Welzijn en onderwijs
Brontekst
Versie 0b2b08bba3401850 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet Onderwijs31 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleid25 424Geestelijke gezondheidszorgNr. 874 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 mei 2026Nederlandse jongeren horen tot de gelukkigste ter wereld.1 Toch groeiende zorgen over hun mentale gezondheid. Uit verschillende onderzoekenblijkt dat de mentale gezondheid van jongeren onder druk staat. Die drukwordt in de hele samenleving ervaren en is ook zichtbaar in hetonderwijs.2 De afgelopen periode is er, mede met de inzet van demiddelen uit het Nationaal Programma Onderwijs, flink ingezet op hetverbeteren van het welzijn van jongeren. We zien gelukkig een stabili-sering van de cijfers.3 Dat neemt niet weg dat de zorgen over het welzijnvan scholieren en studenten urgent blijven.In het licht van deze ontwikkeling heeft de Onderwijsraad een verkenninguitgebracht over de vraag wat het onderwijs te bieden heeft voor hetwelzijn van jongeren.4 Conform het verzoek van uw Kamer aan detoenmalige Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangt uhierbij onze reactie op deze verkenning.5 Tevens bied ik u met deze briefde evaluatie naar het Kader Studentenwelzijn aan en de verkenning naarde studentvoorzieningen in relatie tot de Beleidsregel investeren metpublieke middelen in private activiteiten. Ook informeren wij uw Kamerover de uitvoering van een aantal moties en toezeggingen over het welzijnvan scholieren en studenten. Ten slotte merken we op dat eind vorig jaarhet IBO Mentale gezondheid en ggz is verschenen. De Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister voor Langdurige Zorg,1Unicef, Innocenti Report Card 19. Child Well-Being in an Unpredictable World, 2025. WHR,Happiness and Social Media, 2026.2Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, Op de rem – Voorbij de hypernerveuze samen-leving, 2023.3Centraal Bureau voor de Statistiek, Jeugdmonitor 2025: Welzijn, 2025.4Onderwijsraad, Verkenning Welzijn en onderwijs, 2026.5Commissiebrief, kenmerk 2026Z01119. kst-31293-874ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8741 Jeugd en Sport zullen in het najaar de beleidsreactie daarop naar uwKamer versturen. Daarin zal de in deze brief gepresenteerde visie in debredere maatschappelijke aanpak worden ingebed.Onderwijsraad: verschuif het perspectiefIn zijn verkenning benoemt de Onderwijsraad dat in onderzoek en beleidhet afnemend welzijn vaak benaderd wordt als individueel mentaalgezondheidsprobleem. Die duiding zet in het onderwijs aan tot eenzorggerichte en individuele aanpak, waardoor het onderwijs wordtovervraagd. Tegelijkertijd wordt de preventieve en onderwijseigenbijdrage aan het welzijn van jongeren niet ten volle benut.De raad pleit voor een bredere duiding van de oorzaken van het afnemendwelzijn. Volgens de raad heeft het afnemende welzijn te maken met dezoektocht naar betekenis en de zin van het leven (zingevingsduiding). Ookde geïndividualiseerde prestatiesamenleving speelt een rol door grotedruk op jonge mensen te leggen zonder daarbij kaders of houvast tebieden (maatschappelijke duiding). Deze brede benadering geeft inzicht inandere mogelijkheden waarmee het onderwijs van betekenis kan zijn voorhet welzijn van jongeren.Het onderwijs kan volgens de raad niet alleen worden gezien als plek waarwelzijnsproblemen worden gesignaleerd, maar juist ook als eenvormende omgeving waarin jongeren betekenis kunnen geven aan hunervaringen en leren samenleven. De raad benadrukt daarbij dat het, in eensamenleving waar individualisme steeds meer de norm lijkt, belangrijkerdan ooit is om te investeren in sociale samenhang. Onderwijsinstellingenkunnen hieraan bijdragen door een veilige en sociale schoolcultuur tebieden aan jongeren. Op deze manier is welzijn niet alleen eenvoorwaarde voor deelname aan onderwijs, maar ook een opbrengst vanonderwijs.Kabinet: goed onderwijs is de basis, ook voor welzijnHet onderwijs heeft een drieledige taak richting jongeren: socialisatie,kwalificatie en persoonsvorming. Als scholen en instellingen daarinslagen, beheersen leerlingen de basisvaardigheden, zoals lezen, schrijvenen rekenen, hebben ze zichzelf beter leren kennen en weten ze hoe demaatschappij werkt en hoe ze daar een bijdrage aan kunnen leveren. Inhet vervolgonderwijs worden kennis en vaardigheden verbreed enverdiept en leren studenten verder hoe ze hun plek in de maatschappijkunnen vinden.Ongemak en een zoektocht naar identiteit horen bij het leven vanjongeren, en zijn om die reden nooit geheel weg te nemen. Maar een testerk verminderd welzijn van jongeren is onwenselijk. Daarbij ziet hetkabinet dat onderwijsinstellingen vaak op een individuele, zorggerichtemanier werken aan welzijn van jongeren. Dat overvraagt het onderwijs enpast ook niet bij de kracht van de onderwijsinstellingen: het leren enontwikkelen als onderdeel van een collectief.Het kabinet is het eens met de Onderwijsraad dat een ander perspectiefop welzijn in het onderwijs nodig is. Een perspectief dat veel meer dekracht van het onderwijs zelf en de socialiserende functie van onsonderwijs centraal stelt. Leerlingen en studenten die goed onderwijskrijgen waarbij zij vaardigheden opdoen zoals lezen, rekenen en digitalegeletterdheid en waarbij zij zelfvertrouwen opbouwen en succeserva-ringen beleven, zijn namelijk weerbaarder en beter in staat hun weg tevinden op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. In het funderendTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8742 onderwijs wordt met het verbeterde curriculum voor burgerschap endigitale geletterdheid dagelijks gewerkt aan vragen die direct raken aanwie je bent en in welke maatschappij je leeft. Leerlingen krijgen daarbij dekennis en vaardigheden aangereikt om zich in die maatschappij staande tehouden. Ook het werken aan een veilige schoolcultuur met een sterkepedagogische basis levert een belangrijke bijdrage aan het welzijn vanjongeren. Schoolleiders werken daarbij samen met docenten aan eenschoolcultuur waarin duidelijk is wat er van jongeren verwacht wordt enwaar jongeren zichzelf kunnen zijn. Hier wordt extra op ingezet met hetWetsvoorstel vrij en veilig onderwijs. In het mbo, hbo en wo wordt onderandere vanuit het Landelijk Kader Studentenwelzijn en het programmastudentenwelzijn (Stijn) op instellingen gewerkt aan een integrale aanpakvan studentenwelzijn.6Het bevorderen van welzijn vraagt ook om goede samenwerking vanscholen en instellingen met lokale partners, waaronder de zorg. Doordatscholen en instellingen de jongeren dagelijks zien, kunnen zij signalentijdig herkennen en waar mogelijk binnen de onderwijscontext passendeondersteuning organiseren of doorverwijzen naar een passende partner.Het kabinet moedigt scholen en instellingen daarbij aan om waar mogelijkweg te bewegen van een individuele, zorggerichte benadering en ook«nee» te durven zeggen als zij echt worden overvraagd, en door teverwijzen naar passende ondersteuning. Tegelijkertijd kunnen scholen eninstellingen soms met kleine aanpassingen al veel betekenen voorleerlingen en studenten die het moeilijk hebben. Een beetje flexibiliteit inroostering, wat speling in het moment waarop een toets wordtafgenomen – dat soort aanpassingen kunnen soms echt helpen om tezorgen dat een leerling of student niet uitvalt.Tot slot vraagt dit ook wat van de omgeving van het kind. In de eersteplaats van de ouders. Zij hebben een belangrijke rol in het weerbaarmaken van hun kinderen, en in het leren omgaan met de druk en stressdie horen bij het leven. Ook wil het kabinet inzetten op een verantwoordedigitale omgeving. Zo gaat het kabinet in gesprek met het onderwijsveldover de aanscherping van de mobieltjesrichtlijn (thuis of in de kluis)7, inhet kader van het recent aangekondigde regieplan digitaliseringfunderend onderwijs.8 Ook wordt er gewerkt aan een handhaafbareEuropese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media met privacy-vriendelijke leeftijdsverificatie voor jongeren.9 Deze filosofie willen we ookzo veel mogelijk toepassen bij het voornemen van dit kabinet in hetcoalitieakkoord dat we investeren in het mentaal welzijn en deweerbaarheid van studenten.10Deze gezamenlijke inzet komt bovenop eerder ingezette maatregelen. Zowordt er al gewerkt aan het verminderen van toetsdruk in het voortgezetonderwijs, werken veel scholen aan een zorgvuldige inzet van leerlingad-ministratiesystemen, zoals Magister en Somtoday en is er ondersteuningbeschikbaar via de programma’s Welbevinden op School en GezondeSchool. Daarnaast dragen maatschappelijke organisaties, vaak insamenwerking met scholen, met de Maatschappelijke Diensttijd bij aan deveerkracht en mentale gezondheid van jongeren tussen de 12 en 30 jaar.In het mbo zijn bestuurlijke afspraken over studentenwelzijn vastgelegd inde Werkagenda mbo (2023–2027),11 waarvoor mbo-instellingen kwaliteits-6Kamerstukken II, 2022–2023, 31 288/31.524, nr. 1067; Kamerstukken II, 2024–2025, 317Rijksoverheid, Aan de slag 2026–2030. Coalitieakkoord (Den Haag: rijksoverheid, 2026), p. 60.8Kamerstukken II, 2025/2026, 32 034, nr. 729Rijksoverheid, Aan de slag 2026–2030. Coalitieakkoord (Den Haag: rijksoverheid, 2026), p. 59.10Rijksoverheid, Aan de slag 2026–2030. Coalitieakkoord (Den Haag: rijksoverheid, 2026), p. 49.11Kamerstukken II, 2025–2026, 31 524, nr. 690.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8743 middelen kunnen inzetten. Hogescholen en universiteiten ontvangenstructureel € 15 miljoen voor de implementatie van het Landelijk KaderStudentenwelzijn.12 Het Trimbosinstituut, het Expertisecentrum InclusiefOnderwijs (ECIO) en Pharos ondersteunen instellingen in het vervolgon-derwijs bij de vormgeving van hun aanpak met kennis en praktische toolsvanuit het programma Stijn, waarvoor nog eens € 1 miljoen per jaarbeschikbaar is.13 Onderwijsinstellingen behouden de ruimte om goedeondersteuning te bieden en studentpsychologen in te zetten en we gaanervan uit dat ze die ruimte pakken.De Onderwijsraad geeft richting en inspiratie aan beleidsmakers enpolitiek om het beleid de komende jaren te herijken en te verbeteren. Datdoen we uiteraard samen met al onze partners in en om het onderwijs,maar vooral ook met jongeren zelf. Zo trok het LAKS recent naaraanleiding van de Staat van het Onderwijs aan de bel over prestatiedruken mentaal welzijn en kaarten ook JOBmbo, ISO en LSVb hun zorgen aan.We blijven met hen in gesprek over wat er nodig is om met goedonderwijs bij te dragen aan het welzijn van jongeren.Tussenevaluatie Landelijk Kader StudentenwelzijnVanuit het Landelijke Kader Studentenwelzijn (2023–2030)14 zetten hbo- enwo-instellingen zich, samen met studenten, in op het bevorderen vanwelzijn vanuit het brede perspectief, zoals de Onderwijsraad in zijn adviesschetst. Het kader is opgezet vanuit het vertrekpunt dat studentenwelzijneen gezamenlijke verantwoordelijkheid is, waarbij de student zoveelmogelijk regie houdt over het eigen leven en de instelling zorg draagtvoor een inclusief studieklimaat. Naast aandacht voor preventie enthuisgevoel van studenten wordt met het kader ook ingezet op hetversterken van de samenwerking tussen instellingen en de zorgketen.Recent heeft een tussenevaluatie van het Kader plaatsgevonden. Hetrapport treft u in de bijlage aan.Uit de tussenevaluatie blijkt dat bijna alle instellingen bij aanvang van hetkader al beleid hadden rond welzijn. Het kader en de middelen hebbenervoor gezorgd dat het thema op de agenda bleef en dat er meersamenhang kwam in het beleid. Verder blijkt dat er ingezet wordt opzichtbare en extra-curriculaire activiteiten. Deze hebben vaak als valkuildat ze kortdurend van aard zijn. De aanpak zou meer onderdeel van dereguliere onderwijstaak moeten zijn. En hoewel alle instellingen studentenbetrekken bij de implementatie van het kader, blijkt het in de praktijklastiger om studenten als doelgroep van het welzijnsbeleid te bereiken,met name waar het gaat om minder zichtbare groepen studenten. Wijverwachten van instellingen dat zij deze aandachtspunten meenemen. Wegaan met hen in gesprek over hoe de beweging richting duurzameverankering en samenwerking met en doorverwijzing naar de zorgketenkan worden gemaakt, en hoe een meer diverse groep studenten betrokkenkan worden.Wij zien ten slotte dat instellingen vaak nog onvoldoende kennis hebbenvan de producten van Stijn. Samen met Stijn en de onderwijskoepelswordt bezien hoe het praktische materiaal de komende tijd meer onder deaandacht gebracht kan worden.12Kamerstukken II, 2022–2023, 31 288/31 524, nr. 1067.13Kamerstukken II, 2025–2026, 31 288, nr. 1224.14Landelijk Kader Studentenwelzijn 2023-2030 | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8744 Verkenning studentenvoorzieningenInstellingen in het vervolgonderwijs investeren met publieke middelen instudentenvoorzieningen die het welzijn en de sociale verbondenheidbevorderen, zoals sport- en cultuurvoorzieningen. Dit sluit aan bij hetOnderwijsraadadvies om welzijn meer preventief te benaderen en in tezetten op ontmoeting en zingeving.Instellingen mogen investeren in voorzieningen die niet vallen onder hunwettelijke taak, mits zij zich houden aan de Beleidsregel investeren metpublieke middelen in private activiteiten. Afgelopen jaren is gebleken datdit in sommige gevallen tot knelpunten leidde. Conform de toezeggingaan uw Kamer is onderzocht in welke studentenvoorzieningen hetvervolgonderwijs met publieke middelen investeert en hoe dit zichverhoudt tot de Beleidsregel.15Uit de verkenning blijkt dat instellingen met publiek geld investeren in eenbreed palet aan studentenvoorzieningen en dat dit niet altijd kosten-dekkend is ingericht.16 Het toepassen van de Beleidsregel op dezevoorzieningen kan volgens de onderzoekers leiden tot verschraling ofbeëindiging van het aanbod. Ook het aanbod van sport- en cultuurvoorzie-ningen wordt daarin als kwetsbaar gezien. Dit vinden wij onwenselijk,omdat deze voorzieningen bijdragen aan het welzijn, sociale binding ende zelfontplooiing van studenten. Het onderzoeksrapport legt bloot dat hetonderscheid tussen wat publiek en wat privaat is met betrekking totstudentenvoorzieningen vaak lastig te maken is. Instellingen interpreterendit verschillend en hanteren niet altijd een kostendekkend tarief, omvoorzieningen toegankelijk te houden. Ze werken daarnaast vaak samenmet private partijen en gemeenten om voorzieningen in stand te kunnenhouden. Dat vinden wij positief en daar willen wij ook ruimte voor geven.Tegelijkertijd hebben wij ook de verantwoordelijkheid voor eendoelmatige besteding van onderwijsgeld en het voorkomen vanconcurrentievervalsing.De komende periode verkennen wij nader hoe we een juridischegrondslag kunnen creëren voor het aanbieden van sport- en cultuurvoor-zieningen door onderwijsinstellingen. Daarbij kijken we ook breder naarvoorzieningen die zouden moeten vallen onder de publieke taak van hetonderwijs. Dit vraagt om een nadere analyse per categorie voorzieningenen zorgvuldige afwegingen in de afbakening en verankering ervan. Daarbijzoeken we steeds de balans tussen het scheppen van heldere kaders,zonder in een onwerkbare detailaanpak te vervallen. En de balans tussenruimte voor instellingen om hierin zonder drempels te kunnen investerenen scherpe keuzes met betrekking tot het rechtmatig besteden vanpublieke bekostiging.Dit alles kost tijd. Totdat de grondslag in werking is getreden, blijft deuitzondering op de controle van de accountant voor investeringen metpublieke middelen in sport- en cultuurvoorzieningen van kracht.17 Dehuidige uitzondering breiden wij uit met een uitzondering op studenten-kantines en restauratieve voorzieningen die voornamelijk bedoeld zijn15TZ202505-036.16Uit het onderzoek komen de volgende categorieën: sport en recreatie, studentenorganisatiesen verenigingen, loopbaan- en netwerkvoorzieningen, internationale en uitwisselingsfacili-teiten, kunst en cultuur, educatieve extra’s, horeca en restauratie, huisvesting en kort verblijf,mobiliteit en vervoer, zorg/welzijn en begeleiding, digitale- en hybride voorzieningen.17Een afschrift van de brief die aan de instellingen is gestuurd: Kamerstukken II, 2024–2025,36 341, nr. 11. Daarbij zeg ik toe deze jaren ook niet te zullen laten handhaven op eventueleinvesteringen van publieke middelen in sport en cultuur, die niet aan de voorwaarden uit debeleidsregel voldoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8745 voor studenten en medewerkers. Het niet uitzonderen van deze voorzie-ningen zou kunnen leiden tot terugvordering van bekostiging, indien nietwordt voldaan aan de voorwaarden van de Beleidsregel. Dat vinden wijonwenselijk in dit stadium. Wij zullen uw Kamer op de hoogte houden vande verdere uitwerking en hierover met instellingen en studenten ingesprek gaan. De motie van het lid Stultiens (GroenLinks-PvdA) overgelijkwaardige toegang tot studentenvoorzieningen voor mbo-studentenzullen wij bij de uitwerking meenemen.18Overige moties en toezeggingenToezegging Ceder over geestelijke verzorgingNaar aanleiding van de toezegging aan het lid Ceder (CU)19 heeft mijnministerie gesproken met de beroepsvereniging van geestelijk verzorgersover de bijdrage die geestelijke verzorging in het onderwijs kan hebben.Er is geconstateerd dat er mogelijkheden zijn om geestelijke verzorgers inte zetten bij het bevorderen van zingeving in het onderwijs. Diemogelijkheid is niet altijd bekend. Scholen en instellingen zijn zelfverantwoordelijk voor de wijze waarop zij hun onderwijs inrichten. Ookwordt er door het Expertisecentrum Levensbeschouwing en Religie in hetVoortgezet Onderwijs een landelijk kerncurriculum voor het vakgebiedlevensbeschouwing en religie ontwikkeld dat scholen kunnen gebruikenals inspiratiebron. In het mbo, ho en wo werkt het programma Stijn aanhet thema zingeving en heeft daarbij onder andere ook contact metgeestelijk verzorgers.Motie Ceder/Westerveld over suïcidepreventieDe leden Ceder en Westerveld (GroenLinks-PvdA) hebben een motie oversuïcidepreventie ingediend.20 Deze motie verzocht om de belemmeringenvoor passende suïcidepreventie in het onderwijs te inventariseren.Experts benadrukten het belang van een sterke preventieve pedagogischebasis. Dit sluit goed aan bij de gedachte van de Onderwijsraad en hetkabinet. Daarbij blijft het van belang dat scholen in situaties waarin sprakekan zijn van suïcidale gedachten weten hoe zij adequaat kunnen handelen.Vertrouwenspersonen en intern begeleiders worden hierbij gezien als eenbelangrijke en laagdrempelige ingang. Docenten en vertrouwenspersonengeven aan dat er vooral behoefte is aan duidelijke protocollen, concretehandvatten en stappenplannen voor het omgaan met leerlingen met(mogelijk) suïcidale gedachten. De aanpak STORM is daar een goedvoorbeeld van, maar er zijn ook andere initiatieven. Wij gaan daarom dekomende tijd inzetten op het beter ontsluiten van dit aanbod voor scholen.Ook in het vervolgonderwijs blijft aandacht voor suïcidepreventie.Tweejaarlijks wordt de monitor Mentale gezondheid en middelengebruikvoor het hbo en wo afgenomen en aan de Kamer aangeboden. Deuitkomsten bespreken we met het veld, waarbij we expliciet stil staan bijhet onderwerp suïcidepreventie.21Tot slotWe hebben allemaal een taak als het gaat om het welzijn van onzejongeren. Het kabinet gaat de komende periode aan de slag met verbe-18Kamerstukken II, 2024–2025, 31 288, nr. 1192.19Kamerstukken II, 2025–2026, 31 288, nr. 1224.20Kamerstukken II, 2024–2025, 31 524, nr. 659.21Hiermee geef ik invulling aan de volgende toezegging: TZ202406–023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8746 tering van de kwaliteit van onderwijs voor alle jongeren, met oog voor hetwelzijn van leerlingen en studenten op een manier die past bij de krachtvan het onderwijs.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertDe Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8747
Gerelateerde bronnen
- De minister gaat inventariseren wat de gevolgen zijn van de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten 2025 voor sportfaciliteiten vo
De minister gaat inventariseren wat de gevolgen zijn van de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten 2025 voor sportfaciliteiten voor studenten en informeert de Kamer na de zomer van over de uitkomsten van deze inventarisatie.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.