KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op voorlichting Raad van State over geschilbeslechting in het verkiezingsproces

5 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b421f194eabbe82e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 165VerkiezingenNr. 99 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 december 20251. Inleiding Bij brief van 17 januari 2024 heeft de toenmalige Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties u geïnformeerd over het dossiergeschilbeslechting in het Nederlandse verkiezingsproces.1 In deze briefschreef hij dat nationale en internationale ontwikkelingen aanleidinggaven het proces van geschilbeslechting tegen het licht te houden, omvervolgens in te gaan op het proces en de conclusie te trekken dat erinderdaad reden is het systeem anders in te richten. Dit om de toeganke-lijkheid, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het proces omgeschillen te beoordelen verder te versterken. Het doorvoeren van eendergelijke aanpassing betreft een ingewikkeld vraagstuk dat vraagt omeen grondige aanpak en zorgvuldige doordenking.Als eerste stap in dit proces heeft mijn ambtsvoorganger hierover op4 maart 2024 een verzoek tot voorlichting gedaan bij de Afdelingadvisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling advisering). Dezevoorlichting is op 15 juli 2024 verschenen en heb ik op 13 oktober 2024aan uw Kamer aangeboden.2 Het kabinet is de Afdeling advisering zeererkentelijk voor de uitgebreide voorlichting en heldere overwegingen, diehebben geleid tot een volgende stap in de gedachtenvorming. In dezebrief ga ik, namens het kabinet, hierop in. Hierbij loop ik niet puntsgewijsde conclusies van de Afdeling advisering af, maar schets ik de hoofdlijnenvan de wijze waarop het kabinet voornemens is het proces van geschilbe-slechting vorm te geven. Daarbij put ik uit de voorlichting van de Afdelingadvisering, en de uitgangspunten die voortvloeien uit het EVRM en deinzet van het kabinet voor goed bestuur en een sterke rechtsstaat waarbijde checks and balances in ons democratisch bestel worden verbeterd.1Kamerstuk 35 165, nr. 68.2Kamerstuk 35 165, nr. 84. kst-35165-99ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 991 Hieronder worden de uitgangspunten uiteengezet die het kabinet hanteertbij vormgeving van het proces van geschilbeslechting (paragraaf 2) envervolgens de hoofdlijnen geschetst van de vormgeving van het voorstelvoor de aangepaste procedure (paragraaf 3). Het voorstel valt uiteen intwee delen: (i) de wijze waarop het proces wordt ingericht en (ii) deinhoudelijke beoordeling van een geschil en de criteria om al dan nietover te gaan tot een (gedeeltelijke) hertelling of herstemming.2. Hoofdlijnen en uitgangspunten procedure geschilbeslechting 2.1. Uitgangspunten EVRM Bij de uitwerking van dit voorstel hanteert het kabinet uitgangspunten dievoortvloeien uit het EVRM, jurisprudentie hierover van het EHRM3, enaanbevelingen van de Venetië-Commissie. Deze uitgangspunten zijn:•Er moet sprake zijn van doeltreffende geschilbeslechting van indivi-duele klachten.•Geschilbeslechting vindt plaats door een onafhankelijke en onpartij-dige instantie.CIndien het vertegenwoordigend orgaan – dat een belang heeft bijde uitslagvaststelling – een rol heeft in het proces van geschilbe-slechting, moet worden voorzien in een controlemechanismehierop, zoals een rechterlijke toets. Dit omdat – zoals het EHRMoordeelde – parlementsleden per definitie niet politiek neutraalzijn.4 Bij de beoordeling door een vertegenwoordigend orgaanbestaat derhalve het risico dat de onafhankelijkheid en onpartijdig-heid ter discussie wordt gesteld.•Twee soorten instanties zijn geschikt om te kwalificeren als onafhanke-lijke instantie: een rechterlijke instantie of een «kiescommissie» (eenonafhankelijke commissie bestaande uit personen met veel kiesrecht-expertise). Indien de beoordeling bij een kiescommissie wordt belegd,is het wenselijk als er tegen het besluit van de kiescommissie alsnogberoep bij de rechter openstaat.CVoor parlementsverkiezingen geldt dat – indien dit staande praktijkis – het systeem waarbij het parlement zelf klachten behandelt instand kan blijven, maar dat er in alle gevallen daarna beroepmogelijk moet zijn bij een rechterlijke instantie.•De geschilprocedure moet eenvoudig en toegankelijk zijn. Derhalvemoet het aantal procedurele belemmeringen beperkt zijn en mag ergeen sprake zijn van te strikte eisen ten aanzien van ontvankelijkheid.•Nationale wet- en regelgeving moet duidelijke toetsingskaders enhandvatten bevatten voor de instantie die de geschillen beslecht.2.2. Uitgangspunten weerbare democratische rechtsstaat De Nederlandse democratische rechtsstaat is robuust en tegelijk is er inzetnodig om de instituties te versterken. Daarom heeft het kabinet in hetregeerprogramma uitgesproken de democratische rechtsstaat teversterken door ervoor te zorgen dat staatsmachten elkaar kunnencontroleren en in evenwicht kunnen houden. De staatsrechtelijkeinstituties en verkiezingen moeten bovendien robuust en weerbaar zijn.Dat draagt bij aan de formering van legitieme vertegenwoordigendeorganen.Het introduceren van (rechterlijke) toetsing van verkiezingsgeschillenversterkt het systeem van checks and balances en draagt bij robuuste en3EHRM 10 juli 2020, Mugemangango t. België [GK], nr. 310/15.4EHRM 10 juli 2020, Mugemangango t. België [GK], nr. 310/15, § 98.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 992 weerbare verkiezingen. Bij de introductie worden de volgende uitgangs-punten in acht genomen:•Geschilbeslechting moet bijdragen aan het vertrouwen in hetverkiezingsproces. Dat betekent hoofdzakelijk dat er na geschilbeslech-ting geen twijfel meer mag zijn over de integriteit van de verkiezingenen de uitslag.•Geschilbeslechting moet bijdragen aan de legitimiteit van hetvertegenwoordigende orgaan.•Geschilbeslechting moet passen binnen het systeem van checks andbalances en de balans tussen de verschillende staatsmachten nietverstoren.3. Inrichting proces geschilbeslechting De wijziging van de inrichting die het kabinet voor ogen heeft istweeledig.•Het creëren van een beroepsmogelijkheid voor kandidaten en politiekegroeperingen ná het besluit van het vertegenwoordigend orgaan overde toelating van de nieuwe leden (en als onderdeel daarvan over degeldigheid van de verkiezing).•Het aanvullen van het verkiezingsproces vóór het besluit van hetvertegenwoordigend orgaan door een procedure in te richten waarinburgers geschillen kunnen inbrengen om te laten toetsen door eenonafhankelijke instantie.Hieronder worden beide wijzigingen uiteengezet. Daarnaast wordtingegaan op de uitslagvaststelling door het vertegenwoordigend orgaanen op de andere onderwerpen uit de voorlichting van de Afdelingadvisering.3.1. Beroepsmogelijkheid voor kandidaten en politieke groeperingen náhet besluit van het vertegenwoordigend orgaan 3.1.1. Beroepsmogelijkheid De meest wezenlijke wijziging in de nieuwe inrichting van het proces vangeschilbeslechting betreft de mogelijkheid beroep in te stellen tegen debeslissing van het vertegenwoordigend orgaan over de geldigheid van deverkiezingen en de toelating van de nieuwe leden. Dit laat onverlet dat hetoordeel over de geldigheid van een verkiezing in beginsel bij hetvertegenwoordigend orgaan blijft liggen, maar hiermee wordt bewerk-stelligd dat het finale oordeel over een geschil niet is belegd bij eeninstantie die zelf belang heeft bij de uitslagvaststelling. Hiermee wordttegemoetgekomen aan de eis van het EVRM ten aanzien van geschilbe-slechting door een onafhankelijke en onpartijdige instantie en wordt deweerbaarheid van het verkiezingsproces verhoogd. Discussies over deintegriteit van de beslissing van het vertegenwoordigend orgaan wordenhiermee namelijk voorkomen.3.1.2. Bevoegde instantie In lijn met de Afdeling advisering acht het kabinet de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling bestuursrechtspraak)op dit moment de aangewezen instantie om deze geschillen in eerste enenige aanleg te behandelen. De Afdeling bestuursrechtspraak voldoet aande criteria voor een onafhankelijke en onpartijdige instantie en is ook al deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 993 bevoegde instantie om te oordelen over geschillen die zich voordoeneerder in het verkiezingsproces, zoals bij de kandidaatstelling.53.1.3. Het instellen van beroep Het kabinet deelt de zorg van de Afdeling advisering dat wanneer iedereburger de mogelijkheid zou krijgen beroep in te stellen bij de Afdelingbestuursrechtsspraak er een risico is dat spoedige voortgang en afrondingvan het verkiezingsproces niet volledig kan worden gegarandeerd. Dit isonwenselijk aangezien een snelle start van de nieuwgekozen volksverte-genwoordigers van belang is voor de democratische legitimatie van eenvertegenwoordigend orgaan. Teveel vertraging van het verkiezingsprocesdoet dus af aan de weerbaarheid van de democratische rechtsstaat omdatdaarmee de legitimiteit van het vertegenwoordigende orgaan in hetgeding kan komen. Daarnaast is het onwenselijk als er lang twijfel kanbestaan over wie er zitting gaat nemen in het vertegenwoordigendeorgaan, ook in het kader van het formatieproces. Het kabinet maaktdaarom de keuze om de mogelijkheid om beroep in te stellen tegenbesluiten over de geldigheid van de verkiezing, of de toelating vankandidaten, enkel open te stellen voor politieke groeperingen en kandi-daten. Voor kandidaten geldt bovendien dat het in hun ogen onjuistebesluit van het vertegenwoordigend orgaan hen rechtstreeks moet raken,in die zin dat zij bij het nemen van een ander besluit wel een zeteltoegewezen hadden gekregen.Daarnaast geldt de eis – zowel voor groeperingen als kandidaten – dat inde beroepsgronden uiteen wordt gezet hoe de aangevoerde onjuisteuitslagvaststelling volgt uit een (vermeende) fout of onregelmatigheid.Het enkel wijzen op (vermeende) onregelmatigheden zonder onder-bouwing waarom dit invloed heeft gehad op de zetelverdeling ofzeteltoewijzing is onvoldoende en zal leiden tot een (kennelijke)ongegrondverklaring.Hoewel de keuze om het instellen van beroep alleen in voornoemdegevallen mogelijk te maken met zich meebrengt dat niet iedere burgerpersoonlijk de mogelijkheid heeft het besluit van het vertegenwoordigendorgaan aan te vechten, betekent dit uiteraard niet dat diens inhoudelijkeberoepsgronden niet alsnog naar voren kunnen worden gebracht. Dat kanbijvoorbeeld door een politieke groepering of kandidaat te benaderen metde relevante informatie. Indien de informatie een valide punt bevat, zaleen kandidaat hiermee hoogstwaarschijnlijk zelf naar de Afdelingbestuursrechtspraak stappen. Op deze wijze vormt de inkadering van hetaantal beroepsbevoegden in feite een filter en worden alleen beroepen diein enige mate kansrijk lijken aan de rechter voorgelegd.3.1.4. Beoordeling beroepen Naar aanleiding van een ingesteld beroep beoordeelt de Afdelingbestuursrechtspraak of er aanleiding is om over te gaan tot een (gedeelte-lijke) hertelling of herstemming. De Afdeling bestuursrechtspraak baseertzich hierbij op de criteria die worden opgesteld ten behoeve van debeoordeling van geschillen (zie hieronder bij «Beoordeling geschillen»).5In de contourennota constitutionele toetsing (Kamerstuk 36 600 VII, nr. 129) heeft het kabinetaangekondigd een voorstel te zullen doen voor de instelling van een grondwettelijk hof en telaten onderzoeken of onder andere de taak om verkiezingsgeschillen te toetsen passend is bijhet grondwettelijk hof. Voor nu gaat het kabinet in het traject geschilbeslechting in hetverkiezingsproces uit van de huidige institutionele situatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 994 3.1.5 Verhouding beroepsmogelijkheid tot criteria EVRM Het kabinet is zich ervan bewust dat de keuze om enkel politieke groepe-ringen en kandidaten de mogelijkheid te bieden om beroep in te stellennog niet zorgt voor doeltreffende geschilbeslechting van door burgersingebrachte individuele bezwaren eerder in het proces. Dit vergt eentransparant proces waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe een bezwaarwordt beoordeeld en gewogen. Het kabinet wil dit realiseren door hetproces van geschilbeslechting in de fase voorafgaand aan het geloofsbrie-venonderzoek uit te breiden. Dit zorgt ervoor dat burgers al in deze fasevan het proces inzicht krijgen in hoe hun bezwaar is beoordeeld. Dezeinformatie wordt ook openbaar gemaakt. Naast transparantie voor deburger heeft een beoordelingsmoment in deze fase als voordeel dateventueel geconstateerde onregelmatigheden in sommige gevallen noggecorrigeerd kunnen worden. De beoordeling van geschillen zal in dezefase plaatsvinden door een onafhankelijke instantie met kiesrechtex-pertise. Hieronder wordt dit nader uiteengezet.Het kabinet meent dat de combinatie van enerzijds openbare beoordelingvan ingebrachte bezwaren van individuele burgers door een onafhanke-lijke instantie met kiesrechtexpertise en anderzijds de behandeling vanberoepen van politieke groeperingen en kandidaten door de Afdelingbestuursrechtspraak in zijn totaliteit voldoet aan de criteria van toetsingdoor een onafhankelijke instantie zoals die voortvloeien uit het EVRM enzijn geformuleerd door het EHRM. Zo zal de beoordeling van geschillen inde eerste fase plaatsvinden door een onafhankelijke kiescommissie metkiesrechtexpertise en komt het proces tegemoet aan de voorwaarde uithet EVRM dat tegen de beoordeling van een kiescommissie alsnog beroepbij de rechter open moet staat. Hierin voorziet de mogelijkheid tot beroepbij de Afdeling bestuursrechtspraak. Het oordeel van de onafhankelijkekiesrechtinstantie is dan wel niet rechtstreeks appellabel, maar aangeziende oordelen openbaar zijn en politieke groeperingen en kandidaten dezederhalve kunnen meenemen bij het instellen van beroep, wordt naar hetoordeel van het kabinet inhoudelijk aan de gestelde eis voldaan. Met dezeinrichting meent het kabinet te voldoen aan de eisen die het EVRM stelt.3.2. Aanvullende geschilbeslechting vóór besluit vertegenwoordigendorgaan 3.2.1. Verhouding tot huidig verkiezingsproces en al verwachte wijzi-gingen Alvorens hieronder in te gaan op de inrichting van het proces vooraf-gaand aan het geloofsbrievenonderzoek wil ik stilstaan bij de verhoudinghiervan tot het huidige verkiezingsproces, en de wijzigingen daarvan dieal op stapel staan. In de verdere uitwerking zal uiteraard steeds wordengekeken of ontwikkelingen op andere verkiezingsdossiers aanleidinggeven tot aanpassingen in dit traject.Het verkiezingsproces biedt burgers al diverse mogelijkheden om kenbaarte maken dat een onderdeel van het proces in hun ogen niet juist isverlopen. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om bezwaar te maken tijdens dezittingen van het stembureau en gemeentelijk stembureau.6 De taak diehet kabinet bij de onafhankelijke kiesrechtinstantie wil beleggen vormteen aanvulling van de bevoegdheid die wordt gecreëerd met de Wetkwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces (hierna: Wet6Deze mogelijkheid blijft ongewijzigd bestaan. Hiermee wordt een deel van de onregelmatig-heden afgevangen, maar zoals werd opgemerkt in de brief van 17 januari 2024 geldt datregelmatig niet herleidbaar is hoe deze bezwaren worden beoordeeld en gewogen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 995 Kwaliteitsbevordering), die op 1 januari 2026 in werking zal treden.7 Dezebevoegdheid houdt in het voor elke verkiezing opstellen van eenopenbare rapportage van geconstateerde onregelmatigheden en indiendaartoe aanleiding is het advies aan een vertegenwoordigend orgaan omtot een herstemming over te gaan. De Wet Kwaliteitsbevordering belegtdeze taak bij de Kiesraad.Daarnaast beoogt het kabinet met de aanvulling van het proces omonregelmatigheden te beoordelen voorafgaand aan het besluit van hetvertegenwoordigend orgaan aan te sluiten op de procedure van uitslag-vaststelling zoals die geldt sinds de inwerkingtreding van de Wet nieuweprocedure vaststelling verkiezingsuitslagen (hierna: Wet NPVV) per1 januari 2023.8 In de Wet NPVV werd een nieuwe procedure geïntrodu-ceerd om telfouten sneller te constateren en corrigeren. Onderdeel vandeze procedure is dat kiezers bij het centraal stembureau een onder-bouwde melding kunnen maken van een vermeende telfout in hetproces-verbaal van een stembureau of gemeentelijk stembureau. Hetcentraal stembureau onderzoekt iedere melding en kan indien daartoeaanleiding is het gemeentelijk stembureau vragen deze melding teonderzoeken, voorafgaand aan de zitting waarin het centraal stembureaude uitslag vaststelt. De wijze waarop met een melding is omgegaan, wordtvermeld in het proces-verbaal van het centraal stembureau. Daarnaastcontroleert de Kiesraad uit eigen beweging of er uit de processen-verbaalopvallende zaken blijken. Eventuele telfouten zullen in de regel dus al zijnbeoordeeld (en hersteld) voorafgaand aan het geloofsbrievenonderzoek.Met onderhavig traject zet het kabinet een soortgelijke stap ook voor hetconstateren en indien mogelijk corrigeren van onregelmatigheden.Uitgangspunt is dat geschilbeslechting voorafgaand aan het besluit vanhet vertegenwoordigend orgaan zoveel mogelijk aansluit op de NPVV.De inrichting van het proces voor vaststelling van verkiezingsuitslagen isrecent geëvalueerd.9 Bij deze evaluatie zijn de Kiesraad en vertegenwoor-digers van gemeenten betrokken. Hierbij stond met name de uitvoer-baarheid voor gemeenten, de Kiesraad en vrijwilligers centraal. Dezeevaluatie kan worden meegenomen bij de verdere inrichting van hetproces.3.2.2. Inrichting aanvullende geschilbeslechting door onafhankelijkekiesrechtinstantie Het kabinet is voornemens een procedure, lijkend op die uit de Wet NPVV,in te richten voor (vermeende) onregelmatigheden tijdens het verkiezings-proces. Het gaat hierbij om situaties waarin er bijvoorbeeld sprake is vanstembussen die niet verzegeld waren of niet onder voldoende toezichtstonden. Ook gaat het om situaties waarin kiezers (ten onrechte) geenstempas hebben ontvangen of dat er onregelmatigheden zijn geconsta-teerd bij het verstrekken van stembiljetten in een stemlokaal. Een kiezerzou door deze situatie van mening kunnen zijn dat de stemming nietvolgens de standaarden voor een betrouwbare verkiezing is verlopen.Deze twijfels over de integriteit van de verkiezingen kunnen hetvertrouwen van de kiezer in het verkiezingsproces schaden. De nieuweprocedure kan zo dus bijdragen aan het versterken van de weerbaarheidvan het verkiezingsproces.7Kamerstuk 36 552.8Kamerstuk 35 489.9Kamerstuk 35 165, nr. 93.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 996 Dit proces zal er op hoofdlijnen als volgt uitzien: meldingen overonregelmatigheden kunnen rechtstreeks worden gemeld bij de onafhan-kelijke kiesrechtinstantie, die elke melding moet onderzoeken. Daarnaastworden ook de bezwaren die burgers inbrengen bij het stembureau engemeentelijk stembureau voor onderzoek doorgeleid naar de onafhanke-lijke kiesrechtinstantie. Nadat de onafhankelijke kiesrechtinstantie debinnengekomen meldingen heeft onderzocht, maakt zij alle meldingenopenbaar en voorziet deze van een afdoende gemotiveerde beoordeling.Uit het voorgaande volgt dat er twee stromen ontstaan voor burgers ommeldingen te doen:a)Het bestaande proces om bij het centraal stembureau melding temaken van (vermeende) telfouten. Dit blijft ongewijzigd.b)Het nieuwe proces om bij de onafhankelijke kiesrechtinstantie meldingte kunnen maken van (vermeende) onregelmatigheden en inzicht tekrijgen in de beoordeling daarvan.3.2.3 Samenhang met wijzigingen in de Kiesraad Zoals gezegd vormt de taak om (vermeende) onregelmatigheden tebeoordelen in feite een aanvulling op de taak die de Wet Kwaliteitsbevor-dering bij de Kiesraad belegt om te rapporteren over geconstateerdeonregelmatigheden en, indien daartoe aanleiding is, het adviseren aaneen vertegenwoordigend orgaan om tot een herstemming over te gaan.De meldingen die de onafhankelijke kiesrechtinstantie heeft onderzocht envoorzien van een gemotiveerde beoordeling openbaar heeft gemaakt,kunnen immers door de Kiesraad gebruikt worden en dienen als input omhet advies op te baseren.Ik voer het gesprek met de Kiesraad of, en zo ja hoe, de rol van onafhanke-lijke kiesrechtinstantie in het kader van geschilbeslechting bij de Kiesraadkan komen te liggen. Het kabinet acht een rol voor de Kiesraad hierinvoorstelbaar, gelet op de daar al aanwezige kiesrechtexpertise en de opdit moment al voorziene uitbreiding van taken die samenhangen metgeschilbeslechting. In de vervolgfase zal ik hierover het gesprek met deKiesraad verder voeren.3.3. Uitslagvaststelling door het vertegenwoordigend orgaan De volgende fase in het verkiezingsproces is de beoordeling van hetverloop van de verkiezingen en eventuele gerezen geschillen door hetvertegenwoordigend orgaan. In de praktijk wordt deze beoordelinguitgevoerd door enkele leden uit het orgaan in oude samenstelling: deCommissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven (hierna: degeloofsbrievencommissie). De geloofsbrievencommissie is hierbijgebonden aan de criteria die worden opgesteld ten behoeve van debeoordeling van geschillen (zie hieronder bij «Beoordeling geschillen»).Bij deze beoordeling neemt de geloofsbrievencommissie kennis van deprocessen-verbaal van de stembureaus, de gemeentelijke stembureaus enhet centraal stembureau en de daarin vermelde bezwaren.In het nieuwe proces betrekt de geloofsbrievencommissie hierbij ook debeoordeling van de onafhankelijke kiesrechtinstantie over de gedanemeldingen. Daarnaast kan een geschil kenbaar worden gemaakt bij degeloofsbrievencommissie. In feite bestaat deze mogelijkheid nu ook al,maar dit proces is niet uitgewerkt of ergens vastgelegd, waardoor nietinzichtelijk is op welke wijze, wanneer en door wie dit mogelijk is. Hetkabinet is van plan hierover in overleg te treden met uw Kamer, de EersteKamer en de (koepelorganisaties van) decentrale overheden om tebespreken of het wenselijk is hiervoor een procedure in te richten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 997 De geloofsbrievencommissie bereidt het besluit voor van het vertegen-woordigend orgaan over de geldigheid van de verkiezing en de toelatingvan de nieuwe leden. In de praktijk volgt het vertegenwoordigend orgaandit, maar formeel is het er niet aan gebonden. Met het besluit van hetvertegenwoordigend orgaan komt het proces aan bij de volgende fase vangeschilbeslechting, waar deze brief mee begon: het instellen van beroepbij de Afdeling bestuursrechtspraak tegen een besluit van het vertegen-woordigend orgaan.Het oordeel van een kandidaat of politieke groepering dat er reden is omberoep in te stellen, kan hij baseren op een eigen bevinding of op basisvan de openbare informatie over de bezwaren en meldingen die zijnbinnengekomen bij de stembureaus, gemeentelijk stembureaus, hetcentraal stembureau, de onafhankelijke kiesrechtinstantie en de geloofs-brievencommissie, en de wijze waarop deze zijn beoordeeld.3.4. Toelating leden In het voorlichtingsverzoek heeft het kabinet de Afdeling adviseringgevraagd of het denkbaar is dat nieuwe leden van het vertegenwoor-digend orgaan onder voorbehoud worden toegelaten, in afwachting vande afronding van eventuele beroepsprocedures. De Afdeling adviseringheeft aangegeven dit slecht denkbaar te achten, gelet op de onwenselijkeonzekerheid die hierdoor kan ontstaan over het gezag en het functionerenvan een volksvertegenwoordiger. Dit kan gevolgen hebben voor delegitimiteit van de volksvertegenwoordiging. Het kabinet volgt daarom ditoordeel van de Afdeling advisering, en gaat er derhalve bij de inrichtingvan het nieuwe proces van uit dat de nieuwe leden pas tot het vertegen-woordigend orgaan worden toegelaten nadat eventuele beroepsproce-dures zijn afgerond.3.5 Termijn beroepsprocedures Een ingewikkeld vraagstuk is welke termijn geldt voor het instellen vanberoep en welke termijn de Afdeling bestuursrechtspraak hanteert voor debehandeling hiervan. Hierbij spelen twee belangen, die tot op zekerehoogte tegenstrijdig zijn. Enerzijds moet er voldoende tijd zijn voor derechter om eventuele beroepsprocedures zorgvuldig te behandelen. Eente gehaaste en daarmee in potentie onzorgvuldige behandeling van eenberoep kan immers twijfels oproepen. Anderzijds is het voor de democra-tische legitimiteit en daarmee het vertrouwen in het verkiezingsprocesbelangrijk dat de verkiezingsuitslag zo snel mogelijk wordt vertaald in desamenstelling van het vertegenwoordigend orgaan (en de nieuwgekozenleden van een orgaan dus zo snel mogelijk starten).In haar voorlichting wijst de Afdeling advisering op de bestaande korteberoepsprocedures uit de Kieswet, met beroepstermijnen variërend vanvier tot zes dagen en in veel gevallen uitspraak binnen enkele dagen.Daarnaast wordt aangehaald dat bij de beroepsmogelijkheid die in hetverleden bestond tegen het besluit van het vertegenwoordigend orgaanop decentraal niveau een beroepstermijn gold van zes dagen en datuiterlijk de twaalfde dag na indiening een uitspraak volgde. Kanttekeninghierbij is dat de periode tussen de dag van de stemming en de eerstesamenkomst van het nieuwe orgaan destijds drie weken betrof en dat ditnu twee weken is.Voor de Tweede en Eerste Kamer is een punt van aandacht bovendien dein artikel 64, tweede lid, van de Grondwet vervatte termijn van driemaanden tussen het besluit tot ontbinding en de eerste samenkomst vande nieuwgekozen Kamer. De huidige wettelijke procedures om eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 998 verkiezing te organiseren schuren nu al met de termijn van drie maanden,en het toevoegen van een beroepsprocedure vergt dus ook dat deverhouding tussen de termijnen in het verkiezingsproces en dezegrondwetsbepaling nader worden doordacht.4. Beoordeling geschillen 4.1. Belang van een toetsingskader Een belangrijk onderdeel van het nieuwe proces van geschilbeslechting isdat er duidelijke toetsingskaders en handvatten komen, aan de handwaarvan de instantie die de geschillen beslecht tot een oordeel kankomen. Het hebben van duidelijke toetsingskaders is om meerdereredenen wenselijk. Ten eerste draagt het inkaderen van de beoordelings-ruimte van de toetsende instantie bij aan de rechtszekerheid, aangezienbeter voorzienbaar is hoe de beoordeling uitpakt. Dit maakt het aandragenvan argumenten makkelijker en de beoordeling beter controleerbaar. Tentweede is de beoordeling sneller en eenvoudiger te maken en te onder-bouwen. Dit draagt bij aan de gewenste snelheid in het verkiezingsproces.Ten derde draagt het doordat het de balans tussen de staatsmachtenversterkt bij aan het vergroten van de weerbaarheid van de democratischerechtsstaat.4.2. Beoordeling van twee type besluiten Bij de uitslagvaststelling van een verkiezing door het vertegenwoordigendorgaan zijn er twee type besluiten die beiden kunnen worden aange-vochten: 1) het besluit over de geldigheid van de verkiezing en 2) eenindividueel besluit over de toelating van een nieuw lid. Hierbij geldtuiteraard dat het besluit over de toelating inhoudelijk voortvloeit uit hetbesluit over de geldigheid en de op basis daarvan vastgestelde verkie-zingsuitslag.Waar het enkel gaat om een geschil over de toelating – en de geldigheidvan de verkiezing als zodanig niet ter discussie staat – zal de beoordelingrelatief overzichtelijk zijn en zien op de vraag of er al dan niet wordtvoldaan aan de (al bestaande) wettelijke criteria voor het lidmaatschapvan het betreffende orgaan. Dit ligt ingewikkelder voor de geschillen overde geldigheid van de verkiezing. Hier ligt namelijk ook de vraag voor ofeen (gedeeltelijke) hertelling of herstemming aangewezen is. Ook merk ikop dat zich in Nederland geen recente casuïstiek op dit gebied heeftvoorgedaan die gebruikt kan worden voor de inrichting van dit vraagstuk.4.3. Vormgeving toetsingskader Bij het maken van de afweging over het al dan niet herstemmen ofhertellen zal het toetsingskader bindend zijn. Dit geldt zowel bij hetopstellen van het advies over een herstemming in de fase voorafgaandaan het besluit voor het vertegenwoordigend orgaan als bij de beoor-deling door de geloofsbrievencommissie en de Afdeling bestuursrecht-spraak. Deze beoordeling van de geldigheid van een verkiezing bestaat uittwee stappen.4.3.1. Vaststellen onregelmatigheid Allereerst (stap 1) de vraag of kan worden vastgesteld dat sprake isgeweest van een telfout of onregelmatigheid, bijvoorbeeld door techecken of een uitgebrachte stem is terug te vinden in het proces-verbaalvan een stembureau of door na te gaan of in een specifieke situatie isgehandeld in overeenstemming met de Kieswet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 999 4.3.2. Consequentie onregelmatigheid Daarna (stap 2) volgt de beoordeling of de consequenties van eengeconstateerde telfout of onregelmatigheid zodanig zijn dat moet wordenovergegaan tot een hertelling of herstemming. Dit zal niet in alle gevallenzo zijn. Zo is het niet proportioneel als de constatering dat een enkeleburger ten onrechte niet heeft kunnen deelnemen aan de stemming ertoezou leiden dat de gehele stemming over moet. De vraag is waar ditkantelpunt zich dan wel zou moeten bevinden. Voor deze afweging dienencriteria te worden vastgesteld, die uiteenvallen in twee categorieën. (i)criteria wanneer geconstateerde telfouten zodanig zijn dat er aanleiding isvoor een hertelling en (ii) criteria wanneer geconstateerde onregelmatig-heden zodanig zijn dat er aanleiding is voor een herstemming.4.3.3. Hertelling Waar het gaat om vermeende telfouten ligt het in de rede dat de criteriameer cijfermatig van aard zijn, aan de hand waarvan geobjectiveerd kanworden wanneer een hertelling dient plaats te vinden. Het controlepro-tocol van de Kiesraad kan dienen als startpunt bij het uitdenken hiervan.4.3.4. Herstemming Ingewikkelder is het om een maatstaf te vinden wanneer eenherstemming geboden is, omdat de impact van een onregelmatigheid inveel gevallen niet te kwantificeren is. Een optie die ik onderzoek is of hetextra- en interpoleren van uitslagen bij andere stembureaus hierbijbehulpzaam kan zijn.Stel bijvoorbeeld dat groepering A bij de Tweede Kamerverkiezing tienstemmen tekort komt voor een extra zetel. In gemeente X hebbenkandidaten op lijst A 10% van de stemmen gekregen. In gemeente X isechter brand uitgebroken bij een stemlokaal waar 2000 stemmen zijnuitgebracht en alle stembiljetten zijn in rook opgegaan. Deze stemmen zijndus niet meegeteld in de uitslag van gemeente X. Uitgaande van hetaantal stemmen dat kandidaten op lijst A gemiddeld per stembureau ingemeente X hebben gekregen, is de kans groot dat er bij dit stembureautien stemmen zijn uitgebracht op kandidaten op lijst A. Het is denkbaar datin dit soort situaties de vraag rijst of een herstemming moet plaatsvinden.Tegelijkertijd zal een vergelijking met omliggende stembureaus soms ookniet opgaan, bijvoorbeeld door de samenstelling van de buurt.Andere bijkomende vragen zijn of een reële kans dat een onregelma-tigheid invloed heeft gehad op de zetelverdeling voldoende moet zijn omtot een herstemming over te gaan of dat het moet gaan om een zo goedals zekere kans. En of alleen invloed op de zetelverdeling tussen groepe-ringen of ook invloed op de toewijzing van zetels aan specifieke kandi-daten in elke fase van het proces een reden zou moeten zijn voor eenherstemming.Centraal staat de afweging tussen het belang van een juiste zeteltoe-wijzing aan kandidaten ten opzichte van het – ook door de Afdelingadvisering benoemde – belang van de verkiezing als momentopname. Eenherstemming, zelfs al vindt die maar enkele weken later plaats, brengtaltijd de kans met zich mee dat kiezers anders (strategisch) stemmen dantijdens de eerdere stemming. Deze verschillende belangen moeten tegenelkaar worden afgewogen. Enerzijds het belang van een verkiezingsuitslagdie zo accuraat als mogelijk is en anderzijds – zoals ook opgemerkt doorde Afdeling advisering – dat een herstemming slechts terughoudend dientte worden ingezet, aangezien herstemmen in vergaande mate deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 9910 verkiezing als momentopname doorkruist en grote consequenties kanhebben op het stemgedrag. Het vaststellen van het toetsingskader vergtdus een afweging tussen het effect dat het laten passeren van eenonregelmatigheid heeft op het vertrouwen in het verkiezingsproces en devraag of een (enkele) onjuiste toewijzing dan wel toedeling van zetels hetoverdoen van een verkiezing rechtvaardigt.4.3.5. Kenbaarheid toetsingskader Tot slot merk ik in algemene zin op dat, in lijn met de aanbevelingen vande Afdeling advisering, het kabinet het belang onderschrijft dat het procesvoor geschilbeslechting wordt vastgelegd in juridisch uitgewerkte enkenbare procedures. Dit zodat voor iedere burger duidelijk is welkemogelijkheden hij heeft om eventuele bezwaren kenbaar te maken en hoeis geborgd dat hij hierop een afdoende gemotiveerde reactie krijgt. Denieuwe inrichting van het proces en de wijze waarop de geschillenworden beoordeeld zal dan ook worden neergelegd in de Kieswet eneventueel onderliggende regelgeving. Zoals al aangekondigd door mijnambtsvoorganger zal dit een wijziging van artikel 58 van de Grondwetvergen, waarin voor de Tweede en Eerste Kamer nu de hoofdregel ligtvervat dat een orgaan zelf in laatste instantie gaat voor de beslechting vanverkiezingsgeschillen.5. Verhouding voorstel tot uitgangspunten Aan het begin van deze brief zijn de uitgangspunten opgesomd die doorhet kabinet in acht worden genomen bij het inrichten van de geschilbe-slechtingsprocedure. Hieronder zal worden gereflecteerd op hoe hetbovenstaande voorstel tegemoetkomt aan deze uitgangspunten.Zoals al genoemd meent het kabinet dat een stelsel dat bestaat uit decombinatie van enerzijds transparante beoordeling van individuelebezwaren door een onafhankelijke instantie met kiesrechtexpertisevoorafgaand aan de uitslagvaststelling door het vertegenwoordigendorgaan en anderzijds een beroepsmogelijkheid voor politieke groepe-ringen en kandidaten bij de Afdeling bestuursrechtspraak in zijn totaliteitvoldoet aan de eisen die het EVRM stelt.Het voorstel draagt bovendien bij aan het verder versterken van deweerbaarheid van de Nederlandse democratische rechtsstaat. Eenonpartijdige en onafhankelijke rechter (uiteindelijk) bij een geschil latenbeslissen over de geldigheid van de verkiezingen en de toelating van deleden voorkomt namelijk twijfel over de integriteit van dat besluit.Daarmee wordt het vertrouwen in het verkiezingsproces verhoogd, enindirect versterkt dit de legitimiteit van het vertegenwoordigende orgaan.6. Vervolgproces Het kabinet is van plan de komende periode verder te werken aan denadere uitwerking van de hierboven beschreven hoofdlijnen van hetproces en het kader voor de inhoudelijke beoordeling van geschillen.Onderdeel hiervan is het afstemmen van deze uitwerking met de relevantebetrokkenen, waaronder in ieder geval de Afdeling bestuursrechtspraak,de Kiesraad en de ketenpartners die betrokken zijn bij de uitvoering opgemeentelijk niveau. Hierna zal ik u opnieuw informeren over devoortgang van het traject.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F. RijkaartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 9911

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0a655ffac083aa89

14 okt 2026 · 0cbc7cf4a94fb29e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.