KamerkringInloggen
Kamerbrief

Evaluatierapport Nederland Verdrag van de Verenigde Naties tegen Corruptie

9 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 40b7bf21748265cc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 202636 800 VIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor hetjaar 2026Nr. 16 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VANBINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 december 2025AanleidingIn 2020 is het Nederlandse systeem voor corruptiebestrijding in het kadervan de implementatie van de United Nations Convention AgainstCorruption (hierna: UNCAC) geëvalueerd. Vanwege diverse, externe,omstandigheden heeft de evaluatie bij Verenigde Naties (hierna: VN)meerdere jaren vertraging opgelopen. De executive summary metbelangrijkste bevindingen is reeds op 17 oktober 2023 met uw Kamergedeeld.1 Het evaluatierapport is uiteindelijk op 28 oktober 2025 door VNmet Nederland gedeeld. Het rapport en de executive summary zijn alsbijlagen bij deze brief gevoegd.De evaluatie heeft betrekking op de periode 2015–2020. Gezien deverstreken tijd, is de informatie in het rapport inmiddels verouderd enreflecteren de bevindingen niet langer de actuele situatie. De aanpak vancorruptie is een van de speerpunten van dit kabinet.2 Zowel op het gebiedvan preventieve anti-corruptiemaatregelen als de repressieve aanpakhebben de afgelopen jaren veel ontwikkelingen plaatsgevonden. In dezebrief lichten wij de ontwikkelingen in de opvolging van de aanbevelingenvan de VN toe en schetsen wij de huidige stand van zaken. Hierbij makenwij de kanttekening dat veel van de aanbevelingen zien op thema’s waaral maatregelen op worden getroffen en waarover de Kamer separaat isgeïnformeerd.1Zie Kamerstuk 36 410 VII, nr. 16.2Zie Regeerprogramma kabinet-Schoof | Publicatie | Rijksoverheid.nl. kst-36800-VII-16ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 161 UNCACIn november 2006 is voor Nederland de UNCAC in werking getreden.3 Intotaal hebben 192 landen het verdrag ondertekend.4 Het verdrag heeftonder meer als doel de aanpak van corruptie op internationaal niveau teversterken, waarbij ook aandacht uitgaat naar maatregelen die corruptievoorkomen en integriteit in de publieke sector versterken.Om de naleving van het verdrag te monitoren, is een evaluatiemecha-nisme in de UNCAC opgenomen. De evaluatie vindt plaats in meerdererondes. De eerste ronde is voor Nederland in 2014 afgerond.5 In 2019 is detweede evaluatieronde gestart. Hierbij is specifiek gekeken naar deimplementatie door Nederland van de UNCAC-bepalingen in Hoofdstuk 2(Preventive measures) en Hoofdstuk 5 (Asset recovery). Hoewel de VN hetNederlandse systeem voor corruptiebestrijding over het algemeen positiefbeoordelen, wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan om deze teversterken.1. Aanbevelingen hoofdstuk 2: preventieve maatregelen Hoofdstuk 2 van de UNCAC betreft preventieve anti-corruptiemaatregelendie integriteit in de publieke en private sector moeten versterken. Denoodzaak van integriteitsbeleid voor ambtenaren en volksvertegenwoor-digers, transparantieverplichtingen ten behoeve van het tegengaan vanbelangenverstrengeling en overheidstransparantie in den brede zijnhierbij speerpunten van de VN. Naast beoordeling van de implementatiedoor Nederland van hoofdstuk 2 van de UNCAC, doen de VN een aantalaanbevelingen die aan deze onderwerpen raken. Uw Kamer is separaatgeïnformeerd over de aanbevelingen.61.1. Integriteit van de overheid De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK) isstelselverantwoordelijk voor de integriteit van het openbaar bestuur.Individuele overheidswerkgevers hebben op basis van de Ambtenarenwet2017 een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het integriteits-beleid. Daarnaast heeft de Minister van BZK de coördinerende werkge-versverantwoordelijkheid voor het Rijk. De Minister van BZK stelt samenmet departementen rijksbrede kaders en protocollen vast om de eenheid,kwaliteit en effectiviteit van het integriteitsbeleid binnen de Rijksoverheidte borgen.7 De vakministers zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoeringen naleving van het integriteitsbeleid bij hun eigen ministeries en dedaaronder ressorterende organisaties. Hiermee is volgens het kabinet hettoezicht op en de coördinatie van de uitvoering van het integriteitsbeleidvoldoende geborgd. Het kabinet ziet geen aanleiding om deze taken bijeen apart, onafhankelijk orgaan te beleggen.In het rapport doet de VN de aanbeveling een mechanisme op te tuigenom de effectiviteit van integriteitsbeleid te evalueren. Het Ministerie vanBZK houdt via verschillende instrumenten toezicht op het integriteits-beleid. Elke overheidswerkgever maakt jaarlijks een verantwoording overhet gevoerde integriteitsbeleid openbaar.8 Daarnaast is in 2020 gestartmet de tweejaarlijkse publicatie van de Monitor Integriteit en Veiligheid.3Zie https://wetten.overheid.nl/BWBV0001830/2006-11-30.4Voor een overzicht, zie UNCAC Signature and Ratification Status.5Voor de rapportage, zie 2017_10_17_Netherlands_Final_Country_Report.pdf.6Zie Kamerstuk 36 410 VII, nr. 16.7Zie Kamerstuk 28 844, nr. 2838Zie de Ambtenarenwet 2017.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 162 Hierin wordt een beeld gegeven van integriteit en weerbaarheid van hetNederlandse openbaar bestuur. Ook kan de Algemene Rekenkamerperiodiek onderzoek doen naar het integriteitsbeleid van de rijksoverheiden wordt er ieder jaar in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk gerappor-teerd over integriteitsschendingen binnen de rijksoverheid. De uitkomstenvan deze onderzoeken worden gebruikt voor verbetering van hetintegriteitsbeleid. Met het toevoegen van de Monitor Integriteit enVeiligheid aan het reeds bestaande, brede instrumentarium op dit punt isnaar oordeel van het kabinet aan de aanbevelingen van de VN voldaan.Voorts raadt de VN aan om periodieke verslagen over corruptierisico’s inhet openbaar bestuur te publiceren. In 2024 heeft het Ministerie vanJustitie en Veiligheid (hierna: JenV) het WODC opdracht gegeven voor hetopstellen van de eerste National Risk Assessment Corruption (NRACorruptie). Hierin worden de grootste corruptierisico’s voor Nederland inkaart gebracht. De resultaten van de eerste NRA worden in Q1 2026verwacht en worden gedeeld met uw Kamer. Hiermee is voorzien in eenperiodiek, openbaar verslag over corruptierisico’s. Daarnaast is inseptember 2025, onder leiding van het Ministerie van BZK, een pilotgestart waarmee een toolkit wordt ontwikkeld voor overheidsorganisatiesom corruptie- en ondermijningsrisico’s in kaart te brengen en temitigeren.1.2. Integriteitsbeleid voor rijksambtenaren De VN doet een aantal aanbevelingen ter versterking van het integriteits-beleid voor rijksambtenaren. Aanbevolen wordt om verdere maatregelente treffen ten aanzien van belangenverstrengeling, procedures in terichten voor de selectie en training van personen die kwetsbaar zijn voorcorruptie, en beperkingen op specifieke vervolgfuncties te organiseren.Elke overheidswerkgever is verplicht om beleid te voeren dat erop gerichtis om iedere vorm van belangenverstrengeling te voorkomen.9 Zo is hetambtenaren niet toegestaan om nevenwerkzaamheden te vervullen offinanciële belangen te hebben waardoor de goede vervulling van defunctie of het goede functioneren van de openbare dienst niet inredelijkheid zou zijn verzekerd.10 Ambtenaren zijn verplicht om opgave tedoen van nevenactiviteiten die verband houden met de functievervulling.Ook wijst de werkgever ambtenaren aan die werkzaamheden verrichtenwaaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengelingverbonden is. Deze ambtenaren zijn verplicht om melding te doen van definanciële belangen voor zover deze verband houden met de functiever-vulling. Het is aan de individuele departementen om dit beleid, en hettoezicht hierop, vast te stellen. Met de departementen is afgesproken datzij uiterlijk eind 2026 een regeling meldplicht financiële belangenkennen.11 Bij niet-naleving van de integriteitsregels kan door dewerkgever een straf of ordemaatregel worden opgelegd.12 Hiermeekomen we tegemoet aan de aanbeveling van de VN.De VN bevelen ook aan om adequate procedures in te richten voor deselectie en training van functies die kwetsbaar zijn voor corruptie en om teoverwegen deze personen te rouleren naar andere functies. Voor functiesdie zijn aangewezen als vertrouwensfunctie geldt dat zij een AIVD-screening ondergaan. Ook andere functies kunnen kwetsbaar zijn voorcorruptie. De Gedragscode Integriteit Rijk biedt voor alle rijksambtenaren9Zie de memorie van toelichting van de Ambtenarenwet 2017.10Artikel 8, Ambtenarenwet 2017.11Zie Kamerstuk 28 844, nr. 29712CAO Rijk, hoofdstuk 15.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 163 het kader voor integriteitsrisico’s die voortkomen uit privérelaties,privéomstandigheden en kwetsbare functies. Daarnaast zal worden bezienof de aandacht voor integriteit in het bestaande aannamebeleid vergrootmoet worden. Bovenstaande laat onverlet dat medewerkers de ruimtemoeten voelen om integriteitskwesties bespreekbaar te maken en samenmet de leidinggevende passende maatregelen treffen. Indien door dewerkgever aan de integriteit wordt getwijfeld, kan overwogen worden omfunctieroulatie toe te passen of het takenpakket aan te passen. Voorts kentelke overheidswerkgever conform de Ambtenarenwet 2017 de verplich-ting om integriteitstrainingen aan te bieden. Het is aan individueleoverheidswerkgevers om, waar nodig, aparte trainingen te organiserenvoor kwetsbare functies. Met de hierboven omschreven maatregelen achthet kabinet te voldoen aan de aanbeveling van de VN.De VN beveelt ook aan om beperkingen op te leggen aan vervolgfunctieswanneer een ambtenaar overstapt van de publieke naar de private sector.Ten aanzien van een beperking op vervolgfuncties, bevat de GedragscodeIntegriteit Rijk uitgangspunten die gelden in het geval van een gevoeligeoverstap naar ander werk. Het kabinet ziet deze uitgangspunten alstoereikend. De GIR stelt dat een afkoelingsperiode voorafgaand aanuitdiensttreding een passende oplossing kan zijn om eventuele problemenvoor te zijn. Het is aan de individuele medewerker om de leidinggevendetijdig te informeren over de vervolgstap en in samenspraak met deleidinggevende te bezien of een afkoelperiode noodzakelijk is.In het VN-rapport wordt ook aanbevolen transparantie te waarborgen bijhet aannemen, behouden en promoveren van ambtenaren. Voor hetfunctioneren en de groeimogelijkheden binnen de Rijksoverheid vormt hetFunctiegebouw Rijk (hierna: FGR) de basis.13 Het gebruik van het FGRbinnen de Rijksoverheid is verplicht. Verder wordt binnen de Rijks-overheid gestreefd naar een zo objectief mogelijke werving en selectie,met als doel iedereen een gelijke kans te bieden om aangenomen teworden bij het Rijk. Zoals uw Kamer eerder is geïnformeerd, zijn hiervoormaatregelen voor breed werven en objectief selecteren afgesproken.14Deze worden momenteel geïmplementeerd. Daarnaast volgt Nederland deEuropese richtlijn Loontransparantie uit 2023 op middels wetgeving. Hetkabinet meent dat met de bovenstaande maatregelen aan de VN-aanbe-veling zal zijn voldaan.De VN beveelt Nederland aan om informatie over door ambtenarengehouden belangen te mogen delen met buitenlandse bevoegdeautoriteiten. Het kabinet volgt deze aanbeveling niet op. De betreffendeinformatie ziet op individuele personen en kan daarom alleen op grondvan een daartoe voorafgaand gedaan verzoek en binnen de daarvoorgeldende kaders van de internationale samenwerking in strafzakenworden gedeeld, indien dit noodzakelijk is voor een strafrechtelijkonderzoek en voor asset recovery.13In de functieprofielen van het FGR is beschreven wat verwacht wordt in termen van resultaten,succesvol gedrag, kennis, vaardigheden en ervaring. Hiermee is zichtbaar voor medewerkersen managers welke (objectieve) eisen worden gesteld aan functies en de bijbehorendesalarisniveaus.14Voor meer informatie, zie de bijlage bij Kamerbrief over onderzoek «Racisme binnen deRijksoverheid» | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 164 1.3. Integriteitsbeleid voor gekozen volksvertegenwoordigers enbewindspersonen De VN kijkt ook naar integriteitsmaatregelen voor bewindspersonen engekozen volksvertegenwoordigers. Sinds het VN-landenbezoek aanNederland in het kader van de UNCAC-evaluatie, zijn de integriteitsmaat-regelen voor (de)centrale bestuurders gewijzigd. Zo is sinds 1 januari 2023de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur inwerking. Hierin is onder meer de VOG voor wethouders verplicht gesteld.In januari 2025 heeft de Minister van BZK een nieuw wetsvoorstelBevorderen integriteit decentraal bestuur voor advies verzonden naar deRaad van State.15 De Raad van State heeft haar advies over hetwetsvoorstel gepubliceerd op 15 september 2025.16 Op dit moment wordtdit advies bestudeerd.De VN raadt aan om integriteitsvereisten op te stellen voor bewindsper-sonen. Mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de Groep vanStaten tegen Corruptie (GRECO) zijn de afgelopen jaren aanvullenderegels tot stand gekomen ter verbetering van het integriteitsbeleid vanbewindspersonen. Zo is in 2021 een selfassessment ontwikkeld datkandidaat-bewindspersonen bewust maakt van mogelijke risico’s die zijtijdens hun gesprek met de formateur aan de orde dienen te stellen en zonodig (beheers)maatregelen voor moeten treffen. Voorts wordt tenaanzien van kandidaat-bewindspersonen naslag gedaan in de systemenvan de AIVD, de Belastingdienst en Justitie. In een brief die de Minister-President onlangs aan uw Kamer heeft gezonden, wordt uitgebreidingegaan op de beoordeling van kandidaat-bewindspersonen.17 Voorzittende Ministers en Staatssecretarissen geldt sinds 2023 deGedragscode Integriteit Bewindspersonen.Ten aanzien van het voorkomen van belangenverstrengeling wordt,tijdens het gesprek met de formateur, nagegaan of een kandidaat-bewindspersoon zeggenschapsrechten heeft in zakelijke en financiëlebelangen. Waar dat het geval is, dient betrokkene ofwel volledig afstand tedoen van deze belangen, ofwel een regeling te treffen waarbij hij/zij dezeggenschapsrechten gedurende de ambtsperiode niet kan of zaluitoefenen. De recente brief van de Minister-President over de beoor-deling van kandidaat-bewindspersonen bevat hiervoor een kader.18 Hetuitgangspunt ten aanzien van de partner van de aantredend bewinds-persoon blijft in zijn algemeenheid dat mensen als zelfstandige individuenworden beschouwd, en belangen, noch werkzaamheden van de partnerbuiten de huwelijkse gemeenschap relevant zijn voor de formateur. Ingevallen waarin voorzienbaar is dat de werkzaamheden of belangen vande partner onderwerp van maatschappelijk debat zouden kunnen worden,bijvoorbeeld omdat de partner werkzaam is op een terrein waarop debewindspersoon verantwoordelijkheid draagt, kan de kandidaat-bewindspersoon hiervan melding maken aan de formateur.Ook aan het eind en na afloop van de ambtstermijn blijven integriteitsri-sico’s voor politieke ambtsdragers bestaan. Om deze risico’s beter tebeheersen, bevelen de VN Nederland aan om beperkingen op te leggenaan Ministers en Staatssecretarissen om te voorkomen dat zij binnen een15Dit voorstel stelt onder andere een preventieve risicoanalyse integriteit voor wethouders engedeputeerden verplicht en bevat een regeling voor de financiële belangen van bestuurdersvan decentrale overheden.16Zie Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche. – Raad vanState.17Kamerstuk 28 754, nr. 3.18Kamerstuk 28 754, nr. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 165 bepaalde periode na uitdiensttreding een functie in de private sectorbetrekken die direct verband houdt met taken die zij tijdens hun ambts-termijn uitoefenden. Om die reden heeft de regering een wetsvoorstel bijhet parlement ingediend dat maatregelen bevat omtrent vervolgfunctiesvan bewindspersonen.19 Dit voorstel is recentelijk tot wet verheven en zalbegin 2026 in werking treden.1.4. Overheidstransparantie en transparantieverplichtingen voor politiekepartijfinanciering De VN kijkt eveneens naar transparantiemaatregelen in relatie tot politiekepartijfinanciering en overheidsinformatie. Zo raadt de VN Nederland aanom anonieme en buitenlandse donaties te verbieden, een limiet opdonaties vast te stellen en onafhankelijk toezicht te garanderen.Regels voor de financiering van landelijke politieke partijen zijn vastge-legd in de Wet financiering politieke partijen. Per 1 januari 2023 is dezewet gewijzigd en geldt onder andere een giftenmaximum van € 100.000,–per gever per jaar en zijn giften van niet-Nederlanders verboden. Om deweerbaarheid van politieke partijen verder te versterken, werkt het kabinetaan de voorbereiding van de Wet op de politieke partijen (hierna: Wpp),dat nu bij de Tweede Kamer aanhangig is. De regels voor landelijkepolitieke partijen blijven grotendeels hetzelfde. Wel wordt een verbod opanonieme giften geïntroduceerd en wordt het verbod op giften vanniet-Nederlanders gewijzigd naar een verbod op giften van niet-ingezetenen. Ten slotte bevat de wet ook (transparantie)regels voordecentrale politieke partijen en voorziet de wet in de oprichting van eenonafhankelijke toezichthouder, de Nederlandse autoriteit politieke partijen(Napp).De VN roept ook op om te rapporteren over de uitgaven van politiekepartijen. In Nederland moeten alle politieke partijen met een zetel in deEerste en/of Tweede Kamer elk jaar hun financieel verslag voorleggen aande Minister van BZK. Het verslag moet inzicht geven in de subsidie-besteding, ontvangen bijdragen en overige inkomsten, vermogenspositieen schulden van een politieke partij. De Minister van BZK maakt dezedocumenten openbaar. Ook maakt de Minister, voor en na een TweedeKamerverkiezing, aanvullende overzichten van giften aan politieke partijenen kandidaten en schulden van politieke partijen openbaar.20 Onder deWpp worden de transparantie- en subsidieregels uitgebreid naardecentrale politieke partijen.De VN benadrukt ook het bredere belang van overheidstransparantie.Specifiek beveelt de VN aan om te overwegen een toezichthoudendorgaan in te stellen dat toeziet effectieve openbaarheid van overheidsin-formatie. Sinds het landenbezoek van de VN is de wetgeving rondom deopenbaarmaking van overheidsinformatie herzien. In 2022 heeft de Wetopen overheid (hierna: Woo) de eerder geldende Wet openbaarheid vanbestuur (Wob) vervangen. Een belangrijke vernieuwing binnen de Woo isde invoering van het onafhankelijke Adviescollege Openbaarheid enInformatiehuishouding (hierna: ACOI). Het ACOI adviseert regering enparlement gevraagd en ongevraagd over beleid en wetgeving metbetrekking tot openbaarheid en goed beheer van overheidsinformatie.19De wet bevat voor een periode van twee jaar na het ambt als bewindspersoon een draaideur-verbod, een lobbyverbod en de verplichting om onafhankelijk advies te vragen over eenbeoogde vervolgfunctie.20Voor meer informatie, zie Giften en subsidies politieke partijen | Democratie | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 166 Als rijksbreed verantwoordelijk ministerie voor de uitvoering van de Woomonitort het Ministerie van BZK de implementatie van de wet. Zo heefthet ministerie per januari 2025 het publiek toegankelijke dashboard «Wooin cijfers» gelanceerd.21 Dit dashboard publiceert per kwartaal geactuali-seerde gegevens over de afhandeling van Woo-verzoeken door deverschillende ministeries. Daarnaast bevat het informatie over het aantalbezwaren, juridische procedures en opgelegde dwangsommen, inclusiefde bijbehorende bedragen. Eind 2025 zal de evaluatie van de Woo vanstart gaan. Deze wetsevaluatie richt zich op de doeltreffendheid, doelma-tigheid en de effecten van de wet in de praktijk.221.5. Integriteit in de private sector Een laatste onderwerp dat ter sprake komt in hoofdstuk 2 van de UNCACen de evaluatie door de VN is integriteit in de private sector. Het kabinet isvan mening dat het bedrijfsleven primair zelf verantwoordelijk is voor hetopzetten, implementeren en handhaven van beleid ter preventie vancorruptie. Zelfregulering verdient hier de voorkeur, omdat integriteitsri-sico’s per sector (en zelfs per organisatie) kunnen verschillen. De overheidvervult hierin wel een agenderende of ondersteunende rol. Zo werkenpublieke en private partijen nauw samen binnen de Platforms VeiligOndernemen om ondernemers weerbaar te maken tegen crimineleinvloeden. Een ander recent voorbeeld hiervan is de brochure «Eerlijkzakendoen, zonder corruptie» die is opgesteld door het Ministerie vanBuitenlandse Zaken (hierna: BZ), in samenwerking met de Ministeries vanJenV, Economische Zaken, de Internationale Kamer van Koophandel,MKB-Nederland en VNO-NCW.23 BZ is voornemens om begin 2026 deinformatiefolder te herzien en uit te breiden. De herziening en uitbreidingzal zich richten op ondersteunen en informeren van bedrijven bijcorruptiepreventie als onderdeel van verantwoord ondernemen in lijn metde OESO-Richtlijnen voor multinationale ondernemingen.2. Aanbevelingen hoofdstuk 5: invordering en teruggave van uitcorruptie verkregen middelen Hoofdstuk 5 van de UNCAC, en daarmee het tweede deel van de evaluatiedoor de VN, ziet op de invordering en teruggave van uit corruptieverkregen middelen (assets). Hierbij staat internationale samenwerkingmiddels rechtshulpverzoeken en het uitwisselen van informatie centraal.Het volgen van criminele gelstromen bij het traceren en vorderen van uitcorruptie verkregen gelden speelt hierbij een grote rol.2.1. Asset recovery/return Sinds de evaluatie door de VN is op het gebied van asset recovery enasset return veel veranderd. Een belangrijke ontwikkeling is het aannemenvan de EU-Confiscatierichtlijn in april 2024.24 Voornemens uit deze richtlijnmaken het onder meer mogelijk om ook zónder veroordeling van eenverdachte crimineel vermogen af te pakken.25 Met een zogenoemdeprocedure non-conviction based confiscation (NCBC) kunnen de middelenworden ontnomen. Dit is een belangrijke uitbreiding van het bestaandewettelijke instrumentarium tegen criminele geldstromen, die het mogelijk21Voor meer informatie, zie https://wooincijfers.open-overheid.nl/.22Voor meer informatie over de voortgang van de Woo, zie Brief – Voortgangsbrief openoverheid – juni 2025.23Voor meer informatie, zie Eerlijk zakendoen, zonder corruptie | Brochure | Rijksoverheid.nl.24Voor meer informatie, zie Richtlijn (EU) 2024/1260 betreffende ontneming en confiscatie vanvermogensbestanddelen.25Voor meer informatie, zie Richtlijn (EU) 2024/1260 betreffende ontneming en confiscatie vanvermogensbestanddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 167 maakt om beslag te leggen op grote sommen geld, dure auto’s en andereluxe spullen waarvoor verdachten geen legale herkomst kunnenaangeven. Het wetsvoorstel ter implementatie van de EU-Confiscatie-richtlijn is in juli 2025 in consultatie gegaan. Als deze richtlijn eenmaalgeïmplementeerd is (deadline is 23 november 2026), voldoet Nederlandaan de aanbeveling van de VN om beslaglegging zonder strafrechtelijkeveroordeling mogelijk te maken in gevallen waarin de dader niet kanworden vervolgd wegens overlijden, vlucht of afwezigheid.In aanvulling op voornoemde richtlijn is sinds de UNCAC evaluatie doorhet Ministerie van JenV gewerkt aan een asset recovery handboek om detoepassing van de verschillende rechtsgronden bij rechtshulpverzoeken teverduidelijken en dit proces te stroomlijnen, zoals door de VN is aanbe-volen. Het asset recovery handboek is op 14 maart 2024 gepubliceerd inde digitale bibliotheek van het Stolen Asset Recovery Initiative van deWereldbank en het VN-Bureau voor Drugs en Criminaliteit.26 Eengelijksoortig initiatief is overigens in 2023 vanuit de anti-corruptie-werkgroep van de G20 gestart, waarbij updated country guides on mutuallegal assistance opgesteld zijn. Hierin ligt de nadruk op processen voorrechtshulp waarbij ook asset recovery aan de orde komt. Ook dit jaar heeftde anti-corruptiewerkgroep van de G20 aandacht besteed aan assetrecovery door met de lidstaten en genodigde landen, waar Nederland eréén van is, High Level Principles op te stellen die gaan over het beheervan seized and confiscated assets linked to corruption. Deze principes zijnaangenomen op de ministeriële vergadering van de G20 ACWG op30 oktober 2025.De VN adviseert verder om de nodige maatregelen te nemen om ervoor tezorgen dat de rechtstreekse tenuitvoerlegging van buitenlandse confisca-tiebevelen die zijn uitgevaardigd in staten die geen lid zijn van de EU,tijdig en gestroomlijnd verloopt. De onderhandelingen voor eenaanvullend protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa inzake hetwitwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie vanopbrengsten van misdrijven en inzake de financiering van terrorisme, zijnin een vergevorderd stadium. Het aanvullend protocol zal voorzien in eeneffectievere en efficiëntere samenwerking bij de tenuitvoerlegging vanbevriezings- en confiscatiebevelen, specifiek met staten die geen lid zijnvan de EU.Ook is er aandacht voor het teruggeven van verbeurdverklaardevoorwerpen of van wederrechtelijk verkregen voordeel. Omdat de UNCACop onderdelen beleidsvrije ruimte biedt en er veel partijen betrokken zijnbij de uitvoering van verzoeken tot teruggave, wordt er een leidraad voorde uitvoering van verzoeken tot teruggave opgesteld. Het streven is dezeleidraad in de eerste helft van 2026 formeel vast te stellen. Het conceptwordt nu al getoetst in lopende zaken, zodat eventueel nog bijstellingmogelijk is.2.2. Criminele geldstromen Om criminele geldstromen adequaat te kunnen volgen en crimineelvermogen tijdig in te vorderen, raadt de VN Nederland aan om deFinancial Intelligence Unit – Nederland (hierna: FIU) toe te staan verdachtetransacties te bevriezen of op te schorten.27 In de Wet versterkingstrafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II wordt voorgesteldeen spoedbevriezingsbevoegdheid aan de FIU toe te kennen door de Wetter voorkoming van witwassen en de financiering van terrorisme te26Zie https://star.worldbank.org/publications/asset-recovery-guide-netherlands-2024.27Voor meer informatie, zie Factsheet veilig melden | Publicatie | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 168 wijzigen. Het wetsvoorstel is op 2 oktober 2025 door uw Kamer aange-nomen.28 De Eerste Kamer heeft het voorstel op 28 oktober 2025 alshamerstuk afgedaan.293. Transparantieverklaring In aanvulling op de verplichtingen uit de UNCAC, heeft Nederland zich inoktober 2021 gecommitteerd aan zes transparantieprincipes die opencommunicatie over de naleving van de UNCAC waarborgen.30 Detransparantieprincipes zijn opgesteld door de UNCAC Coalition, eenmondiaal netwerk van meer dan 350 maatschappelijke (anti-corruptie)organisaties toegewijd aan het bevorderen van de implementatie van deUNCAC en zien op een open communicatie over de voorgang van hetevaluatieproces en de uitkomsten daarvan.31Om aan de transparantieprincipes van de UNCAC Coalition te voldoen,worden het Engelstalige evaluatierapport en een Nederlandstaligesamenvatting hiervan als bijlagen bij deze Kamerbrief gepubliceerd. Naasteen openbaarmaking van de resultaten van de evaluatie en eenbespreking van de aanbevelingen in deze brief, is het Ministerie van JenVvoornemens de onderwerpen uit het evaluatierapport te bespreken tijdensde tweede editie van het JenV Anti-Corruptiecongres in maart 2026.Hiermee wordt ruimte gecreëerd om met het maatschappelijk middenveldte reflecteren op recente ontwikkelingen en kunnen zij mogelijke toekom-stige verbeteringen van het huidige beleid aandragen. Momenteel vindener bij de VN onderhandelingen plaats over de doorontwikkeling van hetevaluatiemechanisme. Onderwerp van discussie is onder meer de vraagof en op welke wijze evaluatieschema’s van verdragspartijen alsmede huncontactpersoon voor vragen over het rapport kunnen worden gepubli-ceerd. Nederland steunt deze plannen. Omdat niet zeker is of dezeafspraken er ook daadwerkelijk komen, is Nederland ook zelfstandig bezigmet de ontwikkeling van de inrichting hiervan.Nederland heeft eveneens toegezegd om een contactpunt voor vragenover de UNCAC-review in te richten en om transparant te communicerenover de tijdslijnen van de evaluatie. Momenteel overweegt het Ministerievan JenV een openbare webpagina die deze informatie bevat.Tot slot heeft Nederland in de transparantieverklaring toegezegdmaatschappelijk middenveld bij samenkomsten van UNCAC en daaraanverbonden lichamen te betrekken. In dit kader heeft TransparencyInternational Nederland (hierna: TI-NL) in 2021 en 2023 als observatordeelgenomen aan de tweejaarlijkse Conference of the States Parties. Indecember 2025 vindt de elfde Conference of the State Parties (hierna:CoSP) plaats. Het Ministerie van JenV heeft TI-NL wederom uitgenodigdals delegatielid.32AfsluitingHet evaluatiemechanisme van de VN kent geen opvolgingsrapporten voorgedane aanbevelingen. Dit betekent dat Nederland met het verschijnenvan dit evaluatierapport de eerste fase van het evaluatiemechanisme van28Zie Kamerstukk 36 463, nr. 2.29Zie https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36463_versterking_strafrechtelijke.30Zie https://uncaccoalition.org/the-netherlands-signs-the-uncac-review-transparency-pledge.31Voor meer informatie over de zes principes, zie Transparency Pledge & Guide – UNCACCoalition.32De UNCAC Coalition merkt het uitnodigen van een NGO als delegatielid aan als best practice,zie voor meer informatie Microsoft Word – UNCAC Coalition – Guide to Transparency andParticipation in the IRM.docx.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 169 de UNCAC volledig heeft afgerond. Op dit moment wordt binnen deUNCAC gesproken over een tweede evaluatiefase. Tijdens de CoSP indecember 2025 zal over de inkleding hiervan worden onderhandeld.Naar verwachting gaat de volgende fase van het reviewmechanisme in2027 van start, hetgeen betekent dat Nederland te zijner tijd opnieuwbeoordeeld zal worden. Wij zullen uw Kamer hier tijdig over informeren.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F. RijkaartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 1610

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1db396d675f6e3eb

14 okt 2026 · 2b83e33e1b49df79

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.