Mondzorg en financiële toegankelijkheid
Brontekst
Versie 6e3a42a2e008231d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 620Beleidsdoelstellingen op het gebied vanVolksgezondheid, Welzijn en SportNr. 312 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 december 2025In Nederland gaan mensen, vergeleken met andere landen, vaak naar demondzorgpraktijk. Maar er is ook een groep van circa 640.000 volwas-senen die om financiële redenen niet eens per twee jaar naar de tandartsgaat.1 Langdurig afzien van mondzorg kan leiden tot klachten en pijn enkan verdere (negatieve) gevolgen voor de gezondheid of deelname aan demaatschappij hebben. In samenwerking met onder andere zorgverzeke-raars, gemeenten en de Mondzorgalliantie2 en het Ministerie van SZW ishet Ministerie van VWS daarom het project «Vermindering mijding vanmondzorg om financiële redenen» gestart. In 2024 zijn in het eindverslaghiervan verschillende aanbevelingen ter overweging meegegeven3 en injuni 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de huidige mogelijkheden enleerpunten binnen lokaal beleid4. Deze brief richt zich met name op deaanbeveling om de financiële toegankelijkheid van mondzorg teverbeteren.De kernpunten van deze brief zijn:•Met deze brief voldoe ik aan de toezegging5 om uw Kamer te informe-ren over de mogelijkheden voor gerichte financiële regelingen, die inbijgevoegd rapport uitgewerkt zijn. Het rapport betreft een «keuze-menu» waar, gegeven politieke voorkeuren en beschikbare middelenkeuzes in gemaakt kunnen worden. Elke maatregel vergt verderuitwerking voor deze ingevoerd kan worden.•Hoewel gerichte maatregelen voordelen kennen, is het helaas nietmogelijk een maatregel te ontwerpen specifiek gericht op de beoogde1Gupta, Onderzoek toegankelijkheid mondzorg, 20232Samenwerkingsverband van KNMT, NVM-mondhygiënisten en ON3Zie Eindverslag Project «Verminderen van ongewenste mijding van mondzorg vanwegefinanciële redenen»4Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 3025Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 300 kst-32620-312ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 3121 doelgroep van 640.000 volwassenen die om financiële redenen afzienvan mondzorg. Daarom is gekozen voor een afbakening op basis vaninkomensgrenzen. Dat betekent dat een eventuele maatregel voor eendeel mensen teveel bereikt, omdat ook in lagere inkomensgroepenrelatief veel mensen nu al naar de mondzorgverlener gaan. Ookbetekent de afbakening op inkomensgrenzen dat een deel van degroep niet wordt bereikt, omdat er ook onder midden en hogereinkomens sprake is van mondzorgmijding om financiële redenen.•Het Zorginstituut Nederland (hierna: Zorginstituut) is gevraagd omversneld te toetsen of mondzorg voor volwassenen in beginsel voldoetaan de wettelijke criteria van de Zvw. Hieruit is gebleken dat de oppreventie gerichte mondzorg voor volwassen, waarbij nog geen sprakeis van een medische indicatie, in principe niet voldoet aan hetingangscriterium van de Zvw. Bij de op behandeling gerichte mond-zorg lijkt in principe wel te worden voldaan aan het wettelijkeingangscriterium van de Zvw.•Ik ga in op twee opdrachten die ik verstrekt heb om meer inzicht tekrijgen in de staat van de mondgezondheid. Bij deze brief is bijge-voegd de Monitor Mondgezondheid van het RIVM. Ook ga ik in op demogelijkheden om mondzorg te stimuleren voor kinderen die nu nietnaar de tandarts gaan.•Verder worden de volgende moties en toezeggingen met deze briefafgedaan: de moties van het lid Dijk c.s.6 en de leden Paulusma enBushoff7 over jaarlijkse controle in het basispakket; de motie van hetlid Bushoff8 over herinneringsbrieven rondom tandartsbezoek; demotie van het lid Joseph9 om inzichtelijk te maken hoe een noodfondsvoor mondzorg ondersteund en de motie van het lid Joseph10 om teverkennen hoe preventieve mondzorg lokaal versterkt kan worden.Rapport uitwerking gerichte financiële maatregelen mondzorgEr wordt op twee manieren invulling gegeven aan de aanbeveling om definanciële toegankelijkheid van mondzorg te verbeteren. VWS heeft in2024 aan het Zorginstituut gevraagd om te adviseren over een passendeaanspraak voor mondzorg in het basispakket. Een eventuele pakketuit-breiding is een generieke maatregel, die voor de gehele bevolking geldten een grote impact zal hebben. Daarom zijn, zoals eerder toegezegd, ookopties uitgewerkt om met gerichtere financiële maatregelen de toeganke-lijkheid van mondzorg te verbeteren. Deze opties zijn verwerkt in eenrapportage die is bijgevoegd bij deze Kamerbrief.VWS heeft, als penvoerder van dit rapport, samengewerkt met Zorgverze-keraars Nederland (ZN), Divosa, de Mondzorgalliantie en Patiëntenfede-ratie Nederland. In het rapport wordt beschreven welk instrumentariumnu al beschikbaar is om mondzorgmijding om financiële redenen teverminderen en welke gerichte financiële maatregelen aanvullendgenomen kunnen worden. Deze maatregelen worden omschreven zonderdaarbij een voorkeur uit te spreken. Het betreft dus een «keuzemenu» opbasis waarvan, gegeven politieke voorkeuren en beschikbare middelen,een keuze gemaakt kan worden. Voor elke maatregel geldt dat gekozenmoet worden voor een duidelijke afbakening van wie ervoor inaanmerking komt (de doelgroep) en welke zorg vergoed wordt (demondzorgdekking). Deze keuzes hebben gevolgen voor de verwachtemacrokosten. De maatregelen vragen nadat deze keuzes zijn gemaakt6Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 3047Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 3108Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 3099Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 30710Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 308Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 3122 allen ook nog verdere uitwerking, voordat ze ingevoerd kunnen worden.Zowel opname van mondzorg in het basispakket als gerichte financiëlemaatregelen om de mijding van mondzorg te verminderen gaan gemoeidmet aanzienlijke kosten. Het is aan een volgend kabinet om hierover tebesluiten.Uitgewerkte gerichtere maatregelenIn de «Handreiking acute en noodzakelijke mondzorg voor financieelkwetsbare mensen» (2023) van de Mondzorgalliantie en het eerderge-noemde eindverslag worden drie opties genoemd om toegang totmondzorg te verbeteren voor mensen die om financiële redenenmondzorg mijden: 1) een universele aanvullende verzekering voorfinancieel kwetsbaren, 2) een landelijke financiële regeling en 3) degemeentepolis. Deze drie maatregelen worden in dit rapport naderuitgewerkt. Daarnaast is een noodfonds uitgewerkt waarmee met minderfinanciële middelen een beperktere doelgroep, namelijk de groep waar denood het hoogst is, ondersteund kan worden. Hier kan bijvoorbeeld voorworden gekozen als te weinig budget beschikbaar is voor één van deandere maatregelen.Kortom, de volgende maatregelen zijn uitgewerkt:MaatregelKorte omschrijvingLandelijke financiële regelingVoor de gekozen doelgroep worden alle mondzorgkostenbinnen een bepaalde dekking vergoed. De regeling isgeïnspireerd op de Regeling Medische Zorg Asielzoekers.Landelijke uniforme aanvullendezorgverzekeringZorgverzekeraars kunnen subsidie ontvangen voor hetaanbieden van een mondzorgverzekering aan minima tegeneen lage premie.Nieuwe gemeentepolis metbasisverzekering en mondzorgNaast de huidige (uitgebreide) gemeentepolis biedengemeenten een gemeentepolis aan die bestaat uit eenbasisverzekering aangevuld met een mondzorgverzekering.NoodfondsVoor de mensen waarvoor de nood het hoogst is wordt eenlandelijke noodfonds opgericht of worden of lokalenoodfondsen en/of informele mondzorgnetwerkenondersteund. De maatregelen zijn in het bijgevoegde rapport uitgewerkt op de volgendekenmerken: doelgroep, bereik, toegang, juridische aspecten, dekking,verwachte kosten, uitvoering en neveneffecten. Er zijn verschillendescenario’s voor dekking van mondzorgkosten doorgerekend, variërendvan een vergoeding voor acute en noodzakelijke mondzorg tot een vrijwelvolledige vergoeding van mondzorg. Onderzoeksbureau Gupta Strategistsheeft vervolgens voor verschillende scenario’s een inschatting gemaaktvan de verwachte macrokosten. Dit rapport is bijgevoegd bij dezeKamerbrief.Verwacht bereik van de maatregel en kostenanalyse:Het is helaas niet mogelijk een maatregel te ontwerpen waar exact degroep van 640.000 volwassenen die om financiële redenen mondzorgmijden onder valt. Het is namelijk een diverse groep en mede daarom valtdeze groep nu niet onder één bestaande regeling en er wordt ook niet opeen andere wijze bijgehouden wie om financiële redenen afziet vanmondzorg. Daarom is aangesloten bij de afbakening die veel gemeenteshanteren voor hun minimabeleid: een inkomen tot 120% van het sociaalminimum. Ook is een scenario in beeld gebracht tot 150% van het sociaalminimum.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 3123 Uit de kosteninschatting komt naar voren dat van de 640.000 mensen dieafzien van mondzorg naar schatting 310.000 respectievelijk405.000 mensen een inkomen tot deze grens hebben. Zij kunnen gebruikmaken van een regeling. Op basis van wetenschappelijke literatuur is deaanname gedaan dat rond de 40% van de mensen die afziet vanmondzorg door een maatregel wel naar de mondzorgverlener gaat. Ditonderstreept het belang van aanpalend beleid om het gebruik van deregeling te bevorderen, zoals een toereikende informatievoorziening.Uit deze inschatting blijkt dus ook dat een aanzienlijk deel van de mensendie afziet van mondzorg om financiële redenen een inkomen boven degenoemde grenzen heeft en dus niet in aanmerking komt voor eenregeling. Verder blijkt dat van de groep mensen met een inkomen tot120% of 150% van het sociaal minimum grofweg twee derde tot driekwartal naar de mondzorgverlener gaan. Zij hebben bijvoorbeeld al eenaanvullende tandartsverzekering of een gemeentepolis. Dat maakt debesteding van de publieke middelen, met als doel dat méér mensen naarde mondzorgverlener gaan, minder doelmatig. Het is wel belangrijk omop te merken dat hierbij géén vergelijking is gemaakt is gemaakt met dedoelmatigheid van andere beleidsalternatieven en dat ook niet in beeld isgebracht of een gerichte maatregel doelmatiger is ten opzichte van nietsdoen (wat bij de doelgroep die nu mondzorg mijdt tot hogere zorgkostenkan leiden).Tabel 1: potentiële doelgroep120% sociaalminimum150% sociaalminimumAantal volwassenen in inkomenscategorie (groepdie gebruik zou kunnen maken van een gerichteregeling)1.190.000 (100%)1.980.000 (100%)Van hen gaan naar schatting al naar de mondzorg-verlener820.000 (68%)1.480.000 (75%)Van hen mijden naar schatting nu de mondzorg omfinanciële redenen310.000 (26%)405.000 (20%)Van hen mijdt naar schatting nu de mondzorg omandere dan financiële redenen60.000 (5%)95.000 (5%)(bron: tabel o.b.v. bevindingen Gupta Strategists) Elke gerichte maatregel kent dus op een andere manier uitdagingen omeen effectief en doelmatig instrument te zijn om mondzorgmijding omfinanciële redenen te verminderen. Voor elke maatregel geldt daarnaastdat deze nog verder uitgewerkt moet worden. Daarbij dient in ieder gevalrekening gehouden te worden met het doenvermogen en de gezondheids-vaardigheden van de doelgroep, de voorlichting die nodig is om dedoelgroep te bereiken, de uitvoerbaarheid en de benodigde implementa-tietijd.Hieronder volgt de kosteninschatting voor de groep met een inkomen tot120% van de bijstandsnorm. In het bijgevoegde rapport staat ook deinschatting voor de doelgroep met een inkomen tot 150% van debijstandsnorm. Ook is, enkel voor de vergelijking, in beeld gebracht watde kosten zouden zijn als enkel de 640.000 mensen die afzien vanmondzorg in aanmerking kunnen komen voor de regeling. De kosten zijninschattingen op basis van aannames, en moeten met de nodigevoorzichtigheid worden geïnterpreteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 3124 Tabel 2 Verwachte kosten bij doelgroep 120% sociaal minimumDekking A(acute en noodzake-lijke mondzorg tot€ 350)Dekking B(optie A + eeneenmaligesaneringsver-goeding)Dekking C(vrijwel volledigevergoeding vanmondzorgkosten)Maatregel 1:Landelijke regeling135 mln161 mln274 mlnMaatregel 2:Landelijke aanvullendezorgverzekering131 mln152 mln267 mlnMaatregel 3:Nieuwe gemeentepolis136 mln163 mln276 mln(bron: Gupta Strategists) Tabel 3 Verwachte kosten noodfonds bij doelgroep 120% sociaal minimumLandelijk noodfonds6 mlnAansluiten bij bestaande noodfondsen en/of informele mondzorgnetwerken3 mln(bron: Gupta Strategists) De genoemde bedragen voor het noodfonds zijn gebaseerd op deaanname dat 5–10% van de minima met een (zeer) slechte gezondheidgebruik zal maken van een noodfonds. Ook is aangenomen dat de kostenper gebruiker gelijk zullen zijn aan de gemiddelde kosten die de huidigegebruikers van noodfondsen nu vergoed krijgen. Het Ministerie van VWSverwacht dat de kosten hoger uit vallen als er meer aandacht wordtgegeven aan een noodfonds en er door financiële middelen terbeschikking te stellen meer vergoedingen vanuit een noodfonds mogelijkworden dan nu het geval is. Anders gezegd, het eventuele budget datdoor de politiek ter beschikking gesteld wordt zal leidend zijn voor deinvulling van de maatregel.Alle bedragen in de bovengenoemde tabellen zijn exclusief deuitvoeringskosten.Mondzorg in het basispakketAdviestraject Zorginstituut en principiële toets mondzorgNaast de gerichte maatregelen wordt ook het uitbreiden van het basis-pakket verkend als generieke maatregel. Het Zorginstituut is daaromgevraagd om te adviseren over een passende aanspraak op mondzorg.Een pakketmaatregel heeft veel consequenties, zowel financieel als voorde organisatie en de capaciteit van de mondzorgsector. Het uitbreiden vanhet basispakket zal voor iedere verzekerde gelden. Dit terwijl in 2024 64%van de volwassen verzekerden een aanvullende zorgverzekering had metmondzorgdekking en daarmee dus toegang tot mondzorg.11 Een goedgeïnformeerd besluit over eventuele pakketopname is daarom van grootbelang. Uw Kamer is eerder geïnformeerd over de fases en de tijdlijnenvan dit adviestraject.12, 13Mede gezien de huidige politieke situatie en de roep om mondzorg op tenemen in het basispakket heb ik het Zorginstituut gevraagd om versneld11Gegevens uit de Vektis publicatie Verzekerden in beeld genoemd in mondzorgmijdingvanwege financiële redenen: een leidraad voor gemeenten, BS&F, april 2025, te raadplegen viawww.bsenf.nl.12Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 29413Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 301Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 3125 te toetsen of mondzorg voor volwassenen in beginsel voldoet aan dewettelijke criteria van de Zvw, een zogenaamde principiële toets. Hieruit isgeconcludeerd dat de op preventie gerichte mondzorg voor volwassenen,waarbij nog geen sprake is van een medische indicatie, in principe nietvoldoet aan het ingangscriterium van de Zvw. Dit gaat dan bijvoorbeeldom de periodieke controle, het maken van (preventieve) foto’s enpreventieve gebitsreiniging. Bij de op behandeling gerichte mondzorgzoals het vullen van gaatjes en het behandelen van ontstekingen lijkt welte worden voldaan aan het ingangscriterium van de Zvw. Dit betekent datde op preventie gerichte mondzorg in principe niet onder de te verzekerenzorg valt en op behandeling gerichte mondzorg wel onder te verzekerenzorg kan vallen. Het Zorginstituut heeft daarnaast geen reden om tetwijfelen of de op behandeling gerichte mondzorg ook voldoet aan deandere wettelijke criteria «plegen te bieden» en «stand van de wetenschapen praktijk». Dit betekent niet dat het Zorginstituut nu al adviseert om opbehandeling gerichte mondzorg nu al in het pakket op te nemen. Voor eenuiteindelijk pakketadvies weegt het Zorginstituut namelijk naast dewettelijke criteria ook de maatschappelijk pakketcriteria mee. Maar hetbetekent wel dat de op preventie gerichte mondzorg vooralsnog niet vooropname in het pakket in aanmerking lijkt te komen. Ik blijf met hetZorginstituut in gesprek om te kijken wat er nog meer nodig is om tot eengeïnformeerd besluit te kunnen komen over het eventueel uitbreiden vande aanspraak op mondzorg.Motie kosten- en batenanalyseOm uitvoering te geven aan de motie ingediend door leden Bushoff enDijk14 is als onderdeel van de opdracht ook aan het Zorginstituut gevraagdom een kosten- en batenanalyse uit te voeren. De kostenanalyse is reedsin 2024 opgeleverd15.Het Zorginstituut heeft toen 5 mogelijke uitbreidingen van het basis-pakket, de scenario’s, doorgerekend. De geschatte budgetimpact perscenario is voor de volledigheid in de tabel hieronder weergegeven.14Kamerstukken II, vergaderjaar 2022–2023, 29 689, nr. 121115Rapport – Kostenanalyse mondzorg volwassenen | Zorginstituut NederlandTabel 4 Verwachte kosten bij uitbreiden basispakket(bron: Zorginstituut Nederland)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 3126 Het streven is dat het Zorginstituut begin 2026 een maatschappelijkeimpactanalyse (MIA) oplevert. Het is lastig om de bredere baten vanmondzorg in te schatten en te koppelen aan specifieke beleidsmaatre-gelen16. Dit heeft onder andere te maken met een gebrek aan structureledata. Dat maakt dat het ook voor het Zorginstituut niet goed mogelijk wasom de mogelijke baten van mondzorg te koppelen aan (een van de)scenario’s uit de kostenanalyse. Een kosten- en batenanalyse bleek omdeze reden niet mogelijk en daarom is gekozen voor een MIA. In deze MIAzal het Zorginstituut op basis van bestaande literatuur een algemeeninzicht geven in de mogelijke relatie tussen de mondgezondheid en eenaantal maatschappelijke onderwerpen, zoals gezondheidsverschillen, dealgemene gezondheid en participatie in de samenleving. Potentiële batendie nog niet onderzocht zijn, worden dus niet meegenomen. De analysezal wel een beeld geven van de bredere effecten van mondgezondheid.Moties jaarlijkse tandartscontrole in het basispakketVanuit de maatschappij is er een vraag naar het uitbreiden van deaanspraak op mondzorg. Deze vraag is ook geland in de moties van het lidDijk c.s.17 en de leden Paulusma en Bushoff18 om een jaarlijkse tandarts-controle in het basispakket op te nemen. Zoals ik hierboven al beschreeflijkt het opnemen van periodieke preventieve controles niet binnen hetbasispakket van de Zvw te passen. Een andere belangrijke kanttekening bijdeze moties is dat uit onderzoek blijkt dat circa 40% van de mensen naeen tandartscontrole nog aanvullende (curatieve) mondzorg nodighebben.19 Het opnemen van enkel één periodieke controle biedt in diegevallen dan ook (geen) volledige oplossing voor de mensen die omfinanciële redenen de tandarts vermijden. In elk geval, is het aan eenvolgend kabinet om te besluiten over het eventueel uitbreiden van deaanspraak en om hiervoor de benodigde financiële dekking te vinden.Tot slot nog het volgende over de motie Dijk c.s. die verzoekt om dekosten onder andere te dekken door het verplicht in loondienst nemenvan nieuwe medisch specialisten. Hierover kan ik, net als mijn voor-gangers20, 21, 22, duidelijk zijn. Het in loondienst brengen van (nieuwe)specialisten betreft wetgeving die ingrijpt in eigendom en is moeilijk teonderbouwen en moeilijk uitvoerbaar. De maatregel moet wordengetoetst aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en hetVerdrag Werking Europese Unie in verband met het recht op eigendom.Eerder heeft de Landsadvocaat aanzienlijke risico’s geconstateerd bij deuitvoerbaarheid van een maatregel om alle specialisten in loondienst tebrengen. Dezelfde voorbehouden gelden voor het in loondienst brengenvan nieuwe medisch specialisten. De dekking is daarmee zeer onzeker.Daarbij is er al een opdracht om op de beloning van medisch specialisten150 miljoen te besparen23. Deze maatregel hangt daar mee samen. Ikbeschouw de genoemde moties hiermee als afgedaan.16Eindverslag Project «Verminderen van ongewenste mijding van mondzorg vanwege financiëleredenen», pagina 617Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 30418Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 31019Gupta, Onderzoek toegankelijkheid mondzorg, 2023, p 1020Kamerstukken II, 2024/25, 31 765, nr. 90921Handelingen II, 2024/25, 36 600 XVI, nr. 17922Kamerstukken II, 2023/24, 31 765, nr. 84423Kamerstukken II, 2024/25, 36 600 VIII, nr. 141Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 3127 Overige onderwerpenOok sta ik in deze brief stil bij de Monitor Mondgezondheid, mondzorgvoor de jeugd en reageer ik op diverse moties en toezeggingen rondomhet thema mondzorg.Monitor mondgezondheidHet Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voert in mijnopdracht de Monitor Mondgezondheid uit. Met deze monitor krijgen webeter inzicht in de mondgezondheid van de Nederlandse bevolking. Diegegevens zijn belangrijk voor de pakkettoetsing door het Zorginstituut énvoor het maken van gerichte beleidskeuzes. De monitor is als bijlage bijdeze brief te vinden.Uit de huidige monitor blijkt dat het grootste deel van de Nederlanderszijn of haar mondgezondheid als (zeer) goed ervaart (72%). Deze cijferszijn stabiel ten opzichte van de vorige meting. Nieuw in deze monitor isdat driekwart van de bevolking twee keer per dag of vaker hun tandenpoetst. Mensen die dit doen, hebben vaker een goede mondgezondheid,minder tand- of kiespijn en bezoeken vaker een mondzorgverlener.Tegelijkertijd zijn er duidelijke verschillen tussen inkomens- en opleidings-groepen. Mensen met een hoger opleidingsniveau of inkomen bezoekenvaker een mondzorgverlener en hebben een betere ervaren mondge-zondheid.Het RIVM werkt samen met KNMT, Hogeschool Utrecht en Dokters van deWereld aan aanvullend klinisch onderzoek bij verschillende doelgroepen.Daarmee wordt de monitor verder verdiept. Ik wil de komende periodemet het RIVM bespreken hoe deze monitor structureel kan wordenvoortgezet, zodat we de mondgezondheid in Nederland goed kunnenblijven volgen. Daarbij is ook ruimte voor nieuwe en verdiepende vragen,bijvoorbeeld over angst voor de tandarts bij ouders en de effectendaarvan op kinderen, of over de resultaten van nieuw beleid zoals de inzetvan de mondzorgcoach.TNO mondgezondheid onderzoek adolescentenIk heb TNO gevraagd opnieuw onderzoek te doen naar de mondge-zondheid van adolescenten van 15 tot 17 jaar. De laatste data hieroverdateren uit 201724. Met deze nieuwe meting kunnen we trends enregionale verschillen in kaart brengen en beter volgen hoe de mondge-zondheid van jongeren zich ontwikkelt.TNO registreert daarbij de jeugdindicatoren uit het RIVM-rapport rapportIndicatorenset Mondgezondheid25. Deze indicatoren geven onder meerinzicht in tandbederf (cariës), tandvleesontsteking (gingivitis), preventiefgedrag en tandheelkundig zorggebruik onder jongeren. De uitkomstenhelpen ons gericht beleid te ontwikkelen om mondgezondheid bijjongeren te bevorderen.Mondzorg voor de jeugdElk kind verdient de kans op een gezond gebit, ongeacht zijn of haarachtergrond. Daarom vind ik het belangrijk dat kinderen en ouders uitkwetsbare gezinnen vroeg worden bereikt met preventieve mondzorg engoede voorlichting.24Signalement Mondzorg 2018 | Zorginstituut Nederland25Indicatorenset Mondgezondheid. Een Delphi-onderzoekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 3128 Om de groep kinderen van 0 tot 4 jaar te bereiken die nu niet naar demondzorgverlener gaat, wordt gewerkt aan een nauwere samenwerkingtussen de jeugdgezondheidszorg (JGZ) en de mondzorg. Dit gebeurt viaeen mondzorgcoach bij de lokale JGZ-aanbieder. Zoals eerder gemeld26,heb ik met betrokken partijen gesproken over een passende betaaltitel omdeze inzet mogelijk te maken. De bekostiging van de mondzorgcoach kanbinnen de bestaande mondzorgbekostiging worden vormgegeven.Partijen werken er hard aan om de mondzorgcoach bij de lokaleJGZ-aanbieder – zo snel mogelijk – te realiseren. Ze onderzoeken of ervoldoende consensus is over de op te stellen prestaties om deze toe tevoegen aan de regelgeving die per 2026 in werking treedt. Dit vraagtstevige voortgang in de komende weken.Ik reageer ook op de motie van het lid Bushoff27 om herinneringsbrievenaan ouders te sturen waarin zij worden geïnformeerd over de halfjaarlijksegratis tandartscontroles voor kinderen. Aanleiding hiervoor is dat veelkinderen, vooral uit kwetsbare wijken, niet jaarlijks naar de tandarts gaanondanks de vergoeding voor mondzorg voor kinderen vanuit hetbasispakket. De reden kan onbekendheid met de vergoeding zijn, maarook het niet inzien van het nut van preventief tandartsbezoek. De motieverzoekt de regering om in samenspraak met zorgverzekeraars zulkebrieven breder in te zetten. Op basis van een rondgang bij zorgverzeke-raars constateer ik dat zorgverzekeraars verschillende aanpakken hanterenom ouders hierover te bereiken. Sommige zorgverzekeraars kiezen vooreen algemene (herinnerings)brief aan alle ouders, terwijl andere zorgver-zekeraars in samenwerking met lokale maatschappelijke organisatiesouders op een meer persoonlijke wijze proberen te bereiken. Zij gevenaan dat juist kwetsbare ouders niet altijd de post openmaken en datpersoonlijk contact meer effect heeft. Ik concludeer dat alle zorgverzeke-raars oog hebben voor de hierboven genoemde problematiek en dat zij,op verschillende wijzen (passend bij de groep verzekerden die zijbedienen en de regio’s waarin zij actief zijn) zich inzetten voor dezeproblematiek. Ik acht het daarom niet passend om de aanpak van éénzorgverzekeraar vooruit te schuiven als dé beste aanpak voor allezorgverzekeraars en beschouw de motie hiermee als afgedaan. De eerdergenoemde inspanningen gericht op de inzet van de mondzorgcoachbeogen hetzelfde doel te bereiken als de herinneringsbrieven, namelijk hetstimuleren dat meer kinderen naar de tandarts gaan.Overige moties en toezeggingenMet dit rapport voldoe ik aan de toezegging die in het commissiedebatvan 5 december 2024 over eerstelijnszorg is gedaan om te verkennen ofbepaalde ingrepen vergoed kunnen worden voor mensen met weinigfinanciële middelen. Het gaat dan om ingrepen waarvan de Mondzorgalli-antie vanuit de zorginhoud heeft aangegeven dat deze acute en noodzake-lijke mondzorg betreffen en toegankelijk moeten zijn. In het bijgevoegdrapport is een scenario opgenomen om inderdaad die behandelingen, diein de handreiking van de Mondzorgalliantie als acuut en noodzakelijkbenoemd zijn, te vergoeden.In reactie op de motie van het lid Joseph28 om inzichtelijk te maken hoeeen noodfonds voor mondzorg ondersteund kan worden en aan de slag tegaan met het thema mondzorg op de ontwikkelagenda van het AZWAmerk ik het volgende op. In het bijgevoegde rapport over gerichtereregelingen wordt ingegaan op mogelijkheden om de bestaande26Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 13827Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 30928Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 307Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 3129 noodfondsen verder te ondersteunen of een landelijk noodfonds op terichten. Deze maatregel dient wel verder uitgewerkt te worden, medeomdat het beschikbare budget bepalend zal zijn voor verdere beleids-matige keuzes in het noodfonds. In het AZWA zijn afspraken gemaakt ophet gebied van medische preventie en om zorgvraag te voorkomen.Onderdeel van deze afspraken vormt een ontwikkelagenda, waarbij insamenspraak met de relevante AZWA-partijen maatregelen in kaartworden gebracht die zorgvraag kunnen tegengaan. Deze maatregelenworden nader onderbouwd, zodat daarover besluitvorming kan plaats-vinden. Het verbeteren van (de toegang tot) mondzorg voor minima iséén van de onderwerpen op deze ontwikkelagenda. Ik herken uw verzoekom vaart te maken en de komende periode worden deze stappen verderuitgewerkt. Ik beschouw de motie hiermee als afgedaan.In reactie op de motie van het lid Joseph29 om te verkennen hoepreventieve mondzorg lokaal versterkt kan worden, onder meer via beteresamenwerking tussen gemeenten, overheid en zorgverzekeraars, wil ikallereerst verwijzen naar de eerdergenoemde Kamerbrief en de voorgemeenten ontwikkelde leidraad over de mogelijkheden die er vanuitlokaal beleid zijn30. In deze leidraad staan onder andere mogelijkhedenvoor gemeenten om met voorlichting hun inwoners te bereiken. Dit kanbijvoorbeeld voorlichting zijn over het belang van een goede mondge-zondheid of het kan gaan om instructies voor een goede mondhygiëne.Voorlichting kan ook vanuit het Rijk gegeven worden. In de Kamerbriefmet de mogelijkheden voor lokaal beleid is ook toegezegd om in eenvolgende brief terug te komen hoe invulling wordt gegeven aan deaanbevelingen die rondom voorlichting gedaan zijn. Ik ben van meningdat voorlichting niet afzonderlijk, maar samen met een maatregel,bekeken moet worden. Enkel voorlichting over (preventieve) mondzorggaat de mensen die nu de tandartsrekening niet kunnen betalen namelijkniet helpen. En tegelijkertijd is het belangrijk om bij een maatregel die definanciële toegankelijkheid verbetert, goed oog te hebben voor eenadequate informatievoorziening over het bestaan van de maatregel én hetbelang van een goede mondhygiëne. Waar het gaat om het bereiken vanmeer kwetsbare inwoners liggen er qua voorlichting kansen in recht-streeks contact met de burger, dat voor de beoogde doelgroep meer effectsorteert ten opzichte van landelijke overheidscampagnes. Direct contact iseen van de aanbevelingen die toen gedaan is. Tot slot merk ik op dat inhet bijgevoegde rapport over gerichte financiële regelingen een van demaatregelen een nieuwe vorm van de gemeentepolis is, met als doel omméér mensen te bereiken die nu nog niet naar de mondzorgverlener gaan.Alhoewel dit geen volledig preventieve maatregel is, draagt het verzekerdzijn voor mondzorg wel bij aan het (preventief) naar de mondzorgverlenergaan. Ook is het voorstelbaar dat mensen dan van hun mondzorgverleneruitleg krijgen over hoe hun gebit goed te onderhouden. Hiermeebeschouw ik zowel de motie als genoemde toezegging als afgedaan.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.A. Bruijn29Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 30830Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 620, nr. 302Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 620, nr. 31210
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.