KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken geboortezorg

1 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0511203197d392ac · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 279Zorg rond zwangerschap en geboorteNr. 272 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 april 2026Het kabinet zet zich in voor een goede en gezonde start voor ouder enkind, met passende en toegankelijke geboortezorg voor iedereen.Tegelijkertijd staan de toegankelijkheid en continuïteit van delen van degeboortezorg onder druk. Tekorten in de kraamzorg nemen toe1. Door hetintegrale karakter van de geboortezorg werken deze knelpunten door in degehele keten. Dit vraagt om een duidelijke norm voor hoe we de geboor-tezorg organiseren.Het kabinet kiest daarom voor passende zorg als norm: zorg dieaantoonbaar waarde toevoegt voor moeder en kind, bijdraagt aan eengezonde start en doelmatig wordt ingezet. Dat betekent ook dat samen-werking en sturing in de geboortezorg niet vrijblijvend zijn. Daarmeemarkeert het kabinet een volgende stap: van stimuleren en faciliteren naarhet normeren en borgen van passende geboortezorg binnen het stelsel.Om deze norm te realiseren zet het kabinet in op twee samenhangendelijnen: (1) het versterken van samenwerking in de geboortezorg en met hetsociaal domein, (2) het versterken van datagedreven zorg en gegevensuit-wisseling. Deze lijnen grijpen direct op elkaar in: goede samenwerkingvraagt om gedeelde informatie, en data maakt het mogelijk omgezamenlijk te sturen op passende zorgIn deze brief informeert het kabinet de Kamer, in overeenstemming metartikel 8 van de (hierna: Wmg), over de inhoud van een aanwijzing die hetkabinet voornemens is te geven aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)op grond van artikel 7 Wmg. De aanwijzing heeft betrekking op debekostiging van activiteiten en diensten van verloskundige samenwer-kingsverbanden (VSV’s).1Ondanks druk op geboortezorgketen goede samenwerking, wel risico op ongelijke zorg |Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kst-32279-272ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Ontvangen ter Griffie op 1 april 2026.Het besluit tot het doen van een aanwijzingkan niet eerder worden genomen dan op 2mei 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2721 Ten slotte gaat het kabinet in op het verzoek van de vaste commissie voorVolksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 februari 20262 om eenkabinetsreactie op het misstandenboek Kraamverzorgenden in de knel vanBureau Clara Wichmann, met daarbij een reflectie op de vraag of dehuidige inzet van Integraal Zorg Akkoord middelen voldoende is om dehuidige problemen op te lossen.1. Versterken van samenwerking: VSV’s als fundament Goede samenwerking tussen alle betrokken zorgverleners in de geboor-tezorg is essentieel om toegankelijke, kwalitatief goede en doelmatigezorg te kunnen leveren. In de integrale geboortezorg werken verschillendeprofessionals samen: eerstelijnsverloskundigen, kraamverzorgenden,klinisch verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen. VSV’s vormen hetfundament van deze samenwerking en het organiserend vermogen van deregio: hier wordt bepaald hoe zorgverleners gezamenlijk verantwoorde-lijkheid nemen voor passende zorg rond zwangerschap en geboorte in deregio. Daarom is het van groot belang dat er nu een helder basiskader ligtvoor de VSV’s en dat VSV’s structureel worden bekostigd. In aanvullinghierop werken de geboortezorgpartijen landelijk samen in de LandelijkeTafel Integrale Geboortezorg. Hier worden bestuurlijke afspraken gemaakttussen geboortezorgpartijen over o.a. kwaliteit, toegankelijkheid en data.Basiskader VSV’sDe Federatie van VSV’s heeft een basiskader opgesteld, gebaseerd op deZorgstandaard integrale geboortezorg. Dit kader beschrijft de kerntakenvan VSV’s, waaronder het organiseren en beheren van het regionaalsamenwerkingsverband, coördinatie van zorg uitgaande van de zorgstan-daard als minimum, informatievoorziening en communicatie en structu-reren van gezamenlijke kwaliteitsverbetering. Dit kader wordt breedgedragen door de koepels van de betrokken zorgverleners en branches enis bestuurlijk vastgesteld in 20233.Na accordering van het basiskader is in 2025 en 2026 de implementatievan dit basiskader ondersteund met circa € 25 miljoen subsidie viaZonMw. Daarmee is een belangrijke stap gezet in de verdere professiona-lisering en standaardisering van VSV’s. Het kabinet hecht eraan devolgende stap te zetten: van stimuleren naar borgen in het stelsel en heeftdaarom de stappen gezet om structurele bekostiging van de VSV’smogelijk te maken. Hierdoor kunnen per 1 januari 2027 zorgverzekeraarsde VSV’s inkopen.Structurele bekostiging VSV’sHet kabinet heeft de NZa gevraagd een uitvoerbaarheidstoets uit tevoeren naar de toekomstige bekostiging van VSV’s (zie bijlage 1).Daarnaast is door Gupta Strategists een analyse uitgevoerd van debusinesscase (zie bijlage 2). In de Voorjaarsnota 2026 heeft het kabinetstructureel middelen beschikbaar gesteld voor de bekostiging van VSV’s.Om deze structurele bekostiging mogelijk te maken, is het kabinetvoornemens de NZa een aanwijzing te geven voor het vaststellen vanprestatiebeschrijvingen voor de activiteiten uit het basiskader VSV.2kenmerk 2026Z029443https://www.kennisnetgeboortezorg.nl/nieuws/vsv-basiskader-vastgesteld/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2722 Zakelijke inhoud van de voorgenomen aanwijzingMet de voorgenomen aanwijzing verzoekt het kabinet de NZa om per1 januari 2027 deze prestatiebeschrijvingen vast te laten stellen met eenvrij tarief. Zo worden VSV’s in staat gesteld om rechtstreeks afspraken temaken met zorgverzekeraars en zelfstandig prestaties te declareren vialumpsum betalingsafspraken. De kwaliteit van de integrale zorg blijft teallen tijde de verantwoordelijkheid van de primair betrokken zorgaan-bieders. De NZa kan voorschriften of beperkingen verbinden aan devaststelling van een tarief of een prestatiebeschrijving. Zoals gebruikelijkconsulteert de NZa haar concept beleidsregels bij alle betrokken partijen.De kosten voor deze activiteiten komen ten laste van het macrokaderoverig curatief. Voor het macrokader overig curatief geldt geen macrobe-heersinstrument. Het kabinet zal conform artikel 8 Wmg niet eerderovergaan tot het geven van de aanwijzing dan dertig dagen na verzendingvan deze brief. Met deze brief start de voorhangprocedure. Van devaststelling van de aanwijzing zal het kabinet mededeling doen doorplaatsing in de Staatscourant.2. Datagedreven geboortezorg en gegevensuitwisseling Goede gegevensuitwisseling is randvoorwaardelijk om in de geboortezorgintegraal samen te kunnen werken en stelt professionals in staat zorg enbeleid te verbeteren op basis van betrouwbare, vergelijkbare en tijdigedata. Daarom is het programma Babyconnect in de geboortezorg gestart.Dit programma is erop gericht om op gestandaardiseerde wijze gegevenste kunnen delen. Hiervoor is ruim € 35 miljoen aan subsidies beschikbaargesteld. De afgelopen jaren hebben negen regio’s gewerkt aan deimplementatie, 31 december 2025 is het programma afgerond.Programma Babyconnect en duurzaam informatiestelselMet de afronding van het programma Babyconnect krijgen (aanstaande)ouders in één oogopslag inzicht in de actuele informatie die vanuit alle bijde geboortezorg betrokken zorgprofessionals is vastgelegd. Tegelijkertijdkrijgen zorgprofessionals via hun eigen systemen toegang tot informatiedie door andere betrokken zorgprofessionals is vastgelegd. Het gaathierbij om de informatie van verloskundigen, ziekenhuizen, kraamzorgor-ganisaties en echopraktijken.Om de gegevensuitwisseling te borgen en door te ontwikkelen is vanuithet programma Babyconnect het Duurzaam Informatiestelsel Geboor-tezorg (DIG) ingericht. Het DIG is een afsprakenstelsel gedragen door allegeboortezorgpartijen. Om het DIG te laten werken is in 2025 Blinkzopgericht. Blinkz verbindt de bij het DIG betrokken partijen, onderhoudt deafspraken, voert het functioneel beheer op de (standaarden voor) degegevensuitwisseling en voert de gezamenlijk vastgestelde ontwikkelings-agenda uit.In 2026 ondersteunt het kabinet Blinkz in de overgang naar structurelefinanciering. Na ruim zes jaar subsidie is het tijd dat het veld dezeinfrastructuur zelf gaat dragen. De VSV-bekostiging biedt daarvoor definanciële ruimte. Dat is een bewuste keuze: publieke investeringen indigitale infrastructuur moeten landen in het stelsel, niet permanentafhankelijk blijven van tijdelijke subsidies. Vanaf 1 januari 2027 is dedoorontwikkeling – inhoudelijk én financieel – aan het veld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2723 Perined-cijfersJarenlang ontbraken betrouwbare landelijke geboortedata uit deeerstelijn. Dankzij de gezamenlijke inzet van verloskundigen, de Konink-lijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen en Perined is ditopgelost. De cijfers over 2022, 2023 en 2024 zijn beschikbaar op www.pe-ristat.nl te vinden.4 Deze data laten zien dat de perinatale sterfte na eenperiode van stagnatie de afgelopen jaren licht is gestegen. Het kabinetvindt dit onwenselijk. De oorzaken zijn nog niet duidelijk.Daarom zet het kabinet in op nader onderzoek en verruimt het dekomende twee jaar het budget voor de monitoringsfunctie van het RIVM,voor verdiepende analyses van de Perined-cijfers en vervolgonderzoek inde kraamzorg. Op korte termijn zullen ook de cijfers over 2025 beschikbaarzijn.MonitoringNaar aanleiding van een eerder rapport over het verbeterpotentieel in degeboortezorg heeft VWS het RIVM opdracht gegeven om de eerste 1.000dagen te gaan monitoren. Begin 2025 heeft het RIVM gepubliceerd hoehet deze monitoringsfunctie samen met het veld vormgeeft.5 Per 1 januari2026 is aan het RIVM de opdracht gegeven om de komende vijf jaar dezemonitoringsfunctie uit te voeren. Binnen die opdracht is ruimte voorverdiepend onderzoek en jaarlijkse analyse om trends nader te duiden.Het RIVM is hiermee gestart.In 2026 werkt het RIVM bijvoorbeeld samen met het veld aan demonitoring van de VSV-bekostiging, zodat op basis van gezamenlijkvastgestelde indicatoren en doelen kan worden gemonitord of hetstructureel bekostigen van VSV’s het beoogde effect heeft en de integralegeboortezorg verbetert.Monitor passende bekostigingNaast VSV’s kent de geboortezorg integrale geboortezorgorganisaties(IGO’s). De IGO’s maken gebruik van integrale bekostiging waarin middelsintegrale prestaties de zorg geleverd door verschillende disciplines –onder andere de verloskundige, gynaecoloog en kraamzorg – is samenge-nomen. Sinds 1 januari 2023 maakt deze bekostiging, naast de monodisci-plinaire bekostiging, onderdeel uit van de reguliere bekostiging van degeboortezorg.Zoals ook eerder toegezegd door mijn ambtsvoorganger, informeert hetkabinet de Kamer in deze brief graag over de laatste stand van zaken. HetRIVM komt na tien jaar monitoring van integrale bekostiging van degeboortezorg tot een drietal lessen als het gaat om soortgelijke bekosti-gingshervormingen als integrale bekostiging in de geboortezorg en inandere zorgsectoren.1.Naast bekostigingshervorming is organisatorische en zorginhoudelijkeondersteuning nodig om uitkomsten te kunnen verbeterenMeer impact door naast het scheppen van de juiste randvoorwaarden,ook extra ondersteuning op het gebied van kennisdeling, heldererichtlijnen en praktische handvatten voor implementatie te bieden.Meer inzicht in de eigen populatie en effectieve interventies die ingezetkunnen worden zijn daarbij behulpzaam;4Peristat.nl5Inrichting monitoringsfunctie eerste 1.000 dagen | RIVMTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2724 2.Vooraf gedefinieerde doelstellingen, een bekostigingsmodel dataansluit op de doelen en koersvastheid in beleid zijn van belang voorsuccesvolle opschaling en borgingHet RIVM geeft aan dat doordat gedurende het experiment, vanwegeonder andere draagvlak, de koers meermaals gewijzigd is. Dit zorgdevoor onduidelijkheid, ook over het feit wanneer het experiment wel ofniet als succesvol gezien werd;3.Bepaal vooraf een realistische tijdlijn voor monitoring, evaluatie enbeleidskeuzesRealistische verwachtingen creëren bij verschillende stakeholders, ookpolitiek, over de aard van de te meten effecten en de termijn waaropdit inzichtelijk wordt.Ook heeft het RIVM daarbij onderzocht6 welke thema’s cliënten belangrijkvinden en vervolgens onderdeel moeten worden van de evaluatie vanbekostigingshervormingen in de geboortezorg.Het kabinet is het RIVM zeer erkentelijk voor de inzichten die het met zijnmonitoring voor het voetlicht heeft weten te brengen. De inzet van hetkabinet op de implementatie van het basiskader en de structurelebekostiging van VSV’s is in lijn met deze inzichten en de aanbevelingenvan het RIVM. Het kabinet heeft het RIVM ook de opdracht gegeven deaanbevelingen mee te nemen in de nog op te zetten monitoring van debekostiging van VSV’s.3. Kabinetsreactie misstandenboek kraamzorg Bureau ClaraWichmann Het kabinet ontving op 5 februari jongstleden de publicatie Kraamverzor-genden in de Knel van Bureau Clara Wichmann7. Conform het verzoek vande vaste commissie van VWS en de toezegging in de Kamerbrief van3 maart 20268 gaat het kabinet hieronder in op de conclusies en aanbeve-lingen, en reflecteert het op of de inzet van IZA-middelen voldoende isvoor het oplossen van de huidige problemen.De signalen uit het misstandenboek zijn indringend. Het kabinet herkenthet beeld dat de sector onder druk staat en dat dit gevolgen heeft voorgezinnen. Ondanks de personeelstekorten volgt uit publicatie van de IGJ9dat de kraamzorg die geleverd wordt kwalitatief goed is. Uit de onder-zoeken van het RIVM10 en Zorginstituut Nederland11 volgt ook datkwetsbare gezinnen structureel minder uren kraamzorg ontvangen. Juistvoor deze gezinnen is de ondersteuning vanuit de kraamzorg en hetsociaal domein van grote waarde. Het rapport doet drie aanbevelingen:6Betrekken van het cliëntperspectief bij de evaluatie van integrale bekostiging van de geboor-tezorg | RIVM7https://clara-wichmann.nl/nieuws/misstandenboek-kraamverzorggenden-in-de-knel-overhandigd-aan-minister-bruijn-van-volksgezondheid/8Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr.2709Passende kraamzorg vraagt om betere verdeling van de beschikbare capaciteit | InspectieGezondheidszorg en Jeugd10Kraamzorggebruik: achtergrondkenmerken en verschillen in zorguitgaven in de eerstelevensjaren | RIVM11Rapport – Verschillen in kraamzorggebruik in Nederland in 2017–2023 | ZorginstituutNederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2725 1. Verankering kraamzorg expliciet als preventieve basiszorg die vooriedere kraamvrouw toegankelijk is, ongeacht financiële situatie,woonplaats of maatschappelijke status. Positioneer kraamzorg als speerpunt in het preventiebeleid en devrouwengezondheid en laat het belang ervan structureel meewegen inbeleidskeuzes, zodat goede en toegankelijke kraamzorg latere (duurdere)zorg voorkomt.Reactie kabinetHet kabinet onderschrijft de preventieve waarde van kraamzorg en hetbelang van een kansrijke start voor ieder kind, ongeacht achtergrond. Inde brief van 3 maart12 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over destappen die partijen in de kraamzorg hebben gezet, en welke aanvullendemaatregelen het kabinet treft. Samengevat gaat het hierbij om hetversnellen van passende kraamzorg, verkennen of aanpassingen aan deopleidingsstructuur nodig zijn, onderzoek naar de zorgbehoefte vankraamgezinnen en onderzoek naar de redenen waarom gezinnen in eenkwetsbare situatie geen of minder kraamzorg ontvangen en welkegerichte gedragsinterventies binnen de doelgroep toegepast kunnenworden.Kraamzorg vormt een belangrijk knooppunt tussen preventie, het sociaaldomein en de zorg. Dit is ook verankerd in de organisatie van degeboortezorg, bijvoorbeeld in het basiskader voor VSV’s. In dit basiskaderis opgenomen dat VSV’s deelnemen aan en invulling geven aan multidis-ciplinair overleg op het gebied van het sociale en medische domein.Daarnaast versterkt het kabinet de samenwerking tussen de domeinen viade aanpak Kansrijke Start. In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord(AZWA) is de aanpak Kansrijke Start aangemerkt als een basisfunctiona-liteit. Dit betekent dat de ondertekenaars van het AZWA met elkaarhebben afgesproken dat deze aanpak in elke regio beschikbaar moet zijn.Een belangrijk onderdeel hiervan is het vormgeven van de samenwerkingtussen het medische, sociale en publieke domein via de coalities KansrijkeStart.Ook is in het coalitieakkoord opgenomen dat het kabinet structureelinvesteert in Kansrijke Start. Het kabinet stelt aanvullend middelenbeschikbaar voor deze aanpak, bovenop de structurele middelen die albeschikbaar zijn. De komende periode werkt het kabinet, in samenwerkingmet betrokken partijen, uit hoe deze aanvullende middelen kunnenworden ingezet om de aanpak uit te breiden en verder te versterken.Het kabinet zet er dus op in dat het publieke domein, het sociale domeinen het zorgdomein samen werken aan een kansrijke start van kinderen engezinnen. Al deze partijen hebben een belangrijke rol in de eerste 1.000dagen van het gezin.2. Zorg voor structurele tariefsverhoging via de zorginkoop Zorg voor kostendekkende tarieven die toereikend zijn voor reële lonen,fatsoenlijke beloning van wachtdiensten, vergoeding van reistijd enmogelijkheden tot scholing. En maak daarbij behoud van bestaandekraamverzorgenden en instroom van nieuwe medewerkers doelstellingenbinnen de tariefsystematiek, om de continuïteit van de kraamzorg tewaarborgen.12Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr.270Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2726 Reactie kabinetIn de brief van 3 maart13 is het kabinet al ingegaan op deze vraag.De brief beschrijft dat er in de kraamzorg maximumtarieven zijn, metruimte voor aanvullende afspraken via max-max tarieven (10%) en deToeslag integrale geboortezorg binnen de kraamzorg (10%). Max-maxtarieven kunnen worden ingezet om de toegankelijkheid van kraamzorg tewaarborgen bij personeelskrapte, voor kwaliteitsverbetering of innovatiesen maatwerk in de regio. En de Toeslag integrale geboortezorg is bedoeldom samenwerking en kwaliteit in de geboortezorgketen te verbeteren.De NZa stelt op basis van onafhankelijk kostprijsonderzoek kostendek-kende maximumtarieven vast. De recent vastgestelde tarieven, die per1 januari 2026 zijn ingegaan, zijn gebaseerd op dit onderzoek en zijn tenopzichte van 1 januari 2025 met ruim 16 procent gestegen.Het Ministerie van VWS stelt daarnaast ieder jaar extra arbeidsvoorwaar-denruimte beschikbaar, via de overheidsbijdrage in de arbeidskostenont-wikkeling (ova), zodat sociale partners binnen de zorg marktconformecao’s kunnen afsluiten. Het is aan sociale partners om passende afsprakente maken, bijvoorbeeld over de vergoeding en inrichting van wacht-diensten in de cao. Het Ministerie van VWS is geen partij aan de cao-tafelen mag zich op grond van internationale verdragen ook niet in deonderhandelingen mengen.Wat betreft behoud van bestaande kraamverzorgenden: uit diverseuitstroomonderzoeken zorgbreed blijkt dat zaken als werk-privébalans enontwikkelmogelijkheden zeker zo belangrijk, zo niet belangrijker zijn danarbeidsvoorwaarden voor de keuze om wel of niet in de zorg te blijvenwerken. Hier ligt een belangrijke rol voor werkgevers. Verder zal hetkabinet – zoals aangegeven in de brief van 3 maart14 – zich in de komendemaanden buigen over de vraag of en hoe verbeteringen in de opleidings-structuur kunnen bijdragen aan meer (jonge) instroom. Ik zal de Kamerhierover op een later moment informeren.3. Erken wachtdiensten in de kraamzorg als werktijd en beloon ze op diemanier. In lijn met Europees en nationaal recht, is er duidelijkheid nodig over dekwalificatie en beloning van wachtdiensten. Veranker dit in wet- enregelgeving of via bindende kaders voor cao’s en zorginkoop, zodatlangdurige beschikbaarheid met korte oproeptijden eerlijk wordt beloond.Reactie kabinetIn Nederland geldt op grond van de Arbeidstijdenwet dat wachtdiensten(consignatie) worden aangemerkt als tijd waarin een werknemeroproepbaar is, waarbij uitsluitend de daadwerkelijk gewerkte tijd naoproep als arbeidstijd wordt beschouwd. Voor de vergoeding vanwachtdiensten bestaat geen wettelijk kader; deze wordt bepaald in cao’sen arbeidsvoorwaardenafspraken.Het kabinet vindt dit uitgangspunt passend. De Arbeidstijdenwet zietprimair op de bescherming van werknemers, terwijl de invulling vanbeloning en overige arbeidsvoorwaarden aan sociale partners is. Dat biedtsectoren de ruimte om afspraken te maken die aansluiten bij de aard van13Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr.27014Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 270Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2727 het werk en de organisatie van zorg. Het kabinet verwacht ook vanwerkgevers en werknemers in de kraamzorg dat zij hier hun verantwoor-delijkheid nemen.De meest recente cao Kraamzorg (onderhandelaarsakkoord 17 november2025) is op 13 maart 2026 aangemeld voor de procedure om de caoalgemeen verbindend te verklaren bij het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid. In deze CAO hebben sociale partners gezamenlijkafspraken gemaakt over de inzet envergoeding van wachtdiensten. Daarbij wordt de wachttijd vergoed viaeen vaste (lagere) vergoeding, terwijl daadwerkelijk gewerkte uren naoproep als arbeidstijd worden beloond. Wanneer een cao algemeenbindend is verklaard geldt deze voor alle werkgevers in de sector.Het Ministerie van VWS zet zich maximaal in, binnen wat passend is bijhaar rol, om goed werkgeverschap in de zorg te stimuleren. Dit bestaatvoornamelijk uit het verspreiden van kennis en informatie over specifiekeonderwerpen zoals terugdringen van verzuim en uitstroom. Daarnaastworden goede voorbeelden gedeeld ter ondersteuning van dewerkgevers, die hier primair verantwoordelijk voor zijn.Reflectie op IZA-middelenDe Kamer heeft gevraagd om een reflectie te geven op de vraag of dehuidige inzet van Integraal Zorg Akkoord middelen voldoende is om dehuidige problemen op te lossen. Zoals in de brief van 3 maart15 en dezebrief toegelicht zijn er op een aantal vlakken stappen nodig om detoegankelijkheid van de kraamzorg te verbeteren. Stappen die het veldheeft genomen en nog moet nemen en maatregelen die het kabinetneemt. Dit is veel breder dan alleen de € 9,8 miljoen die vanuit deIZA-transformatiemiddelen aan de kraamzorg zijn toegekend. Hettransformatieplan dat met deze middelen wordt gefinancierd vormt eenbouwsteen in een bredere aanpak die gericht is op het versterken vansamenwerking, passende zorg en een betere inzet van capaciteit. Hetkabinet zal de Kamer begin 2027 informeren over de voortgang.Tot slotDe geboortezorg in Nederland kent een sterke basis en alle geboortezorg-partijen werken samen om deze verder te versterken. Het kabinet kiestervoor om de ingezette beweging te verankeren. Samenwerking wordtstructureel bekostigd en data wordt benut voor de zorgverlening ensturingsinformatie. In de brief van 3 maart is uiteengezet wat de inzet isvan het kabinet op kraamzorg. Daarnaast versterkt het kabinet desamenwerking tussen de domeinen via de aanpak Kansrijke Start. Zo is inhet AZWA de aanpak Kansrijke Start aangemerkt als een basisfunctiona-liteit en heeft het kabinet in het coalitieakkoord aangekondigd dat hetaanvullend structurele middelen beschikbaar stelt voor deze aanpak.Zo wordt passende geboortezorg en ondersteuning niet alleen eenambitie, maar de norm – voor iedere ouder en ieder kind. Het kabinet zalde voortgang nauwgezet volgen en de Kamer begin 2027 informeren overde stand van zaken.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.Th.M. Hermans15Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 270Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 279, nr. 2728

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bc9821f637e5aca9

14 okt 2026 · 00a999731c3c6527

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.