Circulaire economie
Brontekst
Versie 8430bbfaf735d424 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 352 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 maart 2025In het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030 (NPCE) wordteen tweejaarlijkse beleidscyclus gehanteerd om te leren van beleid en ombij te kunnen sturen. In dat kader zijn onlangs de tweejaarlijkse IntegraleCirculaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor deLeefomgeving (PBL) en de Rode draden Notitie van het VersnellingshuisNederland Circulair! ontvangen. Met deze brief bied ik u deze rapportagesaan.Daarnaast informeer ik u over de uitkomsten van de generatietoets NPCE,een onderzoek naar kansrijke financiële prikkels voor de circulaireeconomie en aanvullend onderzoek naar de CO2-effecten van circulairemaatregelen, en een onderzoek naar een digitaal systeem voor koolstof-boekhouding. Deze zijn aan u toegezegd.Integrale Circulaire Economie RapportageHet PBL maakt, in samenwerking met kennisinstellingen en op verzoekvan het kabinet, elke twee jaar de Integrale Circulaire EconomieRapportage (ICER). De ICER (bijlage 1) geeft de stand van zaken van degewenste transitie naar een circulaire economie in Nederland. Dezepublicatie bevat vaste onderdelen, zoals het gebruik van grondstoffen ende effecten daarvan, de voortgang van de transitie en de ontwikkeling vancirculaire-economiebeleid. Daarnaast bevat dit rapport handvatten om debenodigde versnelling van de transitie aan te jagen.Het PBL geeft in deze derde editie van de ICER drie kernboodschappenmee:1.De huidige trends laten de noodzaak van een circulaireeconomie zien.De mondiale grondstoffenproblematiek, veroorzaakt door ketens (vanwinning tot productie) heeft aanzienlijke gevolgen voor het milieu.Nederland is kwetsbaar vanwege de sterke afhankelijkheid van kst-32852-352ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3521 geïmporteerde grondstoffen en de impact van geopolitieke ontwikke-lingen. Hierdoor stijgen leveringsrisico’s voor de Nederlandseeconomie. Een verschuiving naar circulaire strategieën is essentieelom economische stabiliteit en klimaat- en natuurdoelen te bereiken.Het Nederlandse grondstoffengebruik is tussen 2020 en 2022 toegeno-men, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat het richtinggevendekabinetsdoel van halvering van het gebruik van primaire abiotischegrondstoffen voor 2030 wordt gehaald.2.Nu inzetten op een circulaire economie biedt kansen voorNederlandse bedrijven.Nederland heeft in vergelijking met andere EU-landen een goedeuitgangspositie. Als kennis en ervaringen over circulariteit zich binnensuccesvolle bedrijven verder kunnen ontwikkelen en op termijngeëxporteerd kunnen worden, zal dit bijdragen aan de Nederlandseeconomie. Daarnaast ontstaan er kansen wanneer de circulaireeconomie gekoppeld wordt aan de energietransitie en de woning-bouwopgave. Het combineren van circulaire principes met dezeopgaven kan bijdragen aan materiaalbesparing en de daarmeesamenhangende milieueffecten en leveringsrisico’s.3.Versnelling van de transitie vraagt om een stevigere inzet vanbeleid.Versnelling van de transitie naar een circulaire economie wordt metname belemmerd doordat er geen markten zijn voor circulaireproducten. Om circulaire innovaties en bedrijvigheid te bevorderen, isdaarom ambitieus beleid nodig dat gericht is op alle circulariteitsstra-tegieën, zowel op nationaal als op Europees niveau. Veel van dehuidige beleidsinstrumenten grijpen namelijk vooral in op deachterkant van de productieketen, bij afval en recycling. Eerder in deproductieketen zijn er vooral beleidsopties die nog moeten wordenvastgesteld, zoals het stellen van regels voor ontwerp en hergebruik.Om de transitie naar een circulaire economie te versnellen, is het in elkgeval nodig om de plannen uit het Nationaal Programma CirculaireEconomie uit te werken en te implementeren met betrekking tot dedoelen, beleidsinstrumenten en sturing.Het PBL doet de volgende aanbevelingen voor beleidsmakers:1.Blijf inzetten op ambitieus, Europees circulaire-economiebeleid om eengelijk speelveld voor Nederlandse bedrijven te realiseren.2.Benut bestaande nationale instrumenten beter, zoals uitgebreideproducentenverantwoordelijkheid (UPV) en circulaire inkoop dooroverheden.3.Zet in op de uitwerking van beleidsinstrumenten met grote potentiëlemilieueffecten. Bijvoorbeeld een Europese heffing op primaire fossielegrondstoffen voor plastics, en meer circulair aanbesteden bij grond-,weg- en waterbouw. Of een exploitatiesubsidie voor circulairemaatregelen, om zo het prijsverschil tussen Nederlands recyclaat enprimaire grondstoffen te verkleinen.4.Versterk het bestaande sturingsmodel voor een circulaire economiedoor duidelijke, bindende afspraken te maken tussen ministeries,decentrale overheden, bedrijven en maatschappelijke organisatiesover rollen, verantwoordelijkheden en het behalen van doelen.Ik heb grote waardering voor de inspanningen die het PBL en debetrokken kennisinstellingen hebben geleverd om tot de ICER te komen.Bij de actualisatie van het NPCE, die ik u in het najaar aanbied, neem ik debevindingen en de aanbevelingen mee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3522 Rode Draden Notitie 2025Samen met meer dan honderd partners1 helpt het VersnellingshuisNederland Circulair! (hierna Versnellingshuis)2 sinds 2019 ondernemendNederland te versnellen in de transitie naar Nederland Circulair in 2050.Jaarlijks stelt het Versnellingshuis De Rode Draden Notitie (bijlage 2) op:een «foto» die bestaat uit signalen van wat ondernemers in de praktijk aanbelemmeringen en kansen ervaren als zij hun bedrijf voeren en circulairestappen (willen) zetten. Het thema voor de Rode Draden Notitie 2025 is«ruimte voor circulaire bedrijvigheid in de fysieke leefomgeving». HetVersnellingshuis koos hiervoor omdat bedrijventerreinen, met nameterreinen in de binnenstedelijke gebieden die tegen ruimtelijke grenzenaanlopen. Dat is voor een deel het gevolg van transformatie van bedrij-venterreinen naar woningen. Deze woningen vragen vervolgens omvoorzieningen waardoor de druk op de binnenstedelijke ruimte voorbedrijvigheid verder oploopt. Dit heeft effect op bedrijven die circulairwerken of stappen zitten in die richting.Voor de Rode Draden Notitie 2025 zijn kwalitatieve signalen opgehaald bijondernemers door middel van een enquête en enkele verdiependeinterviews waarbij de hoofdvraag luidt: Waar lopen ondernemers tegenaan rondom de fysieke ruimte voor hun activiteiten op het vlak van decirculaire economie? Er zijn vijf Rode Draden afgeleid uit de enquête eninterviews:1.Ruimtegebrek belemmert circulaire productie en innovatie;2.Gebrek aan flexibele opslag belemmert opschaling en uitbreiding;3.Regionale samenwerking: kansen, maar ook knelpunten;4.Inefficiënte logistiek houdt circulaire initiatieven klein;5.Circulair ondernemen vraagt om flexibeler ruimtelijk en juridischbeleid.Ik waardeer dat het Versnellingshuis deze signalen van ondernemers inkaart heeft gebracht. Ik zal de Rode Draden Notitie delen met het departners die binnen de zogenaamde krachtenbundeling Rijk-regio dehanden ineen hebben geslagen voor het thema ruimte. Op de NationaleConferentie Circulaire Economie op 20 maart zullen hierover bestuurlijkeafspraken worden getekend. Hierna zal een werkgroep nagaan hoe designalen in de Rode Draden Notitie meegenomen kunnen worden bij deuitvoering van de afspraken.Generatietoets NPCEIn het NPCE 2023–2030 is een generatietoets aangekondigd. Met degeneratietoets kan de overheid mogelijke effecten van nieuwe wetgevingof nieuw beleid op de leefomstandigheden van generaties in het heden enin de toekomst inzichtelijk maken. De generatietoets NPCE (bijlage 3) is ininterdepartementale afstemming uitgevoerd met bijdragen van verschil-lende (jongeren)organisaties, zoals de Jonge Klimaatbeweging, KlimaatEnergie Koepel, SER (Sociaal-Economische Raad) Jongerenplatform,Jongerenmilieuraad en Lab toekomstige generaties. Na keuze van eenexterne klankbordgroep, bestaande uit bovengenoemde organisaties, isgekeken naar vijf thema’s: (1) Inkomen, (2) Arbeidsmarkt, (3) Gezond-heidszorg, (4) Natuur, milieu en grondstoffen, en (5) Klimaat enduurzaamheid.De generatietoets is uitgevoerd over de beleidsmaatregelen ter levens-duurverlenging van consumptiegoederen zoals opgenomen in het NPCE1https://versnellingspartner.versnellingshuisce.nl/2Het Versnellingshuis Nederland Circulair! is een samenwerkingsverband van het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat, VNO-NCW/MKB-Nederland, Het Groene Brein en MVO Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3523 2023–2030. De generatietoets laat voor de maatregelen aanvankelijk eennegatieve impact zien op het thema inkomen, die op de lange termijn(vanaf 30 jaar) verdwijnt. Op de overige thema’s is een positief of geeneffect te zien, afhankelijk van bepaalde voorwaarden zoals het veranderenvan onze lineaire consumptiepatronen. Er zijn denkbare richtingengeformuleerd om de effectiviteit van de set beleidsmaatregelen tewaarborgen en waar mogelijk te vergroten.Daarvan zie ik enkele als aanmoediging van beleid dat al ingezet is, zoalshet inzetten van gedragscampagnes en digitale productpaspoorten.Ik neem de aanbeveling over om de generatietoets één keer in de vier jaaruit te voeren. Dit zal worden opgenomen in de beleidscyclus van hetNPCE. Daarbij zal telkens met het PBL overlegd worden of en zo ja, hoe debevindingen als input kunnen dienen voor de ICER.Onderzoek Kansrijke financiële prikkels voor de circulaireeconomie en onderzoek naar CO2-effecten van circulairemaatregelenHet onderzoek «Kansrijke financiële prikkels voor de circulaire economie»(bijlage 4) is uitgevoerd door KPMG met het doel om financiële prikkels inbeeld te brengen die de circulaire economie een impuls kunnen geven. Ditonderzoek is aangekondigd in een Kamerbrief over circulaire economie enklimaatbeleid3 en geeft uitvoering aan de motie Kostic´4.Het onderzoeksrapport begint met een aantal knelpunten in de circulaireeconomie en hoe financiële prikkels kunnen helpen deze knelpunten op telossen. Vervolgens worden per prioritaire productketen de ketenspecifiekeuitdagingen, knelpunten en mogelijke financiële prikkels besproken. Hetrapport zoomt vervolgens in op twee financiële prikkels: een reparatie-bonus en subsidiëring van de onrendabele top van circulaire busines-scases. Deze maatregelen zijn geselecteerd vanwege de ingeschatteuitvoerbaarheid en daarmee kansrijkheid van deze maatregelen.Er wordt in het rapport gesteld dat een reparatiebonus in principe goeduitvoerbaar is en positieve gevolgen kan hebben op het aantal reparaties.Een reparatiebonus, zoals een voucher, zou consumenten korting kunnengeven op de reparatie van een product, wanneer zij een voucher inleverenbij een aangesloten reparateurs. In Oostenrijk werkt zo’n systeem al. Deuitvoerbaarheid en complexiteit van de maatregel zijn afhankelijk van deinrichting ervan. Het rapport geeft daarmee een eerste invulling van demotie van het lid Bamenga5 over een reparatievoucher.Het kabinet zal aanvullend onderzoek laten doen naar de precieze werkingen de effectiviteit van reparatiebonussystemen, zoals die in Oostenrijk enHilversum. Het onderzoek moet uitwijzen hoe een dergelijk systeem inNederland effectief opgezet kan worden. Dat onderzoek zal ingaan op dehoogte van de reparatiebonus, de productgroepen die onder de bonusgaan vallen, de doelgroepen van de bonus, de vormgeving en welkeorganisatie(s) de uitvoering op zich zou moeten nemen. Het bijgevoegderapport geeft geen inschatting van de milieueffecten en de kosten van eenreparatievouchersysteem. Deze elementen zullen in het vervolgonderzoekworden meegenomen. De resultaten van dat onderzoek worden eind 2025verwacht.De tweede maatregel die het rapport verkent is een subsidie voor deonrendabele top van circulaire businesscases. Met de onrendabele top3Tweede Kamer 32 813 en 32 852, nr. 1397.4Tweede Kamer 31 209, nr. 2555Tweede Kamer 32 852, nr. 305Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3524 wordt dat deel van de investering bedoeld dat niet via reguliere verkoopof dienstverlening kan worden terugverdiend. Door een dergelijkesubsidie kunnen circulaire businessmodellen beter concurreren met hetlineaire alternatief. Marktrijpe circulaire technieken kunnen dan snelleropgeschaald worden, en de private financierbaarheid verbeterd. Voor deuitvoering van deze maatregel kan voortgebouwd worden op de ervaringdie de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Planbureauvoor de Leefomgeving (PBL) hebben opgedaan met de uitvoering van deSDE++-regeling, maar er is waarschijnlijk meer maatwerk nodig voor despecifieke technieken. De maatregel wordt effectiever ingeschat als eraanvullende maatregelen ingevoerd worden die marktafzet garanderen enwinstgevendheid bevorderen. Van deze maatregel wordt een positievebijdrage aan de klimaatopgave verwacht.Het rapport biedt hiermee twee mogelijk kansrijke maatregelen die decirculaire economie een impuls kunnen geven en bijdragen aanbiodiversiteits- en klimaatdoelen. Hiermee is het onderzoek naar financiëleprikkels die de circulaire transitie kunnen versnellen nog niet voltooid.Hiernaar zal de komende periode nader onderzoek worden verricht.In aanvulling op het onderzoek van KPMG heeft CE Delft een quick scanuitgevoerd (bijlage 5) waarin diverse maatregelen zijn onderzocht,waaronder voorstellen voor de hiervoor genoemde reparatiebonus ensubsidiëring van de onrendabele top van circulaire businesscases. Ditonderzoek wijst uit dat er voornamelijk potentieel voor de reductie vanbroeikasgasemissies ligt bij de subsidiëring van de onrendabele top vancirculaire technieken. Het beeld is dat de maatregel een significantebijdrage kan leveren aan de klimaatopgave door middel van circulairbeleid. De Minister van Klimaat en Groene Groei zal uw Kamer naderinformeren over de kabinetsinzet inzake het klimaatbeleid.Onderzoek Digitaal systeem voor koolstofboekhoudingVoor het bereiken van een klimaatneutrale en circulaire economie inNederland in 2050 is het belangrijk dat het gebruik van fossiele koolstofd-ragers in de chemische industrie, zoals aardgas en aardolie, wordtafgebouwd. Fossiele koolstof kan worden vervangen door duurzamekoolstof: secundaire grondstoffen (gerecycled plastic), duurzamebiogrondstoffen en CO2. Monitoring van (de herkomst van) koolstof-stromen wordt essentieel voor de overgang van fossiele koolstof naarduurzame koolstof. De Topsector Energie heeft vanuit het programmaDigitalisering samen met de Ministeries van IenW en toenmalig EZK enRVO laten onderzoeken of het invoeren van een koolstofboekhouding eennuttig instrument kan zijn om de herkomst van koolstofatomen in deindustrie te traceren en aan te tonen6. Afgelopen jaar heeft Rebel samenmet Kryha een gedigitaliseerd systeem ontwikkeld en deze vergelekenmet de bestaande werkwijze (bijlage 6). Het ontwikkelde Carbon TrackingSystem prototype bestaat uit een digitale boekhouding waarmeebedrijven de in- en uitgaande koolstofstromen kunnen bijhouden eneenvoudig rapportages kunnen uitbrengen aan hun afnemers en aan deoverheid. De voordelen van dit digitale systeem zijn dat fraudegevoe-ligheid afneemt, bedrijven meer vertrouwen hebben in het delen vaninformatie en er een uniforme wijze van informatiedeling is.62021_RebelGroup_Eindrapportage_Carbon_Tracking_System.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3525 In overleg met uitvoeringsorganisaties zoals NEa, ILT en RVO en marktpar-tijen zal het Rijk verkennen of invoering van de digitale koolstofboek-houding voor zijn instrumenten op vlak van normering haalbaar enwenselijk is.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3526
Gerelateerde bronnen
- Het verkennend onderzoek van KPMG naar financiële prikkels voor de circulaire economie komt in het eerste kwartaal van 2025 naar de Kamer.
Het verkennend onderzoek van KPMG naar financiële prikkels voor de circulaire economie komt in het eerste kwartaal van 2025 naar de Kamer.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.