KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aankondiging Strategische Agenda Voedselzekerheid

8 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 792f14716fc78415 · officiële bron

31532 Voedingsbeleid Nr. 310 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 8 juli 2026 Nederland en de Europese Unie kennen een hoge mate van voedselzekerheid. Mede dankzij efficiënte voedselproductie, internationale handel en goed functionerende logistieke ketens is gezond en veilig voedsel voor de meeste mensen beschikbaar en toegankelijk. Desalniettemin stellen toenemende geopolitieke spanningen de vanzelfsprekendheid van die voedselzekerheid steeds meer op de proef. Gebeurtenissen elders in de wereld beïnvloeden de productie, distributie en prijzen van voedsel in Europa en in Nederland. Tegenwoordig volgen ontwikkelingen elkaar in een ongekend tempo op: de coronapandemie, de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en de recente afsluiting van de Straat van Hormuz hebben tot grote schokken op de wereldmarkt geleid. Daarnaast werken geopolitieke spanningen door in handelsrelaties, bijvoorbeeld in de vorm van toenemend protectionisme, tarieven of het bewust gebruiken van handelsstromen als drukmiddel. Deze ontwikkelingen leiden in Nederland en de Europese Unie tot op heden niet tot voedseltekorten, maar zetten door stijgende kosten van energie, grondstoffen en voedingsmiddelen, en verstoring van logistieke ketens de voedselvoorziening wel degelijk onder druk. Dit vertaalt zich in hogere voedselprijzen, onzekerheid en verminderde stabiliteit. Ik heb Wageningen Social & Economic Research gevraagd een ‘quick scan’ uit te voeren naar de (mogelijke) gevolgen van de afsluiting van de Straat van Hormuz voor de voedselvoorziening in Nederland. Ik bied die analyse hierbij aan uw Kamer aan. Ook uit deze ‘quick scan’ volgt dat de beschikbaarheid van voedsel in Nederland niet in gevaar komt. Wel zullen door de blokkade hogere energieprijzen, transportkosten en prijzen voor kunstmest(stoffen), verpakkingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen leiden tot hogere kostprijzen in de primaire productie en verwerkende industrie. Deze zullen met enige vertraging doorwerken in de voedselprijzen. De effecten verschillen ook per sector. De hoge brandstofkosten hebben bijvoorbeeld relatief grote gevolgen voor de visserij. Zoals eerder aangekondigd, neemt het kabinet daarom maatregelen om de visserijsector te ondersteunen en weerbaarder te maken.[voetnoot 1] Het kabinet stelt onder andere in het derde kwartaal van dit jaar een energie-efficiëntieregeling open en maakt hiervoor 25 miljoen euro vrij op de LVVN-begroting. Naast geopolitieke dynamiek vergroot ook klimaatverandering het risico op verstoringen, veroorzaakt door extremere weersomstandigheden. Recente voorbeelden hiervan zijn de droogte van 2018 en de overstromingen in Limburg en in Spanje. Daarnaast blijven er ook altijd risico’s in de vorm van plant- en dierziekten, pandemieën, natuurrampen, cyberincidenten, verstoringen in het transport en energie-uitval. Eind 2024 startte de Rijksoverheid met de inzet op het vergroten van onze maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen.[voetnoot 2] Binnen deze inzet staat het ministerie van LVVN voor de weerbaarheidsopgave die gericht is op adequate toegang tot voldoende, veilig en gezond voedsel onder crisisomstandigheden, ook ter ondersteuning van militaire operaties. Ook in de EU en de NAVO is er in reactie op het veranderende dreigingsbeeld in toenemende mate aandacht voor het weerbaarheidsvraagstuk in relatie tot voedselzekerheid. De Europese Commissie kondigde in mei 2025 de Europese Paraatheidsuniestrategie 2027 aan.[voetnoot 3] Onderdelen van deze inzet zijn geland in het voorstel voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor na 2027.[voetnoot 4] Het borgen van de continuïteit van de voedselvoorziening is tevens een van de zeven weerbaarheidsdoelstellingen van de NAVO. Verscheidene Europese landen hebben inmiddels aanleiding gezien een nationaal voedselzekerheidsbeleid op te stellen, zoals Spanje, het VK en Zweden. Het versterken van de weerbaarheid is onderdeel van een breder pakket aan uitdagingen waar ons voedselsysteem voor staat. Het kabinet heeft uw Kamer vorige week geïnformeerd over het voorgenomen maatregelenpakket voor landbouw, natuur en stikstof.[voetnoot 5] Net als voor dat pakket, vraagt voedselzekerheid om een integrale en breed gedragen aanpak waar in samenhang aan gewerkt wordt. Het is tegen deze achtergrond dat ik de urgentie zie om ook voor Nederland een Voedselzekerheidsagenda te ontwikkelen die zich richt op het vergroten van de weerbaarheid van de voedselvoorziening. Het gaat hierbij naast het voorkomen van problemen ook om het beperken van de gevolgen, het effectief kunnen blijven functioneren tijdens een verstoring en een snel herstel daarna. De Voedselzekerheidsagenda van het kabinet zal zich richten op drie prioriteiten: (1) het versterken van de veerkracht van het voedselsysteem, (2) het verminderen van strategische afhankelijkheden en (3) het vergroten van crisisparaatheid. De agenda focust primair op acute verstoringen. In de brief die voor u ligt, licht ik de drieslag in prioritering toe. Daarmee geeft deze brief de contouren waartegen de Voedselzekerheidsagenda, inclusief de concrete acties die daarin moeten worden opgenomen, zal worden ingevuld. Daarnaast licht ik toe welk proces ik voorzie om te komen tot een Voedselzekerheidsagenda. Een voedselzekerheidsagenda met focus De Voedselzekerheidsagenda zal niet gaan over alle aspecten van voedselzekerheid, maar kent een weloverwogen afbakening. Deze afbakening is gekozen vanwege de geopolitieke urgentie. Heldere focus draagt bij aan concreetheid en doelgerichte actie. Hieronder wordt de afbakening beschreven. Voedselzekerheid in Nederland en Europa met een nadruk op stabiliteit… Het kabinet hanteert de FAO-definitie[voetnoot 6] van voedselzekerheid: iedereen heeft op ieder moment fysieke, sociale en economische toegang tot voldoende, veilig en voedzaam voedsel dat voldoet aan geldende voedselvoorkeuren en dieetbehoeften voor een actief en gezond leven. Deze definitie kent vier onderdelen: Beschikbaarheid: de fysieke aanwezigheid van voldoende voedsel, mede afhankelijk van productie, distributie, voorraden en handel. Gebruik: de kwaliteit en veiligheid van voedsel. Toegang: de fysieke bereikbaarheid en betaalbaarheid van voedsel. Stabiliteit: het vermogen van het voedselsysteem om schokken op te vangen. De Voedselzekerheidsagenda richt zich primair op stabiliteit en beschikbaarheid, omdat hier door de toegenomen dynamiek in de wereld voor Nederland de grootste zorg zit. Maar aangezien stabiliteit in belangrijke mate ook samenhangt met gebruik en toegang, kunnen die niet helemaal buiten beschouwing blijven. Voedselzekerheid is de uitkomst van het voedselsysteem: alle activiteiten rond de productie, verwerking, distributie, bereiding en consumptie van voedsel. Een voedselsysteembenadering maakt inzichtelijk dat naast de voedselvoorzieningsketen ook productiefactoren, zoals energie, ICT, arbeid en water, en een bredere context, bijvoorbeeld klimaat en infrastructuur, nodig zijn voor de beschikbaarheid en stabiliteit van voedsel. Dat zal deze agenda in beschouwing nemen, omdat deze afhankelijkheidsrelaties van invloed zijn op de de stabiliteit van onze voedselvoorziening. De Nederlandse voedselzekerheid is in hoge mate afhankelijk van Europees beleid en Europese handel waardoor het onvoldoende is om een uitsluitend nationale benadering te kiezen. Daarom richt de agenda zich op nationale voedselzekerheid in een Europese context. Mondiale voedselzekerheid is niet de focus van deze voedselzekerheidsagenda. Desalniettemin ben ik mij ervan bewust dat mondiale ontwikkelingen invloed hebben op onze handels- en productieketens en dat deze direct doorwerken op de prijsstabiliteit en de leveringszekerheid van het Nederlands en Europees voedselsysteem. En omgekeerd hebben onze handels- en productieketens invloed op voedselsystemen wereldwijd, bijvoorbeeld op lokale waterbeschikbaarheid, biodiversiteit, kennis en werkgelegenheid. Recent heeft de Adviesraad Internationale Vraagstukken een rapport aan het kabinet gepresenteerd over mondiale voedselzekerheid.[voetnoot 7] Dit rapport benadrukt onder meer het brede belang van het voedselzekerheidsvraagstuk in een onzekere wereld. Het kabinet herkent dit beeld en ik zal binnenkort, samen met de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, in een separate brief aan uw Kamer ingaan op de aanbevelingen van de AIV. … en met een focus op verstoringen De Voedselzekerheidsagenda zal zich primair richten op de weerbaarheid tegen verstoringen die directe of indirecte ontwrichting van het voedselsysteem veroorzaken, zoals een cyberaanval, handelsblokkades of extreem weer. Deze hebben een tijdelijk karakter en kunnen onverwacht optreden. Er zijn echter ook meer sluimerende en systemische bedreigingen als verzilting en temperatuurstijging ten gevolge van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en intensief bodem- en watergebruik die de stabiliteit van ons voedselsysteem onder druk kunnen zetten. Het voedselsysteem brengt deze uitdagingen en bedreigingen deels zelf teweeg. Deze stressfactoren kunnen de productiviteit van het voedselsysteem op de lange termijn ondermijnen en daarnaast andere negatieve externe effecten veroorzaken. Een stabiel voedselsysteem moet dus ook in balans zijn met haar eigen grenzen. Verduurzaming van het voedselsysteem is en blijft daarmee noodzakelijk. Het kabinet zet zich hier dan ook blijvend voor in, bijvoorbeeld via het maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof, het Klimaatplan en de Natuurherstelverordening. Ondanks dat de focus van deze agenda op weerbaarheid voor verstoringen ligt, vind ik het belangrijk om de verschillende uitdagingen en beleidstrajecten in samenhang te bezien en koppelkansen te benutten. De Voedselzekerheidsagenda richt zich dus op het weerbaar maken van het voedselsysteem tegen verstoringen. Dit doel wordt uitgewerkt langs de volgende drie pijlers: veerkrachtige voedselvoorziening; strategische afhankelijkheden en kwetsbaarheden; en crisisparaatheid. Pijler 1: Veerkrachtige voedselvoorziening Om in staat te zijn om toekomstige verstoringen te voorkomen of op te kunnen vangen, is het allereerst noodzakelijk om de basis op orde te hebben. Daarmee bedoel ik een voedselvoorziening die in staat is zich aan te passen aan veranderende omstandigheden en kan herstellen na tegenslag. Een veerkrachtige voedselvoorzieningsketen versterkt niet alleen de weerbaarheid tegen verstoringen, maar heeft ook het vermogen om toekomstgericht te blijven functioneren. Nederland neemt een belangrijke handelspositie in binnen het Europese voedselsysteem, en wordt daarom ook wel de draaischijf van Europa genoemd. Ons land beschikt over een sterke verwerkende industrie, belangrijke Europese importhubs, zoals de Rotterdamse haven, en innovatieve bedrijven op gebieden als planten- en zaadveredeling. Jaarlijks stromen grote hoeveelheden voedsel en grondstoffen Nederland binnen, waarna een deel, al dan niet na verwerking, weer wordt geëxporteerd. Deze positie draagt niet alleen bij aan onze hoge mate van voedselzekerheid, maar ook aan de economische welvaart en internationale concurrentiepositie. Het in staat zijn om toekomstige verstoringen in de voedselvoorziening op te kunnen vangen vraagt zowel behoud van verdienvermogen en diversiteit van binnenlandse ketens, als de nodige aanpassingen naar een toekomstbestendiger systeem, bijvoorbeeld via innovatie en adaptatie. De inzet op een veerkrachtige voedselvoorziening gaat gepaard met de inzet op het maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof. Met dat pakket stuurt het kabinet op het creëren van ruimte voor een robuuste natuur, evenals op vergunningverlening voor heel Nederland, waaronder ook voor de landbouwsector. Het kabinet zal zich bij de uitwerking inzetten voor een sterke en toekomstbestendige agrosector die ook op de langere termijn een belangrijke bijdrage levert aan onze voedselzekerheid. Behoud van diverse ketens en economische veerkracht Een veerkrachtige binnenlandse voedselvoorziening bestaat uit voldoende variatie van nationale ketens met daarin zowel productie, als verwerking, logistiek, distributie en handel. Een brede vertegenwoordiging van ketenpartijen in Nederland versterkt de samenwerking tussen deze schakels, wat op zijn beurt innovatie en efficiëntie in de voedselvoorzieningsketen stimuleert. Daarnaast zorgen diverse nationale ketens voor voldoende kritische massa, waardoor Nederland ook in de toekomst een aandeel kan blijven leveren in de gehele voedselvoorziening. Het kabinet houdt ook daarom gedurende de transities nadrukkelijk rekening met behoud van een toekomstbestendige en sterke landbouw, tuinbouw en visserijsector. Gelijktijdig vraagt toenemende geopolitieke concurrentie om behoud en versterking van onze internationale concurrentiepositie. Een sterke economie, waarin bedrijven zich kunnen vestigen en ontwikkelen, is op zichzelf van belang voor het borgen van voedselzekerheid bij verstoringen. Een veerkrachtige voedselvoorziening hangt verder samen met het economisch vermogen van ondernemers, bedrijven en sectoren in de gehele keten om verstoringen en veranderende marktomstandigheden op te vangen. Ondernemers hebben hier een eigen verantwoordelijkheid. Het toenemend risico op verstoringen door geopolitieke dynamiek en klimaatverandering zijn ook onderdeel van het ondernemersrisico; zeker daar waar ondernemers het risico door strategische beslissingen kunnen mitigeren, bijvoorbeeld door risicospreiding, investeren in verduurzaming, nieuwe verdienmodellen en innovatie. Een toekomstbestendig voedselsysteem door innovatie en adaptatie Innovatie is cruciaal om in te kunnen blijven spelen op veranderingen en verstoringen, en om alternatieven te ontwikkelen voor afhankelijkheden (zie pijler 2). Dit betreft onder meer toepassingen van biotechnologie, kunstmatige intelligentie, robotica en digitalisering. Gezamenlijk versterken deze innovaties de duurzaamheid, efficiëntie en weerbaarheid van het voedselsysteem en onze concurrentiepositie. In de Voedselzekerheidsagenda, de Agrofood Innovatieagenda[voetnoot 8] en met input van Food2040[voetnoot 9], een investeringsagenda voor het nationale agrofoodcluster, zal ik de kansen en risico’s van kennis en innovatie verder en in samenhang uitwerken. Een veerkrachtig voedselsysteem is ook in staat de uitdagingen van klimaatverandering beter het hoofd te bieden. Om de land- en tuinbouw weerbaarder te maken wordt gewerkt aan klimaatadaptatie via het Actieprogramma Klimaatadaptatie Landbouw (AP KAL)[voetnoot 10], onderdeel van de Nationale Adaptatiestrategie (NAS). Met dit programma wordt ingezet op adaptieve maatregelen op het gebied van bodem, water, teelt en veehouderij, die zijn bedoeld om de bedrijfsvoering toekomstbestendiger te maken en de economische levensvatbaarheid van agrarische bedrijven, en daarmee de sector, te versterken. Pijler 2: Adresseren strategische afhankelijkheden Het Nederlandse voedselsysteem is afhankelijk van internationale handels- en productieketens. In 2025 voerde Nederland voor 95,1 miljard euro aan landbouwgoederen in en voor 137,5 miljard euro uit, waarvan de belangrijkste handelspartners zich binnen de EU bevinden.[voetnoot 11] Nederland heeft hiermee toegang tot voedsel, grondstoffen en productiemiddelen die in eigen land niet of onvoldoende beschikbaar zijn, zoals cacao, sojabonen en exotisch fruit, maar ook energie, kunstmest, gronden en digitale infrastructuur. Sommige van deze grondstoffen of voedingsmiddelen kan Nederland niet zelf produceren door bijvoorbeeld een ongunstig klimaat of ruimtegebrek. Anderzijds is deze afhankelijkheid een gevolg van specialisatie gebaseerd op comparatieve voordelen. Landen focussen zich immers op productie en verwerking waar ze het meest efficiënt in zijn. Dit draagt bij aan de efficiëntie van het voedselsysteem. Nederland heeft zich gespecialiseerd in de productie en verwerking van onder meer vlees, zuivel en aardappelen. Voor deze producten overtreft de productie het eigen gebruik ruimschoots. Een aanzienlijk deel van deze voedingsmiddelen wordt dan ook geëxporteerd, vooral binnen Europa. Daar staat tegenover dat Nederland ook veel importeert: plantaardige eiwitten voor veevoer, granen voor humane consumptie en oliën en vetten. Betrekken van buitenlandse invoer kent veel voordelen: het vergroot onze welvaart door onbewerkte producten te verwaarden, maakt ons voedselsysteem minder kwetsbaar voor structurele verstoringen door risicospreiding en draagt bij aan efficiëntie en een hoge mate van voedselzekerheid door een betaalbaar, divers, stabiel en voedzaam voedselaanbod. Het is niet realistisch of wenselijk om een autonoom voedselsysteem na te streven. Juist de combinatie van diverse binnenlandse voedselvoorzieningsketens en import brengt veerkracht. Afhankelijkheden zijn dus op zichzelf niet problematisch, echter vergroten geopolitieke ontwikkelingen en klimaatverandering het risico op verstoringen in toeleveringsketens. Dit kan leiden tot een kwetsbaarheid wanneer de beschikbaarheid van een essentieel product voor de voedselzekerheid in belangrijke mate afhangt van beperkte bronnen of leveranciers met een verhoogd risicoprofiel, zonder dat mogelijkheden voor substitutie of diversificatie direct voor handen zijn. Dan is sprake van een risicovolle strategische afhankelijkheid. Met het oog op de strategische autonomie van het Europese voedselsysteem en de voedselzekerheid in Nederland is het van belang de leveringszekerheid en beschikbaarheid van strategische goederen te borgen door strategische afhankelijkheden te identificeren, te monitoren, te anticiperen op nieuwe schokken en de risico’s daarvan te mitigeren, zoals uiteengezet in brieven van eerdere kabinetten.[voetnoot 12] Strategische afhankelijkheden van Nederland en Europa Aan de invoerkant is de EU tot op heden grotendeels zelfvoorzienend in voedingsmiddelen, maar kwetsbaar in de leveringszekerheid van strategische goederen uit niet-Europese landen die belangrijk zijn voor de voedselzekerheid. De voornaamste risico’s hierbij zijn leveringsonderbreking, schaarste en prijsstijgingen van strategische goederen. Denk bijvoorbeeld aan: energie en brandstoffen, kunstmest(grondstoffen), veterinaire medicijnen, veevoeders en additieven. Een in het oog springende kwetsbaarheid is de afhankelijkheid van geïmporteerde veevoergrondstoffen zoals soja uit Noord- en Zuid-Amerika en de additieven daarvan uit Azië. Als gidsland voor kennis en innovatie binnen het land- en tuinbouwdomein moet Nederland ook aandacht houden voor het voorkomen van toekomstige risicovolle strategische afhankelijkheden op het gebied van sleuteltechnologieën, zoals toepassingen van biotechnologie en kunstmatige intelligentie. Verder moeten we ook aandacht hebben voor eenzijdige afhankelijkheid in de afzet van onze export. Wanneer Nederlandse exporteurs van voedingsmiddelen in sterke mate afhankelijk zijn van één afzetmarkt, kan er een risico ontstaan wanneer zij in die markt onder druk worden gezet of wanneer toegang tot deze markt wegvalt. Het is belangrijk dat Nederlandse exporteurs aandacht hebben voor deze risico’s en dat deze zoveel mogelijk aan de voorkant worden voorkomen. Handelingsopties voor risicovolle strategische afhankelijkheden Risico's van strategische afhankelijkheden zijn doorgaans te verminderen door diversificatie van toeleveringsbronnen (importregio's of leveranciers) of afzetmarkten, product- of technologische substitutie, ontwikkeling van de eigen productiecapaciteit, strategische voorraadvorming of betere benutting van reststromen. Bovendien zijn strategische afhankelijkheden ook het gevolg van de manier waarop wij produceren en consumeren. Verdere verduurzaming kan daarom ook bijdragen aan een verhoogde weerbaarheid. Mede omdat afhankelijkheidsrelaties vaak ook het gevolg zijn van (kosten)efficiëntie en comparatieve voordelen, is mitigatie van strategische import- of afzetafhankelijkheden niet kosteloos. Bedrijven en ketens zijn in eerste instantie zelf aan zet om risico’s van afhankelijkheden te mitigeren, maar kunnen hierbij door de overheid worden opgeroepen, ondersteund of verplicht. Handelingsopties zijn zowel op nationaal als Europees niveau beschikbaar. De EU biedt vanwege zijn bevoegdheden op het gebied van landbouw, visserij en handel, de interne markt en gezamenlijke slagkracht het belangrijkste platform voor het aanpakken van risicovolle strategische afhankelijkheden.[voetnoot 13] In het licht van geopolitieke ontwikkelingen is toenemende urgentie van dit vraagstuk op EU-niveau zichtbaar. Op 19 mei jl. publiceerde de Europese Commissie bijvoorbeeld de EU Meststoffenstrategie.[voetnoot 14] Uw Kamer ontvangt hier voor het zomerreces een kabinetsappreciatie op via een BNC-traject. Daarnaast zal de Europese Commissie een nieuwe Europese eiwitstrategie presenteren begin juli. Op basis hiervan zal de Nationale Eiwitstrategie (NES)[voetnoot 15] uiteindelijk worden omgevormd tot een gerichte ketenaanpak voor duurzame veevoerketens en plantaardige eiwitten. Verder is het onderhouden van goede handels- en diplomatieke relaties en het wereldwijd bouwen van partnerschappen, onder meer via handelsakkoorden, essentieel. Onze ambassades en het netwerk van LVVN-Raden spelen daarin een sleutelrol. De komende periode wil ik met stakeholders en Europese partners in gesprek om strategische afhankelijkheidsrelaties en mogelijke handelingsopties in beeld te brengen. Deze inzichten wil ik benutten voor de invulling van de Voedselzekerheidsagenda. Daarnaast neem ik de uitkomsten van het onderzoek dat Instituut Clingendael momenteel uitvoert naar de toegevoegde waarde van strategische voorraden bezien vanuit een breder pallet van beleidsinstrumenten en -interventies om de leveringszekerheid van essentiële voedsel- en landbouwproducten in Nederland te garanderen mee. De oplevering van dat onderzoek wordt deze zomer verwacht. Tot slot geef ik met deze pijler uitvoering aan de motie van de leden Lohman (CDA) en Verkuijlen (VVD) die het kabinet oproept voedselgrondstoffen expliciet mee te nemen in het beleid rond het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden.[voetnoot 16] Pijler 3: Voorbereid zijn op verstoringen en crises De Nederlandse voedselvoorzieningsketen is een sterk verweven systeem waarin productie, verwerking, opslag, transport en distributie nauw met elkaar zijn verbonden. Effecten van een verstoring in één of meerdere schakels kunnen zich snel door de keten verspreiden en gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en toegankelijkheid van ons voedsel. Bovendien manifesteert maatschappelijke onrust zich snel tijdens crisissituaties rond voedselvoorziening. Zo leidde de stroomstoring in 2025 in Spanje en Portugal tot onrust bij lokale supermarkten. Dit vraagt van zowel bedrijven, sectoren en de overheid dat we risico’s in beeld brengen, anticiperende maatregelen nemen en voorbereid zijn op crisissituaties wanneer deze zich onverhoopt voordoen. Publiek-private samenwerking Een goede publiek-private samenwerking is cruciaal om verschillende bedreigingen waar wij voor staan gezamenlijk het hoofd te bieden. Ik merk op dat er een grote bereidheid is bij het bedrijfsleven om een bijdrage te leveren aan voedselzekerheid tijdens een crisis. Er ontstaan verschillende initiatieven. Zo worden scenariosessies georganiseerd en gesprekken gevoerd binnen sectoren als de voedselverwerkende industrie. Op lokaal niveau zijn retail- en supermarktondernemers in gesprek met gemeenten en de Veiligheidsregio’s over de rol die zij kunnen pakken tijdens een crisis. Ik wil deze energie benutten en verkennen hoe ik hen hierbij beter kan faciliteren. Daarnaast kan tijdige uitwisseling van informatie en signalen tussen overheid en het bedrijfsleven en gezamenlijke monitoring van risico’s de impact van verstoringen aanzienlijk beperken. Tegen die achtergrond heb ik begin mei gesproken met sectorvertegenwoordigers over een gezamenlijk beeld van de impact van de sluiting van de Straat van Hormuz op onze voedselvoorziening. Ik ben voornemens om verder te investeren in de publiek-private dialoog mede naar voorbeeld van het European Food Security Crisis Preparedness and Response Mechanism. Daarbij wil ik gebruik maken van wetenschappelijke inzichten van kennisinstellingen. Voedselvoorziening als onderdeel van de vitale infrastructuur Het ministerie van LVVN werkt, vooruitlopend op de voedselzekerheidsagenda, aan het maken van de voedselvoorziening tot een onderdeel van de vitale infrastructuur. Dit zijn processen en aanbieders die van dusdanig belang zijn voor onze samenleving dat uitval kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting en risico’s voor onze nationale veiligheid. Hierdoor wordt de continuïteit van onze voedselvoorziening ook tijdens verstoringen en crisis geborgd. De Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten is door de minister van Justitie & Veiligheid namens de betrokken vakdepartementen aangeboden aan uw Kamer. Tegen deze achtergrond heb ik 11 juni jl. de ‘Regeling weerbaarheid kritieke entiteiten levensmiddelensector’ in consultatie gebracht en leg ik de laatste hand aan de sectorale risicoanalyse, waarmee ik kritieke processen en aanbieders binnen de voedselvoorzieningsketen identificeer en aanwijs onder de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten. Over de uitkomsten van mijn sectorale risicoanalyse en de aanwijzing van kritieke entiteiten uit de voedselvoorzieningsketen zal ik uw Kamer (deels vertrouwelijk) na de zomer informeren. Met sectorvertegenwoordigers van kritieke processen en met de kritieke entiteiten wil ik vervolgens gezamenlijk verdere invulling geven aan rechten en plichten om tot een gewenst en passend weerbaarheidsniveau te komen. Hiervoor ben ik voornemens om sectorale weerbaarheidsagenda’s op te stellen. Ik zal hier ook in de Voedselzekerheidsagenda verder op in gaan. Risico’s voor de continuïteit van voedselvoorziening bevinden zich in het bijzonder ook in het digitale domein. De dreigingen in dit domein worden steeds frequenter en komen van zowel staten als cybercriminelen. Ik werk samen met een aantal andere ministeries, onder coördinatie van de minister van Justitie en Veiligheid, aan de implementatie van de Cyberbeveiligingswet voor een aantal sectoren in Nederland, waaronder de levensmiddelenindustrie. Deze wet ziet erop toe dat bedrijven en organisaties passende maatregelen treffen ten behoeve van hun digitale weerbaarheid en incidenten melden. De NVWA zal toezicht houden op naleving hiervan door de levensmiddelenindustrie, die daarnaast ook toegang krijgt tot technische ondersteuning van het Nationaal Cyber Security Centrum. De Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten en de Cyberbeveiligingswet treden 15 augustus 2026 gezamenlijk in werking. Crisisparaatheid Nederland zal in staat moeten zijn om onder extreme omstandigheden de bevolking, maar bijvoorbeeld ook onze militairen, tijdens crisis te voorzien in de behoefte naar voedsel. Met behulp van scenariodenken en planvorming zijn wij hiertoe beter in staat. Ik werk momenteel in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en relevante (publieke) stakeholders aan een Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid, dat ik naar verwachting begin 2027 aan u zal aanbieden. Dit is het overkoepelende kader voor het handelen in crisissituaties rondom voedselzekerheid en beschrijft de rol, taken en verantwoordelijkheden. Daarnaast wordt momenteel het staatsnoodrecht, onder coördinatie van de minister van Justitie en Veiligheid, gemoderniseerd. Het staatsnoodrecht betreft wetten zoals de Noodwetvoedselvoorziening, Distributiewet en de Hamsterwet. Het voorziene proces om te komen tot een Voedselzekerheidsagenda In deze brief heb ik toegelicht welke prioriteiten ik zie voor de Voedselzekerheidsagenda. Deze prioriteiten geven de contouren voor de nadere invulling van de agenda, inclusief de concrete acties die daarin worden opgenomen. De versterking van de weerbaarheid van de voedselvoorziening vraagt om een gedragen aanpak. Daarom wil ik in overleg met uw Kamer en in nauwe samenwerking met betrokken stakeholders komen tot een daadkrachtige invulling van de agenda met concrete acties, maatregelen en scenario’s. Dit vraagt om een zorgvuldig proces en betrokkenheid van relevante partijen en daarmee om voldoende tijd. In het najaar start ik met verschillende werkbezoeken en een aantal bijeenkomsten, waarbij ik een brede vertegenwoordiging uit de hele voedselvoorzieningsketen wil uitnodigen, inclusief partijen die de (rand)voorwaarden van voedselproductie garanderen. Daarnaast neem ik ook eerder gedane handreikingen van stakeholders aan het kabinet waaronder het Manifest Voedselsysteem 2050 mee. Bij de uitwerking van de Voedselzekerheidsagenda vind ik het van belang om goed te kijken wat we kunnen leren van andere Europese landen die geïnvesteerd hebben in het vergroten van hun weerbaarheid. Weerbaarheid is immers voor veel landen een urgent vraagstuk, en gedeeltelijk een Europese taak, want ons voedselsysteem houdt niet op bij de grens. Ik zie dan ook kansen om met naburige landen mogelijkheden voor versterkte samenwerking te verkennen. Via buitenlandse werkbezoeken en gesprekken met internationale partners verdiep ik mij graag in de goede voorbeelden van andere landen. Ik zal de definitieve Voedselzekerheidsagenda voor de zomer van 2027 aan uw Kamer presenteren, met een tussentijdse update van de voortgang eind 2026. Tot die tijd werk ik onverminderd door aan een aantal trajecten dat bijdraagt aan de weerbaarheid, waaronder de vitale infrastructuur en de crisisparaatheid zoals ik in deze brief heb beschreven. De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens Kamerstuk 2025/26, 21 501-32, nr. 1795. Kamerstuk 2024/25, 30 821, nr. 249. Preparedness Union Strategy EUR-Lex EUR-Lex – 52025JC0130 Kamerstuk 2024/25, 22 112, nr. 4145, Fiche: [MFK] Herziening Gemeenschappelijke Marktordening Verordening. Kamerstuk 2025/2026, 36800-XIV, nr. 87. FAO: Food and Agriculture Organization (Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties). Adviesraad Internationale Vraagstukken. Voedselzekerheid in een wankele wereld: een agenda voor Nederland. 11 mei 2026. Kamerstuk 2025/226, 33009, nr 179. Food2040 is een samenhangende investeringsagenda. Het is een gezamenlijk initiatief van de agrofoodsector en publieke organisaties als vervolg op het Wennink-rapport met als doel het behouden van de Nederlandse koploperpositie van hoogtechnologische, duurzame en weerbare voedselproductie. Kamerstuk 2019/2020, 35300-XIV, nr. 70. G.D. Jukema, P. Ramaekers en P.J. Woltjer (Red.), 2026. De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2026. Wageningen/Heerlen/Den Haag, Wageningen Social & Economic Research en Centraal Bureau voor de Statistiek, Rapport 2026-001. Kamerstuk 2024/25, 30 821, nr. 244. Kamerstuk 2022/23, 30 821, nr. 181. Kamerstuk 2022/23, 35 982, nr. 9. Kamerstuk 2024/25, 30 821, nr. 244. Fertiliser Action Plan: Partnership for ensuring the availability, affordability and strategic autonomy in home-grown EU fertilisers EUR-Lex – 52026DC0310. Kamerstuk 2020/21, 35 570-XIV, nr. 70. Kamerstuk 2025/26, 21 501-02, nr. 3413.

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ace90389507987d1

14 okt 2026 · 8280bf3be234471c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.