KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitwerking Programma Vernieuwing Stalbeoordeling

22 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6b9667ee28111d4c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 973Toekomst veehouderijNr. 283 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 september 2025Eind vorig jaar is de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitgangspuntenvan het Programma Vernieuwing Stalbeoordeling1. Het stelsel vanstalbeoordeling dient om (innovatieve) systemen, technieken en maatre-gelen (hierna: emissiereductiemaatregelen) te beoordelen op de matewaarin emissies van ammoniak, fijnstof, geur en broeikasgassen daarmeeworden verminderd. Het stelsel van stalbeoordeling vormt daarmee eenbouwsteen voor vergunningverlening, doelsturing, toepassing vancontinu meten en het met vertrouwen toepassen van maatregelen. Hetdoel van dit programma is het verbeteren van het stelsel langs driehoofdlijnen: publiek-private verantwoordelijkheid voor stalbeoordeling;toevoegen van de mogelijkheid tot continue bedrijfsmetingen; enintegrale beoordeling van stalmaatregelen.Zoals toegezegd, wordt de Kamer in deze brief, mede namens de Ministervan Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), geïnfor-meerd over de voortgang van het programma en de uitwerking diedaarbinnen plaatsvindt. Hierin komt ook de samenhang met aanpalendetrajecten aan de orde.In deze brief komt achtereenvolgens het volgende aan de orde:1. Uitwerking van de eerder vastgestelde hoofdlijnen; 2. Voortgang vanhet normalisatietraject; 3. Voortgang van de korte-termijnaanpak; 4. Deappreciatie van een afgerond onderzoek naar borging van emissiereduc-tiemaatregelen; 5. Planning. Tevens wordt van de mogelijkheid gebruikgemaakt om de toezegging aan het lid Van der Plas (BBB) af te doen2.1Kamerstuk 28 973, nr. 2582TZ202506, nr. 094 kst-28973-283ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2831 1. Uitwerking hoofdlijnen Hoofdlijn 1: Publiek-private verantwoordelijkheid voor stalbeoordelingNaar een robuust publiek-privaat stelsel voor emissiearme stalmaatre-gelenHet nieuwe stelsel wordt gebaseerd op een logische en transparanteverdeling van verantwoordelijkheden tussen publieke en private partijen.Zoals in de hierboven aangehaalde Kamerbrief uitgebreider is toegelicht,worden de beoordeling, vaststelling en registratie van nieuwe emissiere-ductiemaatregelen in een privaat stelsel ondergebracht. De overheidbepaalt de wettelijke randvoorwaarden en houdt daarbij toezicht op hetfunctioneren van dit stelsel en op het behalen van de publieke doelen.Heldere verantwoordelijkheidsverdeling als uitgangspuntSamen met het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN), de Raad voorAccreditatie (RvA), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) endiverse meetinstellingen wordt momenteel uitgewerkt hoe een stelsel vanconformiteitsbeoordeling onder accreditatie kan worden ingericht omdeze verdeling tussen publieke en private partijen vorm te geven.Uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en rechtszekerheid zijn hierbij randvoor-waarden. Ook wordt gewerkt aan het inzichtelijk maken van de kosten diede grotere gewenste zekerheid binnen het nieuwe stelsel met zichmeebrengt voor diverse partijen.De instanties (zoals meetinstellingen) die binnen het stelsel activiteitenonder accreditatie verrichten, worden gecontroleerd door de RvA om tegaranderen dat ze deskundig, onpartijdig en onafhankelijk hun werk doen.De RvA wordt bij de vormgeving van het stelsel nauw betrokken omervoor te zorgen dat dit op een juiste manier onder accreditatie gebrachtwordt. Hierbij wordt gezocht naar een stelsel dat zo veel mogelijk aansluitbij bestaande normalisatienormen.ToezichtNa een kritisch signaal van drie rijksinspecties (Inspectie Leefomgeving enTransport (ILT), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) enInspectie SZW (ISZW)) in 2014 over certificatie heeft het toenmaligekabinet in 2016 het kabinetsstandpunt over conformiteitsbeoordeling enaccreditatie geactualiseerd (Kamerstuk 29 304, nr. 6). Hierin zijnvoorwaarden opgenomen voor een functionerend stelsel van conformi-teitsbeoordeling onder accreditatie.Eén van deze voorwaarden is dat de Rijksoverheid kwaliteitstoezicht dientte houden. Het toezicht is erop gericht het stelsel goed te laten functio-neren binnen de gestelde wettelijke kaders, en zal aansluiten op de privatecontrole binnen het stelsel dat is belegd bij de RvA. Om toezicht tehouden op het private stelsel van conformiteitsbeoordeling worden allenormatieve documenten opgenomen in de wetgeving en moeten partijendie activiteiten in het stelsel willen uitvoeren, naast een accreditatie ofcertificering ook aangewezen worden door de betreffende bewinds-persoon. Hiertoe worden wettelijke gronden opgenomen. Het bevoegdgezag blijft, net als nu, via de omgevingsdienst verantwoordelijk voortoezicht op de naleving van de vergunningen door vergunninghouders (deveehouder).Momenteel wordt gewerkt aan het uitwerken van de toezichthoudenderollen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2832 1.Het beoordelen van aanvragen tot aanwijzing van Conformiteitsbe-oordelende Instanties (CBI’s);2.Het publieke toezicht op de kwaliteit en effectiviteit van het stelsel.Er worden momenteel gesprekken gevoerd met toezichthouders die dezerollen mogelijk kunnen vervullen.Zekerheid voor milieu en natuurHet stelsel van stalbeoordeling vormt een basis voor de vergunningver-lening: het gaat om de generieke prestaties van emissiereductiemaatre-gelen. Dit is voldoende voor het toetsen aan de huidige eisen voor deomgevingsvergunning milieubelastende activiteit. Indien de omgevings-vergunning Natura 2000-activiteit dit vereist kan bovenop deze basis extrazekerheid verkregen worden over specifieke emissies van individuelebedrijven. Dat kan bijvoorbeeld via locatie-specifieke eisen, aanvullendeaspecten in de beoordeling of extra technische wettelijke eisen.Hoofdlijn 2: Continue bedrijfsmetingenSamenhang met doelsturingIn het Programma Vernieuwing Stalbeoordeling wordt gewerkt aan hetmogelijk maken van continu meten als onderbouwing van de emissie inde omgevingsvergunning milieubelastende activiteit en Natura-2000activiteit. Dit geeft daarmee een extra optie voor vergunninghouders omte voldoen aan de vereisten uit de vergunning. Een forfaitaire benaderingblijft daarnaast bestaan. Het mogelijk maken van continue metingen iseen noodzakelijke bouwsteen voor doelsturing. Met doelsturing wordtgewerkt aan de overgang naar bedrijfsspecifieke normen voor onder meerbroeikasgas- en stikstofemissie. Dit is een systeemverandering, waarbij deagrarische ondernemer meetbaar en afrekenbaar moet voldoen aan dezebedrijfsspecifieke emissienormen, maar de ruimte heeft om zelf te kiezenwelke maatregelen genomen worden om de doelen te halen. Over devoortgang van bedrijfsgerichte doelsturing wordt de Tweede Kamerseparaat geïnformeerd. Als deelonderwerp binnen de totaalaanpak voorbedrijfsgerichte doelsturing lopen er voor emissies uit stallen een aantalspecifieke trajecten. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van stalmeetme-thoden, datagebruik en -uitwisseling en juridische aspecten. De voortgangop deze drie aspecten heeft de Minister van LVVN in haar brief van 14 apriljl. geschetst3.Een randvoorwaarde voor het toepassen van continue bedrijfsmetingen invergunningen is dat de laatste stand van kennis uniform wordt toegepast.De meetrichtlijnen4 die hiertoe worden opgesteld door verschillendekennisinstellingen vormen de basis voor de nieuwe werkwijze voormetingen in stallen, ter vervanging van het Meetprotocol 2013a, zoalsvoorgeschreven in bijlage II van de Omgevingsregeling. Ook om te komentot emissiefactoren en emissiereductiepercentages zal, waar mogelijk,gebruik worden gemaakt van continu meten in de stal met sensoren,naast referentiemetingen. Op deze manier komt meer data beschikbaarvoor een betrouwbaardere voorspelling van de gemiddelde emissies in depraktijk. Een nieuwe versie van de meetrichtlijnen wordt in december 2025verwacht. Deze richtlijnen vormen ook de wetenschappelijke basis van hettraject waarin onder leiding van NEN-normen worden opgesteld voor3Kamerstuk 28 973, nr. 2634WUR, ILVO, TNO en VITO: Richtlijnen voor het bepalen van emissies uit veestallen,https://edepot.wur.nl/646830Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2833 onder andere het meten van stalemissies. De voortgang van dit trajectwordt in paragraaf 2 verder toegelicht.Hoofdlijn 3: Integrale beoordelingIn het huidige stelsel wordt in een emissiefactor primair de emissiere-ductie uit de stal meegenomen. Momenteel wordt uitgewerkt of hetmogelijk is om ook systeemonderdelen die zich buiten de stal bevinden,maar onderdeel zijn van de emissiereductiemaatregel, in de beoordelingmee te nemen. Dit zorgt voor een integrale beoordeling en zorgt ervoordat er nieuwe opties voor reductie beschikbaar komen. Hierin gaatspecifiek aandacht uit naar dagontmesting in combinatie met een externemestopslag voor drijfmest en mestverwerking.Er wordt een mogelijkheid gecreëerd om de reductie van veldemissies bijaanwending als apart getal in beeld te brengen. Mest kan worden bewerktom een deel van de emissie die zich voordoet bij het aanwenden van mestin het veld te voorkomen. Dit komt omdat de samenstelling van de mestwijzigt. Bij stalmaatregelen waarvoor dit geldt, kan deze informatieseparaat worden meegenomen.In het normalisatietraject worden deze thema’s verder uitgewerkt in denorm voor het zogenaamde emissielabel (opvolger van emissiefactor, metdaarin meer informatie). Hier worden ook de in de vorige Kamerbriefgenoemde randvoorwaarden, zoals de borging van de werking vanmaatregelen, (brand)veiligheid, dierenwelzijn, het voorkomen vanafwenteling en robuustheid van stalmaatregelen uitgewerkt.2. Voortgang normalisatietraject Zoals eerder toegelicht werken we toe naar een publiek-private verant-woordelijkheid voor stalbeoordeling. Hiervoor richten we een stelsel vanconformiteitsbeoordeling in waarin met vertrouwen emissiereductiepres-taties worden aangetoond. Dit vertrouwen wordt gebaseerd op eencombinatie van private controles en publiek toezicht. Om dit goed enuniform te laten functioneren zijn in normen vastgelegde publiek-privateafspraken nodig. Vandaar dat ik samen met de Minister van LVVN het NENde opdracht gegeven heb om deze te ontwikkelen voor het vaststellen vanemissies uit stallen en de borging van de werking van emissiereductie-maatregelen. Het gaat om normen voor: 1) validatie van sensoren, 2) hetmeten voor continue emissiemonitoring, 3) representatief meten ininnovatieve stallen voor het emissielabel en 4) randvoorwaarden van hetemissielabel, inclusief de borging van de werking van maatregelen. Om tekomen tot deze normen is op 15 april jl. de «Normcommissie Stal-emissies» ingesteld, waarin naast het Rijk verschillende partijen zittingnemen om in consensus tot normen te komen. Hiervoor zijn driewerkgroepen ingesteld.Om op basis van de NEN-normen een emissielabel te kunnen afgeven,wordt daarnaast een certificatieschema opgesteld. In de norm wordeneisen vastgelegd waar een product of dienst aan moet voldoen. In hetbijbehorende certificatieschema zal worden vastgelegd op welke wijzecertificatie-instellingen beoordelen of aan de eisen wordt voldaan omuiteindelijk een emissielabel af te kunnen geven. Het inkooptraject omhiervoor een onafhankelijk schemabeheerder te vinden, is momenteelgaande.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2834 3. Voortgang korte termijn verbeteringen in stalbeoordeling Doorontwikkeling systeembeschrijvingenOp dit moment werkt de RVO aan de aanpassing van de systeembeschrij-vingen van de systemen op bijlage V en VI van de Omgevingsregeling.Met deze aanpassingen worden heldere eisen gesteld om de borging vanwerking van systemen te verbeteren, waarbij er betere informatievoor-ziening is over de aanleg van het systeem en meer aandacht uitgaat naarcorrect gebruik, onderhoud en controle.Aanpassing Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)Generieke eisen om de borging van emissiereducerende systemen teverbeteren worden opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving(Bal). Hierin wordt een verplichte bouwmelding opgenomen, zodat tijdenskritieke momenten in de aanleg van een systeem, beter toezicht gehoudenkan worden op correcte installatie. Een opleververklaring, die op ditmoment alleen verplicht is bij luchtwassers, wordt verplicht gesteld vooralle systemen. Ook wordt een handleiding voor juist gebruik enonderhoud verplicht gesteld, waarbij essentieel onderhoud ook verplichtingevuld moet worden. Deze maatregelen sluiten aan op de aanbeve-lingen van het onderzoek naar de borging van emissiearme systemen (zieparagraaf 4).4. Onderzoek naar de borging van emissiearme systemen Voor bestaande huisvestingssystemen en aanvullende technieken in deveehouderij op bijlage V en VI van de Omgevingsregeling is in beeldgebracht hoe de werking technisch en juridisch geborgd kan worden.Hierbij wordt gecategoriseerd naar werkingsprincipe. De uitkomsten vandit onderzoek zijn in drie deelrapporten meegezonden (bijlage 1, 2 en 3:«Vervolgonderzoek borging emissiearme systemen»). Deelrapport A bevatde technische aspecten, deelrapport B bevat de juridische aspecten endeelrapport C bevat de overkoepelende analyse en conclusies. Ik dank deonderzoekers voor hun inspanningen. De Minister van LVVN en ik nemende aanbevelingen op hoofdlijnen over. Deelrapporten A en B vormen debasis voor deel C. Hieronder worden daarom de aanbevelingen uitdeelrapport C samengevat weergegeven en ga ik in op de wijze waarophieraan invulling gegeven wordt of zal worden.Samenvatting «Vervolgonderzoek borging emissiearme systemen»Het onderzoek richt zich op de praktijktoepassing en borging vanemissiearme systemen. In deelrapport A is aan de hand van literatuuron-derzoek en inventarisatie bij experts een overzicht opgesteld vanstaltechnieken en managementmaatregelen en de daarbij behorendefaalfactoren en de mogelijke borgingsmechanismen. In deelrapport B zijnmet behulp van een analytisch kader de juridische aspecten in beeldgebracht. Dit analytisch kader is tot stand gekomen door middel van eendeskstudie en gesprekken met vergunningverleners en toezichthoudersvan omgevingsdiensten. Het onderzoek concludeert dat in de huidigesituatie de faalfactoren voor het onvoldoende functioneren van emissiere-ducerende techniek liggen in aanleg, onderhoud en gebruik van detechniek en dat deze dus onvoldoende geborgd zijn. Aanbevolen wordtom deze onderdelen beter te borgen door middel van verantwoordings-eisen die zijn opgenomen in regelgeving, systeembeschrijvingen envergunningen met oog op correcte aanleg, gebruik, toezicht enhandhaving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2835 De verdere invulling van het Programma Vernieuwing Stalbeoordeling endit onderliggende onderzoek naar borging valt samen met een wijzigingvan de Omgevingsregeling waarin onjuiste emissiefactoren van sommigesystemen worden uitgefaseerd. Hierbij kunnen onder meer de uitkomstenvan dit onderzoek worden betrokken.Beleidsreactie «Vervolgonderzoek borging emissiearme systemen»Hieronder ga ik in de op de conclusies en aanbevelingen van de onder-zoekers.Emissiearme technieken worden voornamelijk verkeerd aangelegd engebruiktHet onderzoek concludeert dat de techniek zelf niet faalt, maar dat hetgaat om het gebruik ervan. Daarom wordt aanbevolen om te sturen op dewerking van de techniek of maatregel, in plaats van enkel op de aanwe-zigheid.Daarnaast wordt aanbevolen om in de ontwikkelingsfase voldoendeaandacht te hebben voor faalfactoren die kunnen optreden bij toepassingin de praktijk, inclusief mogelijke borgingsmechanismen. Deze aanbe-veling wordt overgenomen door in regelgeving extra eisen te stellen aande werking en door hier in de doorontwikkeling van de systeembeschrij-vingen aandacht aan te besteden.Dimensionering en afstemmen van staltechniekonderdelenHet onderzoek concludeert dat het falen van de techniek vaak samenhangtmet een onjuiste dimensionering van de verschillende onderdelen vaneen staltechniek. Dat wil zeggen dat de capaciteit, omvang of robuustheidte klein wordt gekozen. Aanbevolen wordt om tijdens de installatie toe tezien op het juist installeren en op elkaar afstemmen van de verschillendeonderdelen door een onafhankelijke kwaliteitsborger. Deze aanbevelingwordt overgenomen door in de doorontwikkeling van de systeembeschrij-vingen meer aandacht te besteden aan duidelijke voorschriften metbetrekking tot dimensionering en afstemmen van onderdelen tijdens debouwfase. Daarnaast komt er een verplichte melding van bouw-gerelateerde onderdelen van de staltechniek aan bevoegd gezag, zodat erbeter toezicht mogelijk is tijdens de bouwfase.Dierprestaties versus reductie ammoniakemissiesHet onderzoek concludeert dat veehouders de aanwezige staltechniekvaak in functie stellen van de dierprestaties (bijv. productie en groei) enniet in functie van de reductie van ammoniakemissie. Deze twee functieskunnen tegenstrijdig met elkaar zijn. Het onderzoek adviseert ook hier teborgen op het resultaat van de staltechniek of maatregel in plaats van opde aanwezigheid van de betreffende techniek.In de doorontwikkeling van de systeembeschrijvingen wordt meeraandacht besteed aan borging op werkzaamheid van de verschillendeonderdelen.Daarnaast stelt het onderzoek dat mechanismen die ook voordelenopleveren voor dier- en/of economische prestaties sneller en betergeïmplementeerd zullen worden, nieuwe innovatie moet daar dus meer invoorzien. In het programma is hier aandacht voor door meer integraal tebeoordelen, bijvoorbeeld op het gebied van dierenwelzijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2836 Vindbaarheid van vereistenHet onderzoekt concludeert dat in het huidige juridische stelsel vereistenniet erg makkelijk raadpleegbaar zijn, maar dat de systematiek welwerkbaar lijkt in de praktijk. Het stelt dat er vaak geen heldere materiëlenormen zijn opgenomen in de systeembeschrijvingen en dat ditdoorwerkt op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid in de praktijk.Daarom worden bij de doorontwikkeling van de systeembeschrijvingenwaar mogelijk heldere voorschriften geformuleerd waarop toezichtgehouden kan worden.Eisen aan gebruik en verantwoording nog veelal onbenutHet onderzoek concludeert dat verantwoordingseisen onvoldoende benutworden in het huidige juridische stelsel. Vanuit het programma wordtgewerkt aan een gelaagdheid in de uitvoeringseisen voor emissiereductie-maatregelen, door generieke eisen op te nemen in wetgeving, specifiekeeisen voor een techniek op te nemen in de systeembeschrijvingen enlocatie-specifieke eisen in de vergunning.Borging resultaat met relatief eenvoudige mechanismenHet onderzoek concludeert dat soms met relatief eenvoudige mecha-nismen het resultaat van een staltechniek beter geborgd kan worden. Eenaanbeveling is om meetresultaten of gelogde data digitaal beschikbaar temaken, waardoor de werking over een tijdspanne gecontroleerd kanworden, in plaats van enkel tijdens aangekondigde fysieke controles. Ditwordt overgenomen. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordteen grondslag gecreëerd voor het vereisen van aan het bevoegd gezagdigitaal beschikbaar stellen van meet- en loggegevens van (onderdelenvan) emissiereductiemaatregelen.Daarnaast wordt aanbevolen dat deze informatie met betrekking tot dewerking van de techniek of maatregel voor de veehouder beterbeschikbaar en toegankelijk zou moeten zijn, bijvoorbeeld met een app.Hierdoor kan bij onvoldoende werking van een onderdeel sneller wordengecorrigeerd. De invulling ervan is aan de ontwikkelaars van emissiere-ductiemaatregelen.Verder wordt geconcludeerd dat frequent onderhoud van het systeemnoodzakelijk kan zijn voor het juist functioneren. Daarom wordt aanbe-volen periodiek onderhoud te verplichten en gebruiksinstructies te geven.Deze aanbeveling wordt overgenomen door onderhoudseisen engebruiksinstructies in de systeembeschrijving op te nemen. Een onder-houdscontract tussen veehouder en leverancier kan hiervan een invullingzijn.Kennis ten behoeve van ontwikkeling en operationalisering borgingHet onderzoek concludeert dat er een brede en praktische kennis nodig isom borgingsmechanismen te ontwikkelen en te operationaliseren, maardoet daartoe geen aanbeveling. De Minister van LVVN en ik zien bijbijeenkomsten over dit thema een grote opkomst. In de ontwikkeling vanemissiereductiemaatregelen wordt steeds meer aandacht besteed aanborging. Hierdoor zal de kennis op dit vlak ook toenemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2837 Onderscheid systeemaspecten emissiereductiemaatregelenHet onderzoek concludeert dat door onderscheid te maken in verschil-lende systeemaspecten van emissiereducerende maatregelen er eenbreder palet in beeld komt om te reguleren door normstelling, toezicht enhandhaving. Het onderzoek geeft als onderscheid: permanente techniek,vervangbare/aanpasbare techniek, management/gebruik en doel. Peronderdeel kunnen andere borgingsmechanismen en verantwoordings-eisen worden opgesteld. Deze aanbeveling wordt overgenomen door inde doorontwikkeling van de systeembeschrijving een zelfde soortonderscheid te maken.Juridische verankering van normen en eisenHet onderzoek concludeert dat de juridische verankering van de eisenvoor borging op verschillende manieren kan plaatsvinden. Hierbij kanonderscheid gemaakt worden of eisen generiek zijn of specifiek. Daarbijkunnen generieke eisen opgenomen worden in algemene regelgeving,specifieke eisen voor een bepaald systeem in de systeembeschrijvingenen eisen in een specifieke veehouderij locatie in de vergunning. Dezeaanbeveling sluit aan op zowel het huidige als vernieuwde stelsel onderde Omgevingswet.Doorwerking van regulering naar toezicht en handhavingHet onderzoek concludeert dat de mogelijkheden om de juiste werkingvan maatregelen te borgen kunnen resulteren in dubbele borging.Daarom wordt geadviseerd bij het stellen van eisen de zekerheid vanborging te wegen tegen de belasting die hierdoor wordt veroorzaakt vooronder andere veehouders. Deze afweging maakt onderdeel uit van allebeleidskeuzes die in het Programma Vernieuwing Stalbeoordeling wordengemaakt, in zowel het normalisatietraject als in het uitwerken vanregelgeving.Inrichting van toezicht en handhavingTen slotte concludeert het onderzoek dat de beschikbare capaciteit vanomgevingsdiensten voor toezicht en handhaving klein is. Daaromadviseert het onderzoek om regulering efficiënt in te richten, bijvoorbeeldmet digitale monitoring. Daarnaast adviseert het onderzoek dat onder-zocht kan worden of voor controles in de praktijk gebruikt gemaakt kanworden van private kwaliteitsborgers. Hierbij kan mogelijk gebruikgemaakt worden van partijen die nu al controles uitvoeren in de sector, inhet kader van keurmerken en certificaten.Deze aanbeveling wordt overgenomen en verder uitgewerkt in hetprogramma in gesprekken met de NEN, schemabeheerders en certifice-rende instellingen.5. Planning De komende tijd zal de inhoud van het Programma Vernieuwing Stalbe-oordeling verder worden uitgewerkt in een aantal parallelle processen:wijzigingen in de regelgeving, de ontwikkeling van normen, het in positiebrengen van sleutelpartijen en het ontwikkelen van eendata-infrastructuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2838 Lopend onderzoek naar de effecten van voorgenomen beleidZoals is aangekondigd, is voorafgaand aan de invoering van het beleidonderzoek gedaan naar de uitgangspunten en of deze naar verwachtinghet beoogde effect zullen hebben. Dit onderzoek is nog gaande.Voorgenomen wijzigingen regelgevingDe wijziging van de regelgeving heeft betrekking op het Besluit activi-teiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en deOmgevingsregeling (Or). Dit betreft regelgeving onder de Omgevingswet.Deze wijzigingen kosten doorgaans twee jaar nadat het ontwerp klaar is.De doorlooptijd van Bal/Bkl-wijzigingen is daarvan het langst.Het Bal (ammoniak, fijnstof) en Bkl (geurhinder) bevatten normen enverplichtingen, waarmee de basis voor stalbeoordeling gelegd wordt. Hetstelsel van stalbeoordeling zelf staat in de Omgevingsregeling. Om destelselwijziging te faciliteren zijn enkele kleine aanpassingen nodig in hetBal en Bkl. Die worden spoedig ter internetconsultatie voorgelegd. Inhetzelfde voorstel worden ook de hierboven vermelde verplichtingen ophet gebied van melding van bouwwerkzaamheden, monitoring,onderhoud en werkinstructies opgenomen.De daadwerkelijke stelselherziening wordt vervolgens later, naarverwachting begin volgend jaar, in een wijziging van de Omgevingsre-geling in internetconsultatie gebracht.NormalisatietrajectDe opdracht aan NEN loopt tot en met 2027. Aangezien de NEN-normenvoor het emissielabel (zowel de norm voor het meten als de randvoor-waarden en borgingsvereisten) goed toetsbaar moeten zijn, is het vanbelang om dit traject af te stemmen op het opleveren van het bijbeho-rende certificatieschema. Idealiter wordt daarom het schema gelijktijdigopgeleverd met de normen. Het traject om met alle belanghebbenden(publiek en privaat) in consensus tot de normen te komen, duurt volgensde verwachting van NEN tot 2028. Dit zijn gebruikelijke doorlooptijdenvoor het opstellen van NEN-normen voor nieuwe onderwerpen zoalsdeze. Tussentijdse resultaten, zoals concept NEN-normen of een conceptcertificatieschema, zullen voor zover mogelijk worden benut in detussentijd.SleutelpartijenIn het publiek-private stelsel verandert de rolverdeling. Publieke en privatesleutelpartijen moeten in positie gebracht zijn om hun rol goed te kunnenuitoefenen. Dit vindt gelijktijdig plaats met de ontwikkeling en implemen-tatie van de regelgeving, omdat deze partijen hierin ook betrokkenworden. Hiertoe vinden momenteel veel gesprekken plaats om al dezepartijen goed te betrekken bij de ontwikkeling van het nieuwe stelsel.GegevensuitwisselingIn het vernieuwde stelsel van stalbeoordeling zal gegevensuitwisselingplaatsvinden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om meetgegevens vooremissielabels, voor continu meten, en om elektronische monitoring. Deinfrastructuur waarmee publiek-private samenwerking kan wordenopgebouwd, wordt momenteel uitgewerkt. Deze uitwerking zal vormkrijgen in een European data space. Dit is een structuur waarmeesamenwerking gefaciliteerd kan worden en partijen tegelijkertijd eigenaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 2839 van hun eigen data blijven. Om te voorkomen dat systemen naast elkaarworden gebouwd en om te voldoen aan Europese- en nationale regel-geving wordt onderzocht of kan worden aangesloten bij het gedane werkvoor de Data Space Fysieke Leefomgeving (DSFL) en het nog op te richtendata-ecosysteem vanuit het Programma Doelsturing. Ook wordtafgestemd met de taakgroep data- en sensorsysteem onder het Regie-orgaan «Versnellen innovatie emissiereductie duurzame veehouderij».6. Aantal aanvragen Loket Advies Stalemissies In het commissiedebat «Mestbeleid en Stikstof» van 18 juni jl. heeft deMinister van LVVN toegezegd dat, op een zeker abstractieniveau, deKamer een update zal ontvangen over het aantal aanvragen en afwij-zingen inzake plaatsing op de RAV-lijst5.De Rav-lijst (bijlage bij de toenmalige Regeling ammoniak en veehouderij(Rav)), waarin emissiefactoren voor emissiearme stalsystemen enaanvullende technieken werden opgenomen, bestaat niet meer sinds deinwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Sinds diedatum worden deze emissiefactoren opgenomen in bijlage V en VI van deOmgevingsregeling. Het Loket Advies Stalemissies bij RVO behandeltadviesaanvragen en aanvragen voor het opnemen van emissiefactoren inbijlage V en VI van de Omgevingsregeling. In 2024 zijn er 17 adviesaan-vragen binnengekomen, waarvan 89% is afgehandeld. Er zijn drieemissiefactoren aangevraagd, hiervan zijn er twee toegekend, een is inbehandeling en er zijn geen aanvragen afgewezen. Hiermee beschouw ikdeze toezegging als afgedaan.Tot slotDe vernieuwing van het stelsel van stalbeoordeling is inmiddels enige tijdgaande en zal zeker nog enkele jaren vergen, het gaat tenslotte om eenstelselwijziging. Desondanks ligt het tempo van deze complexe operatiehoog. Er is in het afgelopen halfjaar door samenwerking van veel partijengrote vooruitgang geboekt en ook voor de komende tijd liggen deverwachtingen hoog. De Minister van LVVN en ik zijn dan ook vastbe-sloten dit op deze wijze voort te zetten. Zo leggen we een bouwsteen neerdie essentieel is voor de verdere verduurzaming van de veehouderij.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen5TZ202506, nr. 094Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 28310

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 418add1858efab9b

14 okt 2026 · 66edf6ce5ea93f52

13 okt 2026 · c6b4fbdb9e41ef18

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.