Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 maart 2026, over de Belastingdienst
Brontekst
Versie d7f312eafdc39f7f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 066BelastingdienstNr. 1536 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 29 april 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft op 19 maart 2026 overleggevoerd met de heer Eerenberg, Staatssecretaris van Financiën, over:−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 1 april 2025 inzake reactie op de motie van deleden Van Eijk en Kisteman over voorkomen dat bedrijven dooraflossing van coronabelastingschulden onnodig failliet gaan(Kamerstuk 31 066, nr. 1472) (Kamerstuk 31 066, nr. 1473);−de brief van de Minister van Financiën d.d. 15 april 2025inzake jaarverslag 2024 van de Inspectie belastingen, toesla-gen en douane (IBTD) (Kamerstuk 31 066, nr. 1497);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 24 april 2025 inzake bestuurlijke reactie opAcICT-advies over het project Rationalisatie Cool:Gen Inko-mensheffing (Kamerstuk 31 066, nr. 1500);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 26 juni 2025 inzake implementatie van deRichtlijn btw-regels voor het digitale tijdperk (Kamerstuk22 112, nr. 4090);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 26 mei 2025 inzake antwoorden op vragencommissie over de brief Uitkomsten extern onderzoek RisicoAnalyse Model (RAM) (Kamerstuk 31 066, nr. 1465) (Kamer-stuk 31 066, nr. 1505);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 10 juli 2025 inzake beleidsreactie op het rapportvan de Autoriteit Persoonsgegevens over het Risico AnalyseModel (RAM) (Kamerstuk 31 066, nr. 1509);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 3 juli 2025 inzake AVG en de privacyorganisatiebij de Belastingdienst (Kamerstuk 31 066, nr. 1508);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 2 juli 2025 inzake toezegging gedaan in destand-van-zakenbrief Belastingdienst van 6 maart 2025, overdrie afgeronde invoeringstoetsen: «Begrenzing periodiekegiftenaftrek», «Introductie rentestop artikel 30h AWR» en kst-31066-1536ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15361 «Afschaffen betalingskorting ib» (Kamerstuk 31 066,nr. 1507);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 5 augustus 2025 inzake beleidsreactie op reflec-tieverslag van het onderzoek «De fraudeaanpak en privacypuzzel» van de Inspectie belastingen, toeslagen en douane(IBTD) (Kamerstuk 31 388, nr. 10);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 8 september 2025 inzake kabinetsreactie op hetIBTD-rapport Rechtsbescherming in het geding (Kamerstuk31 066, nr. 1511);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 10 september 2025 inzake beleidsreactie op brief«Verzoek tot het maken van een plan: toetsing selectie-instrumenten aan onder andere artikel 22 AVG» van deAutoriteit Persoonsgegevens (Kamerstuk 32 761, nr. 332);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 2 oktober 2025 inzake overstap kantoorautomati-sering naar M365 (Kamerstuk 31 066, nr. 1512);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 20 oktober 2025 inzake antwoorden op vragencommissie over beleidsopties belasting- en invorderingsrente(Kamerstuk 32 140, nr. 202) (Kamerstuk 32 140, nr. 282);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 3 november 2025 inzake digitalisering van debpm-aangifte – resultaten uitvoeringstoetsen en vervolg(Kamerstuk 32 800, nr. 91);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 13 november 2025 inzake stand van zakenBelastingdienst (Kamerstuk 31 066, nr. 1518);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 13 november 2025 inzake antwoorden op vragencommissie over de jaarrapportage Belastingdienst 2024(Kamerstuk 31 066, nr. 1504) (Kamerstuk 31 066, nr. 1519);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 13 november 2025 inzake uitvoering van de motievan het lid Stultiens over opties in kaart brengen voor hetvergroten van de transparantie over belastingen (Kamerstuk25 087, nr. 351) (Kamerstuk 25 087, nr. 355);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 11 december 2025 inzake jaarplan Belastingdienst2026 (Kamerstuk 31 066, nr. 1523);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 3 december 2025 inzake toezeggingen en motiesover het Risico Analyse Model (RAM) van de Belastingdienst(Kamerstuk 31 066, nr. 1521);−de brief van de Minister van Financiën d.d. 10 december 2025inzake IBTD-reflectieverslag Inzicht in impact (Kamerstuk31 066, nr. 1522);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 27 januari 2026 inzake Risico Analyse Model(RAM) bij de Belastingdienst (Kamerstuk 31 066, nr. 1525);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 9 februari 2026 inzake reactie op het reflectiever-slag over effectmeting van Programma Leiderschap en Cultuur(Kamerstuk 31 066, nr. 1526);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 20 februari 2026 inzake eindrapportage Belasting-dienst van onderzoekspilot naar turboliquidaties (Kamerstuk31 066, nr. 1529);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15362 −de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 13 februari 2026 inzake gevolgen arrest HogeRaad inzake onverbindendheid verhoogd percentage belasting-rente vennootschapsbelasting (Kamerstuk 31 066, nr. 1528);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 12 februari 2026 inzake onderzoek Belasting-dienst naar informatieverstrekking aan de rechter (Kamerstuk31 066, nr. 1527);−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 12 februari 2026 inzake update toezichtarrange-ment Autoriteit Persoonsgegevens bij de Belastingdienst(Kamerstuk 32 761, nr. 335);−de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 12 maart2026 inzake stand van zaken Belastingdienst maart 2026(Kamerstuk 31 066, nr. 1532).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,C. JansenDe griffier van de commissie,WeeberTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15363 Voorzitter: Van der LeeGriffier: LipsAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Inge van Dijk, Van Eijk,Ergin, Hoogeveen, Van der Lee, Oosterhuis en Stultiens,en de heer Eerenberg, Staatssecretaris van Financiën.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Het is 10.00 uur. We gaan beginnen. Ik open de verga-dering van de vaste Kamercommissie voor Financiën. We voeren eencommissiedebat over de Belastingdienst. Van harte welkom aan deStaatssecretaris en zijn ondersteuning, en aan de leden, die ik even zalvoorstellen. Dat zijn de heer Oosterhuis namens D66, mevrouw Van Eijknamens de VVD, mevrouw Inge van Dijk namens het CDA, de heerHoogeveen namens JA21 en de heer Luc Stultiens namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik ben zelf ook lid van die laatste fractie, mijn naam isTom van der Lee en ik ben technisch voorzitter vandaag. We hebben vierminuten spreektijd per inbreng per fractie. Ik stel voor dat we het aantalinterrupties tot zes beperken in de eerste termijn. Ik geef als eerste hetwoord aan de heer Oosterhuis namens D66. Gaat uw gang.De heer Oosterhuis (D66):Dank, voorzitter. In januari werd duidelijk, eigenlijk tot ergernis van onsallemaal, dat er in Amsterdam een megadatacenter voor Microsoft komt,inclusief de benodigde stroomaansluiting. Tegelijkertijd horen wij van deBelastingdienst dat die onvoldoende ruimte in de eigen datacenters heeften dat het moeilijk is om een stroomaansluiting te krijgen vooruitbreiding. Dus aan de ene kant krijgt Microsoft de ruimte en aan deandere kant loopt de Belastingdienst tegen grenzen aan. En dan gaat deBelastingdienst via de cloud van Microsoft werken. Waarschijnlijk hebbendeze twee casussen niets met elkaar te maken, maar misschien zit daarjuist een probleem, namelijk dat we daar veel te weinig strategisch naarkijken. De afhankelijkheid van een klein aantal buitenlandse bedrijven vooronze digitale infrastructuur maakt ons kwetsbaar. Daarom vind ik het heelverstandig dat digitale autonomie het uitgangspunt is in het coalitieak-koord. Dat moet ook bij de Belastingdienst het uitgangspunt zijn.Daarom heb ik een paar vragen. Zijn er nu naast Microsoft 365 en deomzetbelasting nog andere lopende trajecten waarbij mogelijk wordtgekozen voor een aanbieder van buiten Europa? Kan de Staatssecretariseen overzicht aan de Kamer sturen van welke digitale afhankelijkheden erbij de Belastingdienst zijn van bedrijven buiten Europa? Kan hij samenmet de Staatssecretaris Digitale Economie een brief sturen waarin staathoe de Belastingdienst invulling gaat geven aan het doel om digitaalautonoom te worden en ook gaat helpen om de andere afspraken uit hetcoalitieakkoord op het terrein van de digitale overheid te realiseren?Specifiek over de omzetbelasting heb ik nog een vraag naar aanleidingvan de brief van dinsdag. Enerzijds schrijft de Staatssecretaris namelijkdat hij de keuze voor Fast Enterprises wil doorzetten. Anderzijds schrijft hijdat er maatregelen nodig zijn om de risico’s terug te brengen totaanvaardbare risico’s. Daaruit maak ik op dat hij de risico’s nu nog nietaanvaardbaar vindt. Mag ik concluderen dat hij pas later een definitiefbesluit neemt en alleen voor Fast kiest als de restrisico’s aanvaardbaarzijn?Voorzitter. Het coalitieakkoord heeft ook duidelijke ambities voor eenslanke en slagvaardige overheid. Dat vraagt ook de nodige verandering bijde Belastingdienst, zeker in combinatie met de hervorming van hetbelastingstelsel. Volgens mij moet de ambitie zijn dat dit elkaar versterkt,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15364 zodat een eenvoudiger belastingstelsel ook beter kan worden uitgevoerddoor een slagvaardiger Belastingdienst. Graag ontvang ik een brief van deStaatssecretaris over de manier waarop voor de Belastingdienst invullingwordt gegeven aan dit deel van het coalitieakkoord, inclusief een concreteinvulling van de taakstelling en voorstellen om de externe inhuur teverminderen.Dan het personeelsbeleid. De Belastingdienst vergrijst en een groteuitstroom dreigt. Personeel blijft een van de grootste continuïteitsrisico’svoor de Belastingdienst. Dat staat ook in het jaarplan. Het ziekteverzuim ismet bijna 7% hoger dan de streefwaarde van 5%. Welke inspanningen zijner nodig om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik begin over een punt waarover meerdere collega’s zo waarschijnlijk ookzullen beginnen. Tegelijkertijd denk ik dan: wij kunnen hier zelf natuurlijkook invloed op uitoefenen. Oftewel, een Belastingplan waarvoor 600 extramensen moeten worden aangenomen: moeten we dat willen met elkaar?Ik ben heel benieuwd hoe D66 daarnaar kijkt.De heer Oosterhuis (D66):Bij voorkeur niet. Ik denk ook dat het heel verstandig is om dat te wegenen ons daar heel goed bewust van te blijven.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.De heer Oosterhuis (D66):Tot slot voor dit blokje: een grote fiscale hervorming kan pas als deBelastingdienst dat aankan. We hebben veel gehoord over deICT-systemen en het volle IV-portfolio. Hoe staat het daar nu mee? Vanafwanneer is een grote hervorming mogelijk?Als het gaat om een vereenvoudiging, gaat het niet alleen over beleid,maar ook over communicatie. Uit de Fiscale Monitor blijkt dat slechts 59%van de mensen de brieven van de Belastingdienst duidelijk vindt. Ik vinddat weinig. Volgens mij moet dat hoger. Ik hoor graag hoe de Staatssecre-taris daarnaar kijkt. Wat gaat hij doen om ervoor te zorgen dat die scoreomhooggaat?Dan het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens over het plan vanaanpak om de selectiealgoritmes te toetsen. De AP is positief, maar geeftook duidelijk aan dat het afhangt van de uitvoering. Het trackrecord vande Belastingdienst is niet heel positief. Kan de Staatssecretaris toezeggendat de Kamer direct wordt geïnformeerd als de AP in de uitvoeringtekortkomingen constateert?Tot slot een hele korte vraag over een best wel ingewikkeld onderwerp.Wanneer kunnen wij het voorstel verwachten voor de herijking van hetfiscale bodemvoorrecht?De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dan luisteren we nu naar mevrouw Van Eijk,namens ... O, er is toch nog een interruptie, van de heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Er kwamen in hoog tempo veel onderwerpen langs, dus ik ben iets te laatmet mijn interruptie. Die gaat over het eerste punt, de digitale autonomie.De heer Oosterhuis stelt hele terechte vragen. Ik ben benieuwd wat deopvatting van zijn eigen fractie is. Vindt hij de risico’s zoals die er op ditmoment uitzien aanvaardbaar?De heer Oosterhuis (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15365 Zoals ik zei, lees ik in de brief dat de Staatssecretaris nog een heel aantalmitigerende maatregelen neemt. Tegelijkertijd denk ik dat het dubbel is.We lezen namelijk ook dat de Belastingdienst al in 2021 en 2022waarschuwde dat het huidige systeem ook risico’s heeft. Het is verouderden het heeft continuïteitsrisico’s. Ik denk, achteraf kijkend, dat er met dekennis van nu andere keuzes zouden zijn gemaakt. Tegelijkertijd zitten wenu in de situatie dat dat niet het geval is en dat elk scenario risico’s heeft.Maar ik lees volgens mij ook dat de Staatssecretaris nog risico’s ziet die hijnog moet mitigeren en dat hij daarop voor de zomer nog terugkomt. Ikhoor dus ook graag van de Staatssecretaris of ik die brief op de goedemanier interpreteer.De voorzitter:Geen vervolgvraag? Nee, zie ik. Dan gaan we toch door naar mevrouwVan Eijk. Zij spreekt haar eerste termijn uit namens de VVD-fractie.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank je wel, voorzitter. Laat ik beginnen met stil te staan bij het hardewerk van de medewerkers van de Belastingdienst, juist in deze periodevan de aangifte inkomstenbelasting. Voor miljoenen Nederlanders is dithét moment waarop zij direct te maken hebben met de overheid. Dat ditover het algemeen soepel verloopt, is te danken aan de inzet vanduizenden medewerkers, die vaak onder hoge druk hun werk doen. Dieinzet en die professionaliteit verdienen oprecht erkenning, zeker in eenorganisatie die tegelijkertijd voor grote veranderingen staat.Zo staat de Belastingdienst voor een grote digitale transformatie, waarbijmoderne ICT-systemen, data-analyse en kunstmatige intelligentie eensteeds belangrijkere rol spelen in dienstverlening, toezicht en opsporing.Voor de VVD is het essentieel dat de Belastingdienst beschikt over eenrobuust en toekomstbestendig ICT-landschap dat een slagvaardigeoverheid mogelijk maakt. Is de planning voor de uitfasering van Cool:Genrichting 2027 nog steeds haalbaar? Welke risico’s zijn er voor de continu-ïteit van de uitvoering en hoe kunnen nieuwe beleidswensen ondanksalles toch worden ingepast? Ons land snakt ernaar dat er weer politiekekeuzes gemaakt kunnen worden in plaats van te horen dat allerlei wensenletterlijk om «computer says no»-redenen niet kunnen.Dit maakt ook dat de modernisering van het btw-systeem noodzakelijk is.Doorgaan met een 40 jaar oud systeem is simpelweg geen optie. De keuzevoor een marktpartij is gemaakt en het contract ligt er. Dan moet nu devolle focus liggen op één ding, namelijk maximale risicobeheersing. Hoehard zijn de afspraken dat beheer alleen op locatie plaatsvindt, zonderremote toegang, en dat er gewerkt wordt met personeel van buitenAmerikaanse jurisdictie? En vooral: hoe snel kan de Belastingdienst zelfhet beheer van de infrastructuur overnemen zodat de regie weer volledigin eigen hand ligt? Andere landen, zoals Finland en Denemarken, werkenmet vergelijkbare oplossingen. Wat leren wij concreet van hun ervaringen,juist als het gaat om veiligheid, autonomie en regie?Voorzitter. De Belastingdienst staat voor een aanzienlijke personeleopgave. Voor de VVD is het van belang dat de Belastingdienst blijftinvesteren in een sterke en kwalitatief hoogwaardige opleiding vannieuwe medewerkers. De interne opleidingen van de Belastingdienststaan traditioneel bekend als degelijk en van hoog niveau, en ze hebbeneen belangrijke rol gespeeld in het waarborgen van vakmanschap binnende organisatie. Hoe waardeert de Staatssecretaris de huidige opleidings-structuur en waarom wordt niet ingezet op het behouden en versterkenvan deze bewezen opleidingsaanpak?De Belastingdienst voert naast zijn kerntaak van belastingheffing en-inning ook ongeveer 300 niet-fiscale taken uit. Voor de VVD is hetbelangrijk dat de Belastingdienst zich primair kan richten op zijnkerntaken. Bestaat er een actuele inventarisatie van deze niet-fiscale taken,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15366 en in hoeverre wordt de mogelijkheid onderzocht om die onder tebrengen bij andere organisaties?De Belastingdienst staat voor een enorme opgave als het gaat om deafhandeling van uitgestelde coronabelastingschulden, zo lezen we in delaatste stand-van-zakenbrief. Prioriteit wordt gegeven aan klantverzoekenzoals uitstel en kwijtschelding, wat de VVD begrijpt. Dwanginvordering enoudere vorderingen verdwijnen naar de achtergrond. Dat roept vragen opover rechtsgelijkheid en het signaal richting ondernemers die wél netjesaan hun verplichtingen hebben voldaan. Daar komt nog iets bij. Vanaf2027 krijgen ondernemers volledige bezwaar- en beroepsmogelijkhedentegen besluiten over uitstel en kwijtschelding. Kan de Staatssecretarisuitleggen hoe hij voorkomt dat dat dit systeem vastloopt? Vindt hij hetverstandig om deze extra druk toe te voegen zonder dat de uitvoeringeerst op orde is? Hoeveel extra bezwaar- en beroepsprocedures verwachthij vanaf 2027 en hoeveel extra capaciteit wordt hiervoor vrijgemaakt?Voorzitter, ten slotte. De VVD vindt dat de Belastingdienst en de overheidstevig moeten optreden tegen belastingfraude en ondermijnendecriminaliteit. Effectieve fraudebestrijding kent knelpunten bij gegevens-deling met partners zoals het Openbaar Ministerie en de politie en bij deverwerking van meldingen van mogelijke fraude, waarvoor momenteeldeels nog tijdelijke oplossingen worden gebruikt. Welke stappen wordengezet om gegevensdeling en het meldingenproces structureel te verbe-teren?Dat was het in eerste termijn.De voorzitter:Dank. Het was ook vier minuten. Het woord is aan mevrouw Inge van Dijknamens het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank, voorzitter. Ik wil deze vier minuten graag gebruiken voor de standvan zaken bij de Belastingdienst en, voor het CDA een belangrijk punt, defiscale rechtsbescherming.Allereerst de stand van zaken bij de Belastingdienst. Dank voor destand-van-zakenbrief. Daarin lezen we terecht dat de modernisering vanhet ICT-landschap en het op orde houden van het personeelsbestand nogsteeds de twee belangrijkste prioriteiten zijn. Beide zijn essentieel voor hetgoed functioneren van de Belastingdienst en voor goede dienstverleningaan burgers en bedrijven. De ICT-vernieuwing is daarnaast van grootbelang om ruimte te creëren voor nieuwe wetgeving, waaronder deherziening van het fiscaal stelsel. D66 vroeg er al naar, en ook mijn vraagis: hoe staat het precies met de planning, wanneer ontstaat er op zijnvroegst weer serieus ruimte en waar zitten momenteel de grootsterisico’s? Sluiten de ingezette moderniseringstrajecten voldoende aan bijde Belastingdienst van de toekomst, de zogenaamde Belastingdienst 3.0?We lezen dat processen uit de Belastingdienst 2.0 die gebaseerd zijn oppapier, worden gedigitaliseerd, maar lopen we daarmee niet het risico datwe over een paar jaar opnieuw hopeloos achterlopen? Kan dit niet meergeïntegreerd worden aangepakt?Voorzitter. In het vorige debat spraken we al over de verwachting datvanaf 2028 ongeveer 30% minder fiscalisten, accountants en IT’ersafstuderen, terwijl tegelijkertijd veel medewerkers de Belastingdienstzullen verlaten. Het personeelsrisico staat bij de strategische toprisico’s,maar over werving lezen we weinig. Het zwaartepunt lijkt te liggen opbehoud en inzetbaarheid. Maar wat betekent dit concreet voor detoekomst? Wordt het risico bijvoorbeeld zwaarder meegewogen bijnieuwe belastingplannen? Oftewel, zou extra benodigde uitvoeringscapa-citeit sneller tot een negatief uitvoeringsoordeel moeten leiden? DeStaatssecretaris schrijft ook dat de Belastingdienst graag in een vroegstadium betrokken wordt bij nieuwe wetgeving. Dat ondersteunen wij,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15367 maar eerlijk gezegd gingen wij ervan uit dat dit standaard gebeurde. Hoewil de Staatssecretaris dit concreet vormgeven?Voorzitter. De fiscale rechtsbescherming blijft voor het CDA een belangrijkkernpunt, want veel mensen ervaren nog steeds stress bij het regelen vanhun fiscale zaken, zeker wanneer er problemen ontstaan. Goede rechtsbe-scherming is essentieel voor het vertrouwen in de Belastingdienst. DeFiscale Monitor 2025 laat zien dat het vertrouwen onder particulieren enmkb-ondernemers is gedaald. Dat onderstreept opnieuw het belang vanfiscale rechtshulp en bescherming. Afgelopen dinsdag werd er een petitieaangeboden door ondernemers die zijn gedupeerd door onterechtefraudeverdenkingen. Denk aan CAF-onderzoeken, FSV-registraties,risicoselecties en samenwerkingen tussen overheden. Dit heeft geleid totfaillissementen en inkomensverlies. Dit gaat verder dan alleen Belas-tingen, MKB en Particulier, oftewel «blauw», maar raakt ook Toeslagen.Daarom vind ik het belangrijk dat we dit soort signalen niet alleenindividueel bekijken maar in samenhang bezien en tijdig oppakken. Eerlijkgezegd, als Kamerlid hoor ik deze verhalen en weet ik soms niet waar ikmoet beginnen, terwijl wel onze alarmbellen afgaan. Is de Staatssecretarisbereid om samen met de Staatssecretaris Toeslagen en de onafhankelijkeBelangenbehartiger een keer in gesprek te gaan met een afvaardiging vandeze ondernemers en om de uitkomsten daarvan aan ons terug tekoppelen, zodat we ook weten wat zijn observaties zijn?Voorzitter. Het rapport «Kiezen voor vereenvoudiging» van de IBTDbenadrukt dat sociaaljuridische dienstverlening essentieel is voor de circa3 miljoen Nederlanders die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenenof digitale vaardigheden. Daarom pleiten zij voor versterking van deeerstelijnsrechtshulp, zoals sociaal raadsleden, het Juridisch Loket,rechtswinkels en ouderenbonden. We hebben vorig jaar een motieingediend om deze eerstelijnsrechtshulp via de Belangenbehartiger teversterken, waarvoor 2 miljoen euro is vrijgemaakt. Kan de Staatssecre-taris aangeven wat de stand van zaken is?Dan een vraag over het handvest voor de rechten van belastingbetalers entoeslagenontvangers naar aanleiding van onze initiatiefnota. Hoe staat hetmet de uitwerking en langs welke lijnen wordt dit vormgegeven? Wij zienhierbij ook een duidelijke link met het Programma Leiderschap en Cultuur:we willen eigenaarschap en vakmanschap binnen de Belastingdienstversterken, zodat medewerkers de ruimte en veiligheid voelen om burgersen bedrijven goed te helpen. Hoe wordt dat meegenomen?Tot slot, voorzitter, een hartenkreet. Wij weten dat veel mensen met eenlaag inkomen geen aangifte doen, bijvoorbeeld uit angst om te moetenbijbetalen of juist omdat het simpelweg niet lukt. Tegelijkertijd zijn er veelmensen die juist recht hebben op een belastingteruggave. Het wringt datde Belastingdienst wél proactief vordert, soms tot vijf jaar terug, maar nietproactief uitkeert. Daardoor blijft er veel geld liggen in de gevallen vanmensen die het soms hard nodig hebben. Kunnen we onderzoeken of deBelastingdienst hierin ook proactief kan handelen? Kan de Staatssecretarisde Belangenbehartiger of de inspectie hierover om advies vragen?Dank je wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Stultiens heeft een interruptie voor u.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Een van de vele agendapunten vandaag ging over plof-bv’s en turboliqui-daties. Ook mevrouw Van Dijk heeft daar vragen over gesteld. Ik wasbenieuwd hoe zij de antwoorden van het kabinet apprecieert.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Heel eerlijk: dit is een onderwerp waar ik echt nog wel iets meer in wilduiken. We hebben inderdaad de antwoorden gezien en ik heb jullieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15368 antwoorden gezien. We weten dat dit speelt en ik vind dat we daargewoon wel even wat dieper op door moeten gaan. Ik had dit eigenlijkmeer verwacht bij het debat over de belastingen. Nogmaals, ik wil ergraag later even op terugkomen. Ik wil me hier gewoon nog verder inverdiepen en erop kauwen.De heer Ergin (DENK):Ik had een vraag aan het CDA over het RAM-onderzoek, waar nu ook eenaanvullend onderzoek naar is uitgevoerd. Ik kwam iets later, dus het kanzijn dat mevrouw Van Dijk het hierover heeft gehad en dat ik haar niet hebgehoord. Ik ben benieuwd hoe ze kijkt naar de afhandeling van het heleRAM-debacle.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Daar heb ik eerlijk gezegd in deze inbreng geen aandacht aan besteed. Hetis een onderwerp waar we het natuurlijk lang over hebben gehad. Ik denkdat het onderwerp stiekem ook raakt aan de ondernemers waar ik het overhad, die op de een of andere manier gedupeerd zijn of in risicoselectieszijn terechtgekomen. Vandaar dat ik ook aan de Staatssecretaris hebgevraagd om hierover eens met die groep in gesprek te gaan, om juistdeze onderwerpen niet alleen te bekijken vanuit RAM of FSV, maar om heteen keer integraal goed bij de kop te pakken. We weten namelijk dat erdingen spelen, maar volgens mij kan niemand er precies de vinger opleggen.De heer Ergin (DENK):Uit dit vervolgonderzoek – zo noem ik het even – komt met name hetvolgende naar voren. We wisten dat er ergens veertien of zestienExcellijsten gevonden waren met tienduizenden mensen erop, gebaseerdop hun dubbele nationaliteit. Dat weten we nu; dat was vastgesteld. In hetonderzoek staat nu dat we niet precies weten waar die informatie voor isgebruikt. We weten echter wel dat er tienduizenden mensen op die lijststaan. Ik zou aan het CDA willen vragen of het CDA er voorstander van isdat die mensen, die door de overheid onterecht en oneerlijk zijnbehandeld, op z’n minst netjes een notificatie krijgen van de oneerlijkebehandeling die ze hebben gekregen.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Uiteraard, op het moment dat we die boven tafel kunnen krijgen. Volgensmij is dat juist een van de problemen: we weten vaak niet altijd precieswaar informatie terechtgekomen is. Ondernemers of mensen ervarennatuurlijk vervolgens dingen in de praktijk. Ze denken dan: hoe komt ditnu? Daarom heb ik zojuist het punt gemaakt: ga hier nou over in gesprekmet die ondernemers om daar meer gevoel te krijgen. Ik weet eerlijkgezegd namelijk niet of we ze allemaal te pakken hebben op het momentdat we beloven dat we brieven sturen, als we niet precies weten waaralles geland is.De voorzitter:U heeft zes interrupties, meneer Ergin, en dit is uw derde.De heer Ergin (DENK):Ja, voorzitter. Dit is mijn laatste op dit punt. We weten wel wie er allemaalop die lijst staan, want die lijsten zijn rondgegaan. We weten dus precieshet aantal: hoeveel mensen, hoeveel lijsten en op basis waarvan menerop staat. Op een gegeven moment kwamen er ook postcodes bij kijken.Vanwege het ontbreken van een datalogboek – daarover heb ik straks ookeen vraag aan de Staatssecretaris – kunnen we niet achterhalen wat ermet die informatie is gebeurd. We weten echter wel hoeveel mensen opbasis van een oneerlijke behandeling, om ongeldige en onjuiste redenen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15369 ergens op een lijst zijn gekomen. Ik zou aan het CDA het volgende willenvragen. Dan is het toch op z’n minst een – laat ik zeggen – raadzameexercitie om met die mensen te communiceren: we weten niet wat weermee hebben gedaan, maar u staat wel een lijst en we willen dat u datweet? Daar hoort dan ook de duiding bij die de Staatssecretaris daaraanzou moeten geven. Is het CDA daar een voorstander van?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik kan me daar echt wel iets bij voorstellen, maar laten we dadelijk evenbij de Staatssecretaris beluisteren of dat mogelijk is, hoe dat mogelijk zouzijn en wat de impact daarvan zou zijn.De voorzitter:Dan gaan we door naar de heer Hoogeveen, die zijn inbreng doet namensJA21.De heer Hoogeveen (JA21):Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met wat er goed gaat bij de Belasting-dienst. Die is toch belast met zo’n beetje de meest ondankbare taak vanNederland. We zien dat elke dag nog steeds ruim een miljard euro aanbelastinginkomsten wordt verwerkt. Meer dan 10 miljoen burgers enbedrijven hebben jaarlijks contact met de dienst. Uit de laatste Dienstver-leningsmonitor blijkt dat die de dienstverlening gemiddeld met een 7,1waarderen. Dat is geen vanzelfsprekendheid, want achter dat cijfer gaanweer, zoals mevrouw Van Eijk ook al zei, 28.000 medewerkers schuil, diedagelijks werken om onze publieke voorzieningen te financieren. Hierbijcomplimenten voor de Belastingdienst.Ook op het gebied van ICT ziet JA21 vooruitgang. De moderniseringverloopt planmatig en de verwachting is dat de capaciteitsdruk vanaf2027–2028 in de meeste ketens afneemt. Juist dat laatste punt roep bijonze fractie een vraag op. Tijdens een van mijn eerste grote debatten indeze Kamer, over box 3, zagen wij dat de amendementen van onze fractievoor structuurwijzigingen consequent werden ontraden, met alsmotivering dat die concurreren met andere wijzigingen en dat er daaromgeen invoerdatum te noemen is. Als je dan weet dat de capaciteitsdrukover twee jaar afneemt, dan is de vraag wat dan wel het moment is omdie structuurwijzigingen door te voeren. Waarom heeft de Staatssecretarisdaar toentertijd geen duidelijkheid over kunnen geven?Voorzitter. Ik begrijp dat er keuzes gemaakt moeten worden en dat nietalles tegelijk kan. Dat is ook de boodschap van de Staatssecretaris in zijnbrief. Die nemen wij ook serieus. Maar de vraag is wie dan die keuzesmaakt. Die vraag blijft onbeantwoord. Is dat de Belastingdienst zelf of isdat de politiek? Dit is een enigszins retorische vraag, maar ik benniettemin oprecht benieuwd naar het antwoord van de Staatssecretaris.Want als de Kamer aangeeft dat een bepaalde wijziging politieke prioriteitheeft, dan verwacht ik dat de Staatssecretaris die boodschap ook alszodanig door zal vertalen naar de planning en de Kamer daaroverconcreet informeert; dan heb ik het niet over de mededeling dat ersimpelweg geen invoerdatum te noemen is, maar over een helderoverzicht van wat er dan wel haalbaar is, welke keuzes daarvoor nodig zijnen wat daar dan mogelijk voor zou moeten wijken.Mijn vragen aan de Staatssecretaris zijn de volgende. Ten eerste: is hijbereid om de Kamer een overzicht te sturen van de prioriteiten in deverschillende ketens, inclusief de verwachte planning en de onderlingeafwegingen die daarin worden gemaakt? Ten tweede: op welke wijzewordt de Kamer betrokken bij het stellen van die prioriteiten en op welkmoment in het proces heeft de Kamer nog de mogelijkheid om die bij testuren? Ten derde: is hij bereid om bij nieuwe beleidswensen vanuit deKamer niet te volstaan met de mededeling «dat is simpelweg nietmogelijk» – er werd ook al gerefereerd aan de uitspraak «computer saysTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153610 no» – maar structureel aan te geven wat er wel mogelijk is, op welketermijn en wat daarvoor moet wijken? Ten vierde: is hij bereid om vóórhet Belastingplan 2027 concreet aan te geven welke structuurwijzigingener dan wel kunnen worden doorgevoerd, nu de capaciteitsdruk vanaf 2027à 2028 naar verwachting afneemt?Voorzitter. Een goed functionerende Belastingdienst is een voorwaardevoor goed beleid, maar het omgekeerde geldt ook: een Belastingdienst diede politieke agenda bepaalt in plaats van ondersteunt, is een probleem. Ikzie dus uit naar de antwoorden.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Dat was ook echt bondig. De heer Stultiens gaat nu spreken,namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik heb vier minuten, dus ook vier onderwerpen:autonomie, discriminatie, transparantie en turboliquidaties.Ik begin met de digitale autonomie. Volgens mij hebben we allemaalgeconstateerd dat we in een nieuwe geopolitieke situatie zitten, waarin weals Europa minder afhankelijk willen en moeten zijn van de VS. Wij zijndaarom erg bezorgd over de uitbesteding van het nieuwe btw-systeemaan een Amerikaans bedrijf. De gegevens van onze eigen ondernemers eneigen belastingplichtigen vallen opeens onder Amerikaanse wetgeving. Intheorie krijgt de VS de mogelijkheid om onze btw-systemen volledig platte leggen. Misschien leek dat een paar jaar geleden alleen een theoretisch,onhaalbaar en ondenkbaar scenario, maar de afgelopen maanden hebbenwe gezien wat er kan gebeuren. Dat baart ons grote zorgen. Mijn collegaBarbara Kathmann heeft hier al meerdere keren vragen over gesteld. Wehebben ook antwoorden gekregen van de Staatssecretaris, waarvoordank. Hij zegt dat hij de zorgen begrijpt, maar geeft ook aan toch door tewillen gaan op de ingeslagen weg.Daarom nog een aantal vragen. Zou het beheer en onderhoud vangevoelige infrastructuur niet altijd door de Belastingdienst zelf gedaanmoeten worden? Klopt het dat dit nu ook al mogelijk zou zijn inApeldoorn? Die signalen krijgen wij namelijk. Hoelang duurt het preciesvoordat we over kunnen schakelen op een Europees alternatief? Hoelangduurt het voordat we Europese bedrijven wél voorrang kunnen geven metde nieuwe aanbestedingsregels? Wat zouden precies de kosten zijn als dekomende maanden blijkt dat de garanties toch niet op orde zijn en hijalsnog de stekker uit dit Amerikaanse project zou moeten trekken? Watgaat hij doen met medewerkers die wél onder Amerikaanse jurisdictievallen? Hij gaat proberen om dat te voorkomen. Stel dat dit de komendemaanden niet lukt. Wat kan er dan wel? Mijn belangrijkste politieke vraagis eigenlijk of u de Kamer kunt toezeggen dat er geen onomkeerbarestappen worden gezet voordat de alternatieven echt goed gewogen zijnen – de heer Oosterhuis zei dit eigenlijk ook al – de checks-and-balancesop orde zijn. Ik lees namelijk over een heleboel mitigerende maatregelen.Dat is op zich positief, maar ik denk dan ook: volgens mij is dit nietvoldoende om de situatie te voorkomen waar ik het aan het begin overhad. Ik bedoel een situatie waarin Amerika opeens zegt: we willen julliegegevens kunnen inzien, anders trekken we de stekker eruit. Als datgebeurt, hebben we volgens mij namelijk een veel groter probleem danhet mislopen van geld.Het tweede onderwerp gaat over ...De voorzitter:Een ogenblik. Mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153611 Ik heb nog een vraag hierover. Dit traject loopt al heel lang. We hebbenhier al eerder over gesproken; de heer Stultiens was daar volgens mijdeels bij. «Geen onomkeerbare stappen zetten» betekent volgens mij welof niet live gaan. Live gaan hangt natuurlijk ook gewoon samen metEuropese richtlijnen, met dingen die we hebben afgesproken in Europa,maar ook met wat we richting ondernemers, fiscaal dienstverleners,hebben gecommuniceerd over waar ze zich op moesten voorbereiden.Hoe weegt de heer Stultiens dat dan?De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Volgens mij schetst collega Van Eijk terecht dat er geen oplossing zondernadelen is. Dat deel ik. Volgens mij is het wel zo dat ook ondernemers inons eigen land straks de dupe zijn als Amerika daadwerkelijk zou zeggendat het de stekker eruit trekt of dat het al onze gegevens wil lezen. Ik vinddat dus een groot risico. Mijn vraag gaat over de mitigerende maatregelende komende maanden. Wat betekenen die precies? Als de uitkomst is datwe geen garanties krijgen, moet volgens mij de last-resortoptie zijn dat wehet terugtrekken. Liever niet, want ik lees ook dat we gaan proberen omhet systeem in Apeldoorn in eigen beheer te houden. Dat lijkt me positief.Volgens mij moeten we ook voorkomen dat we alleen maar voor de schijndingen checken, terwijl het eigenlijk al een gelopen race is. Dat zou ik heelkwetsbaar vinden.Dan kom ik bij het eerste punt van mevrouw Van Eijk. Het klopt dat we erde afgelopen jaren allemaal bij waren. Dat is waar. Ik heb twee punten.Eén. Er is wel wat gebeurd in de wereld in het afgelopen jaar. Volgens mijkunnen we dat niet ontkennen. Twee. We zijn natuurlijk allemaal Kamer-leden met 1 of 2 fte ondersteuning, versus de 28.000 mensen bij deBelastingdienst. Ik wil dus voorkomen dat de Kamer zich straks verant-woordelijk voelt voor de juiste aanbestedingen. Dat is volgens mij eenbeetje de wereld op zijn kop. De reden waarom mevrouw Kathmann hierde afgelopen maanden flink op de trom heeft geslagen, is dat wij onsgrote zorgen maken.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):De verantwoordelijkheid voor een juiste aanbesteding kan natuurlijk nooitbij de Kamer liggen. Dit ís een juiste aanbesteding geweest. Ik denk nietdat we dat in twijfel moeten trekken. Op basis van wet- en regelgeving isdeze aanbesteding gegaan zoals die hoort te gaan. Op basis daarvan iseen bepaalde keuze gemaakt. Ik ben het met de heer Stultiens eens dat dewereld in rap tempo is veranderd. Als je het allemaal opnieuw zou mogendoen, zou je misschien een andere afweging maken. Ik denk echter nietdat we hier de indruk moeten wekken dat er niet goed is aanbesteed.Graag een reactie daarop!De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Daar heeft mevrouw Van Eijk gelijk in. Ik gebruik dus ook geen grotewoorden, zoals: o, wat een schande, wat heeft u de afgelopen jarengedaan? Ik constateer dat we nu in een nieuwe situatie zitten als land enals Europa. Op basis daarvan stel ik de vraag wat we nog kunnenproberen te voorkomen en wat het noodscenario is, als dat niet lukt. Opzich klopt het dat ik hier niet heel verwijtend praat over de afgelopenjaren. Ik denk wel – dat zie je ook een beetje in de discussie over Microsoft365 – dat de Kamer en het kabinet de afgelopen jaren misschien weleerder wakker hadden moeten worden. Ik lees in beslismemo’s bijvoor-beeld verschillen tussen enerzijds Financiën en anderzijds BZK overvragen zoals: is er echt goed gekeken naar Europese alternatieven enhebben we echt goed gewogen wat autonomie betekent? Wisten we allesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153612 vijf jaar geleden al? Nee. Hebben we de afgelopen jaren al de juiste keuzesgemaakt? Dat weet ik niet. Daarom ben ik op zich blij dat de Staatssecre-taris het serieus neemt. Ik vind het wel belangrijk dat we straks ook echtdurven concluderen: als het niet op orde is, dan moeten we het niet doen.Volgens mij is dat een belangrijk punt om vandaag te markeren. Ja, hetliefst wordt het opgelost, gemitigeerd. Maar als dat niet zo is, hebben westraks een groter probleem en krijgen we over een paar jaar spijt.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik denk dat het voor ons allemaal een onderwerp is waar we op kauwen. Ikzit een beetje met de garanties, want de tijd gaat snel en mensen wordensteeds innovatiever. Iets wat nu een garantie is, kan over twee jaarmisschien een veel zwakkere garantie zijn. Hoe kijkt GroenLinks-PvdAdaarnaar, ook in relatie tot wél met elkaar voortgang creëren?De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dat is een terechte vraag. Volgens mij heb je nooit honderd procentgarantie. Ik lees in de brief van de Staatssecretaris ook dat hij wel erkentdat er nog heel wat open eindjes zijn, met name wat betreft data en devraag of Amerika gewoon zelf kan beslissen om het systeem te stoppen.Een paar jaar geleden leek dat inderdaad iets heel raars, maar deafgelopen maanden hebben we wereldwijd, in Amerika zelf en ook in onseigen ICC in Den Haag gezien wat er kan gebeuren als Amerika dit doet;vandaar dat onze zorgen hierover zijn toegenomen. En ja, als blijkt dat weeen deel in eigen beheer kunnen houden, bijvoorbeeld het onderhoud,dan zijn we al een stapje verder. Nu lees ik vooral over verkenningen. Ikwil ervoor waken dat het blijft bij een verkenning, als straks de uitkomst isdat het te gevaarlijk is. Daarom zitten wij er stevig in. Ik hoop dat we dekomende maanden de zorgen kunnen wegnemen. Laten we dat metelkaar uitstralen. Maar laten we als Kamer ook echt opnieuw, nog voor dezomer, wegen of het nu veilig genoeg is. Dat is eigenlijk mijn politiekeoproep.De voorzitter:Dan gaat de heer Stultiens verder met zijn betoog. Hij heeft nog ongeveertwee minuten.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Kijk, dat is goed om te weten. Mijn tweede punt is data en discriminatie.De heer Oosterhuis zei daar al kort wat over. We hebben namelijk heelveel rapporten op de agenda staan die eigenlijk laten zien dat we nog nietalles op orde hebben bij de Belastingdienst. Ja, er worden stappen gezet,maar er liggen ook behoorlijk wat stevige brieven van de AutoriteitPersoonsgegevens, ook nog vrij recente brieven. Kan de Staatssecretarishier toezeggen dat de aanpak van discriminatie en het voldoen aan wet-en regelgeving ook voor hem een topprioriteit is? Waar kunnen we hemvolgend jaar op afrekenen bij het volgende commissiedebat Belasting-dienst? Want de tijd van goede bedoelingen is voorbij. Mijn colleganoemde al het RAM-debacle. Ook dat speelde al vrij lang geleden, maarnog steeds kan de Belastingdienst niet voluit zeggen dat die voldoet aanalle regels. Dat is zorgelijk. Ik hoop dat de Staatssecretaris hieromtrentcommitment kan toezeggen.Dan het derde punt: transparantie bij belastingen. Vorig jaar is er eenmotie van ons aangenomen om de transparantie te vergroten, met alsachtergrond dat we nog te vaak via lekken of in krantenberichten lezen dater bepaalde belastingontwijkingsconstructies zijn. We willen dan graagweten hoe dat zit en hoe we dat als Kamer kunnen voorkomen. Eigenlijkloop je dan al snel aan tegen artikel 67 van de AWR. Mijn vraag aan dezeStaatssecretaris is daarom of hij bereid is nog eens te kijken naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153613 opties om deze transparantie te vergroten, omdat wij ons hier grotezorgen over maken.Tot slot turboliquidaties. Ik gaf dat al kort aan in mijn interruptie bijmevrouw Van Dijk. Wij hebben daarover vragen gesteld. De Staatssecre-taris erkent dat er een kans is op misbruik. We weten niet precies hoegroot het is, maar de getallen uit de krant worden niet erkend. Dan blijftvoor mij wel de vraag wat dan wel de ordegrootte is. In de krant lezen wenamelijk dat we 1,5 miljard mislopen in tien jaar tijd. Dat vind ik behoorlijkveel geld. Is de Staatssecretaris bereid om nog eens kritisch te kijken ofwe hier meer info over kunnen krijgen? Als dit echt zo groot is als het nulijkt te zijn, moeten we daar volgens mij namelijk wat mee als Kamer.De voorzitter:Dank. Dat was uw inbreng. Dan is er nog een interruptie van mevrouwVan Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ja, over het een-na-laatste punt – sorry daarvoor – namelijk transparantievan de Belastingdienst. De heer Stultiens heeft daar al verschillende kerenvragen over gesteld. Bedrijven rapporteren zich echt helemaal suf. Erwordt enorm veel uitgewisseld, ook binnen Europa. Is de heer Stultiensop zoek naar nog iets extra’s erbovenop, wat bedrijven extra moetendoen? Of gaat het heel specifiek om de reikwijdte van artikel 67 en is hijop zoek naar het verder oprekken daarvan?De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik ben natuurlijk bekend met alle rapportageverplichtingen, die in deafgelopen jaren zijn toegenomen. Het gaat mij erom dat als er excessenzijn, zoals in de afgelopen tien jaar bijvoorbeeld is gebleken uit lekken viade Panama Papers, de Paradise Papers of uit onderzoek, wij er als Kamerachter kunnen komen wat er mis is gegaan. Dat zit inderdaad met namerondom artikel 67 AWR. Ik breng dit elke keer op omdat we uit debeslismemo’s van de afgelopen jaren weten dat hiervoor bij voorgangersopties op tafel hebben gelegen, waarin in meer of mindere mate interessewas. Alleen, we hebben elk jaar een nieuwe Staatssecretaris gehad,waardoor elk jaar de appetite veranderde. Daarom hoop ik dat dezeStaatssecretaris, in lijn met een van zijn voorgangers, zegt: ik vind hetinteressant om te kijken hoe we de Kamer meer informatie kunnen gevenzodra er weer een misstand op tafel komt waarvan de Kamer wil wetenhoe die is ontstaan en, vooral, hoe die voorkomen had kunnen worden.Dat is de aanleiding voor mijn vraag.De voorzitter:Dank. Dan geef ik het woord aan de laatste spreker in de eerste termijnvan de Kamer, de heer Ergin namens de fractie van DENK.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, dank je wel. Ik heb een aantal punten. Ik wil eigenlijk beginnenmet wat voor een deel van Nederland natuurlijk een positief punt is,althans als het resultaat meevalt, namelijk de belastingaangifte. Dejaarlijkse belastingaangifte is namelijk weer begonnen. Ik kom zelf altijdheel laat aan de beurt, maar ik heb toevallig in het eerste weekend directgekeken hoe druk de website was en of ik überhaupt toegang had tot dewebsite. En wat bleek? Er was geen toegang. Ik zou aan de Staatssecre-taris willen vragen hoe de aangifteoperatie dit jaar begonnen is. Wat zijnde signalen? Wat krijgt de Staatssecretaris terug? Ik heb in ieder geval zelfgeconstateerd dat de website uit was gevallen en niet bereikbaar was.Hoelang was dat het geval? Wanneer gaat het de Staatssecretaris lukkenom al dan niet tijdelijk extra capaciteit te organiseren, zodat de mensendie dat belangrijk vinden en die heugelijk of juist minder goed nieuws zoTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153614 snel mogelijk willen horen, dat gewoon direct kunnen krijgen via dewebsite van de Belastingdienst?De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Inge van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik sloot mijn betoog af met een hartenkreet met betrekking tot aangiftedoen en een stukje proactiviteit. Hoe kijkt mijn collega van DENKdaarnaar?De heer Ergin (DENK):Desbetreffende citaten kan ik even niet achterhalen, maar in algemene zindenk ik dat er bij de Belastingdienst natuurlijk heel veel reparatiewerk, ofalthans ontwikkeling, nodig is als het gaat om digitalisering en tal vanandere punten. Ik vind dat dat gewoon te traag verloopt en dat het proceswel sneller mag. Er zijn heel veel technische innovaties en nieuwemogelijkheden om problemen die we al langer ervaren, aan te pakken. Ikzou graag van de Staatssecretaris willen horen hoe hij daar zelf naar kijkt.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Mijn hartenkreet ging er eigenlijk over dat veel mensen met een laaginkomen geen aangifte doen. Ze zijn namelijk bang te moeten bijbetalenof vinden het gewoon te moeilijk, terwijl dat eigenlijk heel jammer is,aangezien juist veel van die mensen recht hebben op belastingteruggaaf.Dat zou natuurlijk hartstikke mooi meegenomen zijn. Ik had de vraaggesteld of we niet eens zouden kunnen kijken naar proactief uitkeren. Hoekijkt DENK daarnaar?De heer Ergin (DENK):Dat proberen we nu dus bijvoorbeeld ook te doen bij deAIO-toevoegingen bij de pensioenen, met de Wet proactieve dienstver-lening. Daarbij wordt er niet van mensen verwacht dat ze op een knopjedrukken om een bepaalde toeslag of tegemoetkoming te krijgen, maarwordt die ambtshalve toegekend. Dat is zeker een interessante exercitie.Alleen, gaat diezelfde Belastingdienst, die zelf van tevoren dingenautomatisch uitkeert en daar automatisch rekening mee houdt, het jaardaarop weer een brief sturen naar mensen die die extra steun hebbengekregen, met de mededeling «u moet weer terugbetalen»? Daar hou ikwel mijn hart bij vast. Dat is ook precies waar de angst zit bij heel veelmensen thuis die er nu bijvoorbeeld voor kiezen om helemaal geenaangifte te doen. Het is interessant, maar ik hou mijn hart vast voor devalkuilen.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.De heer Ergin (DENK):Voorzitter. Dan ga ik weer naar de box 3-discussie. Ik ben toch welbenieuwd naar de reactie van de Staatssecretaris op het volgende. Wehadden een Staatssecretaris die het er echt debat na debat over had hoebelangrijk het wetsvoorstel was. Dat wetsvoorstel heeft de Kameruiteindelijk ook schoorvoetend aangenomen. En binnen twee weken, ofmisschien zelfs nog korter, kwam er opeens de mededeling van deMinister dat er opnieuw naar wordt gekeken en dat er een herzieningkomt, terwijl de Kamer daar volgens mij in meerdere debatten al naarheeft gevraagd.Voorzitter, mijn laatste twee punten. Punt één gaat over RAM. Er is eenRAM-onderzoek uitgevoerd. Er was eigenlijk sprake van een ICT-monster,een softwaremonster – zo noem ik het maar even – dat werd gevoed doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153615 70 verschillende systemen. Op een gegeven moment werden er selectiesgemaakt op basis van een dubbele nationaliteit. Net zoals bij anderedebacles zien we hier weer terug dat er geen goede datalogging was, dater niet goed werd bijgehouden waar en waarom er bepaalde informatieuit dat monster werd getrokken, en dat we daardoor niet kunnenachterhalen waar die informatie is beland. Dat is zeer jammer, maar datwisten we eigenlijk ook al op basis van het KPMG-onderzoek. Een ruimemeerderheid in de Kamer heeft een motie aangenomen die vroeg omspecifiek te kijken naar die lijsten – uit mijn hoofd zeg ik dat het veertienlijsten waren, maar misschien waren het er zelfs meer – op basis vandubbele nationaliteit en postcode. Wat staat er nou in die lijsten? Welkeinformatie komt daar nou in terug? Kunnen we achterhalen welke groepenextra hard zijn aangepakt? Daar hebben we nu ook antwoord op. Volgensmij stonden er 1,12 miljoen mensen geregistreerd op de postcodelijsten.Bij de lijsten van mensen met een dubbele nationaliteit gaat het ook omtienduizenden mensen. Ik ben gewoon benieuwd wat de Staatssecretarisdaarvan vindt. In de brief lees ik: we kunnen niet meer achterhalen waardie informatie is beland, dus we weten ook niet hoe we mensen hebbenaangepakt, hoe we ze hebben behandeld. Maar hier is toch op z’n minstsprake van een oneerlijke behandeling door de overheid? Zou dieoverheid dan niet ook eerlijk moeten zeggen: we hebben die foutgemaakt, beste meneer X, beste mevrouw Y; u staat op die lijst en weweten niet meer wat daarmee is gebeurd, maar we willen u op z’n minstlaten weten dat u mogelijk oneerlijk bent behandeld? Dat is natuurlijk welde conclusie die we hier als Kamer hebben getrokken uit de toeslagenaf-faire en alle onderzoeken daarnaar.Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over de algoritmes. Bij het vorige debathadden we het over de algoritmes in het bredere kader van hetvoorkomen van discriminatie. Toen stond er in de brief van de Staatsse-cretaris dat er sprake zou zijn van 184 algoritmes en dat er 42 algoritmesgepubliceerd zouden worden. Ik heb toen aan de Staatssecretarisgevraagd: hoe staat het dan met die andere 142 algoritmes; waarom lezenwij daar dan weinig over? Ik moet heel eerlijk zeggen: ik heb het debatteruggelezen en daar heb ik nog geen antwoord op gekregen. Ik zou graagantwoord willen hebben op de vraag waarom de overige 142 algoritmesniet worden gepubliceerd.Voorzitter, tot slot. Staan alle algoritmes die gepubliceerd hadden moetenworden, inmiddels in het Algoritmeregister? Daarover zei de Staatssecre-taris in het vorige debat namelijk dat eind 2025 in ieder geval alle nodigealgoritmes in het register zouden voorkomen. Ik vraag me af of datinmiddels het geval is.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Dat was de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik hebbegrepen dat er een schorsing van een halfuur nodig is om de beant-woording van alle vragen voor te bereiden. We gaan om 11.10 uur verdermet dit commissiedebat. Ik schors de vergadering.De vergadering wordt van 10.39 uur tot 11.10 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën.Wij gaan verder met het commissiedebat over de Belastingdienst. We zijntoe aan de eerste termijn van de zijde van de regering en ik geef hetwoord aan de Staatssecretaris. We hebben weer zes interrupties.Staatssecretaris Eerenberg:Voorzitter, dank u wel. Dank voor het debat met uw commissie. Vorigeweek hadden we het natuurlijk over fiscaliteit en dan is het eigenlijk heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153616 mooi om een week later met uw commissie te spreken over de Belasting-dienst, de uitvoering van al de regelingen die wij hebben in ons belasting-systeem. Ik zou zeggen: dat zou je toch eigenlijk vaker zo hand in handmoeten doen, want zonder de Belastingdienst gaat het niet.Ik heb de afgelopen weken kennisgemaakt met een aantal medewerkersvan de Belastingdienst. Het zijn er natuurlijk 28.000 en ik heb er met eenaantal kennis mogen maken. De indruk die ik daar echt aan overhield, wasdat het heel gepassioneerde mensen zijn die zeer betrokken zijn bij dezaak en ook zeer kundig zijn op hun vakgebied. Maar een rode draad: zewillen allemaal een extra stap zetten voor die belastingplichtige. Ze willenallemaal een extra stap zetten: hoe kunnen we het beter doen, hoe kunnenwe het makkelijker doen en hoe kunnen de dienstverlening vooropstellen?Dat heeft bij mij in ieder geval een heel mooie indruk gemaakt. Ze zijn ookzo betrokken, heb ik begrepen, dat er op allerlei belastingkantoren doorhet hele land naar dit debat gekeken wordt, omdat ze ook gewoon zeerbenieuwd zijn naar wat uw Kamercommissie zegt en hoe zij dat een plekjekunnen geven in hun dagelijks werk, in hun dagelijks handelen. Het is duswat mij betreft een dienst waar wij trots op mogen zijn, die ook nog eensin de top tien staat van de beste werkgevers van Nederland. Dat isnatuurlijk gezien al het werk dat er ligt ook ontzettend belangrijk.Als u mij vraagt – dit is mijn introductie bij de beantwoording – wat ons tedoen staat, vind ik het best moeilijk om daar een prioritering in aan tebrengen. Dat zegt ook wel iets over mijn rol de komende tijd in uwcommissie, namelijk prioriteren. En bij prioriteren hoort ook nee zeggen,kiezen in schaarste. En dan heb ik stiekem de vraag van de heerHoogeveen alvast beantwoord: ik vind dat wij u vaker het dilemmamoeten laten zien. Dus niet alleen maar «het kan wel» of «het kan niet»,maar het ook zichtbaarder maken zodat ik u als Kamer als er eenIT-herprioritering moet plaatsvinden waardoor het wel kan, in de positiebreng om die keuze dan te maken. Ik ben dus voornemens om dat vakertransparanter op die manier te doen.De twee grote brokken werk die er bij de Belastingdienst liggen, zijnnatuurlijk alles rondom IT, alles wat je zou kunnen benoemen als «demodernisering van de IT-opgave». Hoewel, als je het zo noemt, kan daarook de indruk uit ontstaan dat dat een proces is dat je af kan ronden, datdan de modernisering geslaagd is, en dat zal niet zo zijn. Er zijn natuurlijkveel systemen met allemaal verschillende leeftijden, dus het moderni-seren is een continu proces. Tegelijkertijd liggen er een aantal grotebrokken – ik kom daar straks in de beantwoording verder op – waarbij alshet lukt om die achter ons te laten – de VVD vroeg daar ook naar – datzeker lucht gaat geven. Dat is een. De tweede grote opgave is om deBelastingdienst de goede werkgever laten blijven die die nu is. Dat zitnatuurlijk op dat we voldoende personeel weten te vinden en dat wevoldoende personeel weten te behouden, maar dat we er ook voor zorgendat je als je bij de Belastingdienst werkt, je kunt blijven ontwikkelen, kuntblijven leren en dat we werk maken van alles rondom ziekteverzuim envitaliteit. Daar kom ik ook later op terug.Voorzitter. Het laatste in mijn inleiding is natuurlijk gewoon de aangifte-campagne. Hij draait volop. De actuele teller is dat net boven de4,7 miljoen aangiftes inmiddels binnen zijn. Dat zijn toch wel heelindrukwekkende getallen als je daarnaar kijkt en als je kijkt wat er allemaalvoor nodig is om dat te organiseren. Ik ben zelf maandag bij het belasting-kantoor in Rotterdam op bezoek geweest, waar een heel mooi initiatief is –dat is er overigens door het hele land – waarbij mensen die hetingewikkeld of spannend vinden binnen kunnen lopen op afspraak. Eenheleboel mensen vinden het ook spannend om op het knopje «indienen»te drukken, want wat als je nou een fout hebt gemaakt? Dat is een gevoeldat we misschien allemaal wel herkennen. Wat daar in het belasting-kantoor gebeurt, is dat daar studenten zitten, studenten die bijvoorbeeldfiscaliteit studeren of in die in ieder geval een studie doen die verbondenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153617 is met het werk van de Belastingdienst, die die mensen helpen doorsamen de aangifte in te vullen. Het is echt mooi om te zien wat daargebeurt. Er wordt heel proactief meegedacht met de mensen diebinnenwandelen. Ik heb er zelf ook even een tijdje bij gezeten en heb meemogen kijken bij twee mensen die binnenwandelden. Er wordt heelproactief gekeken of er bijvoorbeeld nog iets kan met aftrekposten. Datkomt een beetje tegemoet aan de vraag van mevrouw Van Dijk. Hetallermooiste om te zien was dat die mensen gewoon naar huis gaan enzich heel erg goed geholpen voelen. Dit gebeurt op allerlei plekken in hetland en ook dit is de Belastingdienst.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Een mooie opening van de Staatssecretaris met betrekking tot demedewerkers die graag een stapje extra zetten. Dat herkennen we ook.Maar in het land zijn ook heel veel vrijwilligers actief die mensen helpenbij het doen van belastingaangifte. Nu zijn er natuurlijk ook weer mensenvolle bak aan het helpen, onder andere veel bij ouderenorganisaties. Ikzou het eigenlijk wel mooi vinden als we daarvoor een keer een mooicompliment zouden organiseren met elkaar. Het zijn er veel, het zijnallemaal vrijwilligers en ze zijn enorm behulpzaam.Staatssecretaris Eerenberg:Dat kan ik alleen maar zeer eens zijn met mevrouw Van Dijk. Ook in mijnvorige beroep heb ik gezien hoeveel mooie maatschappelijke initiatievener zijn op dit vlak. Vanuit de Belastingdienst bezien worden die ookondersteund als die hulp nodig hebben. Zowel bij de Belastingdienst alsbij Toeslagen zijn er hele trainingsmodules. Zo kan je als vrijwilliger vanbijvoorbeeld het Leger des Heils een training krijgen over hoe je mensenkan helpen. Er gebeuren dus hele mooie dingen. Het zijn bovenal devrijwilligers zelf die dat doen. Het was eigenlijk uw compliment, via eenvraag, maar ik omarm ’m graag.Voorzitter. Ik heb nu al heel veel gezegd ter introductie, dus ik ga naar degestelde vragen. Ik wilde beginnen bij waarover al een aantal keergesproken is: het IT-landschap, de autonomie daarvan en in het bijzonderhet omzetbelastingsysteem. Laat ik beginnen te zeggen dat ik de zorg dievelen van u hier op tafel leggen, gewoon volledig onderschrijf. De wereldis veranderd. Dat vraagt een proactievere en zelfbewustere houding vanons. Dat vraagt van ons dat wij minder afhankelijk worden van derden. Nuhebben we het over de Verenigde Staten, maar ik denk dat je dit over hetalgemeen zou moeten zeggen. Je kan dit soort redenaties namelijk ookover Chinese leveranciers ophangen. Dat vraagt van ons dat we minderafhankelijk en autonomer worden. Waar misschien mijn persoonlijkeenergie in zit, waarmee ik meteen een vraag van D66 beantwoord, is: hoemooi zou het zijn als de Belastingdienst op dit taaie onderwerp vooropgaat lopen? Het is namelijk geen eenvoudig onderwerp; daar ga ik nogwel wat extra woorden over zeggen.We zijn gewoon een organisatie waarin heel veel IT-systemen draaien. Hetis ook een organisatie waarin IT een sleutelpositie heeft. Hoe mooi is hetom als Belastingdienst met alle kennis en expertise – die is er namelijk;heel veel medewerkers hebben hierin de goede energie – een soortkoploperspositie te pakken in de beweging naar meer autonomie? Het isnamelijk echt een beweging en geen knop die je omzet. Uw vraag was omdaarover een brief te ontvangen, die ik samen met mijn collega-staatssecretaris van Digitale Zaken zal opstellen. Die zeg ik u toe. Ik hoopdat deze beantwoording ook al een tipje van de sluier oplicht. Dat wordteen brief waar veel ambitie in zal zitten. De toon zal zijn: hoe gaat deBelastingdienst voorop in de zoektocht naar meer autonomie?Voorzitter. Dan ga ik meteen maar even naar de komma die ik daarbij wilzetten. We hebben daarvoor namelijk wel een aantal randvoorwaarden oporde te stellen. Soms gaat het om bestaande systemen die je dan zouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153618 moeten vervangen. Daar is niet altijd een alternatief voor. Er is niet altijdeen Europees alternatief. In het verleden is er natuurlijk ook een gesprekgeweest over wat we zelf doen, welke software we zelf bouwen en wat wenog vaker in de markt gaan aanschaffen. Ik heb begrepen dat dat ook eenaantal keer met uw Kamer is gedeeld. Die keus zal misschien ookheroverwogen moeten worden als je autonomer wil worden. Dat is eenvraag; ik heb het antwoord nog niet. Maar dan gaat het natuurlijk ookweer concurreren in de hele portfolio van grote IT-projecten die deBelastingdienst te doen heeft. Als wij met elkaar voorop willen lopen ophet gebied van autonomie – ik vind dat daar goede argumenten voor zijn –dan zal dat ook betekenen dat we op sommige punten moeten herpriori-teren. Ik kan u dat antwoord daarover nu niet geven, maar u gaat daar weleen inschatting van zien in die brief. Er waren namelijk best goedeobjectieve argumenten om vaker iets van de plank, zoals dat dan wordtgenoemd, te willen kopen, omdat je dan soms sneller meters kunt maken.Dat is zo’n randvoorwaarde.Een andere randvoorwaarde heeft D66 in het debat genoemd. Als hetvraagt om uitbreiding van datacenters, dan lopen wij in het Apeldoornsehelaas ook tegen netcongestie aan. Een mooie beweging om meer ineigen beheer te doen kan tegen ... Een zwaard van Damocles is denetcongestie zo langzamerhand oprecht wel rondom heel veelbewegingen in het land. Dat gaat ook bepalen hoeveel wij kunnen doen inautonomie. Nogmaals, dat betekent dat we echt snel meters moetenmaken met het oplossen van de netcongestie, want u zie hoe die ingrijptop alles wat wij doen. Ik zal dat ook aan de Staatssecretaris van KGGdoorgeven.Ik wil het nog even hebben over het omzetbelastingsysteem. De aanbe-steding is afgerond. Het is goed om dat vooraf te zeggen. Er is dus geenlopende aanbesteding, waarin je gedurende de aanbesteding nogafslagen zou kunnen nemen. We hebben een afgeronde aanbesteding. Uitdie afgeronde aanbesteding komt een partij naar voren. De wereld isveranderd en we moeten niet naïef zijn, maar tegelijkertijd heb je je ook teverhouden tot de spelregels rondom aanbestedingen. Dat is een beetjehet lot van een bewindspersoon zijn. Ik kan niet zomaar met één pennen-streek zeggen: daar trekken we ons niks meer van aan; we gaan hetradicaal anders doen. Ik zie overigens dat uw commissie dat ookonderkent.Ik ben de middenweg aan het zoeken. Dat heeft u goed gezien in de briefdie u heeft ontvangen. Hoe respecteren we de keuzes die we in hetverleden hebben gemaakt en hoe respecteren we zo’n aanbestedings-proces? En hoe zorgen we ervoor dat we de risico’s mitigeren dieinmiddels zijn ontstaan omdat het om een Amerikaanse partij gaat? Wehebben daar aanvullende maatregelen voor aangekondigd. Die ziet u ookin de brief. Dat zijn recente maatregelen. De twee belangrijkste zijn alsvolgt. De medewerkers van dit bedrijf moeten onder Europese jurisdictievallen, en dus niet onder Amerikaanse jurisdictie. Daar zitten nog heelveel vragen achter, want hoe moet je dat gaan doen? Die opdracht hebbenwe nu bij de leverancier neergelegd. We verwachten van hen dat ze datgaan organiseren. Dat is één.Nu moet ik een beetje technisch worden. Twee. Er is gekozen voor eenzogenaamde housingoplossing. Ik ben niet doof voor alle experts die wein de media hebben gezien. Ook ik heb gezegd dat we van housing naarhosting moeten gaan. Ook bij housing stond het overigens allemaal inApeldoorn. Het blijft in Apeldoorn staan, maar de servers worden gewoonbeheerd door de medewerkers van de Belastingdienst. Ik zoek daar wel degrenzen in op. Je zou kunnen zeggen: dat hadden we niet met elkaarafgesproken in het traject van aanbesteding. We zoeken dus wel de grensop: kan dit, mag dit en willen we dit? Ja, ik wil het, maar kan het en maghet ook? Gezien de situatie waarin we zitten ... Ik vind dat daar ook eencompliment bij hoort richting de fractie van GroenLinks-PvdA, want zijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153619 heeft daar veelvuldig aandacht voor gevraagd. Ik vind dat het hoort omdat serieus te nemen en om deze grens op te zoeken.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank voor de toelichting van de Staatssecretaris op dit specifieke punt.Deze onderneming, maar ook andere Amerikaanse ondernemingenhebben er toch alle belang bij om met een open houding het gesprek aante gaan? Want het betekent voor hen ook iets naar de toekomst toe omüberhaupt zaken te kunnen doen met Europese bedrijven en Europesediensten. Hoe ervaart de Staatssecretaris dat?Staatssecretaris Eerenberg:Zo is het maar net. Ik wil niet de woordvoerder zijn van deze softwareleve-rancier, maar ik denk dat als u ze deze vraag stelt, ze die volledigomarmen. Zij hebben net zo veel last van de situatie waar we met z’n allenin zitten. Ik zie een partij die echt wil meewerken aan verdergaandeaanvullende maatregelen.Ik heb er nu twee genoemd. De derde maatregel heeft u ook in de briefkunnen zien. Die is ook nieuw. We willen een onafhankelijke partij eenzogenaamde source code review laten doen. Ik wil graag dat een derdepartij gaat kijken hoe de broncode van het systeem eruitziet en of daar welof geen backdoors in zitten. Ik heb helemaal geen aanleiding om ervan uitte gaan dat dat zo is, maar laat iemand anders dat maar even conclu-deren. Dat is ook nieuw in het assortiment. Dat wordt in gang gezet.Ik zat in de schorsing net even na te denken over wat de heer Stultienszegt. Het gaat gefaseerd. Als we straks voor het moment staan waarop deeerste fase live gaat – die is heel klein en gaat over internationaleomzetbelasting en hoe je die verrekent – zal ik een onafhankelijke derdepartij verzoeken om een oordeel te vellen over de risico’s en de mitige-rende maatregelen die we hebben genomen. Ik kan u niet de garantiegeven dat alle risico’s helemaal weg zijn. Die zullen nooit helemaal wegzijn. Ik vrees dat dat ook een beetje een onderdeel van het leven is, maarik vind het wel fijn om straks een onafhankelijke partij te hebben die eenoordeel velt. Dat wil ik ook met u delen. Ik vind dat we dan tot een oordeelzullen moeten komen, maar ik wil daar nu niet op vooruitlopen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank, en volgens mij is dat laatste inderdaad belangrijk en positief. Ik hadnog een vraag over de eerste maatregel. De Staatssecretaris gaf aan datmedewerkers moeten vallen onder Europese jurisdictie. Dat klinkt danweer iets steviger dan in de brief. Toen was het namelijk een soort pogingof verkenning; nu klinkt het als een voorwaarde. Klopt dat laatste? Is hetinderdaad een harde voorwaarde dat deze medewerkers moeten vallenonder Europese jurisdictie?Staatssecretaris Eerenberg:Ik zie dit nadrukkelijk in het proces zoals ik dat net heb geschetst. Het isdus een van de maatregelen waarvan we nu additioneel gezegd hebben:die gaan we in gang zetten. We zullen de komende maanden erachterkomen of dat wel of niet kan, en, als het wel kan, of dat dan ook afdoendeis. Daarom vind ik het ook fijn om straks een oordeel te hebben van eenderde partij over die maatregelen, en pas dan kan ik tot die conclusiekomen. Ik gun onszelf dus ook dat we dit de komende maanden gaanuitzoeken en inregelen. Maar de opdracht, om het maar eens even zo teformuleren, is wel gegeven.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Nog één vervolgvraag. Zelfs als dit lukt, dus als die medewerkers vallenonder Europese jurisdictie, biedt de Amerikaanse wetgeving dan nogsteeds de ruimte om die data op te vragen et cetera, omdat het eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153620 Amerikaans bedrijf is? Klopt het dat dat risico in die zin eigenlijk nietweggenomen kan worden, dus dat de Amerikaanse wet ook over databuiten het eigen land gaat omdat het een Amerikaans bedrijf is?Staatssecretaris Eerenberg:Twee antwoorden daarop. Dat is precies de reden dat ik het zo wil doenzoals ik het net schets. Laat het dan ook maar even aan externe expertiseover om dat oordeel te vellen. Tegelijkertijd – dat is nou eenmaal hetdilemma dat helemaal onder dit vraagstuk ligt – draait bijvoorbeeld ookhet huidige verouderde systeem op Amerikaanse servers, opIBM-mainframes. Als de norm wordt dat er geen Amerikaans elementmeer in systemen zit, dan kunnen we ook het huidige systeem terdiscussie gaan stellen, hoe vervelend het ook is om deze nuance in zo’ngesprek te moeten brengen. Ik zou het namelijk ook hartstikke mooivinden om te zeggen «dit is een zwart-witdilemma» en «we kiezenallemaal voor het een en dan zijn alle problemen opgelost». Ik vrees dathet toch wat complexer is dan dat.De heer Oosterhuis (D66):Dank aan de Staatssecretaris voor deze uitgebreide en hele helderetoelichting op het dilemma, dat gewoon ontzettend ingewikkeld is, en opde maatregelen die hij nu gaat nemen. Ik denk ook dat het inderdaadverstandig is om zo’n onafhankelijke derde er dan eens naar te latenkijken. Die zal zeker niet tot de conclusie komen dat er dan geen risico’szijn, verwacht ik, maar we moeten die risico’s natuurlijk wel wegen tegeneen alternatief dat er zou zijn. Zou die onafhankelijke derde dan wel derisico’s in beeld kunnen brengen van dit versus een mogelijk alternatief?Staatssecretaris Eerenberg:Het korte antwoord is ja. Ik denk dat de vraag aan die derde vooral gaatover de aanvaardbaarheid van de risico’s en niet over het oordeel of errisico’s zijn. Met mijn illustratie over het huidige systeem zie je ook dat hetwel heel ingewikkeld gaat worden als dat de norm wordt. Ik heb helemaalniks tegen ingewikkelde vraagstukken, maar we moeten er ook voorzorgen dat er belastingen binnenkomen.De voorzitter:Mag ik in het kader van de toezeggingen vragen of u dan ook eentijdsindicatie kunt plakken op de onafhankelijke derde die voor de eerstefase die toets doet en wanneer u die deelt met de Kamer?Staatssecretaris Eerenberg:De livegang van het eerste deel wordt verwacht in juni-juli. Dat zoubetekenen dat u deze brief in mei-juni kunt ontvangen. Dan kunt u er ooknog wat mee doen.De voorzitter:Dat noteren we. Gaat u door met uw betoog.Staatssecretaris Eerenberg:Daarmee heb ik, denk ik, al veel gezegd over het omzetbelastingsysteem.Daaraan verbonden vraagt D66 – dat is overigens een goede vraag – of ermeer systemen met dit dilemma zijn. Het antwoord is ja. Ik heb u net aleen voorbeeld gegeven van het huidige omzetbelastingsysteem. U kentMicrosoft 365. Daarover heeft u ook al eerdere debatten gevoerd. Om nouniet deze commissiebehandeling te gebruiken om een soort totaalover-zicht te geven van alle systemen van welke makelij dan ook, denk ik dathet goed is dat we het overzicht gewoon bij de brief voegen die ik u in hetbegin van dit blokje heb toegezegd. Ik weet dat er ook nog lopendeaanbestedingsprocessen zijn. Daar mag je ook niet te veel over zeggen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153621 want dat zijn lopende processen, maar we weten wel dat ook Ameri-kaanse leveranciers of leveranciers die gebruikmaken van Amerikaansecomponenten zich ingeschreven hebben op die aanbesteding. Maar ik zalu in de brief een helderder overzicht dan dit geven.De heer Hoogeveen (JA21):Dank voor de beantwoording door de Staatssecretaris. Ik denk dat daarineen bepaalde realiteit zit. Ik zou toch even een stapje terug willen zetten indit debat. We zijn nu aan het zoeken naar kwetsbaarheden ten aanzien vanAmerikaanse bedrijven. Ik denk dat collega Van Eijk het heel goedaankaartte: wat is nou het belang voor een Amerikaans bedrijf om dezorgen die wij hebben niet weg te nemen? Ik hoorde de Staatssecretarisaan het begin van dit blokje zeggen dat we wel gaan kijken naar alterna-tieven, met het risico dat het duurder wordt en langer duurt. Hoe gaat dieafweging plaatsvinden? Wat zijn nou precies de reële risico’s waar we hetover hebben ten aanzien van die systemen?Staatssecretaris Eerenberg:Voor de goede orde: in de introductie van het blokje had ik het over degehele IT-portfolio, waarbij de opdracht is om die autonomer te maken endan gaat het veel minder over of het Amerikaans is of niet en gaat hetgewoon over minder afhankelijk zijn van ten eerste big tech en ten tweedeandere landen. Of je bijvoorbeeld bij de broncode komt, of je daar zelf watmee kunt doen, is ook een vorm van autonomie en afhankelijkheid. Er zijndus verschillende vormen van autonomie. In zijn algemeenheid kan ik uwel zeggen dat als we vanaf nu voor de maximale variant van autonomiewillen gaan voor alle IT-systemen in de toekomst, dat ook werk met zichmee gaat brengen. Tegelijkertijd is de beweging naar meer autonomieabsoluut goed, een beweging die wat mij betreft veel meer is ingegevendoor de wens om te weten wat je hebt, eigenaarschap. Kijk naar dediscussie over algoritmes. Grip op je IT hebben omdat je daar zelf vanbent, is in die zin een veel grotere drijfveer dan dat het nu per se over deAmerikanen gaat. Daar gaat het ook over, maar de opgave is breder.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt zijn betoog.Staatssecretaris Eerenberg:Dan wat vragen rondom dit systeem die hiermee verbonden zijn.GroenLinks-PvdA zei: stel dat je stopt en opnieuw gaat beginnen. Dan hebje overigens wel een probleem met ten eerste aanbestedingsregels en tentweede een huidig systeem. Misschien mag ik u een illustratie van hethuidige systeem geven. Daarmee kan niet worden gecommuniceerd doorandere systemen. Hoe vindt de uitwisseling nu in de praktijk plaats?Mensen tikken het over. Er zitten mensen omzetbelastingdata van het enesysteem over te tikken in het andere systeem. Foutgevoeliger krijg je hetniet, hè? Het is dus echt wel een noodzaak om wat te gaan doen. Zegtmen «we gaan dat nog eens heroverwegen, opnieuw bouwen et cetera»,dan zit je zo aan een doorlooptijd van drie tot zes jaar. Vandaar dat u aanmij merkt dat ik kijk naar: wat kan ik in het lopende traject extra doen, watkan ik aan extra waarborgen doen zodat we hopelijk niet in die situatieterechtkomen?Dan EU-bedrijven voorrang geven in aanbestedingsregels. Dat ligt op hetterrein van de bewindspersoon van Economische Zaken. Aangezien debrief een coproductie wordt, zal ik er ervoor zorgen dat we daarin hieropterugkomen.Dan vroeg u naar de kosten als we het Amerikaanse project – dan gaat hetweer over omzetbelasting – staken. En «u» is uiteraard niet de voorzitter,maar het lid van GroenLinks-PvdA; excuus, voorzitter. Dat kan ik u nu nietopenbaar zeggen. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe ik dat in het verkeer metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153622 uw commissie of uw Kamer doe, maar ik ben graag bereid om dieinformatie vertrouwelijk aan u te verstrekken.De voorzitter:Dat kunt u doen via een vertrouwelijke brief of, als het complexer is, viaeen vertrouwelijke briefing.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Of we het laatste doen laat ik dan in het midden, want als Kamer ben je erdan weer aan gebonden dat je er niks over mag zeggen. Mag ordegroottewel? Ik snap heel goed dat er nadelen aan zitten. Normaal doe je dat lieverook niet. Bij het eerlijk wegen van de risico’s wil je echter ook hetalternatief meewegen. Waar praten we dus ongeveer over?Staatssecretaris Eerenberg:Daar kom ik graag in de tweede termijn op terug. Dit zijn allemaalbedrijfsgevoelige gegevens, dus ik moet daar voorzichtig mee omgaan.Uw suggestie gehoord hebbend, voorzitter, is een technische briefing overdit vraagstuk sowieso iets wat ik u graag wil aanbieden, als uw commissiedaarvan gebruik wil maken. Dan kunt u ook wat doorpraten over dedilemma’s en de maatregelen en kan er misschien ook wat expertise opgeorganiseerd worden. Een gedeelte van die briefing, rondom decontractwaarde, kan ook vertrouwelijk zijn. Dit is echter aan uwcommissie. Als u een briefing wenst, organiseer ik die. Dan heb ik wat mijbetreft het stukje gehad over autonomie in het algemeen en in hetbijzonder in het omzetbelastingsysteem.Mevrouw Van Eijk (VVD):Wat leren we van andere Europese landen, zoals Finland en Denemarken?Staatssecretaris Eerenberg:Dat die gekozen hebben voor de hostingoplossing, en niet voor dehousingoplossing. Dat is precies de reden dat ik – volgens mij was datvorige week, maar houd me dat ten goede – gezegd heb: laten we dantoch maar kijken of we dat als de wiedeweerga ook kunnen gaan doen,ook al gaan daar nog heel veel vragen achter wegkomen.De voorzitter:Dan gaan we naar het volgende onderwerp.Staatssecretaris Eerenberg:Ja, dat is de rest van de vraagstukken rondom ICT, informatievoorzieningen het IT-landschap. Een aantal van uw leden vroeg hoe het staat met deplanning. Daar krijgt u natuurlijk regelmatig informatie over van hetkabinet. Cool:Gen is natuurlijk het grote brok dat nu voorligt. Dat bestaatuit negen projecten. Zeven daarvan liggen op schema. Dat betekent dusdat die dit jaar afgerond gaan worden. Twee daarvan hebben vertragingopgelopen. Die schuiven door naar 2028.U vroeg mij wanneer er dan lucht komt. Ik wil echt niet de indruk wekkendat daarmee de modernisering klaar is en dat al de uren die nu in ICTzitten, ter beschikking komen voor wat we dan ook willen met elkaar, maarik denk dat we in 2028 echt over lucht kunnen gaan spreken.Mevrouw Van Eijk (VVD):Op dit punt het volgende. Dat mag ook in een brief en misschien moetenwe daar nog een keer over doorpraten. De inkomensheffing heeft altijdprioriteit gehad en gekregen voor de uitfasering van Cool:Gen. Is dat hetsysteem dat ook als eerste helemaal klaar is? We moeten namelijk op eengegeven moment wel aan de slag met beleidswensen; lees: vereenvou-diging van het belasting- en toeslagenstelsel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153623 Staatssecretaris Eerenberg:Ik zal kijken of ik in tweede termijn al mondeling kan zeggen welkemodules het zijn en hoe de precieze vertraging over de modules verdeeldis. Anders kan dat inderdaad mooi in een brief meegenomen worden,maar wellicht kan ik dat in tweede termijn meteen verduidelijken.Ik denk dat een ander vraagstuk rondom het IT-landschap toch bij onszelfligt, want hoe meer wij kunnen versimpelen, vereenvoudigen enstandaardiseren in processen – over software hebben we het net gehad –hoe beheersbaarder het IT-landschap wordt. Tegelijkertijd zal moderni-sering echt nog wel blijven plaatsvinden, ook omdat systemen die we nuals oud beschouwen nu een vraagstuk vormen, maar systemen van tien àtwintig jaar oud over tien jaar natuurlijk ook oud zijn. Je hebt dan vaakhele specifieke expertise nodig, bijvoorbeeld van mensen die eenprogrammeertaal kennen die niemand meer kent. We hebben daar dusblijvende aandacht voor.Dan was er de vraag van het CDA of alles wat we nu aan het doen zijn,aansluit bij Belastingdienst 3.0. Tax Administration 3.0, zeggen sommigemensen. Het antwoord is ja en nee tegelijk. Het antwoord is ja als het gaatom alles rondom modernisering en investeringen, helemaal. Maar er zitnatuurlijk een veel grotere opdracht in 3.0, die gaat over transformeren enmeer gebruikmaken van AI. Elke keer dat ik dat zeg, zeg ik er overigens bijdat dat binnen grenzen moet. Dat moet AI zijn die zorgvuldig met dataomgaat, niet bevooroordeeld is en dat soort zaken. Dat gaat dus nietalleen over de IT-investeringen, maar ook echt over de transformatie vande Belastingdienst in zijn geheel.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Zegt de Staatssecretaris nu eigenlijk dat we hier nog wel een been bijmoeten trekken, of interpreteer ik het dan niet correct?Staatssecretaris Eerenberg:Ik denk dat dit een niet te onderschatten opgave is; laat ik het zo formu-leren. Die is overigens verbonden aan personeel, want uiteindelijk zul jemet minder mensen – dat is niet alleen vanwege de taakstelling, maar ookgewoon gezien de arbeidsmarkt, zeg ik tegen het lid van D66 – een evengoede of betere uitvoering door de Belastingdienst moeten vormgeven. Ikdenk dat hier nog heel veel vraagstukken achter weg gaan komenwaarvan we nu nog niet met z’n allen volledig de impact kunnendoorgronden. Ik heb u in het vorige debat over fiscaliteit gezegd dat ik meteen brief kom waarin ik persoonlijk, vanuit mijn staatssecretariaat, voor ueen soort strategie ga schetsen en ga schetsen waar de prioriteit zit. Ditzal een van de onderdelen bij het blokje Belastingdienst in die brief zijn.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.Staatssecretaris Eerenberg:Dan was er nog een vraag van Oosterhuis van D66: hoe staat het met deplanning en liggen we een beetje op schema? Ik denk dat alles wat wij uwKamer hebben toegezegd, relatief gezien goed op schema ligt, wetendedat er heel veel wensen zijn die je nog te doen hebt. Denk aan allesrondom box 3, waar we nu opnieuw naar kijken. Als we daarvan werkgaan maken, zullen andere dingen op de wachtlijst naar achteren gaan.Op Prinsjesdag komt de bijlage over uitvoerbaarheid weer. Ik zal ervoorzorgen dat die heel helder laat zien waar we nou staan in de heleIT-portfolio – dat is ook meteen een antwoord op de vraag van de heerHoogeveen van JA21 – wat er gedaan is, wat er gedaan zal worden en,misschien wel relevanter, wat er nog allemaal in de wachtkamer zit en watwe daarvan vinden met elkaar. In de bijlage uitvoerbaarheid gaan we daardus wat extra aandacht aan geven om u in alle scherpte inzicht te geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153624 Dat was wat mij betreft het blokje IT. Dan ga ik naar personeel. Ik hebhierover in mijn introductie al het een en ander gezegd. Dank ook aan hetlid Oosterhuis voor de goede vragen. We zijn een hele goede werkgever,maar dat kunnen we niet automatisch blijven, dus moeten we inzetten opvakmanschap en werkplezier. We zijn ook een leuke organisatie om voorte werken, hoor. Dat is niet vanzelfsprekend, dus hoe zorg je ervoor dat jedat blijft en je ook aansluiting vindt bij de mensen van de volgendegeneratie? Hoe zorg je voor kennisuitwisseling? Er is heel veel kennisbinnen de 28.000 toppers van de Belastingdienst, mag ik wel zeggen,maar hoe zorg je ervoor dat die ook beschikbaar is voor de27.999 collega’s? Hiervan wordt veel werk gemaakt. Inmiddels is er ookeen nieuwe verzuimaanpak. Die is vorig jaar gestart en gaat vooral overvitaliteit, over levensstijl: hoe zorg je ervoor dat je gezond bent en gezondblijft, dat je met tegenslagen kunt omgaan en met stress? We zullen zienhoe die aanpak uitwerkt, maar de mensen die er verstand van hebben,zeggen dat het met die aanpak moet lukken om wat te doen aan hetziekteverzuim. Hier zit mooie energie. Het is een mooi programma.Ook mooi – dat is meteen een antwoord op de vraag van de VVD – is dit.Er zijn steeds minder fiscalisten in de wereld en dus ook in Nederland,maar bij de Belastingdienst hebben we die wel heel hard nodig. Er is eenheel goed trainingsprogramma. Je kunt binnenkomen bij de Belasting-dienst als IT’er, om een willekeurig voorbeeld te geven. Je kunt dan eenmooi opleidingsprogramma krijgen. Je wordt geen meester in fiscaalrecht, maar je kunt wel als semi-fiscalist de Belastingdienst verlaten. Ubegrijpt dat ik dit een beetje met een knipoog zeg, gezien ondergetekende.Dit is wel iets wat heel mooi en ook heel populair is. Veel werknemers vande Belastingdienst die instromen, zeggen: dit is mooi, het is verrijkend omeen nieuw vak te leren.Dan personeelsrisico’s, waar Van Dijk naar vraagt. We zitten op 100%,hoera! In 2025 zijn 2.700 mensen ingestroomd en we verwachten dat ditjaar 2.300 mensen instromen. Dat komt overeen met de uitstroom. Maarwe moeten niet denken dat het daarmee ook voor de komende jaren isgeregeld. Ik denk dat het risico zit op het gebied van slimmer werken: alshet ons niet lukt om slimmer te werken en meer gebruik te maken van dedigitale transformatie – dit is weer de Belastingdienst 3.0 – gebruik temaken van AI binnen de grens van ethisch verantwoord omgaan met AI,dan gaan we het niet redden. Toekomstbestendigheid zal ook gaan overmeer doen met minder mensen, omdat dit nou eenmaal de toekomst vande arbeidsmarkt zal worden.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik had dit ook gevraagd in relatie tot de belastingplannen. Ik schrik iederekeer van het aantal extra mensen dat moet worden aangenomen omüberhaupt rond te kunnen draaien. Gaan we daar wat deze Staatssecre-taris betreft ook anders mee om richting toekomstige belastingplannen?Staatssecretaris Eerenberg:Laat ik het zo zeggen, ik heb me voorgenomen, zonder dat ik daarmee proforma politieke wensen wil diskwalificeren – ik snap dat dat nu eenmaalhet vak is dat we hier beoefenen – om hierover transparanter te zijn. Decomplexiteit van de uitvoering komt ook van de wetgever vandaan. Ikspeel daarin een hele grote rol. Ik snap heel goed dat u zegt dat het vooreen gemiddeld Kamerlid ingewikkeld is, met de beperkte ondersteuningdie u heeft. Dat respecteer ik en snap ik ook. Maar ik denk dat wij vaker hetgesprek met elkaar zullen moeten voeren over versimpeling en vereen-voudiging: zijn al deze regels wel nodig, is deze uitzondering echt nodig?Het antwoord hierop kan ja zijn, maar het effect daarvan op de uitvoeringis altijd groot. Daarbij zullen we het helaas – dat zal niet altijd een leukgesprek zijn – ook vaker over «nee» moeten hebben in plaats van «ja».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153625 Voorzitter. Ik ga naar de rechtshulp: het amendement over de eerstelijns-rechtshulp van Van Dijk. Die 2 miljoen euro is naar de Belangenbehartigergegaan. Zij is onafhankelijk. Ik heb begrepen dat zij in december 2025 eenrapport heeft opgeleverd. Dat is ook verstrekt aan u, heb ik begrepen.Daarin kunt u heel goed zien wat zij met haar inzet heeft gedaan voor deversterking van de eerstelijnsrechtshulp. Kortheidshalve verwijs ik naardat rapport. Overigens denk ik dat het heel fijn is dat wij die functiehebben. Alles wat wij kunnen doen om die in de spotlights te zetten, zodatde vindbaarheid daarvan wordt vergroot, zal ik persoonlijk ook doen.Dan het handvest. Overigens kwam dit in mijn inwerkprogramma voorbijen was mijn eerste reactie: wat een hartstikke goed idee om ook gewoonaan de inwoners van ons land te vertellen hoe het zit met rechten enplichten bij de Belastingdienst, op een manier die mensen kunnenbegrijpen. Ik vind het dus heel goed. Er zit energie op en er wordt aangewerkt. We hebben Toeslagen er ook bij betrokken. Voor heel veelmensen is het natuurlijk gewoon één. Voor ons zijn deze gescheiden,maar voor inwoners is het vaak één, zeker als ze er afhankelijk van zijn. Ikkan u na het zomerreces een update geven over het handvest. Dat is ookmeteen een toezegging, voorzitter. Of we er één van maken of dat we hetopknippen, omdat de Belastingdienst wat sneller gaat dan Toeslagen, gaatu na de zomer horen, maar het gaat er komen. De gesprekken daarovermet de maatschappelijke partners – we doen het echt samen – de partijenwaar u zelf ook aan refereerde, worden door de Belastingdienst als zeerwaardevol ervaren.Voorzitter. Dat is wat ik had ik dit blokje. Ik ga naar wat wij toezicht enfraudeaanpak hebben genoemd. Wat betreft de petitie over ondernemersdie onterecht als fraudeurs worden gezien – zo heet de petitie tenminste –ben ik, kort en goed, graag bereid om samen met mijn collega, deStaatssecretaris, het gesprek aan te gaan. Ik heb de petitie gezien en ikhoor de hartenkreet die daarin staat. We gaan dus graag samen hetgesprek aan.Dan de gegevensdeling. Een vraag van mevrouw Van Eijk: welke stappenworden er gezet om die te verbeteren? Voor de bestrijding van fiscalefraude kan de Belastingdienst al heel veel informatie opvragen, bij hetRIEC en heel veel anderen; ik ga ze niet allemaal noemen. Andersomwordt het wel ingewikkeld als het over de fiscale geheimhoudingsplichtgaat; die is natuurlijk terecht met allerlei waarborgen omgeven. Wehebben ook een soort processysteem voor meldingen gemaakt. Dat isrecent live gegaan. Dat zijn we ook aan het uitbreiden, maar dat doen webinnen de kaders van zorgvuldigheid en we respecteren de waarborgendie er zijn. We koppelen data niet zomaar aan elkaar. We gaan het straksover RAM hebben. Dat levert natuurlijk ook grote risico’s op. Elke keerwanneer we zeggen «we gaan ermee aan de slag en we lanceren eennieuw systeem», doen we dat vanuit die verantwoordelijkheid.Mevrouw Van Eijk (VVD):Het punt van gegevensdeling komt natuurlijk heel vaak terug in heel veeldiscussies, zeker als het gaat om fraudebestrijding. Is er nog iets nodigqua wettelijke grondslag om deze processen te verbeteren en de aanpakte verstevigen? Daar ben ik namelijk naar op zoek. Ik snap dat we numoeten handelen binnen de kaders van wet- en regelgeving, maaruiteindelijk is het ook een politieke keuze om op bepaalde onderdelen tebesluiten die grondslag wél te creëren, omdat we het dusdanig belangrijkvinden dat we dat stevig moeten aanpakken. Hoe staat de Staatssecretarishierin?Staatssecretaris Eerenberg:Dan zou ik een wat gedegener analyse willen doen dan ik hier nu terplekke kan maken. Ik heb er ook wel beelden bij van welke wettengegevensbescherming verhinderen, maar tegelijkertijd zijn die wetten erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153626 ook met een reden. Vaak zijn die er om de privacy van onze inwoners tebeschermen. Voordat ik mij hier te makkelijk laat verleiden om een paarvan die wetten te noemen, die soms uit Europese regelgeving volgen enwaar we dus ook wat minder invloed op hebben, ga ik u wel toezeggenom hier een iets diepere analyse op te doen. Ik snap de achtergrond vande vraag namelijk wel. U krijgt sowieso de volgende stand-van-zakenbrief.In die zin is dit geen nieuwe toezegging, maar daarin hoop ik daar watgedegener op te kunnen antwoorden. Maar ik zeg nogmaals: die wet- enregelgeving heeft ook een reden.Voorzitter. Misschien kan ik doorgaan naar de inning van belasting-schulden in verband met corona. Om aan het eind van het dilemma tebeginnen: belastingschulden worden nooit generiek kwijtgescholden. Iksnap het helemaal, ik heb in het Utrechts Nieuwsblad het verhaal gelezenvan een ondernemer die zei overal keurig aan te hebben voldaan en dathet zijn rechtvaardigheidsgevoel tart als anderen die dat niet hebbengedaan, daar makkelijk mee wegkomen. Dat snappen we. Daarom gaanwe de schulden ook nooit generiek kwijtschelden. Bij een kwijtscheldingmoet bijvoorbeeld sprake zijn van een faillissement. De kwijtschelding isdan onderdeel van een crediteurenakkoord, waarbij iedereen wat doet enuiteindelijk ook een beetje meer krijgt dan wanneer dat akkoord niet wasgesloten. We gaan er zeer zorgvuldig mee om. Gelukkig is dit het eind vanhet proces. Daarvoor zitten nog heel veel ondernemers waarmee webetalingsregelingen kunnen treffen. Daarin zijn we royaal. Ik vind ook datwe dat moeten zijn. Mensen hebben met de coronatijd een lastige periodeachter de rug. Voor sommige ondernemers is het echt moeilijk geweestom daarvan te herstellen. We zijn behoorlijk royaal in onze dienstver-lening. Die is overigens gelijk voor alle ondernemers in de regeling. Derechtsgelijkheid is daarmee dus goed geborgd.Dan bezwaar- en beroepsmogelijkheden. U heeft het goed gezien,mevrouw Van Eijk, die zijn inderdaad verruimd. Wat verwachten wij?20.000 extra bezwaren en 3.000 extra beroepen. Daar hebben weinmiddels 75 fte extra voor vrijgemaakt binnen de bestaande formatie.Daartoe is dus geprioriteerd. Het beeld is dat we het aankunnen. Tegelij-kertijd, het is mooi dat ondernemers dit recht hebben, maar het levertnatuurlijk wel weer een kluif extra werk op. Ik kan niet anders dan het metu eens zijn.Voorzitter. Ik kom bij een aantal zaken die je als diversen zou kunnenclassificeren. In het debat over fiscaliteit heb ik een vraag doorverwezennaar het debat van vandaag. Dat was een feitelijke vraag van het lidGrinwis over hoe het gaat met box 3 en met name alles rondom werkelijkrendement en wat cijfers. Daar komen ze aan; de heer Grinwis kanterugkijken. In 2024 zijn er 2,5 miljoen brieven verstuurd en in 20253 miljoen om mensen proactief te wijzen op de tegenbewijsregeling.Inmiddels zijn er 697.000 formulieren opgaaf werkelijk rendementbinnengekomen, waarvan er 2.600 beoordeeld zijn. Dat aantal gaat dekomende tijd natuurlijk oplopen. We zijn nog maar net begonnen, dus datgetal zegt nog niet zo heel erg veel. De budgettaire gevolgen ervan zijneerder met de Kamer gecommuniceerd. Er is nu geen aanleiding om tezeggen dat we daarvan zullen gaan afwijken, simpelweg omdat we netbegonnen zijn en het nog niet weten. Mee- of tegenvallers lopen mee inhet saldo. Verder zijn er 260.000 bezwaren over rechtsherstel rondombox 3, waarvan er 13.000 zijn afgedaan of ingetrokken. We moeten nog3,7 miljoen definitieve aanslagen opleggen. Er zijn 140.000 telefoontjesgeweest bij de BelastingTelefoon over box 3 en 2.500 hulpbalieafspraken.We hebben 686 fte in dienst om dit allemaal in goede banen te leiden.Dit waren de getallen voor de heer Grinwis. Het zijn eerlijk gezegd welindrukwekkende getallen als je het allemaal zo hoort.Dan ga ik naar de slagvaardige overheid in samenhang met detaakstelling, waar de heer Oosterhuis naar vraagt. Ik heb er al iets overgezegd. We weten nog niet hoe de taakstelling precies gaat landen. Dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153627 echt studeren. We proberen er kabinetsbreed naar te kijken. Je moetimmers goed kijken naar een rechtvaardige verdeling over de verschil-lende uitvoeringsdiensten. Als u mij nu vraagt hoe ik het voor mij zie, dangaat het over verhoogde productiviteit, die dan vooral zit aan de kant vangoede «tooling», om een goed Nederlands woord te gebruiken, zoals deinzet van AI, vereenvoudiging – het zal niet gaan zonder vereenvoudiging,dus de druk op de vereenvoudigingsagenda neemt toe, ook vanuit detaakstelling op de uitvoering – en het verminderen van taken. Op datlaatste kom ik zo terug, want daarover is een hele mooie vraag gesteld.Dan de vraag van de heer Oosterhuis over de brieven die de Belasting-dienst stuurt.De heer Oosterhuis (D66):Nog even over de taakstelling. Ik snap heel goed dat er nog geen concreteinvulling is; dank voor deze denkrichting. Mijn vraag was of de Staatsse-cretaris een brief zou kunnen toezeggen waarin staat wanneer dit welconcreet is, dus niet alleen over de taakstelling maar ook over hetverminderen van de externe inhuur en andere ambities uit hetcoalitieakkoord.Staatssecretaris Eerenberg:Dan zeg ik dat nu meteen, want dat ziet op een aantal andere toezeg-gingen: dat komt in de volgende stand-van-zakenbrief. Volgens mijhebben wij een soort lente-herfstritme met de stand-van-zakenbrievenover de Belastingdienst, dus in de herfstbrief zal dit terug te vinden zijn. Ikblijf toch maar weer bij de seizoenen.De brieven die de Belastingdienst stuurt naar inwoners en ondernemers,worden allemaal vernieuwd. De helft is inmiddels vernieuwd, dus deandere helft nog niet. Ik herken dus het signaal van D66 dat sommige vandie brieven toch nog wel verwarrend zijn voor mensen. Ik zou me er numakkelijk van af kunnen maken door te zeggen: precies die brieven horenallemaal bij die helft die nog vernieuwd moet worden. Maar ik schat in datik dat niet vol ga houden. Ik ben eigenlijk van plan om het als volgt tegaan doen. Dat is nieuw opgekomen in dit debat, dus ook voor de mensendie boven mee zitten te luisteren, is het allemaal heel recent. Er is eenorganisatie genaamd Meetellen, die in een aantal gemeentes actief is. Diehebben klantpanels met ervaringsdeskundigen. Het zijn ook echt heleindrukwekkende panels, want daar zit mensen in die heel moeilijkbenaderbaar of bereikbaar zijn voor de overheid. Daar kun je naartoe omte zeggen: wat vindt u eigenlijk van deze brief? Wat je terughoort, is somsheel choquerend, omdat je sommige dingen zelf helemaal niet beseft. Watgaan we dus doen? We gaan deze organisatie vragen om opnieuw naardit vraagstuk te kijken. Dan zit je echt bij een hele andere groep, die deoverheid vaak als heel ingewikkeld ervaart. Ik ben zeer benieuwd wat zijvan onze brieven vinden. Ik zal u daarover rapporteren in diezelfdestand-van-zakenbrief.De heer Oosterhuis (D66):Dank voor deze toezegging. Ik denk inderdaad dat het heel verstandig is,want ook al is de helft van de brieven vernieuwd, de score is nog nietveranderd ten opzichte van eerdere jaren. Ik denk dus dat er inderdaadnog wel een extra stapje nodig is, niet alleen voor doelgroepen waarmeemoeilijk contact te krijgen is. Ik denk dat ook mensen die best welgeoefend zijn in het lezen van brieven, af en toe schrikken van een briefvan de Belastingdienst. Ik sluit niet uit dat alleen al het woord «nihil» bijveel mensen tot vragen leidt, wat toch anders klinkt dan «u krijgt nietsterug» of «u hoeft niets te betalen», wat volgens mij al veel normalerNederlands is.Staatssecretaris Eerenberg:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153628 Daar ben ik het zeer mee eens. Als het lukt om brieven zó te schrijven datje ook de mensen bereikt die de grootste afstand tot de overheid ervaren,dan bedien je iedereen goed. Nou, we gaan het zo doen. Dat is vers vande pers.Voorzitter. Dan een vraag van de heer Oosterhuis over de AP-beoordelingvan de selectie-instrumenten: stel dat het toch tegen gaat vallen, omwelke reden dan ook, wilt u terstond de Kamer informeren? Dat wil ik enzal ik ook doen. Ik vind ook dat het bij mijn actieve informatieplicht hoortom dat zo te doen. Het antwoord daarop is dus ja.Dan de suggestie van mevrouw Van Dijk voor de ambtshalve teruggaaf. Inbeginsel vind ik dat een heel mooi idee. Dat speelt natuurlijk ook bijtoeslagen: kun je toe naar automatisch toekennen? Dat staat ook in hetcoalitieakkoord. De vraag is of je naar een soort «hebben-is-houden-structuur» kunt. Dat moet je natuurlijk ook weer omkleden met allerleiwaarborgen. Aan mijn reactie merkt u dus dat ik ook persoonlijk denk: ja,dat is interessant. Tegelijkertijd is dat voor de Belastingdienst wel echtheel ingewikkeld, omdat er allerlei wettelijke waarborgen zijn voor wateen aanslag is en hoe dat werkt. Ik zeg u toe dat we in die eerstvolgendestand-van-zakenbrief terug zullen komen op uw vraag wat daarvoor nodigis. Dat kan best een ingewikkeld antwoord opleveren, maar laten we heteens aangaan. Dan gaan we erop studeren en zullen we zien waar ons datbrengt.Dan kom ik bij de vraag van de VVD, die dus is verbonden met de vraagvan D66, over de taken die de Belastingdienst uitvoert en die we ooit eenkeer zijn gaan doen. Dat zijn er 300. We zijn bijvoorbeeld hartstikke goedmet IT, dus wij hosten dingen, bijvoorbeeld voor de bibliotheken. Wehebben gezegd: we doen dat niet meer voor nieuwe dingen. Je zou duskunnen zeggen dat die 300 niet-fiscale taken langzaam uitgefaseerdworden. Er komt namelijk altijd een moment dat mensen gaan herover-wegen. Je zou dat «natuurlijke verandermomenten» kunnen noemen. Watwe wél doen, is dat we een aantal van de partijen waar wij voor hosten,om het zo maar eens te noemen, eens in de zoveel tijd actief benaderenen vragen: goh, wist u dat dit bij de Belastingdienst draait, dat deBelastingdienst dit voor u doet, maar dat dit eigenlijk niet is waartoe weop aarde zijn, dus zou u dit eens willen heroverwegen? Er komen dusgeen nieuwe partijen bij. We blijven partijen eraan herinneren dat ze eensin de zoveel tijd hun keuzes moeten heroverwegen en dat de keuze danniet meer kan zijn: dit ligt bij de Belastingdienst.Mevrouw Van Eijk (VVD):Fijn, zal ik maar zeggen, dat er in ieder geval niks bij komt. Volgens mij isdat een begin. Alleen, daar waar mogelijk moet er natuurlijk ookopgeruimd worden. Ik vind dit dus wat voorzichtig van de Staatssecre-taris. Zou hier iets meer actie op kunnen, dus dat we eind dit jaar, beginvolgend jaar nog eens een goed overzicht krijgen van wat er allemaal inzit, wat sowieso uitgefaseerd wordt en waar actief gesprekken overlangzaamaan overdragen gevoerd worden?Staatssecretaris Eerenberg:Mevrouw Van Eijk heeft mijn voorzichtigheid goed bespeurd. Derdenrekenen er nu op dat het zo is afgesproken. Uw vraag is om het overzichtactueel te houden en dit te zien. Dat zeg ik u zonder meer toe. We zijn duspartijen eraan aan het herinneren: let op, u heeft iets bij de Belasting-dienst staan waar we wat ons betreft naar moeten kijken. We doen datechter wel vanuit het respect dat mensen er ook op moeten kunnenrekenen dat als het nou eenmaal bij ons stond, dat ook niet zomaarweggaat.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153629 Komt u daar in de herfstbrief dan weer op terug? Of doet u dat in eenandere stand-van-zakenbrief?Staatssecretaris Eerenberg:Laat ik dat gewoon in de herfstbrief doen, want dan houden we het eenbeetje bij elkaar.De voorzitter:Oké. Dan kunt u uw betoog vervolgen.Staatssecretaris Eerenberg:We zitten dus in het blokje diversen.Dan heb ik een vraag over de transparantie bij belastingen versus defiscale geheimhoudingsplicht. Daar zaten twee vragen in. Een gingeigenlijk over de energie die daarin zit. Ja, ik vind dat u in beginsel alsKamer altijd uw werk moet kunnen doen. Als er grote zorgen zijn of als ergrote nieuwe constructies aan het licht komen, waar u een debat over wilvoeren, dan moet u in staat gesteld worden om dat te kunnen doen. Alswij eraan kunnen bijdragen om dat beter te faciliteren, dan vind ik dat wijdat moeten doen, omdat dat gewoon hoort bij het onderlinge verkeertussen Kamer en kabinet. Ja, daarin zit dus energie. Tegelijkertijd moetenindividuele belastingplichtigen erop kunnen rekenen dat we voorzichtigmet hun gegevens omgaan. Dat is het spanningsveld. Ik zou het volgendewillen voorstellen. Er is nu een nieuwe country-by-country reporting – ikmoest even de precieze term opzoeken – waarin veel transparanter opallerlei rulings rondom dit type constructie wordt teruggekeken. Daarwordt dit jaar voor het eerst een rapportage van openbaar gemaakt. Ik zoumet u willen kijken of die rapportage – ik weet helaas niet wanneer dieprecies komt, maar misschien weet ik dat straks op wonderbaarlijke wijzewel; dat kan zomaar gebeuren – voldoet aan uw behoeften. Als dat niethet geval is, ga ik graag het gesprek aan met uw commissie of er ietsextra’s nodig is en of dat dan mogelijk is. Ik denk echter dat dit al een stapin de goede richting is.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is het inderdaad goed om die rapportage af te wachten. Wehebben inderdaad sinds een paar jaar nieuwe regels, die nu eigenlijk paszichtbaar gaan worden. Ik memoreer vooral aan het punt – daar ben ik blijmee – dat u zegt: als er iets op tafel komt, bijvoorbeeld iets schokkends inde krant of een lek, dan ben ik bereid te kijken hoe wij als Kamer goedkunnen worden geïnformeerd. Het gaat dan met name om artikel 67, lid 2en lid 3 van de AWR, waardoor je als Staatssecretaris uitzonderingen kuntmaken. Ik hoop inderdaad op een ruimhartige houding, mocht het nodigzijn. Ik hoop natuurlijk dat het niet nodig is. Dat zou helemaal mooi zijn.Maar als er weer een lek of een schandaal is, zou het fijn zijn om alsKamer echt snel te kunnen kijken hoe we deze misstanden zo snelmogelijk kunnen oplossen.Staatssecretaris Eerenberg:Ik denk dat de heer Stultiens en ik het met elkaar eens zijn.Dan ga ik naar het fiscaal bodemvoorrecht, voorzitter. Dat was eeningewikkelde vraag, in de blessuretijd van de bijdrage van de heerOosterhuis. Gelukkig kan ik die relatief simpel beantwoorden. Daar looptnamelijk al een onderzoek naar. Voor de zomer van ’26 kan ik u informerenwat dat onderzoek oplevert. Daarin worden overigens verschillendescenario’s uitgewerkt. Dat gaat over de volgorde van de Belastingdienst inde rij van schuldeisers en wat je daaraan zou willen doen. U krijgt dit dusnog voor de zomer. Dat is een nieuwe toezegging.Dan ga ik naar een vraag van DENK over de aangiftecampagne, namelijk:hoe zit het met het online zijn daarvan? Dat ging eerlijk gezegd relatiefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153630 goed. Ik snap dat u misschien de ervaring heeft gehad dat het even drukwas. Dat was ook niet helemaal te voorkomen. Op één moment heeft desite er even uit gelegen. Ik ga u ook heel precies zeggen hoe dat isgegaan, zodat ik niet ga improviseren. Dat was in het eerste weekend, inde eerste nacht tussen 0.45 uur en 1.15 uur. Toen heeft het er echt uitgelegen. Ik weet niet of ik nu het tijdstip waarop u uw aangifte heeftgedaan, verklapt heb. Maar toen heeft het er echt even uit gelegen. Opandere momenten kan het, als het wat druk is, even wat trager zijn of kanhet zo zijn dat je even naar een pagina geleid wordt waarop staat: let op,het is even druk. Maar ja, we leren er elk jaar van. We evalueren elk jaaraan het eind van de campagne of er toch nog iets aan capaciteit bij gezetmoet worden. Tegelijkertijd, alles wat je ontwerpt op piekcapaciteit is altijdheel inefficiënt, want dan ga je hele dure maatregelen nemen voor eenheel kort moment. Dat is dus ook altijd een dilemma.Dan een vraag over box 3. Daar hebben we het vorige week volgens mijuitgebreid over gehad. U vroeg: hoe is dat nou gegaan? Ik zal een kortesamenvatting geven. Er is toenemende onrust over box 3. Een gedeeltevan die onrust is terecht. Een gedeelte van die onrust is ook gestoeld opde zorgen die mensen zich maken. Het zorgen maken op zichzelf is al ietswat iets in gang zet. Ik heb daarover gesproken met mijn collega, deMinister. We hebben gezegd: daar moeten we wat mee. U heeft gezien datdat ertoe heeft geleid dat er nu een brief bij u ligt over hoe dat proceseruitziet. We gaan verzachtingen onderzoeken. Waar ons dat gaatbrengen, weet ik ook niet, maar het wordt in ieder geval stevigdoorwerken richting de zomer, om te kijken waar we dan zijn. Vorige weekheb ik daar volgens mij veel meer over gezegd. Ik houd het dus bij dezesamenvatting.Voorzitter. Dan de turboliquidaties. Dit ligt op het beleidsterrein van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid. De Staatssecretaris van JenV isverantwoordelijk voor de hele regelgeving rondom turboliquidaties/plof-bv’s. U zegt: wij zien andere getallen in de media dan de getallen die wijvan het kabinet krijgen. Ik zal de Staatssecretaris die vraag doen doorge-leiden, zodat zij erop terug kan komen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Hier schuurt het een beetje, namelijk dat het op meerdere terreinen ligt. Iksnap dat JenV verantwoordelijk is voor deze rechtsvormen. Maar goed, deBelastingdienst heeft er ook last van als we geldinkomsten mislopen. Erligt al jaren een rapport op de plank bij de Belastingdienst dat hiernaarkeek. Ik neem aan dat de Staatssecretaris zelf ook nieuwsgierig is naar hetantwoord op de vraag hoeveel belastingen wij mislopen door dezeconstructies. Zijn eigen ambtenaren hebben dit rapport, dat we vandaagbespreken, namelijk geschreven. Ik ben benieuwd of hij die nieuwsgie-righeid deelt en of hij het met ons eens is dat we nog beter in beeldmoeten krijgen in hoeveel gevallen er echt sprake is van misbruik. Ik denkdat dat beter is dan alleen maar zeggen: je moet bij JenV zijn.Staatssecretaris Eerenberg:Ik ben een nieuwsgierig mens, dus u hoeft zich daarover geen zorgen temaken. Tegelijkertijd ben ik evenzo collegiaal als nieuwsgierig. Deuiteindelijke verantwoordelijkheid ligt dus bij de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid. Ik zal ervoor zorgen dat ik niet zomaar even mailtjestuur met «dit wil deze commissie weten», maar dat wij er echt evensamen in optrekken.Ik ga naar de laatste drie vragen, voorzitter, volgens mijn administratie.Het is altijd spannend of die overeenkomt met uw administratie. Dievragen gaan over discriminatie, RAM en algoritmes. Die zijn namelijk ookmet elkaar verbonden. Ik begin even bij de bovenliggende vraag ofdiscriminatie en het tegengaan van discriminatie door data en door AIprioriteit is. Het antwoord is ja. U heeft net hopelijk aan mij gemerkt datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153631 elke keer als ik «AI» zeg, ik er een komma achter zet en zeg dat het ookgaat over de zorgvuldigheid waarmee je AI inzet en de ethische grenzendie daaraan zitten. Het is ook iets wat bij de Belastingdienst prioriteitheeft. Er wordt dus heel veel gewerkt aan het overbrengen van kennishierover. Er wordt ook echt gewerkt met instrumenten hoe je met ethischedilemma’s daarover omgaat. Het korte antwoord op de vraag of hetprioriteit heeft, is ja. Een van de instrumenten die we hebben, is hetpubliceren van algoritmes, zodat ook anderen kunnen beoordelen hoe diealgoritmes zijn. Daar zijn criteria voor. Die algoritmes bij de Belasting-dienst zijn langs die criteria gelegd. Dat betekent dat er 70 publicatie-plichtig zijn. Alle 70 zijn inmiddels ook gepubliceerd. De overige zijn datdus niet, omdat die niet publicatieplichtig zijn.Dan RAM. Ik heb gezien dat mijn voorganger heeft gezegd wat hij gezegdheeft: dat is gewoon foute boel. Ik kan er eerlijk gezegd geen anderewoorden aan geven dan dat. Het was niet goed. Het had nooit mogengebeuren. Tegelijkertijd hebben we er nu naar te handelen. We doen daarnog steeds onderzoek naar. In die zin kan ik nu dus ook nog niet alleantwoorden geven die de fractie van DENK wil. Bij dat onderzoek heb jehet niet alleen over hoeveel RAM-sheets er zijn, maar ook over hoeveelRAM-achtige sheets. Er zijn dus ook vergelijkbare sheets bij de Belasting-dienst. Er wordt nu met man en macht gekeken hoeveel het er zijn enwaar die zijn. Dan komt de vervolgvraag: wat is daarmee gedaan? Dievraag is heel moeilijk te beantwoorden, want soms is er niks mee gedaanen is het ook helemaal niet eenvoudig vast te stellen wat dat betekentvoor de mensen die in die informatiebron zitten. We moeten dat wel doen,maar dat onderzoek loopt dus nog.Voorzitter. Ik heb gezegd dat ook de Dienst Toeslagen wat mij betreftbetrokken moet gaan worden bij dat onderzoek. Er gaat nu dus ookgekeken worden of er RAM-sheets of RAM-achtige sheets bij de DienstToeslagen gebruikt zijn. Dat maakt het onderzoek dus nog wat groter,maar ik denk dat we dat maar beter in één keer kunnen bekijken en nietachter elkaar. Het eerste beeld is dat het toch echt om duizenden sheetsgaat. Soms zijn dat ook weer varianten op thema’s. Die lijken dan ookweer heel erg op elkaar. We zullen er dus echt zorgvuldig in moetenduiken. Het heeft aandacht en prioriteit, ook omdat je je erover moetverantwoorden, niet alleen naar u, maar ook naar inwoners die zichzorgen maken over wat het betekent als ze in zo’n sheet hebben gestaan.Uw vraag of het verstandig is om iedereen die in zo’n sheet heeft gestaaneen brief te sturen, ga ik nog niet beantwoorden, niet omdat ik dat nietzou willen, maar omdat ik vind dat we dat heel weloverwogen moetendoen. Zo’n brief op je deurmat krijgen heeft namelijk ook impact. We doenmisschien wel het slechtste van twee werelden als iemand een brief krijgtwaarin staat dat hij in een RAM-sheet heeft gestaan, maar we vervolgensniet kunnen zeggen wat dat betekent. Dan maken we mensen ongerustzonder te kunnen zeggen wat hun handelingsperspectief is.Ik snap het ongeduld van de fractie van DENK goed, maar ik wil toch hetonderzoek afwachten en dan naar bevind van zaken handelen. Dat is hoeik er nu in sta. Aangezien het zo’n belangrijk dossier is, zeg ik u toe dat ikelke keer als ik u een stand-van-zakenbrief stuur, gewoon zal laten zienhoe het onderzoek ervoor staat. Als ik u meer kan vertellen, dan doe ik hetuiteraard. Als ik weet hoe we moeten gaan handelen, ga ik het ook doen.Maar het zal toch een beetje vanuit deze zorgvuldigheid moeten.Voorzitter. Dat waren wat mij betreft de vragen in de eerste termijn.De heer Ergin (DENK):De voorganger van deze Staatssecretaris gaf aan – ik citeer – «dat hij zijnstinkende best zou doen om alles boven tafel te krijgen». Het onderzoekzou volgens de voorganger van de Staatssecretaris eigenlijk stoppen nade KPMG-rapportage. Dat was echt een heel uitgebreid onderzoek.Tegelijkertijd zien we dat er een ADR-onderzoek bij is gekomen. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153632 Staatssecretaris geeft nu aan dat er nog verder onderzoek gedaan gaatworden. Kan de Staatssecretaris nou toelichten welke onderzoeken erzijn? Wat wordt er precies onderzocht? Wanneer worden die onderzoekenverwacht afgerond te zijn?Staatssecretaris Eerenberg:Kijk, die RAM-sheets zijn foute boel. Het onderzoek dat nu loopt, gaat dusover de vraag waar die allemaal staat. Alle systemen moeten dusdoorlopen worden, zo van: waar staan die? Als je die gevonden hebt, is devraag: hoe komen die daar en waarvoor zijn die gebruikt? Dat is hetonderzoek. Ik heb dus gezegd: ik wil dat onderzoek graag verbreden naarde Dienst Toeslagen, omdat ik wel vind dat je in één keer eigenlijk moetkunnen zeggen wat nou het beeld is dat wij hebben rondom dieRAM-sheets. Dat is allemaal niet eenvoudig, hoor, want je moet ook somsjaren terugkijken. Daarom is het ook moeilijk om een datum te noemenwaarop dat onderzoek is afgerond, anders dan dat ik u er gewoonperiodiek over ga informeren. Zodra we het beeld hebben, ga ik unatuurlijk ook voorstellen doen over hoe we daarnaar te handelenhebben.De heer Ergin (DENK):De Staatssecretaris kan toch niet aan de ene kant zeggen dat hij zijnstinkende best gaat doen om alles boven tafel te krijgen en tegelijkertijdgeen antwoord geven op de simpele vraag wanneer het streven is dat ereen einde komt aan al het onderzoek? Wanneer stappen we over naar hetdaadwerkelijk – laat ik het zo zeggen – herstellen van het vertrouwen vanmensen? Daar moet de Staatssecretaris toch antwoord op kunnen geven?Staatssecretaris Eerenberg:Ik ben het met heel veel elementen in uw vraag eens. Omdat ik net hebgezegd wat ik heb gezegd – die RAM-sheets deugen niet – hebben wij eendure plicht om ervoor te zorgen dat wij te doen hebben wat wij te doenhebben als mensen een nadelig effect hebben gehad van het verschijnenin zo’n RAM-sheet, en dat weten we niet, want daarover gaat hetonderzoek. Daar zou ik precies dezelfde woorden bij willen gebruiken alsu. Alleen, ik vind het ook mijn rol en zorgvuldig om dat pas te doen alsmensen er daadwerkelijk nadeel van hebben ondervonden. Dat zouoverigens zomaar kunnen, dus ik wil daar helemaal niet voor weglopen.Maar ik zou het ook niet goed vinden voor mensen, zeker niet als datbijvoorbeeld mensen in een kwetsbare positie zijn, als zij een brief – daaris-ie weer – van de Belastingdienst krijgen waarin staat: u bent gevondenin een RAM-sheet, maar wij weten ook nog niet wat het betekent alsiemand daarin heeft gestaan. Het vraagt ook nog wat om dat goed uit teleggen, in een taal die mensen begrijpen. Ik vind dat geen goede brief omte sturen. Het feit dat we het nu naar Toeslagen hebben verbreed,betekent dat het onderzoek langer gaat duren, maar we kunnen er strakswel beter naar handelen. Stel dat iemand op twee plekken voorkomt, bijde Belastingdienst en bij de Dienst Toeslagen. Dan kan ik veel gerichter enmisschien ook wel eerder het juiste doen dan wanneer ik nu zou haastenmet het onderzoek bij de Belastingdienst en er daarna erachter zoukomen: o, bij Toeslagen moet misschien ook wat gebeuren. Ik vrees dusdat ik het ook niet mooier kan maken dan dit. Het neemt niet weg dat ...Nou ja, «stinkende best» zijn uw woorden, maar dat zijn we nog steedsaan het doen.De heer Ergin (DENK):En hier wringt precies de schoen. De Staatssecretaris zegt namelijk: ik gaalles onderzoeken en ik ga mijn stinkende best doen, maar alleen als ernadelige gevolgen zijn geweest. Dat zien we dus ook terug in dieonderzoeken, waarbij er alleen onderzoek is gedaan binnen die postcode-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153633 lijst als er mogelijk juridische fouten waren, terwijl we bij DUO hebbengezien dat je op basis van onderzoek naar postcodes ook indirect kuntdiscrimineren. Daar kijkt de Staatssecretaris niet naar. In de onderzoekenwaar we nu naar kijken, gaat het helemaal niet over aanvullend toezicht ofvraagbrieven, terwijl dat ook gewoon heel duidelijke vormen vanongelijke behandeling zijn. Ja, natuurlijk moeten we eerst oog hebbenvoor mensen die nadelige financiële gevolgen hebben gehad, maar wemoeten toch ook op z’n minst tegen mensen kunnen zeggen of ze eerlijkzijn behandeld en of ze gelijk zijn behandeld. We hebben in dit land notabene het recht op gelijke behandeling. Maar dat stukje – dat is denk ik hetgrootste deel waar de fouten zijn gemaakt – wil de Staatssecretaris nietonderzoeken. Hoe kan de Staatssecretaris nou nog steeds beweren zijnstinkende best te doen om alles boven tafel te krijgen, maar tegelijkertijdonderzoeken met een voet op de rem? Dat kan toch niet?Staatssecretaris Eerenberg:De heer Ergin trekt allerlei conclusies over wat ik niet wil onderzoeken. Ikhoor dat aan en denk dan: dat zijn precies de dingen die we nu onder-zoeken. Ik herken dus niet het beeld van «onderzoeken met de rem erop».Ik herken wel het beeld van zorgvuldigheid. Het gaat uiteindelijk namelijkook over mensen. Op het moment dat wij met die mensen in contactmoeten treden – uit onderzoek zal moeten blijken of en voor wie dat nodigis – wil ik ook het goede gesprek met die mensen kunnen voeren. Dat kanik nu nog niet. De elementen die u noemt, waar ook ongelijkheid enonrecht in zitten, horen helemaal bij dat onderzoek. Ik bied u ook op ditthema een technische briefing aan. Ik sta daar in die zin ook heel open in.U spreekt dan met mensen die van dit onderzoek over de hoed en de randweten. Misschien kunt u dan ook een beetje gevoel krijgen bij de vragenen daar misschien zelfs suggesties op doen. Dat vind ik ook helemaalprima. Ons doel is namelijk ook gewoon om de waarheid boven tafel tekrijgen.De heer Ergin (DENK):Ik heb gelijk een suggestie voor de Staatssecretaris, want ik heb daar geentechnische briefing voor nodig. In de onderzoeken die nog gaan plaats-vinden moet er ook gewoon gekeken worden of er naar specifieke mensenvaker vraagbrieven zijn uitgestuurd. We weten dat er 1,13 miljoen mensenop die postcodelijsten staan. Een groot deel daarvan is buiten hetonderzoek gelaten. De Staatssecretaris zou die uitbreiding kunnenmeenemen, zodat er wordt gekeken of specifieke mensen die op die lijststaan, met specifieke bsn-nummers, zijn onderworpen aan extra toezicht.Gaat de Staatssecretaris ook daarnaar kijken? Volgens mij zit daar deadder onder het gras. Daar gaan we echt zien wat voor onrecht mensen isaangedaan. Maar ik lees continu in de brief van de Staatssecretaris terugdat hij zijn onderzoek richt op «nadelige effecten voor mensen». Neemt deStaatssecretaris deze drie concrete suggesties over?Staatssecretaris Eerenberg:Ik zal hier in de tweede termijn op terugkomen. U heeft het over «concretesuggesties». Omdat het zo nauw luistert, wil ik hier niet zomaar ja zeggenin dit debat. U vraagt ook naar bsn-nummers en zo. Ik vind: als ik in ditdebat ja zeg, dan moet ik het ook waar kunnen maken. Zo’n onderzoek iszelf ook omkleed met allerlei waarborgen rondom privacy. Daarom ben iker altijd voorzichtig mee om hier op zo’n concrete suggestie ja te zeggen.Als uw vraag is of dat onderzoek zich richt op het onrecht wat mensenmogelijkerwijs is aangedaan, dan is het antwoord: maar natuurlijk. Devoorbeelden die u noemt, zijn evident voorbeelden van onrecht. Ik merkdat u eigenlijk hartstikke veel goede suggesties doet voor hoe je dat inzo’n onderzoek zou kunnen doen. Ik doe dus nogmaals de suggestie: ga ingesprek met de onderzoekers en denk mee. Dan kunnen we ook gebruik-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153634 maken van uw energie op dit vraagstuk. Ik kan kijken of ik er in de tweedetermijn iets over kan zeggen, maar u merkt aan mij: dit gaat om een heelgevoelig en kwetsbaar onderwerp. Daarbij is ook helemaal niet uit tesluiten dat de mensen in die sheets tot kwetsbare doelgroepen behoren. Ikwil dus ook niet zomaar in dit debat zeggen dat we het zus of zo gaanaanpakken om er vervolgens spijt van te krijgen vanuit het belang van diemensen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag sluit hierop aan en gaat over de term «nadelig effect». DeAutoriteit Persoonsgegevens geeft aan dat zij vindt dat de Belastingdienstte nauw kijkt naar de term «nadelig effect». Zij zegt eigenlijk: de Belasting-dienst vindt het pas een nadelig effect als je een financieel nadeel hebtondervonden. Tegelijkertijd zegt de Autoriteit Persoonsgegevens: als jijbijvoorbeeld een extra controle kreeg vanwege je nationaliteit of jepostcode of als je op lijsten belandt, waardoor je anders behandeld bent,zonder dat het leidt tot een uiteindelijk financieel effect, is dat ook al eennadelig effect. De vraag aan de Staatssecretaris is eigenlijk: hoe kijkt hijnaar de kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens? Is hij bereid om dedefinitie van de term «nadelig effect» te laten kloppen met wat deAutoriteit Persoonsgegevens erover zegt?Staatssecretaris Eerenberg:In beginsel ben ik daar uiteraard toe bereid, want het gaat over eventueelonrecht. Nogmaals, ik denk dat wij echt wel dingen gaan vinden die alsonrecht geclassificeerd kunnen worden. Daar maak ik me geen zorgenover, of eigenlijk wel, eerlijk gezegd. Wat hier is gebeurd, is gewoon nietgoed. Maar u merkt aan mij: ik vind dat ik dat wel elke keer in verbindingmoet kunnen brengen met een handelingsperspectief voor de betrok-kenen. Daar zit voor mij de afweging in. Het is helemaal niet zo dat ik hetniet wil onderzoeken of niet wil weten, maar als je dan ... Nee, ik ga ookniet in hypothetische situaties denken, omdat het allemaal zo nauwluistert. Maar ik vind: als je ergens achter komt, dan zou je als inwonervan het land of als belastingplichtige ook iets met die conclusie moetenkunnen doen. Daarin zit nog even de zoektocht, maar dat ik dit ter harteneem, zeg ik zonder meer toe, zowel richting u als richting de heer Ergin.De voorzitter:Dank. Dan sluit ik hiermee de eerste termijn van de zijde van de regeringaf. Dank aan de Staatssecretaris. Ik denk dat we dan nog even een tweedetermijn kunnen doen, als u het kort en bondig houdt. De heer Oosterhuisnamens D66.De heer Oosterhuis (D66):Dank, voorzitter. Ik zal het kort en bondig houden. Ik dank de Staatssecre-taris voor zijn hele heldere beantwoording. Het is volgens mij terechtgezegd: een goed functionerende Belastingdienst is essentieel voor hetvertrouwen in de overheid, een goed functionerende overheid en hetvestigingsklimaat.Nog kort over de omzetbelasting. Volgens mij is de Staatssecretaris zichheel welbewust van de risico’s en neemt hij nu hele verstandige maatre-gelen. Ook de toegezegde second opinion is een verstandige tussenstap.Ik ben ook blij met de toezegging van de Staatssecretaris om een heelambitieuze brief te sturen over de overige digitale ambities en met devoortvarendheid waarmee hij daar de kennis en expertise van deBelastingdienst voor in wil zetten om voorop te lopen. Ik snap heel goeddat dit buitengewoon ingewikkeld is, maar ik hoop echt dat het een briefwordt waarin niet «moeilijk, moeilijk» staat, maar waarin vooral in kaartwordt gebracht wat er nodig is om dit wél te realiseren. Ik wil de Staatsse-cretaris dus vooral aanmoedigen om die spirit vast te houden. De enigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153635 vraag die ik daar nog bij heb, is: wanneer kunnen wij die briefverwachten?De voorzitter:Ik dacht dat ik gehoord had dat dat in mei of juni was, maar dat vragen wenog even aan de Staatssecretaris. Mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank je wel, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de uitgebreidebeantwoording van de gestelde vragen. Op het punt ten aanzien van defraudebestrijding of belastingfraude en ondermijnende criminaliteit wil ikgraag nog doorpakken, dus bij dezen vraag ik een tweeminutendebat aan.Ik heb één punt in de eerste termijn niet kunnen benoemen. Dat wil ik hiernog wel doen. Dat gaat over de belasting- en invorderingsrente, over deuitspraak van de Hoge Raad en over het feit dat we al een paar jaargeleden een brief hebben gehad met een aantal beleidsopties die zoudenmoeten leiden tot een meer integrale visie op belasting- en invorderings-rente. Dat is eigenlijk iedere keer vooruitgetrapt. Ik zou aan deze Staatsse-cretaris willen vragen of hij dit dossier oppakt en, zo ja, wanneer we zijnvisie op die systematiek tegemoet kunnen zien.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Inge van Dijk namens het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Nogmaals dank voor de mooie opening, voor hetverhaal van de medewerkers die graag een extra stap willen zetten envoor het oog voor alle vrijwilligers die nu ook extra stapjes zetten ombelastingplichtigen te helpen.Dank voor de toezegging om met de groep van de petitie voorgedupeerde ondernemers in gesprek te gaan. Ik hoor heel graag wat deafdronk daarvan is, ook omdat ik zelf gewoon echt wel worstel met hetonderwerp, omdat het zo groot en veel is, maar we wel met elkaar voelen:hier zit iets, maar hoe gaan we nou aan het juiste draadje beginnen tetrekken?Ook dank voor de toezegging over het onderzoek naar proactief uitkeren.Ik snap dat het complex is. Ik weet dat het gevoelig ligt voor de uitvoering.Wellicht zou Tax 3.0 daarin kunnen helpen. Daarbij zou ik willen zeggen:het is heel goed om nee te zeggen, maar dan natuurlijk niet tegen mijnfantastische ideeën.De voorzitter:De heer Hoogeveen namens JA21.De heer Hoogeveen (JA21):Dank, voorzitter. Ook dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoordingvan de vragen. Ik denk dat het goed is dat er nu gekeken wordt naar hetaanbieden van alternatieven vanuit de Belastingdienst in het geval erstructuurwijzigingen door de Kamer worden voorgesteld. Ik heb nog eensteruggekeken naar hoe het in box 3 stond. Daar stond gewoon letterlijk:het is daarom nu niet mogelijk om een invoeringsdatum te noemen voorstructuurwijzigingen, afgewogen tegen de andere wensen in de keten vaninkomensheffingen. Ik wil aan de Staatssecretaris vragen of dit eenformele toezegging is en of hij ook bereid is om te kijken of dat al bij hetBelastingplan 2027 kan worden doorgevoerd, ook aangezien de capaci-teitsdruk, zoals wordt aangegeven door de Belastingdienst, dan alafneemt. Die laatste vraag was namelijk niet beantwoord.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153636 De voorzitter:De heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank. Goed om te weten dat op dit moment zo’n 28.000 mensen dit debatvolgen bij de Belastingdienst. Ik wil de complimenten aan iedereen diedaar werkt, onderstrepen. Ik doe ook een oproep aan alle jonge fiscalistendie nog twijfelen: ga vooral bij de Belastingdienst werken. Het is hartstikkemooi om te werken voor de publieke zaak.Ik ben blij ... Nee, dat zijn te grote woorden, maar het is goed dat er in dekomende maanden een onderzoek komt naar de btw-systematiek, of deuitbesteding van het systeem aan het Amerikaanse bedrijf. De vraag ismet name: zijn de risico’s aanvaardbaar? Volgens mij is dat een belang-rijke vraag, zodat we niet over een paar jaar zeggen: o, hadden we tochmaar ingegrepen, want nu zijn we inderdaad de klos. Er werden vandaageen paar argumenten genoemd, zoals dat we het vorig jaar in maart alhebben besloten. Voor een deel is dat waar, maar sinds die datum hebbenwe ook voor 100 miljard aan defensie-uitgaven opgeplust voor dekomende tien jaar. Er is nogal wat veranderd in de wereld. Ik wil ook datbenoemd hebben. Daarnaast klinkt het argument: we hebben al Ameri-kaanse software. Dat klopt, maar volgens mij willen we toe naar afbouwenen autonoom zijn. Dan is het wel riskant om nu juist extra afhankelijk teworden. Daarom hebben wij die zorgen nog steeds. We wachten dus afwat er in de komende maanden aan komt. We zullen zeker ingaan op deuitnodiging voor een briefing. Volgens mij is dat een heel goed idee.Dan nog kort de turboliquidaties. Eigenlijk zei mevrouw Van Dijk het bestgoed, namelijk: we hebben nog wat meer informatie nodig. Ook hieroveroverweeg ik dus misschien een briefing aan te vragen met de onder-zoekers van de Belastingdienst zelf en met het WODC. Die hebbenonderzoek gedaan om beter in beeld te krijgen: loop je nou dingen mis ofniet?Tot slot heb ik één vraag over discriminatie nog niet kunnen stellen. Er isvorig jaar een motie van de heer Van Nispen aangenomen over eendiscriminatietoets voor de publieke dienstverlening. De vraag is eigenlijk:in hoeverre wordt die ook toegepast door de Belastingdienst?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot de heer Ergin namens DENK.De heer Ergin (DENK):Voorzitter, dank je wel. Als het goed is, komt de Staatssecretaris nog terugmet de beantwoording van mijn vraag over de reikwijdte van de onder-zoeken over het RAM, dus die wacht ik zeker af. Ik vind het best welbijzonder dat de Staatssecretaris in het debat eigenlijk even aankondigtdat er onderzoeken worden gedaan, maar niks kan zeggen, ook geenindicatie kan geven, over een eventueel tijdpad. Dat vind ik best welbijzonder.Ik kan nu hele ferme conclusies trekken, maar ik wil eerst luisteren naar detweede termijn van de Staatssecretaris. Ik moet echter heel eerlijk zeggen:ik ben niet echt blij met de stappen die we in de afgelopen periodehadden kunnen maken, maar niet hebben gemaakt ten aanzien van hetboven tafel krijgen van de waarheid wat betreft het RAM. Ik hoop dat wehier met de Staatssecretaris echt stappen in kunnen zetten, want dit is eenonderwerp waarbij heel veel mensen onrecht is aangedaan.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153637 Dank u wel. Dit was de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijkeven naar de Staatssecretaris. We gaan vijf minuten schorsen en dankrijgen we een antwoord. We zijn even geschorst.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het vervolg van het debat overde Belastingdienst van de vaste Kamercommissie voor Financiën. We zijntoe aan de tweede termijn van de zijde van de regering en ik geef hetwoord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Eerenberg:Voorzitter, dank u wel. Ik ga eerst maar even naar de gestelde vragen in detweede termijn en dan naar de zaken die ik zelf naar de tweede termijnhad doorverwezen. De brief over op kop lopen in autonoom worden,inclusief grote ambitie en tegelijkertijd eerlijkheid over welke dilemma’sdaarbij spelen, kunt u voor de zomer tegemoetzien. Ik probeer de briefover het omzetbelastingsysteem daar wel los van te houden, want ik denkdat het anders te veel door elkaar heen gaat lopen. U krijgt ’m nog voor dezomer.Dan het integraal oppakken van de verschillende belastinginvorderings-rentes. Inmiddels is de wereld wel weer een beetje veranderd door deHoge Raad. Het is dus misschien goed om toe te zeggen dat ik in destand-van-zakenbrief van komende herfst terugkom op die oudetoezegging om tot een integraal belastinginvorderingsrentebeleid tekomen en hoe dat zich nu verhoudt tot de laatste uitspraken van de HogeRaad. Die heeft natuurlijk al een aantal rentes van rechtswege aangepast.Allicht is de opgave dus wat minder groot dan die in het verleden leek. Ikpak ’m op en kom erop terug in de stand-van-zakenbrief.Ik dank mevrouw Van Dijk voor het onderstrepen van een aantal zaken. Ikga u niet beloven dat ik nimmer «nee» tegen u zal zeggen, maar ik heb uwspecifieke wens daarover goed gehoord.Dan richting de heer Hoogeveen. Is het een formele toezegging dat ikvaker dilemma’s met u zal delen in plaats van zeggen of iets wel of nietkan? Ik heb gezegd dat ik zo graag wil gaan werken. Ik weet niet of u dat inuw systematiek als een toezegging over de werkwijze wilt opschrijven? Ikdenk dat u in dit soort debatten vaker dit type antwoord van mij gaatkrijgen.De voorzitter:De afspraak is dat een toezegging in een apart document wordt terugge-rapporteerd. Dat wordt ook genoteerd.De heer Hoogeveen (JA21):Het ging mij ook specifiek om het volgende. Over een niet al te lange tijdgaan we over tot het debat over het Belastingplan. Krijgen we dan beterinzicht in hoe de verschillende paden lopen?Staatssecretaris Eerenberg:Dat was het tweede punt uit uw tweede termijn. Dat komt bij die bijlagebij Prinsjesdag over alles rondom uitvoerbaarheid. Ook richting de heerOosterhuis heb ik daarvan gezegd dat we een heel goede foto gaanmaken van hoe we ervoor staan in het hele IT-vraagstuk.Dan de discriminatietoets. Ook wij gaan die gebruiken, onder begeleidingvan de staatscommissie, dus: ja.Dan de drie concrete onderzoekssuggesties vanuit DENK. Ook omwillevan de tijd zeg ik het volgende. Nogmaals, ik voel precies wat u voelt. Ditis niet goed gegaan. Er zitten allemaal donkere kanten aan. Tegelijkertijd ishet ook onze verantwoordelijkheid om dan heel precies te zijn. Waar heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153638 het zich nou wel voorgedaan en waar heeft het zich niet voorgedaan?Daarna moeten we orde op zaken stellen. U zegt: zo’n technische briefingzou van mij niet hoeven. Maar uw buurman ziet daar wel de meerwaardevan in, als ik dat goed heb begrepen. Ik zeg u toe dat we die technischebriefing met die onderzoekers gaan aanbieden. Dan kunt u helemaal zienhoe het in elkaar zit, wat de dillema’s zijn, wat je wel en niet kan zien. Ukunt dan meepraten en meedenken. Ik vind ook dat ik het in het verkeertussen u en kabinet weer netjes moet afhechten. Na de technische briefingstuur ik u dan dus een brief, waarin allicht ook conclusies uit dietechnische briefing een plek kunnen krijgen. Als ik u een brief stuur, kunt umij er ook aan houden; zo werkt het natuurlijk ook. In die brief zal ik danook op die drie concrete suggesties ingaan. Dan kan ik dat namelijk ookeven netjes bespreken met de mensen die het onderzoek doen. Ik begrijpdat u zegt: noem nou een termijn. Als wij het onderzoek niet haddenverbreed naar toeslagen, had ik een termijn kunnen noemen. Dan had ikgezegd: we kunnen voor de zomer kunnen zeggen waar we nu staan.Maar nu we ’m gaan verbreden naar toeslagen, waarvan ik denk dat hetecht beter is voor de mensen om wie het gaat, kan ik nog niet zeggen watdat betekent voor de doorlooptijd. Ik heb dat vorige week pas gezegd. Ikhoop wel dat u aan mij merkt dat het onderzoek daarmee beter wordt,omdat we de noodzaak van de orde op zaken stellen in dit dossiervergroten.Dan ga ik naar de vragen die ik mijzelf heb gesteld in de tweede termijn.Dat is een bijzonder construct! Ik mag een ordegroottebedrag noemenzonder dat ik in juridische problemen kom met de leverancier voor hetomzetbelastingsysteem. De looptijd is 20 jaar, de ordegrootte is200 miljoen.Dan de vraag wanneer het OESO-rapport over die country-by-countryreporting gepubliceerd wordt. Dat is in de zomer. Dat is nieuw in hetassortiment.Dan de vraag van de VVD over de uitfasering van Cool:Gen. Die is in 2028helemaal afgerond. Je zou de inkomstenheffing dan normaal gesprokengewoon naar een volgend niveau hebben gebracht, maar daar komt box 3natuurlijk weer bij, dus je blijft doorontwikkelen. De arbeidsongeschikt-heidsverzekering voor zelfstandigen is ook zoiets wat er weer bij komt,maar de grote brok heb je toch in 2028 afgerond.Over de discriminatietoets en het integrale beleid op rentes had ik het algehad. Dan ben ik rond in de tweede termijn.De voorzitter:Heel hartelijk dank, ook aan de leden voor hun inbreng. Ik ga even detoezeggingen voorlezen; het is toch best wel weer een serie. Dan horenwe van de Staatssecretaris of van de leden wel of ze correct geformuleerdzijn.−Een toezegging aan het lid Inge van Dijk: de Staatssecretaris zal tenaanzien van de autonomie van de IT-systemen de Kamer voor dezomer samen met de Staatssecretaris Digitale Economie en Soeverei-niteit nader informeren, ook ten aanzien van andere systemen in deaanbestedingsregels.−Een toezegging aan de hele commissie: ten aanzien van de modernise-ring van het omzetbelastingsysteem en de mitigerende maatregelenvan risico’s, zal de Staatssecretaris uiterlijk in juni voorafgaand aan deeerste fase deze risico’s en de aanvaardbaarheid daarvan door eenonafhankelijke derde laten beoordelen en de Kamer hier nader overinformeren.−Een toezegging aan het lid Van Eijk: de Staatssecretaris zal ten aanzienvan de uitfasering van Cool:Gen en de voltooiing van de modernise-ring en ruimte daarna de Kamer nader informeren.Waarschijnlijk gebeurt dat in de voortgangsbrief in de herfst. O, dat zit inde bijlage bij het Belastingplan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153639 −Een toezegging aan het lid Oosterhuis en het lid Hoogeveen: deStaatssecretaris zal ten aanzien van de planning met Prinsjesdag eenbijlage over de uitvoerbaarheid aan de Kamer sturen, waar ook hetvorige onderwerp dan in meegenomen wordt.−Een toezegging aan het lid Inge van Dijk: de Staatssecretaris zal deKamer na het zomerreces in de volgende stand-van-zakenbrief, in deherfst, informeren over de uitvoering van het handvest voor belasting-betalers en toeslaggerechtigden.−Een toezegging aan het lid Van Eijk: de Staatssecretaris zal ten aanzienvan de grondslag voor gegevensuitwisseling de Kamer in de volgendestand-van-zakenbrief, de herfstbrief, nader informeren.−Een toezegging aan het lid Oosterhuis: de Staatssecretaris zal in devolgende stand-van-zakenbrief aan de Kamer nader ingaan op detaakstelling en de capaciteit van de Belastingdienst en de slagvaardigeoverheid.Ook daarbij gaat het dus om de herfstbrief.−Een toezegging aan het lid Oosterhuis: de Staatssecretaris zal debrieven van de Belastingdienst extern laten bezien en de Kamer in devolgende stand-van-zakenbrief nader informeren.Daarbij ging het om de organisatie Meetellen. Dat komt dus ook in destand-van-zakenbrief.−Een toezegging aan de hele commissie: de Staatssecretaris zal deKamer terstond informeren over de gevolgen van de beoordeling vande selectie-uitvraag door de Autoriteit Persoonsgegevens.Klopt die laatste toezegging zo, Staatssecretaris?Staatssecretaris Eerenberg:Voorzitter, zodra er een kink in de kabel komt, om het zo maar eens tenoemen, informeer ik de Kamer terstond; dat was ook de wens van deheer Oosterhuis.De voorzitter:Oké, dat voegen we toe.−Een toezegging aan het lid Van Eijk: de Staatssecretaris zal ten aanzienvan de uitvoering van niet-fiscale regelingen in de stand-van-zakenbrief, in de herfst, de Kamer een overzicht geven van de standvan zaken van de uitfasering daarvan.−Een toezegging aan de hele commissie: de Staatssecretaris zal decountry-by-country reporting in de zomer aan de Kamer doentoekomen.−Een toezegging aan het lid Oosterhuis: de Staatssecretaris zal deKamer voor de zomer nader informeren over het fiscaal bodemvoor-recht.Wordt dat een aparte brief, Staatssecretaris?Staatssecretaris Eerenberg:Voorzitter, ik kan me voorstellen dat die gewoon in de stand-van-zakenbrief meeloopt.De voorzitter:Is dat akkoord, meneer Oosterhuis? Ja. Dan doen we dat ook in destand-van-zakenbrief.−Een toezegging aan het lid Ergin: de Staatssecretaris zal de resultatenvan het nadere onderzoek naar het RAM in elke volgende stand-van-zakenbrief aan de Kamer opnemen. Ook zal hij na een technischebriefing in ieder geval een brief aan de Kamer sturen en ingaan op devragen van de heer Ergin over het betrekken van een aantal suggestiesbij dat onderzoek.Meneer Stultiens, wilt u iets zeggen op dit punt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153640 De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ja, op dit punt, voordat het straks lijkt alsof ik mijn interesse ben verloren:mijn briefingverzoek ging inderdaad over de omzetbelasting en over deplof-bv’s. Ik ben dus niet tegen een briefing over RAM. Dat zullen webespreken in de pv.De voorzitter:Dat misverstand is rechtgezet, maar van alle technische briefings moetook in de pv worden besproken of we ze gaan organiseren.De heer Ergin (DENK):Ik wil erbij vermelden dat ik er waarde aan hecht dat de brief voor hettweeminutendebat gestuurd zal worden.De voorzitter:Ja, dat is een wens, maar dat hangt dan ook weer af van een technischebriefing; dat kan enige invloed hebben op het tweeminutendebat.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dat tweeminutendebat heeft geen haast. Ik weet niet of het invloed heeftals ik dat hier uitspreek. Voor de zomer zou fijn zijn.De voorzitter:Dat helpt. Dan komen we er vast uit met de planning.−De laatste toezegging is aan het lid Van Eijk: de Staatssecretaris zal tenaanzien van het integraal oppakken van de invorderingsrente deKamer in de stand-van-zakenbrief in de herfst informeren.Mevrouw Van Eijk heeft het tweeminutendebat dus formeel aangevraagd.Dan moeten we in de volgende pv even bezien wanneer die technischebriefing kan plaatsvinden. We zullen in overleg met de griffie kijkenwanneer dan het tweeminutendebat kan worden ingepland.Dan zijn we erdoorheen. Prima. Hartelijk dank allemaal. Het is een kwartiervoor tijd, dus degene die trek heeft, kan aan de slag.We zijn gesloten.Sluiting 12.44 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 153641
Gerelateerde bronnen
- Belastingdienst
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 maart 2026, over de Belastingdienst
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.