Rapportages in het kader van Monitoring en Evaluatie Stikstofreductie en Natuurverbetering
Brontekst
Versie 8a250153b60f1a87 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 429 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 maart 2026Op verzoek van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheiden Natuur (LVVN) rapporteert een consortium bestaande uit hetPlanbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Rijksinstituut voor Volksge-zondheid en Milieu (RIVM) en Wageningen University & Research (WUR)regelmatig over de voortgang en resultaten van beleid voor stikstofre-ductie en verbetering van de voor stikstof gevoelige natuur in Natura2000-gebieden. In de bijlage bij deze brief vindt u de laatste rapportages. Indeze brief ga ik eerst in op de conclusies van het rapport, vervolgens zal ikingaan op het vervolgproces. De aanpak van de natuur- en stikstofopgaveis een van de belangrijkste prioriteiten van dit kabinet.Toelichting op de rapportagesDe rapportages komen voort uit de Omgevingswet. In deze wet staanstikstofdoelen voor 2025, 2030 en 2035 en de wet stelt een programmavoor stikstofreductie en natuurverbetering (Psn) en verslaglegging aan deKamer over de resultaten verplicht.Het consortium rapporteert over de voortgang en effecten van de(voornamelijk) generieke bronmaatregelen en van de natuurmaatregelen.Daarnaast worden de sociaaleconomische effecten en de doeltreffendheiden doelmatigheid van de maatregelen tegen het licht gehouden. Tenslottedoet het consortium aanbevelingen voor effectiever en efficiënter beleid.Hieruit volgen belangrijke inzichten die het kabinet ter hand zal nemen bijde invulling van de opdracht aan de Ministeriële Taskforce Landbouw,Natuur en Stikstof.De huidige rapportages geven een zo actueel mogelijk beeld van deverwachte daling van stikstofemissies en -depositie van de afzonderlijkegetroffen maatregelen en van de verwachte verbetering van conditiesnodig voor het herstel en behoud van de natuur. Hierbij zijn recente kst-35334-429ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4291 ontwikkelingen tot peildatum 1 mei 2025 meegenomen die nog niet in hetPsn stonden en concreet genoeg zijn.De voornaamste bevindingen van deze rapportages zijn:•Stikstofbronmaatregelen: de verwachting is dat de (voornamelijk)generieke maatregelen binnen en buiten het Psn in 2030 tot eenstikstofreductie van 43–64 mol/ha/jaar zullen leiden. De bronmaatrege-len hebben dus effect, maar de daling is onvoldoende om de stikstof-doelen uit de wet te realiseren. Dit was ook al bekend uit de doorreke-ning van het consortium in 20251. Ook is de verwachting dat vrijwelhet gehele areaal van slecht herstelbare habitats, waarvoor het urgentis om met voorrang stikstofdepositie te reduceren, in 2030 en 2035 nogoverbelast is.•De uitvoering van de bronmaatregelen van het Psn2 loopt trager dangedacht en het effect is eveneens lager dan toen geschat (103–180 mol/ha/jaar). Dit komt onder meer door hogere kosten, verlaging vanbudgetten en doordat sommige maatregelen complicaties kennen inde uitvoering, zoals vergunningverlening voor stalmaatregelen. Tot nutoe hebben beëindigingsregelingen het meeste effect op dedepositievermindering.•Natuurherstelmaatregelen3: de verwachting is dat met de uitvoeringvan de maatregelen van het Psn, het aantal soorten waarvoor decondities voor herstel en behoud van die soorten goed zijn, met 4procentpunten toeneemt. Samen met ander beleid, zoals de uitvoeringvan het Natuurpact, komt het aantal soorten met geschikte conditiesvoor herstel en behoud in potentie uit op 50 procent.•Bij de uitvoering van natuurmaatregelen blijkt dat de minder complexemaatregelen het verst gevorderd zijn. Complexe maatregelen die zichrichten op de oorzaak van drukfactoren en/of het herstellen vannatuurlijke processen – zoals hydrologisch herstel en gebiedsinrich-ting – blijven nog achter in de uitvoering. De tweede fase vanProgramma Natuur (onderdeel van het Psn) richt zich vooral hierop.•Sociaaleconomische effecten van de bron- en natuurmaatregelen: deverwachting is dat het effect van de getroffen maatregelen opwerkgelegenheid en de toegevoegde waarde van het agrocomplexvoor Nederland als geheel beperkt is. Dit komt onder meer omdatbedrijven die met de veehouderijen verbonden zijn, vaak manierenvinden om zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden.Er zullen wel regionale verschillen optreden: in regio’s waar deagrarische sector relatief groot is en de ook opgave voor stikstofreduc-tie groot is, kunnen de effecten omvangrijker zijn. Dat geldt ook op hetniveau van het primaire deel van het veehouderijcomplex, zeker ingemeenten waar het relatieve belang van de veehouderij voor dewerkgelegenheid en toegevoegde waarde groot is.•Verder wordt geconstateerd, dat de combinatie van rechterlijkeuitspraken, ruimtelijke claims op het landelijk gebied, onzekerheid oververgunningverlening en veranderingen in beleid tot spanningen tussenbelanghebbenden leiden en psychosociale gevolgen voor betrokkenondernemers kunnen hebben. De behoefte aan zicht op oplossingenwordt hierdoor groot.VervolgHet rapport van de kennisinstellingen is heel helder: met de lopendemaatregelen neemt de stikstofuitstoot af en vermindert de druk op denatuur, maar het is zeker nog niet genoeg. Er is meer nodig. Daarom heeft1Kamerstuk 35 334, nr. 4162Vastgesteld in 2020 en opgenomen in het Psn (Kamerstuk 35 334, nr. 213)3Vastgesteld in 2020 en opgenomen in het Psn (Kamerstuk 35 334, nr. 213)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4292 het kabinet in het coalitieakkoord gekozen voor een aanpak die natuur-herstel verbindt met perspectief voor boeren. Bovendien is er 20 miljardbeschikbaar om de voortgang te versnellen en te investeren inoplossingen.Voor de zomer wil het kabinet een aantal belangrijke besluiten nemen,zodat we snel verder kunnen met de aanpak van de natuur- en stikstof-opgave. Daarom wordt de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstofopgericht. De rapportages bieden belangrijke aanknopingspunten voor detaskforce. Zo is uit de rapportages duidelijk dat er meer nodig om demeest kwetsbare natuur te verbeteren, terwijl juist de meest complexemaatregelen – zoals een voldoende verlaging van stikstofdepositie en hetverbeteren van de hydrologische omstandigheden – het minst ver zijn inde uitvoering. Het consortium wijst erop dat een goed afgestemde aanpakvan verschillende drukfactoren, waarvan stikstof er één is, de effectiviteitvan herstel bevordert. Het consortium constateert dat natuurherstel vraagtom lokaal beleid dat gericht is op het herstellen van de ecologischesystemen en dat verbonden is met bijvoorbeeld waterbeheer en deontwikkeling van de landbouw. Sectoren die te maken hebben metstikstofbronmaatregelen, hebben daarvoor langjarig duidelijkheid nodigover hun ontwikkelmogelijkheden en over benodigde investeringen.Ook wijzen de kennisinstellingen op de sociaaleconomische gevolgen vanbeleid. Nieuwe maatregelen raken niet alleen bedrijven, maar ook demensen en gemeenschappen eromheen. Dit vraagt zorgvuldigheid enneemt het kabinet mee bij de uitwerking van nieuw beleid. Tenslottewordt het belang van bestuurlijke samenhang, bijsturing van beleid eneen langetermijnperspectief, zowel voor de natuur (agrarische) onder-nemers en maatschappelijke activiteiten nogmaals onderstreept.Het kabinet neemt deze punten mee bij de uitwerking van het beleid dekomende periode, net zoals de verschillende voorstellen die al zijn gedaandoor medeoverheden en maatschappelijke partijen, zoals het versnel-lingsplan, de bouwsteen landbouw en de bouwsteen natuur.Ik wil het kennisconsortium bedanken voor deze rapportage met waarde-volle inzichten. Het is belangrijk dat we de voortgang en het effect vanstikstof- en natuurmaatregelen goed blijven volgen, zodat we tijdigkunnen bijsturen.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4293
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.