Beleidsreactie op evaluatie Rijkshuisvestingsstelsel 2020-2025 en antwoord op Kamervraag betreffende hybride werken beleid
Brontekst
Versie 95de4d2db9abe0a9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 490Vernieuwing van de rijksdienstNr. 398 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKENEN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 juli 2026In deze brief geef ik uw Kamer mijn beleidsreactie op de evaluatie van hetRijkshuisvestingsstelsel 2020–2025, zoals toegezegd in mijn brief van13 maart 20261. Ook informeer ik u nader over de impact van hybridewerken op de productiviteit, zoals toegezegd in de schriftelijke beant-woording van 5 februari2 op gestelde vragen tijdens de begrotingsbehan-deling van Binnenlandse Zaken op woensdag 4 februari 2026.Beleidsreactie op de evaluatie van het RijkshuisvestingsstelselOp 13 maart 2026 heb ik u de rapporten van de evaluatie Rijkshuisves-tingsstelsel 2020–2025 aangeboden. De evaluatie van het Rijkshuisves-tingsstelsel betreft de deelstelsels rijkskantoren en specialties. Voor derijkskantoren ben ik zelf kadersteller en opdrachtgever. Voor opdrachtenmet betrekking tot de specialties zijn primair de kabinetsleden verantwoor-delijk onder wiens departement de specialty valt, maar draag ik welstelselverantwoordelijkheid. Een specialty is een rijksgebouw waarvoor,als gevolg van speciale eisen vanuit het primaire proces, de hoofdfunctievan het gebouw niet een kantoorfunctie is, dan wel een kantoorgebouwdat geen gedeelde huisvesting kan bieden voor organisaties die geen deeluitmaken van het betreffende primaire proces. Voorbeelden vanspecialties zijn gerechtsgebouwen, penitentiaire inrichtingen, laboratoriaen kantoren van extra beveiligde organisaties. De deelstelsels Defensie enbijzondere specialties vallen niet onder mijn stelselverantwoordelijkheidals Staatssecretaris van BZK en zijn daarom niet meegenomen in deevaluatie.De centrale opdracht van de evaluatie was het in kaart brengen van dedoelmatigheid en doeltreffendheid van beide deelstelsels en het formu-leren van verbetervoorstellen voor de toekomst. Bij de invoering van de1Kamerstukken 31 490, nr. 39422026D05471 kst-31490-398ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 490, nr. 3981 stelsels is toegezegd elke vijf jaar een evaluatie uit te voeren. De vorigeevaluatie is aan uw Kamer toegezonden op 13 oktober 20213. De huidigeevaluatie omvat de periode van 1 juli 2020 tot 1 juli 2025. Hierbij wil iknogmaals mijn dank uitspreken naar de onderzoekers voor de waarde-volle inzichten die deze evaluatie mij biedt.De uitkomsten van de evaluatie betrek ik bij de aanpak die ik momenteeluitrol voor een slagvaardige overheid, waarbij – in dit geval – de focus ligtop het stapsgewijs toewerken naar een rijksdienst die als één samen-hangend geheel opereert en de samenwerking tussen overheden en metde samenleving faciliteert. Dit is ook een van de thema’s uit het regeerak-koord van dit kabinet.De evaluatieOm vervolg te geven aan de evaluatie en daadwerkelijk aan de slag tekunnen met de aanbevelingen heb ik deze uitgewerkt en geprioriteerd metde betrokken departementen. Aanbevelingen voor de kantoren pak ik aanlangs de lijn van een verbeterde integrale aanpak, een volwasseninformatievoorziening en een propositie voor het beheersen van dekosten. Bij de aanbevelingen voor specialties ligt mijn focus op definancieringsstructuur en governance. Dit heb ik hieronder per deelstelseluitgewerkt.Aanpak voor RijkskantorenstelselHet deelstelsel rijkskantoren is geëvolueerd van een technisch naar eenstrategisch instrument voor een slagvaardige overheid. Hoewel de basisstevig staat, vragen externe ontwikkelingen zoals de toegenomennoodzaak tot weerbaarheid, netcongestie en stijgende kosten om dedoorontwikkeling naar een meer integraal en informatie-gestuurd stelsel.Daarbij is sprake van wederzijdse beïnvloeding tussen het Rijkshuisves-tingsstelsel en beleidsambities. De rijkskantorenhuisvesting moet inbredere samenhang worden bezien met de ontwikkelingen van hybridewerken en verduurzaming. Het stelsel kan daarvoor effectiever wordeningezet om te komen tot betere spreiding van rijkswerkgelegenheid overhet land, en daarmee bij te dragen aan vergroting van de zichtbaarheid ennabijheid van het Rijk, vermindering van woon-werkverkeer, aantrekkelijkwerkgeverschap en aan betere ontwikkeling van regio’s buiten deRandstad. Door huisvesting, ICT en HR nauwer te verbinden, faciliteren derijkskantoren medewerkers, zodat ze overal kunnen werken aan een meerwendbare, slagvaardige Rijksdienst die het werken aan maatschappelijkeopgaven ondersteunt.Deze aanbeveling wordt inmiddels breed opgepakt vanuit mijn beleidsver-antwoordelijkheid voor de rijkskantoren. In het kader van de opgave voorde slagvaardige overheid, de beheersing van de kosten voor de kantoren-huisvesting, versterking van de weerbaarheid en duurzaamheid en geletop het gedrag en gebruik van kantoren door medewerkers vraagt dit omeen brede doorontwikkeling van de werkomgeving en het stelsel voor derijkskantoorhuisvesting. De huisvesting beweegt altijd mee met deomvang van de rijksoverheid, behoeftes van de departementen en de testellen kaders voor gebruik. Ondanks de nog groeiende rijksoverheid, zijndoor hybride werken de kosten voor de rijkshuisvesting per fte en hetaantal vierkante meters rijkskantorenhuisvesting sterk gedaald in deafgelopen paar jaar. Hierdoor is de stijging van de rijkshuisvestingskostenin absolute zin als gevolg van prijsindexatie en groei van het aantalmedewerkers al afgevlakt. Toch zie ik ruimte om kritisch te kijken naar deomvang van de kantorenportefeuille gelet op de huidige bezettingsgraden3Kamerstukken 31 490, nr. 307Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 490, nr. 3982 en de pieken op de dinsdagen en donderdagen. Het doel is om metminder m2 in de portefeuille te komen tot een compacte maar kwalitatievekantorenportefeuille die het werken bij het Rijk ondersteunt.Mijn ambitie is dat de rijksmedewerker gemakkelijk samen kan werkenmet collega’s van andere departementen door middel van brede toegangin verschillende rijkskantoren. Dit draagt ook bij aan het wonen in de regioin combinatie met het werken bij het Rijk, hetgeen indirect weer bijdraagtaan aantrekkelijk werkgeverschap, minder vervoersbewegingen en CO2uitstoot, regionale representativiteit binnen de rijksdienst en beperkingvan de woningproblematiek. Dat is een integrale benadering. Daarvoormoeten de rijkskantoren een landelijk netwerk van kantoren vormen datflexibeler wordt gebruikt, beter wordt bezet en waar alle rijksmedewerkerstoegang toe hebben met de rijkspas voor zover de beveiligingseisen dattoelaten. In die kantoren moeten medewerkers veilig kunnen (samen-)werken, zonder belemmeringen, goed digitaal worden ondersteund enweten welke werkplekken beschikbaar zijn. Hierbij is standaardisatie derichtlijn. Waar nodig moeten er voldoende extra beveiligde voorzieningenaanwezig zijn voor die processen die vragen om extra weerbaarheid en/ofvertrouwelijkheid.Verder ga ik de informatievoorziening verbeteren, ter ondersteuning vanmeer strategische sturing op het realiseren van de beleidsdoelen van hetRijkshuisvestingsstelsel. Hiervoor ontwikkel ik indicatoren en richt ik mijop het opzetten van een gezamenlijke data-architectuur en het ontwik-kelen van uniforme datasets, welke bijdragen aan een meer integrale endatagedreven besluitvorming. Voor de financiering kan ik melden dat deregiotarieven inmiddels zijn geharmoniseerd, zoals aanbevolen in hetrapport. Voor wat betreft de beheersing van de tarieven is inmiddels hettraject ingezet naar meer transparantie en voorspelbaarheid van kostengedurende de rit. In de rijkskantorenhuisvesting worden de financiëleeffecten van gemaakte keuzes (de rentebetalingen) pas enkele jaren laterdoorberekend aan de gebruikers.Aanpak voor specialtystelselMet betrekking tot het deelstelsel specialties zijn meer fundamenteleveranderingen nodig om te komen tot meer doelmatigheid. Op ditmoment is er onvoldoende meerjarige financiële stabiliteit en investe-ringsruimte door weeffouten in het stelsel. Daarnaast is de collectievestrategische sturing onvoldoende. Dit wordt veroorzaakt doordat hetstelsel te veel is gericht op individuele autonomie en operationeleafstemming, waardoor de strategische sturing op sommige plekkenontbreekt. Dit deelstelsel ga ik slimmer en efficiënter inrichten. Het doel isom de huisvesting nog nadrukkelijker in dienst te stellen van de kerntakenvan het Rijk, waarbij ik de focus verleg van operationeel beheer naar eentoekomstgerichte aanpak die de ambities van departementen ondersteunten grenzeloze samenwerking bevordert.Het borgen van meerjarige financiële stabiliteit en investeringsruimteheeft daarbij de hoogste prioriteit. Hiervoor ben ik in gesprek met mijncollega’s, om samen te kijken naar de mogelijkheden voor een anderesystematiek voor de bekostiging en budgettering. Ik betrek hierbij deinvloed van de agentschapsregeling, de systematiek van gebruiksvergoe-dingen en de (on)mogelijkheden van reserveringen. Ook bezie ik of deafbakening tussen panden die onder het kantoren- en het specialtystelselvallen aanpassing behoeft. Daarnaast zet ik acties in op het versterken vande governance van de specialties. De autonomie van individuelespecialties binnen departementen staat op gespannen voet met decollectieve strategische sturing. Ik wil de collectieve strategische sturingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 490, nr. 3983 versterken en de rollen scherper formuleren om deze spanning teverminderen en slagvaardiger samen te werken.Impact van het thuiswerkbeleid op de productiviteitTijdens de begrotingsbehandeling van Binnenlandse Zaken op woensdag4 februari 2026 heeft uw Kamer een vraag gesteld over de impact van hethuidige thuiswerkbeleid op de productiviteit. Bij de schriftelijke beant-woording op 5 februari heb ik toegezegd de Kamer nader te informerenover de impact van hybride werken op productiviteit. Deze toezeggingbiedt de gelegenheid om op basis van actueel onderzoek – waaronder hetrapport «Werkprestaties bij hybride werken» (CFPB4, 2025) – eengenuanceerd beeld te schetsen van de effecten op werkprestaties, zowelop individueel als organisatieniveau.Onderzoek en bevindingenUit het CFPB-rapport blijkt dat hybride werken na de coronapandemiestructureel is ingeburgerd: kenniswerkers werken gemiddeld twee à driedagen thuis, een stijging ten opzichte van voor de pandemie.Deze verschuiving sluit aan bij de wens van medewerkers, maar brengtook organisatorische uitdagingen met zich mee. Voor individuelemedewerkers blijkt dat hybride werken vaak positief uitpakt: meerautonomie en tevredenheid dragen bij aan persoonlijke productiviteit, metname bij taken die concentratie vereisen. Voor organisaties is het beeldgenuanceerder. Hoewel hybride werken voordelen biedt (zoals flexibiliteiten lagere huisvestingskosten), zijn er ook uitdagingen, met name op hetgebied van samenwerking, kennisdeling en teamcohesie. Deze aspectenvragen om aandacht om de collectieve productiviteit te waarborgen.Belangrijke conclusies zijn:Individuele productiviteit neemt toe bij taken die concentratie vereisen,terwijl samenwerking en innovatie juist baat hebben bij fysieke aanwe-zigheid.Werktevredenheid en balans verbeteren, maar er zijn risico’s op langeretermijn, zoals verminderde kennisdeling en teamcohesie als hybridewerken niet goed wordt gefaciliteerd.Succesfactoren zijn heldere afspraken over bereikbaarheid, digitaleondersteuning en leiderschap dat zowel autonomie als verbindingstimuleert.Deze inzichten sluiten aan bij andere onderzoeken waar het Rijk aandeelneemt, zoals het «Werk in Transitie», een collectief onderzoekspro-gramma gericht op het gezamenlijk ontwikkelen van kennis op het gebiedvan hybride werken. Hybride werken maakt het eenvoudiger om overorganisatiegrenzen heen samen te werken en draagt zo bij aan eenslagvaardige overheid.Voor wat betreft de voortgang op de evaluatie van het Rijkshuisvestings-stelsel zal ik u in oktober nader informeren over de voortgang van deingezette acties. In deze brief informeer ik u ook over de nog openstaandetoezegging van het vorige kabinet aan lid Eerdmans (JA21), metbetrekking tot de vraag te overwegen of de identiteitskaart BES kanworden toegevoegd aan de lijst met identiteitskaarten die toegang geventot rijksgebouwen.4Stichting Center for People and Buildings (CFPB) is wetenschappelijke partner van het Rijk ophet gebied van de rijkswerkomgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 490, nr. 3984 Ik richt mij er op dit stelsel in te zetten voor een slagvaardigere overheid.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van der BurgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 490, nr. 3985
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.