Verslag van de Milieuraad van 4 november 2025
Brontekst
Versie ff1da391a3a48281 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-08MilieuraadNr. 1013 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 november 2025Met deze brief ontvangt u, mede namens de Staatssecretaris vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, het verslag van deMilieuraad die op 4 november 2025 in Brussel plaatsvond.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans kst-21501-08-1013ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10131 Verslag Milieuraad 4 november 2025 EU KlimaatwetTijdens de Milieuraad van 4 november 2025 bereikten de Europeseklimaatministers een algemene oriëntatie over de wijziging van de EUKlimaatwet 2040 om een klimaatdoel en de randvoorwaarden voor 2040vast te stellen. Het klimaatdoel voor 2040 is een tussenstap richtingklimaatneutraliteit in 2050. Dit in navolging van de discussie over de EUKlimaatwet op de Milieuraad van 18 september 2025 en de conclusies vande Europese Raad.1 Op 2 juli 2025 publiceerde de Europese Commissiehiertoe een wetsvoorstel. Het kabinet heeft de Tweede Kamer middels hetBNC-fiche op 29 augustus jl. geïnformeerd over dit voorstel en hetkabinetsstandpunt.2Het kabinet vindt het belangrijk dat er nu duidelijkheid en zekerheidgecreëerd wordt voor burgers en bedrijven. Het vergde een intensieveonderhandeling om tot dit resultaat te komen, waarbij de nodigecompromissen zijn gesloten. Zo had het kabinet graag minder ruimte voorde inzet van internationale koolstofkredieten gezien, zoals ook uiteengezetin het BNC-fiche. Ook is het kabinet geen voorstander van uitstel vanETS-2 met één jaar. Echter gezien het belang van de EU Klimaatwet, heefthet kabinet besloten het uiteindelijke compromis te steunen. Tegelijkertijdzal het kabinet blijven aandringen op voorstellen die de juiste randvoor-waarden borgen. De EU Klimaatwet biedt hier – mede door de inzet vanhet kabinet – een solide basis voor. Zo is een aantal van de randvoor-waarden waar Nederland op heeft ingezet, terug te zien in het akkoord oftoezeggingen die de Commissie heeft gedaan. Denk daarbij aan hetstimuleren van groene vraagcreatie, maatregelen inzake het actieplanenergieprijzen en het tegengaan van prijsvolatiliteit binnen ETS-2. Nu ishet aan de Commissie om met de verdere uitwerking te komen. Hetkabinet kijkt daarom met belangstelling uit naar de komende voorstellendie direct zien op de uitwerking van de herziene EU-Klimaatwet, zoals deaanpassing van het ETS voor gebouwde omgeving en transport (ETS-2)en de herziening van CBAM die dit jaar nog worden verwacht. Daarnaastkijkt het kabinet ook uit naar de verwachte voorstellen die zien op hetverduurzamen van de economie en voor het energiesysteem van belangzijn, zoals het Grids Package en de Industrial Accelerator Act.Tijdens de Milieuraad wees een grote groep lidstaten erop dat deOvereenkomst van Parijs tien jaar bestaat en dat de COP30 plaatsvindt. Zebenadrukten dat de EU Klimaatwet belangrijk is om vorm te geven aan detoekomst van de EU waarbij decarbonisatie, concurrentiekracht enweerbaarheid samen hand in hand gaan. Nederland gaf daarbij aan dathet doel duidelijkheid biedt en een helder langetermijnperspectief voorzowel bedrijven als consumenten, wat bijdraagt aan een stabiel en sterkinvesteringsklimaat. Ook wees Nederland, conform de motie van het lidErkens3 en de motie van het lid Peter de Groot4, op het belang van hetverdere bijbehorende pakket van randvoorwaarden en toekomstigevoorstellen van de Commissie, waaronder een Europese aanpak voornetcongestie, hoge energieprijzen en kostendeling, het stimuleren vangroene vraagcreatie en innovatieve lead markets, het verbeteren van demondiale concurrentiepositie van de EU en het vereenvoudigen en1Kamerstuk 21 501-08, nr. 1008 en Europese Raad (23 oktober 2025). Bijeenkomst van deEuropese Raad (23 oktober 2025) – Conclusies. Geraadpleegd via: 20251023-european-council-conclusions-nl.pdf2Kamerstuk 22 223, nr. 4114.3Kamerstuk 31 793, nr. 257.4Kamerstuk 22 112, nr. 4139.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10132 versnellen van vergunningverlening voor industriële decarbonisatie enenergie-infrastructuur.5Veruit de meeste lidstaten steunden, net als Nederland, het 90%-doel. Ditdoel van 90% wordt expliciet in de bereikte algemene oriëntatie genoemd.Dit betekent dat het beleidsraamwerk wat door de Commissie gaatworden voorgesteld, uitgaat van deze 90%. Een blokkerende minderheidkon zich nog niet in het compromisvoorstel vinden. Enkele lidstaten dienodig waren voor een akkoord met gekwalificeerde meerderheid wildennog aanpassingen zien in de tekst. De discussie spitste zich toe oponderstaande elementen.Rol internationale koolstofkredietenHet krachtenveld was verdeeld ten aanzien van de door de Commissievoorgestelde mogelijke, gelimiteerde bijdrage van maximaal 3% hogekwaliteit internationale koolstofkredieten tussen 2036–2040. Enerzijdspleitte een groep lidstaten, waaronder Nederland, voor een beperktmaximumpercentage binnen een afgebakende tijdsperiode. Zij willen deinzet van internationale koolstofkredieten als een vangnet gebruiken.Andere lidstaten pleitten voor verruiming van het percentage en eeneerdere ingangsperiode (vóór 2036).Tijdens de Milieuraad is de mogelijkheid om kredieten te gebruikenopgehoogd van een mogelijke bijdrage van 3% naar maximaal 5% vanaf2036. De wettekst geeft aan dat dit een bijdrage op eigen (EU) grond-gebied van 85% zou betekenen, aangevuld met internationale koolstofkre-dieten. Daarbij kan er voor de periode 2031–2035 een proefperiode (pilot)worden gestart om de markt voor betrouwbare en hoogwaardigeinternationale koolstofkredieten te ontwikkelen. Tot slot is in de evaluatie-paragraaf toegevoegd dat het lidstaten kan worden toegestaan ommaximaal 5% van hun nationale post-2030 bijdragen in te vullen methoogwaardige internationale koolstofkredieten.HerzieningsclausuleHet krachtenveld was verdeeld over de voorgestelde evaluatie van deEU-klimaatwet en de vastgestelde doelen. Een groep lidstaten pleitte vooreen verruiming hiervan met meer mogelijkheden om het vastgesteldedoel voor 2040 te herzien. Zij wezen daarbij onder andere op onzeker-heden in koolstofverwijdering in de landgebruik- en bosbouwsector,bijvoorbeeld door bosbranden of droogte. Zij willen voorkomen dattegenvallers in deze sector leiden tot hogere doelen voor andere sectoren.Een groep lidstaten, waaronder Nederland, wilde zo min mogelijkaanpassingen aan dit artikel om investeringszekerheid te waarborgen. Inde algemene oriëntatie staat nu dat de Commissie maatregelen kanvoorstellen om het 2040-doel te halen of om dit doel aan te passen,wanneer de bijdrage van natuurlijke koolstofverwijdering in 2040achterblijft. Hierbij dient de Commissie wel gebruik te maken van hetbeste beschikbare en meest recente wetenschappelijke bewijs.ETSTijdens de Milieuraad verzochten enkele lidstaten om uitstel van imple-mentatie van ETS-2. Voorafgaand aan de Milieuraad had de Commissie alenkele voorstellen aangekondigd om de prijszekerheid voor ETS-2 tevergroten. Hier verwees de Commissie opnieuw naar. Aangezien een deel5Hiermee heeft het kabinet invulling gegeven aan motie Erkens, Kamerstuk 31 793, nr. 257, eneen deel van motie Peter de Groot, Kamerstuk 22 112, nr. 4139.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10133 van de lidstaten die om uitstel van ETS-2 vroegen nodig waren om eengekwalificeerde meerderheid te behalen, kwamen de Milieuraad en deCommissie uiteindelijk overeen om een nieuw artikel aan het wijzigings-voorstel toe te voegen. Daarmee wordt onder andere geregeld dat deinleverplicht voor ETS-2 rechten met een jaar wordt uitgesteld. Daarnaastwordt met dit artikel geregeld dat er in 2026 nogmaals 50 mln. ETS-1rechten worden geveild ter financiering van het Sociaal Klimaatfonds, inaanvulling op eenzelfde hoeveelheid in 2025. De budgettaire gevolgenhiervan worden nog in kaart gebracht, maar zijn naar verwachtingsignificant voor in ieder geval 2027, waarvoor momenteel EUR 4 mrd aanETS-2 inkomsten zijn geraamd. De budgettaire gevolgen wordenmeegenomen in de voorjaarsbesluitvorming en daarmee integraalgewogen.Overige onderwerpenMeerdere lidstaten, met name uit Centraal- en Oost-Europa, benadruktenhet belang van een eerlijkere verdeling van EU-middelen over de heleUnie. Op hun verzoek is toegevoegd dat bij toegang tot publieke enprivate financiering, en bij steun voor innovatie en nieuwe technologieën,rekening moet worden gehouden met een geografisch evenwicht.Daarnaast vroegen sommige lidstaten om effectbeoordelingen opsectoraal en lidstaat-niveau om de nationale consequenties van het 2040doel in kaart te brengen. De Commissie kan dergelijke effectbeoorde-lingen momenteel niet uitvoeren, omdat iedere lidstaat op eigen wijze dein de EU Klimaatwet gestelde doelen mag invullen. Om tegemoet tekomen aan deze groep kwam de Commissie met een verklaring. Hierin gafzij aan om bij de voorbereiding van het post-2030 klimaatraamwerk tewerken volgens een vergelijkbare aanpak als bij het Fit for 55-pakket engebruik te maken van het kader voor betere regelgeving. Daarbij wil zijtijdig met lidstaten uitwisselen over methodologie en data, zodat lidstatenhun eigen landspecifieke analyses kunnen uitvoeren.Als tegemoetkoming aan enkele lidstaten die zich zorgen maken over deconcurrentiekracht van de Europese auto-industrie, is in de tekst eenverwijzing opgenomen naar het gebruik van biobrandstoffen in hetwegvervoer in lijn met een brief van Von der Leyen voorafgaand aan deEuropese Raad en naar maatregelen ter ondersteuning van producentenvan zware voertuigen, alsook een zinsnede over «local content»6 in lijnmet de Europese Raadsconclusies van 23 oktober.Het kabinet bepleitte een sterke governance voor koolstofverwijdering diezorgt voor een gedegen afweging tussen emissiereductie, tijdelijkekoolstofverwijdering en permanente koolstofverwijdering. De tekst van dealgemene oriëntatie legt de nadruk op emissiereductie op EU-grond-gebied, aangevuld met extra koolstofverwijdering via natuurlijke entechnologische oplossingen. Daarnaast bevat de European IndustrialCarbon Management Strategy gemeenschappelijke definities voor CCS,CCU en CDR. Daarmee heeft het kabinet invulling gegeven aan de motievan de leden Kröger en Teunissen.7 Het kabinet blijft bepleiten dat deintegratie van permanente koolstofverwijdering in het EU ETS demilieu-integriteit niet mag ondermijnen. Dit houdt in dat koolstofverwij-dering niet ten koste mag gaan van emissiereducties.6«Local content» verwijst naar Europees geproduceerde goederen, diensten of onderdelen omde Europese industrie en werkgelegenheid te versterken.7Kamerstuk 31 793, nr. 265Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10134 EU NDCTijdens de Milieuraad van 4 november 2025 is overeenstemming bereiktover de EU Nationally Determined Contribution voor de COP30. Allepartijen bij de Overeenkomst van Parijs, waaronder de EU, moeten dezeNDC elke vijf jaar indienen. De EU NDC beschrijft het EU-aandeel van demondiale inzet tot aan 2035 om de opwarming van de aarde te beperkentot 1,5 graden Celsius, en om de andere langetermijndoelen van deOvereenkomst van Parijs te behalen. De inhoud komt grotendeels voortuit reeds aangenomen wetgeving. De EU NDC is geen wetgevenddocument met nieuwe, bindende verplichtingen voor EU-lidstaten.Mede op basis van de discussie over de EU Klimaatwet besloot deMilieuraad dat de EU een NDC zal indienen met een range van 66,25% tot72,5% in 2035, met daarbij de uitleg dat de bovenkant van de rangegebaseerd is op het afgesproken 2040-doel. De NDC is unaniemaangenomen.Het kabinet vindt het positief dat de EU een NDC indient en zo aan de restvan de wereld de klimaatambitie van de EU laat zien. Dit ook om anderelanden te motiveren ook de nodige stappen te zetten. Samen met de EUKlimaatwet vormt deze NDC een mooi pakket.AOB: EU ontbossingsverordeningOostenrijk vroeg een AOB-punt aan over de EU-ontbossingsverordening(EU Deforestation Regulation, EUDR). De Commissie is met een voorstelgekomen tot aanpassing van de EUDR onder andere om de administra-tieve lasten voor het bedrijfsleven te verlichten. Meerdere lidstaten gavenaan dat het Commissievoorstel niet ver genoeg gaat. Zij pleitten vooruitstel van de toepassingsdatum. Enkele lidstaten steunden het Commis-sievoorstel. Nederland maakte een studievoorbehoud, omdat het kabinetnog een standpunt in moest nemen en wees daarbij op het belang van desimplificatieagenda en investeringszekerheid. Inmiddels is de Kamergeïnformeerd over het Commissievoorstel en de Nederlandse positie.88Kamerstuk 22 112, nr. 4199Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10135
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.