Contracteer- en overstapseizoen 2025-2026
Brontekst
Versie dc10d6bbca701e47 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 689Herziening ZorgstelselNr. 1329 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 mei 2026Ieder najaar krijgt iedereen die in Nederland woont en/of werkt demogelijkheid om de zorgverzekering voor het komende jaar aan te passen.In diezelfde periode streven zorgverzekeraars en zorgaanbieders er naarom hun contractafspraken zoveel mogelijk af te ronden, zodat voorverzekerden duidelijk is bij welke zorgaanbieders bepaalde zorg volledigof gedeeltelijk vergoed wordt.Het is van belang dat verzekerden zich goed kunnen informeren, zodat zijtijdens het overstapseizoen een weloverwogen keuze voor een zorgpoliskunnen maken. De mogelijkheid om over te stappen naar een andereverzekering of zorgverzekeraar houdt verzekeraars scherp op het gebiedvan zorginkoop, klantgerichtheid en premie. Tegelijkertijd stimuleert dithen – en via hen ook zorgaanbieders – om zich in te zetten voor kwalitatiefgoede, toegankelijke en betaalbare zorg en in de contractering afsprakente maken die ervoor zorgen dat passende zorg de norm wordt.Met deze brief biedt het kabinet de Kamer de «Informatiekaart Zorgverze-keringen voorjaar 2026» van de NZa aan en geeft het kabinet eenbeleidsreactie op de bevindingen van de NZa. Daarbij wordt eerstingegaan op het overstapseizoen 2025/2026. De ontwikkelingen rond decontractering worden daarna toegelicht. Ten slotte handelt het kabinet eenaantal moties af die betrekking hebben op onderwerpen die aan dezorgcontractering raken. Ook geeft het kabinet de stand van zaken weermet betrekking tot een tweetal thema’s, gerelateerd aan de contractering,namelijk haarwerken en spraakcomputers.De hoofdpunten van deze brief zijn:–Afgelopen jaar was het een rustig jaar op het terrein van polissen,premies en overstappen. De premie van 2025 op 2026 is maar beperktgestegen, wat vooral komt door een eenmalige meevaller in hetZorgverzekeringsfonds. kst-29689-1329ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13291 –Om de premie ook in de komende jaren betaalbaar te houden en dezorg toegankelijk te houden zijn diverse acties nodig. Het kabinet zeterop in om de zorg toegankelijk te houden door passende zorg denorm te maken. Het kabinet heeft hiervoor een samenhangend geheelaan maatregelen voor ogen, waarbij van iedereen een bijdrage wordtgevraagd.1–Het contracteerproces in 2025 is in het algemeen goed verlopen en isvergelijkbaar met het verloop van het contracteerproces in 2024. Deafgelopen twee jaren hebben laten zien dat eind december eenvolledig beeld ontstaat van de contractering. Het kabinet vindt hetbelangrijk dat verzekeraars en zorgaanbieders ernaar streven om decontractering zo snel mogelijk af te ronden, maar hecht er ook aan dater goede inhoudelijke contracten worden afgesloten, zodat passendezorg wordt geleverd.1. Overstapseizoen 2025/2026 1.1 Polis & Premie Dit jaar zijn de premies minder hard gestegen dan voorgaande jaren.Zoals de NZa schrijft, komt dit met name door een eenmalig overschot inhet Zorgverzekeringsfonds. De eenmalige meevaller in het Zorgverzeke-ringsfonds komt doordat mensen meer en langer werkten en de lonenhoger waren dan verwacht, wat heeft geleid tot hogere inkomsten vanuitde inkomensafhankelijke bijdrage (IAB). Daarnaast zijn de uitgaven vanhet fonds lager uitgevallen. Ook het inzetten van de reserves voor depremies in 2026 heeft een dempend effect gehad op de premie. Dezorgpremie is om deze drie redenen in 2026 minder hard gestegen dan deinflatie. De verwachting is dat deze drie redenen voor 2027 niet weerzullen opgaan; de zorgpremie voor 2027 zal dan hoger zijn in vergelijkingmet 2026. Om de premie in de komende jaren betaalbaar te houden en dezorg toegankelijk te houden zijn diverse acties nodig. Daar zet het kabinetop in, zoals u kunt lezen in de beleidsbrief die recent naar de Kamer isgestuurd2.Het aantal polissen is licht gedaald naar 58. We zien dat er nog steeds veelpolissen zijn die sterk op elkaar lijken. Voor verzekerden is het belangrijkdat er echt iets te kiezen valt. Daarom is de NZa een onderzoek begonnennaar hoe bruikbaar de informatie voor consumenten was op de websitesvan zorgverzekeraars tijdens het afgelopen overstapseizoen. Daarbij wordtvooral gekeken naar informatie over het eigen risico, de zorgplicht,(on)gecontracteerde zorg en nagenoeg gelijke polissen, vanuit hetperspectief van de consument. De NZa zal de resultaten van dit onderzoekin de loop van 2026 bekend maken. Het kabinet vindt het, net als de NZa,belangrijk dat het polisaanbod overzichtelijk is en dat de verschillentussen polissen duidelijk zijn voor verzekerden. Het kabinet kijkt uit naarde resultaten van het onderzoek.Het aantal mensen met een polis met beperkende voorwaarden (ook welbudgetpolis genoemd) groeit: van 21,8 procent in 2022 naar 32,2 procentin 2026. Deze polissen (zowel natura als combinatie) hebben beperkendevoorwaarden, zoals minder keuze uit zorgverleners en lagere vergoe-dingen voor niet-gecontracteerde zorg. Steeds meer verzekerden kiezenhiervoor. In 2026 besparen verzekerden gemiddeld € 83 per jaar met eennaturapolis met beperkende voorwaarden en € 175 met een combinatie-polis met beperkende voorwaarden. De sterke toename van het aandeelverzekerden met een budgetpolis laat zien dat een groeiende groep1Kamerstukken 2025/2026, 36 800-XVI nr.1912Kamerstukken 2025/2026, 36 800-XVI nr.191Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13292 bewust kiest voor polissen met beperkende voorwaarden, zoals eenkleinere selectie gecontracteerde aanbieders, in ruil voor een lagerepremie.1.2 Overstappers Het afgelopen overstapseizoen is 6,4 procent van de verzekerdenovergestapt naar een andere zorgverzekeraar.3 In 2025 was dat 7 procent.Een mogelijke verklaring voor deze daling is dat consumenten minderurgentie voelden om over te stappen, omdat de zorgpremies ten opzichtevan vorig jaar niet of nauwelijks stegen.4 Uit onderzoek van het Nivel blijktdat de hoogte van de (totale) premie nog steeds de meest genoemdereden is om te wisselen van zorgverzekeraar.5 Al werd deze reden mindervaak genoemd dan in voorgaande jaren. Tevredenheid over de dekkingvan de totale polis (pakket van basis- plus aanvullende verzekering) wasde meest genoemde reden om bij de huidige zorgverzekeraar te blijven,aldus het Nivel. De meeste overstappers doen dit in de periode tussenkerst en oud en nieuw, wanneer ook de meeste contracten rond zijn.1.3 Aanvullende verzekeringen De NZa vindt het onwenselijk dat er zorgverzekeraars zijn die bepaaldeaanvullende verzekeringen alleen bij een specifieke basisverzekeringaanbieden. Deze koppeling houdt in dat een bepaalde aanvullendezorgverzekering alleen bij een specifieke (vaak duurdere) basisverzekeringwordt aangeboden, of andersom.In 2024 is door zowel de NZa als ACM gevraagd om deze koppeling tegente gaan.6 Zoals mijn ambtsvoorganger de Kamer eerder heeft gemeld ishet aan verzekeraars om wel of geen voorwaarden te stellen aan detoegang tot een aanvullende verzekering, en zijn er voldoende keuzemo-gelijkheden voor verzekerden.7Net als vorig jaar waren de premies voor de aanvullende verzekeringenvoor 2026 niet allemaal bekend bij de start van het overstapseizoen op12 november. Het kabinet deelt het standpunt van de NZa dat het voor deoverzichtelijkheid van de zorgverzekeringsmarkt belangrijk is dat debekendmaking van alle premies en polissen, inclusief kortingen, zo veelmogelijk gelijktijdig plaatsvindt. Hoewel de NZa wettelijk geen toezichtkan houden op het te laat bekendmaken van premies voor aanvullendeverzekeringen, dit is immers een vrije markt, deelt het kabinet de oproepaan zorgverzekeraars om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid tenemen.1.4 Informatieplicht Om een weloverwogen keuze te maken voor een zorgverzekeringspolis ishet belangrijk dat verzekerden weten welke zorg er wordt vergoed. Dezorgverzekeraar moet daarom aan zijn verzekerden inzicht geven in dehoogte van de vergoeding voor de zorg. Bij een naturapolis wordt de zorgvolledig vergoed als er een contract met de zorgaanbieder is afgeslotenvoor het leveren van zorg. Ook als er (nog) geen contract is, kan de zorgtoch volledig worden vergoed.3Publicatie Zorgthermometer 2026: Verzekerden in beeld4Publicatie Zorgthermometer 2026: Verzekerden in beeld.5NIVEL, Barometer- wisselen van zorgverzekeraar, 2026.6Kamerstukken 2024/2025, 29 689, nr. 12527Kamerstukken 2024/2025, 29 689, nr. 1295Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13293 Om invulling te geven aan de informatieplicht richting verzekerden makenzorgverzekeraars vanaf de start van het overstapseizoen gebruik van vierkernboodschappen, die de verzekerde duidelijkheid geven of bepaaldezorg bij een bepaalde aanbieder al dan niet (volledig) vergoed wordt:1a Contract: vergoed1b (Nog) geen contract: wel vergoed2a Nog geen contract: een deel niet vergoed2b Geen contract: een deel niet vergoedMet deze kernboodschappen lichten zorgverzekeraars aan (potentiële)verzekerden de status van de contractering toe, maar belangrijker nog, zijlichten met deze kernboodschappen toe in hoeverre de zorg bij eenaanbieder volledig wordt vergoed onafhankelijk van de contractstatus. Opbasis van deze kernboodschappen is voor de verzekerden duidelijk of zijwel of niet zeker kunnen zijn van volledige vergoeding van de zorg als zijnaar een bepaalde zorgaanbieder willen. De NZa geeft aan dat er nog welstappen mogelijk zijn als het gaat om vereenvoudiging van dezeboodschappen. Het is ook van belang dat zorgaanbieders (toekomstige)patiënten goed informeren over de status van de contractering. Aan deIZA-thematafel Contractering, waar onder meer de NZa, de Patiëntenfede-ratie en brancheorganisaties van zorgaanbieders en zorgverzekeraars zijnvertegenwoordigd, is afgesproken dat zorgaanbieders (toekomstige)patiënten via hun website eenduidig informeren en actief verwijzen naarde online zorgzoekers van zorgverzekeraars. Deze afspraken zijn in hetBestuurlijk Overleg Integraal Zorgakkoord (IZA) in september 2025bekrachtigd.1.5 Conclusie Afgelopen jaar was het een rustig jaar op het terrein van polissen,premies en overstappen. Het is prettig nieuws dat de premie van 2025 op2026 maar beperkt is gestegen. Maar het kabinet is zich ervan bewust datdit vooral komt door een eenmalige meevaller. Om de premie ook in dekomende jaren betaalbaar te houden en de zorg toegankelijk te houdenzijn diverse acties nodig. Daar zet het kabinet op in, zoals u kunt lezen inde beleidsbrief die recent naar de Kamer is gestuurd.82. Contractering 2.1 Contractering 2026 Om de zorg ook in de toekomst toegankelijk en van goede kwaliteit tehouden, tegen de achtergrond van een toenemende zorgvraag en eenkrappere arbeidsmarkt, is een grote transformatie nodig. Zorgverzekeraarsen zorgaanbieders moeten anders gaan werken, met meer aandacht voorpassende zorg: zorg die nodig is, effectief is en aansluit bij wat mensenecht nodig hebben. Hiervoor zijn in het IZA en het AZWA (AanvullendZorg- en Welzijnsakkoord) afspraken gemaakt.Dit kabinet is voornemens om verdere stappen te zetten, zoals aange-geven in de eerder aangehaalde beleidsbrief. Contractering moet hetprimaire instrument zijn om te sturen op passende zorg. Zorgverzekeraarskrijgen de opdracht om actiever en gerichter te contracteren. Het gaathierbij niet alleen om afspraken over prijs en volume, maar vooral sturenop passende zorg waaronder de beschikbaarheid/toegankelijkheid en hetleveren van een bijdrage aan de transformatie van het zorglandschap. Deafgelopen jaren zijn hier al stappen in gezet, waardoor de contractenzorginhoudelijker zijn geworden. Zorgverzekeraars selecteren en sturen8Kamerstukken 2025/2026, 36 800-XVI nr.191Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13294 meer strategisch. Dit is ook deels de verklaring waarom het komen totafspraken in sommige gevallen een langere doorlooptijd kent.2.2 Contracteergraad In 2023 en 2024 is de contracteergraad op verschillende peilmomentengemeten. Dezelfde gegevens op dezelfde peilmomenten zijn ook hetafgelopen contracteerseizoen gemonitord, waardoor de contractseizoenengoed met elkaar zijn te vergelijken. In de Informatiekaart Zorgverzeke-ringen voorjaar 2026 zijn alleen de gegevens over 2024 en 2025opgenomen. In figuur 1 is een overzicht van de drie jaren opgenomen. Hetlaat zien hoeveel contracten zijn aangeboden en over hoeveel contracteneen akkoord is bereikt tijdens het contracteerseizoen.Hieruit komt naar voren dat de contractering in 2025 (gericht op 2026)vergelijkbaar is met de contractering in 2024. De stijging ten opzichte van2023 heeft zich in 2025 grotendeels gestabiliseerd. De contractering vande ggz en de msz bleef in het begin van het seizoen wat achter. Decontracteergraad van de zbc’s is ten opzichte van de andere sectoren watlager, net als vorig jaar.Naast de informatie over de contracteergraad is op de IZA-thematafelContractering het verloop van het afgelopen contracteerseizoenbesproken. Het algemene beeld is dat het contracteerproces goed isverlopen. De inzet op cruciale zorg, waaronder van FACT-teams, debeschikbaarheid van beveiligde bedden en de High & Intensive Care (HIC)en Intensive Home Treatment (IHT) zijn belangrijke thema’s, waardoor decontractering met meer moeite tot stand komt binnen de ggz. Dezeonderdelen hebben de aandacht van het kabinet. Zo is met het oog op hetborgen van de beschikbaarheid van cruciale ggz de gespreksleidraadcruciale ggz ontwikkeld9. Deze leidraad is erop gericht om regionaalinzichtelijk te maken wat de zorgvraag is en welk aanbod aan cruciale ggzdaarvoor beschikbaar en gecontracteerd moet zijn. Voor twee specifiekevormen van cruciale ggz, namelijk HIC en IHT, worden momenteelverdergaande stappen verkend om de vergoeding van beschikbaarheids-kosten beter te borgen. In de brief van 12 februari jl.10 heeft het kabinet deKamer geïnformeerd over de verkenning van de NZa en welke vervolg-stappen daaruit volgen.9Gespreksleidraad cruciale ggz10Kamerstukken II 2025/2026, 25 424 nr. 778Figuur 1. Vergelijking contracteergraad contracteerseizoen 2023, 2024 en 2025(algemene ziekenhuizen, academische ziekenhuizen en zelfstandige klinieken),peilmomenten december 23/24/25 en januari 24/25/26Bron: Informatiekaart zorgverzekeringen voorjaar 2026, NZa (bewerkt)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13295 Het kabinet vindt dat het contracteerseizoen 2025 in zijn algemeenheidgoed is verlopen en zodoende vergelijkbaar is met het verloop van hetook goed verlopen contracteerseizoen 2024. De verwachting is dat dezeverbetering ten opzichte van het contracteerseizoen 2023 blijvend is,mede door de rol van de NZa, die in haar toezicht aandacht heeft voor hetcontracteerproces. Het kabinet vindt het wel belangrijk om de contracteer-graad te blijven monitoren, zodat er gerichte maatregelen genomenkunnen worden als het beeld van de contracteergraad in de komendejaren toch een daling laat zien.De NZa geeft aan dat, ondanks de afspraken in het IZA om te streven naarafronding van de contractering per 12 november, er vanaf het peilmomentop 22 december pas een volledig beeld ontstaat in het contracteerproces.Dit kabinet vindt het belangrijk dat partijen zich inzetten om de contractenrond 12 november zoveel mogelijk af te ronden. Met behulp van onderandere de handvatten voor de contractering worden partijen hier ook toegestimuleerd.Het kabinet zet er met een pakket aan maatregelen op in dat passendezorg de norm wordt, waarbij de contractering een belangrijk middel is omhiertoe te komen. Het kabinet vindt het dan ook belangrijk dat er goedeinhoudelijke contracten worden afgesloten en dit kan soms meer tijdvragen, waardoor contracten niet op 12 november kunnen wordenafgerond. De afgelopen twee jaren hebben laten zien dat eind decembereen volledig beeld ontstaat van het contracteerproces. Het kabinet vindthet belangrijk dat verzekerden, onafhankelijk van de contracteerstatus,goed geïnformeerd zijn in hoeverre de zorg vergoed wordt, zodat zij eenbewuste keuze kunnen maken om al dan niet over te stappen naar eenandere polis.2.3 Aandeel van de zorg dat vergoed wordt Voor de verzekerden is het bij de keuze voor een polis van belang of dezorg volledig vergoed wordt. Tabel 1 geeft een overzicht van hetpercentage zorgaanbieders dat vergoed wordt met als peildatum22 december 2025. Voor alle zorgaanbieders, behalve zelfstandigeklinieken, geldt dat het aandeel zorgaanbieders dat vergoed wordt op dezepeildatum minimaal 90 procent is. Dit beeld is vergelijkbaar met vorig jaar.Er is een verschil tussen de vergoeding en de contractstatus. De contract-status geeft aan of er een contract is afgesloten, maar geeft geenvolledige informatie over de vergoeding. Zo is het mogelijk dat er (nog)geen contract is afgesloten, maar dat de zorg wel vergoed wordt. Omduidelijkheid aan de patiënt te geven en ze niet te confronteren metonverwachte kosten, vind het kabinet communicatie over de vergoedingvan groot belang. De eerder beschreven kernboodschappen en deeenduidige informatievoorziening vanuit zorgaanbieders met verwijzingnaar de online zorgzoekers zijn hier helpend in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13296 2.4 Meldingen/vragen overstapseizoen Zorgverzekeraars en zorgaanbieders kunnen bij de NZa melding doenover het contracteerseizoen als het gaat om de inhoud van contractenen/of het moeizaam rondkrijgen van contracten. Ook patiënten kunneneen melding doen. Gedurende het afgelopen contracteerseizoen heeft deNZa 88 informatieaanvragen/meldingen ontvangen, vorig jaar waren dit er293. De NZa beoordeelt vervolgens of een melding aan te merken is alssignaal richting de afdeling Toezicht van de NZa. De NZa onderzoektvervolgens deze signalen en bepaalt aan de hand daarvan of actie nodigis.Dit jaar zag de NZa een toename van het aantal meldingen van zorgaan-bieders binnen de ggz. Deze meldingen gingen onder andere over deafslagen op tarieven die zorgverzekeraars hanteren, zonder dat zorgverze-keraars een inhoudelijke toelichting zouden geven over hoe deze afslagentot stand zijn gekomen. Daarnaast waren er enkele meldingen over hetgebrek aan lijsten met maximale vergoedingen voor niet-gecontracteerdeggz op de websites van zorgverzekeraars. Als gevolg daarvan is de NZaeen toezichtsonderzoek gestart naar de totstandkoming en onderbouwingvan tarieven bij contractvoorstellen van zorgverzekeraars voor de ggz. Deresultaten van dit onderzoek worden eind 2026 verwacht.2.5 Handvatten contractering De NZa ziet toe op het soepel verlopen van het contracteerproces en heefthiertoe handvatten opgesteld. Op basis van een uitgebreide evaluatie metbetrokken partijen heeft de NZa de Handvatten Zorgcontractering en deRegeling transparantie zorgcontractering Zvw aangepast. Deze nieuwehandvatten zijn ingegaan op 1 maart 2026 en gelden voor het contracteer-proces vanaf 2027. De handvatten zijn verduidelijkt en daar waar mogelijkvereenvoudigd met oog voor het beperken van de administratieve lasten.Voor zorgverzekeraars geldt voortaan een maximale reactietermijn vanzes weken bij offertes. Hiermee zijn de verplichtingen van zorgverzeke-raars en zorgaanbieders beter in balans. Ook moeten zorgverzekeraarstransparant maken hoe hun inkoopbeleid bijdraagt aan hun maatschappe-lijke opgave, het waarborgen van toegankelijke, kwalitatief goede enbetaalbare zorg voor al hun verzekerden.Tabel 1 Aandeel zorgaanbieders dat vergoed wordt met peildatum 22 december 2025Bron: Informatiekaart zorgverzekeringen voorjaar 2026, NZa (bewerkt)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13297 3. Moties en stand van zaken Het vervolg van deze brief staat stil bij een aantal moties. Ook wordt destand van zaken gegeven met betrekking tot een tweetal thema’s die decontractering raken.3.1 De motie van het lid Synhaeve (D66) c.s. over het opknippen en hetverhogen van het eigen risico bundelen in één wetsvoorstel11 Het ophogen van het verplicht eigen risico met € 60 (boven op deindexatie van het verplicht eigen risico) per 2027 wordt geregeld met eenwijziging van de Zorgverzekeringswet. Het opknippen (trancheren) van hetverplicht eigen risico voor de medisch specialistische zorg in tranches van€ 150 per 2028 wordt geregeld met een algemene maatregel van bestuurin het Besluit Zorgverzekering. De twee maatregelen kunnen dus niet inéén wetsvoorstel worden gebundeld. Om die reden heeft het kabinet in deKamer aangegeven de motie zo te interpreteren dat het wetsvoorstel enhet ontwerpbesluit tegelijk aan de Kamer worden aangeboden. Dit isreeds gebeurd. Het kabinet beschouwt hiermee de motie als afgedaan.3.2 De motie van het lid Kemperman (FVD) over de oproep om het eigenrisico niet te verhogen.12 In Nederland is iedereen, ongeacht leeftijd en gezondheid of inkomen,verzekerd voor dezelfde zorg. We kennen een uitgebreid pakket aanverzekerde zorg. Dit is belangrijk, maar er zitten grenzen aan. De zorg legteen steeds groter beslag op: een beroepsbevolking die nauwelijkstoeneemt en een arbeidsmarkt die al onder druk staat, en de collectieveuitgaven die volgens het CPB zonder aanvullend beleid toenemen van 9,5procent in 2025 naar bijna 17 procent van het bbp in 2060. Dit kabinet kiestvoor maatregelen om de zorg te hervormen zodat meer passende zorgwordt geleverd en de zorg betaalbaar blijft. Nu en in de toekomst. Een vande maatregelen betreft een hoger verplicht eigen risico. Het verplichteigen risico bedraagt sinds 2016 € 385 en heeft zich sindsdien niet meeontwikkeld met de kosten van de zorg. Dit kabinet kiest ervoor om hetverplicht eigen risico weer mee te laten bewegen met de ontwikkeling vande zorgkosten en te kiezen voor een inhaalslag van € 60, en dus om, allesafwegende, geen uitvoering te geven aan deze motie. Juist om de zorgtoegankelijk te houden voor iedereen en de premies minder hard te latenstijgen. Daarnaast maximeren we het eigen risico in de medisch-specialistische zorg op € 150 per behandeling. Naar verwachting gaanongeveer 1,3 miljoen verzekerden op jaarbasis gemiddeld circa € 100minder eigen risico betalen.3.3 Stand van zaken haarwerken Het kabinet vindt het belangrijk dat eenieder die er recht op heeft toegangheeft tot een passend haarwerk. Mijn ambtsvoorganger heeft hetZorginstituut gevraagd om onderzoek te doen naar de huidige maximum-vergoeding (€ 497,50 in 2026) en vergoedingssystematiek van haarwerkenen om te adviseren over een passende vergoeding. Mijn ambtsvoor-ganger heeft de Kamer vorig jaar geïnformeerd over de uitkomstendaarvan.13 Het Zorginstituut adviseerde om de maximumvergoeding teverhogen en daarnaast de manier van indexeren aan te passen.14 Voor deindexatie van de maximumvergoeding wordt momenteel de bestedings-11Kamerstukken II, 2025/2026, 36 800-XVI-10612Kamerstukken I, 2025/2026, 36 800, H13Kamerstukken 2024/2025, 29 689, nr. 129414Advies - Passende vergoeding haarwerken (pruiken) | Zorginstituut NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13298 categorie medische producten gebruikt. Deze categorie blijkt echter nietgoed aan te sluiten bij de prijsontwikkeling van haarwerken. Het Zorgin-stituut geeft aan dat de algemene consumentenprijsindex beter past bij deprijsontwikkeling van haarwerken.Naar aanleiding van het onderzoek van het Zorginstituut is het kabinet vanplan om met ingang van 2027 de maximumvergoeding opnieuw teberekenen op basis van de juiste prijsindex en deze index voortaanjaarlijks toe te passen. Voor een verdere verhoging van de maximumver-goeding is geen financiële ruimte.3.4 Stand van zaken spraakcomputers Zoals mijn ambtsvoorganger in de beantwoording van de Kamervragenvan lid Westerveld communiceerde, heeft de verduidelijking van deaanspraak op spraakcomputers mogelijk niet tot voldoende resultaatgeleid.15 Er zijn signalen dat een groep verzekerden met een spraakfunc-tiestoornis nog steeds geen toegang heeft tot een passend spraakhulp-middel. Het kabinet blijft in contact met alle betrokken partijen om tot eenoplossing te komen en informeert vervolgens de Kamer over deuitkomsten van deze gesprekken rond de zomer.4. Tot slot Zorgaanbieders en zorgverzekeraars zijn zich ook in het afgelopencontracteer- en overstapseizoen blijven inzetten om het afsluiten vancontracten soepel te laten verlopen. Daarbij staat het belang van deverzekerde centraal. Het kabinet bedankt iedereen voor de inzet ensamenwerking, want alleen samen kunnen we de uitdagingen in de zorgaanpakken.Voor een goed werkende zorgverzekeringsmarkt is het belangrijk datverzekerden op tijd duidelijke, volledige en goed vergelijkbare informatiekrijgen. Dat vraagt om blijvende inzet van zorgverzekeraars, zorgaan-bieders en andere betrokken partijen.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. Hermans15Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 1888Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13299
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.