Uitvoering van de motie van de leden Wijen-Nass en Rajkowski over de mogelijkheden onderzoeken van een beroepsmogelijkheid tegen oordelen van de TIB (Kamerstuk 30821-295)
Brontekst
Versie 11559e20c084491d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 821Nationale VeiligheidNr. 324 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 december 2025Naar aanleiding van het debat over de Algemene Inlichtingen- enVeiligheidsdienst (AIVD) en criminele ondermijning op 14 mei 2025 heeftuw Kamer de motie van de leden Wijen-Nass (BBB) en Rajkowski (VVD)aangenomen waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken wat demogelijkheden zijn om, vooruitlopend op de herziening van de Wiv 2017,een beroepsmogelijkheid tegen oordelen van de ToetsingscommissieInzet Bevoegdheden (TIB) te regelen.1In de afgelopen periode is dit onderzoek uitgevoerd. Daarbij is onderandere gekeken naar de operationele noodzaak en hoe het versneldmogelijk maken van beroep zich zou verhouden tot het reeds lopendetraject tot herziening van de Wiv 2017. Op grond van het onderzoek is deconclusie dat er een operationele noodzaak is om beroep op alle besluitenvan de TIB mogelijk te maken. Desalniettemin is het niet opportuun is omeen mogelijkheid tot beroep versneld te introduceren. Deze conclusiewordt in het vervolg van deze brief nader toegelicht.Bij de inzet van bepaalde bevoegdheden door de diensten wordt detoestemming van de betrokken Minister voorafgaand aan de inzet oprechtmatigheid getoetst door de TIB. In het geval dat de TIB tot eenonrechtmatigheidsoordeel komt, vervalt de toestemming van de Ministervan rechtswege en kunnen de diensten niet overgaan tot de gevraagdeinzet. Het toetsen van verleende toestemmingen is een belangrijkonderdeel in het stelsel van waarborgen op het werk van de diensten. Hetkomt voor dat een principieel verschil van inzicht ontstaat met de TIB overde interpretatie van de wet en een daarop gebaseerd onrechtmatigheids-oordeel. Dat is inherent aan de taak en positie van de TIB als onafhanke-lijke toetsingscommissie enerzijds en de belangen van de dienstenanderzijds. Door het ontbreken van een beroepsprocedure bij de rechterkan echter een impasse ontstaan over de uitleg die gegeven moet worden1Kamerstuk 30 821, nr. 295. kst-30821-324ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3241 aan bepaalde begrippen in de Wiv 2017 of de (onderbouwing van de)noodzaak, proportionaliteit, subsidiariteit en gerichtheid voorafgaand aande inzet van een bevoegdheid. De Evaluatiecommissie Wiv 2017 consta-teerde in dit verband dat het stelsel hiermee een weeffout bevat.2 Omdathet oordeel van de TIB doorslaggevend is, konden in bepaalde gevallenbevoegdheden niet worden toegepast, waardoor een onderzoek mogelijkniet kan worden uitgevoerd. Een voorbeeld in de onderzoeken van deAIVD naar criminele ondermijning is de vraag of een persoon (nog steeds)aangemerkt kan worden als een gevaar voor de nationale veiligheid.Het creëren van een beroepsmogelijkheid jegens oordelen van de TIBvereist een wettelijke basis. In de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD enMIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets enoverige specifieke voorzieningen (hierna: Tijdelijke wet) is, vooruitlopendeop de algehele herziening van de Wiv 2017, een regeling getroffen omtegen onrechtmatigheidsoordelen van de TIB bij de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State in beroep te gaan. Deze mogelijkheidvoor beroep ziet alleen op onderzoeken die binnen de reikwijdte van deTijdelijke wet vallen, te weten onderzoeken naar landen met een offensiefcyberprogramma. In de hoofdlijnennotitie herziening Wiv 2017 hebbenonze ambtsvoorgangers het voornemen om de mogelijkheid tot beroepop te nemen in de herziene Wiv met uw Kamer gedeeld.3De ambtelijke voorbereiding van de herziening van de Wiv is op ditmoment in volle gang. Beoogd wordt de herziening van de Wiv af teronden voor 1 juli 2028. Op die datum komt de Tijdelijke wet te vervallen.Het maken van een aanvullend wetsvoorstel zal significante impacthebben op de beschikbare ambtelijke capaciteit die nu wordt ingezet voorde herziening, en zal daarmee naar verwachting vertraging opleverenvoor de realisatie van dat wetsvoorstel. De herziening van de Wiv 2017blijft onverminderd urgent, omdat met deze herziening wordt beoogd deslagkracht en operationele wendbaarheid van de diensten te versterken.Gelet op bovenstaande kom ik tot de conclusie dat het niet opportuun isom de mogelijkheid tot beroep voor alle onderzoeken van de dienstenversneld te introduceren. Het risico op vertraging voor de herziening vande Wiv is te groot. Er zal immers tijd nodig zijn voor het maken, debehandeling en implementatie van het wetsvoorstel. Daardoor zal detijdswinst van het versneld mogelijk maken van beroep naar verwachtingklein zijn. Zeker gezien het gegeven dat de mogelijkheid tot beroeponderdeel uitmaakt van de herziening van de Wiv.Mede namens de Minister van Defensie,De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F. Rijkaart2Kamerstuk 34 588, nr. 88, bijlage «Rapport «evaluatie 2020 Wet op de inlichtingen en veilig-heidsdiensten»», p. 135–136.3Kamerstuk 34 588, nr. 92.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3242
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.