Voortgang cyberweerbaarheid in het vervolgonderwijs
Brontekst
Versie eef17b65e805cd63 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleid26 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 1189 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 april 2025De digitale dreiging is groot en divers, en neemt toe. Dit geldt voor dehele samenleving, waaronder ook in het onderwijs. We zien steeds meerdat digitale risico’s complex en onderling met elkaar verbonden zijn.Onderwijs- en onderzoeksinstellingen (hierna: instellingen) zijn dan ookniet alleen op zichzelf doelwit van cyberaanvallen, maar kunnen tevenseen tussenstap zijn naar cyberaanvallen in het bredere digitaleecosysteem.Dat ook het onderwijs doelwit is bleek eens te meer toen in januari van ditjaar de TU Eindhoven te maken kreeg met een cyberaanval en in dedaaropvolgende dagen tevens het netwerk van SURF doelwit werd vanDDoS-aanvallen. Door effectief ingrijpen bleven de gevolgen van dezeaanvallen gelukkig beperkt.1 Dit verdient waardering. Het effectiefoptreden laat zien dat instellingen zich bewust zijn van de cyberdreigingen zich inspannen voor het versterken van de cyberweerbaarheid. Hieraanis in de afgelopen jaren hard gewerkt langs de lijnen van de bestuurlijkeafspraken met mijn ministerie.Tegelijkertijd zie ik dat de cyberdreiging, ook in de richting van hetonderwijs, permanent is en blijvend in beweging. Het is essentieel dat deinstellingen nu en in de toekomst goed voorbereid zijn op de risico’s diede cyberdreiging met zich meebrengt en dat zij hier, als onderdeel van hetbredere digitale ecosysteem, blijvend op inzetten. Ik heb daarom beslotenom gebruik te maken van mijn bevoegdheid om het hbo en wo onder dekomende Cyberbeveiligingswet (hierna: Cbw) te brengen. Hiermee zorg ikdat de cyberweerbaarheid in het hbo en wo wettelijk wordt verankerd ende digitale risico’s duurzaam worden beheerst. In deze brief licht ik ditbesluit nader toe.1Kamerstuk 31 288, nr. 1176 kst-31288-1189ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11891 Ik schets in deze brief het dreigingsbeeld voor het onderwijs. Vervolgensga ik in op de voortgang die de afgelopen jaren is geboekt om decyberweerbaarheid in het vervolgonderwijs te verhogen. Ik licht toe hoede in 2021 aangekondigde en in 2022 gemaakte bestuurlijke afsprakendoor de instellingen met overtuiging zijn opgepakt. Vervolgens licht ikmijn keuze toe om het hbo en wo onder de reikwijdte van de Cbw tebrengen, inclusief de daarbij behorende tijdpaden en de overwegingendie hieraan ten grondslag liggen. Tot slot benoem ik welke stappen ergezet worden in de sectoren die niet door mij onder de Cbw gebrachtworden, namelijk het mbo, het niet-bekostigd onderwijs en enkeleonderzoeksinstellingen.DreigingsbeeldEind oktober vorig jaar berichtte de NCTV in het CybersecuritybeeldNederland 2024 dat de digitale dreiging voor Nederland onverminderdgroot en voortdurend aan verandering onderhevig is.2 In dit rapport isnadrukkelijk gewezen op de turbulente geopolitieke tijden waarin statelijkeactoren hun cyberactiviteiten intensiveren, hun capaciteit verbreden eneen bredere gereedschapskist inzetten om hun belangen te behartigen.Daarnaast is Nederland met haar hoogwaardige kenniseconomie en alsvoorloper op het gebied van bepaalde technologieën, een aantrekkelijkdoelwit voor kwaadwillenden. Zij kunnen kennis daarover (proberen te)ontvreemden. Verder maakt het bredere digitale ecosysteem waarinorganisaties zich bevinden het complexer om mogelijke risico’s in kaart tebrengen. Alle digitale processen, sectoren en organisaties zijn potentieelinteressant voor actoren. Organisaties die op het eerste gezicht geendoelwit lijken, kunnen namelijk ook als opstap naar andere, mogelijkinteressantere, doelwitten fungeren. Het kabinet zet daarom als onderdeelvan het regeerprogramma en de Nederlandse Cybersecuritystrategiebreed in op het verhogen van de cyberweerbaarheid in heel Nederland.Onderdeel hiervan is de inwerkingtreding van de Cbw.Waar de NCTV een Cybersecuritybeeld van Nederland opstelt, stelt SURFhet cyberdreigingsbeeld onderwijs en onderzoek op.3 In dit dreigings-beeld spreekt SURF van een wapenwedloop tussen cybercriminelen enverdedigingsmaatregelen die naar verwachting zal versnellen maar inessentie niet zal veranderen. Een nog alertere en flexibelere aanpak vancybersecurity is noodzakelijk. Het is daarom van belang dat onderwijs-instellingen blijven samenwerken en zich doorlopend blijven inzetten ophet versterken van de cyberweerbaarheid van hun organisaties.1. Voortgang huidige maatregelen Met de bestuurlijke afspraken uit 2021 hebben de onderwijsinstellingen inhet vervolgonderwijs de digitale weerbaarheid verhoogd.4 Hierin zijnconcrete maatregelen vastgelegd voor versterking van de cyberweer-baarheid.5 Aan de hand van deze bestuurlijke afspraken en aanvullendeinvesteringen6, zetten de instellingen sinds 2021 langs drie lijnen in opmaatregelen: (1) vergroten van het bewustzijn over risico’s, (2) vergrotingvan de gehele systeemvolwassenheid door toepassing van een gedeeld2Cyberdreigingsbeeld Nederland 2024: turbulente tijden, onvoorziene effecten3Cyberdreigingsbeeld 2014–2024 Onderwijs en onderzoek4Kamerstuk 31 288, nr. 9225Deze maatregelen zijn uiteengezet in de Kamerbrief «Verhogen digitale veiligheid onderwijs enonderzoek» |14 juli 2022 (Kamerstukken 35 925 VIII en 26 643 en 32 761, nr. 190)6Hierbij gaat het om in totaal € 25 miljoen euro in het mbo tot in 2027. Voor hbo en wo gaat hetom € 19 miljoen in 2023 aflopend naar € 8 miljoen structureel vanaf 2027.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11892 toetsingskader7 en een meer risicogebaseerde werkwijze en(3) versterking van de ketensamenwerking.8De sectorbeelden die het vervolgonderwijs jaarlijks opstelt laten over dehele linie zien dat er aantoonbare stappen voorwaarts zijn gezet.Hieronder licht ik dit kort toe en noem ik een aantal voorbeelden vanconcrete maatregelen.Vergroten bewustwording en bestuurlijke commitmentAls onderdeel van de maatregelen omtrent cyberveiligheid die in 2021met de bekostigde instellingen zijn afgesproken wordt vol ingezet ensamengewerkt op het vergroten van het bewustzijn, kennis en kunde bijzowel studenten en medewerkers als bij bestuurders en toezichthouders.Niet alleen binnen de instellingen maar ook in SURF-verband wordtgewerkt aan verhoging van de bewustwording, kennisdeling en heteffectief van elkaar leren. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door gezamen-lijke ontwikkeling van instrumenten, diensten en activiteiten zoals decrisisoefening OZON van SURF9 met instellingen uit het mbo, hbo enwo.10SysteemvolwassenheidHet is van belang dat instellingen voorbereid zijn op risico’s endreigingen, deze detecteren en adequaat kunnen reageren als incidentenzich voordoen. Alle onderwijsinstellingen hanteren inmiddels hetzelfdetoetsingskader van SURF voor de monitoring van de stand van deinformatiebeveiliging en streven naar een vastgesteld volwassenheids-niveau van 3 volgens het NBA Volwassenheidsmodel. Doordat destartsituatie voor de deelsectoren en instellingen verschillend is, blijven ertempo- en niveauverschillen bestaan. De ontwikkeling wordt door alleinstellingen periodiek extern gemonitord op basis van de SURFauditbenchmark. Deze harmonisatie in de werkwijze vergroot het lerendvermogen van de sector. Ook is afgesproken dat alle instellingenbeschikken over een passende Security Operations Center (SOC)-oplossing voor monitoring en passende opvolging. Inmiddels zijn alleuniversiteiten, bijna alle hbo-instellingen en een groot deel van dembo-instellingen op een SOC-oplossing aangesloten.Verantwoording en versterking ketensamenwerkingOm de stand van zaken rondom cyberveiligheid op te maken en devoortgang van de maatregelen te evalueren is verantwoording naar elkaaren naar de samenleving van belang. Vanaf 2024 is een rapportage overgenomen maatregelen ten aanzien van digitale veiligheid een vastonderdeel van de jaarverslagen. De handreiking «verantwoordingcybersecurity in jaarverslagen» die onderwijskoepels in samenwerkingmet SURF hebben opgesteld biedt handvatten bij de verslaglegging vande verantwoording omtrent cybersecurity in de risicoparagraaf in dejaarverslagen.117Hiervoor wordt het SURFaudit Toetsingskader Informatiebeveiliging gebruikt, gebaseerd op deinternationale ISO-standaard 27001 en het Volwassenheidsmodel Informatiebeveiliging van deNederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA).8Kamerstuk 31 288, nr. 9229https://www.surf.nl/diensten/ozon-en-nozon10https://www.surf.nl/themas/cybersecurity11https://sec.surf.nl/asset/handreiking-verantwoording-cybersecurity-in-jaarverslagen/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11893 Op instellingsniveau voeren alle instellingen onafhankelijke externe auditsuit. De governance binnen instellingen is geregeld via periodieke interneverantwoording met een portefeuillehouder informatiebeveiliging in hetcollege van bestuur en het faculteitsbestuur. Op sectorniveau besprekeninstellingen onderling hun auditresultaten, spreken zij elkaar aan op enhelpen elkaar bij achterliggende progressie, gebruik makend van deondersteuningsstructuur van SURF. Ten behoeve van de bestuurlijkeafspraken voert mijn ministerie tweemaal per jaar een bestuurlijk overlegmet Universiteiten van Nederland (UNL), de Vereniging van Hogescholen(VH), de MBO-raad en SURF. Hierbij wordt het sectorbeeld van hetvoorgaande jaar gepresenteerd en de sectorale voortgang van demaatregelen geëvalueerd.Ook de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek(NWO), de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen(KNAW) en de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO) zijnbetrokken bij deze bestuurlijke overleggen en werken verder aan hetverhogen van hun cyberveiligheid, en de kennisuitwisseling met deonderwijskoepelorganisaties. Voor het niet-bekostigd onderwijs investeertde NRTO, de brancheorganisatie waarvan een groot deel van deniet-bekostigde instellingen lid is, in maatregelen om de digitaleweerbaarheid van de niet-bekostigde instellingen te verhogen. Dit doen zijdoor onder andere het creëren van bewustzijn en het faciliteren vantrainingen voor hun leden. Daarnaast wordt de aanwezigheid vancyberveiligheidsprocessen onderdeel van het NRTO-keurmerk dat nodig isom lid te worden en te blijven van de NRTO.Samenwerking en kennisdeling binnen de onderwijssector blijft van grootbelang. Er wordt in de gehele keten, inclusief bijvoorbeeld software- enexamenleveranciers, intensief samengewerkt. Zo zijn er binnen desectoren en in SURF-verband samenwerkingsovereenkomsten afgeslotenen zijn er verschillende samenwerkingsverbanden waarin kennis en bestpractices met elkaar worden gedeeld. De kennisdeling via het SURFSecurity Expertise Centrum (SEC) is hier een mooi voorbeeld van.122. Aanwijzing instellingen in het hbo en wo onder de cyberbeveili-gingswet Een belangrijk element van de kabinetsinzet om de cyberweerbaarheid inNederland te vergroten is de Nederlandse Cybersecuritystrategie en deimplementatie van de EU-Richtlijn NIS2 in de Cyberbeveiligingswet (Cbw),die de Minister van Justitie en Veiligheid coördineert. Het voorstel voor deCbw wordt op korte termijn bij uw Kamer ingediend. In de concepttekstvan dit wetsvoorstel is, in lijn met de NIS2-richtlijn13, de mogelijkheidopgenomen voor de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap omna overleg met de Minister van Justitie en Veiligheid hbo- enwo-instellingen als essentiële of belangrijke entiteit als bedoeld in de Cbwaan te wijzen en daarmee onder de reikwijdte van de Cbw te brengen.14Zoals ik in het begin van deze brief aangeef, zal ik hiertoe overgaan en dehbo- en wo-instellingen onder de toepasselijkheid van deze wet brengen.Ik licht dit besluit hieronder nader toe.12https://sec.surf.nl/13De NIS2-richtlijn geeft lidstaten de mogelijkheid om te bepalen dat deze richtlijn vantoepassing is op «onderwijsinstellingen, met name wanneer zij kritieke onderzoeksactiviteitenverrichten».14Het besluit om het hoger onderwijs als essentiële of belangrijke entiteit als bedoeld in de Cbwaan te wijzen is nog niet genomen en volgt tijdens de nadere uitwerking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11894 De toenemende digitale dreiging die ook het onderwijs raakt, zoalstoegelicht aan de hand van het dreigingsbeeld, blijft onverminderdzorgelijk. Het maakt de noodzaak voor een gezamenlijke en duurzameaanpak des te dringender. Gezien deze ontwikkelingen, de bestuurlijkeafspraken cyberweerbaarheid en het staande beleid ten aanzien vankennisveiligheid bij hbo- en wo-instellingen, heb ik in de afgelopenperiode intensief overleg gevoerd met alle betrokken stakeholders over detoenemende digitale dreiging en een effectieve aanpak voor de verdereversterking van de cyberweerbaarheid. Met VH, UNL, MBO-raad, SURF enJenV heb ik veelvuldig gesproken over de impact van het onder de Cbwbrengen voor de sectoren en hoe die zich verhoudt tot het staande beleidom via bestuurlijke afspraken te werken aan versterking van de cyber-weerbaarheid. Hierbij is ook gesproken over de door de instellingengeschetste uitvoeringslast volgend uit de Cbw. Zij geven aan zorgen tehebben over negatieve gevolgen die een aanwijzing als bedoeld in deCbw volgens hen gaat hebben voor de cyberweerbaarheid gezien dit tijden inzet vraagt van instellingen om zich hierop voor te bereiden. Dezeoverleggen stonden nadrukkelijk in het teken van het vormen van een zocompleet mogelijk beeld om alle aspecten zo goed mogelijk in kaart tehebben ten behoeve van de besluitvorming.Uit deze gesprekken volgt voor mij het beeld dat de inhoudelijke normenin de Cbw, voor een groot deel aansluiten bij de wijze waarop hetvervolgonderwijs langs bestuurlijke afspraken werkt aan het verhogen vande cyberweerbaarheid. Zij zien hier zelf met intern toezicht en onafhanke-lijke audits op toe. Dit vind ik een belangrijk gegeven omdat de instel-lingen daarmee de stevig opgebouwde basis van de afgelopen jaren en deinhoudelijke stappen die zij reeds zetten met onder meer een goedeinrichting van risicomanagement verder kunnen vervolgen. Tegelijkertijdzijn er ook verschillen, bijvoorbeeld als het gaat om aanvullendemonitoring en evaluatie op de genomen maatregelen, de bestuurlijkeaansprakelijkheid en het externe onafhankelijke toezicht. Ook deze zakenzijn van invloed op de instellingen en dit kan per instelling sterkverschillen.Dit alles overwegende – de impact van de Cbw maar ook het belang vaneen brede en duurzame beheersing van cyberrisico’s gezien de toene-mende digitale dreiging – heb ik, na overleg met de Minister van Justitieen Veiligheid, besloten om de bekostigde hbo- en wo-instellingen onderde Cbw te brengen. Hiermee komt er een wettelijke plicht om passende enevenredige maatregelen te treffen om de risico’s voor de beveiliging vande netwerk- en informatiesystemen te beheersen (zorgplicht)15, eenmeldplicht van significante incidenten, recht op bijstand en advies vaneen Computer Incident Response Team (CSIRT) bij dreigingen enincidenten, een registratieplicht, en onafhankelijk extern toezicht op denaleving van genoemde plichten.Hoewel de hbo- en wo-instellingen zich al jarenlang fors inspannen voorhet versterken van de cyberweerbaarheid, ben ik me terdege bewust vanhet feit dat het onder de Cbw brengen van deze instellingen nieuweverplichtingen met zich meebrengt. Ik vind het dan ook essentieel dat deinstellingen voldoende tijd krijgen om zich voor te bereiden op detoepasselijkheid van de Cbw. Om die reden wil ik de plichten die uit deCbw volgen, met inbegrip van het toezicht op de naleving daarvan, alsookhet recht op bijstand door een CSIRT, gefaseerd in laten gaan. Demeldplicht en registratieplicht, inclusief het toezicht daarop, en hetwettelijke recht op bijstand door een CSIRT wil ik gelijk laten ingaan met15Organisaties worden in het kader van bovenbedoelde zorgplicht o.a. verplicht beleid tehebben met betrekking tot het uitvoeren van risicoanalyses.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11895 de inwerkingtreding van de Cbw.16 De zorgplicht en het daarbij behorendetoezicht wil ik later laten ingaan. Deze fasering heeft twee redenen welkeik hieronder nader toelicht.In samenspraak met de Minister van Justitie en Veiligheid heb ikgeconcludeerd dat het van belang is dat de meldplicht, de registratie-plicht, het toezicht op de naleving van die plichten én het recht op bijstanddoor een CSIRT zo snel als mogelijk ingaan. Dit biedt onder meer eenwettelijke basis voor informatiedeling met alle relevante partijen in gevalvan dreigingen en incidenten. Dit geldt zowel voor informatieverstrekkingaan en door onderwijsinstellingen via het CSIRT, als het onderling delenvan relevante informatie tussen CSIRT’s. Nu geldt reeds dat SURFcert bijsignificante incidenten in contact staat met andere relevante actoren(waaronder andere CSIRT’s). Ik ga met SURF in gesprek over wat nodig isom de wettelijke taak als CSIRT onder de Cbw op een goede wijze tekunnen uitvoeren.De tweede reden voor de gefaseerde invoering is dat de hbo- enwo-instellingen, in tegenstelling tot de entiteiten die rechtstreeks onder dewet gaan vallen, minder tijd hebben gehad om zich voor te bereiden en tevoldoen aan de eisen in het kader van de zorgplicht in de wet. Bovendienhebben de instellingen mij nadrukkelijk hun zorg meegegeven dat de wetnieuwe verplichtingen met zich meebrengt waarop zij nog niet zijningericht. Ik neem deze zorgen serieus. Door de zorgplicht en het toezichtdaarop later in te laten gaan wil ik de instellingen nadrukkelijk de tijdgeven om zich zorgvuldig voor te kunnen bereiden en toe te werken naarhet voldoen aan de eisen die in het kader van de wettelijke zorgplicht aande instellingen worden gesteld. Ik hecht zeer aan het inbouwen vanvoldoende tijd vanuit het oogpunt van uitvoerbaarheid.Ik ben met de instellingen in gesprek over wat de aanwijzing als bedoeldin de Cbw betekent voor de huidige bestuurlijke afspraken met de mbo-,hbo- en wo-instellingen. Via deze bestuurlijke afspraken is er inmiddelseen zeer belangrijke basis gelegd door alle sectoren en ik ben ervanovertuigd dat het hbo en wo hier bij het gaan voldoen aan de wetgevingprofijt van zullen ondervinden. Ik wil deze bestuurlijke afspraken insamenspraak met de sectoren, inclusief het mbo, hernieuwen zowel quaambitie, inhoud als tijdspad zodat deze aansluiten onder meer dezorgplicht die volgt uit de Cbw en zodat op een realistische en uitvoerbarewijze kan worden toegewerkt naar de toepasselijkheid van de Cbw. Voorhet mbo geldt dat deze sector niet zal worden aangewezen onder de Cbw.Wel vind ik het belang dat ook het mbo blijft werken aan het verhogen vande cyberweerbaarheid en dat dit waar mogelijk in samenwerking kanbinnen SURF-verband en met het hbo en wo. Daarom wil ik ook het mbobetrekken bij dit gesprek over vervolging van de bestuurlijke afspraken.Verderop in de brief ga ik nader in op het mbo.De komende periode werk ik dit en het besluit om de hogescholen enuniversiteiten als essentiële of belangrijke entiteiten als bedoeld in deCbw aan te wijzen nader uit. Dit doe ik onder andere met de beoogdetoezichthouder (Inspectie voor het Onderwijs) en het beoogde CSIRT(SURFcert), de Minister van JenV en uiteraard de universiteiten enhogescholen. Hierbij zal ik ook kijken naar welke financiële implicaties erzijn verbonden aan de uitvoering van de Cbw. Hier moet immers bijinwerkingtreding van de wet duidelijkheid over zijn. Over de voortzettingvan de bestuurlijke afspraken en de precieze uitwerking van de aanwijzingben ik voornemens uw Kamer later dit jaar te informeren.16Het kabinet streeft naar inwerkingtreding van de Cbw in Q3 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11896 3. Verhogen cyberweerbaarheid mbo Ondanks het feit dat er vanuit het kennisveiligheidsbeleid geen aanleidingis om mbo-instellingen onder de Cbw te brengen is een verdereversterking van de cyberweerbaarheid voor het mbo nodig.De mbo-instellingen hebben de afgelopen jaren ambitieus ingezet op hetverhogen van de cyberweerbaarheid. De urgentie heeft zich vertaald ineen gezamenlijke en breed gedragen aanpak waar we de komende jarenop voort kunnen bouwen. Binnen het programma Cyberveiligheid mborealiseren de mbo-instellingen tot en met 2027 gezamenlijke initiatieven.17Bijvoorbeeld door het opzetten van een cyberrisicopool, de aandacht voorcyberethiek binnen de opleidingen of het werken met een «CISO as aservice» dat als voorbeeld dient voor andere sectoren.18 Dat geeftvertrouwen in de toekomst.Tegelijkertijd betekent het door aanwijzing onder de Cbw brengen van deuniversiteiten en hogescholen dat de brede samenwerking binnen hetgehele vervolgonderwijs in SURF-verband potentieel anders vormge-geven moet gaan worden. Bij de positionering van SURFcert als wettelijkaangewezen CSIRT voor de hogescholen en universiteiten heb ik oog voorde huidige dienstverlening van SURFcert aan mbo-instellingen.Ik vind het van belang dat de mbo-instellingen zich met dezelfde energievan de afgelopen jaren blijven inzetten om de cyberweerbaarheid teverhogen. Toegankelijk onderwijs voor de hele beroepskolom blijft hierbijde inzet. In de gesprekken met de onderwijskoepels blijf ik daarom ooghouden voor een versterking van de onderlinge samenwerking, gericht ophet verhogen van de cyberweerbaarheid van het gehele vervolgonderwijs.4. Tot slot Het vergroten van de cyberweerbaarheid is een doorlopend proces en hetblijft onverminderd van belang dat met de sectoren verder wordtgebouwd aan een veilige digitale omgeving. Dit met als doel om decontinuïteit, de toegankelijkheid en kwaliteit van onderwijs en onderzoekte borgen. Door de ingezette koers en de huidige inspanningen eninvesteringen van de instellingen afzonderlijk én gezamenlijk, zijnaantoonbare vorderingen geboekt op de maatregelen die in 2021 zijnafgesproken. Ik ga er vanuit dat de instellingen ook de komende jaren metelkaar de noodzakelijke stappen zullen blijven zetten, zowel de instellingendie aan de Cbw moeten voldoen als de overige instellingen. Ik blijf ditnauwlettend volgen en hierover met de sectoren in gesprek. Later dit jaarinformeer ik uw Kamer over de nadere uitwerking van de aanwijzing vanhet hbo en wo als essentiële of belangrijke entiteiten als bedoeld in deCbw en het vervolg van de bestuurlijke afspraken met het mbo, hbo enwo. Ook blijf ik uw Kamer bij relevante ontwikkelingen informeren.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. Bruins17https://mbodigitaal.nl/programmas/programma-cyberveiligheid-mbo/18https://mbodigitaal.nl/2025/01/cyberrisicopool-cooperatie-maakt-compensatie-schade-mogelijk/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11897
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.