KamerkringInloggen
Kamerbrief

Agenda wetgevingskwaliteit

6 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 14b7164d65291209 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor hetjaar 2025Nr. 151 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 juni 2025Voor het goed functioneren van de democratische rechtsstaat, het ingoede banen leiden van maatschappelijke vraagstukken en hetvertrouwen van burgers in de overheid is het cruciaal dat wetten werken,uitvoerbaar zijn en verenigbaar zijn met hoger recht. Niet voor niets heeftdit kabinet in het regeerprogramma het belang benadrukt van wetten diewerken en die voldoen aan de grondwettelijke vereisten.1 Het bewakenvan de kwaliteit van wetgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheidvan regering en parlement, waarbij inbreng van andere actoren in hetwetgevingsproces, zoals van adviesinstanties, decentrale overheden,publieke dienstverleners, burgers en bedrijven en belangenorganisaties,van groot belang is.Vanuit het kabinet bevorder ik als Staatssecretaris Rechtsbescherming,vanuit mijn algemene verantwoordelijkheid voor het wetgevingskwali-teitsbeleid, de dialoog over kwaliteit van wetgeving en ontwikkel ikinstrumenten voor goed beleid en goede regelgeving. Ook stel ik elketwee jaar een Staat van de wetgevingskwaliteit op. Mijn ambtenarenselecteren – in overleg met de verschillende ministeries – wetsvoorstellenen ontwerp-amvb’s om hierop een algemene wetgevingstoets te doen. Zieover het algemene proces voor het borgen van de kwaliteit van wetgevingook de hieronder opgenomen afbeelding.2Met deze brief deel ik – mede namens de Ministers van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en Sociale Zaken enWerkgelegenheid – een kabinetsbrede agenda met initiatieven voor het1Regeerprogramma. Uitwerking van het hoofdlijnenakkoord door het kabinet van 16 september2024, p. 7, bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96.2Deze afbeelding verduidelijkt ook de institutionele verantwoordelijkheidsverdeling voorwetgevingskwaliteit en de versterking daarvan zoals verzocht in de motie-Backer c.s.,Kamerstuk 35 925 VI, X. kst-36600-VI-151ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1511 versterken van de kwaliteit van wetgeving. De agenda is vormgegevenaan de hand van drie speerpunten voor de wetgevingskwaliteit: effecti-viteit, rechtsstatelijkheid en vereenvoudiging, en brengt relevanteinitiatieven van de verschillende bewindspersonen samen. Deze actiesgeven invulling aan de ambities in het regeerprogramma of volgen uit deeerste Staat van de wetgevingskwaliteit of de aanbevelingen overwetgevingskwaliteit van de Staatscommissie rechtsstaat.3 In deze briefwordt een aantal initiatieven uitgelicht. Voor een volledig overzicht van deacties verwijs ik naar de kabinetsbrede agenda (zie bijlage).3Zie voor de Staat van de wetgevingskwaliteit Kamerstuk 36 600 VI, nr. 27 en Kamerstuk 31 731,nr. T. Beoogd wordt de kabinetsreactie op het rapport van de Staatscommissie rechtsstaat voorde zomer naar uw Kamer te sturen.Figuur 1. Hoe zorgen we voor goede wetgeving?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1512 Effectiviteit, rechtsstatelijkheid en vereenvoudigingHet waarborgen van goede kwaliteit van wetgeving is en blijft een groteuitdaging door de grote maatschappelijke en politieke druk ommaatschappelijke problemen zo snel mogelijk op te lossen. Dit kan leidentot het onnodig of te snel en onvoldoende doordacht tot stand brengenvan wetgeving. Dat kan resulteren in wetten die in de praktijk niet doenwaar ze voor bedoeld zijn of die ongewenste neveneffecten hebben. Dathelpt de maatschappij niet en tast de geloofwaardigheid van de wetgeveren het vertrouwen in de overheid aan.Goed beleid vormt de basis voor goede kwaliteit van wetgeving. HetBeleidskompas (www.beleidskompas.nl) is de centrale werkwijze voor hetvoorbereiden van beleid bij de rijksoverheid aan de hand van de vijfkernvragen: wat is het probleem, wat is het beoogde doel, wat zijn optiesom het doel te realiseren, wat zijn de gevolgen van deze opties en wat isde voorkeursoptie? Een telkens terugkerende vraag hierbij is: wie zijnbelanghebbenden en waarom?4 Het kabinet zet in op het versterken vanhet ambtelijk vakmanschap door bijvoorbeeld te investeren in eenverplichte opleiding voor alle ambtenaren gericht op onder meerrechtsstatelijk besef, waarden gedreven werken, publiek leiderschap en(digitaal) vakmanschap.5 Voor goede kwaliteit van beleid en wetgeving isvan essentieel belang dat de behoeften van de samenleving centraal staanen dat praktijkkennis vanuit de uitvoering en de samenleving vanaf hetallerprilste begin bij de beleids- en wetsvorming wordt betrokken. Detoepassing van het Beleidskompas bevordert daarbij een betereverbinding tussen uitvoering en beleid zodat continue feedback plaats-vindt vanuit de uitvoering en het toezicht naar beleid en politiek. Op dezewijze geeft het kabinet invulling aan verschillende aanbevelingen hierover,bijvoorbeeld vanuit de Staat van de Uitvoering 20246 en het rapport «Naareen uitvoerende macht» van de Raad voor het Openbaar Bestuur7,waarover de Tweede Kamer later dit jaar wordt geïnformeerd.Het parlement heeft een sleutelrol bij het borgen van de kwaliteit vanwetgeving. Het kabinet nodigt het parlement – als medewetgever encontroleur – uit om zoveel mogelijk gebruik te maken van het Beleids-kompas bij het beoordelen van regeringsvoorstellen en het voorbereidenvan initiatiefwetgeving. Veel van de inhoud van het Beleidskompas isimmers tot stand gekomen in gedachtewisselingen met het parlement.Het kabinet is verheugd om te zien dat zowel de Eerste als de TweedeKamer initiatieven nemen om de kwaliteit van wetgeving te verbeteren.Zo zijn er in de Tweede Kamer wetgevingsrapporteurs aangesteld in depersoon van de Kamerleden Sneller en Michon-Derkzen die zich inzettenvoor wetgevingskwaliteit in de Tweede Kamer. Op hun initiatief zijnonlangs aanspreekpunten wetgevingskwaliteit benoemd bij verschillendevaste Tweede Kamercommissies. Een andere ontwikkeling is de instellingvan een tijdelijke commissie grondrechten en constitutionele toetsing bijde Tweede Kamer. In de Eerste Kamer wordt vanuit de vaste commissievoor Binnenlandse Zaken in samenspraak met gesprekspartners,waaronder het programma Werk aan Uitvoering en de Staat van deUitvoering, nagedacht over mogelijke verbeteringen van uitvoerings-toetsen in vorm, inhoud en vindbaarheid en van de uitvoeringsparagraaf4Naast het Beleidskompas zijn er andere praktische handvatten voor goed beleid en goederegelgeving. Deze instrumenten zijn te vinden via www.kcbr.nl, de website van het Kennis-centrum voor beleid en regelgeving van mijn ministerie.5Regeerprogramma. Uitwerking van het hoofdlijnenakkoord door het kabinet van 16 september2024, p. 89, bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96.6Kamerstuk 29 362, nr. 3657https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2024/11/21/advies-naar-een-uitvoerende-macht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1513 in memories van toelichting. Eén van de focuspunten van de vastecommissie Digitalisering is het ontwikkelen van toetsingscriteria voorvoorgenomen wet- en regelgeving met een digitaliseringscomponent.8 Erwordt momenteel op basis van een brede verkenning gewerkt aanaanvullingen van de «Aandachtspunten voor wetgevingskwaliteit» metvragen en aandachtspunten bij de beoordeling van wetgeving met eendigitaliseringscomponent.9 Het kabinet blijft graag met het parlement ingesprek om te bezien waar zowel aan de zijde van het kabinet als aan dezijde van het parlement verdere verbeteringen kunnen worden doorge-voerd die de kwaliteit van de gezamenlijk tot stand te brengen wetgevingversterken. Hierbij betrekken wij graag het recente briefadvies aan devoorzitters van de Eerste en Tweede Kamer van de Afdeling adviseringvan de Raad van State over amendementen en wetgevingskwaliteit.101. EffectiviteitWetten werken niet altijd zoals verwacht en bedoeld. Bijvoorbeeld alsbepaalde wetgeving niet uitvoerbaar blijkt door uitvoeringsorganisaties,de wetten niet goed aansluiten op de doelgroepen of omdat erongewenste neveneffecten optreden. Zo is de afgelopen jaren duidelijkgeworden dat door (stapeling van) wetten, beleid en de uitvoering ervan,onevenredige effecten kunnen optreden die burgers en ondernemers hardraken.11 Mensen worden in hun bestaanszekerheid aangetast of erontstaan problemen met hun gezondheid of werk. Het kabinet gaat dezeonevenredige hardheden in beleid, wetgeving en uitvoering gerichtopsporen, openbaar maken en aanpakken onder coördinatie van deMinister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Naarverwachting zal voor de zomer een brief over de aanpak onevenredigehardheden aan de Tweede Kamer worden gestuurd. In het kader van eenmeer informele en oplossingsgerichte aanpak door de overheid werkt hetkabinet daarnaast aan het voorstel voor de Wet versterking waarborg-functie Awb. Hiermee beoogt het kabinet in algemene zin de dienstver-lening door de overheid te verbeteren, de menselijke maat in hetbestuursrecht te versterken en laagdrempelige geschilbeslechting tebevorderen.Om doeltreffende wetten te maken, is een scherpe probleemanalysenodig en is het van belang om te luisteren naar wat de samenleving nodigheeft. Rondetafelbijeenkomsten, gedragsonderzoek, het betrekken vanervaringsdeskundigen, (inwoner)panels en gesprekken met (vertegen-woordigers van) burgers en bedrijven kunnen hierbij waardevolleinzichten geven.12 Dat geldt ook voor de signalen die het kabinet via hetparlement ontvangt.Een belangrijk instrument voor het kabinet om inbreng van betrokkenburgers, bedrijven en organisaties op te halen en bij totstandkoming vanwetgeving te betrekken is internetconsultatie. Daarom worden allewetsvoorstellen en ontwerp-amvb’s in beginsel geplaatst op8https://www.eerstekamer.nl/kamerstukdossier/grip_op_algoritmische.9https://www.eerstekamer.nl/begrip/aandachtspunten_voor.10Op 24 april 2025 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een briefadviesverzonden aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer over amendementen enwetgevingskwaliteit. Dit is in afschrift gestuurd aan de Minister-President en de Staatssecre-taris Rechtsbescherming. Zie Kamerstuk 36 673, nr. 5.11Zie onder meer de rapporten van de Parlementaire enquête fraudebeleid en dienstverlening,Blind voor mens en recht, bijlage bij Kamerstuk 35 867, nr. 6 en van de Staatscommissierechtsstaat, De gebroken belofte van de rechtsstaat: Tien verbetervoorstellen met oog voor deburger, bijlage bij Kamerstuk 29 279, nr. 869 en Kamerstuk 29 279, Y.12Voorbeelden van panelgesprekken zijn de MKB-toets (verplichte kwaliteitseis in het Beleids-kompas) of een agrarische praktijktoets.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1514 www.internetconsultatie.nl. Burgers, bedrijven en organisaties kunnenrechtstreeks en op een laagdrempelige wijze laten weten wat zij van eenvoorstel vinden en welke suggesties zij hebben ter verbetering. Wat deinbreng was en wat ermee is gedaan, wordt weergegeven in advies- enconsultatieparagrafen in de memorie van toelichting en ook via eenconsultatieverslag. Het kabinet zet met verschillende acties in op hetverder toegankelijk maken van internetconsultaties en het inzichtelijkmaken van de ontvangen consultatiereacties in de toelichtingen bij totstand te brengen wetgeving.Om effectieve wetten te maken zet het kabinet verder in op het meer enbeter gebruiken van gedragsinzichten en ervaringskennis in het wetge-vingsproces. Zelf werk ik in dit kader aan de doorontwikkeling van deinstrumenten om rekening te houden met doenvermogen. Hierbij zal ikputten uit aanbevelingen uit evaluatieonderzoek in opdracht van hetWODC dat in het voorjaar verschijnt.Voor effectieve wetgeving is de uitvoerbaarheid essentieel en daarvoor isvroegtijdige betrokkenheid van decentrale overheden, publieke dienstver-leners en uitvoeringsorganisaties bij het opstellen van wetgeving vangroot belang.13 Een belangrijk instrument om goed inzicht te krijgen inmogelijke risico’s voor de uitvoerbaarheid van een wetsvoorstel is deuitvoeringstoets door uitvoeringsorganisaties. Vanuit het programmaWerk aan Uitvoering wordt de komende periode de uitvoeringstoets(Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, U&H) doorontwikkeld. Dekomende tijd wordt ook geëxperimenteerd met de werkmethodeUitvoeringsgericht Wetgeven die uitgaat van vroegtijdige samenwerkingmet kennismodelleurs en ICT-ontwikkelaars. Deze werkmethode isbedoeld voor wetgeving die (mede) wordt uitgevoerd door middel vanICT.Sinds januari 2023 wordt de Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden(UDO) toegepast voor nieuw beleid van het Rijk dat gemeenten,provincies en waterschappen raakt. Op 31 maart jl. heeft de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat een brief gestuurd aan het parlement over devoortgang van de UDO.14 Hierin worden ook verschillende kadersaangekondigd om ervoor te zorgen dat een taak op het juiste bestuurlijkeniveau wordt belegd. De Minister van BZK zal de Tweede Kamer hierovernader informeren in het najaar.Cruciaal voor effectieve wetten is – last but not least – een continuemonitoring en evaluatie van beleid en regelgeving. Dat kan bijvoorbeeldmet een invoeringstoets, die eerste inzichten biedt in hoe een regelinguitpakt in de praktijk. Dit kan leiden tot bijstellingen in de uitvoering ofaanpassingen in wet- en regelgeving. Ik werk momenteel aan de verdereimplementatie van dit belangrijke instrument, waarbij ik ook de mogelijk-heden onderzoek om tot versnelde reparatie over te gaan van onwense-lijke gevolgen in de uitvoering, die bij een invoeringstoets naar vorenkomen. Soms zal voor die reparatie wetgeving nodig zijn. Ik wil verkennenhoe het wetgevingsproces in die gevallen zo efficiënt en snel mogelijk kanworden ingericht om dit proces snel te kunnen doorlopen. Daarnaastverken ik momenteel samen met de Minister van Financiën hoe informatieover het doen van beleids- en wetsevaluaties beter kan worden gestroom-13Voor uitvoerbaarheid hanteert het kabinet twee kwaliteitseisen in het Beleidskompas:Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (U&H), die gericht is op uitvoerings- en handhavingsin-stanties en Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) die bedoeld is samen met dedecentrale overheden, na te gaan of wetgeving voor hen uitvoerbaar is.14Kamerstuk 33 047, nr. 32 en Kamerstuk 29 362, W.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1515 lijnd om de toepassing verder te versterken. Met deze actie wordt ookuitvoering gegeven aan de aanbeveling van de Staatscommissierechtsstaat over het serieus nemen van wetsevaluaties.152. RechtsstatelijkheidHet rapport «Blind voor mens en recht» van de Parlementaire enquête-commissie Fraudebeleid en Dienstverlening concludeert dat grondrechtenvan mensen de afgelopen jaren zijn geschonden en de rechtsstaat terzijdeis geschoven.16 Ook de Staatscommissie rechtsstaat concludeert in haarrapport dat de belofte van de rechtsstaat voor een aanzienlijke groepburgers niet wordt waargemaakt.17 In het regeerprogramma heeft hetkabinet daarom aangegeven dat het bestuur en de wetgever veel meermoeten doen om te voorkomen dat wetgeving of beleid tot stand komtdat op gespannen voet staan met de Grondwet.18 Om te borgen dat bij devoorbereiding van regelgeving scherp aandacht is voor constitutioneleaspecten, werken de Minister van BZK en ik, met respect voor elkaarsverantwoordelijkheden, samen aan het versterken van de constitutioneletoets respectievelijk de algemene wetgevingstoets. Hiertoe zijn afsprakengemaakt ter verdere stroomlijning van de samenwerking.Het spreekt voor zich dat het kabinet rekening houdt met de Europese eninternationale inzichten en ontwikkelingen in het wetgevingsbeleid. DeEuropese Commissie heeft recent zijn agenda voor Better Regulationgepresenteerd, waarin vereenvoudiging, snelheid en betere implemen-tatie van regels centraal staan.19 Daarnaast blijkt uit de Regulatory PolicyOutlook 2025 van de OESO dat Nederland behoorlijk in lijn is met deOESO-standaarden voor wetgevingsbeleid. Met name de aandacht voorhet betrekken van belanghebbenden bij de totstandkoming van beleid enregelgeving werd positief bevonden, evenals de vernieuwing van hetRegulatory Impact Assessment Framework met de lancering van hetBeleidskompas en de introductie van de invoeringstoets.20Een belangrijke randvoorwaarde voor rechtsstatelijkheid is de toeganke-lijkheid van informatie over wet- en regelgeving. Dit vormt een permanentpunt van aandacht voor het kabinet en het parlement. De focus van hetkabinet is met name gericht op innovaties om de beschikbare relevanteinformatie eenvoudiger te ontsluiten. Een belangrijke ICT-toepassing diealle ministeries gebruiken is de Wetgevingskalender(wetgevingskalender.overheid.nl), die laat zien welke ontwerpregelingenin voorbereiding zijn, wat reeds in werking getreden is en wat nog inwerking zal treden. Met een centrale ontsluiting van reacties op wetgevingzet het kabinet in op de doorontwikkeling van de Wetgevingskalender,zoals ook toegezegd in de kabinetsreactie op het evaluatierapport«Mozaïek van Belangen».21 Door de centrale ontsluiting van reactiesvanuit de maatschappij kan de betrokkenheid van externen bij besluit-vorming, zoals bij wetgeving, beter inzichtelijk worden gemaakt. Zo wordt15Staatscommissie rechtsstaat, De gebroken belofte van de rechtsstaat: Tien verbetervoorstellenmet oog voor de burger, p. 62, bijlage bij Kamerstuk 29 279, nr. 869 en Kamerstuk 29 279, Y.16Parlementaire enquête fraudebeleid en dienstverlening, Blind voor mens en recht, bijlage bijKamerstuk 35 867, nr. 6, p. 5.17Staatscommissie rechtsstaat, De gebroken belofte van de rechtsstaat: Tien verbetervoorstellenmet oog voor de burger, p. I, bijlage bij Kamerstuk 29 279, nr. 869 en Kamerstuk 29 279, Y.18Regeerprogramma. Uitwerking van het hoofdlijnenakkoord door het kabinet van 16 september2024, p. 83, bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96.19https://commission.europa.eu/law/law-making-process/better-regulation_en.20Zie de OESO Regulatory Policy Outlook 2025 die op 9 april 2025 is gepresenteerd:https://www.oecd.org/en/publications/oecd-regulatory-policy-outlook-2025_56b60e39-en/full-report/netherlands_f5f1799c.html.21Kamerstuk 28 844, nr. 282.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1516 de totstandkoming van wetgeving transparanter. Ik zal uw Kamer naderinformeren wanneer de relevante aanpassingen zullen zijn gerealiseerd.3. VereenvoudigingDe complexiteit van beleid, wetten en uitvoeringspraktijk tast de werkingvan de rechtsstaat aan, zoals onder meer de Staatscommissie rechtsstaatstelt.22 Het stelsel van beleid en wetgeving is de afgelopen decennia teingewikkeld geworden. Wij vinden het belangrijk dat wetten duidelijk enbegrijpelijk zijn voor burgers, bedrijven en (uitvoerings-)organisaties enbijdragen aan een goed functionerende rechtsstaat. Vereenvoudiging isdaarom noodzakelijk. Dit vraagt om beleidskeuzes.Het kabinet werkt op verschillende beleidsterreinen aan vereenvoudi-gingen, hervormingen en moderniseringen. Voorbeelden zijn de Hervor-mingsagenda inkomensondersteuning,23 de hervorming van hetbelasting- en toeslagenstelsel,24 het Programma STOER in de bouwregel-geving,25 de modernisering van het Wetboek van Strafvordering en eenverbetering van het insolventierecht.26Een ander voorbeeld van een vereenvoudigingsactie is het actiepro-gramma «Minder Druk Met Regels», dat de Minister van EconomischeZaken, mede namens mij, op 9 december 2024 aan de Tweede Kamerheeft aangeboden.27 Hierin onderstreept het kabinet dat regels werkbaaren passend moeten zijn, zonder onnodige regeldruk. Ook moetennationale koppen op wetgeving worden voorkomen. Het programma Werkaan Uitvoering werkt daarnaast aan een actieagenda vereenvoudiging,waarin het terugdringen van complexiteit van regelgeving voor mensenen bedrijven centraal staat.Er wordt ook ingezet op vereenvoudiging van de beleids- en wetgevings-processen. Zo wordt in overleg met de betrokken ministeries onderzochtof de kwaliteitseisen van het Beleidskompas meer kunnen wordengebundeld. Ook is naar aanleiding van de Staat van de wetgevingskwa-liteit een interdepartementale verkenning gestart naar het zo efficiëntmogelijk inrichten van de advies- en consultatiefase. Hierbij wordt gezochtnaar een balans tussen stroomlijning en – waar mogelijk – versnellingenerzijds en de toegevoegde waarde van kwaliteitseisen, toetsen enadviezen anderzijds. Een ander voorbeeld is de actie die ik onderneem omin overleg met beide Kamers tot een gemeenschappelijke visie te komenop de vormen van parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerdewetgeving.28 Dit moet recht doen aan de wensen van het parlement enhet kabinet. Hierbij zet het kabinet in op harmonisering en uniformeringvan de varianten die de afgelopen decennia zijn ontstaan.Daarnaast worden mogelijke innovaties onderzocht om de toeganke-lijkheid van wetgeving te bevorderen en het wetgevingsproces teondersteunen. Zo bestaat het voornemen om in de loop van 2025 denodige stappen te zetten voor de ontwikkeling van nieuwe technischestandaarden voor de opmaak van Kamerstukken, wetten en amvb’s,teneinde wijzigingen in regelingen met verschilmarkeringen te kunnentonen. Deze actie sluit aan bij een aanbeveling van de Staatscommissie22Staatscommissie rechtsstaat, De gebroken belofte van de rechtsstaat: Tien verbetervoorstellenmet oog voor de burger, bijlage bij Kamerstuk 29 279, nr. 869 en Kamerstuk 29 279, Y.23De Minister van SZW zal de Tweede Kamer hierover voor de zomer nader informeren.24Kamerstuk 32 140, nr. 211.25Kamerstuk 33 118, nr. 287.26Kamerstuk 36 600 VI, nr. 9.27Kamerstuk 32 637, nr. 660.28Zie ook Kamerstuk 36 410 VI, nr. 13 en Kamerstuk 31 731, O.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1517 rechtsstaat om de huidige wetgevingstechniek los te laten en geconsoli-deerde wetgeving in te dienen zodat in één opslag duidelijk is watgewijzigd wordt, met dien verstande dat deze presentatiewijze nietbedoeld is als een algemeen voorgeschreven werkwijze, maar alsmogelijk alternatief in de gevallen waarin dit toegevoegde waarde heeft.29Ook zijn er om beleidsmedewerkers en wetgevingsjuristen te onder-steunen praktische handvatten ontwikkeld voor het gebruik van duidelijketaal in wet- en regelgeving en de toelichtingen hierbij.30 Denk aan eengestructureerde en logische opbouw van de tekst, het gebruik vannormaal spraakgebruik in plaats van archaïsche termen en het vermijdenvan lange zinnen. Bij alle ministeries zijn ambassadeurs duidelijke taal inwet- en regelgeving aangesteld die hun collega’s adviseren over hetgebruik van duidelijke taal. De komende tijd wordt gewerkt aan de verdereinbedding van dit onderwerp.31Tot slotMet de agenda wetgevingskwaliteit zet het kabinet zich in voor hetversterken van de wetgevingskwaliteit. Dat gebeurt nadrukkelijk kabinets-breed en in samenwerking met het parlement en alle betrokkenen in hetwetgevingsproces. Uw Kamer zal te zijner tijd nader worden geïnformeerdover de verschillende initiatieven op deze agenda door de eerstverant-woordelijke bewindspersoon. De agenda zal ook richting geven aan devolgende Staat van de wetgevingskwaliteit die ik uw Kamer naarverwachting in 2026 zal kunnen toesturen.Het zorgen voor kwaliteit van wetgeving begint bij een goede beleidsvoor-bereiding aan de hand van het Beleidskompas en gaat door na deinvoering van de wet- en regelgeving. Het is aan ons om voortdurend teblijven luisteren, samen te werken en zo verschil te maken. Het is aan onsom wetten te maken die werken voor de samenleving. Dat is mijn oproep,waarover het kabinet graag met uw Kamer in gesprek blijft.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. Struycken29Staatscommissie rechtsstaat, De gebroken belofte van de rechtsstaat: Tien verbetervoorstellenmet oog voor de burger, p. 61, bijlage bij Kamerstuk 29 279, nr. 869 en Kamerstuk 29 279, Y.30https://www.kcbr.nl/themas/themas-z/duidelijke-taal.31Zo wordt in het binnenkort te verschijnen Taalkompas – onderdeel van het rijksbredecommunicatiebeleid voor overheidsmedewerkers – een onderdeel duidelijke juridische taalopgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1518 AGENDA WETGEVINGSKWALITEITDe kabinetsbrede Agenda wetgevingskwaliteit bestaat uit drie speer-punten: effectiviteit, rechtsstatelijkheid en vereenvoudiging. De speer-punten zijn gebaseerd op het regeerprogramma.1. Effectiviteit 1a. Bekendheid en gebruik Beleidskompas vergroten en versterken Wat?Goed doordacht beleid vormt de basis voor goede kwaliteit van wetge-ving. Om kwalitatief beleid te maken is een goede beleidsvoorbereidingnoodzakelijk. Het Beleidskompas is de centrale werkwijze voor hetvoorbereiden en herzien van beleid bij de rijksoverheid. Het Beleidskom-pas helpt beleidsambtenaren bij het goed structureren van hun werk enhet nadenken over de gevolgen van het beleid en bevordert de vroege envoortdurende betrokkenheid van belanghebbenden (zoals burgers,bedrijven, (uitvoerings)organisaties en experts) in de beleidsvoorberei-ding. Zo omvat het Beleidskompas een handreiking voor een goedeprobleem- en oorzaakanalyse en verschillende toetsen en analysemetho-den. Het bestaat uit vijf stappen om beleid te ontwikkelen (de probleem-analyse, het bepalen van doelen, het verkennen van opties om het doel terealiseren, het bepalen van gevolgen van de opties en het bepalen van devoorkeursoptie om de doelen te bereiken). Hierbij hoort ook de afwegingof wetgeving wel het juiste instrument is om het probleem op te lossen enmogelijke alternatieven te onderzoeken, zoals zelfregulering of eencommunicatiecampagne. Het steeds terugkerende element bij die vijfstappen is het betrekken van de belanghebbenden. Daarnaast bevorderthet Beleidskompas een grondige afweging van relevante aspecten. Denkaan verplichte kwaliteitseisen als de doenvermogentoets, de regeldruk-toets en de Aanwijzingen voor de regelgeving, die onderdeel zijn van hetBeleidskompas.Hoe?Het gebruik van het Beleidskompas is nog geen vanzelfsprekendheid. Hetblijft dus van belang hierin stappen te zetten. Op 14 februari 2025 heeft deStaatssecretaris Rechtsbescherming aan het parlement een briefgezonden met de kabinetsreactie op het WODC-rapport over het gebruikvan het Beleidskompas binnen de rijksoverheid. Hierin staan acties die dekomende tijd worden ondernomen om de bekendheid en het correctegebruik van het Beleidskompas te vergroten en te versterken.1Een van die acties is het bevorderen van de gebruiksvriendelijkheid. Dekomende tijd wordt in overleg met de departementen die een kwaliteitseisbeheren, bekeken of en hoe elementen uit de kwaliteitseisen meergebundeld kunnen worden aangeboden. Denk aan het borgen van hetbetrekken van belangen van groepen mensen die in besluitvormingspro-cessen vaak minder goed vertegenwoordigd zijn, zoals kinderen,personen met een handicap, etnisch-culturele minderheden en toekom-stige generaties. Hierbij wordt ook de kinderrechtentoets van de Kinder-ombudsman en een toekomst- of generatietoets betrokken.1 Kamerstuk 29 362, nr. 372. 1b. Brief aan de Tweede Kamer n.a.v. de Staat van de Uitvoering 2024 Wat?De Staat van de Uitvoering 2024 doet de oproep de uitvoering vanaf hetallereerste begin bij de beleidsvorming te betrekken en roept op totintensieve samenwerking tussen beleid en uitvoering vanuit ieders eigenrol en expertise.BIJLAGE.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 1519 Hoe?De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal dit jaar, alscoördinerend bewindspersoon Werk aan Uitvoering, een brief sturen aande Tweede Kamer waarin zal worden toegelicht hoe het programma Werkaan Uitvoering opvolging geeft aan de aanbevelingen van de Staat van deUitvoering 2024. Uitgangspunt hierin zal zijn de inzet van het kabinet vooreen gelijkwaardige samenwerking tussen beleid en publieke dienstverle-ners. Met het programma Werk aan Uitvoering (WaU) ondersteunt hetkabinet initiatieven die hieraan werken om dit verder door te zetten en uitte bouwen. Dit doet het kabinet op een aantal manieren, onder meer doorde doorontwikkeling van de uitvoeringstoets (zie actiepunt 1h. Dooront-wikkeling uitvoeringstoets). 1c. Kabinetsreactie «Naar een uitvoerende macht» van de Raad voor hetOpenbaar Bestuur Wat?De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) signaleert in haar rapport«Naar een uitvoerende Macht» dat uitvoerders ervaring hebben met hettoepassen van regels en in direct contact staan met de samenleving. Zijmoeten daarom een zwaarwegende stem hebben bij beleidsvormgeving.Dit sluit aan bij het voornemen om in het wetsvoorstel tot moderniseringvan de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen een bepaling op te nemenwaardoor zelfstandige bestuursorganen een formele positie krijgen bij hetontwikkelen van beleid en regelgeving die raakt aan hun publieke taken ofhun functioneren. Hierbij zal ook een uitwerking plaatsvinden van de doorde ROB geadviseerde «rode knop» bij voorzienbare uitvoeringsproble-men. Dit sluit ook aan bij de «rode kaart» die door de Staatscommissierechtsstaat is voorgesteld. Een vergelijkbare bepaling is reeds opgenomenin het wetsvoorstel Kaderwet op de rijksinspecties, dat momenteelvoorligt voor internetconsultatie.1Hoe?De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal later dit jaar(Q2/Q3) een kabinetsreactie sturen naar de Tweede Kamer op het rapport«Naar een uitvoerende macht» van de Raad voor het Openbaar Bestuur.21 https://www.internetconsultatie.nl/rijksinspectiewet/b1.2 Raad voor het Openbaar Bestuur, Naar een uitvoerende macht (2024), p. 22. 1d. Aanpak onevenredige hardheden Wat?De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat door (stapeling van) wetten,beleid en de uitvoering ervan, onevenredig harde effecten kunnenoptreden die burgers en ondernemers hard raken en potentieel ontwrich-ten: mensen worden in hun bestaanszekerheid aangetast of er ontstaanproblemen met hun gezondheid of werk. Het kabinet gaat deze onevenre-dige hardheden in beleid, wetgeving en uitvoering gericht opsporen,openbaar maken en aanpakken onder coördinatie van de Minister vanBZK.Hoe?Het oplossen van geconstateerde onevenredige hardheden is – onderaanvoering van de Minister van BZK – een verantwoordelijkheid van deministerraad. Jaarlijks wordt een openbaar rapport uitgebracht getiteld«Hardheden en oplossingen». De Minister van BZK zal de Tweede Kamervoor de zomer informeren over de aanpak onevenredige hardheden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15110 1e. Internetconsultatie Wat?Het kabinet vindt internetconsultatie (www.internetconsultatie.nl) eenbelangrijk instrument als aanvulling op de reeds bestaande consultatie-praktijk in het wetgevingsproces. Internetconsultatie vergroot detransparantie van het proces, de mogelijkheden voor publieke participatieen levert een bijdrage aan de kwaliteit van wetgeving en beleid. Doorinternetconsultatie krijgen meer mensen, bedrijven en instellingeninformatie over wetgeving die in voorbereiding is en kunnen zij sugges-ties doen om de kwaliteit en uitvoerbaarheid van deze voorstellen teverbeteren. Het is kabinetsbeleid om wetsvoorstellen en ontwerp-amvb’sin principe voor internetconsultatie voor te leggen. De website wordt ookgericht ingezet voor andersoortige consultaties, bijvoorbeeld bij bepaaldebeleidsvoornemens of het voorleggen van bepaalde vragen, zoals bij deconsultatie Denk mee met de Staatscommissie rechtsstaat. Kamerledenkunnen de website ook gebruiken voor reacties op initiatiefwetgeving.Hoe?De afgelopen tijd is de website gebruiksvriendelijker ingedeeld en debegrijpelijkheid van toelichtingen op te consulteren stukken gestimuleerd.De Staatssecretaris Rechtsbescherming is voornemens de komende jarende website verder te ontwikkelen. Hiervoor zal hij onder meer onderzoeklaten uitvoeren naar het gebruik en de inzet van internetconsultatie ennaar de mogelijkheden en verbeterpunten. Het kabinet zet zich momenteelook in voor het verder ontsluiten van reacties op wetgeving via deWetgevingskalender (zie actiepunt 2c). 1f. Schrijfwijzer memorie van toelichting Wat?De Schrijfwijzer memorie van toelichting biedt beleidsmedewerkers enwetgevingsjuristen praktische handvatten bij het schrijven van eenmemorie van toelichting. De schrijfwijzer biedt een logische opzet waarinde inhoudelijke eisen waaraan een toelichting in ieder geval moet voldoenaan bod komen. Hiermee wordt ook beoogd de kwaliteit en de onderlingevergelijkbaarheid van toelichtingen te vergroten. In de schrijfwijzer wordtverwezen naar relevante informatie in andere instrumenten, zoals hetBeleidskompas en de Aanwijzingen voor de regelgeving.De laatste herziening van de Schrijfwijzer heeft in 2024 plaatsgevonden,incl. een papieren uitgave. Hierin zijn extra handvatten en goedevoorbeelden opgenomen voor het opstellen van heldere toelichtingen,bijvoorbeeld ter uitvoering van de motie-Van Nispen over een specifiekerechtsbeschermingsparagraaf,1 de doenvermogenparagraaf en de advies-en consultatieparagraaf. Ook is extra informatie opgenomen over hetgebruik van duidelijke taal.Hoe?In 2026 is de volgende editie van de Schrijfwijzer gepland. Hierin wordenonder meer aanpassingen naar aanleiding van de Staat van de wetge-vingskwaliteit opgenomen en uitvoering van toezeggingen of moties opverschillende onderwerpen. Een voorbeeld is verdere verduidelijkingenvan de advies- en consultatieparagraaf in samenhang met de Wetgevings-kalender. In het rapport «Mozaïek van Belangen» van prof. Caelesta Braunen dr. Bert Fraussen wordt een bredere invulling van de advies- enconsultatieparagrafen en memories van toelichting geadviseerd, om zo derol van externen bij de totstandkoming van wetgeving inzichtelijk temaken. Het rapport raadt aan om de bredere belangenafweging dievoorafging aan het wetsvoorstel op te nemen in de memorie vantoelichting. Deze aanbeveling wordt meegenomen voor de volgendeeditie van de Schrijfwijzer.1 Kamerstuk 29 279, nr. 750.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15111 1g. Versterken aandacht voor doenvermogen Wat?In het regeerprogramma is opgenomen dat het van groot belang is datwetten begrijpelijk, uitvoerbaar en doenbaar zijn voor mensen en in depraktijk werken zoals de bedoeling is. De Parlementaire Enquête Fraude-beleid en Dienstverlening signaleerde dat wetten veel meer toegespitstmoeten zijn op de praktijksituatie van mensen dan op een tekentafelwer-kelijkheid. Ook de Staatscommissie rechtsstaat concludeerde datvereenvoudiging moet sporen met het doenvermogen van de burger.Hoe?De afgelopen jaren is gewerkt aan de implementatie van verbeteringen inde verschillende fasen van het beleid- en wetgevingsproces waaronder opde kwaliteitseis doenvermogen.1 Het kabinet zet de komende jaren verderin op beter gebruik van inzichten van burgers en ervaringskennis in hetwetgevingsproces, vereenvoudiging van wetten en meer aandacht voorde werking van wetten voor burgers, bedrijven en maatschappelijkeorganisaties. Momenteel wordt in opdracht van het WODC de toepassingvan de kwaliteitseis doenvermogen geëvalueerd. Het WODC komt in hetvoor jaar van 2025 met aanbevelingen om beter in te zetten op het gebruikvan inzichten van burgers, ervaringskennis en gedragskennis in hetbeleidsproces. Momenteel werkt de Staatssecretaris Rechtsbeschermingreeds aan de doorontwikkeling van de doenvermogentoets en handreikin-gen voor rijksambtenaren, mede om aan het parlement beter inzichtelijkmaken wat (overwegingen rondom) doenlijkheid zijn in concrete beleids-en wetgevingstrajecten.Inzet is om de kwaliteitseis doenvermogen systematisch mee te wegen inde beleidsontwikkeling door middel van doorontwikkeling van hetinstrument doenvermogentoets, de ontwikkeling van handreikingen voorrijksambtenaren en een netwerk van (gedrags)experts op het onderwerpdoenvermogen die dit gedachtegoed blijvend onder de aandacht brengen.De kwaliteitseis doenvermogen zal expliciet onderdeel uitmaken van dedoorontwikkeling van de uitvoeringstoets.2 Zie ook agendapunt 1h.Doorontwikkeling uitvoeringstoets.1 Kamerstuk 35 570 VI, nr. 115 en Kamerstuk 31 731, I.2 Kamerstuk 34 775 VI, nr. 88, Kamerstuk 34 775 nr. R en Kamerstuk 34 775, AQ. 1h. Doorontwikkeling uitvoeringstoets Wat?Wetgeving moet uitvoerbaar zijn om effectief te kunnen zijn. Het isdaarom van belang om decentrale overheden, publieke dienstverleners enuitvoeringsorganisaties vroegtijdig en goed te betrekken bij het opstellenvan wetgeving. Een belangrijk instrument om inzicht te krijgen inmogelijke risico’s voor de uitvoerbaarheid van een wetsvoorstel is deuitvoeringstoets, waarmee uitvoeringsorganisaties hun oordeel kunnengeven over een wetsvoorstel.1 Het kwaliteitsbeheer en de verantwoorde-lijkheid voor de doorontwikkeling van de uitvoeringstoets (Uitvoerbaar-heid en handhaafbaarheid, U&H) – als onderdeel van het Beleidskompas –zijn het afgelopen jaar ondergebracht bij het programma Werk aanUitvoering onder coördinerende verantwoordelijkheid van de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit programma zal met het oogdaarop de huidige uitvoeringstoets versterken en de toepassing ervandoor departementen monitoren en bevorderen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15112 Hoe?Voor de doorontwikkeling van de uitvoeringstoets wordt samengewerktmet Kamerleden, uitvoeringsorganisaties en vakdepartementen. Metonderzoekende gesprekken en daaropvolgende ontwerpsessies wordtonderzocht hoe de uitvoeringstoets zowel in vorm (meer uniformiteit enbetere leesbaarheid) als in inhoud (duidelijker zicht op consequenties vooruitvoering en burger, waaronder doenvermogen) duurzaam kan wordenverbeterd. Dit draagt bij aan een beter inzicht in de impact van beleidskeu-zes op de uitvoering. Beoogd resultaat is een herziene versie van deverplichte kwaliteitseis Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (U&H).1 https://www.kcbr.nl/beleid-en-regelgeving-ontwikkelen/beleidskompas/verplichte-kwaliteitseisen/uitvoerbaarheid-en-handhaafbaarheid-uh. 1i. Experimenteren met Uitvoeringsgericht Wetgeven Wat?Uitvoeringsgericht Wetgeven is een werkmethode waarmee bij devoorbereiding van wetgeving, die (mede) wordt uitgevoerd door middelvan ICT, vroegtijdig wordt samengewerkt met kennismodelleurs enICT-ontwikkelaars.Hoe?De komende periode wordt ingezet op het vergroten van de bekendheidvan deze methode bij de departementen, opdat op termijn multidiscipli-naire voorbereiding structureel en methodisch wordt ingepast in hetbeleids- en wetgevingsproces. Om ervaring met deze werkmethode op tedoen, zullen bij enkele departementen praktijkvoorbeelden wordengerealiseerd. 1j. Bekendheid en gebruik invoeringstoets vergroten en versterken Wat?De invoeringstoets is een beknopt ex durante toetsinstrument, ontwikkeldin reactie op het rapport Ongekend onrecht. Problemen die zich bij nieuweregelgeving in de praktijk voordoen, moeten in een zo vroeg mogelijkstadium worden gesignaleerd, opgepakt en opgelost. De invoeringstoetsonderzoekt aan de hand van twee hoofdvragen hoe nieuwe regelgevinguitpakt voor de uitvoering en voor de doelgroep. Op 25 oktober 2024 heeftde Staatssecretaris Rechtsbescherming de Kamer geïnformeerd over delaatste stand van zaken rondom de ontwikkeling van de invoeringstoets.Als bijlage is de rijksbrede handreiking invoeringstoets meegestuurd.Deze handreiking helpt bij de uitvoering van invoeringstoetsen en hetrijksbreed vergroten van de bekendheid met dit instrument.Hoe?De komende periode zal de Staatssecretaris Rechtsbescherming zichinzetten voor het verder onder de aandacht brengen van de invoerings-toets. Daarnaast zal onderzoek worden uitgevoerd waarbij onder meerwordt gekeken naar de rode draden uit de opgeleverde invoeringstoetsenen de benutting van de resultaten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15113 1k. Stroomlijning informatie over evaluaties Wat?De Staatssecretaris Rechtsbescherming en de Minister van Financiën –gelet op zijn verantwoordelijkheid voor het evaluatiestelsel en devoorgenomen evaluatie van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek2022 (RPE) in 2027 – verkennen hoe de informatie over evaluatie betergestroomlijnd kan worden.1 Doel is om te verduidelijken op welkemomenten in de beleidscyclus nagedacht dient te worden over eenwetsevaluatie en er een eenduidig beeld bestaat over de inhoudelijkevereisten waaraan een wetsevaluatie dient te voldoen. Daarbij kunnen debestaande kwaliteitsvereisten voor evaluaties als uitgangspunt dienenvoor wetsevaluaties. Zoals dat nu al het geval is voor wetsevaluaties diedepartementen op de strategische evaluatie-agenda’s (SEA) hebbenopgenomen.Hoe?Er wordt ingezet op het stroomlijnen van de informatie over evaluaties eneen herziening van de informatie op www.kcbr.nl.1 Kamerstuk 36 600 VI, nr. 12. 2. Rechtsstatelijkheid 2a. Staat van de wetgevingskwaliteit Wat?Staat 2024In 2024 is de eerste Staat van de wetgevingskwaliteit gedeeld met hetparlement. De Staat is een periodiek terugkerende beschouwing dieinzicht geeft in ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit vanwetgeving. Dit inzicht biedt structureel een basis voor een dialoog over dekwaliteit van wetgeving en de dilemma’s die daarmee gepaard gaan,uitstijgend boven individuele dossiers, en ter verdere verbetering van dekwaliteit van wetgeving.Staat 2026Het kabinet is voornemens eind 2026 een tweede editie van de Staat vande wetgevingskwaliteit uit te brengen.Hoe?Op basis van de bevindingen van de Staat worden verschillende verbete-ringen in gang gezet. Deze kunnen bijvoorbeeld worden opgenomen in dedertiende wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving en devolgende update van de Schrijfwijzer memorie van toelichting. Devoorbereidingen van de Staat 2026 zijn gestart. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15114 2b. Versterking algemene wetgevingstoetsing en constitutionelewetgevingstoetsing Wat?De Ministeries van JenV en BZK verrichten op basis van de Aanwijzingenvoor de regelgeving een algemene wetgevingstoets respectievelijk eenconstitutionele toets bij daarvoor in aanmerking komende wetsvoorstellenen ontwerp-algemene maatregelen van bestuur (amvbs).1 In september2023 is, zoals aangekondigd in de Kamerbrief «Versterking van dekwaliteit van beleid en wetgeving» van 25 juni 2021, een nieuw kadergepresenteerd voor het uitvoeren van een selectievere rijksbrede wetge-vingstoets.2 Dit kader versterkt de meerwaarde van de algemenewetgevingstoets door JenV, doordat JenV al in een vroeg stadium van hetwetgevingsproces proactief betrokken is bij een voor toetsing geselec-teerd dossier. Tegelijkertijd is JenV selectiever gaan toetsen door samenmet de departementen voorstellen te selecteren op basis van nieuweselectiecriteria. Alleen conceptregelingen worden getoetst die complexzijn of mogelijk grote maatschappelijke impact hebben én waarbijdaarnaast sprake is van één of meer toetsprioriteiten (momenteel zijn dat:menselijke maat, doenvermogen en uitvoerbaarheid). Voor de niet-geselecteerde dossiers is het aan de departementen zelf om te voorzien ineen adequate interne kwaliteitsborging. Alle departementen hebben, voorzover ze dat nog niet eerder hadden, een intern kwaliteitsborgingssys-teem. De aanpassingen in de algemene wetgevingstoetsing wordenmomenteel gemonitord. In 2026 wordt bezien of hieruit lessen kunnenworden getrokken.BZK en JenV hebben gelet op het regeerprogramma hernieuwdewerkafspraken gemaakt voor de samenwerking bij de toetsing van nieuweregelgeving met als doel om de kwaliteit van de toetsing te versterken.Het kabinet vindt het van groot belang dat bij voorstellen tot wet- enregelgeving scherp wordt getoetst op verenigbaarheid met de Grondwet,het Europese en internationale recht en algemene rechtsbeginselen. Doorde nieuwe afspraken sluiten de algemene wetgevingstoets door JenV ende constitutionele toets door BZK beter op elkaar aan maar met respectvoor elkaars verantwoordelijkheden en met eigen selectiecriteria. Waarmogelijk vindt tussen BZK en JenV inhoudelijke afstemming plaats metbetrekking tot de advisering over constitutionele aspecten in conceptre-gelgeving, waaronder mensenrechten, in conceptregelgeving. Uitgangs-punt hierbij is om te zorgen voor een complementair advies ook in decommunicatie naar de departementen.Hoe?Bij de volgende Staat van de wetgevingskwaliteit (beoogd tweede helft2026) zal de Staatssecretaris Rechtsbescherming rapporteren over destand van zaken bij deze acties. De Minister van BZK zal voor de zomer2025 rapporteren over de nieuwe en versterkte werkwijze bij de constituti-onele toetsing. Deze nieuwe werkwijze zal zijn beslag krijgen in eenherziene versie van de Handreiking constitutionele toetsing, die gelijktijdigmet uw Kamer zal worden gedeeld.1 Zie aanwijzing 7.4 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Ook gaat het om de toetsing van ingrijpende nota’s van wijziging op eenwetsvoorstel en een wetsvoorstel of ontwerp van een algemene maatregel van bestuur en het nader rapport daarbij, ingeval het advies van deAfdeling advisering van de Raad van State daarop ingrijpende kritiek (dictum c of dictum d) op inhoud of vormgeving bevat.2 Kamerstuk 35 570 VI, nr. 115 en Kamerstuk 31 731, I. 2c. Doorontwikkeling Wetgevingskalender Wat?De Wetgevingskalender (wetgevingskalender.overheid.nl) is bedoeld ominzicht te geven in de totstandkoming van wetten en amvb’s en (soms)ministeriële regelingen. Ook is het een centrale ingang naar anderebelangrijke vindplaatsen, zoals www.officielebekendmakingen.nl enwww.internetconsultatie.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15115 Hoe?Op de Wetgevingskalender zijn nu de ontwerpen waarover advies wordtgevraagd aan de Afdeling advisering van de Raad van State en de bij dieadviesaanvraag overgelegde stukken, te vinden. Het kabinet is voorne-mens inbreng die langs andere kanalen dan via internetconsultatie isontvangen langs deze weg verder te ontsluiten.1 Zo zijn alle reacties vanbelanghebbenden, zoals burgers, bedrijven en belangenorganisaties opeen centrale plek vindbaar. Dit is van belang om beter inzicht te kunnenbieden in de betrokkenheid van externen bij de totstandkoming vanwetgeving. Ook worden nieuwe koppelingen verkend met anderewebsites, zoals www.wetten.nl, om de informatie zo gebruikersvriendelijkmogelijk te ontsluiten. De Staatssecretaris Rechtsbescherming zal hetparlement nader informeren wanneer de relevante aanpassingen zullenzijn gerealiseerd.1 Zie Kamerstuk 28 844, nr. 282. 3. Vereenvoudiging 3a. Actieprogramma Minder Druk Met Regels Wat?Op 9 december 2024 heeft de Minister van Economische Zaken, medenamens de Staatssecretaris Rechtsbescherming, uw Kamer een briefgestuurd over het actieprogramma «Minder Druk Met Regels».1 Hierinonderstreept het kabinet dat regels werkbaar en passend moeten zijn,zonder onnodige regeldruk. Dit kabinet zet met het actieprogramma in ophet voorkomen van onnodige regeldruk in nieuwe regelgeving en hetaanpakken van onnodige regeldruk in bestaande regelgeving. Daarbij richthet kabinet zich op zowel nationale regelgeving als EU-regelgeving.Onderdeel van het actieprogramma is (in lijn met het regeerprogramma)de Ministeriële Stuurgroep Ondernemingsklimaat, Regeldruk en Uitvoer-baarheid, die onder meer belast is met de sturing van en toezicht op hetactieprogramma.Hoe?Het kabinet zal uw Kamer voor de zomer van 2025 informeren over devoortgang en resultaten van de Stuurgroep.1 Kamerstuk 32 637, nr. 660. 3b. Programma STOER Wat?De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wil via hetProgramma STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen inRegelgeving) belemmeringen in regelgeving opheffen om zo sneller,goedkoper en meer nieuwe woningen te realiseren. Zij neemt hierbij waarnodig ook een coördinerende rol binnen het kabinet.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15116 Hoe?De Woontop van 11 december 2024 vormde de start van het trajectSTOER. Er is een brede uitvraag gedaan aan partijen betrokken bij dewoningbouw om met voorstellen te komen voor aanpassing vanregelgeving die de woningbouw kan versnellen. Daar is in ruime mategebruik van gemaakt. De Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening heeft daarnaast een onafhankelijke adviesgroep bestaande uitvertegenwoordigers van de bouwsector, wetenschap en het lokale enprovinciale bestuur gevraagd met een advies te komen. Deze adviesgroepheeft daarbij ook de verschillende reacties van partijen betrokken. Op24 april jl. heeft de adviesgroep haar advies voor de eerste fase aangebo-den aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. DeMinister stuurt voor de zomer een eerste inhoudelijke reactie op deadviezen die primair gaan over Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.Voor de zomer volgt ook het tweede deel van de adviesgroep waarbij eenaantal openstaande vraagstukken nader zijn uitgewerkt. Na de zomervindt besluitvorming door het kabinet over het eindrapport plaats.1 Kamerstuk 33 118, nr. 287. 3c. Modernisering van het Wetboek van Strafvordering Wat?De Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris Rechtsbe-scherming werken momenteel aan een modernisering van het Wetboekvan Strafvordering. Hiermee wordt voorzien in een wetboek dat systema-tisch van opzet is, het toepasselijke recht weerspiegelt, een logischeindeling kent en inzichtelijk is voor de burger. Denk aan de vereenvoudi-ging van het voorbereidend onderzoek en de regeling van de opsporings-bevoegdheden, een duidelijke regeling van de bevoegdheden enprocespositie van de verschillende deelnemers aan het strafproces enstroomlijning van procedures in het vooronderzoek en de berechting,waarbij zoveel mogelijk wordt bijgedragen aan een reductie van regel-druk.Hoe?Het nieuwe wetboek is in behandeling bij het parlement. Op een latermoment worden nog twee aanvullingswetten bij het nieuwe wetboekingediend. Ook voor de invoering van het nieuwe wetboek is nogwetgeving nodig. De inwerkingtreding van het nieuwe wetboek isvoorzien voor 1 april 2029. 3d. Verbetering van het insolventierecht Wat?Het kabinet wil zich op het terrein van het insolventierecht de komendejaren inzetten voor verdere modernisering en verbetering van faillisse-mentsprocedures, onder meer door te komen met voorstellen voor eenefficiëntere en rechtvaardigere afwikkeling van faillissementen, met oogvoor de belangen van alle betrokkenen.Hoe?De Staatssecretaris Rechtsbescherming zal de Tweede Kamer voor dezomer nader informeren. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15117 3e. Ontwikkeling visie op parlementaire betrokkenheid Wat?De Staatssecretaris Rechtsbescherming onderneemt een actie om inoverleg met beide Kamers tot een gemeenschappelijke visie te komen opde vormen van parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde wetgeving.Deze moet recht doen aan de wensen van het parlement en het kabinet.Hierbij zet het kabinet in op harmonisering en uniformering van devarianten die de afgelopen decennia zijn ontstaan.Bij de uitwerking zal worden ingegaan de gevallen waarin parlementairebetrokkenheid op zijn plaats is, de veelheid in varianten die in de praktijkzijn ontstaan buiten de in de Aanwijzingen voor de regelgeving beschre-ven vormen en de wenselijkheid van opschoning daarvan.Hoe?Een eerste stap in deze actie is een in opdracht van het WODC dit jaar uitte voeren inventariserend onderzoek naar de vormen van parlementairebetrokkenheid bij gedelegeerde regelgeving en de toepassing in depraktijk daarvan. 3f. Mogelijk maken van wijzigingsregelingen met verschilmarkeringen Wat?Voor in de Staatscourant te publiceren wijzigingsregelingen met betrek-king tot het omgevingsrecht is de mogelijkheid gecreëerd om wijzigings-regelingen te presenteren met gebruikmaking van verschilmarkeringen.Het is op dit moment echter nog niet mogelijk deze techniek ook voorandere domeinen en regelingtypen (zoals wetten en amvb’s) te gebruiken.Daarvoor zijn technische aanpassingen nodig in de publicatiemodellen enstandaarden voor Kamerstukken en het Staatsblad. Ook zijn afsprakennodig over de wijze waarop dergelijke regelingen opgezet moeten wordenom misverstanden bij de verwerking te voorkomen.Hoe?Het voornemen bestaat om in de loop van 2025 de nodige stappen tezetten om deze techniek ook mogelijk te maken en te gebruiken bijKamerstukken, wetten en amvb’s. Daarbij geldt overigens dat dat dan eenalternatief zou vormen dat toegepast zou kunnen worden in daarvoorgeschikte gevallen, niet een algemeen voorgeschreven werkwijze. Het isnamelijk niet zonder meer beter om elk type wijziging en wijzigingsrege-lingen op te zetten in de vorm van regelingen met verschilmarkeringen.Wanneer bijvoorbeeld een enkel artikel wordt ingevoegd in een overigensongewijzigde regeling heeft het aanbieden van de integrale tekst metverschilmarkeringen geen toegevoegde waarde.Overigens bestaat sinds een aantal jaren al de mogelijkheid om bij de opwetten.nl gepubliceerde regelingen de wijzigingen ten opzichte vanvoorgaande versies zichtbaar te maken in de vorm van een met verschil-markeringen voorziene doorlopende tekst. Daarbij dient te wordenaangetekend dat deze mogelijkheid nog niet bestaat ten aanzien vantoekomstige versies van regelingen waarvan het wijzigingsvoorstel nog inprocedure is. 3g. Vergroten van gebruik duidelijke taal in wet- en regelgeving Wat?In het licht van vereenvoudiging zet het kabinet in op het gebruik vanduidelijke taal. Zo zijn er om beleidsmedewerkers en wetgevingsjuristente ondersteunen praktische handvatten ontwikkeld over het gebruik vanduidelijke taal in wet- en regelgeving en de toelichtingen hierbij.1 Ook zijnbij alle ministeries ambassadeurs duidelijke taal in wet- en regelgevingaangesteld die hun collega’s adviseren over het gebruik van duidelijketaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15118 Hoe?De komende tijd wordt ingezet op de verdere inbedding van dit onder-werp bij departementen. Het ambassadeursnetwerk probeert betrokken tezijn bij of op de hoogte te zijn van alle initiatieven op dit onderwerp die albestaan of ontwikkeld worden. Verder onderhouden de ambassadeurs eennetwerk met taalexperts van binnen en buiten de overheid.1 https://www.kcbr.nl/themas/themas-z/duidelijke-taal. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 15119

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b5454fc35104b862

14 okt 2026 · fa081e501d047e5d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.