Stand van zaken eerlijk speelveld
Brontekst
Versie def181e997d5cbe5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 689Herziening ZorgstelselNr. 1330 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juni 2026Om de beweging naar passende zorg te laten slagen is het van grootbelang dat alle zorgaanbieders een eerlijke bijdrage leveren. Het magbijvoorbeeld niet zo zijn dat zorgaanbieders zich enkel richten oppatiënten/cliënten met een lichte zorgvraag, niet regionaal samenwerkenwaar nodig en zich op grote schaal onttrekken aan avond-, nacht- enweekenddiensten (ANW-diensten). De patiënt/cliënt ondervindt daar denegatieve gevolgen van vanwege het effect op de toegankelijkheid enkwaliteit van de zorg.Het kabinet werkt daarom met de partijen van het aanvullend zorg- enwelzijnsakkoord (AZWA)) aan de uitwerking van afspraak E4 We zorgendat iedereen een eerlijke bijdrage levert. Onderdeel 1 van deze afspraakgaat over een eerlijk speelveld voor gecontracteerde enniet-gecontracteerde zorg, met bijzondere aandacht voor de wijkver-pleging en de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Onderdeel 2 gaat overeen eerlijk speelveld in de medisch-specialistische zorg (msz).Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over:•De rapporten die recentelijk in het kader van dit traject zijn opgeleverd.Op 3 februari jl. heeft de Kamer reeds het advies van de NederlandseZorgautoriteit (NZa) over prestatiedifferentiatie in de bekostiging vande planbare msz ontvangen.1 Met deze brief biedt het kabinetaanvullend een feitenbasis van Gupta en een advies van de landsadvo-caat aan.•Het voorgenomen beleid. Daarbij wordt AZWA-afspraak E4 insamenhang bezien met de beleidsinzet van het kabinet zoals beschre-ven in de beleidsbrief VWS van 24 april jl.2 De maatregelen in hetkader van een eerlijk speelveld zullen onderdeel zijn van de brederebeweging naar passende zorg. In deze brief zijn de hoofdlijnen van het1Kamerstukken II 2025/2026, 29 689, nr. 13262Kamerstukken II 2025/2026, 36 800 XVI, nr. 191 kst-29689-1330ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13301 voorgenomen beleid beschreven. Op enkele maatregelen vanAZWA-afspraak E4 wordt ingegaan, aan de hand van de opgeleverderapporten. Wanneer met de AZWA-partijen over het voorgenomenbeleid is gesproken, zal het kabinet de Kamer nader informeren overde uitwerking.•De reactie van het kabinet op de brandbrief van de NederlandseVereniging van Ziekenhuizen (NVZ): «Noodplan nodig tegen uithollingziekenhuizen».Rapporten Gupta, landsadvocaat en NZaHieronder wordt per rapport aangegeven wat er is gedaan, wat debelangrijkste bevindingen zijn en welke inzichten het kabinet hieruit haalt.Daarbij baseert het kabinet zich ook op de gesprekken die reeds met deAZWA-partijen zijn gevoerd.Feitenbasis GuptaGupta heeft in opdracht van de NZa onderzoek gedaan naar de feiten overhet speelveld in de sectoren wijkverpleging, ggz en msz. Daarbij isgekeken naar de ontwikkeling van het aandeel niet-gecontracteerde zorg(op basis van het aantal zorgaanbieders, patiënten/cliënten en de omzet),en de verschillen in patiënten-/cliëntenpopulaties, geleverde zorg entarieven. Per sector is naar verschillende typen zorgaanbieders gekeken.Deze zijn onderling vergeleken. Aanvullend zijn vragenlijsten uitgezet bijen verdiepende interviews gehouden met zorgleners werkzaam in dezesectoren. Het kabinet is Gupta en de NZa erkentelijk voor de opgeleverdefeitenbasis. In deze brief gaat het kabinet in op de hoofdlijnen van defeitenbasis. De volledige feitenbasis zal gebruikt worden bij de uitwerkingvan het voorgenomen beleid.Op hoofdlijnen blijkt uit het onderzoek:•Dat er duidelijke verschillen bestaan tussen de verschillende typenzorgaanbieders binnen de sectoren. Zowel op het gebied van dureinfrastructuur (bijvoorbeeld voor acute en intensieve zorg), hetopleiden van personeel en de invulling van ANW-diensten als dezorgzwaarte en behandelintensiteit per patiënt/cliënt.•Dat er in deze sectoren een minderheid van grote zorgaanbieders ismet een relatief hoge omzet, die vrijwel allemaal gecontracteerd zijndoor een of meerdere zorgverzekeraars en over het algemeen degrootste bijdrage leveren op het gebied van bovenstaande punten.Daarnaast is er een grote groep van kleinere zorgaanbieders, met eenrelatief lage omzet, die in minder mate een contract heeft met een ofmeerdere zorgverzekeraars en zich op een specifieker zorgaanboden/of patiënten-/cliëntenpopulatie richt.•Dat bovenstaande verschillen tussen de verschillende typen zorgaan-bieders in bepaalde mate terugkomen in verschillen in tarieven. Hetalgemene beeld is dat de kleinere zorgaanbieders lagere tarievenontvangen dan grote zorgaanbieders, en dat de zorgaanbieders zondercontract lagere tarieven ontvangen dan zorgaanbieders met contract.Welke inzichten haalt het kabinet hieruit?De feitenbasis onderschrijft volgens het kabinet dat er meer sturing nodigis op de organisatie van zorg in de regio, om passende zorg tewaarborgen en te stimuleren dat iedereen een eerlijke bijdrage levert. Nietomdat uit de feiten evident blijkt of de verschillende typen zorgaanbiederseen eerlijke bijdrage leveren, en of de verschillen in tarieven aansluiten bijde verschillen in geleverde zorg en organisatie. Wel is meer sturing nodigomdat er duidelijk sprake is van een grote mate van versnippering van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13302 zorgaanbod. Versnippering van het zorgaanbod is een probleem omdathet regionale samenwerking tussen zorgaanbieders bemoeilijkt die vanessentieel belang is voor het leveren van passende zorg. Het is daarnaastvoor zorgverzekeraars lastig om afspraken te maken met een groot aantalzorgaanbieders, waarvan een relatief groot deel slechts met een deel vande zorgverzekeraars of met geen enkele zorgverzekeraar een contractheeft. Wanneer zorgaanbieders en zorgverleners zich kunnen onttrekkenaan regionale samenwerking kan dit de onderlinge solidariteit onder-mijnen. Belangrijker is dat de patiënt/cliënt de negatieve gevolgen ervanondervindt. Bijvoorbeeld wanneer bij verwijzing onderzoek onnodigopnieuw uitgevoerd wordt of gegevens niet zijn uitgewisseld. Dat heeftgevolgen voor de kwaliteit van zorg, en brengt ongelijkheid met zich meevoor de zorg aan patiënten/cliënten.Voorbeeld versnippering zorgaanbodUit de feitenbasis blijkt dat in veel regio’s honderden verschillendeaanbieders van wijkverpleging actief zijn binnen een straal van 20kilometer. Een relatief groot deel van die zorgaanbieders heeft geencontract met zorgverzekeraars, of met de ene zorgverzekeraar wel enmet de andere niet. Van de zorgaanbieders die wel een contracthebben, is dit grotendeels het resultaat van digitale contractering. Ditmaakt het uitdagend om met al deze zorgaanbieders (en verschil-lende zorgverzekeraars) tot een samenhangend regioplan te komenover hoe de onplanbare nachtzorg en andere functies ingevuldkunnen worden.Advies landsadvocaatIn de AZWA-afspraak zijn per onderdeel verschillende mogelijke maatre-gelen en toetsingscriteria opgenomen. De juridische haalbaarheid is eenvan deze criteria. De landsadvocaat is om advies gevraagd over dejuridische haalbaarheid van enkele van deze maatregelen. De adviesvraagis beperkt tot die maatregelen waarvoor een concrete vraag te formulerenis. Het gaat om een overeenkomstplicht op basis van artikel 12 van deZorgverzekeringswet (Zvw), een coulanceverbod en een verbod opreclame-uitingen over coulanceverlening. Het kabinet is de landsadvocaaterkentelijk voor het opgeleverde advies.Artikel 12 Zvw bevat de mogelijkheid om vormen van zorg aan te wijzendie alleen worden vergoed indien gebruik wordt gemaakt van eengecontracteerde zorgaanbieder. De landsadvocaat concludeert dat hetlouter voor bepaalde vormen van zorg (bijvoorbeeld de wijkverpleging ende ggz) opleggen van zo’n overeenkomstenplicht niet zal bijdragen aan debeoogde doelen zolang artikel 13 in zijn huidige vorm ook bestaat. Uitartikel 13 volgt immers dat de verzekerde de mogelijkheid heeft om tegeneen gedeeltelijke vergoeding van de rekening toch naar eenniet-gecontracteerde zorgaanbieder te gaan. Voor zover de maatregel voorde wijkverpleging en geestelijke gezondheidszorg zou gaan gelden, is ooknog relevant dat sinds 2025 alle zorgverzekeraars deze zorg uitsluitendnog in natura verzekeren, en niet (langer) op restitutiebasis. Daarmeehebben de verzekeraars dus zelf al geregeld dat deze vormen van zorg inprincipe alleen worden vergoed als gebruik wordt gemaakt van gecontrac-teerde zorg. Dit maakt het opleggen van een overeenkomstenplicht indeze sectoren op dit moment niet zinvol. In het coalitieakkoord (bijlage bijKamerstuk 36 848, nr. 31) is opgenomen dat de vergoeding vanniet-gecontracteerde zorg wordt afgeschaft. Dat is waar het kabinet aanwerkt. De maatregel van een overeenkomstenplicht op basis van artikel 12Zvw is daarmee niet meer relevant.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13303 Een coulanceverbod houdt in dat het een niet-gecontracteerde zorgaan-bieder niet meer is toegestaan om het deel van de kosten dat voorrekening van de patiënt/cliënt zou komen, kwijt te schelden. Met eendergelijk verbod wordt beoogd verzekerden te stimuleren om naar eengecontracteerde zorgaanbieder te gaan. Omdat een coulanceverbod lastigvorm te geven is en het onduidelijk is hoe een verbod in de praktijk zoumoeten worden gehandhaafd, acht de landsadvocaat de juridischehaalbaarheid van deze maatregel gering. Ook is de vraag gesteld of eenverbod op reclame-uitingen over coulanceverlening mogelijk is. Delandsadvocaat acht de invoering van een dergelijk verbod juridischkwetsbaar. De proportionaliteit van een reclameverbod is lastig temotiveren wanneer het bieden van coulance op zichzelf is toegestaan.Ook voor deze maatregelen geldt dat ze niet meer relevant zijn aangezienhet kabinet werkt aan het afschaffen van de vergoeding vanniet-gecontracteerde zorg.Advies NZaIn de AZWA-afspraak is de maatregel opgenomen van het differentiërenvan de prestaties (betaaltitels) in de bekostiging van de msz. Dat zou ertoemoeten leiden dat in de contractering tarieven overeengekomen kunnenworden die beter aansluiten bij de verschillen in geleverde zorg enorganisatie tussen de verschillende typen zorgaanbieders. Het gaat hierbijenkel om de planbare zorg.De NZa is om advies gevraagd over de mate waarin prestatiedifferentiatiezou kunnen bijdragen aan een eerlijker speelveld.In de msz wordt de zorg in rekening gebracht via diagnose behandelcom-binaties (dbc’s). De huidige bekostiging kent al een vorm van prestatiedif-ferentiatie, namelijk op basis van de diagnose en zorgactiviteiten(behandeling). Ook zijn er alternatieve financieringsstromen voor hetbeschikbaar houden van bepaalde vormen van zorg, zoals de beschikbaar-heidbijdrage medische vervolgopleidingen en acute verloskunde.Algemene en academische ziekenhuizen kunnen hier, onder bepaaldevoorwaarden, aanspraak op maken.De conclusie van de NZa is dat nadere prestatiedifferentiatie voor alleende planbare zorg geen of een zeer marginaal effect heeft, omdat deverschillen in zorgactiviteiten bij planbare zorg vaak klein zijn en alworden meegenomen in de contractering. De tarieven die zorgaanbiedersen zorgverzekeraars overeenkomen zijn verschillend voor de verschillendetypen zorgaanbieders. Daarnaast verhoogt nadere prestatiedifferentiatiede complexiteit van de bekostiging en stijgen de administratieve lasten.Bovendien is het onwenselijk om aanpassingen in de bekostiging door tevoeren voor alleen de planbare zorg, vanwege de wisselwerking met debekostiging en financiering van de acute en chronische zorg. Gezamenlijkmet de veldpartijen onderzoekt de NZa via het programma Passendebekostiging msz de bekostiging van de msz in zijn geheel, om desystematiek toekomstbestendig te maken.Welke inzichten haalt het kabinet hieruit?Het kabinet ontvangt signalen van veldpartijen dat de huidige contrac-tering in de msz onvoldoende recht doet aan de verschillen in geleverdezorg en organisatie van tussen de verschillende typen zorgaanbieders.Hoewel de tarieven verschillen – zo blijkt ook uit de feitenbasis – zijn designalen dat deze niet goed aansluiten bij de daadwerkelijke kosten van dedoor deze zorgaanbieders geleverde zorg. Daarbij wordt onder meergewezen op het feit dat de kosten van dure infrastructuur, zoals spoedei-sende hulp en intensive care, deels worden gedekt met inkomsten uitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13304 dbc’s voor planbare en chronische zorg. Dit wordt kruissubsidiëringgenoemd. Hierdoor is onvoldoende transparant welke kosten preciesonder de tarieven vallen. Het kabinet erkent de signalen dat onduide-lijkheid over wat wel en niet onder de tarieven valt, en ook dat schevemachtsverhoudingen tussen sommige zorgaanbieders en zorgverzeke-raars een evenwichtige contractering kunnen bemoeilijken. Uit defeitenbasis van Gupta volgt weliswaar geen eenduidig beeld over diemachtsverhoudingen, maar wel dat de betrokken partijen dezeverschillend ervaren. Het kabinet neemt deze signalen serieus en ziet dater iets moet gebeuren omdat deze situatie niet vanzelf gaat verbeteren.Tegelijkertijd onderschrijft het kabinet de conclusie van de NZa dat nadereprestatiedifferentiatie voor alleen de planbare zorg, daarvoor niet de juisteroute is. Het kabinet kiest er daarom niet voor om aparte prestaties voorplanbare zorg in te voeren, maar richt zich op verbetering van detransparantie van wat onder welke tarieven valt en op een meerevenwichtige contractering.Voorbeeld onduidelijkheid over eerlijke tarievenEen ziekenhuis komt met de zorgverzekeraar met het grootstemarktaandeel een meerjarige aanneemsom overeen met bijbeho-rende inhoudelijke afspraken over acute, planbare en chronischezorg. Deze aanneemsom wordt administratief (pragmatisch)verdeeld over de tarieven en volumes van alle (> 3.000) dbc’s. Met deandere zorgverzekeraars zijn de afspraken anders, en pakt deverdeling over tarieven en volumes anders uit. Vervolgens treedt eenzelfstandig behandelcentrum (zbc) toe in de regio met een specifiekzorgaanbod, van slechts tientallen dbc’s. Tot dan toe werd in decontractering door het ziekenhuis en de zorgverzekeraars nietnadrukkelijk stilgestaan bij de tarieven van de dbc’s voor ditspecifieke zorgaanbod. Het is op dat moment niet inzichtelijk of detarieven eerlijk zijn. Als een van de betrokken partijen een sterkemachtspositie heeft, dan kan dit de totstandkoming van eerlijketarieven verder bemoeilijken.Voorgenomen beleidHet kabinet betrekt de opgedane inzichten bij de uitwerking van hetvoorgenomen beleid zoals beschreven in de beleidsbrief van VWS, en zietdaarbinnen de trajecten «een zorglandschap dat past» en «zekerheid datpassende zorg er is» als belangrijke basis van het realiseren van eeneerlijk speelveld.Ten eerste gaat het kabinet via wet- en regelgeving actiever sturen op deorganisatie van zorg in de regio. Het is nodig dat zorgaanbiedersconstructief en gedegen deelnemen aan het opstellen en uitvoeren vanregionale plannen voor een passend zorglandschap. En dat zorgaan-bieders afspraken maken over het gezamenlijk organiseren van zorgwaaraan een bepaalde zorgaanbieder zich niet zomaar kan onttrekken,bijvoorbeeld op onderwerpen als ANW-zorg, acute zorg en concentratievan complexe zorg. Dit sluit aan op vergelijkbare doelstellingen envoorgestelde maatregelen van AZWA-afspraak E4.Het kabinet zet in op het volgende:•We verscherpen en verduidelijken de landelijke kaders en minimaleeisen voor zorgaanbieders. Deze eisen zijn helder, toetsbaar en geldenvoor alle zorgaanbieders, ongeacht de regionale context. Denk hierbijaan deelname aan samenwerkingsverbanden en aan cruciale functieszoals de ANW-zorg.•We leggen wettelijk vast dat zorgaanbieders in samenspraak metzorginkopers verplicht zijn om constructief en gedegen deel te nemenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13305 aan het opstellen en uitvoeren van regionale plannen voor eenpassend zorglandschap. Wat onder constructieve en gedegendeelname wordt verstaan, werken we uit in procesvoorwaarden.•We zorgen ervoor dat regionale plannen over het zorglandschapdaadwerkelijk richting geven aan alle zorgaanbieders in de regio. Enwe borgen dat die richting niet vrijblijvend is.Het streven van het kabinet is om dit wetspakket «een zorglandschap datpast» in het vierde kwartaal van 2027 aan de Kamer aan te bieden.Ten tweede zet het kabinet erop in zorgverzekeraars meer instrumenten tegeven om te waarborgen dat zorg passend is. Het kabinet gaat daartoeonder andere regelen dat zorgverzekeraars de juiste instrumenten hebbenom niet-passende zorg niet meer te vergoeden door te stoppen met devergoeding van niet-gecontracteerde zorg en de informatiepositie vanzorgverzekeraars te verbeteren.Dit sluit aan op enkele voorgestelde maatregelen van AZWA-afspraak E4.De huidige verplichting tot de vergoeding van niet-gecontracteerde zorgslaat zorgverzekeraars hun belangrijkste instrument uit handen om erop testuren dat de zorg voor hun verzekerden passend is: de contractering. Hetmag niet meer zo zijn dat zorgaanbieders die passende zorg aanbieden,andere zorgaanbieders geld zien verdienen aan niet-passende zorg.Zorgverzekeraars moeten daarop kunnen sturen via de contractering, omte kunnen waarborgen dat passende zorg nu en in de toekomst toegan-kelijk is. Het kabinet doet dit door te stoppen met de vergoeding vanniet-gecontracteerde zorg, waarbij het oog heeft voor de Europesepatiëntenrichtlijn. Daarnaast regelt het kabinet dat zorgverzekeraars eenbetere informatiepositie krijgen, om scherper onderscheid te kunnenmaken tussen aanbieders van passende zorg en zorgaanbieders die datniet of minder leveren. Bijvoorbeeld door zorgverzekeraars demogelijkheid te geven om bestaande informatie uit declaraties van deverzekerden van álle zorgverzekeraars te benutten, om zorgaanbieders teidentificeren die geen of onvoldoende passende zorg bieden en hierovermet hen in gesprek te gaan. Hierbij heeft het kabinet oog voor privacy. Enbijvoorbeeld door zorgverzekeraars geautomatiseerd inzicht te geven inwachtlijsten, zodat zij beter kunnen contracteren en hun verzekerdendesgewenst beter kunnen bemiddelen naar zorgaanbieders met eenkortere wachtlijst.Het streven van het kabinet is om dit wetspakket «zekerheid dat passendezorg er is» ook in het vierde kwartaal van 2027 aan de Kamer aan tebieden.Ten derde moet de bedrijfsvoering van zorgaanbieders zo zijn ingerichtdat deze het leveren van een eerlijke bijdrage door iedereen niet in de wegstaat. Dit sluit onder andere aan op de zorgen die de NVZ heeft geuit inhaar brandbrief aan de toenmalig Minister van VWS.Het kabinet werkt aan de invoering van voorwaarden voor verantwoordondernemerschap. Daaronder valt het tegengaan van de uitwassen vanprivate equity. Deze normen voor verantwoord ondernemerschap zijnopgenomen in het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- enjeugdhulpaanbieders (Wibz). Op dit moment bezint het kabinet zich op ditwetsvoorstel, met als doel om het voorstel aan te scherpen. Hierbij wordtook de uitspraak van de Raad van State omtrent het winstuitkerings-verbod meegenomen.3 Het kabinet stuurt voor de zomer de uitkomstenvan deze herbezinning naar de Kamer.3ECLI:NL:RVS:2025:5089Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13306 Ook de aanpak van zorgfraude is een prioriteit voor het kabinet. Daarbijwordt onder andere ingezet op strengere toetredingsdrempels tot dezorgsector en een betere screening van zorgaanbieders. Het toezichtwordt versterkt, door meer fysieke controles en uitbreiding van decapaciteit bij toezichthouders en opsporingsinstanties. Dit vraagt om eengezamenlijke inzet van alle betrokken partijen: branche- en beroepsvereni-gingen, zorginkopers, toezichthouders en opsporingsinstanties.4Ten vierde wil het kabinet specifiek voor de sector msz op korte termijnmet de NZa en veldpartijen in gesprek over wat er nodig is om tot beteredifferentiatie van tarieven in de contractering te komen. Hierbij worden dein deze brief beschreven inzichten over onvoldoende transparantie enscheve machtsverhoudingen betrokken. Op basis van dit gesprek wil hetkabinet waar nodig afspraken maken om te komen tot duidelijkere kadersvoor eerlijke, gedifferentieerde tarieven. Voor zover aanpassing van wet-of regelgeving nodig is, zal het kabinet dit betrekken bij de hierbovenbeschreven wetstrajecten.Er worden al belangrijke stappen gezet die bijdragen aan een beterecontractering in de msz. De reeds ingezette stapsgewijze invoering vanbudgetbekostiging voor de spoedeisende hulp gaat op de eerste plaatszorgen voor een betere borging van de acute zorgfunctie. Daarnaastdraagt deze bij aan minder kruissubsidiëring, en eerlijkere tarieven voorde planbare zorg die vervolgens beter te differentiëren zijn tussen deverschillende type zorgaanbieders. Ook het afschaffen van de vergoedingvan niet-gecontracteerde zorg en de verbetering van de informatiepositievan zorgverzekeraars gaan bijdragen aan een meer evenwichtigecontractering en betere tariefdifferentiatie. Dit alles moet in samenhangworden bezien met de werkagenda van het programma Passendebekostiging msz. Dat heeft tot doel om te werken aan een toekomstbe-stendige bekostiging van de msz in zijn geheel.Het kabinet betrekt de inzichten voor de lange termijn bij de voorgenomenwetstrajecten uit de beleidsbrief van VWS, met als doel dit zo snelmogelijk wettelijk te regelen. Deze lange termijn maatregelen zijn vantoepassing op zowel de wijkverpleging, ggz als msz. Daarnaast wil hetkabinet voor de korte termijn met de msz-partijen stappen zetten om toteen betere tariefdifferentiatie in de contractering te komen, waarbij hetkabinet kijkt naar wat nu al kan en naar wat betrokken moet worden bij debeschreven wetstrajecten. Voor de wijkverpleging en de ggz wordt inaanvulling hierop reeds ingezet op andere maatregelen die voor de korteen lange termijn ook bijdragen aan een eerlijk speelveld. In de wijkver-pleging wordt de bekostiging doorontwikkeld en worden regionaleeerstelijnssamenwerkingsverbanden en hechte wijkteams georganiseerden gefaciliteerd. In de ggz wordt gewerkt aan afspraken over voldoendeparticipatie in ANW- en crisisdiensten, stoppen met het hanteren vanexclusiecriteria door zorgaanbieders en een passende bekostiging encontractering van de High & Intensive Care (HIC) en Intensive HomeTreatment (IHT).Reactie op brandbrief NVZOp 8 december 2025 heeft de toenmalig Minister van VWS een briefontvangen van de NVZ waarin zij haar zorgen uit over de ontwikkeling vanhet msz-zorglandschap. Daarop hebben Zelfstandige Klinieken Nederland(ZKN), Zorgverzekeraars Nederlands (ZN) en de Stichting handhaving vrijeartsenkeuze vervolgens gereageerd. De zorgen van de NVZ hebbenbetrekking op de omzetgroei van zbc’s – in het bijzonder van4Kamerstukken II 2025/2026, 28 828, nr. 161Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13307 niet-gecontracteerde zbc’s – waar private equity partijen achter zitten, diegericht zijn op productie en winst. Dit zet volgens de NVZ de reedskwetsbare financiële positie van ziekenhuizen verder onder druk. Ook zijnziekenhuizen hierdoor volgens de NVZ niet in staat om vergelijkbarearbeidsvoorwaarden te kunnen aanbieden en hun basisinfrastructuur instand te houden.Het kabinet neemt de zorgen van de NVZ serieus. Het msz-landschap is inontwikkeling. In veel regio’s is de ontwikkeling in lijn met de afspraken inhet AZWA. Samenwerking in netwerken komt in die regio’s in goedoverleg tot stand. Op basis van de regioplannen wordt met behulp van deinzet van transformatiemiddelen en duurzame afspraken het zorgaanbodvan de toekomst vormgegeven. Zbc’s kunnen hieraan een relevantebijdrage leveren. Het kabinet signaleert echter ook bepaalde risico’s in deontwikkeling van het msz-landschap, zoals door de NVZ beschreven. Opbasis van de inhoud van deze brief gaat het kabinet op korte termijn metde NZa en veldpartijen in gesprek over de uitwerking van de maatregelenom de zorgen weg te nemen en te werken aan een eerlijk speelveld in demsz.Tot slotHet kabinet gaat met de partijen van het AZWA in gesprek over deuitwerking van het voorgenomen beleid, en zal de Kamer vervolgensnader informeren over de maatregelen. Deze maatregelen in het kadervan een eerlijk speelveld zullen onderdeel zijn van de bredere bewegingnaar passende zorg.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13308
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.