg, hulpverlening, politie en justitie. Ziet zij de uitgangspunten van de kind-eerst-wet als een logische aanvulling op de voorstellen die zij vandaag doet?Voorzitter, ik ga afronden. Wie seksueel geweld heeft meegemaakt, moet goed geholpen worden, zonder van loket naar loket te worden gestuurd en zonder zelf de weg te hoeven vinden. Dat vraagt om goede zorg, maar ook om samenwerking en voldoende capaciteit. Ik dank het lid Dobbe nogmaals voor haar harde werk op dit belangrijke onderwerp. Ik dank ook de collega's voor de samenwerking tot nu toe.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie dat er een interruptie is van mevrouw Beckerman, en daarna van mevrouw Becker. Allereerst mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Mooi om te horen over initiatieven, zoals het amendement over Offlimits en een kind-eerst-wet. Wij blijven op dit punt natuurlijk interrumperen, omdat wij vandaag voorstellen kunnen indienen en we op zoek zijn naar meerderheden. Dat betreft toch de vraag over het eigen risico. Hoe je het ook wendt of keert, het kan niet zo zijn dat mensen het rechtvaardig vinden dat slachtoffers van zoiets, waar al zo veel schaamte achter zit en waarbij er zo'n hoge drempel is om het te melden, geconfronteerd worden met kosten voor noodzakelijke zorg. Deelt D66 die analyse met de SP?De voorzitter:Mevrouw Dobbe. Mevrouw Paulusma, bedoel ik. Sorry! "Over naar de initiatiefnemer." Nee, hoor. Mevrouw Paulusma, aan u het woord.Mevrouw Paulusma (D66):Mevrouw Dobbe en ik lijken ook echt heel veel op elkaar! Maar nu heel serieus: ik deel de analyse van mevrouw Beckerman dat een van de grootste problemen voor slachtoffers bij het melden is dat veel van hen zich enorm schamen. Die lopen daar vaak ook jaren mee rond. "Zelfverwijt" is misschien niet het goede woord, maar heel erg veel slachtoffers geven aan: ik heb niks gedaan en ik heb het laten gebeuren. Zij leggen veelal de schuld bij zichzelf. Soms bagatelliseren ze ook wat er uiteindelijk gebeurd is, om er maar mee overweg te kunnen. Ik deel dus vooral de analyse dat schaamte, het taboe … Het raakt me. De enorme pijn waar slachtoffers jaren mee rondlopen omdat ze het niet durven te vertellen. Ik vind dat we als samenleving op dat punt de allergrootste stap te zetten hebben, om er zo voor te zorgen dat slachtoffers zich melden, geloofd worden, gehoord worden en geholpen worden.Mevrouw Beckerman (SP):In Frankrijk zei mevrouw Pelicot dat zo mooi: schaamte moet van kant wisselen. Ik denk dat dat echt een heel terecht punt is, want die schaamte zit natuurlijk heel diep in de gedachten van mensen. Daar moeten we vanaf. Dat is ook de weg naar goede zorg en goede oplossingen. Tegelijkertijd blijft dus staan dat wij als overheid zo veel mogelijk drempels moeten wegnemen. Daar hoort dus ook die financiële drempel bij, die nu het eigen risico is. Heel veel mensen melden nog niet. Dat heeft vele oorzaken. Ik zou toch graag van D66 het volgende willen weten, omdat wij echt op zoek zijn naar: hoe kunnen we dit oplossen? Je moet dan toch ook die financiële drempel — het is eigenlijk een financiële boete — wegnemen?Mevrouw Paulusma (D66):Wat betreft de discussie over het eigen risico: daarom begon ik net over iets wat ik belangrijk vind, namelijk dat we schaamte wegnemen en dat slachtoffers zich veilig voelen om te melden. Die hulp moet ook goed op elkaar aansluiten en toegankelijk zijn. Mevrouw Van Meetelen zei daar terecht over dat het dichtbij en in de buurt moet zijn. Wij zullen het altijd oneens blijven over het eigen risico. U viel wat over de woorden van mevrouw Armut, maar voor mij gaat het ook over solidariteit, juist ook financieel. Ik snap ook wel het pleidooi voor het wegnemen van alle drempels, maar als ik kijk naar de pilot en de signalen die slachtoffers geven, dan zie ik dat het merendeel van de drempels zit op het gebied van de schaamte en het immense verdriet en de eenzaamheid die daarmee gepaard gaan. Daarom durven mensen niet te melden. Laten we alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat slachtoffers die drempel niet meer ervaren.Mevrouw Beckerman (SP):We zijn het natuurlijk volledig eens over dat deel, maar er zijn nu natuurlijk ook delen van zorg die uitgezonderd zijn van het eigen risico. Je kunt bijvoorbeeld naar de Rutgers Stichting. Daar is een uitzondering voor het eigen risico. Zeker omdat we juist op dit dossier zien hoe moeilijk het is, zou je als voorstander … Daar zullen we het misschien niet over eens worden, want de SP blijft vinden dat we het eigen risico geheel moeten afschaffen. Je ziet dat er ook in het huidige stelsel uitzonderingen zijn. Hoort dit er volgens D66 niet ook een te zijn, zoals we dat dus ook met andere delen van de zorg doen?Mevrouw Paulusma (D66):Begrijp mij niet verkeerd, mevrouw Beckerman: ik snap het pleidooi dat u houdt heel goed. Ik ben het totaal niet met u eens wat betreft het afschaffen van het eigen risico, maar ik ben het wel met u eens wat betreft de zorgen voor deze groep. Ik kom uit de zorg. Mijn ervaring is ook dat we het leven van heel veel mensen in de uitvoering heel ingewikkeld maken als wij uitzonderingen gaan maken. Is er niet een manier om dit, als je kijkt naar de manier waarop het nu georganiseerd wordt, anders te beleggen? Volgens mij hintte mevrouw Vliegenthart daar ook op. Ik ben ook wel benieuwd naar de reactie van de minister wat dat betreft. Daarmee zeg ik niet dat wij wat dat punt betreft direct een motie zullen omarmen, want ik vind, nogmaals, dat de uitvoering ook relevant is. Als we de mensen van de uitvoering belasten met een systematiek die uiteindelijk niet uitvoerbaar is, dan krijgen heel veel slachtoffers hier problemen van. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister, maar laten we vooral alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat slachtoffers, ook mensen die nu luisteren, zich gesterkt en gesteund voelen om een melding te doen.Mevrouw Becker (VVD):Dank aan mevrouw Paulusma voor haar inbreng. Onze partijen werken op zeer veel terreinen samen, ook om op te komen tegen geweld tegen vrouwen, tegen iedereen eigenlijk. Zeker als het gaat over seksueel geweld zijn we het over heel veel zaken eens en doen we ook samen voorstellen. Dat is ontzettend fijn. Eén ding waar we in het verleden af en toe tegenaan liepen en waar we dan verschillend over dachten, is de mate waarin je zou kunnen ingrijpen als het bijvoorbeeld gaat over online seksueel geweld. Het werd net ook al genoemd door mevrouw Armut en ik heb er in mijn eigen inbreng ook wat over gezegd. Het gaat over mannen die een vrouw drogeren en beelden daarvan online delen in besloten appgroepen, maar het gaat natuurlijk ook over kinderporno en over andere verschrikkelijke zaken online. De VVD is van mening dat we dit echt zouden moeten gaan zien en behandelen als georganiseerd geweld. Daardoor krijg je meer bevoegdheden om bijvoorbeeld mee te kijken in die besloten appgroepen en zou je ook eerder zaken offline kunnen halen. Nu weet ik dat dat voor D66 af en toe een dilemma is als het gaat over privacy. We hebben wel samen een motie ingediend die zegt: ga nou eens kijken waar privacyregelgeving echt in de weg staat om vrouwenveiligheid te kunnen bevorderen. Is D66 bereid om ook hiernaar te kijken en een stap te zetten in het belang van het kunnen ingrijpen bij dit soort verschrikkelijke praktijken?Mevrouw Paulusma (D66):Ik ben blij dat mevrouw Becker begon met een hele lofzang op de samenwerking. Ik denk dat het goed is om in de politiek … Dat kunnen we niet vaak genoeg met elkaar benadrukken. Het liefst doen we dat wat mij betreft dan over links én rechts.Ja, het is een dilemma, maar ik denk ook dat we niet naïef moeten zijn over de ontwikkelingen die plaatsvinden. Die gaan namelijk razendsnel. Ik houd mijn hart vast, zeker voor mensen uit jongere generaties van wie beelden online komen te staan en die daar hun hele leven last van hebben. Ik ben dus ook blij met de gezamenlijke motie om te verkennen hoe je daar kunt ingrijpen en wat de mogelijkheden zijn, zonder dat je daarmee … Dan kun je nog een hele filosofische discussie voeren over wat nou de definitie van privacy is als vaak anonieme toetsenbordridders mensen online te grabbel gooien, omdat ze beelden delen die je nooit meer kwijtraakt. Maar daar zit wel een mate van zorgvuldigheid in, waarvan ik ook vind dat we die in de Kamer met elkaar uit moeten debatteren. Maar nogmaals, ik vind dat we niet naïef moeten zijn over de ontwikkelingen die online plaatsvinden en ik vind dat we mensen hiertegen moeten beschermen.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Paulusma.Voorzitter: PaulusmaDe voorzitter:Dank u wel. Dan zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Ik vroeg de initiatiefnemer heel subtiel buiten de microfoon hoelang ze nodig heeft voor de schorsing. U mag heel even overleggen.Mevrouw Dobbe (SP):Mogen wij een halfuurtje, voorzitter?De voorzitter:Dat mag zeker. Dan gaan wij schorsen tot 14.45 uur.De vergadering wordt van 14.15 uur tot 14.47 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag en nogmaals welkom allemaal. Wij zijn bezig met het notaoverleg over de initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld. Wij zijn na de schorsing toegekomen aan de eerste termijn van mevrouw Dobbe. Ik zal na mevrouw Dobbe de minister het woord geven in haar rol als adviseur van de Kamer om in te gaan op de aan haar gestelde vragen. Ik ga mevrouw Dobbe, zoals dat betaamt, vragen of ze ook blokjes heeft, zodat de Kamerleden zich hier een beetje op kunnen voorbereiden. Ik zou aan de collega's willen vragen om mevrouw Dobbe in ieder geval ongestoord haar inleiding te laten doen voordat we overgaan tot vragen. Ik hoor mevrouw Beckerman zeggen "een SP'er, hè", en daarom keek ik ook bewust naar haar. Mevrouw Dobbe, heeft u blokjes voor ons?Mevrouw Dobbe (SP):Ja, voorzitter. Dank u wel allemaal dat u bent gekomen. Daar wil ik mee beginnen. Ik heb blokjes. Ik zou eerst een inleiding willen doen. Ik wil natuurlijk iets zeggen over het eigen risico. Daarna zal ik iets zeggen over financiering van de CSG's en de vragen die zijn gesteld over hoe je dat eventueel zou kunnen doen. Ik wil natuurlijk ook ingaan op online seksueel geweld, op specifieke doelgroepen en de toegang van doelgroepen, en op het strafrecht. Dan heb ik nog een blokje overig.De voorzitter:Het klinkt volledig volleerd, mevrouw Dobbe. U zou het vaker moeten doen. Gaat uw gang met de inleiding.Mevrouw Dobbe (SP):Het was ook nog een uitdaging om dit allemaal in mijn zelfopgelegde 30 minuten te voltooien. Ik ga mijn best doen, maar ik hoop dat jullie rekening houden met het feit dat ik voor de eerste keer aan deze kant zit, en dan voor dit onderwerp. Ik ben daadwerkelijk oprecht heel erg dankbaar voor de brede aandacht die er vandaag is voor dit onderwerp, en ook dat er zo veel fracties zijn gekomen om hierover te spreken en dat zo veel mensen de moeite hebben genomen om naar de publieke tribune te komen en mee te luisteren naar dit debat. Dat doet goed. Daaruit spreekt, denk ik, ook een hele grote betrokkenheid en eensgezindheid vanuit deze Kamer. Dat is ook heel erg fijn om te zien op dit onderwerp. Ik wil ook speciaal nog mevrouw Wiersma danken, want u heeft een heel persoonlijk verhaal verteld. Dat raakte mij ook. Het is sowieso een best zwaar onderwerp dat we vandaag bespreken. Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat mevrouw Wiersma dat deelt en de oproep heeft gedaan dat het nooit aan jezelf, aan het slachtoffer, ligt, omdat het niet vaak genoeg gezegd kan worden. Ik noem ook de opmerking "schaamte moet van kant wisselen". Dat is iets wat wij met z'n allen omarmen en moeten blijven omarmen. Ook in al het beleid dat wij maken, moeten we dat onthouden.Ongeveer twee jaar geleden alweer ging ik samen met mijn collega Joran Knol-Nielen — die zit naast mij — langs bij het Centrum Seksueel Geweld Gelderland-Zuid en -Midden. Daar spraken we met het CSG, artsen en een zedenrechercheur over hulp en zorg aan slachtoffers van seksueel geweld. We spraken over hoe slachtoffers, nadat ze seksueel geweld hebben meegemaakt, zorg krijgen, hulp krijgen en medisch onderzoek krijgen, en over hoe dat is geregeld in Nederland. We bespraken dat slachtoffers maar één keer hun verhaal hoeven te vertellen en dat lichamelijk forensisch en medisch onderzoek niet meerdere keren hoeft, zoals eerder, maar dat het tegelijkertijd wordt gedaan, wat ontzettend goed is. We bespraken ook hoeveel stappen er zijn gezet, ook in de afgelopen jaren, om de zorg en de hulp aan mensen die seksueel geweld hebben meegemaakt, te verbeteren.We hoorden daar echter ook dat slachtoffers het eigen risico moeten betalen voor het medisch onderzoek en de zorg. En dat niet alleen: er werd ons ook verteld dat het voorkomt dat slachtoffers van seksueel geweld daardoor afzien van medisch onderzoek en zorg. Dat wist ik niet. Na dat bezoek liep ik echt met buikpijn naar buiten. Ik vind het heel erg dat slachtoffers worden geconfronteerd met kosten omdat ze bepaalde zorg krijgen. Soms kunnen ze bepaalde zorg niet krijgen, terwijl ze die wel nodig hebben. Maar ik denk ook aan het principiële punt: hoe kan seksueel geweld nu een eigen risico zijn? Hoe kan het zijn dat we dat in Nederland opleggen aan slachtoffers van seksueel geweld? Dat was eigenlijk de start van deze initiatiefnota. We spraken daarna met meer mensen en organisaties over de zorg voor en de hulp aan slachtoffers van seksueel geweld. Dat heeft geleid tot de voorstellen die we vandaag bespreken.De mensen die we hebben gesproken voor deze nota hebben, net als de Kamerleden vandaag, een enorme betrokkenheid en gedrevenheid om zo goed als mogelijk hulp te geven aan slachtoffers van seksueel geweld. Ik wil daarom ook mijn waardering, mijn diepgevoelde waardering, uitspreken voor iedereen die zich hiermee bezighoudt. Er is breed waardering uitgesproken voor de Centra Seksueel Geweld; ik hoop dat die wordt gevoeld. Maar ik noem ook alle andere organisaties, de ervaringsdeskundigen en de politie, die zich hiermee bezighouden om dit zo goed als mogelijk te doen.Ik zei het al: er is de afgelopen jaren ontzettend veel verbeterd. Er wordt ontzettend hard gewerkt aan nieuwe werkwijzen en samenwerkingsverbanden; dat hebben we ook gezien. Mensen en organisaties zoeken elkaar op omdat ze dit willen regelen. Dat verklaart voor een deel waarom de zorg en de hulp op zo veel plekken in Nederland op verschillende manieren is geregeld, namelijk omdat het echt vanuit onderop is ontstaan, vanuit grote betrokkenheid van organisaties die zagen: dit is nog niet goed; hier willen we wat aan doen. Dat verklaart voor een deel die verschillen. Maar hoeveel verschillen er ook waren, er was één ding dat we overal hoorden, en dat was overal hetzelfde: het voortbestaan van het werk, de hulp en de ondersteuning die worden gegeven, is onzeker en onduidelijk. Dat raakt aan de hulpverlening en de zorg voor slachtoffers. Dat moeten we niet zo laten bestaan.We hoorden ook: het mag niet zo zijn dat je als slachtoffer bij de ene regio hulp zoekt en dat het daar minder goed geregeld is of dat daar minder capaciteit is om jou te helpen dan op een andere plek. Dat hoorde ik hier veel fracties zeggen. Veel woordvoerders zeggen dat het eigenlijk niet uitlegbaar is dat er verschillen zijn die onwenselijk zijn en die de zorg en hulpverlening aan slachtoffers raken.Ook is het belangrijk — ik hoorde een aantal Kamerleden daar al deels naar verwijzen — dat mentale ondersteuning voor slachtoffers aanwezig is, dat er genoeg zedenrecherche is en dat er steun is voor het goede, zoals de gezamenlijke aanpak, wat nu al gebeurt. Het is belangrijk dat die doorgezet wordt en doorontwikkeld kan worden.Ik hoorde ook heel terecht een aantal Kamerleden aandacht vragen voor online seksueel geweld. Wij willen met deze nota stappen zetten om ook deze vorm van seksueel geweld aan te pakken, omdat die zo ontzettend snel groeit. Daar kom ik zo meteen op terug in de beantwoording.Seksueel geweld is een van de meest ingrijpende vormen van geweld, die niet alleen het slachtoffer diep raakt, maar ook de familie, het gezin en andere naasten van het slachtoffer. Het raakt eigenlijk de hele gemeenschap en de samenleving. Ik hoop dan ook dat we hier vandaag in ieder geval stappen kunnen zetten om ervoor te zorgen dat zorg en steun voor slachtoffers van seksueel geweld beter geregeld kunnen worden, en dat we dat kunnen doen met de mens als startpunt. Dat is vaak benadrukt door de organisaties die wij spraken: neem het slachtoffer als startpunt, niet het systeem. Wat komen slachtoffers tegen in de praktijk? Wat hebben slachtoffers nodig? Dat moet altijd het uitgangspunt zijn. Dat hoorde ik de woordvoerders hier ook zeggen: het is zo belangrijk dat je geloofd wordt, dat je goede zorg krijgt en dat je niet meerdere keren je verhaal hoeft te doen, omdat de stap om hulp te zoeken en zorg te zoeken al vaak zo ontzettend moeilijk, zo ontzettend groot is.Ik wil in ieder geval nogmaals enorme waardering uitspreken aan alle organisaties en alle mensen die zich bezighouden met zorg en hulp aan slachtoffers van seksueel geweld. In het bijzonder spreek ik mijn waardering uit aan degenen die hebben meegedacht en meegelezen. Ik wil natuurlijk ook Joran Knol-Nielen ontzettend bedanken, want zonder hem had deze nota niet bestaan.Dan ga ik nu over tot de beantwoording van de gestelde vragen. Ik wil graag beginnen met de vragen over het eigen risico. Het mag duidelijk zijn — ik heb dit net in mijn inleiding ook al verteld — dat het voor ons niet alleen onrechtvaardig voelt maar dat we het ook echt onrechtvaardig vinden dat je als slachtoffer van seksueel geweld wordt geconfronteerd met het eigen risico. Seksueel geweld is immers nooit een eigen risico. Ik denk dat dit een principieel punt is dat voor heel veel groepen geldt, maar zeker ook voor slachtoffers van seksueel geweld, voor wie het gewoon extra pijnlijk is.Er werd gevraagd hoe rechtvaardig het is om te proberen deze groep slachtoffers uit te zonderen van het eigen risico als voor andere groepen dat eigen risico ook geldt, terwijl zij er ook niets aan kunnen doen. Waarom zou je die groepen dan niet uitzonderen? Mijn partij is sowieso voorstander van het afschaffen van het hele eigen risico, dat moge ook duidelijk zijn. Wij vinden het in geen enkel geval uitlegbaar dat mensen extra moeten betalen omdat ze zorg nodig hebben, want daar kiezen mensen gewoon niet zelf voor. Dat gezegd hebbende, is het wel extra onrechtvaardig en niet uit te leggen om een eigen risico te vragen van slachtoffers van seksueel geweld. Daar blijven wij bij. Er is hun namelijk iets enorm heftigs aangedaan waar zij op geen enkele manier verantwoordelijk voor kunnen worden gehouden. De term "eigen risico" is daarom in deze context extra en extreem pijnlijk. Wij doen daarom het voorstel om in ieder geval voor deze groep geen eigen risico meer te vragen, hoe logisch het ook is om dat voor andere groepen ook niet te doen. Het werd, denk ik, al goed gezegd in het debat: onrechtvaardigheid in andere gevallen is geen reden om onrechtvaardigheid voor deze groep in stand te laten. Dat over de verschillende groepen.Hoe zou je dit dan kunnen doen? Daar zijn ook vragen over gesteld. Kan het wel? Welke stappen moeten worden gezet om dit te kunnen regelen? Kunnen we het uitzonderen van het eigen risico? Ik hoorde een aantal partijen daar vragen over stellen. Voor ons is niet zozeer de manier waarop het belangrijkste maar de uitkomst, namelijk dat slachtoffers van seksueel geweld niet meer worden geconfronteerd met het eigen risico. Dat kan op verschillende manieren, maar hoe we het regelen is voor mij ondergeschikt aan die uitkomst.Ik denk dat er verschillende mogelijkheden zijn. Ten eerste zou je het CSG kunnen uitzonderen van het eigen risico, net zoals we dat nu al doen met bijvoorbeeld de huisarts en de wijkverpleging. Daarvoor zou je het CSG moeten opnemen in artikel 2.17 van het Besluit zorgverzekering, waarin die uitzonderingen geregeld zijn. Dat kan gewoon en dat wordt voor andere groepen al gedaan, dus je zou het ook voor deze groep kunnen doen. Een andere optie zou kunnen zijn om het CSG anders te financieren en daarbij ook de medische zorg mee te nemen. Dan hoeven zij namelijk niet meer te declareren bij zorgverzekeraars en ben je dus ook direct van het eigen risico af. Een voorbeeld van waarbij dit ook zo geregeld is in Nederland, is het bevolkingsonderzoek. Je zou kunnen kijken of je het op zo'n manier zou kunnen regelen vanuit de Rijksoverheid. Nog een andere manier is de manier die mevrouw Westerveld noemde, namelijk om het te regelen via de Wet publieke gezondheid.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Ik noemde ze.Mevrouw Dobbe (SP):O sorry, het was mevrouw Vliegenthart. Excuses, mevrouw Vliegenthart. Het was wel een heel goede suggestie. Het zou dus ook een optie kunnen zijn om het te regelen via de Wet publieke gezondheid. Dit is niet een optie die mijn voorkeur heeft, omdat als je het op die manier doet — wat zou kunnen — je nog steeds tegen regionale en lokale financiering aanloopt en we zien dat daar op dit moment andere keuzes in worden gemaakt. Wij hebben veel regionale CSG's gesproken die zeggen dat er op dit moment op hen wordt bezuinigd omdat gemeenten keuzes moeten maken en de keuze dan niet altijd valt op zorg en hulp voor mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. Dat brengt dan dus ook die problemen met zich mee.Er zijn dus verschillende opties om dit te regelen. Ik leg die hier neer. Onze voorkeur heeft het om het te regelen via de Rijksoverheid.Er werd ook gesuggereerd om het eigen risico te financieren door het te verhalen op de dader. We zijn het natuurlijk eens met met name het CDA, dat daarnaar vroeg, dat waar mogelijk schade verhaald moet worden op daders. Dat is rechtvaardig; het voelt rechtvaardig en is dat ook. Maar feit is ook — het CDA noemde dit zelf al — dat het in verreweg de meeste gevallen niet tot een veroordeling komt. We kunnen dat feit niet negeren, want voor die groep is het dus erg lastig om de schade op de dader te verhalen. Ook voor slachtoffers waarbij de dader uiteindelijk wel wordt veroordeeld, duurt het vaak heel erg lang. Volgens mij is het niet acceptabel om dan van het slachtoffer te vragen om in de tussentijd de kosten voor de zorg voor te schieten, zeker omdat het slachtoffer dan misschien al de keuze heeft gemaakt om geen zorg af te nemen, omdat die de kosten niet kan betalen.Dit is ook een principieel punt: een slachtoffer moet kunnen kiezen of hij of zij aangifte wil doen. Sommige slachtoffers moeten er ook voor kunnen kiezen om geen aangifte te doen als zij dat zelf niet willen. Als je het geld via deze route zou verhalen, dan zou dat betekenen dat er een financiële prikkel kan zijn voor slachtoffers om wel aangifte te doen, bijvoorbeeld als zij de kosten anders niet kunnen betalen. Dat zou ik willen voorkomen. Ik ben er dus zeker voor om kosten op de daders te verhalen, maar ik vind wel dat het wel of niet moeten betalen van het eigen risico daar niet van afhankelijk zou moeten zijn.We hebben het met z'n allen ook gehad over hoe moeilijk het is voor slachtoffers om de stap te zetten richting zorg en hulp. Het moment waarop het slachtoffer die stap zet, is ook het moment waarop het slachtoffer wordt geconfronteerd met dat eigen risico. Dat gebeurt niet later, maar echt op dat moment. Het is juist belangrijk om ervoor te zorgen dat die drempel er op dat moment niet is. Daarom pleit ik er zo hard voor om het eigen risico voor deze zorg af te schaffen. Dit was het blokje eigen risico. Ik heb u vast allen overtuigd!Voorzitter. Ik ga door naar het volgende blokje, met de vragen over de financiering van de CSG's, waar ik net al iets over heb gezegd. Specifiek waren er vragen over het geld voor extra vrouwenopvang en de CSG's. Volgens mij waren het vragen van de VVD en het CDA. Dit is trouwens ook een reactie op de plannen die het kabinet heeft gepresenteerd en op de begroting die we hebben kunnen lezen.Ik vind het goed dat het kabinet een extra stap zet om iets te doen voor het CSG en de vrouwenopvang. Zoals ik in de nota heb beschreven, is dit ook heel hard nodig. Tegelijkertijd zie ik, met name ten aanzien van het CSG, dat het bedrag onvoldoende is om de problemen aan te pakken; ik denk dat een aantal woordvoerders dat ook ziet. Er is ten eerste meer nodig dan de 2 miljoen die nu wordt vrijgemaakt. Het geld moet ook structureel zijn, dus niet maar voor drie jaar. Daarnaast is het zo dat het aantal slachtoffers toeneemt; dat werd door een aantal woordvoerders ook al aangegeven. De verwachting is ook dat het aantal nog verder zal toenemen. Dat betekent dat de behoefte aan financiering ook toeneemt.Bovendien is het nodig dat er meer zekerheid komt ten aanzien van de financiering, en minder regionale verschillen. Dat kan via landelijke financiering. Volgens ons is het goed dat deze stap nu is gezet, maar blijft er meer nodig. Ik ben er dan ook erg voor om de financiering niet alleen landelijk en structureel te regelen, maar ook op zo'n manier dat er genoeg is om de zorg en hulp te bieden die nodig is. Als de kosten stijgen, zou de financiering mee moeten stijgen.Dat is ook een antwoord op de vraag van mevrouw Van Meetelen: "Is het aanbod wel op orde? Stel je voor dat meer slachtoffers zich gaan melden terwijl het aanbod niet op orde is." Ik denk dat het antwoord daarop niet moet zijn dat we tegen slachtoffers zeggen dat zij zich niet meer moeten melden. Ik denk juist dat we ervoor moeten zorgen dat het aanbod op orde komt. Dat is een hele belangrijke voorwaarde.Dan online seksueel geweld. Heel veel fracties hebben daar aandacht voor gevraagd. Ik denk dat dit heel terecht is. We hebben recentelijk inderdaad allerlei voorbeelden gezien die aantoonden hoe erg dit probleem toeneemt en hoe ingrijpend en heftig zoiets is. Mevrouw Pelicot werd in deze context bijvoorbeeld al genoemd. Volgens mij is dit iets wat enorm groeit. Wij moeten meer doen om ervoor te zorgen dat we dit kunnen aanpakken.Er werd gevraagd hoe wij kijken naar online seksueel geweld; in de nota zeggen we daar natuurlijk al een aantal dingen over. Het is een probleem dat groeit. Nederlanders zijn steeds meer online, waardoor ook het risico op onlinemisbruik gewoon enorm is toegenomen. De aanpak hiervan staat hier wat ons betreft niet toe in verhouding. Dit krijgt nog te weinig prioriteit. Er is nog te weinig focus. Bovendien ligt de focus te veel op het reactief, dus achteraf, offline halen van schadelijke content, in plaats van op het voorkomen dat onlinemisbruik plaatsvindt en dat beelden van misbruik online komen. Als het gaat over het offline halen, is ook Offlimits enorm belangrijk. Daar vroeg D66 ook naar: hoe kijken wij naar de rol van Offlimits? Juist omdat het zo'n groot en groeiend probleem is, en omdat het zo complex is, is er voor de aanpak ervan specifieke expertise nodig. Er is bijvoorbeeld vaker sprake van een grote groep slachtoffers tegelijkertijd. De problematiek verandert ook door de snelle technologische ontwikkelingen. Voor die specifieke expertise is Offlimits gewoon ontzettend belangrijk — onmisbaar zelfs — zowel voor directe hulp aan slachtoffers via de hulplijn als voor het meldpunt voor misbruikbeelden en het delen van expertise met andere organisaties. Ik ben het helemaal eens met D66 dat het daarom belangrijk is dat er voldoende financiële ruimte wordt geboden aan Offlimits om die functie te blijven vervullen. Ik ben dan ook verheugd te horen dat daarvoor nu een amendement voorligt, zeker omdat het probleem toeneemt. Ik maak me ook zorgen over de geplande bezuinigingen op Offlimits. In de huidige context lijkt me dat zeer onverstandig. Ik kan er niks anders van maken.De voorzitter:Hier hoorde ik een punt, dus mevrouw Beckerman kan haar vraag stellen.Mevrouw Beckerman (SP):Ik vond het Offlimitsvoorstel waar D66 mee kwam ook heel goed. Ik vind het volgende ook interessant. Offlimits heeft inmiddels best veel ervaring opgedaan. Een van de dingen die zij kunnen is binnen 24 uur iets offline halen. Dat is nu voor kinderen zo, en dat is heel goed. Zou dat soort expertise niet ook ingezet moeten worden om die steeds groter wordende groep … Dat hoeft Offlimits niet zelf te doen, maar misschien is het een optie om die expertise te delen. Zo'n regeling bestaat bijvoorbeeld nog niet voor dames zoals in het Franse voorbeeld, mevrouw Pelicot. Daarvoor bestaat dat in veel mindere mate.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind het een goeie vraag. Ik vind het ook verbazingwekkend dat bepaalde beelden zo lang online kunnen blijven staan en dat websites niet sneller op zwart worden gezet, terwijl die mogelijkheid er wel is. Dat zien we ook als het gaat om kinderen. Dat wordt terecht heel snel op zwart gezet en offline gehaald. Ik zou het heel goed vinden als dat ook voor allerlei andere vormen van online seksueel geweld wordt toegepast. Ik snap dat het soms ingewikkeld kan zijn, omdat er heel veel verschillend beeldmateriaal is en ik weet dat er dan wordt geworsteld met de vraag: is het vrijwillig of niet? Maar ik zou graag de bewijslast om willen draaien: als je als platform niet kan aantonen dat iets vrijwillig en legaal is en dat er geen sprake is van online seksueel geweld, dan moet je het gewoon niet plaatsen. Daar moet je ook als platform verantwoordelijkheid voor nemen. Platforms nemen daar op dit moment bijna geen verantwoordelijkheid voor en wij hebben ook de wettelijke mogelijkheid niet om ze verantwoordelijk te houden.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording.Mevrouw Dobbe (SP):Dan was er nog de vraag: hoe voorkomen we dat beleid telkens achter de nieuwste technologie aan loopt? Dat was ook een vraag van D66. Ik denk dat dat een hele terechte vraag is, omdat we telkens nieuwe … Sowieso gaat de technologie heel snel, maar ook het seksuele geweld dat daaraan wordt gekoppeld … Daar zien we ook de meest afschuwelijke nieuwe vormen van ontstaan, ook bijvoorbeeld met de opkomst van AI. De aanpak van online seksueel geweld moet zich ook mee-ontwikkelen. Dat moet snel gaan, want het gaat ook heel erg snel. Het is een enorme opgave. Een aantal dingen zijn daarbij van belang, denk ik. We moeten meer grip krijgen op de makers van content met seksueel geweld erin, op de daders. Maar ook de platforms die illegale beelden van seksueel geweld verspreiden, moeten verantwoordelijk worden gemaakt, want op dit moment zijn die niet verantwoordelijk. Er moet een meldpunt komen voor slachtoffers, waar op een laagdrempelige manier melding kan worden gedaan; daar heeft mijn oud-collega Michiel van Nispen eerder een voorstel voor gedaan, dat is gesteund door de Kamer. Er moet ook voldoende capaciteit zijn bij de politie en het OM, eigenlijk bij de hele strafrechtketen, om op te sporen en op te volgen. Dat is op dit moment gewoon echt nog niet zo als het gaat over online seksueel geweld, en ook niet als het gaat om offline seksueel geweld. Dat betekent dat zaken niet worden opgepakt, dat ze niet worden herkend. Dat vind ik gewoon echt zonde. We moeten dus kijken naar de capaciteit die daarvoor beschikbaar is. Ik denk natuurlijk ook aan de organisaties die daarvoor expertise hebben, zoals het CSG, maar ook Offlimits. Daar hebben we het eerder over gehad. Dat over online. Gaat goed, hè, voorzitter!De voorzitter:Ja, u bent gewoon heel duidelijk en ook kort en bondig. Dus gaat u verder met uw vijfde blokje, specifieke doelgroepen.Mevrouw Dobbe (SP):Dat het een voorbeeld mag zijn voor …De voorzitter:Voor uzelf en alle collega's.Mevrouw Dobbe (SP):Het volgende blokje gaat over doelgroepen. Ik denk dat daar heel terecht aandacht voor wordt gevraagd. Ook mevrouw Vliegenthart vroeg daarnaar. De drempel om hulp en zorg te vragen is voor slachtoffers al enorm hoog, maar is beslist nog hoger voor bepaalde groepen, zoals mensen met een beperking of mensen die bijvoorbeeld niet goed Nederlands spreken. Daarom pleit ik in de nota ook voor toegankelijke tolkenvoorzieningen. Ik denk dat dat heel belangrijk is, want het is echt heel pijnlijk als een vrouw bijvoorbeeld seksueel geweld heeft meegemaakt en de kinderen mee moeten om te vertalen, of de partner mee moet om te tolken. Dat is in dit geval gewoon niet uit te leggen. Dat is te verdrietig voor woorden, dus daar moeten we wat op verzinnen.Voor mensen met een beperking staan in deze nota geen concrete voorstellen, maar recent heb ik wel samen met mevrouw Westerveld een motie ingediend. Die is ook aangenomen. Daar ben ik heel blij mee, want ik denk dat het heel terecht is dat hier aandacht voor wordt gevraagd, omdat het voor die groep juist extra moeilijk is om de juiste manieren te vinden en om te herkennen wat hun is aangedaan. Ik hoop dus wel dat het kabinet daar snel mee aan de slag gaat, want ik ben het ook met u eens dat de overheid ervoor verantwoordelijk is om de juiste hulp toegankelijk te maken voor alle slachtoffers en dat daar zeker genoeg middelen en ondersteuning bij horen om dit goed te regelen. Anders is het een uitspraak die we hier met elkaar doen, maar gebeurt het alsnog niet. En dat zou heel erg zonde zijn.Er was ook de vraag wat we kunnen leren uit het succesvolle nazorgspreekuur voor genitale verminking. Die betrek ik hier even bij. Ik denk dat meerderen van u bij de rondetafel waren waarin hierover is gesproken. Het is heel interessant. Ik ben ook bij het nazorgspreekuur in het HagaZiekenhuis geweest voor slachtoffers van genitale verminking. Ik denk dat dit nazorgspreekuur sowieso breder uitgerold moet worden en dat er altijd lessen te trekken zijn, ook voor het CSG, hoewel ik ook echt wel zie dat het CSG op veel punten al op een heel laagdrempelige manier en op diezelfde manier werkt.Wat ik wel een interessant punt vind, is de verbinding die ze vanuit het Haga hebben met bepaalde gemeenschappen, waardoor ze ook de groepen in die gemeenschappen weten te bereiken die normaal vanwege taal of cultuur niet altijd makkelijk de weg kunnen vinden. Ik denk dat we wat dat betreft veel lessen kunnen trekken uit het nazorgspreekuur. Dat geldt ook voor de samenwerking met informele zorgorganisaties in die gemeenschappen. Dat doen ze ook heel goed. Maar goed, daarbij wil ik wel nog een keer benadrukken dat het belangrijk is dat het CSG dan ook de financiële ruimte heeft en moet krijgen om dit soort initiatieven op te zetten. Dus dat daarover.Dan was er binnen dit blokje, denk ik, ook nog de vraag of wij herkennen dat kinderen die slachtoffer zijn van seksueel geweld nog te vaak te maken krijgen met versnippering tussen zorg, hulpverlening, politie en justitie. Daarnaast was er de vraag wat wij vinden van de kind-eerst-wet en of die een logische aanvulling is. Ik denk dat het klopt. Dat hebben wij ook gezien. Er is sowieso te veel versnippering in de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld. Dat geldt voor volwassenen, maar dat geldt ook voor kinderen die slachtoffer worden. Dat hebben wij ook gezien. Het is wel een bekend probleem dat zij meerdere keren hetzelfde verhaal moeten doen. Dat is zeker als het gaat over kinderen gewoon heel erg pijnlijk en echt onnodig. Dus ik vind het wel belangrijk dat er verder wordt gewerkt aan betere samenwerking via de nieuwe werkwijze die is ontwikkeld. Ik denk dat dat heel goed is en dat er zeker extra aandacht moet zijn voor kinderen die te maken krijgen met seksueel geweld, op een manier die slachtoffers beter helpt. Daarbij moet echt goed gekeken worden hoe dit voor kinderen het beste vorm kan krijgen.Dan wat betreft de kind-eerst-wet. Die vind ik heel interessant. Volgens mij zitten daar heel goede uitgangspunten in. Dus ja, ik ga die sowieso goed lezen zodra die is ingediend. Volgens mij is het heel goed om dat zo te doen.Dan ga ik naar het blokje strafrecht?De voorzitter:Ja, dat mag. U zegt het heel vragend, maar u bent eraan toe, denk ik. Gaat uw gang.Mevrouw Dobbe (SP):Ik ben er helemaal aan toe, tenzij ik vragen heb gemist. Dat is niet het geval, zie ik.De eerste vraag is volgens mij heel belangrijk. "Hoe zorgen we dat aangifte doen altijd zin heeft?" Dat was een vraag van mevrouw Coenradie. Als het geen zin heeft, dan is het niet alleen voor het slachtoffer, maar ook voor toekomstige slachtoffers heel pijnlijk. Zodra slachtoffers het gevoel hebben dat het geen zin heeft om aangifte te doen, dan gaan ze het ook niet doen. Dat is voor deze groep onacceptabel. We zien dat er nog steeds te veel zedenzaken op de plank blijven liggen. Er is bij bijvoorbeeld het OM nog niet altijd capaciteit voor opsporing of vervolging. Ik denk dat het belangrijk is dat daarin geïnvesteerd wordt. Ik denk dat dat in algemene zin moet, maar ik denk dat het zeker ook moet voor slachtoffers en zaken die te maken hebben met seksueel geweld. Als we dit als Kamer echt serieus nemen, betekent dat dat wij als Kamer er niet aan ontkomen om te investeren in de strafrechtketen en in zedenrechercheurs. Als dat geld kost, dan kost het geld. Dan moeten we dat met elkaar hier regelen. Anders heeft aangifte doen niet altijd zin, omdat het nog een halfjaar of een jaar duurt voordat iemand naar je zaak kan kijken.Kunnen we de zedenpolitie ontlasten door het CSG zaken van de politie over te laten nemen? De vraag was hoe wij daarnaar kijken. Aan de ene kant vind ik dat een ingewikkelde vraag, want het CSG is natuurlijk geen politie. Het werkt wel heel goed samen met de politie. Het is juist een samenwerkingsverband, dat volgens heel erg veel meerwaarde heeft. Zedenrechercheurs zijn daar ter plekke. Zo hoeft een slachtoffer niet meermaals een medisch onderzoek te doen of het verhaal te vertellen. Je kan het allemaal tegelijkertijd doen, omdat iedereen die belangrijk is, er op dat moment is. Ik denk dus dat het belangrijk is om die samenwerking te verbeteren. Zo worden slachtoffers niet van het kastje naar de muur gestuurd en hoeven ze niet vaker hun verhaal te doen. Ook hiervoor geldt echter dat het alleen kan als er genoeg capaciteit is bij zowel het CSG als de politie.De voorzitter:Daar hoorde ik een punt.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik wilde heel even terug naar de zedenrechercheurs. Ik heb dat punt natuurlijk ook in mijn tekst opgenomen. Er zijn natuurlijk al meerdere mensen geworven. Toch blijven de tekorten bestaan. Normen worden nog steeds niet gehaald. Daarover ging ook een vraag van mij aan de minister. U vraagt om het opnieuw in kaart te brengen, mevrouw Dobbe. Wij zeggen: is dat wel nodig? We weten eigenlijk al dat het tekort er is. Wat wilt u nog in kaart brengen? Welke manier ziet u om dit te verbeteren?Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap die vraag wel, want als we het weer in kaart gaan brengen, betekent dat alleen maar dat het lang duurt. Voor iedereen is het duidelijk dat er een tekort is. Tegelijkertijd zien we dat er telkens een beetje wordt bijgeplust en dat dat niet genoeg is. De reactie is dan: er moet meer bij, dus we doen er wat bij. Ik zou heel erg voorstander zijn van het volgende. Het aantal meldingen neemt toe. Je kan dus niet uitgaan van de status quo in de trant van: het is nu zoveel, dus we hebben zoveel rechercheurs nodig. Ook de aard van de meldingen verschilt. Je hebt bijvoorbeeld veel meer online seksueel geweld, waar we het net over hadden. We moeten kijken hoe we die ontwikkeling zien, wat er nu gebeurt en hoe we kunnen zorgen dat de capaciteit van bijvoorbeeld de zedenrechercheurs en de zedenpolitie daar echt op wordt aangepast. Anders zeggen we nu dat er capaciteit bij moet, maar blijkt toch dat het uiteindelijk niet genoeg is. Dat zou ik zonde vinden. Dan moeten we weer constateren dat we achter de feiten aan lopen. Dat is de achtergrond van dit voorstel om het zo te doen.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen knikt een beetje.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik hinkte een beetje op twee benen. Wat mevrouw Dobbe zegt, klopt natuurlijk wel. Tegelijkertijd kan je geen pot met mensen opentrekken. Er wordt al gekeken naar het opleiden van meer mensen om die in te zetten. Voor mij schuurt het een beetje om het opnieuw te laten onderzoeken en in kaart te brengen. Ik denk dat het, zoals u zegt, mevrouw Dobbe, al duidelijk is waar de pijnpunten zitten. Eigenlijk is het uiteindelijk gewoon aan het politieapparaat en aan de rechercheurs om het beter in te regelen. Dat is een beetje hoe ik ernaar kijk. Dat was eigenlijk ook de vraag aan mevrouw Dobbe: gaan we niet weer vertragen en een hoop geld uitgeven aan iets wat we eigenlijk al weten?Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap de zorg, maar ik denk het niet, want ik denk, als we zien dat de behoefte verandert, maar het aantal zaken toeneemt, dat het heel verstandig is om te kijken wat er nou echt nodig is wat betreft zedenpolitie en zedenrechercheurs. Ik denk dat we dat op zo'n manier kunnen benaderen dat we niet aan de politie vragen om de armoede zo goed als mogelijk te verdelen. Daarmee wil ik zeggen dat de politie kampt met allerlei tekorten. Als de politie dus moet kiezen waar ze het tekort zo min mogelijk pijnlijk kan maken, betekent dat niet dat je het probleem oplost. Ik zou graag wel het probleem oplossen. Daarom denk ik dat we echt goed moeten kijken hoeveel capaciteit er nou daadwerkelijk nodig is in plaats van dat we uitgaan van de gedachte: er is te weinig capaciteit beschikbaar, dus laten we maar kijken hoe we het het beste kunnen doen. Dat lijkt me verstandig. Overigens wil ik niet zeggen dat we daarop moeten wachten voordat we investeren in zedenrechercheurs of in zedenpolitie. Dat moeten we nu sowieso doen, omdat het duidelijk is dat er een tekort is. Begin daar dus vooral mee, maar zorg tegelijkertijd dat we over een jaar niet weer constateren dat wat we gedaan hebben, te weinig is. Zorg dus dat we precies weten wat er nodig is.De voorzitter:Volgens mij bent u bij uw laatste blokje.Mevrouw Dobbe (SP):Ja. Er was nog wel een vraag van mevrouw Becker in dit blokje, namelijk of de overheid mensen niet moet beschermen tegen "roofdieren". Zoiets was de vraag. Heeft de overheid die verantwoordelijkheid? Ik denk dat dat zo is. Ik word inderdaad ook niet gelukkig van allerlei oplossingen die het bij de vrouw zelf leggen, waarbij de vrouw dan maar anders moet handelen of samen moet gaan fietsen, of wat voor oplossingen er ook worden aangedragen. Ik denk dat de overheid daar verantwoordelijk voor is en dat het ook echt heel goed is dat we dat hier met z'n allen uitdragen. Ik zie ook dat het niet altijd lukt om te bestraffen en te voorkomen, dus er is ook aandacht voor andere behoeften van slachtoffers nodig. Slachtoffers zien het strafrecht zelf niet altijd als de oplossing om hiermee om te gaan, dus ik vind het ook wel van belang dat als we kijken naar het strafrecht, de vrouw of man daarin een vrije keuze heeft. Die keuze moet hij of zij niet hoeven maken vanwege tekorten of andere prikkels, zoals dat aangifte doen geen zin zou hebben. Hij of zij moet echt kiezen op welke manier hij of zij er zelf mee om wil gaan.De voorzitter:Dat geeft aanleiding tot een vervolgvraag.Mevrouw Becker (VVD):Ik wil mevrouw Dobbe ten eerste danken voor dat antwoord. Is zij ook bereid om eigenlijk samen met mij aan het kabinet te vragen om hierover continu in gesprek te zijn met de slachtoffers? Mijn ervaring — dat zei ik ook al in mijn inbreng — bij bijvoorbeeld vrouwenveiligheid of het aanpakken van femicide is namelijk dat juist de nabestaanden en de slachtoffers, die heel goed weten waar ze tegen aanlopen en waar ze mee te maken krijgen, de beste ideeën hebben voor hoe het in de praktijk beter zou kunnen. Ik noemde het voorbeeld van de dame die mij benaderd heeft en zei: eigenlijk zou je de politie een tool in handen moeten geven die meer gestandaardiseerd willekeur voorkomt, gekke vragen voorkomt, victimblaming voorkomt. Zouden wij dat niet samen, van links tot rechts, bij het kabinet neer moeten leggen als opdracht?Mevrouw Dobbe (SP):Ja, natuurlijk. Ik denk dat dat heel goed is. Ik denk dat je sowieso geen goed beleid kunt maken als je dat niet samen met slachtoffers doet, omdat die, zeker wat betreft zorg en hulp na seksueel geweld, maar ook wat betreft het voorkomen ervan, het beste weten hoe dat het beste vormgegeven kan worden. Daarom is het, denk ik, ook als het gaat over het veiliger maken van de publieke ruimte, heel makkelijk om iets algemeens te zeggen als: zet maar wat lantaarnpalen neer; overal moet goed licht zijn. Maar ik vind het veel effectiever als je samen met slachtoffers of vrouwen en mannen die zich onveilig voelen, gaat kijken: waar voel je je nou onveilig en hoe maken we het daar veiliger? Ik denk dus dat dat sowieso voor het voorkomen heel belangrijk is, maar slachtoffers kunnen natuurlijk ook het beste aangeven waar ze tegenaan zijn gelopen en wat ze hebben gemist toen ze hulp en zorg zochten. Dat is onmisbaar. Volgens mij kunnen we anders geen goed beleid maken.Mevrouw Wiersma (BBB):Eigenlijk wordt de vraag die ik wilde stellen of de opmerking die ik wilde maken, al in het laatste stukje van het antwoord van mevrouw Dobbe geadresseerd. Daar zegt ze "vrouwen of mannen", maar ik merk toch dat het in het stuk daarvoor weer heel erg naar vrouwen als slachtoffer getrokken wordt. Ik vind het belangrijk dat we hier duidelijk maken dat ook jongens en mannen hier slachtoffer van kunnen zijn, want heel vaak leeft bij hen het beeld dat ze zich niet uit kunnen spreken, omdat mannen geacht worden het maar fijn te vinden als zij seksueel bejegend worden door vrouwen. Zeker voor jonge mannen vind ik dat een heel belangrijk punt. Ik denk dat mevrouw Dobbe dat ook met me eens is, maar ik wil dat hier wel nogmaals adresseren, want ik denk dat we dat niet moeten onderschatten. Vrouwen worden hier heel nadrukkelijk gepositioneerd en ik vind dat we mannen in dezelfde adem mee moeten nemen. Is mevrouw Dobbe dat met mij eens?Mevrouw Dobbe (SP):Uiteraard. Daar ben ik het zeer mee eens. Deze initiatiefnota ziet ook op slachtoffers van seksueel geweld, mannen, vrouwen, iedereen die slachtoffer wordt van seksueel geweld. Ik denk dat het punt dat mevrouw Wiersma maakt, heel belangrijk is. Het zoeken van hulp en zorg nadat je seksueel geweld hebt meegemaakt, is al zo ontzettend moeilijk. Voor mannen en jongens is dat op een andere manier moeilijk dan voor vrouwen en meisjes. Ik vind dus dat mevrouw Wiersma een heel goed punt maakt. Volgens mij kunnen we dat niet genoeg uitdragen.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording.Mevrouw Dobbe (SP):Voorzitter. Dan heb ik een blokje overig. Sorry, ik kan er niks anders van maken. Er werd gevraagd naar de laagdrempelige steunpunten waar ook het kabinet en de kabinetsreactie naar verwijzen, als de oplossing voor de laagdrempelige toegang voor slachtoffers van seksueel geweld als ze zorg of hulp zoeken. Ik denk dat het goed is dat er geld komt voor die laagdrempelige steunpunten, maar het is ook de vraag of dat de oplossing is voor slachtoffers van seksueel geweld. Zij komen nu vaak terecht op de ellenlange wachtlijsten van de ggz als zij meer mentale zorg en ondersteuning nodig hebben dan het CSG op dit moment kan bieden. Het is ook nog maar de vraag of die laagdrempelige steunpunten de specifieke expertise zullen hebben om slachtoffers van seksueel geweld de juiste ondersteuning te kunnen bieden. Het is wel een groep slachtoffers waar je ervaring mee moet hebben, waar je kennis van moet hebben en die op een bepaalde manier benaderd moet worden, juist omdat ze die belangrijke stap hebben gezet door hulp en zorg te zoeken en juist omdat dat zo moeilijk is geweest. Ik vraag mij dus af of elk lokaal steunpunt die expertise heeft. Sterker nog, dat durf ik te betwijfelen. Die twijfel heb ik overigens ook gehoord van ervaringsdeskundigen. Daarom blijf ik er voorstander van om die laagdrempelige zorg en ondersteuning op mentaal gebied, maar eigenlijk op alle gebieden met betrekking tot hulp en zorg voor slachtoffers, juist te beleggen bij de organisaties die de expertise hebben op dat gebied. Ik denk dat dat heel erg belangrijk is.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Mevrouw Dobbe haalt natuurlijk terecht aan dat de lange wachtlijsten in de ggz enorm problematisch zijn. Ik was benieuwd hoe mevrouw Dobbe dan kijkt naar bijvoorbeeld gespecialiseerde steungroepen voor slachtoffers van seksueel geweld ter overbrugging, en dan specifiek binnen het CSG. Vindt zij het ook belangrijk dat dat binnen elk CSG in elke regio structureel geborgd wordt?Mevrouw Dobbe (SP):Ja, ik denk het wel — daar hebben we ook in de nota iets over opgeschreven — omdat sowieso niet elk slachtoffer dat behoefte heeft aan mentale ondersteuning behoefte heeft aan gespecialiseerde ggz, maar deze slachtoffers wel vaak op een wachtlijst terechtkomen. Als er geen goede mentale ondersteuning is, kunnen de klachten namelijk ook erger worden. Je kunt dat voorkomen door middel van mentale ondersteuning in de tussentijd, niet alleen ter overbrugging van de wachtlijsten, totdat je geholpen kan worden in de gespecialiseerde ggz, maar ook ter voorkoming van de behoefte daaraan. Dat is heel belangrijk, zo hebben we ook gehoord van ervaringsdeskundigen. Directe, laagdrempelige mentale ondersteuning, bijvoorbeeld via lotgenotencontact of steungroepen, kan ontzettend belangrijk zijn en soms ook al genoeg.Er werd nog gevraagd naar de kennis van zorgverleners, omdat onze nota daar ook aan raakt, en hoe wij de nodige deskundigheidsbevordering het beste kunnen borgen en geborgd kunnen houden. Dit is een vraag van mevrouw Vliegenthart. Het lijkt mij goed om te kijken naar alle mogelijkheden om zorgverleners beter in staat te stellen signalen van seksueel geweld te herkennen en daarop te handelen. Daar is in ieder geval blijvende scholing voor nodig. Het gaat daarbij niet om een beetje aandacht in de schoolopleiding; zorgverleners moeten hierin blijvend worden geschoold. Dit vraagt ook om landelijke monitoring en een landelijke signalerings- en verwijsstandaard. Ik zou het interessant vinden als onderzocht wordt hoe dit aan de meldcode kan worden gekoppeld. Ik kan het niet aan het kabinet vragen, maar volgens mij heeft mevrouw Vliegenthart dat al gedaan. Ik denk wel dat het van belang is dat we er rekening mee houden dat seksueel geweld niet te veel opgaat in een bredere aanpak. Deze groep slachtoffers heeft specifieke zorg en ondersteuning nodig. Het zou jammer zijn als die specifieke zorg en aandacht zouden verdwijnen in een bredere aanpak. Dat zou ik daarover willen zeggen.Dan was er nog de vraag welke aanpak we hebben om meer forensische artsen op te leiden. Volgens mij is het belangrijk om in de opleiding geneeskunde voldoende aandacht te hebben voor beroepen buiten het ziekenhuis. Je ziet dat de mogelijkheid om zich tot forensisch arts op te laten leiden niet altijd aandacht krijgt. Ik denk ook dat het van belang is dat we het beroep niet onaantrekkelijker maken. De beroepsgroep zegt zelf dat het opknippen van het beroep door aanbestedingen — een deel van het werk wordt er nu dus uitgehaald en wordt aanbesteed — het beroep onaantrekkelijker maakt. Ik denk dat we moeten kijken naar welk beleid we vanuit Den Haag voeren om dit beroep aantrekkelijk te maken en welk beleid we voeren waardoor het beroep onaantrekkelijker wordt. Dat moeten we dus niet doen, denk ik. Zeker als de beroepsgroep aangeeft dat we dat niet moeten doen, moeten we daar volgens mij naar luisteren.Dan is er nog een vraag gesteld over het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Er werd gezegd dat slechts weinig slachtoffers een aanvraag indienen bij het schadefonds. Ik ben in bredere zin natuurlijk erg voorstander van het verbeteren van de bekendheid van het hulpaanbod voor slachtoffers van seksueel geweld, van elk geweld. Dat geldt natuurlijk ook voor het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Ik denk dat we daarvoor moeten focussen op betere voorlichting, niet alleen richting slachtoffers zelf, maar ook richting hulpverleners. Ik denk wel dat elk slachtoffer vrij moet zijn in de keuze om via het schadefonds een aanvraag in te dienen. Dit kan emotioneel belastend zijn en dit kan een stap zijn die niet elk slachtoffer zou willen zetten. Daarom zou ik het bijvoorbeeld niet willen koppelen aan de betaling of het kunnen terughalen van kosten van het eigen risico; daar hebben we het eerder over gehad. Maar als de bekendheid van het fonds een zodanige rol speelt dat slachtoffers het niet kunnen vinden, dan vind ik het natuurlijk heel goed om de bekendheid te vergroten. Dat wilde ik daarover zeggen.Dan heb ik nog één vraag om te beantwoorden: wat zijn de drie belangrijkste voorstellen uit deze nota met meerdere voorstellen? Dat is een vraag van mevrouw Van Meetelen. Ja, wat zal ik daar eens op antwoorden? Dat is natuurlijk lastig. Wij hebben deze initiatiefnota in samenhang geschreven. We zijn hiermee begonnen omdat we erachter kwamen dat slachtoffers van seksueel geweld de kosten uit hun eigen risico moeten betalen. Er werd ook direct gezegd dat het voor sommige slachtoffers een echte barrière is om die hulp te krijgen. Dat is voor ons natuurlijk heel belangrijk. Maar gaandeweg het schrijven van zo'n initiatiefnota zijn er allerlei punten die heel belangrijk blijken te zijn. Ik denk dus dat we ze in samenhang moeten bekijken. Maar het mag duidelijk zijn dat het eigen risico voor slachtoffers wat ons betreft echt van tafel moet en dat we ook moeten kijken naar de financiering van de Centra Seksueel Geweld. Als er één ding is dat we tijdens het schrijven van deze nota hebben ontdekt, is het dat het nu ontzettend ingewikkeld, en ook onnodig ingewikkeld, georganiseerd is. Het landelijk Centrum Seksueel Geweld wordt gefinancierd via een constructie met de gemeente Utrecht. Dat is zo gegroeid. De regionale Centra Seksueel Geweld hebben dat ook weer op allerlei verschillende manieren georganiseerd, en die worden deels vanuit de Zorgverzekeringswet gefinancierd en deels niet. Het is op dit moment toch een beetje aan elkaar geplakt. De betrokkenheid van alle hulpverleners is laat heel erg te zien in het feit dat ze wel hebben geprobeerd om het op een goede manier te organiseren. Het laat echter ook zien dat we nu moeten kijken hoe het eigenlijk in elkaar zit: is het wel logisch en is het in het belang van slachtoffers en van wat we willen bereiken? Ik zou het heel goed vinden als we daar vandaag stappen in zouden kunnen zetten.Ik zou u allen nogmaals ontzettend willen bedanken voor alle betrokkenheid en alle goede vragen. Ongetwijfeld zijn er nog allerlei onderwerpen en goede voorstellen die we hier nog bij zouden kunnen betrekken om hulp en zorg voor slachtoffers van seksueel geweld te verbeteren, maar ik wil u toch allemaal danken.De voorzitter:U krijgt ook nog een tweede termijn, dus dan mag u de dankronde nog een keer doen, als u dat zou willen.We zijn nu toegekomen aan de termijn van de minister, die in haar rol als adviseur van de Kamer ingaat op de aan haar gestelde vragen. Daartoe geef ik haar graag het woord. Ga uw gang.Minister Sterk:Dank u wel, voorzitter. Allereerst ook dank aan het lid Dobbe … Nee, mijn ambtenaar zegt "mevrouw Dobbe", maar wij zeggen hier "lid Dobbe". Zeker als je in een kleine fractie zit, is het als Kamerlid al heel hard werken. Als je het dan ook nog voor elkaar krijgt om een initiatiefnota op te stellen, waarvoor volgens mij ook heel veel gespreken zijn gevoerd met mensen buiten deze Kamer, dan verdient dat een groot compliment.Tegelijkertijd deel ik met iedereen hier aan deze kant, maar naar ik vermoed ook met de mensen op de publieke tribune en de kijkers, de urgentie van deze problematiek. Dit onderwerp gaat, denk ik, best wel snel onder je huid zitten, en zeker als er dan ook nog mensen zijn die hier een heel persoonlijk verhaal bij hebben, komt dat nog dichterbij. We weten — dat is al door meerderen hier gezegd — dat er elk jaar zo'n 100.000 mensen in ons land slachtoffer worden van seksueel geweld. Het gaat natuurlijk niet om de getallen, maar vooral om de levens die daarachter schuilgaan en vooral ook de levens die daar weer door geraakt worden. Soms zijn slachtoffers namelijk geïsoleerd, maar heel vaak zijn ze natuurlijk onderdeel van een gezin of van een relatie, en het kan gewoon ontzettend veel impact hebben, lichamelijk, mentaal en sociaal. De slachtoffers die hulp zoeken, lopen dan soms ook nog tegen drempels aan: schuldgevoelens, wachttijden of simpelweg niet weten waar je terechtkunt. Dat is volgens mij waar het vandaag over gaat: hoe kunnen we met elkaar zorgen dat dat beter gaat?De initiatiefnota die vandaag voorligt, legt deze drempels op tafel en doet concrete voorstellen over het eigen risico, de financiering van het Centrum Seksueel Geweld, laagdrempelige mentale ondersteuning, de capaciteit in de strafrechtketen en meer aandacht voor dit onderwerp in zorgopleidingen. Ik onderschrijf van harte het uitgangspunt van deze nota, namelijk dat slachtoffers van seksueel geweld het verdienen dat ze de best mogelijke zorg en ondersteuning krijgen, en dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is van overheid, maatschappelijke organisaties en zorgverleners om hun die ook te bieden.Met de kabinetsreactie heb ik schriftelijk gereageerd op de initiatiefnota, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister en staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie. Ik zit hier vandaag wel als enige aan deze kant, dus ik vraag alvast wat compassie voor de momenten dat ik vragen ga beantwoorden die niet direct over mijn eigen beleidsterrein gaan. Ik zal daar mijn best voor doen.Wie na seksueel geweld de moed vindt om hulp te zoeken, moet kunnen rekenen op een overheid die naast het slachtoffer staat. Snelle, deskundige en toegankelijke hulp beperkt de blijvende schade en vergroot het vertrouwen dat nodig is om te melden en aangifte te doen. Dat raakt de kern van een veilige samenleving. We werken hier langs meerdere lijnen aan. Met het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld werken we tot het eind van dit jaar aan preventie, signalering en hulp, en de lessen daaruit nemen we ook mee in het vervolg van de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.Daarnaast verankeren we de ondersteuningsdienst bij seksueel geweld in de Wmo 2015; in de praktijk is dat het Centrum Seksueel Geweld. Zo kunnen slachtoffers regionaal terecht voor forensisch onderzoek, medische zorg en psychosociale ondersteuning. Ook heb ik samen met de minister van Justitie en Veiligheid besloten om de versterking van de landelijke stichting van het Centrum Seksueel Geweld duurzaam voort te zetten, waardoor slachtoffers ook op lange termijn laagdrempelig toegang hebben tot ondersteuning en zo nodig doorverwezen kunnen worden naar passende vervolghulp. Aanvullend is er voor 2027 tot en met 2029 2 miljoen per jaar extra beschikbaar gesteld voor het Centrum Seksueel Geweld. Voor de vrouwenopvang is dit jaar structureel 12 miljoen extra beschikbaar gesteld. Dan gaat het natuurlijk over euro's. Met de VNG en Valente heb ik afgesproken dat dit geld ook daadwerkelijk naar extra opvangplekken gaat.Voorzitter. Op sommige onderdelen maakt het kabinet ook andere keuzes dan in de voorstellen van de initiatiefnemer, maar over het doel bestaat geen verschil van inzicht. Slachtoffers van seksueel geweld verdienen zorg en ondersteuning die er is op het moment dat zij die nodig hebben.Voorzitter. Dan wilt u vast weten in welke blokjes ik de vragen ga beantwoorden.De voorzitter:Ja, precies.Minister Sterk:Ik ga eerst de vragen rond de CSG's beantwoorden. Mijn tweede blokje gaat dan over de ondersteuning van slachtoffers, financiën en het eigen risico. Het derde blokje is eigenlijk het blokje van mijn collega van Justitie en Veiligheid. Ten slotte heb ik dan nog een blokje met andere vragen die overblijven.De voorzitter:Gaat uw gang.Minister Sterk:Dan begin ik met het blokje over de CSG's. Daar was een vraag van de VVD, PRO en de PVV rondom de financiering van de CSG's, namelijk hoe wij aankijken tegen de oproep vanuit het Fonds Slachtofferhulp en het CSG voor een eenduidige financiering, ook naar de toekomst toe. Er werd ook gevraagd of ik bereid ben om de financiering van het landelijke en regionale CSG-netwerk structureel te borgen en te laten meegroeien. Daar ben ik zeker toe bereid. Vanuit de Europese Richtlijn bestrijding van geweld tegen vrouwen zal ingezet worden op een uniforme werkwijze van de CSG's. Daarin kunnen afspraken gemaakt worden tussen gemeentes en CSG's over uniform financieren, zoals bijvoorbeeld een meerjarige begroting. Daarmee borgen we de financiering van de regionale CSG's via de gemeente. Voor het landelijke CSG heb ik structureel 1,8 miljoen beschikbaar gesteld om de basis van het LCSG op orde te krijgen. Volgens mij bent u daar vandaag per Kamerbrief over geïnformeerd. Verder blijf ik natuurlijk ook in gesprek met het ministerie van JenV, de VNG en het LCSG zelf over alle ontwikkelingen die er zijn, zoals ook de stijgende meldingen.Dan was er een vraag van mevrouw Beckerman. Zij vroeg waarom wij de regionale centra niet rechtstreeks vanuit het Rijk willen gaan financieren. Dat heeft te maken met de manier waarop wij dit stelsel hebben georganiseerd. De regionale Centra Seksueel Geweld werken vaak ook samen met de vrouwenopvang en met organisaties van Veilig Thuis. Die zijn allemaal decentraal georganiseerd. De politie is overigens natuurlijk ook vaak regionaal. Als je wilt dat die samenwerking goed blijft, is het denk ik ook wijs om die in ieder geval vanuit de decentrale gedachte te laten plaatsen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je niet kunt kijken naar wat meer eenduidigheid in de manier waarop het aanbod wordt georganiseerd. Dat is volgens mij ook het gesprek dat we met Valente en met de VNG voeren, maar dat is iets anders dan dat je het landelijk wilt gaan afspreken. Dat past ook gewoon niet bij de manier waarop we dat hebben georganiseerd. Het past overigens ook niet bij de Financiële-verhoudingswet.De voorzitter:Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen. Mevrouw Vliegenthart, gaat uw gang.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Klopt het dat ik de minister in de inleiding hoorde zeggen dat ze bij de implementatie van de EU-richtlijn de CSG's via de Wmo wil gaan borgen? Als dat klopt, zou ik graag het volgende willen horen. Als we nu kijken naar welke regionale CSG's het meest onder druk staan en die eigenlijk niet het brede aanbod kunnen bieden, zien we dat dat de CSG's zijn die op dit moment via de Wmo worden gefinancierd. Dat hoor ik uit het veld. Kan de minister daarop reflecteren? Kan ze mij de toezegging geven dat we ervoor zorgen dat als het geborgd wordt, elke regio ook het minimale aanbod kan bieden? Daar zitten nu namelijk juist problemen in. Hoe kijkt ze daarnaar?De voorzitter:Ik ga ons allemaal een beetje helpen. Het is handig als u de microfoon uitdoet als u niet aan het woord bent, want anders hebben we twee audiosignalen. De vraag van mevrouw Vliegenthart was duidelijk, denk ik.Minister Sterk:Het beeld dat mevrouw Vliegenthart schetst, dat het slechter gaat als het via de Wmo is geregeld, herkennen wij niet. Als die signalen er zijn, hoor ik ze graag, want dan wil ik ze ook graag bekijken. Dat het niet overal goed loopt en dat er grote verschillen zijn, herken ik wel. Ik denk dat ik daar net ook antwoord op heb gegeven.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Zou de minister wel bereid zijn om in kaart te brengen en voor de Kamer inzichtelijk te maken van welke CSG's het aanbod het meest onder druk staat en welke financiering daaronder ligt? Ik vind het namelijk wel heel belangrijk dat de Kamer daar daadwerkelijk inzicht in heeft en daar ook goed op kan sturen, zeker met de implementatie van die EU-richtlijn en de borging via de Wmo die eraan komt.Minister Sterk:Ja, dat wil ik en daar zijn we ook al mee bezig. We zijn bezig met een Wmo 2.0. Daarin werken we uit wat het houdbaarheidsonderzoek heeft opgebracht en daar is dit een onderdeel van.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Zou de minister ook bereid zijn om dat inzicht aan ons te geven voordat de implementatie van die EU-richtlijn naar de Kamer komt? We hebben dat als Kamer namelijk wel nodig om goed te kunnen beoordelen wat eraan komt.Minister Sterk:Daar kom ik graag in tweede termijn even op terug.Mevrouw Beckerman (SP):Hoewel er al best veel verduidelijkt is, vond ik het antwoord van de minister op onze vraag heel erg technisch en vanuit het systeem gedacht, terwijl ik in deze nota van mijn fractiegenote de gedachte om het slachtoffer centraal te stellen juist zo mooi vind. Onze vraag gaat niet zozeer over hoe je de financiering precies doet. Je moet ervoor zorgen dat er geen versnippering is en dat je niet komt te staan voor de duivelse dilemma's die het CSG in zijn brief heeft opgenomen. Hoe zorgt de minister dat juist dat geborgd wordt?Minister Sterk:Sorry, ik had de microfoon weer niet uitgezet.De voorzitter:Als de microfoon nog aanstaat, blijft u in beeld, dus dan krijgen we ook non-verbaal mee wat u van de vraag vindt.Minister Sterk:Dat is nooit zo goed, denk ik, met mijn gezicht.De voorzitter:Nou, dat ging heel goed deze keer.Minister Sterk:Ik zal mijn best gaan doen, voorzitter.Ik kom even terug op wat ik net aangaf. Ik ben het er inderdaad mee eens dat je natuurlijk vanuit het slachtoffer moet redeneren. Het slachtoffer is erbij gebaat dat er een zo goed mogelijke samenwerking is rondom het slachtoffer, waar het slachtoffer ook meldt. Dat is volgens mij juist decentraal: vaak in de gemeente of in een van de centrumgemeenten, waar zo'n vrouw of man zich meldt. Daar heb je een aantal instanties, zoals Veilig Thuis, Filomena en vrouwenopvang, en is er samenwerking met de politie. Je moet kijken hoe je dat op een goede manier organiseert. Ik ben het eens met iedereen die in eerste termijn zei: je moet proberen het zo eenduidig mogelijk met elkaar af te spreken, zodat het niet enorm uitmaakt waar je je meldt, of dat nou in Groningen, Zeeland of Rotterdam is. Ik denk dat het goed is dat dat gesprek gevoerd gaat worden. In de opvolging van het houdbaarheidsonderzoek kijken we hoe we dat goed kunnen borgen. Ik denk dat we daarmee echt wel vanuit het oogpunt van het slachtoffer redeneren.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik iets opmerkelijks doen, voordat ik u verder het woord geef. Ik ga dit overleg verlaten en ik zal als voorzitter vervangen worden door mevrouw Beckerman. Pardon, ik bedoel mevrouw Becker. Het was eerst mevrouw Vliegenthart. Het wordt heel verwarrend. Het heeft niets te maken met desinteresse; het heeft te maken met een hele ingewikkelde Kameragenda. Ik ben heel blij dat mevrouw Becker het voorzitterschap van mij wil overnemen. Ik zal samen met een aantal partijen nog een aantal moties mede-indienen. Dank aan de collega's.Voorzitter: BeckerDe voorzitter:Ik dank mevrouw Paulusma voor het voorzitterschap tot nu toe. Bij dezen neem ik het over. Ik kijk even naar de minister om te zien of zij haar beantwoording kan vervolgen. Dat is het geval. Gaat uw gang.Minister Sterk:We zitten nog steeds in het eerste blokje; althans, ik ben in de beantwoording nog steeds bij het eerste blokje.Mevrouw Coenradie had een vraag over het inloophuis van het CSG Amsterdam-Amstelland. Zij zei dat dat een goed voorbeeld is van laagdrempelige ondersteuning aan slachtoffers van seksueel geweld. Dat herken ik. Ik vind het echt indrukwekkend om te zien wat er daar is gebeurd en hoe ze het daar hebben georganiseerd. Als blijkt dat die vorm echt effectief is, is het belangrijk dat andere CSG's hiervan leren. Ik wil me daar ook wel voor inzetten. Dat is iets anders dan dat ik het landelijk wil uitrollen, want nogmaals, wat daar gebeurt, is een decentrale verantwoordelijkheid, zoals ik net heb aangegeven.Mevrouw Van Meetelen had de vraag of in iedere CSG-regio 24 uur per dag dezelfde essentiële hulp bereikbaar is en of er aantoonbare regionale verschillen zijn. Het CSG is momenteel inderdaad 24 uur per dag bereikbaar. In het geval van acute zorg wordt het slachtoffer altijd gelijk doorverwezen naar het regionale CSG, dat de verdere ondersteuning begeleidt. De regionale CSG's zijn de verantwoordelijkheid van de centrumgemeente vrouwenopvang. Er is geen overzicht van hoe ieder CSG in de regio is ingericht en wordt gefinancierd. Het is eigen aan het decentrale stelsel dat hier variantie in zit tussen gemeenten, ook om lokaal maatwerk te kunnen leveren. Nogmaals, in het vervolg op het houdbaarheidsonderzoek kijken we of we daar toch niet meer uniformiteit in zouden kunnen aanbrengen.De voorzitter:Ik zie dat dat een vraag oproept bij mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Inderdaad. Ik wil toch graag aan de minister vragen of zij dat voor ons inzichtelijk wil maken en ons dat dan ook kan laten zien. Dat ligt eigenlijk een beetje in het verlengde van de vraag van mevrouw Vliegenthart. Wij willen duidelijk hebben waar het beter gaat en waar niet, wat daar de kosten van zijn en op welke manier die gedekt worden.Dan heb ik eigenlijk nog een extra vraag. Als de capaciteit van bepaalde CSG's nog niet op orde is, kan de minister dan ook toezeggen niet opnieuw een bekendheidscampagne uit te rollen voordat het allemaal daadwerkelijk op orde is? Ik denk namelijk dat we eerst het een moeten doen voordat we het ander gaan doen.Minister Sterk:Ik ben het zeer eens met mevrouw Van Meetelen, want ik denk dat het inderdaad belangrijk is om eerst de zaken op orde te brengen. Dat het nu zo ingewikkeld is, is overigens ook omdat steeds meer vrouwen en mannen het CSG weten te vinden, en trouwens ook Veilig Thuis. Dat is op zich dus een hele positieve beweging, maar we zien wel dat we in die snelheid het stelsel eigenlijk nog niet goed hebben aangepast. Ik vind nog steeds belangrijk dat het bekend is dat vrouwen daarnaartoe kunnen, maar ik ben bang dat als we een campagne opzetten om nog meer bekendheid te genereren, vrouwen vervolgens op een wachtlijst terechtkomen. Dat is natuurlijk ook geen goede zaak.De voorzitter:De minister vervolgt haar betoog.Minister Sterk:Ik had nog een vraag van mevrouw Coenradie, die vroeg in hoeverre de beantwoording van de Kamervraag door de minister voldoet aan het dictum van de motie over een gezamenlijke aanpak van triage en regie. Ik snap dat het heel goed klinkt om één toegangspoort te organiseren voor slachtoffers van seksueel geweld, want dat is eigenlijk het dictum van de motie, maar in de praktijk zie je natuurlijk dat slachtoffers uiteindelijk via verschillende wegen ergens terechtkomen. Sommigen komen via de politie, anderen komen via Veilig Thuis, weer anderen komen via het CSG of soms uiteindelijk via Slachtofferhulp of andere plekken. Volgens mij is het veel belangrijker dat we ervoor zorgen dat als ze zich ergens melden, er op dezelfde manier triage plaatsvindt, dus dat de vragen op dezelfde manier worden gesteld en dat dat ook door alle organisaties op dezelfde manier wordt opgepakt en er één aanspreekpunt komt. Dat zijn we aan het organiseren. Dat is iets anders dan dat je zegt dat er maar één toegangspoort zou moeten zijn, want dat zou betekenen dat als iemand bij Veilig Thuis komt, je zou moeten zeggen: u moet naar politie, want we hebben één toegangspoort afgesproken. Dat is niet wat we gaan doen.Ten slotte had mevrouw Van Meetelen nog de vraag of ik kan toezeggen dat de beschikbare middelen in de eerste plaats worden ingezet voor concrete hulp. Daar heb ik eigenlijk net al iets over gezegd. Inderdaad, ik vind het belangrijk om eerst te zorgen dat de boel op orde komt voordat we een nieuwe campagne gaan starten.Dan ga ik door naar het volgende blokje. Dat is het blokje ondersteuning slachtoffers, financiën en eigen risico. Mevrouw Vliegenthart vroeg of ik het met haar eens ben dat we zo veel mogelijk barrières moeten wegnemen. Zij wil graag onderzocht hebben hoeveel slachtoffers vanwege de kosten geen of later hulp krijgen. We weten dat het inderdaad zo is dat het aantal slachtoffers die zich ergens melden, vaak het topje van de ijsberg is van alle slachtoffers van seksueel geweld. Daarom is het belangrijk om drempels zo veel mogelijk weg te nemen. We hebben eerder een pilot uitgevoerd met aanvullend onderzoek. Daarin is ook gekeken naar de ervaren barrières door slachtoffers bij het zoeken van hulp. Daaruit blijkt dat vooral angst, schaamte en schuldgevoelens de grootste barrière zijn; daar is door verscheidenen van u ook al aan gerefereerd. Om die te verlagen is het belangrijk dat het taboe wordt verminderd en dat het bespreken hiervan wordt bevorderd. Dat was natuurlijk ook de inzet van het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. We willen de opbrengsten daaruit ook meenemen in het actieprogramma dat nu gestart gaat worden met de Nationaal Coördinator. Het blijft ontzettend belangrijk dat als er iets gebeurt, zoals het voorbeeld van wat er in Delft is gebeurd, we elke keer weer normeren dat het uiteindelijk natuurlijk niet aan het slachtoffer is om te komen met een oplossing, maar aan ons als overheid, en overigens ook aan de hele samenleving. Ik zou het namelijk eerlijk gezegd ook wat willen verbreden. Wij moeten het nooit normaal gaan vinden dat er aan vrouwen wordt gevraagd om maar samen door een bos te fietsen omdat je anders het risico loopt dat er iets gebeurt. Zolang we dat met elkaar blijven veroordelen, doen we denk ik ook iets aan het weghalen van het taboe voor vrouwen die daar slachtoffer van kunnen zijn, omdat ze dan in ieder geval het gevoel krijgen dat dit gewoon niet normaal is en dat je dit nooit normaal hoeft te gaan vinden.Dan vroeg mevrouw Coenradie of ik kan reageren …De voorzitter:Heel even, één seconde, minister. Ik zie dat mevrouw Vliegenthart nog een vraag heeft over het vorige punt. Gaat uw gang.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Mijn punt was dat de conclusie in die pilot en in dat onderzoek is getrokken op basis van de slachtoffers die het CSG bereikt hebben. We weten dat ongeveer 20% van de slachtoffers het CSG bereikt. Mijn punt is dat we bij 80% — dat zijn dus de mensen die het CSG niet om hulp vragen — eigenlijk te weinig inzichtelijk hebben wat voor hen precies de barrières zijn. Schaamte zal uiteraard een hele grote zijn. Wij hebben met z'n allen een grote rol om dat weg te nemen. Als we het dan over het eigen risico hebben, wordt nu in de onderbouwing het argument gebruikt dat dat geen barrière is. Wat mij betreft is het een beetje te kort door de bocht om dat te concluderen, want we weten niet waar die zorgmijding exact vandaan komt en of dat niet meer dan schaamte is.Minister Sterk:Het ingewikkelde van vrouwen die zich niet melden is dat je dus ook niet kunt onderzoeken welke vrouwen dat zijn en wat daar dan de reden voor is, behalve wat we al hebben proberen te onderzoeken in die aanvullende pilot. We kunnen namelijk met elkaar constateren dat de drempel om je te melden hoog is. Dat is denk ik niet alleen zo voor het Centrum Seksueel Geweld, maar ook voor een heleboel andere plekken. Je bent namelijk bang dat je wordt afgewezen en dat er gezegd wordt "je hebt er misschien toch zelf aan bijgedragen" of "we hebben eigenlijk geen tijd om je aangifte op te nemen". We weten met elkaar dat het zo werkt, dus volgens mij kunnen we gaan zoeken naar de aantallen. Het is veel belangrijker dat we gaan inzetten op het wegnemen van die taboes, het wegnemen van die drempels en het wegwerken van die wachtlijsten die er op dit moment zijn.De voorzitter:Mevrouw Vliegenthart, in tweede instantie.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Ik denk dat we elkaar vinden als we zeggen dat het ingewikkeld is om precies in kaart te brengen wat de redenen zijn dat mensen zorg mijden, aangezien we ze niet in de zorg hebben. Mijn punt is dat als we onderbouwen dat het eigen risico … De onderbouwing die de minister gebruikt voor de stelling dat het eigen risico geen barrière zou zijn, vind ik eigenlijk onterecht. U zegt zelf: we weten niet wat de reden is dat 80% van de mensen zorg mijdt. We zijn het met elkaar eens dat we het in kaart moeten brengen, maar ik vind het te kort door de bocht om te zeggen: we hoeven de barrière van de financiering niet weg te nemen, want er is geen barrière. Hoe kijkt de minister daarnaar?Minister Sterk:Aan de beantwoording van die vragen was ik nog niet toegekomen, dus wellicht kunnen we die discussie dadelijk even voeren.Mevrouw Coenradie vroeg of ik kan reageren op het idee van een digitaal hulp- en buddysysteem en of ik de genoemde pilots overweeg. Natuurlijk waardeer ik de gedachte achter dit voorstel dat het belangrijk is dat ondersteuning aansluit bij wat slachtoffers echt nodig hebben, bijvoorbeeld lotgenotencontact. U gaf dat net ook al aan: het inbrengen van ervaringsdeskundigheid is gewoon heel erg wezenlijk, want alleen zij weten wat zij hebben meegemaakt. Momenteel bieden de casemanagers van het CSG al laagdrempelige psycho-educatie aan slachtoffers die zich melden. Ook heeft het CSG een online zelfhulpomgeving, waarin slachtoffers informatie en praktische tips kunnen krijgen, zoals modules over schuld en schaamte. Dat is een van die drempels waar we het net over hadden. Daarnaast kunnen slachtoffers terecht bij laagdrempelige steunpunten die landelijk worden uitgerold. Ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers hebben er de regie. Ondersteuning krijgt vorm vanuit de behoefte van de mensen en herstel gaat op eigen tempo. Die steunpunten zijn onderdeel van de AZWA-afspraken. Omdat ik denk dat er al zo veel voorhanden is en dat we er beter op kunnen inzetten om dat zo veel mogelijk overal door te ontwikkelen, zie ik eigenlijk geen toegevoegde waarde om nou weer een apart, aanvullend, specifiek aanbod voor slachtoffers te gaan ontwikkelen. Ik denk namelijk dat er al veel is voor specifieke slachtoffers. Bovendien zou dat alleen nog maar meer versnippering in de hand werken, omdat je dan weer nieuwe initiatieven kunt krijgen naast het al bestaande aanbod. Volgens mij is het dan voor de slachtoffers alleen maar lastiger om te ontdekken waar ze terechtkunnen als ze echt hulp willen hebben.Dan had mevrouw Vliegenthart nog een vraag die eigenlijk over hetzelfde onderwerp ging als de vraag die ik net al heb beantwoord, denk ik. Er is gewoon al heel veel. Het aanbod is al ruim en geborgd. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat we daaraan blijven werken in plaats van energie te steken in een groter aanbod of het meer clusteren daarvan.Mevrouw Vliegenthart had nog een vraag. Eigenlijk is dat een beetje dezelfde vraag, denk ik, namelijk of ik succesvolle steungroepen en laagdrempelige check-ins gedurende de wachttijd structureel wil financieren. Dat gaat volgens mij ook over de vraag hoe je, als je op de wachtlijst staat, toch niet uit het oog wordt verloren. Je zit daar natuurlijk wel met wat je hebt meegemaakt en je wilt natuurlijk graag — het is niet alleen dat je het graag wilt, het is ook belangrijk — dat daarvoor zorg is. Ten eerste zijn er de laagdrempelige steunpunten. Daar is ook structurele financiering voor geregeld. Op verschillende plekken wordt ook gewerkt aan het versterken van de wachttijdondersteuning. De regionale CSG's maken nu ook afspraken met lokale ggz-aanbieders om voorrang te krijgen op de wachtlijst als er sprake is van watchful waiting. In die zin wordt deze groep er wel snel uitgelicht als er ruimte ontstaat op de wachtlijsten. Er wordt vanuit de Versterkingsagenda Mentale gezondheid & ggz ook gewerkt aan een handreiking voor wachttijdondersteuning om de bekendheid en vindbaarheid van wachttijdondersteuning te vergroten. De wachttijdondersteuning is dus wel een soort tijdelijk middel voordat er echt specialistische zorg geboden kan gaan worden.Dan kom ik op de vraag, of de discussie, over het eigen risico en waarom ik zei dat ik daar nog geen antwoord op gegeven heb. Ik denk dat wij allemaal vinden dat er een soort gerechtigheid moet zijn voor wat iemand is aangedaan en dat dat soms ook een financiële gerechtigheid kan zijn. Alleen, het inzetten van het eigen risico brengt gewoon een heleboel neveneffecten met zich mee die ik in ieder geval niet wenselijk vind, ook niet wat betreft de manier waarop je met eigen risico omgaat. Een aantal partijen hebben daarover ook gezegd dat dit misschien niet het geschikte middel is als je daar een andere visie op hebt.Maar er zijn natuurlijk best wel wegen waarop een slachtoffer een financiële compensatie kan krijgen, eventueel ook voor het eigen risico als dat wenselijk zou zijn. Ten eerste kan de vraag spelen of je het kunt verhalen op de daders. Dat gaat over de richting die mevrouw Armut natuurlijk ook aan het verkennen is. Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we heel goed kijken wat we kunnen doen om die dader in eerste instantie ook verantwoordelijk te maken voor wat er is gebeurd. In het strafproces zijn daar ook mogelijkheden toe wanneer de rechter een schadevergoedingsmaatregel oplegt. Dat noemde u volgens mij ook al. Het CJIB draagt vervolgens zorg voor het innen bij de dader. Als dat na acht maanden nog niet is gebeurd en de maatregel onherroepelijk wordt, dan keert de overheid de volledige schade uit aan het slachtoffer via de voorschotregeling, zodat het slachtoffer zijn schade vergoed heeft gekregen. Dan is het uit handen van het slachtoffer. Het CJIB gaat vervolgens bij de dader dat geld terughalen.Naast de schadevergoeding kan de strafrechter ook als bijzondere voorwaarde opleggen dat de dader een geldbedrag moet storten in het Schadefonds Geweldsmisdrijven of een andere instelling. Dat zou ook het CSG kunnen zijn. Het slachtoffer van seksuele misdrijven kan een aanvraag doen voor een financiële tegemoetkoming bij zo'n schadefonds. Die financiële tegemoetkoming kan vanuit de overheid gelden als erkenning van het leed en als steuntje in de rug. Het slachtoffer mag dat bedrag zelf inzetten en zou het dus ook kunnen inzetten ter compensatie van de eventuele kosten, die overigens via tranchering misschien ook wel minder hoog zullen gaan worden, maar ook ter compensatie van het eigen risico voor hulp. Dat is nou juist ook waar het schadefonds voor bedoeld is: als vangnet voor slachtoffers van seksuele misdrijven.Voorzitter. Dan de laatste vraag in dit blokje. Dat is de vraag van mevrouw Beckerman over de bekostiging van een passende professionele tolk. Zij vroeg of ik ervoor kan zorgen dat er altijd zo'n tolk kan worden ingezet. Het is natuurlijk belangrijk dat als je je verhaal wil doen als slachtoffer van seksueel geweld, daar ook mensen zijn die je, als je de taal niet goed machtig bent, daarbij kunnen ondersteunen. Daarvoor is soms zo'n professionele tolk nodig. De richtlijn Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein biedt ook een handvat en ik werk op dit moment aan de uitvoering van meerdere moties over de inzet en bekostiging van tolken in de Zorgverzekeringswet. Eind 2024 heeft mijn voorganger uw Kamer geïnformeerd over het advies van de NZa over de bekostiging van tolken. In lijn met dit advies van de NZa worden kansrijke sectoroverstijgende bekostigingsopties nu nader uitgewerkt door VWS, ZN, de NZa en het Zorginstituut. Dat doen we in nauw overleg met de zorgaanbieders en de Patiëntenfederatie. Zodra daar meer over te melden is, zal ik uw Kamer daarover informeren.De voorzitter:Dank u wel, minister. U bent hiermee aan het einde gekomen van dit blokje, dus dan gaan we nu een aantal interrupties krijgen. Ik wil voor het vervolg van deze termijn afspreken dat de minister bij haar volgende blokjes — dat zijn er nog twee — eerst de vragen beantwoordt en dat we daarna inventariseren of er nog vragen of interrupties zijn. Dit debat staat tot uiterlijk 17.00 uur gepland en we hebben ook nog een tweede termijn met elkaar.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb een vraag over het eigen risico dat slachtoffers van seksueel geweld moeten betalen. De minister heeft haar microfoon nog aan staan. Ik ga de vraag gewoon omdraaien, zoals ik hem net had gesteld. Ik heb eigenlijk nog geen argument gehoord dat ervoor zou pleiten om dit te laten bestaan. Kan de minister benoemen welk argument zij heeft om te zeggen "ik houd eraan vast dat de slachtoffers het eigen risico moeten betalen"?Minister Sterk:Nou, per se moeten betalen … Ik denk dat het belangrijk is dat je als overheid eenduidig bent in wat je doet voor burgers. Volgens mij moeten we niet een soort competitie maken tussen de verschillen die er zijn in geweld. Seksueel geweld is gruwelijk, maar huiselijk of psychisch geweld is ook gruwelijk. Waarom zouden we een uitzondering maken voor het een en niet voor het ander? Er zit bovendien een financiële vraag bij. Er zit ook een vraag bij over de definiëring van de doelgroep en over de proportionaliteit van de maatregel, en er zit een hele belangrijke vraag bij over de uitvoerbaarheid. We hebben als overheid natuurlijk al eerder onze neus gestoten. Er zijn een heleboel praktische en meer principiële vragen, en er is ook een financiële vraag waarom we dit niet wenselijk vinden.Mevrouw Beckerman (SP):Ik hoop dat de minister begrijpt dat wij dit niet heel sterke argumenten vinden. Het argument is: er is nog meer onrecht en voor andere groepen is het ook heel pijnlijk. De politiek hoeft niet maar één probleem op te lossen. We kunnen er meer aanpakken. Het andere, misschien wel aller pijnlijkste, argument is dat het geld kost voor de overheid. Wees dan gewoon eerlijk. Het praktische punt is dat het heel ingewikkeld zou worden, maar er is meer zorg uitgezonderd. Je zou kunnen zeggen: we zonderen de CSG's uit. Ik vind de argumenten niet overtuigend. Zou de minister toch willen heroverwegen om de zorg via de CSG's uit te zonderen van het eigen risico? Nogmaals, als zij zegt dat er meer onrecht is: prima, tot uw dienst, dan zullen we dat ook oplossen.De voorzitter:Uw vraag is helder.Minister Sterk:Ik gaf al bij het begin aan dat wij over bepaalde zaken principieel anders denken. Het eigen risico heeft wat ons betreft een plek in een stelsel van solidariteit. Daarom denk ik ook niet dat dit de geschikte weg is om te helpen. Er zijn mogelijkheden voor eventuele financiële compensatie, als dat voor iemand een drempel zou zijn. Uit onderzoek is gebleken dat het voor heel veel vrouwen en mannen niet de eerste drempel is, maar dat het veel meer gaat over schaamte en schuldgevoel. Dus nee, ik ben niet bereid om dat aan te passen.De voorzitter:De laatste vraag van mevrouw Beckerman, in herhaling op dit punt, want er zijn ook nog een aantal andere interrupties.Mevrouw Beckerman (SP):De SP vindt het eigen risico sowieso een boete op ziek zijn. Een boete na seksueel geweld vinden wij nog veel erger. Maar zelfs als je binnen dit stelsel redeneert en zegt dat dit daarin een plek moet hebben, dan is hier toch geen sprake van solidariteit? Dit gaat over slachtoffers van seksueel geweld. Dit stelsel zondert al andere zaken uit, dus dan is het toch heel logisch om ook deze uitzondering te maken? Er zijn ook nog andere die je kunt uitzonderen. Ik word nog niet overtuigd door de redenen om dit niet te doen. Een eigen risico bij seksueel geweld is toch geen solidariteit?Minister Sterk:Ik heb ook niet de illusie dat ik u kan overtuigen om het niet te doen. Ik heb aangegeven om welke redenen wij dit geen goede zaak vinden, en daar blijf ik bij.Mevrouw Armut (CDA):Het is goed om te horen dat de minister ook vindt dat de kosten zo veel mogelijk op daders verhaald moeten worden. Tegelijkertijd weten we dat heel weinig daders daadwerkelijk worden veroordeeld. Daarom zie ik ook iets in het opleggen van een extra maatregelen bovenop de straf die daders sowieso al krijgen, als ze dan een keer veroordeeld worden, zodat juist ook andere slachtoffers daarmee geholpen kunnen worden. De minister gaf aan hoe dit al gebeurt. Ik vroeg mij af of de minister van mening is dat deze mogelijkheden op dit moment al voldoende worden benut. Hoe vaak wordt zo'n bijzondere voorwaarde al daadwerkelijk opgelegd? Heeft zij daar inzicht in? Daarnaast ben ik benieuwd wat de minister vindt van het idee om een maatregel in te voeren waarbij geld wordt gestort in een fonds en die niet alleen wordt opgelegd als een bijzondere maatregel bij een voorwaardelijke straf, maar ook bij een onvoorwaardelijke straf.Minister Sterk:Nu overvraagt u mijn kennis een beetje, want dat ligt echt bij mijn buurman. Ik kan kijken wat ik daar in tweede termijn over kan zeggen en of dat toevallig nog in mijn mapje justitie zit, waar ik nu eigenlijk aan wil beginnen.De voorzitter:Ik kijk even rond. Zijn er nog vragen of interrupties in dit blokje? Mevrouw Van Meetelen? Nee. Dan vervolgt de minister haar betoog met het derde blokje, en dat is justitie.Minister Sterk:Hierover zijn best wel veel vragen gesteld, dus ik ga mijn best doen.Ik begin bij de vragen van mevrouw Becker over het toenemende onlinegeweld en de vragen van mevrouw Paulusma die een beetje over hetzelfde gingen. Hoe kijken wij daartegen aan? Wat je op het internet ziet gebeuren, is natuurlijk afschuwelijk. De zaak in Frankrijk van vorig jaar was daar een vreselijk voorbeeld van. Dit kabinet geeft dan ook prioriteit aan de aanpak van online seksueel geweld. De afgelopen jaren is al ingezet op een integrale aanpak. Die lijn gaan wij nu doorzetten en versterken. We geven daar een impuls aan door daarvoor geld in te gaan zetten. We hebben 15 miljoen euro gereserveerd voor de aanpak van online seksuele misdrijven. Daarbij wordt ook ingezet op het ontwikkelen van een multidisciplinaire aanpak met verschillende specialismen, op meer datagedreven en intelgestuurd werken en op werken met behulp van analysetools. Specifiek online seksueel geweld tegen kinderen is een van de geprioriteerde thema's in de Veiligheidsagenda en zal ook deel uitmaken van de Veiligheidsagenda voor 2027 tot 2030. In die Veiligheidsagenda worden de landelijke beleidsdoelstellingen voor de taakuitvoering van de politie eens per vier jaar vastgesteld. Dit heeft dus echt prioriteit en daar zijn extra middelen voor. Wij proberen er alles aan te doen.Mevrouw Becker vroeg hoe wij ervoor zorgen dat slachtoffers ook straks bij Offlimits terechtkunnen. Ik deel met haar dat Offlimits werk verricht dat heel belangrijk is en waar ook een sterke maatschappelijke behoefte aan is. De subsidie aan Offlimits wordt verminderd. De basis daarvan ligt bij het kabinet-Schoof. Die taakstelling is door dit kabinet gehandhaafd, maar de minister van Justitie en Veiligheid heeft deze vermindering van de subsidie voor de jaren 2025 en 2026 gecompenseerd. Het aantal meldingen en hulpvragen van slachtoffers aan Offlimits groeit al enige jaren. De voorgenomen bezuinigingen op de subsidie aan Offlimits staat op gespannen voet met deze groei. Ik zou dus tegen mevrouw Becker willen zeggen dat Offlimits blijft bestaan, want het is een organisatie die belangrijk werk doet. Ik zie geen risico dat Offlimits niet meer beschikbaar zou zijn voor het uitvoeren van de taken die zij hebben. Ik hoorde trouwens ook iets over een amendement op de begroting dat volgens mij is ingediend door mevrouw Paulusma, maar dat is dan voor die begrotingsbehandeling.Mevrouw Armut vroeg hoe wij die aanpak een impuls willen geven. Daar heb ik net al iets over gezegd. Vanaf 2030 is structureel 15 miljoen gereserveerd voor de genoemde multidisciplinaire aanpak.Mevrouw Armut vroeg naar aanleiding van de Motherless-website welke stappen inmiddels zijn ondernomen om te voorkomen dat überhaupt video's van seksueel misbruik worden gemaakt, online worden gezet en blijven circuleren. De impact is natuurlijk enorm als dat soort beelden van jou circuleren. Een veilige onlineomgeving is gewoon cruciaal. Het is ook diep verontrustend dat er onlinegroepen zijn — we hebben dat pas weer in een bericht in de media gezien — die elkaar aanmoedigen om anderen te drogeren en te misbruiken, en die zelfs tips delen om daarmee weg te komen. Die moeten zo snel mogelijk worden opgespoord en aangepakt. Dat gebeurt in de praktijk ook, zoals blijkt uit de recente berichtgeving over het offline halen van de betreffende website. De minister van Justitie en Veiligheid gaat in overleg met de ketenpartners om te bezien wat er nog nodig is om dit soort schadelijke netwerken tegen te gaan en ontoegankelijk te maken. Daarbij wordt zowel gekeken naar de strafrechtelijke aanpak als naar mogelijkheden om dit soort content sneller te signaleren en te verwijderen. Ook zet het kabinet in op een bredere integrale aanpak, gericht op preventie, signalering en het ondersteunen van slachtoffers. In de volgende voortgangsbrief over de aanpak van seksuele misdrijven zal de minister van Justitie en Veiligheid hier verder op ingaan naar aanleiding van de toezeggingen die hij in juni heeft gedaan. Die brief wordt verwacht voor het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen, dat op 9 december op de planning staat.Mevrouw Armut vroeg ook nog of de lat bij het OM voor het offline laten halen van een website niet te hoog ligt. Het OM kan een website offline laten halen op basis van de bevoegdheden neergelegd in het Wetboek van Strafvordering. Dan moet er wel een concrete verdenking zijn van het strafbaar feit, want het verspreiden van beelden van seksuele handelingen is op zichzelf niet strafbaar. Het maken of verspreiden van beeldmateriaal zonder instemming van de afgebeelde persoon is dat wel. Daarom hebben de politie en het OM stappen ondernomen op het moment dat er een concrete verdenking was dat op de bedoelde website non-consensueel, dus zonder toestemming, beeldmateriaal circuleerde. Onlinenetwerken waarin seksueel misbruik wordt gefaciliteerd, aangemoedigd en verspreid, zijn misselijkmakend. Het Wetboek van Strafvordering biedt de mogelijkheid tot inzet van soms vrij ingrijpende opsporingsbevoegdheden, maar het is ook belangrijk dat de inzet daarvan met juridische waarborgen is omkleed.Dan had u nog een vraag hierover, namelijk of we ook bereid zijn om te zorgen voor een duidelijke, laagdrempelige meldroute voor vrouwen die vermoeden dat ze zijn gedrogeerd of misbruikt. Er bestaan al duidelijke meldingsmogelijkheden voor slachtoffers. Als mensen vermoeden dat ze slachtoffer zijn van misdrijven, kunnen ze zich te allen tijde bij de politie melden. Slachtoffers kunnen ook terecht bij het Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis of Slachtofferhulp Nederland. Daarnaast kunnen ze terecht bij Offlimits. Daar hadden we het net over. Ze kunnen daar terecht bij de hulplijn en kunnen daar meldingen maken. Ze kunnen ook zelf melding doen bij een platform wanneer er sprake is van illegale content. Offlimits helpt bij het verwijderen van strafbaar materiaal en biedt hulp, advies en preventie op het gebied van online grensoverschrijdend gedrag en online seksueel misbruik aan slachtoffers en aan ouders, bijvoorbeeld bij online seksueel kindermisbruik.Mevrouw Armut had nog de vraag hoe vaak de rechter als bijzondere voorwaarde oplegt dat de dader geld moet storten, maar daar kom ik in tweede termijn even op terug.Mevrouw Becker vroeg of het kabinet ervoor kan zorgen dat in de opleiding van medewerkers in de zorg en bij de politie aandacht wordt besteed aan het herkennen van en opvolging bij seksueel geweld. In de opleiding en de werkinstructies van de politie is daar aandacht voor. Voor de basisteams is de interne werkinstructie gebiedsgebonden politie bij seksuele delicten opgesteld, waarin de politie onder meer aandacht besteedt aan slachtofferbejegening. Daarnaast heeft de politie in de afgelopen jaren gewerkt aan het verbeteren van de wijze waarop zedenrechercheurs en andere politiemedewerkers omgaan met slachtoffers. Een belangrijke ontwikkeling is de komst van het frontoffice van het Team Seksuele Misdrijven. Deze medewerkers zijn gespecialiseerd in het in gesprek gaan met slachtoffers van seksueel misbruik en in op een sensitieve manier in kaart brengen wat hen is overkomen. In bepaalde situaties kan een gespecialiseerde zedenrechercheur noodzakelijk of wenselijk zijn. In andere situaties kan een wijkagent bijvoorbeeld sneller en effectiever handelen. Dat is een professionele afweging die de politie zelf maakt.Mevrouw Becker vroeg of het kabinet bereid is om te kijken naar en in overleg te gaan met het slachtoffer over een pilot met een uniforme digitale intake voor slachtoffers van seksueel geweld. Uiteraard is de minister van JenV bereid om met de initiatiefneemster in gesprek te gaan over haar ideeën. Tegelijkertijd benadrukt de politie dat zij waar het slachtoffers van seksueel geweld betreft veel waarde hecht aan een slachtoffersensitieve bejegening, met ruimte voor een gepersonaliseerde aanpak, het passend en volledig informeren van slachtoffers en het bieden van bij de behoefte van het slachtoffer aansluitende hulp en ondersteuning. Maar ik begrijp dat er al contact is geweest tussen de initiatiefneemster en de regeringscommissaris en dat haar voorstel is doorgestuurd naar de ambtenaren die op dit moment werken aan het traject voor een gezamenlijke aanpak voor slachtoffers van seksueel geweld.Mevrouw Coenradie vroeg of wij kunnen zorgen dat er door hulpverleners geen uitspraken meer worden gedaan dat aangifte doen geen zin heeft, omdat aangifte doen altijd zin heeft. Dat lijkt mij eerlijk gezegd een vrij retorische vraag. Ik denk dat elk slachtoffer van een zedendelict erop moet kunnen rekenen dat als diegene bij de politie terechtkomt, er een aangifte wordt opgenomen. Ik kan niet namens de hulpverleners spreken, maar van de minister van Justitie en Veiligheid begrijp ik dat de politie de afgelopen jaren heeft gewerkt aan het verbeteren van de wijze waarop zedenrechercheurs en andere politiemedewerkers die betrokken zijn bij een melding omgaan met slachtoffers. Het doel hiervan is de werkwijze meer te laten aansluiten bij de behoefte van de individuele melder en te voorkomen dat slachtoffers zich gestuurd voelen door de politie om geen aangifte te doen. Een belangrijke ontwikkeling is de komst van de frontoffice van het Team Seksuele Misdrijven, omdat die veel meer gevoeligheid hebben voor de omgang met deze slachtoffers; daar vertelde ik u net al over. De Inspectie JenV concludeerde in ieder geval in 2024 — dat is weliswaar twee jaar geleden, maar toch — dat de politie haar werkwijze aantoonbaar heeft verbeterd en veel meer oog heeft voor het slachtofferbelang.Lid Becker vroeg of we bereid zijn serieus werk te maken van het beter opvolgen van meldingen en aangiftes. Ja, daartoe zijn we bereid. Lange doorlooptijden in zedenzaken kunnen grote impact hebben. Binnen de politie zijn de afgelopen jaren dan ook verschillende investeringen gedaan voor het uitbreiden van de formatie van de teams opsporing seksuele misdrijven om de werkvoorraden op het gebied van zedenzaken terug te dringen en de verwachte stijging van het aantal meldingen en aangiftes als gevolg van de invoering van de Wet seksuele misdrijven te kunnen opvangen. Dit kabinet zal daarnaast, conform ambities in het coalitieakkoord, een impuls geven aan de aanpak door de politie van online seksueel misbruik.Mevrouw Becker vroeg ook nog of wij inzicht kunnen geven in het aantal meldingen en aangiftes. De Kamer wordt halfjaarlijks geïnformeerd over het aantal meldingen en aangiftes en werkvoorraden bij de politie op het terrein van zedenzaken. Zoals opgenomen in het halfjaarbericht van juni 2026 waren er bij de politie in het eerste halfjaar 6.228 incidenten van seksueel geweld geregistreerd, waarvan in bijna 1.700 gevallen het slachtoffer ook aangifte bij de politie deed.Mevrouw Van Meetelen vroeg wanneer de afgesproken doorlooptijden wel structureel worden gehaald, waar nou de grootste vertragingen zitten en wat het kabinet gaat doen. De stijging van het aantal meldingen van seksueel geweld legt druk op de strafrechtketen. Het waarborgen van voldoende capaciteit binnen de keten verdient dan ook blijvende aandacht. Tegelijkertijd kan niet zonder meer worden gesteld dat een verdere uitbreiding van de capaciteit op dit moment zal leiden tot snellere doorlooptijden in zedenzaken. Er moet ook gekeken worden naar andere en creatieve oplossingen. De organisaties in de strafrechtketen hebben daarom ingezet op andere maatregelen, die op termijn kunnen bijdragen aan het op structurele wijze verkorten van de doorlooptijden, en aan het versterken van de strafrechtketen. Denk daarbij aan het optimaliseren en aanpassen van de werkprocessen, het prioriteren van zedenzaken bij het plannen van zittingen, het verbeteren van de sturing op capaciteit en prioriteit, meer maatwerk en een passende en betekenisvolle afdoening voor het slachtoffer. De cijfers — ik noemde er net al een van — over 2024 en 2025 laten de eerste positieve resultaten zien. We zijn er dus nog niet, maar we werken er hard aan en zijn op weg.Mevrouw Armut vroeg of het niet wenselijk zou zijn om geld te storten in dat fonds. Ik heb u net eigenlijk al verteld hoe het werkt met het bestaande fonds. Een nieuw fonds lijkt mij dus niet wenselijk. Het als onvoorwaardelijke straf of maatregel kunnen opleggen van artikel 14 van het Wetboek van Strafrecht is niet wenselijk, omdat dit extra sancties creëert in het huidige palet. De vraag is ook hoe dat zich precies verhoudt tot de reeds bestaande geldboete. Het is wel mogelijk om bij deze maatregel een bijdrage aan bijvoorbeeld het Centrum Seksueel Geweld op te leggen; dat heb ik net ook al benoemd.Mevrouw Armut hoort ook graag hoe het staat met de uitvoering van de motie van eind 2024 over de traumatische ervaringen van seksueel misbruik achter gesloten deuren. Naar aanleiding van die motie loopt er een WODC-onderzoek naar de externe openbaarheid van strafzittingen. In dit onderzoek komen de mogelijkheden aan bod om de privacy van slachtoffers te beschermen en de belangenafweging die plaatsvindt met het grondwettelijke beginsel van openbaarheid. Het onderzoek zit op dit moment in de afrondende fase en wordt naar verwachting in het laatste kwartaal van dit jaar openbaar. Daarnaast zal de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid met een beleidsreactie komen.Voorzitter. Ten slotte een vraag van mevrouw Van Meetelen, die ook is gesteld door mevrouw Coenradie. Die vraag gaat over het huidige tekort aan forensisch artsen. Wanneer verwachten wij dat dat weer op orde is? Ik heb helaas geen antwoord op deze vraag. In het capaciteitsplan van de komende drie jaar geeft het Capaciteitsorgaan aan dat er veel onzekerheid is rondom de vraag naar forensische geneeskunde in de komende jaren. Een aantal ontwikkelingen die een substantiële impact kunnen hebben, lopen parallel. Dat gaat bijvoorbeeld om de overgang van medische arrestantenzorg naar andere professionals, over de bestaande onvervulde vraag — je weet natuurlijk nooit precies waar het over gaat qua aantallen — en de substitutie van taken naar forensische verpleegkundigen en andere artsen. Ik ben wel met mijn collega's van JenV en BZK bezig om te werken aan die toekomstbestendige forensische geneeskunde, onder andere via een gezamenlijk programma gericht op de versterking hiervan. Daar wordt u jaarlijks over geïnformeerd door de minister van JenV.De voorzitter:Was dit het einde van het blokje? Ja. Dan kijk ik even of de Kamerleden nog vragen hebben.Mevrouw Armut (CDA):Ik begrijp dat dit niet valt binnen de portefeuille van de minister die hier aanwezig is. Ik heb alleen wel nog steeds een vraag over de pornowebsites waarop filmpjes circuleren van vrouwen die worden gedrogeerd en misbruikt door hun partners. Ik vind het wel een beetje lastig dat er pas een brief komt richting het commissiedebat in december, juist omdat ik tijdens de mondelinge vragen in juni heb gevraagd om actief gebruik te maken van de mogelijkheden die er al zijn, zoals de AVG-route. Het is namelijk al zo dat seksuele beelden van herkenbare personen een bijzonder persoonsgegeven zijn. Je zou er dus al actief op kunnen sturen dat er wordt uitgegaan van consent. Dus als er niet expliciet staat dat er toestemming is gegeven om deze beelden te gebruiken, waarom zou je ze dan niet actief offline halen? Ik ben dus benieuwd of de minister — dat zal in dit geval de minister van JenV zijn — in de tussentijd al bezig is geweest, bijvoorbeeld met de Autoriteit Persoonsgegevens, Offlimits en de politie, om die beelden offline te halen, bijvoorbeeld via de AVG-route. Ik ben benieuwd of hij dat al doet en hoop dat we dat niet pas in december horen. Misschien kan de minister daar toch al iets over vertellen in de tweede termijn.Minister Sterk:Ik zal de vragen die u heeft, doorgeleiden naar de minister van JenV, want ik kan die op dit moment niet beantwoorden.De voorzitter:Heel kort, mevrouw Armut.Mevrouw Armut (CDA):Ja, heel kort. Dan heb ik waarschijnlijk geen tweede termijn nodig, dus dat scheelt. Kunnen we daar als Kamer dan wel al een reactie op krijgen voor dat commissiedebat in december? Ik neem aan dat zo'n vraag op zich al wel eerder beantwoord kan worden.Minister Sterk:Ook dat verzoek zal ik doorgeleiden. Daar kan ik natuurlijk geen toezegging op doen.De voorzitter:En dat brengt ons … O, mevrouw Van Meetelen nog op dit blokje, kort.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, kort, voorzitter. Ik snap dat de minister hier geen precies antwoord op kan geven. Ik had een vraag over het tekort aan forensisch artsen, over het aantal. U kon daar niet echt een antwoord op geven. Wellicht kan uw collega dat nog doen. Mijn vraag is dus eigenlijk, als die toch beantwoord kan worden — desnoods kan dat schriftelijk, dat maakt mij niet uit — of we wat meer inzicht kunnen krijgen in hoeveel artsen er precies te weinig zijn om dit uit te voeren.Minister Sterk:Ook hier hoor ik de urgentie die u uitspreekt. Ook deze vraag zal ik doorgeleiden naar mijn collega.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn wij aangekomen bij het blokje overig.Minister Sterk:Dat klopt helemaal. Ik begin weer bij een vraag van het lid Becker en mevrouw … Wacht even, dit is het verkeerde mapje. Deze heb ik net al gedaan. Ik ben bij het mapje overig. Dan begin ik toch bij een vraag van mevrouw Becker. Zij vroeg namelijk of ik ook vind dat de overheid zou moeten zorgen voor meer cameratoezicht en genoeg boa's en zo. Daar heb ik net eigenlijk ook wel iets over gezegd. Enerzijds heeft de overheid absoluut een taak, maar ik denk dat we hier allemaal een taak in hebben.Mevrouw Paulusma vroeg hoe ik kijk naar het uitgangspunt van de kind-eerst-wet. Ik heb al eerder aangegeven dat ik daar heel sympathiek tegenover sta en ook met grote belangstelling afwacht wanneer die wet naar de Kamer komt.Mevrouw Becker vroeg of ik bereid ben om met spoed het actieplan stop geweld tegen vrouwen uit te voeren. Ik ben ook heel erg voor snel dingen uitvoeren, maar we weten allemaal dat de Nationaal Coördinator vorige week is gestart. Ze is wel direct aan de slag gegaan met het overzicht en de samenhang met betrekking tot alle inzet rondom geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling. We zullen dus ook zo snel mogelijk komen met een totaaloverzicht en planning. Tussentijds zal de Kamer uiteraard wel worden geïnformeerd over de voortgang op de verschillende trajecten, wetsvoorstellen en acties uit het coalitieakkoord. Daar werd terecht van gezegd dat die al een tijdje lopen. Over de gelden zullen we in de VWS-begroting verder spreken. Op verschillende posten zijn er middelen vrijgemaakt rondom Filomena, vrouwenopvang en andere plekken. Ik stel voor dat we het gesprek daarover bij de begroting voeren.Dan ben ik eigenlijk zo drie vragen verder. Wat is de stand van zaken rondom de motie over afkoelhuizen voor daders? De uitwerking van deze motie wordt door de minister van Justitie en Veiligheid meegenomen in de pilots ter verbetering van het tijdelijke huisverbod. In dat traject wordt onder meer gekeken naar de mogelijkheden voor de inzet van hulpverlening voor plegers en toezicht op plegers. Op dit moment zijn die pilots nog in uitvoering. We verwachten in het eerste kwartaal van 2027 de bevindingen en opvolging van de pilots met u te kunnen delen.Dan was er de vraag van mevrouw Vliegenthart of ik bereid ben in kaart te brengen wat organisatorisch en financieel nodig is om minimaal één gespecialiseerd nazorgspreekuur per regio te realiseren. Gemeentes zijn verantwoordelijk voor het organiseren en financieren van deze laagdrempelige ondersteuning voor potentiële slachtoffers. Op dit moment zijn er in twaalf regio's al gespecialiseerde nazorgspreekuren beschikbaar, met een landelijke spreiding. Daarom ben ik eigenlijk niet voornemens om nog een onderzoek te doen naar of een inventarisatie te doen van die landelijke dekking. Wel kan ik de VNG en de GGD vragen om de lessen uit Den Haag, waar het loopt, met elkaar te bespreken en daarvan te leren.Mevrouw Vliegenthart had ook een aantal vragen over de aanbevelingen van GREVIO. Ze vroeg wat wij hebben gedaan met de aanbevelingen op terreinen als preventie, opvang, gespecialiseerde hulp, familierecht en strafrecht. Vorig jaar, op 27 november 2025, is daarop gereageerd. De opvolging van deze aanbeveling is ook onderdeel van lopend beleid. Binnen drie jaar wordt aan de Raad van Europa gerapporteerd over de voortgang. Deze rapportage zal ook met de Tweede Kamer worden gedeeld. Als het gaat om de stappen die voor juni volgend jaar zijn gezet, ligt er sinds 2026 ter advies bij de Raad van State een wetsvoorstel dat de richtlijn implementeert. Het advies wordt naar verwachting vandaag gepubliceerd. Na verwerking hiervan volgen dan het nadere rapport, de bespreking in de ministerraad en de indiening bij de Tweede Kamer, zoals u vast weet.Ten slotte is er uw vraag of de beschikbare middelen voldoende zijn. Of de huidige financiering via de Wmo toereikend is, wordt nu onderzocht in de uitvoeringstoets van VNG Realisatie. Die toets moet inzicht geven in de benodigde middelen en in de vraag of de bestaande financiering via de algemene uitkering en de Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang volstaat. De resultaten hiervan zullen dan ook bepalen of er aanvullende middelen nodig zijn.Mevrouw Becker vroeg naar de uitvoering van de motie-Becker over het in kaart brengen van de privacyregels en gegevensdeling. Dat onderzoek wordt op dit moment uitgevoerd. De Kamer wordt over de uitkomsten geïnformeerd in de voortgangsbrief huiselijk geweld en kindermishandeling. Die verwachten we in december.Mevrouw Vliegenthart had nog een vraag over de deskundigheidsbevordering, namelijk wanneer de Tweede Kamer een plan daarvoor ontvangt. We hebben het onderzoeksrapport over het verbeteren van de deskundigheidsbevordering op 3 juli met de Kamer gedeeld. Omdat de aanbevelingen zowel landelijk als regionaal het organisatieniveau beslaan, worden de aanbevelingen uit dit rapport op dit moment besproken met JenV en de VNG. We zullen u over de voortgang updaten in de brief in december van dit jaar.Ten slotte is er de vraag van mevrouw Becker of ik kan toezeggen dat de geleerde lessen van de regeringscommissaris en uit het NAP worden bestendigd in de aanpak van — nu staan er wel heel veel afkortingen — in ieder geval huiselijk geweld en kindermishandeling en de aanpak daarvan. Dat gaan we inderdaad doen. Het wordt ook meegegeven aan de Nationaal Coördinator om dit verder uit te werken in het actieprogramma.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik of er echt noodzakelijke vragen zijn, want om 17.00 uur begint er een volgend debat in deze zaal. Ik vraag mevrouw Vliegenthart dus om het heel kort te doen.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Ik zal het kort houden, voorzitter. Ik heb een vraag over de VGV-spreekuren. Het is duidelijk dat er verschillende regio's zijn. Maar bij dit spreekuur — ik pak 'm er even bij — wordt heel nauw samengewerkt met het sociaal domein en het CSG. Het heeft ook cultuurmediators. Er wordt ook echt outreachend gewerkt. Dus de vraag is: zit die regionale spreiding, die landelijke dekking, sec in de nazorgspreekuren, of ook echt in de hele aanpak van het nazorgspreekuur, die juist in het HagaZiekenhuis zo effectief is?Minister Sterk:Ik kom daar in de tweede termijn op terug.De voorzitter:Dank aan de minister. Dat brengt ons bij de tweede termijn van de Kamer. Daarvoor geef ik mevrouw Beckerman het woord.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat slachtoffers van seksueel geweld die zich melden bij het Centrum Seksueel Geweld eigen risico moeten betalen voor de medische zorg die zij daar krijgen;spreekt uit dat seksueel geweld nooit het "eigen risico" is van degene die dit wordt aangedaan;verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat slachtoffers bij het Centrum Seksueel Geweld geen eigen risico meer hoeven te betalen,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 4 (36841). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Centra Seksueel Geweld (CSG's) afhankelijk zijn van onzekere en tijdelijke financiering via gemeenten, waardoor er regionale verschillen ontstaan;constaterende dat er ook regionale verschillen zijn in de manier waarop de medische zorg gefinancierd wordt;overwegende dat seksueel geweld een landelijk en structureel probleem is, waarvoor meer landelijke regie op preventie en hulpverlening logisch zou zijn;constaterende dat recent is besloten voor de komende jaren extra geld uit te trekken voor hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld;verzoekt de regering om voor de begroting van VWS in beeld te brengen hoe met ten minste deze extra middelen het landelijke CSG en de regionale CSG's beter en eenduidiger gefinancierd zouden kunnen worden;verzoekt tevens in beeld te brengen welke meer structurele en eenduidige financieringsroutes er zijn voor de toekomst en daarbij de optie van financiering vanuit de Rijksoverheid mee te nemen,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Becker, Armut, Paulusma en Vliegenthart.Zij krijgt nr. 5 (36841). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het zeer onwenselijk is als slachtoffers van seksueel geweld familieleden als tolk moeten gebruiken;overwegende dat de Kamer via meerdere moties heeft verzocht om verbetering van de toegankelijkheid van tolken in de zorg;verzoekt de regering om in ieder geval te regelen dat er altijd een passende professionele tolk kan worden ingezet op plekken waar slachtoffers van seksueel geweld zich melden, zowel bij gespecialiseerde hulporganisaties als bij bijvoorbeeld de huisarts,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 6 (36841). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Centra Seksueel Geweld (CSG's) te maken hebben met een jaarlijkse stijging van het aantal hulpvragen, maar de financiering niet meegroeit;verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat de financiering van zowel het landelijke CSG als de regionale CSG's voortaan meestijgt met de inflatie en het aantal hulpvragen,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 7 (36841). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat slachtoffers van seksueel geweld zich vaak in eerste instantie melden vanwege de negatieve gevolgen daarvan, zoals slaapproblemen of depressieve of suïcidale gevoelens;overwegende dat het daarom van groot belang is dat zorgverleners waarbij zij zich melden signalen van seksueel geweld kunnen herkennen en weten hoe ze daarmee om moeten gaan en waarnaar zij eventueel kunnen doorverwijzen, maar dat dit nog niet altijd het geval is;verzoekt de regering om concrete stappen te zetten om zorgverleners beter te trainen en voor te lichten over het herkennen van signalen van seksueel geweld en de zorg voor de slachtoffers daarvan,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 8 (36841).Mevrouw Beckerman (SP):En de laatste. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er wordt gewerkt aan betere samenwerking bij de hulp aan slachtoffers van seksueel geweld;overwegende dat uit de evaluatie van de pilot hiervan blijkt dat deze potentie heeft, maar nog wel doorontwikkeld moet worden om slachtoffers beter te kunnen helpen;overwegende dat er signalen zijn dat het gebrek aan financiering de verbetering van de aanpak in de weg staat;verzoekt de regering om in kaart te brengen welke financiering nodig is om de nieuwe werkwijze bij hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld tot een succes te maken en hierbij ook ervaringsdeskundigen te betrekken,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 9 (36841).Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Terwijl mevrouw Beckerman een glaasje water neemt, gaan we naar mevrouw Vliegenthart.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Dank, voorzitter. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat slachtoffers van seksueel geweld zich vaak bij zorgverleners melden met lichamelijke of psychische klachten zonder het geweld zelf te benoemen;overwegende dat vroegtijdige herkenning vraagt om voldoende kennis over signalering, veilig doorvragen, cultuursensitief werken en passende doorverwijzing;constaterende dat het aangekondigde gezamenlijke plan voor structurele deskundigheidsbevordering nog niet aan de Kamer is aangeboden;verzoekt de regering uiterlijk voor 1 januari 2027 met beroepsgroepen, opleidingen, het CSG en ervaringsdeskundigen een landelijk plan op te stellen voor structurele deskundigheidsbevordering van zorg- en hulpverleners, inclusief scholing, een signalerings- en verwijsstandaard en monitoring van de toepassing in de praktijk,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Vliegenthart en Wiersma.Zij krijgt nr. 10 (36841). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat vrouwen en meisjes die vrouwelijke genitale verminking hebben ondergaan te maken kunnen krijgen met langdurige lichamelijke en psychische klachten;overwegende dat het nazorgspreekuur van het HagaZiekenhuis, waarin medische expertise wordt gecombineerd met een cultuursensitieve benadering en de inzet van sleutelpersonen, een toegankelijk en succesvol zorgmodel biedt;overwegende dat dit gespecialiseerde aanbod nog niet in iedere regio beschikbaar is;verzoekt de regering samen met betrokken zorgverleners, GGD'en, gemeenten en sleutelpersonen in kaart te brengen wat organisatorisch en financieel nodig is om minimaal één gespecialiseerd nazorgspreekuur voor VGV per regio te realiseren, en de Kamer hierover uiterlijk voor de Voorjaarsnota 2027 te informeren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.Zij krijgt nr. 11 (36841). MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de implementatie van de EU-richtlijn inzake geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld vraagt om voldoende en toegankelijke slachtofferondersteuning;constaterende dat deze ondersteuning in verschillende regio's grotendeels vanuit de Wmo wordt gefinancierd en dat hierdoor verschillen in capaciteit en aanbod ontstaan;overwegende dat beperkte Wmo-financiering onder meer leidt tot knelpunten in casemanagement, netwerkcoördinatie en outreachende ondersteuning;verzoekt de regering om voorafgaand aan de wettelijke verankering van de EU-richtlijn inzichtelijk te maken of de huidige Wmo-financiering toereikend en structureel passend is om deze verplichtingen in iedere regio daadwerkelijk uit te voeren en als dit niet het geval is, aanvullende structurele financiering buiten de bestaande Wmo-middelen te organiseren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.Zij krijgt nr. 12 (36841).Mevrouw Vliegenthart (PRO):De laatste. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat slachtoffers van seksueel geweld lang kunnen wachten op specialistische ggz en in die periode niet overal passende ondersteuning ontvangen;overwegende dat steungroepen, lotgenotencontact, ervaringsdeskundigen en sleutelpersonen laagdrempelige en traumasensitieve ondersteuning kunnen bieden;overwegende dat succesvolle initiatieven nu vaak tijdelijk gefinancierd of niet in iedere regio beschikbaar zijn;verzoekt de regering samen met het CSG en betrokken hulporganisaties in kaart te brengen wat nodig is om succesvolle vormen van groeps- en lotgenotenondersteuning structureel te borgen en in iedere CSG-regio toegankelijk te maken, ook als ondersteuning ter overbrugging van wachttijd of preventie van specialistische ggz, zonder dat dit tijdige ggz-zorg vervangt;verzoekt de regering de Kamer uiterlijk voor de Voorjaarsnota 2027 te informeren over mogelijke uitvoering en benodigde financiering,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Vliegenthart en Westerveld.Zij krijgt nr. 13 (36841).Dank u wel. Ik ga naar mevrouw Wiersma.Mevrouw Wiersma (BBB):Dank, voorzitter. Ik heb geen moties, want ik heb vanwege de beperkte tijd die we als kleine fractie hebben, eigenlijk al mijn tijd in de inbreng gestopt. Maar ik wil niet verdergaan voordat ik mevrouw Dobbe nogmaals bedankt heb voor het agenderen van dit belangrijke stuk. Wij ondersteunen de initiatiefnota van harte.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Armut had al beloofd af te zien van haar tweede termijn. Dan gaan we naar mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, dank, voorzitter. Ik heb ook geen moties, dus we brengen de boel een beetje in balans na de enorme hoeveelheid moties die we net gehoord hebben. Ook dank aan de initiatiefnemer voor het schrijven van deze nota, want dat is veel werk. Ook dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Wij zullen verder met de fractie gaan bekijken hoe we de moties gaan beoordelen.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik kort het voorzitterschap over aan mevrouw Beckerman.Voorzitter: BeckermanDe voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Becker, die spreekt namens de fractie van de VVD.Mevrouw Becker (VVD):Dank u wel. MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat te veel slachtoffers van seksueel geweld te maken krijgen met bureaucratie en willekeur of herhaaldelijk hetzelfde verhaal moeten vertellen wanneer zij een melding of aangifte doen;van mening dat slachtoffers van seksueel geweld die de grote stap zetten om hulp te zoeken of aangifte te doen, beter geholpen moeten worden;verzoekt het kabinet met slachtoffers in overleg te treden over het verbeteren van het proces van melding en aangifte;verzoekt het kabinet daarbij in elk geval een pilot te draaien met een digitaal gestandaardiseerde intake die zowel agenten als slachtoffers helpt het proces van aangifte te verbeteren, waarmee de kans van vervolging en veroordeling van daders ook vergroot wordt, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van JenV te informeren,en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Becker, Paulusma en Coenradie.Zij krijgt nr. 14 (36841).Dank u wel, mevrouw Becker. Dan geef ik u het voorzitterschap terug.Voorzitter: BeckerDe voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even naar de kant van de minister om te zien hoelang er geschorst moet worden. Tien minuten. Dat gaat wel betekenen dat wij enkel nog heel kort een vraag kunnen stellen over de beantwoording, want dan hebben we daarna nog maar tien minuten, en ik gun mevrouw Dobbe het laatste woord. Om 16.50 uur zijn we hier weer terug met elkaar.De vergadering wordt van 16.39 uur tot 16.50 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug bij de tweede termijn van de zijde van het kabinet. Ik wil de minister graag het woord geven voor haar advisering over de moties. We beginnen bij de eerste motie.Minister Sterk:Voorzitter, dank u wel.De motie op stuk nr. 4 ontraad ik met verwijzing naar het debat dat we daarover hebben gevoerd.De motie op stuk nr. 5: oordeel Kamer. Ik lees 'm als het in kaart brengen van de bestedingsdoelen van die 2 miljoen uit de Miljoenennota. Ik zal vóór de begrotingsbehandeling een brief naar de Kamer sturen. In die brief zal ik ook ingaan op welke financieringsroutes er in de toekomst zijn.De motie op stuk nr. 6 wil ik ontraden, ook met verwijzing naar het debat. De motie is gewoon te breed; we kijken wel naar de Zorgverzekeringswet, maar deze motie wil dat we dat breder doen.De motie op stuk nr. 7: ook ontraden, want die loopt vooruit op de motie op stuk nr. 5. Ik ben er niet per se tegen, maar ik zou eerst de uitkomst van de motie op stuk nr. 5 willen afwachten.De motie op stuk nr. 8: ook oordeel Kamer. Als ik dan het onderscheid mag maken naar toekomstige en huidige professionals, kan ik de motie oordeel Kamer geven voor de professionals in de praktijk.Dan de motie op stuk nr. 9: ook oordeel Kamer. Het is al onderdeel van de aanpassingen die we op dit moment aan het doen zijn, en daar zijn ervaringsdeskundigen ook bij betrokken.De motie op stuk nr. 10: oordeel Kamer. Er is op dit moment al een onderzoeksrapport opgeleverd en we zijn met de aanbevelingen daaruit aan de slag. De Nationaal Coördinator moet dit ook echt mee gaan nemen in het actieplan. Als ik de datum die u noemt, mag zien als een streefdatum, kan ik 'm oordeel Kamer geven.De motie op stuk nr. 11 is overbodig. Dat zeg ik ook met verwijzing naar het debat dat we daar net over hadden.De motie …De voorzitter:Eén seconde. Er is daar een korte vraag over van mevrouw Vliegenthart.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Er lag daarover volgens mij nog een vraag voor in de tweede termijn. Mijn vraag was of er voor de spreekuren in het land daadwerkelijk dezelfde aanpak is, want daar gaat mijn motie over.Minister Sterk:Dan neem ik gelijk het antwoord op de vraag mee, want dat had ik hier inderdaad ook liggen. In meerdere regio's worden expertises gebundeld in de werkwijze voor het spreekuur, zoals medische expertise, tolken en de cultuursensitieve aanpak. Zoals ik in mijn eerdere antwoord benoemde, zal ik de VNG en de GGD vragen om de lessen van het spreekuur in Den Haag te delen met andere regio's.De voorzitter:De motie heeft dus het oordeel overbodig gekregen. Is dat voor mevrouw Vliegenthart nog aanleiding om haar motie … Nee, zij wil 'm in stemming brengen.Mevrouw Vliegenthart (PRO):Voor nu nog niet.Minister Sterk:Nou twijfel ik of ik de motie op stuk nr. 12 al had geapprecieerd. Nee? Die wil ik ook oordeel Kamer geven. De VNG is op dit moment bezig met een uitvoeringstoets vanuit de Wmo.De motie op stuk nr. 13: ook oordeel Kamer. We zullen dat oppakken vanuit het AZWA.Dan tot slot de motie op stuk nr. 14: oordeel Kamer. De minister van JenV is bereid om in overleg te gaan, en zoals ik eerder al zei, is er ook al contact geweest met de initiatiefnemer over deze werkwijze.Ik had nog één laatste vraag te beantwoorden en dan ben ik klaar. Ik zou er nog even op terugkomen of ik vóór behandeling van de Implementatiewet EU-richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld inzicht kan geven in financiële knelpunten wat betreft regionale CSG's. Ik zeg toe hier vóór de behandeling van de implementatiewet door de Tweede Kamer op terug te komen.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even naar de zijde van de Kamer. Daar zijn geen vragen meer. Ik geef het woord voor de tweede termijn aan de initiatiefnemer, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Die termijn wil ik natuurlijk beginnen met iedereen te bedanken voor het goede debat van vandaag. Ook dank voor alle voorstellen die zijn gedaan. Alle stappen die we kunnen zetten, zijn goed en ik vind het al heel mooi dat dat naar aanleiding van deze initiatiefnota is gebeurd.Ik zou zelf natuurlijk op alles het advies "oordeel Kamer" geven, dus kijk daar als Kamer ook vooral op die manier naar. We hebben immers niet voor niets met zó veel mensen gesproken; dit alles verdient echt wel "oordeel Kamer".Voorzitter. Ik wil nog twee dingen zeggen als dat mag. We hebben het erover gehad dat het uitgangspunt moet zijn dat we redeneren vanuit het slachtoffer. Dan moeten we kijken naar de verschillen die er zijn, naar de onzekerheid die er nu is, naar de duivelse dilemma's die het CSG nu al aangeeft te hebben en naar de gevolgen daarvan voor slachtoffers. Ik wil toch benadrukken dat lokaal maatwerk echt iets ander is dan de ongewenste verschillen die er nu bestaan tussen de verschillende CSG's en de hulp, zorg en ondersteuning die er zijn voor slachtoffers van seksueel geweld. Die ongewenste verschillen worden veroorzaakt door onzekerheid in de financiering en door kortlopende financiering. Dat is wel wat er nu gebeurt. Dat is wat we zien, dat is wat we horen. Volgens mij is er daarom meer nodig dan er nu gebeurt en is toegezegd. Ik wil de Kamer dan ook echt vragen om serieus daarnaar te kijken en naar de voorstellen die we daarvoor kunnen doen.Ik wil ook nog iets zeggen over het eigen risico. We hebben het over angst, schaamte en schuldgevoel als heel grote barrières voor slachtoffers om hulp en ondersteuning te zoeken. We zeggen ook "het is niet jouw schuld." Dát is wat we zeggen tegen slachtoffers, maar hoe kan het dan wel het eigen risico zijn van het slachtoffer? Hoe kan dat de conclusie zijn van een debat als dat van vandaag? Volgens mij moet dat niet onze conclusie zijn. Ik wil echt de Kamer oproepen om er op die manier naar te kijken.Ik denk ook niet dat we moeten doen alsof we niet weten dat het eigen risico aanleiding kan zijn voor slachtoffers om zorg en hulp te mijden. Dat is het namelijk wel. Dat hebben we gehoord. Het gebeurt en elke keer als het gebeurt, is dat pijnlijk en onnodig. Zelfs als we niet precies weten hoe vaak het gebeurt, dan nog denk ik: waarom zouden we het risico nemen met deze groep slachtoffers, slachtoffers van seksueel geweld? Dat moeten we niet doen. De minister had het in haar beantwoording over "neveneffecten" van het afschaffen van het eigen risico. Volgens mij is het grootste neveneffect van het afschaffen van het eigen risico dat er zou kunnen optreden dat slachtoffers geen zorg zullen mijden vanwege het eigen risico. Volgens mij is dat iets wat we allemaal zouden willen.Dat wilde ik daar nog over zeggen, naast dat als je kijkt naar het afgelopen jaar, de kosten ervan iets meer dan zes ton bedragen. Het is dus ook niet zo dat het hele zorgsysteem ervan zal instorten of de zorgpremies enorm zullen stijgen; dat is gewoon niet zo. Dat wilde ik dus nog kwijt.Ik wil alle professionals, alle ervaringsdeskundigen, alle organisaties en ook de Kamer ontzettend bedanken voor alle input en alle ideeën die wij hebben gekregen. Ik wil ook de minister danken voor de antwoorden en voor haar inzet om dit te verbeteren. Wij blijven ons in ieder geval inzetten en wij blijven voorstellen doen. Ik hoop dat alle voorstellen die vandaag zijn ingediend in ieder geval worden aangenomen. Anders zullen wij elkaar weer treffen in het debat.Dank u wel.De voorzitter:Grote dank aan mevrouw Dobbe. De voorzitter die dit debat begon, zei vanmiddag dat het ergens toch teleurstellend is dat er bij zo'n belangrijk onderwerp alleen maar vrouwen van alle partijen komen, maar ik denk dat we vandaag met al die vrouwen van al die partijen hebben laten zien dat we dit onderwerp ontzettend serieus nemen en dat we er ook kwaliteit op leveren. Daarmee zeer veel dank aan mevrouw Dobbe dat zij ons in die gelegenheid heeft gesteld.In mijn rol als voorzitter wil ik dan zeggen dat wij aan het einde zijn gekomen van de behandeling van deze initiatiefnota. Dank aan alle leden voor hun inbreng en hun aanwezigheid. Mevrouw Dobbe, maar ook haar ondersteuning, ontzettend veel dank voor de verdediging, de uitleg en de reactie op alle inbrengen. Natuurlijk zeer veel dank aan de minister en haar ondersteuning voor de beantwoording van de vragen. Ik wil ook de mensen danken die vandaag op de publieke tribune zaten en die thuis hebben meegekeken.Voor de helderheid: we stemmen dinsdag 29 september aanstaande over de zojuist ingediende moties. Ik wens u allen verder een prettige avond. Wel thuis. Sluiting 16.59 uur. ONGECORRIGEERD STENOGRAMVerslag OSV 1 2026-2027 van 21 september 2026 Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected]

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 134218ec376e9bc6

13 okt 2026 · 0ff41ed3155ecbf8

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.