Kamerstuk · 30 mei 2025 · Tweede Kamer
Antwoord op vragen van het lid Postma over de Verenigde Staten en The Metals Company om diepzeemijnbouw mogelijk te maken, buiten het internationale rechtskader van de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) om
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2336Vragen van het lid Postma (NSC) aan de Ministers van Klimaat en GroeneGroei en van Buitenlandse Zaken over de Verenigde Staten en The MetalsCompany om diepzeemijnbouw mogelijk te maken, buiten het internationalerechtskader van de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) om (ingezonden28 april 2025).Antwoord van Minister Veldkamp (Buitenlandse Zaken), mede namens deMinisters voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, van Klimaat enGroene Groei, van Infrastructuur en Waterstaat, van Economische Zaken en deStaatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur(ontvangen 20 mei 2025).Vraag 1Bent u bekend met het bericht in NRC over het besluit van president Trump,op 24 april 2025, om via een executive order de Amerikaanse ambities voordiepzeemijnbouw in internationale wateren te versnellen?1Antwoord 1Ja.Vraag 2Bent u bekend met het bericht in NRC over de plannen van The MetalsCompany (TMC) om diepzeemijnbouw te starten via oude Amerikaansewetgeving, buiten de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) om?2Antwoord 2Ja.Vraag 3Hoe beoordeelt u deze stappen waarmee het internationaal recht, waaronderhet VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS), waarvan de ISA een uitvoeringsorgaan is,buitenspel wordt gezet door één bedrijf in samenwerking met de regeringTrump?1NRC, 25 april 2025, (https://www.nrc.nl/nieuws/2025/04/25/amerikaanse-politiek-25-april-a4891120)2NRC, 14 april 2025, (https://www.nrc.nl/nieuws/2025/04/14/america-first-zelfs-op-de-bodem-van-de-diepzee-a4889868) ah-tk-20242025-2336ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 Antwoord 3Het kabinet vindt deze ontwikkelingen zorgelijk en volgt deze nauwgezet. Alleactiviteiten op de zeeën en de oceaan, met inbegrip van de zeebodem en deondergrond daarvan, dienen volgens Nederland plaats te vinden binnen hetalomvattend juridisch kader van het VN-Zeerechtverdrag. HetVN-Zeerechtverdrag is bovendien essentieel voor het ordelijk gebruik enbeheer van de zeeën, de oceaan, de zeebodem en de ondergrond. Nederlandstaat voor de integriteit van het VN-Zeerechtverdrag en de InternationaleZeebodemautoriteit (ISA) als de exclusief aangewezen instantie om diepzee-mijnbouwactiviteiten op en in de internationale zeebodem te organiseren endaar toezicht op uit te oefenen. De VS is weliswaar geen partij bij hetVN-Zeerechtverdrag, maar heeft wel de Overeenkomst betreffende deuitvoering van Deel XI van het VN-Zeerechtverdrag (1994 Overeenkomst)ondertekend. De 1994 Overeenkomst ziet op diepzeemijnbouw op deinternationale zeebodem. Op grond van het verdragenrecht moet een staatdie een verdrag heeft ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging,aanvaarding of goedkeuring «zich onthouden van handelingen die eenverdrag zijn voorwerp en zijn doel zouden ontnemen».Vraag 4In het ondertekende decreet, kondigt de Verenigde Staten (VS) plannen aanom diepzeemijnbouw te starten in nationale én internationale wateren, buitenhet toezicht van de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) om? Vreest u datdit de deur opent naar ongecontroleerde mijnbouw op zee, buiten internatio-naal toezicht en afspraken van de Verenigde Naties (VN) om?Antwoord 4Op dit moment is het nog niet duidelijk of er partijen zijn die van de VS eenvergunning zullen krijgen en of deze partijen in staat zijn op korte termijn enop commerciële schaal diepzeemijnbouwactiviteiten te ontplooien. Nederlandzal zich ervoor blijven uitspreken dat deze activiteiten plaatsvinden inovereenstemming met het VN-Zeerechtverdrag. Dat houdt volgens Nederlandook in dat de ISA exclusief bevoegd is toezicht uit te oefenen op diepzeemijn-bouwactiviteiten op en in de internationale zeebodem.Vraag 5Kunt u bevestigen dat de Nederlandse delegatie bij de ISA zich tot nu toesteeds heeft uitgesproken tegen commerciële mijnbouwactiviteiten zondervooraf vastgestelde en breed gedragen internationale regels (mijnbouwcode)voor diepzeemijnbouw?Antwoord 5Ja. Inmiddels heeft de Raad van de ISA (het uitvoerende orgaan) in meerderebesluiten uitgedragen dat er geen commerciële exploitatie hoort plaats tevinden in de afwezigheid van een exploitatieregeling. Tijdens de afgelopenRaadsvergadering in maart 2025 heeft de Nederlandse delegatie ook gewezenop deze besluiten.Vraag 6Bent u het ermee eens dat Nederland, als voorvechter van internationalesamenwerking, zich moet uitspreken tegen deze strategie van de VS omzonder internationaal toezicht diepzeemijnbouw overhaast mogelijk temaken? Zo nee, kunt u toelichten waarom niet?Antwoord 6De Raad van de ISA heeft tussen 17 en 28 maart 2025 een reguliere vergade-ring gehad. TMC heeft gedurende die vergadering, op 27 maart 2025, bekendgemaakt voornemens te zijn in de tweede helft van 2025 een licentieaanvraagin te dienen in de VS om de internationale zeebodem te exploreren enexploiteren. De Secretaris-Generaal van de ISA heeft in reactie daarop zichuitgesproken tegen deze ontwikkeling tijdens de sessie op 28 maart 2025.Vervolgens schaarden vele staten zich – in verschillende bewoordingen –achter de integriteit en exclusiviteit van het VN-Zeerechtverdrag. Nederlandheeft onder meer gesteld dat het VN-Zeerechtverdrag het alomvattendjuridisch kader bevat waarbinnen alle activiteiten op de zeeën en de oceaan,met inbegrip van de zeebodem en de ondergrond daarvan, dienen plaats teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 vinden; vol te staan achter het VN-Zeerechtverdrag en de ISA; dat striktemilieuvoorwaarden en effectief toezicht op naleving essentiële vereisten zijnvan een toekomstige regeling; en dat de Raad van de ISA meermaals heeftuitgedragen dat er geen commerciële exploitatie hoort plaats te vinden in deafwezigheid van een exploitatieregeling. Nederland zal deze punten blijvenuitdragen en verwacht op deze onderwerpen brede steun van de anderestaten die actief zijn binnen de ISA.Vraag 7Internationale afspraken zoals het nieuwe Oceanenverdrag (Marienebiodiversiteit van gebieden buiten de nationale jurisdictie (BBNJ)) datNederland heeft getekend en het Kunming-Montreal Biodiversiteitskaderbenadrukken het belang van herstel en bescherming van oceaanecosystemen.Bent u het eens dat diepzeemijnbouw, die leidt tot verdere aantasting van deoceaan, indruist tegen deze internationale verplichtingen?Antwoord 7Zoals aangegeven in de Kamerbrief inzake het kabinetsstandpunt diepzee-mijnbouw3 staat voor Nederland voorop dat diepzeemijnbouw alleen kanplaatsvinden indien dit wetenschappelijk aantoonbaar binnen de draagkrachtvan het mariene ecosysteem valt, en is verankerd in sterke internationaleregels met effectief toezicht. In dat kader heeft Nederland tijdens deonderhandelingen over deze internationale regels in september 2024 eentekstvoorstel ingediend, waarmee zou worden geregeld dat exploitatie van deinternationale zeebodem alleen mag plaatsvinden in gevallen waarin dit deeffectieve implementatie van andere internationale raamwerken en overeen-komsten niet verhindert. Hiermee wordt mede naar de BBNJ-overeenkomsten het Kunming-Montreal Biodiversiteitskader verwezen. Dat voorstel kontijdens de onderhandelingen in maart 2025 op steun van enkele andere statenrekenen.Vraag 8Nederland heeft zich tot nu toe nog niet aangesloten bij de 32 landen dieoproepen tot een internationale pauze of tijdelijk moratorium op diepzeemijn-bouw. Bent u bereid om te overwegen Nederland alsnog aan te laten sluitenbij deze oproep, om zo een duidelijk signaal te geven dat diepzeemijnbouwpas mag plaatsvinden onder robuuste regelgeving en onder toezicht van deISA?Antwoord 8In de Kamerbrief over het kabinetsstandpunt diepzeemijnbouw4 is toegelichtdat de termen moratorium en voorzorgspauze in de internationale discussiesverschillend worden uitgelegd, en het gebruik ervan hierdoor niet bijdraagtaan een brede en open uitwisseling van standpunten. Daarom hanteertNederland de labels «moratorium» en «voorzorgspauze» niet in internationaleoverleggen. Het kabinet is van mening dat de wetenschappelijke kennis metbetrekking tot de effecten van diepzeemijnbouwactiviteiten op dit momentniet toereikend is om de stap van exploratie naar exploitatie te maken. Omdie reden is een strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel vereist. Hetstandpunt van Nederland wijkt dus inhoudelijk niet af van andere landen diezijn aangesloten bij de 32 genoemde landen. Het kabinet ziet geen reden omaf te wijken van het standpunt om geen label te hanteren.3Kamerstuk 32 849, nr. 231.4Kamerstuk 32 849, nr. 231.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3
Versie 5172e4f0a09bc8fa14469cec9934f48cb9bad5af02fa8c1ad9351704aa7ff2e2 · Officiële bron.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.