KamerkringInloggen
Kamerbrief

Septemberbrief Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat

15 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 078d09ad954dd141 · officiële bron

36630 Brede Welvaart Nr. 27 Brief van de ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 15 september 2026 Onze toekomstige welvaart ontstaat waar kennis, ondernemerschap en samenwerking samenkomen. De Nederlandse economie staat voor een grote uitdaging om te vernieuwen in het licht van grote technologische, geopolitieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Als land kunnen wij deze uitdagingen aan door onze innovatieve ecosystemen van publieke- en private partijen te versterken en de randvoorwaarden voor structurele economische groei te verbeteren. Dit gebeurt echter niet vanzelf. Voortgang vraagt om keuzes die knelpunten voor ondernemerschap wegnemen en die prioriteit geven aan de domeinen waar Nederland kan floreren. Het kabinet kiest daarom voor gerichte versterking van vier domeinen die bepalend zijn voor onze toekomstige economie.[voetnoot 1] Binnen deze domeinen richt de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat (hierna: Taskforce) zich in het bijzonder op zes markten waarin Nederland sterke uitgangsposities heeft en grote kansen ziet voor toekomstig verdienvermogen.[voetnoot 2] Om onze toekomstige welvaart centraal te zetten heeft het kabinet de Taskforce opgericht. In deze brief informeert de Taskforce u over het pakket aan maatregelen over de drie financieringsinitiatieven dat uw kamer is toegezegd. Het Kabinet zorgt ten eerste voor een vliegende start van het Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI) door € 500 miljoen aan saldorelevante middelen beschikbaar te maken. Daarnaast geeft het Kabinet een stevige impuls aan de zes strategische ecosystemen uit het industriebeleid met het voornemen om een nieuwe ronde van € 375 miljoen uit het Nationaal Groeifonds (NGF) open te stellen. Tot slot versterkt de Taskforce het financieringslandschap in Nederland door het oprichten van de Nationale Investeringsinstelling (NII) om meer privaat kapitaal aan te trekken. Hiervoor stelt het Kabinet € 3,3 miljard ter beschikking. De doorbraken op deze drie instrumenten zijn van groot belang voor onze innovatiekracht en ons verdienvermogen. Daarbij geldt dat gezamenlijke impact groter is dan de som der delen. De financiering voor R&D en innovatieve bedrijven wordt op meerdere fronten versterkt, ten dienste van de vier domeinen uit het coalitieakkoord waar de komende decennia de grote maatschappelijke transities zullen plaatsvinden. Samen met de acties uit de Talentstrategie en de overige opdrachten werkt de Taskforce hiermee aan het doel van 1,5% structurele economische groei om onze toekomstige welvaart veilig te stellen.[voetnoot 3] Kruisbestuiving NADI, NGF & NII De uitdagingen waar de Nederlandse economie voor staat door vergrijzing, digitalisering en geopolitisering vereisen een verdere versterking van ons innovatiesysteem. Innovatieve bedrijven uit de private sector en de publieke kennisinstellingen vormen in Nederland de sterke basis van dit systeem. Wetenschappelijke ontdekkingen worden in publieke onderzoekscentra doorontwikkeld tot innovaties die marktpartijen vermarkten. Dit systeem heeft jarenlang aan de basis gestaan van onze welvaart, maar verdient nu een grondige impuls. Er is, zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid stelt, een wereldwijde innovatierace gaande waarin landen met elkaar concurreren rond kritieke technologieën.[voetnoot 4] Het bestaande innovatie-instrumentarium ondersteunt bedrijven bij het ontdekken en ontwikkelen van nieuwe innovaties. Het ontbreekt echter aan slagkracht om leidende landen zoals China en de Verenigde Staten bij te houden. De inzet van de Taskforce op NADI, het NGF en de NII is een belangrijke stap om onze positie in de race te versterken. De instrumenten grijpen vanuit verschillende richtingen in op vier belangrijke knelpunten[voetnoot 5] in het Nederlandse innovatie- en financieringslandschap. Ten eerste heeft Nederland een tekort aan R&D-investeringen (NGF, NADI & NII);[voetnoot 6] ten tweede kent Nederland een tekort aan disruptieve innovatie en technologische doorbraken (NADI);[voetnoot 7] ten derde loopt de grootschalige ondersteuning voor ecosystemen af (NGF);[voetnoot 8] en ten vierde zijn er in Nederland te weinig financieringsmogelijkheden voor scale-ups die meer dan € 50 miljoen willen ophalen (NII).[voetnoot 9] NADI zal missiegedreven programma’s financieren waarin meerdere R&D-teams parallel en in competitie aan een afgebakende uitdaging werken, onder inhoudelijke regie van een programmamanager die trajecten kan versnellen of stopzetten. Omdat deze programma’s risicovol zijn, en de maatschappelijke baten van deze doorbraaktechnologieën mogelijk hoger dan de private baten, wordt er in de private sector nu te weinig geïnvesteerd in dit soort innovatie. NADI richt zich daarmee specifiek op het realiseren van technologische doorbraken die anders onvoldoende tot stand komen. Het instrument werkt top-down: NADI selecteert strategische uitdagingen en organiseert daar gerichte competitie tussen de beste R&D-teams omheen. Het NGF richt zich juist bottom-up op het versterken van het duurzaam verdienvermogen. Dat doet het door te investeren in grootschalige publiek-private programma’s op het gebied van kennisontwikkeling en menselijk kapitaal, en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Het is een niet-revolverend fonds dat zich richt op investeringen met een hoog maatschappelijk rendement op de lange termijn, die vanuit de markt zelf niet tot stand komen. Waar NADI individuele technologische doorbraken probeert te forceren, investeert het NGF primair in bredere kennis-, innovatie- en samenwerkingsstructuren die daarvoor nodig zijn. Daarmee is het NGF bij uitstek geschikt voor het versterken van innovatieve ecosystemen en grootschalige publiek-private samenwerking. De NII zal vanuit marktconforme voorwaarden innovatieve bedrijven financieren. Deze investeringen vinden samen met private mede-investeerders plaats, zijn additioneel aan de markt en kennen een revolverend karakter. De NII grijpt daarmee op een ander moment aan: niet bij het organiseren van risicovolle R&D, maar bij het financieren van ondernemingen en projecten die kapitaal nodig hebben om door te groeien en op te schalen. Met dit kapitaal zal de NII voldoende schaal in de Nederlandse kapitaalmarkt creëren om start- en scale-ups verder te laten groeien. Daarnaast draagt de NII met internationale investeringen bij aan de Nederlandse economie, partnerschappen en economisch-strategische belangen zoals economische veiligheid. Kort gezegd: NADI financiert de doorbraak, het NGF versterkt het ecosysteem waarin innovatie kan ontstaan en de NII financiert de opschaling. Nationale investeringsinstelling Om de mogelijkheden voor het verkrijgen van financiering voor veelbelovende innovatieve en technologische bedrijven en projecten te verbeteren richt het kabinet de Nationale Investeringsinstelling (NII) op. De NII heeft als doel om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken en om ons verdienvermogen op de lange termijn te stimuleren. De instelling financiert innovatieve, technologische bedrijven en projecten met groeipotentie en verbetert de toegang tot ondernemersfinanciering. De NII creëert daarbij ruimte voor innovatieve ondernemingen, en bevordert doorgroeimogelijkheden van bedrijven. Daarnaast draagt de NII met internationale investeringen bij aan de Nederlandse economie, partnerschappen en economisch-strategische belangen. Voldoende toegang tot durfkapitaal is een cruciale factor voor het succes van startups en scale-ups. Een goed functionerende Nederlandse en Europese durfkapitaalmarkt is, mede door de geopolitieke context, belangrijker dan ooit. Daarvoor is het noodzakelijk om Europees en internationaal de samenwerking te zoeken. Voor scale-ups zijn financieringsrondes vaak zo groot dat nationale markten alleen onvoldoende schaal bieden. Het is dus van belang dat Nederland toewerkt naar een Nationale Investeringsinstelling die zich qua schaal en expertise gaat meten aan haar Europese evenknieën, en optreedt als centrale Nederlandse partner van de Europese Investeringsbank (EIB) en andere Europese en internationale instellingen. De NII opereert additioneel aan de markt, is gericht op het oplossen van marktfalen en verstrekt financiering. De NII treedt nadrukkelijk op daar waar private financiers terughoudend zijn, bijvoorbeeld vanwege een te hoog risicoprofiel, lange terugverdientijden of internationale onzekerheden. De NII is daarmee een katalysator, die het voor private partijen mogelijk maakt om tegen marktconforme voorwaarden in te stappen in projecten. Door in te stappen mobiliseert de NII privaat kapitaal en worden meer financieringsoplossingen geboden voor bedrijven en projecten. Hiermee wordt de investeringsfunnel voor het Nederlandse bedrijfsleven versterkt. Bij oprichting focust de NII zich, zoals dat ook geldt voor de inzet van het NADI en NGF in deze brief, op de vier domeinen die, in lijn met het coalitieakkoord en de bestaande inzet op het industriebeleid, essentieel zijn voor ons toekomstig verdienvermogen. De vier domeinen zijn: digitalisering & AI, veiligheid & weerbaarheid, energie- & klimaattechnologie en life sciences & biotechnologie. Deze focus is geen keurslijf: de NII blijft flexibel om in te spelen op andere sectoren die voor Nederland van belang zijn. De NII kan investeren in alle vier de landen van het Koninkrijk, waarbij overal dezelfde voorwaarden gelden.  De NII heeft ook nadrukkelijk een internationale focus waarbij nationale economische en ontwikkelingsbelangen hand in hand gaan. De NII investeert daarom in bedrijven en projecten die in het buitenland opereren en bijdragen aan de Nederlandse economie, strategische partnerschappen en/of economisch-strategische belangen zoals weerbaarheid en autonomie. Ook voert de NII regelingen uit die deze belangen dienen. Het kabinet stort circa € 3,3 miljard als startkapitaal voor de Nationale Investeringsinstelling, uit de opbrengsten van de verkoop van TenneT Duitsland. Voor het succes en de impact van dit kapitaal is samenwerking met de private sector bepalend. Door het kapitaal van de Nationale Investeringsinstelling optimaal in te zetten in combinatie met dat van private venture capital fondsen, banken, pensioenfondsen en verzekeraars en andere investeerders creëren we namelijk een hefboomwerking. Het kabinet is hierover gedurende de oprichting van de NII doorlopend met meerdere private partijen in gesprek en zal hier in de volgende Kamerbrief op terugkomen.   Later deze maand volgt er een uitgebreide aankondiging van de NII, waarin de verdere uitwerking van de plannen met uw Kamer wordt gedeeld. Het Nationaal Groeifonds Het Nationaal Groeifonds is gericht op het versterken van ons duurzaam verdienvermogen, door grootschalige investeringen in kennisontwikkeling en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Er is vanuit het NGF al € 11 miljard geïnvesteerd in 50 projecten, bijvoorbeeld op het gebied van groene waterstof, de verduurzaming van de landbouw, het bestrijden van laaggeletterdheid en het stimuleren van sleuteltechnologieën als quantum, fotonica en kunstmatige intelligentie. Zie bijvoorbeeld box 3. Nieuwe openstelling gericht op het strategisch industriebeleid Door bijstellingen in projecten zijn er middelen vrijgevallen binnen het fonds. Bijstelling gebeurt bijvoorbeeld als de Adviescommissie Nationaal Groeifonds negatief adviseert over het beschikbaar stellen van middelen voor de volgende fase van een NGF-project, bijvoorbeeld vanwege slechte marktomstandigheden.[voetnoot 10] De Taskforce is voornemens deze vrijgevallen middelen te gebruiken voor een bijzondere openstelling van het NGF gericht op het strategisch industriebeleid. Het beschikbare bedrag voor deze openstelling bedraagt € 375 miljoen. De nieuwe openstelling zal zich richten op de vier domeinen uit het coalitieakkoord en inhoudelijk worden toegespitst op projecten die passen binnen de zes programma’s van het industriebeleid binnen de Taskforce. Dit zijn programma’s op het gebied van innovatieve chemie, biotechnologie, machinebouw, halfgeleiders, digitale diensten of defensiegerelateerde toepassingen. Box 2 hieronder weergeeft hoe de zes markten zich verhouden tot de vier domeinen. Box 2. Vier domeinen en zes programma’s uit het industriebeleid. Door de openstelling te laten aansluiten op deze zes programma’s, wordt aangesloten op de koers die is beschreven in de Kamerbrief ‘Industriebeleid met focus’.[voetnoot 11] De zes prioritaire markten zijn van belang voor het Nederlandse verdienvermogen, onze economische weerbaarheid en dragen bij aan belangrijke maatschappelijke uitdagingen. Het kabinet wil de middelen beschikbaar stellen door aanpassing en openstelling van de Subsidieregeling Nationaal Groeifonds, op basis van waarvan consortia van bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen subsidie voor projecten kunnen aanvragen. Departementen kunnen deze projecten waar nodig ondersteunen met flankerend beleid. Departementen kunnen zelf, in tegenstelling tot eerdere indieningsrondes waarbij grotere bedragen beschikbaar waren, zelf geen projecten indienen. Voor deze openstelling zal de minimale projectomvang en bijdrage vanuit het fonds worden gesteld op € 30 miljoen en de maximale bijdrage op € 100 miljoen. Projecten zullen worden getoetst aan de bestaande NGF-criteria. Investeringen moeten bijdragen aan het duurzaam verdienvermogen en bijvoorbeeld ook additioneel zijn aan private investeringen. De Adviescommissie Nationaal Groeifonds zal, conform de gebruikelijke procedure, de subsidieaanvragen toetsen aan deze criteria en hierover zwaarwegend advies uitbrengen. De nieuwe openstelling wordt momenteel voorbereid. Vanaf dit najaar kunnen geïnteresseerden hun eerste conceptplannen voorleggen aan RVO voor feedback. Richting de zomer van 2027 kunnen zij met behulp van deze feedback hun definitieve plannen uitwerken voor een subsidieaanvraag. De middelen zullen vanaf het vierde kwartaal van 2027 beschikbaar worden gesteld voor de uitvoering van de projecten. Box 3. Voorbeeld NGF-project PhotonDelta Fotonica is het gebruik van fotonen (licht) om informatie over te dragen. Fotonische chips, ook wel photonic integrated circuits (PICs) genoemd, integreren fotonische functies in microchips. Dankzij fotonische chips wordt het mogelijk om kleinere, snellere en energiezuinige apparaten te bouwen. Dit maakt eerdere diagnostiek van ziekten, veilige zelfrijdende voertuigen en een efficiëntere voedselproductie mogelijk. Het NGF-project PhotonDelta richt zich op de uitbreiding van de productie van fotonische chips, het aantrekken en opleiden van talent en het creëren van nieuwe markten. Het doel is om Nederland hét epicentrum te maken voor de volgende generatie halfgeleiders, met honderden bedrijven en klanten over de hele wereld. Waaraan werkt het project? Het PhotonDelta-ecosysteem ontwerpt, ontwikkelt en produceert innovatieve oplossingen. Het toepassen van fotonische chips kan producten kleiner, goedkoper, duurzamer maken en de betrouwbaarheid verhogen. Ook maken ze radicale nieuwe innovaties mogelijk in sectoren als gezondheidszorg, mobiliteit, datacommunicatie, agrifood en quantumcomputing. Financiering uit het Nationaal Groeifonds Aan het NGF-project PhotonDelta is € 421,2 miljoen toegekend en € 50 miljoen voorwaardelijk toegekend. Wat zijn de beoogde resultaten van het project? 80 nieuwe toepassingen, gemaakt in laboratoria, die klaar zijn om te commercialiseren.  200 startups (inclusief spin-offs, spin-outs, scale-ups en bedrijven die naar Nederland verhuizen) om samen te werken met het PhotonDelta-ecosysteem (nieuwe mkb-bedrijven).  600 nieuwe talenten (mbo, hbo, wo, PhD’s, Summerschool).  400 aangevraagde patenten.  € 600 miljoen private investeringen. Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie Nadat de Sovjet-Unie de Sputnik-satelliet lanceerde in 1957 maakte de Verenigde Staten zich grote zorgen over haar technologiepositie. Als antwoord daarop werd DARPA (Defense Advanced Research Projects Agency) opgericht met één doel: het creëren en voorkomen van technologische verrassingen. DARPA stond aan de wieg van tal van baanbrekende innovaties, zoals GPS, het internet, autonome voertuigen en mRNA.[voetnoot 12] Dit succesvolle “ARPA-model” verspreidde zich naar andere domeinen, zoals energie en zorg, en kreeg navolging in Europa met de oprichting van SPRIN-D (Bundesagentur für Sprunginnovationen) in Duitsland en ARIA (Advanced Research and Invention Agency) in het Verenigd Koninkrijk. Vandaag staan wij voor ons eigen Sputnik-moment: terwijl de Verenigde Staten en China massaal investeren in sleuteltechnologieën, raken Nederland en Europa technologisch achterop en boeten we in op strategische relevantie.[voetnoot 13] Als we niets doen, staat niet alleen onze toekomstige welvaart, maar ook onze nationale veiligheid op het spel. Met oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) houdt Nederland zelf de regie. Het kabinet heeft daarom tijdens de Augustusbesluitvorming (onder parlementair voorbehoud) besloten € 500 miljoen in te zetten voor NADI. Daarbij is de ambitie dat NADI uiterlijk in de eerste helft van 2028 volledig operationeel is. Maar gezien de grote urgentie om meer in innovatie te investeren, zet de Taskforce in om op korte termijn te starten met een pilotprogramma in samenwerking met een buitenlandse zusterorganisatie. Met deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over de stappen die daarvoor nodig zijn. 1. Doel NADI heeft als doel om technologische doorbraken te realiseren voor grote maatschappelijke uitdagingen binnen de vier domeinen uit het coalitieakkoord. Uit de verkenning die eerder dit jaar met uw Kamer is gedeeld,[voetnoot 14] blijkt dat NADI dit kan doen door drie knelpunten aan te pakken. Ten eerste blijven veelbelovende innovaties voor maatschappelijke problemen vaak steken in de ‘pilotfase’.[voetnoot 15] Er ontbreekt een systeem met bijpassende organisatie dat innovatieve ideeën over de hele keten (van idee naar toepassing) integraal financiert en de brug slaat naar daadwerkelijke toepassing, bijvoorbeeld via publieke inkoop (overheid als “launching customer”). Ten tweede slagen we er onvoldoende in onze excellente wetenschappelijke kennisbasis te vertalen naar commerciële toepassingen.[voetnoot 16] Ten slotte stimuleert het huidige innovatiebeleid vooral incrementele innovatie. Het bestaande instrumentarium behandelt alle vormen van innovatie namelijk gelijk, ongeacht het risico op mislukking, terwijl radicale doorbraken juist voortkomen uit R&D-projecten met een relatief hoge kans op falen. NADI beoogt deze “innovatiekloof” te overbruggen met een wendbare organisatie die high-risk, high-reward onderzoek en ontwikkeling financiert, coördineert en risico’s draagt, en innovaties naar de eerste markttoepassingen brengt.[voetnoot 17] Daartoe zal NADI tijdelijke, probleemgedreven programma’s opzetten waarbij de oplossing niet vooraf vaststaat. Het uiteindelijke doel is om innovaties niet alleen te ontwikkelen, maar ook daadwerkelijk tot toepassing en opschaling te brengen. De centrale vraag bij elk NADI-programma is: verandert dit de wereld als het lukt? Deze programma’s staan onder leiding van onafhankelijke programmamanagers, die gelijktijdig meerdere R&D-teams parallel aansturen en financiering toewijzen op basis van duidelijke mijlpalen. Zo kunnen verschillende oplossingsrichtingen parallel worden ontwikkeld. Programmamanagers zijn technische experts met ondernemerservaring, bijvoorbeeld voormalig CTO’s of ondernemende hoogleraren die zich tijdelijk aan NADI verbinden. Programmamanagers krijgen vergaande discretionaire bevoegdheid om snel besluiten te nemen, middelen te herschikken en financiering op te schalen of stop te zetten. NADI-programma’s staan open voor een diverse groep R&D-teams: van onderzoeksgroepen aan kennisinstellingen en startups tot innovatieve (mkb-)bedrijven. Box 4. Hypothetisch voorbeeldprogramma Quantum Hypothetisch voorbeeldprogramma: Quantumveilige kritieke infrastructuur Wat als we de digitale ruggengraat van Nederland – van betalingsverkeer tot energienetten – kunnen beschermen tegen de opkomst van quantumcomputers, zonder bestaande systemen volledig te vervangen? Huidige encryptie kan al rond 2030 kwetsbaar worden,[voetnoot 18] terwijl statelijke actoren nu versleutelde data verzamelen om later te ontcijferen (“harvest now, decrypt later”). De uitdaging is zowel cryptografisch als het veilig integreren in complexe, verouderde systemen. Om deze uitdaging aan te pakken zou een gericht NADI-programma rond post-quantumcryptografie, hardware-acceleratie en migratieprotocollen kunnen starten. In totaal dienen 65 consortia voorstellen in, bestaande uit universiteiten, startups en chipfabrikanten. Na selectie starten 10 R&D-teams met validatie en securitytests (fase 1), waarna 7 teams doorgaan naar prototypeontwikkeling (fase 2) en 3 teams naar grootschalige pilots (fase 3). De beste oplossingen worden getest bij o.a. banken, telecomaanbieders en netbeheerders, met als doel opschaling en nieuwe (Europese) beveiligingsstandaarden. 2. Betrokkenheid publieke en private partijen Om de nodige doorbraken te bereiken zal NADI nauw samenwerken met verschillende betrokken partijen. In de eerste plaats is een goede aansluiting op het bestaande innovatie-ecosysteem essentieel. Naast directe samenwerking met innovatieve bedrijven, waaronder startups, innovatieve mkb-ondernemingen en het grootbedrijf, zal in de opbouwfase contact worden gelegd met belangrijke vertegenwoordigers van deze groepen, zoals FME, MKB-Nederland, Techleap en VNO-NCW. Ook kennisinstellingen, waaronder TNO en de overige TO2-instellingen, universiteiten, hogescholen en UMC’s, zijn belangrijke stakeholders en potentiële deelnemers aan NADI-programma’s. Deze gesprekken hebben als doel NADI zodanig vorm te geven dat de toegang voor bedrijven en onderzoekers laagdrempelig is. Het NADI-boegbeeld speelt in deze gesprekken een centrale rol. Daarnaast is het van belang dat de activiteiten van NADI goed aansluiten op het werk van bestaande publieke en private ondersteunings- en financieringsorganisaties. Daarbij wordt gedacht aan NWO, RVO en Brainport Development, maar ook aan private investeerders en publieke investeerders, zoals de regionale ontwikkelingsmaatschappijen en Invest-NL. Goede aansluiting op investeerders is in het bijzonder van belang, omdat het voor de hand ligt dat hun portfoliobedrijven zullen deelnemen aan NADI-programma’s of dat uit deze programma’s nieuwe ondernemingen voortkomen waarin zij kunnen investeren. In een latere fase van de opbouw ligt ook nauwere samenwerking met decentrale overheden voor de hand, bijvoorbeeld bij besluiten over de vestigingsplaats van NADI. Samenwerking met de Defensie Innovatie- en Opschalingsautoriteit Het coalitieakkoord kondigt naast de oprichting van NADI de oprichting van een defensie-innovatieautoriteit aan. Net als NADI wordt deze organisatie, met als werktitel de ‘Defensie innovatie- en opschalingsautoriteit’ (DIOA), ontworpen geïnspireerd door het Amerikaanse DARPA. De organisatie heeft drie doelstellingen: (1) het vergroten van de slagkracht, technologische voorsprong en het voorzettingsvermogen van de krijgsmacht middels industriële capaciteit, (2) het vergroten van strategische autonomie door hoogtechnologisch defensiematerieel en innovaties in Nederland te ontwikkelen, en (3) het realiseren van positieve economische en maatschappelijke effecten met investeringen in hoogtechnologisch onderzoek en innovatie.[voetnoot 19] De organisatie werkt daarbij langs twee sporen. Spoor 1 richt zich op het ontwikkelen en opschalen van rijpere toepassingen die Defensie op korte termijn kan gebruiken (0 tot 5 jaar), terwijl spoor 2 zich richt op het stimuleren van risicovolle innovaties waarvan de baten onzekerder zijn en verder in de toekomst liggen (5 tot 15 jaar). Samenwerking met NADI ligt het meest voor de hand vanuit spoor 2. Deze samenhang wordt versterkt doordat technologie in vroege ontwikkelfasen in veel gevallen dual-use potentie heeft, aangezien de uiteindelijke toepassing dan nog onzeker is. Zo kan een nieuwe radartechnologie in een later stadium nog zowel een militaire als civiele toepassingen kennen. Daarnaast krijgt NADI expliciet een dual-use mandaat en zullen beide organisaties bovendien deels samenwerken met dezelfde partijen, zoals innovatieve bedrijven (startups, mkb en grootbedrijf), toonaangevende kennisinstellingen en investeerders. Gegeven deze grote raakvlakken en met inachtneming van de verschillende doelstellingen van beide organisaties en de eigen dynamiek van het defensiedomein, zorgt de Taskforce voor een optimale samenwerking tussen beide organisaties. Over de precieze uitwerking van de samenwerking wordt uw Kamer voor het eind van dit jaar geïnformeerd. 3. Ontwerpkeuzes NADI Bij de vormgeving van NADI is het ontwerpvoorstel dat in februari 2026 met uw Kamer is gedeeld leidend.[voetnoot 20] Het ontwerpvoorstel benadrukt dat vergelijkbare buitenlandse organisaties, waaronder ARIA, DARPA en SPRIN-D, een aantal kernwaarden delen die cruciaal zijn voor hun succes: Allereerst moet de organisatie excellent talent aan zich weten te binden. Ten tweede moet de organisatie vergaande autonomie hebben en keuzes kunnen maken op afstand van politiek en beleid, zodat projecten op hun kwaliteit worden beoordeeld. Ten derde is een hoge risicotolerantie essentieel, waarbij nadrukkelijk ruimte is om te falen. Ten vierde moet de organisatie snel en wendbaar kunnen opereren om de snelheid van innovatie bij te houden. Ten slotte moet de organisatie over voldoende schaal beschikken om onvermijdelijke mislukkingen op te vangen. Het succes van de organisatie moet niet worden afgemeten op individueel projectniveau, maar op portfolioniveau. Bij de verdere vormgeving van NADI staan deze kernwaarden centraal. Hieronder informeren wij uw Kamer over twee keuzes die de afgelopen tijd zijn gemaakt voor de verdere vormgeving van NADI. Thematische focus Met het oog op de schaal van Nederland en de noodzaak voor NADI om specialistische kennis op te bouwen, acht de Taskforce het wenselijk dat de organisatie thematische focus aanbrengt. In lijn met de bestaande focus van het Nederlandse industriebeleid en de ambities uit het coalitieakkoord wordt NADI thematisch gericht op de vier eerdergenoemde domeinen.[voetnoot 21] Het ligt voor de hand dat de organisatie bij de start niet direct op alle thema’s actief is, maar deze scope geleidelijk uitbreidt. Concreet zal in samenwerking met de ministeries van Defensie en LVVN de mogelijkheid worden verkend van (dual-use) programma’s in het veiligheids- en biotechnologiedomein, passend bij hun innovatieopgaven. Door vakdepartementen en andere publieke organisaties vroegtijdig bij NADI-programma’s te betrekken, kunnen zij eigenaarschap ontwikkelen en bij succesvolle uitkomsten mogelijk optreden als launching customer. Rechtsvorm De afgelopen maanden is verkend wat de meest passende rechtsvorm is voor NADI. Daarbij vormden de eerdergenoemde kernwaarden van de organisatie het vertrekpunt. Allereerst is vergaande autonomie cruciaal voor het succes van NADI. De organisatie moet zelfstandig kunnen besluiten over de vormgeving van programma’s en de keuzes daarbinnen op basis van een inhoudelijk oordeel. Als NADI wordt ondergebracht bij een bestaande organisatie brengt dit het risico met zich mee dat de identiteit, cultuur en programmakeuzes van NADI geleidelijk worden gekleurd door de missie en belangen van de gastorganisatie, ten koste van de eigenstandige en additionele rol die NADI moet vervullen. Daarom is het, ondanks dat het onderbrengen binnen een bestaande organisatie sneller is, essentieel om een nieuwe, zelfstandige organisatie in te richten.[voetnoot 22] Voor deze nieuwe organisatie zijn twee rechtsvormen beschouwd die de benodigde autonomie kunnen borgen: een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) of een deelneming (privaatrechtelijke vennootschap). Beide opties kennen een vergelijkbare doorlooptijd en vergen een zorgvuldige uitwerking. Een afweging aan de hand van de kernwaarden van NADI en een analyse van de ontwerpkeuzes van DARPA, SPRIN-D en ARIA leiden tot de conclusie dat vormgeving als deelneming de voorkeursoptie is. Een deelneming sluit op twee kernwaarden beter aan dan een zbo. Allereerst biedt een deelneming een betere institutionele basis voor een snelle en wendbare organisatie. Een zbo is een bestuursorgaan, dat daarom is gebonden aan wettelijke verplichtingen die passend zijn binnen een publieke context, zoals de Wet open overheid, maar die de operationele slagkracht van NADI kunnen beperken in een omgeving die juist vraagt om snelle besluitvorming en aanpassing aan technologische ontwikkelingen. Daarnaast is de Wet normering topinkomens (WNT) onder bepaalde voorwaarden bij een deelneming niet van toepassing. Daardoor kan het gespecialiseerde en schaarse talent, dat essentieel is voor het succes van NADI, beter worden aangetrokken en marktconform worden beloond. Bij de vormgeving als deelneming is de ministeriële invloed beperkt tot de aandeelhoudersrol, zoals de benoeming van commissarissen, het vaststellen van de thematische richting en het functioneren van de organisatie en de prestaties op portefeuilleniveau. Dit laat onverlet dat de minister van Economische Zaken en Klimaat verantwoordelijk blijft voor het functioneren van de deelneming en daarop aanspreekbaar blijft. NADI zal voor het behalen van zijn doelstellingen sterk afhankelijk zijn van bijdragen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Bij deze mate van publieke financiering hoort adequate publieke verantwoording, die bij een deelneming goed uitgewerkt moet worden. Daarbij zal geen sprake mogen zijn van ‘openbaar gezag’, aangezien dan sprake is van een zbo. Daarnaast vraagt de keuze voor een deelneming een uitzondering op het deelnemingenbeleid[voetnoot 23], omdat dat beleid uitgaat van financiële zelfstandigheid. De keuze voor een beleidsdeelneming (met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat als enige aandeelhouder) in plaats van een staatsdeelneming (met het Ministerie van Financiën als enige aandeelhouder), wijkt af van het uitgangspunt in de Nota staatsdeelnemingen 2022.[voetnoot 24] Daarin is vastgelegd dat de minister van Financiën namens de Staat optreedt als aandeelhouder bij staatsdeelnemingen. Een uitzondering daarop doet zich voor wanneer beleid en uitvoering sterk met elkaar zijn verweven en de deelneming volledig afhankelijk is van de Staat. NADI voldoet aan deze voorwaarden: de organisatie geeft primair uitvoering aan het innovatiebeleid van EZK door middel van geldverstrekking en de strategische koers van NADI is rechtstreeks aan dit innovatiebeleid gekoppeld. Een scheiding van de aandeelhoudersrol en de beleidsmakerrol, zoals bij een staatsdeelneming, is daardoor niet doelmatig. Door het aandeelhouderschap bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat te beleggen, kan de Raad van Commissarissen worden samengesteld op basis van een profiel dat direct aansluit bij de missie van NADI, zonder onnodige coördinatielasten richting het Ministerie van Financiën bij benoemingen. 4. Aan de slag: routekaart voor de opbouw van NADI Naar voorbeeld van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk – waar ze erin zijn geslaagd SPRIN-D en ARIA binnen 12 tot 24 maanden te lanceren[voetnoot 25] – is de ambitie dat NADI in de eerste helft 2028 volledig operationeel is. Dat is ambitieus, maar haalbaar door verschillende stappen die nodig zijn voor de opbouw van NADI zoveel mogelijk parallel vorm te geven en uw Kamer daar gedurende het proces nauw bij te betrekken. Dat betekent dat, terwijl de vormgeving van de organisatie verder wordt uitgewerkt, zoveel mogelijk alvast wordt begonnen met de opbouw van de organisatie. De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft techondernemer Jelle Prins aangesteld als boegbeeld om NADI te vertegenwoordigen richting relevante partijen zoals innovatieve bedrijven, kennisinstellingen, investeerders en publieke organisaties, en hen te betrekken bij het opbouwen van mogelijke NADI-programma’s. Als boegbeeld houdt Prins zich verder bezig met het ontwerpen van een effectieve organisatiestructuur, het uitwerken van een strategie voor de rol van NADI bij het ontwikkelen, toepassen en opschalen van innovaties, en het adviseren over de randvoorwaarden die nodig zijn om een effectieve organisatie te realiseren. Het doel hiervan is dat NADI bij de start direct operationeel is en uit de startblokken kan komen. Hieronder lichten wij de belangrijkste stappen toe die nodig zijn voor de opbouw van NADI. Het traject is opgeknipt in vier fasen met duidelijke mijlpalen (zie tabel 1). Tabel 1. Belangrijkste mijlpalen in de opbouw van NADI. Fase Mijlp 1. Opstart (Q1-Q3 2026) NADI-verkenning verzonden naar Tweede Kamer Routekaart voor opbouw NADI verzonden naar Tweede Kamer NADI boegbeeld aangesteld 2. Voorwaardelijke besluiten (tweede helft 2026) Besluit genomen over financieringsstructuur NADI Besluit genomen over rechtsvorm NADI Gestart met juridische organisatie en inrichting daarvan via voorhangprocedure Werkafspraken gemaakt over samenwerking Defensie innovatie- en opschalingsautoriteit Contouren eerste programma’s veiligheids- en biotechdomein gereed (i.s.m. Defensie en LVVN) 3. Opbouw organisatie (2027) Gestart met pilotprogramma’s in veiligheids- en biotechdomein Participeren programma SPRIN-D 4. Formele lancering NADI (eerste helft 2028) Beoogd RvC en CEO aangesteld Kapitaalstorting afgerond C-suite aangesteld NADI volledig operationeel De resterende periode van dit kalenderjaar staat in het teken van het nemen van een aantal besluiten over de randvoorwaarden waaronder NADI wordt opgezet. Zo zullen er werkafspraken worden gemaakt over de samenhang tussen NADI en de Defensie innovatie- en opschalingsautoriteit en wordt een start gemaakt met het ontwikkelen van de eerste NADI-programma’s. Verder wordt op basis van het NADI-ontwerpvoorstel uitgewerkt over welke financiële instrumenten NADI precies de beschikking krijgt en hoe de overheid via launching customerschap de brug naar toepassing kan slaan.[voetnoot 26] Daarbij zal in de eerste plaats worden gekeken naar het Duitse SPRIN-D, omdat deze organisatie als enige ARPA-achtige organisatie ook binnen de wettelijke kaders van de Europese Unie opereert. Daarnaast zullen lessen worden betrokken uit de evaluatie van het innovatiecompetitie-instrument de Innovation Impact Challenge (voorheen SBIR), waarover uw Kamer recent is geïnformeerd.[voetnoot 27] Komend jaar ligt de nadruk op de opbouw van de organisatie. Concreet betekent dit dat uiterlijk in 2027 wordt gestart met een pilotprogramma, zodat op korte termijn door de nieuw op te richten organisatie ervaring kan worden opgedaan met de probleemgedreven werkwijze van NADI. Daarbij zijn we voornemens vanuit Nederland te participeren in een innovatie-challenge van SPRIN-D. Op deze manier kan in de praktijk worden getoond hoe NADI zal opereren en wordt tegelijkertijd ervaring opgedaan met deze werkwijze. In de eerste helft van 2028 worden de laatste stappen gezet, zoals de kapitaalstorting en de benoeming van de raad van commissarissen en de directie. Ook kunnen dan de eerste middelen aan NADI beschikbaar worden gesteld. Daarmee zijn de voorwaarden vervuld voor de formele lancering van de organisatie. Slot Met de aangekondigde besluiten in de ontwerpbegroting en in deze brief zet het kabinet een belangrijke stap om het Nederlandse innovatie- en financieringslandschap op de vier domeinen structureel te versterken. Met NADI creëren we een nieuw instrument om technologische doorbraken te realiseren; met het NGF investeren we gericht in de zes sterke innovatie-ecosystemen uit het industriebeleid; en met de NII vergroten we de beschikbaarheid van kapitaal om innovatieve bedrijven en projecten te laten doorgroeien en opschalen. Juist de samenhang tussen deze instrumenten is van belang: goede ideeën moeten kunnen uitgroeien tot technologische doorbraken, sterke ecosystemen en uiteindelijk nieuwe economische activiteit in Nederland. De aangekondigde budgettaire implicaties van de ontwerpbegroting zijn nog onder voorbehoud van de stemmingen in uw parlement. Daarmee zijn we er nog niet. Het versterken van ons verdienvermogen vraagt naast financiering ook om voldoende talent, ruimte, energie, en voorspelbare randvoorwaarden voor ondernemerschap. De Taskforce blijft daarom werken aan de overige knelpunten die investeringen en groei in Nederland belemmeren en zal uw Kamer informeren over de voortgang. Nederland beschikt over de kennis, bedrijven en ondernemingskracht om ook in de volgende generatie technologieën tot de wereldtop te behoren. Dat vraagt wel dat we keuzes maken, sneller durven handelen en publieke en private investeringen gericht bij elkaar brengen. Met het pakket in deze brief legt het kabinet daarvoor een stevig fundament. De minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap R.M. Letschert De vier domeinen zijn: Digitalisering en AI; veiligheid en weerbaarheid; energie- en klimaattechnologie; life sciences en biotechnologie. Kamerstukken II 2025/26, 36 630, nr. 3. Kamerstukken II 2025/26, 36 630, nrs. 3 en 4. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2026). Strategisch handelen. Beleid voor een geopolitieke economie. Zoals geschetst in hoofdstuk 5.3 van Wennink, P. (2025). De route naar toekomstige welvaart. Kamerstukken II 2024/25, 36 730, nr. 1. Kamerstukken II 2025/26, 33 009, nr. 175. Rathenau Instituut ((2026). TWIN 2024-2030. Totale investeringen in wetenschap en innovatie. Rijksoverheid (2024). Kies voor baten. IBO Bedrijfsfinaniering. Zie bijvoorbeeld Kamerstukken II 2025/26 36 800-L, nr. 11. Kamerstukken II 2025/26, 29 826, nr. 277. Klein, E. & Thompson, D. (2025). Abundance. Avid Reader Press. Wennink, P. (2025). De route naar toekomstige welvaart. Ministerie van Economische Zaken (2026). Ontwerpvoorstel voor een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Leendertse, J., Smit, H., Wamelink, H. & Hermans, M. (2025). The pilot trap: Interactions between sustainable start-ups and clients in the built environment. Wennink, P. (2025). De route naar toekomstige welvaart. AWTI (2025). Duurzame doorbraken naar systeeminnovatie in de energietransitie. AIVD, CWI en TNO (2024). Het PQC-migratie handboek. Kamerstukken II 2025/26, 33 009 en 27 830, nr. 178. Ministerie van Economische Zaken (2026). Ontwerpvoorstel voor een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Kamerstukken II 2025/26, 36 630, nr. 3. Bij de beoordeling of een eigenstandige organisatie wenselijk is, is het Besliskader verzelfstandigingen gehanteerd (Kamerstukken I 2012/13, C, B). Daaruit volgt dat sprake is van een publiek belang, omdat kansrijke technologische doorbraken voor maatschappelijke opgaven zonder publieke stimulering onvoldoende tot stand komen: de private markt pakt de daarvoor benodigde investeringen minder vaak op dan maatschappelijk optimaal is. Vervolgens is beoordeeld of deze taak binnen de directe ministeriële verantwoordelijkheid kan worden uitgevoerd. Gelet op de aard en vereiste zelfstandigheid van de taak is dit niet het geval, zodat een eigenstandige organisatie noodzakelijk is. Ministerie van Financiën (2022). Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022. Ook bij beleidsdeelnemingen is het deelnemingenbeleid van kracht. Renaissance Philanthropy (2026). International Benchmark of Coordinated Research Programmes. Ministerie van Economische Zaken (2026). Ontwerpvoorstel voor een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2026). Evaluatie van de SBIR en de EZK-cofinanciering ervan, 2018-2024.

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f640ec0b3d4214a6

14 okt 2026 · ca08e1070aad8f94

12 okt 2026 · b1a9c07782cdcbeb

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.