Beleidsreactie op het onderzoeksrapport 'Een sociaal notariaat? Toegankelijkheid notariële dienstverlening voor burgers en kleine bedrijven'
Brontekst
Versie 6bc77de90164d8d5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 279Rechtsstaat en Rechtsorde36 248Initiatiefnota van het lid Van Nispen over «Opnaar een Sociaal Notariaat»Nr. 953 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 april 2025In het Commissiedebat juridische beroepen van 4 november 2021 en op6 oktober 2022 heeft de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming aanuw Kamer de toezegging gedaan om een onderzoek te laten verrichtennaar de staat van het notariaat en de toegang tot de notariële dienstver-lening.1 Gelet op de omvang van dit onderzoek, heeft het Wetenschap-pelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum besloten dit onderzoek in tweedelen te laten uitvoeren. Op 14 november 2024 heb ik u het eersteonderzoeksrapport toegezonden met als titel: «Een sociaal notariaat?Toegankelijkheid notariële dienstverlening voor burgers en kleinebedrijven» en heb ik de toezegging gedaan voor het commissiedebatjuridische beroepen, dat staat gepland op 24 april, met een reactie tekomen.2 Het tweede onderzoek gaat over de toegang tot het beroepnotaris. Het onderzoeksrapport wordt voor het einde van dit jaarverwacht.In onderhavige beleidsreactie staat het eerste deel van het onderzoekcentraal, waarmee ik tegemoet kom aan mijn toezegging aan uw Kameren de motie van het lid Van Nispen (SP).3 Deze motie verzoekt de regeringom in overleg met de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) enaan de hand van het WODC-onderzoek scenario’s uit te werken voor deoprichting van een sociaal notariaat, hierbij ook de budgettaire conse-quenties in kaart te brengen en de Kamer hier uiterlijk in maart 2025 overte informeren.1Verslag vaste commissie voor Justitie en Veiligheid d.d. 4 november 2021, vergaderjaar2021–2022, 35 925 VI, nr. 29, blz. 41; verslag commissiedebat over juridische beroepen,6 oktober 2022, blz. 35.2Vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9143Vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 92 kst-29279-953ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9531 Zoals mijn ambtsvoorganger in de brief van 3 april 20234 heeft uiteen-gezet, ziet de toegang tot het recht, in het bijzonder toegang tot hetnotariaat, op drie aspecten:1.Bekendheid: is de burger voldoende op de hoogte wat een notaris voorhem of haar zou kunnen betekenen?2.Begrijpelijkheid: is de inhoud van de notariële stukken voor een burgerte begrijpen en sluiten die aan bij de wensen van de burger?3.Betaalbaarheid: ondervindt een bepaalde groep een drempel bij detoegang tot de notaris vanwege de verminderde draagkracht?De KNB onderneemt, zoals toegelicht in de brief van 3 april 2023, almeerdere initiatieven die bijdragen aan een hogere bekendheid enbegrijpelijkheid van het notariaat, zodat mensen beter weten wat hetnotariaat hen te bieden heeft. Met betrekking tot de betaalbaarheidbestaat er een voorziening in artikel 56 van de Wet op het notarisambt(Wna).Aanleiding voor het WODC onderzoek was onder andere de vraag vanuituw Kamer of minderdraagkrachtigen wel voldoende toegang tot hetnotariaat hebben.Ik zal deze brief beginnen met een toelichting op de doelgroep: is er vraagnaar notariële dienstverlening binnen deze doelgroep en om welkenotariële dienstverlening gaat het dan? Dit wordt gevolgd door eenweergave van de scenario’s voor een sociaal notariaat die volgen uit hetWODC-onderzoek en ik met de KNB en de Kamers voor het notariaat hebbesproken. Ik sluit af met de vervolgstappen die ik ga nemen.I. Doelgroep Zoals in de eerder genoemde brief van 3 april 2023 is geconcludeerdontbreekt het op dit moment nog aan een duidelijke identificering van de(omvang) van de doelgroep(en) voor wie een sociaal notariaat de toegangtot het notariaat zou versterken. Wanneer er geen verplichte aanleiding isom bij de notaris te komen zullen burgers op geheel eigen initiatiefcontact moeten leggen met een notaris. Voor mensen uit lagereinkomensgroepen of mensen met schulden vormt de financiële toeganke-lijkheid van het notariaat een beperking. Een beperkte toegang tot hetnotariaat wil echter niet zeggen dat deze groep of een deel van de groepook daadwerkelijk behoefte heeft aan notariële dienstverlening.5Ook de KNB herkent deze leemte aan een duidelijke identificering van eendoelgroep voor een sociaal notariaat. De KNB hanteert om die reden in deprogramma’s die zij uitrollen een inschatting van een bepaalde groepkwetsbare burgers. Bij het bepalen van deze groep is niet noodzakelij-kerwijs gekeken naar inkomen en zijn dus bredere groepen betrokken.DienstverleningUit het WODC-onderzoeksrapport komt naar voren dat naar verwachtingde behoefte aan sociale notariële dienstverlening voor het grootste deelop het terrein van het familierecht6 zal liggen. Het familierecht is eenrechtsgebied dat relevant is voor iedereen, ongeacht diens inkomens- ofvermogenspositie. Zo krijgt iedereen op enig moment in zijn leven te4Vergaderjaar 2022–2023, 36 248, nr. 45Pagina 41 van het onderzoeksrapport.6Op pagina 31 van het onderzoeksrapport, staan de behoeften van burgers naar notariëledienstverlening gerangschikt. De hoogste 3 (testament, afwikkeling nalatenschap en levenstes-tament) vallen allen onder de familierechtpraktijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9532 maken met een overlijden van een naaste, gaan mensen samenleven,trouwen of scheiden, en wordt door de vergrijzing de behoefte voorburgers om toekomstige zaken goed te regelen groter. Denk hierbij aan(levens)testamenten, verklaringen van erfrecht of boedelbeschrijvingenwaarin minderjarigen (mede)gerechtigd zijn. In heel 2023 zijn ruim1,7 miljoen akten gepasseerd. Van de gepasseerde akten is 43% afkomstigvan de familiepraktijk7. Dit komt neer op circa 731.000 akten.OmvangAan de KNB is gevraagd een inschatting te maken van de grootte van degroep mensen die mogelijk een beroep zouden kunnen doen op socialenotariële dienstverlening maar dat nu niet doen omdat de betaalbaarheideen obstakel vormt. De KNB heeft te kennen gegeven dat een ingewik-kelde vraag te vinden, nu er geen data voorhanden is waaruit de groottevan deze groep kan worden afgeleid. De KNB heeft een inschattinggemaakt van de doelgroep van een sociaal notariaat aan de hand van degroep kwetsbare burgers zoals door de KNB gehanteerd in haarprogramma’s. Onder andere laaggeletterden, mensen met een verstande-lijke beperking, ouderen die fysiek en/of sociaal afhankelijk zijn enniet-westerse migranten zijn door de KNB in deze groep meegenomen.Het gaat hier om kwetsbare burgers en niet zozeer om mensen waar debetaalbaarheid van het notariaat een drempel is. De KNB schat de groepkwetsbare burgers, waarvoor een sociaal notariaat mogelijk een oplossingzou kunnen zijn, in op 2,5 miljoen burgers. Dit is ongeveer 14% van deNederlandse bevolking. De KNB schat in dat circa 95.000 akten per jaar inaanmerking kunnen komen voor een sociaal notariaat. Het gaat dan omcirca 55.000 testamenten, 35.000 levenstestamenten en 5.000 huwelijkseen partnervoorwaarden. In de casuïstiek die door het lid Van Nispen (SP)in zijn initiatiefnota8 wordt genoemd komt voornamelijk de behoefte naarvoren om zaken rondom overlijden en precaire familierelaties goed tekunnen regelen. Onwetendheid en informatiebehoefte is hierin eenbelangrijk aspect. Notariële bijstand is dan niet altijd nodig. De burger kanvaak ook geholpen worden met een andere wijze van rechtshulpverlening.Daarnaast is de inschatting van de KNB dat er circa 74.000 notariëleadviezen in aanmerking zouden kunnen komen voor sociale notariëledienstverlening. De verwachting van de KNB is dat de meeste adviezen,circa 67.000, de afwikkeling (en vereffening) van (negatieve) nalaten-schappen betreft. Daarnaast is de inschatting van de KNB dat er circa7.000 adviezen zijn met betrekking tot financiële problemen en hulp bijscheidingen. Het is de vraag of in iedere situatie advies van de notarisvereist is, of dat het advies ook gegeven kan worden door een rechtshulp-verlener anders dan een notaris.Het WODC-onderzoek en de inschatting van de KNB geven een indicatievan een groep burgers met een bepaalde inkomenspositie die mogelijkproblemen kunnen ondervinden met het betalen van een notaris. Het staatgeenszins vast dat deze groep ook aanspraak wil maken of behoefte heeftaan notariële dienstverlening op een bepaald vlak. Bovendien zoudendeze personen, afhankelijk van de hulpvraag, wellicht ook beter geholpenkunnen worden door een andere maatschappelijke hulpverlener, jurist ofadvocaat.7Pagina 29 van het onderzoeksrapport.8Vergaderjaar 2022–2023, 36 248, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9533 II. Uitwerking scenario’s Het WODC-onderzoek schetst vijf scenario’s op basis waarvan de kostenvan de notariële dienstverlening voor financieel minder draagkrachtigenkunnen worden gereduceerd:1.het aanpassen van artikel 56 Wna zodat deze beter aansluit op debehoeften van de doelgroep;2.het toevoegen van de notaris aan het stelsel voor gefinancierderechtsbijstand;3.het opnemen van notariële diensten in een rechtsbijstandsverzekeringof andere verzekerings- of abonnementsvormen;4.het verdelen van de kosten over notariskantoren via een fonds ofandere financieringsvorm;5.de mogelijkheid creëren voor financiering vanuit de overheid viabijzondere bijstand van de gemeente.Scenario’s 3 en 5 laat ik in deze beleidsreactie buiten beschouwing. Insamenspraak met de KNB is geconcludeerd dat deze scenario’s naarverwachting niet passend zijn om de toegang tot het notariaat voormensen met minder financiële middelen te vergroten. Zo geldt voor debijzondere bijstand dat dit per gemeente verschilt en dat daarmeeongewenste verschillen in Nederland zullen ontstaan. Voor de rechtsbij-standsverzekering geldt dat notariële dienstverlening hier niet onder kanvallen omdat het opstellen van huwelijkse voorwaarden of het opstellenvan een testament niet valt onder een «onvoorzien of onzekere gebeur-tenis» waartegen kan worden verzekerd. Bovendien zal het opnemen vannotariële diensten in een rechtsbijstandverzekering of andereverzekerings- of abonnementsvorm resulteren in een toename van devaste lasten van een financieel minderdraagkrachtige. Hierdoor is nietaannemelijk dat hier behoefte aan is en dat het de toegang tot de notariëledienstverlening zal vergroten.Ik zal hierna ingaan op de scenario’s 1, 2 en 4. Voor alle scenario’s geldtdat nader bepaald moet worden op welke wijze een rechtzoekende inaanmerking komt voor notariële diensten tegen een gereduceerd tarief.Daarnaast is het wenselijk dat de rechtzoekende een eigen bijdrageverschuldigd blijft.Met behulp van de inschatting van de KNB van het aantal akten enadviezen dat in aanmerking zou komen voor sociale notariële dienstver-lening en de tarieven heb ik een inschatting gemaakt van de budgettaireconsequenties van de verschillende scenario’s. Een toelichting hierop treftu in de bijlage.• Scenario 1: het aanpassen van artikel 56 Wna zodat deze beteraansluit op de behoeften van de doelgroepUit onderzoeksrapport is gebleken dat er in de praktijk twee toegankelijk-heidsproblemen worden ervaren met de werking van artikel 56 Wna. Ditbetreft in de eerste plaats de hoogte van de eigen bijdrage die wordtopgelegd door de Kamers voor het Notariaat en, in de tweede plaats, debeperkte dienstverlening waarin artikel 56, tweede lid, Wna voorziet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9534 Hoogte eigen bijdrageBij een verzoek tot aanwijzing van een notaris op grond van artikel 56 Wnawordt standaard de maximale eigen bijdrage, zoals vastgesteld in hetBesluit eigen bijdrage rechtsbijstand (Bebr)9, opgelegd. Doordatstandaard de maximale eigen bijdrage wordt opgelegd zijn burgers voorbepaalde dienstverlening meer geld kwijt dan wanneer er zelfstandig bijeen notaris een offerte wordt gevraagd. Als gevolg hiervan heeft artikel 56Wna niet het effect de (financiële) drempel voor mensen met een kleinebeurs te verlagen.10Samen met de KNB en de Kamers voor het Notariaat is gekeken naareventuele aanpassingen van artikel 56 Wna met als doel de toegang tot denotariële dienstverlening te vergroten. In de eerste plaats gaat dat omruimte te creëren voor het toepassen van maatwerk ten aanzien van dehoogte van de eigen bijdrage die door de Kamers voor het Notariaatwordt opgelegd. In het Bebr is geregeld dat hoe lager het inkomen van derechtzoekende is, des te lager het bedrag is dat aan eigen bijdrageverschuldigd is. Door aan te sluiten bij de vijf inkomenscategorieën metbijbehorende eigen bijdragen uit Bebr, kan meer rekening wordengehouden met de draagkracht van de burger. Of het huidige artikel 56Wna ruimte biedt voor dergelijk maatwerk vereist een nadere analyse vande wetgeving. Indien uit deze nadere analyse blijkt dat binnen het huidigewettelijk kader niet kan worden aangesloten bij de vijf inkomenscatego-rieën uit het Bebr, kan een wijziging van artikel 56 Wna wordenoverwogen. De hoogte van de verschuldigde eigen bijdrage voor deambtelijke werkzaamheden kan dan worden gerelateerd aan de hoogtevan het inkomen.Wanneer de eigen bijdrage niet toereikend is bestaat er op dit momentgeen voorziening voor aanvullende financiering vanuit de overheid of deberoepsgroep. Bij scenario 4 wordt nader ingegaan op de mogelijkhedenvan een aanvullende bijdrage via een fonds.DienstverleningVerder zal er bij de aanpassing van artikel 56 Wna ook moeten wordengekeken of de daarin geregelde werkzaamheden kunnen wordenuitgebreid. De KNB heeft naast de nu in artikel 56 lid 2 Wna11 genoemdehandelingen ook gekeken naar andere notariële handelingen waaraanbehoefte bestaat, maar waar op grond van artikel 56 Wna geen beroep opkan worden gedaan.Op dit moment valt het levenstestament niet onder de ambtelijkewerkzaamheden waarop een beroep op artikel 56 Wna kan wordengedaan. De inschatting van de KNB is dat als het levenstestament,waarvoor de wet thans geen notarieel vormvereiste stelt, onderdeel zou9Per 1 januari 2025 bedraagt de maximale eigen bijdrage € 1.016,00.10De netto bijstandsnorm voor een alleenstaande volwassene bedraagt per 1 januari 2025€ 1.345,45 per maand, wat neerkomt op € 16.145,40 per jaar. Een eigen bijdrage van€ 1.016,00 bedraagt daarmee ruim 6 procent van het jaarlijkse netto inkomen.11Artikel 56 lid 2 Wna luidt als volg: Het eerste lid is van toepassing op werkzaamheden metbetrekking tot:a.notariële akten houdende testament, huwelijkse voorwaarden, partnerschapsvoorwaarden,samenlevingsovereenkomst en voogdijbenoeming;b.notariële akten van scheiding van onverdeeldheden indien uit de onverdeeldheid de kostenvan de notaris niet kunnen worden voldaan;c.verklaringen van erfrecht indien het saldo van de boedel minder bedraagt dan het inartikel 34, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand genoemde bedrag voor hetvermogen van een alleenstaande.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9535 worden van artikel 56 Wna dit tot ongeveer 35.000 gepasseerde akten zoukunnen leiden.Notarieel advies valt ook niet onder de reikwijdte van artikel 56, tweedelid, Wna. Volgens de inschatting van de KNB zou het jaarlijks kunnenleiden tot circa 74.000 notariële adviezen en is naar verwachting van deKNB de meeste behoefte aan notarieel advies over de afwikkeling (envereffening) van (negatieve) nalatenschappen.• Scenario 2: Het toevoegen van de notaris aan het stelsel voorgefinancierde rechtsbijstandHet tweede scenario ziet op het toevoegen van de notaris aan het systeemvoor gesubsidieerde rechtsbijstand, zoals dat ook geldt voor de socialeadvocatuur.De grondslag voor gesubsidieerde rechtsbijstand voor de advocatuurstaat in artikel 18 van de Grondwet. Eenieder moet zich bij de rechter ofmet een geschil tegen de overheid kunnen laten bijstaan door eenadvocaat. Om die toegang ook voor financieel minderdraagkrachtigen tekunnen bewerkstelligen, is het stelsel voor gefinancierde rechtsbijstandopgezet. Dit is een belangrijk verschil met een sociaal notariaat.Daarnaast is de rol van de advocaat, als rechtsbijstandverlener envertegenwoordiging in rechte, een andere dan de rol die de notarisbekleedt in ons rechtstelsel. De dienstverlening van deze beroepsbeoefe-naren en de behoefte daaraan van de burger kunnen niet aan elkaar gelijkgesteld worden.Uit de gesprekken met de KNB blijkt dat hun voorkeur, voor zowel deambtelijke werkzaamheden als de advieswerkzaamheden, uitgaat naaraansluiting op het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Op dezewijze wordt volgens de KNB de toegang tot de notariële dienstverleningversterkt en worden de lasten hiervan gedeeld door de hele samenleving.Het lid Van Nispen (SP) heeft in zijn initiatiefnota12 gevraagd om eenstartbudget van eenmalig 50 miljoen euro om een stelsel op te zetten vangesubsidieerde rechtsbijstand van het notariaat, vergelijkbaar met desociale advocatuur. Vervolgens zal er, volgens de initiatiefnota, moetenworden bekeken hoeveel budget er jaarlijks nodig is om het sociaalnotariaat te laten functioneren. Daarnaast zou afhankelijk van de wijze vanvormgeving naar diverse juridische en financiële vraagstukken gekekenmoeten worden.De inschatting is dat de kosten jaarlijks tussen de € 43 miljoen en€ 84 miljoen komen te liggen. Afhankelijk van de hoogte van de eigenbijdrage door de burger. In de bijlage treft u een toelichting op deinschatting.• Scenario 4: het verdelen van de kosten over notariskantoren viaeen fonds of andere financieringsvormTot slot wil ik stilstaan bij een fonds waarin, gelijk aan de systematiek vanhet al bestaande kwaliteitsfonds van de KNB, per gepasseerde akte eenbepaald bedrag wordt afgedragen. Vanuit dit fonds kunnen de kosten voorde werkzaamheden die de notaris tegen een gereduceerd tarief verrichtworden aangevuld. Door middel van een opslag per akte draagt deberoepsgroep zelf zorg voor de financiering van het fonds. Een verdere12Vergaderjaar 2022–2023, 36 248, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9536 uitwerking van dit scenario vergt echter nog de nodige aandacht. Dekomende periode zal met de KNB nader worden gesproken over demogelijkheden van een aanvullende vergoeding door de beroepsgroep uiteen fonds.De inschatting is dat de opslag per akte tussen de € 25 en € 49 komt teliggen. Afhankelijk van de hoogte van de eigen bijdrage door de burger. Inde bijlage treft u een toelichting op de inschatting.III. Conclusie en vervolg Het is voor mij van groot belang dat iedere Nederlander die daar eenberoep op wenst te doen toegang heeft tot juridische dienstverlening,waaronder het notariaat. Het versterken van de toegang tot het notariaatvoor personen met minder financiële draagkracht is dan ook eenvoorstelbare wens. De beantwoording van de vraag welke scenario hetbeste aan de wens tegemoet komt, wordt bemoeilijkt door de bestaandeonduidelijkheid over de doelgroep(en), de omvang daarvan en de preciezebehoeften aan notariële dienstverlening. Het WODC-onderzoek biedt eenaantal handvatten voor een eventuele doelgroep(en), omvang enbehoeften van een sociaal notariaat en hoe deze vorm zou kunnen krijgen.Een duidelijk antwoord is ook in dit WODC-onderzoek echter uitgebleven.Ik zie echter de politieke en maatschappelijke wens om iets te kunnendoen om de toegang tot het notariaat voor financieel minderdraag-krachtige personen te versterken. Ik wil daarom de mogelijkheden verderonderzoeken om binnen, of met enige aanpassing van het huidig wettelijkkader van artikel 56 Wna de toegang tot het notariaat te versterken. Ik wilbekijken of er enerzijds maatwerk kan worden toegepast bij de opleggingvan de hoogte van de eigen bijdrage en anderzijds of aanwijzing ook kanplaatsvinden bij het opstellen van een levenstestament en enige advies-werkzaamheden door de notaris. De rechtzoekende blijft dan altijd eeneigen bijdrage verschuldigd aan de notaris, dat vind ik ook redelijk. Bij deuitwerking van artikel 56 Wna zal ik ook de vraag over doelgroep(en) enomvang daarvan betrekken en vanuit het perspectief toegang tot het rechtkijken hoe in de behoeften van burgers voorzien kan worden.Om de notaris tegemoet te komen in de kosten voor de dienstverlening,wil ik, samen met de KNB, gaan bekijken of vanuit een fonds devergoeding van de notaris kan worden aangevuld. Hiervoor denk ik ineerste instantie aan het al bestaande kwaliteitsfonds van de KNB. Dit ismet nadruk niet een variant waarbij de volledige vergoeding door hetkwaliteitsfonds betaald dient te worden.Naast bovenstaande richtingen stimuleert dit traject ook om in anderetrajecten te investeren in de begrijpelijkheid en toegankelijkheid van hetnotariaat en de relevante rechtshandelingen. Onlangs is bijvoorbeeld dewebsite van de Rijksoverheid aangepast om meer en op een begrijpe-lijkere manier informatie te geven over de verschillende vormen vangeschiloplossing. Er is een aparte pagina opgenomen over de hulp dieeen notaris kan bieden.13 Op deze pagina is een boegbeeldfilmpjegeplaatst om ook op die manier uit te leggen wat een notaris kanbetekenen voor burgers.13https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/hulp-bij-juridisch-probleem/notarisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9537 De komende periode ga ik over de genoemde initiatieven, samen met deKNB en de Kamers voor het Notariaat, nader in gesprek. Ik zal uw Kamervoor het einde van het jaar informeren over de voortgang.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9538 TOELICHTING INSCHATTING BUDGETTAIRE CONSEQUENTIES•De inschatting van de KNB is dat er jaarlijks circa 95.000 akten voorsociale notariële dienstverlening in aanmerking zouden kunnenkomen. Het gaat dan om circa 55.000 testamenten, 35.000 levenstesta-menten en 5.000 huwelijkse en partnervoorwaarden.•Uitgaande van een gereduceerd tarief van gemiddeld € 500 per akteen de laagste eigen bijdrage van € 241 per akte komt dit neer op eenaanvullende bijdrage van circa € 259 per akte en circa € 25 miljoen opjaarbasis. Zonder eigen bijdrage is de inschatting dat de aanvullendebijdrage circa € 48 miljoen zal gaan bedragen.•Daarnaast wordt door de KNB ingeschat dat er jaarlijks circa74.000 notariële adviezen in aanmerking zouden kunnen komen voorsociale notariële dienstverlening. De verwachting is dat de meesteadviezen, circa 67.000, de afwikkeling (en vereffening) van (negatieve)nalatenschappen betreft. Daarnaast is de inschatting dat er circa7.000 adviezen zijn met betrekking tot financiële problemen en hulp bijscheidingen. Uitgaande van een gereduceerd tarief van gemiddeld€ 400 en de laagste eigen bijdrage van € 259 per advies komt dit neerop een aanvullende bijdrage van circa € 12 miljoen per jaar. Zondereigen bijdrage is de inschatting dat de aanvullende bijdrage circa€ 30 miljoen zal gaan bedragen.•Tezamen gaat het om een bandbreedte tussen de € 37 miljoen en78 miljoen. Dit bedrag is een inschatting, exclusief een inschattingwelk bedrag als uitvoeringskosten geraamd moet worden. Wanneerook een schatting van de uitvoeringskosten wordt meegenomen kanuitgegaan worden van een bandbreedte tussen de € 43 miljoen en€ 84 miljoen op jaarbasis.•Wanneer de bijdrage zou worden voldaan uit een fonds en pergepasseerde akte een bepaald bedrag wordt afgedragen dan is deinschatting dat de eigen bijdrage per akte tussen de € 25 en € 49 komtte liggen. Hierbij wordt uitgegaan van circa 1,7 miljoen gepasseerdeakten per jaar.BIJLAGE:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9539
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.