KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief moties en toezeggingen over het funderend onderwijs

2 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8d94cca3b680696e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 883 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang op verschillendethema’s binnen het funderend onderwijs, inclusief een update over deuitvoering van verschillende aangenomen moties en toezeggingen die zijngedaan en resultaten van enkele onderzoeken.In de bijgevoegde verzamelbrief wordt ingegaan op de volgende thema’s:1.Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen & stichting Ziezon2.Toezegging leerlingen met PAIS/post-covid3.Het opnemen van onderwijs aan jongeren in de jeugdzorg in deStaat van het Onderwijs4.Toelaatbaarheid en bekostiging voor leerlingen met een ernstigemeervoudige beperking5.Toezicht op samenwerkingsverbanden passend onderwijs6.Onderwijsachterstandenindicator gespecialiseerd onderwijs7.Herijking onderwijsachterstandenindicator po8.Aanbieding onderzoek onderwijsdeelname vierjarigen9.Aanbieding rapport Inschrijving en toelating10.Proces wijzigingsregeling vormingsonderwijs11.Structurele financiering curriculumonderhoud SLO12.Holocausteducatie13.Landelijke afspraken mobiele telefoons in de klas14.Toezegging verkenning deelname financiële geletterdheidPISA-202915.MDT als begeleidingsinstrument in het kader van de Wet van Schoolnaar Duurzaam Werk16.Motie Moorman c.s. over funderend onderwijs bij de portefeuillever-deling niet ondergeschikt maken aan hoger onderwijs17.Procesupdate bredere verkenning handhaving leerplicht kst-31293-883ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8831 Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen & stichting ZiezonConform de toezegging1 in het debat over het wetsvoorstel onderwijson-dersteuning zieke leerlingen (hierna: ozl) informeer ik uw Kamer over destand van zaken van de oprichting van de nieuwe stichting die verant-woordelijk wordt voor ozl. Het wetsvoorstel ozl is op 12 mei aangenomendoor de Eerste Kamer. Gepland was de oprichtingsakte van stichtingZiezon eind juni bij de notaris te laten passeren, dit is tijdelijk on holdgezet na vragen van Uw Kamer bij de voorhangprocedure. Ten tijde vande Tweede Kamerbehandeling was beoogd de wet in werking te latentreden per 1 januari 2027. De Eerste Kamerbehandeling heeft langergeduurd dan waarmee oorspronkelijk rekening was gehouden en naoprichting van de stichting moeten nog veel voorbereidingen wordengetroffen. Daarom heb ik besloten dit ruim half jaar op te schuiven, zodatde stichting voldoende tijd heeft voor de opbouw van de organisatie eneen zorgvuldige voorbereiding van de overgang van personeel (inclusiefindividueel maatwerk waar nodig). De inwerkingtreding van de wet, endaarmee de start van de wettelijke taak door stichting Ziezon, zal zijn op1 augustus 2027.2Uw Kamer verzocht om een stevige landelijke regie op de transitie tewaarborgen (motie Rooderkerk (D66) c.s.).3 Kernopgave is dat deonderwijsondersteuning aan zieke leerlingen ononderbroken doorgaat,ondanks overgang naar een landelijke organisatie (stichting Ziezon).In nauwe samenwerking met de consulenten ozl en hun werkgevers wordtdit momenteel voorbereid. Ik ben hen daar erkentelijk voor.De directeur-bestuurder start na oprichting van de stichting in functie alskwartiermaker, ondersteund door een kwartiermakersorganisatie. Behoudvan de bezetting door de huidige consulenten ozl is een belangrijkevoorwaarde voor continuïteit. Na oprichting is de stichting verantwoor-delijk voor de goede ontvangst van de medewerkers en de realisatie vanalle noodzakelijke randvoorwaarden voor start van de organisatie(uitvoering implementatieplan).Conform de motie Westerveld (PRO) c.s.4 en de motie Rooderkerk (D66)c.s. zal ik er onder meer via de subsidievoorwaarden op sturen dat destichting voor die consulenten die niet vallen onder overgang vanonderneming ruimhartig omgaat met de mogelijkheid tot combibanen endetachering. Zo kunnen zoveel mogelijk consulenten hun ozl-werkvoortzetten. Een informele belangstellingsinventarisatie, door het CAOPuitgevoerd in april 2026, toont dat de mogelijkheid tot detachering vooreen deel van de consulenten belangrijk is om hun werk voort te zetten.Daadwerkelijke personele inpassing en het maken van individuelepersonele afspraken kan alleen de stichting zelf. Dit proces start inseptember.Ik informeer uw Kamer aan het einde van het jaar verder over uitvoeringvan de motie Ceder (CU) en Beckerman (SP)5, de moties Westerveld (PRO)c.s.6, motie Beckerman (SP) c.s.7 en motie Boomsma (JA21).8 In die brief1Toezegging: TZ202512-0242Na de inwerkingtreding van de Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen (ozl) zal deStichting Ziezon per besluit door de Minister van OCW worden aangewezen als rechtspersoonmet de wettelijke taak conform artikel 3c van de Wet SLOA 2013.3Kamerstukken II 2025–2026, 36 530, nr. 294Kamerstukken II 2025–2026, 36 530, nr. 255Kamerstukken II 2025–2026, 36 530, nr. 216Kamerstukken II 2025–2026, 36 530, nr. 23 en nr. 247Kamerstukken II 2025–2026, 36 530, nr. 278Kamerstukken II 2025–2026, 36 530, nr. 30Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8832 zal ik ook ingaan op de toezegging KlasseContact9, waarover degesprekken tussen KPN Mooiste Contact Fonds en netwerk Ziezon noglopen. Ook ontvangt uw Kamer later in het jaar de kaderbrief, waarin definanciële en inhoudelijke kaders voor de nieuwe stichting beschrevenstaan.Toezegging leerlingen met PAIS/longcovid10Uw Kamer vroeg met de motie van de leden Ceder (CU) en Westerveld(PRO)11 om landelijke richtlijnen voor scholen over PAIS/post-covid. In debrief12 over de transitie naar inclusief onderwijs van 20 mei en in de briefdie de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport voornemens is voorhet zomerreces te versturen, geef ik aan wat er al mogelijk is voorleerlingen die te maken krijgen met ziekte.Ik zet in op meer flexibiliteit in (onderwijs)oplossingen als kinderendreigen uit te vallen of uitgevallen zijn. Tijdens het debat over hetwetsvoorstel terugdringen schoolverzuim op 26 maart jl. heb iktoegezegd13 uw Kamer voor de zomer te informeren over de gesprekkenover onderwijs voor kinderen met chronische ziektes zoals PAIS/post-covid. Begin juni heb ik samen met ouders, leerlingen, deskundigen enhet onderwijsveld besproken wat de mogelijkheden vanuit het onderwijszijn (zoals digitaal afstandsonderwijs) en wat er nog ontbreekt. Dekomende periode informeren we scholen actief over de mogelijkhedenvoor leerlingen met PAIS/post-covid om ervoor te zorgen dat dezeleerlingen geen achterstand ontwikkelen. Ook streven we ernaar ominformatie zoveel mogelijk vanuit een centrale plek te ontsluiten. UwKamer wordt voor het einde van dit jaar geïnformeerd over de verdereuitvoering van deze motie.Het opnemen van onderwijs aan jongeren in de jeugdzorg in deStaat van het OnderwijsMet de motie van de leden Haage en Westerveld (beide PRO)14 heeft uwKamer gevraagd om de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) tevragen voortaan ook onderwijs aan jongeren in de jeugdzorg mee tenemen in de Staat van het Onderwijs. De inspectie heeft in de Staat vanhet Onderwijs 2026 opnieuw een passage over het onderwijs aan dezegroep jongeren opgenomen en aangeven dit in toekomstige publicatiesjaarlijks te doen.Toelaatbaarheid en bekostiging voor leerlingen met een ernstigemeervoudige beperkingNaar aanleiding van de motie Westerveld (PRO)15 heb ik beleidsoptiesverkend voor de toelating en bekostiging van leerlingen met een ernstigemeervoudige beperking (hierna: EMB), waaronder landelijke indicatie-stelling, landelijke aanmelding en rechtstreekse bekostiging via het Rijk.Daarbij zijn gesprekken gevoerd met onder meer vertegenwoordigers vanhet gespecialiseerd onderwijs, samenwerkingsverbanden passendonderwijs, ouders en leerlingen.9Toezegging: TZ202512-02210Voor langdurige klachten na een corona-infectie werd eerder de Engelse term «long-covid»gebruikt. Long betekent hier: langdurig. Maar omdat de klachten optreden nadat de infectievoorbij is, gebruikt de overheid de term «post-covid». Post betekent namelijk: na.11Kamerstukken II 2025–2026, 36 530, nr. 2212Kamerstukken II 2025–2026, 31 497, nr. 51313Toezegging: TZ202603-18614Kamerstukken II 2024–2025, 36 740 VIII, nr. 1215Kamerstukken II 2024–2025, 31 497, nr. 507 (t.v.v. 502)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8833 Zoals ik heb toegelicht tijdens het commissiedebat passend onderwijs van27 mei 2026, vind ik het belangrijk dat voor deze leerlingen snel stappenworden gezet. Voor EMB-leerlingen zijn eerder al landelijke afsprakengemaakt met partijen16. Het gaat daarbij om het gebruik van het landelijkaanvraagformulier, een toelaatbaarheidsverklaring (hierna: tlv) voor deduur van de schoolloopbaan en een tlv in de hoogste bekostigingscate-gorie. Om snel effect te bereiken, maak ik met de betrokken partijen,waaronder in ieder geval ONSwv en de Sectorraad GO, bestuurlijkeafspraken om deze drie lijnen te herbevestigen.Omdat deze afspraken in de praktijk niet overal worden nageleefd enmonitoring en opvolging destijds onvoldoende zijn uitgewerkt, maak ikmet de betrokken partijen nieuwe bestuurlijke afspraken. Hierin wordendeze drie lijnen herbevestigd en worden afspraken gemaakt over de wijzewaarop naleving wordt gevolgd en hoe partijen elkaar daarop aanspreken.Daarbij verken ik ook met de inspectie hoe zij afwijkende uitvoeringsprak-tijken kunnen signaleren binnen hun bestaand toezicht op scholen ensamenwerkingsverbanden.Als blijkt dat deze aanpak onvoldoende verbetering oplevert, doe ik alsnogeen voorstel voor hoe de bestaande landelijke afspraken wettelijk kunnenworden vastgelegd. Een wetswijziging kost naar verwachting enkele jaren;de verdergaande beleidsopties die naar aanleiding van de motie zijnverkend hebben daarnaast ingrijpende gevolgen voor de uitvoering in hetveld en bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO), en vergenmogelijk nog meer tijd. Juist daarom kies ik nu voor een aanpak waarmeeop kortere termijn verbetering kan worden bereikt voor de leerlingen. Ikstuur uw Kamer na de zomer een afschrift van de bestuurlijke afsprakenover de toelating en bekostiging van EMB-leerlingen.Toezicht op samenwerkingsverbanden passend onderwijsDe samenwerkingsverbanden passend onderwijs hebben tot doel om eendekkend netwerk van ondersteuningsvoorzieningen te realiseren, zodatalle leerlingen een passende plek in het onderwijs krijgen. Zoalstoegezegd in het Commissiedebat passend onderwijs van 27 mei 2026ben ik in gesprek met de inspectie over de handhaving van de wettelijketaak van samenwerkingsverbanden om een dekkend netwerk te reali-seren.17 18De afgelopen jaren heeft de inspectie vrijwel alle samenwerkingsver-banden onderzocht en hierbij de kwaliteit van de uitvoering van wettelijketaken beoordeeld, zoals beschreven in het onderzoekskader voorsamenwerkingsverbanden.19 In de periode van 2022 tot en met 2025 heeftde inspectie 132 samenwerkingsverbanden onderzocht. 116 samenwer-kingsverbanden (87%) werden als voldoende of goed beoordeeld op hetonderdeel dekkend netwerk, 16 samenwerkingsverbanden (12%) werdenals onvoldoende beoordeeld. De inspectie heeft deze samenwerkingsver-16Kamerstukken II 2019–2020, 31 497, nr. 33417Een dekkend netwerk houdt in dat er een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzie-ningen is binnen en tussen scholen, zodat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproceskunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een zo passendmogelijke plaats in het onderwijs krijgen.18Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de toezegging: «De Tweede Kamer ontvangt inaugustus 2026 een brief van de Staatssecretaris met een terugkoppeling van het gesprek datzij heeft gevoerd met de Inspectie van het Onderwijs over het handhaven van het dekkendaanbod van samenwerkingsverbanden zoals wettelijk vastgelegd»19Dit is uitgewerkt in de Onderzoekskaders 2021 voor primair onderwijs, voortgezet onderwijsen (voortgezet) speciaal onderwijs, zie: https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderzoekskaders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8834 banden een herstelopdracht gegeven en na de hersteltermijn opnieuwonderzocht of de kwaliteit op orde is. Bij 14 van de 16 samenwerkingsver-banden bleek dat de tekortkomingen na de hersteltermijn waren opgelost.Bij de twee samenwerkingsverbanden die hier niet in slaagden, heeft deinspectie besloten om geen financiële sanctie op te leggen maar eentermijn te geven. De inspectie doet dat omdat er externe factoren zijnwaardoor het een samenwerkingsverband niet lukt om een dekkendnetwerk te realiseren of omdat zij zien dat het samenwerkingsverband alverbeteringen heeft doorgevoerd en het op korte termijn wel zal lukkenom een dekkend netwerk te realiseren. In deze gevallen lost een financiëlesanctie het probleem niet op of is het geen doelmatig middel. Ook geldtdat zelfs als een samenwerkingsverband een dekkend netwerk realiseert,er helaas nog steeds leerlingen kunnen zijn die niet of niet volledig naarschool gaan. Dat kan bijvoorbeeld omdat er brede problematiek is in hetgezin of niet op tijd jeugdhulp is. Hiervoor kan een samenwerkings-verband niet verantwoordelijk worden gehouden.Onderwijsachterstandenindicator gespecialiseerd onderwijsVoor het gespecialiseerd onderwijs worden de onderwijsachterstandsmid-delen nu verdeeld op basis van de CUMI-systematiek20. Deze systematiekis verouderd en sluit onvoldoende aan bij bredere sociaaleconomischekenmerken die samenhangen met het risico op onderwijsachterstanden.Daarom heb ik SEO Economisch Onderzoek en Sardes onderzoek latendoen naar een alternatieve onderwijsachterstandenindicator voor hetgespecialiseerd onderwijs.Partijen uit het veld zoals de sectorraad GO, Simea en de PO-Raad enverschillende kansengelijkheidsexperts zijn hierbij via een begeleidings-commissie betrokken geweest. Het onderzoeksrapport is afgerond enwordt met deze brief aan uw Kamer aangeboden. Ik bekijk op dit momentwelke partij de toepassing van de indicator en de verdeling van demiddelen op zich kan nemen. Ik informeer u hierover en over de planningvan de invoering van de nieuwe systematiek na de zomer nader.Herijking onderwijsachterstandenindicator poHet onderwijsachterstandenbeleid heeft als doel om kansenongelijkheid teverminderen en te voorkomen dat kinderen met een risico op eenonderwijsachterstand, gedurende hun schoolloopbaan verder achterop-raken. Binnen dit beleid vervullen zowel gemeenten als basisscholen eenbelangrijke rol en beide ontvangen hiervoor extra middelen, gemeentenvia een specifieke uitkering en scholen via extra bekostiging.Sinds 2019 worden deze middelen verdeeld op basis van een indicator diehet Centraal Bureau voor de Statistiek (hierna: CBS) heeft ontwikkeld.Gebruik van deze indicator zorgt ervoor dat de middelen terechtkomenwaar ze het meest nodig zijn.Met de Kamer is afgesproken de indicator periodiek te herijken, om dezeactueel te houden.21 In 2021 heeft een eerste herijking plaatsgevonden,waarbij is gekeken naar de coëfficiënten en schaalwaarden van hetmodel.22 Tussen 2023 en begin 2026 heeft het CBS een uitgebreideherijking uitgevoerd, waarbij ook de gebruikte achtergrondkenmerkentegen het licht zijn gehouden. Deze herijking is begeleid door een breed20CUMI staat voor culturele minderheden. Binnen deze systematiek worden middelen verdeeldop basis van de herkomst van leerlingen of hun ouders.21Kamerstukken II 2018–2019, 27 020, nr. 9122Herijking onderwijsachterstandenindicator primair onderwijs 2021 | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8835 samengestelde commissie met daarin de volgende partijen: de weten-schap, de planbureaus, de inspectie, de PO-raad en de VNG. Met dezebrief bied ik u het onderzoeksrapport van het CBS over de herijking aan.Het CBS is opnieuw nagegaan welke achtergrondkenmerken het meestbepalend zijn voor een risico op onderwijsachterstand bij een kind ofleerling. In de herijkte indicator wordt naar meer achtergrondkenmerkengekeken dan nu. Er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar de gezins-structuur waarin een kind opgroeit. Daarnaast heeft het CBS opnieuwberekend hoe zwaar elk kenmerk meetelt voor een achterstandsscore.Gebruik van de herijkte indicator leidt tot een meer genuanceerd beeld. Bijscholen zien we dat circa 10% meer scholen budget zullen ontvangen. Bijgemeenten zien we dat vooral in middelgrote gemeenten en gemeentenin krimpregio’s het risico op onderwijsachterstand toeneemt als gevolgvan de herijking. Daardoor ontvangen deze gemeenten ook meermiddelen.De herijkte indicator zal dit jaar worden gebruikt voor het berekenen vande voorlopige achterstandsscores voor 2027 voor scholen en gemeenten.Rond Prinsjesdag worden dan de bedragen bekend die scholen engemeenten zullen ontvangen op basis van hun score.Via een brochure en een webinar zullen de scholen en gemeentenuitgebreider worden geïnformeerd over de herijking en wat dit betekentvoor het budget dat zij ontvangen.Aanbieding onderzoek onderwijsdeelname vierjarigenIn Nederland maken veel kinderen een goede start. Deelname aanvoorschoolse educatie is hoog (78% van de doelgroeppeuters) en bijnaalle ouders schrijven hun kind op vierjarige leeftijd in op school (98%). Inde beleidsreactie op het onderzoek «Kansen op een goede start»23 heeftmijn voorganger aangegeven dat het gewenst is een nauwkeuriger beeldte krijgen van de huidige deelname van vierjarigen aan het onderwijs,zodat we een antwoord kunnen geven op vragen als: hoe is het gesteldmet de aanwezigheid van vierjarigen op school, om welke redenen zijn zijafwezig en zijn er bepaalde groepen die duidelijk meer afwezig zijn? Metdeze brief bied ik u het onderzoek aan. Ik neem de uitkomsten mee in mijnreeds toegezegde brief over de samenwerking rondom het jonge kindtussen kinderopvang, onderwijs en zorg dit najaar.Aanbieding rapport Inschrijving en toelatingDe inspectie heeft deze maand het rapport Inschrijving en toelatingopgeleverd. Dit rapport geeft inzicht in de afspraken die gemeenten enschoolbesturen maken over inschrijvings- en toelatingsprocedures vanleerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Volgens de RegelingInspectie van het Onderwijs (RIO) bied ik het rapport aan de TweedeKamer aan.Proces wijzigingsregeling vormingsonderwijsIn de zomer van 2025 heeft uw Kamer het evaluatierapport «Hetvormingsonderwijs in Nederland» ontvangen, met daarbij een voorstelvoor een wijzigingsregeling voor de regeling op basis waarvan hetvormingsonderwijs wordt gesubsidieerd.24 De regeling treedt per1 augustus 2026 in werking.23Kamerstukken II 2024–2025, 27 020, nr. 12124Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 178Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8836 Per abuis was de wijzigingsregeling niet voorgelegd aan het Advies-college toetsing regeldruk (hierna: ATR) voor een toets regeldruk en aande Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (hierna: DUS-I) voor eenuitvoeringstoets. Dit is inmiddels alsnog gedaan. De ATR heeft afgezienvan een formeel advies en DUS-I heeft aangegeven de wijzigingsregelinguit te kunnen voeren.Structurele financiering curriculumonderhoud SLORecent heeft SLO de onderhoudskalender voor periodiek curriculumon-derhoud opgeleverd. De kalender is een langjarige planning en maaktinzichtelijk welk leergebied en vak wanneer aan curriculumonderhoud toeis. Dit biedt helderheid en voorspelbaarheid voor scholen, leraren,ontwikkelteams en andere betrokkenen. In de onderhoudskalender staandaarnaast ook de evaluatiemomenten. De onderhoudskalender is tevinden op de website van SLO.25 De werkzaamheden voor dit periodiekonderhoud worden in lijn met de Wet Subsidiëring Landelijke Onderwijs-ondersteunende Activiteiten (WetSLOA) structureel belegd bij SLO. Vanaf2027 wordt daarom 6 miljoen euro aan incidentele middelen bedoeld voorSLO omgezet in structurele financiering van SLO voor de structurele taakvan curriculumonderhoud. Het totale bedrag aan subsidies voor SLO blijftongewijzigd.HolocausteducatieMet de uitvoering van de Strategie Bestrijding Antisemitisme en hetNationaal Plan Holocausteducatie zet het kabinet in op het versterken vanonderwijs over de Holocaust. In 2025 is onafhankelijk onderzoek uitge-voerd naar belemmerende en bevorderende factoren bij Holocaustedu-catie. Daarmee is uitvoering gegeven aan motie van de leden Struijs enBromet.26 Op basis van de uitkomsten van de docentenpeiling en deverkenning naar bezoeken aan Holocaustlocaties is nieuw beleid ingezet.27Voor 2026 en 2027 stel ik daarnaast jaarlijks € 180.000 beschikbaar vooreen pilot met Stichting na de Oorlog die persoonlijke verhalen over deHolocaust beter toegankelijk maakt voor leerlingen. De pilot zal educatiefaanbod realiseren voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs.Daarnaast maak ik jaarlijks € 70.000 vrij voor de Junior-bus op wielen,gericht op het versterken van basiskennis over de Holocaust in het primaironderwijs. De inzet van deze middelen wordt nog afgestemd met debetrokken organisaties en kan daarom nog wijzigen. Hiermee geeft hetkabinet opvolging aan de uitkomsten van de docentenpeiling en deverkenning naar bezoeken aan Holocaustlocaties.28De resultaten van het nieuw ingezette beleid worden in 2027 betrokken bijde midterm van de strategie antisemitismebestrijding. Daarbij wordt ookbezien onder welke voorwaarden structurele financiering van educatiefaanbod met persoonlijke Holocaustverhalen mogelijk is.Landelijke afspraken mobiele telefoons in de klasVanaf 1 januari 2024 gelden de landelijke afspraken om mobiele telefoonsniet langer in de klas te gebruiken29. In de zomer van 202530 is uw Kamergeïnformeerd over de effecten van deze afspraak. Deze zijn positief.Daarom heeft dit kabinet zich in het coalitieakkoord voorgenomen omdeze afspraken aan te scherpen tot een richtlijn «thuis of in de kluis». Ik25https://www.slo.nl/thema/meer/periodiekcurriculumonderhoud/26Kamerstukken II 2025–2026, 30 950, nr. 54127Peiling ondersteuningsbehoeften docenten bij lesgeven over de Holocaust | Rijksoverheid.nl;EindrapportageVerkenning bezoek Holocaustlocaties | Rijksoverheid.nl28Peiling ondersteuningsbehoeften docenten bij lesgeven over de Holocaust | Rijksoverheid.nl;EindrapportageVerkenning bezoek Holocaustlocaties | Rijksoverheid.nl29Kamerstukken II 2022–2023, 36 200 VIII, nr. 25030Kamerstukken II 2024–2025, 31 293, nr. 830Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8837 heb de partijen die eerder de landelijke afspraken hebben gemaaktuitgenodigd deze nogmaals tegen het licht te houden en gezamenlijk aante scherpen, ook op basis van de ervaringen tot nu toe. Het gesprekhierover loopt en partijen geven aan dat ze hier positief tegenover staan.Ik hoop dat de sector in de tweede helft van dit jaar tot een nadereuitwerking komt die snel door scholen geïmplementeerd kan worden.Waar dat al vooruitlopend op de onderlinge afspraken gebeurt, juich ik dattoe. Hiermee geef ik invulling aan de motie van de leden Boomsma(JA21), Rooderkerk en Van der Werf (beiden D66) die de regering verzoekthaast te maken met een strengere mobieltjesrichtlijn.31 Ik zal uw kamer,samen met de Staatssecretaris van Digitale Zaken en Soevereiniteit,informeren over de nadere uitwerking in het vierde kwartaal van dit jaar.Toezegging verkenning deelname financiële geletterdheidPISA-2029Er is verkend of financiële geletterdheid meegenomen kan worden bijPISA-2029, zoals toegezegd.32 Op basis van deze verkenning is beslotenniet deel te nemen aan deze optionele toets.In PISA-2015 en PISA-2022 heeft Nederland aan financiële geletterdheidmeegedaan (in de huidige PISA ronde, waarvan het rapport in septemberverschijnt, heeft de OESO dit onderwerp niet onderzocht). Beide rapportengeven een vergelijkbaar positief beeld als het gaat om de prestaties vande Nederlandse 15-jarigen op dit gebied. Zij behoren tot de wereldtop enscoren ruim boven het OESO-gemiddelde. Voor deelname aan financiëlegeletterdheid zijn meer scholen en leerlingen nodig, terwijl het juist delaatste jaren steeds lastiger bleek om genoeg deelnemers te werven en devereiste ondergrens te behalen. Deze zorg wordt gedeeld door deonderzoekspartijen in het PISA-2025 consortium. Het niet behalen vangenoeg respons kan betekenen dat Nederland niet of slechts deels in hetinternationale PISA-2029 rapport wordt meegenomen. In dit rapport wordtook over de basisvaardigheden gerapporteerd.MDT als begeleidingsinstrument in het kader van de Wet vanSchool naar Duurzaam WerkDe Maatschappelijke Diensttijd kan voor jongeren met een afstand tot dearbeidsmarkt een mogelijkheid zijn om op een laagdrempelige maniertalenten en interesses te ontdekken. Door vrijwillig iets te doen voor eenander en/of voor de samenleving komen jongeren in aanraking metnieuwe vormen van kennis, ontwikkelen jongeren sociale en communica-tieve vaardigheden en probleemoplossend vermogen. Dit kan hunzelfvertrouwen vergroten en hen beter toerusten voor hun school-loopbaan of oriëntatie naar werk.In het programmaplan Maatschappelijke Diensttijd 2026–203033 is daaromopgenomen dat we de koppeling tussen de Maatschappelijke Diensttijd enbelangrijke onderwijsthema’s – zoals voortijdig schoolverlaten (VSV),thuiszitters, burgerschap en LOB – verder intensiveren en concretiseren endat we daarbij aansluiten bij bestaande initiatieven, waaronder deuitvoering van de Wet van school naar duurzaam werk.Daarnaast is de Maatschappelijke Diensttijd in de regeling Regionaalprogramma en Doorstroompuntfunctie 2026–2029 nadrukkelijk benoemd.Scholen, het Doorstroompunt en gemeenten worden gestimuleerd in hunregionaal programma afspraken te maken over MDT als instrument dat31Kamerstukken II 2025–2026, 32 034, nr. 7632Toezegging: TZ202512-01133Kamerstukken II 2025–2026, 35 034, nr. 35Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8838 kan bijdragen aan het voorkomen dat jongeren uitvallen of de terugkeernaar onderwijs of duurzaam werk te bevorderen. In communicatie naaruitvoerende partijen van deze wet is op diverse manieren actie ingezet. Zois de mogelijkheid om MDT op deze wijze in te zetten langs verschillendewegen onder de aandacht van gemeenten en scholen gebracht. Hiermeeis invulling gegeven aan de motie Krul (CDA) en Ceder (CU)34Motie Moorman c.s. over funderend onderwijs bij de portefeuille-verdeling niet ondergeschikt maken aan hoger onderwijsDe motie Moorman c.s.35 roept op om funderend onderwijs in deverdeling van portefeuilles niet ondergeschikt te maken aan het hogeronderwijs. De gelijkwaardigheid van het belang van zowel funderend alshoger onderwijs wordt in dit kabinet zowel in financiële middelen als inhet benoemen van twee bewindspersonen onderstreept. De Minister en iknemen onze verantwoordelijkheden daarbij even serieus en zetten onsmet gedrevenheid, ambitie en betrokkenheid in voor beide. Daarmeebeschouw ik de motie als afgedaan.Procesupdate bredere verkenning handhaving leerplicht18 december 2025 is uw Kamer geïnformeerd over een verkenning naarde Leerplichtwet, schoolverzuim en strafrecht.36 Deze bredere verkenningheeft betrekking op alle vormen van schoolgang en schoolverzuim:reguliere schoolgang, vrijstellingen,37 absoluut verzuim38 en relatiefverzuim39, waaronder specifiek ook luxeverzuim.40 Met de verkenning zijnscenario’s voor preventie en dwangmaatregelen in kaart gebracht engetoetst. Deze scenario’s worden op dit moment verder uitgewerkt. In deverkenning hebben vanuit het Ministerie van Onderwijs en dat van Justitieen Veiligheid verschillende activiteiten plaatsgevonden, waaronder enkele(werk-)sessies met de praktijk en wetenschap, een uitvraag onder anderelanden naar de vormgeving van leerplicht en handhaving en een doorKBA Nijmegen uitgevoerd onderzoek naar de veranderende rol van deleerplichtambtenaar dat mede op verzoek van uw Kamer is uitgevoerd.41Het eindrapport van dat onderzoek is te vinden in de bijlage («Verkenningveranderende rol leerplichtambtenaar»). Uw Kamer ontvangt voor heteinde van het jaar een eindrapportage van de brede verkenning naar dehandhaving van de leerplicht met daarbij enkele scenario’s die verderworden uitgewerkt.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. Tielen34Kamerstukken II 2024–2025, 36 667, nr. 2835Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 9636Kamerstukken II, 2025–2026, 31 497, nr. 50937Bedoeld wordt een vrijstelling van de inschrijfplicht, als bedoeld in de Leerplichtwet 1969artikel 5.38Dit betreft leer- en kwalificatieplichtige jongeren die niet staan ingeschreven op een school engeen vrijstelling van de Leerplichtwet hebben.39Dit betreft leer- en kwalificatieplichtige jongeren die staan ingeschreven op een school, maarzonder geldige reden afwezig zijn zoals bedoeld in de Leerplichtwet 1969, artikel 11.40Een vorm van relatief verzuim, waarbij een leerling afwezig is omdat hij of zij buiten deschoolvakanties om op vakantie gaat.41Kamerstukken II 2024–25, 31 497, nr. 498Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8839

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · eae7ceb5e8546bc3

14 okt 2026 · b42aee799ddf702d

12 okt 2026 · 05743a91fe3cae8d

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.