KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 9 oktober 2024, over Humanitaire Hulp

14 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9735aa69ce2ab070 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 180Doen waar Nederland goed in is – Strategie voorBuitenlandse Handel enOntwikkelingssamenwerkingNr. 119 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 november 2024 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeftop 9 oktober 2024 overleg gevoerd met mevrouw Klever, Minister voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, over:−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingssamenwerking d.d. 11 april 2024 inzake humanitairehulp en diplomatie 2024 (Kamerstuk 36 180, nr. 97);−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingssamenwerking d.d. 18 maart 2024 inzake reactie opnieuwsbericht over 700.000 ondervoede Sudanese kinderen(Kamerstuk 29 237, nr. 202);−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingssamenwerking d.d. 26 april 2024 inzake besluitfinanciering UNRWA (Kamerstuk 26 150, nr. 211);−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingssamenwerking d.d. 10 juni 2024 inzake humanitairebijdrage aan Gaza (Kamerstuk 23 432, nr. 534);−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 8 oktober 2024 inzake reactie op de brief vanPlan International namens de Dutch Relief Alliance (DRA) metbetrekking tot situatie in Sudan (Kamerstuk 29 237, nr. 206);−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 8 oktober 2024 inzake reactie op rapportArtsen zonder Grenzen «Behind the Wire. Impact of statecontainment and exclusion strategies on the Rohingya»(Kamerstuk 32 735, nr. 399);−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 25 september 2024 inzake additionelehumanitaire hulp voor Gaza (Kamerstuk 23 432, nr. 539);−de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 8 oktober 2024 inzake reactie op verzoek vanhet lid Ceder, gedaan tijdens de regeling van werkzaamhedenvan 1 oktober 2024, over UNRWA (Kamerstuk 26 150, nr. 220). kst-36180-119ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 1191 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Aukje de VriesDe griffier van de commissie,MeijersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 1192 Voorzitter: Aukje de VriesGriffier: PrengerAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Bamenga,Ceder, Dobbe, Hirsch, Kamminga, Ram, Teunissen en Aukje de Vries,en mevrouw Klever, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingshulp.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Het is 10.00 uur. We gaan beginnen met het commissie-debat Humanitaire hulp van de vaste Kamercommissie voor BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp. We zijn met een groot aantal ledenaanwezig en we hebben maar drie uur de tijd. Er is een spreektijdafgesproken van vier minuten in de eerste termijn. Ik stel voor om viervragen te doen in de eerste termijn, om onderling met elkaar in discussiete gaan. Dan moet u zelf maar indelen hoe u dat doet. Dan gaan we ookeven kijken hoe we in de tijd komen te zitten, want ik denk dat het bestkrap gaat worden, moet ik eerlijk zeggen, gelet op de onderwerpen dieaan de orde zijn.Ik zal nog even de Kamerleden voorstellen: de heer Bamenga van D66, deheer Ceder van de ChristenUnie, de heer Ram van de PVV, mevrouwDobbe van de SP, de heer Van Baarle van DENK, mevrouw Hirsch vanGroenLinks-PvdA en mevrouw Kamminga van de VVD. De heer VanBaarle heeft een punt van orde.De heer Van Baarle (DENK):Ja, heel kort. Niet zozeer een punt van orde, maar ik doe ook mee aan debegroting Binnenlandse Zaken, dus er is een mogelijkheid dat ik het debateerder verlaat. Dan weten de collega’s dat.De voorzitter:U gaat wat eerder uitvliegen. En de heer Ceder ook, begrijp ik.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, voorzitter. Er is een voortzetting van het plenaire debat over digitalezaken, waarin moties ingediend en geapprecieerd worden, dus ik ga ereven tussenuit, maar kom terug.De voorzitter:Prima. Dan gaan we van start. Het woord is aan de heer Bamenga vanD66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Voor ik dit debat begin, wil ik nog even duidelijkmaken waar we het over hebben wanneer we spreken over humanitairehulp. De UNHCR-definitie luidt als volgt: «Humanitaire hulp is hulp diewordt geboden aan de slachtoffers van een ramp, zoals een dodelijkconflict of een natuurramp. Humanitaire hulp wordt geboden om levens teredden en voorziet in de eerste levensbehoeften: water, voedsel,onderdak, medische zorg.» Dit kabinet haalt 2,5 miljard euro per jaar wegbij de allerarmsten. Dit kabinet haalt specifiek 485 miljoen euro weg bijhumanitaire hulp. De heer Wilders verwees eerder naar deze bezuini-gingen op ontwikkelingshulp als «een fijne ombuiging». Met anderewoorden: de heer Wilders is er eigenlijk wel trots op. Hoe kijkt de Ministernaar deze uitspraak? Vindt zij deze snoeiharde bezuiniging ook fijn?Voorzitter. Dit kabinet wil volgens zijn eigen woorden de focus leggen opwater, voedselveiligheid en opvang in de regio. Dit kabinet bezuinigt 195Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 1193 miljoen euro op de prioriteit water. Dit kabinet bezuinigt 387 miljoen euroop de prioriteit voedselzekerheid. En het kabinet bezuinigt 309 miljoeneuro op de prioriteit opvang in de regio. Hoe legt deze Minister dit uit?Betekent «focus» in dit geval niets meer dan «iets minder hard bezui-nigen»?Begin september kregen we te horen dat de Minister zelf bij de begro-tingsonderhandelingen gepleit zou hebben voor meer geld voor ontwikke-lingssamenwerking. Erkent de Minister daarmee dat de onbezonnenbezuinigingen van dit kabinet op de allerarmsten veel te hard zijn? Voorwelke noden dacht de Minister meer geld nodig te hebben?Dan ga ik naar de humanitaire ramp in Gaza. Inmiddels heeft het conflict40.000 Palestijnen het leven gekost, waaronder meer dan 14.000 kinderen.Daarnaast zijn er ook nog eens meer dan 78.000 mensen gewond geraakt.Het is goed dat dit kabinet recent bekend heeft gemaakt voornemens tezijn om de bijdrage aan UNRWA voor 2025 gewoon over te maken. Welkiest dit kabinet ervoor om 3 miljoen die bedoeld was voor UNRWA, inplaats daarvan aan UNICEF te geven. 3 miljoen voor UNICEF is hardnodig, maar waarom wordt er dan bezuinigd op UNRWA, vraag ik deMinister. UNICEF zelf laat weten dat het stopzetten van donaties aanUNRWA catastrofaal is voor de mensen in Gaza. Wat is de reactie van deMinister op de oproep van UNICEF? Waarom wel 19 miljoen eurobeschikbaar maken in 2025, maar niet 3 miljoen nog dit jaar?De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Het is belangrijk dat er overal in de wereld waar de nood hoog is,voldoende humanitaire hulp is, dus ook in Gaza. We hebben eerder, vorigjaar, ook stilgestaan bij de opschorting van de UNRWA-gelden, omdat ermogelijk aanleiding was om te denken dat het geld ook ging naar mensendie bijgedragen hadden of medeplichtig waren aan de slachting op7 oktober. De heer Bamenga heeft in het verleden in debatten ook heelhard aangegeven dat daar geen enkele sprake van was en dat er geenbewijs voor was, maar intussen is er een OIOS-rapport uitgekomenwaarna een aantal mensen op non-actief zijn gezet, omdat niet uitgeslotenkan worden dat VN-medewerkers bijgedragen hebben aan die slachting.Natuurlijk is u ook bekend dat een Hamasleider is overleden die tegelij-kertijd aan het hoofd stond van de onderwijstak van UNRWA in Libanon.U heeft het over het verdelen van middelen. Dat is een belangrijkonderwerp. Daar gaan we ook over als Kamer via het budgetrecht. Ik zouu toch wel willen vragen om daar in ieder geval rekenschap van te geven.Het kan toch niet zo zijn dat D66 hieraan voorbijgaat en er ook niets overzegt, ook vanuit uw hart voor de mensenrechtelijke kant? Ik zou u willenvragen om hierop te reflecteren. Volgens mij is het wel degelijk eenrelevant punt, waar we het vandaag met elkaar over moeten hebben.De voorzitter:Ik denk dat we wat aan elkaar moeten wennen en ook aan mij alsvoorzitter, maar interrupties zijn wat mij betreft korte vragen met korteantwoorden en niet hele verhalen daaromheen. Ik zal daar ook op gaanhandhaven, zeg maar. Het woord is aan de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):De heer Ceder heeft gelijk als hij zegt dat wij als D66 zeer kritisch warentoen de hulp richting UNRWA opgeschort werd. Wij vinden uiteraard datop het moment dat er mensen zijn die dingen doen die ... nou ja, nietvolgens de mensenrechten zijn, deze mensen een gepaste straf horen tekrijgen. In dit geval heeft UNRWA daar ook op een goede manier opgereageerd. Toen er sprake was van een vermoeden dat er mensen warenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 1194 die betrokkenheid hadden bij Hamas, werden zij op non-actief gezet. Dat isook volkomen terecht. Dit is een organisatie waar heel veel medewerkerswerken, maar waarvan ook duizenden mensen afhankelijk zijn voor hulp,hun eerste levensbehoeften zoals eten, medische zorg en onderwijs. Datbetekent dus vervolgens dat wij die voedselzekerheid niet in het gedinglaten komen door te zeggen: wij gaan de hulp opschorten. Ik vind het heelerg belangrijk dat wij als Nederland altijd hulp kunnen bieden aanonschuldige mensen, die er zijn, en dat die toegang tot hulp altijdverzekerd is. Daar moeten wij volledig voor gaan. Op het moment dat erhulp wordt opgeschort en we geen alternatief hebben, vind ik dat echtheel ernstig, al helemaal op het moment dat een internationale organi-satie die hier in Den Haag zit ook heeft aangegeven: doordat er geen hulpkomt voor deze mensen, zou het zomaar kunnen zijn dat we daarmeebijdragen aan genocide. Dat is het ergste, maar ook echt het ergste datkan gebeuren. Het ergste, waarvan wij met z’n allen hebben gezegd, datwe dit nooit meer, nooit meer willen laten gebeuren. Daar willen wij alsD66 voor waken: dat dat ooit nog een keer gebeurt.De voorzitter:Dank u wel. De heer Ceder voor zijn tweede interruptie. Graag wel kort enook de antwoorden graag kort, want heel eerlijk: anders gaat u straks bijde termijn van de Minister helemaal geen interrupties meer krijgen, wantdan halen we het niet in de tijd. De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):We zijn het volkomen eens met D66 dat we hulp moeten bieden. Daar zalmijn betoog ook over gaan. Maar ik zei net: D66 heeft in de Kamergeroepen dat er géén aanleiding zou zijn, dat er geen sprake was vanmensen die mogelijk betrokken zouden zijn. Ik heb mijn collega gevraagdof hij daarop kan reflecteren. Dat heeft hij niet gedaan. Dat zijn uitsprakengeweest van D66 hier in de plenaire zaal.De voorzitter:Uw vraag is?De heer Ceder (ChristenUnie):U heeft ook uitgehaald naar mensen die aangaven dat daar wél sprakevan was. Mijn punt is: als wij humanitaire hulp geven, of het nu aanUNRWA is of aan andere partijen, vindt D66 dan ook dat dat geld nietterecht mag komen op plekken waar mensen er vervolgens mensenrech-tenschendingen mee begaan? Ik hoor D66 daar ook niets over zeggen,want het is niet zo dat wij zeggen dat we al het geld voor UNRWAstoppen. Die suggestie wekt u, maar dat is niet zo. Dus ik vraag u om alspolitieke partij te reflecteren op hoe wij als Nederlandse regering, alsparlement, om moeten gaan met het verdelen van noodhulp, op hetmoment dat er sprake van is dat het geld mogelijk ook gebruikt is ommensenrechtenschendingen te begaan.De heer Bamenga (D66):Volgens mij zijn wij daar als D66 heel erg helder in. Wij mogen alsNederland, of dat nou direct of indirect is, niet bijdragen aan mensenrech-tenschendingen. Maar we mogen ook niet bijdragen aan schendingen diete maken hebben met het internationaal recht. Als het bieden van hulp,maar vooral ook het leveren van wapens – het gaat over tal van zaken – direct of indirect bijdraagt aan mensenrechtenschendingen of aanschendingen van het internationaal recht, vinden wij dat we dat moetenopschorten. Alleen in dit geval gaat het daar niet over. In dit geval gaat hetjuist over humanitaire hulp die ten goede komt aan mensen dieonschuldig zijn, die niets te maken hebben met het conflict dat hier nuspeelt, mensen die slachtoffer zijn van het conflict dat hier nu speelt. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 1195 spreek regelmatig mensen die daarvandaan komen en mij vertellen hoe zijhun gezinnen hebben georganiseerd. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dathet ene kind bij het ene gezin terechtkomt en het andere kind bij eenandere oom, puur vanwege de angst dat door een bominslag of wat danook het hele gezin komt te overlijden. Door het zo te organiseren kan inieder geval iemand van het gezin het overleven. Dit is waar we het overhebben. Marchanderen met humanitaire hulp op zulke plekken en voorzulke mensen, die het zo hard nodig hebben, vind ik echt onverantwoord.Als D66 staan wij volledig voor deze hulp en wat ons betreft mag die nogopgeschroefd worden. En als er mensen zijn die verkeerde dingen doen ...De voorzitter:Kunt u naar een afronding van de beantwoording...?De heer Bamenga (D66):Dat ga ik zeker doen, voorzitter. ... dan mogen die mensen zekeraangepakt worden, op non-actief gesteld worden, veroordeeld worden,noem maar op, maar dat geldt voor iedereen.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog.De heer Ceder (ChristenUnie):Mag ik nog iets concluderen?De voorzitter:Ja, u mag iets concluderen, als het kort is, want we zijn nu tien minutenbezig en als iedereen antwoorden van deze lengte gaat geven, gaan wehet niet redden in drie uur; dat kan ik u nu al aangeven.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik hou het kort, voorzitter. Ik wil alleen even concluderen dat D66 op geenenkele vraag die ik heb gesteld, antwoord heeft gegeven. Ik vroeg om eenreflectie op haar eerdere uitspraken en ik vroeg D66 om, uitzoomend, tekijken hoe we omgaan met belastinggeld dat aan hulporganisaties wordtgegeven. Het gaat niet om het stopzetten van geld of niet; het gaat om deallocatie en besteding. Via welke organisaties doe je dat? Als ik deredenatie van mijn collega volg, hoor ik de heer Bamenga eigenlijkzeggen: het maakt niet uit wat er gebeurt, dus of geld bijvoorbeeld viamedewerkers gebruikt wordt om mensenrechtenschendingen mee tebegaan, zolang die medewerkers dan maar geschorst worden of uit hunfunctie gezet worden; wij blijven gewoon geld geven aan die organisaties.De voorzitter:U zou het kort houden.De heer Ceder (ChristenUnie):Volgens onze fractie is die verdedigingslinie, die misschien bij D66 hoort,niet te verantwoorden noch te handhaven.De heer Bamenga (D66):Wat volgens mij niet te verantwoorden en handhaven is, is het standpuntvan de ChristenUnie, die zonder daadwerkelijk bewijs allerlei hulp aanonschuldige mensen wil laten opschorten en die vervolgens, puur opbasis van wat enkelen misschien doen of de banden die enkelen hebben,een hele organisatie veroordeelt. Dat is inderdaad wat de ChristenUniedoet en dat is wat wij als D66 niet doen. Op het moment dat er bewijs isdat er banden zijn tussen een organisatie en Hamas, dan moet je daar watmee; dat hebben wij ook duidelijk aangegeven. Maar dat bewijs ís er niet.Ten tweede ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 1196 De voorzitter:Nee, het moet echt korter, want anders ga ik nu al het aantal interruptiesbeperken en sta ik iedereen nog maar twee vragen in eerste termijn toe.De heer Bamenga (D66):Mag ik wel even ...?De voorzitter:Ik begrijp het en u mag zo afronden, maar als de antwoorden en devragen zo lang blijven, gaan we het gewoon niet redden. U heeft volgensmij zelf bepaald dat dit debat drie uur mag duren. De heer Bamenga,afsluitend.De heer Bamenga (D66):Als er een schoolhoofd is dat iets heeft gedaan of dat banden blijkt tehebben met Hamas, moet je die persoon aanpakken. Dat schoolhoofd isinderdaad op non-actief gesteld, en wel direct. Ik vind dus niet dat eenorganisatie waarvan 2 miljoen mensen afhankelijk zijn voor hulp,vervolgens veroordeeld zou moeten worden.De heer Ram (PVV):Ik heb een eerste korte vraag aan D66. Voor D66 is het lidmaatschap vanHamas dus voldoende reden om te zeggen dat het overmaken van geldnaar UNRWA niet door mag gaan? Klopt dat?De heer Bamenga (D66):Nee, volgens mij heb ik dat niet gezegd. Ik heb een duidelijk onderscheidgemaakt tussen de organisatie en individuen die bepaalde dingen doendie ontoelaatbaar zijn. Daar zul je zeker consequenties aan moetenverbinden en dat heeft UNRWA ook gedaan. Je moet het je zo voorstellen:je hebt een heel Ministerie van Justitie en Veiligheid; als er vervolgensindividuele ambtenaren zijn die iets crimineels doen, ga je ook niet hethele ministerie daarvoor veroordelen, zeker niet als het ministerie daargewoon adequaat op handelt.De heer Ram (PVV):Ik wil toch even iets aan de orde stellen. Hamas staat op de EU-sanctielijst.Hamas staat niet op de VN-sanctielijst. Op de VN-sanctielijst ontbreektHamas omdat Rusland ooit in de Veiligheidsraad tegen heeft gestemd; zezijn dus niet op de terroristenlijst gezet. Wat UNRWA doet, is eenonderscheid maken tussen militanten van Hamas en «gewone» Hamas-leden. Dat onderscheid bestaat bij ons niet. Iedereen die lid is van Hamas,is lid van een terroristische organisatie. Nu blijkt dat er dus nog 108medewerkers van UNRWA verbonden zijn aan Hamas. Dat heeft Israël ookaangekaart bij UNRWA en de VN. Daar is totaal geen reactie op gekomen.Wat vindt D66 daarvan?De heer Bamenga (D66):Deze feiten waarmee de heer Ram komt, zijn wat mij betreft niet bewezen.Meneer Ram kan hiermee komen, maar uiteindelijk ga ik gewoon uit vaneen onafhankelijk rapport. Daar mogen we van uitgaan. Er is ook eenreactie geweest van het kabinet op die onafhankelijke rapporten. Ik vindniet dat wij nu allerlei bronnen er even bij moeten halen, zonder enigbewijs daarvan. Dus daar kan ik moeilijk op reageren, op dit soort cijfers.De voorzitter:De heer Ram voor zijn derde interruptie.De heer Ram (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 1197 Dan geef ik toch even een verwijzing naar de bronnen. De bronnen zijn tevinden bij Israël. Israël heeft een hele pagina over UNRWA en wat zedaarover hebben, ingediend bij de VN, waaronder wat ik zei over de 108medewerkers. Het heeft ook breed in de media gestaan. Maar ik begrijpdus dat dat geen probleem is voor D66 en dat die hulp gewoon door kangaan, ook al komt er dus geld terecht bij Hamas en bij terroristischeorganisaties? Dat is wat ik begrijp.De heer Bamenga (D66):Volgens mij ben ik heel erg helder geweest in mijn beantwoording. Op hetmoment dat er individuele leden lid zijn van een terroristische organisatieof wat dan ook, dan is dat ernstig en moeten er gevolgen aan gegevenworden, maar daarmee bedoel ik niet dat een hele organisatie daarvoorveroordeeld moet worden. Al helemaal niet als zo’n organisatie eigenlijkeen voorwaarde is voor mensen om überhaupt te kunnen leven; als zij eenvoorwaarde is voor mensen om medische hulp, onderwijs en eten tekrijgen voor hun voortbestaan.De voorzitter:Dank u wel. De heer Bamenga vervolgt zijn betoog.De heer Bamenga (D66):Voorzitter. Door de verdere escalatie van het conflict tussen Israël enHezbollah verslechtert de humanitaire situatie in Libanon met de dag.Diverse organisaties doen concrete oproepen voor onmiddellijkehumanitaire steun voor Libanon. Is de Minister bereid om te kijken welkeruimte zij heeft om zo snel mogelijk extra humanitaire steun toe te zeggenaan organisaties in Libanon?Voorzitter. Tot slot. Onze tv’s, kranten en nieuwswebsites staan dagelijksvol met nieuws en artikelen over de situatie in het Midden-Oosten. Enterecht, want de situatie daar is afschuwelijk. Maar er zijn ook veelconflicten die het achtuurjournaal, de voorpagina van de krant of detalkshows nooit halen. Denk aan de 6 miljoen mensen op de vlucht inCongo, de bijna 10 miljoen kinderen in humanitaire nood in Jemen en de11 miljoen mensen in Sudan die op de vlucht zijn in eigen land. Welkestrategie heeft dit kabinet om ook deze mensen die niet iedere dag in hetnieuws zijn, de humanitaire steun te bieden die zij keihard nodig hebben?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Het zal vandaag heel veel gaan over de situatie inhet Midden-Oosten. Maar ik wil van deze gelegenheid toch ook gebruik-maken om ook stil te staan bij wat «vergeten conflicten» wordengenoemd. Allereerst de zeer schrijnende situatie in Sudan. Deze vreselijkeaanval op burgers en met name etnische minderheden gaat gewoon door.Er zijn 26 miljoen mensen op de vlucht. Dit vergeten conflict kent eenongelooflijk humanitair leed. Een land dat eigenlijk over voldoendegrondstoffen beschikt, stevent af op de grootste hongersnood ter wereldin de afgelopen 40 jaar. Er is eenzelfde dynamiek zichtbaar als 20 jaargeleden tijdens de grote etnische zuiveringen. Ik vind dat we het daar alsKamer over moeten hebben. Mijn vraag is: wat doet de Minister om dedruk op de VAE te verhogen met als doel de sponsoring van oorlogsmis-daden door dit land te stoppen? Ik roep de Minister ook op actie teondernemen op basis van resolutie 2417 van de VN-Veiligheidsraad enverantwoordelijken voor het sponsoren van deze oorlog aansprakelijk testellen. Tot slot. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat geld directTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 1198 terechtkomt bij de hulporganisaties die de meeste levens redden, zoals deEmergency Response Rooms? Ik kijk graag uit naar de beantwoording.Voorzitter. Het staat voor de ChristenUnie buiten kijf dat wij als Nederland,met onze positie in de wereld, dienen bij te dragen aan de internationalerechtsorde. Allereerst door middel van defensieverplichtingen, maar ookdoor middel van noodhulp en humanitaire hulp. Wanneer we geconfron-teerd worden met acute nood, draagt Nederland bij. Zo dragen we bij aaneen wereld waarin mensen door oorlog of natuurgeweld in een bedrei-gende situatie zijn beland. We weten van de Minister dat zij hier misschienanders naar kijkt als het gaat om het belang van ontwikkelingshulp. Mijnvraag is hoe zij denkt over humanitaire hulp, over noodhulp. Ik zou ookgraag van haar willen horen vandaag wat wij van haar kunnenverwachten de komende jaren. Ik vraag dat ook omdat zij bij de bezuini-gingen op haar begroting de kaasschaaf heeft toegepast en het budgetvoor noodhulp niet relatief meer ontzien heeft dan andere posten op debegroting.Voorzitter. We hebben het net al gehad over de situatie in Israël en Gaza.In tegenstelling tot wat mijn collega van D66 zei, heeft UNRWA zelf, of deVN, in augustus het OIOS-rapport uitgebracht. Daar wachtten we almaanden op. Daaruit blijkt dat niet uitgesloten kan worden datmedewerkers hebben bijgedragen aan de slachting op 7 oktober. Dat isallereerst pijnlijk, maar ten tweede roept het ook de vraag op hoe wijkunnen borgen dat Nederlands belastinggeld, ontwikkelingshulp, niet gaatnaar organisaties die kennelijk niet in staat zijn om adequaat genoeg teborgen dat er geen mensenrechtenschendingen gepleegd worden.Ik bestrijd dat wij hier ook als fractie zouden stellen dat er geen ontwikke-lingshulp heen zou moeten gaan. We hebben juist meerdere malen gepleitvoor geld. We vinden wel dat de allocatie een debat is dat ook hiergevoerd mag worden. En dat er geen bewijs voor de beschuldigingen zouzijn, is gewoon niet waar, aldus het rapport van de VN. Daarom ook devraag aan de Minister hoe zij kijkt naar het rapport en het feit dat ermensenrechtenschendingen met onder andere Nederlands belastinggeldniet uitgesloten kunnen worden. Wat betekent dat voor de langlopendeverplichtingen aan UNRWA? We hebben gisteren in een brief van deMinister gelezen dat er ontbindende voorwaarden zijn en dat het eigenlijkaan het parlement is om te bepalen waar wij ons geld voor noodhulpalloceren. De Minister heeft al een voorschot genomen door een deelhiervan naar UNICEF te alloceren, maar ik vraag haar ook of andereorganisaties, zoals OCHA en mogelijk andere organisaties, partij zoudenkunnen zijn.Voorzitter. Het gaat ons niet om het kortlopende conflict momenteel. Het isbelangrijk dat er voldoende hulp en toegang komt. Ik wil ook vragen wathet beeld van de Minister is van de momentele toegang voor hulp. Hoegaat het met de bestrijding van polio en andere middelen? Ik wil ookvooruitblikken naar wat dit voor de toekomst betekent. UNRWA is ...De voorzitter:Kunt u afronden?De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, voorzitter. UNRWA heeft niet als doel om een oplossing tot stand tebrengen. Het heeft een ander mandaat dan de UNHCR, die wij ooksteunen. Ik zou graag de visie van de Minister op deze twee organisatieshoren. Hoe kan door deze organisaties te blijven scheiden en dus ookblijvend gescheiden te financieren volgens haar tot een oplossing in hetMidden-Oosten gekomen worden? Of is zij van mening dat ook dat iets iswat we op lange termijn met elkaar moeten gaan bespreken?Tot zover, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 1199 Dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Ik hoor het betoog van de heer Ceder van de ChristenUnie en ik vraag mijaf waarom hij op basis van niet-vaststaande feiten, op basis van beschul-digingen die geuit worden, speelt met de hulp aan de Palestijnen dieafhankelijk zijn van een organisatie die daar gewoon essentieel voor is.Want het gaat om beschuldigingen. Het gaat niet om vaststaande,bewezen feiten, over dat wat de heer Ceder stelt ook daadwerkelijk isgebeurd. Dus waarom doet hij dat?De heer Ceder (ChristenUnie):Dit spelletje hebben we al maandenlang gespeeld. Het zijn partijengeweest als DENK, D66 en de SP en ook andere die lang gezegd hebbendat er geen bewijs is en dat we dat zouden moeten afwachten. In hetverlengde daarvan zijn er twee rapporten door de VN uitgebracht.Allereerst het Colonna-rapport, dat niet ging over 7 oktober, maar overdaarvoor. Daarnaast is er ook het OIOS-oorlogsrapport. Dat is in het recesuitgekomen, dus daar hebben we nog niet met elkaar over kunnen praten.Dat rapport is geen Israëlisch rapport, dat is geen lobbyrapport, maar eenrapport van de VN. Als u dat gelezen heeft, heeft u gezien dat er maatre-gelen zijn genomen tegen medewerkers en dat zij in dat onderzoek, ookna 7 oktober, niet kunnen weerleggen dat er medewerkers hebbenbijgedragen aan die slachting. Ik werp verre van mij dat dit beschuldi-gingen zijn die niet gestaafd zijn of dat het desinformatie is. Ik verwijsnaar het VN-rapport. Ik zou de heer Van Baarle, ook als parlementariër inhet debat met elkaar, willen vragen om daar dan ook inhoudelijk op tereageren en de verdachtmakingen te laten voor wat ze zijn.De voorzitter:De heer Van Baarle. Het is overigens niet de bedoeling dat er wedervragenworden gesteld.De heer Van Baarle (DENK):Als we het over verdachtmakingen hebben: het is de heer Ceder diedaarin grossiert. Uit dat rapport blijkt namelijk dat van geen enkel gevalonomstotelijk is bewezen dat de beschuldigingen die de heer Ceder uit,daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Uit datzelfde Colonna-rapportblijkt dat er bij UNRWA gewoon omvangrijke maatregelen en mecha-nismes zijn om neutraliteit te waarborgen. Dus wat de heer Ceder doet, isop basis van niet-vaststaande feiten, op basis van beschuldigingen envermoedens, moddergooien naar een organisatie waar tienduizendenmensen werken en waar meer dan 2 miljoen mensen afhankelijk van zijnvoor hulp. Ik zou hem willen vragen, als parlementariër, vooral in dezesituatie waarin mensen hulp nodig hebben, om niet te doen aan guilt byassociation en guilt op basis van onbewezen beschuldigingen. Kan deheer Ceder daar gewoon mee stoppen?De heer Ceder (ChristenUnie):De heer Van Baarle doet wat al een aantal keren in dit parlement isgebeurd, namelijk het Colonna-rapport vereenzelvigen met hetOIOS-rapport. Als u het Colonna-rapport gelezen heeft en heeft gezien watde tijdlijn is van de onderzochte situaties, heeft u gezien dat 7 oktoberexpliciet niet is meegenomen. Colonna heeft ook later, bij de presentatievan het rapport en daarna, herhaaldelijk aangegeven dat wat onderandere door parlementariërs is gezegd, dat Israël niet met bewijzen kwam,helemaal niet aan de orde was, omdat het Colonna-rapport niet zag op deperiode vanaf 7 oktober, maar op de periode daarvoor. De heer Van Baarlegeeft net aan dat in dat in Colonna-rapport staat dat maatregelen zijngenomen en dus dat er geen bewijs was dat mensen medeplichtig zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11910 geweest aan 7 oktober. Voorzitter, ik herhaal: dat is logisch, want hetColonna-rapport ging niet over 7 oktober, maar over de periode daarvoor.Ook dit is weer een verdachtmaking, die ik gewoon heel rustig wilweerleggen. Er is een ander rapport – de heer Van Baarle heeft dat evenkort genoemd, maar vereenzelvigd met het Colonna-rapport – en dat ishet OIOS-rapport. Vorige week is bekend geworden dat er om eenHamasmedewerker – van de civiele tak, zeg ik even tussen haakjes; diewas hoofd van het onderwijs – zowel door de VN of door UNRWA als doorHamas werd gerouwd. Dat komt doordat er een dubbelfunctie was. Datbetekent dat er in ieder geval in één geval ...Als u het OIOS-rapport leest, zult u zien dat de VN niet in staat was om debeschuldigingen te weerleggen en dat roept een vraag op waar wij ons alsparlement toe te verhouden hebben. Niet zozeer of er hulp moet komenaan mensen, want volgens mij willen we dat allemaal. Nou, misschien dePVV niet of misschien wel. Dat willen wij allemaal. De vraag die hiervoorligt, is hoe wij omgaan met het alloceren van noodhulp, wetende datmogelijk een deel van het geld besteed wordt om mensenrechtenschen-dingen aan te gaan. Dat debat probeerde ik te voeren met de heerBamenga. Hij heeft daar niet op gereageerd. Dat debat probeer ik op tafelte brengen, dat wij als parlementariërs volgens ons budgetrecht weldegelijk deze vragen moeten stellen. Ik ga dus geen wedervraag stellen,voorzitter. Maar ik werp verre van mij dat het hier zou gaan om wel ofgeen hulp geven aan onschuldige mensen.De voorzitter:Ik wil echt even vragen om nu even af te ronden en het ook beknopt tehouden. We zijn nu een halfuur bezig en we hebben twee sprekers gehad.De heer Ceder (ChristenUnie):Dan laat ik het hier voor nu bij, voorzitter.De voorzitter:Op het moment dat iedereen deze tijd gaat nemen, komen de sprekersniet eens allemaal aan het woord en dan komt de Minister helemaal nietaan het woord vandaag. Ik zou dus echt willen vragen om het veelbeknopter te houden en korter te houden. Dank u wel. Dan is het woordaan de heer Ram van de PVV. O, mevrouw Teunissen heeft nog eeninterruptie.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, ik zal proberen om het kort te houden.De voorzitter:Nou, ik ga geen genoegen meer nemen met proberen. Het gaat gewoonkort zijn, want we zijn een halfuur bezig en u en mevrouw Kammingagaan niet eens aan het woord komen als dit de ronde wordt bij de andereKamerleden.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, ik ga het kort houden. Er zijn ontzettend veel mensen in nood inGaza en UNRWA is onmisbaar om die noden de lenigen. Ik zie dat UNRWAnu alles doet, echt alles, om de aanbevelingen uit het Colonna-rapport opte volgen, om het neutraliteitsbeginsel te waarborgen. Het heeft ook veelmedewerkers ontslagen naar aanleiding van de beschuldigingen. Ik hoorde heer Ceder dat allemaal niet zeggen. Erkent hij dat in ieder gevalUNRWA er alles aan doet om ervoor te zorgen dat dat neutraliteitsbe-ginsel gewaarborgd wordt?De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11911 Nee. Na 7 oktober is er vooral gesteld dat daar geen sprake van was. Inonderzoeken is geprobeerd dat weg te stoppen. In de volksmond isgeprobeerd het te laten lijken alsof het Colonna-rapport ook over7 oktober zou gaan, terwijl het OIOS-rapport het echte rapport is dat over7 oktober gaat. Daaruit heeft de VN moeten concluderen dat ze nietkunnen weerleggen dat er sprake was van medeplichtigheid. Ik zeg nietdat ik vind dat er geen geld heen zou moeten. Ik vind zelfs dat er meergeld naar Gaza zou moeten. Daar zijn we het met elkaar over eens. Ditdebat hebben wij een jaar vermeden met elkaar, maar waar het om gaat,is: als wij geld alloceren, hoe gaan we dan om met organisaties waarbij ereen grote kans is dat het geld ook gebruikt wordt om mensenrechten teschenden? Dat debat wil ik graag voeren. Dat hebben we een jaarafgehouden, maar dat is het debat dat we moeten voeren. Ik werpnogmaals verre van mij – sorry, voorzitter, dit is mijn laatsteopmerking – dat het zou gaan om geen hulp willen bieden, want dat isniet de discussie die nu voorligt.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik heb gewoon een hele concrete vraag gesteld. De heer Ceder haalt erheel veel dingen bij, bijvoorbeeld het Colonna-rapport. Hij zegt: er is nietbewezen dat er geen beschuldigingen zijn. Maar op basis van het rapportkunnen we niet aantonen dat UNRWA verkeerde dingen zou doen. Dat isniet bewezen. Tegelijkertijd zien we ook dat de Minister zelf zegt datUNRWA belangrijk is voor de stabiliteit in de regio en onmisbaar is als hetgaat om het bieden van humanitaire hulp. We zien nu dat UNRWA dieaanbevelingen heel serieus neemt, terwijl ze al heel robuust zijn en eenbeter systeem hebben dan de meeste andere VN-organisaties.De voorzitter:En uw vraag is?Mevrouw Teunissen (PvdD):Mijn vraag is: legt de heer Ceder dat allemaal naast zich neer of erkent hijdat UNRWA onmisbaar is in de regio en er alles aan doet om zijnneutraliteit te waarborgen?De voorzitter:De heer Ceder, kort graag.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat ze alles doen om hun neutraliteit te waarborgen, kan ik niet verifiëren.Daarom heb ik ook vragen gesteld aan de Minister. Het afgelopen jaar hadik daar grote zorgen over. Ik ben het met u eens dat UNRWA too big to failis. Daarom heb ik ook aangegeven dat mijn punt hem niet alleen zit op dekorte termijn, maar ook op de lange termijn. Zolang wij de UNHCRhebben, waar wij volgens mij allemaal flinke steun aan geven, maar ookhet UNRWA, waarvoor er een mandaat ligt dat niet tot een oplossing leidt,vind ik dat we die discussie moeten voeren. Ik heb gezegd dat dat ook destip op de horizon is. Dat moet je nu met elkaar bespreken, om te kijkenwaar je met elkaar wil eindigen. Dit zijn dus vragen die ik aan de Ministergesteld heb. Ik herhaal: er moet voldoende hulp naar Gaza. Als er teweinig hulp heen gaat, moeten we het daar met elkaar over hebben. Het isgewoon niet het geval dat UNRWA een eeuwigdurende organisatie is endat dat een intrinsieke vanzelfsprekendheid is.De heer Bamenga (D66):Ik hoor nogal wat verdachtmakingen vanuit de ChristenUnie daar waar hetgaat om mensen die werken bij UNRWA of de hele organisatie op zichzelf.De heer Ceder heeft een aantal keer gesproken over mensenrechten.Mensenrechten zijn belangrijk ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11912 De voorzitter:Meneer Bamenga, wat is uw vraag aan de heer Ceder?De heer Bamenga (D66):Daar kom ik op, als u mij dat toelaat. Als u er niet tussen was gekomen,dan had ik mijn vraag al gesteld, voorzitter. Het is misschien prettig omdat niet al na drie, vier woorden te doen, zou ik zeggen.Ik zal mijn vraag stellen. De heer Ceder heeft gesproken over mensen-rechten. Onschuldpresumptie is een belangrijk mensenrecht. Dat weet deheer Ceder ook heel erg goed. Iedereen is onschuldig tot het tegendeelbewezen is. Hoe kijkt de heer Ceder hiertegen aan, gezien alle verdacht-makingen die de heer Ceder doet zonder dat er daadwerkelijk eenveroordeling is geweest van een van deze mensen?De heer Ceder (ChristenUnie):We zitten momenteel niet in een strafrechtelijke situatie. We zitten in eenprivaatrechtelijke situatie, waarin wij ooit gezegd hebben dat wij geldgeven aan UNRWA, omdat wij oprecht geloven dat zij het beste zullendoen met het geld voor de mensen die dat het hardste nodig hebben. Dievraag stel ik naar aanleiding van het afgelopen jaar. Het rapport dat ze zelfhebben uitgebracht, stel ik ter discussie. Dat is mijn taak als parlemen-tariër. Die vraag heb ik aan de Minister gesteld. U zegt: we moeten pashandelen als er een veroordeling ligt. Dat is nu niet aan de orde. Nu is aande orde: hoe alloceren we het schaarse geld dat we hebben? Ik stel daarvragen over. De Minister heeft aangegeven dat we een deel daarvan naarUNICEF gaan sturen, maar je hebt daar ook OCHA. Je hebt daar ookandere organisaties. Ik wil weten waar het belastinggeld van de Neder-landers het beste geborgd is, zodat we kunnen voorkomen dat wij overeen aantal maanden, over een jaar of over twee jaar weer in een situatiezitten waarin het waarschijnlijk is dat er met ons belastinggeld mensen-rechtenschendingen hebben plaatsgevonden. Dat lijkt me een terechtdebat dat ik graag wil voeren, en D66 ook, hoop ik.De voorzitter:De heer Bamenga voor een korte vervolgvraag.De heer Bamenga (D66):Een korte vervolgvraag. Ik heb geen antwoord gehoord op mijn vraag vande heer Ceder. Ik hoorde antwoorden over het strafrecht en het privaat-recht. Het gaat hier gewoon om een mensenrecht, namelijk dat mensenonschuldig zijn totdat het tegendeel bewezen is. Ik hoor toch allerleiverdachtmakingen vanuit de ChristenUnie. Ik vind, zeker als partij diemensenrechten hoog in het vaandel heeft staan, dat het misschien welgoed is om daarop te reflecteren en niet selectief te zijn op mensenrech-tentoepassing.De voorzitter:Uw reflecties hoeven niet heel uitgebreid te zijn. De vraag is volgens mijhelder.De heer Ceder (ChristenUnie):De selectiviteit ligt bij D66. Ik stip aan dat er mogelijk mensenrechten-schendingen plaatsvinden en dat dat mede gefinancierd wordt metNederlands geld. D66 weigert daar antwoord op te geven. D66 verwijt mijiets waarvan ik juist zeg: dat is wat deze partij doet. Wat ik stel, is niet zoraar. UNRWA heeft zelf mensen op non-actief gesteld vanwege deaanwijzingen die er momenteel zijn. Als u vindt dat de ChristenUnie eenstandpunt inneemt dat niet zou kunnen, zou u uw aandacht dus eigenlijkook op UNRWA moeten richten, omdat deze medewerkers ontslagen zijn.Dat kan, als er aanwijzingen voor zijn dat mensen hebben bijgedragen aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11913 mensenrechtenschendingen. Dat is dus geen heel vreemd standpunt.Sterker nog, dat is nog dichter bij het standpunt van UNRWA dan bij hetstandpunt dat D66 nu inneemt.De voorzitter:Het woord is aan de heer Ram van de PVV.De heer Ram (PVV):Dank u wel, voorzitter. Mijn eerste blokje over UNRWA is ook namens deSGP. Zoals u weet is de PVV tegen voortzetting van de financiering vanUNRWA en we leggen graag uit waarom. Na het onderzoek van OIOSblijkt dat negen van de negentien verdachte UNRWA-medewerkersbetrokken zijn bij de aanslagen van 7 oktober. Daarnaast is er recent eenonthulling geweest rondom Fathi al-Sharif, de vakbondsleider vanUNRWA in Libanon, die wij ronduit schokkend vinden. Deze man blijkt nudus ook een commandant te zijn van Hamas. Inmiddels is bekend datmeer dan 118 medewerkers van UNRWA verbonden zijn met IslamitischeJihad of Hamas. Dat is na het OIOS-rapport en na de aanslagen aan hetlicht gekomen. Wat is de reactie van de Minister op deze feiten? Als je hetbij elkaar optelt, zijn er bij elkaar 118 medewerkers betrokken bij eenterroristische organisatie. Nederland heeft dus rechtstreeks geld gegevenaan mensen die lid zijn van Hamas en Islamitische Jihad.Een ander punt dat nog helemaal niet benoemd is en waar nog niet op isgereageerd door de VN, is de dertig UNRWA-locaties die zijn aangeslotenop het tunnelnetwerk van Hamas. Dit heeft Israël ook aangedragen bij deOIOS. Daar zegt de VN helemaal niks over. Er is niet eens op gereageerd.Als VN-organisatie moet je wel verantwoording afleggen. Het grootstedatacentrum van Hamas, direct onder het hoofdkwartier van UNRWA, isnota bene aangesloten op elektriciteitskabels van dat kantoor, watbetekent dat ze contact hebben gehad over dat hoofdkwartier. Maar datwordt door UNRWA zelfs nog steeds ontkend.Dan nog een keer de bewijzen die UN Watch heeft geleverd. UN Watchheeft aangetoond dat naast die 118 medewerkers nog 193 UNRWA-medewerkers geïdentificeerd zijn als directe betrokkenen bij of indirectesympathisanten van Hamas. De bewijzen stapelen zich op, maar er komtmaar geen antwoord, zelfs niet een jaar later.Dan het volgende dilemma. Hamas en Islamitische Jihad staan op deEU-sanctielijst. Hamas staat niet op de VN-lijst van terroristische organi-saties, omdat de Veiligheidsraad ooit anders heeft besloten. Ik heb metUNRWA gepraat. Ook dit kwam ter sprake. Er wordt bij UNRWA onder-scheid gemaakt tussen militante Hamasleden en niet-militante Hamas-leden, wat betekent dat UNRWA impliciet aangeeft dat er Hamasleden indienst zijn. Dat is strijdig met het uitgangspunt van de EU en vanNederland, want wij maken dat onderscheid niet. Het betekent simpelwegdat geld dat je aan UNRWA geeft, bij Hamas of de Islamitische Jihadterecht kan komen. Hoe kijkt de Minister tegen dit dilemma aan? Ik vraagde Minister: zijn dit niet genoeg redenen om de juridische verplichtingvoor 2025 op te schorten of te ontbinden, of in ieder geval al dezeaantijgingen te onderzoeken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wel?Onder welke voorwaarden kan de Minister zelf of kan de Tweede Kamerhet contract dan wél ontbinden?Voorzitter. Dan heb ik nog een kopje humanitair in het algemeen, alleennamens de PVV.De voorzitter:U heeft nog tien seconden.De heer Ram (PVV):Goed. Ik wil even aangeven dat wij als PVV de humanitaire hulp aanOekraïne volledig ondersteunen. Verder vragen wij aan de Minister hoe zijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11914 de inspanningen ziet om de corruptie in Oekraïne te bestrijden en wat zedaaraan kan doen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Dobbe van de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met Sudan. Daar zijn naar schatting12 miljoen mensen op de vlucht. Voor nog veel meer mensen dreigthongersnood. In het noorden van Darfur in Sudan is er nu officieel sprakevan hongersnood. Dat betekent bijvoorbeeld dat een op de drie kinderenacuut ondervoed is. Daar moeten we het volgens mij ook over hebbenvandaag. Het geweld en de nood zijn verschrikkelijk en onmenselijk. Wevroegen er al eerder aandacht voor en we blijven dat doen, omdat er veelmeer moet gebeuren. Inmiddels is ook duidelijk dat humanitaire hulpopzettelijk door strijdende partijen wordt tegengehouden of bemoeilijkt. Invragen die we erover hebben gesteld, erkent de regering ook dat het instrijd is met het humanitair oorlogsrecht. Dit moet dus stoppen en deNederlandse regering moet zich hier kei- en kei- en keihard voor gaaninzetten. Ik lees in antwoord op onze vragen van 4 oktober dat er veelgesprekken zijn hierover, maar wat zijn de resultaten? Wat wil dezeMinister bereiken? Wat wordt eraan gedaan, naast praten? Hoe staat hetmet de uitvoering van onze motie om via alle mogelijke kanalen hulpgoe-deren te leveren? Hoe staat het met het in de EU aan banden leggen vanwapenleveranties aan landen die doorleveren aan de strijdende partijen inSudan? We weten dat het er heel veel zijn. Hier hebben we ook een motieover aangenomen, dus ik hoor graag hoe het daarmee staat.Humanitaire hulp is bedoeld voor die plekken waar het keihard nodig is,zoals Sudan. In antwoord op onze vragen schrijft de Minister ook dathumanitaire hulp «cruciaal» is. Maar in de plannen van het kabinet wordter bezuinigd, ook op humanitaire hulp, terwijl het zo cruciaal is. Over watde gevolgen zullen zijn van de bezuinigingen, wil de Minister in debeantwoording op onze vragen nog niets zeggen, maar dit debat gaatvandaag niet alleen over het nu; het gaat ook over de toekomst. Dus wehoren wel graag hoe de Minister dit ziet, en of de conclusie als we nu denoden bekijken, eigenlijk alleen maar kan zijn dat de bezuinigingen vantafel moeten, dat dat de enige conclusie is.Dan over de oorlogen in het Midden-Oosten, met name in Libanon enGaza. Afgelopen vrijdag kwam het Rode Kruis met een noodbericht overde situatie daar. Het aantal mensen in nood is daar sinds de escalatie inLibanon verdubbeld. Er zijn meer middelen nodig om aan alle basalebehoeften te kunnen voldoen. Is er contact tussen de Minister enhulporganisaties om te kijken hoe Nederland hier meer kan doen?Honderden hulpverleners zijn inmiddels ook in het geweld omgekomen inGaza en nu ook in Libanon. Dat is vreselijk om te horen en te zien. Het isook een schande. Wat doet de Nederlandse regering eraan om te zorgendat de verantwoordelijken hiervoor worden gevonden en berecht? Watdoet de Minister om te zorgen dat hulpverleners veilig hun werk kunnenblijven doen? Zonder hulpverleners kan er geen humanitaire hulp zijn.Voorzitter. Tot slot. In noodsituaties hebben gemarginaliseerde groepenzoals vrouwen en meisjes, vaak minder toegang tot humanitaire hulp. Ookzijn ze disproportioneel vaak slachtoffer van seksueel geweld of vangedwongen uithuwelijking en van uitbuiting. Bijvoorbeeld in Congo enSudan, maar we zien het ook in Oekraïne en we zien het ook in Gaza. Dit iseen enorm probleem. Eerder is onze motie aangenomen om bij humani-taire hulp altijd bijzondere aandacht te hebben voor de positie enveiligheid van vrouwen en meisjes, en om dit ook te omschrijven en deKamer hierover te informeren. Hoe dit gebeurt, is mij nog niet duidelijk,dus ik zou hier graag meer over horen van de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11915 Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Baarle van DENK.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. De wereldwijde humanitaire crises zijn verschrikkelijk. Wezien de pijnlijke beelden uit Sudan, Jemen, Libanon en nog veel meerplekken. Maar in plaats van verantwoordelijkheid te nemen, draait dezeMinister de kraan met hulp verder dicht dan ooit tevoren. Ze wil oplopend2,5 miljard euro gaan bezuinigen. Hoeveel daarvan zal neerslaan opnoodhulp? Heeft deze Minister enig idee wat de consequenties zullen zijn?Wat doet dat met de internationale positie van Nederland? Of steken wijeen middelvinger op naar onze internationale verantwoordelijkheden?Kan Nederland straks nog iets betekenen voor al die mensen in nood?Voorzitter. Op dit moment is onze hulp hard nodig in Gaza. We zien datIsraël humanitaire hulp doelbewust frustreert, onder andere door het werkvan UNRWA onmogelijk te maken. Zo liggen er Israëlische wetsvoor-stellen om de diplomatieke status van UNRWA-medewerkers op te heffen,het als een terroristische organisatie te brandmerken en het te verbieden.Kan de Minister deze voornemens veroordelen? Graag een helderantwoord.Voorzitter. Het is walgelijk hoe UNRWA al een jaar lang zwartgemaaktwordt. Dat gebeurt hier ook door partijen als de PVV en de ChristenUnie,die de propaganda van Netanyahu rondbazuinen. Kan de Minister ons inieder geval verzekeren dat ze zich in haar keuzes niet laat leiden doorkrankzinnige Israëlische laster? Dat blijkt helaas niet uit de financiëlekeuzes die deze Minister maakt. Er was namelijk 3 miljoen euro voorUNRWA gereserveerd, mede door een motie die ik heb ingediend, maarde Minister gaat die 3 miljoen euro nu aan UNICEF en niet aan UNRWAuitbetalen, zogenaamd als extra «politiek signaal», terwijl de reserves vanUNRWA uitgeput raken. Welk politiek signaal? Haar eigen ambtenarenadviseerden haar nota bene om het geld aan UNRWA te geven. Zeadviseren haar dat UNICEF een minder logische keuze is. Waarom gaat zijtegen deze adviezen in? Dat kan in ieder geval niet zijn omdat dezeMinister de hulp wil diversificeren. We zien dat de Wereldgezondheidsor-ganisatie, het Rode Kruis, het World Food Programme, UNICEF en andereal het overgrote deel van onze bijdrage aan hulporganisaties in Gazaontvangen. Kan de Minister toegeven dat onze bijdrage al heel erggediversificeerd is?Het is verder ook uiterst zorgwekkend dat we in de begroting van hetministerie teruglezen dat er vanaf 2026 slechts 14 miljoen voor UNRWAwordt uitgetrokken, in plaats van de 19 miljoen die we hiervoor gaven.Neemt de Minister hiermee een voorschot op een verdere afbouw vanonze steun? Wil ze überhaupt nog geld aan UNRWA geven in detoekomst? Gaat ze nog een meerjarige overeenkomst met UNRWA aan?Graag een heldere reactie.Ik wil de Minister ook vragen hoe ze van plan is om de hulp aan Gazaverder op te schroeven. Welke initiatieven gaat ze nemen? Bij welkeallianties zoekt ze aansluiting? Welke projecten genieten haar steun? Er isook 20 miljoen voor de wederopbouw gereserveerd.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Ram.De heer Ram (PVV):Ik heb een vraag aan de heer Van Baarle van DENK. Als we niet kunnenvoorkomen dat dat geld terechtkomt bij terroristen – we kunnen dat nunamelijk niet uitsluiten omdat er mogelijk Hamasleden werkzaam zijn bijUNRWA – is het dan niet beter om te kijken naar alternatieven, zoalsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11916 inderdaad het World Food Programme, UNICEF en OCHA, totdat dezeproblemen zijn opgelost?De heer Van Baarle (DENK):Het moet mij van het hart dat de heer Ram namens de PVV in zijn eigenbijdrage met zo veel feitelijke onjuistheden heeft gestrooid over UNRWA.Dat vind ik een parlementariër onwaardig. Hij zei net in zijn eigen bijdragedat het bewezen is dat medewerkers van UNRWA betrokken zouden zijnbij 7 oktober. Uit het rapport blijkt heel erg duidelijk dat niet onomstotelijkbewezen is dat dat het geval is. De heer Ram gaf aan dat belastinggeldvan Nederland gebruikt zou worden voor terroristische activiteiten. Er isgeen enkel bewijs dat UNRWA als organisatie Nederlands geld inzet voorwelke verboden activiteit dan ook. Ik vind het een parlementariëronwaardig dat de heer Ram, met een lastercampagne die is ingegevendoor Israëlische propaganda, hier zo veel onwaarheden de wereld inslingert. Van diversificatie hoeft wat DENK betreft dus totaal, maar danook totaal geen sprake te zijn. Wij hebben vertrouwen in UNRWA, punt.De voorzitter:De heer Ram heeft geen interrupties meer, maar de vraag was volgens mijook helder. De vraag was of u vindt dat het geld voor hulp aan iemandanders overgemaakt zou moeten worden.De heer Ram (PVV):Een punt van orde, voorzitter.De voorzitter:Dat mag altijd.De heer Ram (PVV):Er worden allerlei beschuldigingen gericht tegen mij als parlementariër. Ikvind dat aanstootgevend en weerzinwekkend. Ik wil volledig afstandnemen van die beschuldigingen. Ik heb me bij de feiten gehouden. Datheb ik expres gedaan, dus ik werp de beschuldigingen van DENK en deretorische truc die de heer van DENK gebruikt verre van mij.De voorzitter:Dank u wel. U mag de vraag van de heer Ram nog beantwoorden. Het lijktme niet nodig om daar nog op te reageren.De heer Van Baarle (DENK):De vraag was of wij vinden dat er geld moet gaan naar een andereorganisatie.De voorzitter:Dat was de vraag.De heer Van Baarle (DENK):Juist. Ik constateer dat de heer Ram er een groot probleem mee heeft alser in dit debat dingen geuit worden die niet gesteld kunnen worden. Datzegt hij net. Ik vind dat de uitingen die gedaan worden in de richting vanUNRWA, niet bewezen zijn en dat dat beschuldigingen zijn. Laten we nietop grond van beschuldigingen besluiten om een organisatie waarvan 2miljoen mensen afhankelijk zijn en die essentieel is, de nek om te draaien.Dat is mijn antwoord.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaat u verder met uw betoog. U heeft nog 50 seconden.De heer Van Baarle (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11917 Dank u wel, voorzitter. Er is 20 miljoen voor de opbouw gereserveerd.Naar aanleiding van een motie daarover moet daar een uitvoeringsplanvoor komen. Kan de Minister aangeven hoe het hiermee gesteld is? Watgaat de inzet van de Minister in Libanon worden? Er is een acute nood aanhulp, vanwege de talloze mensen die op de vlucht zijn voor het geweld.Wat gaat de Minister daarvoor doen?Tot slot, voorzitter. We hebben gezien dat er verschrikkelijke overstro-mingen geweest zijn in Bosnië, waar doden bij zijn gevallen. We hebbengezien dat de Bosnische gemeenschap in Nederland inmiddels ook eeninzamelingsactie is gestart. Meerdere Europese landen hebben aange-boden om te helpen en om ook reddingsteams daarnaartoe te sturen. Ikvraag de Minister of dit ook het geval is voor Nederland en of Nederlandeen rol kan vervullen in het helpen van de mensen in Bosnië.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Hirsch van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Vorig jaar kende het hoogste aantal conflicten sindsde Tweede Wereldoorlog. Wereldwijd zijn 120 miljoen mensen op devlucht. Denk aan mensen die zijn verjaagd door rebellen in Darfur enautoritaire leiders in de Sahel, Rohingya gevlucht voor genocide, familiesin Gaza die al vier keer zijn verplaatst sinds het begin van de bombarde-menten, en Venezolanen die vluchten voor Maduro, ook richtingNederland. En nu worden ook in Libanon honderdduizenden gedwongenom huis en haard te verlaten, mensen met dromen en ambities. Dezemensen worden opgevangen in buurlanden, die zelf vaak al te kampenhebben met grote problemen. Zowel vanuit medemenselijkheid als vanuitveiligheid en stabiliteit is humanitaire hulp van enorm belang. Maarterwijl de coalitiepartijen luisteren naar verhalen over de meisjes envrouwen die verkracht en verminkt worden, of naar de woordvoerders vande Sudanese Halve Maan die de enorme financieringstekorten benoemen,bezuinigen ze in 2025 46 miljoen op noodhulp. Het moge duidelijk zijn datmijn fractie dit niet alleen harteloos maar ook zeer kortzichtig vindt.Daarom heb ik de volgende vragen aan de Minister. Wat betekenen dezebezuinigingen op noodhulp in het algemeen voor het vermogen vanNederland om bij te dragen aan de opvang van huidige en toekomstigecrises? Wat betekenen de bezuinigingen op landenspecifieke fondsen voorde opvang van huidige en toekomstige crises?Voorzitter. Ook voor conflicten en rampen geldt dat voorkomen beter isdan genezen. Elke euro investering in risicogebieden bespaart € 4 intoekomstige noodsituaties. De draconische bezuinigingen op het geheleontwikkelingsbudget zijn ook daarom een schrijnend voorbeeld vankortzichtig beleid. Is de Minister het met me eens dat er structureleproblemen blijven bestaan als we de grondoorzaken niet aanpakken endat mensen dan afhankelijk blijven van noodhulp? Hoe ziet de Minister desamenhang tussen noodhulp en ontwikkelingssamenwerking? Hoevertaalt zij dat in de uitvoering van haar beleid?Voorzitter. Een duurzame basis voor vrede wordt gevormd door de lokaleorganisaties in de samenleving: kerken, vrouwen, corporaties. Er zijnsuccesvolle financieringsmechanismen ontwikkeld voor en door dezeorganisaties. Toch gaat slechts 2% van de Nederlandse humanitairefinanciering via lokale organisaties. Is de Minister het met mij eens dat ermeer financiering via lokale organisaties moet en kan lopen? Hoe gaat deMinister zorgen dat deze organisaties een stem krijgen in haar beleid, tebeginnen met de beleidsbrief die zij nu aan het opstellen is?Voorzitter. Mijn fractie maakt zich zorgen over het gebrek aan aandachtvoor de samenhang tussen conflicten en activiteiten van grote bedrijven.Denk aan de situatie in Congo, waar het leger wordt ingezet om deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11918 grondstoffen te beschermen die China wil delven. Of denk aan de situatiein Noord-Mozambique, waar de Nederlandse overheid overweegt eenexportkredietverzekering te verlenen voor een gasproject in een regiowaar een zeer gewelddadig conflict woedt. Ik hoor graag van de Ministerhoe zij het risico op conflict zwaarder kan laten meewegen bij de afwegingom handelssteun te verlenen bij grootschalige investeringen in instabielegebieden, zoals op dit moment in Noord-Mozambique.Voorzitter, tot slot. Mijn fractie is blij dat de Minister ons oordeel deeltover het feit dat UNRWA een robuust raamwerk heeft voor neutraliteit eneen essentiële rol vervult in de regio. Wij blijven daarom aandringen opvoldoende en langjarige financiering van deze organisatie. Wij zien metafgrijzen dat tot nu toe 220 UNRWA-medewerkers in Gaza zijn vermoord.Gaza is daarmee het dodelijkste conflict voor hulpverleners ooit. Dit staatsymbool voor de straffeloze schending van internationaal recht die zich insteeds meer conflictgebieden voordoet. Ik hoor graag van de Minister hoeze pal gaat staan voor het respecteren van het internationaal humanitairrecht in alle conflictgebieden in de wereld.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Kamminga van de VVD.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over een onderwerp dat veelmensen wereldwijd raakt: humanitaire hulp. In de Kamer hebben we hetterecht vaak over de situatie in Oekraïne en Gaza gehad en daar zal ikstraks ook nog op ingaan, maar laten we inderdaad niet vergeten dat erook veel andere crises zijn, zoals in Afghanistan, Congo, Jemen, Mali,Niger en niet te vergeten: Sudan.Sudan kent inmiddels de grootste ontheemdingscrisis ter wereld, metruim 10 miljoen mensen die door het aanhoudende geweld van huis enhaard verdreven zijn. Nog niet zo lang geleden hadden we in de Kamereen gesprek met de secretaris-generaal van de Sudanese Rode HalveMaan. Ze had een indrukwekkend verhaal, maar vooral haar afsluitendeoproep trof mij enorm. In plaats van een lang betoog over wat er allemaalnodig was, volstond zij met de woorden: ik zou zo graag willen datiedereen zich zou realiseren dat er een land is dat Sudan heet en dat demensen die daar wonen, hulp nodig hebben. In dat licht zou ik de Ministerwillen vragen of er vanuit Nederland nog extra mogelijkheden zijn omfinancieel bij te dragen aan hulp voor Sudan, ook met het oog op deeerder ingediende motie die is aangenomen. Hoe ziet de Minister de crisisin Sudan in de geopolitieke context? Ziet zij naast een eventuele financiëlebijdrage nog andere mogelijkheden voor hulp, bijvoorbeeld via kennis-deling op het gebied van voedselvoorziening?De VVD heeft ook al eerder gevraagd op welke wijze Nederlandsebedrijven initiatieven die zich inspannen voor het leveren van hulpgoe-deren, een handje kunnen helpen. Een mooi voorbeeld hiervan is WingsFor Aid, dat hulpgoederen in moeilijk bereikbare gebieden kan krijgen. Zozijn er meer initiatieven. Hoe kijkt de Minister naar dergelijkevoorbeelden? Ziet zij nog verdere mogelijkheden om het voor hen watmakkelijker te maken om hiermee aan de slag te gaan? Dat kan bijvoor-beeld door, zoals andere landen doen, voorwaarden te stellen aan hetverstrekken van middelen of door Nederlandse bedrijven en initiatievennadrukkelijker te helpen bij tenders.Voorzitter. In dit debat kunnen we natuurlijk niet voorbijgaan aan deschrijnende situatie in Gaza. De VVD is blij dat Nederland zich er actiefvoor inspant om humanitaire hulp en de infrastructuur daarvoor televeren, want dat is nodig. Dat is voor de VVD evident. Wel heeft de briefvan de Minister bij mijn fractie wat vragen opgeroepen. Hoe kan het dat zehet te vroeg vindt om 3 miljoen aan UNRWA uit te keren, terwijl zeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11919 vervolgens in diezelfde brief in een bijzin schrijft dat ze op korte termijnwel 19 miljoen gaat overmaken? Het is geen geheim dat de VVD zorgenheeft over UNRWA en de vermeende banden met Hamas. De VVD wasdan ook blij met de prudente houding van het vorige kabinet, maar dezeMinister lijkt daar nu toch van af te stappen. Ik zou de Minister daaromwillen vragen welke aanvullende waarborgen zij heeft gekregen in NewYork en hoe erop toegezien wordt dat de aanbevelingen uit het Colonna-rapport daadwerkelijk worden opgevolgd. Wanneer dat aan het einde vanhet jaar niet het geval blijkt te zijn, heeft dat dan nog invloed op deNederlandse bijdrage? Ziet de Minister nog mogelijkheden om definanciering van UNRWA gefaseerd uit te keren, wanneer er aan bepaaldevoorwaarden is voldaan?De voorzitter:Voordat u verdergaat, heeft de heer Van Baarle een interruptie voor u.De heer Van Baarle (DENK):Los van het feit dat de VVD en DENK een meningsverschil hebben over ditonderwerp – dat moge duidelijk zijn – vind ik het in ieder geval fijn datmevrouw Kamminga haar woorden zorgvuldiger kiest dan haar coalitie-partners, doordat zij het heeft over «vermeend». Mevrouw Kamminga hadhet over de opvolging van de aanbevelingen uit het Colonna-rapport. Hetis natuurlijk niet realistisch om te verwachten dat die allemaal voor heteinde van het jaar doorgevoerd zijn, omdat het om meerdere aanbeve-lingen gaat. In plaats van alleen maar kritisch te bezien of dat gebeurt, zoude Nederlandse regering UNRWA kunnen helpen bij de implementatie vande aanbevelingen, met de expertise en de mogelijkheden die we inNederland hebben. Zou mevrouw Kamminga er welwillend tegenoverstaan om dat aan de Nederlandse regering te vragen? Nederland zounamelijk een bijdrage kunnen leveren aan het opvolgen van deaanbevelingen.Mevrouw Kamminga (VVD):Helemaal mee eens. Volgens mij zitten we allemaal met het dilemma – nou, misschien niet iedereen, maar mijn fractie in ieder geval wel – datwe zien dat UNRWA een dusdanige positie in Gaza heeft dat ze essentieelzijn voor de hulp die daar nu nodig is. Ik denk dat mijn fractie niet voorniets steeds inzet op diversificatie, niet alleen voor de korte termijn maarzeker ook voor de lange termijn. De heer Ceder refereerde er al aan. Maardat neemt niet weg dat ik ook vind dat wij, als een VN-organisatie eenberoep ons doet, moeten kijken hoe we kunnen helpen, juist om tevoorkomen dat er situaties ontstaan zoals ze nu zijn ontstaan, dat er twijfelis of de gelden goed terechtkomen, waardoor de mensen in Gazauiteindelijk de dupe worden. Daar staan we uiteindelijk voor open.Tegelijkertijd blijf ik wel het zorgpunt houden hoe het zover heeft kunnenkomen. Daarom vind ik het natuurlijk ook heel belangrijk dat er echtstappen worden gezet in de opvolging van die aanbevelingen. Ook heb ikde vraag aan de Minister hoe het nou kan dat ze het enerzijds nu te vroegvindt en anderzijds in diezelfde brief zegt dat het wel vroeg genoeg is voordie 19 miljoen. Ik heb ook de vraag welke waarborgen zij dan nogaanvullend nodig heeft.De voorzitter:Het hoeft niet, hoor. Het is uw laatste interruptie, meneer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Ik weet het, voorzitter. Als ik de brief van de Minister goed begrijp, dan ishet niet uitbetalen van die 3 miljoen vooral ook een politiek signaal omdiversificatie te bevorderen. Daar heb ik een andere mening over. Maar alsik mevrouw Kamminga goed hoor, is de VVD dus bereid om te kijken naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11920 het voorstel om de Nederlandse regering te vragen: help UNRWA bij deimplementatie van de aanbevelingen; draag eraan bij dat er een situatieontstaat waarin die aanbevelingen geïmplementeerd worden. Volgens mijwil iedereen dat we gewoon een neutrale organisatie hebben. Ik denk datdat al zo is. Als we het nog beter kunnen maken, wil ik daar graag bijhelpen.Mevrouw Kamminga (VVD):Meneer Van Baarle, het is een VN-organisatie. Wij zijn onderdeel van dieinternationale gemeenschap. Daar hoort ook bij dat we, als er een beroepop ons gedaan wordt, kijken hoe we kunnen helpen en hoe we kunnenondersteunen. Mijn prioriteit gaat vooralsnog wel uit naar zo veelmogelijk humanitaire hulp naar Gaza. Ik ben er nog niet van overtuigd – maar ik ben ook nieuwsgierig naar de antwoorden die de Ministergeeft – dat UNRWA op dit moment al aan alle waarborgen voldoet. Maarnogmaals, als wij kunnen bijdragen om te kijken hoe dat sneller kan, dangaan we dat doen. Daarbij wil ik wel opgemerkt hebben dat de VVD desituatie en de positie van UNRWA als organisatie – we hebben die metelkaar laten bestaan – ongewenst vindt, want je ziet nu al wat er kangebeuren als een gebied zo afhankelijk is van één individuele organisatie.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik ben blij dat mevrouw Kamminga ook aangeeft dat UNRWA essentieel isvoor hulp in de regio. Dat ze vragen heeft gesteld aan de Minister, kanterecht zijn. Mijn vraag gaat over de vraag die ze net aan de Ministerstelde, over de financiën, want we hebben die extra 3 miljoen die nu nietaan UNRWA wordt uitgekeerd. Een bedrag van 19 miljoen in de toekomstwordt nu opgeschort. De vraag is: als mevrouw Kamminga zegt en erkentdat UNRWA essentieel is voor de hulp daar, deelt ze dan mijn zorg overhet feit dat de Minister nu zegt dat het nog maar de vraag is of we dielangjarige financiering gaan doen?Mevrouw Kamminga (VVD):Ik lees juist in die brief – daar heb ik juist zorgen over – dat de Minister die19 miljoen eigenlijk nu al wel toezegt. Zo las ik de laatste paar zinnen inhaar brief. Maar dat hoor ik dan graag van de Minister, want ik zou dat opdit moment nogal prematuur vinden.Mevrouw Teunissen (PvdD):Zoals ik het lees, is die 19 miljoen voor het komend jaar een juridischeverplichting. Tenminste, dat horen we hopelijk ook zo van de Minister,maar daar kan Nederland niet meer onderuit. Mijn vraag ging meer overhet jaar daarna, omdat de Minister in haar brief aangeeft: ik weet nog nietof ik dat ga doen; dat gaan we later besluiten, ook in het kader van debezuinigingen. Daar zit dus mijn zorg. Het gaat mij dus niet om hetkomende jaar – het is duidelijk dat we ertoe verplicht zijn om die 19miljoen over te maken – maar om de jaren daarna. Zoals mevrouwKamminga ook zegt, is UNRWA essentieel voor de stabiliteit in de regio.Het kan grote gevolgen hebben als we dat stopzetten. Deelt zij dan diezorg over de financiering voor de lange termijn?Mevrouw Kamminga (VVD):Ik vind het juist heel zorgvuldig van het kabinet dat ze dat iedere keeropnieuw wegen, zeker omdat we natuurlijk nog stappen moeten zetten.Daarmee wil ik niks afdoen aan het punt dat de heer Van Baarle maakteover wat je van een organisatie kan vragen om allemaal tegelijk te doen.Mijn fractie zal dat dus ook meewegen in hoe ze naar deze situatie kijkt. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11921 ga ervan uit dat we in de toekomst iedere keer stap voor stap die wegingblijven maken totdat alle aanbevelingen opgevolgd zijn en er voldoendevertrouwen is dat alle waarborgen in place zijn, om even een goedNederlands woord te gebruiken. Ik vind het dus een verstandige keuze.Voor mij hoeven noodhulp en hulp niet een-op-een te maken te hebbenmet de bezuinigingen. Ik denk dat het belangrijk is dat we dan ook weerkijken waar de humanitaire nood het hoogst is en welke organisatieskunnen zorgen dat de hulp die nodig is daar dan ook komt. Wat ik nuconstateer, en dat vind ik in die zin jammer, is dat de diversificatie nieteffectiever is geweest en dat we daar tot nu toe minder grote stappen ophebben kunnen zetten. Maar ik moet ook gewoon constateren dat als wijhet belangrijk vinden dat er hulp komt, UNRWA nu nog een belangrijkonderdeel is. Dus ik snap ook de weging van het kabinet dat het daar weernaar kijkt. Maar nogmaals, ik vind de stap van 0 naar 19 vrij groot.Mevrouw Dobbe (SP):Er zijn goede vragen gesteld door mevrouw Teunissen en de heer VanBaarle, dus die zal ik niet herhalen. Ik heb een vraag over Sudan. Wehebben namelijk allemaal gezien hoe groot de nood in Sudan is. Die gaatde komende tijd waarschijnlijk alleen maar groeien vanwege de toene-mende hongersnood. De behoefte aan humanitaire hulp is daar gigan-tisch. Er is veel te weinig humanitaire hulp toegezegd. Vindt de VVD datwe meer moeten doen en meer geld voor humanitaire hulp voor Sudanzouden moeten uittrekken?Mevrouw Kamminga (VVD):Dat is een goede vraag van mevrouw Dobbe. Ik heb in mijn inbreng ookaan de Minister gevraagd wat er mogelijk is. Ik kan op dit moment nietoverzien hoeveel budgetruimte er nog is om die hulp te geven en of datdan ten koste zou gaan van iets anders. Dat hoor ik dus ook graag van deMinister. Ik vind namelijk dat we dat ook zorgvuldig moeten wegen. Maarhet is voor mij evident dat de nood hoog is en dat de oproep van desecretaris-generaal die hier onlangs sprak nadrukkelijk is blijven hangen.Daarom vraag ik ook of er nog een mogelijkheid is om daar wat extra’s tedoen. Het is voor mij evident dat dat nodig is en dat daar hulp nodig is. Ikwil hierbij wel opmerken dat Nederland een van de landen is die al welheeft voldaan aan de pledge. Daar wil ik dit kabinet ook mee complimen-teren. Dat wil ik wel gezegd hebben, want het is ook niet zo dat we nu niksgeven. Maar als er meer kan, sta ik daar zeker voor open.Mevrouw Dobbe (SP):Dat is goed om te horen. Maar stel dat er nog extra geld nodig is dat inhet beschikbare budget nu niet te vinden is. Staat de VVD er dan vooropen om te kijken of we daar elders extra geld voor zouden kunnenvrijmaken? Mensen in Sudan kunnen namelijk niet meer wachten totdatwij al onze begrotingen hier hebben besproken.Mevrouw Kamminga (VVD):We staan er natuurlijk altijd voor open om naar plannen met een goededekking te kijken. Maar nogmaals, dat moet dan wel een dusdanigedekking zijn zodat het niet ten koste gaat van iets anders dat ookbelangrijk is.De heer Bamenga (D66):Ik zal de vragen van de collega’s ook niet herhalen, omdat ik ze inderdaadook goed vind. Ik heb wel een vraag aan de mevrouw van de VVD. Ik snapde kritische houding van de VVD of ik kan deze tenminste begrijpen. Ik zoutoch willen weten hoe u vanuit de VVD tegen het volgende aankijkt.Wanneer is de VVD dermate tevreden, dat ze het eens is met het feit dat erook meerjarig overgemaakt kan worden richting de organisatie UNRWATweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11922 om de Gazanen daar te helpen? We hebben ook gehoord dat het heelbelangrijk is dat die zekerheid er is, zodat men ook daadwerkelijk hulp kanbieden aan iedereen.De voorzitter:De mevrouw van de VVD is mevrouw Kamminga. Die mag nu reageren.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de vraag van de heer Bamenga ende nadere duiding. In deze fase vind ik het heel logisch dat we niet meteenzeggen: grote stappen, snel thuis. Ik ben het eens met het kabinet watbetreft een meerjarige stap. Het kabinet gaat dat iedere keer weer bezien.Ik hoop dat er een moment komt waarop we weer kunnen zeggen dat weallemaal, Kamerbreed, voldoende vertrouwen hebben om het meerjarig tedoen. Ik snap ook wat de heer Bamenga schetst. Ik ben het er ookhelemaal mee eens dat een organisatie behoefte heeft aan meerjarigefinanciering. U kunt erop vertrouwen dat mijn fractie humanitaire hulpaan Gaza blijft steunen en supporten. Wij hebben nog steeds vraagtekensbij de route, dus via welke organisaties dat moet gaan. Maar wij zien ookdat UNRWA daar een belangrijke schakel in is. Dat is ook evident.De voorzitter:De heer Bamenga voor zijn laatste interruptie.De heer Bamenga (D66):Hoe had ik het kunnen vergeten? Kamminga, Bamenga, het zit allemaalheel dicht bij elkaar. We hadden familie kunnen zijn – hele verre familie.Heel ver, hè? We komen uiteindelijk allemaal uit Afrika, zeggen ze. Ik hadinderdaad een vraag over Sudan en andere vergeten conflicten die er zijn.Het is fijn om te horen dat mevrouw Kamminga daar inderdaad ookvoldoende aandacht voor heeft. Ik hoop toch wel dat ik hier samen metmevrouw Kamminga een vuist kan vormen als het gaat over hetaanpakken van de grondoorzaken. Maar ik hoop ook dat we kunnen kijkennaar een duurzame oplossing, dus hoe we het kabinet ertoe kunnenbewegen om dat mogelijk te maken. We moeten zorgen dat die conflictenniet continu oplopen. Hoe kijkt mevrouw Kamminga daartegenaan? Zouzij die uitdaging met D66 aan willen gaan?Mevrouw Kamminga (VVD):Wat mij betreft is de VVD die uitdaging allang aangegaan. Dit kabinetinvesteert fors in veiligheid en defensie. Ik heb ooit internationalebetrekkingen gestudeerd. Daar heb ik ook over humanitaire hulp en vredeen veiligheid geleerd. Eén ding dat eigenlijk een randvoorwaarde vooralles is, is ervoor zorgen dat er geen militaire conflicten zijn en ervoorzorgen dat defensie op orde is. Dat is waar de VVD fors in investeert. Ikdenk dat dat randvoorwaardelijk is voor alle vervolgstappen. Dat is stapéén. Daar zet de VVD fors op in.De voorzitter:Mevrouw Hirsch, voor een interruptie.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ja, ik wil het toch nog even hebben over UNRWA. Ik heb zowel de heerCeder als mevrouw Kamminga een pleidooi horen houden voor diversifi-catie in de regio. Er zijn hier best veel experts langsgekomen die hebbengesproken over noodhulp, met name in deze regio. Het Rode Kruis,UNICEF en OCHA zeggen allemaal dat diversificatie zonder UNRWA indeze rol niet mogelijk is. Ze zeggen ook allemaal dat er nog veel meermensen in extreme situaties terechtgekomen zouden zijn, als UNRWA erniet zou zijn. Ik ben dan toch heel benieuwd waarom ook mevrouwTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11923 Kamminga pleit voor diversificatie. Op basis van welke kennis en vanwelke expertise denkt zij dat dit een weg zou zijn om deze regio uit deellende te helpen?Mevrouw Kamminga (VVD):Volgens mij probeer ik hier steeds mijn woorden zorgvuldig te kiezen. Erzijn niet voor niks beschuldigingen geweest. Ik heb «vermeend» gezegd,maar we moeten ook niet doen alsof het gewoon niks is. Het heeft zokunnen bestaan. Ik heb al herhaaldelijk gezegd dat ik ook vind dat het nietkan dat een VN-organisatie zo langjarig eigenlijk de rol van een quasi-overheid op zich heeft genomen. Dat staat er nog los van of het omUNRWA gaat of dat het in Gaza is of ergens anders ter wereld. We moetendaarvan af, want dat is in de basis gewoon geen goede situatie. Je zietook dat dat gewoon kwetsbaarheden met zich meebrengt, met allegevolgen van dien. Diversificatie is wat mij betreft dus belangrijk. We zienook dat het World Food Programme een meervraag heeft. Al die organi-saties hebben een meervraag. Ik denk dat het helpt als we daar nu al opinzetten om voor de toekomst een stip op de horizon te krijgen. Als we nuiedere keer weer alleen blijven inzetten op UNRWA, dan versterken we desituatie, maken we de afhankelijkheid groter en borgen we die ook. Dat isde reden waarom de VVD heeft gezegd: zet nou in op diversificatie, númaar zeker ook in de toekomst. Ik heb ook oog voor het feit dat UNRWAop dit moment nog die positie heeft. Dat heb ik net ook al geschetstrichting andere collega’s. We hebben het kabinet opgeroepen om te kijkenof je zo veel mogelijk organisaties daaromheen kunt stimuleren enmotiveren om daar via die route hulp te bieden, zodat UNRWA de tijdheeft om de aanbevelingen zorgvuldig op te volgen en zodat we er metelkaar weer voldoende vertrouwen in hebben dat het geld dat we geven,ook daar terechtkomt waar het nodig is, namelijk bij de burgerbevolkingen niet in de handen van Hamas.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik vind het toch jammer dat de zorgvuldigheid even wordt losgelaten.Nogmaals, er is tot nu toe geen enkel bewijs gevonden voor de beschuldi-gingen die geuit zijn. UNRWA heeft volgens internationale, onafhankelijkeexperts wel degelijk maatregelen getroffen op het moment dat het diebeschuldigingen hoorde. Dat was overigens ver voordat de rapportenuitkwamen. Ik blijf erbij dat ik in het antwoord van mevrouw Kammingaslecht kan terug horen wat zij nou vindt. Is UNRWA onmisbaar? Is UNRWAeen semioverheid? Dat is inderdaad zo. Is het zo dat ook het World FoodProgramme en alle andere organisaties die je meer geld zou kunnengeven, hun doelen niet zouden bereiken zonder de aanwezigheid vanUNRWA? Of zegt mevrouw Kamminga: nou, ik wil dat nog wel evenbezien en laten we vooral de financiële vraag stellen, dus om te kijkennaar welke alternatieven het geld heen kan, want ik blijf een relatiefwantrouwende positie houden ten opzichte van UNRWA?Mevrouw Kamminga (VVD):We hebben een andere interpretatie van conclusies in de rapporten, maarlaten we die discussie niet nog een keer opnieuw doen. Ik heb gezegd datwij constateren dat UNRWA een belangrijke positie heeft. Ik weet niethelemaal of die onmisbaar is. Als u mij vraagt waar mijn voorkeur naaruitgaat, dan zeg ik dat mijn voorkeur uitgaat naar wel gelden sturen naarGaza, maar via andere organisaties dan UNRWA.De voorzitter:Dank u wel. De heer Ceder voor zijn laatste vraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11924 Ik ben blij dat mevrouw Kamminga verheldert dat de noodhulptak vanUNRWA een andere is dan de semioverheidspositie die UNRWA heeftaangenomen ten aanzien van onderwijs en andere dingen. Ik benoverigens dezelfde mening toegedaan als mevrouw Kamminga, namelijkdat UNRWA too big to fail is als semioverheid en dat je dat moetafbouwen, juist in het belang van het juiste toekomstperspectief van demeest kwetsbare mensen. Ten aanzien van de noodhulp vraag ik me af ofmevrouw Kamminga, de VVD, bereid is om te kijken of een ophogingmogelijk is van de noodhulp richting Gaza of Libanon, als uit de beant-woording van mijn vragen blijkt dat er nu te weinig geld of middelenrichting Gaza gaan om de meest kwetsbaren te bereiken. Dat hoeft danniet via UNRWA te zijn.Mevrouw Kamminga (VVD):Daarvoor geldt hetzelfde antwoord dat ik net aan de collega’s hebgegeven over bijvoorbeeld het conflict in Sudan. Ik denk dat een aantalvan de conflicten – volgens mij hebben we ze bijna allemaal genoemd – onze hulp en ondersteuning verdienen. Het goede nieuws is dat we datook al doen als Nederland. Maar als de Minister ruimte ziet om voor dieconflicten meer te doen dan we op dit moment doen, binnen debudgetten die er zijn en zonder dat het ten koste gaat van iets anders, ofals wij als Kamer met elkaar met een voorstel komen om ergens prioriteitaan te geven, dan ben ik altijd bereid daarnaar te kijken. Nogmaals, in derest van mijn betoog kom ik ook nog op Libanon.Mevrouw Dobbe (SP):Ik hoorde mevrouw Kamminga memoreren aan de geschiedenis en hetstuderen van internationale betrekkingen. Ik deel ook haar mening: hetbeste wat we natuurlijk kunnen doen, is zorgen dat er geen conflicten zijn.Alleen is de conclusie die mevrouw Kamminga daaraan verbindt dat wevooral moeten investeren in defensie. Volgens mij is dat een beetjeverkeerd om. Volgens mij moeten we dan juist investeren in landen zodatze stabiel blijven, zodat het maatschappelijk middenveld zich ontwikkelt,de democratie zich ontwikkelt en er geen conflicten ontstaan. Alleen staatdat nou juist onder druk vanwege de bezuiniging die eraan komt. Als wijdit uitgangspunt delen, waarom steunt mevrouw Kamminga dan toch diebezuiniging op ontwikkelingssamenwerking?Mevrouw Kamminga (VVD):Mevrouw Dobbe en ik hebben al vaker debatten gehad over waar jebegint en dat soort zaken. Zij kijkt anders naar defensie dan de VVD doet.Pas als je veilig bent, kan je het maatschappelijk middenveld opbouwen.Dat is essentieel. Dat is echt de eerste stap van al die zaken die wij willen,of het nou om humanitaire hulp of om ontwikkelingshulp gaat, of«samenwerking» als u het zo wilt noemen. Heel eerlijk: de terminologie ismij om het even. Het gaat mij erom dat we er met elkaar voor zorgen datwe uiteindelijk conflicten vermijden. Maar stap 1 daarvan is wel dat je eennatuurlijke afschrikking hebt en dat je, als er een conflict dreigt, ookgeloofwaardig kunt optreden. Dat begint echt bij een goede defensie.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaat mevrouw Kamminga verder met haar betoog. Zeheeft nog anderhalve minuut.Mevrouw Kamminga (VVD):Een aantal dingen heb ik volgens mij al in interrupties benoemd, dus diezal ik nu overslaan. Maar ik wil toch nog wel even iets zeggen overLibanon, want de VN waarschuwden afgelopen weekend al voor eenhumanitaire catastrofe. Ik zag dat we in EU-verband onlangs 30 miljoeneuro aan noodhulp hebben gegeven. Ook de VS trekken 157 miljoen dollarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11925 uit voor hulp. Ik vroeg me af of de Minister ook nog mogelijkheden zietom hier bilateraal wat extra’s te doen.Helemaal ten slotte, want ook dat wil ik niet onbenoemd laten, toch overOekraïne. De VVD is blij met de onverminderde steun van het kabinet aanOekraïne, ook op het gebied van noodhulp en humanitaire hulp, want denoden zijn hoog. Kan de Minister misschien nog nader toelichten waar zijop dit moment de meeste prioriteit ziet op dat punt?Dan als allerlaatste. Ik herinner me nog van een eerder debat dat wehadden dat de heer Eerdmans een motie had ingediend die eigenlijk zagop dit debat. Die heeft hij aangehouden, dus wellicht kan de Minister ooknog op die motie reflecteren, want die moet nog een appreciatie krijgenom te voorkomen dat ze in stemming komt zonder appreciatie.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Teunissen van de Partij voor deDieren, maar eerst nog mevrouw Hirsch voor een korte interruptie.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik heb toch nog één vraag aan mevrouw Kamminga. Die is een beetje inlijn met de manier waarop nu door de VVD wordt gekeken naar degevolgen die gegeven moeten worden aan vermeende mensenrechten-schendingen of vermeende financiering aan actoren die mensenrechten-schendingen helpen bedrijven. Mevrouw Kamminga pleit regelmatig voormeer financiering vanuit ontwikkelingssamenwerking aan bedrijven, metname Nederlandse bedrijven. Nou is het niet onbekend dat er ookregelmatig redelijk goed onderbouwde signalen zijn dat deze bedrijvenook bijdragen aan het schenden van mensenrechten, wellicht in heel veellanden in het mondiale Zuiden. Vindt mevrouw Kamminga dan dat hetministerie, zeker als het over steun uit het ontwikkelingsbudget aan dezebedrijven gaat, ook strenger moet optreden op het moment dat dezebeschuldigingen geuit worden?Mevrouw Kamminga (VVD):Volgens mij hebben wij een uitstekend en goed functionerend exportcon-troleregime, zowel nationaal als internationaal, dus volgens mij voldoethet uitstekend en voorziet het ook in dit soort situaties. Ik zie dus geenaanleiding om te veronderstellen dat dit kabinet daar niet zorgvuldig meeomgaat.De voorzitter:Mevrouw Hirsch, tot slot.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor het antwoord. Er zijn relatief veel beschuldigingen over hetNederlandse bedrijfsleven. Daar zijn regelmatig discussies over. Daar isop dit moment vanuit het ministerie wat mij betreft onduidelijk beleid op.Kan mevrouw Kamminga mij dan misschien zeggen waar zij hetvertrouwen vandaan haalt dat bijvoorbeeld in eerste instantie definanciering wordt stopgezet op het moment dat er beschuldigingenworden geuit, zoals zij, en ook haar vorige Minister, heeft gedaan richtingUNRWA?Mevrouw Kamminga (VVD):Ik deel het oordeel dat mevrouw Hirsch daaraan geeft niet. Daar hebbenwe het ook al in eerdere debatten over gehad. Ik vind het dus lastig omdaar een ander antwoord op te geven dan mijn eerste antwoord. Wehebben een exportcontroleregime. Dat wordt gehandhaafd. Het is evidentdat er moet worden opgetreden als een bedrijf of een organisatie op eenonrechtmatige wijze onder die exportcontroleregimes door wil. Desuggestie die mevrouw Hirsch wekt, dat er bedrijven zijn die dat op groteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11926 schaal zouden doen, deel ik echter niet. Nogmaals, volgens mij hebbenwij een goed werkend systeem.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Teunissen van de Partij voorde Dieren.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, dank u wel. Gaza, Libanon, Oekraïne, Sudan en Congo: op veelplekken in de wereld zijn grote groepen mensen in acuut levensgevaar.Gewelddadige conflicten maken in de hele wereld steeds meer slacht-offers. Juist nu is humanitaire hulp meer nodig dan ooit om de meestkwetsbare mensen in de wereld te helpen overleven. Maar we zien hettegenovergestelde gebeuren. Hulporganisaties zien een enorme kloofontstaan tussen het geld dat nodig is om de meest basale hulp te gevenen het geld dat beschikbaar is. Politici verspreiden mythes dat hulporgani-saties niet deugen of dat het allemaal weggegooid geld zou zijn.Regeringen snijden in de budgetten. Nederland is daar een voorbeeld van.Nederland bezuinigt 46 miljoen euro op humanitaire hulp. Mijn eerstevraag aan de Minister is: wat betekent dit voor de mensen die in levens-gevaar zijn? Het is zeer onverstandig, want voor het voorkomen vanrampen en conflicten in de wereld zoals we die nu zien, is ontwikkelings-samenwerking essentieel. Heeft de Minister deze gevolgen in kaartgebracht?Voorzitter. Dan de verschrikkelijke situatie in Gaza. Afgelopen maandagzijn er op één dag in Gaza 77 mensen gedood, waaronder kinderen. Ditkwam onder andere door een Israëlische aanval op een vluchtelin-genkamp. Het dodental in Gaza ligt inmiddels rond de 42.000 mensen,grotendeels onschuldige burgers en voor de helft vrouwen en kinderen.Hulporganisaties geven aan dat 90% van hun verzoeken in het noordenvan Gaza voor toegang tot humanitaire hulp wordt afgewezen. 90%! Watkan Nederland doen om ervoor te zorgen dat die toegang tot humanitairehulp beter wordt in Gaza?Hulporganisaties kampen met enorme financieringstekorten. Tegelijk is erdringende kritieke hulp nodig voor vrouwen en kinderen in Gaza en deWestelijke Jordaanoever. Juist nu zet de Minister een streep door de extrahulp voor UNRWA. In haar brief en antwoorden op de vragen vanmevrouw Kamminga onderstreept de Minister wél de noodzaak vanUNRWA in het noodgebied en geeft ze ook toe dat het raamwerk om deneutraliteit te bewaken binnen de VN-organisatie sterker is dan bij andereorganisaties. Mijn vraag aan de Minister is dus: wat kan UNRWA nu nogmeer doen dan al die aanbevelingen van het Colonna-rapport uitvoeren,om te laten zien dat ze dat neutraliteitsbeginsel bewaken? Kan de Ministerbevestigen dat UNRWA onvervangbaar is met hun hulp aan Palestijnsevluchtelingen? Erkent de Minister dat UNRWA kordaat en zorgvuldighandelt bij verdenkingen van medewerkers? De hulp van UNRWA is nogcrucialer geworden met de inval van Israël in Libanon. Wat kan Nederlanddoen om deze cruciale hulp aan UNRWA voort te zetten?Voorzitter. Dan wil ik aandacht vragen voor de letterlijke levensgevaarlijkesituatie voor hulpverleners. Artsen zonder Grenzen noemt bijna 1.000gedode zorgmedewerkers in Gaza. Dokters van de Wereld telt 300hulpverleners die hun hulp aan Gazanen met de dood moesten bekopen.Organisaties maken zich zorgen over de straffeloosheid waarmee ditgebeurt. Is de Minister bereid zich consequent en publiekelijk uit tespreken tegen het geweld tegen medisch personeel, patiënten enmedische faciliteiten in Gaza en bij andere conflicten? Wat doet Nederlandom aan te dringen op de accountability van Israël bij schendingen vanmensenrechten? Welke mogelijkheden ziet de Minister om net als bijOekraïne financiële middelen vrij te maken voor de bewijsgaring vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11927 schendingen van het oorlogsrecht in Gaza, met name als het gaat om deresoluties van de VN, die hulpmedewerkers zouden moeten beschermen.Tot slot, voorzitter. De situatie in Libanon. De VN waarschuwt dat hethulpsysteem overbelast is. Vijf ziekenhuizen in het land zijn gesloten envier slechts operationeel. Het VN-kantoor UNSCOL, onder leiding vanvoormalig VVD-Minister Jeanine Hennis, waarschuwt dat naleving van hetinternationaal humanitair recht in de wind wordt geslagen. Wat kanNederland hieraan bijdragen, zodat medewerkers hun werk in Libanonveilig kunnen doen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dat was netjes binnen de tijd. Ik wilde eigenlijk schorsen tot11.45 uur. Maar ik kijk even naar de Minister of dat lukt. Dat lukt? Prima.De vergadering wordt van 11.25 uur tot uur geschorst.De voorzitter:Wij hebben tot 13.00 uur de tijd. Zouden de leden de aandacht erbij willenhouden? Ik zou willen voorstellen om per partij twee vragen aan deMinister te kunnen stellen. We kijken even hoe dat gaat en of we danuitkomen, maar ik denk dat we daar eventjes mee moeten beginnen. Hetwoord is nu aan de Minister.Minister Klever:Voorzitter, dank u wel. Graag wil ik de commissie bedanken voor degestelde vragen over de Nederlandse inzet op het gebied van humanitairehulp. Ik wil met een algemene inleiding beginnen. Daarna heb ik watblokjes, voor de duidelijkheid. Het eerste blokje is UNRWA. Dan is er eenlandenspecifiek blokje. Daarin ga ik per land wat vragen langs. Dan heb ikde vragen over thema’s en kanalen. Tot slot heb ik een blokje overig enbezuinigingen algemeen.Ik begrijp dat er veel interesse is voor de huidige situatie in het Midden-Oosten, maar er zijn ook andere crises wereldwijd. Daar wil ik ook graagaandacht aan besteden. Sinds mijn aantreden heb ik een goed beeldgekregen van de omvang en de ernst van de humanitaire nodenwereldwijd. Dit beeld is verder aangescherpt door gesprekken die ik deafgelopen periode heb gevoerd, onder andere met de Dutch ReliefAlliance en tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties metde directeuren van UNRWA en UNICEF. Ook de reizen die ik de komendeperiode ga maken, waaronder naar vluchtelingenkampen in het noordenvan Uganda later deze maand, zullen bijdragen aan dit beeld.Duizenden hulpverleners riskeren dagelijks hun leven om mensen in dezecrises van humanitaire hulp te voorzien. Ik heb het diepste respect voorhun zware werk. Nederland helpt hen daarbij. Ons ministerie en onzeambassades verzetten veel werk om deze hulp mogelijk te maken. Datvarieert van het financieren van programma’s tot het geven van steun aanonderhandelingen om hulp de grenzen over te krijgen. We staan nietalleen in de wereld. Ik verzeker u dan ook dat ik andere ontwikkeldelanden erop aanspreek ook hun bijdrage te blijven leveren, want velehanden maken lichter werk en zo delen we in de verantwoordelijkheid ende kosten.Om een beeld te krijgen: wereldwijd hebben inmiddels meer dan 300miljoen mensen humanitaire hulp nodig. Die mensen zijn in acute noodvanwege natuurrampen, zoals een aardbeving of overstroming, ofbevinden zich in langdurige conflicten. Om deze mensen te helpen,ondersteunt Nederland het levensreddende werk van humanitaireorganisaties, gespecialiseerde organisaties binnen de VN, de RodeKruis-beweging en de Dutch Relief Alliance. Zo helpen wij mensen om teoverleven en daarna hun leven weer op te bouwen. Dat doen we metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11928 humanitaire hulp, maar ook door te investeren in het verminderen van derisico’s op een ramp. Voorkomen is namelijk beter dan genezen.We werken toekomstgericht. Door te helpen met herstel en wederopbouwmaken we ook de terugkeer van mensen naar hun eigen huis mogelijk. Ditalles is ook in het Nederlands belang, want een humanitaire crisis in éénland kan een hele regio destabiliseren. Dat doen we al jaren bij de situatiein Syrië, en recenter ook bij de crisis in Sudan. De buurlanden vanbijvoorbeeld Syrië en Sudan vangen grote hoeveelheden vluchtelingenop. Door te investeren in stabiliteit en veiligheid, investeren we ook inonszelf. Dat is de introductie.Dan kom ik op UNRWA. Daar zijn heel veel vragen over gesteld. Ik begrijpde zorgen van uw Kamer over UNRWA zoals verwoord door de heer Cederen de heer Ram. Die deelt het kabinet. Vooropgesteld: we staan daarinniet alleen. Andere kabinetten hadden die zorgen ook, net als ook anderedonoren die zorgen hebben. Het vorige kabinet heeft na de aantijgingenover de betrokkenheid van UNRWA-medewerkers bij 7 oktober al eenpolitiek signaal gestuurd door het bevriezen van additionele bijdrages. Ditkabinet wil de afhankelijkheid van UNRWA voor hulp- en basisdienstenverminderen. Daarom hebben we de eerdere reservering van 3 miljoeneuro aan UNICEF gegeven. Die komt dus wel ten goede aan Gaza.Maar ik heb ook zorgen over een scenario waarin UNRWA wegvalt.Daarmee ga ik mee met een aantal woordvoerders ter linkerzijde. Denoden zijn hoog. 6 miljoen Palestijnen vallen onder het mandaat vanUNRWA. Bij het wegvallen van UNRWA zijn de gastlanden – dat is Israëlvoor de Palestijnse gebieden, maar dat zijn ook Libanon, Jordanië enSyrië – verantwoordelijk voor het voorzien in acute hulp en basisbe-hoeften, van medische zorg tot scholing. Die capaciteit is er simpelwegniet op dit moment. De instabiele situatie in de regio zal dan noginstabieler worden. Of er wel of geen steun is voor UNRWA, heeft dus ookconsequenties voor onze relatie met alle partners in de regio. Dat weegtdit kabinet mee. Daarom doen we de eerdere toezegging gestand voor dejaarlijkse bijdrage van 19 miljoen euro voor de jaren 2023 tot en met 2025.Die afspraak heeft het vorige kabinet gemaakt. Namens het huidigekabinet heb ik ook gezegd dat wij de juridische verplichtingen die lopen,zullen respecteren. Daar valt dus ook de bijdrage aan UNRWA onder. Ikhecht ook aan onze sterke Nederlandse reputatie dat we onze afsprakennakomen.Dat gezegd hebbende, ik blijf bezorgd over de neutraliteit van UNRWA.Laat daar geen misverstand over zijn. Ook hierin staan we niet alleen;andere donoren houden die zorgen ook. Daarom blijven we samen met deandere donoren streng toezien op de implementatie van de aanbeve-lingen uit het Colonna-rapport. Dat betreft de beste manier om zorgenover de neutraliteit van de organisatie als geheel te adresseren terwijlUNRWA de op dit moment benodigde hulp kan blijven leveren. De heerCeder vatte het eigenlijk heel goed samen: op dit moment is UNRWAgewoon too big to fail. Diversificatie blijft dus ook een inzet van ons. Maarnogmaals, op korte termijn hebben we UNRWA nodig – dat zeggen anderehulporganisaties ook – om in ieder geval de noodhulp bij de mensen zelfte krijgen.Dan kom ik bij de vragen van de Kamerleden.De voorzitter:Voordat u verdergaat, is er een interruptie van mevrouw Kamminga.Mevrouw Kamminga (VVD):Ik kan ook nog wel even wachten tot de vragen zijn behandeld.Minister Klever:Ja, ik heb ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11929 De voorzitter:Zullen we inderdaad even wachten tot de vragen behandeld zijn? Wekunnen dan aan het einde van dit blokje gewoon even kijken welke puntener nog zijn.Minister Klever:Ja. Als het goed is, heb ik alle vragen hier voor me, met als eerste devraag van de heer Bamenga: die 3 miljoen voor UNICEF is hard nodig,maar waarom bezuinigen we dan op UNRWA? Allereerst zeg ik: ikbezuinig dus niet op UNRWA. Conform de staande afspraken heb ik dejaarlijkse bijdrage van 19 miljoen in 2024 bijgedragen. Wat die 3 miljoenbetreft ben ik niet over één nacht ijs gegaan; ik heb de tijd genomen omeen goede afweging te maken. Er stond een reservering van het vorigekabinet voor die 3 miljoen. Na een zorgvuldige afweging heb ik beslotendie middelen in te zetten voor het noodvoedselprogramma van UNICEF. Ikheb twee weken geleden bij de Algemene Vergadering van de VerenigdeNaties gepraat met verschillende hoofden van belangrijke organisaties,zoals UNRWA en UNICEF. Ik vind het verstandig om afhankelijkheid vanéén organisatie te verminderen en ervoor te zorgen dat er meer organi-saties betrokken zijn bij het leveren van hulp waar dat hard nodig is.De heer Ceder vroeg ook: waarom UNRWA en niet UNHCR of OCHA alsbetere besteding? Ik ben het met de heer Ceder eens dat diversificatiebelangrijk is. Dat is ook een uitspraak van deze Kamer. Het is kwetsbaardat UNRWA nu too big to fail is. Dat zou niet zo moeten zijn. Juist ookdaarom zetten we die 3 miljoen in voor diversificatie via UNICEF. Wegeven ook jaarlijkse bijdragen aan verschillende andere organisaties diewerkzaam zijn in Gaza. Naast UNICEF zijn dat het World Food Programmeen het Rode Kruis. Tegelijkertijd blijft het werk van UNRWA in de heleregio van belang in deze fase van het conflict.UNRWA heeft ook een uniek mandaat dat is verleend door de AVVN in1949: het verlenen van basisvoorzieningen aan Palestijnse vluchtelingenin de hele regio. UNRWA doet dit werk in een complexe situatie. Dezeverantwoordelijkheden kunnen ook niet een-twee-drie bij anderenneergelegd worden. Bovendien zijn andere organisaties, zoals UNHCR,daar niet toe gemandateerd. Het UNHCR-mandaat kent zelfs een explicieteuitzondering voor hulp aan Palestijnse vluchtelingen, juist omdat datmandaat nu bij UNRWA ligt. We weten ook dat weer andere organisatiesdeze voorzieningen alleen voor een hogere prijs kunnen leveren danUNRWA. Uiteindelijk is de toekomst van UNRWA onderdeel van eenduurzame oplossing in het Midden-Oosten. De kwestie van de Palestijnsevluchtelingen moet namelijk ook onderdeel zijn van een oplossing.De heer Ceder en de heer Ram vroegen of de aanwezigheid van terro-risten op de loonlijst geen reden is om het contract met UNRWA teontbinden. Het contract met UNRWA bevat een aantal ontbindendevoorwaarden. Als eerste is vastgelegd dat de bijdrage uitsluitend gebruiktmag worden voor de verwezenlijking van het afgesproken programma.Natuurlijk wil niemand dat geld van Nederland of van welke donor danook zou gaan naar kwaadwillenden, mensenrechtenschendingen ofterroristen. Wij willen dat niet en andere donoren willen dat niet, maarhelaas kan niemand die garantie aan de voorkant geven, omdat UNRWAwerkt in een complexe situatie. Het rapport van mevrouw Colonna isdaarom belangrijk voor ons en voor andere donoren. Dat gaat namelijkover maatregelen om neutraliteit zo goed mogelijk te borgen voor deorganisatie als geheel. UNRWA heeft deels al robuuste procedures, aldusmevrouw Colonna, en deels kan het beter. Maar het Colonna-rapport isgeen smoking gun op basis waarvan we onze bijdrage zouden moetenbeëindigen, bijvoorbeeld omdat heel UNRWA vol zou zitten met terro-risten. Dat kan je niet uit het rapport concluderen. UNRWA zet, conformcontract, de Nederlandse middelen in voor levensreddende steun aanPalestijnse vluchtelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11930 Van de heren Bamenga en Ceder kreeg ik de vraag of lidmaatschap vanHamas of Hezbollah verenigbaar is met werken voor UNRWA. Nee, hetlidmaatschap van gemilitariseerde organisaties, zoals Hamas enHezbollah, is onverenigbaar met werken voor de VN en UNRWA. Laat datduidelijk zijn. De namen van UNRWA-medewerkers in de hele regioworden elk jaar voor screening gedeeld met de gastautoriteiten. Watbetreft de screening van het UNRWA-personeel in de Palestijnse gebiedengeldt dat UNRWA de lijst van werknemers consequent met Israël deelt.Voorheen gebeurde dat op jaarbasis. Sinds de publicatie van hetColonna-rapport is dit elk kwartaal geworden. Voor zover bekend hebbende Israëlische autoriteiten tot en met 2023 geen reacties gegeven opdergelijke lijsten. Op basis van een lijst van maart 2024 heeft Israëlpubliekelijk een reactie gegeven dat een significant aantal UNRWA-stafleden lid is van de terroristische organisatie Hamas.Het getal 108, dat de heer Ram noemde, circuleert inderdaad. Die lijstwordt ook onderzocht. Dat moet ook. Het is belangrijk dat het Colonna-rapport ook constateert dat er een robuust raamwerk is voor het borgenvan de neutraliteit, maar er is nu geen reden om op die grond het contractopen te breken. We blijven natuurlijk wel strikt toezien op het naleven vande aanbevelingen uit het Colonna-rapport. Als de Kamer daar anders overdenkt, dan is een andere mogelijkheid tot ontbinding van het contract hetindienen van een amendement door de Kamer op de begroting van BHO.Het contract bevat namelijk ook een voorbehoud voor goedkeuring van debegroting door het parlement.In dat kader was er ook nog een vraag van mevrouw Kamminga over eenappreciatie voor de aangehouden motie-Eerdmans. Zoals ik al hebgezegd, ziet het kabinet geen reden om dat contract, dat dus door hetvorige kabinet is afgesloten, te doorbreken. Colonna bevestigt hetrobuuste raamwerk. De reactie op aantijgingen, zoals het direct opnon-actief stellen van Fatah Sharif, is ook juist. UNRWA besteedt demiddelen zoals afgesproken, namelijk aan dienstverlening aan Palestijnsevluchtelingen. Daarnaast blijven we hameren op opvolging van deaanbevelingen uit het Colonna-rapport. We blijven dit dan ook doen innauwe samenwerking met andere lidstaten. Er zijn dus eigenlijk tweemogelijkheden om dat contract te ontbinden. Het kabinet ziet geenaanleiding tot de ene mogelijkheid. De andere mogelijkheid is dat deKamer het budget niet goedkeurt. Het is dan dus aan de Kamer om daaractie op te ondernemen.De heer Ram vroeg wat ik van het OIOS-rapport vind. We hebben goedenota genomen van het OIOS-onderzoek naar de aantijgingen tegenindividuele UNRWA-medewerkers van betrokkenheid bij de verschrikke-lijke aanslagen van 7 oktober. Het bewijs kon door OIOS niet onafhankelijkgeverifieerd worden. Zowel schuld als onschuld kon daardoor in demeeste gevallen niet worden vastgesteld. Eén medewerker bleekonschuldig. In negen gevallen bleek het bewijs onvoldoende ombetrokkenheid bij de aanslagen te vermoeden. In de overige negengevallen zijn er aanwijzingen maar moet voor een strafrechtelijkevervolging het bewijs nog verder worden onderbouwd. Alle medewerkerswerden na de eerste aantijgingen direct ontslagen. Alleen het ontslag vandie ene medewerker wiens onschuld werd bewezen, is teruggedraaid.Naar de negen medewerkers waarbij onvoldoende bewijs werd gevondenvoor betrokkenheid, loopt nu aanvullend onderzoek door UNRWA om vastte stellen of zij de bredere neutraliteitsbeginselen hebben geschonden,zoals met een Hamaslidmaatschap. Gelet op de ernst van de beschuldi-gingen vindt het kabinet het ontslag op staande voet een volstrektlogische conclusie.De heer Van Baarle is er nu niet, maar hij kan het misschien in hetstenogram teruglezen, of er wordt meegeluisterd. Hij vroeg: de UNRWA-overeenkomst loopt tot en met 2025; blijft het kabinet UNRWA daarna, in2026 en verder, steunen? Zoals u weet, staan we voor een forse bezui-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11931 niging. De aankomende tijd zal het kabinet bekijken hoe deze vorm tegeven. Ik kan hier dan ook niet op vooruitlopen. Ik kan hier nog geenuitspraken over doen. Hij vroeg waarom die 14 miljoen in de huidigebegroting staat in plaats van die 19 miljoen. Dat is vanwege het technischinboeken van de bezuiniging. Er is een technische kaasschaaf overgegaan, omdat we te weinig tijd hadden om de bezuinigingen voor 2026en verder verder vorm te geven. Daar ga ik in het najaar mee aan de slag.Daarover komt in het begin van het nieuwe jaar een beleidsbrief naar deKamer toe.Het lid Kamminga vraagt naar het eventueel faseren van de UNRWA-betaling. Ik begrijp de overwegingen van mevrouw Kamminga, maar ikben daar geen voorstander van. De reguliere bijdrage is een door hetvorige kabinet aangegane verplichting, die ik gestand doe. We makendeze bijdrage altijd in zijn geheel over aan het begin van het jaar. HetColonna-rapport is geen smoking gun op basis waarvan we de bijdragezouden moeten beëindigen of faseren. Natuurlijk blijven we de opvolgingvan Colonna nauwgezet volgen, ook samen met andere donoren.De heer Van Baarle vraagt ook nog naar de wetgeving van de Knessetrondom UNRWA. De Knesset gaat over de eigen wetgeving. Het politi-seren van hulp en vooral van humanitaire hulp is nooit een goed idee, ookniet in andere landen waar het conflict woedt. Israël zal ook moetenbeseffen dat het als bezettende macht verantwoordelijk wordt voor allediensten die UNRWA niet meer zou kunnen verlenen in Gaza en deWestbank als UNRWA zou wegvallen. Dan wordt Israël dus verantwoor-delijk.Tot zover alle vragen over UNRWA.De voorzitter:Ik heb al een paar mensen genoteerd. Eerst mevrouw Kamminga, danmevrouw Teunissen en daarna ga ik naar deze kant.Mevrouw Kamminga (VVD):Ik hoor deze Minister een warm pleidooi houden voor UNRWA en eigenlijkeen boodschap geven in de trant van: maakt u zich geen zorgen; wekunnen met een gerust hart dat geld overmaken. De Minister is dat ookvan plan. Ze verwijst daarmee naar de juridische verplichting. Op mijnvraag of dat dan ook getrancheerd kan met extra waarborgen, hoor ik deMinister zeggen dat ze daar geen voorstander van is omdat we het altijdzo doen. Maar mijn vraag is ook: zou het kúnnen binnen het contract?Minister Klever:Ik houd geen warm pleidooi voor UNRWA. Ik signaleer dat UNRWA op ditmoment too big to fail is. Ook andere hulporganisaties geven aan dat zijafhankelijk zijn van UNRWA om de hulp bij de mensen te krijgen. Dat isnatuurlijk geen goede situatie. In geen enkele situatie is het goed omafhankelijk te zijn van één partij. Vandaar dat we verder inzetten op hetdiversificeren van hulp. Die specifieke bijdrage van 19 miljoen is eenjuridische verplichting die voortkomt uit afspraken die het vorige kabinetgemaakt heeft. Als betrouwbare overheid vind ik het belangrijk dat wijonze juridische verplichtingen nakomen. Mevrouw Kamminga vraagtdaarbij of wij dat ook in delen kunnen overmaken. Ja, dat zou kunnen. Devraag is even welke voorwaarden je dan stelt voor de volgende delen.Daarbij zeg ik ook nog dat het wel juridisch verplicht blijft. Je zou hetcontract dan dus moeten openbreken. Mocht de Kamer dat willen, dankan de Kamer daarvoor een amendement indienen. Ik zal dat respecterenals dat met een meerderheid wordt aangenomen. Maar het kan dus wel inblokjes.De uitvoering van de aanbevelingen van het Colonna-rapport. Een aantalvan die aanbevelingen kosten meer tijd voordat je kunt zien of dieuitgevoerd worden. Ik denk aan neutraliteit van het onderwijsmateriaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11932 Op dit moment wordt er nauwelijks onderwijs gegeven en je kunt nu dusook niet zien of het uitgevoerd wordt. Als we zeggen «we stellen het eenpaar maanden uit», is het de vraag of we dan wel meer weten. Maarnogmaals, het kan.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik vind dat frame van too big to fail wel interessant in relatie tot UNRWA.Normaal gesproken is dat een frame dat we geven aan multinationals,maar hier hebben we het over een VN-organisatie die onmisbare hulpgeeft. En over die diversificatie gesproken: UNRWA zegt zelf dat ze hetonwenselijk vinden dat ze nu een soort semioverheid moeten zijn, wantdat zou eigenlijk Israël moeten zijn. «Wij geven noodgedwongen die zorgen dat onderwijs.» Ik wil toch wel even gezegd hebben dat wat hier nuwordt neergezet, een verkeerd beeld geeft van de context waarin UNRWAopereert. Ik ben in ieder geval blij dat de Minister zegt dat UNRWA op ditmoment inderdaad onmisbaar is, want de bevolking is afhankelijk van diehulp. Tegelijkertijd hoor ik haar zeggen: de Kamer zou een amendementkunnen indienen op de begroting om het contract met UNRWA op tezeggen. Hoe verhoudt zich dat dan tot elkaar? Wat zou de Minister er zelfvan vinden als de Kamer zo’n amendement zou aannemen?Minister Klever:Er lopen hier eigenlijk twee zaken door elkaar heen. UNRWA heeft eenmandaat van de VN als vluchtelingenorganisatie en op grond daarvanlevert ze gezondheidszorg, scholing en een soort semioverheid. Verderhebben we het hier over een extra humanitaire bijdrage. Op dit moment ishet voor een andere organisatie dan UNRWA heel moeilijk om die extrahumanitaire bijdrage bij de mensen te krijgen. Daarvoor is UNRWA nodig.Ik vind dat je voor humanitaire hulp niet afhankelijk zou moeten zijn vanéén organisatie om die hulp bij de mensen te krijgen. Dat vindt de Kamerook, want er ligt een aangenomen motie om meer te diversifiëren. Daarzetten we dus op in.Die jaarlijkse bijdrage van 19 miljoen is voor UNRWA als organisatie, endan niet alleen voor Palestijnen in Gaza, maar voor Palestijnen in de heleregio. Ik heb daarover gezegd dat ik de lopende contracten respecteer endat ik die verplichtingen gestand doe als betrouwbare overheid. Dat ismijn visie. En nogmaals, als de Kamer daar anders over denkt, dan is dataan de Kamer. Maar ik vind het dus wel belangrijk dat we onze contractennakomen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Ram van de PVV.Mevrouw Teunissen (PvdD):Mag ik nog reageren?De voorzitter:Dat is dan wel uw laatste interruptie.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het is in ieder geval fijn dat de Minister aangeeft dat de hulp van UNRWAnu essentieel is en dat de overheid aan haar verplichtingen voldoet bij delopende contracten. Maar daarmee heeft ze nog geen oordeel gegevenover de mogelijkheid dat de Kamer het toch zou doen. Maar goed, datgaan we zien. De Minister zegt dat ze bezorgd is over de neutraliteit vanUNRWA, maar tegelijkertijd zegt ze ook dat de aanbevelingen opgevolgdworden en dat daar streng op toegezien zal worden. Als ze dan toch blijftzeggen «ik ben bezorgd over de neutraliteit», dan trekt ze eigenlijk die heleVN-organisatie in twijfel op basis van een aantal gevallen, gevallen waarUNRWA actie op heeft ondernomen. De vraag is dan even: wat gaat deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11933 Minister nog extra doen met die zorgen over de neutraliteit? We zien tochzeker dat UNRWA die aanbevelingen gewoon opvolgt? Wat verwacht zeop dit moment dan nog extra van UNRWA, zodat haar zorgen wegge-nomen kunnen worden?Minister Klever:UNRWA zit natuurlijk in een hele complexe situatie en daar maak ik mijdus ook zorgen over. Andere donoren hebben daar ook zorgen over, maarik kan daar verder niks aan doen. Het enige wat ik heb, is het rapport vanmevrouw Colonna met een heleboel aanbevelingen. Ik heb ook met deheer Lazzarini van UNRWA gesproken en in dat gesprek heb ik eropaangedrongen dat alle aanbevelingen geïmplementeerd worden. Dat iswat ik eraan kan doen. Ik kan erop toezien en erop aandringen dat het heleactieplan van mevrouw Colonna uitgevoerd wordt. Maar het blijftnatuurlijk een hele complexe situatie. Ik heb zorgen over de neutraliteit,maar ik heb ook zorgen over het mogelijke wegvallen van UNRWA. Hetblijft dus een lastige situatie.De heer Ram (PVV):Ik heb de Minister goed verstaan en het oordeel over een amendementzou dus aan de Kamer zijn. Daar bereid ik me dan op voor.Een ander punt dat nog niet geadresseerd is, betreft ook de neutraliteitvan UNRWA, namelijk de 30 tunnels die aangesloten zijn op allerleiUNRWA-locaties en het hoofdkwartier van Hamas, dat onder hethoofdkwartier van UNRWA zat. Dat schijnt ook wel wat licht op dezogenaamde neutraliteit van UNRWA, zeker omdat UNRWA daar helemaalgeen antwoord op heeft gegeven. Dat was mijn eerste vraag. Mijn tweedevraag: wanneer komt het aanvullende onderzoek van het OIOS naar dienegen medewerkers uit?De voorzitter:Dat is natuurlijk wel een goede truc. De Minister.Minister Klever:Ik heb de inbreng van de heer Ram gehoord. Ik heb de beschuldigingenover die tunnels ook gelezen. Op dit moment is het moeilijk te verifiërenof het klopt. Ik wil dat er onderzoek wordt gedaan om te kijken of hetklopt. Als dat zou kloppen, dan zou dat natuurlijk ontzettend zorgelijk zijn.Daarnaast vraagt de heer Ram wanneer het onderzoek naar die andere108 mensen uit komt. Ik weet dat niet uit mijn hoofd en ik moet erdaarom, als u dat goedvindt, in tweede termijn op terugkomen.De motie of het amendement oordeel Kamer? Ja, dat klopt. Op die motieover het openbreken van het contract geef ik oordeel Kamer. Dat is echtaan de Kamer.De heer Ram (PVV):Even ter verduidelijking, ik had het over die 9 van het OIOS en over die108.De voorzitter:Die 9 zijn genoemd, maar ook die 108. Maar het ging nu vooral over denegen en over het moment waarop daarover duidelijkheid zou kunnenbestaan. Ik weet overigens niet of we straks nog ruimte hebben voor eentweede termijn. Ik kijk daarom even naar de Minister of ze dat antwoordzo nog kan geven.Minister Klever:Van die negen is het dienstverband sowieso al verbroken. Wanneer deandere onderzoeken uitkomen, is onbekend. Dat kan ik u helaas nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11934 vertellen. Maar die dienstverbanden zijn verbroken en ik denk dat hetgoed is om dat te weten.De voorzitter:Dank u wel. De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank voor de beantwoording Ik moet eerlijk zeggen dat ik er wel eenbeetje moeite mee heb, niet omdat ik niet wil dat er steun naar organi-saties gaat, maar omdat ik vind dat de redenatie gewoon niet klopt.Allereerst zegt de Minister dat er volgens de contracten geleverd moetworden aan het afgesproken programma. De Minister zegt ook geenreden te zien om daarvan af te wijken, maar vervolgens zegt ze in éénadem dat er in het OIOS-rapport onderzoek is gedaan naar negentienpersonen. Eén is er vrijgesproken en in negen gevallen kon het nietworden vastgesteld, zodat er aanvullend onderzoek nodig is. Maar deandere negen konden niet vrijgepleit worden en zijn daarom ookontslagen door UNRWA. Dat geeft toch zeker aan dat er wel degelijksprake is van... De Minister kan in ieder geval niet aangeven dat er geensprake is van zaken waar de ontbindende voorwaarden op zien. Omdat erveel onduidelijkheid in de Kamer is over waar het Colonna-rapport op zieten waar het OIOS-rapport op ziet, zou ik graag van de Minister horen ofhet klopt dat er op basis van het OIOS-rapport in ieder geval negenmensen ontslagen zijn, omdat niet uitgesloten kon worden dat ze hebbenmeegedaan aan de slachting op 7 oktober. Verder moet er naar de overigenegen nog aanvullend onderzoek worden gedaan, zodat er dus maar éénis vrijgesproken. Als dat zo is, kan de Minister dan toelichten hoe zij datziet in het licht van dat de Nederlandse overheid geld geeft en dat dezebijdrage uitsluitend gebruikt mag worden voor de verwezenlijking van hetafgesproken programma? Is de Minister van mening dat daar nu sprakevan is?Minister Klever:Dat staat ook in het contract. De bijdrage mag uitsluitend gebruikt wordenvoor de verwezenlijking van het afgesproken programma. En niemand wildat er geld, van welke donor dan ook, naar terroristen gaat. Dat willen wijniet en dat willen andere donoren ook niet. Dat OIOS-rapport laat ook welzien dat het systeem werkt. De mensen waartegen verdenkingenbestonden, zijn onderzocht. De mensen waartegen redelijke vermoedensbestonden, en ook bewijs, zijn ontslagen. Dus het systeem werkt. Als er 18mensen zijn die fout zijn ... Er werken 10.000 mensen voor UNRWA inGaza. Dan kan je niet zeggen: in de hele organisatie zitten alleen maarterroristen. Nee, degenen die fout zijn, worden ontslagen, maar datbetekent niet dat je de hele organisatie moet opdoeken. Juist doordat wedie onderzoeken hebben, het OIOS-rapport en het Colonna-rapport, wetenwe ook dat we er bovenop zitten. Het OIOS-rapport heeft echt specifiek diemensen onderzocht en het Colonna-rapport heeft de hele organisatieonderzocht. Om even een misverstand uit de wereld te helpen, deorganisatie is niet alleen voor 7 oktober, maar ook na 7 oktober doormevrouw Colonna onderzocht en er is een heel actieplan gekomen om deneutraliteit te waarborgen.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik concludeer, maar misschien is dat te voorbarig, dat de Ministeraangeeft dat een aantal mensen de voorwaarden overtreden, maar dat datniet de hele organisatie betreft; wat waar is. Maar dat betekent dat wij hierjaarlijks een debat voeren waarbij er een bepaalde marge is van eenaantal medewerkers die mensenrechtenschendingen kunnen plegen.Persoonlijk vind ik dat een hele onwenselijke situatie. Volgens mij passenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11935 we deze marge ook niet toe bij andere organisaties, maar dat laat ik evenaan de Minister.Op mijn tweede vraag heb ik nog geen antwoord gehad. Hoe ziet zij detoekomst van UNRWA in relatie tot een toekomstbestendig bestaan vande Palestijnen? Er zijn sinds 1948 namelijk een aantal prikkels die eentoekomstbestendig bestaan voor Palestijnen in de weg zitten. Allereerst ishet een semioverheid. Zolang UNRWA deze taken uitvoert, voeren anderelanden die niet uit. De UNHCR heeft ook een mandaat om vluchtelingen tehelpen, maar richt zich niet op het Palestijnse volk. Ik zeg niet dat UNRWAopgedoekt moet worden, ik vraag naar de visie van de Minister hoe hetfinancieren van UNRWA zoals wij dat nu doen, over vijf, tien of vijftien jaarzal leiden tot een betere en stabiele situatie. Of is de Minister van meningdat je bij diversificatie ook zal moeten kijken naar capacity building vanandere organisaties? Uiteindelijk wil je gaan kijken of dat mandaat dat in1948–1949 is opgesteld ...Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik heb een punt van orde.De voorzitter:Ja.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):De interrupties van de heer Ceder zijn superinteressant en er zit heel veelin, maar ik vraag me wel af of dit een vervolgvraag is of dat we een heelnieuw debat gaan beginnen.De voorzitter:Nee, dat is niet de bedoeling. De vraag is volgens mij wel helder, maar deinleiding is vrij lang, dat ben ik met u eens.De heer Ceder (ChristenUnie):Punt van orde. Ik heb de vraag herhaald die ik ook in eerste termijn hebgesteld. Daar heb ik geen antwoord op gehad. Dat is voor mij wel eenrelevante vraag; naar de toekomstvisie van de Minister ten aanzien vanUNRWA.De voorzitter:Ja. De Minister gaat dan nu antwoord geven.Minister Klever:De heer Ceder zegt dat wij een marge hanteren waarbinnen mensenrech-tenschendingen gepleegd mogen worden. Dat is dus absoluut niet waar.Er mag geen enkele mensenrechtenschending gepleegd worden. Daaromzijn die mensen juist ontslagen; omdat wij dat niet accepteren. Vandaarook dat er onderzoek gedaan wordt, als er aanwijzingen zijn dat er foutedingen gebeuren. Wij accepteren absoluut helemaal niks, laat dat evenheel duidelijk zijn.Dan de vraag hoe wij de toekomst zien van UNRWA. Er is nu oorlog, er isnu van alles gaande. Ik denk dat we eerst moeten kijken naar eenstaakt-het-vuren en vrede en dat we pas daarna naar een visie kunnenkijken. Het hangt er natuurlijk helemaal van af hoe dat afloopt. Daar kan iknu niet op vooruitlopen.Het derde punt is de capacity building waar hij het over had. Dat geldtvoor humanitair. Het is wel belangrijk dat er diversificatie is bij dehumanitaire hulp. Daarom hebben wij ook andere organisaties gesteund,zodat zij daar ook capaciteit kunnen opbouwen om humanitaire hulp teverlenen. Dat is waar we op inzetten. Die capaciteit is er nog niet, maarhet is wel de bedoeling dat die opgebouwd gaat worden. Daar maken wijdus een start mee door de humanitaire hulp te diversifiëren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11936 De heer Bamenga (D66):Dit kabinet kiest ervoor om de koppeling ODA-economische groei los telaten. Dat is een gigantische toekomstige bezuiniging op ODA. Het zalieder jaar oplopen, van tientallen miljoenen naar honderden miljoenen enverder. Erkent de Minister dat zonder deze koppeling, en dus zonderstijging van het ODA-budget, Nederland ieder jaar minder hulp kan biedenals gevolg van inflatie?De voorzitter:Dat hoorde volgens mij bij het laatste blokje waar de Minister nog op inzal gaan, maar ik kijk even of de Minister die nu kan beantwoorden.Minister Klever:Ja, dat klopt. Dat is mijn laatste blokje. Ik kan aan het laatste blokjebeginnen, maar ik kan me ook voorstellen dat er nog vragen over ditonderwerp zijn. Het is aan u.De voorzitter:Dan schuiven we die vraag van de heer Bamenga even door naar hetlaatste blokje. Zijn er nog vragen op het punt van UNRWA?De heer Van Baarle (DENK):Ik heb goed naar de Minister geluisterd. Over beschuldigingen vanmensen zegt de Minister dat het moeilijk te verifiëren is dat deze kloppen.Het is niet vastgesteld. Over het neutraliteitsmechanisme zei ze letterlijkdat het systeem werkt. Ze zei ook dat je beschuldigingen niet op een heleorganisatie kan projecteren. «Dat kan je natuurlijk niet zeggen», warenletterlijk haar woorden. Ik vraag me dan af waarom deze Minister ervoorkiest om de bewijslast volledig om te draaien. Het is toch zo dat iemandonschuldig is totdat het tegendeel is bewezen? Zij wil zelfs zover gaan omerin mee te gaan om een contract open te breken, door dat oordeel Kamerte geven. Dan betoon je jezelf een onbetrouwbare overheid op basis vanzaken die niet vastgesteld zijn, wat niet geldt voor de hele organisatie enwaarover de Minister net letterlijk zei: het systeem werkt.Minister Klever:Ik breek geen contracten open. Ik zit hier de hele tijd te vertellen dat ik juistde verplichtingen die het vorige kabinet is aangegaan, respecteer en dat ikdus volgend jaar de bijdrage aan UNRWA van 19 miljoen, zoals diecontractueel is vastgelegd, over ga maken. Dus ik breek geen contractenopen. De Kamer heeft mij gevraagd wat de ontbindende voorwaardenzijn. Dat heb ik aan de Kamer gecommuniceerd. Dat was een verzoek vande heer Ceder bij de regeling. Er zijn dus twee ontbindende voorwaarden.De ene is als UNRWA met dat geld niet meer de activiteiten uitvoert die zezou moeten doen. De tweede ontbindende voorwaarde is als de Kamerdat zegt en het budget niet goedkeurt. Dat is feitelijke informatie die ik aande Kamer geef. Maar nogmaals, ik breek geen contract open en dus ookniet het contract met UNRWA.De voorzitter:De vraag ging er volgens mij over of het oordeel Kamer zou krijgen.Minister Klever:Ik vind dat het aan de Kamer is. Ik proef dat er aan de ene kant heel veelsteun is voor UNRWA en aan de andere kant proef ik dat een deel van deKamer liever vandaag dan morgen stopt met UNRWA te betalen. Er zijnzorgen. Er zijn ook zorgen dat UNRWA wegvalt. Ik breek het contract nietopen. Een van de ontbindende voorwaarden betreft de Kamer en dan ishet aan de Kamer om dat te doen, maar ik doe het niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11937 De voorzitter:De heer Van Baarle, voor zijn tweede.De heer Van Baarle (DENK):Dat kan toch niet? Een Minister kan toch niet oordeel Kamer geven aaneen voorstel dat inhoudt dat we niet voldoen aan dat contract of datopenbreken, dus onze verplichtingen niet nakomen, en zelf vinden dat hetsysteem werkt, dat de hele organisatie niet zwartgemaakt mag worden,dat de verwijten niet vastgesteld en niet te verifiëren zijn? Ik verwacht dandat de Minister zo’n voorstel gewoon ontraadt en zegt dat dit niet past bijde bestuurlijke rol die Nederland heeft en de verplichtingen die we op onshebben genomen. Waarom meet de Minister in haar eigen inbreng mettwee maten? Waarom heeft ze aan de ene kant een heldere inbreng datUNRWA als hele organisatie niet zwartgemaakt moet worden en wil zijaan de andere kant erin meegaan om op basis van foutieve informatiecontracten niet na te komen als Nederlandse regering?Minister Klever:De Kamer heeft budgetrecht, maar ik moet ook wel constateren dat er noghelemaal geen amendement ligt, dus dat we hier ook een beetje eenfictieve discussie hebben. Op het moment dat dat amendement komt, zalik daar een officieel oordeel over vellen. Maar nogmaals, de Kamer heeftbudgetrecht, dus het is aan de Kamer.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dit is volgens mij weer een procesvraag. Volgens mij bepaalt de Kameraltijd bij meerderheid wat ze met een motie doet. Dat is dus een beetjeeen overbodige mededeling. Wij vragen of u het ontraadt of oordeelKamer geeft, omdat wij graag van ú horen wat u vindt. Ik probeer duseven te ontdekken wat wij hier nou aan het doen zijn. Want in hetalgemeen weten wij dat er een meerderheid voor of tegen een motie moetzijn. Maar volgens mij is het de rol van het kabinet en de Minister om onsadvies te geven; wat is binnen het mandaat van de Minister het wijste? Zoluisteren we ook naar die adviezen. Ik probeer dus even een procesvraagte stellen. Want we zitten nu in een rondje te praten. Ik begrijp despelregels op een gegeven moment niet meer.Minister Klever:Volgens mij ben ik heel duidelijk geweest. Ik kan het nog wel een keerherhalen, maar ik zie ook dat de tijd doorloopt. We kunnen hier heel langover praten, maar mijn antwoord blijft hetzelfde: ik breek het contract nietopen. Als de Kamer dat wel wil doen, zal ze een amendement moetenindienen. Dan zal ik dat oordeel Kamer geven, omdat het budgetrecht bijde Kamer ligt. Dat is mijn antwoord.Mevrouw Dobbe (SP):Dat vroeg ik mij inderdaad af. Krijgt ieder amendement dat wij nuindienen van deze Minister oordeel Kamer omdat de Kamer budgetrechtheeft? Als dat niet zo is, waarom krijgt deze dan wel dit oordeel, na deuitspraak van deze Minister dat het politiseren van humanitaire hulp nooiteen goed idee is – dat zijn de woorden van de Minister – en zonder dat zijenige tekst heeft gelezen? Waarom krijgt dit amendement dat oordeel danwel, als de andere amendementen, die deze Minister ook nog niet heeftgelezen, dat niet krijgen?Minister Klever:Dat komt omdat ik op verzoek van de Kamer aan de Kamer aangeef watde ontbindende voorwaarden zijn van het contract. Er zijn twee ontbin-dende voorwaarden. De tweede is dat de Kamer het budget nietgoedkeurt. Dit komt dus voort uit de vragen vanuit de Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11938 De voorzitter:U mag een punt van orde maken, meneer Van Baarle, als u dat nietmisbruikt voor een inhoudelijk punt.De heer Van Baarle (DENK):Ik misbruik dit niet voor een inhoudelijk punt. Vanuit het oogpunt van hoewe hier met elkaar omgaan, vind ik het gewoon heel raar dat eenamendement dat nog niet bestaat op voorhand oordeel Kamer krijgt, opbasis van een argumentatie die ik niet kan volgen. Want normaalgesproken is de preadvisering van dit kabinet ook iets waar we ons opbaseren en toe verhouden als we gaan stemmen. Ik vind dit een hele raregang van zaken. Ik snap niet wat de Minister hier doet en waar wij alsKamer mee bezig zijn.De voorzitter:U kijkt wanhopig naar mij, maar ik ga het antwoord niet geven. Het isuiteindelijk aan het kabinet om te bepalen wat het vindt van eenamendement.Minister Klever:Er ligt nog helemaal geen amendement. Wat dat betreft voeren we hierdus een hele vreemde discussie. Ik geef aan wat de feitelijke mogelijk-heden zijn en dat het aan de Kamer is om al dan niet een amendement inte dienen en om al dan niet voor zo’n amendement te stemmen. Dat is dediscussie. Maar nogmaals: het amendement ligt er nog niet. Ik denk dusdat het voorbarig is om hier verder op in te gaan. Ik zal het amendementeen oordeel geven op het moment dat het er ligt. Laten we het dan zodoen.De voorzitter:Dan stel ik het volgende voor. Dit gaat natuurlijk over zaken die straks ookbij de begroting spelen. U heeft ook nog een hele begrotingsbehandeling.Er zijn nog veel meer vragen gesteld en het lijkt me ook goed dat daarrecht aan wordt gedaan. Laten we deze discussie dan bij de begrotinghervatten, want ik denk dat het amendement daar uiteindelijk ingediendgaat worden.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter, nog heel even, als dat mag van u. Kunnen we even concluderendat er nu geen sprake is van een preadvies oordeel Kamer van de Ministeren dat zij dus niet vooruitloopt op de beoordeling van een amendement?Neemt zij de woorden «oordeel Kamer» terug?De voorzitter:De Minister. Daarna gaan we verder met de resterende punten overUNRWA, als daar nog vragen over zijn.Minister Klever:Ik had het over het budgetrecht van de Kamer en over de ontbindendevoorwaarden in het contract. Ik zal een officieel oordeel geven op hetmoment dat het amendement er ligt.De voorzitter:Dank u wel. Zijn er nog verdere vragen vanuit de Kamer op dit punt? Nee.Dan gaan we naar het volgende blokje volgens mij. Ik kijk even naar deMinister.Minister Klever:Ik kom bij Libanon. De situatie in Libanon is zorgelijk. De-escalatie is vangroot belang. Het kabinet is van mening dat een grootschalig conflictTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11939 moet worden voorkomen om verder leed tegen te gaan. Een diplomatiekeoplossing is noodzakelijk. Nederland heeft zich, net als alle Europeselidstaten, achter de oproep van de Verenigde Staten en Frankrijkgeschaard voor een tijdelijk staakt-het-vuren. Deze boodschap brachtMinister Veldkamp vorige week tijdens de AVVN ook nog over aan deIsraëlische en Libanese collega’s.We hebben via flexibele financiering van een aantal hulporganisaties hulpaan Libanon geboden. Van het geld dat wij aan hulporganisaties hebbengegeven, is al meer dan 10 miljoen via die internationale organisatiesvrijgemaakt voor Libanon. Daarbij wil ik hier ook graag aankondigen datwij via de Dutch Relief Alliance nog 4 miljoen extra geven aan Libanon.Het gaat om humanitaire hulp die via lokale partners bij de bevolkingterechtkomt. Het gaat om voedsel, onderdak en medische hulpmiddelen.Dat komt nog bovenop wat we al via de internationale organisaties doen.Dan vragen SP en DENK wat Nederland nog meer gaat doen. Dat heb iknet gezegd. We monitoren de situatie in Libanon ook nauwgezet. HetMinisterie van Buitenlandse Zaken heeft ook voortdurend contact over deontwikkelingen met partnerorganisaties zoals de Dutch Relief Alliance, hetRode Kruis, de Rode Halve Maanbeweging en de VN. Onze flexibelebijdragen lopen via VN-organisaties en het Rode Kruis.De heer Bamenga had een vraag over extra humanitaire steun. Daar hebik net iets over gezegd. Ik heb ook gezegd dat we die 10 miljoen al viaandere organisaties hebben vrijgemaakt.De SP gaf aan dat hulpverleners veilig hun werk moeten kunnen doen. Ikdeel de zorgen over de veiligheid van hulpverleners wereldwijd.Nederland zet zich hier diplomatiek voor in, onder andere door hetsponsoren van een VN-veiligheidsraadresolutie over de bescherming vanhumanitair personeel. Ook roepen we in bilaterale gesprekken en bijrelevante bijeenkomsten op tot naleving van deze resolutie en van hethumanitair oorlogsrecht. Voor dit punt zal ik me hard blijven maken.Hulpverleners moeten veilig hun werk kunnen doen.Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor het antwoord. Wij hebben hier ontzettend veel zorgen over,omdat het op grote schaal plaatsvindt. Geweld tegen hulpverleners wordtnu echt in de oorlogsvoering gebruikt. Je ziet het in Gaza, in Libanon enop andere plekken in de wereld gebeuren. Hulpverleners moeten er welop kunnen rekenen dat onze regering alles doet om ervoor te zorgen datzij veilig hun werk kunnen doen. Dan hoor ik de Minister zeggen: er isdiplomatieke inzet en overal waar we kunnen, roepen we hiertoe op. Maarwat kan deze Minister nog meer doen? Wij moeten er namelijk voorzorgen dat de verantwoordelijken worden gevonden en dat die wordenberecht. Hoe kunnen wij druk uitoefenen op de partijen die deze hulpver-leners bewust schade berokkenen, in onveiligheid brengen ofdoodmaken? Wat gaat de Minister daar nog meer aan doen, naast wat zenu al doet? Want het is nog niet genoeg.Minister Klever:Wij roepen in bilaterale gesprekken altijd op tot die naleving. Wij oefenenachter de schermen ook druk uit op de relevante partijen om te zorgenvoor een veilige omgeving en een veilige werksituatie voor hulpverleners.Achter de schermen doen we dat ook uitgebreid. Daarnaast doen we hetook in bilaterale gesprekken op diplomatiek niveau, binnen de VN. Wegebruiken alle mogelijke middelen om druk uit te oefenen wat betreft hetbeschermen van hulpverleners. Het kabinet vindt het namelijk ookongelofelijk belangrijk dat hulpverleners ongestoord hun werk kunnendoen. We zien dat dat nu niet het geval is en dat bij conflicten het levenvan hulpverleners steeds vaker in gevaar is. We oefenen op alle manierendruk uit, voor én achter de schermen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11940 De voorzitter:De vraag van mevrouw Dobbe was volgens mij: als het gebeurd is, watgebeurt er dan?Minister Klever:Ook daar besteden wij samen met partners aandacht aan. We proberen testimuleren dat de daders opgespoord en berecht worden. Dat steunen wijaltijd.De voorzitter:Gaat u verder met dit blokje. Of was u klaar met dit blokje?Minister Klever:Dit was Libanon. Nu ga ik verder met Sudan. Uw Kamer heeft terechtaandacht voor de crisis in Sudan. Die crisis haalt minder het nieuws, maaris zeer ernstig. Instituut Clingendael schat in dat er in de komendemaanden mogelijk 2,5 miljoen mensen in Sudan zullen omkomen van dehonger. Deze crisis heeft voor Nederland dus prioriteit. Nederlandondersteunt er ook humanitaire hulpverlening.De heer Bamenga vroeg welke strategie Nederland heeft. Het doet megoed om te horen dat u net als ik aandacht wil geven aan de crisis inSudan. Ook hierbij geven wij flexibele financiering aan de VN en aan deRode Kruisbeweging. Daardoor worden ook mensen in crisissen dieminder in het oog springen geholpen. Daarnaast dragen we financieel bijaan landenspecifieke humanitaire VN-fondsen, onder meer die voorCongo, Jemen en Sudan. Ook de Dutch Relief Alliance, waar Nederlandaan bijdraagt, draagt bij aan de hulpverlening in deze landen. Voor Sudanis daarnaast dit jaar ook nog een extra bijdrage van 10 miljoen eurogegeven voor hulpverlening via het Wereldvoedselprogramma.De heer Ceder vroeg wat Nederland doet om de druk te verhogen met alsdoel het stoppen van de sponsoring van oorlogsmisdaden in het land.Nederland en de EU ondersteunen sowieso de diplomatieke inspanningenvan de VS, Saudi-Arabië en Zwitserland in Genève. Daarnaast blijft de EUzich via een speciaal gezant voor de Hoorn van Afrika intensief bemoeienmet alle betrokken partijen om een staakt-het-vuren te bewerkstelligen.Tijdens de Algemene Vergadering van de VN riep Nederland daarnaast optot een staakt-het-vuren, respect voor humanitair oorlogsrecht en beterebescherming van humanitaire hulp.De heer Ceder vroeg ook hoe ik ervoor ga zorgen dat geld direct komt bijde organisaties die de meeste levens redden, zoals de EmergencyResponse Rooms. Nederland erkent de belangrijke rol van lokaleorganisaties, zoals de Emergency Response Rooms, als onderdeel van debrede humanitaire inzet, waarin ook de VN, ngo’s en het Rode Kruis eenbelangrijke rol hebben. Het Sudan Humanitarian Fund van de VNfinanciert de lokale Emergency Response Rooms, mede op initiatief vanNederland. Nederland financiert dat VN-fonds dan weer met 10 miljoen in2024. Daarnaast werkt ook de Dutch Relief Alliance via lokale partners indiverse gebieden in Sudan. De Dutch Relief Alliance besteedt in 2024 10,1miljoen aan programmering in Sudan. Daarnaast geeft Nederlandfinanciering aan het Rode Kruis. Er worden dus diverse organisaties doorNederland gefinancierd die een hele belangrijke rol spelen in Sudan.De SP vraagt nog om inzet van Nederland om via alle kanalen hulp teregelen. Dat is een motie. Het belangrijkste is nu het vergroten van detoegang over land. Dat is de meest effectieve wijze om hulp bij debevolking in Sudan te krijgen op de schaal die nodig is. Nederland zet zichmet name in EU- en VN-verband ook diplomatiek in voor het verbeterenvan humanitaire toegang en naleving van het humanitaire oorlogsrecht.De EU zet zich in voor de verbetering van humanitaire toegang viadiplomatieke inzet van met name de EU Speciaal Vertegenwoordiger voorde Hoorn van Afrika. De diplomatieke inzet wordt ook versterkt door hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11941 EU-sanctieregime. De EU bereidt op dit moment additionele sancties voorom de druk op de beide strijdende partijen verder op te voeren.De VVD zei graag te willen dat mensen Sudan kennen en weten dat demensen daar hulp nodig hebben, en vroeg of er vanuit Nederland eenextra mogelijkheid is voor een financiële bijdrage aan Sudan. Nederlanddraagt met die 10 miljoen aan het Wereldvoedselprogramma al heel veelbij aan de respons in Sudan. Daarbovenop hebben we aan het begin vanhet jaar dus nog een bijdrage beschikbaar gesteld van meer dan 23miljoen. Daarnaast dragen we humanitair bij via onze flexibele financie-ringen aan de VN en het Rode Kruis. Op dit moment is het vergroten vande toegang en de veiligheid de prioriteit. Die zijn nu namelijk het groteprobleem.Op dit moment heb ik geen indicaties dat het bedrijfsleven, waarmevrouw Kamminga ook naar vroeg, hierin een rol ziet voor zichzelf.Mocht dat wel het geval zijn, dan breng ik ze heel graag in contact met dehulporganisaties.Tot zover Sudan.Mevrouw Dobbe (SP):Ik had nog een vraag over het aan banden leggen van wapenleverantiesen de motie die daarover is ingediend.Minister Klever:Als het goed is, kom ik daar in de tweede termijn even op terug.Mevrouw Kamminga (VVD):Goed om te horen dat er al veel inzet in Sudan is. Mijn punt over debijdrage van bedrijven en organisaties was eigenlijk wat breder. Het laginderdaad in het verlengde van dit blokje, hoor – dat geef ik meteentoe – maar het was wat breder. Ik merk namelijk gewoon dat er heel veelNederlandse instanties en organisaties heel veel goederen hebben diegoed gebruikt zouden kunnen worden voor de eerste nood. Ook noemdeik bijvoorbeeld een organisatie als Wings For Aid, dat vliegtuigjes aan hetontwikkelen is die naar die moeilijk toegankelijke gebieden kunnenkomen. Nogmaals, zo zijn er meerdere organisaties; dit is maar éénvoorbeeld. Ik hoor heel vaak dat het voor hen best lastig is om zelf debruggen te slaan naar de tenders en om bij te dragen. Mijn vraag aan deMinister is dus of ze daartoe wellicht wat extra effort kan inzetten, om datsoort goede organisaties, de goede voorbeelden, te stimuleren en tehelpen.Minister Klever:Dank voor de toelichting. Natuurlijk juichen we het toe dat het bedrijfs-leven gaat helpen. In Nederland kan de RVO het bedrijfsleven helpen mettenders voor internationale organisaties. Ik ben het namelijk metmevrouw Kamminga eens dat het heel belangrijk is dat ook het Neder-landse bedrijfsleven mee kan doen aan de tenders. Ik zal het extra onderde aandacht brengen van de RVO, zodat daar meer op ingezet wordt. Dusbij dezen: het bedrijfsleven kan zich melden bij dat loket.De voorzitter:Had u het landenspecifieke blokje dan afgerond?Minister Klever:Ik heb het onderwerp Oekraïne nog. De heer Ram van de PVV zei dat dePVV de humanitaire hulp aan Oekraïne ondersteunt en vroeg of er alstappen zijn gezet in het bestrijden van de corruptie. Jazeker, we doen alveel. De bestrijding van corruptie is een belangrijk onderdeel van deinternationale en Nederlandse steun aan Oekraïne. Anticorruptiemaatre-gelen zijn een belangrijke pijler onder het IMF-hervormingsprogramma.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11942 De macrofinanciële bijstand van de EU bevat ook sterke voorwaardenvoor wat betreft fraudepreventie en anticorruptie. Dat geldt ook voor desteun die via de Wereldbank loopt. Concrete voortgang met corruptiebe-strijding is bovendien een essentieel onderdeel van de criteria voorEU-toetreding, wat een extra stimulans is voor Oekraïne om daarvoortgang mee te maken. Nederland ondersteunt hetIMF-hervormingsprogramma met een bijdrage van 7 miljoen euro voortechnische assistentie ten behoeve van goed bestuur, om het financiëlemanagement van de overheid te verbeteren en ten behoeve van anticor-ruptie. Zo worden Europese en internationale standaarden op het gebiedvan openbare financiën en goed bestuur ingevoerd. Concreet wordenbijvoorbeeld vakministeries, het Ministerie van Financiën en de Reken-kamer met training en advisering ondersteund.Ik heb nog een vraag van DENK over de overstromingen in Bosnië. Denoodhulpverlening die ontstaat na een acute crisis, zoals de overstro-mingen in Bosnië en Herzegovina, wordt gecoördineerd via het mecha-nisme voor civiele bescherming van de EU. Hierbij zijn de noodhulpver-zoeken die het land heeft ingediend, leidend. In dit geval is dat Bosnië.Nederland kon niet leveren wat er werd gevraagd, want het hulpverzoekbetrof vooral hondenzoekteams en graafmachines. Dat sluit niet aan opwat Nederland aangemeld heeft om te kunnen doen.Dan heb ik nog twee blokjes: thema’s en kanalen, en overige bezuini-gingen. Ten eerste humanitaire crises. We zitten hier natuurlijk om hetover alle humanitaire crises in de wereld te hebben. Dat zijn er veel. Ikwerk daarvoor samen met de VN, het Rode Kruis en de Dutch ReliefAlliance, die allen werken op basis van de zogenaamde humanitaireprincipes. We hebben het dan over menselijkheid, onpartijdigheid,neutraliteit en onafhankelijkheid. De essentie daarvan is dat we allemensen in nood willen bereiken. Dat betekent dat we humanitaireorganisaties steunen om hulpbehoevenden waar ook ter wereld te helpen,en dat er in geval van conflict geen kant wordt gekozen.Mevrouw Hirsch vraagt: staat de Minister pal voor respect voor hethumanitair oorlogsgebied in alle conflictgebieden in de wereld?Nederland zet zich op verschillende manieren in op de naleving van hethumanitair oorlogsrecht, zowel diplomatiek als via financiële steun.Binnen VN- en EU-verband én in bilaterale contacten oefent Nederlanddiplomatieke druk uit om schendingen van het humanitair oorlogsrecht tevoorkomen en te stoppen, en om bijvoorbeeld veilige en vrije toegang teverkrijgen voor hulpverleners, wat nu ook vrij urgent is. Nederlandfinanciert bovendien het Internationaal Comité van het Rode Kruis, dehoeder van het humanitair oorlogsrecht, onder andere voor toezicht opnaleving van het humanitair oorlogsrecht en voor voorlichting en traininghierover. Ook steunt Nederland onafhankelijk onderzoek naar schen-dingen van internationaal recht, bijvoorbeeld onderzoek door hetInternationaal Strafhof.Mevrouw Teunissen vraagt wat Nederland doet om aan te dringen opaccountability. Het kabinet blijft onderstrepen dat vermeende schendingenmoeten worden onderzocht. We steunen dit proces onder andere via onzebijdrage aan het Internationaal Strafhof en aan het kantoor van de HogeCommissaris voor de Mensenrechten van de VN. Het is uiteindelijk aan derechter om hierover te oordelen.Mevrouw Hirsch vraagt naar de samenhang tussen OS en humanitairehulp. Ik ben het met u eens dat het van belang is problemen bij de wortelaan te pakken, en dat het nodig is om een link te maken tussen ontwikke-lingshulp en humanitaire hulp om ontwikkeling en stabiliteit te bewerk-stelligen. We doen dat ook. Voorbeelden zijn het PROSPECTS-programma,een groot programma voor opvang in de regio, het programma LAND-at-scale, dat onder meer bijdraagt aan duurzame oplossingen voor internontheemden, en het Partnership for Recovery and Resilience inZuid-Sudan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11943 De voorzitter:Mag ik ook aan de Minister vragen iets meer tempo te maken? We hebbenniet heel veel tijd meer en het vierde blokje moet ook nog.Minister Klever:Ja, dat zal.Mevrouw Hirsch vraagt ook naar meer financiering via lokale organisaties.Onze financiële inzet loopt via onze vaste partners. Dat zijn deVN-organisaties, het Rode Kruis en de Dutch Relief Alliance. Inspraak enzeggenschap van lokale organisaties in de hulpverlening vormen echt eenvast onderdeel van de dialoog met deze humanitaire partners. Zij hebbenvaak contacten met lokale organisaties. Juist daarom kunnen ze effectiefhulp verlenen.De ChristenUnie vraagt naar de laatste stand van zaken omtrent gemargi-naliseerde groepen.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik moet hier een interruptie aan wijden, maar ik had een hele concretevraag gesteld aan de Minister, namelijk of zij bereid is om deze lokaleorganisaties te betrekken in het tot stand komen van haar beleidsbrief. Ikweet niet of dit een interruptie is, maar ik heb geen antwoord gekregen opdie vraag, dus ik hoop dat het er geen is. Maar ik wil dat antwoord welgraag hebben.De voorzitter:Zie dat maar als een niet-beantwoorde vraag.Minister Klever:Ik zal begin 2025 mijn beleidsnota over ontwikkelingshulp doen toekomen.Dan wordt u geïnformeerd over de verdere verdeling. Ook de financieringvia de lokale organisaties zal ik meenemen in mijn overweging. Volgensmij is dat wel een antwoord op de vraag. Ik krijg hier ingefluisterd dat devraag was of de lokale organisaties inspraak hebben in het proces. Waarmogelijk zal ik gesprekken met ze voeren en zal ik ze erbij betrekken.Dan de gemarginaliseerde groepen. Alle organisaties hebben aandachtvoor gemarginaliseerde groepen bij het verstrekken van hulp. Het kabinetspant zich ook in om humanitaire fondsen beter toegankelijk te makenvoor lokale organisaties, waaronder organisaties die zich specifiekinzetten voor gemarginaliseerde groepen. In Noordwest-Syrië kwambijvoorbeeld in 2023 43% van de bijdrage uit dat fonds bij lokale hulporga-nisaties terecht.Tot slot. Ik heb nog zeven minuten, volgens mij.De voorzitter:In die zeven minuten zou ook nog de tweede termijn van de Kamermoeten zijn, maar goed. Ik denk niet dat we dat helemaal gaan halen. Wegaan even kijken hoe het laatste blokje verloopt en daarna bepalen we watwe doen.Minister Klever:Ik heb nog een blokje overige vragen en bezuinigingen. Uw commissie isbekend met mijn bezuinigingsopdracht. We zullen daarbij scherpe keuzesmoeten maken. Dat wil ik ook zorgvuldig doen. Daarbij hoort een integraleafweging. Daarom kom ik begin volgend jaar met een brief hierover. Diebezuinigingen dwingen tot keuzes, ook als het gaat over het Nederlandseambitieniveau voor humanitaire hulp. Daarbij herhaal ik dat we geenbestaande contracten openbreken. Wel gaan we ons meer richten op deonderwerpen waar Nederland goed in is en waar we zelf belang bijhebben, zoals water, voedselzekerheid en opvang in de regio. Maar ookhumanitaire hulp zal zeker belangrijk blijven in mijn beleidsbrief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11944 Dan een vraag van de heer Ceder over de kaasschaafmethode. Ik heb datvoor 2025 gedaan omdat er nog heel veel contracten doorlopen en ik eenbetrouwbare overheid wil zijn. Voor 2026 en verder is dat technisch in debegroting ingeboekt, maar ik ga nog op een integrale wijze bekijken hoedaar vorm aan wordt gegeven. Daar komt begin 2025 dus die beleidsbriefover. Dus hoe u het nu in de begroting voor 2026 ziet staan, is puurtechnisch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik heb even met deze vraag gewacht, omdat ik naar het blokje zocht. Wehebben het over bezuinigingen in de toekomst. De Minister heeft netverteld wat zij in Sudan heeft gedaan. Als ik naar de begroting voor 2025kijk, zie ik een grote korting op landenspecifieke fondsen. Een daarvan isSudan. Dat specifieke fonds is bijvoorbeeld ook bedoeld voor eenorganisatie als de Emergency Response Rooms, die u aanhaalde. Kunt umij iets specifieker zeggen welke impact u ziet van de bezuinigingen die unu al aangekondigd heeft, onder andere voor Sudan?Minister Klever:We hebben dit jaar veel meer gedaan ten aanzien van Sudan. Ophumanitair gebied organiseren we een aantal organisaties flexibel, zodatzij snel kunnen inspelen op crisissen. Daarbij heb je ook gezien dat dieorganisaties heel veel van ons budget aan Sudan ten goede laten komen,dus dat gaat via de internationale organisaties, die er ook sneller bijkunnen zijn en die ook met lokale partners werken. Daar zal dus zekeraandacht voor blijven. Daarnaast is er binnen mijn budget nog nader in tevullen budget voor crisissen wereldwijd, dus Sudan zal zeker nietvergeten worden.De voorzitter:Dan gaat de Minister verder met haar beantwoording.Minister Klever:De SP vroeg ook nog naar de bezuinigingen. We hebben half novemberde begrotingsbehandeling. Dat lijkt mij het aangewezen moment omverder te praten over de bezuinigingen. Maar ik zal de bezuinigingsop-dracht integraal bekijken en ik zal dat zorgvuldig doen. Nogmaals, begin2025 komt mijn beleidsnota. Daarbij komt humanitaire hulp ook aan bod.Ik ga dus ook niet halsoverkop een besluit nemen over de bezuinigingen.Ik voer veel gesprekken. Ik wil dat op een zorgvuldige manier doen. Daarkan ik verder dus niet op vooruitlopen. Ik wil wel onderstrepen dat we nietalleen staan in de wereld. Ook andere ontwikkelde landen dienen hunverantwoordelijkheid te nemen. Ik spreek die landen daar ook op aan. Zodelen we de verantwoordelijkheid en de kosten.Dan had D66 nog een vraag over de heer Wilders, die ontwikkelingshulp«een fijne ombuiging» noemde. Als Minister voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp heb ik verantwoordelijkheid genomen voor deuitvoering van de afspraken uit het hoofdlijnenakkoord. De bezuinigingenop het budget en het apparaat zijn onderdeel van die afspraken. Die zal ikimplementeren. Dat zal ik zorgvuldig doen. Dat ga ik niet halsoverkopdoen. Ik voer daar veel gesprekken over.Dan had D66 nog een vraag over focus. Hoe legt de Minister specifiek debezuinigingen op water, klimaat en opvang in de regio uit? Dit debat gaatover humanitaire hulp. Half november hebben we de begrotingsbehan-deling. Het lijkt me dat we in dat debat verder over dit onderwerp kunnenpraten, ook gezien de tijd. Dat geldt ook voor de vraag over de aller-armsten.U had nog een vraag over de koppeling aan het ODA-budget. Het vorigekabinet heeft de ontwikkelingshulp tot en met de Voorjaarsnota gekoppeldaan de economische groei. Dat is gerespecteerd. Vanwege de totaleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11945 bezuinigingsopdracht heeft het kabinet voor de Miljoenennota beslotenom de geactualiseerde raming van het bni niet te verwerken in het budgetvoor ontwikkelingshulp. Dat betekent niet dat de koppeling definitief islosgelaten. Daar wordt in het voorjaar weer over gepraat. Er is dus alleenvoor het najaar besloten om dat niet te doen.Ik had beloofd in de tweede termijn terug te komen op de vraag over dewapenleveranties, maar ik krijg ’m nu al door. We hebben natuurlijk ookgeen tweede termijn. Het is duidelijk dat het conflict in Sudan allang geenconflict meer is tussen alleen het Sudanese leger en de militie RapidSupport Forces. De Hoornregio is onderdeel van de bredere RodeZee-arena en wordt tevens steeds meer een arena van geo-economischeen politieke competitie. Nederland bespreekt de zorgwekkende situatie inSudan onder andere met regionale partners en benadrukt daarbij denoodzaak van een einde van het geweld en het belang van naleving vanhet VN-wapenembargo. Verder heeft Nederland tijdens de bijeenkomstvan de EU-raadswerkgroep export van conventionele wapens inseptember aandacht gevraagd voor het risico op omleiding van wapensnaar de strijdende partijen in Sudan.De voorzitter:Dank u wel. Dan tot slot de heer Bamenga. De heer Ram moet vertrekken.De heer Ram (PVV):Ik moet inderdaad vertrekken. Maar ik wil toch even de vooraankondigingdoen dat ik een tweeminutendebat wil.De voorzitter:Ik denk dat we dat gaat doen in de volgorde van de leden die hier zitten.De heer Ram (PVV):Bij dezen.De voorzitter:Het is helder dat er behoefte is aan een tweeminutendebat. Maar ik ga zonog even kijken hoe we het procedureel gaan doen. Ik weet nog niet of deMinister klaar is, maar de heer Bamenga heeft nog een vraag.De heer Bamenga (D66):Omwille van de tijd vraag ik dit toch. Ik heb natuurlijk een aantal vragengesteld. De Minister heeft aan mijn vraag gerefereerd, maar heeft hiereigenlijk geen antwoord op gegeven. Hoe willen we hiermee omgaan?De voorzitter:Dat weet ik niet, want we zijn door de tijd heen. Ik ga zo kijken wat uwKamer wil voorstellen om dit een vervolg te geven. Is de Minister aan heteinde van haar beantwoording van het vierde blokje, het blokje overig?Minister Klever:Als het goed is, heb ik op alle vragen antwoord gegeven.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Het spijt me, maar ik had nog een vraag over het beleid rondom investe-ringen en investeringssteun, met name van activiteiten in conflictge-bieden. Ik had een directe link gemaakt met de beslissing over eenexportkredietverzekering voor partijen in Mozambique die nu voorligt.Tegen een van die partijen, TotalEnergies, loopt nu een rechtszaak inFrankrijk, omdat er bewijzen zijn gevonden dat er mensenrechtenschen-dingen hebben plaatsgevonden. In dit gebied zijn er gigantischeconflicten. Ik ben heel erg benieuwd naar de reactie van mijn Minister opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11946 mijn vraag op welke manier dit soort risico’s worden meegenomen in deafwegingen rondom het handelsinstrumentarium.Minister Klever:Dit is een hele andere vraag. Die gaat over het handelsinstrumentarium enniet over humanitaire hulp. Ik denk dat mevrouw Hirsch doelt op deexportkredietverzekering. Er wordt een zorgvuldige toets uitgevoerd ophet gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar dat isniet een punt dat bij humanitair hoort. Dat lijkt me bij een ander debatthuis te horen.De voorzitter:Ik kijk even naar de tijd. Volgens mij heeft de heer Bamenga ook nog eenpaar openstaande vragen. Ik kijk even naar de Kamer. Wat gaan we doen?We zijn nu gewoon door de tijd heen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Mag ik een punt van orde maken en een voorstel doen?De voorzitter:Nee, ik wilde zelf graag even een voorstel doen, maar het is fijn als deKamer meedenkt. We hebben een paar opties. Er wordt sowieso eentweeminutendebat aangevraagd. Daarin kunnen de resterende dingenmisschien meegenomen worden. We kunnen kijken of we ergens nog eentweede termijn kunnen inplannen. Ik wil echter wel zeggen dat ditvanwege de agenda van de betrokken bewindspersoon en alles wat er algepland staat, waarschijnlijk niet op korte termijn een optie zal zijn. Dat zalingewikkeld worden. U kunt het ook betrekken bij de begroting. Er zijnvolgens mij drie opties.Ik kijk even. Mijn idee zou zijn om het in een tweeminutendebat te doen.We kunnen nu bekijken welke vragen nog niet beantwoord zijn en vragenof de Minister die dan schriftelijk kan beantwoorden voor het tweeminu-tendebat. De plenaire agenda is natuurlijk behoorlijk vol, maar als u eentweede termijn van dit debat zou willen, dan wordt het ook een heleexercitie om daar ruimte voor te vinden in de verschillende agenda’s. Mijnvoorstel zou zijn om even te inventariseren welke vragen er nog nietbeantwoord zijn. Die worden dan schriftelijk beantwoord. Dan doen we nugeen tweede termijn, maar voeren we wel een tweeminutendebat. Ik zeger ook maar even bij dat de heer Bamenga, die hier als eerste zit, dat heeftaangevraagd, want volgens mij had hij daar ook behoefte aan. Dat zoudus mijn voorstel zijn.Ik kijk even rond. Het moet geen hele trits worden, want anders kunnenwe het misschien beter schriftelijk doen. Laten we even een rondje doenvan vragen die schriftelijk beantwoord moeten worden.De heer Bamenga (D66):De vraag was: hoe kijkt de Minister naar de uitspraak «een fijneombuiging»? Het heeft de Minister geraakt, maar ze heeft eigenlijk geenantwoord gegeven op de vraag of zij deze snoeiharde bezuiniging ook fijnvindt.Mijn tweede vraag was: hoe legt deze Minister dit uit? Dat ging over defocus. In dit geval is er eigenlijk niet hard bezuinigd, maar iets minderhard bezuinigd als het gaat om de focusonderwerpen.Een derde vraag waar ik eigenlijk geen antwoord op gekregen heb, is:erkent de Minister dat de onbezonnen bezuinigingen van dit kabinet op deallerarmsten veel te hard zijn; voor welke noden denkt zij meer geld nodigte hebben?Ik had zelf nog een vraag openstaan. Die had te maken met het feit dat deMinister aangeeft dat Nederland inderdaad steun biedt. Dat is zo.Nederland heeft landenspecifieke fondsen enzovoort. De Minister geeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11947 ook aan heel veel waarde te hechten aan reputatie en aan allerleiafspraken die we hebben, maar tegelijkertijd wordt er flink bezuinigd. Watvindt de Minister hiervan? Is de Minister het eens met D66 dat dezereputatie de veiligheid van Nederland in het geding laat komen?De voorzitter:Dank u wel.De heer Bamenga (D66):En ik vraag een tweeminutendebat aan.De voorzitter:Dat staat genoteerd. Ik vroeg alleen naar de openstaande vragen. We gaanniet allerlei nieuwe vragen stellen. Ik zie ook wel een heleboel overlap metde begrotingsbehandeling. Ik denk dat u dan de ruimte heeft om nog opeen aantal zaken terug te komen. We hebben deze vragen genoteerd. Dande heer Ceder. Het gaat dus om openstaande vragen uit de eerste termijndie niet beantwoord zijn.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik had nog een vraag gesteld over de toekomstvisie van het ministerie opUNRWA en niet ten aanzien van noodhulp, maar een visie voor dekomende vijf, tien jaar. Dat antwoord zou ik graag schriftelijk willenhebben, omdat ik dat ook wil betrekken bij een mogelijk volgend debat.De voorzitter:Daar heeft de Minister wel op geantwoord. Ze heeft gezegd dat ze op ditmoment, in de huidige situatie, nog niet kan.Mevrouw Dobbe (SP):Ik had nog een vraag gesteld over hoe onze motie wordt uitgevoerd. Hetgaat om de motie die verzoekt om bij humanitaire hulp altijd bijzondereaandacht te hebben voor de positie en veiligheid van vrouwen en meisjes,dit te omschrijven en de Kamer hierover te informeren.De voorzitter:Die nemen we mee bij het lijstje.De heer Van Baarle (DENK):Excuses, ik was even bij het begin van het debat over de begroting vanBinnenlandse Zaken, dus misschien is deze vraag wel beantwoord maarheb ik het gemist. Ik had gevraagd of de Minister de initiatieven in Israël,de wetsvoorstellen om de diplomatieke status van UNRWA-medewerkersop te heffen en UNRWA als terroristische organisatie aan te duiden,veroordeelt en wat ze daarmee doet.De voorzitter:Daar heeft de Minister volgens mij wel op gereageerd. Dat waren deKnessetopmerkingen die de Minister heeft gemaakt. Die vraag is welbeantwoord.De heer Van Baarle (DENK):Excuus, dan heb ik dat gemist. Dat spijt mij dan.De voorzitter:Ik weet niet of het naar tevredenheid is, maar dat moet u dan maar evennalezen.De heer Van Baarle (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11948 Ik had ook gevraagd naar de uitvoering van onze aangenomen motie overeen uitvoeringsplan voor de gelden voor wederopbouw.De voorzitter:Die noteren we.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):De Minister zei zelf in haar inbreng dat voorkomen beter is dan genezen.Ik meen dat het voorkomen van conflict, ook als wij zelf betrokken zijnvanuit een andere portefeuille, een onderwerp is dat in dit debat thuis-hoort. Volgens mij is dat zo. Ik zou dus graag toch een wat beter antwoordkrijgen op de vraag hoe dat wordt meegewogen als er investeringsbeslis-singen worden genomen.De voorzitter:Heeft mevrouw Kamminga nog openstaande vragen? Nee? MevrouwTeunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik heb nog twee vragen openstaan. Een daarvan gaat over de toegang tothumanitaire hulp in het noorden van Gaza. Nog steeds wordt 90% van deverzoeken afgewezen. Kan Nederland helpen om de toegang tot humani-taire hulp daar te vergroten? De tweede vraag ging over Libanon. Wat kanNederland doen om de hulpverleners en zorgmedewerkers daar beter tebeschermen? Ook voormalig Minister Jeanine Hennis, die nu voor de VNwerkt, zegt namelijk dat het internationaal recht daar wordt geschonden.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we daarmee aan het einde van dit debat gekomen. Eris een tweeminutendebat aangevraagd door het lid Bamenga. Dat zullenwe aanmelden bij de Griffie. Er zijn twee toezeggingen gedaan.–Eén. De Minister voor BHO zegt toe dat de Kamer in de beleidsnota diebegin 2025 aan de Kamer wordt gezonden, ook wordt geïnformeerdover de financiering aan lokale organisaties.–Twee. De Minister voor BHO zegt toe de Kamer voor het nog teplannen tweeminutendebat Humanitaire hulp schriftelijk te informerenover de nog openstaande vragen die niet in de eerste termijnbeantwoord zijn. Die ga ik nu niet allemaal oplezen.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Volgens mij was er ook de toezegging dat lokale organisaties daar waarmogelijk betrokken worden bij de beleidsvorming voor de nieuwe nota.De voorzitter:Ik krijg te horen dat daar niet schriftelijk op teruggekomen wordt. Eentoezegging waar niet schriftelijk op wordt teruggekomen, wordt nietgenoteerd.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):O, excuus!De voorzitter:Dank jullie wel.Sluiting 13.09 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 180, nr. 11949

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4084b7307911ab30

14 okt 2026 · 1b175b26d946c01e

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingHumanitaire Hulp
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 9 oktober 2024, over Humanitaire Hulp

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.