Vervolg rechterlijke uitspraken handhaving inburgering
Brontekst
Versie aa0f46168c198c71 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 824IntegratiebeleidNr. 512 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026De afgelopen jaren hebben rechterlijke uitspraken impact gehad op deboetes voor asielstatushouders die verwijtbaar niet binnen de inburge-ringstermijn zijn ingeburgerd.1 Mijn ambtsvoorgangers hebben deTweede Kamer daarover op meerdere momenten geïnformeerd.2 Ikinformeer uw Kamer met deze brief nader over de gevolgen van dezeuitspraken en over de nieuwe uitspraak van de Afdeling bestuursrecht-spraak van de Raad van State van 18 februari jl.Wi2013Het Hof van Justitie van de Europese Unie en van de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) hebben in 2025uitspraken gedaan over de Wet inburgering 2013 (hierna: Wi2013). In dekern heeft de Afdeling geconcludeerd dat een gebrek aan resultaat,namelijk het feit dat een asielstatushouder het inburgeringsexamen nietmet succes heeft afgelegd, niet stelselmatig mag worden bestraft met eengeldboete. Dit is strijdig met (hoger) Unierecht. Daarnaast heeft deAfdeling bepaald dat onder de Wi2013 het opleggen van een terugbeta-lingsverplichting van de lening aan asielstatushouders niet is toegestaan,omdat een verplicht inburgeringsprogramma voor hen in beginselkosteloos dient te zijn.Als gevolg van deze uitspraken heeft mijn voorganger uw Kamer vorigjaar geïnformeerd dat DUO in zijn opdracht geen boetes meer oplegt aanasielstatushouders onder de Wi2013 (nog wel aan gezins- en overigemigranten, want de rechterlijke uitspraken zien niet op deze groepen).3Ook is bepaald dat lopende leningen niet meer hoeven worden terugbe-taald. Onherroepelijke besluiten over boetes en leningen van asielstatus-1HvJEU 4 februari 2025, ECLI:EU:C:2025:52; ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3087.2Kamerstukken II, 2023/24, 32 824, nr. 408; Kamerstukken II, 2023/24, 32 824, nr. 438, Kamer-stukken II, 2025/2026, 32 824, nr. 475, Aanhangsel Handelingen II 2024/2025, nr. 2865.3Kamerstukken II 2025/26, 32 824, nr. 475. kst-32824-512ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 824, nr. 5121 houders onder de Wi2013, waar tegen geen bezwaar of beroep meermogelijk is, zijn naar aanleiding van deze uitspraken niet ingetrokken.Herzien onherroepelijke besluiten Wi2013Met een recente uitspraak van de Afdeling van 18 februari jl.4 is echterduidelijk geworden dat de eerdere rechterlijke uitspraken uit 2025 ook zienop onherroepelijke besluiten betreffende de boete en de terugbetaling vande lening door asielstatushouders. De Afdeling geeft aan dat ookdergelijke besluiten gezien de eerdere uitspraken onmiskenbaar onjuistzijn geweest en het onredelijk zou zijn om deze besluiten in stand te laten.Ik zie mij dan ook genoodzaakt alle reeds genomen en vaststaandebesluiten bij verwijtbare termijnoverschrijdingen te herzien waar hetasielstatushouders onder de Wi2013 betreft. Dit betekent dat betaaldebedragen voor boetes en/of aflossing van leningen zullen wordenterugbetaald aan de betreffende asielstatushouders en de nogopenstaande bedragen voor asielstatushouders worden kwijtgescholden.Dit betreft samen circa 3.300 personen. Ik heb DUO gevraagd hiervoor eenherstelactie op te zetten. Het streven is om dit najaar te starten met deherstelactie. Ik heb hier in totaal € 9 miljoen voor gereserveerd. Daarvanis ongeveer € 5,8 miljoen gereserveerd voor het terugbetalen vanafgeloste leningen en boetes5 en € 3,2 miljoen voor o.a. wettelijke renteover de betaalde bedragen (conform de Algemene wet bestuursrecht) enuitvoeringskosten. Dekking voor deze herstelactie wordt gevonden binnende SZW-begroting en verwerkt bij de augustusbesluitvorming. De nogopenstaande bedragen van asielstatushouders (circa € 9 miljoen) wordenkwijtgescholden. Dit heeft geen gevolgen voor de begroting, omdat aande ontvangstenkant geen rekening wordt gehouden met terugbetalingendoor asielstatushouders. Ik informeer uw Kamer in het najaar over denadere uitwerking en voortgang van de herstelactie.Wetswijziging Wi2021Daarnaast heeft mijn voorganger de Tweede Kamer geïnformeerd overhandhaving onder de Wet inburgering 2021 (hierna: Wi2021)6 en het feitdat DUO ook onder de Wi2021 geen boetes meer oplegt aan asielstatus-houders. Die boetes zijn immers vergelijkbaar met die onder de Wi2013,want de boetes zien op resultaat. Daarmee zijn zij eveneens in strijd met(hoger) Unierecht. Dit laat onverlet dat de Wi2021 nog steeds voorziet ineen boetemogelijkheid om de inburgeringsplicht bij asielstatushouders tehandhaven. Mijn voorganger heeft uw Kamer geïnformeerd over hetstandpunt van SZW en VNG dat de gemeentelijke boetes die opinspanning zien nog wel opgelegd kunnen worden, mits dit zorgvuldig enindividueel gebeurt.Ik zie juridisch geen ruimte om voor asielstatushouders wederom eenboete door DUO voor een gebrek aan resultaat in te voeren. Daarnaast ishet invoeren van een boete voor asielstatushouders door DUO opinspanning niet mogelijk náást de gemeentelijke boetes, die ook opinspanning zien. Dat is immers strijdig met het fundamentele rechtsbe-ginsel dat iemand niet twee keer gestraft kan worden voor hetzelfde feit(ne bis in idem). Gemeenten hebben gezien hun regierol het beste zicht opinburgeraars en hun inspanningen in het inburgeringstraject. De wettelijkebepalingen voor boetes door DUO (artikel 24 en 25 Wi2021) dienendaarom voor asielstatushouders geschrapt te worden. Ik zet hiervoor een4ABRvS 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:9255Peildatum cijfers DUO 22 juni 20266Kamerstukken II 2025/26, 32 824, nr. 475.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 824, nr. 5122 wetswijziging in gang. Aangezien de Wi2021 geen bepaling kent omtrentleningen van asielstatushouders en inburgeren voor hen kosteloos is,hoeft de wet op dat punt niet aangepast te worden.Ik vind het belangrijk dat gemeenten als onderdeel van hun regierol waarnodig daadwerkelijk invulling geven aan de bevoegdheid en verantwoor-delijkheid om de inburgeringsplicht te handhaven. Dat verandert niet doorde uitspraken van de Afdeling. Gemeenten beschikken over verschillendeinstrumenten om inburgeraars te stimuleren én aan te spreken op hunverplichtingen. Ik blijf daarom nauwgezet monitoren hoe gemeentenhandhaven en inburgeringsplichtigen stimuleren om tijdig aan hun plichtte voldoen. In overleg met de VNG wil ik bezien op welke wijze gemeentenhierbij verder kunnen worden gefaciliteerd en of nadere regelgevinggewenst is om te borgen dat de inburgeringsplicht ook daadwerkelijkwordt nageleefd.De Minister van Werk en Participatie,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 824, nr. 5123
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.