Onderzoek 'Ruimte voor circulaire economie op bedrijventerreinen'
Brontekst
Versie 2823a5152e14c5fb · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 381 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT EN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 september 2025In een circulaire economie gaan we slim en zuinig met producten en(kritische) grondstoffen om. We gebruiken producten steeds opnieuw. Alsproducten kapot zijn, repareren we ze. En als dat niet meer kan, maken wenieuwe producten van de materialen waar ze uit bestaan. Dat wordt ooksteeds urgenter. Het concurrentievermogen van de Nederlandse enEuropese industrie staat onder druk. En vanwege de veranderingen in hetgeopolitieke krachtenveld neemt het belang van voldoende beschik-baarheid van schaarse grondstoffen toe. In een circulaire economiebehouden en bestendigen we onze welvaart, welzijn en economischegroei door deze minder afhankelijk te maken van primaire grondstoffen uitderde landen en afwenteling op het milieu te voorkomen. Dit leidt tevenstot ondernemerskansen en nieuwe economische verdienmodellen metminder verspilling, onnodig grondstofgebruik, milieuschade en afval.Ruimte belangrijk voor circulaire economieDe transitie naar een circulaire economie kent nog verschillende uitda-gingen. Eén van de vraagstukken betreft voldoende en geschikte fysiekeruimte voor circulaire economie, tijdelijk én structureel. Uit dePBL-verkenning «Ruimte voor circulaire economie»1 blijkt dat er eengroeiende behoefte zal zijn aan ruimte op havengebieden, industrie- enbedrijventerreinen voor recycling en (bio)grondstof-verwerking, evenalsbinnenstedelijke locaties voor reparatie en deeleconomie. Ook bestaat ervanuit de Critical Raw Materials Act2 een verplichting om de noodzakelijkeruimte voor kritieke grondstoffen-projecten te borgen. Voor Nederlandgaat het naar verwachting om recycling of substitutie van kritiekegrondstoffen. Ook kan het gaan om de aanleg van strategische voorraden.1Rood, T. & E. Evenhuis (2023), Ruimte voor circulaire economie. Verkenning van de ruimtelijkevoorwaarden voor een circulaire economie, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.2EU Critical Materials Act, 11 april 2024, https://single-market-economy.ec.europa.eu/sectors/raw-materials/areas-specific-interest/critical-raw-materials/critical-raw-materials-act_en kst-32852-381ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3811 Om de ruimtelijke impact van de circulaire economie op bedrijventer-reinen nader te onderbouwen hebben de Ministeries van Infrastructuur enWaterstaat (IenW) en Economische Zaken (EZ) een extern onderzoekuitgezet. Het onderzoek, uitgevoerd door een consortium van de StecGroep en CE Delft, is als bijlage bij deze brief gevoegd. Naast de Minis-teries van IenW en EZ zijn ook de Ministeries van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening, Klimaat en Groene Groei en de provinciesbetrokken. Deze opgave is niet los te zien van andere opgaves, die ook omruimte vragen. De ruimte in Nederland is schaars. Er is ruimte nodig voorwoningbouw, defensie, landbouw en natuur. De integrale afweging vindtplaats in de (Ontwerp) Nota Ruimte, de nationale visie voor de ruimtelijkeordening van Nederland.Dit onderzoek, met een nationale prognose en een verdiepende analysevan de ketens bouw, kunststoffen en maakindustrie voor de ruimtebe-hoefte van een circulaire economie vormt één van de ruimtelijk econo-mische bouwstenen voor de Nota Ruimte. Ook zijn de uitkomsten voorprovincies en gemeenten van belang voor prognoses en ramingen vanbedrijventerreinen en het ontwikkelen van een toekomstbestendigruimtelijk beleid. Het onderzoek sluit eveneens naadloos aan op hetonderzoek naar de ruimtevraag voor de energie-intensieve industrie-clusters en daarbinnen ook het belang van circulaire activiteiten3. Middelsdeze brief wordt u geïnformeerd over de resultaten en vervolgstappen.Onderzoeksresultaten en inzichtenHet onderzoek geeft een aantal algemene inzichten, kwantitatieve enkwalitatieve resultaten. Dit houdt in dat het onderzoek ingaat op hoeveelruimte er nu gebruikt wordt voor de drie onderzochte ketens (bouw,kunststoffen, maakindustrie) en ook een inschatting geeft van deruimtevraag in 2030–2050. Daarnaast wordt ingegaan op welke locatieken-merken belangrijk zijn (werkmilieus). Het gaat om de kwalitatieve eisendie bij die ruimtevraag gelden. Er is tevens een vraag-aanbod analysegemaakt van ruimte op bedrijventerreinen. Tot slot doet het onderzoekook aanbevelingen om de vraag en aanbod weer in balans te brengen.MethodiekIn dit vernieuwende onderzoek, met als doel de ruimtelijke impact van eencirculaire Nederlandse economie op bedrijventerreinen voor de transitievan nu tot 2050 te onderbouwen, worden door de onderzoekers tweebeproefde methoden samengebracht:1.Er is een inschatting gemaakt van het benodigde ruimtegebruik vanketens en materiaalgebruik.2.Er is een modelmatige behoefteraming opgesteld vanuit ruimtelijk-economisch perspectief.De eerste methode richt zich specifiek op het effect van de circulaireeconomie op materiaalstromen en wat dit betekent voor de ruimtevraag.De tweede methode brengt de totale ruimtevraag in beeld van de ketens.De focus ligt hierbij op het effect van de circulaire economie en dit is danook integraal meegewogen. Maar ook andere ontwikkelingen en effectenzoals economische ontwikkeling, energietransitie en digitalisering/robotisering worden hierin meegewogen. Vanuit een breed ruimtelijk-economisch perspectief zijn deze ontwikkelingen namelijk niet los vanelkaar te zien. De circulaire transitie staat immers niet op zichzelf, maar isonderdeel van een context met allerlei ontwikkelingen die bedrijvenbeïnvloeden.3Ruimte voor industrieclusters, een consortium o.l.v. STEC groep, brief aan TK 20 juni 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3812 Daarbij zijn nog twee opmerkingen te maken over de robuustheid van deinzichten en resultaten. Allereerst wordt er voortgebouwd op de reguliereprognosemethodiek (terreinquotiëntenmethodiek) die bewezen enbetrouwbaar is voor het ramen van bedrijventerreinen. Er wordt bewusteen bandbreedte gehanteerd wat een structureel kenmerk is vanprognoses. Immers de manier waarop trends zich ontwikkelen is namelijknooit exact voorspelbaar. Denk aan het tempo van technologischeontwikkelingen en transities, gedrag van bedrijven en consumenten,macro-economische ontwikkelingen en of beleidskeuzes. Ten tweede heefthet onderzoek zich gericht op drie ketens. Samen zijn de drie ketens bouw,kunststoffen en maakindustrie goed voor zo’n 30% van het totaleruimtebeslag op bedrijventerreinen. De werkelijke ruimtevraag hangtonder meer af van de ontwikkeling in andere ketens, die niet is onder-zocht. Wel hebben onderzoekers een beredeneerde, indicatieveinschatting gegeven van dit effect op basis van de drie onderzochte ketensen de kennis en uitkomsten vanuit de provinciale prognoses.Inzichten•Een circulaire economie vraagt om meer ruimte, om de waarde vanproducten/materialen te behouden of terug te winnen. De ruimtevraagzit vooral in extra functies zoals opslag, retourlogistiek, demontage,bewerking van materialen, decentrale verwerking en (tijdelijke)schuifruimte om de overgang van lineaire naar circulaire bedrijfsmo-dellen mogelijk te maken•De circulaire economie is een transitieopgave die zich ontwikkeltvanuit de bredere economie. Circulaire activiteiten betreffen geenaparte sector, alle bedrijven passen (geleidelijk) hun bedrijfsvoeringaan met activiteiten zoals recycling, reparatie en hergebruik endaardoor veranderen waardenketens. Er spelen in de economietegelijkertijd meerdere ontwikkelingen zoals digitalisering, energietran-sitie, schaalvergroting en ketenveranderingen.•Boost aan dynamiek en ruimtevraag op bedrijventerreinen. De omslagnaar circulaire processen is bij bestaande bedrijven zichtbaar en leidtook tot nieuwe circulaire bedrijven. Deze transitie is al gaande enverloopt geleidelijk en geeft een boost aan de dynamiek en ruimte-vraag op bedrijventerreinen. De prognose laat een piek zien in devraag naar ruimte op bedrijventerreinen, in de periode 2030–2040. Hetonderzoek vraagt ook aandacht voor schuifruimte. Bijvoorbeeld omdater tijdelijk ruimte nodig is voor de gelijktijdige op- en afbouw van decirculaire respectievelijk lineaire/fossiele economie. Ook is er geschiktevervangende ruimte nodig wanneer ruimte op bedrijventerreinenverdwijnt door transformatie naar andere functies.Kwantitatieve resultaten•Nu al heeft 15% van de ruimtevraag op bedrijventerreinen relatie metcirculaire activiteitenInmiddels is circa 6% tot 10% van de Nederlandse bedrijven actief metcirculaire activiteiten. Op bedrijventerreinen is het aandeel nog groter:daar heeft 15% van de ruimtevraag direct verband met circulaireactiviteiten. Ter vergelijking: in 2018 was dit nog slechts 5%. Deruimtelijke impact wordt overigens door een samenspel van ontwikke-lingen bepaald. Circulair is daar een aspect van.•De ruimtelijke impact op bedrijventerreinen (voor 2030–2050) issubstantieel.De verwachte toename voor de drie onderzochte ketens komtgezamenlijk uit op ongeveer 6% tot 13% uitbreiding van (bestaande)bedrijventerreinen, tot 2050. Op basis hiervan is er een berekeninggemaakt voor de hele economie. Deze berekening geeft een indicatieveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3813 ruimtevraag van 4.000 tot 9.500 hectare netto op bedrijventerreinen tot2050. Dat is een stijging van 6% tot 15% ten opzichte van het huidigeruimtebeslag.Kwalitatieve inzichten•De ruimtevraag spreidt zich over diverse typen bedrijventerreinen. Deruimtevraag manifesteert zich van reguliere bedrijventerreinen totindustrie- en bedrijventerreinen voor hogere milieucategorieën (HMC)en watergebonden locaties. Vooral HMC- en watergebonden terreinenzijn schaars en staan onder druk, met name door transformatie-plannen. De aard van de circulaire activiteiten bepaalt sterk hetbenodigde type locatie.Vraag-aanbod analyse: aanbod ontoereikend voor de omslag naar CE•Substantiële ruimtebehoefte én tegelijkertijd staat die ruimte onderdruk. Een omslag naar een circulaire economie vergt blijvend ruimte,zowel in hectaren als in ruimtelijke kwaliteiten van die ruimte. Dezeruimte staat onder druk. In alle drie de onderzochte ketens is er eensubstantiële ruimtebehoefte en dreigen er tekorten te ontstaan inverschillende soorten typen bedrijventerreinen (werkmilieus), vooralbij reguliere bedrijventerreinen, bedrijventerreinen met een hogeremilieucategorie en watergebonden locaties.•Aanbod bedrijventerreinen naar verwachting in 2030 uitgeput. Hetonderzoek geeft aan dat het aanbod van bedrijventerreinen (ruimte) invrijwel alle provincies naar verwachting in 2030 uitgeput is. Entegelijkertijd laat dit onderzoek ook zien dat vooral in de periode2030–2040 de ruimtevraag toeneemt. Dit onderstreept de urgentie vaneen passend aanbod aan voldoende ruimte met de noodzakelijkelocatiekenmerken. Daarbovenop komen nog de voorziene tekorten aanruimte voor de industrieclusters.BeleidsaanbevelingenDe onderzoekers doen een aantal aanbevelingen om voldoende engeschikte ruimte op bedrijventerreinen voor CE te borgen. De belang-rijkste zijn beschermen, benutten en (strategisch) uitbreiden van bedrij-venterreinen:•Bescherm bestaande bedrijventerreinen voor de circulaire economie.Bestaande terreinen zijn cruciaal, maar staan onder druk door andereclaims. Vooral binnenstedelijke, watergebonden en HMC-terreinen zijnschaars en strategisch belangrijk vanwege ligging, bereikbaarheid eninfrastructuur. Tegelijk komt de meeste ruimtevraag van bedrijven ophun huidige locatie. Verplaatsing is vaak kostbaar en complex, daaromis behoud en versterking van deze locaties essentieel.•Beter benutten bedrijventerreinen.Benut de milieucategorie voor bedrijven die het nodig hebben. Of viaherstructurering en intensivering van ruimtegebruik door het benuttenvan functiecombinaties op bedrijventerreinen. Dit vergt echter welinvesteringen, capaciteit en tijd.•Prioriteit geven aan strategisch uitbreiden van nieuwe bedrijventerrei-nen.Vanwege lange doorlooptijden (7–15 jaar) is het urgent om nústrategische plannen te maken voor nieuwe toekomstbestendigeterreinen, inclusief HMC- en watergebonden locaties. Dit voorkomt eentekort rond 2030–2035. Belangrijk is daarbij rekening te houden met desterke lokale en regionale verbondenheid van bedrijven (o.a. werkne-mers, afnemers, gedane investeringen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3814 Urgentie om nu werk te maken van voldoende en geschikteruimteMet dit onderzoek ligt er een robuuste onderbouwing voor de ruimtevraagvan de circulaire economie als integraal onderdeel van de economie. Hetonderzoek onderstreept de noodzaak en urgentie om nu werk te makenvan voldoende en geschikte ruimte op bedrijventerreinen om de transitiemogelijk te maken naar de circulaire economie. Het is daarom belangrijkom vraag en aanbod van ruimte voor grondstoffen samen te brengen, opnationaal, regionaal en lokaal niveau. Hiervoor is het nodig om ruimtevoor bedrijventerreinen te beschermen, beter te benutten en (strategisch)uit te breiden.De bevindingen van het onderzoek worden opgepakt langs drie lijnen.•De bevindingen zijn betrokken bij de integrale ruimtelijke afweging inde ontwerp-Nota Ruimte langs de volgende lijnen: beschermen vanbestaande bedrijventerreinen, beter benutten van bedrijventerreinenen strategisch uitbreiden waar nodig.•In het kader van het Nationaal Programma Circulaire Economie wordtsamengewerkt met de regio in de krachtenbundeling Rijk–Regio. Op20 maart jl. zijn daar bestuurlijke afspraken voor 2025/2026 overgemaakt, waaronder over CE en ruimte4. Deze afspraken zijn onderte-kend door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat – mede namensde Ministeries van Economische Zaken en Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening, door het Interprovinciaal Overleg, Unie vanWaterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.•Op 20 juni jl. is door het kabinet de Ruimtelijk Economische Visieuitgebracht en een uitvoeringsagenda aangekondigd. Met dezeuitvoeringsagenda maakt de Minister van Economische Zakenafspraken met decentrale overheden en de Ministeries van I&W enVRO over het beschermen, beter benutten en strategisch programme-ren van bedrijventerreinen.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenDe Minister van Economische Zaken,V.P.G. Karremans4Convenant krachtenbundeling rijk–regio voor de circulaire economie stcrt-2025-11512.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3815
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe eind september 2025 een brief naar de Kamer te sturen met een reactie op het CE-delft rapport met beleidsaanbevelingen.
De staatssecretaris zegt toe eind september 2025 een brief naar de Kamer te sturen met een reactie op het CE-delft rapport met beleidsaanbevelingen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.